CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde

Raadsavond 16 mei 2024, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde.27.101 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Lozing afvalwater: Voor de lozing van afvalwater (al het water waarvan de initiatiefnemer zich moet ontdoen) op oppervlaktewater vanuit een woning of een (agrarisch) bedrijf gelden de volgende regels: 1. Voor lozingen van huishoudelijk afvalwater vanuit woningen geldt het “Besluit lozing afvalwater huishoudens” (Blah). Uitgangspunt i s dat het huishoudelijk afvalwater op een gemeentelijk rioolstelsel wordt geloosd. Indien niet mogelijk is, moet een voorziening worden aangelegd die een gelijkwaardig milieubeschermingsniveau biedt; 2. Voor lozingen van afvalwater van een (agrarisch) bedrijf geldt het “Activiteitenbesluit”.

Voor lozingen vanuit niet-inrichtingen geldt het “Besluit lozen buiten inrichtingen” (Blbi)

5.3.3

Onderzoek en conclusie

Hieronder worden de voor het plan van belang zijnde aspecten behandeld. Wateroverlast Het plangebied ligt in een laagte, waardoor er sprake is van een zekere gevoeligheid voor wateroverlast in geval van een hevige bui. In afbeelding 5.1 is dit goed te zien. De blauwe pijlen laten zien waar tijdens een hevige bui het water vandaan komt en waar het via maaiveld naartoe stroomt. Een bui van 70 mm in 1 uur tijd laat zien dat de bestaande sloot/greppelstructuur daar onder water kan komen te staan en via maaiveld gaat afvoeren.

Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 29

Afbeelding 5.1: Gevoeligheid wateroverlast plangebied (Bron: Klimaatatlas Fluvius)

De waterberging wordt in voorliggend geval opgevangen door de bestaande slootjes ten noorden en ten van de te realiseren woningen te transformeren tot een greppel om zo de waterbergende capaciteit hiervan te verhogen. De sloten hebben elk momenteel een breedte van circa 5 meter en een lengte van 65 meter. De compensatieopgave bedraagt in voorliggend geval 55 mm (bergingseis) * 1.250 m² = 68,75 m³. In afbeelding 5.2 is de verbreding van de sloten, waarvan de ligging is te zien in afbeelding 4.1 en het in Bijlage 2 opgenomen inrichtingsplan, schematisch weergegeven. Voor de werkzaamheden aan de sloten wordt een watervergunning aangevraagd.

Afbeelding 5.2: Schematische weergave waterberging (Bron: The Citadel Company)

Watersysteem Binnen het plangebied ligt een beschermingszone van een primaire A-watergang en/of secundaire B-watergang van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Dit betreft het stroomgebied Oude Diep. De woningen worden buiten de invloedszone van deze watergang gebouwd. De hierboven beschreven waterberging zal worden opgevangen in de omliggende slootjes ten zuiden en ten westen Waterkwaliteit Kwaliteit hemelwater: Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan in voorliggend geval direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Verontreiniging: Er worden geen uitloogbare materialen gebruikt die tot een verontreiniging van Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 30

het oppervlaktewater kunnen leiden. Riolering De woningen worden aangesloten op het gemeentelijke riool. Hemelwater wordt in zoveel mogelijk in de bodem en via de hierboven beschreven afwatering opgevangen, waarmee afval- en hemelwater gescheiden worden opgevangen in het plangebied.

5.4

Natuur en Ecologie

5.4.1

Normstelling

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet vervangen. De bescherming van Natura 2000 gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen (houtopstanden) wordt nu via deze wet geregeld. De provincie is per 1 januari 2017 het bevoegde gezag voor soortenbescherming en houtopstanden. Deze bevoegdheden lagen voorheen bij het Rijk. Daarnaast is de provincie bevoegd gezag gebleven voor Natura 2000 bescherming en faunabeheer. De provincie is verantwoordelijk voor het afgeven van vergunningen en ontheffingen voor al deze gebieden. Hierop geldt alleen een uitzondering als het rijksaangelegenheden betreft. Provinciale Staten hebben op 14 december 2016 regels gesteld en vrijstelling gegeven over de soortenbescherming, faunabeheer en houtopstanden in de Provinciale omgevingsverordening Drenthe. In deze verordening zijn de vrijstelling voor beweiden en bemesten en de soortenvrijstellingen van het rijk overgenomen. Verder zijn er regels gesteld om faunabeheer mogelijk te maken. Ten slotte zijn de spelregels voor houtopstanden (voorheen Boswet) vastgelegd. Zo is bepaald aan welke eisen een compensatieverzoek moet voldoen en is de mogelijkheid voor het aanleggen van tijdelijk bos geregeld.

Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten op 20 december 2016 de beleidsregels Wet natuurbescherming Drenthe vastgesteld. Deze beleidsregels gaan over het toedelen van ontwikkelingsruimte in relatie tot de PAS (Natura 2000), soortenbescherming en houtopstanden. De provincie Drenthe zet zich ook in voor actieve soortenbescherming.

5.4.2

Onderzoek en conclusie

Gebiedsbescherming Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden 'Dwingelderveld' bevindt zich op circa 5,2 kilometer afstand van het plangebied. Vanwege deze afstand kan directe hinder in de vorm van bijvoorbeeld geluid of verstrooiing van licht worden uitgesloten. Naast directe hinder kan er ook sprake zijn van indirecte hinder in de vorm van stikstofdepositie. Om de te verwachten effecten van stikstof op Natura 2000 in beeld te brengen, is door BJZ.nu een AERIUS-berekening uitgevoerd. De volledige berekening is opgenomen in Bijlage 8 van deze toelichting. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat in zowel de aanleg- als gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland wordt geconcludeerd dat, vanwege de afstand van circa 680 meter, er geen sprake is van enige aantasting van de kernkwaliteiten en waarden van het NNN.

Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 31

Het aspect 'gebiedsbescherming' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit voornemen. Soortenbescherming Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige beschermde soorten. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. Om de wettelijke consequenties van de voorliggende ontwikkeling in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen, is door BJZ.nu een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 9 van deze toelichting. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste resultaten uit dit onderzoek. Op basis van de quickscan natuurwaardenonderzoek wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling niet gepaard gaat met negatieve effecten op beschermde grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën, reptielen en overige soorten. Ten aanzien van beschermde vogels zal geen sprake zijn van beschadiging of vernieling van bezette nesten zo lang het rooien van beplanting plaatsvindt van augustus t/m februari (buiten het broedseizoen). Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet gepaard gaat met negatieve effecten op beschermde gebieden en/of soorten. Het aspect 'ecologie' vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voornemen.

5.5

Geluid

5.5.1

Normstelling

De Wet geluidhinder beschermt de volgende objecten: woningen; andere geluidsgevoelige gebouwen; geluidsgevoelige terreinen.

Deze bescherming geldt als het gebruik van deze objecten is toegestaan volgens het bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening. Op tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan met een periode van maximaal 10 jaar is de Wet geluidhinder niet van toepassing. Onder "woning" wordt verstaan (artikel 1 Wet geluidhinder): gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan op grond van de geldende planologische status (bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening). De Wet geluidhinder kent het begrip bedrijfswoning niet. Een bedrijfswoning is gewoon een woning, waarvoor het mogelijk is een hogere waarde (als nodig) te verlenen. Dit geldt natuurlijk alleen voor bedrijfswoningen die zijn gelegen in een geluidzone. Hotels, recreatiewoningen en kantoren zijn niet geluidgevoelig in het kader van de Wet geluidhinder. In het Activiteitenbesluit zijn voorschriften opgenomen die bescherming bieden tegen geluidhinder van inrichtingen die onder het Besluit vallen. Deze bescherming wordt geboden aan gevoelige objecten (gevoelige gebouwen en gevoelige terreinen (artikel 1.1)).

In artikel 1.1 is in de definitie van gevoelige gebouwen aangegeven dat gebouwen die bij de inrichting horen (dienst- of bedrijfswoningen) geen geluidsgevoelig object zijn waarvoor de grenswaarden uit het besluit gelden. Dienst- of bedrijfswoningen die niet tot de inrichting behoren zijn gewoon woningen van derden waarvoor de grenswaarden wel gelden. Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) is rond inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur en spoorwegen een geluidzone van kracht. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 32

voldoet aan de in de wet bepaalde voorkeursgrenswaarde. Wanneer niet aan deze grenswaarde kan worden voldaan, kan het bevoegd gezag, in de meeste gevallen de gemeente, hogere grenswaarden vaststellen. Hiervoor geldt een bepaald maximum, de uiterste grenswaarde genoemd.

5.5.2

Onderzoek en conclusie

Met de voorliggende ontwikkeling worden vijf geluidgevoelige objecten (woningen) toegevoegd. Toetsing aan de Wgh is daarmee noodzakelijk. Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van een spoorlijn of een gezoneerd industrieterrein. De aspecten railverkeers- en industrielawaai vormen dan ook geen belemmering. Het omliggende wegennetwerk bestaat verder uit uitsluitend 30 km/u wegen, waardoor akoestisch onderzoek achterwege kan blijven. Ten aanzien van het aspect geluid wordt ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat verwacht. Vorenstaande wordt ook bevestigd door de geluidkaart van de Atlas Leefomgeving, zoals opgenomen in afbeelding 5.2.

Afbeelding 5.2: Geluid als gevolg van wegverkeer. Het plangebied is blauw omlijnd (Bron: Atlas Leefomgeving)

5.6

Milieuzonering bedrijven

5.6.1

Normstelling

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven.

Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 33

voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009).

5.6.2

Onderzoek en conclusie

Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast of het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de bedrijven in de omgeving. Woningen zijn niet aangemerkt als milieubelastend voor de omgeving. Van enige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden is dan ook geen sprake. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. In de directe omgeving van het plangebied bevindt zich op basis van het geldende bestemmingsplan één noemenswaardige milieubelastende functie, te weten een detailhandelsfunctie op circa 14 meter van het plangebied. Ter plaatse bevindt zich een elektronicawinkel. Voor een dergelijke functie geldt op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' een richtafstand van 10 meter. Het plangebied ligt op een afstand van circa 15 meter. Het aspect milieuzonering vormt daarmee geen belemmering, te meer ook omdat de reeds aanwezige woningen zich op een kortere afstand bevinden. Ter plaatse van het plangebied wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat verwacht.

Omgekeerd worden omliggende milieubelastende functies niet verder in hun bedrijfsvoering belemmerd als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling.

5.7

Milieueffectrapportage (MER)

5.7.1

Normstelling

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig i s . Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd i s in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd i s in kolom 4 (besluiten).

In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit.

Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 34

5.7.2

Onderzoek en conclusie

Artikel 2.8 van de Wet Natuurbescherming Het plangebied ligt in voorliggend geval op circa 5,2 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Dwingelderveld'. Uit paragraaf 5.4.2 en uit de stikstofdepositieberekening in Bijlage 8 is gebleken dat de voorgenomen herontwikkeling niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake is van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Een nader onderzoek in de vorm van een passende beoordeling is niet noodzakelijk. Drempelwaarden Besluit m.e.r. Voor de ontwikkeling is een aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling opgesteld. Uit deze aanmeldnotitie is gebleken dat ten gevolge van het plan geen significant negatieve effecten op de omgeving zullen optreden. Voor een uitgebreide beschrijving van de milieueffecten wordt verwezen naar de aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling, opgenomen in Bijlage 10 bij deze toelichting. Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.

5.8

Luchtkwaliteit

5.8.1

Normstelling

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 5.1 weergegeven. Tabel 5.1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof stikstofdioxide (NO2 ) fijn stof (PM1 0) fijn stof (PM2,5)

Toetsing van jaargemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie

Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ 25 µg /m³

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die i s vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 35

vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m 2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m 2 bij twee ontsluitingswegen.

5.8.2

Onderzoek en conclusie

In paragraaf 5.8.1 zijn voorbeelden van de lijst met categorieën van gevallen opgenomen, die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Gelet op de aard en omvang van dit project (realisatie vijf woningen) in vergelijking met de voorgenoemde categorieën, kan worden aangenomen dat de voorliggende ontwikkeling 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Vorenstaande wordt tevens bevestigd door de NIBM tool zoals opgenomen in afbeelding 5.3. In de tool is voor de verkeersgegevens aangesloten bij de gegevens zoals opgenomen in paragraaf 5.10.

Afbeelding 5.3: Uitsnede NIBM-tool (Bron: InfoMil)

De voorliggende ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Tevens wordt opgemerkt dat de functie niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.9

Externe veiligheid

5.9.1

Normstelling

Het aspect Externe Veiligheid heeft te maken met de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen en de bescherming hiertegen. De veiligheidsrisico's worden uitgedrukt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is de berekende kans per jaar dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het groepsrisico (GR) is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Verder kunnen de veiligheidsrisico's worden verdeeld in risico's veroorzaakt door bedrijvigheid (inrichtingen) en in risico's veroorzaakt vanwege het transport (weg, spoor, water, buisleidingen) van gevaarlijke stoffen. Conform het nationale veiligheidsbeleid en de Visie externe veiligheid van de gemeente Hoogeveen is onderzoek verricht naar de veiligheidssituatie rondom het plangebied.

Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 36

5.9.2

Onderzoek en conclusie

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.4 is een uitsnede van de Risicokaart opgenomen. Het plangebied is hierin weergegeven met de blauwe ster.

Afbeelding 5.4: Uitsnede risicokaart (Bron: Atlas Leefomgeving)

De meest nabijgelegen risicobron betreft in voorliggend geval een buisleiding. Het betreft een gasleiding van de Gasunie met een uitwendige diameter van 1.220 milimeter en een maximale werkdruk van 66,2 bar heeft. Voor dergelijke buisleidingen ligt de 1% letaliteitsgrens op 540 meter en de 100% letaliteitsgrens op 210 meter. Het plangebied ligt op circa 280 meter ten oosten van de buisleiding en ligt daarmee binnen de 1% letaliteitsgrens. Aangezien er sprake is van het toevoegen van kwetsbare objecten, namelijk vijf woningen, is een beperkte verantwoording van het groepsrisico nodig. Of er al dan niet sprake is van een verhoging van het groepsrisico is afhankelijk van: de aanwezige populatiedichtheid; de op grond van het besluit te verwachten dichtheid van personen; het groepsrisico per kilometer buisleiding op het tijdstip waarop het besluit wordt vastgesteld en de bijdrage aan de hoogte van het groepsrisico van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten, vergeleken met de oriëntatiewaarde; de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de leiding(en) om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet.

Op basis van het 'handboek buisleidingen in bestemmingsplannen' wordt voor woningen een Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 37

gemiddelde van 2,54 personen per woning aangehouden. Bij de realisatie van vijf woningen dient er daarom rekening te worden gehouden met een toename van de personendichtheid met 12,7 (13) personen. Binnen een straal van een kilometer is de gehele kern van Fluitenberg gelegen. In deze kern wonen circa 390 personen. Met de voorliggende ontwikkeling zal dus geen sprake zijn van een toename van 10% van de aanwezige personendichtheid in de bestaande situatie. Ook zal de oriënterende waarde of 10% van deze waarde niet worden overschreden gezien de lage personendichtheid in het invloedsgebied. Er is dan ook geen sprake van een verhoging van het groepsrisico. Het plangebied is ten slotte goed bereikbaar voor hulpdiensten in geval van een calamiteit. De brandweer kan vanuit Hoogeveen binnen 5 minuten ter plaatse zijn en er zijn voldoende mogelijkheden om weg te vluchten van de risicobron. Er wordt aangenomen dat de bewoners van de te realiseren woning in eerste instantie zelfredzaam zijn dan wel in staat zijn een ander in veiligheid te brengen. Een nader onderzoek in het kader van externe veiligheid wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

5.10

Verkeer en parkeren

5.10.1 Normstelling Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat. Voor het berekenen van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie behorende bij voorliggende ontwikkeling wordt aangesloten bij de parkeernota gemeente Hoogeveen 2021. In deze nota zijn de parkeercijfers per functie weergegeven. De cijfers zijn gebaseerd op de CROW-publicatie 'Toekomstbestendig parkeren (publicatie 381, december 2018). De kencijfers van het CROW zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. De gemeente Hoogeveen hanteert de minimumnorm. De gemeente Hoogeveen hanteert geen eigen kencijfers voor het aspect verkeersgeneratie. De verkeersgeneratie als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt daarom aan de hand van dezelfde publicatie van de CROW berekend.

5.10.2 Onderzoek en conclusie De voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van vijf woningen in de kern van Fluitenberg, gemeente Hoogeveen. Voor het berekenen van de bijbehorende parkeerbehoefte en verkeersgeneratie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. b. c.

Functie: Koop, huis, vrijstaand; Verstedelijkingsgraad: matig stedelijk (Gemeente Hoogeveen/CBS Statline); Stedelijke zone: rest bebouwde kom.

Parkeerbehoefte en verkeersgeneratie Op basis van de bovenstaande uitgangspunten geldt een parkeerbehoefte van 1,8 per woning. In het stedenbouwkundig ontwerp zoals opgenomen in Hoofdstuk 4 en in Bijlage 2 is te zien dat op eigen terrein wordt voorzien in de parkeerbehoefte, aangezien elke woning wordt voorzien van een oprijlaan met ruimte voor twee auto's. Ten aanzien van het aspect verkeersgeneratie geldt op basis van de te hanteren uitgangspunten dat per vrijstaande woning 8,2 verkeersbewegingen worden gegenereerd. De totale verkeersgeneratie bedraagt daarom 8,2*5 = 41. De verkeersbewegingen worden in voorliggend geval via de Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 38

Schoolstraat ontsloten op de Fluitenbergseweg. Vanaf hier zal het verkeer zich voornamelijk in oostelijke en westelijke richting bewegen. De genoemde wegen zijn van ruim voldoende omvang om de extra verkeersgeneratie veilig en eenvoudig af te wikkelen. De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling zal niet tot enige belemmeringen in het kader van verkeersveiligheid leiden.

5.11

Duurzaamheid

5.11.1 Normstelling De gemeente Hoogeveen heeft haar ambitie op het gebied van duurzaamheid verwoord in het klimaatbeleid en de Milieuvisie. In het klimaatbeleid is de ambitie uitgesproken om in 2040 als gehele gemeente CO2-neutraal te willen zijn. Door bij nieuwe ontwikkelingen duurzaamheid reeds in de ontwerp- en bouwfase mee te nemen kan optimaal invulling worden gegeven aan de duurzaamheidsdoelstelling. Voor bestaande bouw kunnen er ook duurzaamheidsmaatregelen getroffen worden. De gemeente stimuleert het duurzaam verbouwen van bestaande woningen door middel van het verstrekken van een duurzaamheidslening. In de verordening 'Duurzaamheidslening gemeente Hoogeveen 2016' staan de voorwaarden vermeld om in aanmerking te kunnen komen voor een dergelijke lening. Tot de duurzaamheidsmaatregelen waarvoor een duurzaamheidslening kan worden toegekend, behoren energiebesparende en waterbesparende maatregelen, duurzame opwekking van energie en de stimulering van de biodiversiteit, zoals het aanbrengen van een vegetatiedak of vogelvides. Ook kunnen de particulieren, die hun woning energiezuiniger willen maken, gratis een energiescan laten opstellen. Hierbij wordt voornamelijk gekeken naar de 'schil' van de woning, de verwarmingsinstallatie, verlichting, ventilatie en het gebruik van elektrische apparatuur. De mogelijk te treffen haalbare maatregelen worden opgenomen in de energiescan.

5.11.2 Onderzoek en conclusie Voorliggende ontwikkeling voorziet in de nieuwbouw van vijf woningen. De woningen worden conform de Wet Voortgang Energietransitie (01-07-2018) gasloos gerealiseerd. Daarnaast is ruimte voor de aanleg van zonnepanelen op de daken en is het voornemen om de woningen met een groen dak te realiseren. De ontwikkeling houdt daarmee in voldoende mate rekening met het aspect duurzaamheid.

Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 39

Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 40

Hoofdstuk 6 6.1

Planbeschrijving

Juridisch systeem

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieuen omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is. In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012.

Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken.

6.2

Regels

De regels zijn vervat in artikelen die onderverdeeld zijn in vier delen. In de "Inleidende regels" zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In artikel 1 zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In artikel 2 is vastgelegd op welke wijze bouwhoogtes, afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. In de "Bestemmingsregels" zijn de bestemmingen en de gebruiks- en/of bebouwingsmogelijkheden van de betreffende gronden aangegeven. De bestemmingen zijn op alfabetische volgorde benoemd. Deze bestemmingsregels worden in paragraaf 6.3 nader uitgewerkt. In de "Algemene regels" staan artikelen benoemd die voor alle of meerdere bestemmingen gelden. Het betreffen onder andere de voor alle bestemmingen geldende bouw- en afwijkingsregels. De algemene afwijkingsregels zorgen voor enige verruiming ten behoeve van de flexibiliteit van het plan. Deze afwijkingen zijn niet specifiek op één bestemming gericht. Zij kunnen gebruikt worden ten aanzien van alle bestemmingen. In de "Overgangs- en slotregels" staan artikelen benoemd die voor alle voorgaande regels gelden.

Het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik is hierin geregeld alsmede de slotregel.

6.3

Verklaring van de bestemmingen

In dit bestemmingsplan komen drie bestemmingen voor, te weten 'Tuin', 'Verkeer' en 'Wonen'. De regels zijn gebaseerd op het geldende bestemmingsplan 'Fluitenberg 2018'. 'Tuin' Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 41

De voortuinen van de te realiseren woningen zijn voorzien van een tuinbestemming. Hiermee wordt ongewenste bebouwing voor de woning uitgesloten. De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, toegangspad, balkons en erkers ten behoeve van de aangrenzende woonbestemming en erkers. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van erkers. 'Verkeer' De oprijlaan die op de Schoolstraat uitkomt is in voorliggend geval voorzien van de bestemming 'Verkeer'. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor wegverkeer, voet- en rijwielpaden, groenvoorzieningen en parkeerterrein. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 'Wonen' De te realiseren woningen zijn voorzien van de bestemming 'Wonen' Deze gronden zijn bestemd voor woningen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf en aan- en uitbouwen en bijgebouwen. Ter plaatse van de woningen is een bouwvlak opgenomen. Hoofdgebouwen dienen binnen dit bouwvlak te worden gebouwd. Op de verbeelding is met een specifieke bouwaanduiding aangegeven dat de woningen vrijstaand dienen te worden gebouwd. Per bouwaanduiding zijn tevens de maatvoeringen voor de bouw- en goothoogte opgenomen. De maximale oppervlakte per hoofdgebouw bedraagt 150 m².

'Waarde - Archeologie 3' Het noordwestelijke deel van het plangebied behoudt op advies van de provincie Drenthe de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3.

Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 42

Hoofdstuk 7

7.1

Handhaving

Algemeen

Het bestemmingsplan wil een sturend instrument zijn voor de ruimtelijke en functionele inrichting van het plangebied. Aan de hand van de in het bestemmingsplan opgenomen regels worden voorgenomen activiteiten (activiteiten en gebruik van gronden) getoetst. Als blijkt dat in afwijking van de regels activiteiten plaatsvinden, is handhaving in enge zin aan de orde, gericht op het ongedaan maken van een overtreding. Handhaving is belangrijk om de sturing die het bestemmingsplan beoogt tot haar recht te laten komen.

7.2

Beleidskeuzen

De gemeenteraad van Hoogeveen heeft op 3 februari 2011 de Kadernota Toezicht en handhaving vastgesteld. De gemeenschappelijke handhavings- en gedoogstrategie fysieke leefomgeving provincie Drenthe behandelt alle Wabo-taken in de gemeente Hoogeveen. De afgelopen jaren is er veel veranderd en de komende jaren gaat er nog veel veranderen. Er vindt een verschuiving plaats van vergunningplicht naar steeds meer algemene regels in het Wabo-domein. Gevolg hiervan is dat er meer nadruk komt te liggen op de uitvoering van de handhaving.

7.3

Inzet gemeentelijk apparaat

De Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD) is de uitvoeringsorganisatie op het gebied van handhaving voor de gehele provincie. De RUD werkt op basis van de Drentse handhavings- en gedoogstrategie.

Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 43

Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 44

Hoofdstuk 8 8.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Op donderdag 2 juni 2022 heeft een inloopavond plaatsgevonden waarin de plannen zijn toegelicht aan de buurtbewoners. Ongeveer 40 tot 45 belangstellenden namen tijdens de avond kennis van de plannen, zowel potentiële kopers als omwonenden. Deze laatste groep was voornamelijk afkomstig uit de Schoolstraat. Op basis van de gegevens die zijn ontvingen via het reactieformulier is geconcludeerd dat de belangstellenden voor een kavel veelal uit Hoogeveen afkomstig zijn. De algemene reactie vanuit de buurt is positief te noemen. Met name de type woningen die worden gerealiseerd en het feit dat er aandacht wordt besteed voor het behouden van de groene eenheid, de zichtlijnen naar het buitengebied en het landschappelijk inpassen is goed ontvangen. Aandachtspunten betreffen voornamelijk de angst voor verstoring van flora en fauna en eventuele parkeerproblematiek. in dit bestemmingsplan is aangetoond dat deze omgevingsaspecten geen belemmering vormen voor de uitvoerbaarheid van het voornemen. Verder is het plan voorgelegd aan de vooroverlegpartners provincie, waterschap en de VRD. Op advies van de provincie Drenthe is de archeologie beter gewaardborgd door een bestemming 'Waard archeologie 3' op te nemen. Daarnaast leverde het vooroverleg geen bezwaren op die de planvorming in de weg zitten. Al met al wordt geconcludeerd dat het plan maatschappelijk gezien uitvoerbaar is.

8.2

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De voorgenomen ontwikkeling is een particulier initiatief. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Ten behoeve van deze ontwikkeling is een rood-voor-rood overeenkomst (anterieure overeenkomst) met de initiatiefnemer gesloten. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig.

Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 45

Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 46

Bijlagen toelichting

Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 47

Bijlage 1

Locatiepaspoort Fluitenberg-West

Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 48

Locatiepaspoort Fluitenberg - West Inleiding

In de Structuurvisie Hoogeveen 2.0 (2012) is een forse ruimtelijke opgave voor de kern van Hoogeveen gedefinieerd. Deze opgave ligt voor een groot deel in bestaande wijken en deels in de dorpen. Voor de verschillende (potentieel) beschikbare locaties zijn de relevante ontwikkelingsuitgangspunten in locatiepaspoorten vastgelegd.

Woontypologie en Functies • •

Doel

•

De gemeente Hoogeveen wil een aantrekkelijke woon-, werk- en verblijfsgemeente zijn. In dit locatiepaspoort zijn de belangrijkste kwaliteiten en ontwikkelingsuitgangspunten voor het gebied vastgelegd. Het gaat daarbij om de gemeentelijke ambities en het programma van eisen en wensen, zowel kwalitatief als kwantitatief. Het paspoort is gebaseerd op een analyse van het gebied in haar maatschappelijke en ruimtelijke context.

Bij de herontwikkeling van de plek liggen kansen om een aantrekkelijke entree van Fluitenberg te realiseren, met respect voor de zichtlijnen en het groen.

•

Status

Ontwerpuitgangspunten

•

Het locatiepaspoort is een document op basis waarvan initiatiefnemers plannen kunnen ontwikkelen. De gemeente is in principe bereid om haar bestemmingsplannen aan te passen danwel andersoortige overeenkomsten af te sluiten voor de ontwikkeling van deze locatie, wanneer het initiatief aan de gewenste kwaliteit voldoet. De initiatiefnemer moet zijn/haar plannen zelf toetsen aan de wet- en regelgeving. De exploitatie van de ontwikkeling komt eveneens geheel voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Het locatiepaspoort wordt in de trojka vastgesteld. Het is echter geen document waarover formele inspraak plaatsvindt. Er kunnen dan ook geen rechten aan worden ontleend. Het is een dynamisch sturingsinstrument waarmee de gemeente snel wil kunnen inspelen op actuele ontwikkelingen.

Ligging en gebiedskarakteristiek

Het gebied, is gelegen aan de oostzijde van het dorp Fluitenberg. De woning staat vlak voor de entree en het hart van het dorp Fluitenberg aan een oude weg die wordt begeleid met karakteristieke bomen. Aan de zuidzijde van de Fluitenbergseweg is in het verleden een aantal woningen gerealiseerd. Een kleinschalige ontwikkeling met vrijstaande woningen aan een doodlopende weg die wordt omsloten door royale en diepe tuinen. Dit gebied wordt ontsloten vanaf de Vijfhoek. De Vijfhoek is een straat met een ruim en groen profiel, deze weg gaat in zuidelijke richting over in het landschap (het beekdal). In noordelijke richting sluit ze aan op de Schoolstraat. Hier ligt het gebied. De locatie ligt op overgang van het buitengebied en de kern Fluitenberg en heeft gedeeltelijk een agrarische- en een woonbestemming. Het is een markante locatie die een belangrijke rol kan spelen in de wijze waarop bewoners en bezoekers de kern Fluitenberg binnenkomen en beleven. Ze is goed zichtbaar en beeldbepalend. De bestaande woning in het plangebied staat relatief dicht op de straat. Het profiel is hier relatief versteend (een brede inrit sluit aan op het fietspad langs de Fluitenbergseweg). Ook staan er enkele opstallen, schuurtjes, voor de rooilijn van deze woning.

Achter de woning staat een pand dat in gebruik is als bed & breakfast en daarachter ligt een tuin, die direct grenst aan een open en agrarisch gebied. Vanaf de Schoolstraat zijn aantrekkelijke doorzichten mogelijk naar het landschap.

Analysekaart

Grondgebonden woningbouw Woonfunctie draagt bij aan de woonbehoefte van het dorp Fluitenberg Ondergeschikte en kleinschalige recreatieve functies (overnachten/ bed- and breakfast)

Ontsluiting en parkeren

• • • • • • • •

Aantrekkelijke landschappelijke vormgeving van de randen en tuinen rondom Alzijdig aantrekkelijk vormgeven vanwege karakteristiek ligging nabij entree dorp en grenzend aan het open landschap Versterken zichtlijnen richting het landschap en hiervoor ruimte reserveren Royale onbebouwde groene profiel vanuit beekdal naar Schoolstraat doortrekken Nieuwe bebouwing vormt een aantrekkelijk ruimtelijk ensemble met de bestaande bebouwing aan de Fluitenbergseweg Ontwikkeling maakt doorkijkjes mogelijk vanaf de Schoolstraat in oostelijke richting Noord- en zuidzijde mogen verschillende sferen krijgen maar vormen samen een ruimtelijk ensemble; De woningen aan de noordzijde van de Schoolstraat zijn te gast in het landschap, samen met de terrassen en de gezamenlijke buitenruimtes.

•

Ontsluiting voor de auto mogelijk vanaf de zuidelijk Fluitenbergseweg danwel vanaf de oostelijke Schoolstraat Mogelijkheid doortrekken Schoolstraat openhouden in noordelijke en oostelijke richting Parkeren op eigen erf en parkeernorm conform CROW

Duurzaamheid

Hoogeveen kiest voor bouwen in de bestaande stad of dorpen, nabij de voorzieningen. Dat is een duurzame stedelijke ontwikkeling. Ook bij de uitwerking van het locatiepaspoort is een duurzame en klimaatbestendige ontwikkeling het uitgangspunt. Het gaat daarbij zowel om het zoeken naar de menselijke maat als om de functionaliteit (gebruikswaarde), de ruimtelijke kwaliteit (toekomstwaarde en aantrekkelijkheid) als om een duurzaam gebruik (comfort) en exploitatie (energie, grondstoffen en water). De maatvoering en afmeting van de openbare ruimten moet zijn afgestemd op de te ontwikkelen functies.

Overig

Nader onderzoek moet, afhankelijk van de invulling, worden verricht naar bodem, archeologie, ecologie, externe veiligheid, afval en geluid. Om wateroverlast te beperken moet voor iedere vierkante meter oppervlak die verhard wordt ten gevolge van de planontwikkeling (daken en bestrating), 25 liter regenwater opgevangen kunnen worden (berging)

Inspiratie

status:

TOP

13/12/21

TROJKA

B&W

Bijlage 2

Inrichtingsplan

Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 50

Inrichtingsplan Schoolstraat te Fluitenberg

17-05-2023

Concept | Fluitenberg Formaat A3 | 1:500

| 17-05-2023

,5m

11

N

Ontwerp | Fluitenberg Formaat A3 | 1:500

| 17-05-2023

Hoge Haag, tot maximaal 4 meter achter gevellijn hoofdgebouw

Lage hagen, uitgevoerd in begroeiing of gekloofde palen (alleen voor hoekpercelen noordzijde)

Lage hagen, uitgevoerd in begroeiing of gekloofde palen (alleen voor hoekpercelen noordzijde)

Bijgebouw in natuurlijke materialen, stijl passend bij woning

1

Waterberging

Landelijke haag

3

Optioneel groendak Hoge Haag

Beplanting

Landelijke haag

Luifel in natuurlijke materialen, stijl cf. woning, niet voorbij rooilijn

Beplanting

4

2

Half open verharding Lage hagen, uitgevoerd in begroeiing of gekloofde palen (alleen voor hoekpercelen noordzijde)

,5m

11

3 Landelijke haag

N

Referenties Fluitenberg Formaat A3 | 17-5-2023

3

2

1

waterberging op eigen perceel 1:100 Bestaande sloot transformeren naar greppel t.b.v. HWA

1m/NTB

4

1m

1,5m

terreindoorsnede 1:100 Onverharde berm voorzien van beplanting

haag

1

haag

0,6m 0,2m

2

vrijstaande schuurwoning met natuurlijke matterialen

groendak

Onverharde berm evt. vv. beplanting Wegdek bestraat

1m

7

2,5m

geschakelde woning als 1 volume

5m

1m

5

6

bijgebouw in natuurlijke materialen, stijl passend bij woning

luifel in natuurlijke materialen, stijl cf. woning, niet voorbij rooilijn

8

9

10

landelijke haag

half open verharding

lage hagen, uitgevoerd in begroeiing of gekloofde palen

Bijlage 3

Beeldkwaliteitsplan

Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 55

Beeldkwaliteitsplanparagraaf Schoolstraat te Fluitenberg

17-05-2023

Beeldkwaliteit | Schoolstraat Fluitenberg 17-05-2023

Dit document heeft betrekking op de ontwikkeling van woningbouw op het perceel, ten noorden van de Fluitenbergseweg 72 te Fluitenberg (HGV00‐U‐745). Vertrekpunt voor deze paragraaf is de inrichtingstekening van het perceel, opgesteld in samenspraak met toenmalige opdrachtgever en gemeente. De huidige locatie heeft een agrarische bestemming. Om op dit perceel woningbouw toe te staan, is het van belang dat hierin, naast de ruimtelijke ontwikkeling, ook kwaliteitseisen worden gesteld aan de beeldkwaliteit. Dit document zet, door middel van (referentie) beelden en tekstuele toelichting, de eisen uiteen.

Uitgangspunten zijn; • Aantrekkelijke landschappelijke vormgeving van de randen en tuinen rondom • Alzijdig aantrekkelijk vormgeven vanwege karakteristieke ligging nabij entree dorp en grenzend aan het open landschap • Versterken zichtlijnen richting het landschap en hiervoor ruimte reserveren • Royale onbebouwde groene profiel vanuit beekdal naar Schoolstraat doortrekken • Nieuwe bebouwing vormt een aantrekkelijk ruimtelijk ensemble met de bestaande bebouwing aan de Fluitenbergseweg • Ontwikkeling maakt doorkijkjes mogelijk vanaf de Schoolstraat in westelijke richting • Noord- en zuidzijde mogen verschillende sferen krijgen maar vormen samen een ruimtelijk ensemble • De woningen aan de noordzijde van schoolstraat zijn te gast in het landschap, samen met de terrassen en de gezamenlijke buitenruimtes. NB: Bij de beoordeling van een bouwplan kan het in bepaalde gevallen voorkomen dat de criteria opgenomen in dit beeldkwaliteitsplan ontoereikend zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een plan dat afwijkt van de criteria, maar vanwege de uitzonderlijke kwaliteiten toch positief wordt bevonden. Dan kunnen Burgemeester en Wethouders, eventueel na advies van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit, gemotiveerd afwijken van de riteria in dit beeldkwaliteitsplan.

Beeldkwaliteit | Schoolstraat Fluitenberg 17-05-2023

Beeldkwaliteit | Schoolstraat Fluitenberg 17-05-2023

KLEUR- EN MATERIAALGEBRUIK In kleur en materiaal gebruik wordt aansluiting gezocht bij het algehele beeld van het landelijke karakter / ‘wonen in een dorp’ en overgang tussen buitengebied en bebouwde kom. Het materiaalgebruik is ingetogen, eerlijk en doelmatig. De toepassing van een functioneel detail heeft de voorkeur, rollagen boven gevelopeningen en/of de toepassing van betonnen lateien. Het kleur gebruik is beheerst en in harmonie. Signaalkleuren zijn niet toegestaan Voor de zuidelijke woningen sluit het karakter voornamelijk aan bij de bestaande bebouwing. Gevels worden hoofdzakelijk in een rood/bruine baksteen met lichte of donkere voeg uitgevoerd. Trasramen en/of bijzondere vlakken in het metselwerk worden in donkere effen steen uitgevoerd, in een kleur aansluitend op de nuancering van de gevelsteen. Voor de noordelijke woningen sluit het karakter meer aan bij de landelijke omgeving met het type schuurwoning. De gevels zijn voornamelijk bedekt met hout in een bruin of vergrijsde, gedekte en donkere tint. Gevelbekleding uitgevoerd in zink en metselwerk in natuurlijke kleuren zijn eveneens toegestaan. Trasramen worden uitgevoerd in donkere effen steen, in een kleur aansluitend op de kleur van het hout, zink of gevelsteen.

Zuidzijde

Noordzijde

Beeldkwaliteit | Schoolstraat Fluitenberg 17-05-2023

Materiaalgebruik

Vlakke dakpan

Zinken dak

Verholen goot

Groendak

De zuidelijke woningen worden gedekt met een vlakke keramische pan in de kleur bruin of donkergrijs/antraciet. Luifels, getimmerde goten, boeiboorden worden uitgevoerd in de kleur wit / licht grijs of gedekte tinten. De noordelijke woningen worden bij voorkeur voorzien van een dak uitgevoerd in zink (of gewalst aluminum) of natuurlijke materialen zoals een groendak. Ook is een dak gedekt met een vlakke keramische pan in de kleur bruin of donkergrijs/antraciet toegestaan. De goot is in het geval van een rieten kap afwezig. Anderzijds verdekt uitgevoerd Dakkapellen, erkers en gevelaccenten worden uitgevoerd met een markante detaillering en in een hoogwaardig materiaal. Bij toepassing van zonnepanelen worden deze op passende wijze opgenomen in de vormgeving en detaillering van het dakvlak.

Beeldkwaliteit | Schoolstraat Fluitenberg 17-5-2023

Referentiebeelden zijn indicatief en dienen alleen voor de beeldvorming (vorm, materiaalgebruik). De toekomstige woningen kunnen in de afmeting en compositie afwijken van de referentiebeelden.

Woninigen noordzijde Verlengde Schoolstraat

Woninigen zuidzijde Verlengde Schoolstraat

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek

Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp

NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 62

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl

oktober ’21

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Fluitenbergseweg achter nr. 72 te Fluitenberg

Projectnummer:

21-M10039

Opdrachtgever:

BJZ.nu

Datum:

20 oktober 2021

0

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Fluitenbergseweg achter nr. 72 te Fluitenberg

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Fluitenbergseweg achter nr. 72 te Fluitenberg

datum

20 oktober 2021

projectnummer

21-M10039

in opdracht van

BJZ.nu Twentepoort Oost 16 7609 RG Almelo

uitgevoerd door

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.

oktober ’21

1

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Fluitenbergseweg achter nr. 72 te Fluitenberg

Inhoudsopgave 1

2

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1

Algemeen................................................................................................................................. 3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3

1.3

Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3

1.4

Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4

1.5

Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4

VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1

3

4

Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 12

VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 14 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 14

3.2

Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 15

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 17 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 17

4.2

Toetsingscriteria .................................................................................................................... 18

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 19

4.3.1

Milieuhygiënische kwaliteit grond ...................................................................................... 19

4.3.2

Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ............................................................................. 22

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 24

6

LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 29

7

COLOFON ...................................................................................................................................... 30

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring

oktober ’21

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Fluitenbergseweg achter nr. 72 te Fluitenberg

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van BJZ.nu is in september 2021 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een deel van de locatie gelegen aan de Fluitenbergseweg achter nr. 72 te Fluitenberg (gemeente Hoogeveen). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande nieuwbouw van een vijf woningen op de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

oktober ’21

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Fluitenbergseweg achter nr. 72 te Fluitenberg

1.4

Referentiekader van het onderzoek

Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek, (hoofdstuk 2)  veldonderzoek, (hoofdstuk 3)  chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4)  conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

oktober ’21

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Fluitenbergseweg achter nr. 72 te Fluitenberg

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens

Aanleiding tot vooronderzoek

Eigendomssituatie

A 0

B 0

C

D

Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

F

G

✓

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

E

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0 ✓

✓

Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?

✓

✓

✓

✓

✓

5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

oktober ’21

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Fluitenbergseweg achter nr. 72 te Fluitenberg

aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande eigendomsoverdracht van en de geplande nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Hoogeveen (email d.d. 01-09-2021); • informatie van het Geoportaal van de provincie Drenthe; • Bodemloket.nl; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14099420/1