Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN
Fluitenberg 2018 deelplan Schoolstraat westzijde
ontwerp
Bestemmingsplan Fluitenberg 2018, Deelplan Schoolstraat Westzijde Gemeente Hoogeveen Status: Ontwerp Datum: IMRO-Idn: NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02
Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02, Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde
_____________________________________________________________________________________ Status voorontwerp ontwerp vastgesteld onherroepelijk
datum besluit B&W / Raad
publicatiedatum
inzagetermijn
12 dec. 2023
20 dec. 2023
21 dec. t/m 31 jan. 2024
_____________________________________________________________________________________
Vaststellingsbesluit
...........................................................................
Raad van State (onherroepelijk)
...........................................................................
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Opgave bestemmingsplan Opbouw toelichting
7 7 7
Hoofdstuk 2
Huidige situatie
9
Plangebied Vigerend recht Ruimtelijke structuur plangebied Functionele structuur plangebied
9 9 10 11
Hoofdstuk 3
Beleidskader
13
3.1 3.2 3.3 3.4
Europees beleid Rijksbeleid Provinciaalbeleid Gemeentelijk beleid
13 13 15 18
2.1 2.2 2.3 2.4
Hoofdstuk 4 Gewenste ontwikkeling en uitgangspunten 4.1 4.2
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3
Hoofdstuk 8 8.1 8.2
Landschappelijkeinpassing Beeldkwaliteit
23 24
Omgevingsaspecten
25
Bodem Archeologie en Cultuurhistorie Water Natuur en Ecologie Geluid Milieuzonering bedrijven Milieueffectrapportage (MER) Luchtkwaliteit Externe veiligheid Verkeer en parkeren Duurzaamheid
25 26 27 31 32 33 34 35 36 38 39
Planbeschrijving
41
Juridisch systeem Regels Verklaring van de bestemmingen
41 41 41
Handhaving
43
Algemeen Beleidskeuzen Inzet gemeentelijk apparaat
43 43 43
Uitvoerbaarheid
45
Maatschappelijkeuitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid
45 45
Bijlagen toelichting
47
Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
23
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 2
Bijlage 1 LocatiepaspoortFluitenberg-West Bijlage 2 Inrichtingsplan Bijlage 3 Beeldkwaliteitsplan Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 5 Archeologisch onderzoek Bijlage 6 Watertoets Bijlage 7 UitgangspuntennotitieWaterschap Bijlage 8 Onderzoek stikstofdepositie Bijlage 9 Quickscan flora en fauna Bijlage 10 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
48 50 55 62 121 160 165 172 197 229
Regels
239
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Artikel 1 Artikel 2
Hoofdstuk 2
240 244
Bestemmingsregels
245
Tuin Verkeer Wonen Waarde - Archeologie 3
245 246 247 249
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Hoofdstuk 4
240
Begrippen Wijze van meten
Anti-dubbeltelregel Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels
Overgangs- en slotregels
Artikel 11 Artikel 12
Overgangsrecht Slotregel
250 250 251 252 253
254 254 256
Bijlagen regels
257
Bijlage 1
259
Parkeernota Hoogeveen
Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 3
Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 4
Toelichting
Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 5
Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 6
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op een onbebouwd agrarisch perceel ten noorden van het woonperceel aan de Fluitenbergseweg 72 te Fluitenberg. Het voornemen is om op het onbebouwde perceel drie vrijstaande en twee geschakelde woningen te realiseren. Op basis van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Fluitenberg 2018" is het plangebied voorzien van een agrarische bestemming. De voorgenomen herontwikkeling van deze locatie ten behoeve van een vijftal woningen is daarom niet in overeenstemming met het geldende planologische regime. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, is een herziening van het bestemmingsplan benodigd. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een actueel juridisch-planologisch kader om de ontwikkeling te realiseren en toont aan dat de ontwikkeling vanuit ruimtelijk oogpunt verantwoord is.
1.2
Opgave bestemmingsplan
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een juridisch planologisch kader op basis waarvan de vijf woningen gerealiseerd kunnen worden.
1.3
Opbouw toelichting
Achtereenvolgens komen na deze inleiding (hoofdstuk 1) de volgende onderwerpen aan bod: hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande situatie en benoemt de huidige planologische regels; hoofdstuk 3 bevat het beleidskader met relevant rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid; hoofdstuk 4 geeft de gewenste ontwikkeling en de uitgangspunten van het plan weer; hoofdstuk 5 gaat in op de randvoorwaarden en belemmeringen vanuit omgevings- en milieu aspecten, zoals bodem, geluid, luchtkwaliteit, water, etc.; hoofdstuk 6 gaat in op de planologische regels en de daarbij behorende verbeelding; hoofdstuk 7 gaat in op de handhaafbaarheidvan het bestemmingsplan; hoofdstuk 8 gaat in op de maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 7
Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 8
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie
Plangebied
Het plangebied ligt in het noordwesten van de kern van Fluitenberg. In afbeelding 2.1 is de ligging van het plangebied in Fluitenberg en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven. Het plangebied is aangeduid met de rode ster en rode contour.
Afbeelding 2.1: Ligging van het plangebied in Fluitenberg en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK)
2.2
Vigerend recht
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Fluitenberg 2008”. Dit bestemmingsplan is op 26 september 2019 door de gemeenteraad van Hoogeveen vastgesteld. Daarnaast geldt ter plaatse ook het bestemmingsplan “kernen Hoogeveen, parapluherziening aanen bijgebouwenregeling", die op 15 mei 2014 is vastgesteld. Afbeelding 2.2 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij het geldende bestemmingsplan. Hierin is het plangebied met de rode contour aangegeven. Het plangebied is voorzien van de enkelbestemming 'Agrarisch' en dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'.
Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 9
Afbeelding 2.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Fluitenberg 2018" (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
De gronden binnen het plangebied zijn in hoofdzaak bestemd voor agrarisch gebruik, waardoor de realisatie van vijf woningen in strijd is met het bestemmingsplan.
2.3
Ruimtelijke structuur plangebied
Het plangebied ligt ten noorden van de woning aan de Fluitenbergseweg 72. Deze woning staat vlak voor de entree en het hart van het dorp Fluitenberg aan de Fluitenbergseweg. Dit betreft een oude weg die wordt begeleid met karakteristieke bomen. De Fluitenbergseweg wordt aan de noordzijde ontsloten door de Schoolstraat, waaraan het plangebied zich bevindt. Aan de zuidzijde wordt de Fluitenbergseweg ontsloten door de Vijfhoek. De Vijfhoek is een straat met een ruim en groen profiel, deze weg gaat in zuidelijke richting over in het landschap (het beekdal). Het plangebied ligt op de overgang van het buitengebied en de kern Fluitenberg en bestaat uit onbebouwde agrarische gronden. Direct ten zuiden van het plangebied staat een pand dat in gebruik is als bed & breakfast behorende bij de woning aan de Fluitenbergseweg 72. In afbeelding 2.3 is middels een luchtfoto de huidige situatie van het plangebied (rode contour) weergegeven.
Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 10
Afbeelding 2.3: Luchtfoto plangebied (Bron: PDOK)
2.4
Functionele structuur plangebied
Het plangebied ligt in de kern van Fluitenberg, waar de functionele structuur voornamelijk wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van woningen. Aan de Schoolstraat bevinden zich uitsluitend vrijstaande woningen met tuin. Vanwege de ligging op de overgang tussen de kern van Fluitenberg en het buitengebied is ook de agrarische functie sterk aanwezig in de directe omgeving van het plangebied.
Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 11
Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 12
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Europees beleid
3.1.1
Verdrag van Malta
In 1992 werd het Europese Verdrag van Valletta (Malta) ondertekend door een groot aantal EU-landen, waaronder Nederland, met als doel om het (Europese) archeologische erfgoed veilig te stellen. De ondertekenaars hebben zich verplicht, archeologische belangen tijdig te betrekken bij de ruimtelijke planvorming voor woningbouw, landinrichting, wegenaanleg en dergelijke. Het beleid is gericht op het behoud van de archeologische waarden in de bodem en de planologische bescherming van waardevolle archeologische vindplaatsen. De uitgangspunten van het verdrag zijn op nationaal niveau uitgewerkt in de Erfgoedwet. Voor archeologische waarden geldt de wettelijke verplichting om bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten monumenten. De gronden vallende binnen dit plan zijn getoetst aan de archeologische wet- en regelgeving. Voor de toetsing wordt verwezen naar paragraaf 5.2.
3.1.2
Wet natuurbescherming
De laatste tijd ondervindt de ruimtelijke ordening steeds meer invloed van het Europese beleid. In het bijzonder geldt dit voor de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Bij het opstellen van bestemmingsplannen wordt aandacht gevraagd voor het veiligstellen van de beschermde flora en fauna. Sinds 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. De gronden vallende binnen dit plan zijn aan deze wet getoetst. Voor de toetsing wordt verwezen naar paragraaf 5.4.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale omgevingsvisie
Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Dit is nodig om de opgenomen doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 13
meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde.
Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. Geconstateerd wordt dat het voorliggende bestemmingsplan "Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat oostzijde" vanwege de aard en omvang van de ontwikkeling geen rijksbelangen raakt. De ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de uitgangspunten zoals geformuleerd in de NOVI.
3.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het kabinet heeft in de SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen moet worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze zijn bedoeld om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. In het Barro zijn geen specifieke regels opgenomen voor het onderhavig plangebied.
3.2.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Daarin is in artikel 3.1.6 een lid 2 ingevoegd waarin een motiveringsplicht is opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen (inclusief detailhandel) in bestemmingsplannen. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. In het gewijzigde Bro, van kracht sinds 1 juli 2017, is artikel 3.1.6, lid 2 gewijzigd in: "De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied". Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 14
Nieuwe stedelijke ontwikkeling De eerste vraag die beantwoord moet worden is of de ontwikkeling waarvoor dit bestemmingsplan opgesteld is aan te merken is als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. 11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 ECLI:NL:RVS:2015:2921); 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS ECLI:NL:RVS:2015:953).
september
2015;
25
2015;
maart
Zoals hiervoor beschreven wordt door RvS een woningbouwontwikkeling tot en met 11 woningen niet gezien als een stedelijke ontwikkeling. Gelet op het feit dat de voorgenomen ontwikkeling uitgaat van de realisatie van vijf woningen, is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Het toetsen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking kan daarom ook op dit onderdeel achterwege worden gelaten.
3.3
Provinciaal beleid
Provinciale Staten hebben op 3 oktober 2018 de Omgevingsvisie- en Omgevingsverordening Drenthe 2018 vastgesteld. Hierna wordt op beide documenten nader ingegaan.
3.3.1
Omgevingsvisie Drenthe 2018
De Omgevingsvisie is voor Drenthe een centraal visiedocument. Deze Omgevingsvisie is het strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De ambitie ziet toe op het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe passend bij deze kernkwaliteiten. Deze ambitie vormt het hart van ons beleid waarmee wordt ingezet op ‘ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit’, mede vanuit de wetenschap dat landschapskwaliteit een belangrijke vestigingsfactor is. In de omgevingsvisie worden zes verschillende kernkwaliteiten benoemd die de Drentse ruimtelijke identiteit inhoud geven. Het gaat om landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Het plangebied is op de visiekaart niet voorzien van een nadere aanduiding. Wel is het plangebied aangeduid op de kernkwaliteitenkaarten voor wat betreft de aspecten: 'Landschap': esdorpenlandschap; 'Cultuurhistorie' - deelgebied 6: de velden in Centraal Drenthe - van nut maken van de stille heide; 'Archeologie' - beschermingsniveau 1 generiek (archeologie); 'Aardkundige waarde' - beschermingsniveau middel (aw).
Hierna wordt puntsgewijs op de betreffende kernkwaliteiten ingegaan en wordt hieraan getoetst. 'Landschap' - Esdorpenlandschap Kenmerken van het landschapstype Het Drents plateau bestaat voornamelijk uit esdorpenlandschap. Dit landschapstype bevat enkele telkens terugkerende onderdelen, namelijk het dorp, de es, het beekdal en de velden/bossen/heide. Het esdorpenlandschap is een agrarisch cultuurlandschap ten voeten uit. Elk onderdeel van het landschap komt voort uit het agrarisch gebruik en is gerelateerd aan het functioneren van de lokale agrarische dorpsgemeenschap, met de boermarken als het oorspronkelijke gezag. De esdorpen vormen vanouds de ontginningsbasis van het landschap. Ze liggen veelal op landschappelijke overgangen van nat (beekdal) naar droog (es/heide/bos). Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 15
Kenmerken van de nederzetting Het landelijke gebied dringt tot diep in de dorpstructuur door. De brink vormt nu vaak het centrum van het dorp. De brinken waren (zijn) beplant met opgaande bomen, veelal eiken. Rond de brink werden de boerderijen gegroepeerd. Brinken lagen van oorsprong aan de rand van het dorp. De open ruimten worden gevormd door één of meer brinken, erven, kleine akkers en weilanden tussen de bebouwing. Van oudsher is er een functionele samenhang tussen deze ruimten en de bebouwing. Het wegenpatroon is een vervlechting van bochtige wegen, bestaande uit één of enkele doorgaande wegen en enkele minder belangrijke wegen die daarop aansluiten. De nu nog zichtbare klinkerbestrating is hiervoor kenmerkend. Waar het nog gaaf is, maakt het dorpssilhouet de indruk van een hoogstaand bos met daartussen en aan de randen lage dorpsbebouwing. De bebouwing is landelijk van karakter en bestaat vooral uit typische boerderijen die schijnbaar willekeurig geplaatst zijn. Soms steekt een kerktoren of molen boven het silhouet uit. Provinciaal belang Van provinciaal belang zijn de essen en de beekdalen. De essen betreffen de voor het esdorpenlandschap kenmerkende open ruimtes die veelal zijn omgeven met esrandbeplanting. De beekdalen betreffen de onbebouwde gebieden met kleinschalige beplantingstructuren en beekdal(rand)beplanting.
Het provinciaal beleid is gericht op het behoud van de open ruimte en het versterken van esrandbeplanting en het behoud van het onbebouwde karakter en het versterken van karakteristieke beekdal(rand)beplanting. Toetsing Het plangebied betreft een onbebouwd gedeelte binnen het esdorpenlandschap. De esdorpen vormen vanouds de ontginningsbasis van het landschap. Deze liggen veelal op landschappelijke overgangen. Bij het plangebied is dit eveneens het geval. De Zuidzijde van de Schoolstraat kent een lintbebouwing. De noordzijde van de Schoolstraat is onbebouwd. Het lint aan de Zuidzijde van de Schoolstraat wordt verlengd door een nieuw volume, waarin 2 woningen zijn bedacht, welke grofweg de afmetingen overneemt van de bestaande woning aan de Fluitenbergseweg 72A. Hierdoor wordt de bebouwde kom duidelijk begrensd. De 3 te realiseren woningen aan de noordzijde van de Schoolstraat zijn beperkt van formaat en zijn in materialisering afgestemd op de (vaak agrarische) schuren uit de omgeving, onder andere de boerderij aan de Schoolstraat 8. Daarnaast zijn de vrijstaande woningen versprongen van elkaar gesitueerd, waardoor er zichtlijnen behouden blijven én het niet als een massief geheel oogt bij het binnenrijden van de verlengde Schoolstraat.
De kavelgrens aan de oostzijde van de nieuwe vrijstaande woningen wordt voorzien van een landelijke haag, om zo de inpassing en overgang naar het buitengebied verder te bevorderen. Op deze manier wordt de openheid tussen de zuidelijke lintbebouwing en het noordelijke ontginningslandschap behouden. Bovenstaande kenmerken zijn tevens verwerkt in een locatiepaspoort, die zijn vertaald in een aantal ontwerpuitgangspunten (zie Bijlage 1) om de woningen op een aantrekkelijke wijze landschappelijk in te passen en als het ware 'te gast' te laten zijn in het landschap. Op basis hiervan is het stedenbouwkundig plan zoals opgenomen in Bijlage 2 opgesteld waarin de maatregelen ten aanzien van landschap, waterberging en de locatie van de woningen bepaald. Geconcludeerd wordt dat het voornemen passend is binnen de landschappelijke voorwaarden zoals bepaald voor dit gebied. 'Cultuurhistorie' - deelgebied 6: de velden in centraal Drenthe - van nut maken van de stille heide Omgevingsbeeld De structuur van dit gebied wordt gedomineerd door de twee grote bos- en heidegebieden van het Dwingelderveld en bij Hooghalen, door de beekdalen van de Elperstroom en de Westerborkerstroom met de daarbij gelegen esdorpen die al in de middeleeuwen zijn ontstaan. De twee bos- en heidegebieden zijn aangelegd met de karakteristieke padenstructuur van Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 16
boswachterijen en stuifzandbossen. Ze bevatten ook vele sporen van de tijd ervoor en erna, zoals (pre-)historische routes en grenzen en jongere ingrepen uit en na de Tweede Wereldoorlog, zoals de radiotelescoop van Dwingeloo en de sporen van Kamp Westerbork. Bijzonder is de ligging van het (Nationaal Park) Dwingelderveld als oude gemeenschapsgrond te midden van een krans van esdorpen. De smalle en soms duidelijk begrensde beekdalen van de Elper- en Westerborkerstroom hebben een sterke ruimtelijke relatie met de ernaast gelegen dorpen. Ambitie Richtinggevend voor dit deelgebied is het herkenbaar houden van de samenhang van twee bos- en heidegebieden met de nabijgelegen esdorpen. De bos- en heidegebieden van het Dwingelderveld en van Hooghalen zijn een resultante van de ontginning van de woeste gronden rond de esdorpen. Sturing: Respecteren Bij ontwikkelingen ligt de inzet bij het waarborgen van de cultuurhistorische samenhang voor de toekomst. Initiatiefnemers hebben de verantwoordelijkheid om de cultuurhistorische hoofdstructuur als inspiratiebron te benutten voor ontwikkelingen. Toetsing De hiervoor beschreven cultuurhistorische waarden ontbreken ter plaatse van het plangebied. Het Dwingelderveld is op ruim 5 kilometer afstand gelegen van het plangebied. Ten aanzien van de cultuurhistorische waarden ter plaatse wordt verwezen naar paragraaf 5.2 van deze toelichting.
Geconcludeerd wordt dat de kernkwaliteit 'cultuurhistorie' zoals geformuleerd in de Omgevingsvisie Drenthe geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het voornemen. 'Archeologie' - beschermingsniveau 1 generiek (archeologie); Het beschermingsniveau Generiek richt zich op het algemene uitgangspunt dat alle behoudenswaardig archeologische vindplaatsen (waarden) die op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van Drenthe staan en de nieuw ontdekte behoudenswaardige vindplaatsen niet ongezien kunnen verdwijnen. Toetsing Verwezen wordt naar paragraaf 5.2 waar nader wordt ingegaan op het aspect archeologie. Op basis van het geldende archeologische beleid is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Naar aanleiding van deze resultaten wordt het plangebied vrijgegeven voor wat betreft het aspect 'archeologie'. 'Aardkundige waarde' - beschermingsniveau middelhoog (aw) Het beschermingsniveau voor aardkundige waarden ter plaatse is middelhoog, dat wil zeggen dat de provincie de kenmerken van het aardkundig hoofdlandschap, hier keileemplateau, in stand wil houden. Op de rand van het perceel ligt een droogdal waar in het geval van zware regenbuien sprake kan zijn van wateroverlast. Toetsing Voorliggende ontwikkeling is niet in strijd met de kenmerken van het aardkundig hooglandschap.
Verwezen wordt naar subparagraaf 5.2 waar nader wordt ingegaan op de aspecten archeologie en cultuurhistorie. Voor de beoordeling van eventuele wateroverlast ter plaatse wordt verwezen naar paragraaf 5.3. Wonen Naast de kernkwaliteiten is tevens het beleid op het gebied van wonen van belang. Voor wat betreft wonen heeft de provincie de ambitie om Drenthe als woonprovincie aantrekkelijker te maken met gevarieerde en leefbare woonmilieus, die voorzien in de woonvraag. De provincie verwacht dat Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 17
gemeenten een gemeentelijke woonvisie opstellen en dat de lokale visies in een bovenlokale strategie, een regionale woonvisie wordt vervat. Het plan vindt plaats binnen het bestaand stedelijk gebied van Fluitenberg. Met de ontwikkeling wordt voorzien aan de woningbehoefte in het dorp Fluitenberg. Binnen dit dorp is hoofdzakelijk behoefte aan grondgebonden woningen. Voor wat betreft de toetsing aan de gemeentelijke woonvisie wordt verwezen naar 3.4.4. Ten aanzien van de in de Omgevingsvisie genoemde milieuaspecten als water, bodem, luchtkwaliteit, geluid- en geurhinder en externe veiligheid heeft er een nadere beoordeling plaatsgevonden. Voor een nadere uitwerking wordt verwezen naar hoofdstuk 5.
3.3.2
Omgevingsverordening Drenthe 2018
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is uitsluitend artikel 2.17, lid 1 (woningbouw) van de Omgevingsverordening Drenthe 2018 noemenswaardig. Hierna is het betreffende artikel opgenomen. Artikel 2.17 Woningbouw 1.
Een ruimtelijk plan kan voorzien in nieuwe woningbouw mits de behoefte op basis van de gemeentelijke woonvisie kan worden aangetoond en aansluit bij bestaand stedelijk gebied. De gemeentelijke woonvisie ten aanzien van de woningvoorraad: a. draagt bij aan balans tussen vraag en aanbod in de gehele Drentse woningvoorraad op de lange termijn en i s hiertoe afgestemd binnen de woningmarktregio's; b. benoemt tenminste de kwaliteit, kwantiteit, doelgroepen, duurzaamheid, kernenstructuur; c. schetst de opgaven in de bestaande woningvoorraad; d. geeft aan op welk wijze balans op lange termijn wordt gerealiseerd; e. geeft een lange termijn beeld.
Het plan voorziet in de realisatie van vijf woningen, waarvan de behoefte is aangetoond aan de hand van de gemeentelijke woonvisie. Kortheidshalve wordt verwezen naar subparagraaf 3.4.4. Daarnaast ligt het plangebied in de kern van Fluitenberg en gaan de woningen aansluiten op het bestaand stedelijk gebied. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met artikel 2.17 van de Omgevingsverordening Drenthe 2018.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie Hoogeveen 2015-2030
Als vervolg op de Toekomstvisie is op 23 december 2014 door de gemeenteraad de Structuurvisie Hoogeveen 2015–2030 vastgesteld. Deze Structuurvisie is eigenlijk de ruimtelijke vertaling van de Toekomstvisie. Hij spreekt zich uit over de ruimtelijke ontwikkeling van de gehele gemeente en beschrijft de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten voor het buitengebied, de dorpen en de stad. De Structuurvisie is een voorbeeld van planning van onderop, vanuit het lokale denken. De Structuurvisie gaat in op verschillende onderdelen van de stad. Daarbij is een volgorde van binnen naar buiten aangehouden, vanuit het hart naar de stadsranden. De doelstelling is primair om het aantrekkelijke winkelbestand voor de toekomst te waarborgen door een prettiger verblijfsklimaat te scheppen. In de Structuurvisie wordt niet expliciet ingegaan op de verschillende woonwijken die rondom het centrum liggen. De herstructurering van de oudere wijken wordt beschouwd als een autonoom proces, dat zich geleidelijk en over vele jaren zal voltrekken. Het woonprogramma wordt hierin uiteindelijk uitgewerkt, vanuit een onderbouwing in de Woonvisie 2011 – 2020. De Structuurvisie beschrijft hiervoor de ruimtelijke kaders en de uitgangspunten voor het proces van herstructurering, die neerkomen op het toepassen van maatwerk. Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 18
De visie op het wonen vanuit de Structuurvisie 2004, is daarentegen gericht op het verbeteren van de bestaande woningvoorraad en op het aanbieden van nieuwe woonmilieus in de stad, de dorpen en in het landelijk gebied. De aandacht voor de woonopgave verschuift van kwantiteit naar kwaliteit. De focus van woningbouw ligt de komende jaren op de stad. Daarnaast wordt gekozen voor geconcentreerde groei bij de dorpen en in het landelijk gebied. De marktvraag bepaalt uiteindelijk welke woningen op welke beschikbare locatie, hoeveel en in welk tempo gebouwd gaat worden. Met de voorgenomen ontwikkeling worden vijf woningen toegevoegd in de kern Fluitenberg. Functioneel bestaat de directe omgeving voornamelijk uit vrijstaande grondgebonden woningen. De voorgenomen ontwikkeling sluit goed aan bij deze functionele structuur. In de structuurvisie is verder aangegeven dat voor wat betreft woningbouw wordt gekozen voor geconcentreerde groei in dorpen, waarbij de marktvraag bepalend is voor het aanbod. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt tegemoet gekomen aan een concrete vraag naar grondgebonden woningen op een aantrekkelijke locatie aan de rand van de kern van Fluitenberg. De kern is aangewezen als bestaand stedelijk gebied. Ruimtelijk is het plangebied daarmee een geschikte locatie voor woningbouw.
Middels de ontwerpuitgangspunten worden de woningen op een dusdanig kwalitatieve manier ingepast dat er sprake zal zijn van een aanzienlijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van dit deel van Fluitenberg. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling passend is bij de Structuurvisie Hoogeveen 2015-2030.
3.4.2
Structuurvisie Hoogeveen 2.0
De Structuurvisie uit 2004 is nog steeds een inspirerende, ambitieuze, integrale ruimtelijke visie, die in stand blijft en met “Structuurvisie Hoogeveen 2.0” op onderdelen wordt bijgesteld. De visie geeft aan hoe Hoogeveen tot 2030 omgaat met thema's als wonen, voorzieningen, bedrijvigheid, bereikbaarheid, landschap en duurzaamheid. Duurzame kwaliteit is en blijft daarbij de rode draad. Voor de voorliggende ontwikkeling zijn met name de thema's wonen en landschap van belang. Wonen De geactualiseerde structuurvisie is op 13 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. In de visie kiest Hoogeveen voor beheerste groei waarbij de focus van woningbouw ligt op inbreiding in de stad. Daarnaast wordt gekozen voor geconcentreerde groei bij de dorpen en het landelijke gebied, passend bij de vraag. Voor het landelijk wonen zijn er kansen in de landgoederenzone en de kanalenzone. Landschap De ambitie uit 2004 blijft van kracht: Hoogeveen wil de verborgen kwaliteiten en waarden van landschap, dorpen en stad aan de oppervlakte brengen en versterken. Toetsing Op basis van de Structuurvisie 2.0 ligt de focus van woningbouw op inbreiding in de stad en geconcentreerde groei van dorpen. Het plangebied is hierbij aangewezen als bestaand stedelijk gebied. Het plangebied is dan ook een geschikte locatie voor een kleinschalige uitbreiding van de kern Fluitenberg.
Met voorliggend plan wordt hierin voorzien. Het plangebied ligt op een landschappelijk gezien waardevolle locatie vanwege de ligging op de overgang van de woonkern naar het buitengebied. Voorafgaand aan de planvorming zijn de landschappelijk waardevolle kenmerken daarom vervat in een door de gemeente opgesteld locatiepaspoort met ontwerpuitgangspunten voor de voorgenomen ontwikkeling. Hiervoor wordt verwezen naar Bijlage 1 en Hoofdstuk 4 van deze toelichting. Geconcludeerd wordt dat in voldoende mate rekening wordt gehouden met landschap ter plaatse en dat de ontwikkeling goed aansluit bij de uitgangspunten voor woningbouw zoals geformuleerd in de Structuurvisie 2.0.
Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 19
3.4.3
Toekomstvisie Hoogeveen
In april 2018 is de Toekomstvisie Hoogeveen vastgesteld door de gemeenteraad. Deze toekomstvisie met bijbehorende stukken is bedoeld als omgevingsvisie in het kader van de Omgevingswet. De structuurvisie (vastgesteld in 2004 en geactualiseerd in 2012) is nog steeds een inspirerende, ambitieuze, integrale ruimtelijke visie die volledig van kracht blijft. In de toekomstvisie Hoogeveen wordt ingegaan op ambities op het gebeid van wonen, voorzieningen, bedrijvigheid en bereikbaarheid, landschap en de opgave voor de fysieke leefomgeving. Met betrekking tot wonen wenst Hoogeveen een goede woongemeente te zijn waar iedereen een thuis vindt. Waarbij betaalbaar wonen voor iedereen mogelijk moet zijn. De focus wordt gelegd op het wonen in de kern Hoogeveen en de realisatie van aansprekende stedelijke woonmilieus, passend bij de vraag en met behoud van groene open ruimtes. Om aan deze toenemende vraag in de kern te voldoen wordt ook gekeken naar uitbreidingslocaties. In de dorpen ligt het accent op het uitvoeren van de huidige bouwplannen en bieden we ruimte voor specifieke woonwensen. Verder wenst Hoogeveen manieren te vinden om alle woningen sneller te verduurzamen en de bestaande buurten en dorpen aantrekkelijk te houden. Voorliggend plan voorziet in de toevoeging van vijf nieuwe woningen aan de rand van de kern van Fluitenberg.
Hiermee wordt voorzien in een specifieke woonwens en -behoefte in het dorp Fluitenberg. Daarnaast wordt bijdragen aan de gemeentelijke ambitie om op beheerste wijze te groeien en voorziet de ontwikkeling in een aantrekkelijk woonmilieu in een dorpskern. De woningen worden conform de geldende eisen ten aanzien van duurzaamheid gebouwd en er wordt in voldoende mate rekening gehouden met het aspect waterberging. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 5.3 van deze toelichting. Geconcludeerd wordt dat het plan bijdraagt aan de ambities zoals genoemd in de Toekomstvisie.
3.4.4
Woonvisie 2017-2020
Met deze visie zet de gemeente de koers uit op het gebied van wonen voor de komende jaren. De visie bevat concrete ambities en acties voor de korte termijn. Deze ambities voor de komende vijf jaar is wel geplaatst in de ontwikkelingen en trends voor een langere termijn. Deze woonvisie vervangt het beleidskader dat werd vastgesteld in 2011. De richting ingezet in 2011 wordt doorgezet voor de periode richting 2025. Voor de periode 2016-2025 wordt rekening gehouden met een woningbehoefte van netto 1.100 woningen. Dit is gebaseerd op een tussenscenario: De ambitie en de verwachting i s dat de binnenlandse vraag aantrekt tot een niveau dat weliswaar niet zo hoog i s a l s voor de woningmarktcrisis, maar dat wel hoger ligt dan de laatste jaren: 950 woningen; De verwachting dat het aantal blijvende statushouders terugvalt naar het langjarig gemiddelde: 165 benodigde woningen.
Om daadwerkelijk ruim 1.100 woningen te kunnen realiseren, moeten we enige overmaat aanhouden in onze woningbouwprogrammering. Niet alle plannen zijn even gemakkelijk ontwikkelbaar en niet alle locaties lenen zich voor elke type woningen. Gemiddeld komt 30% van de locaties later of helemaal niet tot ontwikkeling. We hebben daarom concrete bouwruimte nodig voor ca. 1.600 woningen in tien jaar. Zo bouwen we flexibiliteit en keuzevrijheid in om, ongeacht veranderingen of obstakels, toch in de behoefte te voorzien. Daarmee voorkomen we onnodige uitstroom van huishoudens uit Hoogeveen. In de visie staat het volgende motto centraal: “Waar iedereen zijn thuis vindt”. Dat geldt voor iedereen, ongeacht zijn of haar leeftijd, inkomen, gezinssamenstelling, gezondheid of afkomst. Om die visie te verwezenlijken zijn vier hoofdambities benoemd. Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 20
1. 2. 3. 4.
behoud van kwaliteit en gewildheid; toevoegen wat gevraagd wordt; voor iedereen betaalbaar; ouderdom of zorg: ook dan goed wonen.
Binnen het woonbeleid werkt de gemeente Hoogeveen met een gebiedsindeling. De dorpen Pesse, Stuifzand en Fluitenberg zijn hierin aangewezen als zogenaamde zanddorpen. In de dorpen heeft de gemeente Hoogeveen geen specifieke groei-ambitie geformuleerd maar wordt wel ruimte geboden aan de woningbehoefte. De verwachting is dat de meeste vraag zich zal voordoen in de zand- en kerndorpen. Bij woningbouwinitiatieven werkt de gemeente volgens een afwegingskader: meest kansrijke plannen met de meeste toegevoegde waarde krijgen voorrang. Hiervoor is het instrument Locatiepaspoorten ontwikkeld, met een ontwikkelstrategie. De toepassing hiervan heeft zeker zijn nut bewezen. Met de voorgenomen ontwikkeling worden vijf nieuwe woningen gerealiseerd in het zanddorp Fluitenberg. Met de ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan een concrete woonbehoefte. Richting 2025 is concrete ruimte nodig voor circa 1.600 woningen in de gemeente Hoogeveen. De ontwikkeling draagt daarmee bij aan een concrete kwantitatieve behoefte. Naast de kwantitatieve behoefte beoordeelt de gemeente Hoogeveen woningbouwplannen op basis van de kwalitatieve behoefte. Middels het instrument van de locatiepaspoorten beoordeelt de gemeente in hoeverre een plan van toegevoegde waarde is voor de gemeente. Op basis van deze werkwijze wordt de prioriteit van een bepaalde ontwikkeling bepaald.
Voor de voorgenomen ontwikkeling is een dergelijk locatiepaspoort opgesteld, die is opgenomen in Bijlage 1 van deze toelichting. Aan de hand van dit locatiepaspoort is het ontwerp voor de vijf woningen bepaald, waarmee een kwaliteitsimpuls van dit deel van Fluitenberg wordt beoogd. Al met al wordt geconcludeerd dat het voornemen aansluit bij een concrete woonbehoefte en daarmee passend is bij de Woonvisie 2017-2020 van de gemeente Hoogeveen.
3.4.5
Conclusie
Het rijksbeleid werkt indirect door via het provinciaal beleid. Voor dit bestemmingsplan kan geconcludeerd worden dat het plan niet in strijd is met het geldende provinciale- en gemeentelijke beleid.
Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 21
Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 22
Hoofdstuk 4
Gewenste ontwikkeling en uitgangspunten
Concreet voorziet de voorliggende ontwikkeling in de realisatie van vijf woningen op een onbebouwde perceel aan de Schoolstraat te Fluitenberg. De locatie is gelegen op de overgang tussen de woonkern en het buitengebied. Met de ontwikkeling wordt ingespeeld op een actuele woonbehoefte van het dorp Fluitenberg.
4.1
Landschappelijke inpassing
Bij de herontwikkeling van de plek liggen kansen om een aantrekkelijke entree van Fluitenberg te realiseren, met respect voor de bestaande zichtlijnen en het groen. In overleg met de gemeente Hoogeveen is voor het plangebied een locatiepaspoort ontwikkeld, waarin de uitgangspunten voor het ontwerp zijn opgesteld. Het locatiepaspoort is opgenomen in Bijlage 1 van deze toelichting. De ontwerpuitgangspunten zijn als volgt: Aantrekkelijke landschappelijke vormgeving van de randen en tuinen rondom; Alzijdig aantrekkelijk vormgeven vanwege karakteristiek ligging nabij entree dorp en grenzend aan het open landschap; Versterken zichtlijnen richting het landschap en hiervoor ruimte reserveren; Royale onbebouwde groene profiel vanuit beekdal naar Schoolstraat doortrekken; Nieuwe bebouwing vormt een aantrekkelijk ruimtelijk ensemble met de bestaande bebouwing aan de Fluitenbergseweg; Ontwikkeling maakt doorkijkjes mogelijk vanaf de Schoolstraat in westelijke richting; Noord- en zuidzijde mogen verschillende sferen krijgen maar vormen samen een ruimtelijk ensemble; De woningen aan de noordzijde van de Schoolstraat zijn te gast in het landschap, samen met de terrassen en de gezamenlijke buitenruimtes.
Drie van de vijf woningen worden in het noordelijke deel gerealiseerd. Deze drie woningen worden vrijstaand gerealiseerd en op een gestaffelde wijze gebouwd, om zo de zichtlijnen vanaf de Schoolstraat naar het buitengebied open te houden. Qua bouw- en goothoogte wordt aangesloten bij de omliggende vrijstaande woningen. Elke woning krijgt een aangebouwd bijgebouw en ruimte voor twee parkeerplaatsen. Voor de vorm en het uiterlijk van de zuidelijke woningen wordt aangesloten bij de ten zuiden gelegen woning aan de Fluitenbergseweg 72. Deze woningen worden als twee-aaneen woningen gerealiseerd. Vanwege de ligging van het plangebied is het gewenst om ongewenste bebouwing uit te sluiten. De erfafscheidingen achter en tussen de woningen dienen daarom in de vorm van hagen te worden uitgevoerd. Het bouwen van bouwwerken als hoge schuttingen en carports zijn vanwege te waardevolle zichtlijnen en het aantrekkelijk houden van het plangebied onwenselijk. Om deze reden worden de gronden om de woningen bestemd als 'Tuin', met dien verstande dat deze gronden niet te dienen worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht. Hiermee worden de mogelijkheden om vergunningvrij bouwwerken aan te brengen uitgesloten. Bovenstaande uitgangspunten zijn vertaald in een inrichtingsplan, die als Bijlage 2 bij dit bestemmingsplan is gevoegd.
In afbeelding 4.1 is het inpassingsplan opgenomen.
Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 23
Afbeelding 4.1: Inpassingsplan (Bron: The Citadel Company)
4.2
Beeldkwaliteit
Naast de kwaliteitstoevoeging aan de openbare ruimte is het van belang dat er ook kwaliteitseisen worden gesteld aan de beeldkwaliteit van de woning. Hiervoor is door The Citadel een beeldkwaliteitsplan opgesteld, die als Bijlage 3 bij deze toelichting is gevoegd. In kleur- en materiaalgebruik wordt aansluiting gezocht bij het algehele beeld van het landelijke karakter / 'wonen in een dorp' en overgang tussen buitengebied en bebouwde kom. Het materiaalgebruik is ingetogen, eerlijk en doelmatig. De toepassing van een functioneel detail heeft de voorkeur, rollagen boven gevelopeningen en/of de toepassing van betonnen lateien. Het kleurgebruik is beheerst en in harmonie. Signaalkleuren zijn niet toegestaan. Voor de zuidelijke woningen sluit het karakter voornamelijk aan bij de bestaande bebouwing. Gevels worden hoofdzakelijk in een rood/bruine baksteen met lichte of donkere voeg uitgevoerd. Trasramen en/of bijzondere vlakken in het metselwerk worden in donkere effen steen uitgevoerd, in een kleur aansluitend op de nuancering van de gevelsteen. Voor de noordelijke woningen sluit het karakter meer aan bij de landelijke omgeving met het type schuurwoning. De gevels zijn voornamelijk bedekt met hout in een bruin of vergrijsde, gedekte en donkere tint. Gevelbekleding uitgevoerd in zink en metselwerk in natuurlijke kleuren zijn eveneens toegestaan.
Trasramen worden uitgevoerd in donkere effen steen, in een kleur aansluitend op de kleur van het hout, zink of gevelsteen.
Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 24
Hoofdstuk 5 5.1
Bodem
5.1.1
Normstelling
Omgevingsaspecten
Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik.
5.1.2
Onderzoek en conclusie
Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van vijf woningen op een onbebouwd agrarisch perceel. Om te beoordelen of de bodem geschikt kan worden geacht voor het beoogd gebruik, is door Sigma een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De gehele rapportage is opgenomen in Bijlage 4 van deze toelichting. Hieronder wordt ingegaan op de belangrijkste resultaten van dit onderzoek. Verkennend bodemonderzoek Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat o.a. een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde/bodemindex-waarde (>0.5), aanvullend onderzoek in de vorm van een herbemonstering en heranalyse van het grondwater, kan na afstemming met het bevoegd gezag noodzakelijk zijn. Voor het overige bevat het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie enkele stoffen verhoogd t.o.v. de streefwaarde. Deze overige lichte verontreinigingen overschrijden de tussenwaarde/bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor geen formele aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. Na afstemming met het bevoegd gezag is gebleken dat het aantreffen van het verhoogde gehalte nikkel een veelvuldig verschijnsel is.
In de omgeving van het plangebied is sprake van 'natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde'. Hierdoor wordt geconcludeerd dat nader onderzoek achterwege kan blijven en dat de bodem geschikt wordt geacht voor het beoogde gebruik (wonen met tuin).
Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 25
5.2
Archeologie en Cultuurhistorie
5.2.1
Normstelling
Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2019 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn archeologische monumenten kaarten en gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaarten opgesteld. De Archeologische Monumenten Kaart (AMK) bevat een overzicht van belangrijke archeologische terreinen in Nederland. In het plangebied zijn geen archeologische monumenten aanwezig waarmee rekening gehouden dient te worden.
5.2.2
Onderzoek en conclusie
Het plangebied kent op basis van het geldende bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 3'. Op basis van deze dubbelbestemming is archeologisch onderzoek benodigd bij ruimtelijke ontwikkeling met een oppervlakte groter dan 1.000 m² en dieper dan 30 centimeter. Aangezien deze onderzoeksgrenzen worden overschreden, is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Hieronder zijn de onderzoeksresultaten van het door Laagland Archeologie uitgevoerde onderzoek, zie Bijlage 5, opgenomen. Archeologisch onderzoek Er is sprake van een verstoord bodemprofiel tot circa 50 cm -mv. Hieronder zijn in boringen 2, 3 en 4 nog restanten van een Bh-horizont aangetroffen en in boring 3 is ook een veenpakket aangetroffen. Op basis van de resultaten van veldonderzoek en het bureauonderzoek lijkt de kans op een (deels)intact bodemprofiel het meest waarschijnlijk in het noordwestelijke deel van het plangebied. De aangetroffen veenlaag en de Bh-horizonten wijzen er echter op dat hier sprake was van natte omstandigheden. Dit betekent dat hoewel het oorspronkelijk leefniveau – en daarmee de vondstenlaag – nog deels aanwezig is de kans op een archeologische vindplaats klein wordt geacht. Mogelijk zijn er niet aan bewoning gerelateerde vondsten, bijvoorbeeld rituele deposities aanwezig.
De kans hierop is echter klein: dergelijke vindplaatsen kenmerken zich door enkele artefacten (bijvoorbeeld stenen bijlen) zonder verdere context. Ze zijn alleen door middel van zeer intensief gravend onderzoek op te sporen en komen meestal alleen als toevalsvondst aan het licht. Op basis van het uitgevoerde archeologisch onderzoek wordt geconcludeerd dat nader archeologisch onderzoek achterwege kan blijven. Op advies van de provincie Drenthe blijft de noordwestelijke hoek van het plangebied voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Dit vanwege het feit dat bodemingrepen waarbij sprake is van off-site vondsten (bijvoorbeeld rituele deposities) archeologisch begeleid moeten worden. Het gaat bij dit type vondsten om puntlocaties en die worden over het algemeen niet toevallig in een boring aangetroffen. Daarnaast wordt op basis van de Atlas Leefomgeving geconcludeerd dat er zich in of in de directe nabijheid van het plangebied geen gemeentelijke en/of rijksmonumenten bevinden en dat er geen aardkundige waarden in het plangebied aanwezig zijn. Het aspect 'cultuurhistorie' vormt daarmee geen belemmering. Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 26
Geconcludeerd wordt dat het voornemen in het kader van de aspecten 'archeologie en cultuurhistorie' uitvoerbaar is.
5.3
Water
5.3.1
Algemeen
In dit bestemmingsplan worden nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Deze waterparagraaf is erop gericht om de actuele watersituatie en het actuele waterbeleid in beeld te brengen. Daarnaast is de waterparagraaf vooral bedoeld om een brug te slaan naar de procedures en toetsingsinstrumenten van de waterbeheerder. De gemeente Hoogeveen is gelegen in het beheersgebied van het waterschap Drents Overijsselse Delta en het waterschap Vechtstromen, welke beiden verantwoordelijk zijn voor het waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer.
5.3.2
Normstelling
De waterschappen Drents Overijsselse Delta en Vechtstromen vormen samen met waterschap Rijn en IJssel het waterschapsgebied Rijn-Oost. De waterschappen hebben hun beleid voor stedelijk waterbeheer vastgelegd in de gezamenlijke beleidsnotitie 'Water Raakt'. Deze notitie vormt op hoofdlijnen het beleid voor de wijze waarop de waterschappen in stedelijk gebied invulling geven aan het waterbeheer. Het waterbeheer richt zich op de volgende drie beleidsthema's: 1.
2.
3.
Voor het dagelijkse waterbeheer i s dat het Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR). Doel daarvan i s gedurende een heel groot deel van het jaar die wateromstandigheden te realiseren die het beste passen bij de functie zoals de provincies die hebben vastgesteld; Om in extreem natte en extreem droge omstandigheden de schade a l s gevolg van wateroverlast of watertekort te beperken i s het WB21 opgesteld. Hierin zit de trits vasthouden-bergen-afvoeren a l s voorkeursvolgorde en afwegingskader en het principe van niet afwentelen. Het stedelijk gebied dient dus waterneutraal te zijn. Mocht dit door enige goede redenen - de veiligheid i s ernstig in het geding, de kosten zijn te hoog, er spelen nijpende ruimtevraagstukken - niet kunnen, dan komen het waterschap en de gemeente passende afspraken overeen. Doel i s het watersysteem zo in te richten dat het in extreme omstandigheden en in de toekomst goed functioneert; Voor het bereiken van de goede ecologische toestand van het water zijn er de Europese richtlijnen voor ecologie en waterkwaliteit. Dit thema bestaat uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Vogel- en Habitatrichtlijnen (vertaald in de Wet natuurbescherming). Doel daarvan i s dat al le Europese wateren, zowel oppervlaktewater a l s grondwater, zich in 2015 in een goede ecologische en goede chemische toestand bevinden.
Met goede argumenten i s uitstel mogelijk tot uiterlijk 2027. Voor de Natura 2000-gebieden i s geen uitstel mogelijk.
Deze drie thema's hangen zo met elkaar samen dat het niet mogelijk is ze afzonderlijk van elkaar te realiseren. Er wordt gezorgd dat het watersysteem tijdig op orde is, duurzaam is ingericht, voldoet aan de landelijke normen voor het voorkomen van wateroverlast, bijdraagt aan het bereiken van grond- en oppervlaktewaterpeilen in relatie tot de functies van die wateren en gebieden, verdroging tegengaat en rekening houdt met de eisen vanuit de KRW. Om aan deze punten te voldoen is in december 2009 de Waterwet in werking getreden. De Waterwet vervangt acht bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland. Deze wet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert deze wet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Hierdoor zijn waterschappen, gemeenten en provincies beter in staat wateroverlast, waterschaarste en watervervuiling tegen te gaan. Ook voorziet de Waterwet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, natuur, landbouw, industrie en recreatie. Op basis van deze functies worden eisen gesteld aan de kwaliteit en de inrichting van het water. De instrumenten vanuit de Waterwet zijn Waterplannen (rijk en provincie), waterbeheer-plannen (waterbeheerder) en vergunningen.
Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 27
Watertoetsproces In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht de Watertoets uit te voeren. De Watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Het Waterschap Drents Overijsselse Delta is op 6 september 2021 geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (zie Bijlage 6). Op basis daarvan is de zogenaamde 'normale procedure' van toepassing. Het plan raakt daarmee waterschapsbelangen. Het waterschap Drents Overijsselse Data heeft daarom een uitgangspuntennotitie opgesteld die dient te worden verwerkt in het plan. In de uitgangspuntennotitie worden de thema's wateroverlast, watersysteem, waterkwaliteit en riolering behandeld. Deze thema's zijn hieronder nader uitgewerkt. De gehele uitgangspuntennotitie is opgenomen in Bijlage 7 van deze toelichting. Wateroverlast Bij kortstondige buien van geringe of enige intensiteit mag hemelwater dat niet lokaal kan worden verwerkt worden afgevoerd, zonder dat dit leidt tot water-op-straat of wateroverlast benedenstrooms van het plangebied. Bij extreme kortstondige buien, verblijft water voor korte tijd op het maaiveld, zonder dat dit tot overlast leidt. De ontwikkelaar houdt rekening met de randvoorwaarden die zowel het waterschap als de gemeente stelt aan het voorkomen van wateroverlast.
Er wordt rekening gehouden met de randvoorwaarden die gemeenten stellen aan: het benutten, lokaal verwerken of vertraagd afvoer van hemelwater op percelen en in de openbare ruimte; het gescheiden houden van hemelwater; de capaciteitseisen voor de afvoer van hemelwater; de eisen die aan woningen, andere kwetsbare functies en openbare ruimte worden gesteld ter voorkoming van wateroverlast.
Compensatie nieuwbouw kleine plannen Voor kleine plannen geldt als regel dat 10% van het verharde oppervlak wordt ingezet voor berging ter compensatie voor de versnelde afvoer van het afstromende hemelwater. Geadviseerd wordt om de waterberging te ontwerpen op basis van een bij voorkeur vertraagde afvoer anders infiltratiesituatie. Watersysteem Aan- en afvoer van voldoende water, waarborg van de waterkwaliteit en ruimte voor water. Watergangen: Binnen het plangebied ligt een beschermingszone van een primaire A-watergang en/of secundaire B-watergang van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. De functie van deze watergang(en) moet te allen tijde worden gegarandeerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de beschermingszone van deze watergangen zoals in de Keur beschreven. Met betrekking tot deze watergangen gelden de binnen de Keur opgenomen gebods- en verbodsbepalingen. Voor werkzaamheden binnen de beschermingszone moet een Watervergunning worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. 1. Secundaire B-watergangen (>10 L/s afvoer en <25 L/s gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): waterschap i s verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer, maar de grondgebruikers zijn verantwoordelijk voor het onderhoud (eigenaar is onderhoudsplichtig). In de B-watergangen i s een bepaalde vorm van toezicht door het waterschap mogelijk (schouw).
Wijzigingen aan het watersysteem Dempen of graven wateren: Voor het dempen, verleggen of graven van wateren (ook die niet in beheer zijn bij het waterschap) dient altijd een Watervergunning te worden aangevraagd bij het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Voor het dempen van watergangen (of greppels dieper dan 40 cm) dient gecompenseerd te worden. Vooroverleg voor het aanvragen van een vergunning wordt geadviseerd. Het waterschap neemt nieuwe primaire A-watergangen in beheer en onderhoud, nadat i s vastgesteld of deze nieuwe watergangen voldoen aan de daarvoor geldende criteria.
Waterkwaliteit Fluitenberg 2018, deelplan Schoolstraat westzijde ontwerp
NL.IMRO.0118.2022BP9010003-ON02 28
Het watersysteem wordt zo ontworpen dat het geen risico's voor de volksgezondheid creëert en voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. Afvoer hemelwater Kwaliteit afvoer hemelwater: Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afstromende hemelwater te garanderen. Licht vervuild hemelwater (bijvoorbeeld van een woonstraat) wordt via een bodempassage geloosd op het oppervlaktewater. Bij aanleg van bedrijventerreinen, wegen met een hoge verkeersbelasting, parkeerterreinen, marktpleinen, winkelstraten en tunnels dient de mogelijkheid voor lozing van hemelwater op open water met het waterschap te worden afgestemd.
Verontreiniging Microverontreiniging: Er worden geen uitloogbare materialen gebruikt die tot een verontreiniging van het oppervlaktewater kunnen leiden.
Riolering Optimaliseren aanvoeren afvalwater naar de rioolwaterzuivering. Verminderen van hydraulische belasting van de rioolwaterzuivering en beperken van riooloverstorten op het oppervlaktewater. Beleid en regelgeving Gemeentelijk rioleringsbeleid: de gemeente heeft een zorgplicht voor doelmatige verwerking en afvoer van hemelwater, afvalwater en grondwater. In het plan wordt rekening gehouden met het gemeentelijke rioleringsbeleid. Afvalwater en hemelwater worden op de perceelgrens gescheiden aangeboden. Eventueel geldt er een bergingseis (zie wateroverlast). Voorkeursvolgorde afvoer hemelwater: Bij de afvoer van overtollig hemelwater i s het landelijk beleid dat het afstromend hemelwater ter plaatse in het milieu worden teruggebracht (afkoppelen). Dat kan door infiltratie in de bodem of door berging in het oppervlaktewater. Het waterschap heeft de voorkeur om daar waar mogelijk, het hemelwater oppervlakkig af te voeren en te infiltreren in de bodem. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, i s ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater.