Buitengebied Noord, deelplan Nijstad, uitbreiding NAM locatie_ontwerp_1.pdf
Tekst van het document
6
1
ALGEMENE RAPPORTGEGEVENS
7
1.1
Rekenmethodiek
7
1.2
Toetsingskader Externe Veiligheid
7
1.2.1
Het beleid
7
1.2.2
Plaatsgebonden risico en groepsrisico
7
1.2.2.1
Plaatsgebonden risico
7
1.2.2.2
Groepsrisico
8
2
3
4
5
ALGEMENE BESCHRIJVING VAN HET PROJECT
9
2.1
De achtergrond bij het project
9
2.2
De inrichting van de GOS locatie
9
2.3
De procesbeschrijving van de doorgerekende installatie
10
2.3.1
Doel van het proces
11
2.3.2
Aanwezige gevaarlijke stoffen
11
2.4
De doorgerekende installatie en de lay-out
11
BESCHRIJVING OMGEVING
13
3.1
Algemeen
13
3.2
Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties
13
3.3
Bevolkingsgegevens
13
3.4
Mogelijke gevaren van buiten de inrichting
14
3.5
Mogelijke ontstekingsbronnen buiten de inrichting
14
3.6
Gebruikte ruwheidslengte en meteostation
14
DE KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA)
15
4.1
Uitstroming
15
4.1.1
Algemeen
15
4.1.2
Uitstromingsrichting en duur
15
4.2
Initiële faalkansen en uitwerking scenario’s
16
EFFECTBEREKENING
21 3
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJKLIVEFREE HOOGEVEEN
6
7
8
9
5.1
Algemeen
21
5.2
Ontstekingskansen
21
5.2.1
Directe ontsteking
21
5.2.2
Vertraagde ontsteking
21
BLOOTSTELLING EN SCHADE
22
6.1
Populatie & Risk Ranking Points (RRP)
22
6.2
Modelering van de schade
22
6.2.1
Blootstelling van personen aan warmtestraling
22
6.2.2
Blootstelling van personen aan een wolkbrand
22
6.3
Effectafstanden dominante scenario’s
23
6.3.1
Effectafstanden weerklasse F1,5 m/s
23
6.3.2
Effectafstanden weerklasse D5,0 m/s
23
QRA RESULTATEN
24
7.1
Plaatsgebonden risico
24
7.2
Groepsrisico
24
CONCLUSIES
25
8.1
Toetsing plaatsgebonden risico aan acceptatiecriteria
25
8.2
Toetsing groepsrisico aan acceptatiecriteria
25
REFERENTIES
26
10 DEFINITIES
27
COLOFON
29
4
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJK
SAMENVATTING Het voorliggende rapport beschrijft de uitgangspunten en resultaten van de risicoberekeningen die zijn uitgevoerd voor het project Nijstad Oost en Erflanden 1 en 2 te Hoogeveen. Voor dit project zal een waterstof station worden ingericht, een zogehete GOS, aan de zuidzijde van de ten oosten gelegen NAM locatie, Ten Arlo, langs de A28. De berekeningen gepresenteerd in dit rapport zijn uitgevoerd conform het Besluit externe veiligheid inrichtingen [ref. 1] en de rekenmethodiek zoals beschreven in de Handleiding Risicoberekeningen Bevi versie 4.2 (HARI) [ref. 2], welke dateert van 1 april 2020. De berekeningen zijn uitgevoerd met SAFETI-NL, versie 8.3.
Conclusie plaatsgebonden risico: Uit de berekeningen blijkt dat het plaatsgebonden risico van het GOS voldoet aan de in het Besluit externe veiligheid inrichtingen [ref. 1] gestelde grens- en richtwaarden. Binnen de PR 10-6 per jaar contour bevinden zich geen kwetsbare of beperkte kwetsbare objecten. De bedrijfsobjecten van de NAM liggen allen buiten de PR 10-6 per jaar contour.
Conclusie groepsrisico: Uit de berekeningen van het groepsrisico volgt dat er geen scenario’s zijn met 10 of meer slachtoffers. In het kader van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (conform de definitie gegeven in artikel 1 van het Bevi [ref. 1]) is er dus geen sprake van groepsrisico.
5
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJKLIVEFREE HOOGEVEEN
AFKORTINGEN BEVI
Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen
BRZO
Besluit Risico’s Zware Ongevallen
BLEVE
Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion
GR
Groepsrisico
HRB
Handleiding Risicoberekeningen BEVI
LFL
Lower Flammable Limit
LOC
Loss Of Containment
P&ID
Piping and Instrumentation Diagram
PFS
Process Flow Scheme
PR
Plaatsgebonden Risico
QRA
Quantitative Risk Assessment
REVI
Regeling Externe Veiligheid Inrichtingen
RIVM
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
RRP
Risk Ranking Points
VROM
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (tegenwoordig Ministerie voor Infrastructuur en Milieu, WIA)
6
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJK
1
ALGEMENE RAPPORTGEGEVENS
Het voorliggende rapport beschrijft de uitgangspunten en resultaten van de risicoberekeningen die zijn uitgevoerd voor het project Nijstad Oost en Erflanden 1 en 2 te Hoogeveen. Voor dit project zal een waterstof station worden ingericht, een zogeheten GOS, aan de zuidzijde van de ten oosten gelegen NAM locatie, Ten Arlo, langs de A28. De locatie zal geen onderdeel gaan vormen van de NAM maar het zal een zelfstandige bedrijfsactiviteit betreffen. De risicoberekeningen zijn uitgevoerd teneinde inzicht te geven in de mogelijke risico situatie rond de waterstof toepassing.
1.1
Rekenmethodiek
De berekeningen gepresenteerd in dit rapport zijn uitgevoerd conform het Besluit externe veiligheid inrichtingen [ref. 1] en de rekenmethodiek zoals beschreven in de HARI [ref. 2], welke dateert van 1 oktober 2019. De berekeningen zijn uitgevoerd met SAFETI-NL, versie 8.3. Het rekenbestand betreft het .psux bestand “QRA Waterstof NAM - ESD 2.1.psux”
1.2
Toetsingskader Externe Veiligheid
1.2.1 Het beleid In Nederland is in 2004 het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI) [ref. 1] en de Regeling Externe Veiligheid Inrichten (REVI) [ref. 3] in werking getreden. De waterstofinstallatie is conform het REVI niet een installatie die onder het BEVI valt, echter omdat er mogelijk sprake is van relevante extern veiligheidrisico’s wordt de inrichting behandeld als een BEVIinrichting. De in deze QRA berekende risico’s worden getoetst aan de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot niet-categoriale inrichtingen, zoals deze in BEVI zijn vastgelegd. In de REVI is onder andere vastgelegd, dat voor de inrichtingen die nu onder het BEVI vallen een QRA opgesteld dient te worden, waarbij gerekend moet worden conform de concept Handleiding Risicoberekening BEVI (HRB) versie 4.2 met gebruik van Safeti-NL versie 8.3.
1.2.2 Plaatsgebonden risico en groepsrisico De externe veiligheidsrisico’s worden uitgedrukt in het Plaatsgebonden Risico (PR) en het Groepsrisico (GR) zoals gedefinieerd in het BEVI [ref. 1].
1.2.2.1
Plaatsgebonden risico
Het plaatsgebonden risico is de kans op overlijden die een onbeschermd fictief persoon loopt als hij zich gedurende een jaar continu op een bepaalde plaats zou bevinden. Punten met een gelijk plaatsgebonden risico worden met elkaar verbonden en vormen zodanig de iso-risico-contouren. Voor het Plaatsgebonden Risico staan in het BEVI grens- en richtwaarden vermeld voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten in nieuwe en bestaande situaties. Ook dient rekening te worden gehouden met de geprojecteerde objecten in het geldende bestemmingsplan. Voorbeelden van kwetsbare objecten zijn woningen in woonwijken, scholen en ziekenhuizen. Enkele voorbeelden van beperkt kwetsbare objecten zijn verspreid liggende woningen, dienst- en bedrijfswoningen, kleine hotels en restaurants, sport-, kampeer- en recreatie terreinen met minder dan 50 mensen.
7
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJKLIVEFREE HOOGEVEEN
De grens- en richtwaarden voor nieuwe situaties, en op termijn ook voor bestaande situaties, staan in de volgende tabel. Object
Norm
(Geprojecteerd) kwetsbaar
Grenswaarde PR 10-6 / jaar
(Geprojecteerd) beperkt kwetsbaar
Richtwaarde PR 10-6 / jaar
Tabel 1.1: Risico normering plaatsgebonden risico BEVI inrichtingen.
1.2.2.2
Groepsrisico
Het groepsrisico is de kans op een ongeval waarbij een groep van ten minste het gegeven aantal personen gelijktijdig dodelijk slachtoffer wordt. Het groepsrisico wordt grafisch weergegeven in een zogenaamde f-N curve. Deze grafiek geeft het mogelijke aantal slachtoffers (N) weer met de bijbehorende kans van optreden (f). Voor het groepsrisico geldt geen harde norm. In het besluit is een voorschrift opgenomen op grond waarvan inzicht moet worden gegeven in de actuele hoogte van het groepsrisico en de bijdrage aan het groepsrisico van ruimtelijke ontwikkelingen of risicovolle activiteiten. Bij de toetsing van het groepsrisico wordt een oriëntatiewaarde gebruikt. Het is vervolgens aan het bevoegd gezag om de verantwoording van het groepsrisico op te stellen volgens de verantwoordingsplicht [ref. 5] en om onder meer overleg te voeren met de brandweer. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de ligging van het groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde, maar dient een afweging van belangen gemaakt te worden en wordt rekening gehouden met de aanwezige rampenbestrijdingsplannen en -middelen en de zelfredzaamheid van personen. Ook genomen maatregelen ter voorkoming en beperking van escalatie, welke niet in een QRA verdisconteerd kunnen worden, kunnen hierbij worden beschouwd. De voor het groepsrisico van toepassing zijnde oriënterende waarde is weergegeven in Figuur 1.1.
Figuur 1.1: Ligging oriënterende waarden voor het Groepsrisico.
8
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJK
2
ALGEMENE BESCHRIJVING VAN HET PROJECT
2.1
De achtergrond bij het project
De gemeente Hoogeveen ontwikkelt aan de westrand van de stad ongeveer 80 woningen op een nieuwe locatie: Nijstad-Oost. De bouwactiviteiten moeten tweede helft van 2019 van start gaan. De gemeente wil met de ontwikkeling bijdragen aan de energietransitie opgave in Nederland, met name het aardgasloos bouwen. Teneinde dit aardasloos bouwen te stimuleren is er voor in de toekomst behoefte aan een constante aanvoer van waterstof naar de wijk toe.
Figuur 2.1: Huidige concept van Nijstad Oost en Erflanden Hoogeveen
Voor deze aanvoer wordt gebruik gemaakt van een Gas Ontvang Station, een zogehete GOS. Voor de locatie van deze installatie zijn twee opties. Als eerste is een plek op de noordelijke zijde van het NAM terrein overwogen. Deze optie is echter niet verder beschouwd. De tweede optie is een locatie aan de zuidzijde van het NAM terrein net naast de toegangsweg van het NAM terrein zoals in de onderstaande afbeelding is aangegeven.
Figuur 2.2: Beoogde locaties van de GOS te Hoogeveen waarbij de keuze op de zuidlocatie is gericht
2.2
De inrichting van de GOS locatie
Bij de GOS komt waterstof aan met tubetrailers en in het GOS wordt dit van hoge n=naar lage druk gereduceerd alvorens het waterstof naar de woningen zal worden getransporteerd. IN de onderstaande figuur is dit schematisch weergegeven.
9
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJKLIVEFREE HOOGEVEEN
Figuur 2.3: Schematische weergave aanvoer van waterstof in Hoogeveen
Op basis van ervaringen op andere locaties is ook inrichtingsvoorstel van de GOS gegeven. Hiervoor is in de onderstaande figuur een artistiek impressie gegeven op basis van het waterstof omslagpunt in Zuidwending.
Figuur 2.4: Schematische weergave inrichting van de voorgestelde GOS in Hoogeveen
2.3
De procesbeschrijving van de doorgerekende installatie
Een gedeelte van het hierboven genoemde proces is in onderstaand figuur (2.4) systematisch weergegeven. Dit gedeelte is gemodelleerd in Safeti-NL 8.3. Daarnaast zijn er Emergency Shut Down (ESD) kleppen gemodelleerd conform de PGS 35. Door de geringe hoeveelheid van de odorisatie tank is deze niet gemodelleerd. Er zijn geen beveiligingen op de trailers gemodelleerd, bij de scenario’s komt de volledige hoeveelheid (900kg) vrij. Er is in het model vanuit gegaan dat er te allen tijde een trailerwagen is aangesloten. Daarnaast ontstaat er een overlap in aanwezigheid van tubetrailers, deze is gemodelleerd op 20% van de totale tijd per jaar.
10
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJK
Figuur 2.5: Ontwerptekening van de GOS en aanlevering.
De verlaging van de druk vindt plaats door drukverval door de diameter verschillen tussen de losslang (6,35mm) en leiding (16mm) en vervolgens bij het GOS door middel van een pressure control valve (PCV) en het vergroten naar een 50mm leiding. In feite is er dan ook niet constant sprake van 300 bar in het 16mm leidinggedeelte van de installatie, dit is echter wel op deze wijze gemodelleerd.
2.3.1
Doel van het proces
Het GOS heeft als doel om de waterstoftoevoer binnen het project te reguleren. De aanvoer van waterstof zal in eerste instantie middels tubetrailers plaatsvinden. In een latere termijn is het wellicht zo dat er wordt aangesloten op een permanente transportleiding. Ook dan zal de waterstof geschikt moeten worden gemaakt voor het gebruik in huishoudens. Hiervoor zal een reductie van de druk moeten worden gerealiseerd en een beperkte hoeveelheid odorant worden toegevoegd om de herkenbaarheid van eventuele lekkage te borgen. Dit vindt alles plaats innen het GOS.
2.3.2
Aanwezige gevaarlijke stoffen
Met betrekking tot de externe veiligheid is in het concept van de MPP waterstof aanwezig als risicostof. Daarnaast is er odorisatie (THT) aanwezig, echter in een zeer geringe hoeveelheid (100 liter), er is besloten deze niet mee te nemen in de modellering. De gevaaridentificatie van waterstof is weergegeven in Tabel 2.1.
Tabel 2 gevaaridentificatie stoffen Tabel 2.1: Gevaaridentificatie stoffen.
Stofnaam
Chemische UN-nr formule
GEVI
NFPA
CASnummer
Etiket1
R-,Szinnen
H-, en P-zinnen2
Waterstof
H2
23
0-4-0
0013333-74-0
F+: R12
R12 S9-16-33
H220, H280, P210, P377, P381, P403
2.4
De doorgerekende installatie en de lay-out
1049
In de risicoberekening is er enkel subselectie toegepast op het odorisatiesysteem, deze is buiten beschouwing gelaten. De GOS, de tubetrailer en de verlading zijn als één groot insluitsysteem3 beschouwd,
1
GHS: Globally Harmonised System of Classification and Labelling of Chemicals. Dit is door GHS) gegeven etikettering (zie ook hieronder). F+: zeer licht ontvlambaar
de EU in Annex-VI van de CLP (EU-
2
De H- en P-zinnen (CLP/EU-GHS classificatie) vervangen de vroegere Europese R- en S-zinnen. Vanaf 1 december 2010 is het verplicht om stoffen in te delen en te etiketteren volgens EU-GHS. Voor mengsels gaan deze regels gelden op 1 juni 2015. Meer informatie is te vinden via de CLP/EU-GHS helpdesk: http://stoffen-info.nl/websites-onderwerpen/helpdesk-clp-eu-ghs/ 3 De definitie van een insluitsysteem is gebaseerd op het volgende criterium: “Een Loss of Containment in één insluitsysteem leidt niet tot het vrijkomen van significante hoeveelheden gevaarlijke stof uit andere insluitsystemen”. 11
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJKLIVEFREE HOOGEVEEN
op de werking van de ESD’s na. Voor de eventuele verlading is geen compressor voorzien, deze druk dient onderling te worden geëgaliseerd tussen tubetrailer en GOS. De bronnen zijn gemodelleerd, conform de HARI [ref. 2].
12
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJK
3
BESCHRIJVING OMGEVING
3.1
Algemeen
In de risicoberekening worden de effecten bepaald die kunnen leiden tot dodelijke slachtoffers buiten de inrichting ten gevolge van het vrijkomen van gevaarlijke stoffen, in combinatie met de kans op dergelijke ongewenste effecten. De modellering bestaat dus uit twee achtereenvolgende stappen, de effectmodellering en de risicomodellering: 1. Effectmodellering modelleert achtereenvolgens de uitstroming, de verspreiding van brandbare en/of toxische stoffen en het optreden van mogelijk letale effecten zoals explosieoverdruk, warmtestraling en toxische effecten. 2. In de Risicomodellering worden aan de hand van de verschillende letale effecten en blootstellingsduur, ontstekingsbronnen, initiële faalkansen en kansverdeling van de gebeurtenissenboom het plaatsgebonden risico en groepsrisico berekend. Voor het bepalen van de effecten en risico's is gebruikgemaakt van het softwarepakket Safeti-NL, versie 8.3, dat door de Nederlandse overheid is aangewezen als verplicht pakket voor het uitvoeren van QRA’s in het kader van het BEVI [ref. 1]. De voorgeschreven risicoanalyse voor externe veiligheid begint met het identificeren van initiële Loss of Containment (LOC) scenario’s waarbij gevaarlijke stoffen vrij kunnen komen. Deze scenario’s beschrijven de vrijgekomen stof, de uitstroomcondities en de waarschijnlijkheid.
De initiële gebeurtenissen worden verderop in dit hoofdstuk en in hoofdstuk 4 beschreven. Voor brandbare effecten kennen deze initiële scenario’s daarnaast een aantal vervolgscenario’s zoals het optreden van explosies en wolkbranden (flash fire). De vervolgscenario’s zijn onder meer afhankelijk van het optreden van directe en vertraagde ontsteking. In het geval van waterstof is de kans op een vertraagde ontsteking laag. De vervolggebeurtenissen zijn in hoofdstuk 5 verder uitgewerkt. Verder wordt opgemerkt dat de risico’s ten gevolge van LOC-scenario’s buiten de inrichting in deze risicoanalyse niet gekwantificeerd zijn.
3.2
Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties
De directe omgeving van dit project verschillende bebouwingen. Op circa 50 meter ten noorden bevindt zich de bebouwing van de NAM locatie Ten Arlo. Op circa 270 meter in oostelijke richting bevindt zich de bebouwing van de wijk Erflanden. In zuidelijke richting bevindt zich de A28 op circa 20 meter. Tot slot bevindt zich in westelijke richting op circa 450 meter recreatie gebied Nijstad.
3.3
Bevolkingsgegevens
Bevolkingsgegevens dienen geïnventariseerd te worden binnen het invloedsgebied van de installatie. Het invloedsgebied is door Safeti-NL gebaseerd op de effectafstand van de scenario’s, in dit model betreft dit het invloedsgebied wat ontstaat van een jet fire, fireball en overpressure, zie ook figuur 3.1
13
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJKLIVEFREE HOOGEVEEN
Figuur 3.1: Het invloedsgebied van de installatie.
Uit bovenstaande figuur blijkt dat er geen woningen binnen het invloedsgebied vallen. Conform https://populatieservice.demis.nl is er één populatie aanwezig op het NAM terrein, er is hier rekening gehouden met de onvolledige contour van het scenario fireball 3kW/m2. Zie de tabel hieronder
Nummer
Locatie
Beschrijving
1
NAM locatie
Aanwezig in het noordoostelijke gebouw van het NAM terrein.
Aantal personen overdag
Aantal personen ‘s nachts
17,2
0
Tabel 3.1 Populatiegegevens invloedsgebied.
3.4
Mogelijke gevaren van buiten de inrichting
In de omgeving zijn geen risico verhogende objecten geïdentificeerd. Zowel de NAM locatie Ten Arlo en de buisleiding van de NAM (NM-000612) hebben een PR-6 contour die over de inrichting van dit project valt. Op basis van de HARI 4.2 dienen externe domino-effecten van deze aard niet meegenomen te worden in de QRA.
3.5
Mogelijke ontstekingsbronnen buiten de inrichting
In de omgeving van de inrichting, tot aan het invloedsgebied, bevindt zich enkel de snelweg, A28 als ontstekingsbron. Deze is gemodelleerd in Safeti-NL als een standaard snelweg.
3.6
Gebruikte ruwheidslengte en meteostation
De risicoberekeningen zijn uitgevoerd met de windroos van het dichtstbijzijnde meteorologisch weerstation: Twente. De standaard ruwheidslengte van 30 cm is gebruikt in de berekeningen. De ruwheidslengte is een (kunstmatige) lengtemaat die de invloed van de omgeving op de windsnelheid aangeeft. 14
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJK
4
DE KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA)
In dit hoofdstuk worden de onderdelen van de risicoanalyse uitgewerkt. Hierbij is de indeling, zoals in de HARI [ref. 2] toegepast, ook in dit hoofdstuk zo veel mogelijk gevolgd.
4.1
Uitstroming
4.1.1 Algemeen Van de vele mogelijke loss of containment (LOC’s) scenario’s is slechts een beperkt aantal scenario’s bepalend voor het risico. Een scenario is bepalend als het een significante bijdrage levert aan de 10 -6 per jaar PR contour. Ook is een scenario bepalend als het significant bijdraagt aan de hoogte van het groepsrisico. Verder zijn voor deze QRA conform het HRB de volgende aannames en uitgangspunten toegepast: •
Domino-effecten, scenario’s waarbij het falen geïnitieerd wordt door een ander scenario, zijn niet expliciet meegenomen.
Conform het HRB [ref. 6] dienen er voor ieder installatiedeel maximaal drie verschillende uitstroomscenario’s beschouwd te worden: •
Catastrofaal falen: Instantaan vrijkomen van de gehele inhoud
Voor een vat/tank/warmtewisselaar komt instantaan falen neer op het instantaan wegnemen van de omhulling van het vat of de tank/warmtewisselaar, hetgeen leidt tot het instantaan en impulsloos vrijkomen van de inhoud, gevolgd door de gesommeerde toevoer vanuit up- en downstream systemen. •
Catastrofaal falen: Continue uitstroming / leidingbreuk
Voor een vat/tank/warmtewisselaar betekent catastrofaal falen het in 10 minuten leegstromen bij gelijke druk, in een continue stroom, gevolgd door de toestroming vanuit de rest van de insluitsystemen. Voor onderdelen zonder noemenswaardige hold-up, zoals leidingen, compressoren, pompen, wordt dit scenario (leidingbreuk) ook wel beschreven als guillotinebreuk met toevoeging vanuit beide zijden van de breuk. Beide uitstromingen worden in dat geval als twee onafhankelijke uitstroomscenario’s gemodelleerd. •
Lekkage
Een klein lek wordt meestal gemodelleerd als een lek van 10 mm (tanks, vaten en warmtewisselaars) of een gat in een leiding ter grootte van 10% van de uitstroomdiameter met een maximum van 50 mm indien een leiding bovengronds is of een gat in de leiding ter grootte van 20 mm indien de leiding ondergronds is. Deze standaard scenario’s zijn aangehouden voor alle systemen waarvoor HRB geen alternatieve scenario’s voorgeschreven heeft.
4.1.2 Uitstromingsrichting en duur In de risicoberekeningen is aangenomen dat de uitstroming vanuit bovengrondse installaties altijd horizontaal gericht is. Safeti-NL modelleert de uitstroomrichting in geval van dispersie met de wind mee, waarbij de kansverdeling voor de uitstroomrichting gelijk is aan de gekozen windverdeling. De risico’s van horizontaal uitstromende toortsbranden worden in Safeti-NL uniform over alle richtingen verdeeld. De uitstromingsduur van alle LOC scenario’s is gesteld op 30 minuten. Conform het HRB [ref. 6] kan de uitstroomduur beperkt worden afhankelijk van de aard van het insluitsysteem, dit is voor de dit project in mindere mate van relevantie door het ESD systeem. Aangezien de effecten van brand- en explosiescenario’s in de eerste 20 seconden bepalend zijn voor de risico’s, is een maximale uitstroomduur van 30 minuten conservatief.
15
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJKLIVEFREE HOOGEVEEN
4.2
Initiële faalkansen en uitwerking scenario’s
De proces data van de meegenomen proces installaties zijn weergegeven in onderstaande tabel. Alle installatieonderdelen en leidingen zijn bovengronds. Object
p [ barg]
T [°C]
Stof
Voorbeeld stof
Tubetrailer
300
9,8
Waterstof
Waterstof
GOS – 300 bar*
300
9,8
Waterstof
Waterstof
GOS – 4 bar*
4
9,8
Waterstof
Waterstof
Waterstofbuffer
300
9,8
Waterstof
Waterstof
Tabel 4.1: Proces data meegenomen insluitsystemen proces- en opslaginstallaties
*Inclusief leidingen in GOS en na GOS. De proces data van het leidingwerk van de opslag naar de proces installaties zijn weergegeven in onderstaande tabel.
Karakteristieken
Bovengrondse leiding 300 bar
Ondergrondse leiding 300 bar
Lengte [m]
5
15
Diameter [mm]
16
16
Druk [barg]
300
300
Tabel 4.2: Proces data leidingwerk van opslag naar proces installaties.
Bij het bepalen van de faalkansen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •
• • •
Voor de relatief lange leidingen is in Safeti-NL een route gemodelleerd. Voor deze routes is in het scenario het risico per meter per jaar ingevoerd. Vervolgens is in de route aangegeven dat de scenario’s per meter van de route gelden. Hiermee wordt in facto de scenario’s en bijhorende risico’s per meter herhaalt. Voor de bovengrondse leidingen zijn de faalfrequenties gebruikt van procesleidingen. In de standaard faalfrequenties van procesleidingen zijn flenzen en kleppen meegerekend. De ondergrondse leidingen voldoen aan NEN 3650.
16
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJK
In Tabel 4.3 en tabel 4.4 zijn de initiële LOC scenario’s weergegeven voor de procesleidingen, opslagtank en tubetrailer.
Installatie onderdeel
Inhoud Lek (kg) diame ter (mm)
Initiële faalkans gebruikt in QRA Generieke faalkans (per jaar)
Catastr ofaal
Catastrof aal
Breuk (losslan g)
Continue falen of lek losslang
5,0 · 10-7
6,0 · 10-7 4
3,5 · 10-3
6,4· 10-1
5,0 · 10-7
5,0 · 10-7
5,0 · 10-7
1,0 · 10-7
Breuk
Continue falen
Lek
-
Lek losslan g
Opslagtanks Tubetrailer met losslang
900 kg
45,2
5,0 · 10-7
-
Waterstofbuffer
10,5kg (900kg bij 1,6 naleverin g)
5,0 · 10-7
5,0 · 10-7
1,0 · 10-7
6,0 · 1075
5,0 · 107
Tabel 4.3: Initiële LOC scenario’s voor de tubetrailer and bufferopslag.
Installatie onderdeel
Inhoud (kg)
Leiding Lek Generieke faalkans binnen diameter (per jaar of per diameter (mm) meter) (mm)
Initiële faalkans gebruikt in QRA
Breuk
Lek
Breuk
Lek
Leidingwerk Bovengrondse leiding 300 bar
900kg
16
1,6
1,0 · 10-6
5,0 · 10-6
Route
Route
Ondergrondse leiding 300 bar
900kg
16
1,6
1,53 · 10-7
4,58 · 10-7 Route
Route
GOS – 300 bar6
900kg
16
1,6
1,0 · 10-6
5,0 · 10-6
3,0 · 10-5
1,5 · 10-5
GOS – 4 bar7
900kg
50
5
1,0 · 10-6
5,0 · 10-6
8,0 · 10-6
4,0 · 10-5
Tabel 4.4: Initiële LOC scenario’s voor de hoofdprocesleidingen.
ESD In bovenstaande tabellen (4.3 & 4.4) zijn de basis faalkansen en inhoud getoond, in het model zijn er ook ESD’s (emergency shutdown valves) gemodelleerd met een faalkans van 1%. Indien de ESD’s werken sluiten ze een gedeelte van het systeem af binnen 5 seconden, waardoor voornamelijk nalevering wordt gelimiteerd. Alle scenario’s waarbij er nalevering plaatsvindt, is er gerekend met een ESD die deze nalevering kan voorkomen binnen 5 seconden met een faalkans van 1%. Indien de ESD faalt, zal alle waterstof in het
4
Basis + 20% overlap in aanwezigheid trucktrailers. Basis + 20% overlap in aanwezigheid trucktrailers. 6 Op basis van 3 meter leiding in GOS. 7 Op basis van 8 meter leiding in en na GOS. 5
17
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJKLIVEFREE HOOGEVEEN
systeem ontsnappen, circa 900kg. In het geval van de waterstofbuffer tank is er enkel een ESD gemodelleerd die de nalevering stopt bij een calamiteit. In tabel 4.5 & 4.6 & 4.7 wordt aangegeven hoe het ESD systeem is gemodelleerd. Scenario
Generieke faalkans (per jaar)
ESD faalt faalkans (1%)
Breuk8
lek
Lek continue
Breuk8
lek
Lek continue
GOS 300 bar (3 meter leiding)
1,0 · 10-6
5,0 · 10-6
-
3,0 · 10-8
1,5 · 10-7
-
GOS 4 bar (8 meter leiding)
1,0 · 10-6
5,0 · 10-6
-
8,0 · 10-8
4,0 · 10-7
-
Buffervat
5,0 · 10-7
5,0 · 10-7
1,0 · 10-5
5,0 · 10-9
5,0 · 10-9
1,0 · 10-7
ESD slaagt faalkans (99%)
lek
Lek continue
3,0 · 10-6
1,5 · 10-5
-
7,9 · 10-6
4,0 · 10-5
-
5,0 · 10-7
5,0 · 10-7 1,0 · 10-7
Breuk8
Tabel 4.5: Faalkansen van GOS en buffervat met ESD.
Voor het buffervat grijpt de ESD alleen in bij terugstroom, er wordt dus nooit ingegrepen op de reguliere inhoud van het buffervat (10,5kg).
Scenario
Generieke faalkans (per meter) Breuk
lek
Bovengrondse leiding
5,0 · 10-6
Ondergrondse leiding
1,5 · 10-7
ESD faalt faalkans (1%) (per meter)
ESD slaagt faalkans (99%) (per meter)
Breuk
lek
Breuk
lek
1,0 · 10-6
5,0 · 10-5
1,0 · 10-6
4,5 · 10-5
5,0 · 10-8
4,6 · 10-7
1,5 · 10-9
4,6 · 10-9
1,5 · 10-7
4,5 · 10-7
Tabel 4.6: Faalkansen van leidingen met ESD.
Scenario Peak flowrate
Emissie breuk
Breuk
Lek
Falen ESD
GOS 300 bar (3 meter leiding)
0,87 kg/s
0,032 kg/s
GOS 4 bar (8 meter leiding)
0,52 kg/s
0,005 kg/s
Emissie lek
Met ESD
Falen ESD
Met ESD
900kg
5kg9
900kg
5kg9
900kg
5kg9
900kg
5kg9
8 Of catastrofaal falen zoals het geval bij het buffervat. 9 Er is een ondergrens van 5kg aangehouden in verband met detectie van calamiteit en aanwezige gas in leiding.
18
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJK
Scenario Peak flowrate
Emissie breuk
Breuk
Lek
Falen ESD
Bovengrondse leiding
2,64 kg/s
0,032 kg/s
Ondergrondse leiding
1,57 kg/s
Buffervat
1,89 kg/s
Emissie lek
Met ESD
Falen ESD
Met ESD
900kg
13,2kg
900kg
5kg9
0,032 kg/s
900kg
7,9kg
900kg
5kg9
0,032 kg/s
900kg
20kg
900kg
20kg10
Tabel 4.7: Totale emissies bij slagen of falen van ESD.
Zoals hierboven aangetoond worden er twee identieke scenario’s aangemaakt voor één installatieonderdeel, één scenario als de ESD faalt en één als het ESD slaagt. De enige verschillen tussen de twee identieke scenario’s is de faalkans, en de inhoud van het installatieonderdeel. De emissie wordt modelmatig gelimiteerd door de inhoud van het installatieonderdeel, waarmee er een emissietijd van 5 seconden wordt behaald. Er wordt echter wel een ondergrens van 5kg waterstof gehanteerd.
Verlading In Tabel 4.8 en tabel 4.9 zijn de initiële LOC scenario’s weergegeven voor verlading van waterstof en de LOC scenario’s van de tubetrailer. De tubetrailer is constant aan het verladen, het gehele jaar.
Faalkans gebruikt in QRA LOCscenario
Verlading tubetrailer
Volume / massa
Leiding diameter (mm)
900kg
6,35
Lek diameter (mm)
0,635
Instantaan
Grootste aansluiting
Breuk losslang
Lek losslang
Vuurbal (verlading)
6,0 · 10-7
6,0 · 10-7
3,5 · 10-3
3,5 · 10-1
6,1 · 10-6
Tabel 4.8: LOC scenario’s voor verlading.
LOC-scenario
Volume / massa
Faalkans gebruikt in QRA
Brand omgeving tubetrailer 100%*
900kg
3,5 · 10-6
600kg
5,3 · 10-6
Brand omgeving tubetrailer 66%
10 Er is sprake van circa 10,5kg in het buffervat. Er is gerekend met een toevoeging van 9,5kg in verband met de vertraging in de
detectie van de calamiteit en de al plaats gevonden nalevering. 19
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJKLIVEFREE HOOGEVEEN
LOC-scenario
Volume / massa
Faalkans gebruikt in QRA
Brand omgeving tubetrailer 33%
300kg
8,5 · 10-6
Brand externe beschadiging 100%*
900kg
2,3 · 10-7
Brand externe beschadiging 66%
600kg
1,5 · 10-7
Brand externe beschadiging 33%
300kg
1,5 · 10-7
Tabel 4.9: LOC scenario’s voor tubetrailers door externe oorzaken.
Tabel 4.9 is gebaseerd op de LPG rekenwijze van tubetrailers. *Het voorkomen van een van de verschillende vullingspercentages (100%, 66%, 33%) is normaal 1 op 3. Echter kan er een overlap zijn van tankwagens, waardoor er in maximaal 20% van het jaar, een extra tank van 100% vulling aanwezig is. Om dit te berekenen is er gerekend met de volgende verdeling: Vullingspercentage
Kans
100%
53%
66%
33%
33%
33%
Totaal
120%
Tabel 10 Kansverdeling vullingpercentage
Op basis van de LPG rekenmethodiek dient er rekening gehouden te worden met een aantal onderwerpen die het risico op een omgeving brand verhogen. Deze zaken zijn niet aanwezig, er is dus sprake van een brandfrequentie van 2,0 · 10-7 per 100 verladingen. In de LPG rekenmethodiek is één verlading een half uur. Deze brandfrequentie is dus verrekend naar 8766 uur, dus 17,532 verladingen.
Op basis van de LPG rekenmethodiek dient er rekening gehouden te worden met een aantal onderwerpen die het risico op externe beschadiging verhogen. Er is sprake van een veiligheidsniveau die vergelijkbaar is met een geïsoleerde opstelplaats waarbij een aanrijding met de leidingkast niet aannemelijk wordt geacht. Er is dus sprake van een frequentie van 2,5 · 10-9 per jaar. In de LPG rekenmethodiek is één verlading een half uur. Deze extern beschadiging frequentie is dus verrekend naar 8766 uur, dus 17,532 verladingen.
20
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJK
5
EFFECTBEREKENING
5.1
Algemeen
De effectberekeningen zijn uitgevoerd aan de hand van de standaard gebeurtenissenbomen waarmee Safeti-NL [ref. 1] rekent (zie HRB [ref. 6] voor details). Bij de effectberekeningen zijn onderstaande uitgangspunten gehanteerd. Bij het vrijkomen van gevaarlijke stoffen zijn brand- toxische en eventueel explosie-effecten bepalend voor de risico’s in de omgeving. Er worden alleen effecten berekend die bij personen in de omgeving onmiddellijk (bij een blootstelling van maximaal 30 minuten) tot letale gezondheidsschade kunnen leiden.
5.2
Ontstekingskansen
5.2.1 Directe ontsteking Waterstof is een hoog reactieve stof. Dit betekent dat waterstof vrijwel direct ontsteekt zodra dit vrijkomt bij een eventueel falen van een installatieonderdeel welke waterstof bevat. In de QRA berekeningen wordt daarom uitgegaan van directe ontsteking zoals voorgeschreven in een door RIVM uitgebracht document over risicoberekeningen voor waterstof ref. 8].
5.2.2 Vertraagde ontsteking Voor de ontsteking van afdrijvende brandbare gaswolken wordt rekening gehouden met aanwezige ontstekingsbronnen op de locatie en in de omgeving. Potentiële ontstekingsbronnen zijn het verkeer en de aanwezige personen in de omgeving. Verder is voor de plaatsgebonden risico berekening aangenomen dat vertraagde ontsteking alleen plaatsvindt wanneer de LFL contour buiten het terreingrens komen. Ontstekingsbronnen buiten de inrichting voor dit project betreft de snelweg, A-28, in zuidelijke richting. Volgens de Handleiding Risicoberekeningen BEVI wordt aangenomen dat de ontstekingskans van omliggende lokale wegen opgenomen is in de ontstekingskans van de bevolking.
21
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJKLIVEFREE HOOGEVEEN
6
BLOOTSTELLING EN SCHADE
6.1
Populatie & Risk Ranking Points (RRP)
Er is geen populatie in de effectszone. Om verder inzicht te verkrijgen in de risico’s zijn er op een aantal locaties RRP’s geplaatst. Deze punten zijn aangegeven in Figuur 6.1.
Figuur 6.1: Risk Ranking Points (blauwe stippen), MPP Kaartgegevens: Google, DigitalGlobe.
6.2
Modelering van de schade
In een QRA wordt alleen naar dodelijke slachtoffers gekeken. Effecten met mogelijk dodelijke gevolgen zijn overdruk (ten gevolge van explosie), warmtestraling, wolkbrand en blootstelling aan toxische stoffen. Bij de scenario’s van dit project spelen de gevaren van hitte en overdruk centraal in het risico.
6.2.1 Blootstelling van personen aan warmtestraling De warmtestraling van een brand (BLEVE, toorts- en plasbrand) kan leiden tot dodelijke effecten. Voor toorts- en plasbranden berekent Safeti-NL de letaliteit met een probitfunctie, die een relatie legt tussen blootstelling (intensiteit warmtestraling) en blootstellingsduur en de kans om te overlijden. Zo resulteert een maximale blootstellingsduur van 20 seconden aan een warmtestraling van 35 kW/m2 en 9,8 kW/m2 in respectievelijk 100% letaliteit en 1% letaliteit. Voor het plaatsgebonden risico wordt ervan uitgegaan dat een persoon zich buiten bevindt, onbeschermd door kleding of op een andere wijze. Het groepsrisico houdt rekening met de beschermende werking van gebouwen en kleding.
6.2.2 Blootstelling van personen aan een wolkbrand Bij een wolkbrand wordt het effect bepaald door de omvang van de brandbare wolk. Voor de schademodellering worden twee situaties onderscheiden: in de ontvlambare wolk en buiten de wolk.
22
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJK
6.3
Effectafstanden dominante scenario’s
6.3.1 Effectafstanden weerklasse F1,5 m/s In het kader van onder andere de rampenbestrijding is het van belang om de effectafstanden van de verschillende scenario’s te kennen. De effectafstanden van de grootste en risico dominerende scenario’s tijdens weerklasse F1,5 m/s zijn hieronder weergegeven.
Scenario
Effect
1% letaliteit [m]
Tubetrailer lekkage grootste aansluiting
Flash Fire
116
Tubetrailer instantaan falen
Fireball
60
Tubetrailer (verlading) Fireball
Fireball
60
Tubetrailer (omgeving brand) Fireball 100%
Fireball
60
Tubetrailer (externe beschadiging) Fireball 100%
Fireball
60
Tabel 6.1: Effectafstanden van de grootste en risico dominerende scenario’s tijdens weerklasse F1,5
De grootste effectafstand voor deze weerklasse wordt veroorzaakt door een lekkage en ontsteking van het waterstof van de grootste aansluiting van de tubetrailer (45,2mm).
6.3.2 Effectafstanden weerklasse D5,0 m/s In het kader van onder andere de rampenbestrijding is het van belang om de effectafstanden van de verschillende scenario’s te kennen. De effectafstanden van de grootste en risico dominerende scenario’s tijdens weerklasse D5 m/s zijn hieronder weergegeven.
Scenario
Effect
1% letaliteit [m]
Tubetrailer lekkage grootste aansluiting
Flash Fire
142
Tubetrailer instantaan falen
Fireball
60
Tubetrailer (verlading) Fireball
Fireball
60
Tubetrailer (omgeving brand) Fireball
Fireball
60
Tubetrailer (externe beschadiging) Fireball
Fireball
60
Tabel 6.2: Effectafstanden van de grootste en risico dominerende scenario’s tijdens weerklasse D5.
De grootste effectafstand voor deze weerklasse wordt veroorzaakt door een lekkage en ontsteking van het waterstof van de grootste aansluiting van de tubetrailer (45,2mm).
23
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJKLIVEFREE HOOGEVEEN
7
QRA RESULTATEN
7.1
Plaatsgebonden risico
De Plaatsgebonden Risicocontouren zijn weergegeven in onderstaande figuur.
Figuur 7.1: Project Hoogeveen waterstof distributie Kaartgegevens: Google, DigitalGlobe.
De PR-6 valt niet volledig binnen de inrichting, echter valt deze niet over een (beperkt) kwetsbaar object. De PR-6 valt een klein gedeelte over de NAM inrichting, echter is dit geen obstructie, aangezien de NAM een BEVI-inrichting betreft. Het plaatsgebonden risico is geanalyseerd voor een één Risk Ranking Points, namelijk de gevel van de bebouwing in het noorden ten opzichte van het project. In onderstaande tabellen zijn de resultaten weergegeven van dit risk ranking point.
Scenario - Noordelijke RRP
Risico
%
Tubetrailer lekkage grootste aansluiting
3,84· 10-8
100%
Totaal
3,84· 10-8
100%
Tabel 7.1: RRP Noord
Uit de bovenstaande tabel blijkt dat het risico op het risk ranking point 3,84·10-8 betreft.
7.2
Groepsrisico
Er is geen groepsrisico omdat er geen populatie aanwezig is binnen de letaliteitafstand. Uit de berekeningen volgt dan ook dat er geen groepsrisico is. Er is dus in het kader van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (conform de definitie gegeven in artikel 1 van het Bevi [ref. 1]) geen sprake van een groepsrisico.
24
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJK
8
CONCLUSIES
In deze QRA zijn de externe risico’s van de bepaald. Deze risico’s zijn uitgedrukt in plaatsgebonden risico en groepsrisico per jaar. De 10-6 per jaar PR contour raakt geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. De grootste effectafstand wordt veroorzaakt door lekkage van de grootste aansluiting van de tubetrailer tijdens de verlading, deze heeft een effectafstand van 142 m (D5, tot 1%-letaliteitswaarde).
8.1
Toetsing plaatsgebonden risico aan acceptatiecriteria
Binnen de berekende 10-6 PR contour bevindt zich geen (beperkt) kwetsbare objecten. Het berekende Plaatsgebonden Risico voldoet aan de richt- en grenswaarde gedefinieerd in het BEVI [ref. 2].
8.2
Toetsing groepsrisico aan acceptatiecriteria
Het Groepsrisico van het project ligt onder de oriëntatiewaarde.
25
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJKLIVEFREE HOOGEVEEN
9
REFERENTIES
[ref. 1] Besluit van 27 mei 2004, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer (Besluit externe veiligheid inrichtingen), Staatsblad 2004 nr. 521, http://wetten.overheid.nl/BWBR0016767 [ref. 2] Handleiding Risicoberekeningen Bevi versie 4,1, RIVM, 1 oktober 2019, http://www.rivm.nl/dsresource?objectid=rivmp:281744&type=org&disposition=inline&ns_nc=1 [ref. 3] Ondertekening van 27-02-2020, Regeling externe veiligheid inrichtingen, Staatscourant 2020, 9262, https://wetten.overheid.nl/BWBR0017168/2020-04-01
26
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJK
10
DEFINITIES
Kwetsbaar object: a.
Woningen, niet zijnde woningen als bedoeld in onderdeel a, onder beperkt kwetsbaar object
b. Gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1.
Ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen;
2.
Scholen, of
3.
Gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen.
c. Gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, zoals: 1. of
kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m2 per object,
2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000 m2 per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd. d. kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen.
Kwetsbare objecten die behoren tot het terrein van een BEVI-inrichting worden niet beschouwd als kwetsbaar object met betrekking tot risico’s ten gevolge van de eigen inrichting (art 1, lid 2). Wel wordt de aanwezige populatie meegenomen in de berekening van het groepsrisico.
Beperkt kwetsbaar object: a.
Woningen: 1. verspreid liggende woningen van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare, en 2.
dienst- en bedrijfswoningen van derden;
b.
kantoorgebouwen, mits geen kwetsbaar object;
c.
hotels en restaurants, mits geen kwetsbaar object;
d.
winkels, mits geen kwetsbaar object;
e.
sporthallen, zwembaden en speeltuinen;
f. sport- en kampeerterreinen en terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, mits geen kwetsbaar object; g.
bedrijfsgebouwen, mits geen kwetsbaar object;
h. objecten die met de onder a tot en met e en g genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn, en i. objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale, of een gebouw met vluchtleiding apparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval.
27
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJKLIVEFREE HOOGEVEEN
Beperkt kwetsbare objecten die behoren tot het terrein van een BEVI-inrichting worden niet beschouwd als beperkt kwetsbaar object met betrekking tot risico’s ten gevolge van de eigen inrichting (art 1, lid 2). Wel wordt de aanwezige populatie meegenomen in de berekening van het groepsrisico.
Geprojecteerd object: Een nog niet aanwezig object dat op grond van het voor het desbetreffende gebied geldende bestemmingsplan toelaatbaar is.
Plaatsgebonden risico: Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is. Het plaatsgevonden risico wordt weergegeven als iso-risicocontouren (plaatsen met een gelijke PR) op een plattegrond. Opgemerkt dient te worden dat het plaatsgebonden risico een genormaliseerde risicomaat is en geen maat is voor het daadwerkelijke risico voor personen in de omgeving.
Groepsrisico: Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1,000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, zogenaamde FN-curve, waarin de groepsgrootte van aantallen slachtoffers (x-as) uitgezet wordt tegen de cumulatieve kans dat een dergelijke groep slachtoffer wordt van een ongeval (y-as).
Grenswaarde: Een grenswaarde geeft de kwaliteit aan die op het in de maatregel aangegeven tijdstip ten minste moet zijn bereikt, en die, waar zij aanwezig is, ten minste moet worden in stand gehouden. Dit betekent dat er altijd moet worden voldaan aan de grenswaarde.
Richtwaarde: Een richtwaarde geeft de kwaliteit aan die op het in de maatregel aangegeven tijdstip zoveel mogelijk moet zijn bereikt, en die, waar zij aanwezig is, zoveel mogelijk moet worden in stand gehouden. Dit betekent dat erom gewichtige redenen mag worden afgeweken van de richtwaarde.
Oriëntatiewaarde: De oriëntatiewaarde is de toetsingswaarde. Dit betekent dat er bij een overschrijding een politieke afweging moet worden gemaakt van de risico’s tegen de maatschappelijke baten en kosten van een risicovolle activiteiten.
28
KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN WATERSTOF WIJK
COLOFON KWANTITATIEVE RISICOANALYSE (QRA) HOOGEVEEN - WATERSTOF WIJK
AUTEUR Robbin van Gent en Nico van Roden ONZE REFERENTIE D10020833:28 DATUM 24 februari 2021 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR
Nico van Roden Senior adviseur Risk en Opportunity management
Arcadis Nederland B.V. Postbus 220 3800 AE Amersfoort Nederland +31 (0)88 4261261 www.arcadis.com
29
Bijlage 3 Integraal advies RUD Drenthe bodem, externe veiligheid en geluid
Buitengebied Noord, deelplan Nijstad, uitbreiding NAM locatie ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9006013-ON01 97
3 mei 2022
Memo
Aan Van Team Betreft Afschrift Aan Datum
Gemeente Hoogeveen RUD Drenthe Vergunningen Integraal advies H2 Nijstad-Oost Hoogeveen 28 sept 2021
INLEIDING Op 4 februari 2021 heeft de gemeente Hoogeveen een verzoek bij de RUD Drenthe ingediend voor een integraal advies over een te realiseren waterstofontvangst- en reduceerstation bij Nijstad-Oost te Hoogeveen. Aan het adviesverzoek hebben wij het zaaknummer Z2021-001921 gegeven. Onderstaand advies bevat de onderdelen Bodem, Externe veiligheid, Geluid en Omgevingsvergunningen onderdeel milieu BODEM Er is advies gevraagd voor het ontwikkelen van een woonwijk op waterstof (locatie Nijstad (oost)). Voor de aanvoer van waterstof moet er een zogenaamde waterstofgas ontvangstlocatie worden gerealiseerd. Deze waterstof ontvangstlocatie wordt gerealiseerd ten zuiden van de mijnbouwlocatie Ten Arlo van de NAM. Historische informatie Nijstad Oost Het gebied was altijd in gebruik als natuur totdat het omstreeks 1900 in gebruik is genomen voor agrarische doeleinden. Het perceel ter plaatse van de projectlocatie is momenteel nog steeds in gebruik als agrarisch perceel. Er zijn ter plaatse van het te ontwikkelen perceel geen verdachte historische activiteiten bekend. Er is ter plaatse van de locatie waar de waterstofgas ontvangstlocatie is gepland een bodemonderzoek uitgevoerd: Oranjewoud, kenmerk: 10289036-647, 28-11-1997: De grond is niet verontreinigd met de onderzochte parameters.
Het grondwater is sterk verontreinigd met zink, matig verontreinigd is met cadmium, nikkel en lood en licht verontreinigd is met chroom en koper. Advies voor het bestemmingsplan De bestemming zal van agrarische percelen gewijzigd worden naar bedrijvigheid. In verband met de financiële haalbaarheid van het plan zal hierop in moeten worden gegaan in relatie tot de bodem. Mocht blijken dat er een geval van bodemverontreiniging op de locatie aanwezig is die de bestemming in de weg staat en die moet worden gesaneerd, dan moeten hiervoor de financiële middelen beschikbaar zijn. Advies in het kader van de voorgenomen activiteiten In het kader van het activiteitenbesluit dient bij bodembedreigende activiteiten die uitgevoerd gaan worden een nulsituatie bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Een waterstof installatie wordt niet als een bodembedreigende activiteit gezien. Derhalve kan een nulsituatie bodemonderzoek achterwege blijven. Advies voor de omgevingsvergunning, activiteit Bouwen Omdat er geen verblijfsruimten worden gerealiseerd kan een bodemonderzoek in het kader van de bouwaanvraag achterwege blijven. Conclusie In het kader van de bestemmingsplan wijziging, het activiteiten besluit en de bouwaanvraag kan het uitvoeren van een bodemonderzoek achterwege blijven.
Algemeen Indien bij eventuele graafwerkzaamheden ter plaatse van de bouwlocatie afwijkingen worden geconstateerd of het vermoeden van een bodemverontreiniging bestaat, dient contact te worden opgenomen met de gemeente Hoogeveen. Indien sprake is vrijkomende grond van de bouwlocatie en deze kan niet op de eigen locatie worden verwerkt kan mogelijk gebruik worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart. Indien dit niet mogelijk is dan dient in dat geval de hergebruiksmogelijkheid, ten behoeve van toepassing elders, vastgesteld te worden.