BP Stadscentrum, parapluherziening parkeren_vastgesteld_1.pdf
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN
vastgesteld
19 januari 2023
Bestemmingsplan Stadscentrum, Parapluherziening Parkeren Gemeente Hoogeveen Status: Vastgesteld Datum: 19 Januari 2023 IMRO-Idn: NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01
Stadscentrum, parapluherziening parkeren NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 Stadscentrum, parapluherziening parkeren _____________________________________________________________________________________ Status voorontwerp ontwerp vastgesteld onherroepelijk
datum besluit B&W / Raad
publicatiedatum
inzagetermijn
20 sept 2022 19 jan 2023
28 sept. 2022
29 sept t/m 9 nov 2022
_____________________________________________________________________________________
Vaststellingsbesluit
...........................................................................
Raad van State (onherroepelijk)
...........................................................................
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Opgave bestemmingsplan Opbouw toelichting
7 7 7
Hoofdstuk 2
Huidige situatie
9
Plangebied Vigerend recht
9 9
2.1 2.2
Hoofdstuk 3 3.1 3.2
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3
Hoofdstuk 6 6.1 6.2
Gewenste situatie
11
Algemeen Regeling parkeren, laden en lossen
11 11
Planbeschrijving
13
Juridisch systeem Regels Verklaring van de algemene aanduidingsregels
13 13 14
Handhaving
15
Algemeen Beleidskeuzen Inzet gemeentelijk apparaat
15 15 15
Uitvoerbaarheid
17
Maatschappelijkeuitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid
17 18
Bijlage bij de toelichting
19
Bijlage 1 Overzicht geldend planologisch regime Stadscentrum Hoogeveen
20
Regels
23
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6
Inleidende regels Begrippen Werking van dit bestemmingsplan
Algemene regels
24 24 25
26
Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels
26 27
Overgangs- en slotregels
28
Overgangsrecht Slotregel
28 29
Bijlagen bij de regels
31
Stadscentrum, parapluherziening parkeren
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01
vastgesteld
2
19 januari 2023
Bijlage 1 Parkeernota 2011 Bijlage 2 Overzicht geldend planologisch regime Stadscentrum Hoogeveen
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
32 56
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 3
19 januari 2023
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 4
19 januari 2023
Toelichting
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 5
19 januari 2023
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 6
19 januari 2023
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Dit bestemmingsplan voorziet in de planologische borging van de parkeerregels en -normen voor auto's en fietsen en de regels aangaande het lossen.
Dit paraplubestemmingsplan omvat alle in de verbeelding bij dit plan aangewezen gebieden van de gemeente waar een onherroepelijk bestemmingsplan geldt. Het is een zogenoemd parapluplan, dat de geldende bestemmingsplannen niet vervangt, maar op bepaalde punten wijzigt en aanvult.
1.2
Opgave bestemmingsplan
Zoals aangegeven voorziet voorliggend paraplubestemmingsplan in een aanvulling op het planologisch regime ter plaatse van het stadscentrum van Hoogeveen. Het bestemmingsplan 'Stadscentrum, parapluherziening parkeren' bestaat uit de volgende stukken: toelichting (met bijbehorende bijlagen); verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen).
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.3
Opbouw toelichting
Achtereenvolgens komen na deze inleiding (hoofdstuk 1) de volgende onderwerpen aan bod: hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande situatie en benoemt de huidige planologische regels; hoofdstuk 3 geeft de gewenste ontwikkeling en de uitgangspunten van het plan weer; hoofdstuk 4 gaat in op de planologische regels en de daarbij behorende verbeelding; hoofdstuk 5 gaat in op de handhaafbaarheidvan het bestemmingsplan; hoofdstuk 6 gaat in op de maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 7
19 januari 2023
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 8
19 januari 2023
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie
Plangebied
Het plangebied omvat het gehele stadscentrum van Hoogeveen. In Bijlage 1 is een lijst opgenomen van de bestemmingsplannen die vallen onder het werkingsgebied van dit bestemmingsplan. In afbeelding 2.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Afbeelding 2.1
2.2
Ligging plangebied (Bron: PDOK)
Vigerend recht
Doordat in voorliggend geval sprake is van een paraplubestemmingsplan dat voorziet in een wijziging/aanvulling op de bestaande planologische situatie ter plaatse van het plangebied, is het overbodig om het gehele vigerende recht binnen het plangebied te omschrijven. In Bijlage 1 is een opsomming opgenomen van de geldende plannen ter plaatse van het plangebied.
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 9
19 januari 2023
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 10
19 januari 2023
Hoofdstuk 3 3.1
Gewenste situatie
Algemeen
Zoals in de aanleiding is beschreven, voorziet voorliggend parapluplan in een regeling ter borging van het gemeentelijke parkeerbeleid. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op de betreffende regeling en wordt gemotiveerd waarom de regeling wenselijk is.
3.2
Regeling parkeren, laden en lossen
Door een wijziging van de Woningwet zijn op 1 juli 2018 de stedenbouwkundige bepalingen uit de gemeentelijke bouwverordening vervallen. Daarmee is ook de bepaling vervallen op basis waarvan, in het kader van omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen, de aanleg van parkeerplaatsen werd geëist. Om de aanleg van parkeerplaatsen toch te kunnen afdwingen, is het van belang dat een aantal bestemmingsplannen wordt herzien, door aan deze bestemmingsplannen een parkeerregeling toe te voegen. Bij de invoering van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in 2008 had de wetgever al bepaald dat artikel 8, vijfde lid, van de Woningwet zou vervallen. Door het vervallen van dat artikel, was het niet langer mogelijk om stedenbouwkundige bepalingen in de gemeentelijke bouwverordening op te nemen. Hiermee gaf de wetgever uitvoering aan de opvatting dat stedenbouwkundige bepalingen uitsluitend in bestemmingsplannen worden opgenomen. De wetgever heeft uiteindelijk van invoering afgezien, mede omdat bij veel gemeenten vragen rezen over de wijze waarop het parkeren in het bestemmingsplan zou kunnen worden geregeld. Het was de vraag of de flexibele wijze waarop de regeling in de bouwverordening over parkeren was vormgegeven, ook mogelijk is in een bestemmingsplan. Op 29 november 2014 trad de Reparatiewet BZK 2014 (Stb. 2014, 458) in werking.
Daarmee is de Woningwet zodanig aangepast dat de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening alsnog zijn vervallen, alsmede de aanvullende werking van de bouwverordening uit artikel 9 van de Woningwet. Met dezelfde wetswijziging is artikel 3.1.2, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Dit artikel maakt een dynamische verwijzing mogelijk; de oplossing waarmee een flexibele regeling over parkeren in een bestemmingsplan mogelijk is (zie ook paragraaf 3.1). Voor de gebieden waarvoor ná 29 november 2014 een bestemmingsplan is vastgesteld, verviel de aanvullende werking van de bouwverordening onmiddellijk. Voor de overige gebieden bleef de aanvullende werking tot 1 juli 2018 gelden. Het doel van deze parapluherziening is om een regeling, waarmee parkeerplaatsen worden geëist, toe te voegen aan de bestemmingsplannen die een dergelijke regeling nog niet hebben. De regeling wordt eveneens toegevoegd aan de bestemmingsplannen die na 29 november 2014 zijn vastgesteld en wél een parkeerregeling bevatten. Ten slotte dient de regeling uit deze parapluherziening als basis voor alle toekomstige bestemmingsplannen. Op die manier wordt toegewerkt naar een situatie waarin overal in het stadscentrum Hoogeveen dezelfde regeling geldt.
De parkeerregeling verwijst naar het actuele parkeerbeleid en bevat tevens een dynamische verwijzing naar toekomstige, nieuwe parkeerregelingen die door de gemeente Hoogeveen worden vastgesteld. Zodoende is na een herziening van de gemeentelijke parkeerregeling geen nieuw paraplubestemmingsplan benodigd, maar voorziet dit paraplubestemmingsplan daarin.
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 11
19 januari 2023
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 12
19 januari 2023
Hoofdstuk 4 4.1
Planbeschrijving
Juridisch systeem
Als opzet voor de planologische regeling van het plangebied, is gekozen voor een verbeelding met algemene aanduidingsregels die over het gehele plangebied liggen. De regels zijn zodanig geformuleerd dat deze als aanvulling van het bestaande planologische regime worden gelezen. Het bestemmingplan valt onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro), die op 1 juli 2008 in werking is getreden. Dit betekent dat het bestemmingsplan is opgezet volgens de nieuwste wettelijke regelgeving en volgens de nieuwste Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. Deze nieuwe standaard is per 1 juli 2013 verplicht volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het plan is technisch als een digitaal raadpleegbare versie uitgevoerd en voldoet aan de eisen van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen). Deze digitale versie is bedoeld om de burger 'online' informatie te verschaffen omtrent het bestemmingsplan. Bovendien is de digitale versie bedoeld voor uitwisseling van gegevens binnen de gemeente en met andere overheidsinstanties. De digitale versie is voor (ontwerp)plannen die na 1 januari 2010 ter inzage worden gelegd verplicht op grond van de nieuwe Wro. Er zal een analoge (papieren) versie van het bestemmingsplan naast het digitale plan blijven bestaan.
4.2
Regels
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels worden in beginsel onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.
Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); Overgangs- en slotregels.
Het tweede hoofdstuk ontbreekt in voorliggend paraplubestemmingsplan. Door middel van voorliggend paraplubestemmingsplan worden namelijk geen nieuwe bestemmingen mogelijk gemaakt. De regels zijn vervat in artikelen die onderverdeeld zijn in vier delen. In de "Inleidende regels" zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In artikel 1 zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In artikel 2 is de werking van dit bestemmingsplan bepaald. Hierin is aangegeven dat dit paraplubestemmingsplan een aanvulling betreft op de reeds geldende plannen ter plaatse van het plangebied. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 13
19 januari 2023
de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. In de "Algemene regels" staan artikelen benoemd die voor alle of meerdere bestemmingen gelden. In voorliggend geval zijn onder de algemene aanduidingsregels de gewenste aanvullende regelingen opgenomen. In de "Overgangs- en slotregels" staan artikelen benoemd die voor alle voorgaande regels gelden. Het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik is hierin geregeld alsmede de slotregel.
4.3
Verklaring van de algemene aanduidingsregels
Ten aanzien van voorliggend paraplubestemmingsplan, zijn met name de algemene aanduidingsregels van belang. In de algemene aanduidingsregels zijn namelijk de twee toe te voegen regelingen ten aanzien van parkeren en laden en lossen opgenomen. Hoewel de regelingen in hoofdstuk 3 reeds zijn beschreven, worden deze hierna nader aangehaald.
4.3.1
Overige zone - parkeren auto's en fietsen, laden en lossen
In deze algemene aanduidingsregel worden eisen aan parkeren, laden en lossen gekoppeld aan de omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden. Door de parkeereis te koppelen aan de omgevingsvergunning voor bouwen of afwijkend gebruik, wordt tot uitdrukking gebracht dat zowel initiatieven die voldoen aan de eisen van het bestemmingsplan als initiatieven waarvoor van het bestemmingsplan moet worden afgeweken in voldoende parkeergelegenheid moeten voorzien. In deze regeling wordt verwezen naar de huidige gemeentelijke parkeernota, de 'Parkeernota 2011'. Door middel van een dynamische verwijzing is tevens bepaald dat, indien de gemeentelijke beleidsregels wijzigen, rekening moet worden gehouden met deze wijzigingen. Zodoende wordt voorkomen dat bij de wijziging van de beleidsregels een nieuw parapluplan moet worden opgesteld. In de regels is tot slot bepaald dan bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de gestelde normen als opgenomen in de geldende gemeentelijke parkeernota. Er dient dan sprake te zijn van een integrale afweging en daarmee een ander, zwaarder wegend belang wordt gediend en dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van de kwaliteit van de openbare ruimte. Ook in de afwijkingsregel zoals hiervoor beschreven, is een dynamische verwijzing opgenomen.
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 14
19 januari 2023
Hoofdstuk 5 5.1
Handhaving
Algemeen
Het bestemmingsplan wil een sturend instrument zijn voor de ruimtelijke en functionele inrichting van het plangebied. Aan de hand van de in het bestemmingsplan opgenomen regels worden voorgenomen activiteiten (activiteiten en gebruik van gronden) getoetst. Als blijkt dat in afwijking van de regels activiteiten plaatsvinden, is handhaving in enge zin aan de orde, gericht op het ongedaan maken van een overtreding. Handhaving is belangrijk om de sturing die het bestemmingsplan beoogt tot haar recht te laten komen. Door middel van voorliggend paraplubestemmingsplan zijn aanvullingen op het bestaande planologisch regime beoogd.
5.2
Beleidskeuzen
Door de gemeente Hoogeveen is een kadernota integrale handhaving vastgesteld. Deze nota is de start van programmatisch handhaven in de gemeente Hoogeveen. Programmatisch handhaven is een structurele en integrale aanpak van de handhaving, waarbij de uitvoering onder andere is gebaseerd op een handhavingsprogramma. Daarbij worden door het bestuur de prioriteiten bepaald en worden handhavingsactiviteiten zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. In deze aanpak worden beleid en uitvoering opgevolgd door evaluatie en bijsturing. Programmatisch handhaven is daarmee een cyclisch, democratisch, integraal en transparant proces.
5.3
Inzet gemeentelijk apparaat
Aan de controle van het onderhavige plan wordt binnen de gemeente inhoud gegeven door een aantal ambtenaren die zich continu met handhaving bezighoudt.
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 15
19 januari 2023
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 16
19 januari 2023
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Het plan is voorgelegd aan de overlegpartners in het kader van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening. Vanuit de provincie is vermeld dat er geen provinciaal belang met dit plan gemoeid is. Ook het Waterschap Drents Overijsselse Delta vermeldde dat er geen waterschapsbelang is. Vanuit de verdere overlegpartners zijn er geen reacties meer gekomen.
Inspraak Doordat in voorliggend geval de regels met betrekking tot parkeren een formaliteit betreft waarbij geen nadelige gevolgen kunnen optreden (aan de nota parkeernormen moest altijd al worden voldaan), is in voorliggend geval geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.
Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan volgt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die is beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het ontwerpplan wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Een ieder wordt daarbij in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling zienswijzen op het plan naar voren te brengen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 29 september tot en met 9 november 2022 voor een ieder ter inzage gelegen. Het ontwerpbestemmingsplan bevatte in eerste instantie ook bepalingen over het onderwerp 'wonen'. Omdat echter is gebleken dat meer onderzoek nodig is naar de juridische consequenties van de beoogde regeling voor 'wonen' is besloten om dit onderdeel uit het plan te halen en in dit plan alleen nog het 'parkeren' te regelen. Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn 3 zienswijzen naar voren gebracht. Alle zienswijzen hebben betrekking op het onderdeel 'wonen' en hoeven daarom niet inhoudelijk te worden behandeld. Om deze reden is ook geen 'Reactienota zienswijzen' opgesteld. Uiteraard worden de indieners hierover wel persoonlijk geïnformeerd.
Vaststellingsfase Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en ligt tezamen met het vastgestelde bestemmingsplan en bijbehorende stukken gedurende 6 weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid om hiertegen beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State al dan niet in combinatie met een verzoek om voorlopige voorziening.
Inwerkingtreding Het vastgestelde bestemmingsplan is onherroepelijk als niemand beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft ingediend. Als er wel een beroep is ingediend, maar geen voorlopige voorziening is aangevraagd, treedt het bestemmingsplan na de beroepstermijn in werking. Het bestemmingsplan is dan nog niet onherroepelijk omdat de Raad van State nog een uitspraak over het beroep moet doen. Als er tijdens de beroepstermijn beroep is ingesteld en daarnaast een voorlopige voorziening is Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 17
19 januari 2023
gevraagd bij de Raad van State, dan treedt het bestemmingsplan nog niet in werking. De Raad van State moet dan eerst beslissen of er een voorlopige voorziening wordt getroffen. Als er een voorlopige voorziening wordt getroffen, treedt het bestemmingsplan geheel of gedeeltelijk nog niet in werking totdat de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State over het beroep heeft beslist. Als het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, treedt het bestemmingsplan in werking. Het bestemmingsplan is pas onherroepelijk als de Raad van State een uitspraak heeft gedaan over het beroep.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens moeten, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, deze kosten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Dit bestemmingsplan voorziet in een wijziging van de planregels van alle bestemmingsplannen die onder de Wet ruimtelijke ordening zijn vastgesteld. Met dit bestemmingsplan wordt geen bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening mogelijk gemaakt. Daarom is het niet nodig om een exploitatieplan vast te stellen.
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 18
19 januari 2023
Bijlage bij de toelichting
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 19
19 januari 2023
Bijlage 1 Overzicht geldend planologisch regime Stadscentrum Hoogeveen
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 20
19 januari 2023
Overzicht geldend planologisch regime Stadscentrum Hoogeveen Plannaam
IMRO-code
Vaststellingsdatum
Stadscentrum, deelplan Detailhandel Stadscentrum 2008 Stadscentrum, deelplan Prins Mauritsplein 2013 Stadscentrum, deelplan Grote Kerkstraat 15, 2014 Stadscentrum, deelplan Weth. Robaardstraat 2014 Stadscentrum, deelplan Hoofdstraat Noord 4-20, 2014 Stadscentrum, deelplan Dwingelandpark 2015 Stadscentrum. deelplan Beukemaplein 2015 Stadscentrum, deelplan Hoofdstraat 9, 2016 Stadscentrum, deelplan van Limburg Stirumstraat 1, 2016 Stadscentrum, deelplan Grote Kerkstraat 40, 2019 Stadscentrum, deelplan Bilderdijk 2012 Stadscentrum, wijzigingsplan De kaap 2011
NL.IMRO.0118.2020BP8017020-VG01
23 december 2021
NL.IMRO.0118.BP20088017001-OH01 NL.IMRO.0118.2013BP8017005-VG01
27 mei 2010 3 juli 2014
NL.IMRO.0118.2014BP8017006-VG01
23 oktober 2014
NL.IMRO.0118.2014BP8017007-VG01
23 april 2015
NL.IMRO.0118.2014BP8017008-VG01
16 juni 2016
NL.IMRO.0118.2015BP8017009-VG02
12 december 2019
NL.IMRO.0118.2015BP8017010-VG01
20 april 2017
NL.IMRO.0118.2016BP8017011-VG01
22 december 2016
NL.IMRO.0118.2016BP8017014-VG01
6 december 2018
NL.IMRO.0118.2019BP8017016-VG01
12 september 2019
NL.IMRO.0118.BP20128017003-VG02
14 maart 2013
NL.IMRO.0118.BPW20118017001-VG02
11 april 2012
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 22
19 januari 2023
Regels
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 23
19 januari 2023
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan "Stadscentrum, parapluherziening parkeren" met identificatienummer NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 van de gemeente Hoogeveen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 bestaand de op het moment van ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en conform de op dat moment geldende regels aanwezige gebouwen/ oppervlakten/ gebruik of waarvoor een omgevingsvergunning is verleend danwel een aanvraag om omgevingsvergunning is ingediend die kan worden verleend; 1.4 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.5 Parkeernota 2011 de Parkeernota 2011 van de gemeente Hoogeveen zoals opgenomen in Bijlage 1;
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 24
19 januari 2023
Artikel 2 2.1
Werking van dit bestemmingsplan
Toepassingsbereik
De regels van dit plan worden toegevoegd aan de regels van alle bestemmingsplannen, (partiële) herzieningen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen, die op het moment van vaststelling van dit plan zijn vastgesteld.
2.2 a. b.
Verhouding tot andere bestemmingsregelingen De bestemmingsplannen die met dit bestemmingsplan worden herzien, zijn opgenomen in Bijlage 2 van de regels. Als op een locatie ook regels van een eerder vastgesteld bestemmingsplan gelden die dezelfde strekking hebben a l s een regel van dit plan, dan blijven die regels van dat eerder vastgestelde bestemmingsplan buiten toepassing.
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 25
19 januari 2023
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 26
19 januari 2023
Artikel 4
Algemene aanduidingsregels
4.1
Overige zone - parkeren auto's en fietsen, laden en lossen
4.1.1
Regeling
a.
b.
c.
Een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden, zoals toegestaan op grond van de onderliggende ruimtelijke plannen, waarbij sprake i s van een parkeerbehoefte, wordt niet eerder verleend dan nadat in voldoende mate i s voorzien in parkeergelegenheid voor auto's en fietsen, overeenkomstig de 'Parkeernota 2011' van de gemeente Hoogeveen; Een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden, zoals toegestaan op grond van de onderliggende ruimtelijke plannen, waarbij sprake i s van een behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen, wordt niet eerder verleend dan nadat in voldoende mate i s voorzien in ruimte voor het laden en lossen van goederen, overeenkomstig de 'Parkeernota 2011' van de gemeente Hoogeveen; Als de onder a en b bedoelde beleidsregels worden gewijzigd, worden de nieuwe beleidsregels a l s geldend kader aangemerkt.
4.1.2 a.
b.
Afwijken van de regeling
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning en overeenkomstig de 'Parkeernota 2011' van de gemeente Hoogeveen afwijken van het bepaalde in artikel 4.1.1 onder a en b inzake de eis dat in voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen en ruimte voor laden en lossen moet worden voorzien, mits in dat geval sprake i s van een integrale afweging en daarmee een ander, zwaarder wegend belang wordt gediend en dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van de kwaliteit van de openbare ruimte. Als de onder a bedoelde beleidsregels of nota wordt gewijzigd, worden de nieuwe beleidsregels a l s geldend kader aangemerkt.
4.1.3
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a.
het gebruik van gronden en bouwwerken met een parkeerbehoefte dan wel een behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen zonder dat hierin in voldoende mate i s voorzien overeenkomstig de 'Parkeernota 2011', danwel de op dat moment geldende parkeernota van de gemeente Hoogeveen.
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 27
19 januari 2023
Hoofdstuk 3 Artikel 5 5.1
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk i s teniet gegaan.
5.2
Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 5.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 5.1 met maximaal 10%.
5.3
Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken
Lid 5.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
5.4
Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
5.5
Strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 5.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
5.6
Verboden gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in lid 5.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
5.7
Uitzondering op het overgangsrecht gebruik
Lid 5.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 28
19 januari 2023
Artikel 6
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Stadscentrum, parapluherziening parkeren.
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 29
19 januari 2023
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 30
19 januari 2023
Bijlagen bij de regels
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 31
19 januari 2023
Bijlage 1
Parkeernota 2011
Stadscentrum, parapluherziening parkeren vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8017021-VG01 32
19 januari 2023
Parkeernota 2011 Parkeerbeleid Stadscentrum
Parkeernota beleid stadscentrum Kop 2 regels + kader.indd 1
23-8-2011 14:11:22
Inhoudsopgave
1
Leeswijzer .............................................................................................................................................................. 2
2
Actuele parkeersituatie, knelpunten en ontwikkelingen ....................................................................................... 2 2.1
Actuele parkeersituatie stadscentrum ....................................................................................................... 2
2.2
Knelpunten ................................................................................................................................................ 6
2.3
Ontwikkelingen .......................................................................................................................................... 7
3
Beleidsuitgangspunten en doelstellingen .............................................................................................................. 8
4
Doelgroepenbeleid en regulering .......................................................................................................................... 9
5
6
4.1
Bezoekers................................................................................................................................................. 10
4.2
Bewoners ................................................................................................................................................. 10
4.3
Werkers ................................................................................................................................................... 11
4.4
Leveranciers en vervoerders .................................................................................................................... 11
Parkeermodel ...................................................................................................................................................... 12 5.1
Parkeerareaal ........................................................................................................................................... 12
5.2
Vooraf versus achteraf betaald parkeren ................................................................................................ 12
5.3
Bereikbaarheid en parkeerverwijzing ...................................................................................................... 13
5.4
Fietsenstallingen ...................................................................................................................................... 13
Tarifering ............................................................................................................................................................. 14 6.1
Tariefbeleid kortparkeren ........................................................................................................................ 14
6.2
Tarievenbeleid vergunningen en ontheffingen ........................................................................................ 14
7
Parkeerhandhaving.............................................................................................................................................. 15
8
Parkeernormen.................................................................................................................................................... 15
9
Monitoren en bijsturen ....................................................................................................................................... 17
Bijlage 1: Parkeerlocaties Hoogeveen stand 01-01-2011 Bijlage 2: Vergunningshoudersgebieden per 2011
23 augustus 2011
1
1
Leeswijzer
De parkeernota omvat drie delen. In dit deel 1 wordt het parkeerbeleid uiteengezet voor het stadscentrum. Deel 2 van de parkeernota gaat over het parkeerbeleid voor de wijken, dorpen en bedrijventerreinen. Deel 3 gaat in op de parkeerorganisatie.
Hoofdstuk 2 van dit eerste deel beschrijft de actuele parkeersituatie in het stadscentrum, de knelpunten en de toekomstige ontwikkelingen. Daarna worden in hoofdstuk 3 de beleidsuitgangspunten en doelstellingen benoemd die in hoofdstuk 4 concreet zijn uitgewerkt in het doelgroepenbeleid. Hoofdstuk 5 beschrijft het parkeermodel in het centrum, gevolgd door het tarievenbeleid in hoofdstuk 6. Hoofdstuk 7 gaat in op de handhaving van het parkeerbeleid, hoofdstuk 8 behandelt de parkeernormen. Het laatste hoofdstuk gaat in op het meten en evalueren van de effecten van het gevoerde beleid en de mechanismen om het beleid aan te passen.
2 2.1
Actuele parkeersituatie, knelpunten en ontwikkelingen
Actuele parkeersituatie stadscentrum
Het stadscentrum wordt omsloten door de parkeerroute die tevens de parkeerlocaties Schutsplein en Beukemaplein ontsluit. Het centrumgebied heeft 2.560 parkeerplaatsen (stand 01-01-2011) waarvan: -
1.951 betaalde plaatsen langparkeren
-
91 betaalde plaatsen kortparkeren tot 1 uur
-
106 betaalde plaatsen kortparkeren tot 2 uur
-
118 betaalde plaatsen kortparkeren tot 3 uur
-
78 plaatsen blauwe zone
-
216 gratis parkeerplaatsen
Bijlage 1 geeft een volledig overzicht van de parkeerlocaties.
23 augustus 2011
2
Figuur 1: Parkeersituatie centrum Hoogeveen
Het parkeeraanbod is grotendeels vooraf betaald. Alleen op de Markt Noord (195 parkeerplaatsen) en Zuid (64 parkeerplaatsen) wordt achteraf betaald parkeren met slagbomen toegepast. Het tarief op uurbasis bedraagt € 1,40 behoudens op de locaties Beukemaplein, Markt Noord en op het plein aan de Van Der Duyn van Maasdamstraat waar een tarief geldt van € 1,00 op uurbasis (prijspeil 2011). Er wordt afhankelijk van de locatie afgerekend in tijdseenheden van 4,3 minuten, 6 minuten of 30 minuten.
Het betaalde parkeerareaal in 2009 met 2.186 parkeerplaatsen (pp) verwerkte ruim 1.675.000 kortparkeeruren gerelateerd aan bezoekers ofwel gemiddeld 767 parkeeruren per betaalde plaats per jaar. Naast bezoekers maken ook belanghebbenden met een vergunning c.q. ontheffing gebruik van het parkeeraanbod.
23 augustus 2011
3
Vergunningsoort
Aantal (stand 06-2010)
Tarief per jaar 2011
Bewoners 1 plein
255
€ 48,00
Bedrijf alle pleinen
290
€ 280,80
Vergunningsoort
Aantal (stand 06-2010)
Tarief per jaar 2011
Inwoners alle pleinen
123
€ 280,80
Alle locaties
27
€ 870,00
Markt Noord
30
€ 199,80
Beukemaplein
46
€ 199,80
Bewonersvergunning straten kenteken
277
€ 48,00
Bezoekersvergunning woonstraten
537
€ 48,00
Totaal
1.585 vergunningen / ontheffingen
Uit het parkeeronderzoek 2010 blijkt de gemiddelde bezetting op de pleinen over de gehele week 55% te zijn en per dagdeel te variëren tussen 36% en 89%. Bezetting alle pleinen per dagdeel 100%
89%
90% 80%
74%
bezettingsgraad
70%
50%
46%
50%
51%
55%
50% 39%
40%
57%
57%
60%
Gemiddeld 55%
36%
30% 20% 10% 0%
Grafiek 1: Gemiddelde bezettingsgraad pleinen per dagdeel (bron parkeeronderzoek 2010)
Per locatie zijn de verschillen groot. Op het rustigste moment in de week, de vrijdagochtend met een gemiddelde bezetting van 36%, hebben de Markt Noord en het Nicolaas Beetsplein met 19% de laagste bezetting en heeft het Dekkerplein met 86% de hoogste bezetting. Op het drukste moment in de week, de zaterdagmiddag met een gemiddelde bezetting van 89%, heeft het Blankensplein met 41% de laagste bezetting, en het Nicolaas Beetsplein met 109% de hoogste bezetting.
23 augustus 2011
4
Bezetting pleinen vrijdagochtend 86%
90% 77%
80% 70%
Bezetting (%)
60%
52% 48%
50%
42%
40%
37%
40%
Gemiddeld 36%
29%
25%
30%
21%
19%
19%
20% 10% 0%
Pleinen
Grafiek 2: Bezettingsgraden van de pleinen op het rustigste dagdeel van de week (bron parkeeronderzoek 2010)
Bezetting pleinen zaterdagmiddag 120%
109% 99%
Bezetting (%)
105%
104%
100%
96%
100%
100%
100%
86%
Gemiddeld 89%
83%
80% 58%
60%
41%
40% 20% 0%
Pleinen
Grafiek 3: Bezettingsgraden van de pleinen op het drukste dagdeel van de week (bron parkeeronderzoek 2010)
Uit de vergelijking met het onderzoek van 2009 blijkt dat de parkeerdruk op de meeste dagdelen is toegenomen. Op de zaterdagmiddag blijkt de toename met 22% het grootst.
Vergelijking parkeerbezetting peinen per dagdeel 2009 - 2010 100 89 90
Bezetting (in %)
80
74 56 57
60 50
67
66
70
46 40
47
57
51 46
46
50
39
51
50
54 55
36
40 30 20 10 0
2009
2010
Grafiek 4: Bezettingsgraden per dagdeel 2009 en 2010 (bron parkeeronderzoeken 2009 en 2010)
23 augustus 2011
5
2.2
Knelpunten
Bereikbaarheid en routering rond het centrum De parkeerroute is momenteel geen aaneengesloten ring vanwege het eenrichtingsverkeer in de Notaris Mulderstraat tussen het Haagje en Jonkheer Jongestraat. Dit heeft als consequentie dat er in de Hoofdstraat een doorsteek voor het verkeer is die het voetgangersdomein in het kernwinkelgebied verstoort. Doorsnijding van het winkelgebied in de Hoofdstraat door autoverkeer kan worden voorkomen met tweerichtingsverkeer op de gehele parkeerroute.
Figuur 2: Autoverkeer doorsnijdt het winkelgebied van de Hoofdstraat.
Bewegwijzering Hoogeveen heeft een langgerekt winkelgebied. Een verwijzing naar het centrum is niet afdoende om onnodig zoekverkeer te vermijden. Om bezoekers gerichter naar hun bezoekdoel te leiden is een gelaagdheid in de routeverwijzing nodig die op de invalswegen naar het centrum verwijst en dichterbij het centrum meer informatie over de bestemmingen biedt. Verwijzingen naar de bestemming hebben uitsluitend betrekking op openbare gebouwen en (commerciële) centra. Er worden in de verwijzing géén vermeldingen van individuele winkels of bedrijfsvestigingen opgenomen.
Onevenwichtig gebruik beschikbaar parkeerareaal Onderzoek wijst uit dat het parkeeraanbod in het centrum van Hoogeveen gemiddeld genomen ruim voldoende is (55% bezetting) en dat de bezetting op het drukste moment hoog is (89%). De verdeling van de parkeervraag over de beschikbare locaties is onevenwichtig. Dit verdeelprobleem komt in vrijwel alle steden voor omdat consumenten dichtbij hun bezoekdoel willen parkeren. Op drukke momenten, wanneer de preferente parkeerplaatsen in gebruik zijn, leidt dit tot extra zoekverkeer en illegaal parkeren (bezetting boven 100%).
De maatregelen die het verdeelprobleem kunnen reduceren zijn: -
concentratie van parkeeraanbod (minder zoekverkeer);
-
toevoegen van parkeeraanbod op de locaties waar de parkeervraag het hoogst is;
-
werkers alleen vergunningen aanbieden op rustige parkeerlocaties op enige afstand van het centrum;
-
differentiëren van parkeertarieven waarbij de tariefverschillen zo groot moeten zijn dat parkeergedrag effectief wordt beïnvloed (bijvoorbeeld in het centrum een hoog tarief, op afstand van het centrum een lager tarief hanteren om de parkeervraag evenwichtiger te verdelen over het beschikbare parkeeraanbod of om kortparkeren in het centrum en langparkeren buiten het centrum te bevorderen);
-
gebruik van een dynamisch parkeerverwijssysteem (alleen mogelijk in combinatie met achteraf betaald parkeren).
23 augustus 2011
6
2.3
Ontwikkelingen
Menselijke factoren De automobiliteit van burgers neemt steeds verder toe. Het oriëntatiegebied voor het doen van niet dagelijkse aankopen wordt groter, het koopgedrag heeft een recreatief karakter. Mensen hebben steeds vaker meerdere bezoekdoelen gedurende een dag die met een auto makkelijker te combineren zijn dan met het openbaar vervoer. CBS cijfers tussen 2000 en 2011 laten dan ook een stijging van het autobezit zien van 6,4 miljoen naar 8,0 miljoen. Het aantal huishoudens met 2 of meer auto’s neemt toe. Op basis van deze trend is een jaarlijkse toename van het aantal auto’s met 1,5% in de komende jaren aannemelijk.
De behoefte aan comfort en gemak laat zich naar het werkveld parkeren vertalen: Centrumbezoekers willen zekerheid over vrije parkeerruimte op korte loopafstand van het bezoekdoel, betaalgemak en zij hebben voorkeur voor achteraf betaald parkeren om vrij te zijn in hun verblijfsduur (en geen kans op boetes).
Recent onderzoek wijst verder uit dat de parkeerder bereid is meer te betalen: -
voor een veilige parkeerplek;
-
wanneer afrekenen per minuut wordt ingevoerd.
Parkeersector Door technologische ontwikkeling van parkeerapparatuur vervaagt het traditionele verschil tussen vooraf betaald parkeren op straat en achteraf betaald parkeren in garages en op terreinen. Op straat doen nieuwe vormen van achteraf betaald parkeren hun intrede. Voorbeelden zijn “Belparkeren” en “Stadspasparkeren” waarbij de parkeerder bij aankomst op de straatlocatie zijn parkeertransactie aanmeldt en aan het eind van zijn verblijf weer afmeldt. Het verschuldigde parkeergeld wordt automatisch geïnd. Handhavers zijn toegerust met een speciale handterminal waarmee via internet wordt gecontroleerd of een geparkeerde auto is aangemeld.
Apparatuur voor achteraf betaalde systemen wordt steeds geavanceerder: -
een veelheid aan betaalmogelijkheden (munt, biljetten, pin, creditkaart, chip);
-
koppeling met afwaardeerunits op locatie van bedrijven om parkeerkorting op maat te geven;
-
een veelheid aan kaartvarianten (kortingskaarten, uitrijkaarten, tijdwaardekaarten);
-
toegang door middel van kentekenherkenning, transpondertechnieken, mobiele telefoon etc.
Parkeerexploitanten strijden om marktaandeel. Door de financiële crisis wordt het aankopen van garages beperkt tot de locaties met een hoge omzetpotentie. Bij locaties met geringere potentie wordt aangestuurd op huur- of beheercontracten. Om kosten te besparen worden technieken gebruikt (intercom – CCTV – centrale meldkamer) die garagebeheer op afstand mogelijk maken en tegelijk het serviceniveau op peil te houden (cameratoezicht, snelle reactie op storingen en vragen van parkeerders).
23 augustus 2011
7
Centrumontwikkeling Hoogeveen Hoogeveen realiseert het centrumplan waarin functies worden verdicht, woningen worden toegevoegd, het openbare gebied aantrekkelijker wordt ingericht en de trekkracht van het centrum en de daarmee samenhangende bezoekersaantallen worden vergroot. In relatie tot parkeren is de consequentie dat maaiveldparkeren op ontwikkellocaties verdwijnt en het parkeeraanbod wordt geconcentreerd in ondergrondse garages. De ontwikkeling van de eerste parkeergarage aan het Kaapplein is aanstaande, op langere termijn wordt de bouw van een tweede garage overwogen aan de noordzijde van het centrum.
3
Beleidsuitgangspunten en doelstellingen
Hoogeveen staat voor een vitaal, goed bereikbaar stadscentrum met voldoende parkeeraanbod voor auto en fiets in zowel kwantitatief als kwalitatief opzicht. Het centrumgebied combineert stedelijk wonen met winkel- horeca, cultuuren recreatieve functies. Uitgangspunt is dat centrumbezoekers hun auto nabij het bezoekdoel kunnen parkeren, bewoners die geen parkeergelegenheid op eigen erf hebben op redelijke loopafstand van de woning kunnen parkeren en werkers op grotere loopafstand net buiten het centrum parkeren. Betaald parkeren is daarbij het sturingsinstrument. Voor het overbruggen van kortere afstanden wordt het gebruik van de fiets actief gestimuleerd.
Beleidsdoelen: -
Optimaliseren van de bereikbaarheid van het stadscentrum.
-
Parkeeraanbod dat kwantitatief en kwalitatief aansluit op de behoefte van de doelgroepen. De kwantitatieve doelstelling wordt onderbouwd met de gemeentelijke parkeernormen die gelden bij ontwikkeling van nieuwe functies. De kwalitatieve parkeerbehoeften hebben betrekking op de beschikbaarheid van parkeerplaatsen nabij het bezoekdoel, die veilig en schoon zijn, technisch goed functioneren, voldoende maat hebben en waar de consument bij voorkeur niet wordt gehinderd in zijn verblijfsduur. Onderbouwende maatregelen zijn: o
beheer van parkeervoorzieningen richten op de aspecten “aantrekkelijk, schoon, heel en veilig”;
o
waar mogelijk en noodzakelijk herinrichten van parkeerterreinen en looproutes;
o
op parkeerlocaties waar met het oog op de beschikbaarheid van parkeergelegenheid doorstroming gewenst is, instellen c.q. voortzetten van parkeerduurbeperkende maatregelen (maximale parkeerduur bij vooraf betaald parkeren, blauwe zone);
o
waar mogelijk en wenselijk verschuiven van op toezicht gericht parkeeraanbod met vooraf betaald parkeren, naar servicegericht parkeeraanbod met achteraf betaald parkeren en volledige vrijheid in verblijfsduur.
23 augustus 2011
8
-
Evenwicht in het gebruik van het totale parkeeraanbod: o
Locatieprioriteit: bezoekers nabij bezoekdoel in het centrum, bewoners op korte loopafstand van de woning, werkers op grotere loopafstand net buiten het centrum behoudens werkers die aantoonbaar zijn aangewezen op een auto vlakbij hun werkplek.
o
Gebiedsbenadering: de te realiseren parkeerplaatsen van een centrumontwikkeling bij voorkeur toevoegen op of nabij locaties binnen het bedieningsgebied die een bovengemiddelde parkeerdruk hebben.
o
Planologie: Nieuwe bezoekaantrekkende functies bij voorkeur toevoegen op of nabij locaties waar de parkeerdruk laag is.
-
Verminderen van het zoekverkeer door goede bewegwijzering van de parkeerroute, waar mogelijk en financieel haalbaar in de vorm van een dynamische parkeerverwijzing (vol- vrijsignalering of met aanduiding van het aantal vrije parkeerplaatsen). In het kader van de ontwikkeling van parkeergarage Kaapplein wordt de haalbaarheid van een dynamische parkeerverwijzing nader onderzocht.
-
Financiële resultaten uit de parkeerexploitatie aanwenden voor de gemeentelijke begroting met inachtneming van marktconforme parkeertarieven: o
Binnen de gemeentelijke begroting voldoende financiële ruimte creëren om de benodigde parkeerinvesteringen te kunnen doen .
o
Voortzetten van het mobiliteitsfonds waarin ontwikkelende partijen een afdracht storten wanneer niet op eigen terrein aan de parkeernorm wordt voldaan. Binnen 10 jaar na toevoeging van de afdracht aan het fonds investeert de gemeente de bijdrage in maatregelen om de oplopende parkeerdruk in het gebied te voorkomen of te verminderen.
4
Doelgroepenbeleid en regulering
Algemeen uitgangspunt is dat parkeerregulering wordt ingezet als sturingsinstrument om parkeervraag en -aanbod in evenwicht te brengen. Indien regulerende maatregelen nodig zijn, gebeurt dat bij voorkeur in de vorm van gefiscaliseerd betaald parkeren. In het gefiscaliseerde systeem worden de parkeergelden geïnd in de vorm van parkeerbelasting en de handhavingskosten gedekt uit de inkomsten van naheffingen die worden opgelegd in het geval de parkeerder verzuimt te betalen. Wanneer er per ingezet handhavingsuur 1 naheffing wordt opgelegd, is de parkeerhandhaving kostenneutraal te organiseren. Met de geldstroom uit parkeergelden worden de overige beheeren exploitatiekosten gedekt en het investeringsprogramma financieel onderbouwd. De uitwerking van het parkeerbeleid is doelgroepafhankelijk.
23 augustus 2011
9
4.1
Bezoekers
Bezoekers maken tegen betaling van een tarief per tijdseenheid gebruik van openbare parkeervoorzieningen in het centrum. Deze doelgroep laat zich bij de keuze voor een parkeerlocatie leiden door de (korte) loopafstand naar de beoogde bestemming. Sturing op parkeergedrag is nauwelijks mogelijk. Het keuzegedrag is wel te beïnvloeden met adequate parkeerinformatie (bestemmingen, vrije parkeerplaatsen) en grote tariefverschillen.
Beleid: Hoogeveen wil bezoekers op korte loopafstand van de belangrijke trekkers in het centrum faciliteren en waar mogelijk en financieel haalbaar het parkeeraanbod concentreren in een achteraf betaald parkeersysteem. Om de parkeervraag evenwichtig te spreiden over het beschikbare parkeeraanbod worden middelen ingezet die het keuzegedrag beïnvloeden: −
Op invalswegen wordt verwezen naar het centrum, nabij het centrum is parkeerverwijzing op de bestemming gericht met waar mogelijk aanvullende informatie over het aantal vrije plaatsen.
−
Op locaties met vooraf betaling waar de parkeerdruk extreem hoog is worden progressieve tarieven of parkeerduurbeperkende maatregelen gehanteerd om doorstroming te bevorderen.
−
Op locaties waar de parkeerdruk extreem laag is worden lage tarieven gehanteerd om de bezetting te verhogen.
−
In woongebieden rond het centrum worden bezoekers geweerd door in gebieden zonder betaald parkeren het parkeeraanbod uitsluitend voor vergunninghouders te bestemmen en in het betaalde parkeergebied bezoekers gebruik te laten maken van de openbare betaalde parkeervoorzieningen.
Mindervaliden in het bezit van een gehandicaptenparkeerkaart (GPK) kunnen gebruik maken van de daartoe speciaal aangelegde parkeerplaatsen en zijn voor het overige gehouden aan dezelfde regelingen als de andere bezoekers. Voor specifieke gevallen en situaties behoudt de gemeente de ruimte om afwijkende regelingen te treffen.
4.2
Bewoners
Bewoners zijn een tariefgevoelige doelgroep, die de locale situatie goed kennen en hun auto nabij de woning willen parkeren. In een gereguleerd systeem is deze doelgroep op basis van een vergunninghouderregeling goed te sturen.
Beleid: Hoogeveen wil bewoners die geen parkeerruimte op eigen terrein hebben op basis van een strikt uitgiftebeleid op korte loopafstand van de woning parkeergelegenheid bieden op het maaiveld of in garages. Binnen het betaalde parkeergebied van het centrum wordt per woonadres 1 vergunning / ontheffing op kenteken verstrekt tegen een tarief dat minimaal de administratieve lasten dekt. Met deze vergunning kan de bewoner nabij de woning of op het dichtstbijzijnde plein parkeren. Aan centrumbewoners buiten het betaalde parkeergebied wordt eveneens maximaal 1 parkeervergunning per adres verstrekt en daarnaast bestaat voor deze bewoners de mogelijkheid om een bezoekerskaart aan te vragen.
23 augustus 2011
10
De vergunningen / ontheffingen zijn alleen geldig voor de parkeersector die de vergunning vermeldt. Het overzicht met parkeersectoren is als bijlage 2 aan deze nota toegevoegd.
Bijzondere doelgroepen: Mindervaliden in het bezit van een gehandicaptenparkeerkaart hebben, met uitzondering op de plaatsen voor achteraf betaald parkeren, het recht om gratis te parkeren op alle openbare parkeerplaatsen in de gemeente Hoogeveen. Daarnaast is het voor mindervaliden met een zware handicap mogelijk om op basis van een extra medische keuring een locatiegebonden parkeervergunning- / ontheffing op het maaiveld aan te vragen die het alleenrecht geeft op een kentekengebonden parkeerplaats dichtbij de woning.
4.3
Werkers
Werkers zijn een tariefgevoelige en stuurbare doelgroep. Personen die aan een werkplek gebonden zijn, hebben een lange verblijfsduur (werkdag) waardoor grotere loopafstand van en naar de parkeergelegenheid niet bezwaarlijk is.
Beleid: Het huidige beleid functioneert goed en wordt voortgezet. Bedrijven die geen parkeergelegenheid op eigen terrein hebben en gevestigd zijn in het betaald parkeergebied kunnen voor zover er capaciteit beschikbaar is voor hun medewerkers een parkeervergunning c.q. –ontheffing aanvragen. Afgifte van deze vergunningen is, voor zover de parkeerdruk dat toelaat, onbeperkt met economische gebondenheid aan Hoogeveen als enige criterium. Indien de parkeerdruk onaanvaardbaar toeneemt, zal het uitgiftebeleid restrictiever worden en uitgifte worden beperkt op basis van nader te bepalen criteria met betrekking tot nut en noodzaak. Bijzondere doelgroepen als artsen en bezorgdiensten vallen onder de vigerende regelgeving. Werkenden in het gebied kunnen ook gebruik maken van gratis parkeergelegenheid op het Mauritsplein.
4.4
Leveranciers en vervoerders
Leveranciers en vervoerders moeten op locatie hun goederen kunnen laden of lossen. De doelgroep komt op uiteenlopende tijdstippen, is wisselend van samenstelling en heeft een relatief korte verblijfsduur. Bij het laden en lossen wordt vaak gebruik gemaakt van de openbare weg of speciaal aangelegde laad- en losplaatsen.
Beleid: Laden en lossen in het centrumgebied wordt aan de achterzijde van de winkelpanden afgehandeld en nadrukkelijk niet in de Hoofdstraat. Op locaties waar de doorstroming van het verkeer wordt gehinderd worden laad- en losplaatsen aangelegd. Indien er in gebieden overlast ontstaat door laad- en losverkeer zal de gemeente regulerende maatregelen nemen in de vorm van venstertijden.
23 augustus 2011
11
5 5.1
Parkeermodel
Parkeerareaal
Ten opzichte van de situatie per 01-01-2011 zijn de navolgende mutaties in het parkeerareaal voorzien: −
Blauwe zone
- 16 pp
−
Stoekeplein
- 80 pp
−
Beukemaplein
- 206 pp
−
Kaapplein maaiveld
- 194 pp
−
Prins Mauritsplein
+ 147 pp (tijdelijk i.v.m. woningbouwplannen)
−
Parkeergarage Kaapplein
+ 483 pp (waarvan 103 private plaatsen)
Totaal mutatie
+ 134 pp
Per saldo is het openbare parkeeraanbod in 2013 kwantitatief bezien nagenoeg ongewijzigd. Kwalitatief is er een substantiële verschuiving: uitbreiding van parkeercapaciteit in het zuidoostelijk deel van het centrum waar de parkeerdruk nu bovengemiddeld is, toename van het aandeel achteraf betaald parkeren en gratis parkeergelegenheid net buiten het centrumgebied.
Parkeerareaal nu en in de toekomst Markt Noord Markt Zuid Achteraf betaald Parkeergarage Kaapplein Vooraf betaald Blauwe zone Maaiveld Niet gereguleerd Totaal aantal openbare plaatsen Private plaatsen parkeergarage Kaapplein TOTAAL GENERAAL
2011
2013 195 64 2007 78 216 2560 2560
195 64 380 1527 62 363 2591 103 2694
Tabel 1: Samenstelling parkeerareaal 2011 en 2013
5.2
Vooraf versus achteraf betaald parkeren
Het aandeel vooraf betaald parkeren neemt de komende jaren af ten gunste van het achteraf betaald parkeren. Achteraf betaald parkeren is een consumentvriendelijker systeem omdat de verblijfsduur vrij is, het product servicegericht is en de bezoeker niet meer wordt geconfronteerd met parkeerboetes.
Het beleid van de gemeente is gericht op het aanbieden van het consumentvriendelijke systeem met achteraf betaling op locaties waar het parkeeraanbod geconcentreerd wordt aangeboden. De kosten van een achteraf betaald
23 augustus 2011
12
parkeersysteem zijn echter hoger en daarom zal de uitbreiding van dit systeem afhankelijk worden gesteld van de financiële haalbaarheid in relatie tot de gemeentelijke begroting. Op locaties met verspreid parkeeraanbod is alleen vooraf betaald parkeren mogelijk. De gemeente zal de komende jaren op basis van een kosten/batenanalyse de innovaties onderzoeken om op deze locaties achteraf betaling mogelijk te maken in de vorm van bijvoorbeeld “belparkeren” of “stadspasparkeren”.
5.3
Bereikbaarheid en parkeerverwijzing
Uitgangspunt is dat het autoverkeer zo veel mogelijk wordt gebundeld op de hoofdwegen en woonwijken worden ontlast. De kern van Hoogeveen wordt ontsloten met een drieringenstelsel: de buitenring (groen), de binnenring (geel) en de centrumruit (rood). De buitenring en binnenring verbinden de snelwegen met de wijken en dorpen, het centrum en met de bedrijventerreinen en dienen als onderlinge verbinding voor deze bestemmingen. De centrumruit is de parkeerring om het centrum van Hoogeveen. De bewegwijzering op de buitenen binnenring is grofmazig en verwijst naar kernen,
wijken
en
bedrijventerreinen.
De
verwijzing op de centrumruit is gedetailleerder en verwijst naar de parkeerlocaties. Ten behoeve van het achteraf betaalde parkeeraanbod wordt de haalbaarheid onderzocht van een dynamisch
Figuur 3: Drieringenstelsel kern Hoogeveen: groen buitenring, geel binnenring en rood centrumruit
parkeerroute informatiesysteem.
Het gemeentelijk beleid aangaande de fiets is beschreven in de fietsnota. Fietsverkeer maakt in beginsel gebruik van bestaande ontsluitingsroutes richting centrum. Waar mogelijk wordt het fietsverkeer gescheiden van het autoverkeer en fietsroutes geoptimaliseerd om de ontsluiting van het centrum voor deze doelgroep aantrekkelijker te maken en een vervoerskeuze ten gunste van de fiets te bevorderen.
5.4
Fietsenstallingen
Hoogeveen wil het fietsgebruik verder stimuleren door het aanbieden van fietsenstallingen in een sociaal veilige omgeving. Bij de locatiekeuze van de stallingen zal nadrukkelijk rekening worden gehouden met het huidige gedrag om leegstand van stallingplaatsen te voorkomen. Fietsers rijden het liefst tot hun bestemming en stallen de fiets in de directe omgeving. Het stallingsaanbod moet daarom nabij de belangrijkste eindbestemmingen liggen. In 2011 wordt in de Hoofdstraat een proef gehouden om de behoefte aan een bewaakte fietsenstalling nader te onderzoeken.
23 augustus 2011
13
6
Tarifering
Bij het beprijzen van het kortparkeren zijn de sturing van parkeergedrag, marktconforme tarieven, financiële dekking van investeringen en de gemeentelijke begroting uitgangspunten. Bij het beprijzen van de vergunningen c.q. ontheffingen moeten minimaal de apparaatkosten worden gedekt en wordt het tariefniveau ingezet om beleidsdoelstellingen te realiseren (faciliteren van de woonfunctie en noodzakelijk autogebruik en ontmoedigen van niet noodzakelijk autogebruik door werkers) en om parkeervraag en -aanbod in evenwicht te houden.
6.1
Tariefbeleid kortparkeren
In 2011 varieert het parkeertarief van € 1,00 voor de parkeerlocaties op enige afstand van het centrum tot € 1,40 op locaties in het centrum. Ten opzichte van andere centra met betaald parkeren is het tarief in Hoogeveen gemiddeld. Centrumgebied Aantal inwoners Assen 66.000 Emmen 109.000 Coevorden 36.000 Hardenberg 59.000 Hoogeveen 54.800 Kampen 50.000 Meppel 32.000 Zwolle 117.000 Tabel 2: Parkeertarieven omliggende kernen in 2011
Laagste tarief uurbasis € 0,75 € 1,00 Geen betaald parkeren € 0,80 € 1,00 € 1,00 € 1,20 € 1,09
Hoogste tarief uurbasis € 1,50 € 1,40 Geen betaald parkeren € 0,90 € 1,40 € 1,20 € 1,50 € 2,40
Om de ontwikkeling van gebouwde parkeervoorzieningen en invoering van achteraf betaald parkeren financieel te onderbouwen zijn er meer inkomsten nodig. Met het oog hierop wordt het tarief in 2012 met € 0,10 verhoogd en zal de tariefontwikkeling nadien gemiddeld genomen de inflatie volgen. Tussentijdse kunnen de tarieven aan de marktomstandigheden worden aangepast.
6.2
Tarievenbeleid vergunningen en ontheffingen
De uitgangspunten bij het beprijzen van vergunningen en ontheffingen zijn: −
Faciliteren van de bewoners zonder parkeergelegenheid op eigen terrein met 1 vergunning per adres tegen een gematigd tarief. Voor bezoekers van de woningen die buiten het betaald parkeergebied liggen kan ook 1 vergunning per adres worden aangevraagd tegen hetzelfde tarief als de eerste bewonersvergunning.
−
Het selectieve uitgiftebeleid voor bedrijfsvergunningen c.q. ontheffingen wordt ondersteund met hoge tarieven om het niet noodzakelijk autogebruik te ontmoedigen.
De tarieven voor 2011 en 2012 zijn in navolgende tabel weergegeven, nadien volgen de tarieven minimaal de inflatie.
23 augustus 2011
14
Type
Tarief per jaar 2011
2012
Eerste bewonersvergunning
€ 48,00
nog niet bekend
Bezoekersvergunning wonen
€ 48,00
nog niet bekend
Bedrijvenvergunning
€ 280,80
€ 300,00
Gehele betaald parkeergebied
€ 870,00
€ 930,00
Tabel 3: Tarieven vergunningen en ontheffingen 2011 en 2012.
7
Parkeerhandhaving
De parkeerhandhaving heeft betrekking op de controle op betaald parkeren, op het gebruik van vergunningen en ontheffingen en parkeerovertredingen. Doelstellingen zijn: −
behalen van minimaal 90% betalingsbereidheid;