Bijlagen Ruimtelijke onderbouwing Noorderweg 5 Tiendeveen def
Tekst van het document
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
OOSTERHAGEN landschapsarchitectuur
Landschappelijke inpassing nieuwbouw Noorderweg 5, Tiendeveen
Geomorfologie Zicht op erf
INLEIDING EN ANALYSE Het erf aan de Noorderweg 5 bij Tiendeveen is een modern erf
Veldpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Haarpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand
in een landschap wat de afgelopen eeuw de nodige veranderin-
Veldpodzolgronden; lemig fijn zand
gen heeft gekend. Het ligt in de heide- en veenontginningsgebieden van Drenthe die begin van de 20e eeuw tot ontwikkeling kwam. Vanaf dat moment is het landschap en het erf grootschalig verandert. Van oorsprong waren het woeste gronden
Moerige podzolgronden met humus-houdend zanddek en moerige tussenlaag Moerige podzolgronden met veenkoloniaal dek en moerige tussenlaag
waarvan de oorsprong in het Holoceen ligt. De venen zijn gevormd in een natte periode en in de stroomdalen die vanaf het Drents Plateau in westelijke en zuidelijke richting liepen. Door het stijgen van het grondwater werd de zandgrond steeds natter en er ontstonden meer-
1904
Veengronden met veenkoloniaal dek op zand met humuspodzol, begin ondieper dan 1.2 m
1929
stallen. In deelgebied Hoogeveen waren dat onder het Grote Meer en het
Vandaag de dag wordt het landschap bepaald openheid ten oosten van het erf en een besloten tot half-open land-
Riegmeer. Hoogveen bestaat vooral uit veenmos, dat op zijn beurt weer voor
schap aan de westkant van de Hoogeveenseweg. Hierdoor kent het erf neen afgelegen karakter, ondaks de forse
90% uit water bestaat. De hoge venen waren daarom ook altijd ontoegankelijke
maatvoering. Dat wordt mede veroorzaakt door de ligging die verder van de Noorderweg is en door de grondwallen
hoogveenmoerassen. In de middeleeuwen kwamen de gebieden onder
die in latere jaren en met name in 2013 zijn aangelegd. Samen met de laanbeplanting langs de Hoogeveenseweg is
bestuur. Dit gebied behoorde tot het kerspel Beilen. Daartoe behoorden de
het erf en de bouwwerken vanuit de openbare ruimte nauwelijks in beeld. Het naastgelegen bosbessenbedrijf met
Drie Venen, later Tiendevenen genoemd. Later werd het gezamenlijk bezit van
houtsingels draagt daar ook aan bij.
de markegenoten van Spier, Drijber en Wijster. De eigenerfde boeren van
Het erf ligt volgens de Structuurvisie in het semi-besloten landschap wat daarnaast het zoekgebied is voor bospercelen
Mantinge en Balinge in het kerspel Westerbork op hun beurt waren in bezit
ter versterking van het landschappelijke beeld. De visie geeft daarmee richting aan de landschappelijke inpassiing en
van de Westerbork en Broek Venen. Het erf zelf ligt tegen de scheiding van
de ruimte voor uitbreiding van het huidige erf.
beide marken aan. Dit verklaart het verschil rond de huidige Hoogeveenseweg die nu over die scheiding loopt. Het erf zelf verschijnt rond 1900 in een gebied wat dan bebost is maar door-
1955
1975
half-gesloten ruimtes
sneden met verschillende wijken. Het erf ligy aan de IJsselwijk die op haar beurt aantakt op de Hoofdvaart. Tot in de jaren vijftig is het omliggende landschap redelijk kleinschalig waarin de houtopstanden langzaam maar zeker verdwijnen. Verbeterde landbouwtechniek en de komst van kunstmest laat het landschap opener en weidser worden maar de bospercelen ten noorden van het erf blijven door de veenachtige ondergrond buiten deze ontwikkeling. Het erf zelf kent vanaf het einde van de jaren tachtig een stormachtige groei door de komst van het loonbedrijf. Laag gelegen erf legt het af tegen Oorsprong
stadsfront 1988
2006
Structuurvisie
Landschappelijke inpassing nieuwbouw Noorderweg 5, Tiendeveen 27112023
2010
2014
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING
0
Het erf kent een logische opbouw waarbij de woning naar de
25
50
weg gericht is maar wel op afstand van de weg. De ree naast
Aanplant enkele solitairen
de voormalige wijk is nu veranderd in een biodiverse zone met waterpartij en verschillende opgaande beplantingstypologiën. Achter deze voorzône ligt het werk-erf met stevige bouwwer-
2012
ken en een grote schaalvoering. Toevoegingen aan dit deel van het erf vinden plaats op delen van het erf die de opbouw niet verstoord. Voor het erf is al eerder een landschappelijke inpassing gemaakt. Deze is deels uitgevoerd maar was te weinig gedetailleerd om te handhaven. Deze inpassing zal deels opgenomen worden in de nu op te stellen landschappelijke inpassing. De ingreep zelf is het aanbrengen van twee overkappingen op de zijkanten van het erf. Hiermee zullen werktuigen en opslag onder dak komen. De geko-
Essen vervangen/aanvullen
zen nokrichting staat haaks op de vroegere bouwwerken. Dit wordt ingegeven door de werkwijzen en rijrichtingen. Voor de meest westelijke loods geldt het landschappelijk ook als voordeel omdat de hoge en meer opvallende zijgevel daarmee niet naar de openbare ruimte is gekeerd maar dat de lagere gootlijn zich presenteert naar de weg toe. Beheersmaatregel
De landschappelijke inpassing bestaat uit een beheersmaatregel voor de wal
opschot toestaan en dunnen op selectie van
aan de oostzijde en voor de westelijke loods uit een forse groenstructuur.
duurzame boomvormers (esdoorn/eik/beuk)
1982 Dit bosperceel ontneemt de loods en de naastgelegen loods aan het zicht. De
Bosperceel 60x15
keuze voor bospartij wordt ingegeven door de structuurvisie die aangeeft dat
Streekeigen soorten.
voor dit deel van de gemeente gezocht wordt naar bospercelen. De beheersmaatregel voor de al aangelegde bos wal is gericht op het bevorderen van duurzame boomvormers op de wal. Dit gebeurt door zaailingen en opschot van esdoorn, hulst, eik en beuk te vrijwaren. Het maairegime wordt dus teruggebracht en met de nodige omzichtigheid uitgevoerd. Naast deze maatregelen worden enkele solitairen aangebracht waardoor de open ruimtes naar de loodsen toe wordt verdicht. De bestaande landschappelijke inpassing wordt in stand gehouden en de Essen worden vervangen en aangevuld door Noorse esdoorns omdat essen helaas niet meer duurzaam zijn door uitval door Essentaksterfte.
Landschappelijke inpassing nieuwbouw Noorderweg 5, Tiendeveen 27112023
2002
doeltype: Eiken-berkenbos of
2007
Eiken-beukenbos (afhankelijk van ontwikkeling en beheer)
1928 1928
Aanplant enkele solitairen
Bestaand beplantingsplan deels handhaven
BEPLANTINGSPLAN EN BEHEER
Qr
Een gezond bos verdient de eerste tijd de nodige aandacht maar levert op termijn een prachtig resultaat wat, mits goed
Bp
beheerd, een forse bijdrage is aan de biodiversiteit en de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Dit beplantingsplan wordt
Ap
wal aan de oostzijde van het perceel zal ontstaan. Daarnaast zullen solitairen geplaats worden om zicht op nieuwbouw te maskeren.
0
25
50
Ruwe berk Betulus pendula Veldesdoorn Acer campestre
Ac
gekenmerkt door twee bossstroken waarbij één volledig wordt aangeplant en een bosstrook die middels beheer op de grond-
Zomereik Quercus robur
2012
Noorse esdoorn Acer platanoides
Ap Ap
Sa
Schietwilg Salix alba
Het beheer van die grondwal behelst een restrictief maaibeleid. Dus: eerder niet maaien en niks doen dan intensief beheer. Dit vergt kennis van zaailingen en opschot en gevoel voor het onderdrukken van ongewenst plantgoed. Gelukkig heeft de firma Jansen kennis in dezen en een goede hovenier. De bedoeling voor de grondwal is om te komen tot een meer divers sortiment dan de nu voornamelijk aan de voet geplante Laurierkers. Het regime zal het eerste jaar bestaan uit niet maaien en inzetten op spontane opschot. Het tweede jaar wordt geselecteerd op overblijvers en duurzame soorten. Zaailingen van eik, berk, beuk, grove den, spar, hulst en bijzondere soorten als jeneverbes, wilde appel of tweestijlige meidoorn worden middels afrastering beschermd en met palen gemarkeerd. Afhankelijk van de mate waarin de kruidlaag aanwezig is, wordt gemaaid of gestoken en wordt overtollig plant-
Ac Qr
Qr
Sa
Qr
Sa
Bp Bp
Sa
Qr
Ac Ac
Qr
Qr
Sa
Ac Ac
Qr
Qr
Sa
Sa
Bp Bp Ap Ac Ac
Qr
Qr
Qr
Ap Sa
Sa
Qr
Qr
Qr
Ap Ap Sa Qr
Ac Ac
Qr
Ap
Qr
Qr
Sa
Bp Bp
Ac Ac
Qr
Sa
Ac Ac
Bp Bp
Ac Ac Qr
Sa
Sa
Ap
Qr
Qr
Sa Ap Qr
Sa Qr
Ac Ac
Qr
Sa
Sa
Bp Bp Ac Ac
Sa
Qr
Sa Qr
Ap
Qr
Ac Ac
Sa
Qr
Qr
Sa
Sa
Ap
Qr
Qr
Sa Qr
Bp Bp
Qr
Ac Ac
materiaal verwijderd om de zaailingen zoveel mogelijk concurentie te ont-
Qr
Ac Ac
Sa Qr
Qr
Sa
Qr
Ac Ac Bp Bp Qr
Qr
Ap
Bp Bp
Sa Qr
Ac Ac Qr Ap
Ap
Sa Qr
Ap
Ac Ac
Ap
Ap Sa Qr
Qr
Ac Ac Bp Bp
Sa
Qr
Qr
Ac Ac
Ac
Sa
Qr
Ac Ac
nemen. Als blijkt dat er te weinig duurzame soorten opkomen wordt spilgoed
1982
aangebracht van eik, beuk, hulst en duurzaam bosplantsoen. Vanzelfsprekend
2002
worden deze afgerasterd om vraatschade tegen te gaan. De daarop volgende
Ap
Sa
Sa
jaren wordt duurzaam beheer gericht op een gezonde bosopgroei voortgezet.
2007
Het bosplantsoen zal worden geplant middels een blijver-wijker beplanting.
0
1928
Omwille van een snel resultaat en omdat kennis en arbeid voorhanden is wordt uitdrukkelijk niet gekozen voor de IBR-methodiek. Hierdoor blijven de
Qr
Qr
kosten in de hand en zal op termijn een gezondere populatie ontstaan met-
Sa
minder uitval. Als hoofdsoort wordt ingezet op eik met daarbij ter afwisseling
Qr
Qr
Sa
Sa
Sa Qr
Noorse esoorn, berk en eventueel Veldesdoorn. Als wijksoorten worden Vel-
Ac
desdoorns en Wilg genomen waarvan voor de eerste overblijvers mogelijk zijn om een beter bosbeeld te ontwikkelen. Voor een makkelijke beheer wor-
Qr
Sa
Sa
Sa
Sa
Ap
Qr
Qr
Ac
De wijkers worden rijgewijs tussen overblijvers geplaatst zodat bij beheerskap
Ac
Ac
Ala Sau Psp
Ap
Ap Qr
Ac
Ac
Qr Sa
Sa
Qr
Ap
Ac Ac
Ac Qr
Sa
ning en eindselectie terug te brengen naar 7 tot 9 meter. Tussen deze
Cle
Sa
Sa
Ac Ac Sa
Ac
Ap
Sa
Sa
Sa
Sa
Ap
Ap
Qr
Qr
Ac
Ac Ac Qr Ap
Sa
Qr
Ac
Ac
Qr
Ac
Ac Ac
wildraster rondom bosaanplant
Ac
Ac
Ac
Veldesdoorn deels wijkers; plantafstand 3,5m. selectie 7-9 jaar
Ap
Sau
Qr
Qr
Qr
Ap
Bp Bp
Sni
Sni
Sa
Sa Sa
Sni
Sa
Sa Sa
Ap
Psp
Sni
Sa
Sa
Sa
Qr Qr Qr
Qr Qr Qr Qr
Qr
Cle
Qr
Sni
Ac
Qr
Ap
Bp Bp
Ap
Bp Bp
Sau
Sni
Ac
Ac
Ac
Sni
Ac Ac
Ac
Sni
Ac Ac
Ac Ac
Ac
Ac
Ac
Ac
Qr Qr Qr
Qr
Qr Qr Qr
Qr
Ppa
Ap
Sau
Ap
Qr Qr Qr Ap
Sni
Sa
Sni Ppa Sa
Sa
Qr
Qr
Ac
Ala
Cle
Sa
Sa
Sa
blijverrij; gegroepeerd, selecteren op vitaliteit. plantafstand 3,5m
Ac
wildraster rondom bosaanplant Qr
Wilg wijkers; plantafstand 3,5m. te kappen na 5-7 jaar
Qr
Ap
Psp Qr
hoog om toegang van jonge reeën te verhinderen en daardoor vraatschade
Bp Bp
Ap
Bp Bp
Sa
Sa
Krent Amelanchier lamarckii
Ppa
Vogelkers Prunus padus
Cle
Tweestijlige meidoorn Crataegus leavigiata
Psp Ala Psp
Sleedoorn Prunus spinosa
Sau
Lijsterbes Sorbus aucuparia
Psp Ppa Sni
Cle Sa
Sa
Sa
Cle
Sa Sa
Sa Sa
Sa
Sa
Qr Qr Qr
AlaPpa Sau Ap
Bp
Ac
Qr
Qr
Psp Ala
Qr
Cle
Ala
Qr
Ppa
Ac
Ac
Ac
Qr
Qr Qr
Qr
Ac
Ac
Sni
Sa
Sa
Qr
Bp
Gewone vlier Sambucus nigra
Ala
Sa
aan plantmateriaal.
Sni Ppa
Ap
Psp Sau Ala
Sni Bp
Bp
Ala
Ap
Ala
Ac
Psp
Ppa
Ap
Ala
Ppa
Cle
Psp
Sau
Ala
Sni
Ac Ac Ac
Ac Ac Ac Ac Ac
Ac Ac
Landschappelijke inpassing nieuwbouw Noorderweg 5, Tiendeveen 27112023
Veldesdoorn deels wijkers; plantafstand 3,5m. selectie 7-9 jaar
Sa
Ac Ac
Qr
blijverrij; gegroepeerd, selecteren op vitaliteit. plantafstand 3,5m
blijverrij; gegroepeerd, selecteren op vitaliteit. plantafstand 3,5m
Qr
Qr
Qr
Wilg wijkers; plantafstand 3,5m. te kappen na 5-7 jaar
Ac
Bp Bp
blijverrij; gegroepeerd, selecteren op vitaliteit. plantafstand 3,5m
Ap Sa Qr
Qr
Qr
Qr
Ap Qr
Ac Ac Qr Qr
Qr
Ac
den. Rond het gehele perceel wordt een wildraster aangebracht van 1,8m
Ac Ac Qr
Qr
Bp
Ac
Qr
Sa Qr
Sa Qr
Qr
Qr
Sni
Bp
boomvormers wordt een heesterbeplanting aangebracht en vooral in de ran-
Ap
Qr
Qr
Sa
Sa
Sa Qr
Qr
Qr
Qr
Ap
Sa
Sa Qr
Qr
Qr
geen kans is op fouten. Initiële platafstand tussen blijvers is 3,5m. Na de dun-
Qr
Qr
Sa
Sa Ap
Ac Ac
Qr
Qr
Qr
Qr
Sa
Qr
Qr
Ap
Ac
Qr
den de blijvers groepsgewijs aangebracht zodat na verloop van tijd een keus mogelijk is en bij uitval nog steeds een volledig eindbeeld resulteert.
Ac
Ac
Qr
1928
Detailering beplanting boselement
25
Ac
Cle
Bronnen en literatuur
OOSTERHAGEN landschapsarchitectuur
Structuurvisie Hoogeveen 2015-2030, Gemeente Hoogeveen 2012
Landschappelijke inpassing Rijhal Noordereinde 2, Winschoten
Panorama Landschap, RCE, E. Raap, O. Brinkkemper & H. Baas, 2022
CONCEPT 27 november 2023
Topotijdreis
status: ter goedkeuring opdrachtgever opdrachtgever: Rombou/Jansen
auteur: Ir. M.J. Oosterhagen. Landschapsarchitect BNT 3.021101.001
Historische schets van bossen en bosaanplant in Nederland, SBB, RCE, Raap en Jansen, 2021 De integrale beplantingsmethode Ruyten Mooi bosplantsoen door keuze wijkers en blijver
projectnummer OLA 0122023 Dit rapport is vervaardigd op verzoek en is eigendom van de opdrachtgever. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van adviseurs, opdrachtgever en auteur. Auteur is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit de toepassing van deze productie. Opdrachtgever vrijwaart auteur voor aanspraken van derden in verband met toepassing van deze productie.
Landschappelijke inpassing nieuwbouw Noorderweg 5, Tiendeveen 27112023
Bedrijfsbezoek en opname: 18 11 2023
Bijlage 2
Watertoets
Geachte mevrouw van Zwieten, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website www.dewatertoets.nl. Op basis van deze digitale toets kwam u uit op een normale procedure. Op basis van de aangeleverde gegevens hebben wij deze omgezet naar een korte procedure. Het waterschap gaat akkoord met uw plan, mits u de onderstaande de uitgangspunten uitgewerkt opneemt in de onderbouwing bij het plan of omgevingsvergunningsaanvraag. De uitgangspunten staan hieronder beschreven. STANDAARD UITGANGANGSPUNTEN - KORTE PROCEDURE
In het kader van de Omgevingswet is het verplicht ruimtelijke plannen te ‘wegen ten aanzien van waterbelangen’. Met de, de zogeheten watertoets, kan een beoordeling worden gegeven van de weging van waterbelangen. De watertoets samen met het uitgangspuntendocument is een waarborg voor waterbelangen in ruimtelijke plannen en besluiten. Deze uitgangspunten hebben betrekking op: Noorderweg 5 Tiendeveen. Het betreft het toevoegen van twee loodsen bij een loonbedrijf. Relevant beleid Het beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) is beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 en de Kadernotitie Stedelijk Water. Het proces watertoets kent verschillende fasen waarbij een watertoets voorkomt bij de initiatief-, ontwikkel- en besluitvormingsfase. In elke fase spelen de initiatiefnemer en de waterbeheerder hun rol. Een goede vertaling van het beleid naar deze uitgangspuntennotitie is afhankelijk van de informatie die de initiatiefnemer van het plan heeft aangeleverd. Daarnaast zijn de Waterschapsverordening en legger1 belangrijke regelstellende instrumenten waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. U kunt onze kaartviewer raadplegen voor de meest recente data (Kaart viewer WDODelta). Invloed op de waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie.
Binnen het plan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 cm. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseren wij om een drempelhoogte van 30 cm boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, moet aandacht besteed worden aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater. Voorkeursbeleid hemelwater Wij vragen u om in een onderbouwing/toelichting te beschrijven hoe binnen het plan wordt omgegaan met hemelwater. Achterliggende gedachte hierbij is dat hemelwater niet meer afgevoerd mag worden op het riool. Uitgangspunt moet zijn: het watersysteem ontlasten en gebiedseigen water daar vast te houden waar het valt. Daarbij vragen wij u om ook het omgevingsplan (o.a. rioleringsplan) van de gemeente te raadplegen en rekening te houden met het hemelwaterbeleid en -eisen van de gemeente. Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht.
Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi’s hebben daarbij de voorkeur.
1
De legger is een document dat beschrijft waaraan waterstaatswerken moeten voldoen. Het gaat daarbij om de ligging, vorm, afmeting en constructie.
Pagina 2 van 4
Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool2) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Bij extreme neerslag kan er op het perceel wateroverlast in of bij het plangebied verwacht (zie https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/).
Figuur 2 – kaartbeeld wateroverlast rond het plangebied (hevige bui: 70 mm/2 uur).
Bij aanleg van bedrijventerreinen, wegen met een hoge verkeersbelasting, parkeerterreinen, marktpleinen, winkelstraten en tunnels dient de mogelijkheid voor lozing van hemelwater direct op open water met het waterschap te worden afgestemd. Compensatie bij verharding Om wateroverlast te voorkomen (voor nu en in de toekomst) wordt geadviseerd om voor het aanwezig verhard oppervlak een berging ter compensatie voor de versnelde afvoer van het afstromende hemelwater te realiseren. Compensatie moet de volgende trap volgen: vasthouden-bergen-afvoeren. Voor grote(re) plangebieden geldt als regel, dat voor het totale aanwezige verhard oppervlak binnen het plan een berging, ter compensatie voor de versnelde afvoer, van het afstromende hemelwater benodigd is. Compensatie volgt de volgende trap: vasthouden-bergen-afvoeren. Het waterbergendoppervlak wordt als volgend berekend: verhard <oppervlak> m2 * 0.08m = <kuub>m3. Dit is het aantal kuub dat aanwezig moet zijn of moet worden aangelegd. Bij de uitwerking van het plan moet beschreven zijn hoe waterberging is/wordt gerealiseerd en waar de waterberging zich bevindt. Het onderstaande uitgangspunten gelden: • Open water heeft een toegestane stijging tot aan de debietbegrenzer (watergangen, vijvers, etc.). De berging beslaat het deel tussen gehanteerd max.
waterpeil en insteek/overstorthoogte o Een groot deel van het open water draagt bij aan berging van bestaand gebied. De projectontwikkelaar/gemeente toont aan dat er 80 mm berging per m2 beschikbaar is voor de nieuwe ontwikkeling(en), waarbij rekening is gehouden met de berging voor bestaand gebied.
2 IT-riool (Infiltratie- en Transportriool): Bij omgekeerde drainage wordt de regen ondergronds door een met geotextiel
omwikkelde, geperforeerde horizontale buis in de bodem geïnfiltreerd.
Pagina 3 van 4
• Water in bergingsvoorzieningen, zoals wadi’s: Hierbij rekenen we de bergings-/infiltratiecapaciteiten in de bodem (inclusief grondverbetering) niet mee. De hoogte van de berging is berekend vanaf de bodem wadi tot aan slokop/noodoverlaat. o Aanvullend hierop: een berging onder de grond - in de vorm van kratten of Rockflow - telt wel mee met de berging, mits deze niet gevuld zijn door infiltratie door hoge grondwaterstanden (GHG moet niet hoger zijn dan onder de onderkant van de kratten of Rockflow). • Berging in de bestaande gemengde riolering valt hier niet onder. • Let op: dat het oppervlak van de bovengrondse berging (bijvoorbeeld wadi of bergingsvijver) zelf ook meetelt bij het ‘afstromend oppervlak’ voor bepalen mm berging. Toetsbui voor extreme neerslagsituatie Wij toetsen het watersysteem op basis van een hoeveelheid neerslag die eens in de 100 jaar wordt overschreden. We houden rekening met een bui van 111 mm in 48 uur. De toegestane afvoer in deze neerslagsituatie is 1,6 l/s/ha. Het is belangrijk dat bij deze buien geen regenwater in woningen komen en belangrijke ontsluitingswegen blijven vrij van water. Onderstaande tabel toont aan dat STOWA statistieken op basis van deze uitgangspunten leiden tot een bergingsopgave van 80 mm.
Neerslagstatistiek Klimaatscenario Afvoer (l/s/ha) T=100 (maatgevend) Maatgevende bui duur (uur) Totale neerslaghoeveelheid (mm) Afvoer via oppervlaktewater (mm) Berging dak/straat/etc. (mm) Benodigde berging (mm)
Statistiek volgens Stowa rapport 201510 Huidig klimaat +10% 1,6 48 111 28 (≈ 1,6 l/ha in 48 uur) 3 80
Tabel 1: Overzicht van hoeveelheden en benodigde berging
Extreme neerslag (boven normatieve situatie) Verder adviseren wij een stress-test uit te voeren met een bui die boven de genoemde normen uitgaat. Deze hoosbui kan lokaal tot veel wateroverlast leiden. Het is belangrijk dat u de gevolgen hiervan in beeld brengt. Het gaat in deze situatie vooral om de afstroming van het hemelwater over het maaiveld. De initiatiefnemer kiest welke boven normatieve situatie hij of zij bekijkt. Te denken valt aan een range van 60 mm tot 150 mm in een uur. Dat zijn zeer grote hoeveelheden, maar deze kunnen zeker met de verandering van klimaat voorkomen. De gemeente kan ook ervaring hebben met extreme gebeurtenissen en van daaruit een referentiekader hebben. Het gebruik van uitlogende materialen Het waterschap is verantwoordelijk voor een goede waterkwaliteit van het regionale watersysteem. Om verontreiniging van het watersysteem te voorkomen worden materialen die uitlogen en het oppervlaktewatersysteem kunnen verontreinigen niet gebruikt. Grondwaterbeschermingsgebied en Drinkwaterwinning De provincie is bevoegd gezag voor het diepe grondwater. U kunt bij de provincie navragen of er aanvullende voorwaarden zijn voor uw plan. Het plangebied of een gedeelte daarvan ligt in een grondwaterbeschermingsgebied of intrekgebied van een drinkwaterwinning.
In deze gebieden is het beleid gericht op het verminderen van de risico’s op de verontreiniging van het grondwater.
Pagina 4 van 4
De provincie is bevoegd gezag om deze gebieden te beschermen. In deze gebieden is het beleid gericht op het verminderen van de risico's op verontreiniging van het grondwater. Drinkwatervriendelijke functies worden gestimuleerd en aan de overige functies worden specifieke voorwaarden gesteld. Het provinciale grondwaterbeschermingsbeleid voor de drinkwaterwinning is terug te vinden in de Omgevingsverordening van de provincie. Watervergunning (of melding) op grond van de Waterschapsverordening De uitgangspuntennotitie dat is afgegeven in het kader van de watertoets is geen omgevingsvergunning wateractiviteit of melding. Gaat u werkzaamheden verrichten in het beperkingengebied van het waterschap (een waterstaatswerk: een dijk of een watergang of een bergingsgebied)? Wordt hemelwater afgevoerd op oppervlaktewater of wordt er grondwater onttrokken? Dan moet u een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit aanvragen op de website www.omgevingsloket.nl of via www.wdodelta.nl. Op basis van de door u ingevulde gegevens ziet u hieronder welke omgevingsvergunning u nodig heeft. Als hieronder geen specificatie staat, hoeft u geen omgevingsvergunning aan te vragen.
Als de activiteit die u wilt verrichten onder de algemene regels valt en plaatsvindt in het beperkingengebied dan moet u deze, minimaal vier weken voorafgaand aan uw activiteit, melden op de website www.omgevingsloket.nl of via www.wdodelta.nl Wetgeving lozen in oppervlaktewater Voor lozingen op het oppervlaktewater geldt een vergunning- of meldingsplicht in het kader van de Waterschapsverordening. Voor de afvoer hemelwater geldt: • Schoon hemelwater mag (na de voorkeursreeks) worden afgevoerd naar oppervlaktewater (dakoppervlakken). • Voor overige afvoer en verwerking van hemelwater (vanaf verharding) is het gewenst om dit via een bodempassage te lozen op het oppervlaktewater. • In alle situaties geldt een voorkeur voor bovengronds afvoeren i.p.v. via de riolering. De ideale situatie bij hemelwater volgt deze reeks: 1) benutten van hemelwater; 2) infiltreren van hemelwater; 3) vasthouden en vertraagd afvoeren van hemelwater. Wetgeving grondwateronttrekking Er vindt in het plan een grondwateronttrekking plaats. Gezien de verschillende belangen die partijen hebben bij het grondwater, is het beheer van het grondwater wettelijk geregeld in de Waterschapsverordening.
In het kort komt het erop neer dat u voor grondwateronttrekkingen van meer dan 70.000 m3 in 30 dagen; of meer dan 200.000 m3 in 6 maanden; of meer dan 6 maanden grondwater onttrekt, verplicht bent een vergunning aan te vragen. Voor kleinere onttrekkingen vanaf 10 m3/uur geldt een meldingsplicht. Watertoetsproces De initiatiefnemer heeft het Waterschap Drents Overijsselse Delta geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De ruimtelijke ontwikkeling en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. Indien bovenstaande punten worden uitgewerkt zijn de waterbelangen voor dit plan voldoende gewogen. Deze conclusie is automatisch getrokken op basis van de ingevoerde gegevens op www.dewatertoets.nl. Het waterschap Drents Overijsselse Delta gaat akkoord met het plan. Verklaring Dit document is een automatisch gegenereerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en heeft verklaard dat alles naar waarheid is ingevuld.
Bijlage 3
Quickscan flora en fauna
2023
Ecologische beoordeling Wet natuurbescherming
Toetsing Wet natuurbescherming in het kader van ruimtelijke ontwikkeling omtrent uitbreiding van een loonbedrijf aan de Noorderweg 5 te Tiendeveen.
Ecologische beoordeling Wet natuurbescherming Toetsing Wet natuurbescherming in het kader van ruimtelijke ontwikkeling omtrent uitbreiding van een loonbedrijf aan de Noorderweg 5 te Tiendeveen.
Tiendeveen, april 2023 In opdracht van: Loonbedrijf Jansen Noorderweg 5 7936 TR Tiendeveen Tel.: 06 10971862 E-mail: hans@westerinkno.nl Uitvoering: Successie Natuurzaken Ds. v.d. Veenweg 5A 9264 TA Earnewald Tel.: 06-22600985 Email: info@successienatuurzaken.nl Contactpersoon: Dhr. Nico Minnema Auteur en veldwerkzaamheden (26 april 2023): Dhr. Meino Zondervan Gecontroleerd door: Dhr. Jan Brandt Wiersma (Successie Natuurzaken) Omslagfoto: Impressie deelgebied 2. Inzet: Impressie deelgebied 1.
Inhoudsopgave 1. Inleiding . ........................................................................................................................................................................ 4 1.1
Aanleiding ........................................................................................................................................................ 4
1.2
Doel . ................................................................................................................................................................... 4
1.3
Gebied- en planbeschrijving .................................................................................................................... 5
2. Onderzoeksmethodiek . ........................................................................................................................................ 7 3. Algemene verbodsbepaling Wet natuurbescherming (Wnb) ........................................................ 7 4. Toetsing gebiedsbescherming . ........................................................................................................................ 8 4.1
Natura 2000 . .................................................................................................................................................. 8
4.2
Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................................................... 8
5. Toetsing soortenbescherming . ......................................................................................................................... 9 5.1
Flora .................................................................................................................................................................... 9
5.2
Zoogdieren ...................................................................................................................................................... 9
5.2.1
Grondgebonden zoogdieren ................................................................................................................... 9
5.2.2
Vleermuizen..................................................................................................................................................... 10
5.3
Broedvogels...................................................................................................................................................... 12
5.3.1
Huismus............................................................................................................................................................. 12
5.3.2
Overige broedvogels ................................................................................................................................... 13
5.4
Amfibieën en reptielen .............................................................................................................................. 14
5.5
Vissen ................................................................................................................................................................. 14
5.6
Ongewervelden ............................................................................................................................................. 14
6. Houtopstanden .......................................................................................................................................................... 15 7. Samenvatting en conclusie flora en fauna quickscan . ........................................................................ 16 8. Literatuurlijst .............................................................................................................................................................. 17
26 april 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming in het kader van ruimtelijke ontwikkeling omtrent uitbreiding van een loonbedrijf aan de Noorderweg 5 te Tiendeveen.
3
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
Loonbedrijf Jansen is van doel het bedrijfsterrein uit te breiden middels twee bouwblokken. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op uitvoerbaarheid, onder meer in relatie tot de natuurwetgeving. Loonbedrijf Jansen heeft aan Successie Natuurzaken gevraagd een ecologische beoordeling uit te voeren om duidelijkheid te verschaffen of het geplande planvoornemen al dan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming. De toetsing bestaat uit een onderzoek gebaseerd op het onderdeel soortbescherming. Hierbij ligt de focus op beschermde flora en fauna waarvan redelijkerwijze kan worden verwacht dat deze voor kunnen komen in het plangebied. Aangaande aanwezige beschermde soorten wordt verder ingegaan op mogelijk negatieve effecten van de werkzaamheden op deze soorten. Tevens wordt er inschatting gemaakt van de eventuele effecten van de voorgenomen werkzaamheden op beschermde natuurgebieden (waaronder Natura-2000 en EHS/NNN-gebieden) in de omgeving en houtopstanden. De voorliggende rapportage weergeeft de resultaten en het advies op basis van het uitgevoerde onderzoek.
2 1
Figuur 1. Locatie van de beide plangebieden (rode omlijningen). Bron: Googlemaps.
1.2
Doel
Het doel van deze ecologische beoordeling is inzicht verschaffen van de mate waarin het planvoornemen van invloed is op de natuurwaarden van het plangebied en zijn “directe omgeving”. Deze kennis is de basis voor de aanbeveling over eventueel te nemen vervolgstappen om overtredingen onder de Wet natuurbescherming te voorkomen. De ecologisch toetsing schept, voor zover mogelijk, duidelijkheid over de volgende vraagstellingen: 1. 2.
Komen er binnen invloedsfeer van de ruimtelijke ontwikkeling, onder de Wet natuurbescherming, beschermde soorten voor? Bevinden zich binnen de invloedssfeer van de ruimtelijke ontwikkeling beschermde natuurgebieden? 26 april 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming in het kader van ruimtelijke ontwikkeling omtrent uitbreiding van een loonbedrijf aan de Noorderweg 5 te Tiendeveen.
4
3.
Wat zijn de mogelijke effecten, zowel tijdens als na realisatie van het plan, op de eventueel aanwezige beschermde soorten en natuurgebieden?
4.
Middels welke vervolgstappen kunnen bij de realisatie van het plan eventuele overtredingen onder de Wet natuurbescherming vermeden, dan wel verzacht worden?
Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan voor mitigatie en, indien noodzakelijk, aanvullend onderzoek. Voor het eventuele aanvullende inventarisatieonderzoek werkt Successie Natuurzaken volgens de daar voor lenende protocollen die door Netwerk Groene Bureaus, de Zoogdiervereniging en de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) zijn opgesteld en/of volgens de kennisdocumenten van Bij12. Wanneer negatieve effecten op beschermde soorten en/of -gebieden te verwachten zijn is ontheffing en compensatie mogelijk vereist.
1.3
Gebied- en planbeschrijving
Het plangebied is opgedeeld in twee delen (figuur 1) en bevindt zich op perceel HGV00-S-1627 en 1492 volgens de kadastrale kaart. Het ligt in provincie Drenthe en valt onder gemeente Hoogeveen. Gelegen aan Noorderweg 5 te Tiendeveen bevindt zich het bedrijfsterrein (figuur 2) met een oppervlakte van 70120 m² waarop de beide deelgebieden zich bevinden. Het bedrijf is ten westen van de N374 (Hoogeveenseweg) gesitueerd, ten oosten van het dorp Tiendeveen en ten noordoosten van Hoogeveen. Het bedrijfsterrein bestaat uit een viertal ruime veldschuren (stalen constructie) een kantoorgedeelte en een bedrijfswoning.
Figuur 2. Indruk van het bedrijfsterrein.
Deelgebied 1 ligt aan de westzijde van het terrein. Aan een bestaande stalen loods ligt een groene zoom met bosschage en hoge bomen gevolgd door een relatief vers gegraven ondiep slootje, afgevlakt terrein, buizenopslag en een hoge grondwal. Aan de westzijde van het bedrijfsterrein is een slootje, een houtwal en daarachter een bedrijf die teelt in blauwe bessen. Aan de noordzijde grenst het bedrijf aan een bosperceel. Aan de zuidoostzijde is een bedrijfswoning en tuin (figuur 3 - 5).
Figuur 3. Te rooien bomen, te dempen slootje, afgevlakt terrein en op de achtergrond de grondwal, noordzijde.
Figuur 4. De grondwal en buizenopslag.
26 april 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming in het kader van ruimtelijke ontwikkeling omtrent uitbreiding van een loonbedrijf aan de Noorderweg 5 te Tiendeveen.
5
Figuur 5. Tuin bedrijfswoning en landerijen, zuidwestzijde.
Figuur 6. Het slootje en houtwal aan de westzijde van het terrein.
Deelgebied 2 ligt aan de noordoostzijde van het terrein. Het betreft de opslag van veelal oud landbouw(machine)materiaal en containers. Aan de noord- en oostzijde omgeven door een grondwal welke is begroeid met gras, diverse planten en bosschage. Aan de zuidwest- en westzijde staan ruime veldschuren, aan de noordzijde het bosperceel, aan de zuidzijde opslag van materiaal en zout. Daarachter een hoge groenblijvende haag (figuur 6-10).
Figuur 7. Deelgebied 2 aan de oostzijde van het bedrijfsterrein met achterliggend het bosperceel aan de noordzijde.
Figuur 8. Omliggende begroeide grondwal.
Figuur 9. Opslag aan de zuidzijde met achterliggende hoge haag.
Het planvoornemen is om op de beide deelgebieden een nieuwe veldschuur/loods te bouwen met elk een afmeting van 60x30 meter (figuur 10). De nieuwe veldschuren worden losstaande units welke zo dicht mogelijk tegen de bestaande loodsen worden aangebouwd. In deelgebied 1, aan de westzijde, worden een 12-tal bomen gerooid en het slootje gedempt (figuur 3). In deelgebied 2 wordt alle oude opgeslagen materiaal opgeruimd en/of in de nieuwe veldschuur geplaatst. 26 april 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming in het kader van ruimtelijke ontwikkeling omtrent uitbreiding van een loonbedrijf aan de Noorderweg 5 te Tiendeveen.
6
spoelplaats
zoutmenge
r
10.000l dieselopslag
zoutopslag 400m³
Deelgebied 2 machine/ber
ging
20.000l dieselopslag
Deelgebied 1 bestrijdings middelen en olieopslag
machine/ber
ging
gereedscha p vloe istofdicht opstelling gedeelte
5000l dieselopslag
Euro
pawe
g
werkplaats
Figuur 10. Situatietekening van het planvoornemen.
2. Onderzoeksmethodiek In opdracht van Loonbedrijf Jansen heeft Successie Natuurzaken middels een ecologische beoordeling het planvoornemen getoetst aan de Wet natuurbescherming en overige gebiedsbescherming. De toetsing bestaat uit twee onderdelen: een deskresearch en een veldbezoek. Middels een deskresearch wordt er onderzoek gedaan naar mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied. Tevens Sectie L nr. 2721 wordt duidelijk of het planvoornemen al dan niet binnen de invloedsfeer van een beschermd natuurgebieden vallen. Middels een veldbezoek (26 april 2023) is via een visuele inspectie een inschatting gemaakt of het plangebied en directe omgeving geschikt leefgebied is voor beschermde soorten en of de mogelijke effecten van het planvoornemen, negatief uit kunnen pakken op het leefgebied van deze soort(en).
3. Algemene verbodsbepaling Wet natuurbescherming (Wnb) De ecologische wet en regelgeving is in de Wet natuurbescherming (Wnb) in grote lijnen onderverdeeld in soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden. De wet is gericht op het ontwikkelen en beheren van natuur om de biologische diversiteit te behouden en te herstellen. Tevens heeft het als doel om de cultuurhistorische en maatschappelijke functies van natuur in stand te houden (Ministerie van Economische Zaken, 2017).
26 april 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming in het kader van ruimtelijke ontwikkeling omtrent uitbreiding van een loonbedrijf aan de Noorderweg 5 te Tiendeveen.
7
4. Toetsing gebiedsbescherming Beschermde gebieden zijn op te delen in Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland.
4.1
Natura 2000
±1
km
Het plangebied valt buiten Natura 2000-gebied in de provincie Drenthe. Negatieve effecten door externe werking door trillingen, geluid en oppervlakte verlies zijn gezien de relatief grote afstand (± 1 kilometer) tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Mantingerzand) grotendeels uit te sluiten (figuur 11).
Figuur 11. Ligging plangebied (rode ster) t.o.v. Natura 2000-gebied. Bron: kaartenkijkdoos
Stikstofdepositie Projecten waarbij stikstofuitstoot wordt verwacht, worden getoetst aan de instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000. Enkele instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied Mantingerzand zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Het planvoornemen betreft het bouwen van twee veldschuren (opslag). Gezien de relatief grote afstand tot stikstofgevoelige gebieden wordt op voorhand verwacht dat effect rondom stikstofdepositie, met betrekking tot de sloopfase, realisatiefase en beoogde situatie, niet aan de orde is. Echter wordt aangeraden om de gemeente Hoogeveen te informeren of er al dan niet een stikstofberekening aangeleverd dient te worden.
4.2
Natuurnetwerk Nederland
Een ingreep op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) moet worden getoetst op de wezenlijke kenmerken en waarden. Daarbij gaat het om de uitwisselingsmogelijkheden van het NNN (verbindende functie), de natuurlijke eenheid, aaneengesloten functie en om de kwaliteit van het NNN en het leefgebied van soorten. Het plangebied valt buiten de begrenzing van het NNN (figuur 12). Negatief effect op NNN is niet aan de orde.
26 april 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming in het kader van ruimtelijke ontwikkeling omtrent uitbreiding van een loonbedrijf aan de Noorderweg 5 te Tiendeveen.
8
Figuur 12. Ligging plangebieden (rode sterren) t.o.v. NNN-gebied (groen). Bron: kaartportaal Drenthe.
5. Toetsing soortenbescherming Vanuit de Wnb is de soortbescherming verdeeld in de drie categorieën: vogels, overige Europees beschermde soorten en andere nationaal beschermde soorten. Binnen de Wet natuurbescherming vullen Europese en nationale wetgeving elkaar aan. De Europees beschermde soorten genieten een iets zwaardere bescherming dan de nationaal beschermde soorten. Zo geldt voor de nationale soorten geen verbod op het verstoren, iets wat wel het geval is bij de Europees beschermde soorten. Naast de beschermde soorten dient men de ‘Zorgplicht’ in acht te houden. Dit houdt in dat ongeacht of dier- en plantensoorten beschermd zijn, eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de instandhouding van de soort(en) en zijn habitat (Ministerie van Economische Zaken, dec. 2016). Bij de toetsing soortenbescherming wordt getoetst of mogelijk aanwezige beschermde soorten binnen de invloedsfeer van het planvoornemen al dan niet hinder kunnen ondervinden van het plan.
5.1
Flora
Er zijn tijdens het veldbezoek geen wettelijk beschermde plantensoorten aangetroffen. Aangetroffen flora in deelgebied 1 zijn o.a. hulst, zwarte els, meidoorn, kleine maagdenpalm, laurierkers, gelderse roos, sorbaria en gewone berenklauw. In deelgebied 2 werd o.a. robertskruid, look-zonder-look, viltige basterdwederik, hondsdraf, vroegeling en gewone melkdistel aangetroffen. Op basis van de verspreidingsgegevens en het ter plaatse aanwezige habitat wordt er geen beschermde flora binnen het plangebied verwacht. Overtreding van een verbodsbepaling binnen de wnb op het onderdeel flora is daarmee uitgesloten.
5.2
Zoogdieren
5.2.1 Grondgebonden zoogdieren In de directe omgeving zijn waarnemingen van grondgebonden zoogdieren (das, eekhoorn, boom26 april 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming in het kader van ruimtelijke ontwikkeling omtrent uitbreiding van een loonbedrijf aan de Noorderweg 5 te Tiendeveen.
9
marter) bekend (bron: NDFF). Beschermde grondgebonden zoogdieren worden op basis van de verspreidingsgegevens en plaatselijke habitat niet verwacht in het plangebied. Daarnaast zijn binnen de invloedsfeer geen potentiele beschermde voortplantingsplaasten en/of rustplaasten aangetroffen. Steenmarter De steenmarter voelt zich uitstekend op zijn gemak op bovenetages, daken, leegstaande gebouwen, schuren en auto´s om maar een paar voorbeelden te noemen. Hij gebruikt de plaatsen als rustplaats voor overdag, het markeren van zijn territorium of om zijn nest onder te brengen in de zoogtijd. Om bovenstaande redenen zijn met name de drie aanwezige openstaande zeecontainers in deelgebied 2 (oost) gecheckt op beschermde waarden van de steenmarter. Er werden geen sporen aangetroffen in de zeecontainers die duiden op de aanwezigheid van de steenmarter. Op basis van de bevindingen van het veldbezoek worden geen rust-/verblijfplaatsen verwacht. Nationaal beschermde soorten (met provinciale vrijstelling) In het projectgebied zijn vaste verblijfplaatsen van grondgebonden zoogdiersoorten te verwachten. Dit zijn onder andere mol, haas, bunzing, huisspitsmuis, bosspitsmuis spec., bosmuis of rosse woelmuis. Bij het voornemen kunnen enkele exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden.
In voorliggende situatie geldt in de provincie Drenthe automatisch vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is. Wel geldt voor deze soorten de Zorgplicht. 5.2.2 Vleermuizen Alle 20 vleermuissoorten in Nederland zijn beschermd in de Wet natuurbescherming. Hierbij gaat het om de bescherming van verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes en essentiële foerageergebieden. Verblijfplaatsen Deelgebied 1 betreft een grotendeels braakliggend terrein. In deelgebied 1 is de bestaande loods, waar nagenoeg een nieuwe loods tegenaan wordt gebouwd, ongeschikt wegens een golfplatendak. Verstoring van eventuele verblijfplaatsen door de nieuwbouw wordt hiermee uitgesloten. De bomen in de groene strook, welke worden gerooid in het planvoornemen, zijn gecheckt op potenciële verblijfplaatsen betreffende holtes, scheuren en loszittend schors. Deze zijn niet aangetroffen. Deelgebied 2 betreft eveneens een nieuwe loods welke tegen een bestaande loods met een golfplatendak wordt aangebouwd. Verstoring van eventuele verblijfplaatsen door de nieuwbouw wordt hiermee uitgesloten. Het terrein betreft een verzamelplaats van opslag met oud landbouwmechanisatie materiaal als oude trekkerbanden, aanwagens, oplegger en een drietal zeecontainers.
Er bevinden zich binnen deelgebied 2 geen potenciële verblijfplaatsen welke door vleermuizen gebruikt kunnen worden. In de directe omgeving staan bomen (bosperceel noordzijde) waarvan een enkele boom met een holte welke mogelijk kan dienen als een potentiële verblijfplaats voor de boombewonende vleermuissoorten, de ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis (figuur 13-15). De bomen blijven onaangetast in het planvoornemen. Wel dient men lichtverstrooiing richting de bomen te voorkomen wegens verstoring van mogelijke verblijfplaatsen. In de directe omgeving, aan de zuid- en zuidoostzijde, bevinden zich gebouwen met daken waar invliegmogelijkheden aanwezig zijn (figuur 16), welke mogelijk toegang bieden naar potentieel geschikte verblijfplaatsen van de gebouwbewonende vleermuissoorten, de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. Lichtverstrooiing naar de gebouwen kan effect hebben op de functie van mogelijke 26 april 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming in het kader van ruimtelijke ontwikkeling omtrent uitbreiding van een loonbedrijf aan de Noorderweg 5 te Tiendeveen.
10
verblijfplaatsen. Het is daarom van belang lichtverstrooiing richting de omliggende gebouwen en omliggende bomen te voorkomen.
Figuur 13 - 15. Potenciële invliegopeningen in boomholtes, noordzijde (bosperceel). Deelgebied 2
Figuur 16. Woning aan de Hoogeveenseweg waar invliegopeningen aanwezig zijn, zuidoostzijde.
Vliegroute In deelgebied 1 worden een 12-tal bomen gerooid welke mogelijk gebruikt kunnen worden als vliegroute door vleermuizen. De relatief korte groenstrook betreft geen essentiële vliegroute. De lange bosrand aan de noordzijde, de houtwal aan de westzijde en bebouwing in de directe omgeving zijn wel geschikt. Lijnvormige elementen in de directe omgeving van het plangebied, in de vorm van het bosperceel direct aan de noordzijde, de bomenrij aan de oostzijde, de houtwal aan de westzijde, de hoge haag aan de zuidzijde en bebouwing kunnen door vleermuizen worden gebruikt om te navigeren (figuur 17). Het is daarom van belang lichtverstrooiing richting de lijnvormige elementen zowel tijdens de realisatie/ ontruimingsfase als na realisatie te voorkomen.
Figuur 17. Te rooien bomen/bosschage-strook (gele omlijning). Mogelijke vliegroutes langs groenstroken (rode pijlen) en bebouwing. 26 april 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming in het kader van ruimtelijke ontwikkeling omtrent uitbreiding van een loonbedrijf aan de Noorderweg 5 te Tiendeveen.
11
Foerageergebied In deelgebied 1 worden een 12-tal bomen gerooid welke mogelijk gebruikt kunnen worden als foerageergebied door vleermuizen. De relatief korte groenstrook betreft geen essentiële foerageergebied gezien het ruime alternatief van lange bosranden en houtwallen. In de omgeving van het plangebied bevinden zich bomen(rijen) en bosschages welke prima kunnen dienen als foerageergebied voor soorten als de ruige- en gewone dwergvleermuis. Dit geldt eveneens voor de laatvlieger en de rosse vleermuis die goed gedijen in half open landschap. Men dient om deze redenen in het kader van de Zorgplicht een toename van verlichting rondom het plangebied zo veel mogelijk te beperken om verstoring van foeragerende vleermuizen te voorkomen.
5.3
Broedvogels
5.3.1
Jaarrond beschermde nesten
Huismus Huismussen zijn zeer honkvast en hebben een actieradius van hooguit enkele honderden meters. Ze blijven het gehele jaar op dezelfde plek. De huismus hecht grote waarde aan korte bomen en struweel in zijn broedgebied. Door het verdwijnen van geschikt habitat en broedmogelijkheden is er een enorme achteruitgang van de huismusstand. Het nest wordt elk jaar opnieuw gebruikt. Om deze redenen zijn nesten van huismussen jaarrond beschermd. Huismussen broeden bij voorkeur onder dak- en nokpannen met houten dakbeschot. De beide loodsen in de deelgebieden waar nabij de nieuwe veldschuren worden gebouwd hebben golfplatendaken. Echter tijdens het veldbezoek zijn in de bestaande veldschuur van deelgebied 2, huismussen waargenomen met nestmateriaal op de stalen balken onder het golfplatendak aan de zijde waar de nieuwe loods wordt gerealiseerd (standvogel). Tevens zijn er geschikte struiken aanwezig in de directe omgeving die beschutting geven tegen predatoren en mogelijkheden bieden om te foerageren op insecten. De bestaande veldschuur wordt echter niet aangetast in het planvoornemen. De combinatie van bovengenoemde constateringen maakt dat het met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is uitgesloten dat jaarrondbeschermde nesten van de huismus worden aangetast in de bestaande veldschuur door de bouw van de nieuwe veldschuur in deelgebied 2.
Gierzwaluw De gierzwaluw broedt doorgaans in een kolonie onder dakpannen, of in een gat of spleet in de muur waarbij een minimale uitvlieghoogte van 3 meter vereist is (liefst hoger dan 5 meter) zonder storende factoren als bomen of schuurtjes in de aan- of uitvliegbaan. Bij de inspectie van het plangebied is geconstateerd dat het habitat ongeschikt is voor de gierzwaluw wegens het ontbreken van nestgelegenheid. Kerkuil De kerkuil is zeer honkvast. Hij blijft het hele jaar en zijn hele leven in de buurt van zijn leefgebied, als hij dat eenmaal heeft gekozen. Kerkuilen broeden inpandig en kunnen het nest het gehele jaar door gebruiken. Om deze redenen zijn nesten van kerkuilen jaarrond beschermd. De winterverblijfplek is vaak wel een andere plaats dan de voortplantingsplek maar wel binnen zijn territorium. Gelet is op sporen van ontlasting, braakballen of beweging van kerkuilen. Bij de inspectie van de deelgebieden zijn geen sporen van ontlasting, braakballen of beweging van kerkuilen aangetroffen. De halfopen loods in deelgebied 2 is aan de binnenzijde gecheckt op sporen.
26 april 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming in het kader van ruimtelijke ontwikkeling omtrent uitbreiding van een loonbedrijf aan de Noorderweg 5 te Tiendeveen.
12
Deze zijn niet aangetroffen. Aanwezigheid van een jaarrond beschermd nest van de kerkuil kan met zekerheid worden uitgesloten. Steenuil Steenuilen zijn sterk verbonden aan het kleinschalige agrarische cultuurlandschap. Steenuilen zijn uitgesproken standvogels. Ze verblijven het hele jaar in hun territorium. De vogels hebben relatief kleine territoria. Ze broeden in boomholten, nestkasten of nauwe ruimten in gebouwen, bijvoorbeeld tussen de dakbedekking en het beschot. Steenuilen gebruiken de nestholte het hele jaar. Om deze redenen zijn nesten van steenuilen jaarrond beschermd. Buiten het broedseizoen wordt de nestholte wel minder vaak bezocht. In de loop van de winter bezoeken beide partners de nestplaats weer vaker. Tijdens de inspectie zijn er geen sporen van aanwezigheid en geen geschikte ruimtes voor een eventuele nestplaats van steenuilen aangetroffen. Om deze reden kan de aanwezigheid van de steenuil worden uitgesloten. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich bomen/bosschage. Er is tijdens het veldbezoek (26 april 2023) mogelijk een jaarrond beschermd nest aangetroffen in het bosperceel aan de noordzijde van deelgebied 2 (figuur 18). Roofvogels en uilen nemen nesten over van zwarte kraai en ekster (cat.5) welke vaak jaren achteréén worden gebruikt.
Gezien de afstand en aard van het plangebied, met daartussen een bomenrij en wandelpad (huidige verstoringsfactor), kan verstoring van het potenciële jaarrond beschermde nest, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden uitgesloten.
Figuur 18. Potencieel jaarrond beschermd nest, noordzijde deelgebied 2.
5.3.2 Niet jaarrond beschermde nesten Naast jaarrond beschermde nesten kunnen er tijdens het broedseizoen (grofweg 1 mrt. t/m aug.) broedvogels in de deelgebieden broeden waarvan het nest niet jaarrond beschermd is. In de te rooien bomen en bosschage in deelgebied 1 evenals in kieren en gaten in het oude landbouwmateriaal en zeecontainers in deelgebied 2. Het betreft o.a. de winterkoning, merel, koolmees, bonte vliegenvanger, zwarte roodstaart en roodborst welke allen zijn waargenomen tijdens de inspectie. In deelgebied 1 werd een merelnest in aanbouw aangetroffen (figuur 19). Voor soorten waarvan het nest niet jaarrond beschermd is, dient men rekening te houden met het feit dat ieder nest, mits op dat moment in gebruik, beschermd is. Dit houdt is dat er geen wezenlijke verstoring mag plaatsvinden, waardoor de vogel het nest verlaat.
26 april 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming in het kader van ruimtelijke ontwikkeling omtrent uitbreiding van een loonbedrijf aan de Noorderweg 5 te Tiendeveen.
13
Bonte vliegenvanger Merelnest in aanbouw
Zwarte roodstaart
Roodborst
Figuur 19. Aangetroffen vogelsoorten waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn.
5.4 Amfibieën en reptielen Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën en reptielen waargenomen in het plangebied. In de directe omgeving zijn waarnemingen van de levendbarende hagedis en rugstreeppad (circa 1,5 km in natura 2000-gebied). Echter worden er in het gebied op basis van het ter plaatse aanwezige habitat geen reptielen in het plangebied verwacht. Het terrein is geschikt leefgebied voor algemeen voorkomende amfibieën (b.v. bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander). Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, onderhoud aan infrastructuur of ruimtelijke ontwikkelingen. Echter, te allen tijde is de Zorgplicht van kracht. Indien rekening wordt gehouden met de Zorgplicht (denk aan werken in één richting), is er geen sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming. 5.5 Vissen De smalle watergang in deelgebied 1 wordt gedempt in het planvoornemen. Op basis van de kenmerken van de watergang worden geen beschermde soorten verwacht. Echter, te allen tijde is de Zorgplicht van kracht. Hierbij moet worden gedacht aan het langzaam werken in één richting zodat dieren kunnen ontsnappen en/of verplaatst worden naar een geschikt biotoop. Indien rekening wordt gehouden met de Zorgplicht, is er geen sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming.
Ongewervelden 5.6 In en rond de planlocatie komen geen wettelijk beschermde ongewervelden voor. Dit wordt geconcludeerd op basis van de verspreidingsgegevens en het ontbreken van kritische habitats in de directe omgeving. Voor beschermde libellen ontbreken kritische habitats als verlandende waterlopen met waardplanten als bijvoorbeeld de krabbenscheer. Overtreding van een verbodsbepaling binnen de wnb op het onderdeel ongewervelden is daarmee uitgesloten.
26 april 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming in het kader van ruimtelijke ontwikkeling omtrent uitbreiding van een loonbedrijf aan de Noorderweg 5 te Tiendeveen.
14
6. Houtopstanden Als er een (deel van een) houtareaal wordt gekapt van meer dan 10 are (1000 m2) of een (deel van een) bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom kan er sprake zijn van een meld- en/ of herplantingsplicht. Binnen het planvoornemen worden in deelgebied 1 circa 12 bomen gekapt. Er is derhalve geen sprake van een meld- en/of herplantingsplicht.
26 april 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming in het kader van ruimtelijke ontwikkeling omtrent uitbreiding van een loonbedrijf aan de Noorderweg 5 te Tiendeveen.
15
7. Samenvatting en conclusie flora en fauna quickscan Loonbedrijf Jansen is van doel het bedrijfsterrein uit te breiden middels twee bouwblokken. Men heeft de wens de loods in deelgebied 2 in 2024 te plaatsen en de loods in deelgebied 2 (west) in 2025. Per loods is de verwachte doorlooptijd circa 10 weken. In het kader van de vergunningsaanvraag heeft Successie Natuurzaken een ecologische toetsing uitgevoerd om duidelijkheid te verschaffen of de geplande werkzaamheden al dan niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming. Het planvoornemen heeft door bijvoorbeeld trillingen, geluid en oppervlakte verlies geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Het planvoornemen is om op het terrein twee veldschuren/loodsen te realiseren. Gezien de relatief grote afstand tot stikstofgevoelige gebieden verwacht Successie Natuurzaken op voorhand geen negatief effect rondom stikstofdepositie. Echter wordt aangeraden om de gemeente Hoogeveen te informeren of er al dan niet een stikstofberekening aangeleverd dient te worden. Het planvoornemen heeft geen negatief effect op overige beschermde gebieden onder de Wet natuurbescherming. Daarnaast is er geen sprake van een meld en/ of herplantingsplicht omtrent houtopstanden.
Op basis van de ter plaatse aanwezige omstandigheden en verspreidingsgegevens wordt niet verwacht dat het planvoornemen tot een overtreding van een verbodsbepaling zal leiden omtrent beschermde ongewervelden, vissen, amfibieën, reptielen en flora. Lijnvormige elementen in de directe omgeving van het plangebied, in de vorm van het bosperceel direct aan de noordzijde en de bomenrij aan de oostzijde, kunnen door vleermuizen worden gebruikt om te navigeren. Het is daarom van belang lichtverstrooiing richting de lijnvormige elementen zowel tijdens de realisatie/ontruimingsfase als na realisatie te voorkomen. Tijdens het broedseizoen (grofweg 1 mrt. t/m aug.) kunnen broedvogels in het plangebied broeden waarvan het nest niet jaarrond beschermd is o.a. merel, zwarte roodstaart, roodborst, koolmees. Voor deze soorten dient men rekening te houden met het feit dat ieder nest, mits op dat moment in gebruik, beschermd is. Dit houdt in dat er geen wezenlijke verstoring mag plaatsvinden, waardoor de vogel het nest verlaat. Daarom wordt het aangeraden om buiten het vogelbroedseizoen te werken. Indien men voornemens is binnen het vogelbroedseizoen te starten met de werkzaamheden, dan wordt aangeraden het plangebied vooraf te checken op (potentiële) broedgevallen door een deskundig ecoloog.
Verder dient men tijdens de uitvoer van de werkzaamheden rekening te houden met de Zorgplicht (Artikel 1.11 wnb). De Zorgplicht geldt voor elke soort/individu in Nederland. Dit houdt in dat men tracht schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen. Dit kan door een werkwijze te hanteren waarbij dieren kunnen ontsnappen en/of deze te verplaatsen naar een geschikt biotoop. Lichtverstrooiing naar omliggend gebied dient te worden voorkomen i.v.m. vliegroute(s) en foeragerende vleermuizen.
26 april 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming in het kader van ruimtelijke ontwikkeling omtrent uitbreiding van een loonbedrijf aan de Noorderweg 5 te Tiendeveen.
16
8. Literatuurlijst Arcadis, feb. 2019. Mitigatiecatalogus Gebouwbewonende Soorten. (PDF) Beschikbaar op: https://www. provinciegroningen.nl/fileadmin/Mitigatiecatalogus_gebouwbewonende_soorten_Centrum_Veilig_Wonen.pdf Ministerie van Economische Zaken, 2017. Wet natuurbescherming (16 december 2015). [Online] Beschikbaar op: http://minez.nederlandsesoorten.nl/content/wet-natuurbescherming-16-december-2015 Stibbeblog, 2016. De Wet natuurbescherming: wanneer is sprake van een verstoring van een vogel die van wezenlijke invloed is?. [Online] Beschikbaar op: http://www.stibbeblog.nl/all-blog-posts/environment-and-planning/de-wet-natuurbescherming-wanneer-is-sprake-van-een-verstoring-van-een-vogel-die-van-wezenlijke-invloed-is/ https://www.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=14fdb7eae5844c479140f89c88abddd3 (Kaartenkijkdoos provincie Fryslân) Vleermuis.net., 2019. Verblijfplaatsen. Beschikbaar op, Vleermuis.net: http://www.vleermuis.net/vleermuizen-en-bescherming/verblijfplaatsen https://www.natura2000.nl/gebieden/drenthe/mantingerzand/mantingerzand-doelstelling
BIJ12 rapporten: Diverse soorten Geraadpleegde websites: ndff-ecogrid.nl Waarnemingen.nl Verspreidingsatlas.nl Telmee.nl Google.maps.nl Zoogdiervereniging.nl
26 april 2023 - Toetsing Wet natuurbescherming in het kader van ruimtelijke ontwikkeling omtrent uitbreiding van een loonbedrijf aan de Noorderweg 5 te Tiendeveen.
17
Bijlage 4 Stikstofdepositieberekening gebruiksfase
Bijlage projectberekening AERIUS kenmerk Projectberekening: RcGyiPjXy8X8
Hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel Dit document is een bijlage, behorende bij een
Projectberekening uitgevoerd met AERIUS Calculator. De bijlage is een hulpmiddel bij het beoordelen van projecten waar sprake is van hexagonen met een hersteldoel. De bijlage bevat daartoe een overzicht van de maximale bijdrage per gebied. Voor meer uitleg over 'hexagonen met een hersteldoel' in AERIUS, zie het handboek Calculator.