Bijlage 1a toelichting en regels ontwerp bp Dorpsstraat 49a Elim.pdf
Tekst van het document
2.
3.
Voor het dagelijkse waterbeheer i s dat het Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR). Doel daarvan i s gedurende een heel groot deel van het jaar die wateromstandigheden te realiseren die het beste passen bij de functie zoals de provincies die hebben vastgesteld; Om in extreem natte en extreem droge omstandigheden de schade a l s gevolg van wateroverlast of watertekort te beperken i s het WB21 opgesteld. Hierin zit de trits vasthouden-bergen-afvoeren a l s voorkeursvolgorde en afwegingskader en het principe van niet afwentelen. Het stedelijk gebied dient dus waterneutraal te zijn. Mocht dit door enige goede redenen - de veiligheid i s ernstig in het geding, de kosten zijn te hoog, er spelen nijpende ruimtevraagstukken - niet kunnen, dan komen het waterschap en de gemeente passende afspraken overeen. Doel i s het watersysteem zo in te richten dat het in extreme omstandigheden en in de toekomst goed functioneert; Voor het bereiken van de goede ecologische toestand van het water zijn er de Europese richtlijnen voor ecologie en waterkwaliteit. Dit thema bestaat uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Vogel- en Habitatrichtlijnen (vertaald in de Wet natuurbescherming). Doel daarvan i s dat al le Europese wateren, zowel oppervlaktewater a l s grondwater, zich in 2015 in een goede ecologische en goede chemische toestand bevinden.
Met goede argumenten i s uitstel mogelijk tot uiterlijk 2027. Voor de Natura 2000-gebieden i s geen uitstel mogelijk.
Deze drie thema's hangen zo met elkaar samen dat het niet mogelijk is ze afzonderlijk van elkaar te realiseren. Er wordt gezorgd dat het watersysteem tijdig op orde is, duurzaam is ingericht, voldoet aan de landelijke normen voor het voorkomen van wateroverlast, bijdraagt aan het bereiken van grond- en oppervlaktewaterpeilen in relatie tot de functies van die wateren en gebieden, verdroging tegengaat en rekening houdt met de eisen vanuit de KRW. Om aan deze punten te voldoen is in december 2009 de Waterwet in werking getreden. De Waterwet vervangt acht bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland. Deze wet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert deze wet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Hierdoor zijn waterschappen, gemeenten en provincies beter in staat wateroverlast, waterschaarste en watervervuiling tegen te gaan. Ook voorziet de Waterwet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, natuur, landbouw, industrie en recreatie. Op basis van deze functies worden eisen gesteld aan de kwaliteit en de inrichting van het water. De instrumenten vanuit de Waterwet zijn Waterplannen (rijk en provincie), waterbeheer-plannen (waterbeheerder) en vergunningen.
5.3.3
Onderzoek en conclusie
Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 30
23 augustus 2022
instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe """"eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren"""" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe.
Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van geïnfiltreerd in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe """"eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren"""" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Wateraspecten plangebied Waterhuishouding Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500 m². Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied.
Voorkeursbeleid hemelwaterafvoer In het plan wordt het afvalwater via een gescheiden stelsel opgevangen. Hemelwater wordt zoveel mogelijk geïnfiltreerd en afgevoerd naar oppervlaktewater. Het overige hemelwater wordt afgevoerd naar een hemelwaterriool van een verbeterd gescheiden stelsel. Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand(GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. In het plan wordt er naar gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen.
BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 31
23 augustus 2022
Voor de locatie aan de Dorpsstraat 49a is een digitale watertoets uitgevoerd. De Watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. De uitgevoerde Watertoets is te zien in Bijlage 4 van deze toelichting. Op basis daarvan is te zien dat de 'korte procedure' van toepassing is. Het Waterschap is akkoord met de ontwikkeling. Op de locatie Marten Kuilerweg 7 wordt uitsluitend 867 m² aan bebouwing gesloopt. Deze bebouwing wordt in de nieuwe situatie vervangen voor grasland. Hierdoor is het niet te verwachten dat de situatie op deze locatie zal verslechteren.
5.4
Natuur en Ecologie
5.4.1
Normstelling
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 5.4.1.1 Gebiedsbescherming 5.4.1.1.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied in het kader van de Wet natuurbescherming. Dit is te zien in afbeelding 5.1, het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het 'Mantingerzand'. De afstand tussen het Natura 2000 gebied en de deelgebieden bedragen respectievelijk circa 7,5 kilometer tot de Marten Kuilerweg 7 en circa 8,7 kilometer tot de Dorpsstraat 49a.
Gezien de ontwikkeling, het slopen van agrarische gebouwen en het bouwen van een compensatiewoning, en de afstand tot aan het Natura 2000-gebied kan ervan worden uitgegaan dat een onderzoek naar stikstof depositie niet noodzakelijk is.
BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 32
23 augustus 2022
Afbeelding 5.1 Afstand plangebied tot Natura 2000 gebied en NNN (Bron: Atlasleefomgeving.nl)
5.4.1.1.2 Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij' - principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Op afbeelding 5.1 is de afstand van het plangebied tot het NNN te zien. De afstand bedraagt respectievelijk circa 69 meter tot de Marten Kuilerweg en circa 790 meter tot de Dorpsstraat 49a. Het plangebied ligt niet binnen het NNN. Gezien het feit dat sprake is van een ontwikkeling buiten de NNN en gezien de aard en omvang van dit plan wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN. 5.4.1.2 Soortenbescherming Wat betreft de soortbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. Er is voor beide deelgebieden een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd door Natuurbank Overijssel. Dit volledige onderzoek is te vinden als Bijlage 5 van deze toelichting.
Hieronder wordt het onderzoek en de conclusie van het onderzoek samengevat.
BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 33
23 augustus 2022
5.4.2
Onderzoek en conclusie
De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Drenthe een vrijstelling van de verbodsbepaling het opzettelijk ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied.
Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Drenthe. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten is het niet aannemelijk dat uitvoering van de voorgenomen activiteiten zal leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied. Nader onderzoek, zoals het opstellen van een stikstofberekening wordt niet noodzakelijk geacht. Los van een eventuele toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied, geldt een vrijstelling van de vergunningplicht voor toename van stikstofdepositie, veroorzaakt gedurende de ontwikkelfase. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezet huisspitsmuis er een vaste rust- en voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied maar benutten het plangebied wel als foerageergebied. Deze functie wordt overigens niet negatief beïnvloed.
Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord, beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de toegankelijke bebouwing gesloopt en de beplanting verwijderd wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een huisspitsmuis en amfibie gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van huisspitsmuis of amfibie beschadigd of vernield. Voor huisspitsmuis en amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaats’. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van huisspitsmuis en amfibieën. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor sommige foeragerende diersoorten aangetast. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties.
BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 34
23 augustus 2022
5.5
Geluid
5.5.1
Normstelling
De Wet geluidhinder beschermt de volgende objecten: woningen; andere geluidsgevoelige gebouwen; geluidsgevoelige terreinen.
Deze bescherming geldt als het gebruik van deze objecten is toegestaan volgens het bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening. Op tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan met een periode van maximaal 10 jaar is de Wet geluidhinder niet van toepassing. Onder "woning" wordt verstaan (artikel 1 Wet geluidhinder): gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan op grond van de geldende planologische status (bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening). De Wet geluidhinder kent het begrip bedrijfswoning niet. Een bedrijfswoning is gewoon een woning, waarvoor het mogelijk is een hogere waarde (als nodig) te verlenen. Dit geldt natuurlijk alleen voor bedrijfswoningen die zijn gelegen in een geluidzone. Hotels, recreatiewoningen en kantoren zijn niet geluidgevoelig in het kader van de Wet geluidhinder. In het Activiteitenbesluit zijn voorschriften opgenomen die bescherming bieden tegen geluidhinder van inrichtingen die onder het Besluit vallen. Deze bescherming wordt geboden aan gevoelige objecten (gevoelige gebouwen en gevoelige terreinen (artikel 1.1)).
In artikel 1.1 is in de definitie van gevoelige gebouwen aangegeven dat gebouwen die bij de inrichting horen (dienst- of bedrijfswoningen) geen geluidsgevoelig object zijn waarvoor de grenswaarden uit het besluit gelden. Dienst- of bedrijfswoningen die niet tot de inrichting behoren zijn gewoon woningen van derden waarvoor de grenswaarden wel gelden. Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) is rond inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur en spoorwegen een geluidzone van kracht. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de in de wet bepaalde voorkeursgrenswaarde. Wanneer niet aan deze grenswaarde kan worden voldaan, kan het bevoegd gezag, in de meeste gevallen de gemeente, hogere grenswaarden vaststellen. Hiervoor geldt een bepaald maximum, de uiterste grenswaarde genoemd.
5.5.2
Onderzoek en conclusie
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van één geluidsgevoelig object aan de Dorpsstraat 49a. Aan de Marten Kuilerweg wordt geen nieuw geluidgevoelig object toegevoegd. De bestaande bedrijfswoningen betreffen bestaande woningen en kunnen daarom buiten beschouwing worden gelaten. In artikel 76 van de Wgh is namelijk bepaald dat de geluidsbelasting van een aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst hoeft te worden aan de grenswaarden. Hieronder valt tevens het herbestemmen van de bestaande (bedrijfs)woningen naar een reguliere woningen. Nabij het plangebied aan de Dorpstraat bevinden zich geen railverkeer of industriële inrichtingen of gezoneerde industrieterreinen. Het plangebied is wel gelegen binnen de wettelijke geluidszone van de Dorpsstraat. De voorkeurswaarde geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai mag hoogstens 48 dB bedragen. Indien deze waarden worden overschreden moet er onderzoek gedaan worden naar de BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 35
23 augustus 2022
bron- en of overdrachtsmaatregelen. Zijn maatregelen niet mogelijk kunnen Burgemeester en Wethouders ontheffing van de voorkeursgrenswaarde verlenen. Hierbij kunnen voor nieuwe woningen in buitenstedelijk gebied een hogere waarde van ten hoogste 53 dB worden vastgesteld. Door de RUD Drenthe is de geluidsbelasting van het wegverkeer inzichtelijk gemaakt. In de volgende afbeelding is een overzicht van het rekenmodel voor de berekening van wegverkeerslawaai weergegeven ter plekke van het plangebied Dorpsstraat 49a. De verkeersgegevens komen van de VerkeersMilieuKaart (VKM) van van de gemeente Hoogeveen. De weg is voorzien van een wegdek van klinkers in keperverband.
Abeelding 5.2 Uitsnede wegverkeerslawaaikaart, afstand tot 48 dB contour Dorpsstraat 49a (Bron: RUD Drenthe en gemeente Hoogeveen)
Op de afbeelding zijn de geluidscontouren te zien. De geluidsbelasting is gepresenteerd inclusief de aftrek van 5 dB. Geadviseerd wordt de woning te positioneren aan de oostzijde van de kavel op een afstand van ten minste 20 meter van de Dorpsstraat. Zodoende wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wegverkeerslawaai. Realisatie van de woning in het kader van de Ruimte voor Ruimte regeling is mogelijk. Het vragen van een hogere waarde is niet direct noodzakelijk mits deze op voldoende afstand, 20 meter uit rand van de weg, gerealiseerd wordt. Gezien de beoogde ligging zal worden voldaan aan de voorwaarden van de Nota hogere waarden van de gemeente Hoogeveen. Zodat bouwen tot een waarde van 53 dB mogelijk is. Er is hiermee sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woning met betrekking tot het aspect wegverkeerslawaai.
5.6
Milieuzonering bedrijven
5.6.1
Normstelling
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 36
23 augustus 2022
ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven.
Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' wordt een tweetal gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor bijvoorbeeld geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. In dit geval zijn in de directe omgeving van het plangebied met name woon-, natuur- en infrastructurele functies gelegen. Dit betekent dat uitgegaan kan worden van het omgevingstype 'rustige woonwijk'.
Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
5.6.2
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Situatie plangebied
Aan de Marten Kuilerweg 7 zal enkel een schuur gesloopt worden om zodoende de compensatiewoning mogelijk te maken. De huidige bestaande planologische situatie zal hier niet wijzigen. Hieronder wordt ingegaan op de externe en interne werking aan de Dorpsstraat 49a. 5.6.2.1 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. Bij de Dorpsstraat 49a wordt de functie 'wonen' toegevoegd. Dit betreft geen milieubelastende activiteit voor de omgeving. Van enige vorm van aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden is dan ook geen sprake.
BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 37
23 augustus 2022
5.6.2.2 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de functie binnen het plangebied hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving, en omgekeerd of omliggende bedrijven in bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden worden belemmerd. In de nabijheid van de Dorpsstraat 49a bevindt zich een niet- agrarisch bedrijfsperceel (B1) en een autogarage (B2). Er bevinden zich geen intensieve of grondgebonden veehouderijen in de omgeving. In de onderstaande tabellen zijn deze bedrijven weergegeven, waarbij tevens de functie, milieucategorie, richtafstand en daadwerkelijke afstand tot het plangebied zijn weergegeven. De daadwerkelijke afstand is gemeten van de grens van het bouwvlak van de belastende functie tot de grens van het bouwvlak van de dichtstbijzijnde gevoelige functie. Functie Dorpsstraat 48a (agrarisch- spoorvervoer) Dorpsstraat 56a (autogarage/dealer)
5.6.3
Milieucategorie 2
Richtafstand 30 meter
Daadwerkelijke afstand 80 meter
2
30 meter
325 meter
Onderzoek en conclusie
Voor de Dorpsstraat 49a geldt dat de functie 'wonen' toegevoegd wordt. De functie 'wonen' betreft geen milieubelastende activiteit voor de omgeving. Van enige vorm van externe aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden is dan ook geen sprake. Gezien de interne werking is in de omgeving van het deelgebied Dorpsstraat 49a voornamelijk bedrijvigheid toegestaan van milieucategorie 1 of 2. De richtafstand bij de omgevingstype 'rustige woonwijk' is 30 meter. Er bevinden zich geen bedrijven binnen deze afstand van het deelgebied. Tevens wordt opgemerkt dat er in de omgeving meerdere woningen van derden aanwezig zijn die de eventuele komst of uitbreiding van een bedrijf zal belemmeren. Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor het voornemen.
5.7
Milieueffectrapportage (MER)
5.7.1
Normstelling
5.7.1.1 Algemeen De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd i s in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd i s in kolom 4 (besluiten).
In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 38
23 augustus 2022
eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.- beoordeling gehanteerd. 5.7.1.2 Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied betreft het 'Mantingerzand' en ligt op meer dan 7,5 kilometer afstand van het plangebied. Gelet op de onderlinge afstand is directe hinder (bijvoorbeeld geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. Het voornemen voorziet in de sloop van landschapsonsierende bebouwing en de nieuwbouw van een compensatiewoning. Gezien de kleinschaligheid van het voornemen zijn significante negatieve gevolgen op Natura 2000-gebieden niet te verwachten.
De voorgenomen ontwikkeling is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 5.7.1.3 Drempelwaarden Besluit m.e.r. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. In onderdeel D 11.2 van het besluit wordt de “aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen” genoemd. Indien geoordeeld wordt dat sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' is mogelijk een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. In de nota van toelichting op het Besluit m.e.r wordt het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' geduid. Hier wordt het volgende over gezegd: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Er kan overigens geen misverstand over bestaan dat ook dorpen hieronder vallen. Wat stedelijke ontwikkeling inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Van belang hierbij is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn.
Indien bijvoorbeeld een woonwijk wordt afgebroken en er komt een nieuwe voor in de plaats, zal dit in de regel per saldo geen of weinig milieugevolgen hebben. Bij een uitbreiding zal er eerder sprake kunnen zijn van aanzienlijke gevolgen.” In een uitspraak uit 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:694) heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een (standaard) beoordelingskader voor de kwalificatie van stedelijke ontwikkelingsprojecten gegeven. De Afdeling stelt voorop dat het begrip “stedelijk ontwikkelingsproject” ruimte voor interpretatie laat. Of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Op basis van jurisprudentie is gebleken dat deze concrete omstandigheden van het geval kunnen worden beoordeeld aan de hand van verschillende aspecten. Concreet gaat het onder andere om aspecten zoals: de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling; de vormgeving en opzet; de schaalgrootte; de ligging; de voorgenomen (functie)wijziging, en; de vraag of sprake i s van een bestaand of van een te realiseren bouwwerk.
Relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen kunnen ontstaan voor het milleu.
BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 39
23 augustus 2022
5.7.2
Onderzoek en conclusie
De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit van het slopen van landschapsontsierende bebouwing en in ruil daarvoor het toevoegen van één compensatiewoning. Het gaat om een (zeer) kleinschalige ontwikkeling waarbij het aantal verkeersbewegingen niet toeneemt. Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een ontwikkeling die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen en andere milieugevoelige functies. De omvang en opzet van het plan past binnen de functionele en stedenbouwkundige structuur van de directe omgeving. Er is slechts in zeer beperkte mate sprake van ruimtelijke gevolgen, zoals onder andere ook uit hoofdstuk 3 en 4 van deze plantoelichting blijkt. Geconcludeerd wordt dan ook dat in voorliggend geval geen sprake is ven een 'stedelijk ontwikkelingsproject'. In dit geval is het Besluit m.e.r. niet van toepassing en hoeft geen aanmeldnotitie te worden opgesteld. Deze paragraaf kan worden beschouwd als de vormvrije m.e.r. beoordeling van deze ruimtelijke ontwikkeling.
5.8
Luchtkwaliteit
5.8.1
Normstelling
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 5.1 weergegeven. Tabel 5.1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm: Stof stikstofdioxide (NO2 ) fijn stof (PM1 0) fijn stof (PM2,5)
Toetsing van jaargemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ 25 µg /m³
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die i s vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m 2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m 2 bij twee ontsluitingswegen.
BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 40
23 augustus 2022
5.8.2
Onderzoek en conclusie
In het plangebied is sprake van het toevoegen van één woning, de sloop van voormalige agrarische bebouwing en wijziging van de agrarische gronden in een woonbestemming. Aangezien dit aantal nieuwe woningen ruimschoots onder de kwantitatieve grens voor woningbouwlocaties ligt, zoals opgenomen in de Regeling NIMB, mag er vanuit worden gegaan dat het plan naar verwachting geen significante bijdrage heeft op de luchtkwaliteit. Gelet op de aard en omvang van dit project in vergelijking met de voorgenoemde categorieën, kan worden aangenomen dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
5.9
Externe veiligheid
5.9.1
Normstelling
Het aspect Externe Veiligheid heeft te maken met de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen en de bescherming hiertegen. De veiligheidsrisico's worden uitgedrukt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is de berekende kans per jaar dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het groepsrisico (GR) is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Verder kunnen de veiligheidsrisico's worden verdeeld in risico's veroorzaakt door bedrijvigheid (inrichtingen) en in risico's veroorzaakt vanwege het transport (weg, spoor, water, buisleidingen) van gevaarlijke stoffen. Conform het nationale veiligheidsbeleid en de Visie externe veiligheid van de gemeente Hoogeveen is onderzoek verricht naar de veiligheidssituatie rondom het plangebied.
Afbeelding 5.2 Uitsnede Risicokaart Dorpsstraat 49a en Marten Kuilerweg 7 (Bron: ArcGIS.nl)
5.9.2
Onderzoek en conclusie
In afbeelding 5.2 zijn de meest nabijgelegen risicovolle functies weergegeven van het deelgebied aan de Dorpsstraat 49a. Aan de Marten Kuilerweg 7 vinden geen ontwikkelingen plaats die een effect hebben op het aantal personen op het deelgebied. De situatie hierin blijft onveranderd.
BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 41
23 augustus 2022
5.9.2.1 Dorpsstraat 49a Uit de inventarisatie blijkt dat het deelgebied aan de Dorpsstraat 49a: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, dan wel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet i s gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; Wel i s gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Op een afstand van circa 52 meter ten noorden van het plangebied ligt de buisleiding, met de naam N-526-10, van de Gasunie. Op basis van het bijbehorend attributenrapport heeft deze buisleiding een diameter van 212 millimeter en een maximale werkdruk van 40 bar. Bij deze specificaties behoort een 1% letaliteitsafstand van 100 meter en een 100% letaliteitsafstand van 50 meter. Het plangebied en dus de compensatiewoning valt binnen de 1% letaliteitszone. Zodoende moet er beoordeeld worden of het groepsrisico verantwoord is. Gezien de huidige omgevingssituatie (bebouwingsdichtheid) zal de hoogte van het groepsrisico onder de 0,1 van de oriënterende waarde liggen. En omdat de woning zich bevindt buiten de 100% letaliteitszone van de gasleiding betekent dit dat er geen sprake is van een toename van het groepsrisico. Een dergelijke ontwikkeling gaat feitelijk niet gepaard met een significante toename van het aantal personen binnen het deelgebied en er is dan ook geen sprake van een verhoogd risico ter plekke van het projectgebied. Het groepsrisico wordt dan ook niet hoger als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Daarnaast wordt opgemerkt dat de bewoners van de woning aan de Dorpsstraat 49a als zelfredzaam zijn aan te merken, het deelgebied vanuit meerdere kanten goed bereikbaar is voor hulpdiensten en in meerdere richtingen te ontvluchten is.
Eén en ander brengt met zich mee dat het plan in overeenstemming is met de wet- en regelgeving inzake externe veiligheid.
5.10
Verkeer en parkeren
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van parkeerkencijfers van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Tevens heeft de gemeente Hoogeveen eigen parkeerbeleid samengesteld te weten 'Parkeernota gemeente Hoogeveen 2021 '. Als uitgangspunt van dit parkeerbeleid wordt er voor vrijstaande woningen in het buitengebied een parkeernorm gehanteerd van 2,0.
5.10.1 Situatie Dorpsstraat 49a In voorliggend bestemmingsplan wordt aan de Dorpsstraat 49a een nieuwe woning gerealiseerd. Het deelgebied heeft voldoende ruimte op eigen terrein om aan de parkeerbehoefte te voldoen. Tevens is de ontwikkeling zo kleinschalig dat de Dorpsstraat het verkeer goed kan afwikkelen. Het perceel beschikt al over een goed overzichtelijke in- en uitrit. Deze in- en uitrit blijft behouden voor de woning. Hierdoor kan er redelijkerwijs uitgegaan worden van een veilige ontsluiting om de Dorpsstraat. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor het voornemen aan de Dorpsstraat 49a.
BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 42
23 augustus 2022
5.10.2 Situatie Marten Kuilerweg 7 In voorliggend bestemmingsplan wordt aan de Marten Kuilerweg enkel bebouwing gesloopt. Er zijn geen verdere veranderingen aan de huidige situatie waarbij tevens geen aanpassingen aan de huidige in- en uitrit zal plaatsvinden. De huidige situatie aan de Marten Kuilerweg 7 is al verkeersveilig en zal zo blijven. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor het voornemen aan de Marten Kuilerweg 7.
5.11
Duurzaamheid
De gemeente Hoogeveen heeft haar ambitie op het gebied van duurzaamheid verwoord in het klimaatbeleid en de Milieuvisie. In het klimaatbeleid is de ambitie uitgesproken om in 2040 als gehele gemeente CO2-neutraal te willen zijn. Door bij nieuwe ontwikkelingen duurzaamheid reeds in de ontwerp- en bouwfase mee te nemen kan optimaal invulling worden gegeven aan de duurzaamheidsdoelstelling. Voor bestaande bouw kunnen er ook duurzaamheidsmaatregelen getroffen worden. De gemeente stimuleert het duurzaam verbouwen van bestaande woningen door middel van het verstrekken van een duurzaamheidslening. In de verordening 'Duurzaamheidslening gemeente Hoogeveen 2016' staan de voorwaarden vermeld om in aanmerking te kunnen komen voor een dergelijke lening. Tot de duurzaamheidsmaatregelen waarvoor een duurzaamheidslening kan worden toegekend, behoren energiebesparende en waterbesparende maatregelen, duurzame opwekking van energie en de stimulering van de biodiversiteit, zoals het aanbrengen van een vegetatiedak of vogelvides. Ook kunnen de particulieren, die hun woning energiezuiniger willen maken, gratis een energiescan laten opstellen. Hierbij wordt voornamelijk gekeken naar de 'schil' van de woning, de verwarmingsinstallatie, verlichting, ventilatie en het gebruik van elektrische apparatuur. De mogelijk te treffen haalbare maatregelen worden opgenomen in de energiescan.
De woning zal volgens de regels staande in het Bouwbesluit gerealiseerd worden.
BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 43
23 augustus 2022
BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 44
23 augustus 2022
Hoofdstuk 6 6.1
Planbeschrijving
Juridisch systeem
Als opzet voor de planologische regeling van dit gebied, is gekozen voor een verbeelding met flexibele bestemmings- en bouwregels, waarin het door de gemeente vastgestelde beleid wordt omschreven. Hiermee wordt een materiële rechtszekerheid beoogd; alleen activiteiten die in het karakter van het gebied passen zijn toegestaan. De in het plangebied voorkomende stedenbouwkundige kwaliteiten worden door de keuze van de bestemming en de daarin gegeven bouwregels zoveel mogelijk gewaarborgd. Het bestemmingplan valt onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro), die op 1 juli 2008 in werking is getreden. Dit betekent dat het bestemmingsplan is opgezet volgens de nieuwste wettelijke regelgeving en volgens de nieuwste Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. Deze nieuwe standaard is per 1 juli 2013 verplicht volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het plan is technisch als een digitaal raadpleegbare versie uitgevoerd en voldoet aan de eisen van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen). Deze digitale versie is bedoeld om de burger 'online' informatie te verschaffen omtrent het bestemmingsplan. Bovendien is de digitale versie bedoeld voor uitwisseling van gegevens binnen de gemeente en met andere overheidsinstanties. De digitale versie is voor (ontwerp)plannen die na 1 januari 2010 ter inzage worden gelegd verplicht op grond van de nieuwe Wro.
Er zal een analoge (papieren) versie van het bestemmingsplan naast het digitale plan blijven bestaan.
6.2
Regels
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.
Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); Overgangs- en slotregels.
De regels zijn vervat in artikelen die onderverdeeld zijn in vier delen. In de "Inleidende regels" zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In artikel 1 zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In artikel 2 is vastgelegd op welke wijze dient te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. In de BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 45
23 augustus 2022
"Bestemmingsregels" zijn de bestemmingen en de gebruiks- en/of bebouwingsmogelijkheden van de betreffende gronden aangegeven. De bestemmingen zijn op alfabetische volgorde benoemd. Deze bestemmingsregels worden in paragraaf 6.3 nader uitgewerkt. In de "Algemene regels" staan artikelen benoemd die voor alle of meerdere bestemmingen gelden. Het betreffen onder andere de voor alle bestemmingen geldende afwijkingsregels en de algemeen geldende aanduiding regels. De algemene afwijkingsregels zorgen voor enige verruiming ten behoeve van de flexibiliteit van het plan. Deze afwijkingen zijn niet specifiek op één bestemming gericht. Zij kunnen gebruikt worden ten aanzien van alle bestemmingen. In de "Overgangs- en slotregels" staan artikelen benoemd die voor alle voorgaande regels gelden. Het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik is hierin geregeld alsmede de slotregel.
6.3
Verklaring van de bestemmingen
In voorliggend bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor 'Agrarisch', 'Tuin', 'Wonen' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' Agrarisch (artikel 3) De gronden met de bestemming 'Agrarisch' zijn bedoeld voor grondgebonden agrarisch gebruik. Ter plaatse zijn geen gebouwen toegestaan. Ook een inrichting als tuin is niet mogelijk. Onder voorwaarden kan er wel een paardenbak aangelegd worden. Deze gronden worden opgenomen op het achtererf van de Dorpsstraat 49a en de Marten Kuilerweg 7. Deze gronden zijn in de beheersverordening ook al aangeduid met 'Agrarisch' Tuin (artikel 4) De gedeelten van de percelen waar geen (bij)gebouwen mogen worden gebouwd, hebben de bestemming 'Tuin' gekregen. Aan de Dorpsstraat 49a liggen deze gronden tussen de voorgevel van de gebouwen en de openbare weg alsmede de perceelsgrenzen. Wonen (artikel 5) De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bedoeld voor het wonen met daarbij behorende gebouwen, tuinen, erven en terreinen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor het hoofdgebouw geldt dat deze gebouwd moet worden binnen het bouwvlak dat op de verbeelding is opgenomen. Verder is onder meer bepaald dat het oppervlak en de bouwhoogte van het hoofdgebouw niet meer mogen bedragen dan 200 m² respectievelijk 10 m.
In de bestemming 'Wonen' is tevens een voorwaardelijke bepaling voor de landschappelijke inpassing en sloopverplichting opgenomen (zie 5.4 Specifieke gebruiksregels). De bestemming 'Wonen' is opgenomen ter plekke van het woonerf aan de Dorpsstraat 49a en de Marten Kuilerweg 7. Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 (artikel 6) Ter plaatse van de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3' gelden beperkingen voor grondverzet ter bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden. Deze ontwikkeling is opgenomen op de gronden aan de Marten Kuilerweg 7.
BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 46
23 augustus 2022
Hoofdstuk 7 7.1
Handhaving
Algemeen
Het bestemmingsplan wil een sturend instrument zijn voor de ruimtelijke en functionele inrichting van het plangebied. Aan de hand van de in het bestemmingsplan opgenomen regels worden voorgenomen activiteiten (activiteiten en gebruik van gronden) getoetst. Als blijkt dat in afwijking van de regels activiteiten plaatsvinden, is handhaving in enge zin aan de orde, gericht op het ongedaan maken van een overtreding. Handhaving is belangrijk om de sturing die het bestemmingsplan beoogt tot haar recht te laten komen.
7.2
Beleidskeuzen
Door de gemeente Hoogeveen is een kadernota integrale handhaving vastgesteld. Deze nota is de start van programmatisch handhaven in de gemeente Hoogeveen. Programmatisch handhaven is een structurele en integrale aanpak van de handhaving, waarbij de uitvoering onder andere is gebaseerd op een handhavingsprogramma. Daarbij worden door het bestuur de prioriteiten bepaald en worden handhavingsactiviteiten zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. In deze aanpak worden beleid en uitvoering opgevolgd door evaluatie en bijsturing. Programmatisch handhaven is daarmee een cyclisch, democratisch, integraal en transparant proces.
7.3
Inzet gemeentelijk apparaat
Aan de controle van het onderhavige plan wordt binnen de gemeente inhoud gegeven door een aantal ambtenaren die zich continu met handhaving bezighoudt.
BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 47
23 augustus 2022
BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 48
23 augustus 2022
Hoofdstuk 8 8.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Overleg Het plan is conform artikel 3.1.1 Bro voorgelegd aan de vooroverlegpartners. Hierop is door de provincie Drenthe, Rendo, Veiligheidsregio Drenthe en het waterschap Drents Overijsselse Delta een reactie gegeven. De provincie Drenthe heeft aangegeven dat cultuurhistorie en landschap van provinciaal belang zijn. De provincie adviseert de toelichting aan te vullen met een verwijzing naar de cultuurhistorische elementen en structuren langs de Dorpsstraat. Daarnaast adviseert de provincie om de nieuwe bebouwing qua ontwerp (eenvoudige hoofdvorm met nokrichting dwars op de Dorpsstraat) en erfpositie binnen deze lintbebouwing aan te passen, met de voorzijde richting de Dorpsstraat. Waarbij voldoende afstand (ca. 10 meter) tot de bomen in de Dorpsstraat wordt behouden. De toelichting op het bestemmingsplan wordt aangevuld met verwijzing naar de cultuurhistorische elementen en structuren. Ten aanzien van de bebouwing maakt het ruimtelijke kwaliteitsplan onderdeel uit van de regels. In het kwaliteitsplan is opgenomen dat de nokrichting dwars op de Dorpsstraat wordt gesitueerd. Het bouwplan kent een eenvoudige hoofdvorm en de voorzijde van de woning is op de Dorpsstraat gericht. De woning heeft in overleg met omwonenden dezelfde afstand tot de Dorpsstraat als de woning aan de Dorpsstraat 51. Daarnaast voldoet de woning hiermee aan de voorkeursgrenswaarde voor geluid.
De Rendo en het waterschap Drents Overijsselse Delta hebben aangegeven akkoord te gaan met de voorgenomen planontwikkeling. De Veiligheidsregio Drenthe (VRD) heeft aangegeven dat de Dorpsstraat 49a tussen de 100% en de 1% letaliteitsgrens ligt, wat betekent dat tussen 1% en 100% van de mensen komt te overlijden als er iets gebeurt met de hoge druk aardgas transportleiding. Gezien de snelheid waarmee zich zo'n scenario zal ontwikkelen kan de VRD geen maatregelen bedenken die OF de zelfredzaamheid OF de bestrijdbaarheid kan verbeteren. Op een afstand van circa 52 meter ten noorden van het plangebied ligt de buisleiding, met de naam N-526-10, van de Gasunie. Op basis van het bijbehorend attributenrapport heeft deze buisleiding een diameter van 212 millimeter en een maximale werkdruk van 40 bar. Het plangebied en dus de compensatiewoning valt buiten de 100% en binnen de 1% letaliteitszone. Gezien de huidige omgevingssituatie (bebouwingsdichtheid) zal de hoogte van het groepsrisico onder de 0,1 van de oriënterende waarde liggen. En omdat de woning zich bevindt buiten de 100% letaliteitszone van de gasleiding betekent dit dat er geen sprake is van een toename van het groepsrisico.
Een dergelijke ontwikkeling gaat feitelijk niet gepaard met een significante toename van het aantal personen binnen het deelgebied en er is dan ook geen sprake van een verhoogd risico ter plekke van het projectgebied. Het groepsrisico wordt dan ook niet hoger als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling en daarmee aanvaardbaar geacht. Daarnaast wordt opgemerkt dat de bewoners van de woning aan de Dorpsstraat 49a als zelfredzaam zijn aan te merken en het deelgebied vanuit meerdere kanten goed bereikbaar en in meerdere richtingen te ontvluchten is.
Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan wordt voor een periode van zes weken voor een ieder ter inzage gelegd. Na afloop van deze periode wordt deze paragraaf verder ingevuld. BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 49
23 augustus 2022
8.2
Economische uitvoerbaarheid
In het voorliggende geval wordt een anterieure overeenkomst afgesloten met initiatiefnemer. Hiermee wordt het planschaderisico en het kostenverhaal voor de gemeente volledig verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 50
23 augustus 2022
Bijlagen toelichting
BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 51
23 augustus 2022
Bijlage 1
Ruimtelijk kwaliteitsplan
BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 52
23 augustus 2022
Bouwplan
: Situatietekening
Opdrachtgever
: G. Huisman
Onderwerp
: Voorlopig ontwerp VO - 90
Datum
: 07-09-2020
Gewijzigd
: 08-12-2021
Bestaande situatie - Marten Kuilerweg 7 te Elim N O
W 3908
Z
3907
9
3797
7a
108m² overkap.
759m² schuur
85m² schuur
111m² schuur inrit
3401
145m² woning
7
2537
4781
5
3281
4a
4780 3580
Gemeente : Hoogeveen Plaats : Elim Adres : Marten Kuilerweg 7 Postcode : 7916 RJ Kadastrale gegevens : L-3401
Schaal 1:1000
= Te slopen
Situatie
Gewijzigde situatie - Marten Kuilerweg 7 te Elim N O
W 3908
Z
3907
9
= bebouwing
3797
= gras
7a
85m² schuur
= tuin
111m² schuur inrit
= straatwerk 145m² woning
7
2537
4781
5
3281
4a
4780 3580
Gemeente : Hoogeveen Plaats : Elim Adres : Marten Kuilerweg 7 Postcode : 7916 RJ Kadastrale gegevens : L-3401
Schaal 1:1000
Situatie
Bestaande situatie - Dorpsstraat 49a te Elim 5722
N 6292
44a 44
O
W
47
Z
6291
6290
46
49 6289
46a 5110
5398
46b
6208
46c
366m² 49a
5694
4637
4906
3788
51 5746
48/1
4990
48
4383
51a
5744
Gemeente : Hoogeveen Plaats : Elim Adres : Dorpsstraat 49a Postcode : 7916 PB Kadastrale gegevens : M-5694
5745
48a
Schaal 1:1000
= Te slopen
Situatie
Gewijzigde situatie - Dorpsstraat 49a te Elim 5722
N 6292
44a 44
O
W
47
Z
6291
6290
46
49 6289
46a
= gras 5398
= agrarisch P
P
= straatwerk
5m
7m
46b
P
inrit
6208
= beukenhaag = bouwblok
46c
nokrichting
5694
= tuin
4637
= inrit 5m
30m
4906
3788
51 5746
48/1
4990
48
4383
51a
5744
Gemeente : Hoogeveen Plaats : Elim Adres : Dorpsstraat 49a Postcode : 7916 PB Kadastrale gegevens : M-5694
5745
48a
Schaal 1:1000
Situatie
Referentie
Referentie
Bijlage 2
Bodemonderzoek Dorpsstraat 49a
BG Zuid 2018, deelplan Dorpsstraat 49a Elim ontwerp
NL.IMRO.0118.2021BP9000006-ON01 60
23 augustus 2022
Verkennend Bodemonderzoek
Project:
2021-147.1
Locatie:
Dorpsstraat ongenummerd te Elim
Opdrachtgever:
BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo
Datum:
6 augustus 2021
Verkennend bodemonderzoek Dorpsstraat ongenummerd te Elim
Verkennend Bodemonderzoek Dorpsstraat ongenummerd te Elim
Opdrachtgever:
BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo
Adviesbureau:
Terra Agribusiness BV Eerste Stegge 54 7631 AE Ootmarsum
Status: Versie: Datum versie: Projectnummer:
Definitief 1 6 augustus 2021 2021-147.1
Auteur:
Joost Stevelink*
Paraaf:
Kwaliteitscontrole:
Niek Hesselink*
Paraaf:
Veldwerkers:
Joost Stevelink, Mark Morsink (in opleiding)*
*De vermelde personen zijn akkoord met de openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.
2021-147.1
6-8-21
Pagina 2 van 20
Verkennend bodemonderzoek Dorpsstraat ongenummerd te Elim
Inhoudsopgave Pagina 1
Inleiding
4
2
Vooronderzoek
5
3
4
5
2.1 Locatie gegevens
5
2.2 Algemene informatie locatie
5
2.3 Directe omgeving locatie
6
2.4 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek
6
2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie
7
2.6 Vooronderzoek PFAS
7
2.7 Vooronderzoek 5707 Asbest
8
2.8 Visuele inspectie bodemoppervlak op asbest
8
Onderzoeksprogramma
9
3.1 Hypothesestelling
9
3.2 Onderzoeksopzet
9
3.3 Analysestrategie
10
Onderzoeksresultaten
11
4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen
11
4.2 Analyseresultaten
12
4.3 Toetsing van de hypothese
13
4.4 Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek
13
Samenvatting en conclusie
BIJLAGE I: BIJLAGE II: BIJLAGE III: BIJLAGE IV: BIJLAGE V: BIJLAGE VI:
2021-147.1
14
Situering van de locatie Situering van de locatie (schaal 1: 1000) Overzichtstekening boorpunten Boorstaten Analysecertificaten en Overschrijdingstabellen Foto's
6-8-21
Pagina 3 van 20
Verkennend bodemonderzoek Dorpsstraat ongenummerd te Elim
1 Inleiding In opdracht van BJZ.nu heeft Terra Agribusiness BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Dorpsstraat ongenummerd te Elim. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I. In onderhavig onderzoek is het verkennend bodemonderzoek uitgebreid met een asbest in grondonderzoek. Aanleiding van het onderzoek is ten behoeve van de voorgenomen bestemmingswijziging en nieuwbouwactiviteiten. Doel van het onderzoek is het door middel van een steekproef conform het soort bodemonderzoek, nagaan van de huidige kwaliteit van de grond op de locatie. Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. Het verkennend onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen: - NEN 5725 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek (NEN5725:2017); - NEN 5740 Bodem - Landbodem - strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (NEN5740:2009+A1:2016); - NEN 5707 Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem.
(NEN 5707+C2:2017) - NEN 5897 Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat (NEN5897+C2:2017) - VKB Protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” - VKB Protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” - VKB Protocol 2018 “Locatie inspectie en monsterneming van asbest in bodem"
Het procescertificaat van Terra Agribusiness Bodem & Milieutechniek en het hierbij behorende keurmerk (BRL SIKB 2000) zijn van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundig veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart Terra Agribusiness Bodem & Milieutechniek op geen enkele wijze gelieerd te zijn aan de te onderzoeken projectlocatie, zowel in juridische, financiële of personele sfeer. De opbouw van dit rapport wordt als volgt weergegeven: - vooronderzoek naar historie en bodemgesteldheid; - opstellen van een hypothese; - opstellen van een onderzoeksstrategie; - resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek; - conclusies, aanbevelingen en samenvatting. In geval van klachten kan de opdrachtgever zich wenden tot Terra-Agribusiness BV en zo nodig tot de certificerende-instelling (Normec).