CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp 2

Raadsavond 22 april 2021, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 201926.623 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 66

15 september 2020

1.39 voorkeursgrenswaarde: de streefwaarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q. het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.40 voorgevel: het meest naar de zijde van de weg, waaraan de hoofdontsluiting van het perceel is gelegen, gekeerde deel van een hoofdgebouw; 1.41 a.

b.

voorgevelrooilijn: langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de a s van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing a l s onder a bedoeld aanwezig i s en waarlangs mag worden gebouwd: bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15 meter uit de a s van de weg; bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn gelegen op 10 meter uit de a s van de weg;

1.42 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één (of meerdere) huishouden(s);

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 67

15 september 2020

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6 de hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine (Let op: indien van toepassin).

2.7 de afstand tot de perceelgrens de afstand tussen de perceelsgrens en het dichtstbijzijnde punt van een bouwwerk; Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. De maximale bouwhoogte mag ten behoeve van deze ondergeschikte bouwwerken met ten hoogste 1 meter worden overschreden.

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 68

15 september 2020

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels Agrarisch

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

agrarische cultuurgrond; behoud en herstel van de landschappelijke waarden; behoud van natuurlijke waarden;

met de daarbij behorende d.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

met daaraan ondergeschikt: e. f. g.

groenvoorzieningen; wegen en paden, met dien verstande dat een verharde wegen niet zijn toegestaan, enkel ontsluitingswegen in halfverharding; water.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b.

c.

de hoogte van erf-/terreinafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen; voor bestaande of bij omgevingsvergunning toegestane paardenbakken geldt dat: 1. de oppervlakte niet meer dan 800 meter2 bedraagt; 2. een open omheining wordt toegepast met een bouwhoogte van niet meer dan 2 meter; 3. de bouwhoogte van lichtmasten niet meer bedraagt dan 3,5 meter; de hoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen.

3.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.

de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; een goede woonsituatie; een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid.

3.4

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van lid 3.2.1 voor het bouwen van omheiningen bij nieuwe paardenbakken, hierbij gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f.

de afstand tot het erf niet meer dan 30 meter bedraagt; de afstand tussen de paardenbak en een bestaande woning van derden ten minste 15 meter bedraagt; de oppervlakte van de paardenbak bedraagt niet meer dan 800 meter2; een open omheining wordt toegepast met een maximale bouwhoogte van 2 meter; de paardenbak i s niet voorzien van bestrating of andere verharding; de hoogte van lichtmasten bedraagt niet meer dan 3,5 meter.

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 69

15 september 2020

3.5

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. b.

het gebruik van verlichting bij paardenbakken, anders dan wanneer de lampen zijn voorzien van een afschermende kap, waardoor de lichtbundel uitsluitend i s gericht op de paardenbak zodat de omgeving gevrijwaard blijft van lichthinder; een paardenbak voorzien van bestrating of andere verharding.

3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

b.

c.

d. e. f. g.

Het i s verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanbrengen van beplantingen ten behoeve van de teelt van laan- en parkbomen en boomfruit, alsmede bos; 2. het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen zoals picknickplaatsen en parkeervoorzieningen; 3. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen; 4. het aanbrengen van lijnvormige beplantingen; 5. het dempen van wijken; 6. egaliseren. De sub a bedoelde vergunning i s niet vereist indien: 1. werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud tot doel hebben; 2. de in sub a, onder 4 bedoelde vergunning i s niet vereist indien sprake i s van erfbeplanting. Voorzover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken. De sub a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de in 3.1 omschreven waarden. Indien de aanlegvergunning gevolgen kan hebben voor de waterhuishouding, wordt de aanvraag voor de aanlegvergunning voorgelegd aan het betreffende waterschap met het verzoek de aanvraag te voorzien van een deskundigenadvies.

De sub a, onder 1 bedoelde vergunning wordt, voorzover deze betrekking heeft op de aanplant van bos, niet eerder verleend dan nadat advies i s ingewonnen bij de de provincie Drenthe. De sub a, onder 1 bedoelde vergunning wordt niet verleend indien a l s gevolg van de bosaanplant omliggende agrarische bedrijven in de (toekomstige) uitbreidingsmogelijkheden worden belemmerd.

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 70

15 september 2020

Artikel 4 4.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

tuinen; toegangspad, balkons en erkers ten behoeve van de aangrenzende woonbestemming; parkeren;

met de daarbij ten dienste van de bestemming behorende: d. e. f.

bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals pergola's en erf- of perceelsafscheidingen; andere werken; nutsvoorzieningen.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van erkers en de in lid 10.1 sub f genoemde gebouwen mits: a. b.

de hoogte niet meer dan 3 meter bedraagt; de bruto-oppervlakte niet meer bedraagt dan 25 meter²;

4.2.2

Erkers bij woningen

binnen deze bestemming zijn erkers bij woningen met een maximale diepte van 1,5 meter en een maximale breedte van 2/3 van de breedte van de voor- en/of zijgevel van het bijbehorende hoofdgebouw toegestaan, mits de hoogte van de erker ten hoogste gelijk zal zijn aan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bijbehorende hoofdgebouw; 4.2.3

bouwwerken, geen gebouwen zijnde

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan … meter bedragen, met dien verstande dat voor erf- of perceelsafscheidingen geldt dat de hoogte: a. b.

maximaal 1 meter mag bedagen; of maximaal 2 meter mag bedragen, mits meer dan 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw.

4.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; e n de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

4.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 4.1 sub 1 j o artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: a. b.

het gebruik of laten gebruiken van gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen; het gebruiken of laten gebruiken van de gronden ter plaatse van de specifieke functieaanduiding 'waarde - natuur en landschap' zonder landschappelijke inpassing te realiseren en in stand te houden, waarbij het inpassingsplan a l s uitgangspunt wordt genomen.

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 71

15 september 2020

Artikel 5 5.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

woningen a l dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; aan- en uitbouwen en bijgebouwen;

met de daarbij behorende: c. d. e.

andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde; andere werken; tuinen en erven.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen de volgende regels gelden: a. b. c. d. e. f. g.

een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; de oppervlakte van een hoofdgebouw mag niet meer dan 200 meter2 bedragen, dan wel niet meer dan bestaand; een hoofdgebouw dient vrijstaand te worden gebouwd; de goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan respectievelijk 3,50 en 10,00 m, dan wel niet meer dan de bestaande goot- en bouwhoogte; de dakhelling van een hoofdgebouw bedraagt niet minder dan 30° en niet meer dan 60°, dan wel de bestaande dakhelling indien deze afwijkt; een hoofdgebouw wordt voorzien van een langskap of een dwarskap; de afstand van het hoofdgebouw tot een niet aangebouwde zijdelingse perceelsgrens dient minimaal 3 meter te bedragen.

5.2.2

Bijgebouwen

Voor het bouwen van bijgebouwen, waaronder begrepen aan- en uitbouwen, gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

de bijgebouwen dienen minimaal 3 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; de goothoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen; de bouwhoogte mag niet meer dan 7,5 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte niet hoger mag zijn dan 80% van de bouwhoogte van het hoofdgebouw; de dakhelling bedraagt minimaal 30 o en maximaal 60°; de gezamenlijke oppervlakte aan aan- en bijgebouwen per hoofdgebouw bedraagt maximaal: 1. 150 m 2 bij een erf met een oppervlakte tot 1.500 m 2; 2. 175 m 2 bij een erf met een oppervlakte vanaf 1.500 m 2 tot 2.000 m 2; 3. 200 m 2 bij een erf met een oppervlakte vanaf 2.000 m 2 en groter;

met dien verstande dat: ten hoogste 50% van het bij het hoofdgebouw aansluitende erf mag worden bebouwd; de afstand tussen het hoofdgebouw en bijgebouwen maximaal 30 meter mag bedragen; de bouwhoogte niet meer dan 80% van de bouwhoogte van het hoofdgebouw mag bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte in ieder geval maximaal 6 meter mag bedragen, ongeacht de bouwhoogte van het hoofdgebouw; een bijgebouw moet zijn voorzien van kap, waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen.

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 72

15 september 2020

5.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de regel dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 3 meter mag bedragen, met dien verstande dat voor erf- of perceelsafscheidingen geldt dat de hoogte: a. b.

maximaal 1 meter mag bedragen; of maximaal 2 meter mag bedragen, mits meer dan 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd;

5.2.4

Zend-/ontvangstinstallaties tbv de openbare orde

Voor het bouwen van zend-/ontvangstinstallaties ten behoeve van de openbare orde geldt dat de hoogte niet meer dan 40 meter mag bedragen.

5.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; e n gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

5.4 a.

b.

Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: 1. lid 5.2.1 sub a en toestaan dat een hoofdgebouw gedeeltelijk buiten het bouwvlak wordt gebouwd, mits de geluidbelasting vanwege het wegverkeer op die hoofdgebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een bij vaststelling van dit bestemmingsplan verkregen hogere waarde en de overschrijding van het bouwvlak niet meer bedraagt dan 3 meter; 2. lid 5.2.2 sub a en toestaan dat het gezamenlijke toegestane oppervlak van de bijgebouwen wordt vergroot tot een maximum van 100 m², met dien verstande dat ten hoogste 50% van het bij het hoofdgebouw aansluitende erf mag worden bebouwd; De in lid 5.4 sub a genoemde vergunningen kunnen slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van : 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de woonsituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

5.5

Specifieke gebruiksregels

a.

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; 2. het gebruik of laten gebruiken van gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen.

b.

Gebruik van ruimten binnen de woning of in de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, wordt a l s gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met bijbehorende bijgebouwen mag, indien dat niet meer dan 75 m² betreft, worden gebruikt voor aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten; 2. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in de woonomgeving; 3. de activiteit mag niet vergunningplichtig danwel meldingsplichtig ingevolge de Wet milieubeheer zijn; 4. er mag geen detailhandel ter plaatse plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 73

15 september 2020

a l s ondergeschikte activiteit van de aan-huis-verbonden activiteit. c.

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt gerekend: het gebruik van gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - 1' indien de ruimtelijke inpassing, zoals weergegeven in de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in Bijlage 1, niet uiterlijk een jaar na gereedmelding van de bouw van de woningen ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - 1' i s gerealiseerd en in stand wordt gehouden. Onder de ruimtelijke inpassing wordt verstaan de bomen aan de randen van de bouwpercelen en de inrit in halfverharding.

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 74

15 september 2020

Artikel 6 6.1

Leiding - Gas 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a.

een hoofdgastransportleiding;

met de daarbij behorende: b.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Voor zover op de verbeelding nog andere dubbelbestemmingen zijn aangegeven, is de voorrangsbepaling zoals opgenomen in artikel 12.1 van toepassing.

6.2

Bouwregels

In afwijking van het bepaalde in de andere op de verbeelding aangewezen bestemming, mogen op of in deze gronden geen bouwwerken worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze aanvullende bestemming.

6.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 en toestaan dat de in de basisbestemming genoemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits: a. b. c. d.

vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder; geen afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig functioneren van de leiding; de veiligheid van de gasleiding niet mag worden geschaad; er geen kwetsbare objecten worden toegelaten.

6.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het permanent opslaan van goederen.

6.5

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.4 en toestaan dat de gronden worden gebruikt voor het permanent opslaan van goederen, mits: a. b. c.

vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder; geen afbreuk word gedaan aan het doelmatig functioneren van de leiding; de veiligheid van de gasleiding niet wordt geschaad.

6.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

Het i s verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen: 1. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; 2. het uitvoeren van graafwerkzaamheden; 3. het in de grond brengen van voorwerpen; 4. het aanleggen van oppervlakteverhardingen; 5. het planten en rooien van bomen en het aanbrengen en rooien van andere diepwortelende beplantingen; 6. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 75

15 september 2020

b.

c.

Het sub a vervatte verbod i s niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud betreffen; 2. graafwerkzaamheden a l s bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten vormen; 3. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 4. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. De onder a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder en er geen afbreuk wordt gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van (bovengrondse) nutsleidingen.

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 76

15 september 2020

Artikel 7 7.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het herstel en het behoud van de archeologische waarden. Voor zover op de verbeelding nog andere dubbelbestemmingen zijn aangegeven, is de voorrangsbepaling zoals opgenomen in artikel 12.1van toepassing.

7.2

Bouwregels

7.2.1

Vergunningplicht

Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor een of meerdere bouwwerken waarbij grond geroerd wordt met een (gezamenlijk) geroerde oppervlakte groter dan 1000 m2 en een diepte van 0,3 m of meer, een rapport, op basis van een waarderend archeologisch onderzoek (proefsleuven), te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die volgens de aanvraag zullen worden verstoord, in voldoende mate zijn vastgesteld. Een dergelijke rapportage is niet noodzakelijk als aangetoond kan worden dat de betreffende gronden geroerd zijn en de trefkans op archeologische waarden gering is. Deze regeling geldt niet voor gronden waarvoor al een archeologisch onderzoek is uitgevoerd en vrijgegeven zijn voor de bestemde functie(s). 7.2.2

Voorwaarden

Indien uit het in artikel 7.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning die de verplichting inhouden: a. b. c. d.

tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; tot het doen van opgravingen; de verplichting tot het doen van opgravingen; of de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

7.2.3

Bouwverbod

Indien uit het in 7.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in artikel 7.2.2 genoemde voorschriften veilig te stellen, dan wordt de vergunning geweigerd.

7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

Het i s verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regel van de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemming (basisbestemming): 1. het ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen, ontginnen en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur dieper dan 0,3 m, met dien verstande dat geen vergunning nodig i s wanneer het gaat om niet-bodemkerende werkzaamheden ten behoeve van het verbeteren van de verdichte bodemstructuur (woelen) tot ten hoogste 0,1 m onder de bouwvoor;

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 77

15 september 2020

2. 3.

b.

c.

d.

e. f.

het graven, baggeren en dempen van sloten, vaarten en andere watergangen; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 0,3 m; 4. het aanbrengen of rooien van bomen en/of houtgewas, waarbij stobben worden verwijderd en/of voorzover het gaat om planten waarvan zeker i s dat bij de oogst van de plant, dan wel het verwijderen van de gehele plant, de bodem dieper dan 0,3 m wordt geroerd. 5. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,3 m en/of met een oppervlakte van meer dan 1000 m 2, behalve indien deze in het kader van onderzoek naar historische vindplaatsen worden uitgevoerd; 6. het indrijven van voorwerpen in de bodem; 7. het opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; 8. overige activiteiten die de bodemopbouw ter plaatse verstoren. De onder 7.3 sub a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de plaats waar werken en/of werkzaamheden zullen worden uitgevoerd voldoende archeologisch i s onderzocht, vaststaat dat er geen onevenredige afbreuk aan de archeologische en/of cultuurhistorische waarden wordt gedaan, dan wel dat afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of bescherming van die waarden of de eventuele bodemvondsten naar elders zijn overgebracht.

In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate i s vastgesteld. Aan de in lid 7.3 sub a genoemde vergunning kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. Voorafgaand aan de verlening van de in lid 7.3 sub a genoemde vergunning dienen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in te winnen bij de provinciaal archeoloog; Het in lid 7.3 sub a vervatte verbod i s niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van ter inzagelegging van het ontwerpplan; 3. plaatsvinden in of op gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek i s aangetoond dat er zich ter plekke geen archeologische waarden bevinden; 4.

mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; 5. op archeologisch onderzoek zijn gericht.

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 78

15 september 2020

Artikel 8 8.1

Waarde - Archeologie 4

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het herstel en het behoud van de archeologische waarden. Voor zover op de verbeelding nog andere dubbelbestemmingen zijn aangegeven, is de voorrangsbepaling zoals opgenomen in artikel 12.1 van toepassing.

8.2

Bouwregels

8.2.1

Vergunningplicht

Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor een of meerdere bouwwerken waarbij grond geroerd wordt met een (gezamenlijk) geroerde oppervlakte groter dan 2000 m2 en een diepte van 0,3 m of meer, een rapport, op basis van een waarderend archeologisch onderzoek (proefsleuven), te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die volgens de aanvraag zullen worden verstoord, in voldoende mate zijn vastgesteld. Een dergelijke rapportage is niet noodzakelijk als aangetoond kan worden dat de betreffende gronden geroerd zijn en de trefkans op archeologische waarden gering is. Deze regeling geldt niet voor gronden waarvoor al een archeologisch onderzoek is uitgevoerd en vrijgegeven zijn voor de bestemde functie(s). 8.2.2

Voorwaarden

Indien uit het in artikel 8.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning die de verplichting inhouden: a. b. c. d.

tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; tot het doen van opgravingen; de verplichting tot het doen van opgravingen; of de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

8.2.3

Bouwverbod

Indien uit het in 8.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in artikel genoemde voorschriften veilig te stellen, dan wordt de vergunning geweigerd.

8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

Het i s verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regel van de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemming (basisbestemming): 1. het ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen, ontginnen en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur dieper dan 0,3 meter, met dien verstande dat geen vergunning nodig i s wanneer het gaat om niet-bodemkerende werkzaamheden ten behoeve van het verbeteren van de verdichte bodemstructuur (woelen) tot ten hoogste 0,1 meter onder de bouwvoor;

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 79

15 september 2020

2. 3.

b.

c.

d.

e. f.

het graven, baggeren en dempen van sloten, vaarten en andere watergangen; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 0,3 meter; 4. het aanbrengen of rooien van bomen en/of houtgewas, waarbij stobben worden verwijderd en/of voorzover het gaat om planten waarvan zeker i s dat bij de oogst van de plant, dan wel het verwijderen van de gehele plant, de bodem dieper dan 0,3 meter wordt geroerd. 5. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,3 meter en/of met een oppervlakte van meer dan 2000 m2, behalve indien deze in het kader van onderzoek naar historische vindplaatsen worden uitgevoerd; 6. het indrijven van voorwerpen in de bodem; 7. het opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; 8. overige activiteiten die de bodemopbouw ter plaatse verstoren. De onder 8.3 sub a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de plaats waar werken en/of werkzaamheden zullen worden uitgevoerd voldoende archeologisch i s onderzocht, vaststaat dat er geen onevenredige afbreuk aan de archeologische en/of cultuurhistorische waarden wordt gedaan, dan wel dat afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of bescherming van die waarden of de eventuele bodemvondsten naar elders zijn overgebracht.

In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate i s vastgesteld. Aan de in lid 8.3 sub a genoemde vergunning kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. Voorafgaand aan de verlening van de in lid 8.3 sub a genoemde vergunning dienen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in te winnen bij de provinciaal archeoloog; Het in lid 8.3 sub a vervatte verbod i s niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van ter inzagelegging van het ontwerpplan; 3. plaatsvinden in of op gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek i s aangetoond dat er zich ter plekke geen archeologische waarden bevinden; 4.

mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; 5. op archeologisch onderzoek zijn gericht.

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 80

15 september 2020

Hoofdstuk 3 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 81

15 september 2020

Artikel 10 a. b. c. d.

Algemene gebruiksregels

Het i s verboden de gronden en de bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de aangegeven bestemming. Tot een gebruik wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik of het laten gebruiken van de gronden en de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichting. Het i s verboden bouwwerken, voor het bouwen waarvan op grond van de bestemmingsbepaling een omgevingsvergunning i s verleend, te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met het doel, waarvoor die vergunning i s verleend. Burgemeester en wethouders verlenen een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bepaalde in lid a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 82

15 september 2020

Artikel 11 a.

Algemene afwijkingsregels

Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij een omgevingsvergunning afwijken van: 1. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; 2. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geven; 3. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte wordt vergroot tot niet meer dan 10 meter; 4. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 meter; 5.

het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen word vergroot, mits: de oppervl akte van de vergroting niet meer dan 5 m² bedraagt; de hoogte niet meer dan 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw bedraagt; 6. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat gebouwen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorgebouwen, gebouwen ten behoeve van de gasvoorziening en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwen, worden gebouwd mits: de hoogte, gemeten vanaf het aansluitend terrein, niet meer d a n 3 meter bedraagt; de oppervlakte niet meer dan 25 m2 bedraagt; 7. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van het verzamelen van huishoudelijke afvalstoffen, hieronder mede verstaan ondergrondse afvalopslag, worden geplaatst mits: de hoogte, gemeten vanaf het aansluitend terrein, niet meer dan 1,5 meter bedraagt; de bruto-oppervlakte niet meer bedraagt dan 2 m2 voor zover het bouwwerk bovengronds word geplaatst.

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 83

15 september 2020

Artikel 12 12.1

Overige regels

Volgorde dubbelbestemmingen

Bij het gebruik van de gronden voor bebouwing en voor overig gebruik is, voor zover deze gronden tevens bestemd zijn voor één of meer van de dubbelbestemmingen zoals die zijn omschreven in de artikelen 6 tot en met 8 van de regels, het navolgende schema van toepassing: Dubbelbestemming Leiding - Gas 1 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4

12.2

Artikelnummer 6 7 8

Prioritering 1 2 3

Werking wettelijke regelingen

De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan.

12.3 a. b.

c.

d.

e.

Parkeergelegenheid

Een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, mag niet worden gebouwd wanneer voor dit bouwwerk op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid i s voorzien. bij een omgevingsvergunning wordt beoordeeld of sprake i s van voldoende parkeergelegenheid aan de hand van de normen die zijn neergelegd in de Parkeernota Hoogeveen, 20 april 2011, (Bijlage 2), met dien verstande dat indien gedurende de planperiode een nieuwe versie verschijnt, met deze nieuwe versie rekening wordt gehouden. Hierbij kunnen voorschriften worden opgenomen over het realiseren en in stand houden van parkeergelegenheid op eigen terrein. Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend een functiewijziging van bouwwerken of onbebouwde gronden in een functie met een grotere behoefte, zonder dat in voldoende mate ruimte aanwezig i s ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's. Deze bepaling geldt niet: 1. voor bestaand gebruik; 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien.

bij de toepassing van het bepaalde onder c wordt beoordeeld of sprake i s van voldoende parkeergelegenheid aan de hand van de normen die zijn neergelegd in de Parkeernota Hoogeveen, 20 april 2011, (Bijlage 2), met dien verstande dat indien gedurende de planperiode een nieuwe versie verschijnt, met deze nieuwe versie rekening wordt gehouden, waarbij alleen gelet wordt op de toename van de parkeerbehoefte a l s gevolg van de functiewijziging. Hierbij kunnen nadere eisen worden gesteld aan de situering en omvang van de parkeergelegenheid ten behoeve van het realiseren en in stand houden van parkeergelegenheid op eigen terrein. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde sub a en c en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, indien de structuur van de omgeving daartoe aanleiding geeft en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid.

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 84

15 september 2020

Hoofdstuk 4 Artikel 13 13.1

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk i s teniet gegaan.

13.2

Afwijking

Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 13.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 13.1 met maximaal 10%.

13.3

Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken

Lid 13.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

13.4

Overgangsrecht gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

13.5

Strijdig gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 13.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

13.6

Verboden gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in lid 13.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

13.7

Uitzondering op het overgangsrecht gebruik

Lid 13.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 85

15 september 2020

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019.

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 86

15 september 2020

Bijlagen regels

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 87

15 september 2020

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02, BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019

__________________________________________________________________________________________ Status

datum besluit B&W / Raad

publicatiedatum

inzagetermijn

voorontwerp ontwerp vastgesteld onherroepelijk

__________________________________________________________________________________________

Vaststellingsbesluit

...........................................................................

Raad van State (onherroepelijk)

...........................................................................

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 88

15 september 2020

Bijlage 1

Landschappelijke inpassing

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 89

15 september 2020

INRIT: -vormgeven met 2 betonsporen in het gras (halfverharding)

7

M 6296

WONINGEN: -1 bouwlaag met kap -2 verschillende woningen -brede woningen (referentie bestaande woning), kap ± 45 graden -modern, maar sober -gevels in baksteen/hout -matte keramische pannen voor het dak -bijgebouwen achter de woning -2 perkeerplaatsen op eigen erf

BOMENRIJ: -eik hoh 8 meter (lijn)

TE SLOPEN BEBOUWING

wp

tv

nis

930

hal

veranda

kast

bijkeuken

930

terras

wc

wm

keuken overdekt

werkruimte

wd

woonkamer

entree

optie: zitvenste

r

haard ntb

930

techniek/ werkkast

haard ntb

optie: extra bergruimt e

woonkamer

Warmondsweg

keuken

kastenwand

de

wd

bijkeuken

wm

930

930

GRAS

M 6310

berging

930

optie: toekomstige slaapkamer/ badkamer

BOMEN: -2 berken

BEPLANTINGSSINGEL (3 ZIJDEN): -breedte 5 meter -mixM 6311van zwarte els, berk en schietwilg (lijnbeplanting , hoh 5-7 meter) -onderbeplanting: mix van hazelaar, vlier en lijsterbes (kruislings geplant hoh ± 2 meter)

werk nieuwbouw 2 woningen Warmondsweg Elim

opdrachtgever Gorissen Ruimtelijk Advies 06 11 21 28 64 info@gorissenadvies .nl

1

datum

1a

02-03-2020 M 5550

M 6300

Samuelswijk

werk nr. 2019094

blad nr. VO-01.5 BESTAANDE PAARDENBAK

2 BESTAANDE WONING: -inrichting achtererf opschonen -groen voorerf handhaven

schaal 1:500

2a

M 4780

M 3594

formaat A1 Warmondsweg

M 5124

onderwerp nieuwe situatie

M 5125

jorrit kok bouwkundig creatief M 4782

herenweg 103 donkerbroek 0516 427 556 www.jorritkok.nl info@jorritkok.nl getekend: JK

Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)

Alle opdrachten worden aanvaard en uitgevoerd overeenkomstig de “Rechtsverhouding opdrachtgever-architect , ingenieur en adviseur DNR 2005”, met daarin opgenomen beperkingen voor aansprakelijkheid en arbitraal beding. DNR 2005 gedeponeerd ter griffie bij de rechtbank te Amsterdam onder nummer 139/2004. Op verzoek sturen wij onze relaties een exemplaar van de DNR 2005 kosteloos toe.

BESTAANDE + NIEUWE BOMEN: -iep, linde

vi

zitvenster

Bijlage 2

Parkeernota Hoogeveen

BG Zuid, deelplan Warmondsweg 7 te Elim 2019 ontwerp

NL.IMRO.0118.2019BP9000002-ON02 91

15 september 2020

Parkeernota 2011 Parkeerbeleid Stadscentrum

Parkeernota beleid stadscentrum Kop 2 regels + kader.indd 1

23-8-2011 14:11:22

Inhoudsopgave

1

Leeswijzer .............................................................................................................................................................. 2

2

Actuele parkeersituatie, knelpunten en ontwikkelingen ....................................................................................... 2 2.1

Actuele parkeersituatie stadscentrum ....................................................................................................... 2

2.2

Knelpunten ................................................................................................................................................ 6

2.3

Ontwikkelingen .......................................................................................................................................... 7

3

Beleidsuitgangspunten en doelstellingen .............................................................................................................. 8

4

Doelgroepenbeleid en regulering .......................................................................................................................... 9

5

6

4.1

Bezoekers................................................................................................................................................. 10

4.2

Bewoners ................................................................................................................................................. 10

4.3

Werkers ................................................................................................................................................... 11

4.4

Leveranciers en vervoerders .................................................................................................................... 11

Parkeermodel ...................................................................................................................................................... 12 5.1

Parkeerareaal ........................................................................................................................................... 12

5.2

Vooraf versus achteraf betaald parkeren ................................................................................................ 12

5.3

Bereikbaarheid en parkeerverwijzing ...................................................................................................... 13

5.4

Fietsenstallingen ...................................................................................................................................... 13

Tarifering ............................................................................................................................................................. 14 6.1

Tariefbeleid kortparkeren ........................................................................................................................ 14

6.2

Tarievenbeleid vergunningen en ontheffingen ........................................................................................ 14

7

Parkeerhandhaving.............................................................................................................................................. 15

8

Parkeernormen.................................................................................................................................................... 15

9

Monitoren en bijsturen ....................................................................................................................................... 17

Bijlage 1: Parkeerlocaties Hoogeveen stand 01-01-2011 Bijlage 2: Vergunningshoudersgebieden per 2011

23 augustus 2011

1

1

Leeswijzer

De parkeernota omvat drie delen. In dit deel 1 wordt het parkeerbeleid uiteengezet voor het stadscentrum. Deel 2 van de parkeernota gaat over het parkeerbeleid voor de wijken, dorpen en bedrijventerreinen. Deel 3 gaat in op de parkeerorganisatie.

Hoofdstuk 2 van dit eerste deel beschrijft de actuele parkeersituatie in het stadscentrum, de knelpunten en de toekomstige ontwikkelingen. Daarna worden in hoofdstuk 3 de beleidsuitgangspunten en doelstellingen benoemd die in hoofdstuk 4 concreet zijn uitgewerkt in het doelgroepenbeleid. Hoofdstuk 5 beschrijft het parkeermodel in het centrum, gevolgd door het tarievenbeleid in hoofdstuk 6. Hoofdstuk 7 gaat in op de handhaving van het parkeerbeleid, hoofdstuk 8 behandelt de parkeernormen. Het laatste hoofdstuk gaat in op het meten en evalueren van de effecten van het gevoerde beleid en de mechanismen om het beleid aan te passen.

2 2.1

Actuele parkeersituatie, knelpunten en ontwikkelingen

Actuele parkeersituatie stadscentrum

Het stadscentrum wordt omsloten door de parkeerroute die tevens de parkeerlocaties Schutsplein en Beukemaplein ontsluit. Het centrumgebied heeft 2.560 parkeerplaatsen (stand 01-01-2011) waarvan: -

1.951 betaalde plaatsen langparkeren

-

91 betaalde plaatsen kortparkeren tot 1 uur

-

106 betaalde plaatsen kortparkeren tot 2 uur

-

118 betaalde plaatsen kortparkeren tot 3 uur

-

78 plaatsen blauwe zone

-

216 gratis parkeerplaatsen

Bijlage 1 geeft een volledig overzicht van de parkeerlocaties.

23 augustus 2011

2

Figuur 1: Parkeersituatie centrum Hoogeveen

Het parkeeraanbod is grotendeels vooraf betaald. Alleen op de Markt Noord (195 parkeerplaatsen) en Zuid (64 parkeerplaatsen) wordt achteraf betaald parkeren met slagbomen toegepast. Het tarief op uurbasis bedraagt € 1,40 behoudens op de locaties Beukemaplein, Markt Noord en op het plein aan de Van Der Duyn van Maasdamstraat waar een tarief geldt van € 1,00 op uurbasis (prijspeil 2011). Er wordt afhankelijk van de locatie afgerekend in tijdseenheden van 4,3 minuten, 6 minuten of 30 minuten.

Het betaalde parkeerareaal in 2009 met 2.186 parkeerplaatsen (pp) verwerkte ruim 1.675.000 kortparkeeruren gerelateerd aan bezoekers ofwel gemiddeld 767 parkeeruren per betaalde plaats per jaar. Naast bezoekers maken ook belanghebbenden met een vergunning c.q. ontheffing gebruik van het parkeeraanbod.

23 augustus 2011

3

Vergunningsoort

Aantal (stand 06-2010)

Tarief per jaar 2011

Bewoners 1 plein

255

€ 48,00

Bedrijf alle pleinen

290

€ 280,80

Vergunningsoort

Aantal (stand 06-2010)

Tarief per jaar 2011

Inwoners alle pleinen

123

€ 280,80

Alle locaties

27

€ 870,00

Markt Noord

30

€ 199,80

Beukemaplein

46

€ 199,80

Bewonersvergunning straten kenteken

277

€ 48,00

Bezoekersvergunning woonstraten

537

€ 48,00

Totaal

1.585 vergunningen / ontheffingen

Uit het parkeeronderzoek 2010 blijkt de gemiddelde bezetting op de pleinen over de gehele week 55% te zijn en per dagdeel te variëren tussen 36% en 89%. Bezetting alle pleinen per dagdeel 100%

89%

90% 80%

74%

bezettingsgraad

70%

50%

46%

50%

51%

55%

50% 39%

40%

57%

57%

60%

Gemiddeld 55%

36%

30% 20% 10% 0%

Grafiek 1: Gemiddelde bezettingsgraad pleinen per dagdeel (bron parkeeronderzoek 2010)

Per locatie zijn de verschillen groot. Op het rustigste moment in de week, de vrijdagochtend met een gemiddelde bezetting van 36%, hebben de Markt Noord en het Nicolaas Beetsplein met 19% de laagste bezetting en heeft het Dekkerplein met 86% de hoogste bezetting. Op het drukste moment in de week, de zaterdagmiddag met een gemiddelde bezetting van 89%, heeft het Blankensplein met 41% de laagste bezetting, en het Nicolaas Beetsplein met 109% de hoogste bezetting.

23 augustus 2011

4

Bezetting pleinen vrijdagochtend 86%

90% 77%

80% 70%

Bezetting (%)

60%

52% 48%

50%

42%

40%

37%

40%

Gemiddeld 36%

29%

25%

30%

21%

19%

19%

20% 10% 0%

Pleinen

Grafiek 2: Bezettingsgraden van de pleinen op het rustigste dagdeel van de week (bron parkeeronderzoek 2010)

Bezetting pleinen zaterdagmiddag 120%

109% 99%

Bezetting (%)

105%

104%

100%

96%

100%

100%

100%

86%

Gemiddeld 89%

83%

80% 58%

60%

41%

40% 20% 0%

Pleinen

Grafiek 3: Bezettingsgraden van de pleinen op het drukste dagdeel van de week (bron parkeeronderzoek 2010)

Uit de vergelijking met het onderzoek van 2009 blijkt dat de parkeerdruk op de meeste dagdelen is toegenomen. Op de zaterdagmiddag blijkt de toename met 22% het grootst.

Vergelijking parkeerbezetting peinen per dagdeel 2009 - 2010 100 89 90

Bezetting (in %)

80

74 56 57

60 50

67

66

70

46 40

47

57

51 46

46

50

39

51

50

54 55

36

40 30 20 10 0

2009

2010

Grafiek 4: Bezettingsgraden per dagdeel 2009 en 2010 (bron parkeeronderzoeken 2009 en 2010)

23 augustus 2011

5

2.2

Knelpunten

Bereikbaarheid en routering rond het centrum De parkeerroute is momenteel geen aaneengesloten ring vanwege het eenrichtingsverkeer in de Notaris Mulderstraat tussen het Haagje en Jonkheer Jongestraat. Dit heeft als consequentie dat er in de Hoofdstraat een doorsteek voor het verkeer is die het voetgangersdomein in het kernwinkelgebied verstoort. Doorsnijding van het winkelgebied in de Hoofdstraat door autoverkeer kan worden voorkomen met tweerichtingsverkeer op de gehele parkeerroute.

Figuur 2: Autoverkeer doorsnijdt het winkelgebied van de Hoofdstraat.

Bewegwijzering Hoogeveen heeft een langgerekt winkelgebied. Een verwijzing naar het centrum is niet afdoende om onnodig zoekverkeer te vermijden. Om bezoekers gerichter naar hun bezoekdoel te leiden is een gelaagdheid in de routeverwijzing nodig die op de invalswegen naar het centrum verwijst en dichterbij het centrum meer informatie over de bestemmingen biedt. Verwijzingen naar de bestemming hebben uitsluitend betrekking op openbare gebouwen en (commerciële) centra. Er worden in de verwijzing géén vermeldingen van individuele winkels of bedrijfsvestigingen opgenomen.

Onevenwichtig gebruik beschikbaar parkeerareaal Onderzoek wijst uit dat het parkeeraanbod in het centrum van Hoogeveen gemiddeld genomen ruim voldoende is (55% bezetting) en dat de bezetting op het drukste moment hoog is (89%). De verdeling van de parkeervraag over de beschikbare locaties is onevenwichtig. Dit verdeelprobleem komt in vrijwel alle steden voor omdat consumenten dichtbij hun bezoekdoel willen parkeren. Op drukke momenten, wanneer de preferente parkeerplaatsen in gebruik zijn, leidt dit tot extra zoekverkeer en illegaal parkeren (bezetting boven 100%).

De maatregelen die het verdeelprobleem kunnen reduceren zijn: -

concentratie van parkeeraanbod (minder zoekverkeer);

-

toevoegen van parkeeraanbod op de locaties waar de parkeervraag het hoogst is;

-

werkers alleen vergunningen aanbieden op rustige parkeerlocaties op enige afstand van het centrum;

-

differentiëren van parkeertarieven waarbij de tariefverschillen zo groot moeten zijn dat parkeergedrag effectief wordt beïnvloed (bijvoorbeeld in het centrum een hoog tarief, op afstand van het centrum een lager tarief hanteren om de parkeervraag evenwichtiger te verdelen over het beschikbare parkeeraanbod of om kortparkeren in het centrum en langparkeren buiten het centrum te bevorderen);

-

gebruik van een dynamisch parkeerverwijssysteem (alleen mogelijk in combinatie met achteraf betaald parkeren).

23 augustus 2011

6

2.3

Ontwikkelingen

Menselijke factoren De automobiliteit van burgers neemt steeds verder toe. Het oriëntatiegebied voor het doen van niet dagelijkse aankopen wordt groter, het koopgedrag heeft een recreatief karakter. Mensen hebben steeds vaker meerdere bezoekdoelen gedurende een dag die met een auto makkelijker te combineren zijn dan met het openbaar vervoer. CBS cijfers tussen 2000 en 2011 laten dan ook een stijging van het autobezit zien van 6,4 miljoen naar 8,0 miljoen. Het aantal huishoudens met 2 of meer auto’s neemt toe. Op basis van deze trend is een jaarlijkse toename van het aantal auto’s met 1,5% in de komende jaren aannemelijk.

De behoefte aan comfort en gemak laat zich naar het werkveld parkeren vertalen: Centrumbezoekers willen zekerheid over vrije parkeerruimte op korte loopafstand van het bezoekdoel, betaalgemak en zij hebben voorkeur voor achteraf betaald parkeren om vrij te zijn in hun verblijfsduur (en geen kans op boetes).

Recent onderzoek wijst verder uit dat de parkeerder bereid is meer te betalen: -

voor een veilige parkeerplek;

-

wanneer afrekenen per minuut wordt ingevoerd.

Parkeersector Door technologische ontwikkeling van parkeerapparatuur vervaagt het traditionele verschil tussen vooraf betaald parkeren op straat en achteraf betaald parkeren in garages en op terreinen. Op straat doen nieuwe vormen van achteraf betaald parkeren hun intrede. Voorbeelden zijn “Belparkeren” en “Stadspasparkeren” waarbij de parkeerder bij aankomst op de straatlocatie zijn parkeertransactie aanmeldt en aan het eind van zijn verblijf weer afmeldt. Het verschuldigde parkeergeld wordt automatisch geïnd. Handhavers zijn toegerust met een speciale handterminal waarmee via internet wordt gecontroleerd of een geparkeerde auto is aangemeld.

Apparatuur voor achteraf betaalde systemen wordt steeds geavanceerder: -

een veelheid aan betaalmogelijkheden (munt, biljetten, pin, creditkaart, chip);

-

koppeling met afwaardeerunits op locatie van bedrijven om parkeerkorting op maat te geven;

-

een veelheid aan kaartvarianten (kortingskaarten, uitrijkaarten, tijdwaardekaarten);

-

toegang door middel van kentekenherkenning, transpondertechnieken, mobiele telefoon etc.

Parkeerexploitanten strijden om marktaandeel. Door de financiële crisis wordt het aankopen van garages beperkt tot de locaties met een hoge omzetpotentie. Bij locaties met geringere potentie wordt aangestuurd op huur- of beheercontracten. Om kosten te besparen worden technieken gebruikt (intercom – CCTV – centrale meldkamer) die garagebeheer op afstand mogelijk maken en tegelijk het serviceniveau op peil te houden (cameratoezicht, snelle reactie op storingen en vragen van parkeerders).

23 augustus 2011

7

Centrumontwikkeling Hoogeveen Hoogeveen realiseert het centrumplan waarin functies worden verdicht, woningen worden toegevoegd, het openbare gebied aantrekkelijker wordt ingericht en de trekkracht van het centrum en de daarmee samenhangende bezoekersaantallen worden vergroot. In relatie tot parkeren is de consequentie dat maaiveldparkeren op ontwikkellocaties verdwijnt en het parkeeraanbod wordt geconcentreerd in ondergrondse garages. De ontwikkeling van de eerste parkeergarage aan het Kaapplein is aanstaande, op langere termijn wordt de bouw van een tweede garage overwogen aan de noordzijde van het centrum.

3

Beleidsuitgangspunten en doelstellingen

Hoogeveen staat voor een vitaal, goed bereikbaar stadscentrum met voldoende parkeeraanbod voor auto en fiets in zowel kwantitatief als kwalitatief opzicht. Het centrumgebied combineert stedelijk wonen met winkel- horeca, cultuuren recreatieve functies. Uitgangspunt is dat centrumbezoekers hun auto nabij het bezoekdoel kunnen parkeren, bewoners die geen parkeergelegenheid op eigen erf hebben op redelijke loopafstand van de woning kunnen parkeren en werkers op grotere loopafstand net buiten het centrum parkeren. Betaald parkeren is daarbij het sturingsinstrument. Voor het overbruggen van kortere afstanden wordt het gebruik van de fiets actief gestimuleerd.

Beleidsdoelen: -

Optimaliseren van de bereikbaarheid van het stadscentrum.

-

Parkeeraanbod dat kwantitatief en kwalitatief aansluit op de behoefte van de doelgroepen. De kwantitatieve doelstelling wordt onderbouwd met de gemeentelijke parkeernormen die gelden bij ontwikkeling van nieuwe functies. De kwalitatieve parkeerbehoeften hebben betrekking op de beschikbaarheid van parkeerplaatsen nabij het bezoekdoel, die veilig en schoon zijn, technisch goed functioneren, voldoende maat hebben en waar de consument bij voorkeur niet wordt gehinderd in zijn verblijfsduur. Onderbouwende maatregelen zijn: o

beheer van parkeervoorzieningen richten op de aspecten “aantrekkelijk, schoon, heel en veilig”;

o

waar mogelijk en noodzakelijk herinrichten van parkeerterreinen en looproutes;

o

op parkeerlocaties waar met het oog op de beschikbaarheid van parkeergelegenheid doorstroming gewenst is, instellen c.q. voortzetten van parkeerduurbeperkende maatregelen (maximale parkeerduur bij vooraf betaald parkeren, blauwe zone);

o

waar mogelijk en wenselijk verschuiven van op toezicht gericht parkeeraanbod met vooraf betaald parkeren, naar servicegericht parkeeraanbod met achteraf betaald parkeren en volledige vrijheid in verblijfsduur.

23 augustus 2011

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10048564/1