CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018_ontwerp_1compressed.pdf

Raadsavond 9 december 2021, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 201823.087 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN

BG Noord Hoogeveen deelplan Nijstad Oost, 2018

ontwerp

6 april 2021

Bestemmingsplan BG Noord Hoogeveen, Deelplan Nijstad Oost, 2018 Gemeente Hoogeveen Status: Ontwerp Datum: 6 April 2021 IMRO-Idn: NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01

BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

Huidige situatie

9

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Opgave bestemmingsplan Opbouw toelichting

2.1 2.2 2.3

Plangebied Vigerend recht Ruimtelijke- en functionele structuur

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Europees beleid Rijksbeleid Provinciaalbeleid Regionaalbeleid Gemeentelijk beleid

4.1 4.2 4.3

Ruimtelijke- en functionele structuur Ontsluiting, wegen en paden Fasering

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11

Bodem Archeologie en Cultuurhistorie Water Natuur en Ecologie Geluid Milieuzonering bedrijven Milieueffectrapportage (MER) Luchtkwaliteit Externe veiligheid Verkeer en parkeren Duurzaamheid

6.1 6.2 6.3

Juridisch systeem Regels Verklaring van de bestemmingen

7.1 7.2 7.3

Algemeen Beleidskeuzen Inzet gemeentelijk apparaat

8.1 8.2

Maatschappelijkeuitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3

7 7 7

9 10 11

Beleidskader

13

Hoofdstuk 4 Gewenste ontwikkeling en uitgangspunten

23

Hoofdstuk 5

Omgevingsaspecten

29

Planbeschrijving

55

Handhaving

59

Uitvoerbaarheid

61

Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8

BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

13 13 15 18 19

23 25 27

29 30 32 39 41 43 44 45 45 52 52 55 55 55

59 59 59 61 61

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 2

6 april 2021

Bijlagen toelichting

63

Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan Nijstad-Oost Bijlage 2 Bodemonderzoek Bijlage 3 Rapportage archeologisch onderzoek Bijlage 4 UitgangspuntennotitieWatertoets Bijlage 5 WaterparagraafNijstad-Oost Bijlage 6 Quickscan ecologie Bijlage 7 AERIUS Notitie Bijlage 8 Vormvrije mer-beoordeling Nijstad-Oost Bijlage 9 Advies VRD Bijlage 10 Nota vooroverleg

64 119 328 366 372 408 424 430 437 445

Regels

453

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

454

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

460

Hoofdstuk 3

Algemene regels

467

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

473

Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Begrippen Wijze van meten

Bedrijf - Nutsvoorziening Groen Tuin - Collectief Verkeer Water Wonen

Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

Artikel 15 Artikel 16

Overgangsrecht Slotregel

Bijlagen regels

Bijlage 1 Bijlage 2

460 461 462 463 464 465

467 468 469 470 471 472

473 475

477

Parkeernota Hoogeveen StedenbouwkundigplanNijstad-Oost

BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

454 459

478 488

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 3

6 april 2021

BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 4

6 april 2021

Toelichting

BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 5

6 april 2021

BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 6

6 april 2021

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De gemeente Hoogeveen is voornemens om net buiten Hoogeveen het gebied Nijstad verder te ontwikkeling. In het gebied werd vroeger zand gewonnen, heeft de NAM een menglocatie en wordt op de agrarische gronden geboerd. Nu de zand-industrie is weggetrokken en op nationale schaal gezocht wordt naar alternatieven voor aardgas, is er een mooie kans ontstaan om het gebied te ontwikkelen met een combinatie van uniek wonen en recreatie. Dit alles is aanleiding geweest voor de gemeenteraad om in 2019 de gebiedsvisie Nijstad vast te stellen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de juridisch-planologische regeling voor het deelgebied Nijstad-Oost waar ruimte wordt geboden voor de realisatie van maximaal 100 woningen. Voor de Nam-locatie is bij de vorige planherziening per abuis de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' opgenomen. Om dit te corrigeren vormt ook de NAM-locatie onderdeel uit van het plangebied.

1.2

Opgave bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan geeft het juridisch-planologische kader voor de woningbouwontwikkeling in Nijstad-Oost. Het bestemmingsplan dient dan ook goed aan te sluiten bij de ruimtelijk-functioneel gewenste invulling voor dit plangebied. Voor de Nam-locatie ligt de opgave bij het positief bestemmen van de bestaande activiteiten. Het plan dient dan de werkelijke activiteiten vast te leggen en een per abuis opgenomen dubbelbestemming te wijzigen.

1.3

Opbouw toelichting

Achtereenvolgens komen na deze inleiding (hoofdstuk 1) de volgende onderwerpen aan bod: hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande situatie en benoemt de huidige planologische regels; hoofdstuk 3 bevat het beleidskader met relevant rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid; hoofdstuk 4 geeft de gewenste ontwikkeling en de uitgangspunten van het plan weer; hoofdstuk 5 gaat in op de randvoorwaarden en belemmeringen vanuit omgevings- en milieu aspecten, zoals bodem, geluid, luchtkwaliteit, water, etc.; hoofdstuk 6 gaat in op de planologische regels en de daarbij behorende verbeelding; hoofdstuk 7 gaat in op de handhaafbaarheidvan het bestemmingsplan; hoofdstuk 8 gaat in op de maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 7

6 april 2021

BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 8

6 april 2021

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie

Plangebied

Het plangebied is ten westen van de stad Hoogeveen gesitueerd en heeft betrekking op het oostelijke gedeelte van het gebied Nijstad, inclusief de gronden van de NAM-locatie. Dit gebied wordt ten noorden begrensd door de weg Nijstad en aan de oostelijke zijde door de Zuidwoldigerweg. Ten zuiden grenst het plangebied aan de Koedijk waarbij ten westen de begrenzing wordt gevormd door cultuurgronden. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 14 ha. In figuur 1 is een globale begrenzing van het plangebied opgenomen.

Figuur 1: Ligging plangebied (globaal met rood omlijnd) BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 9

6 april 2021

2.2

Vigerend recht

Voor het plangebied is de beheersverordening ´Buitengebied Noord Hoogeveen, 2017´ van toepassing, wat op 28 juni 2018 is vastgesteld. Daarin is het plangebied (ter plaatse van de beoogde woningbouw) voorzien van de bestemming ´Agrarisch - 1' waarbij voor het zuidelijk gedeelte tevens de gebiedsaanduiding 'Geluidzone - industrie 50 dB(A)' van toepassing is. Voor de Nam-locatie is ook de bestemming 'Agrarisch - 1' van toepassing met de aanduiding 'gaslocatie'. Ook is voor de gehele Nam-locatie de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' van toepassing. Binnen de bestemming 'Agrarisch - 1' zijn agrarische bedrijven toegestaan aan ziet de bestemming toe op het behoud (en herstel) van natuurlijke- en landschappelijke waarden. Ook biedt de bestemming mogelijkheden voor dagrecreatie en voorzieningen voor verkeer en water. Voor de Nam-locatie is aanvullend op de agrarische bestemming met aanduiding 'gaslocatie' ook de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' van toepassing. Omdat de ondergrondse leidingen maar een deel van de locatie betreffen, zal dit met onderliggend bestemmingsplan gecorrigeerd worden. De dubbelbestemming zal dan alleen van toepassing zijn ter plaatse van de leidingen. De gasbehandelings- en compressorinstallatie van de NAM is (op grond van art. 2.1, lid 3 van het Besluit Omgevingsrecht een inrichting als bedoeld in art.

41 van de Wet geluidhinder) aangemerkt als een zogenaamde grote lawaaimaker. Op grond van art. 40 van de Wet geluidhinder wordt rond een dergelijke gezoneerde industrieterrein een geluidszone vastgesteld waarbinnen de geluidsbelasting niet meer mag bedragen dan 50 dB(A). De geluidscontour hiervan strekt zich gedeeltelijk over het plangebied, waarvoor dan ook de gebiedsaanduiding 'Geluidzone - industrie 50 dB(A)' is opgenomen. In figuur 2 is een uitsnede van de verbeelding opgenomen.

BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 10

6 april 2021

Figuur 2: Uitsnede verbeelding Buitengebied Noord Hoogeveen, 2017 (plangebied globaal met rood omlijnd)

2.3

Ruimtelijke- en functionele structuur

Het gebied Nijstad-Oost is net buiten de stad Hoogeveen gelegen en kenmerkt zich tot een agrarisch gebied met bedrijvigheid. Ten noorden van het gebied loopt de Hoogeveense Vaart, ten oosten van het gebied ligt de wijk 'Erflanden' waarbij ten zuidwesten van het gebied een menglocatie van de NAM is gelegen. Het plangebied wordt in de huidige situatie dan ook in gebruik genomen als agrarisch gebied. Nijstad-Oost is een deelgebied binnen het grotere Nijstad-gebied waar wonen en recreatie centraal staan. Het gebied Nijstad-Oost ziet toe op woningbouw waarbij als woonvorm 'erven tussen collectieve velden' het uitgangspunt is. BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 11

6 april 2021

BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 12

6 april 2021

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Europees beleid

3.1.1

Verdrag van Malta

In 1992 werd het Europese Verdrag van Valletta (Malta) ondertekend door een groot aantal EU-landen, waaronder Nederland, met als doel om het (Europese) archeologische erfgoed veilig te stellen. De ondertekenaars hebben zich verplicht, archeologische belangen tijdig te betrekken bij de ruimtelijke planvorming voor woningbouw, landinrichting, wegenaanleg en dergelijke. Het beleid is gericht op het behoud van de archeologische waarden in de bodem en de planologische bescherming van waardevolle archeologische vindplaatsen. De uitgangspunten van het verdrag zijn op nationaal niveau uitgewerkt in de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, 2007). Voor archeologische waarden geldt per 1 september 2007 op basis van de gewijzigde Monumentenwet 1988 de wettelijke verplichting om bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten monumenten. De gronden vallende binnen voorliggend plangebied zijn op basis van dit verdrag getoetst. Een nadere beschrijving van het thema archeologie staat in Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten.

3.1.2

Wet Natuurbescherming

De laatste tijd ondervindt de ruimtelijke ordening steeds meer invloed van het Europese beleid. In het bijzonder geldt dit voor de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Bij het opstellen van bestemmingsplannen wordt aandacht gevraagd voor het veiligstellen van de beschermde flora en fauna. De uitvoeringsinstrumenten voor de Vogelrichlijn en de Habitatrichtlijn in Nederland zijn de Natuurbeschermingswet 1998 (of kortweg Nb-wet 1998) en Flora- en faunawet (Ff-wet). Sinds 1 januari 2017 vervangt de nieuwe Wet natuurbescherming deze wetten alsmede de Boswet. De gronden vallende binnen dit plan zijn aan deze wet getoetst. Uitwerking hiervan is te vinden in hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Het beleid van Europa en de rijksoverheid is van invloed op het te voeren Drentse omgevingsbeleid. Zo is er op Europees niveau veel aandacht voor het verbinden van economische kerngebieden door vervoersnetwerken, de aansluiting van relatief zwak ontwikkelde regio’s, landsoverschrijdende samenwerking, stroomgebieden, ecologische relaties en duurzame ontwikkeling. Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), vastgesteld. De SVIR heeft een horizon tot het jaar 2040 en vervangt onder andere de Nota Ruimte. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vormt de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Het rijk kiest met de structuurvisie voor een selectievere inzet van de onderstaande 13 rijksbelangen: BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 13

6 april 2021

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13.

een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie; ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; efficiënt gebruik van de ondergrond; een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij a l l e ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt dieper ingegaan op deze 13 rijksbelangen. Het rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijke ordening. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt. Bijvoorbeeld ruimte voor militaire activiteiten en opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainports, greenports en de valleys; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan. Bijvoorbeeld voor biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of werelderfgoed; een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend i s en ofwel een hoog afwentelingsrisico kent ofwel in beheer bij het rijk is. Bijvoorbeeld de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners.

Geconstateerd wordt dat met dit bestemmingplan geen rijksbelangen worden raakt. Derhalve wordt geconcludeerd dat voldaan wordt aan de uitgangspunten zoals verwoord in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het kabinet heeft in de SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen moet worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze zijn bedoeld om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. In het Barro zijn geen specifieke regels opgenomen voor het onderhavig plangebied.

BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 14

6 april 2021

3.2.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

In het Bro (artikel 3.1.6) is geregeld dat een toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voorzien in duurzame verstedelijking. Het artikel is op 12 mei 2017 gewijzigd. Deze wijziging treedt op 1 juli 2017 in werking. Voor dit plan wordt getoetst aan deze nieuwe regeling, die inhoudt dat de toelichting bij een uitwerkingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling bevat. Indien het plan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit bestemmingsplan stelt een nieuwe stedelijke ontwikkeling aansluitend aan het bestaand stedelijk gebied voor. Het plan beoogt de realisatie van 80 tot maximaal 100 woningen als afronding van de wijk Erflanden. In paragraaf 3.5.4 is verwoord dat er voldoende vraag naar woningen in Hoogeveen is. Ook in het woningbehoefteonderzoek voor nieuwbouwlocaties in de gemeente Hoogeveen is aangegeven dat dit het geval is. Gezien op de druk op de mark wordt de realisatie van 80 tot 100 woningen zeker haalbaar geacht. De vraag naar woningen komt met name van gezinnen die doorstromen vanuit een bestaande woning in Hoogeveen en ook steeds meer vanuit omliggende kernen.

Daarnaast is Nijstad-Oost aantrekkelijk voor jonge stellen en jonge -alleenstaande- starters. Voor senioren is de wijk niet aantrekkelijk Eén van de speerpunten in de Woonvisie is dan ook het realiseren van meer flexibiliteit, differentiatie en maatwerk op de woningmarkt. Met dit plan wordt voorzien in de behoefte aan nieuwe kwalitatief hoogwaardige woningen in de vorm van appartementen, vrijstaande woningen, twee-onder-één-kap woningen en rijwoningen. Hierbij wordt rekening gehouden met verschillende doelgroepen qua leeftijd, gezinssamenstelling en inkomen. Ook zal één erf-met-naam beschikbaar worden gesteld voor sociale woningbouw. Door flexibiliteit op te nemen, kan gedurende het hele realisatieproces, aangesloten worden op de actuele lokale woningbehoefte. Actuele regionale woningbehoefte Het gemeentelijk beleid omtrent het wonen is neergelegd in de 'Woonvisie 2017-2020'. De Woonvisie, regionaal afgestemd en gebaseerd op onderzoek naar aspecten als woonwensen, migratiebewegingen en bevolkingsontwikkeling, laat zien dat de woonbehoefte steeds meer verschuift naar de stad: wonen in de stad met voorzieningen in de directe nabijheid. Hierbij is een grote behoefte waarneembaar naar kwalitatief goede grondgebonden woonmilieus.

Het onderzoek laat zien dat met name binnen het stadscentrum een vraagoverschot is en dat er een groep mensen is die Hoogeveen verlaat, omdat zij niet de voor hen geschikte woning kunnen vinden. Voorliggend bestemmingsplan tracht hierop in te spelen door een kwalitatief hoogwaardige woonlocatie mogelijk te maken aan de westelijke rand van de stad Hoogeveen met ruimte voor diverse ondergeschikte functies, in de zin van aan-huis-verbonden-beroepsfuncties. Met dit plan wordt verdere afronding van de wijk Erflanden beoogd. Het plan sluit daarmee aan bij de gemeentelijke structuurvisie.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie- en Omgevingsverordening Drenthe 2018

Provinciale Staten hebben op 3 oktober 2018 Omgevingsverordening Drenthe 2018 vastgesteld.

de provinciale

Omgevingsvisie-

en

De Omgevingsvisie Drenthe is voor Drenthe een centraal visiedocument. De visie formuleert de BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 15

6 april 2021

belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. Langetermijndoelen op verschillende terreinen zoals ruimtelijke ontwikkeling, verkeer en vervoer, water, wonen, natuur, cultuur worden in de omgevingsvisie met elkaar verbonden. De ambitie van de omgevingsvisie is het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe passend bij deze kernkwaliteiten. De provincie wil ‘ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit’, mede vanuit de wetenschap dat landschapskwaliteit een belangrijke vestigingsfactor is. Om de Drentse ruimtelijke identiteit inhoud te geven zijn zes verschillende kernkwaliteiten benoemd in het provinciale beleid. Het gaat om landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. De provincie streeft naar een robuuste ontwikkeling van de ruimtelijke dragers: de sociaaleconomische structuur, het landbouwsysteem, het watersysteem en het natuursysteem. Een systeem is robuust als het weinig gevoelig is voor verstoringen als gevolg van nieuwe ontwikkelingen. Er komen ontwikkelingen op ons af die van invloed zijn op de robuuste systemen en die Drenthe blijvend veranderen. Denk bijvoorbeeld aan de gevolgen van klimaatverandering op het water-, natuur- en landbouwsysteem of de inpassing van duurzame energiesystemen binnen onze landschappen.

Deze ontwikkelingen vormen de strategische opgaven voor de provincie. Deze opgaven vragen om een integrale en zorgvuldige afweging binnen en tussen de verschillende robuuste systemen. Daarbij zoekt de provincie naar toegevoegde waarde en streven naar het behoud, en zo nodig, de ontwikkeling van de Drentse ruimtelijke identiteit. Wonen Voor wat betreft wonen heeft de provincie de ambitie om Drenthe als woonprovincie aantrekkelijker te maken met gevarieerde en leefbare woonmilieus die voorzien in de woonvraag. Samen met gemeenten werkt de provincie Drenthe aan een Drentse woningmarktstrategie om vraag en aanbod in de woningvoorraad in balans te houden en aan te laten sluiten bij de demografische behoefte. De provincie vraagt gemeente om op basis van de ruimtelijke structuur van dorpen en steden keuzes te maken over de gehele woningvoorraad: sloop, transformatie of nieuwbouw. Dit met aandacht voor de kwaliteit, kwantiteit, doelgroepen, leefbaarheid, levensduur, duurzaamheid en locatie van haar woningvoorraad. De provincie ziet de gemeentelijke woonopgave graag vertaald in een woonvisie. Met de vertaling naar een woonvisie komt de regionale woonvisies (2012) te vervallen. Wel wordt gevraagd om onderling met gemeenten af te stemmen. Een doorwerking hiervan is opgenomen in de Provinciale Omgevingsverordening.

Stedelijk gebied of buitengebied De provincie maakt onderscheid tussen bestaand stedelijk gebied en buitengebied. Deze noodzaak komt voort uit het provinciaal belang bij een goede ruimtelijke ordening om, mede conform Rijksbeleid, nieuwe initiatieven bij voorkeur te faciliteren binnen de reeds bebouwde omgeving. Het stedelijk gebied omvat de buitenste contouren van dorpen en steden zoals op de kaart Bestaand stedelijk gebied is aangegeven. Het plangebied is aansluitend aan het bestaand stedelijk gebied van Hoogeveen gelegen en vormt de afronding van de woonwijk Erflanden. In de gementelijk woonvisie (hoofdstuk 3.5.4) is de behoefte aan woningbouw beschreven. Ten aanzien van de in de Omgevingsvisie genoemde milieuaspecten als water, bodem, luchtkwaliteit, geluid- en geurhinder en externe veiligheid zijn onderzoeken uitgevoerd. Voor een nadere uitwerking wordt verwezen naar hoofdstuk 5 'Omgevingsaspecten'. Kernkwaliteiten analyse BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 16

6 april 2021

De Provinciale omgevingsverordening Drenthe, met inbegrip van de navolgende wijzigingen, geeft de randvoorwaarden voor het opstellen van ruimtelijke plannen. De verordening heeft onder meer als doel om de kernkwaliteiten van Drenthe te behouden en te versterken. Als bij een ruimtelijk project kernkwaliteiten betrokken zijn, moet in het ruimtelijk project uiteen gezet worden dat met het desbetreffende project wordt bijgedragen aan behoud en ontwikkeling van de bij het project betrokken kernkwaliteiten conform de provinciale ontwikkelingsvisie. Een ruimtelijk project mag geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk maken die de kernkwaliteiten significant aantasten. Kernkwaliteit Natuur Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangende structuur van gebieden met een speciale natuurkwaliteit, deze zijn nader beschreven in het robuust natuursysteem. Het NNN vormt de ruggengraat van het Drentse natuurnetwerk en waarborgt biodiversiteit en duurzame natuur. Voor de ruimtelijke identiteit van Drenthe is de belevingswaarde en de mogelijkheid tot benutten van de natuur van groot belang. De provincie is direct verantwoordelijk voor de kwaliteit en kwantiteit van de natuur binnen het Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuur Netwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde gebied ligt op meer dan 600 meter.

Er is dus geen sprake van aantasting van deze kernkwaliteit door dit plan. Kernkwaliteit Aardkundige waarden Het plangebied is voor de kernkwaliteit Aardkundige waarden aangeduid met het beschermingsniveau Generiek. In deze gebieden wil de provincie de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst bewaren. De provincie verwacht van gemeenten dat zij in deze gebieden nagaan welke kenmerkende aardkundige waarden aanwezig zijn en dat zij hieraan bescherming geven via het gemeentelijk bestemmingsplan en plannen en initiatieven daarop beoordelen. Bij ontwikkelingen kunnen aardkundige kwaliteiten als inspiratiebron worden gebruikt. Kernkwaliteit Landschap De provincie richt zich op het in stand houden en versterken van het landschap als economisch, ecologisch en cultureel kapitaal. De ambitie is een Drents landschap waarin de verscheidenheid in landschapstypen en -onderdelen zich blijvend manifesteert. De landschapstypen met de bijbehorende landschapskenmerken wil de provincie in samenhang behouden en versterken. Daarmee wordt gestreefd naar een Drents landschap waarin het grondgebruik, het type natuur en het landschapsbeeld passen bij de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap. Vanuit dat perspectief wil de provincie keuzes voor nieuwe ontwikkelingen in het landschap blijvend mogelijk maken.

De provinciale doelstellingen voor de kernkwaliteit landschap zijn: het behouden en versterken van de ruimtelijke afwisseling van landschapstypen; het behouden en versterken van de karakteristieke kenmerken van de verschillende landschapstypen die we in Drenthe onderscheiden: het behouden en versterken van de karakteristieke macrogradiënten van het Drents Plateau in relatie tot de aangrenzende en lager liggende veengebieden; het behouden en ontwikkelen van het Nationaal Beek-en esdorpenlandschap Drentsche Aa.

Het plangebied maakt deel uit van het landschapstype ‘Esdorpenlandschap’. De kwaliteit en de diversiteit van het Drentse landschap dragen sterk bij aan het aantrekkelijke milieu om te wonen, te werken en te recreëren. De identiteit van het Drentse landschap wordt bepaald door de BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 17

6 april 2021

ontstaansgeschiedenis en de diversiteit aan landschapstypen. De provinciale ambitie is het behouden en versterken van de verscheidenheid, de kwaliteit, de identiteit en de beleefbaarheid van het landschap. Van provinciaal belang is het behouden van landschapskenmerken en de onderlinge samenhang en het versterken van de verschillende landschapstypen. Voor het esdorpenlandschap is het provinciale belang gericht op de essen en de beekdalen. De essen zijn de in het esdorpenlandschap kenmerkende open ruimtes die veelal omgeven zijn met esrandbeplanting. De beekdalen zijn onbebouwde gebieden met kleinschalige beplantingstructuren en beekdal(rand)beplanting. Het provinciale beleid is bij de essen gericht op het behoud van die open ruimte en het versterken van de esrandbeplanting en bij de beekdalen op het behoud van het onbebouwde karakter en het versterken van de karakteristieke beekdal(rand)beplanting. Ter plaatse van het plangebied is in mindere mate nog sprake van een visueel zichtbaar essenlandschap. De omgeving van onderhavig plangebied kenmerkt zich als agrarisch-industireel gebied, afgewisseld met een patroon van clusters zoals de zandwinplassen, de NAM-locatie en de rioolwaterzuiveringsinstallatie. De deelplannen binnen de gebiedsvisie Nijstad kunnen telkens worden opgevat als aanvullende clusters in dit landschap.

Dit plan sluit daarop aan door ingericht te worden als kleinere korrels, namelijk die van de boerenerven. Deze kenmerken zich telkens door het plaatsen van enkele gebouwen (vaak een boerderij en schuren) om of aan een utilitair erf, ingeplant met een formele voortuin en een houtwal van bomen eromheen. Hiermee vormt de gewenste transformatie van het gebied geen belemmering voor de kernkwaliteit. In de provinciale omgevingsverordening is aangegeven dat voor woningbouw de provincie wenst dat gemeenten die gelegen zijn in eenzelfde woonregio, hun plannen voor woningbouwontwikkeling op dit gebied onderling afstemmen. Daarop aanvullend is het ook wenselijk dat strategisch beleid wordt gevoerd op het handhaven van een passende woningvoorraad op de lange termijn en met de gebiedspartners afspraken maken over onder andere de programmering. De basis daarvoor is de gemeentelijke woonvisie. Dorpen, steden en het landelijk gebied functioneren binnen de woningmarkt als aanvulling op elkaar of soms als concurrerend, de provincie beoogt met de bepalingen een gezonde woningmarkt in stand te houden met ruimte voor regionale verschillen. Met 'afstemmen' wordt in principe overeenstemming bedoeld. In hoofdstuk 3.4 is te zien op welke wijze deze afstemming heeft plaatsgevonden en wat daar de uitkomsten van zijn.

Gelet op het bovenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in in overeenstemming is met het provinciaal beleid.

3.4

Regionaal beleid

In het kader van de regionale afstemming is met de buurgemeenten De Wolden, Westerveld en Meppel overleg gevoerd over het woningbouwprogramma. De uitkomst van de afstemming heeft geresulteerd in een regionale woonvisie. Een dergelijke afstemming heeft, in dit kader, ook plaatsgevonden voorafgaand aan de op te starten bestemmingsplanprocedure die betrekking heeft op de nieuwbouwlocatie. Het op te stellen bestemmingsplan voor de ontwikkeling van Nijstad-Oost is op 17 december 2018 regionaal afgestemd. Uit de nadere afstemming is gebleken dat voorliggende woningbouwontwikkeling past in de regionale aantallen en het kwalitatieve programma tot 2026. Op 30 oktober 2012 is de Regionale Woonvisie Zuidwest Drenthe, Groeimodel, deel I door het college van de gemeente Hoogeveen en de andere betrokken gemeenten vastgesteld. In het bestuurlijk afstemmingsoverleg RO/Wonen Zuidwest Drenthe van 21 december 2015 is de woningbehoefte voor Zuidwest Drenthe vastgesteld voor de periode 2016-2025. Deze woningbehoefte prognose is gebaseerd op de provinciale bevolkingsprognose 2015, vertaald naar de woningbehoefte in de regio Zuidwest Drenthe. De vastgestelde woningbehoefte geldt als kader BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 18

6 april 2021

voor de woningbouwontwikkeling in de regio en dient als uitgangspunt voor de actualisatie van het gemeentelijk woonbeleid voor de gemeenten binnen deze regio. Gelet op de aanwezige harde plancapaciteit in Zuidwest Drenthe, is de mogelijkheid aanwezig de woningbouwuitbreiding in Nijstad-Oost daaraan toe te voegen. De realisatie van maximaal 100 woningen leidt niet tot verdringing of ongewenste concurrentie.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Structuurvisie Hoogeveen 2015-2030

Als vervolg op de Toekomstvisie is op 23 december 2014 door de gemeenteraad de Structuurvisie Hoogeveen 2015–2030 vastgesteld. Deze Structuurvisie is eigenlijk de ruimtelijke vertaling van de Toekomstvisie. Hij spreekt zich uit over de ruimtelijke ontwikkeling van de gehele gemeente en beschrijft de huidige en gewenste waarden en kwaliteiten voor het buitengebied, de dorpen en de stad. De Structuurvisie is een voorbeeld van planning van onderop, vanuit het lokale denken. Deze Structuurvisie heeft daarom het oude POP II niet als vertrekpunt genomen, maar nam een voorschot op de nieuwe Omgevingsvisie Drenthe. Deze aanpak past overigens goed binnen de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk. Het Rijk laat meer over aan gemeenten en provincies. De Structuurvisie gaat in op verschillende onderdelen van de stad. Daarbij is een volgorde van binnen naar buiten aangehouden, vanuit het hart naar de stadsranden. De doelstelling is primair om het aantrekkelijke winkelbestand voor de toekomst te waarborgen door een prettiger verblijfsklimaat te scheppen. In de Structuurvisie wordt niet expliciet ingegaan op de verschillende woonwijken die rondom het centrum liggen. De herstructurering van de oudere wijken wordt beschouwd als een autonoom proces, dat zich geleidelijk en over vele jaren zal voltrekken.

Het woonprogramma wordt hierin uiteindelijk uitgewerkt, vanuit een onderbouwing in de Woonvisie 2011 – 2020. De Structuurvisie beschrijft hiervoor de ruimtelijke kaders en de uitgangspunten voor het proces van herstructurering, die neerkomen op het toepassen van maatwerk. De visie op het wonen vanuit de Structuurvisie 2004, is daarentegen gericht op het verbeteren van de bestaande woningvoorraad en op het aanbieden van nieuwe woonmilieus in de stad, de dorpen en in het landelijk gebied. De aandacht voor de woonopgave verschuift van kwantiteit naar kwaliteit. De focus van woningbouw ligt de komende jaren op de stad. Daarnaast wordt gekozen voor geconcentreerde groei bij de dorpen en in het landelijk gebied. De marktvraag bepaalt uiteindelijk welke woningen op welke beschikbare locatie, hoeveel en in welk tempo gebouwd gaat worden.

3.5.2

Structuurvisie Hoogeveen 2.0

De Structuurvisie uit 2004 is nog steeds een inspirerende, ambitieuze, integrale ruimtelijke visie, die in stand blijft en met “Structuurvisie Hoogeveen 2.0” op onderdelen wordt bijgesteld. De visie geeft aan hoe Hoogeveen tot 2030 omgaat met thema's als wonen, voorzieningen, bedrijvigheid, bereikbaarheid, landschap en duurzaamheid. Duurzame kwaliteit is en blijft daarbij de rode draad. De geactualiseerde structuurvisie is op 13 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. In de visie kiest Hoogeveen voor beheerste groei waarbij de focus van woningbouw ligt op inbreiding in de stad. Daarnaast wordt gekozen voor geconcentreerde groei bij de dorpen en het landelijke gebied, passend bij de vraag. Voor het landelijk wonen zijn er kansen in de landgoederenzone en de kanalenzone. Voorliggend plangebied ligt in Hoogeveen en betreft de realisatie van 80 tot maximaal 100 BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 19

6 april 2021

woningen aan de westelijke rand van Hoogeveen. Met dit plan wordt verdere afronding van de wijk Erflanden beoogd. Het plan sluit daarmee aan bij de structuurvisie 2.0.

3.5.3

Toekomstvisie Hoogeveen

In april 2018 is de Toekomstvisie Hoogeveen vastgesteld door de gemeenteraad. Deze toekomstvisie met bijbehorende stukken is bedoeld als omgevingsvisie in het kader van de Omgevingswet. De structuurvisie (vastgesteld in 2004 en geactualiseerd in 2012) is nog steeds een inspirerende, ambitieuze, integrale ruimtelijke visie die volledig van kracht blijft. In de toekomstvisie Hoogeveen wordt ingegaan op ambities op het gebeid van wonen, voorzieningen, bedrijvigheid en bereikbaarheid, landschap en de opgave voor de fysieke leefomgeving. Met betrekking tot wonen wenst Hoogeveen een goede woongemeente te zijn waar iedereen een thuis vindt. Waarbij betaalbaar wonen voor iedereen mogelijk moet zijn. De focus wordt gelegd op het wonen in de kern Hoogeveen en de realisatie van aansprekende stedelijke woonmilieus, passend bij de vraag en met behoud van groene open ruimtes. Om aan deze toenemende vraag in de kern te voldoen wordt ook gekeken naar uitbreidingslocaties. In de dorpen ligt het accent op het uitvoeren van de huidige bouwplannen en bieden we ruimte voor specifieke woonwensen. Verder wenst Hoogeveen manieren te vinden om alle woningen sneller te verduurzamen en de bestaande buurten en dorpen aantrekkelijk te houden. Voorliggend plangebied betreft de realisatie van 80 tot maximaal 100 woningen aan de westelijke rand van Hoogeveen.

De woningen worden gerealiseerd in een erf-ensembles waarbij tevens groene en open ruimtes een plaats krijgen. De bedoeling is dat deze woningen voorzien worden van een waterstof CV, om het vervolgens op te kunnen schalen naar de naastliggende woonwijk. De voorgenomen ontwikkeling is dan ook in lijn met de Toekomstvisie Hoogeveen.

3.5.4

Woonvisie 2017-2020

Met deze visie zet de gemeente de koers uit op het gebied van wonen voor de komende jaren. De visie bevat concrete ambities en acties voor de korte termijn. Deze ambities voor de komende vijf jaar is wel geplaatst in de ontwikkelingen en trends voor een langere termijn. Deze woonvisie vervangt het beleidskader dat werd vastgesteld in 2011. De richting ingezet in 2011 wordt doorgezet voor de periode richting 2025. Voor de periode 2016-2025 wordt rekening gehouden met een woningbehoefte van netto 1.100 woningen. Dit is gebaseerd op een tussenscenario: De ambitie en de verwachting i s dat de binnenlandse vraag aantrekt tot een niveau dat weliswaar niet zo hoog i s a l s voor de woningmarktcrisis, maar dat wel hoger ligt dan de laatste jaren: 950 woningen; De verwachting dat het aantal blijvende statushouders terugvalt naar het langjarig gemiddelde: 165 benodigde woningen.

Om daadwerkelijk ruim 1.100 woningen te kunnen realiseren, moeten we enige overmaat aanhouden in onze woningbouwprogrammering. Niet alle plannen zijn even gemakkelijk ontwikkelbaar en niet alle locaties lenen zich voor elke type woningen. Gemiddeld komt 30% van de locaties later of helemaal niet tot ontwikkeling. We hebben daarom concrete bouwruimte nodig voor ca. 1.600 woningen in tien jaar. Zo bouwen we flexibiliteit en keuzevrijheid in om, ongeacht veranderingen of obstakels, toch in de behoefte te voorzien. Daarmee voorkomen we onnodige uitstroom van huishoudens uit Hoogeveen. In de visie staat het volgende motto centraal: “Waar iedereen zijn thuis vindt”. Dat geldt voor iedereen, ongeacht zijn of haar leeftijd, inkomen, gezinssamenstelling, gezondheid of afkomst. Om die visie te verwezenlijken zijn vier hoofdambities benoemd. 1.

behoud van kwaliteit en gewildheid;

BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 20

6 april 2021

2. 3. 4.

toevoegen wat gevraagd wordt; voor iedereen betaalbaar; ouderdom of zorg: ook dan goed wonen.

De focus van woningbouw ligt de komende jaren op de stad. De woningvraag is gericht op praktisch woongenot zoals voorzieningen in de nabijheid en ruim en groen wonen tegen een goede prijs per vierkante meter woonoppervlak. De centrumdorpen Hollandscheveld, Pesse, Noordscheschut en Elim worden als een belangrijk woonalternatieven gezien. Hollandscheveld manifesteert zich daarin het duidelijkst. Uitgangspunt is dat van 2016 tot en met 2025 1.100 nieuwbouwwoningen aan de woningvoorraad worden toegevoegd. In het jaar 2016 zijn bijna 100 reguliere woningen gerealiseerd en in het jaar 2017 gaat het om bijna 270 woningen. In het jaar 2018 zijn daar ook netto bijna 100 woningen bijgekomen. Daarnaast is binnen de gemeente Hoogeveen nog ruimte voor ongeveer 245 woningen aan plancapaciteit waarvoor nog bouw-/bestemmingsplannen kunnen worden ontwikkeld. In feite ligt de opgave hoger wanneer rekening wordt gehouden met planuitval en vertraging de komende jaren. Het bestemmingsplan voor Nijstad-Oost in Hoogeveen, met maximaal 100 woningen, kan binnen deze nog beschikbare capaciteit worden ontwikkeld. Voor ongeveer netto 385 woningen is tot 2026 al harde plancapaciteit aanwezig in zowel de kern als de dorpen binnen de gemeente Hoogeveen. Binnen het woonbeleid is een gebiedsindeling bepaald. Het plangebied is gelegen in het gebied 'De Weide '.

Dit gebied ziet toe op de buurten Schoonvelde, Schutlanden, Steenbergerweiden, Kinholt, Trasselt, Kattouw en Erflanden. Daarbij is het plangebied gelegen in het buurt Trasselt. De visie gaat voor woningbouw in De Weide uit van maatwerk. Daarbij is aangegeven dat uit marktonderzoek is gebleken dat er een behoefte is aan nultredenwoningen, in sociale huur, maar ook koop en vrije sector huur, zowel gestapeld als grondgebonden, liefst wel nabij voorzieningen als een supermarkt. Dit is meer een 'kwalitatieve vraag': er zijn wel genoeg woningen, maar niet altijd in de gewenste prijs, type, en plek. Om in die kwaliteitsvraag te voorzien is er behoefte aan een flinke kwalitatieve toevoeging op het huidige woningaanbod: circa 275 woningen in de sociale huur en circa 200 woningen in de koopsector tussen 2016 en 2025 (via nieuwbouw, aanpassing of anderszins).

Er is behoefte aan woningen die voldoen aan de volgende voorwaarden: Waar mogelijk grondgebonden, met voldoende ruimte in de woning en een goede buitenruimte, zoals een kleine eigen tuin en een ruime gemeenschappelijke tuin; zorg in de buurt, niet per sé in het gebouw zelf maar wel binnen handbereik; het centrum heeft de voorkeur, maar locaties op korte loopafstand van wijkvoorzieningen zijn ook aantrekkelijk; met aandacht voor de veiligheid en toegankelijkheid in de woning, maar ook daarbuiten, zoals een goed ingerichte openbare ruimte en veilige prettige routes naar voorzieningen.

Met dit plan wordt hier een invulling aan gegeven door aan de westelijke rand van de stad Hoogeveen maximaal 100 grondgebonden woningen toe te voegen. De woningen worden ontwikkeling in boeren-erf vorm waarbij tevens ruimte is voor collectieve tuinen. Op één van de erven wordt de mogelijkheid geboden voor sociale woningbouw. Dit is dan ook in lijn met het gestelde vanuit de gemeentelijke woonvisie voor de periode 2017-2020.

3.5.5

Conclusie

Het rijksbeleid werkt indirect door via het provinciaal beleid. Voor dit bestemmingsplan kan geconcludeerd worden dat het plan niet in strijd is met het geldende provinciale- en gemeentelijke beleid. BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 21

6 april 2021

BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 22

6 april 2021

Hoofdstuk 4 4.1

Gewenste ontwikkeling en uitgangspunten

Ruimtelijke- en functionele structuur

Nijstad-Oost is een van de deelgebieden binnen de gebiedsvisie voor het grotere 'Nijstad'-gebied. In dit deelgebied worden dan ook twee accenten gecreëerd (c.q. twee belangrijke wegen) om de verbinding met het grotere Nijstad gebied te behouden. De nieuwe noord-zuidweg accentueert de radiale laanbeplantingspatronen. Het nieuwe fietspad (of publieke voetpad) is onderdeel van de infrastructuurbundel die het gebied schuin-horizontaal doorweeft. Deze bundel is ooit begonnen met het kanaal, waaraan parallel de spoorbaan en de snelweg zijn komen te liggen. Hieraan wordt nu dus de doorlopende verbinding door het Nijstad-gebied aan toegevoegd. Langs het kanaal en de Zuidwoldigerweg situeert zich met regelmaat een boerenerf of andersoortig ensemble. In Nijstad-Oost worden drie nieuwe erven aan het kanaal gemaakt, twee nieuwe aan de Zuidwoldigerweg en vier erven aan de nieuwe noord-zuidweg. Daarnaast ligt er in het zuiden van het gebied een parkje. Het park omvat het gebied ten zuiden van het fietspad én het gebied direct tussen de affakkelinstallatie en de Hollandse Werkplaatsweg. In het park ligt het 'De Jong-erf', waarbinnen geen bebouwing is toegestaan. Dit erf wordt ingevuld met groenvoorzieningen. De inrichting van het park is nader uit te werken. De erven-met-namen bieden mogelijkheden voor woningbouw.

Een 'erf-met-een-naam' bestaat erf-ensemble waarbinnen de woningen gesitueerd dienen te worden en daarom heen een collectief veld waarbinnen diverse activiteiten in zijn toegestaan, passend bij de woonfunctie in boeren-erf vorm (zie figuur 3). Het erf-ensemble biedt flexibiliteit in de uitwerking. Het stedenbouwkundig plan legt de buitencontouren van de ensembles vast en geeft aan hoeveel uitgeefbaar grond er maximaal per erf uitgegeven kan worden. Hierin is ook het maximaal aantal huizen per erf in opgenomen en de daarbij behorende ruimtelijke randvoorwaarden zoals de aanwezigheid van singelbeplanting aan de rand van de ensembles.

BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 23

6 april 2021

Figuur 3: indeling erf-met-een-naam

BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 24

6 april 2021

Figuur 4: inrichting plangebied met erf-ensembles Voor ieder 'erf-met-een-naam' geldt dat bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van de woningen voldaan moet worden aan de voorwaarden zoals opgenomen in het stedenbouwkundig plan. Hierin zijn ook de regels (middelen) opgenomen waarmee deze behaald kunnen worden. Daarnaast zijn nog specifieke doelstellingen opgenomen, zoals het aantal woningen dat is toegestaan, waar de inrit zich moet bevinden en of er bestaande bomen zijn die behouden dienen te worden. Deze voorwaarden zijn per erf-met-een-naam in kavelpaspoorten opgenomen. De voorwaarden met betrekking tot de beeldkwaliteit voor het gehele gebied zijn opgenomen in het beeldkwaliteitsplan (zie bijlage 1). Het beeldkwaliteitsplan zal worden vastgesteld en zal vervolgens onderdeel uitmaken van de nota Ruimtelijke kwaliteit.

4.2

Ontsluiting, wegen en paden

Wandel- en fietspaden Het wandel- en fietspad verbindt het fietspad in Erflanden (de Laan) met de recreatieplassen in het westen. In eerste instantie (Fase 1) zal de route noordelijk lopen: vanuit de Laan, via Hollandse Werkplaatsweg, via Nijstad naar het recreatiegebied. Later, in fase 2, volgt een pad rechtdoor tussen de recreatieplas en Nijstad-Oost, langs de bosrand van de NAM-locatie. Op de erfscheiding van alle velden worden de mogelijkheden gecreëerd dat het kleine wandelpaadjes 'als vanzelf' BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 25

6 april 2021

ontstaan. Deze olifantenpaadjes vormen dus een informeel secundair netwerk tussen de erven, zodat kinderen bijvoorbeeld gemakkelijk bij hun vriendje twee erven verder op bezoek kunnen, of dat bewoners een mooie en gevarieerde wandeling kunnen maken. Omdat de secundaire 'olifantenpad' wandelroute van de sluis naar het park de belangrijkste van het gebied is, wordt deze mee ontworpen met het park. Dit heeft als extra voordeel dat de nauwe tussenruimten tussen de erven zorgvuldig vormgeven worden. In figuur 5 zijn de paden in het plangebied opgenomen.

Figuur 5: padenstructuur plangebied Wegen en ontsluiting De erf-ontsluitingen van ieder erf-ensemble is opgenomen in het stedenbouwkundig plan en worden vervolgens ontsloten via de weg Nijstad en de Zuidwoldigerweg. Zo is in het stedenbouwkundig plan per erf-ensemble aangegeven wat de hoofdontsluiting is en waar de oprijlaan naar het erf zich bevindt. Voor de ontsluitingen op de Zuidwoldigerweg worden twee nieuwe kruisingen gerealiseerd ter hoogte van de Noorddreef-Boserf en het fietspad-Bakkererf. In figuur 6 is op te merken hoe de nieuwe infrastructuur vorm zal nemen, waarbij de twee nieuwe kruisingen zich ter hoogte van de nummers 7 en 8 bevinden. Op advies van de veiligheidsregio (zoals tevens wordt omschreven in paragraaf 5.9.2 ) za; de Haaipietpad en de volledige Hollandse werkplaatsweg toegankelijk blijven voor hulpdiensten zoadat het plangebeid via twee onafhankelijke routes bereikbaar is. De erven (met een doodlopende weg van meer dan 40 meter en een wegbreedte van minimaal 4.5 meter) zullen een keermogelijkheid krijgen of als alternatief een toegangsweg van minimaal 5 meter breed.

BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 26

6 april 2021

Figuur 6: nieuwe infrastructuur plangebied

4.3

Fasering

Het stedenbouwkundig plan leent zich ervoor dat elk erf-met-een-naam onafhankelijk van de anderen ontwikkeld wordt. Daarbij maakt de volgorde in principe niet veel uit. Echter, voor elk erf-met-een-naam moet dan wél de benodigde infrastructuur (wegen en nuts) van tevoren aangelegd zijn. In willekeurige volgorde gaat het om: a. b. c. d.

Erven 1 en 2, en 4 kunnen aangelegd worden na de ontsluiting van de Nijstad-weg aan de zuidkant van het kanaal i s gerealiseerd. Erven 3, 5 en 6 kunnen aangelegd worden a l s de Hollandse Werkplaatsweg. i s aangelegd. Erven 7 en 8 kunnen worden aangelegd a l s de nieuwe opritten (voor de erven) van de Zuidwoldigerweg zijn aangelegd. Het park kan onafhankelijk van de erven aangelegd worden.

BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 27

6 april 2021

Figuur 7: voorbeeld fasering variant 'Erven gegroepeerd'

BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 28

6 april 2021

Hoofdstuk 5

Omgevingsaspecten

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de relevante omgevingsaspecten. Op grond van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient te worden bezien of het plan uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening verenigbaar is met de eisen die aan de omgeving worden gesteld. Het plan dient namelijk een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen en de belangen van omwonenden niet te schaden.

5.1

Bodem

5.1.1

Normstelling

In het kader van een bestemmingsplan dient gemotiveerd te worden dat de bestemming (functie) die in het bestemmingsplan wordt toegelaten, passend wordt geacht in relatie tot de bodemkwaliteit. Deze motivatie vindt zijn oorsprong in het Bro in het kader van de uitvoerbaarheid van het plan. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik.

5.1.2

Onderzoek en conclusie

Er zijn ter plaatse van de te ontwikkelen percelen geen verdachte historische activiteiten en gegevens bekend bij de gemeente. Door ingenieursbureau MUG is daarom voor het plangebied een verhardings- en bodemonderzoek, d.d. 6 november 2019, kenmerk 1930045,2 uitgevoerd. Het onderzoek bevatte onder andere het vaststellen van de milieuhygienische kwaliteit van de bodem, dat wil zeggen grond en grondwater. Het rapport is als bijlage 2 gevoegd bij dit bestemmingsplan. Er zijn volgens protocol diverse grond- en grondwatermonsters genomen. Op basis van de analyseresultaten kunnen de volgende onderzoeksresultaten worden bepaald: Verontreinigingssituatie grond In de onderzochte grondmonsters zijn maximaal licht verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarden aangetoond. Op basis van deze analyseresultaten is de grond indicatief beoordeeld als kwaliteitsklasse ‘altijd toepasbaar’. Alleen de grond ter plaatse van M10 moet worden beschouwd als kwaliteitsklasse wonen. Verontreinigingssituatie grondwater In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde concentraties aan cadmium, barium en koper gemeten (boven de streefwaarden). Verontreinigingssituatie asfalt Uit de resultaten van zowel het PAK-detectoronderzoek als de DLC-analyses blijkt dat het asfalt ter plaatse van de Zuidwoldigerweg teervrij is.

In het onderzoeksrapport wordt geconcludeerd dat de resultaten geen risico's vormen vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor de voorgenomen planontwikkeling. De onderzoeksresultaten geven tevens geen aanleiding tot uitvoering van een nader bodemonderzoek. Graafwerkzaamheden Indien bij eventuele graafwerkzaamheden ter plaatse van de bouwlocatie afwijkingen worden geconstateerd of het vermoeden van een bodemverontreiniging bestaat, dient contact te worden opgenomen met de gemeente Hoogeveen. Indien sprake is vrijkomende grond van de bouwlocatie en deze kan niet op de eigen locatie worden verwerkt kan mogelijk gebruik worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Hoogeveen. Indien dit niet mogelijk is dan dient in dat geval de hergebruiksmogelijkheid, ten behoeve van toepassing elders, vastgesteld te worden. BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 29

6 april 2021

Vanaf 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit van kracht waarbij alle toepassingen van grond en baggerspecie voorafgaand aan de toepassing moeten worden gemeld (hierop zijn enkele uitzonderingen) via het landelijk meldpunt. Alle toepassingen van grond en baggerspecie (dus ook schone) dienen gemeld te worden, met uitzondering van: Schone grond (bij minder dan 50 m 3; particulieren (werk zonder aannemer); landbouwbedrijf, mits binnen bij bedrijf behorende perceel en vergelijkbaar gewas; verspreiden van baggerspecie op aangrenzend perceel.

Deze dienen minimaal 5 werkdagen voor toepassing gemeld te worden bij het landelijke meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.senternovem.nl Er wordt geconcludeerd dat het aspect bodem de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg staat.

5.2

Archeologie en Cultuurhistorie

5.2.1

Normstelling

Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Erfgoedwet die op 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze wet verplicht de gemeente bij het vaststellen van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige monumenten. De gemeente Hoogeveen heeft in navolging van wet- en regelgeving eigen cultuurhistorisch beleid ontwikkeld op het terrein van de deelgebieden archeologie, historische geografie en historische bebouwing. Toetsing vindt plaats aan de daaruit volgende archeologische monumenten kaart en de gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaarten. De Archeologische Monumenten Kaart (AMK) en de indicatieve kaart archeologische waarden (IKAW) bevat een overzicht van belangrijke archeologische terreinen in Nederland. In het plangebied zijn geen archeologische monumenten aanwezig waarmee rekening gehouden dient te worden.

5.2.2

Onderzoek en conclusie

Archeologie In het kader van dit bestemmingsplan is door het adviesbureau De Steekproef in 2018 een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. De resultaten zijn opgenomen in het rapport 'Hoogeveen, Nijstad Gemeente Hoogeveen (Dr)' (rapportnr. 2018-04/14) van juli 2018 (zie bijlage 3). Archeologische verwachting Het plangebied is conform de Beleidskaart Archeologie van de gemeente Hoogeveen (2015, zie figuur 8) gelegen in een zone met waarde archeologie 3. In deze zone zijn voor ingrepen groter dan 1.000 m2 een inventariserend veldonderzoek noodzakelijk.

BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 30

6 april 2021

Figuur 8. Beleidskaart archeologie gemeente Hoogeveen (plangebied globaal met zwart omlijnd) Resultaten In de omgeving van het plangebied ligt één vondstmelding, namelijk vuurstenen werktuigen die gevonden zijn noordelijk van de Hoogeveensche Vaart. In het plangebied ligt een pakket dekzand. Door egalisatie en ploegen is de top van het zand verstoord, met name ter plaatse van de oorspronkelijk hoogste delen van het landschap. In het noordwesten van de westelijke locatie D is lokaal een veenlaag van een beekafzetting bewaard gebleven. Tijdens het veldonderzoek zijn binnen het plangebied geen archeologische vondsten aangetroffen aan het maaiveld of in het opgeboorde zand. Conclusie Op basis van de resultaten kan geconcludeerd worden dat beperkende of beschermende maatregelen niet noodzakelijk zijn en het terrein kan dan ook archeologisch gezien worden vrijgegeven. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet blijft wel de meldplicht van kracht. Als tijdens graafwerkzaamheden alsnog archeologische vondsten of indicatoren worden aangetroffen dan dient het werk onmiddellijk te worden stilgelegd en moet dit gemeld worden bij de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, dan wel de provinciaal archeoloog en de gemeente. Cultuurhistorie In het plangebied gelden op basis van de Cultuurhistorische Beleidskaarten geen cultuurhistorische waarden.

Ook zijn in het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle paden gelegen. Geconcludeerd wordt dat het aspect cultuurhistorie de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg staat.

BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 31

6 april 2021

5.3

Water

5.3.1

Algemeen

Met dit bestemmingsplan worden nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Deze waterparagraaf is erop gericht om de actuele watersituatie en het actuele waterbeleid in beeld te brengen. Daarnaast is de waterparagraaf vooral bedoeld om een brug te slaan naar de procedures en toetsingsinstrumenten van de waterbeheerder. De gemeente Hoogeveen is gelegen in het beheersgebied van het waterschap Drents Overijsselse Delta en het waterschap Vechtstromen, welke beiden verantwoordelijk zijn voor het waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer.

5.3.2

Normstelling

De waterschappen Drents Overijsselse Delta en Vechtstromen vormen samen met waterschap Rijn en IJssel het waterschapsgebied Rijn-Oost. De waterschappen hebben hun beleid voor stedelijk waterbeheer vastgelegd in de gezamenlijke beleidsnotitie 'Water Raakt'. Deze notitie vormt op hoofdlijnen het beleid voor de wijze waarop de waterschappen in stedelijk gebied invulling geven aan het waterbeheer. Het waterbeheer richt zich op de volgende drie beleidsthema's: 1.

2.

3.

Voor het dagelijkse waterbeheer i s dat het Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR). Doel daarvan i s gedurende een heel groot deel van het jaar die wateromstandigheden te realiseren die het beste passen bij de functie zoals de provincies die hebben vastgesteld; Om in extreem natte en extreem droge omstandigheden de schade a l s gevolg van wateroverlast of watertekort te beperken i s het WB21 opgesteld. Hierin zit de trits vasthouden-bergen-afvoeren a l s voorkeursvolgorde en afwegingskader en het principe van niet afwentelen. Het stedelijk gebied dient dus waterneutraal te zijn. Mocht dit door enige goede redenen - de veiligheid i s ernstig in het geding, de kosten zijn te hoog, er spelen nijpende ruimtevraagstukken - niet kunnen, dan komen het waterschap en de gemeente passende afspraken overeen. Doel i s het watersysteem zo in te richten dat het in extreme omstandigheden en in de toekomst goed functioneert; Voor het bereiken van de goede ecologische toestand van het water zijn er de Europese richtlijnen voor ecologie en waterkwaliteit. Dit thema bestaat uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Vogel- en Habitatrichtlijnen (vertaald in de Wet natuurbescherming). Doel daarvan i s dat a l l e Europese wateren, zowel oppervlaktewater a l s grondwater, zich in 2015 in een goede ecologische en goede chemische toestand bevinden.

Met goede argumenten i s uitstel mogelijk tot uiterlijk 2027. Voor de Natura 2000-gebieden i s geen uitstel mogelijk.

Deze drie thema's hangen zo met elkaar samen dat het niet mogelijk is ze afzonderlijk van elkaar te realiseren. Er wordt gezorgd dat het watersysteem tijdig op orde is, duurzaam is ingericht, voldoet aan de landelijke normen voor het voorkomen van wateroverlast, bijdraagt aan het bereiken van grond- en oppervlaktewaterpeilen in relatie tot de functies van die wateren en gebieden, verdroging tegengaat en rekening houdt met de eisen vanuit de KRW. Om aan deze punten te voldoen is in december 2009 de Waterwet in werking getreden. De Waterwet vervangt acht bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland. Deze wet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert deze wet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Hierdoor zijn waterschappen, gemeenten en provincies beter in staat wateroverlast, waterschaarste en watervervuiling tegen te gaan. Ook voorziet de Waterwet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, natuur, landbouw, industrie en recreatie. Op basis van deze functies worden eisen gesteld aan de kwaliteit en de inrichting van het water. De instrumenten vanuit de Waterwet zijn Waterplannen (rijk en provincie), waterbeheer-plannen (waterbeheerder) en vergunningen.

BG Noord Hoogeveen, deelplan Nijstad Oost, 2018 ontwerp

NL.IMRO.0118.2018BP9006008-ON01 32

6 april 2021

5.3.3

Onderzoek en conclusie

Watertoetsproces Algemeen De gemeente heeft het waterschap Drents Overijsselse Delta op 1 juni 2017 geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. Uit de toets komt naar voren dat een reguliere procedure moet worden doorlopen. Het waterschap heeft vervolgens op 1 juni 2017 een uitgangspuntennotitie gestuurd (zie bijlage 4). In de uitgangspuntennotities is een beschrijving gegeven van de bestaande waterhuishouding. Daarnaast heeft het waterschap uitgangspunten geformuleerd waarvan het waterschap heeft aangegeven dat deze in het bestemmingsplan moeten worden verwerkt. De uitwerking op basis van de uitgangspunten is in hoofdlijnen opgenomen in dit hoofdstuk. Nadere informatie en toelichting op de uitwerking is te vinden in bijlage 5 Waterparagraaf Nijstad-Oost. Huidige situatie Maaiveld Het maaiveld rondom het plangebied ligt tussen de NAP +7,50 m tot NAP +8,80 m. De gemiddelde maaiveldhoogte van het plangebied is circa NAP +7,70. In figuur 2-1 is het maaiveldverloop weergegeven. De weg Nijstad helt af van NAP +10,95 m (oosten) tot NAP +7,88 m (westen). De weg Zuidwoldigerweg helt af van NAP +10,95 m (noorden) tot NAP +9,15 m (zuiden). Bestaande waterhuishouding Het plan ligt in het stroomgebied van de Hoogeveense Vaart. Ten noorden van het plangebied ligt een watergang van het waterschap (legger id = WH3-4-02_D).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10854013/1