CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

BG Noord Hoogeveen, 2022_vastgesteld_1.pdf

Raadsavond 8 september 2022, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Beheersverordeningen Buitengebied Noord en Buitengebied Zuid 202236.727 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Wat betreft de bouwregels van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 3.2.2; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag voor speeltoestellen maximaal 8 m en voor overige bouwwerken maximaal 3 m bedragen, met dien verstande dat voor erf- of perceelsafscheidingen geldt dat de hoogte: maximaal 1 meter mag bedragen; of maximaal 2 meter mag bedragen, mits meer dan 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd.

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 80

8 september 2022

3.2.6

Bebouwing ten dienste van camping

Op de gronden aangeduid met 'camping' zijn uitsluitend kampeermiddelen toegestaan als bedoeld in 1.60, alsmede gebouwen ten behoeve van beheer en voorzieningen (zoals kampwinkel, zwembad, recreatieruimtes et cetera), chalets, stacaravans en groepsaccommodatie, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

b. c. d. e. f. g. h. i.

tot een oppervlakte van 5 ha mag ten hoogste 3% van de oppervlakte van het verblijfsrecreatieterrein worden bebouwd met een groepsaccommodatie en gebouwen ten behoeve van beheer en voorzieningen; indien een terrein groter is, mag voor iedere hectare meer 1% meer worden bebouwd; gebouwen ten behoeve van beheer en voorzieningen dienen te worden gebouwd in één bouwlaag met kap; de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van beheer en voorzieningen bedraagt maximaal 10 m; binnen reeds aanwezige bebouwing mag een groepsaccommodatie worden gerealiseerd, met dien verstande dat bij herbouw uitsluitend de bestaande oppervlakte mag worden herbouwd en de bouwhoogte maximaal 80% van het hoofdgebouw mag bedragen; de afstand tot de perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m; maximaal 20 % van het aantal standplaatsen mag gebruikt worden voor een vast kampeermiddel a l s bedoeld in 1.95 , waarbij de oppervlakte van een vast kampeermiddel maximaal 50 m2 bedraagt en de goothoogte maximaal 3,5 m; per camping i s ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan.

Wat betreft de bouwvoorschriften van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 3.2.2 de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag voor speeltoestellen maximaal 8 m en voor overige bouwwerken maximaal 3 m bedragen; het kampeerterrein moet worden voorzien van een afschermende groenstrook van minimaal 8 m breed, waarbij alleen gebruik mag worden gemaakt van inheemse struik- en boomvormers. Tevens dient deze groenstrook op een zodanige wijze te worden onderhouden dat een goede landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd.

3.2.7 a. b. c. d.

De oppervlakte van de gebouwen mag ten hoogste 5% van de oppervlakte van de aanduiding 'gaslocatie' bedragen; De bouwhoogte van de gebouwen mag ten hoogste 5 m, dan wel de bestaande bouwhoogte bedragen; De afstand tot de perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m; De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 8 m bedragen.

3.2.8 a. b.

c.

Bebouwing ten dienste van gaslocatie

Bebouwing ten dienste van overige doeleinden

Voor het doel 'verkeer' i s het bouwen beperkt tot bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een bouwhoogte van maximaal 12 m; Ten behoeve van het doel 'natuur' i s het bouwen beperkt tot bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een bouwhoogte van 3 m, met dien verstande dat bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend mogen worden gebouwd indien deze ten dienste staan aan de natuurdoelstellingen; Voor de overige doeleinden i s het bouwen beperkt tot bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een bouwhoogte van maximaal 3 m.

3.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan: a.

b. c. d.

de plaats van de bebouwing ten behoeve van agrarische bedrijven in die zin dat: 1. dient te worden gebouwd binnen een denkbeeldige rechthoek; 2. de maximale breedte langs de weg ten hoogste 100 m en de maximale diepte ten hoogste 200 m mag bedragen; de goothoogte, bouwhoogte, dakhelling, nokrichting en dakvorm en afmeting van de gebouwen; de situering van woningen en aanbouwen en bijgebouwen; de situering van gebouwen en bouwwerken bij agrarische bedrijven in die zin dat wordt gestreefd naar een geconcentreerde vorm van bebouwing binnen een bouwvlak;

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 81

8 september 2022

e.

de verhouding tussen de oppervlakte van het hoofdgebouw en de aanbouwen en bijgebouwen.

3.4 a.

b.

c.

Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van: 1. van het bepaalde in 3.2.1.2 en de bouw van een tweede bedrijfswoning toestaan bij een agrarisch bedrijf, mits wordt gebouwd binnen het in 3.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak, met dien verstande dat een tweede bedrijfswoning niet mag worden gebouwd op de gronden die op de verbeelding zijn aangeduid met 'veiligheidszone munitie A' en 'veiligheidszone munitie B', mits: de noodzaak van de tweede bedrijfswoning i s aangetoond voor de bedrijfsvoering van het agrarisch bedrijf; de levensvatbaarheid van het agrarisch bedrijf i s aangetoond. 2. van het bepaalde in 3.2.1 en een vergroting van het oppervlak ten behoeve van fokkerijen, mesterijen en/of pluimvee toestaan, bij de met 'grondgebonden agrarisch bedrijf' aangeduide bedrijven, indien dit noodzakelijk i s op basis van wettelijke regels op het gebied van dierenwelzijn en gezondheid, mits wordt gebouwd binnen het 3.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak; 3. van het beplaade in 3.2.1.1 en 3.2.4 en een grotere goothoogte van agrarische bedrijfsgebouwen en tuincentra toestaan tot een goothoogte van 5 m; 4.

van het bepaalde in 3.2.1 en de bouw toestaan van een mestsilo buiten het in 3.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak tot een inhoud van 2.500 m³ en met een bouwhoogte van ten hoogste 5 m (exclusief afdekking), met dien verstande dat deze afwijking niet van toepassing i s voorzover de gronden zijn aangeduid met 'open gebied', mits: onvoldoende fysieke ruimte binnen het bouwperceel aanwezig i s of; vanwege milieuhygiënische knepunten realisering op het bouwperceel ongewenst i s of; bedrijfstechnische en verkeerstechnische overwegingen aanwezig zijn, waarom mestopslag op een veldkavel moet worden gerealiseerd. 5. van het bepaalde in 3.2.1. en de bouw toestaan van sleufsilo's buiten het in 3.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak tot een bouwhoogte van 3 m en tot een inhoud van maximaal 2.500 m³; 6.

van het bepaalde in 3.2.2 en de verbouw toestaan van een bestaande woning met bijgebouwen tot buitenplaats met een minimum oppervlakte van 300 m² en een maximum oppervlakte van 600 m², mits: het gelegen i s op de gronden aangeduid met 'landschapsbouw'; sprake i s van (de aanplant van) minimaal 1 ha bos; de woning op een hoek of een overgang in het landschapsbeeld staat, dan wel de beëindiging van een zichtlijn vormt of een soortgelijke prominente plaats; door de situering, afmetingen, kleurstelling en bouwstijl van de gebouwen het karakter a l s buitenplaats wordt verkregen; het erf van voldoende omvang i s (ten minste 1.500 m²); deze afwijking i s niet van toepassing voorzover de gronden op de verbeelding zijn aangeduid met 'veiligheidszone munitie A' of 'veiligheidszone munitie B. 7. van het bepaalde in 3.2.2 en het afwijken van de bestaande verschijningsvorm toestaan bij her- en/of verbouw van een bestaand hoofdgebouw, uitsluitend voorzover het pand op de verbeelding i s aangeduid met 'woning' of 'dubbele woning', mits: bestaande verschijningsvorm stedenbouwkundig gezien niet de meest gewenste is; indien van toepassing bij het wijzigen van de verschijningsvorm rekening wordt gehouden met de ter plaatse geldende uitgangspunten zoals deze in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit zijn vastgelegd; De onder a bedoelde afwijking mag: 1.

geen onevenredige afbreuk doen aan de in 3.1 omschreven waarden; 2. geen onevenredig negatieve invloed hebben op het milieu, de kwaliteit van de bodem en het grond- en oppervlaktewater; 3. geen negatieve invloed hebben op de ontwikkelingsmogelijkheden van andere gronden en gebouwen Voorzover de afwijking onder a gepaard gaat met bodemingrepen dieper dan 30 cm en betrekking heeft op gronden welke zijn gelegen buiten het bouwperceel of bouwblok en op de verbeelding zijn aangeduid a l s 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde', wordt de afwijking niet eerder verleend dan nadat uit archeologisch (voor)onderzoek i s gebleken dat zich geen archeologische waarden bevinden in het gebied waarop de afwijking betrekking heeft. Het genoemde archeologisch (voor)onderzoek i s tevens

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 82

8 september 2022

van toepassing op een strook van 50 m rond de verbeelding met 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde' aangeduide gebieden.

3.5 a.

b.

Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in 3.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning met uitzondering van mantelzorg; 2. het gebruik van de gronden voor een paardenbak, met uitzondering van alle soorten agrarische bedrijven en niet agarische bedrijven categorie B1; 3. het gebruik van recreatiewoningen en vaste kampeermiddelen ten behoeve van permanente bewoning; 4. het gebruik van kampeermiddelen ten behoeve van bewoning. Gebruik van ruimten binnen de (bedrijfs)woning of in de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, wordt a l s gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met bijbehorende bijgebouwen mag, indien dat niet meer dan 75 m² betreft, worden gebruikt voor aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten; 2. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in de woonomgeving; 3. de activiteit mag niet vergunningplichtig danwel meldingsplichtig ingevolge de Wet milieubeheer zijn; 4.

er mag geen detailhandel ter plaatse plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop a l s ondergeschikte activiteit van de aan-huis-verbonden activiteit of e-commerce; 5. ten behoeve van e-commerce i s geen showroom aanwezig.

3.6 a.

b.

c.

d. e.

Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.5 indien strikte toepassing van dit voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd; Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken voor het aanbrengen van mestopslagplaatsen, welke niet a l s bouwwerk worden aangemerkt, tot een inhoud van 2.500 m³, buiten het in 3.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak, mits: onvoldoende fysieke ruimte binnen het bouwperceel aanwezig i s of; vanwege milieuhygiënische knepunten realisering op het bouwperceel ongewenst i s of; bedrijfstechnische en verkeerstechnische overwegingen aanwezig zijn, waarom mestopslag op een veldkavel moet worden gerealiseerd. Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van het gebruik van gronden voor een paardenbak bij omgevingsvergunnning afwijken van de regels, met dien verstande dat: 1. de afwijking alleen betrekking heeft op de aanduiding 'woning' en 'dubbele woning'; 2. de afstand tot het erf niet meer dan 30 m bedraagt; 3. de afstand tussen de paardenbak en een bestaande woning van derden ten minste 15 m bedraagt; 4. de oppervlakte van de paardenbak niet meer dan 800 m² bedraagt; 5. een open omheining wordt toegepast met een maximale hoogte van 2 m; 6.

de paardenbak niet i s voorzien van bestrating of andere verharding; 7. de hoogte van lichtmasten niet meer bedraagt dan 3,5 m met dien verstande dat de lampen moeten worden voorzien van een afschermende kap, waardoor de lichtbundel uitsluitend i s gericht op de paardenbak, zodat de omgeving gevrijwaard blijft van lichthinder; 8. een goede landschappelijke inpassing i s gewaarborgd. Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van evenementen bij omgevingsvergunning afwijken van de regels. Deze afwijking i s niet van toepassing voorzover de gronden op de verbeelding zijn aangegeven met 'veiligheidszone munitie A' of 'veiligheidszone munitie B'. Voorzover de onder b, c en d genoemde afwijking gepaard gaat met bodemingrepen dieper dan 30 cm en betrekking heeft op gronden welke zijn gelegen buiten het bouwperceel of bouwblok en op de verbeelding zijn aangeduid met 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde', wordt de afwijking niet eerder verleend dan nadat uit archeologisch (voor)onderzoek i s gebleken dat zich geen archeologische waarden bevinden in het gebied waarop de afwijking betrekking heeft. Het genoemde archeologisch (voor)onderzoek i s tevens van toepassing op een strook van 50 m rond de plankaart met 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde'

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 83

8 september 2022

f.

aangeduide gebieden. De onder b, c en d genoemde afwijking mag geen onevenredige afbreuk doen aan de in 3.1 omschreven waarden.

3.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

b.

c.

d. e. f.

g.

h. i.

Het i s verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanbrengen van beplantingen ten behoeve van de teelt van laan- en parkbomen en boomfruit, alsmede bos voorzover de gronden niet zijn aangeduid met 'open gebied'; 2. het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen zoals picknickplaatsen en parkeervoorzieningen. Deze bepaling geldt niet voor de gronden die op de plankaart binnen 'veiligheidszone munitie A' vallen; 3. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen; 4. het aanbrengen van lijnvormige beplantingen; 5. het aanbrengen van drainage en/of een greppelsysteem, het zoeken naar delfstoffen (seismisch onderzoek en exploratieonderzoek), het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen of verwijderen van dammen en stuwen voorzover het gronden betreft die zijn aangeduid met 'hydrologisch aandachtsgebied'; 6. egaliseren. De sub a bedoelde vergunning i s niet vereist indien: 1. werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud tot doel hebben; 2. De sub a, onder 4 bedoelde vergunning i s niet vereist indien sprake i s van erfbeplanting; 3.

De sub a, onder 1 bedoelde vergunning i s niet vereist indien de aaneengesloten oppervlakte (inclusief bestaand) voor dit doel minder dan 1 ha gaat bedragen. Voorzover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in z'n geheel in de beoordeling betrokken. De sub a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de in lid 3.1 omschreven waarden. Indien de aanlegvergunning gevolgen kan hebben voor de waterhuishouding, wordt de aanvraag voor de aanlegvergunning voorgelegd aan het betreffende waterschap met het verzoek de aanvraag te voorzien van een deskundigenadvies. Voorzover de aanlegvergunning onder a gepaard gaat met bodemingrepen dieper dan 30 cm en betrekking heeft op gronden welke zijn gelegen buiten het bouwperceel of bouwblok en op de verbeelding zijn aangeduid a l s 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde', wordt de aanlegvergunning niet eerder verleend dan nadat advies i s ingewonnen bij de provinciaal archeoloog. Dit advies zal tevens worden ingewonnen indien de aanlegvergunning betrekking heeft op gronden binnen een strook van 50 m rond de gebieden op de plankaart aangeduid met 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde'.

Voorzover de sub a, onder 5 bedoelde vergunning betrekking heeft op gronden die zijn aangeuid met 'hydrologische aandachtsgebied' en tevens op de plankaart zijn voorzien van de aanduiding 'bestaand bos', zal het verzoek om aanlegvergunning mede worden afgewogen op basis van de gevolgen voor het omliggende agrarische gebied. De sub a, onder 1 bedoelde vergunning wordt, voorzover deze betrekking heeft op de aanplant van bos, niet eerder verleend dan nadat advies i s ingewonnen bij de provincie Drenthe. De sub a, onder 1 bedoelde vergunning wordt niet verleend indien a l s gevolg van de bosaanplant omliggende agrarische bedrijven in de (toekomstige) uitbreidingsmogelijkheden worden belemmerd.

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 84

8 september 2022

Artikel 4 4.1

Agrarisch II

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch II' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden; behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'landgoed' en/of 'natuur'; c. uitoefening van het agrarisch bedrijf; d. bosbouw, met uitzondering van de gronden aangeduid met 'open gebied'; e. dagrecreatie; f. wonen, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'woning', 'woning landgoed' en/of 'dubbele woning'; g. kwekerij, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'kwekerij'; h. niet-agrarische bedrijven, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'bedrijven, categorie B1' en 'bedrijven, categorie B2; i . verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van recreatiewoningen met bijbehorende kleinschalige recreatieve voorzieningen en beheersvoorzieningen, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'recreatiewoningterrein'; j. camping, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'camping'; k. begraafplaats, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'begraafplaats; l . bestaand bos, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'bestaand bos'; m. beheersgebouw, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'beheersgebouw'; n. clubhuis, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'clubhuis'; o. verkeer, uitsluitend voorzover het de bestaande wegen betreft; p.

water en waterhuishoudkundige voorzieningen; q. terrein van archeologische betekenis, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangegeven met 'terrein van archeologische betekenis'; r. terrein van hoge archeologische waarde, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangegeven met 'terrein van hoge archeologische waarde'; s . terrein van zeer hoge archeologische waarden, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangegeven met 'terrein van zeer hoge archeologische waarde'; t. veiligheidszone munitie, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangegeven met 'veiligheidszone munitie A', 'veiligheidszone munitie B en 'veiligheidszone munitie C'; u. vrijwaringszone radiotelescoop, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangegeven met 'vrijwaringszone radiotelescoop'; v. zend- en ontvangstinstallaties uitsluitend voor zover de gronden zijn aangegeven met 'zend-/ontvangstinstallantie'; w. ontsluitingsvoorzieningen ten behoeve van aanduidingen en bouwvlakken.

4.1.1

Nadere uitwerking bestemmingsomschrijving

In het doel 'behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden' is het aanbrengen van landschapselementen groter dan 1 ha niet begrepen. In het doel 'kwekerij' is detail- en groothandel begrepen, uitsluitend voorzover het ter plaatse gekweekte producten betreft. In het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' zijn kwekerijen niet begrepen. In het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' is het kweken van laan- en parkbomen en boomfruit niet begrepen indien de gronden zijn aangeduid met 'open gebied'; In het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' is het vergisten van mest/organische bijproducten begrepen tot een doorzet van maximaal 100 ton per etmaal. Mestopslagplaatsen, toren- en sleufsilo's, buiten het in 4.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak, zijn niet in het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' begrepen. BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 85

8 september 2022

Het doel 'bosbouw' is beperkt tot bestaand bos, bestaande bosstroken en de aanleg van bos en bosstroken. De aanleg van bos en bosstroken is niet toegestaan voorzover de gronden zijn aangeduid met 'open gebied'. Het doel 'niet-agrarische bedrijven' is beperkt tot de op het moment dat de beheersverordening is vastgesteld aanwezige bedrijfsuitoefening en voor nijverheidsbedrijven of ambachtelijke of dienstverlenende bedrijven (waaronder opslag begrepen) genoemd in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijven dan wel hiermee wat betreft het leefklimaat vergelijkbare bedrijven. Bij de beoordeling of sprake is van een bedrijf dat wat betreft het leefklimaat vergelijkbaar is met de bedrijven genoemd in de categorieën 1 en 2, ligt de nadruk op de aspecten geluid, lucht, water, bodem en verkeer. In het doel 'Ontsluitingsvoorzieningen ten behoeve van aanduidingen en bouwvlakken' geldt dat nieuwe ontsluitingsvoorziening alleen zijn toegestaan, voor zover de overige doeleinden uit de bestemming niet in hun doelmatig gebruik en/of hun functie worden beperkt.

De doeleinden ten aanzien van het behoud en herstel, en voorzover de gronden op de verbeelding zijn aangeduid als 'landgoed' en/of 'natuur' de ontwikkeling van de landschappelijke en natuurlijke waarden worden nagestreefd door middel van behoud, herstel en/of, voorzover de gronden op de plankaart zijn aangeduid als 'landgoed' en/of 'natuur', de ontwikkeling van de volgende essentiële ruimtelijke randvoorwaarden: open gebied ten noorden van Fluitenberg en nabij Zonne Claer reliëf; grootschalige landbouwpercelen nabij Zonne Claer; smalle, langgerekte percelen ten noorden van Fluitenberg, ten noorden van de Wijsterse Weg en rond Zwartschaap; afwisseling in open gebieden en bosgebieden tussen Tiendeveen en Nieuweroord; twee grafheuvels ten noorden van Fluitenberg; cultuurhistorisch waardevolle wijken nabij Nieuweroord; beekdal Ruiner Aa ten noorden van Pesse; terreinen van archeologische betekenis en archeologische waarde; verspreide bebouwing nabij Zwartschaap; bebouwing in één bouwlaag met kap; Nuil cultuurhistorisch waardevolle nederzetting.

Het doel 'dagrecreatie' is beperkt tot de inrichting en het gebruik van de bestaande dagrecreatieve terreinen en van dagrecreatieve voorzieningen in de vorm van voet-, fiets- en ruiterpaden, picknick-plaatsen, parkeervoorzieningen, visoevers en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen en voorzover op de plankaart aangegeven met 'dagrecreatie' tevens voor een golfterrein. Van de in de bestemming begrepen wegen mag het aantal rijstroken ten hoogste twee bedragen. 4.1.2 a.

Onderlinge verhoudingen

Ondergeschikte doeleinden

Alle overige doeleinden zijn ondergeschikt aan het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' en 'behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden'. b.

Bovengeschikte doeleinden

Het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf'en 'behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden' zijn bovengeschikt aan de overige doeleinden. c.

Nevengeschikte doeleinden

Voorzover de onderlinge verhouding niet is aangemerkt als ondergeschikt of bovengeschikt zijnde doeleinden nevengeschikt aan elkaar. Voorzover activiteiten slechts toelaatbaar zijn op grond van een afwijking of aanlegvergunning zal BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 86

8 september 2022

voorzover het betreft het behoud en/of herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden de onderlinge verhouding worden bepaald ten opzichte van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de in 4.1 genoemde kenmerken en kwaliteiten.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Bebouwing ten dienste van de bedrijfsmatigeuitoefening van het agrarisch bedrijf

de uitoefening van een agrarisch bedrijf met bijbehorende bebouwing, ter plaatse van de aanduiding agrarisch bedrijf, mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1,5 ha; de uitoefening van een agrarisch bedrijf met bijbehorende bebouwing waarbij een intensieve tak i s uitgesloten, ter plaatse van de aanduiding grondgebonden agrarisch bedrijf, mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1,5 ha; de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf met intensieve tak met bijbehorende bebouwing, ter plaatse van de aanduiding grondgebonden agrarisch bedrijf met intensieve tak, mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1,5 ha.

4.2.1.1 Bedrijfsgebouwen Van gebouwen mag de goot- en bouwhoogte ten hoogste 4,5 m, respectievelijk 12 m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte bedragen. De bouwhoogte van kassen bedraagt ten hoogste 8 m. De afstand tot de perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m; De oppervlakte van gebouwen ten behoeve van fokkerijen, mesterijen en/of pluimvee mag per bedrijf aangeduid met 'grondgebonden agrarisch bedrijf' en 'grondgebonden agrarische bedrijf met bestaande intensieve tak' ten hoogste 250 m² dan wel ten hoogste de bestaande oppervlakte bedragen indien deze meer bedraagt; De oppervlakte van gebouwen ten behoeve van fokkerijen, mesterijen en/of pluimvee mag per bedrijf aangeduid met 'agrarisch bedrijf' ten hoogte de bestaande oppervalkte bedragen, vermeerderd met 250 m2 of ten hoogste 10 % van de bestaande oppervlakte indien deze oppervlakte meer dan 2500 m2 bedraagt; Onder bedrijfsgebouwen zijn kassen toegestaan met een bouwhoogte van meer dan 1,2 m tot een oppervlakte van 1000 m2, met dien verstande dat het oprichten van kassen niet i s toegestaan voor zover de gronden zijn gelegen binnen het gebied dat op de verbeelding aangeduid i s met 'veiligheidszone munitie C';

4.2.1.2 Bedrijfswoningen Per bedrijf is ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan. Wat betreft de regels van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 4.2.2; 4.2.1.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 12 m bedragen binnen het genoemde aaneengesloten oppervlak van 1,5 ha; Buiten het genoemde aaneengesloten oppervlak van 1,5 ha: 1. i s de bouw van kassen toegestaan tot een bouwhoogte van 1,2 m, met dien verstande dat het oprichten van kassen niet i s toegestaan voorzover de gronden zijn gelegen binnen het gebied dat op de verbeelding i s aangeduid met 'veiligheidszone munitie C'; 2. mogen uitsluitend andere bouwwerken, niet zijnde overkappingen en mest- en sleufsilo's, worden gebouwd tot een maximale bouwhoogte van 3 m.

4.2.1.4 Overige bepalingen De bebouwing dient per bedrijf te worden geconcentreerd binnen een denkbeeldige vierhoek. De uitbreidingsrichting dient aan te sluiten bij het aanwezige bebouwingspatroon, waarbij tevens rekening dient te worden gehouden met het uitzicht van woningen.

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 87

8 september 2022

4.2.2

Bebouwing ten dienste van wonen

4.2.2.1 Bouwregels hoofdgebouw a. b. c. d. e. f. g.

Ten behoeve van wonen i s per met 'woning' aangeduid gebied ten hoogste één woning toegestaan; Per met 'dubbele woning' aangeduid gebied zijn ten hoogste twee woningen toegestaan, uitsluitend in de vorm van twee-aaneen-gebouwde woningen dan wel in de vorm van twee wooneenheden in een voormalig agrarisch bedrijf; De goothoogte bedraagt voor ten minste 65 % van de lengte maximaal 3,5 m en voor het resterende gedeelte ten hoogste 4,5 m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze meer bedragen. De afstand tot de perceelsgrens bedraagt tenminste 2,5 m. Het hoofdgebouw moet zijn voorzien van een kap, waarvan de helling minimaal 30° en maximaal 60° dient te bedragen. Bij verbouw dient te worden aangesloten bij de bestaande verschijningsvorm. De oppervlakte van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 200 m², dan wel de bestaande oppervlakte indien deze groter is.

4.2.2.2 Bouwregels bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen, waaronder begrepen aan- en uitbouwen, de volgende bepalingen gelden: a.

De gezamenlijke oppervlakte aan aan- en bijgebouwen per hoofdgebouw bedragen maximaal: 1. 150 m2 bij een erf met een oppervlakte tot 1.500 m2; 2. 175 m2 bij een erf met een oppervlakte vanaf 1.500 m2 tot 2.000 m2; 3. 200 m2 bij een erf met een oppervlakte vanaf 2.000 m2 en groter;

en met dien verstande dat: b. c. d. e. f.

ten hoogste 50% van het bij het hoofdgebouw aansluitende erf mag worden bebouwd; de afstand tussen het hoofdgebouw en bijgebouwen maximaal 30 meter mag bedragen; de bouwhoogte niet meer dan 80% van de bouwhoogte van het hoofdgebouw mag bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte in ieder geval maximaal 6 meter mag bedragen, ongeacht de bouwhoogte van het hoofdgebouw; een bijgebouw moet zijn voorzien van kap, waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; In aanvulling op het bepaalde onder sub a tot en met sub e i s de bestaande maatvoering toegestaan, met uitzondering van op het tijdstip van inwerking treden van het plan bestaande maatvoering die i s gebouwd zonder vergunning en in strijd i s met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Wanneer dit bestaande bijgebouw wordt gesloopt i s voor de bebouwing het bepaalde onder sub a tot en met sub e van toepassing, met uitzondering van de oppervlakte. Hiervoor geldt dat de bestaande overschrijding van het aantal vierkante meters aan aan- en bijgebouwen terug mag worden gebouwd, tot een maximum van 500 m2 aan aan- en bijgebouwen. Hierbij zijn de m 2 die bij recht zijn toegestaan inbegrepen.

4.2.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 3 meter mag bedragen, met dien verstande dat voor erf- of perceelsafscheidingen geldt dat de hoogte: a. b.

maximaal 1 meter mag bedragen; of maximaal 2 meter mag bedragen, mits meer dan 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd;

4.2.3 a. b. c. d.

Bebouwing ten dienste van woning landgoed

Ten behoeve van wonen i s per met 'woning landgoed' aangeduid gebied ten hoogste één woning toegestaan; De vloeroppervlakte van de woning bedraagt minimaal 350 m2 en maximaal 600 m²; De bouwhoogte bedraagt minimaal 5 m en maximaal 12 m; De afstand tot de perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m;

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 88

8 september 2022

e. f. g. h.

Indien het hoofdgebouw wordt afgedekt met een kap, mag de hoogte van de dakopbouw maximaal twee/vijfde van de totale hoogte bedragen; Ten behoeve van de woning aangeduid met 'woning landgoed' zijn aan- en bijgebouwen toegestaan tot een gezamenlijke oppervlakte van 200 m²; De bouwhoogte van de aan- en bijgebouwen mag maximaal 6 m bedragen, terwijl de goothoogte maximaal 4,5 m mag bedragen; De aan- en bijgebouwen dienen een ruimtelijke eenheid te vormen met het hoofdgebouw. Het aantal bijgebouwen bedraagt maximaal twee.

4.2.4 a. b. c. d. e. f.

Ten behoeve van de betreffende bedrijven op de verbeelding aangeduid met 'bedrijven, categorie B1' en 'bedrijven, categorie B2' mag de oppervlakte van de bestaande gebouwen met maximaal 10% worden vergroot; De goot- en bouwhoogte van de gebouwen mogen maximaal 4,5 m respectievelijk 12 m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte bedragen, indien deze meer bedragen; De afstand tot de perceelsgrens bedraagt tenminste 2,5 m; Per op de verbeelding met 'bedrijven, categorie B1' aangeduid bedrijf i s de bouw van maximaal één bedrijfswoning toegestaan. Voor het overige i s de bouw van bedrijfswoningen, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoningen, niet toegestaan; Wat betreft de regels van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 4.2.2; De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 m bedragen.

4.2.5 a. b. c. d. e.

Bebouwing ten dienste van niet-agrarische bedrijven

Bebouwing ten dienste van kwekerij

Gebouwd dient te worden binnen het bouwvlak; De goot- en bouwhoogte van gebouwen bedraagt respectievelijk ten hoogste 3,5 m en 8 m dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte, indien deze meer bedragen; De afstand tot de perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m; Bedrijfswoningen (met uitzondering van de bestaande) zijn niet toegestaan. Wat betreft de regels van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 4.2.2; De hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 m bedragen.

4.2.6

Bebouwing ten dienste van recreatiewoningenterrein

Voorzover de gronden zijn aangeduid met 'recreatiewoningterrein' gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.

e. f.

g. h. i. j. 1. 2.

het bebouwde oppervlak per recreatiewoning bedraagt maximaal 100 m² (inclusief aanbouwen en bijgebouwen) dan wel de bestaande oppervlakte indien deze groter is; de perceelsoppervlakte bedraagt per recreatiewoning minimaal 300 m²; de afstand van gebouwen tot de grens met de aanduiding 'recreatiewoningterrein' dient ten minste 10 m, dan wel ten minste de bestaande afstand indien deze minder is, te bedragen; de gronden met de aanduiding 'recreatiewoningterrein' mogen tot een oppervlakte van 5 ha voor ten hoogste 3% worden bebouwd ten behoeve van beheer en voorzieningen, te verhogen met 1% van het aantal meerdere hectares boven de 5 ha; uitbreiding van het aantal bestaande recreatiewoningen op het recreatiewoningterrein i s niet toegestaan; gebouwd dient te worden in één bouwlaag met of zonder kap met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3,5 m en 6,5 m voor de recreatiewoningen (inclusief aanbouwen en bijgebouwen) , dan wel ten hoogste de bestaande goothoogte en bouwhoogte indien deze meer bedragen; de afstand tot de perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m; de bouwhoogte voor gebouwen ten behoeve van beheer en voorzieningen bedraagt ten hoogste 10 m, dan wel de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedragen. Gebouwd dient te worden in één bouwlaag met kap; per recreatiewoningterrein i s ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan.

Wat betreft de bouwregels van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 4.2.2; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag voor speeltoestellen maximaal 8 m en voor overige bouwwerken maximaal 3 m bedragen, met dien verstande dat voor erf- of perceelsafscheidingen geldt dat de hoogte: maximaal 1 meter mag bedragen; of maximaal 2 meter mag bedragen, mits meer dan 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd.

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 89

8 september 2022

4.2.7

Bebouwing ten dienste van camping

Op de gronden aangeduid met 'camping' zijn uitsluitend kampeermiddelen toegestaan als bedoeld in 1.60, alsmede gebouwen ten behoeve van beheer en voorzieningen (zoals kampwinkel, zwembad, recreatieruimtes et cetera), chalets, stacaravans en groepsaccommodatie, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

b. c. d. e. f. g. h. i.

tot een oppervlakte van 5 ha mag ten hoogste 3% van de oppervlakte van het verblijfsrecreatieterrein worden bebouwd met een groepsaccommodatie en gebouwen ten behoeve van beheer en voorzieningen; indien een terrein groter is, mag voor iedere hectare meer 1% meer worden bebouwd; gebouwen ten behoeve van beheer en voorzieningen dienen te worden gebouwd in één bouwlaag met kap; de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van beheer en voorzieningen bedraagt maximaal 10 m; binnen reeds aanwezige bebouwing mag een groepsaccommodatie worden gerealiseerd, met dien verstande dat bij herbouw uitsluitend de bestaande oppervlakte mag worden herbouwd en de bouwhoogte maximaal 80% van het hoofdgebouw mag bedragen; de afstand tot de perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m; maximaal 20 % van het aantal standplaatsen mag gebruikt worden voor een vast kampeermiddel a l s bedoeld in 1.95 , waarbij de oppervlakte van een vast kampeermiddel maximaal 50 m2 bedraagt en de goothoogte maximaal 3,5 m; per camping i s ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan.

Wat betreft de bouwvoorschriften van bedrijfswoningen gelden de bepalingen zoals opgenomen in 4.2.2; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag voor speeltoestellen maximaal 8 m en voor overige bouwwerken maximaal 3 m bedragen; het kampeerterrein moet worden voorzien van een afschermende groenstrook van minimaal 8 m breed, waarbij alleen gebruik mag worden gemaakt van inheemse struik- en boomvormers. Tevens dient deze groenstrook op een zodanige wijze te worden onderhouden dat een goede landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd.

4.2.8

Bebouwing ten dienste van landgoed

Voorzover de gronden zijn aangeduid met 'woning landgoed' gelden de bepalingen zoals opgenomen in 4.2.3; Ten behoeve van het doel 'landgoed' mogen alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten behoeve van: de uitoefening van het grondgebonden agrarisch bedrijf, met uitzondering van mest- en sleufsilo's; niet-commerciële duivenhouderij; openbare nutsvoorzieningen.

De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 6 m. De inhoud van bouwwerken geen gebouwen zijnde, waaronder begrepen een duiventil, bedraagt 16 m3 . 4.2.9 a.

b.

Ten behoeve van het doel 'dagrecreatie' i s uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'beheersgebouw' een beheersgebouw ten behoeve van het golfterrein met een maximale oppervlakte van 850 m² en een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4,5 m en 8 m toegestaan; Ten behoeve van het doel 'dagrecreatie' i s uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'clubhuis' een clubhuis ten behoeve van het golfterrein met een maximale oppervlakte van 1.750 m² en een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4,5 m en 8 m toegestaan.

4.2.10 a. b.

c.

Bebouwing ten dienste van dagrecreatie

Bebouwing ten dienste van overige doeleinden

Voor het doel 'verkeer' i s het bouwen beperkt tot bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een bouwhoogte van maximaal 12 m; Ten behoeve van de doel 'begraafplaats' i s het bouwen van bouwwerken beperkt tot 5% van deze gronden en i s de bouwhoogte van bouwwerken beperkt tot maximaal 6 m, met dien verstande dat het realiseren van een bedrijfswoning ten behoeve van de doel 'begraafplaats' niet i s toegestaan. De afstand tot de perceelsgrens bedraagt tenminste 2,5 m; Ten behoeve van het doel 'natuur' i s het bouwen beperkt tot bouwwerken, geen gebouwen

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 90

8 september 2022

d.

zijnde, tot een bouwhoogte van 3 m, met dien verstande dat bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend mogen worden gebouwd indien deze ten dienste staan aan de natuurdoelstellingen; Voor de overige doeleinden i s het bouwen beperkt tot bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een bouwhoogte van maximaal 3 m.

4.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan: a.

b. c. d. e.

de plaats van de bebouwing ten behoeve van agrarische bedrijven in die zin dat: 1. dient te worden gebouwd binnen een denkbeeldige rechthoek; 2. de maximale breedte langs de weg ten hoogste 100 m en de maximale diepte ten hoogste 200 m mag bedragen; de goothoogte, bouwhoogte, dakhelling, nokrichting en dakvorm en afmeting van de gebouwen; de situering van woningen en aanbouwen en bijgebouwen; de situering van gebouwen en bouwwerken bij agrarische bedrijven in die zin dat wordt gestreefd naar een geconcentreerde vorm van bebouwing binnen een bouwvlak; de verhouding tussen de oppervlakte van het hoofdgebouw en de aanbouwen en bijgebouwen.

4.4 a.

Afwijken bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van: 1. van het bepaalde in 4.2.1.2 en de bouw van een tweede bedrijfswoning toestaan bij een agrarisch bedrijf, mits wordt gebouwd binnen het in 4.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak, met dien verstande dat een tweede bedrijfswoning niet mag worden gebouwd op de gronden die op de verbeelding zijn aangegeven met 'veiligheidszone munitie B', mits: de noodzaak van de tweede bedrijfswoning i s aangetoond voor de bedrijfsvoering van het agrarisch bedrijf; de levensvatbaarheid van het agrarisch bedrijf i s aangetoond. 2. van het bepaalde in 4.2.1. en een vergroting van het oppervlak ten behoeve van fokkerijen, mesterijen en/of pluimvee toestaan, bij de met 'grondgebonden agrarisch bedrijf' aangeduide bedrijven, indien dit noodzakelijk i s op basis van wettelijke regels op het gebied van dierenwelzijn en -gezondheid, mits wordt gebouwd binnen het 4.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak; 3. van het bepaalde in 4.2.1.

en een vergroting van het oppervlak ten behoeve van fokkerijen, mesterijen en/of pluimvee toestaan, bij de met 'grondgebonden agrarisch bedrijf met bestaande intensieve tak' en 'agrarisch bedrijf' aangeduide bedrijven, indien dit noodzakelijk i s op basis van wettelijke regels op het gebied van dierenwelzijn en -gezondheid, mits wordt gebouwd binnen het 4.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak; 4. van het bepaalde in 4.2.1.1 en 4.2.5 en een grotere goothoogte van agrarische bedrijfsgebouwen en kwekerijen toestaan tot een goothoogte van 5 m; 5. van het bepaalde in 4.2.4 en uitbreiding van bebouwing ten dienste van niet-agrarische bedrijven toestaan, uitsluitend voorzover deze op de plankaart zijn aangeduid met 'bedrijven, categorie B1', mits de oppervlakte met niet meer dan 25% wordt vergroot; een uitbreiding met meer dan 25% i s mogelijk na een vooraf verkregen schriftelijke akkoordverklaring van Gedeputeerde Staten en a l s de bedrijfseconomische noodzaak i s aangetoond; 6.

van het bepaalde in 4.2.1 en de bouw toestaan van een mestsilo buiten het in 4.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak tot een inhoud van 2.500 m³ en met een bouwhoogte van ten hoogste 5 m (exclusief afdekking), met dien verstande dat deze afwijking niet van toepassing i s voorzover de gronden zijn aangeduid met 'open gebied', mits: onvoldoende fysieke ruimte binnen het bouwperceel aanwezig i s of ; vanwege milieuhygiënische knepunten realisering op het bouwperceel ongewenst i s of; bedrijfstechnische en verkeerstechnische overwegingen aanwezig zijn, waarom mestopslag op een veldkavel moet worden gerealiseerd. 7. van het bepaalde in 4.2.1 en de bouw toestaan van sleufsilo's buiten het in 4.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak tot een bouwhoogte van 3 m en tot een inhoud van

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 91

8 september 2022

maximaal 2.500 m³; van het bepaalde in 4.2.3 en toestaan dat de vloeroppervlakte van de woning aangeduid a l s 'woning landgoed' wordt vergroot tot maximaal 750 m2; 9. van het bepaalde in 4.2.3 en toestaan dat bij de woning aangeduid a l s 'woning landgoed' de maximale oppervlakte voor aan- en bijgebouwen wordt vergroot tot 250 m2; 10. van het bepaalde in 4.2.2 de verbouw toestaan van een bestaande woning met bijgebouwen tot buitenplaats met een minimum oppervlakte van 300 m² en een maximum oppervlakte van 600 m², mits: het gelegen i s op de gronden aangeduid met 'landschapsbouw'; sprake i s van (de aanplant van) minimaal 1 ha bos; de woning op een hoek of een overgang in het landschapsbeeld staat, dan wel de beëindiging van een zichtlijn vormt of een soortgelijke prominente plaats; door de situering, afmetingen, kleurstelling en bouwstijl van de gebouwen het karakter a l s buitenplaats wordt verkregen; het erf van voldoende omvang i s (ten minste 1.500 m²); deze afwijking i s niet van toepassing voorzover de gronden op de verbeelding zijn aangeduid met 'veiligheidszone munitie A' of 'veiligheidszone munitie B'. 11. van het bepaalde in 4.2.2.

enhet afwijken van de bestaande verschijningsvorm toestaan bij her- en/of verbouw van een bestaand hoofdgebouw, uitsluitend voorzover het pand op de verbeelding i s aangeduid met 'woning' of 'dubbele woning', mits: bestaande verschijningsvorm stedenbouwkundig gezien niet de meest gewenste is; indien van toepassing bij het wijzigen van de verschijningsvorm rekening wordt gehouden met de ter plaatse geldende uitgangspunten zoals deze in de nota ruimtelijke kwaliteit zijn vastgelegd; De onder a bedoelde afwijking mag: 1. geen onevenredige afbreuk doen aan de in 4.1 omschreven waarden; 2. geen onevenredig negatieve invloed hebben op het milieu, de kwaliteit van de bodem en het grond- en oppervlaktewater; 3. geen negatieve invloed hebben op de ontwikkelingsmogelijkheden van andere gronden en gebouwen Voorzover de afwijking onder a gepaard gaat met bodemingrepen dieper dan 30 cm en betrekking heeft op gronden welke zijn gelegen buiten het bouwperceel of bouwblok en op de verbeelding zijn aangeduid a l s 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde', wordt de afwijking niet eerder verleend dan nadat uit archeologisch (voor)onderzoek i s gebleken dat zich geen archeologische waarden bevinden in het gebied waarop de afwijking betrekking heeft.

Het genoemde archeologisch (voor)onderzoek i s tevens van toepassing op een strook van 50 m rond de verbeelding met 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde' aangeduide gebieden. 8.

b.

c.

4.5 a.

b.

Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in 4.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning met uitzondering van mantelzorg; 2. het gebruik van de gronden voor een paardenbak, met uitzondering van alle soorten agrarische bedrijven en niet agarische bedrijven categorie B1; 3. het gebruik van recreatiewoningen en vaste kampeermiddelen ten behoeve van permanente bewoning; 4. het gebruik van kampeermiddelen ten behoeve van bewoning. Gebruik van ruimten binnen de (bedrijfs)woning of in de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, wordt a l s gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met bijbehorende bijgebouwen mag, indien dat niet meer dan 75 m² betreft, worden gebruikt voor aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten; 2. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in de woonomgeving; 3. de activiteit mag niet vergunningplichtig danwel meldingsplichtig ingevolge de Wet milieubeheer zijn; 4.

er mag geen detailhandel ter plaatse plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop a l s ondergeschikte activiteit van de aan-huis-verbonden activiteit of e-commerce; 5. ten behoeve van e-commerce i s geen showroom aanwezig.

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 92

8 september 2022

4.6 a. b.

c.

d.

e.

f.

Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.5 indien strikte toepassing van dit voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd; Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken voor het aanbrengen van mestopslagplaatsen, welke niet a l s bouwwerk worden aangemerkt, tot een inhoud van 2.500 m³, buiten het in 4.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak, mits: onvoldoende fysieke ruimte binnen het bouwperceel aanwezig i s of; vanwege milieuhygiënische knepunten realisering op het bouwperceel ongewenst i s of; bedrijfstechnische en verkeerstechnische overwegingen aanwezig zijn, waarom mestopslag op een veldkavel moet worden gerealiseerd. Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van het gebruik van gronden voor een paardenbak bij omgevingsvergunnning afwijken van de regels, met dien verstande dat: 1. de afwijking alleen betrekking heeft op de aanduiding 'woning' en 'dubbele woning'; 2. de afstand tot het erf niet meer dan 30 m bedraagt; 3. de afstand tussen de paardenbak en een bestaande woning van derden ten minste 15 m bedraagt; 4. de oppervlakte van de paardenbak niet meer dan 800 m² bedraagt; 5. een open omheining wordt toegepast met een maximale hoogte van 2 m; 6.

de paardenbak niet i s voorzien van bestrating of andere verharding; 7. de hoogte van lichtmasten niet meer bedraagt dan 3,5 m met dien verstande dat de lampen moeten worden voorzien van een afschermende kap, waardoor de lichtbundel uitsluitend i s gericht op de paardenbak zodat de omgeving gevrijwaard blijft van lichthinder; 8. een goede landschappelijke inpassing i s gewaarborgd. Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van evenementen bij omgevingsvergunning afwijken van de regels. Deze afwijking i s niet van toepassing voorzover de gronden op de verbeelding zijn aangeduid met 'veiligheidszone munitie A' of 'veiligheidszone munitie B'. Voorzover de onder b, c en d genoemde afwijking gepaard gaat met bodemingrepen dieper dan 30 cm en betrekking heeft op gronden welke zijn gelegen buiten het bouwperceel of bouwblok en op de verbeelding zijn aangeduid met 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde', wordt de afwijking niet eerder verleend dan nadat uit archeologisch (voor)onderzoek i s gebleken dat zich geen archeologische waarden bevinden in het gebied waarop de afwijking betrekking heeft. Het genoemde archeologisch (voor)onderzoek i s tevens van toepassing op een strook van 50 m rond de plankaart met 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde' aangeduide gebieden.

De onder b, c en d genoemde afwijking mag geen onevenredige afbreuk doen aan de in lid 1 omschreven waarden.

4.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

b.

Het i s verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (aanlegvergunning) van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanbrengen van beplantingen ten behoeve van de teelt van laan- en parkbomen en boomfruit, alsmede bos voorzover de gronden niet zijn aangeduid met 'open gebied'; 2. het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen zoals picknickplaatsen en parkeervoorzieningen. 3. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen; 4. het aanbrengen van lijnvormige beplantingen; 5. het aanbrengen van drainage en/of een greppelsysteem, het zoeken naar delfstoffen (seismisch onderzoek en exploratieonderzoek), het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen of verwijderen van dammen en stuwen voorzover het gronden betreft die zijn aangeduid met 'hydrologisch aandachtsgebied'; 6. egaliseren. De sub a bedoelde vergunning i s niet vereist indien: 1. werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud tot doel hebben; 2. De sub a, onder 4 bedoelde vergunning i s niet vereist indien sprake i s van erfbeplanting.

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 93

8 september 2022

c. d. e. f.

g.

h. i.

Voorzover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in z'n geheel in de beoordeling betrokken. De sub a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de in lid 1 omschreven waarden. Indien de aanlegvergunning gevolgen kan hebben voor de waterhuishouding, wordt de aanvraag voor de aanlegvergunning voorgelegd aan het betreffende waterschap met het verzoek de aanvraag te voorzien van een deskundigenadvies. Voorzover de aanlegvergunning onder a gepaard gaat met bodemingrepen dieper dan 30 cm en betrekking heeft op gronden welke zijn gelegen buiten het bouwperceel of bouwblok en op de verbeelding zijn aangeduid a l s 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde', wordt de aanlegvergunning niet eerder verleend dan nadat advies i s ingewonnen bij de provinciaal archeoloog. Dit advies zal tevens worden ingewonnen indien de aanlegvergunning betrekking heeft op gronden binnen een strook van 50 m rond de gebieden op de plankaart aangeduid met 'terrein van archeologische betekenis' of 'terrein van hoge archeologische waarde'.

Voorzover de sub a, onder 5 bedoelde vergunning betrekking heeft op gronden die zijn aangeduid met 'hydrologische aandachtsgebied' en tevens zijn voorzien van de aanduiding 'bestaand bos', zal het verzoek om aanlegvergunning mede worden afgewogen op basis van de gevolgen voor het omliggende agrarische gebied. De sub a, onder 1 bedoelde vergunning wordt, voorzover deze betrekking heeft op de aanplant van bos, niet eerder verleend dan nadat advies i s ingewonnen bij de de provincie Drenthe. De sub a, onder 1 bedoelde vergunning wordt niet verleend indien a l s gevolg van de bosaanplant omliggende agrarische bedrijven in de (toekomstige) uitbreidingsmogelijkheden worden belemmerd.

BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 94

8 september 2022

Artikel 5 5.1

Agrarisch III

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch III' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden; behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke en natuurlijke waarden, uitsluitend voor zover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met 'natuur';

en voor de volgende sociaal-economische doeleinden: c. d. e. f. g. h.

uitoefening van het agrarisch bedrijf; bosbouw, met uitzondering van de gronden op de verbeelding aangeduid met 'open gebied'; dagrecreatie; wonen, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'woning' en/of 'dubbele woning'; manege, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'manege'; niet-agrarische bedrijven, uitsluitend voorzover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met 'bedrijven, categorie B1' en 'bedrijven, categorie B2'; i . maatschappelijke doeleinden, uitsluitend voor zover de gronden op de verbeelding zijn aangeduid met 'maatschappelijke doeleinden'; j. camping, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'camping'; k. verkeer, uitsluitend voorzover het de bestaande wegen betreft; l . water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; m. begraafplaats, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'begraafplaats'; n. dierenbegraafplaats, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'dierenbegraafplaats'; o. terrein van hoge archeologische waarde, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangeduid met 'terrein van hoge archeologische waarde'; p. veiligheidszone munitiedepot, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangegeven met 'veiligheidszone munitie B' en 'veiligheidszone munitie C''; q. vrijwaringszone radiotelescoop, uitsluitend voorzover de gronden zijn aangegeven met 'vrijwaringszone radiotelescoop'; r.

ontsluitingsvoorzieningen ten behoeve van aanduidingen en bouwvlakken.

5.1.1

Nadere uitwerking bestemmingsomschrijving

In het doel 'behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden' is het aanbrengen van landschapselementen groter dan 1 ha niet begrepen. In het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' zijn kwekerijen alsmede het kweken van laan- en parkbomen en boomfruitteelt niet begrepen. In het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' is het vergisten van mest/organische bijproducten begrepen tot een doorzet van maximaal 100 ton per etmaal. Mestopslagplaatsen, toren- en sleufsilo's buiten het in 5.2.1 genoemde aaneengesloten oppervlak, zijn niet in het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' begrepen. Het doel 'niet-agrarische bedrijven' is beperkt tot de op het moment dat de beheersverordening is vastgesteld aanwezige bedrijfsuitoefening en voor nijverheidsbedrijven of ambachtelijke of dienstverlenende bedrijven (waaronder opslag begrepen) genoemd in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijven dan wel hiermee wat betreft het leefklimaat vergelijkbare bedrijven. Bij de beoordeling of sprake is van een bedrijf dat wat betreft het leefklimaat vergelijkbaar is met de bedrijven genoemd in de categorieën 1 en 2, ligt de nadruk op de aspecten geluid, lucht, water, bodem en verkeer.

In het doel 'Ontsluitingsvoorzieningen ten behoeve van aanduidingen en bouwvlakken' geldt dat nieuwe ontsluitingsvoorziening alleen zijn toegestaan, voor zover de overige doeleinden uit de bestemming niet in hun doelmatig gebruik en/of hun functie worden beperkt. Voorzover de gronden op de verbeelding zijn aangeduid met 'natuur', is de bestemming gericht op BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 95

8 september 2022

behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke en natuurlijke waarden. De doeleinden ten aanzien van het behoud en herstel, en voorzover de gronden op de verbeelding zijn aangeduid als 'natuur' de ontwikkeling van de landschappelijke en natuurlijke waarden worden nagestreefd door middel van behoud, herstel en/of, voorzover de gronden op de verbeelding zijn aangeduid als 'natuur', de ontwikkeling van de volgende essentiële ruimtelijke randvoorwaarden: landschappelijk, cultuurhistorische en natuurlijk waardevol beekdal van het Oude Diep; reliëf; smalle percelering, veelal haaks op de beekbedding; bebouwing veelal langs de randen van het beekdal; afwissing in open besloten delen Kalenberg en Pesse; essen potentieel archeologische waarde; terreinen van hoge archeologische waarde;- verspreide bebouwing; grootschalig open veenweidegebied met verspreide bomen en bosjes; cultuurhistorisch waardevolle wijken; waardevolle vegetatie in sloten en wijken; open gebied van belang voor weidevogels; zwanen, ganzen en steltlopers; enkele waardevolle poelen; verspreide waardevolle loofbosjes; slechts enige verspreide bebouwing; bebouwing in één bouwlaag met k a p

Het doel 'dagrecreatie' is beperkt tot de inrichting en het gebruik van de bestaande dagrecreatieve terreinen en van dagrecreatieve voorzieningen in de vorm van voet-, fiets- en ruiterpaden, picknickplaatsen, parkeervoorzieningen, visoevers en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen. Het doel 'bosbouw' is beperkt tot bestaand bos of bosstroken. Van de in de bestemming begrepen wegen mag het aantal rijstroken ten hoogste twee bedragen. 5.1.2 a.

Onderlinge verhoudingen

Ondergeschikte doeleinden

Alle overige doeleinden zijn ondergeschikt aan de doeleinden 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' (met uitzondering van intensieve veehouderij) en 'behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden'. b.

Bovengeschikte doeleinden

De doeleinden 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' (met uitzondering van intensieve veehouderij) en 'behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden' zijn bovengeschikt aan de overige doeleinden. c.

Nevengeschikte doeleinden

Voorzover de onderlinge verhouding niet is aangemerkt als ondergeschikt of bovengeschikt zijn de doeleinden nevengeschikt aan elkaar. Voorzover activiteiten slechts toelaatbaar zijn op grond van een afwijking of aanlegvergunning zal voorzover het betreft het behoud en/of herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden de onderlinge verhouding worden bepaald ten opzichte van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de in 5.1 genoemde kenmerken en kwaliteiten.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Bebouwing ten dienste van de bedrijfsmatigeuitoefening van het agrarisch bedrijf

de uitoefening van een agrarisch bedrijf met bijbehorende bebouwing, ter plaatse van de aanduiding agrarisch bedrijf, mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1 ha; de uitoefening van een agrarisch bedrijf met bijbehorende bebouwing waarbij een intensieve BG Noord Hoogeveen, 2022 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020BV9006010-VG01 96

8 september 2022

tak i s uitgesloten, ter plaatse van de aanduiding grondgebonden agrarisch bedrijf, mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1 ha; de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf met intensieve tak met bijbehorende bebouwing, ter plaatse van de aanduiding grondgebonden agrarisch bedrijf met intensieve tak, mits deze gegroepeerd wordt binnen een oppervlakte van 1 ha.

5.2.1.1. Bedrijfsgebouwen De oppervlakte van gebouwen ten behoeve van fokkerijen, mesterijen en/of pluimvee mag per bedrijf aangegeven met 'grondgebonden agrarisch bedrijf', 'grondgebonden agrarisch bedrijf met bestaande intensieve tak' en 'agrarisch bedrijf' ten hoogste de bestaande oppervlakte bedragen. Van gebouwen mag de goot- en bouwhoogte ten hoogste 4,5 m respectievelijk 12 m, dan wel ten hoogste de bestaande goot- en bouwhoogte bedragen. De afstand tot de perceelgrens bedraagt ten minste 2,5 m; Zowel binnen a l s buiten het genoemde aaneengesloten oppervlak zijn geen kassen toegestaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11766136/1