CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Venesluis.pdf

Raadsavond 6 april 2023, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Vaststellen actualisatie bestemmingsplan Venesluis27.382 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

7.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nader eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c.

de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld.

7.4 a. b.

Specifieke gebruiksregels Het i s verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming; Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 7.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend:

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 66

1 februari 2022

1. 2.

7.5

het gebruik of laten gebruiken van gronden en de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichting(en); het gebruik of laten gebruiken van gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen.

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.4 sub a indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 67

1 februari 2022

Artikel 8 8.1

Horeca

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

gebouwen ten behoeve van horecabedrijven overeenkomstig categorie 1 en 2 a l s genoemd in bijlage 1;

met daaraan ondergeschikt: b. c. d. e.

groenvoorzieningen nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen, overeenkomst de parkeernormen a l s genoemd in bijlage 2; wegen en paden;

met de daarbij behorende: f. g.

tuinen, erven en terreinen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

8.2

Bouwregels

8.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b. c.

een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; de bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen; het hoofdgebouw dient van een plat dak te worden voorzien.

8.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen, met dien verstande dat voor erf- of perceelafscheidingen geldt dat de hoogte: 1. maximaal 1 meter mag bedragen; 2. maximaal 2 meter mag bedragen, mits meer dan 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd.

8.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

8.4 a. b.

Specifieke gebruiksregels Het i s verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming; Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 8.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik of laten gebruiken van gronden en de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichting(en); 2. het gebruik of laten gebruiken van gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen.

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 68

1 februari 2022

8.5

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.4 sub a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 69

1 februari 2022

Artikel 9 9.1

Kantoor

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

gebouwen ten behoeve van kantoren; bijgebouwen;

met daaraan ondergeschikt: c. d. e. f. g. h.

geluidwerende voorzieningen; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen, overeenkomstig de parkeernorm van zoals opgenomen in bijlage 2; water; wegen en paden;

met de daarbij behorende: i. j.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde; tuinen, erven en terreinen.

9.2

Bouwregels

9.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b.

een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; de hoofdgebouwen dienen in relatie tot de bouwaanduiding qua maatvoering en bebouwingspercentage, te voldoen aan de eisen die in de volgende matrix zijn gesteld:

bouwaan goothooge (m) duiding min max sba-1 4 sba-2 6 sba-3 6 sba-4 7,5

c.

bouwhoogte (m)

dakhelling (%)

bebouwingspercentage (%)

min

min

min

max 4 6 8 7,5

max 0 0 30 0

max 35 100 80 50

ter plaatse van de bouwaanduiding sba-1 i s tevens een (bestaande) bedrijfswoning toegestaan.

9.2.2

Bijgebouwen

Voor het bouwen van bijgebouwen geldt de regel dat de goothoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen. 9.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b.

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan niet meer dan 1 meter mag bedragen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen.

9.3 a.

Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 70

1 februari 2022

1. 2. 3. 4. 5.

9.4 a. b.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; sociale veiligheid; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Specifieke gebruiksregels Het i s verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming; Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 3.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik of laten gebruiken van gronden en de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichting(en); 2. het gebruik of laten gebruiken van gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen.

9.5

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.4 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 71

1 februari 2022

Artikel 10 10.1

Maatschappelijk

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

gebouwen ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen; bijgebouwen;

met de daarbij behorende: c. d. e. f. g. h. i. j. k.

wegen en paden; parkeervoorzieningen overeenkomstig de parkeernorm(en) van zoals opgenomen in bijlage 2; groenvoorzieningen; nutsvoorzieingen; geluidwerende voorzieningen; speelvoorzieningen; water; tuinen, erven en terreinen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

10.2

Bouwregels

10.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen de volgende bepalingen gelden: a. b.

een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; de gebouwen dienen qua bouwaanduiding zoals weergegeven op de verbeelding en welke overeenkomt met de bouwaanduiding zoals genoemd in onderstaande matrix, en de daarbij behorende aantal bouwlagen en maatvoering te voldoen aan de eisen die in de volgende matrix zijn gesteld; Bouwaanduiding

sba-1 sba-2 sba-3 sba-4 sba-5

10.2.2

Goothoogte (m)

Bouwhoogte (m)

min

min

max 3,5 3 6 6 7,5

max 3,5 6 6 6 11,5

Dakhelling (o) min

max 0 30 15 0 45

Bebouwingspercentage (%) min max 40 60 40 30 50

Bijgebouwen

Voor het bouwen van bijgebouwen geldt dat de goothoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen. 10.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b.

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 meter bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- of perceelsafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan niet meer d a n 1 meter mag bedragen; : de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen.

10.3 a.

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.2.1 sub a en toestaan dat gebouwen buiten hte bouwvlak wordt gebouw, mits: 1. de bouwhoogte niet meer dan 3 meter zal bedragen; 2. de maximale oppervlakte in totaal niet meer dan 25 m² zal bedragen; 3. de afstand tot aan de perceelgrens niet minder dan 3 meter zal bedragen.

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 72

1 februari 2022

b.

de in lid 10.3 genoemde afwijking kan slecht worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 2. de sociale veiligheid; 3. het straat- en bebouwingsbeeld; 4. de verkeersveiligheid.

10.4 a. b.

Specifieke gebruiksregels

Het i s verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming; Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 10.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik of laten gebruiken van gronden en de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichting(en); 2. het gebruik of laten gebruiken van gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen.

10.5

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.4 sub a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 73

1 februari 2022

Artikel 11 11.1

Maatschappelijk - Begraafplaats

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk - Begraafplaats' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

begraafplaats; groenvoorzieningen;

met daaraan ondergeschikt: c. d. e. f.

bos; parkeervoorzieningen overeenkomstig de parkeernorm(en) van zoals opgenomen in bijlage 2; verhardingen; water

met daarbij behorende: g. h. i.

gebouwen; andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde; andere werken.

11.2

Bouwregels

11.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b.

de goothoogte mag niet meer dan 3,5 meter bedragen; de bouwhoogte mag niet meer dan 5 meter bedragen.

11.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de regel dat de bouwhoogte niet meer dan 4 meter mag bedragen, met dien verstande dat voor erf- en terreinafscheidingen geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 2 meter mag bedragen.

11.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c.

de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

11.4 a. b.

Specifieke gebruiksregels

Het i s verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming; Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 11.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik of laten gebruiken van gronden en de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichting(en); 2. het gebruik of laten gebruiken van gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen.

11.5

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.4 sub a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 74

1 februari 2022

Artikel 12 12.1

Recreatie - Dagrecreatie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie - Dagrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

dagrecreatie;

met daaraan ondergeschikt: b. c. d. e.

groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; wegen, paden en terreinen; water;

met daarbij behorende: f.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

12.2

Bouwregels

12.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van de in lid 12.1 sub c genoemde gebouwen (nutsvoorzieningen) gelden de volgende regels: a. b.

de bouwhoogte, gemeten vanaf het aansluitend terrein, zal niet meer dan 3 meter bedragen; de bruto oppervlakte zal niet meer dan 25 m2 bedragen.

12.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de regel dat de bouwhoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen, met dien verstande dat voor erf- en terreinafscheidingen geldt dat de bouwhoogte maximaal 2 meter mag bedragen.

12.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

12.4 a. b.

Specifieke gebruiksregels

Het i s verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming; Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 12.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik of laten gebruiken van gronden en de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichting(en); 2. het gebruik of laten gebruiken van gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen.

12.5

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.4 sub a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 75

1 februari 2022

Artikel 13 13.1

Sport - Speelterrein

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Sport - Speelterrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

speelplaatsen; speeltuinen;

met de daarbij behorende: c. d. e.

gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; andere werken;

met daaraan ondergeschikt: f. g. h. i.

groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; water; wegen en paden.

13.2

Bouwregels

13.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b. c.

de gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, met uitzondering van de gebouwen genoemd onder 13.1 sub g (nutsvoorzeiningen); de bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter hoogte bedragen; de bruto oppervlakte van de onder 13.1 sub g genoemde gebouwen (nutsvoorzieningen), mag niet meer dan 25 m2 bedragen.

13.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de regel dat de bouwhoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen.

13.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; sociale veiligheid; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

13.4 a. b.

Specifieke gebruiksregels

Het i s verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming; Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 12.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik of laten gebruiken van gronden en de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichting(en); 2. het gebruik of laten gebruiken van gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen.

13.5

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 13.4 sub a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 76

1 februari 2022

Artikel 14 14.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

tuinen; toegangspaden tot de gebouwen op het bijbehorende bouwperceel; erkers;

met de daarbij ten dienste van de bestemming behorende: d. e.

bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals pergola's en erf- of perceelsafscheidingen; andere werken.

14.2

Bouwregels

14.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen geldt de regels dat op of in deze gronden geen gebouwen gebouwd mogen worden, met uitzondering van erkers. 14.2.2

Erkers bij woningen

Voor het bouwen van erkers bij woningen geldt de bepaling dat binnen deze bestemming erkers bij woningen met een maximale diepte van 1,5 meter en een maximale breedte van twee derde van de breedte van de voor- en/of zijgevel van het bijbehorende hoofdgebouw zijn toegestaan, mits de hoogte van de erker ten hoogste gelijk zal zijn aan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bijbehorende hoofdgebouw; 14.2.3

bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de regel dat de bouwhoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen, met dien verstande dat voor erf- of perceelsafscheidingen de volgende hoogte geldt: a. b.

maximaal 1 meter; of maximaal 2 meter, mits meer dan 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw.

14.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

14.4 a.

b.

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 14.2 sub a, en toestaan dat een carport wordt opgericht, mits: 1. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 meter; 2. niet meer dan 1 meter voor de voorgevel wordt geplaatst; De in lid 14.4 sub a genoemde vergunningen kunnen slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van : 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de sociale veiligheid 3. de woonsituatie; 4. de verkeersveiligheid; 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 77

1 februari 2022

14.5 a. b.

Specifieke gebruiksregels

Het i s verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming; Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 14.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik of laten gebruiken van gronden en de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichting(en); 2. het gebruik of laten gebruiken van gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen.

14.6

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 14.4 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 78

1 februari 2022

Artikel 15 15.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen overeenkomstig de parkeernorm(en) van zoals opgenomen in bijlage 2; voet- en fietspaden; wegen, straten en terreinen;

met daaraan ondergeschikt: e. f. g.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het verzamelen van huishoudelijke afvalstoffen, hieronder mede verstaan ondergrondse afvalopslag en luifels; nutsvoorzieningen; sirenevoorziening ten behoeve van de openbare veiligheid;

met de daarbij behorende: h. i.

andere werken, waaronder begrepen een geluidswal; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

15.2

Bouwregels

15.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen geldt de regel dat op of in deze gronden geen gebouwen gebouwd mogen worden, met uitzondering van de in lid 15.1 sub h genoemde gebouwen (nutsvoorzieningen), mits: a. b.

de bouwhoogte niet meer dan 3 meter bedraagt; de bruto-oppervlakte niet meer dan 25 m² bedraagt.

15.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d.

de hoogte van de in lid 15.1 sub g genoemde bouwwerken (afvalopslag) mag, gemeten vanaf het aansluitend terrein, niet meer d a n 1,5 meter bedragen; de bruto-oppervlakte van de in lid 15.1 sub g genoemde bouwwerken (afvalopslag) mag, voor zover het bouwwerk bovengronds wordt geplaatst, niet meer dan 2 m² bedragen; de hoogte van de in lid 15.1 sub i genoemde bouwwerken (sirenevoorziening) mag niet meer dan 20 meter bedragen; de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan die zoals genoemd onder lid 15.1 sub g en sub i en anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer en anders dan luifels, mag niet meer dan 3 meter bedragen.

15.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c.

de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; e n een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld.

15.4 a. b.

Specifieke gebruiksregels

Het i s verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming; Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 15.1 jo artikel 7.2 van de

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 79

1 februari 2022

Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik of laten gebruiken van gronden en de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichting(en); 2. het aanbrengen van afbeeldingen en tekens voor commerciële doeleinden.

15.5

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.4 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 80

1 februari 2022

Artikel 16 16.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

waterberging; waterhuishouding; waterlopen;

met daaraan ondergeschikt: d.

groenvoorzieningen, oeverbeplanting en taluds;

met de daarbij behorende: e. f.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, dammen, duikers, en zinkers; bouwwerken ten behoeve van de waterbeheersing.

16.2

Bouwregels

16.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen geldt de regel dat de regel dat op of in deze gronden geen gebouwen gebouwd mogen worden. 16.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de regel dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 3 meter bedragen.

16.3 a. b.

Specifieke gebruiksregels

Het i s verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming; Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 16.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend het gebruik of laten gebruiken van gronden en de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichting(en).

16.4

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 16.3 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 81

1 februari 2022

Artikel 17 17.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

woningen a l dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; aan- en uitbouwen en bijgebouwen;

met de daarbijbehorende: c. d. e.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde; andere werken; tuinen, erven en terreinen.

17.2

Bouwregels

17.2.1

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen de volgende bepalingen gelden: a. b.

een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; de hoofdgebouwen dienen qua bouwaanduiding zoals weergegeven op de verbeelding en welke overeenkomt met de bouwaanduiding zoals genoemd in onderstaande matrix, en de daarbij behorende woningtype, aantal bouwlagen, kapvorm en maatvoering te voldoen aan de eisen die in de volgende matrix zijn gesteld;

bouwaanduiding

woningtype*

sba-1 sba-2 sba-3 sba-4 sba-5 sba-6 sba-7 sba-8 sba-9 sba-10 sba-11

vrij vrij vrij tae tae/vrij tae/vrij aeg aeg aeg gs gs

Goothoogte (m) min

Woningtype* gs tae aeg vrij

c. d. e.

gestapeld twee-aan-een aaneengebouwd vrijstaand

max 4 4 6 4 3,5 6 3,5 6 6 10 24

Bouwhoogte (m)

Dakhelling (O)

min

min

Kapvorm ** D LA P

max 4 10 12 4 10 10 10 8 10 14 24

30 45 30 30 30 30 30

max 0 60 60 0 60 60 60 30 60 60 0

Kapvorm **

P D/lA D/LA P D/LA D/LA LA LA LA LA P

dwarskap langskap platdak

met uitzondering van de bouwaanduidingen sba-1 tot en met sba-3 geldt dat de oppervlakte van het hoofdgebouw van een vrijstaande woning niet meer mag bedragen dan 150 m²; voor de bouwaanduidingen sba-1 tot en met sba-3 geldt dat de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw en de bijgebouwen niet meer dan 30 % van de oppervlakte van het bouwperceel mag bedragen; indien niet anders op de verbeelding i s aangegeven, zal de afstand van het hoofdgebouw tot een niet aangebouwde zijdelingse perceelgrens minimaal 2,5 meter bedragen, met dien verstande dat de afstand van het hoofdgebouw tot een niet aangebouwde zijdelingse perceelgrens ter plaatse van de bouwaanduidingen sba-1 tot en met sba-4, minimaal 5 meter

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 82

1 februari 2022

f. g.

zal bedragen; ter plaatse van de bouwaanduidingen sba-2, sba-3 en sba-5 tot en met sba-10 dient de bovenste bouwlaag van het hoofdgebouw in de vorm van een kap te worden gerealiseerd; indien niet anders op de verbeelding i s aangegeven, zal de horizontale diepte van het bouwvlak 12 meter bedragen.

17.2.2

Bijgebouwen

Voor het bouwen van bijgebouwen, waaronder begrepen aan- en uitbouwen, de volgende bepalingen gelden: a. b. c. d. e. f.

indien niet anders op de verbeelding i s aangegeven dienen de bijgebouwen minimaal 3 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; indien niet anders op de verbeelding i s aangegeven dienen de bijgebouwen ter plaatse van de bouwaanduiding sba-3 minimaal 5 meter uit de zijdelingse perceelsgrenzen te worden gebouwd; de goothoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen; de bouwhoogte mag niet meer dan 7,5 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte niet hoger mag zijn dan 80% van de bouwhoogte van het hoofdgebouw; indien het bijgebouw wordt voorzien van een kap mag de dakhelling niet meer dan 60° bedragen; de gezamenlijke oppervlakte aan aan- en bijgebouwen per hoofdgebouw bedraagt maximaal: 1. 100 m² bij bouwpercelen met een oppervlakte tot 750 m 2; 2. 125 m² bij bouwpercelen met een oppervlakte vanaf 750 m 2 tot 1.000 m 2; 3. 150 m2 bij bouwpercelen met een oppervlakte vanaf 1.000 m 2 tot 1.500 m 2; 4. 175 m2 bij bouwpercelen met een oppervlakte vanaf 1.500 m 2 tot 2.000 m 2; 5. 200 m2 bij bouwpercelen met een oppervlakte vanaf 2.000 m 2 en groter;

met dien verstande dat: ten hoogste 50% van het bij het hoofdgebouw aansluitende erf mag worden bebouwd en tevens minimaal 50% van het bij het hoofdgebouw aansluitende erf, dat voor de voorgevel of het verlengde daarvan i s gelegen, onbebouwd blijft; de afstand tussen het hoofdgebouw en bijgebouwen maximaal 30 meter mag bedragen.

17.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 3 meter mag bedragen, met dien verstande dat voor erf- of perceelsafscheidingen geldt dat de hoogte: a. b.

maximaal 1 meter mag bedragen; of maximaal 2 meter mag bedragen, mits meer dan 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd;

17.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

17.4 a.

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: 1. lid 17.2.1 sub b voor het handhaven en/of doorzetten van afwijkende kapvormen bij een verbouwing of een uitbreiding van de woning; 2. lid 17.2.1 sub b en toestaan dat een hogere goothoogte ten behoeve van dakopbouw wordt toegepast, met dien verstande dat de dakopbouw aan de achterzijde van het hoofdgebouw wordt gebouwd, de dakopbouw over minimaal twee derde van de breedte vna het dakvlak van het hoofdgebouw wordt gebouwd en de hoogte van het dakopbouw maximaal een derde hoger mag zijn dan de bestaande nokhoogte van het hoofdgebouw; 3. lid 17.2.1 onder b en e en toestaan dat in hoeksituaties ter plaatse van de

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 83

1 februari 2022

b.

bouwaanduidingen sba-7 en sba-8 de bovenste bouwlaag wordt voorzien van een plat dak, met dien verstande dat maximaal 3 bouwlagen zijn toegestaan; 4. lid 17.2.2 sub a en toestaan dat een carport wordt opgericht mits de carport niet meer dan 1 meter voor de voorgevel wordt geplaatst en de bouwhoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen; 5. lid 17.2.2 sub f en toestaan dat een grotere oppervlakte ten behoeve van de gezamenlijke oppervlakte aan aan- en bijgebouwen per hoofdgebouw wordt toegepast tot niet meer dan 20% van de genoemde maten; De in lid 17.4 sub a genoemde vergunningen kunnen slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van : 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de woonsituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

17.5 a. b.

c.

Specifieke gebruiksregels

Het i s verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming; Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 17.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik of laten gebruiken van gronden en de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichting(en); 2. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; 3. het gebruik of laten gebruiken van gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen; 4. het gebruik van de gronden en de daarop voorkomende bouwwerken voor detailhandel. Gebruik van ruimten binnen de woning of in de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, wordt a l s gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met bijbehorende bijgebouwen mag, indien dat niet meer dan 75 m² betreft, worden gebruikt voor aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten; 2. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in de woonomgeving; 3. de activiteit mag niet vergunningplichtig danwel meldingsplichtig ingevolge de Wet milieubeheer zijn; 4.

er mag geen detailhandel ter plaatse plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop a l s ondergeschikte activiteit van de aan-huis-verbonden activiteit.

17.6

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 17.5 sub a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 84

1 februari 2022

Artikel 18 18.1

Wonen - Garagebox

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - Garagebox' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

gebouwen ten behoeve van stalling van (motor)voortuigen;

met de daarbij behorende: b.

erven.

18.2

Bouwregels

18.2.1

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b. c.

een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; de bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen; een gebouw dient te worden voorzien van een plat dak.

18.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

18.4 a. b.

Specifieke gebruiksregels

Het i s verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming; Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 18.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik of laten gebruiken van gronden en de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichting(en); 2. het gebruik of laten gebruiken van de grond a l s standplaats voor kampeermiddelen.

18.5

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 18.4 sub a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 85

1 februari 2022

Artikel 19 19.1

Wonen - Wooncentrum

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - Wooncentrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

gebouwen ten behoeve van wonen; aan- en uitbouwen en bijgebouwen;

met daaraan ondergeschikt: c.

gemeenschappelijke voorzieningen zoals recreatieruimtes, keuken, gezondheidszorg, sociale dienstverlening en daarmee samenhangende administratieve diensten;

met de daarbij behorende: d. e. f. g. h. i.

andere werken; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen overeenkomstig de parkeernorm(en) van zoals opgenomen in bijlage 2; water; wegen en paden.

19.2

Bouwregels

19.2.1

Gebouwen

voor het bouwen van gebouwen de volgende bepalingen gelden: a. b.

gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; de hoofdgebouwen dienen qua bouwaanduiding zoals weergegeven op de verbeelding en welke overeenkomt met de bouwaanduiding zoals genoemd in onderstaande matrix, en de daarbij behorende woningtype, aantal bouwlagen, kapvorm en maatvoering te voldoen aan de eisen die in de volgende matrix zijn gesteld;

Goothoogte (m) min max 6

19.2.2

Bouwhoogte (m) min max 9

Dakhelling (°) min max 0 45

Bebouwingspercentage (%) min max 0 80

Bijgebouwen

voor het bouwen van bijgebouwen, waaronder begrepen aan- en uitbouwen, de volgende bepalingen gelden: a. b. c. d.

de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen mag maximaal 100 m² bedragen; de goothoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen; de bouwhoogte mag niet meer dan 7,5 meter bedragen; indien het bijgebouw wordt voorzien van een kap mag de dakhelling niet meer dan 60o bedragen.

19.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 3 meter mag bedragen, met dien verstande dat voor erf- of perceelsafscheidingen geldt dat de hoogte: a. b.

maximaal 1 meter mag bedragen; of maximaal 2 meter mag bedragen, mits meer dan 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd.

19.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 86

1 februari 2022

b. c. d. e.

een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

19.4 a. b.

c.

Specifieke gebruiksregels

Het i s verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming; Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 17.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik of laten gebruiken van gronden en de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichting(en); 2. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; 3. het gebruik of laten gebruiken van gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen; 4. het gebruik van de gronden en de daarop voorkomende bouwwerken voor detailhandel. Gebruik van ruimten binnen de woning of in de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, wordt a l s gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met bijbehorende bijgebouwen mag, indien dat niet meer dan 75 m² betreft, worden gebruikt voor aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten; 2. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in de woonomgeving; 3. de activiteit mag niet vergunningplichtig danwel meldingsplichtig ingevolge de Wet milieubeheer zijn; 4.

er mag geen detailhandel ter plaatse plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop a l s ondergeschikte activiteit van de aan-huis-verbonden activiteit.

19.5

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 19.4 sub a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 87

1 februari 2022

Artikel 20 20.1

Leiding - Gas

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoge druk gastransportleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringenstroken. Voor zover op de verbeelding nog andere dubbelbestemmingen zijn aangegeven, is de voorrangsbepaling zoals opgenomen in artikel 28.1 van toepassing.

20.2

Bouwregels

In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, geldt dat op of in de in artikel 20.1 bedoelde gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de leiding(en) mogen worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit het oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid.

20.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten.

20.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: - het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding; - het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten.

20.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 20.5.1

Verbod

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Gas zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgde werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.

het aanbrengen en rooien van diepgewortelde beplantingen en bomen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het indrijven van voorwerpen in de bodem zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 88

1 februari 2022

20.5.2

Verbod niet van toepassing

Het verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden: a. b. c. d.

die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; die het normale beheer en onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; zijnde graafwerkzaamhden a l s bedoeld in de wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

20.5.3

omgevingsvergunning

Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet schaden. 20.5.4

Schriftelijk advies

Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in 20.5.3, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 89

1 februari 2022

Artikel 21 21.1

Leiding - Hoogspanningsverbinding

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a.

een hoogspanningsverbinding;

met de daarbij behorende: b.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde en andere voorzieningen.

Voor zover op de verbeelding nog andere dubbelbestemmingen zijn aangegeven, is de voorrangsbepaling zoals opgenomen in artikel 28.1 van toepassing.

21.2

Bouwregels

In afwijking van het bepaalde in de andere op de verbeelding aangewezen bestemming, mogen op of in deze gronden geen bouwwerken worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze dubbelbestemming.

21.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.

Een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de waarborging van de brand- en externe veiligheid ter bevordering van zelfredzaamheid van aanwezigen en van beheersbaarheid en bestrijdbaarheid bij incidenten; de verkeersveiligheid; de luchtvaarverkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

21.4

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. 1. 2.

het bepaalde in lid 21.2 en toestaan dat de in de basisbestemming genoemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits: vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen van de bestreffende hoogspanningsleidingbeheerder, indien gelegen binnen 25 meter gerekend vanuit de hartlijn leiding-hoogspanningsverbinding; geen onevenredeige afbruik wordt gedaan aan het doelmatig en veilig funtioneren van de hoogspanningsleiding.

21.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 21.5.1

Vergunningsplicht

Het is verboden op of in de in lid 21.1 bedoelde gronden zonder een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.

het aanbrengen en/of rooien van hoogopgaande beplanting en bomen; het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; het aanleggen of verbreden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het aanleggen en/of slopen van bovengrondse opstallen, constructies, straatmeubilair,

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 90

1 februari 2022

f. g. h. i.

installaties of apparatuur anders dan ten dienste van deze in lid 21.1 omschreven bestemming; het aanleggen van zonneparken; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen en egaliseren; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers; het opslaan van goederen of het tijdelijk opslaan van (zeer) brandbare goederen.

21.5.2

Uitzondering

Het verbod in lid 21.5.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden die: a. b. c.

reeds in uitvoering zijn bij het van kracht worden van het plan; verband houden met de aanleg, aanpassing of onderhoud van de betreffende hoogspanningsverbinding en de daarbij behorende voorzieningen; mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.

21.5.3

Voorwaarden

Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden kan worden verleend nadat voorafgaand schriftelijk positief advies van de betreffende leidingbeheerder is gekregen en mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig en doelmatig functioneren van de hoogspanningsverbinding.

21.6

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.5 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 91

1 februari 2022

Artikel 22 22.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het herstel en het behoud van de archeologische waarden. Voor zover op de verbeelding nog andere dubbelbestemmingen zijn aangegeven, is de voorrangsbepaling zoals opgenomen in artikel 28.1 van toepassing.

22.2

Bouwregels

Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor een of meerdere bouwwerken waarbij grond geroerd wordt met een (gezamenlijk) geroerde oppervlakte groter dan 100 m2 en een diepte van 0,3 m of meer, een rapport, op basis van een waarderend archeologisch onderzoek (proefsleuven), te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die volgens de aanvraag zullen worden verstoord, in voldoende mate zijn vastgesteld. Een dergelijke rapportage is niet noodzakelijk als aangetoond kan worden dat de betreffende gronden geroerd zijn en de trefkans op archeologische waarden gering is. Deze regeling geldt niet voor gronden waarvoor al een archeologisch onderzoek is uitgevoerd en vrijgegeven zijn voor de bestemde functie(s).

22.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

b.

c.

Het i s verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van Burgemeester en wethouders de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regel van de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemming (basisbestemming): 1. het ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen, ontginnen en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur dieper dan 0,3 m, met dien verstande dat geen vergunning nodig i s wanneer het gaat om niet-bodemkerende werkzaamheden ten behoeve van het verbeteren van de verdichte bodemstructuur (woelen) tot ten hoogste 0,1 m onder de bouwvoor; 2. het graven, baggeren en dempen van sloten, vaarten en andere watergangen; 3. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 0,3 m; 4. het aanbrengen of rooien van bomen en/of houtgewas, waarbij stobben worden verwijderd en/of voorzover het gaat om planten waarvan zeker i s dat bij de oogst van de plant, dan wel het verwijderen van de gehele plant, de bodem dieper dan 0,3 m wordt geroerd. 5. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,3 m en/of met een oppervlakte van meer dan 100 m 2 , behalve indien deze in het kader van onderzoek naar historische vindplaatsen worden uitgevoerd; 6.

het indrijven van voorwerpen in de bodem; 7. het opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; 8. overige activiteiten die de bodemopbouw ter plaatse verstoren. De onder 22.3 sub a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de plaats waar werken en/of werkzaamheden zullen worden uitgevoerd voldoende archeologisch i s onderzocht, vaststaat dat er geen onevenredige afbreuk aan de archeologische en/of cultuurhistorische waarden wordt gedaan, dan wel dat afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of bescherming van die waarden of de eventuele bodemvondsten naar elders zijn overgebracht. In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate i s vastgesteld.

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 92

1 februari 2022

d.

e. f.

Aan de in lid 22.3 sub a genoemde vergunning kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. Voorafgaand aan de verlening van de in lid 22.3 sub a genoemde vergunning dienen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in te winnen bij de provinciaal archeoloog; Het in lid 22.3 sub a vervatte verbod i s niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van ter inzagelegging van het ontwerpplan; 3. plaatsvinden in of op gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek i s aangetoond dat er zich ter plekke geen archeologische waarden bevinden; 4. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; 5. op archeologisch onderzoek zijn gericht.

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 93

1 februari 2022

Artikel 23 23.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het herstel en het behoud van de archeologische waarden. Voor zover op de verbeelding nog andere dubbelbestemmingen zijn aangegeven, is de voorrangsbepaling zoals opgenomen in artikel 28.1 van toepassing.

23.2

Bouwregels

23.2.1

Vergunningplicht

Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor een of meerdere bouwwerken waarbij grond geroerd wordt met een (gezamenlijk) geroerde oppervlakte groter dan 1000 m2 en een diepte van 0,3 m of meer, een rapport, op basis van een waarderend archeologisch onderzoek (proefsleuven), te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die volgens de aanvraag zullen worden verstoord, in voldoende mate zijn vastgesteld. Een dergelijke rapportage is niet noodzakelijk als aangetoond kan worden dat de betreffende gronden geroerd zijn en de trefkans op archeologische waarden gering is. Deze regeling geldt niet voor gronden waarvoor al een archeologisch onderzoek is uitgevoerd en vrijgegeven zijn voor de bestemde functie(s). 23.2.2

Voorwaarden

Indien uit het in artikel 23.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning die de verplichting inhouden: a. b. c. d.

tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; tot het doen van opgravingen; de verplichting tot het doen van opgravingen; of de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

23.2.3

Bouwverbod

Indien uit het in 23.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in artikel 23.2.2 genoemde voorschriften veilig te stellen, dan wordt de vergunning geweigerd.

23.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

Het i s verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van Burgemeester en wethouders de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regel van de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemming (basisbestemming): 1. het ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen, ontginnen en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur dieper dan 0,3 m, met dien verstande dat geen vergunning nodig i s wanneer het gaat om niet-bodemkerende

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 94

1 februari 2022

b.

c.

d.

e. f.

werkzaamheden ten behoeve van het verbeteren van de verdichte bodemstructuur (woelen) tot ten hoogste 0,1 m onder de bouwvoor; 2. het graven, baggeren en dempen van sloten, vaarten en andere watergangen; 3. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 0,3 m; 4. het aanbrengen of rooien van bomen en/of houtgewas, waarbij stobben worden verwijderd en/of voorzover het gaat om planten waarvan zeker i s dat bij de oogst van de plant, dan wel het verwijderen van de gehele plant, de bodem dieper dan 0,3 m wordt geroerd. 5. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,3 m en/of met een oppervlakte van meer dan 1000 m 2, behalve indien deze in het kader van onderzoek naar historische vindplaatsen worden uitgevoerd; 6. het indrijven van voorwerpen in de bodem; 7. het opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; 8. overige activiteiten die de bodemopbouw ter plaatse verstoren.

De onder 23.3 sub a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de plaats waar werken en/of werkzaamheden zullen worden uitgevoerd voldoende archeologisch i s onderzocht, vaststaat dat er geen onevenredige afbreuk aan de archeologische en/of cultuurhistorische waarden wordt gedaan, dan wel dat afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of bescherming van die waarden of de eventuele bodemvondsten naar elders zijn overgebracht. In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate i s vastgesteld. Aan de in lid 23.3 sub a genoemde vergunning kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Voorafgaand aan de verlening van de in lid 23.3 sub a genoemde vergunning dienen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in te winnen bij de provinciaal archeoloog; Het in lid 23.3 sub a vervatte verbod i s niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van ter inzagelegging van het ontwerpplan; 3. plaatsvinden in of op gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek i s aangetoond dat er zich ter plekke geen archeologische waarden bevinden; 4. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; 5. op archeologisch onderzoek zijn gericht.

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 95

1 februari 2022

Hoofdstuk 3 Artikel 24

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 96

1 februari 2022

Artikel 25 25.1

Algemene aanduidingsregels

Geluidszone - Industrie 50 dB(A)

De gronden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Geluidszone - Industrie 50 dB(A)' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de geluidruimte in verband met de nabijheid van gronden en gebouwen, welke deel uitmaken van een industrieterrein, waar geluidszoneringsplichtige inrichtingen zijn toegelaten. Op de gronden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Geluidszone - Industrie 50 dB(A)' zijn geen nieuwe geluidgevoelige objecten, die vanwege de geluidsbelasting van het industrielawaai een te hoge geluidsbelasting ondervinden, toegestaan.

25.2

Bouwregels

Ten aanzien van het bepaalde bij de voor die gronden aangewezen bestemmingen geldt ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Geluidszone - Industrie 50 dB(A)' voor het bouwen van gebouwen, dat het bouwen van geluidgevoelige gebouwen niet is toegestaan.

25.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 25.1 voor het bouwen van een op grond van de aangewezen bestemming toelaatbaar gebouw of de uitbreiding daarvan, welke aangemerkt kan worden als een geluidgevoelig object, indien de geluidbelasting vanwege het bedrijventerrein op de gevels van dit gebouw niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde.

25.4

Specifieke bouwregels

Tot een gebruik, strijdig met lid 25.1, zoals bedoeld in artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van niet-geluidgevoelige objecten als geluidgevoelig object.

Venesluis 2018 vastgesteld

NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 97

1 februari 2022

Artikel 26 a.

Algemene afwijkingsregels

Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij een omgevingsvergunning afwijken van: 1. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; 2. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geven; 3. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geéft; 4. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte wordt vergroot tot niet meer dan 10 meter; 5. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 meter; 6.

het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen word vergroot, mits: de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 5 m² bedraagt; de hoogte niet meer dan 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw bedraagt; 7. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat gebouwen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorgebouwen, gebouwen ten behoeve van de gasvoorziening en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwen, worden gebouwd mits: de hoogte, gemeten vanaf het aansluitend terrein, niet meer dan 3 meter bedraagt; de oppervlakte niet meer dan 25 m2 bedraagt; 8. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van het verzamelen van huishoudelijke afvalstoffen, hieronder mede verstaan ondergrondse afvalopslag, worden geplaatst mits: de hoogte, gemeten vanaf het aansluitend terrein, niet meer dan 1,5 meter bedraagt; de bruto-oppervlakte niet meer bedraagt dan 2 m2 voor zover het bouwwerk bovengronds word geplaatst; 9. de bestemmingsplanbepalingen en toestaan dat een Jongeren Ontmoetingsplaats (JOP) wordt gebouwd met een maximale oppervlakte van 12 m2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12547314/1