Bestemmingsplan Venesluis.pdf
Tekst van het document
5.9
Externe veiligheid
5.9.1
Normstelling
Het aspect Externe Veiligheid heeft te maken met de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen en de bescherming hiertegen. De veiligheidsrisico's worden uitgedrukt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is de berekende kans per jaar dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het groepsrisico (GR) is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Verder kunnen de veiligheidsrisico's worden verdeeld in risico's veroorzaakt door bedrijvigheid (inrichtingen) en in risico's veroorzaakt vanwege het transport (weg, spoor, water, buisleidingen) van gevaarlijke stoffen. Conform het nationale veiligheidsbeleid en de Visie externe veiligheid van de gemeente Hoogeveen is onderzoek verricht naar de veiligheidssituatie rondom het plangebied.
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 31
1 februari 2022
5.9.2
Onderzoek en conclusie
Binnen het plangebied zijn twee bedrijven aanwezig als bedoeld in het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (Bevi). Deze bedrijven kunnen verhoogde risico's met zich mee brengen voor de omgeving. Om dit risico zoveel mogelijk te beperken moeten veiligheidafstanden in acht worden genomen. De beide bedrijven voldoen aan de gestelde afstandseisen uit het Bevi. Ruimtelijk gezien ontstaan daarom geen belemmeringen voor het bestemmingsplan Venesluis. Tankstation Klok, Schutstraat 191 Dit tankstation valt onder het Bevi omdat LPG wordt verkocht. Het gaat hier echter alleen om de 2 afleverzuilen. Zowel de ondergrondse tank alsmede het vulpunt van deze tank liggen buiten het plangebied. De plaatsgebonden risicocontouren van het vulpunt en de ondergrondse tank liggen niet binnen het plangebied. Tabel 2 geeft de voor dit tankstation geldende toetsingsafstanden voor het plaatsgebonden risico (PR) weer. De daarbij behorende PR-contouren vallen niet binnen dit plangebied, maar in het plangebied De Weide I. De veiligheidssituatie van de LPG-tank en –vulpunt zijn in dat plan behandeld.
tankstation met max.1500 m 3 doorzet plaatsgebondn risico per jaar (afstand in meters) vulpunt 25 ondergrondse tank 15 afleverzuil -
PR
1 0-5 Plaatsgebonden risico (afstand in meters) 110 25 15
PR
1 0-6
Tabel 2: overzicht afstanden plaatsgebondenrisico's Op basis van het Bevi geldt een risicocontour voor het plaatsgebonden risico van 110 meter. Binnen deze afstand mogen geen nieuwe “kwetsbare objecten” worden gerealiseerd. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld woningen of scholen. Voor bestaande objecten wordt een uitzondering gemaakt. De huidige situatie voldoet aan de veiligheidseisen. Het aandachtsgebied ten aanzien van het groepsrisico GR (150 meter) ligt voor een klein gedeelte binnen het plangebied. Binnen dit gedeelte van de GR-contour bevinden zich echter geen objecten (gebouwen) waar personen verblijven. Tevens worden hiertoe in het voorliggende plan geen mogelijkheden geboden. In de bestaande situatie is er sprake van een overschrijding van de oriënterende waarde van het groepsrisico. Deze overschrijding is echter geheel toe te rekenen aan situates buiten het plangebied. De plaatsgebonden risicocontouren van de twee LPG afleverzuilen liggen wel binnen het plangebied. De richtwaarde (opgenomen in tabel 1, bijlage 1 van het Revi) voor de afstand tussen een afleverzuil en een beperkt kwetsbaar object bedraagt 15 meter. In het pand aan de Schutstraat 189-191 zijn 7 dienstverlenende bedrijven en 2 winkels gevestigd. De oppervlakte van het pand bedraagt circa 1250 m2 .
De gezamenlijke brutovloeroppervlakte van de winkels is kleiner dan 1000 m2 en van de kantoren kleiner dan 1500 m2 . Dit betekent dat het in deze situatie gaat om een beperkt kwetsbaar object, zoals gedefinieerd in het Bevi. De afstand tussen een van de afleverzuilen en dit pand voldoet niet aan de richtwaarde. De afstand bedraagt 13,3 respectievelijk 14,6 meter. Bij besluitvorming in het kader van de Wet op de Ruimtelijke Ordening moet rekening worden gehouden met de richtwaarde voor LPG afleverzuilen en beperkt kwetsbare objecten, als de bouw of vestiging hiervan wordt toegestaan. Hiervan is in dit bestemmingsplan sprake. Het is mogelijk om af te wijken van de richtwaarde, maar hier moet wel een goede reden voor zijn. In het Bevi zijn geen saneringswaarden opgenomen voor beperkt kwetsbare objecten die in een bestaande situatie niet aan de richtwaarde voldoen. Een beperkt kwetsbare object binnen de plaatsgebonden risicocontour (10-6) wordt toelaatbaar geacht in bestaande situaties.
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 32
1 februari 2022
Bij tankstation Klok gaat het om een al aanwezig bedrijfspand dat ook als zodanig positief bestemd is in het geldende bestemmingsplan. Het pand heeft in het huidige bestemmingsplan de bestemming 'Gemengde Doeleinden'. De toegestane activiteiten blijven hetzelfde, namelijk winkels, kantoren en dienstverlenende bedrijven. Er is sprake van een conserverend bestemmingsplan waarbij de bestaande situatie als zodanig wordt vastgelegd. Hoewel het niet expliciet staat verwoord in het Bevi geeft het ministerie van VROM aan dat het bevoegd gezag conserverende plannen als bestaand mag beoordelen, mits een goede motivatie wordt gegeven waarom de afwijking van de richtwaarde wordt toegestaan. Volgens VROM zou het voldoende zijn als wordt aangegeven dat deze beperkt kwetsbare objecten al lang aanwezig zijn. In dit geval is hier sprake van omdat het gaat om een conserverend bestemmingsplan waarbij geen veranderingen optreden bij het LPG tankstation dat beschikt over een geldende Wm-vergunning. Binnen de plaatsgebonden risicocontour (10-6) is het niet toegestaan om nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten toe te voegen. De nadelige gevolgen van de herziening worden niet groter. Het groepsrisico hoeft niet verantwoord te worden.
Zuivelfabriek DOC Kaas, Alteveerstraat 70 In het oosten van het plangebied bevindt zich Zuivelfabriek DOC. Dit bedrijf valt onder de werking van het Bevi vanwege de aanwezigheid van een koelinstallatie waarbij ammoniak wordt gebruikt. Het bevoegd gezag bij DOC Kaas is de Provincie Drenthe. De provincie geeft op dat de inhoud van de koelinstallatie maximaal 2.500 kg ammoniak is. De contour voor het plaatsgebonden risico is 45 meter en blijft daarmee binnen de grenzen van de inrichting. Het groeprisico is bij deze installatie niet van toepassing.
Hoofdtransportgasleiding Binnen het plangebied bevindt zich één hoofdgastransportleiding. Overeenkomstig de informatie van de Gasunie gaat het om de leiding N-520-14 met een diameter van 150 mm en een druk van maximaal 80 bar. Voor deze leiding geldt een veiligheidszone van 5 meter uit het hart van de leiding. Deze zone is op de kaart ingetekend. Hierdoor ontstaan geen beperkingen voor de ruimtelijke ontwikkelingen.
Gasontvangsstation N074 Binnen het plangebied Venesluis is een gasontvangststation (GOS) van de Gasunie gevestigd. Het betreft een inrichting die onder de werking van het Activiteitenbesluit valt. Op grond van het Activiteitenbesluit geldt een veiligheidsafstand van 15 meter vanaf het gebouw van het GOS, waarbinnen geen kwetsbare objecten aanwezig moeten zijn. Voor beperkt kwetsbare objecten bedraagt deze afstand 4 meter. Het GOS ligt op het terrein van de zuivelfabriek DOC. Binnen de veiligheidsafstand zijn geen objecten van derden aanwezig.
Hoogspanningslijnen Aan de westzijde van het plangebied loopt parallel aan de A28 een hoogspanningslijn.
Hoogspanningslijnen_inf Lijn Spanning ormatie.objectid_12 kV 131 hoogeveen-knp_dedems 110 vaart
Venesluis 2018 vastgesteld
Indicatieve zone 2 x 50 meter
Specifieke zone
Netbeheerder
niet berekend
Essent BV
Netwerk
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 33
1 februari 2022
Hoogspanningslijnen hebben wettelijk geen te hanteren “veiligheidscontouren”. Bij het realiseren van planologische ontwikkeling is het wenselijk om uitvoering te geven aan het voorzorgsbeleid inzake de magnetische velden veroorzaakt door hoogspanningslijnen. Hierbij kunnen de indicatieve zones worden gehanteerd. Ten behoeve van onderhoud dient een zogenaamde zakelijk recht zone te worden vrijgehouden van bebouwing. Deze zone is op de plankaart verbeelding.
Route gevaarlijke stoffen Nabij het plangebied zijn rijkswegen aanwezig waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Binnen het plangebied is een hoge druk buisleiding aanwezig, die bestemd is voor het transport van aardgas. Ten westen van het plangebied ligt de Rijksweg A28 en ten zuiden ligt de Rijksweg A37, Beide zijn tracés waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het aspect externe veiligheid moet worden beoordeeld wanneer een ruimtelijke ontwikkeling binnen 200 meter vanaf een transportroute met gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Genoemde 200 meter zone van de A28 ligt binnen het plangebied en van de A37 ligt daarbuiten. Omdat de planlocatie binnen 200 meter vanaf de Rijksweg A28 ligt, dient er een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) te worden uitgevoerd en dient het groepsrisico te worden verantwoord. Voor het opstellen van de QRA voor het transport via de Rijksweg A28 is gebruik gemaakt van het softwareprogramma RBMII, versie 2.4. In de figuur hieronder is de ligging van de 200 meter zone van beide rijkswegen en het invloedsgebied weergegeven.
Figuur 6: zone 200 meter A28
De A28 en de A37 zijn onderdeel van het Basisnet weg. Voor de beoordeling van het groepsrisico moet op grond van het Bevt gebruik worden gemaakt van de Basisnet tabel weg van de Regeling Basisnet. Voor de risicoanalyse van de A28 is de stof licht ontvlambare gassen (GF3) bepalend voor het invloedsgebied, namelijk circa 355 meter (bron: HART). Voor de Rijksweg A37 hoeft geen QRA op te worden gesteld, maar de mogelijkheden voor Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 34
1 februari 2022
rampenbestrijding en de mate van zelfredzaamheid van de bevolking dient wel te worden verantwoord, omdat het plangebied voor een klein gedeelte binnen het invloedsgebied van de A37 ligt.
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 35
1 februari 2022
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 36
1 februari 2022
Hoofdstuk 6 6.1
Planbeschrijving
Juridisch systeem
Als opzet voor de planologische regeling van dit gebied, is gekozen voor een verbeelding met flexibele bestemmings- en bouwregels, waarin het door de gemeente vastgestelde beleid wordt omschreven. Hiermee wordt een materiële rechtszekerheid beoogd; alleen activiteiten die in het karakter van het gebied passen zijn toegestaan. De in het plangebied voorkomende stedenbouwkundige kwaliteiten worden door de keuze van de bestemming en de daarin gegeven bouwregels zoveel mogelijk gewaarborgd. Het bestemmingplan valt onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro), die op 1 juli 2008 in werking is getreden. Dit betekent dat het bestemmingsplan is opgezet volgens de nieuwste wettelijke regelgeving en volgens de nieuwste Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.
Deze nieuwe standaard is per 1 juli 2013 verplicht volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het plan is technisch als een digitaal raadpleegbare versie uitgevoerd en voldoet aan de eisen van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen). Deze digitale versie is bedoeld om de burger 'online' informatie te verschaffen omtrent het bestemmingsplan. Bovendien is de digitale versie bedoeld voor uitwisseling van gegevens binnen de gemeente en met andere overheidsinstanties. De digitale versie is voor (ontwerp)plannen die na 1 januari 2010 ter inzage worden gelegd verplicht op grond van de nieuwe Wro. Er zal een analoge (papieren) versie van het bestemmingsplan naast het digitale plan blijven bestaan.
6.2
Regels
De regels zijn vervat in artikelen die onderverdeeld zijn in vier delen. In de "Inleidende regels" zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In artikel 1 zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In artikel 2 is vastgelegd op welke wijze dient te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. In de "Bestemmingsregels" zijn de bestemmingen en de gebruiks- en/of bebouwingsmogelijkheden van de betreffende gronden aangegeven. De bestemmingen zijn op alfabetische volgorde benoemd. Deze bestemmingsregels worden in paragraaf 6.3 nader uitgewerkt. In de "Algemene regels" staan artikelen benoemd die voor alle of meerdere bestemmingen gelden. Het betreffen onder andere de voor alle bestemmingen geldende afwijkingsregels en de algemeen geldende aanduiding regels. De algemene afwijkingsregels zorgen voor enige verruiming ten behoeve van de flexibiliteit van het plan. Deze afwijkingen zijn niet specifiek op één bestemming gericht. Zij kunnen gebruikt worden ten aanzien van alle bestemmingen. In de "Overgangs- en slotregels" staan artikelen benoemd die voor alle voorgaande regels gelden. Het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik is hierin geregeld alsmede de slotregel.
6.3
Verklaring van de bestemmingen
In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Artikel 3 Bedrijf De Coöperatieve Zuivelfabriek DOC Kaas aan de Alteveerstraat, het autobedrijf, de autowasstraat en de opslag/distributiebedrijven aan de Alteveerstraat en de Schutstraat, hebben deze Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 37
1 februari 2022
bestemming gekregen. Voor alle bedrijven is een bouwvlak en een maximale goot- en bouwhoogte, dakhelling en een bebouwingspercentage opgenomen. Artikel 4 Bedrijf - Nutsvoorziening De openbare nutsvoorzieningen die vanwege hun grootte niet onder de bestemming Verkeer of Groen vallen hebben deze bestemming toegekend gekregen. Artikel 5 Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen (met LPG) Deze bestemming geldt voor het tankstation aan de Schutstraat.
Het voormalige belastingkantoor aan de Carstenstraat valt onder deze bestemming. Binnen deze bestemming zijn kantoren en dienstverlenende bedrijven en instellingen toegestaan. Hierbij kan gedacht worden aan educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten bate van openbare dienstverlening. Een bouwvlak is opgenomen met een maximale bouwhoogte en een maximaal bebouwingspercentage. Artikel 6 Gemengd De locatie in twee bouwlagen aan de Schutstraat gelegen achter het tankstation, waarin zowel kleine bedrijven/kantoren als detailhandel zijn gevestigd valt onder deze gemengde bestemming. Een bouwvlak is opgenomen met een maximale goot- en bouwhoogte, dakhelling en een maximaal bebouwingspercentage. Artikel 7 Groen Overeenkomstig de grotendeels bestaande situatie zijn de structuurbepalende elementen zoals beschreven in hoofdstuk 2, bestemd tot 'Groen'. Artikel 8 Horeca De snackbar aan de Carstenstraat op de hoek van de Schutstraat is onder deze bestemming geregeld. Hij valt onder categorie 2 van de horeca-inrichtingen zoals opgenomen in de bijlage 1 van de planregels. Verder is een bouwvlak opgenomen, met de maximale goot- en bouwhoogte.
Artikel 9 Kantoor De drie (makelaars)kantoren/financieel adviesbureau aan de Schutstraat en het kantoor met een bedrijfswoning aan de Eikenlaan zijn onder deze bestemming geregeld. Bouwvlakken zijn opgenomen, met een maximale goot- en bouwhoogte. Artikel 10 Maatschappelijk Onder deze bestemming vallen doorgaans de educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en openbare dienstverlening. Voor al deze voorzieningen zijn een bouwvlak, een maximale goot- en bouwhoogte, dakhelling en een bebouwingspercentage opgenomen, afgestemd op de bestaande of toekomstige bouwmassa. Artikel 11 Maatschappelijk - Begraafplaats De gemeentelijke algemene begraafplaats aan weerszijden van de Zuiderweg in het midden van het plangebied en de ten noorden hiervan gelegen oude Israëlitische Begraafplaats vallen onder deze bestemming. Artikel 12 Recreatie - Dagrecreatie
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 38
1 februari 2022
De volkstuinen op een binnenterrein in de hoek van de Zuiderweg, Kortenaerstraat en De Ruyterstraat is onder deze bestemming geregeld. Hier is verder geen bebouwing toegestaan. Artikel 13 Sport - Speelterrein De speeltuin gelegen tussen de Carstenstraat en de Lodderstraat valt onder deze bestemming. Voor het gebouwtje is een bouwvlak opgenomen. Artikel 14 Tuin De gedeelten van de percelen waar geen (bij)gebouwen mogen worden gebouwd, hebben deze bestemming gekregen. Meestal liggen deze gronden tussen de voorgevel van de gebouwen en de openbare weg. Ook kan aan de zijkant van de gebouwen deze bestemming gelegen zijn, om een bepaalde openheid te kunnen houden. Artikel 15 Verkeer Onder deze bestemming vallen alle wegen binnen het plangebied. Ook de parkeervoorzieningen, eventuele uitbreiding van de parkeervoorzieningen, ondergeschikte groenvoorzieningen en kleine gedeelten van voortuinen (in bruikleen gegeven) zijn hierbij opgenomen. Artikel 16 Water Al het water binnen het plangebied en van belang voor de waterhuishouding met de bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken, zoals bruggen en duikers vallen onder deze bestemming. Gebouwen zijn niet toegestaan. Artikel 17 Wonen Voor alle bestaande woningen in het plangebied is deze bestemming opgenomen.
Geregeld wordt waar het hoofdgebouw toegestaan is en regels ten aanzien van aan- en uitbouwen en bijgebouwen, als mede erfafscheidingen. Tevens worden regels gegeven voor de toegelaten aan-huis-verbonden beroepen en bedrijvigheid. Voor de verschillende woningtypen zijn door middel van bouwklassen passende goot- en bouwhoogten, dakhellingen en kapvormen aangegeven. Artikel 19 Wonen - Wooncentrum Voor de locatie waar bijzondere woonvoorzieningen voor ouderen is gerealiseerd is deze specifieke bestemming opgenomen, met een bouwvlak en maxima voor de goot- en bouwhoogte, dakhelling en bebouwingspercentage. Artikel 18 Wonen - Garagebox Alle garageboxen verspreid over het gehele plangebied en die niet gelegen zijn op een bouwperceel behorende bij een woning, zijn onder deze bestemming geregeld. Artikel 20 Leiding - Gas In het midden van het plangebied is een gastransportleiding gelegen, waarvoor een leidingzone is opgenomen. In afwijking van hetgeen in overige bestemmingen is bepaald gelden binnen deze zone beperkingen als gevolg van de aanwezige gasleiding. Artikel 21 Leiding - Hoogspanningsverbinding Langs de Rijksweg A28 ligt een deel van een hoogspanningstracé, waarvoor een beschermingszone is opgenomen.
Voor deze zones geldt dat op grond van de basisbestemming toelaatbare gebouwen, door het opnemen van deze dubbelbestemming, niet binnen deze zones mogen worden gebouwd Artikelen 22 Waarde - Archeologie 2 en 23 Waarde - Archeologie 3 In het plangebied komen vijf niet-gewaardeerde vindplaatsen voor. Deze hotspots zijn opgenomen met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Hier is nader archeologisch onderzoek aan de Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 39
1 februari 2022
orde bij initiatieven met een oppervlakte groter dan 100 m2 en waarbij de grond dieper dan 30 cm geroerd wordt. Voor een deel van het plangebied geldt een middelhoge tot hoge archeologische verwachtingswaarde waarvoor de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' is opgenomen. Voor initiatieven waarbij een oppervlakte groter dan 1000 m2 en dieper dan 30 cm de grond geroerd wordt, is een dubbelbestemming opgenomen.
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 40
1 februari 2022
Hoofdstuk 7 7.1
Handhaving
Algemeen
Het bestemmingsplan wil een sturend instrument zijn voor de ruimtelijke en functionel inrichting van de wijk De Weide. Aan de hand van de in het bestemmingsplan opgenomen regels worden voorgenomen activiteiten getoetst. Middels het stelsel van vergunningverlening worden de voorschriften toegepast. Als blijkt dat zonder of in afwijking van de regels activiteiten plaatsvinden, is handhaving aan de orde, gericht op het ongedaan maken van een ofertreding. Handhaving is belangrijk om de sturing die het bestemmingsplan beoogt tot haar recht te laten komen.
Handhaving heeft echter alleen zin wanneer de noodzaak en het nut hiervan kunnen worden aangetoond, een grondige inventarisatie van de feitelijke situatie (grondgebruik en bebouwing) heeft plaatsgevonden en draagvlak onder betrokkenen kan worden verkregen voor het beleid.
7.2
Inventarisatie
Er heeft bij het opstellen van het bestemmingsplan een inventarisatie van het plangebied plaatsgevonden. Hierbij is gekeken naar het grondgebruik, de verschillende functies en de bebouwing. Daarnaast wordt door middel van de inspraakmogelijkheden een ieder in de gelegenheid gesteld het plan te controleren op onjuistheden.
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 41
1 februari 2022
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 42
1 februari 2022
Hoofdstuk 8 8.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Conceptbestemmingsplan Het concept-bestemmingsplan is ingevolge artikel 3.1.1 Bro aan diverse overleginstanties verstuurd. Van de provincie Drenthe is een inhoudelijk reactie ontvangen. De reactie ziet toe op het provinciaal beleid waarin de cultuurhistorische aspecten niet voldoende waren toegelicht. Het bestemmingsplan is hierop aangepast. De aanpassing is doorgevoerd in paragraaf 3.3 van dit bestemmingsplan. Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerp-bestemmingsplan heeft gedurende zes weken van 31 maart tot 13 mei 2022 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. Tijdens de terinzagetermijn zijn drie zienswijzen ingediend. De Reactienota zienswijzen is samen met de staat van wijzigingen in te zien bij dit bestemmingsplan. In de reactienota zienswijzen is puntsgewijs een samenvatting gegeven van de zienswijzen. Vervolgens is een reactie geformuleerd en is aangegeven of op basis van de ingediende zienswijze (een onderdeel van) het bestemmingsplan is gewijzigd. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is het plan op de volgende onderdelen aangepast: Bij de percelen Schutstraat 159, 161, 163 en 165 i s een verkeerde sba-code opgenomen.
Deze i s veranderd naar de juiste sba-code; de dubbelbestemming archeologie-2 i s verwijderd van het perceel Schutstraat 147a; op de verbeelding i s de ligging van een gastransportleiding en het afsluitende afsluiter-schema aangepast. de belemmeringenstrook (dubbelbestemming 'Leiding-Gas') i s aangepast naar de juiste breedte; artikel 20 lid 3 van de planregels i s aangepast; de in het plan opgenomen gebruiksregels binnen artikel 21 zijn aangepast; het artikel 'Leiding-Gas' i s aangepast; er i s een vergunningstelsel voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden opgenomen op grond van artikel 14 Bevb; de verbeelding i s aangepast met de juiste maat van de belemmeringsstrook bij de bovengrondse 110kV hoogspanningsverbinding Hoogeveen-Dedemsvaart Sluis; artikel 21 van de regels ("Leiding-Hoogspanningsverbinding") i s aangepast.
8.2
Economische uitvoerbaarheid
Met dit bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Er zijn dan ook geen andere kosten dan de gebruikelijke plan- en procedurekosten. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het juridisch-planologische kader voor de wijk Venesluis op een actueel en overzichtelijke wijze weergegeven.
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 43
1 februari 2022
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 44
1 februari 2022
Bijlagen toelichting
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 45
1 februari 2022
Bijlage 1
Digitale watertoets
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 46
1 februari 2022
datum 14-11-2018 dossiercode 20181114-59-19235 Geachte Umut Demiroglu, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website www.dewatertoets.nl. Op basis van deze digitale toets concluderen wij dat belangen van het waterschap worden geraakt. U volgt daarom de normale procedure. Binnen 4 weken neemt waterschap Drents Overijsselse Delta contact met u op en ontvangt u een uitgangspuntennotitie. Deze notitie ontvangt u op het door u opgegeven emailadres u.demiroglu@dewoldenhoogeveen.nl. In de uitgangspuntennotitie vindt u meer informatie over de bestaande waterhuishouding en vindt u concrete uitgangspunten voor uw plan. Wij adviseren u deze uitgangspunten te verwerken in uw plan. Over het vervolg van het watertoetsproces vindt u in de uitgangspuntennotitie meer informatie.
Verklaring Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld. www.dewatertoets.nl
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 48
1 februari 2022
Regels
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 49
1 februari 2022
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
1.1 plan: het bestemmingsplan Venesluis 2018 met identificatienummer NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 van de gemeente Hoogeveen; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanbouw een bijgebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aaneengebouwde woningen: woningen gekoppeld door middel van gebouwen; 1.7 aan-huis-verbondenbedrijf: het verlenen van diensten c.q.
het uitoefenen van ambachtelijke –geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen- bedrijvigheid, waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn, dat de activiteit in de woning en/of daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie ter plaatse, kan worden uitgeoefend; 1.8 aan-huis-verbondenberoep: het in een woning en/of daarbij behorende bijgebouwen uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, kunstzinnig of ontwerptechnisch dan wel daarmee gelijk te stellen gebied, alsmede de beroepen van schoonheidsspecialist(e) en mani- en/of pedicure, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie, hieronder mede begrepen Bed & Breakfast; 1.9 ander werk: een werk, geen bouwwerk zijnde; 1.10 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.11 bebouwingspercentage: een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage dat de grootte van het deel van het bouwperceel aangeeft dat maximaal of minimaal bebouwd mag/moet worden;
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 50
1 februari 2022
1.12 bedrijf: een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. de levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, danwel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen; 1.13 bedrijfsgebouw: een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.14 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is voor toezicht en beheer; 1.15 beroeps- cq. bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q.
een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.16 bestaand: de op het moment van ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en conform de op dat moment geldende regels aanwezige gebouwen/ oppervlakten/ gebruik of waarvoor een bouwvergunning is verleend danwel een aanvraag om bouwvergunning is ingediend die kan worden verleend; 1.17 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.18 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.19 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.20 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.21 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of horizontale balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.22 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.23 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel; 1.24 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.25 bouwwerk: Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en
duurzaam met de aarde is verbonden.
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 51
1 februari 2022
1.26 bijgebouw: een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.27 consumentenvuurwerk: vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik; 1.28 dagrecreatie: activiteiten ter ontspanning in de vorm van volkstuinen, sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting uitdrukkelijk is verboden; 1.29 dagrecreatieve voorzieningen: speciaal aangelegde accommodatie al dan niet overdekt ten behoeve van dagrecreatie; 1.30 dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.31 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.32 dienstverlenend bedrijf: bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en prostitutie; 1.33 dienstverlening: het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, evenwel met uitzondering van
prostitutie; 1.34 dwarskap: een kap met de nokrichting haaks op de weg waaraan de woning is gelegen; 1.35 e-commerce: vorm van bedrijfsvoering waarbij het bedrijf uitsluitend goederen aan particulieren verhandelt door middel van contact met die particulieren dat uitsluitend verloopt via post, fax, telefoon, e-mail of internet waardoor geen handelswaren op het bedrijf worden aangeprezen en waarbij het bedrijfspand geen uitstraling heeft van een winkelpand, de goederen niet uitstalt ten verkoop, en daarmee een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met magazijn c.q. opslag van goederen ten behoeve van de op grond van de bestemming toegelaten bedrijven, met dien verstande dat goederen wel en slechts ter plekke kunnen worden afgehaald; 1.36 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond; 1.37 erf: de oppervlakte van een bouwperceel binnen de bestemming “Wonen”, met uitzondering van de oppervlakte van het bouwvlak; 1.38 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt, waaronder mede een carport wordt verstaan;
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 52
1 februari 2022
1.39 geluidbelasting vanwege een industrie-/bedrijventerrein: de etmaalwaarde van het equivalente geluidniveau in dB op een bepaalde plaats, veroorzaakt door de gezamenlijke inrichtingen en toestellen op een industrieterrein (benoemen welk terrein….), daaronder niet begrepen het geluid van motorvoertuigen op de openbare weg; 1.40 geluidzoneringsplichtigeinrichting: een inrichting, genoemd in artikel 2.4 van het Inrichting- en vergunningenbesluit milieubeheer van 5 januari 1993 houdende aanwijzing van categorieën inrichtingen, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. 1.41 halfvrijstaandewoningen: blok van twee aaneengebouwde woningen; 1.42 hogere (geluidsgrens)waarde: een waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, c.q.
het Besluit geluidhinder; 1.43 hoofdgebouw: Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.44 horecabedrijf: een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.45 horecabedrijf categorie 1: een complementair horecabedrijf dat is gericht op het hoofdzakelijk overdag bereiden en verstrekken van (niet of licht alcoholhoudende) dranken en eenvoudige etenswaren aan bezoekers van andere functies, met name functies als centrumvoorzieningen en dagrecreatie, zoals een broodjeszaak, een crêperie, een croissanterie, een eetcafé, een konditorei, een lunchroom, een pannenkoekenhuis, een patisserie, een petitrestaurant, een poffertjeszaak, een theehuis, een traiteur, een ijsssalon, en/of een naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf; 1.46 horecabedrijf categorie 2: een horecabedrijf met een in het algemeen hoge bezoekersfrequentie gedurende de avond, dat voornamelijk is gericht op het bereiden en verstrekken van maaltijden
en/of (alcoholische) dranken, zoals een afhaalcentrum, een automatiek, een café, een café-restaurant, een cafetaria, een grillroom, een hotel-café, een hotel-café-restaurant, een restaurant, een shoarmazaak, een snackbar, en/of een naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf; 1.47 horecabedrijf categorie 3: een horecabedrijf, dat voornamelijk is gericht op het 's avonds en/of 's nachts verstrekken van (alcoholische) dranken en waar tevens gelegenheid wordt geboden tot dansen of vergelijkbaar vermaak, zoals een bar, een bar-/dancing, een dansschool, een discotheek, en/of een naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf. Onder horecabedrijf categorie 3 valt tevens een drive-in-restaurant en een zalencentrum; 1.48 horizontale diepte van een gebouw: de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde gevel;
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 53
1 februari 2022
1.49 kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel andere onderkomens of andere voertuigen, gewezen voertuigen of gedeelten daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde, die geheel of gedeeltelijjk blijvend zijn bestemd of ingericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf dan wel voor nachtverblijf van personeel, werkzaam op het kampeerterrein waar deze onderkomens of voertuigen zijn geplaatst; 1.50 kantoor: een gebouw waarvan ten minste 80 % van de vloeroppervlakte wordt gebruikt voor administratieve activiteiten, inclusief daaraan gerelateerde activiteiten, zoals kantine en sanitair; 1.51 kap: een gesloten en (overwegend) hellende bovenbeëindiging van een bouwwerk, bestaande uit ten minste één niet horizontaal vlak; 1.52 kas: een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van vruchten, bloemen of planten; 1.53 kwekerij: een bedrijfsvoering dat het kweken omvat van houtachtige en/of kruidachtige gewassen, zoals (sier) bomen, (sier)heesters, coniferen, vaste planten en één- en tweejarigen; 1.54 kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico c.q.
een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden; 1.55 langskap: een kap met de nokrichting evenwijdig aan de weg waaraan de woning is gelegen; 1.56 leisureactiviteiten: activiteiten die gericht zijn op recreatie en ontspanning welke individueel of in groepen kunnen plaatsvinden, zoals karten, overdekt skiën en bowlen; 1.57 lessenaarsdak: een dak bestaande uit één hellend dakvlak; 1.58 maatschappelijkevoorzieningen: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.59 1. 2. 3.
peil: voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang danwel vanaf enig ander vast punt in de omgeving; voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil);
1.60 perceelgrens: de scheiding tussen percelen die niet aan eenzelfde eigenaar behoren danwel niet door eenzelfde gebruiker worden gebruikt; 1.61 platdak: horizontaal of nagenoeg horizontaal gelegen dak;
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 54
1 februari 2022
1.62 productiegebonden detailhandel: detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.63 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.64 reconstructie van een weg: een of meer wijzigingen op of aan een aanwezige weg, ten gevolge waarvan de geluidsbelasting vanwege de weg met 1,5 dB of meer wordt verhoogd; 1.65 recreatief medegebruik: een recreatief gebruik van gronden en opstallen dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan; 1.66 recreatieve bewoning: de bewoning die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie; 1.67 recreatiewoning: een gebouw dat naar aard en inrichting is bedoeld voor recreatieve bewoning; 1.68 risicovolle inrichting: een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde of richtwaarde voor het risico c.q.
een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.69 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.70 Staat van Bedrijfsactiviteiten: de Staat van Bedrijfsactiviteiten die van deze regels onderdeel uitmaakt; 1.71 Staat van Bedrijfsactiviteiten bij functiemenging: de Staat van Bedrijfsactiviteiten bij functiemenging die van deze regels onderdeel uitmaakt; 1.72 stacaravan: een caravan, die als een gebouw valt aan te merken; 1.73 standplaats voor woonwagens: een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten; 1.74 stolpkap: een kap met een piramidevormige afdekking eindigend in één punt of met een korte nokbalk haaks op de weg; 1.75 tuincentrum: detailhandel met een al dan niet geheel overdekt winkelvloeroppervlak waar bedrijfsmatig
boomkwekerijproducten, planten, bloembollen en bloemen ten verkoop worden aangeboden, alsmede materialen voor de aanleg, de verfraaiing en het onderhoud van tuinen;
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 55
1 februari 2022
1.76 uitbouw: een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.77 verblijfsrecreatie : activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting is toegestaan; 1.78 verblijfsrecreatieve voorzieningen: speciaal aangelegde accommodatie al dan niet overdekt ten behoeve van verblijfsrecreatie; 1.79 verkoopvloeroppervlakte: de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten behoeve van de detailhandel; (let op: dit is dus de netto-vloeroppervlakte); 1.80 volumineuze detailhandel: detailhandel in ABC-goederen (auto's, boten en caravans), tuinartikelen, (grove) bouwmaterialen, keukens, sanitair en woninginrichting waaronder meubels. Deze winkels hebben vanwege omvang en aard van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig voor de uitstalling; 1.81 voorkeursgrenswaarde: de streefwaarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q.
het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.82 voorgevel: het meest naar de zijde van de weg, waaraan de hoofdontsluiting van het perceel is gelegen, gekeerde deel van een hoofdgebouw; 1.83 vuurwerkbedrijven: inrichtingen waar professioneel vuurwerk en/of meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk aanwezig is; 1.84 Wgh-inrichtingen: inrichtingen in de zin van artikel 41 van de Wet geluidhinder jo artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer; 1.85 winkel: een gebouw of een deel van een gebouw, dat een ruimte omvat, welke door zijn indeling kennelijk bedoeld is te worden gebruikt voor de detailhandel; 1.86 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één (of meerdere) huishouden(s); 1.87 wooncentrum: een centrum ten behoeve van wonen met daaraan ondergeschikt gemeenschappelijke voorzieningen zoals recreatieruimtes, keuken, gezondheidszorg, sociale dienstverlening en daarmee samenhangende administratieve diensten. 1.88 woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel kan worden verplaatst;
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 56
1 februari 2022
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6 de hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine (Let op: indien van toepassin).
2.7 de afstand tot de perceelgrens de afstand tussen de perceelsgrens en het dichtstbijzijnde punt van een bouwwerk; Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. De maximale bouwhoogte mag ten behoeve van deze ondergeschikte bouwwerken met ten hoogste 1 meter worden overschreden.
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 57
1 februari 2022
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
gebouwen ten behoeve van: 1. een autowasstraat ter plaatse van de bouwaanduiding 'sba-1'; 2. opslag/distrubutiedoeleinden en detailhandel ter plaatse van de bouwaanduiding 'sba-2'; 3. een zuivelfabriek ter plaatse van de bouwaanduiding 'sba-3'; 4. bedrijfswoningen ter plaatse van de bouwaanduiding 'sba-4'; 5. winkelformules die vanwege de omvang en aard van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig hebben voor uitstalling, ter plaatse van de bouwaanduiding 'sba-5', te weten: auto's, boten, caravans en aanverwante artikelen; keukens en sanitair; kantoor- en woninginrichting (waaronder meubels);
met de daarbij behorende andere bouwwerken en andere werken, zoals ontsluitingswegen en parkeerterreinen met dien verstande dat het bedrijfsoppervlak van elke vestiging minimaal 500 m2 zal bedragen; b.
een reclamezuil, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – reclamezuil';
met de daarbij behorende: c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde; andere werken; bijgebouwen; geluidswerende voorzieningen; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; (ontsluitings)wegen, straten en paden; opslag van goederen; parkeervoorzieningen overeenkomstig de parkeernorm(en) van zoals opgenomen in bijlage 2; tuinen, erven, en terreinen; water.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Bedrijfsgebouwenen bijbehorende bijgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bijbehorende bijgebouwen gelden de volgende regels: a. b.
gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; de gebouwen dienen qua bouwaanduiding zoals weergegeven op de verbeelding en welke overeenkomt met de bouwaanduiding zoals genoemd in onderstaande matrix, en de daarbij behorende aantal bouwlagen en maatvoering te voldoen aan de eisen die in de volgende matrix zijn gesteld; Bouwaanduiding sba-1 sba-2 sba-3 sba-5
Goothoogte (m)
Bouwhoogte (m)
min
min
max 4 4,5
max 4 4,5 30 8
5
Venesluis 2018 vastgesteld
Dakhelling (o) min
max 0 0 30 30
Bebouwingspercentage (%) min max 50 50 70 100
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 58
1 februari 2022
c.
binnen het bouwvlak ter plaatse van de bouwaanduiding sba-4 zijn maximaal 5 bedrijfswoningen toegestaan, wat betreft de bouwregels voor bedrijfswoningen gelden de regels uit artikel 17 met dien verstande dat de vrijstaande woning onder bouwaanduiding sba-2 valt en aaneengebouwde woningen onder bouwaanduiding sba-6.
3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b.
de hoogte van erf-/terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met dien verstande dat de hoogte voor erf-/terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel ten hoogste 1 meter mag bedragen; de hoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen, met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de bouwaanduiding sba-5 een bouwwerk, geen gebouw zijnde i s toegestaan met een maximale bouwhoogte van 30 meter; 2. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding – reclamezuil' een reclamezuil i s toegestaan met een maximale bouwhoogte van 37 meter.
3.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.
de milieusituatie; een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de waarborging van de brand- en externe veiligheid en ter bevordering van zelfredzaamheid van aanwezigen en van beheersbaarheid en bestrijdbaarheid bij incidenten; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
3.4 a.
b.
Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van: 1. het bepaalde in lid 3.2.1 sub a en toestaan dat een bedrijfsgebouw gedeeltelijk buiten het bouwvlak wordt gebouwd, mits de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen buiten het bouwvlak niet meer dan 10 m² bedraagt. de bouwhoogte van de gebouwen buiten het bouwvlak niet meer dan 3 meter bedraagt en de afstand tot de perceeelsgrens niet minder dan 2,5 meter bedraagt; 2. het bepaalde in lid 3.2.2 sub en toestaan dat ter plaatse van de bouwaanduiding sba-3 de bouwhoogte van bouwwerk, geen gebouw zijnde, 45 meter mag bedragen; De in lid 3.4 sub a genoemde vergunningen kunnen slechts worden verleend mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de sociale veiligheid; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 5. de brandveiligheid, in die zin dat er uit ingewonnen advies bij de brandweer blijkt dat er voldoende en bruikbare ruimte aanwezig blijft voor brandbestrijding.
3.5 a. b.
Specifieke gebruiksregels Het i s verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming; Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 3.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; 2. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel; 3. het gebruik of laten gebruiken van gronden en de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichting(en);
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 59
1 februari 2022
3.6
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. b. c.
het bepaalde in lid 3.1 onder a en toestaan dat bedrijven worden gevestigd die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de toegestane bedrijven, mits het geen geluidszoneringsplichtige inrichtingen betreft; het bepaalde in lid 3.5 sub a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd; het bepaalde in lid 3.5 sub b en toestaan dat de gronden en gebouwen worden gebruikt voor de uitoefening van detailhandel, uitsluitend in de vorm van e-commerce.
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 60
1 februari 2022
Artikel 4 4.1
Bedrijf - Nutsvoorziening
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
gebouwen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorgebouwen, gebouwen ten behoeve van de gasvoorziening en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen;
met daaraan ondergeschikt: b. c.
(ontsluitings-)wegen; groenvoorzieningen;
met de daarbij behorende: d. e.
verhardingen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b.
een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; de inhoud mag niet meer dan 150 m 2 bedragen.
4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de regel dat de hoogte van niet meer dan 3 meter mag bedragen.
4.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nader eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c.
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid.
4.4 a. b.
Specifieke gebruiksregels Het i s verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming; Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 4.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend het gebruik of laten gebruiken van gronden en de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichting(en).
4.5
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.4 onder a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 61
1 februari 2022
Artikel 5 5.1
Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen (met LPG)
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen (met LPG)' aangewezen gronden zijn bestemd voor: c.
gebouwen ten behoeve van een verkooppunt voor motorbrandstoffen met bijbehorend LPG-vulpunt;
met daaraan ondergeschikt: d.
detailhandel;
met de daarbij behorende: e. f. g. h. i.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals een een overkapping; andere werken; toegangswegen; verhardingen; parkeervoorzieningen overeenkomstig de parkeernorm(en) van zoals opgenomen in bijlage 2:
5.2
Bouwregels
5.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b.
gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; de bouwhoogte mag niet meer dan 3,5 meter bedragen.
5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b.
de hoogte van erf-/terreinafscheidingen mag niet meer dan 3 meter bedragen, met dien verstande dat de hoogte voor erf-/ terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel niet meer 1 meter mag bedragen; de hoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5,5 meter bedragen.
5.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.
de brandveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de milieusituatie; een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid.
5.4 a. b. c. d.
Specifieke gebruiksregels Het i s verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming; Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 3.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: het gebruik of laten gebruiken van gronden en de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichting(en); het gebruik of laten gebruiken van gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen;
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 62
1 februari 2022
5.5
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.4 sub a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 63
1 februari 2022
Artikel 6 6.1
Gemengd
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
gebouwen ten behoeve van: 1. detailhandel; 2. dienstverlende bedrijven en instellingen 3. kantoren.
met de daarbij behorende; b. c.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde; tuinen, erven en terreinen.
6.2
Bouwregels
6.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b.
de gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; de hoofdgebouwen dienen in relatie tot de bouwaanduiding qua maatvoering en bebouwingspercentage, te voldoen aan de eisen die in de volgende matrix zijn gesteld:
Bouwaanduiding sba-1
6.2.2
goothoogte (m) min max 8
bouwhoogte (m) min max 8
dakhelling (%) min max 0
bebouwingspercentage (%) min max 100
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan niet meer dan 1 meter mag bedragen; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen.
6.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
6.4 a. b.
Specifieke gebruiksregels Het i s verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming; Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 6.1 jo artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik of laten gebruiken van gronden en de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichting(en); 2. het gebruik of laten gebruiken van gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen.
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 64
1 februari 2022
6.5
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.4 sub a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Venesluis 2018 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2018BP9011001-VG01 65
1 februari 2022
Artikel 7 7.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; voet- en fietspaden; water;
met daaraan ondergeschikt: e. f. g. h. i. j.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het verzamelen van huishoudelijke afvalstoffen, hieronder mede verstaan ondergrondse afvalopslag; gebouwen ten behoeve van het onderhoud aan de groenvoorzieningnen; geluidwerende voorzieningen; nutsvoorzieningen; sirenevoorzieningen ten behoeve van de openbare veiligheid; verhardingen en parkeervoorzieningen;
met de daarbij behorende: k.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, lichtmasten en kunstwerken hieronder begrepen.
7.2
Bouwregels
7.2.1
Gebouwen
voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b. c.
een gebouw mag uitsluitend in een bouwvlak worden gebouwd, met uitzondering van de gebouwen genoemd in lid 7.1 sub h (nutsvoorzieningen); de bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen; de bruto oppervlakte van de in lid 7.1 sub h (nutsvoorzieningen) genoemde gebouwen mag niet meer dan 25 m2 bedragen.
7.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, lichtmasten hier niet onder begrepen, gelden den volgende bepalingen: a. b. c. d.
de hoogte van de in lid 7.1 sub e (afvalopslag) genoemde bouwwerken mag, gemeten vanaf het aansluitend terrein, niet meer dan 1,5 meter bedragen; de bruto-oppervlakte van de in lid 7.1 sub e (afvalopslag) genoemde bouwwerken mag, voor zover het bouwwerk bovengronds wordt geplaatst, niet meer dan 2 m² bedragen; de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals genoemd onder lid 7.1 sub i (sirenevoorzieningen), mag niet meer dan 20 meter bedragen; de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, anders dan die zoals genoemd onder lid 7.1 sub e en i, mag niet meer dan 5 meter bedragen.