Bestemmingsplan Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24
Tekst van het document
Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r. beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 31
8 december 2022
Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de verwachte milieuhinder en cumulatie met andere projecten), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de in Hoofdstuk 4 opgenomen milieuen omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. Deze paragraaf wordt in dit geval beschouwd als de vormvrije m.e.r.-toets.
4.12.3 Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 32
8 december 2022
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische plantoelichting
Juridische aspecten
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) geeft gemeenten de plicht tot het opstellen van een bestemmingsplan. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Dit zijn een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast bieden zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan het afwijken met een omgevingsvergunning, wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente. Het uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar, dit is de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan.
De planregels vallen in vier hoofdstukken uiteen. Hoofdstuk 1 bevat de algemene voor het plangebied geldende bepalingen, de inleidende regels. Hoofdstuk 2 regelt de bestemmingen en het daarop toegestane gebruik. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, zoals de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijkings- en algemene wijzigingsregels en tot slot de algemene procedureregels. Tenslotte komt in hoofdstuk 4 het overgangsrecht en de slotbepaling aan bod. Bevoegdheid Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Over het algemeen zijn burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Het kan echter incidenteel voorkomen dat bijvoorbeeld het Rijk dan wel de provincie het bevoegd gezag is. Burgemeester en wethouders zijn altijd bevoegd gezag bij het wijzigen van een plan en het stellen van nadere eisen.
5.1.1
Inleidende regels
5.1.1.1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing van het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik. 5.1.1.2 Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten (die bij het bouwen in acht dienen te worden genomen) moeten worden gemeten.
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 33
8 december 2022
5.1.2
Bestemmingsregels
5.1.2.1 'Tuin' De bestemming 'Tuin' is gelegen bij andere bestemmingen zoals 'Wonen'. De bestemming wordt alleen toegepast op terreinen van particulier eigendom. 5.1.2.2 'Wonen' De bestemming 'Wonen' wordt opgenomen voor het woonperceel (met eventuele uitbreidingsmogelijkheden van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken). Het gedeelte van het perceel tussen de woning en de weg krijgt de bestemming 'Tuin'. Bij de bestemming 'Wonen' is de functie wonen toegestaan. Het begrip wonen is gedefinieerd als 'het zelfstandig gehuisvest zijn van één afzonderlijk huishouden'. Dit betekent dat kamerverhuur niet zonder meer is toegestaan. Hoofdgebouwen worden in het bouwvlak gebouwd. Uitbouwen, aanbouwen en bijgebouwen mogen ook buiten het bouwvlak worden opgericht (tot bepaalde maatvoeringen).
5.1.3
Algemene regels
5.1.3.1 Anti-dubbeltelregel Het doel van de anti-dubbeltelregel is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. 5.1.3.2 Algemenegebruiksregels Daarnaast wordt ter verduidelijking van het plan aangegeven wat het verboden gebruik van gronden in houdt. 5.1.3.3 Algemeneafwijkingsregels Er is een algemene afwijkingsregel opgenomen wanneer dit voor een betere technische realisering van bouwwerken dan wel in verband met de werkelijke toestand van het terrein noodzakelijk is. Deze afwijkingsregel dient bij uitzondering te worden toegepast. De noodzaak om van de bestemmingsregeling af te wijken dient te worden aangetoond. 5.1.3.4 Algemeneprocedureregels Op de voorbereiding van het besluit tot wijziging is afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht en artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing, met dien verstande dat burgemeester en wethouders binnen acht weken na afloop van de termijn van terinzagelegging een besluit nemen omtrent de wijziging. Voor het stellen van nadere eisen is geen procedure opgenomen in de wet. De procedure staat beschreven in hoofdstuk 3 "Algemene regels" van dit bestemmingsplan.
5.1.3.5 Overige regels Aanvullend op de hiervoor benoemde algemene regels is er een regel opgenomen met betrekking tot de werking wettelijke regelingen.
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 34
8 december 2022
5.1.4
Overgangs- en slotregels
5.1.4.1 Overgangsregels Voor de overgangsregels is onderscheid gemaakt tussen de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken en de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik. Zowel de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken als de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik gelden vanaf inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Uitgangspunt is dat zo weinig mogelijk gebruik wordt gemaakt van het overgangsrecht. Vooraf dient een afweging te worden gemaakt tussen legaliseren (positief bestemmen) dan wel handhaving van illegale situaties. De overgangsbepalingen voor bouwwerken en gebruik zijn overgenomen uit artikelen 3.2.1 en 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). 5.1.4.2 Slotregel Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het voorliggende bestemmingsplan.
5.2
Handhaving
De gemeente acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te garanderen. Belangrijke redenen voor handhaven zijn: de regels zijn door de gemeente vastgesteld en de inwoners van de gemeente mogen verwachten dat de gemeente die regels handhaaft: waarom zijn er anders regels opgesteld? Inwoners van de gemeente hebben a l s het ware recht op handhaving; handhaving gaat oneigenlijk gebruik van en daarmee de achteruitgang van de kwaliteit van het gemeentelijk grondgebied tegen. Een actueel bestemmingsplan beoogt de ruimtelijke kwaliteit van een gebied in stand te houden en te verbeteren; niet daadkrachtig optreden tegen overtredingen van wettelijke regels werkt een toename van het aantal overtredingen in de hand en tast de geloofwaardigheid van daadkrachtig optreden aan. Het in het bestemmingsplan vastgelegde beleid wordt ondermijnd en het bestuur verliest de greep op de gebouwde omgeving.
Onderscheid kan gemaakt worden tussen preventieve en repressieve handhavingsinstrumenten. Onder preventieve instrumenten kunnen onder andere goede regelgeving (onder andere in bestemmingsplan), voorlichting, subsidieverlening, afwijken van bouwregels en gebruiksregels en de omgevingsvergunning worden begrepen. Repressieve instrumenten zijn onder meer controle en toezicht, opsporing en het hanteren van sancties als bestuursdwang en dwangsom. Bij de handhaafbaarheid van een bestemmingsplan spelen aspecten als communicatie, de planvorm, de normstelling, het daadwerkelijk kunnen handhaven en de controleerbaarheid van normen ook een belangrijke rol. Randvoorwaarde voor handhaving is dat er voldoende basis/grondslag is om te kunnen handhaven. Deze basis wordt gevormd door: de regeling in het bestemmingsplan zelf: de handhaafbaarheid van de planregels; het afwijkingenbeleid.
In dit bestemmingsplan is gestreefd naar heldere, eenduidige planregels met zo min mogelijk interpretatiemogelijkheden. Verder zijn aan de in het plan opgenomen afwijkingsbevoegdheden duidelijke voorwaarden verbonden, die voldoende objectief bepaalbaar zijn.
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 35
8 december 2022
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 36
8 december 2022
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Financiële uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een ruimtelijke procedure dient op grond van artikel 3.1.6 lid f van het Bro onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Met de inwerkingtreding van de Wro op 1 juli 2008 is de gemeente verplicht, op grond van artikel 6.12 lid 1 van die wet, tot kostenverhaal bij grondexploitatie. Deze verplichting houdt in dat als de gemeente er bij een ruimtelijke ontwikkeling niet in slaagt met alle particuliere eigenaren in het gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie, de gemeente publiekrechtelijk de kosten moet verhalen bij alle eigenaren in het exploitatiegebied waarmee niet is gecontracteerd. Gemaakte kosten (limitatief opgesomd in artikelen 6.2.3 tot en met 6.2.5 van het Bro) zoals plankosten, onderzoekskosten, kosten van inrichting van de openbare ruimte etc. kunnen worden verhaald door middel van een exploitatieplan dat gelijktijdig met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan is opgenomen in artikel 6.2.1 Bro (o.a. bouw van 1 of meer woningen, bouw van 1 of meer hoofdgebouwen). Het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van meerdere woningen. Deze ontwikkeling maakt daarmee een bouwplan mogelijk in de zin van artikel 6.2.1 Bro.
In onderhavig geval is geen sprake van een bouwplan en zijn er geen kosten voor de gemeente. Wel is er een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten met initiatiefnemer zodat eventuele planschade niet voor rekening van de gemeente kan komen. Voor de planologische procedure worden de gebruikelijke leges in rekening gebracht op; grond van de vigerende legesverordening. Alle kosten die met het plan te maken hebben zijn daarmee anderszins verzekerd, zodat het vaststellen van een exploitatieplan niet nodig is.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Vooroverleg en inspraak
Gelet op het feit dat dit plan slechts een technisch-juridische aanpassing van de planregels voor de voormalige dienstwoning betreft, waarbij het feitelijk gebruik als woning wordt voortgezet en er ook geen sprake is van een bouwplan, is hiervoor geen inspraak gehouden. Het plan heeft als zodanig geen of nauwelijks impact op de omgeving. Het plan is wel in het vooroverleg gebracht. Er is één reactie ontvangen, te weten van N.V. RENDO met als mededeling dat zij geen bezwaar hebben tegen het plan. Er is derhalve geen reden om het plan aan te passen. Het plan kan daarom ongewijzigd als ontwerpbestemmingsplan in procedure worden gebracht.
6.2.2
Ontwerpbestemmingsplan
Het ontwerpbestemmingsplan wordt voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd met de mogelijkheid voor een ieder tot het naar voren brengen van een zienswijze bij de gemeenteraad. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 29 september tot en met 9 november 2022 voor een ieder ter inzage gelegen.
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 37
8 december 2022
6.2.3
Vaststelling
Er zijn geen zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan naar voren gebracht, zodat het plan ongewijzigd, overeenkomstig het ontwerp kan worden vastgesteld door de gemeenteraad. Nadat de raad het bestemmingsplan heeft vastgesteld, wordt het besluit tot vaststelling bekend gemaakt en ligt het vaststellingsbesluit tezamen met het vastgestelde plan voor een periode van 6 weken ter inzage, waarbij de mogelijkheid bestaat voor belanghebbenden om een beroepschrift in te dienen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State al dan niet in combinatie met een verzoek om voorlopige voorziening.
6.2.4
Inwerkingtreding
Het vastgestelde bestemmingsplan treedt in werking daags na afloop van de beroepstermijn als er geen beroepschrift met een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend. Het bestemmingsplan is dan onherroepelijk. Als er wel beroep is ingediend maar geen verzoek om voorlopige voorziening treedt het bestemmingsplan eveneens in werking daags na afloop van de beroepstermijn, maar is dit pas onherroepelijk nadat door de Raad van State op het beroep is beslist. Als er naast het beroep tevens een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, treedt het bestemmingsplan pas (geheel of gedeeltelijk) in werking nadat door de Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op dit verzoek is beslist. Het bestemmingsplan is pas onherroepelijk nadat door de Raad van State op het beroep (hoofdzaak) is beslist.
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 38
8 december 2022
Bijlagen bij toelichting
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 39
8 december 2022
Bijlage 1
Digitale watertoets
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 40
8 december 2022
Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 06-04-2022
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
Geen belang procedure
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
06-04-2022, 07:50
P agina 1 van 3
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Gaat het om een ruimtelijk plan dat uits luitend een functiewijziging van bes taande bebouwing inhoudt? ja
2.
Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealis eerd? nee
3.
Is er in of rondom het plangebied s prake van wateroverlas t of grondwateroverlas t? nee
4.
Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bes trating toe met meer dan 1500m2? nee
06-04-2022, 07:50
P agina 2 van 3
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 1.
Geen belang procedure Op bas is van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat u geen waters chaps belangen raakt.
Wat moet ik doen? Geachte heer/mevrouw, U heeft een watertoets uitgevoerd op de webs ite http://www.dewatertoets .nl//. Op bas is van deze toets wordt in uw plan geen waters chaps belangen geraakt. U volgt de procedure geen waters chaps belang. Dit houdt in dat u direct door kunt gaan met de planvorming van uw plan en onders taande teks t kunt opnemen in het plan. Paragraaf geen waterschapsbelang Deze paragraaf geen waters chaps belang heeft betrekking op het plan. Het plan betreft alleen een functieverandering van bes taande bebouwing en heeft geen invloed op de waterhuis houding. Met de voorgenomen ontwikkeling zijn geen waterbelangen gemoeid. De ontwikkeling heeft geen nieuwe lozingen op oppervlaktewater tot gevolg. In het gebied is geen s prake van (grond)wateroverlas t. Het waters chap Vechts tromen heeft dan ook geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. Deze conclus ie is getrokken naar aanleiding van een digitale watertoets . Het proces van de watertoets is goed doorlopen.
Algemene info: In de procedurebepalingen van de Wro voor het bes temmings plan is opgenomen dat de kennis geving wordt toegezonden aan de ins tanties die bij het overleg zijn betrokken. De terinzagelegging van het bes temmings plan kunt u zenden aan kennis gevingwro@vechts tromen.nl. Verklaring Dit document is een automatis ch gegeneerd bes tand op bas is van de door u ingevulde gegevens . U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld. "
Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie
06-04-2022, 07:50
P agina 3 van 3
https://dewatertoets.nl
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 44
8 december 2022
Regels
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 45
8 december 2022
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
1.1 plan: het bestemmingsplan Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24' met identificatienummer NL.IMRO.0118.2022BP8021008-ON01 van de gemeente Hoogeveen; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en bijlagen; 1.3 de verbeelding: de illustratie met bijbehorende verklaring waarop de bestemmingen en aanduidingen van de in bestemmingsplan begrepen gronden zijn aangewezen; 1.4 aan-huis-verbondenbedrijfsactiviteiten: de uitoefening van een beroep, het bedrijfsmatig verlenen van diensten of het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk, welke activiteiten door de beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend en die een ruimtelijke uitwerking of uitstraling hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.5 aan-huis-verbondenberoep: het in een woning en/of daarbij behorende bijgebouwen uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, kunstzinnig of ontwerptechnisch dan wel daarmee gelijk te stellen gebied, alsmede de beroepen van schoonheidsspecialist(e) en mani- en/of pedicure, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de
woonfunctie, hieronder mede begrepen Bed & Breakfast; 1.6 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.7 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.8 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.9 bedrijf: een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. de levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, danwel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen; 1.10 bestaand: de op het moment van ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en conform de op dat moment geldende regels aanwezige gebouwen/ oppervlakten/ gebruik of waarvoor een bouwvergunning is verleend danwel een aanvraag om bouwvergunning is ingediend die kan worden verleend; 1.11 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak;
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 46
8 december 2022
1.12 bestemmingsvlak: een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde bestemming; 1.13 bijgebouw: een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.14 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.15 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.16 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of horizontale balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.17 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.18 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel; 1.19 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.20 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.21 dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.22 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder
begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.23 dwarskap: een kap met de nokrichting haaks op de weg waaraan de woning is gelegen; 1.24 erf: de oppervlakte van een bouwperceel binnen de bestemming “Wonen”, met uitzondering van de oppervlakte van het bouwvlak; 1.25 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt, waaronder mede een carport wordt verstaan; 1.26 hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw is aan te merken; 1.27 kap: een gesloten en (overwegend) hellende bovenbeëindiging van een bouwwerk, bestaande uit ten minste één niet horizontaal vlak; Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 47
8 december 2022
1.28 langskap: een kap met de nokrichting evenwijdig aan de weg waaraan de woning is gelegen; 1.29 a. b. c.
peil: voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang danwel vanaf enig ander vast punt in de omgeving; voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil);
1.30 perceelgrens: de grens van een bouwperceel; 1.31 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.32 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.33 uitbouw: een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.34 voorgevel: het meest naar de zijde van de weg, waaraan de hoofdontsluiting van het perceel is gelegen, gekeerde deel van een hoofdgebouw; 1.35 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één (of meerdere) huishouden(s);
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 48
8 december 2022
Artikel 2
Wijze van meten
2.1 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6 de afstand tot de perceelsgrens: de afstand tussen de perceelsgrens en het dichtstbijzijnde punt van een bouwwerk; Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q.
bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. De maximale bouwhoogte mag ten behoeve van deze ondergeschikte bouwwerken met ten hoogste 1 meter worden overschreden.
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 49
8 december 2022
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingregels Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
maatschappelijke voorzieningen; aan- en uitbouwen en bijgebouwen;
met de daarbijbehorende: c. d. e.
andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde; andere werken; tuinen, terreinen en erven.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c.
een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; per bouwvlak mag maximaal één hoofdgebouw worden gebouwd; de hoofdgebouwen dienen qua bouwaanduiding zoals weergegeven op de verbeelding en welke overeenkomt met de bouwaanduiding zoals genoemd in onderstaande matrix, en de daarbij behorende maatvoering te voldoen aan de eisen die in de volgende matrix zijn gesteld;
d.
de afstand van het hoofdgebouw, tot een niet aangebouwde zijdelingse perceelsgrens dient minimaal 2,5 meter te bedragen;
3.2.2
Bijgebouwen
Voor het bouwen van bijgebouwen, waaronder begrepen aan- en uitbouwen, de volgende regels gelden: a. b. c. d. e.
bijgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; bijgebouwen dienen minimaal 3 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; de goothoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen; de bouwhoogte mag niet meer dan 7,5 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte niet hoger mag zijn dan 80% van de bouwhoogte van het hoofdgebouw; de dakhelling bedraagt minimaal 30o en maximaal 60o.
3.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 3 meter mag bedragen, met dien verstande dat voor erf- of perceelsafscheidingen geldt dat de hoogte: a. b.
maximaal 1 meter mag bedragen; of maximaal 2 meter mag bedragen, mits meer dan 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd.
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 50
8 december 2022
3.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c.
het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke en/of natuurwetenschappelijke waarden van de gronden; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
3.4 a.
b.
Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; 2. het gebruiken of het laten gebruiken van de gronden en de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichtingen(en); 3. het gebruik of laten gebruiken van gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen. Gebruik van ruimten binnen de woning of in de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, wordt a l s gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met bijbehorende bijgebouwen mag, indien dat niet meer dan 75 m² betreft, worden gebruikt voor aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten; 2. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in de woonomgeving; 3. de activiteit mag niet vergunningplichtig danwel meldingsplichtig ingevolge de Wet milieubeheer zijn; 4. er mag geen detailhandel ter plaatse plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop a l s ondergeschikte activiteit van de aan-huis-verbonden activiteit.
3.5 a.
b.
Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: 1. lid 3.2.1 sub a en toestaan dat gebouwen gedeeltelijk buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits: de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen niet meer bedraagt dan de toegestane oppervlakte aan gebouwen en/of niet meer dan 10 m2 buiten het bouwvlak wordt gesitueerd; de hoogte van de gebouwen buiten het bouwvlak niet meer dan 3 meter bedraagt. 2. lid 3.2.2 sub d en toestaan dat het gezamenlijke toegestane oppervlak van de bijgebouwen wordt vergroot tot een maximum van 100 m², met dien verstande dat ten hoogste 50% van het bij de bedrijfswoning aansluitende erf mag worden bebouwd. De in lid 11.4 sub a genoemde vergunningen kunnen slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van : 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de woonsituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 51
8 december 2022
Artikel 4 4.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
tuinen; toegangspad, balkons en erkers ten behoeve van de aangrenzende woonbestemming; parkeren;
met de daarbij ten dienste van de bestemming behorende: d. e.
bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals pergola's en - of perceelsafscheidingen; andere werken.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van een gebouw geldt de volgende regel: a.
er mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van erkers.
4.2.2
Erkers bij woningen
Binnen deze bestemming zijn erkers bij woningen met een maximale diepte van 1,5 meter en een maximale breedte van 2/3 van de breedte van de voor- en/of zijgevel van het bijbehorende hoofdgebouw toegestaan, mits de hoogte van de erker ten hoogste gelijk zal zijn aan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bijbehorende hoofdgebouw. 4.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen, met dien verstande dat voor erf- of perceelsafscheidingen geldt dat de hoogte: 1. maximaal 1 meter mag bedagen; of 2. maximaal 2 meter mag bedragen, mits meer dan 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw.
4.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; e n gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
4.4 a.
b.
Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van: 1. het bepaalde in lid 4.2 sub a, en toestaan dat een carport wordt opgericht, mits: de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 meter; niet meer dan 1 meter voor de voorgevel wordt geplaatst; De in lid 4.4 sub a genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van : 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de woonsituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronde
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 52
8 december 2022
Artikel 5 5.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
woningen a l dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; aan- en uitbouwen en bijgebouwen;
met de daarbijbehorende: c. d. e.
andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde; andere werken; tuinen, terreinen en erven.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c.
een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; per bouwvlak mag maximaal één hoofdgebouw worden gebouwd; de hoofdgebouwen dienen qua bouwaanduiding zoals weergegeven op de verbeelding en welke overeenkomt met de bouwaanduiding zoals genoemd in onderstaande matrix, en de daarbij behorende woningtype, aantal bouwlagen, kapvorm en maatvoering te voldoen aan de eisen die in de volgende matrix zijn gesteld;
d.
de afstand van het hoofdgebouw, tot een niet aangebouwde zijdelingse perceelsgrens dient minimaal 2,5 meter te bedragen; de bovenste bouwlaag van het hoofdgebouw dient in de vorm van een kap te worden gerealiseerd; de oppervlakte van een vrijstaande woning mag niet meer bedragen dan 150 m2, dan wel mag niet meer bedragen dan de bestaande oppervlakte van de woning.
e. f.
5.2.2
Bijgebouwen
Voor het bouwen van bijgebouwen, waaronder begrepen aan- en uitbouwen, de volgende regels gelden: a.
de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen per hoofdgebouw bedraagt maximaal: 1. 100 m² bij bouwpercelen met een oppervlakte tot 750 m² ; 2. 125 m² bij bouwpercelen met een oppervlakte van 750 m² tot 1.000 m² ; 3. 150 m² bij bouwpercelen met een oppervlakte van 1.000m² tot 1.500 m² ; 4. 175 m² bij bouwpercelen met een oppervlakte van 1.500 m² tot 2.000 m² ; 5. 200 m² bij bouwpercelen met een oppervlakte vanaf 2.000 m² ;
met dien verstande dat:
b. c. d. e.
6. ten hoogste 50% van het bij het hoofdgebouw aansluitende erf mag worden bebouwd; 7. de afstand tussen het hoofdgebouw en bijgebouwen maximaal 30 meter mag bedragen; bijgebouwen dienen minimaal 3 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; de goothoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen; de bouwhoogte mag niet meer dan 7,5 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte niet hoger mag zijn dan 80% van de bouwhoogte van het hoofdgebouw; de dakhelling bedraagt minimaal 30o en maximaal 60o.
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 53
8 december 2022
5.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 3 meter mag bedragen, met dien verstande dat voor erf- of perceelsafscheidingen geldt dat de hoogte: a. b.
maximaal 1 meter mag bedragen; of maximaal 2 meter mag bedragen, mits meer dan 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd.
5.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; e n gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
5.4 a.
b.
Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; 2. het gebruiken of het laten gebruiken van de gronden en de daarop voorkomende bouwwerken a l s seksinrichtingen(en); 3. het gebruik of laten gebruiken van gronden a l s standplaats voor kampeermiddelen. Gebruik van ruimten binnen de woning of in de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, wordt a l s gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met bijbehorende bijgebouwen mag, indien dat niet meer dan 75 m² betreft, worden gebruikt voor aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten; 2. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in de woonomgeving; 3. de activiteit mag niet vergunningplichtig danwel meldingsplichtig ingevolge de Wet milieubeheer zijn; 4. er mag geen detailhandel ter plaatse plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop a l s ondergeschikte activiteit van de aan-huis-verbonden activiteit.
5.5
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.4 sub a onder 1 voor het gebruik van aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen als afhankelijke woonruimte (mantelzorg) onder voorwaarde dat: a. b. c. d. e.
het gebruik noodzakelijk i s vanuit een oogpunt van mantelzorg; op het perceel a l een woning aanwezig is; de afwijking niet meer dan één keer per woning wordt verleend; er geen milieuhygienische belemmeringen vanwege percelen van derden bestaan c.q. bestaande belemmeringen vanwege percelen van derden zijn opgeheven; de afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijgebouwen wordt ingepast met een maximale oppervlakte van 60 m².
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 54
8 december 2022
Artikel 6 6.1
Waarde - archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het herstel en het behoud van de archeologische waarden.
6.2
Bouwregels
6.2.1
Vergunningplicht
Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor een of meerdere bouwwerken waarbij grond geroerd wordt met een (gezamenlijk) geroerde oppervlakte groter dan 1000 m2 en een diepte van 0,3 m of meer, een rapport, op basis van een waarderend archeologisch onderzoek (proefsleuven), te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die volgens de aanvraag zullen worden verstoord, in voldoende mate zijn vastgesteld. Een dergelijke rapportage is niet noodzakelijk als aangetoond kan worden dat de betreffende gronden geroerd zijn en de trefkans op archeologische waarden gering is. Deze regeling geldt niet voor gronden waarvoor al een archeologisch onderzoek is uitgevoerd en vrijgegeven zijn voor de bestemde functie(s). 6.2.2
Voorwaarden
Indien uit het in artikel 6.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning die de verplichting inhouden: a. b. c. d.
tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; tot het doen van opgravingen; de verplichting tot het doen van opgravingen; of de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
6.2.3
Bouwverbod
Indien uit het in 6.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in artikel 6.2.2 genoemde voorschriften veilig te stellen, dan wordt de vergunning geweigerd.
6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.
Het i s verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regel van de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemming (basisbestemming): 1. het ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen, ontginnen en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur dieper dan 0,3 m, met dien verstande dat geen vergunning nodig i s wanneer het gaat om niet-bodemkerende werkzaamheden ten behoeve van het verbeteren van de verdichte bodemstructuur (woelen) tot ten hoogste 0,1 m onder de bouwvoor; 2. het graven, baggeren en dempen van sloten, vaarten en andere watergangen; 3. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 55
8 december 2022
b.
c.
d.
e. f.
drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 0,3 m; 4. het aanbrengen of rooien van bomen en/of houtgewas, waarbij stobben worden verwijderd en/of voorzover het gaat om planten waarvan zeker i s dat bij de oogst van de plant, dan wel het verwijderen van de gehele plant, de bodem dieper dan 0,3 m wordt geroerd. 5. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,3 m en/of met een oppervlakte van meer dan 1000 m2, behalve indien deze in het kader van onderzoek naar historische vindplaatsen worden uitgevoerd; 6. het indrijven van voorwerpen in de bodem; 7. het opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; 8. overige activiteiten die de bodemopbouw ter plaatse verstoren. De onder 6.3 sub a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de plaats waar werken en/of werkzaamheden zullen worden uitgevoerd voldoende archeologisch i s onderzocht, vaststaat dat er geen onevenredige afbreuk aan de archeologische en/of cultuurhistorische waarden wordt gedaan, dan wel dat afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud of bescherming van die waarden of de eventuele bodemvondsten naar elders zijn overgebracht.
In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate i s vastgesteld. Aan de in lid 6.3 sub a genoemde vergunning kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. Voorafgaand aan de verlening van de in lid 6.3 sub a genoemde vergunning dienen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in te winnen bij de provinciaal archeoloog; Het in lid 6.3 sub a vervatte verbod i s niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van ter inzagelegging van het ontwerpplan; 3. plaatsvinden in of op gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek i s aangetoond dat er zich ter plekke geen archeologische waarden bevinden; 4.
mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; 5. op archeologisch onderzoek zijn gericht.
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 56
8 december 2022
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 57
8 december 2022
Artikel 8 a. b. c.
Algemene gebruiksregels
Het i s verboden de gronden en de bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de aangegeven bestemming. Het i s verboden bouwwerken, voor het bouwen waarvan op grond van de bestemmingsbepaling een omgevingsvergunning i s verleend, te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met het doel, waarvoor die vergunning i s verleend. Burgemeester en wethouders verlenen een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bepaalde in lid a, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 58
8 december 2022
Artikel 9 a.
Algemene afwijkingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij een omgevingsvergunning afwijken van: 1. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; 2. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte wordt vergroot tot niet meer dan 10 meter; 3. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 meter; 4. het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen word vergroot, mits: de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 5 m² bedraagt; de hoogte niet meer dan 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw bedraagt; 5.
de bestemmingsbepalingen en toestaan dat gebouwen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorgebouwen, gebouwen ten behoeve van de gasvoorziening en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwen, worden gebouwd mits: de hoogte, gemeten vanaf het aansluitend terrein, niet meer dan 3 meter bedraagt; de oppervlakte niet meer dan 25 m² bedraagt; 6. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van het verzamelen van huishoudelijke afvalstoffen, hieronder mede verstaan ondergrondse afvalopslag, worden geplaatst mits: de hoogte, gemeten vanaf het aansluitend terrein, niet meer dan 1,5 meter bedraagt; de bruto-oppervlakte niet meer bedraagt dan 2 m² voor zover het bouwwerk bovengronds word geplaatst.
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 59
8 december 2022
Artikel 10 10.1
Algemene procedureregels
Procedure nadere eisen
Op de voorbereiding van een besluit tot het stellen van één of meerdere nadere eisen als bedoeld in de artikelen 4 en 5 is de volgende procedure van toepassing: a. b. c. d.
een voorgenomen nadere e i s a l s bedoeld in bovengenoemde artikelen, waarbij toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, ligt, met bijhorende stukken, gedurende 2 weken op het gemeentehuis ter inzage; burgemeester en wethouders maken de nederlegging van te voren in één of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op de gebruikelijke wijze, bekend; de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid tot het indienen van zienswijzen; gedurende de in sub a genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij burgemeester en wethouders schriftelijk zienswijzen indienen omtrent de voorgenomen nadere eis.
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 60
8 december 2022
Artikel 11 11.1 a.
Overige regels
Werking wettelijke regelingen
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan.
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 61
8 december 2022
Hoofdstuk 4 Artikel 12 12.1
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk i s teniet gegaan.
12.2
Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 10.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 12.1 met maximaal 10%.
12.3
Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken
Lid 12.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
12.4
Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
12.5
Strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 12.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
12.6
Verboden gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in lid 12.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
12.7
Uitzondering op het overgangsrecht gebruik
Lid 12.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 62
8 december 2022
Artikel 13
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24'.
Nieuwlande, deelplan Johannes Poststraat 24 vastgesteld
NL.IMRO.0118.2022BP8021008-VG01 63
8 december 2022