Aanpak armoedebestrijding V3
Tekst van het document
Hoogeveen duurzaam maken: dat is de uitdaging die voor ons ligt. Dat doen we samen met bedrijven, overheden, maatschappelijke organisaties en inwoners. We werken aan een duurzame lokale economie en een samenleving die is toegerust op klimaatveranderingen en energietransitie. Samen voeren we diverse projecten uit om dit te bereiken. Groenemorgen Hoogeveen is een initiatief van de gemeente Hoogeveen. Zie hier voor meer informatie. We zetten vanuit de aanpak armoede in op een gecombineerde aanpak met een fixteam en energiecoaches, die persoonlijk advies geven over bespaarmaatregelen en deze direct kunnen uitvoeren. Zo verwachten we de nodige impact te maken en bewoners te helpen bij het besparen op hun energiekosten. Daarnaast zetten we samen met de woningcorporaties en SWW de VoorzieningenWijzer in. De consulenten van de VoorzieningenWijzer komen achter de voordeur en geven onze inwoners besparingstips en helpen onze inwoners met het aanvragen van toeslagen en (gemeentelijke) regelingen.
7.2 Armoede en werk De samenhang tussen armoede en werk is complex en kan afhankelijk zijn van specifieke individuele omstandigheden. Het meest voor de hand liggende verband tussen armoede en werk is dat mensen met een laag of minimum inkomen vaak moeite hebben om aan hun verplichtingen te voldoen. Werkloosheid of arbeid met een laag inkomen kan leiden tot financiële tekorten, schulden of armoede. Door werkloosheid kunnen mensen in een vicieuze cirkel belanden. Doordat ze niet meer deelnemen aan het arbeidsproces raken hun vaardigheden verouderd, wat de kansen op het vinden van nieuw werk verkleint. Hierdoor wordt men steeds meer afhankelijk van sociale voorzieningen. De mobiliteit neemt af, omdat ze niet de financiële middelen hebben om naar gebieden te verhuizen met betere werkgelegenheidskansen. Bovendien is er een gebrek aan sociale contacten en netwerken die nuttig kunnen zijn bij het vinden van werk. pagina 28
We zien vaak dat armoede voor komt bij bepaalde groepen, zoals langdurig werklozen, laaggeschoolde werknemers, mensen met een handicap of chronische ziekte. Deze groepen hebben mogelijk een beperkte toegang tot arbeidskansen vanwege discriminatie, gebrek aan opleiding of andere financiële middelen. We doen er alles aan om onze inwoners naar werk te begeleiden. Onze werkcoaches bepalen samen met onze inwoners wat het beste en passende traject is wat voor toeleiding naar werk zorgt. We zetten instrumenten in als scholing, stages, werkervaringsplaatsen en trainingen. Dit gebeurt soms in overleg met potentiële werkgevers. Mensen die werken maar evengoed een risico hebben op armoede, zijn vaak niet in beeld van een gemeente. We spreken hier over de zogenaamde werkende armen. Dit zijn mensen met inkomen tot 130% van het sociaal minimum, van wie de voornaamste inkomensbron werk is. In Hoogeveen heeft 16,3% van de huishoudens een inkomen tot 130% van het sociaal minimum. U kunt hier meer vinden in onze re-integratieverordening.
Jordi: “Toen ik 18 werd kreeg ik na veel solliciteren en moeite doen mijn eerste baantje. Apetrots was ik! Mij was nooit geleerd hoe ik moest solliciteren, werd vaak afgewezen. Ik was naïef in die tijd en na het tekenen van het arbeidscontract kon ik aan de slag als productiemedewerker in de fabriek. Ik stond aan de lopende band, maar was al te blij dat het mij gelukt was om werk te vinden. Ik moest mijn rijbewijs nog halen en had toentertijd een kleine auto op het oog. Ik sloot hiervoor een lening af, ik had immers een baan! Toen ik mijn eerste salaris uitbetaald kreeg schrok ik mij wezenloos. Veel te weinig! Ik ben bij de ploegbaas gaan navragen en kwam erachter dat ik op bruto had gerekend in plaats van netto. Ik had nooit geleerd wat het verschil tussen netto en bruto was. Intussen was ik dus wel die lening aangegaan en zat dus meteen in de financiële problemen”.
We geven uitkeringsgerechtigden die parttime, of variabele inkomsten ontvangen vrijlating op hun inkomsten. Hiermee geven we een positieve prikkel aan uitkeringsgerechtigden om te gaan werken.
7.3 Armoede en gezondheid Armoede kan ernstige gevolgen hebben voor de lichamelijke, mentale en sociale gezondheid. In armoede opgroeien of leven kan dus zowel psychische als fysieke gevolgen hebben. Zorgen over financiële zekerheid en over de toekomst kunnen stress en angst veroorzaken. Langdurige blootstelling aan stress kan leiden tot mentale gezondheidsproblemen, zoals depressies en angststoornissen. pagina 29
De toegang tot gekwalificeerde gezondheidszorg is vaak beperkt door het ontbreken van een goede zorgverzekering, hoge medische kosten en gebrek aan vervoer. Hierdoor ontbreekt het vaak aan goede en tijdige medische zorg. Hierdoor ontstaat zorgmijding met alle gevolgen van dien. Een slechte gezondheid vergroot de kans op het leven in armoede. Chronische stress beïnvloedt niet alleen de mentale gezondheid, maar ook andere aspecten van gezondheid. Het zorgt bijvoorbeeld vaak voor een kleiner sociaal netwerk, eenzaamheid, fysieke klachten als hoge bloeddruk en verzwakt immuunsysteem. Ook kan het de band tussen ouders- en kinderen onder druk zetten, met nadelige gevolgen voor hun ontwikkeling en een mogelijke onveilige thuissituatie. Daarentegen kan een gezonde levensstijlkeuze duur zijn. Mensen met een laag inkomen kunnen het zich mogelijk niet veroorloven om gezond voedsel te kopen, te sporten of vrijetijdsactiviteiten te ondernemen die bijdragen aan een goede gezondheid. Armoede bij kinderen kan leiden tot gezondheidsproblemen op de korte en lange termijn. Onvoldoende voeding en toegang tot gezondheidszorg kunnen van negatieve invloed zijn op de groei en ontwikkeling van kinderen. Het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) Hoogeveen is een uitwerking van de aangevraagde Specifieke Uitkering (SPUK) van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).
Het GALA is een bundeling van vijftien bestaande en nieuwe regelingen om in te zetten op een gerichte lokale aanpak op het gebied van preventie, gezondheid en sociale basis. Het doel is om over schotten, domein overstijgend, vanuit samenhang een programma te ontwikkelen dat bijdraagt aan de beweging naar ‘de voorkant’. De opgave van het Gezond en Actief Leven Akkoord is om enerzijds een stevig programma te ontwikkelen op het gebied van gezondheidsbevordering, in samenhang met bestaand beleid. We werken aan een gezonde generatie in 2040. Anderzijds gaat het GALA over een betere samenwerking in de keten. Hoe zorgen we ervoor dat inwoners, waar dat niet nodig is, naar (medische) zorg gaan. We zoeken naar normalere en duurzamere oplossingen en werken daarin samen met onze inwoners en maatschappelijk partners. Dit is nodig als een van de manieren om de gezondheidszorg richting de toekomst bereikbaar en toereikend te houden. In het “Gezond en Actief Leven Programma Hoogeveen” wordt de samenhang tussen armoede en gezondheid nader beschreven: “Wat is er nodig om armoede terug te dringen en bestaanszekerheid te versterken in Hoogeveen? Samen met partners werkt de gemeente aan een aanpak ‘Iedereen doet mee in Hoogeveen’. Ambitie is een Hoogeveen waarin alle inwoners kunnen meedoen in de samenleving, zich kunnen ontwikkelen en een goede levenskwaliteit kunnen ervaren”.
De raad heeft in december 2022 de nota ‘En ze leefden nog lang en gezond’ vastgesteld. Om te zien wat we doen klik hier. In deze nota volksgezondheid staan de gemeentelijke doelstellingen, resultaten en acties om die doelstellingen te bereiken. pagina 30
Esmeralda: “ik ben thuis opgegroeid met alleen mijn moeder, ik weet niet wie mijn vader is, die heb ik nooit gekend. Mijn moeder had geen aandacht voor mij, ze dronk veel en zat thuis voornamelijk op allerlei vage sites. Ik belandde daardoor al vroeg op straat en kwam in de verkeerde vriendenkring terecht. Dat betekende al op jonge leeftijd roken en drinken. Op school liet ik me niet meer zien. Op mijn veertiende raakte ik zwanger en was een zogenaamde tienermoeder. Ik was volslagen in paniek dat ik een baby zou krijgen, was daar natuurlijk totaal niet aan toe en zag als een berg op tegen de bevalling. Mijn vriendinnen zeiden toen dat ik veel moest roken. Hierdoor groeide de baby minder hard en zou de bevalling minder zwaar worden. Ik ben toen nog meer gaan roken dan dat ik al deed. Gelukkig is alles goed gegaan en heb ik mijn leven nu redelijk op orde, nog steeds met hulp van buitenaf. Achteraf kan ik me wel voor mijn kop slaan hoe stom ik ben geweest dat ik mijn baby hieraan heb blootgesteld, maar ik zal ermee moeten leren leven”.
We stimuleren dat kinderen volop sporten in Hoogeveen en daardoor gezond opgroeien. Het Jeugdfonds Sport & Cultuur is een belangrijke partner die ervoor zorgt dat juist die kinderen uit de sociaal zwakkere gezinnen meedoen en niet achterblijven ten opzichte van hun leeftijdsgenootjes. We organiseren sport- en cultuur kampen en we delen gratis fruit uit op school, 20 weken lang, gedurende 3 dagen per week. Voor de minima zetten we ook de gemeentepolis in. Wij dragen bij in de premie en de deelnemers zijn goed verzekerd tegen allerlei ziektekosten zoals eigen bijdrages. We bieden passende ondersteuning om onze inwoners uit de neerwaartse spiraal van armoede en slechte gezondheid te komen. Naast het op orde krijgen van de financiële basis vinden we het belangrijk om andersoortige problemen zoals psychosociaal, fysiek, verslaving, gezinssituatie niet buiten beschouwing te laten. Door stress-sensitief te werken kijken we samen met de inwoner naar oplossingen om te werken aan een beter perspectief. Met het project ‘Moeders van Hoogeveen’ helpen we aanstaande moeders om tijdens de zwangerschap stress te verminderen en gezond te leven. Na de bevalling helpt ‘Moeders van Hoogeveen’ om een goede hechting en een gezonde ontwikkeling van het kind mogelijk te maken. Samen met het gezin en het netwerk van het gezin bouwen de ‘Moeders van Hoogeveen’ aan een sterke basis.
Zo krijgt het kind een kansrijke start in het leven. Een andere doelstelling van ‘Moeders van Hoogeveen’ is om problemen en daaruit voortvloeiende (zorg)kosten later in het leven van een kind te voorkomen.
pagina 31
7.4 Armoede en jeugd In Nederland groeit bijna 1 op de 12 kinderen op in armoede. Drenthe en ook Hoogeveen wijken hier nauwelijks van af. Het opgroeien in armoede kan de carrièremogelijkheden van jongeren beperken. Onderwijs kan een grote rol vervullen bij het signaleren van armoedeproblematiek en inwoners die hun zogeheten basisvaardigheden, zoals bijvoorbeeld taal en rekenen, op peil hebben komen doorgaans minder in de problemen. Ook lesgeven over omgaan met geld kan hieraan bijdragen, hoewel dit wel een structureel karakter moet hebben om ook effectief te zijn. Ook kan het onderwijs dienen als een vindplaats van armoedeproblematiek, o.a. door het herkennen van armoedeproblematiek onder leerlingen. Onderwijs heeft dus een belangrijke signaalfunctie, maar we werken samen aan de oplossingen om armoede te bestrijden. Gemiddeld twee leerlingen per klas groeien op in armoede. Deze leerlingen groeien thuis en vaak ook in de buurt op in een omgeving die minder gunstig en stimulerend is, waardoor zij zich minder goed kunnen ontwikkelen. Het thema leeft op scholen, omdat leraren zien dat leerlingen in armoede ernstig belemmerd worden in hun ontwikkeling en weinig ruimte in hun hoofd hebben om tot leren te komen. Onderwijs is de sleutel voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren.
Hoewel scholen armoede niet alleen kunnen oplossen, kunnen zij er wel aan bijdragen dat elke leerling wordt gezien, kan meedoen en toekomstkansen krijgt in een veilige en stimulerende leeromgeving. Bovendien kan de school samen met andere partners waar mogelijk ook bijdragen aan een meer stabiele en ondersteunende leefwereld thuis en buiten school. Het vormgeven van een dergelijke inclusieve school vraagt niet alleen inzet van leraren, maar zeker ook van zorgprofessionals, de gemeente en externe organisaties. Intergenerationele of overerfbare armoede. Het risico om als volwassene in armoede te leven wanneer je in armoede bent opgegroeid is bijna tweemaal groter dan als je niet arm was (respectievelijk 7 en 4 procent). Kortom, waar je wieg staat beïnvloedt je positie binnen de samenleving. We noemen het intergenerationele armoede wanneer een familie van generatie op generatie in armoede leeft. Intergenerationele armoede en de daarmee gepaard gaande slechtere gezondheid vergroot de kloof tussen mensen in de samenleving. Het vermindert mogelijkheden en kansen. Om deze kloof te verkleinen is kennis over intergenerationele armoede nodig, evenals een gerichte aanpak. Om intergenerationele of overerfbare armoede te doorbreken is een aanpak noodzakelijk die aansluit bij de leefwereld van de gezinnen in armoede. Elk gezin is weer anders en vergt een andere aanpak.
Het balansmodel van Bakker, Bakker, Dijke & Terpstra uit 1998 biedt een kapstok om generatie armoede te doorbreken. Dit model bestaat uit 4 pijlers: 1. Ieder kind heeft een sterke basis, 2. Ieder kind en ieder gezin kan meedoen, 3. Ieder kind heeft gelijke kansen zich maximaal te ontwikkelen, 4. gezinnen zijn ontlast en ontstresst. De vier pijlers van het balansmodel vormen de essentiële fundamenten voor het doorbreken van generatie armoede. In Hoogeveen hebben we deze pijlers vertaald naar drie specifieke focuspunten binnen onze integrale benadering op het gebied van onderwijs en jeugd. (Nota jeugd/Programma Jong Hoogeveen).
pagina 32
Deze focuspunten zijn op hun beurt nauw verbonden met onze armoede aanpak: •
Gelijke kansen en maximale talent(h)erkenning voor alle kinderen en jongeren.
•
Versterken netwerk thuis, school en omgeving van kinderen en jongeren: dat doen we samen.
•
Verbeteren samenwerking en verbinding tussen onderwijs-welzijn-zorg voor passende ondersteuning aan kinderen en jongeren.
In onze aanpak armoedebestrijding sluiten dus we aan op deze focuspunten en leggen hiermee een basis om de generatie armoede te doorbreken. Leren omgaan met geld Armoede is niet gelijk verdeeld. Op scholen in buurten waar armoede van generatie op generatie wordt overgedragen zijn kinderen die in armoede opgroeien geen uitzondering en zijn leraren eraan gewend dat dit hun halve klas kan betreffen. Maar ook op scholen in rijkere buurten zitten kinderen in de klas die met armoede geconfronteerd worden, bijvoorbeeld als gevolg van ziekte, echtscheiding, een faillissement of te weinig opdrachten als zzp’er. Op deze scholen zijn leerlingen die in armoede leven uitzonderingen, waardoor zij zich anders kunnen voelen dan hun klasgenoten. Deze leerlingen lopen tegen andere problemen aan dan kinderen in armoede die daarin op school geen uitzondering zijn. Hoewel deze gezinnen in situationele armoede vaak over meer vaardigheden, opleiding en relaties beschikken dan gezinnen bij overerfbare armoede, wordt de ontwikkeling van deze leerlingen bedreigd en hebben zij steun van school nodig. Leren omgaan met geld zou tot het basis lespakket moeten behoren, zodat kinderen al vroeg oefenen met sparen, plannen en keuzes maken. Kinderen leren op deze wijze vaardigheden die op latere leeftijd hard nodig zijn.
Door op jonge leeftijd te leren goed met geld om te gaan kunnen kinderen op latere leeftijd beter allerlei verleidingen weerstaan.
Wesley: “Waarom wordt er eigenlijk geen lesgegeven op school over geld? Je leert op school van alles waar je niks aan hebt. Vriendjes in de klas zeiden dat je beter rood kon staan op je rekening, want dan krijg je een hogere rente…. Heb lang gedacht dat je dus beter rood kon staan. Wist ik veel!”
pagina 33
Samen met de scholen in Hoogeveen signaleren we armoede onder de schoolgaande kinderen. Op Villa Kakelbont is een brugfunctionaris aangesteld die speciaal ingezet wordt om deze problematiek te signaleren en aan te pakken. Deze brugfunctionaris wordt door het Rijk gefinancierd. De brugfunctionaris legt vanuit school contact met het gezin, versterkt het netwerk en helpt ouders en/of verzorgers hun weg te vinden naar voorzieningen, zoals bijvoorbeeld het aanvragen van fondsen en het invullen van formulieren. Daarnaast wordt op basisschool de Juliana van Stolbergschool gebruik gemaakt van het schoolontbijt, ook gefinancierd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We volgen de opbrengst en resultaten op de voet. Inzet van een brugfunctionaris, zorgjuf, kansencoach of een schoolontbijt zien we op basis van de eerste resultaten en ervaringen als een middel om gezinnen en kinderen en jongeren te ondersteunen. Een ‘vast gezicht/aanspreekpunt’ op school, zodat er gebouwd wordt aan de relatie met kinderen en gezinnen lijkt op basis van de eerste resultaten en ervaringen dé succesfactor. Als gemeente hebben we als uitgangspunt dat we incidentele projecten toetsen, afwegen en verbinden aan onze lange termijnvisie, opgave en werkwijze.
7.5 Armoede en schulden Het is niet altijd het geval is, maar armoede en schulden vaak hand in hand. Armoede en schulden hebben beide veelal te maken met financiële beperkingen. Mensen in armoede hebben over het algemeen een laag inkomen en beperkte middelen om in hun basisbehoeften te voorzien, zoals voedsel, huisvesting en gezondheidszorg. Schulden worden vaak veroorzaakt doordat mensen meer uitgeven dan ze zich kunnen veroorloven, waardoor ze in een slechte financiële positie belanden. Schulden kunnen een belangrijke factor zijn die mensen vasthoudt in een armoedesituatie, omdat ze een groot deel van hun inkomen moeten aanwenden voor de aflossing van hun schulden. Hierdoor blijft er weinig over om te sparen of te investeren in het gezin, en het lukt mensen daarom niet om uit armoede te ontsnappen. Mensen komen daardoor in een vicieuze cirkel terecht en het is moeilijk, dan wel bijna onmogelijk om zelf, zonder hulp hieruit te breken. Als gevolg hiervan krijgen mensen bijvoorbeeld te maken met terugvorderingen van de Belastingdienst, de wanbetalerspremie voor het niet betalen van de zorgverzekering en schulden op het vlak van vaste lasten. Vaak zijn zij het overzicht van hun financiële verplichtingen kwijt. En bij veel mensen spelen ook andere, bijvoorbeeld psychische, problemen een rol.
Een groot deel van de problemen wordt veroorzaakt door een complex stelsel van toeslagen en inkomensvoorzieningen, het incassogedrag van preferente schuldeisers en problemen op de arbeidsmarkt, steeds meer tijdelijke en flexibele arbeidscontracten. Dit maakt een aanzienlijk deel van de Nederlandse huishoudens (financieel) kwetsbaar: maar liefst 1 op de 5 huishoudens heeft problematische schulden. Vaak gaat het om mensen met een laag inkomen dat op allerlei manieren wordt aangevuld met voorzieningen vanuit gemeenten of rijksoverheid. Als iets daarvan wegvalt ontstaan er, door gebrek aan reserves, onmiddellijk financiële problemen.
pagina 34
Daarbij heeft de overheid te hoge verwachtingen van de financiële zelfredzaamheid van burgers. Regelgeving en voorzieningen zijn voor veel mensen vaak te ingewikkeld en er is vanuit de wetgever te weinig oog voor de psychologische effecten van schulden. Afhankelijkheid van verschillende financiële regelingen maakt dat het voor deze groep belangrijk is dat hun contact met de overheid over de noodzakelijke voorzieningen goed verloopt. Want als mensen niet snel en adequaat worden geholpen, dan worden problemen alleen maar groter. En daarvan ondervindt ook de samenleving negatieve gevolgen, onder andere doordat maatschappelijke kosten behoorlijk kunnen toenemen. Uit de Beleidsnota Schuldhulpverlening 2023 – 2027: “Verbinding met armoedebeleid Preventie van schulden ligt voor een belangrijk deel in het voorkomen van armoede (bestaanszekerheid). Daarom is voor de aanpak van onder andere kinderarmoede binnen de nieuwe armoedenota die de gemeente dit jaar zal opstellen specifiek aandacht. Daarnaast is er binnen de gemeente aandacht voor werkende armen. De gemeente gaat bij de vormgeving van de nieuwe armoedenota kijken naar de armoedeval. De gemeente wil niet dat inwoners die uit de bijstand komen doordat zij werk vinden een verhoogd risico lopen op het ontwikkelen van schulden.
Hoewel de armoedeval een landelijk probleem is wil de gemeente toch onderzoeken welke maatregelen hiertegen te nemen zijn”. De beleidsnota ‘Schulden heb je niet alleen’ vindt u hier.
Roy: ”Ik was altijd maar bezig te ontkennen dat het niet meer lukte op mijn financiën op orde te houden. Toen ik op een gegeven moment het ene gat vulde met het andere, en geen uitweg meer zag, heb ik een gesprek aangevraagd met een consulent schuldhulp van de gemeente. Ze vroeg hoe groot mijn schuld was, waarop ik antwoordde dat ik alleen maar een achterstand had en het niet zo erg was. Op de vraag hoe groot mijn “achterstand” was, ongeveer € 9.000, hielp zij mij uit de droom dit geen achterstand meer was, maar een forse schuld. Ook dat ik een deel geleend had van mijn ouders deed daar niets aan af. Samen hebben we een traject opgezet, zodat de druk van de ketel af was. Momenteel ben ik nog niet schuldenvrij, maar het gaat gelukkig weer de goede kant op en er is weer licht aan het eind van de tunnel.”
De consulenten schuldhulpverlening werken nauw samen met het Loket Geldzaken en de GKB om onze inwoners met problemen op financieel gebied te ondersteunen en zoveel mogelijk weg te nemen. Hierdoor voorkomen we dat er schulden ontstaan, of dat de schulden groter worden.
pagina 35
7.6 Armoede en laaggeletterdheid Tijdens de armoedeconferentie in december 2022 was er aandacht voor de samenhang tussen armoede en laaggeletterdheid. Tijdens de bijeenkomst kwam naar voren dat het niet alleen kan helpen om als ondersteunende organisaties nauw samen te werken en goede banden te onderhouden, maar ook om als instanties fysiek bij elkaar in de buurt te zitten. Het organiseren van een warme overdracht van inwoners tussen deze hulporganisaties is daarin een belangrijk element. In Nederland zijn 1 op de 9 mensen tussen 15 en 65 jaar laaggeletterd. Gerelateerd aan het gemiddelde opleidingsniveau en inkomen, ligt dit aantal in Hoogeveen naar verwachting zelfs hoger. Voor de gemeente Hoogeveen met ca. 55.000 inwoners, betekent dit dat tussen de 7.000 en 8.000 mensen laaggeletterd zijn. Hun taalniveau is lager dan het MBO 2 niveau, het minimale niveau van een startkwalificatie voor schoolverlaters. Het exacte aantal laaggeletterden is niet te bepalen. Dit wordt mede veroorzaakt door het feit dat laaggeletterden zich vaak schamen voor het niet goed kunnen lezen en schrijven en dit verborgen proberen te houden uit schaamte of uit angst om hun baan te verliezen. Signaleren van laaggeletterden is lastig. Taalhuis kan organisaties en professionals hierbij helpen.
Door te investeren in onderwijs en alfabetiseringsinitiatieven kunnen we een positieve invloed hebben op het leven van mensen in armoede en hun kansen vergroten om uit de vicieuze cirkel van armoede en laaggeletterdheid te ontsnappen. Dit heeft pas zin als de stress is opgelost, daarna is er weer ruimte voor andere zaken. In het Actieplan ‘Hoogeveen Telt mee met Taal’ kunt u lezen wat we doen in Hoogeveen om laaggeletterdheid terug te dringen. Het actieplan vindt u hier.
Laaggeletterdheid signaleren, terugdringen en voorkomen dat zijn onze belangrijkste doelen. Wij werken samen met partners om ervoor te zorgen dat de inwoners van Hoogeveen voldoende taalvaardigheid hebben om mee te kunnen doen in de samenleving. De vrijwilligers van het Taalhuis verzorgen laagdrempelige taallessen, zoals het leren Appen met de (klein)kinderen en leren voorlezen aan (klein)kinderen. In het Oefencafé en Praatcafé wordt op een ongedwongen wijze aan taalontwikkeling gedaan.
pagina 36
8 Financiën In onderstaand schema wordt aangegeven op welke wijze de bestaande middelen de komende jaren worden ingezet. Dit is inclusief de verruiming van de inkomensgrens van de bijzondere bijstand, inkomenstoeslag, studietoeslag en minimaregelingen zoals de collectieve zorgverzekering. We verruimen de inkomensgrens van 110% naar 120%. Naar verwachting zal de potentiële doelgroep hierdoor in 2027 25% tot 30% groter zijn. Dit hangt nauw samen met communicatie en bekendheid van regelingen en de wijzigingen die daarin plaats vinden. De bijbehorende kosten zullen vanaf 2024, conform deze aanpak armoedebestrijding, stapsgewijs gemaakt worden. Doel
Interventie
2024
2025
2026
2027
2
Bijzondere bijstand e.a.
€ 1.254.250
€ 1.358.500
€ 1.462.750
€ 1.567.000
2
Kledingbank
€ 30.000
€ 30.000
€ 30.000
€ 30.000
2
Voedselbank
€ 6.500
€ 6.500
€ 6.500
€ 6.500
2
Stichting ONE
€ 3.500
€ 3.500
€ 3.500
€ 3.500
2
Collectieve zorgverzekering
€ 296.500
€ 317.000
€ 337.500
€ 358.000
3
Jeugdfondssport
€ 125.000
€ 125.000
€ 125.000
€ 125.000
3
Jeugdfondscultuur
€ 30.000
€ 30.000
€ 30.000
€ 30.000
3
Stichting Leergeld incl. Coördinator
€ 76.000
€ 76.000
€ 76.000
€ 76.000
4
Voorzieningenwijzer (licentie +
€ 75.000
€ 75.000
€ 75.000
€ 75.000
€ 1.896.750
€ 2.021.500 € 2.146.250
consulenten) Totaal
€ 2.271.000
In hoofdstuk 3 zijn de aanvullende interventies beschreven die zijn ontworpen om de komende jaren de ambities en doelstellingen te realiseren. In onderstaand schema is een globale kosteninschatting van deze interventies opgenomen. Doel
Interventie
2024
2025
2026
2027
1
Pilot jongvolwassenen met jonge
€ 30.000
€ 30.000
€ 30.000
€ 30.000
kinderen 1
Pilot in één van de wijken
€ 75.000
€ 75.000
€ 75.000
€ 75.000
2
Meedoenfonds (incl. eenmalige
€ 157.500
€ 285.000
€ 427.500
€ 570.000
inrichting) 3
Jeugdeducatiefonds (JEF)
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
3
Budgetlessen
€ 25.000
€ 25.000
€ 25.000
€ 25.000
4
Maatwerkbudget
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
4
Ervaringsdeskundigen (2 fte)
€ 140.000
€ 140.000
€ 140.000
€ 140.000
4
Communicatiemiddelen
€ 50.000
€ 50.000
€ 50.000
€ 50.000
4
Samenwerking (jaarlijkse bijeen-
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 682.500
€ 810.000
€ 952.500
€ 1.095.000
komst) Totaal
pagina 37
Investeringen voor extra inzet is ook afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden bij de jaarlijks terugkerende vaststelling van de gemeentebegroting. Om de problematiek van generatie armoede en andere vraagstukken aan te pakken kijken we ook naar (co-) financiering door derden vanuit subsidieregelingen, programma’s, fondsen als zijnde het Rijk. We verwerven de middelen uit: •
Arbeidsmarkt Regio Drenthe;
•
Sociale agenda van de Provincie;
•
Het Rijk;
•
Regiodeal;
•
Jeugd Educatiefonds.
Eén van de leidende principes in het herontwerp sociaal domein is dat de rijksinkomsten taakstellend zijn voor de uitgaven. Hierbij zorgen wij ervoor dat de inkomsten en uitgaven binnen het sociaal domein in evenwicht zijn. De aanpak armoedebestrijding past binnen deze principes. Door deze interventies en maatregelen verwachten we een afname van armoede en een verbetering van de situatie voor onze inwoners. We investeren niet alleen in de aanpak van armoede, maar werken ook aan duurzame verbeteringen die op langere termijn economische en maatschappelijke effecten met zich meebrengen, zoals beschreven bij de interventies in hoofdstuk 3. We gaan deze effecten meten door de interventies en de indicatoren zoals opgenomen in bijlage 3 te monitoren.
pagina 38
9
Uitvoering, monitoring en verantwoording van onze aanpak
Er is vanwege de noodzakelijke duurzaamheid van de aanpak bewust gekozen om geen einddatum vast te stellen. Deze aanpak sluit aan bij de huidige samenleving, die aan verandering onderhevig is. De lange termijndoelstellingen van de armoedeaanpak zullen de komende jaren onveranderd blijven, maar dat betekent niet dat we vast moeten houden aan dezelfde aanpak gedurende deze periode. Externe factoren kunnen van invloed zijn op de mate waarin de verschillende interventies tot uitvoering gebracht worden. Voorbeelden hiervan zijn landelijke wet- en regelgeving en politieke keuzes. Het is cruciaal om jaarlijks te evalueren of we nog steeds de meest geschikte interventies treffen. De omgeving, omstandigheden en inzichten kunnen veranderen. Het is van groot belang om flexibel te blijven en aan te passen. Met een jaarlijks bijstelmoment creëren we de mogelijkheid om bij te sturen op deze veranderingen. Dit kan alleen op uitvoeringsniveau. Het bijstellen van de kaders gebeurt door de raad. Onze aanpak is dus geen statisch, vaststaande aanpak voor de komende vier jaar. We toetsen aan de hand van de P&C cyclus of onze aanpak herijkt moet worden. De uitvoering van deze aanpak doen we in samenspraak doen met beroepskrachten, vrijwilligers, werkgevers, zorgverzekeraars instellingen en schuldeisers.
We zorgen voor actieve betrokkenheid van degenen die deze uitdagingen ervaren, vooral ervaringsdeskundigen en belanghebbenden uit de gemeenschap, zodat we hun ervaringen begrijpen en oplossingen ontwerpen die echt werken. Als gemeente nemen we hierin het voortouw en implementeren de verschillende interventies binnen het kader van de beschreven aanpak in dit document. We gaan ons beleid meten en bijsturen. We houden onder andere bij hoeveel inwoners gebruik maken van de diverse regelingen en hoe hoog de gemiddelde schuld is. Maar naast de cijfers, geeft de doelgroep zelf ons belangrijke inzichten: sluit het aanbod aan op de behoefte en hoe tevreden zijn onze inwoners over onze dienstverlening? Aan de hand van prestatie-indicatoren meten we de effecten van ons beleid en monitoren we of we de doelstellingen zoals genoemd in hoofdstuk 2 behalen. We maken hierbij onderscheid in kernindicatoren, die in één oogopslag laten zien hoe het staat met onze doelstellingen, en sub indicatoren die ons van kengetallen voorzien. Zie bijlage 3.
pagina 39
10 Beheersen van risico’s De uitvoering van onze aanpak brengt risico’s met zich mee. In dit hoofdstuk richten we ons op de belangrijkste risico’s en onze strategie om ze te beheersen. Strategische risico’s Bij het ontwikkelen van onze aanpak hebben we bewust afgezien van het vaststellen van een einddatum. Onze aanpak sluit aan bij de huidige dynamische samenleving, die voortdurend verandert. Externe factoren, zoals landelijke wet- en regelgeving en politieke keuzes, kunnen van invloed zijn op de implementatie van de verschillende interventies. We hebben een jaarlijks bijstelmoment ingevoerd om flexibiliteit te waarborgen en aanpassingen mogelijk te maken in reactie op deze veranderende omstandigheden. Het bijsturen van de kaders is de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad. Om onze doelstellingen te bereiken, is meten van cruciaal belang. We richten ons daarom op het verbeteren van onze effectmeting. Armoede is een complex probleem met de betrokkenheid van diverse belanghebbenden. Als gemeente spelen we een cruciale rol bij het verminderen van armoede, maar we realiseren ons dat we dit niet alleen kunnen bereiken. Samenwerking met onze partners is van groot belang is. We erkennen echter ook dat dit een afhankelijkheid met zich meebrengt.
Beslissingen of veranderingen binnen verschillende organisaties kunnen van invloed zijn op de samenwerking en dus op de uitvoering van onze aanpak. Hoe kunnen we in deze complexe context toch maximale resultaten behalen? Een risico hierbij is dat we de focus verliezen vanwege deze complexiteit. Daarom blijven we binnen onze integrale samenwerking alert op ieders rol en verantwoordelijkheid. Operationele risico’s Deze aanpak vereist niet alleen een solide uitvoering maar ook veranderingen die bijdragen aan de verbetering van de aanpak van armoede en schulden. Deze veranderingen kunnen van invloed zijn op onze medewerkers, interne processen en systemen. Het kan betekenen dat medewerkers van de gemeente nieuwe werkmethoden moeten omarmen of dat gedragsverandering noodzakelijk is. Bovendien moeten interne processen en systemen wellicht worden aangepast. Het succes van deze veranderingen hangt af van de mate waarin medewerkers, interne processen en systemen flexibel kunnen meebewegen. Dit vormt een fundamentele voorwaarde die verder zal worden uitgewerkt.
pagina 40
Bijlage 1: Minimaregelingen en maatschappelijke organisaties Minimaregelingen •
Bijzondere bijstand.
De bijstand is een sociaal vangnet en is opgebouwd uit algemene bijstand en bijzondere bijstand. De algemene bijstand voorziet in normale omstandigheden in de noodzakelijke kosten van het bestaan. Mensen die echter te maken krijgen met uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten waarin de bijstand niet voorziet, kunnen onder voorwaarden recht hebben op bijzondere bijstand voor die kosten. Om de taak van bijstandsverlening doelmatig te kunnen uitvoeren en mede gelet op eenduidig en uniform beleid, zijn voor vaak voorkomende kosten door het college beleidsregels opgesteld. Dit zijn richtlijnen voor het recht op bijzondere bijstand van in bijzondere omstandigheden verkerende personen. We verstrekken onder andere bijzondere bijstand voor: Inrichtingskosten, kosten voor bewind, rechtsbijstand, reiskosten, woonkostentoeslag en baby uitzet. Het verstrekken van bijzondere bijstand is maatwerk. De inkomensgrens ligt op 110% van het sociaal minimum. •
De gemeentepolis.
De gemeente Hoogeveen heeft een ziektekostenverzekering afgesloten met Zilveren Kruis. De minima in Hoogeveen kunnen zich via deze regeling goed verzekeren tegen ziektekosten. Deze ziektekostenverzekering wordt ingezet om inwoners in een kwetsbare positie laagdrempelig toegang te garanderen tot goede zorg en ondersteuning. De gemeentepolis heeft haar ‘roots’ in het gemeentelijk armoedebeleid (bijzondere bijstand voor medische kosten) maar heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een instrument dat het integrale sociale domein ondersteunt. In Hoogeveen hebben inwoners de keus uit drie polissen, afhankelijk van de zorgvraag en zorgconsumptie. Het eigen risico kan gespreid in termijnen worden betaald. De voorwaarde om mee te kunnen doen met de gemeentepolis ligt op 110% van het sociaal minimum. •
Regeling kinderopvang en kinderopvang sociaal medische indicatie.
Voor ouders met kinderen in de leeftijd tot 4 jaar is er de tegemoetkoming op grond van de regeling kinderopvang. De vergoeding is bedoeld voor de opvang van kinderen tot 4 jaar, daarna gaan ze naar het basisonderwijs. De volledige eigen bijdrage wordt vergoed. •
De energietoeslag.
Om onze inwoners tegemoet te komen in de hoge energielasten is er de energietoeslag. Gemeenten hebben de taak van het rijk gekregen om aan inwoners met een laag inkomen de energietoeslag te verstrekken. Hoogeveen heeft gekozen voor een inkomensgrens van 130% van het minimum inkomen. Huishoudens zijn gecompenseerd met een bedrag van € 1.300, -. Deze tegemoetkoming is verstrekt pagina 41
ongeacht hoogte en wijziging van het energiecontract. •
De meerkostenregeling.
Inwoners met een chronische ziekte of handicap maken daardoor vaak extra ziektekosten. Kosten die niet altijd door de zorgverzekeraar worden vergoed. Deze regeling valt onder de reikwijdte van de WMO. Voor deze regeling geldt een inkomenstoets van 130% van de bijstandsnorm en de vergoeding bedraagt op jaarbasis maximaal € 225,- per persoon. Wij kunnen het als gemeente Hoogeveen niet alleen als het gaat om armoedebestrijding en het zorgen voor bestaanszekerheid. We werken nauw samen met zowel vrijwilligers- als professionele organisaties. Deze organisaties vormen een belangrijke schakel in de keten als het gaat om armoedebestrijding en het ondersteunen van onze kwetsbare inwoners, zowel financieel, materieel, of met een goed gesprek. De volgende organisaties bieden hulp aan de kwetsbare inwoners in Hoogeveen die in financiële problemen verkeren of dreigen te komen. Jeugdfonds Sport & Cultuur Drenthe Het is belangrijk dat jongeren die opgroeien in arme gezinnen niet aan de kant komen te staan in de samenleving. Deelname aan sport en cultuur bevordert bovendien een gezonde leefstijl. Het is belangrijk dat de talenten worden ontdekt en benut. In Hoogeveen werken we daarom samen met het Jeugdfonds Sport & Cultuur Drenthe. Hierbij gaat het om een vergoeding in natura en wordt er geen financiële vergoeding gegeven aan de persoon zelf of aan de ouders.
Lokale intermediairs helpen bij de aanvraag en het jeugdfondsport- en cultuur verricht de administratieve afhandeling van de aanvragen. Voor kinderen betekent dit dat zij altijd kunnen sporten of aan een culturele activiteit kunnen deelnemen, al hebben de ouders een minimuminkomen. Het Jeugdfonds Sport & Cultuur Drenthe is bestemd voor kinderen en jongeren in de leeftijd van 0 tot en met 17 jaar uit de gemeente Hoogeveen, die vanwege financiële redenen geen lid kunnen worden van een vereniging. De hulp wordt verstrekt om jongeren uit gezinnen met een minimum inkomen, deel te kunnen laten nemen aan sport en/of culturele activiteiten; het gezinsinkomen bedraagt maximaal 120 % van het wettelijk sociaal minimum. Het is toegestaan om voor meerdere kinderen uit een gezin een aanvraag in te dienen. Ieder jaar kan er opnieuw een aanvraag worden gedaan als de financiële omstandigheden van de ouder(s)/ verzorger(s) dit noodzakelijk maakt. Als ouders wel inkomen hebben maar desondanks het sporten of de culturele activiteit van hun kind niet kunnen betalen, kan de intermediair in de financiële motivatie aangeven waarom de ouders toch een beroep op het fonds doen. Het kan bijvoorbeeld gaan om schuldsanering. Een beroep op het fonds kan worden gedaan door een geregistreerde intermediair. Iedere professional, pagina 42
werkzaam in het onderwijs, hulpverlening of gezondheidszorg is een potentiële intermediair. Dit kan zijn de leerkracht, de schoolarts, de jeugdhulpverlener of de maatschappelijk werker van een welzijnsinstelling of gezondheidsorganisatie. De meeste aanvragen worden gedaan door sportfunctionarissen en cultuurcoaches van de gemeente. De aanvraag kan uitsluitend door een intermediair via de website worden gedaan. De intermediair dient de aanvraag te motiveren d.m.v. het geven van korte informatie over de financiële situatie van de ouder(s)/ verzorger(s). Voor een sportactiviteit bedraagt de bijdrage maximaal €300 per jaar/per kind, voor een culturele activiteit is dat maximaal €500 per jaar/per kind. Het fonds keert rechtstreeks uit aan de vereniging. Als er naast de contributie nog ruimte is in het budget kan er een waardebon worden aangevraagd voor kleding of attributen. De winkelier kan deze waardebon bij het fonds declareren. Stichting Leergeld De Stichting Leergeld Hoogeveen is er voor kinderen uit gezinnen met geldzorgen. Deze kinderen dreigen door de financiële situatie buiten de boot te vallen als het gaat om binnen- en buitenschoolse activiteiten. Zij zet zich in voor deze kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar. De Stichting Leergeld is van mening dat elk kind moet kunnen meedoen.
Want nu meedoen is later meetellen in de maatschappij! De Stichting Leergeld verstrekt schoolspullen, fietsen, laptops en vergoedingen voor schoolreisjes en uitstapjes. De Stichting Leergeld biedt de kinderen een opstapje, waardoor ze toch deel kunnen nemen, kennis kunnen opdoen en vaardigheden kunnen ontwikkelen. De geboden ondersteuning komt direct ten goede aan de kinderen, doordat de hulp in natura (door direct te betalen aan bijvoorbeeld de sportclub, school of de leverancier van een fiets) geboden wordt. Dit voorkomt dat het hiermee gepaard gaande bedrag wegvloeit naar schuldeisers of andere ook noodzakelijke uitgaven voor het gezin. Door de gezinnen nabij te zijn, kunnen stichtingen gezinnen verder op weg helpen met doorverwijzing naar andere vormen van ondersteuning. De signalen vanuit de gezinnen stellen de stichtingen in staat om het gemeentelijke armoedebeleid gefundeerd te beoordelen en om als goed geïnformeerde gesprekspartner te fungeren voor de lokale overheid om het beleid beter aan te laten sluiten op de behoeften van onze doelgroep. Door de contacten met de gezinnen kunnen stichtingen tijdig nieuwe trends en daardoor nieuwe behoeftes en noodzaken signaleren. De Stichting Leergeld maakt samen met Jeugdfonds Sport & Cultuur, Nationaal Fonds Kinderhulp en Stichting Jarige Job deel uit van het landelijke samenwerkingsverband Sam& (www. samenvoorallekinderen.nl).
Zij hebben hun krachten verenigd om ervoor te zorgen dat gezamenlijk nog meer kinderen die in armoede opgroeien, nog beter ondersteund kunnen worden. Voedselbank Hoogeveen De Voedselbank in Hoogeveen verstrekt aan 130 gezinnen en 335 monden voedsel in Hoogeveen. Er is een terugloop in het aantal gezinnen van 70 ten opzichte van februari 2023. Dit heeft te maken met het feit dat de uitkeringen met 10% zijn verhoogd en ook de huur- en zorgtoeslag zijn verhoogd. De voedselbank is pagina 43
gehouden aan toetsingscriteria die door de Landelijke Voedselbank worden vastgesteld, daardoor komen er minder gezinnen in aanmerking voor een voedselpakket. Supermarkten kopen gerichter in sinds corona en de inflatiecrisis. Daarbij bieden supermarkten op https:// www.toogoodtogo.com/nl boodschappen c.q. voedsel aan wat anders aan de voedselbanken verstrekt kan worden. Dit betekent dat het aanbod voor de voedselbanken soberder is. Zo is er niet elke keer de beschikking over zuivel, brood en groente/fruit. De voedselbank koopt daarom producten in bij groothandels om toch vooral een verantwoord en gezond pakket aan te bieden aan de kwetsbaren in onze maatschappij. De voedselbank werkt met 38 vrijwilligers. Stichting Omzien Naar Elkaar Stichting Omzien Naar Elkaar (ONE) helpt mensen die door samenloop van omstandigheden op zichzelf zijn teruggeworpen, die de weg niet weten naar instanties, geen familie, vrienden of kennissen hebben om hen te helpen. Kortom geen netwerk om hulp te vinden. Stichting ONE biedt een luisterend oor en neemt de tijd voor het realiseren van een vertrouwensrelatie om mensen van daaruit te begeleiden naar professionele instanties. Stichting ONE verstrekt in voorkomende gevallen een koelkast, fiets, wasmachine, een bed of matras. Alleen bij echt schrijnende omstandigheden wanneer er acuut moet worden gehandeld en geen andere oplossingen voorhanden zijn.
In 2022 heeft stichting ONE 140 aanvragen, waarvan 40 aanvragen in samenwerking met het Diaconaal Platform, verwerkt en in 2023 (t/m juli) zijn er 50 aanvragen verwerkt, waarvan 15 aanvragen in samenwerking met het Diaconaal Platform. Stichting ONE heeft momenteel geen vrijwilligers en bestaat uit 3 bestuursleden. De aanvragen wordt door een van de bestuursleden afgewerkt. Het Diaconaal Platform Het Diaconaal Platform is een initiatief van de gezamenlijke kerken in Hoogeveen en de buitendorpen van Hoogeveen. In het Diaconaal Platform Hoogeveen willen kerken en andere levensbeschouwelijke instellingen in de gemeente Hoogeveen, ieder vanuit haar eigen identiteit, samenwerken om mensen te helpen en tot hun recht te laten komen, zodat de gemeente Hoogeveen voor ieder leefbaar is en blijft. In het Diaconaal Platform zijn bij het inloop uur 7 vrijwilligers actief en er wordt spreekuur gehouden in het gebouw van het Leger Des Heils aan de Schutstraat elke 1e en 3e maandag van de maand. Het Diaconaal Platform werkt nauw samen met de Stichting ONE. Afhankelijk van de complexiteit van de hulpvraag opereren ze samen. Het betreft vaak de wat complexere aanvragen waar alleen met een wasmachine of koelkast niet kan worden volstaan. Stichting het Minimaatje De Stichting het Minimaatje is een organisatie opgezet en gerund door ervaringsdeskundigen.
Vrijwilligers die als geen ander weten wat het betekent om in armoede en met weinig geld en met schulden op te groeien. Het Minimaatje is sinds kort gevestigd in een jeugdhonk in een buurthuis.
pagina 44
Het Minimaatje verstrekt aanvullende producten op de voedselbank, zoals ondergoed, verzorgingsproducten, kleine huishoudelijke artikelen en ook producten als wasverzachter, koffie en een stukje kaas. Het Minimaatje wordt gerund door 9 vrijwilligers en zij bedienen 60 gezinnen met 103 kinderen in Hoogeveen. Leden kunnen producten kopen met punten. Ouders krijgen 5 punten per maand, een kind krijgt 3 punten. Ouder mag punten aan het kind geven. Kind niet aan de ouder. Producten die zijn gedoneerd kosten allemaal 1 punt. Na een intake wordt overlegd binnen het team of iemand in aanmerking komt voor verstrekking van producten. Is dat het geval, dan wordt er een pasje verstrekt. Deze kost € 5,- en mag ook in termijnen worden betaald. Het punten- en pasjessysteem is geheel door de vrijwilligers opgezet. Stichting Kledingbank Hoogeveen De Kledingbank Hoogeveen levert een bijdrage aan de armoedebestrijding in Hoogeveen door mensen van kleding en schoeisel te voorzien die ze door financiële problemen zelf niet meer kunnen veroorloven. De Stichting Kledingbank Hoogeveen verstrekt als noodhulp herbruikbare kleding en schoeisel aan mensen die het hard nodig hebben. De Kledingbank Hoogeveen is ook een prima plek waar mensen zonder werk als vrijwilliger arbeidsritme op kunnen doen en hun afstand tot de arbeidsmarkt zo klein mogelijk kunnen houden.
Bij de Kledingbank Hoogeveen werken 30 vrijwilligers en er zijn 700 klanten. Opening is op maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag. De klanten kunnen op een prettige en ongedwongen wijze kleding uitzoeken en kosteloos meenemen. Toetsing en doorverwijzing vindt plaats door de hulpinstanties. De Kledingbank Hoogeveen is tijdelijk gevestigd aan De Vos van Steenwijklaan 1. Loket Geldzaken Hoogeveen Het Loket Geldzaken Hoogeveen biedt administratieve en financiële hulp aan inwoners met financiële problemen en schulden. Op die manier levert het Loket Geldzaken ook een bijdrage aan de armoedebestrijding in Hoogeveen. Het Loket Geldzaken werkt met vrijwilligers en kan daardoor hulp gratis aanbieden. De vrijwilligers beschikken over veel kennis op financieel administratief gebied en kunnen in voorkomende gevallen, of zelf hulp bieden, of doorverwijzen naar instanties voor specialistische hulp. Loket Geldzaken is tot stand gekomen door een samenwerking van verschillende (vrijwilligers)organisaties, zoals Humanitas Thuisadministratie, Schuldhulpmaatje Hoogeveen, Leger des Heils en Stichting Welzijnswerk Hoogeveen (SWW). Het Loket Geldzaken wordt van maandag t/m vrijdag bemand door vrijwilligers.
pagina 45
De VoorzieningenWijzer De VoorzieningenWijzer is geen vrijwilligersorganisatie, maar wel een belangrijke partij en instrument dat door de gemeente Hoogeveen wordt ingezet in haar aanpak tegen armoedebestrijding. De VoorzieningenWijzer is een aanpak waarbij met behulp van een digitale applicatie mensen met lagere inkomens worden geholpen bij het maken verstandige keuzes op financieel terrein. Concreet gaat het om het kiezen van de juiste zorgverzekering en energieleverancier én het gebruik maken van mogelijkheden in de sfeer van landelijke en lokale regelingen voor mensen met een laag inkomen. De ervaring leert dat met een dergelijke ondersteuning voordelen kunnen worden bereikt tot gemiddeld € 600 per gezin per jaar. Het is de bedoeling met deze voorziening een belangrijke (preventieve) bijdrage te leveren aan het oplossen van de armoede en schuldenproblematiek. In samenwerking met de woningcorporaties Domesta, Woonconcept en SWW bieden wij deze voorziening aan huurders en woningeigenaren in de gemeente. In Hoogeveen zijn twee consulenten actief met de VoorzieningenWijzer. De consulenten hebben 291 huishoudens bezocht in 2022. Hierbij is een voordeel gerealiseerd van gemiddeld ruim € 939 per huishouden. Met name bij de gemeentelijke regelingen en de toeslagen vindt onderbenutting plaats.
In het eerste halfjaar van 2023 zijn 395 huishoudens geholpen, waarvan 256 personen online zijn bereikt. Het verschil met 2022 is te verklaren dat er nu veel online afspraken plaatsvinden en dat we de Corona jaren achter ons hebben gelaten.
pagina 46
Bijlage 2: Uitkomsten en opbrengsten uit de Armoedeconferentie In deze bijlage treft u de uitkomsten en opbrengsten aan van de armoedeconferentie die op 9 december 2022 in de Tamboer is georganiseerd. In deze conferentie hebben we door middel van zes workshops de armoedeproblematiek in de verschillende leefdomeinen in kaart gebracht. Workshop Jongeren Uitdaging •
Herkennen van kinderen in armoede op school
•
AVS
•
18 jaar (de grote overgang):
•
o
Veel meer financiële verantwoordelijkheid
o
Niet meer in aanmerking komen voor regelingen
o
Veel verleidingen
Onwetendheid o
Laaggeletterdheid
o
Ingewikkelde regelingen
o
Moeilijke taal
•
Bereiken van ouders voor gebruik van regelingen
•
Mensen/gezinnen die écht onvoldoende geld hebben
•
Ouders hebben niet in alle gevallen een positieve rol
•
Handelsverlegenheid bij professionals
•
Bereikbaarheid van instanties/professionals buiten schooltijd
•
Scholen bereiken de betreffende ouders onvoldoende ondanks ingezette acties
•
Versterken van de verbindende aanpak
•
Kinderen moeten het huis uit en houden op met de studie
•
Veel regelingen (overzicht)
Doen •
Voorlichting op scholen
•
Camouflage cursussen (gericht op tegengaan laaggeletterdheid
•
Lessen omgaan met geld
•
Soepel omgaan met AVG
•
Werkgevers jongeren stimuleren
•
Algemene activiteiten voor iedereen
•
Gebruik maken van lotgenoten/ervaringsdeskundigen
•
Verstreken signalering op school (jongerenwerk VO)
•
Stadspas (gratis toegang musea/theater voor inwoners met een laag inkomen)
•
Gokreclames weren pagina 47
•
Jeugd op school voorbereiden op de overgang naar 18+
•
Voorlichting geven aan ouders
•
Mentoren op scholen moeten leerlingen op de routes (hulpverlening) wijzen
•
Maak gebruik van ervaringsdeskundigen
•
Eén regisseur per gezin
•
Stimuleer bijbaantjes voor jongeren
•
Maak gebruik van elkaars gegevens (als ondersteunende organisaties)
•
Maak het aanvragen van regelingen gemakkelijker
•
Zorg voor een ‘Sociale kaart’
•
Gemeente moet mensen hulp bieden bij het invullen van formulieren
•
Geen regels volgen maar maatwerk bieden
•
Breder kijken dan armoede
•
Jongeren aanspreken op de eigen verantwoordelijkheid
Workshop Laaggeletterdheid Korte termijn •
Brieven – vraag nee maar ja antwoorden. Geef vertrouwen en los het samen op.
•
Speciale aandacht voor woonwagenbewoners
•
Betere handvaten om laaggeletterdheid te identificeren
•
Borgen anonimiteit/vertrouwelijkheid in de contactmomenten
•
Meer audiovisuele communicatie in plaats van schriftelijk
•
Verspilling van brieven. Deze worden niet altijd gelezen
•
Geef het primair en voortgezet onderwijs een signaalfunctie
•
Zorg in de gesprekken met inwoners door de gemeente dat er doorgevraagd wordt om eventueel
laaggeletterdheid te constateren en waar nodig een vervolg te geven •
Eén loketfunctie vanuit de gemeente
•
Gebruik ervaringsdeskundigen ook op scholen, bijvoorbeeld in de maatschappijleer les
•
Maak gebruik van de taalmeter (tool om taalniveau te meten)
•
Taalniveau B1 in de communicatie. Communiceer waar mogelijk niet via geschreven media
•
Erkenning van de stappen die mensen zetten op financieel vlak of anders. Kleine stappen
waarderen Lange termijn •
Basisvaardigheden op peil brengen vanuit het onderwijs
•
Organisaties die verwijzen naar taalhuis en taalles fysiek dicht bij elkaar brengen
•
Relatie is enorm belangrijk: als je iemand kent en vertrouwt stap je makkelijker over drempels
•
Dus dat pleit voor een warme overdracht vanuit verwijzers
pagina 48
•
Dat is een uitdaging omdat verwijzers (geldloket bijv.) vaak vrijwilligers zijn
•
Koppelen aan aanpak geldproblemen, daar eerst op inzetten
•
B1 niveau is enorme uitdaging voor overheid, begrijpelijke taal en gesprek en visueel maken is nodig
•
Ervaringsdeskundigen inzetten als ambassadeur en voor vertrouwen in gesprekken
•
Samenwerking met onderwijs als vindplaats
•
Inloopspreekuur SWW goed inzetten/ gebruik maken van loket geldzaken
•
Het beleid vanuit de gemeente/overheid vereenvoudigen. Let hierbij ook op de manier van
formuleren •
Op wijkniveau informatie organiseren over regelingen en beleid. Doe dit op een manier die te
begrijpen is voor de inwoners. •
Maak gebruik van buurt/wijkkranten. Doe dit op B1 taalniveau en gebruik ook afbeeldingen
•
Samenwerking op de scholen voor aanpak armoede
•
Signalering en laagdrempelige hulp op de scholen. Bijvoorbeeld via een vertrouwenspersoon “geld”
•
Geef voorlichting over geldzaken (bijvoorbeeld door MEE/GGD/Welzijn)
Workshop Overerfbare Armoede Korte termijn •
Zet in op maatwerk
•
Verminder waar mogelijk de bureaucratie
•
Maatje (naast iemand staan) kan inwoners helpen
•
Ervaringsdeskundigen betrekken bij beleid en uitvoering
•
Beginnen bij de Jeugd. Docenten kunnen helpen
•
Generiek “schoolontbijt”
•
Communicatie over armoede. Tegen het taboe.
•
Eén regisseur. Niet te veel handen aan het bed.
•
Samenwerking tussen lokale partijen bevorderen
•
Bieden van perspectief aan de inwoner
Lange termijn •
Normen. Armoede wordt als niet normaal gezien
•
Armoedeval voorkomen bij het aan het werk gaan
•
Doelgroepen vinden blijft lastig. Bibliotheek/onderwijs/sportvereniging
•
Vertrouwen winnen van inwoners zodat ze hulp durven te vragen
•
Inzichten uit andere gemeenten/organisaties gebruiken
•
Begin bij de jeugd/onderwijs
•
Heb vertrouwen in de professional
•
Stigma blijft een grote rol spelen. Mensen in armoede hebben vaak last van schaamte pagina 49
•
Signalen naar 2e kamer/Den Haag
Workshop Energiearmoede Verslag van de workshop Partners als schuldhulpmaatje, mini-maatje, reddende engel en bewindvoerders kennen veel mensen die geholpen kunnen worden. In het persoonlijke gesprek/informeel komt je het beste in gesprek met mensen en daarbij is vertrouwen essentieel om de hulp bij de juiste mensen te krijgen. Zij kunnen daarbij bijvoorbeeld vragen wat mensen over de streep trekt. Voorbeelden uit de praktijk van mensen die wel de stap hebben gezet kunnen andere mensen helpen. Dat kan ook via een digitaal platform. Kortom, de organisaties als verbinder, de gemeente als uitvoerder. Er is bij partners behoefte aan meer delen van informatie over de mogelijkheden zoals regelingen en noodfonds. Voor de doelgroep is eenvoudige informatie belangrijk, bijvoorbeeld met afbeeldingen. Informatie op locaties waar de doelgroep komt: voedsel-/kledingbank, bibliotheek, kerken, buurt- en dorpshuizen. Inloopspreekuur op deze locaties, zodat er ook fysiek iemand aanwezig is om mee in gesprek te kunnen. Ook wordt aangegeven dat veel mensen de lokale en regionale media gebruiken, zoals de woensdagkrant en RTV Drenthe. Vergeet daarnaast niet de kracht van mond-tot-mondreclame. Partners willen graag meedenken over inrichting noodfonds.
De ideeën: noodfonds is bedoeld voor maatwerk voor iedereen met aantoonbare problemen, geld besteden aan daadwerkelijke energiemaatregelen en die de kosten verlagen. Hulp in de vorm van spullen is vaak beter dan geld. Ga uit van feitelijke situatie en urgentie in plaats van inkomenstoets. Creëer ruimte om (anders) te kunnen beslissen. Maak daarnaast beleid vóór en met de doelgroep. Stel dus bij het opstellen van beleid een kernteam op, waarin de doelgroep goed is gerepresenteerd. Breng de ingangen beter bij elkaar. Richt een “loket’ in, waar je je als inwoners kunt melden. Er is al een loket geldzaken. Wellicht aan de achterkant meer verbinding mee leggen. Mensen die zich melden goed doorverwijzen. Partners willen wel mensen aandragen waar bijvoorbeeld mee in gesprek gegaan kan worden. Verder wordt het belang van één persoonlijk aanspreekpunt bij de gemeente benadrukt. Dit schept een vertrouwensband en daarbij kan integraal naar armoede worden gekeken. Corona-support https://www.c-support.nu/ is een voorbeeld hoe ook Energie-support ingericht kan worden. Actief op pad, langs woningen (met laag energielabel) met kleine maatregelen.
pagina 50
Workshop Stress sensitief Werken •
Inzetten van ervaringsdeskundigen is erg belangrijk
•
Huisbezoeken indien nodig/gewenst. Zorg voor keukentafelgesprekken
•
Organiseer gesprekken in een anders setting. Bijvoorbeeld bij een wandeling buiten
•
Maak gebruik van de ketenpartners in Hoogeveen. Organiseer hiervoor netwerkgesprekken en
maak gebruik van de infrastructuur die er al bestaat (bijvoorbeeld SOMSOM) •
Rol van de werkgever in dit geheel. Werkgevers kunnen financiële problematiek signaleren
•
Ontwikkel beleid over hoe te communiceren met de doelgroep
•
Hoe sluit je bij hen aan? Maar ook, hoe communiceer je met bepaalde wijken of dorpen?
•
Maak gebruik van influencers/opiniemakers bij het overbrengen van een boodschap
•
Betrek ook commerciële partners bij de aanpak van armoede
•
Zorg waar mogelijk voor voor ingevulde formulieren
•
Maak gebruik van ervaringsdeskundigen
•
Meet de resultaten van de SSW-methode en evalueer periodiek
•
Train ook vrijwilligers in het gebruik van deze methode
•
Meet de ervaringen bij inwoners
Workshop Omgekeerde Toets •
Verplaats je in de leefwereld van de client/inwoners (werken vanuit de bedoeling)
•
Waar heeft men écht behoefte aan?
•
Wat voor effect wil men bereiken voor de inwoner
•
Methode betekent niet dat er juridisch fout gehandeld wordt (minder kijken naar de letter van wet,
maar meer naar de bedoeling) •
Gaan voor gelijk effect bij de inwoner
•
Respect en vertrouwen zijn belangrijk
•
Duidelijke afspraken gemeente en hulpverleners?
•
Integraal werken
•
Uitgaan van de mens niet van een systeem
•
Niet iedere hulpverlener kijkt op dezelfde manier. Dit vraagt om training en een andere manier van
denken •
Pas de omgekeerde toets niet alleen toe bij de gemeente
•
Niet alle inwoners zijn zelfredzaam.
•
Casussen gezamenlijk bespreken
•
Vertrouwen in de professionals om de juiste keuze te maken
•
Methode vraagt om onderbouwing van een keuze/hulp
pagina 51
Bijlage 3: Indicatoren
Doel 1. Doorbreek de armoede situatie Kernindicator 1 een gevarieerde mix van indicatoren Doel 2. Bestaanszekerheid vergroten Kernindicator 2 een gevarieerde mix van indicatoren Sub indicator 2.1 Het aantal huishoudens tot 120% van het wettelijk sociaal minimum dat recht heeft op een regeling Sub indicator 2.2 Percentage huishoudens met betaalbare huisvesting Sub indicator 2.3 Werkeloosheidspercentage Sub indicator 2.4 Deelname aan sociale en culturele activiteiten Sub indicator 2.5 Toegang tot gezondheidszorg Doel 3. Kinderen verdienen niet om in armoede op te groeien Kernindicator 2 Percentage kinderen dat opgroeit in een minimagezin (120% Wsm) Sub indicator 2.1 Het percentage kinderen in een gezin tot 120% van het wettelijk sociaal minimum dat gebruik maakt van een kindregeling t.o.v. percentage kinderen dat recht heeft op een regeling. Sub indicator 2.2 Percentage jongeren dat onderwijs volgt of werk heeft Sun indicator 2.3 Voor jeugd gerelateerde doelen en indicatoren verwijzen we naar de nota jeugd waarin deze aspecten zijn uitgewerkt. Doel 4. We investeren in relaties tussen mensen en werken naar de bedoeling Kernindicator 4 Het gemiddelde rapportcijfer als waardering van inwoners van de gemeentelijke dienstverlening m.b.t. het armoede- en schuldenbeleid.
Sub indicator 4.1 Een behoeftepeiling onder de minima om kwalitatief uitspraken te kunnen doen of het aanbod beter aansluit op de behoefte. Sub indicator 4.2 Het percentage van de huishoudens dat gebruik maakt van een regeling t.o.v. het aantal huishoudens dat recht heeft op de regeling. Sub indicator 4.3 Het percentage van de doelgroep dat bekend is met de regelingen door eens in de vier jaar uit te vragen middels een peiling onder de doelgroep.
pagina 52
Bijlage 4: Wettelijk kader
Hoofdwetten
Toelichting
Participatiewet en IOAW
Gemeentelijke taak om bijstand te verlenen en om mensen te ondersteunen bij arbeidsparticipatie. •
Bijzondere bijstand: Inwoners met een laag inkomen die noodzakelijke kosten hebben vanwege bijzondere omstandigheden kunnen hier een vergoeding voor krijgen.
•
Individuele inkomenstoeslag: Als de inwoner 3 jaar of langer een bijstandsuitkering, of een inkomen op bijstandsniveau heeft, kan de inwoner 1 x per jaar extra geld aanvragen.
•
Individuele studietoeslag: Studenten die door hun medische beperking structureel niet in staat zijn om naast hun studie bij te verdienen of slecht marginaal, kunnen deze aanvullende toeslag aanvragen.
Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) en
Is erop gericht om inwoners te ondersteunen bij
IOAZ
het starten van een eigen onderneming vanuit een bijstandssituatie. Daarnaast kunnen bestaande ondernemers die in financiële problemen komen een beroep doen op een aanvullend inkomen vanuit de Bbz, onder bepaalde voorwaarden.
Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs)
Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) Sinds de inwerkingtreding van de Wgs is schuldhulpverlening een taak van gemeenten. De wet geeft een ruim kader waarbinnen de gemeente de schuldhulpverlening dient vorm te geven, van preventie tot en met nazorg.
pagina 53
Aanverwante wetten
Toelichting
Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO).
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn.