Aanpak armoedebestrijding V3
Tekst van het document
Aanpak armoedebestrijding
Vooraf Vorig jaar tijdens de armoedeconferentie was iedereen het erover eens: er moet iets gebeuren! We moeten verder bouwen aan een vernieuwd perspectief voor meer bestaanszekerheid en we moeten snel gevolg geven aan concrete acties. Nu ligt deze Aanpak armoedebestrijding voor u. Een mooi moment! Veel mensen hebben de tijd genomen om mee te denken over de inhoud van deze aanpak. Dat is bijzonder waardevol. Het draagt deze aanpak en maakt de kans op succesvolle uitvoering veel groter. En dat is waar we het voor doen. Armoede. We kennen allemaal de betekenis die Van Dale eraan geeft: toestand van iemand die weinig of onvoldoende geld heeft om van te leven. Maar het woord armoede gaat pas echt leven als je mensen spreekt die ruime ervaring hebben met armoede. Fijn dat deze mensen bereid waren hun verhaal te delen. Het is voor alle betrokken professionals zo goed om deze verhalen te horen. Het helpt bij het bedenken van oplossingen en het zorgt ook dat de urgentie om echt iets te doen heel duidelijk is. Tegelijk weten we dat we armoede niet alleen kunnen oplossen. Het probleem is veel groter dan alleen de gemeente Hoogeveen. Binnen de mogelijkheden die we hebben, zetten we alle zeilen bij om armoede te bestrijden en te voorkomen. We blijven hierbij wel afhankelijk van keuzes die het Rijk maakt.
Nu kunnen we verder aan de slag om te zorgen dat we echt verschil kunnen maken voor mensen in armoede. Dat doen we nu voor situaties op dit moment en tegelijk kijken we vooruit: hoe zorgen we dat de aanpak blijft aansluiten bij wat nodig is? Zorgt de aanpak daadwerkelijk voor de gewenste effecten? We pakken nu aan en houden een generatie lang vol.
pagina 2
Inhoudsopgave Vooraf 1
Inleiding 4
2
Ambitie en doelstelling 6
3
Vanuit doelen naar acties
4
Armoede 14
5
Armoede op landelijk niveau 17
6
Armoede in Hoogeveen 20
7
Armoede en de raakvlakken met andere domeinen
8
Financiën 37
9
Uitvoering, monitoring en verantwoording van onze aanpak
10
Beheersen van risico’s 40
9
27
39
Bijlagen 41
pagina 3
1 Inleiding We willen dat de inwoners van Hoogeveen, van jong tot oud, kunnen rondkomen en mee kunnen doen in de samenleving. Dit zonder dat zij stress ervaren van geldzorgen en problematische schulden. Inwoners met een laag inkomen willen we in staat stellen en stimuleren om mee te doen aan maatschappelijke activiteiten. Deze ambitie vereist een lange termijn aanpak, omdat het aanpakken van armoede en het verminderen van geldzorgen complexe problemen zijn die diepgeworteld zijn in onderwijs, gezondheid, werkgelegenheid en vele andere aspecten van het leven. Aanpak op basis van input uit de samenleving In deze aanpak beschrijven we de keuzes die de gemeente Hoogeveen voor de komende jaren maakt op het gebied van armoedebestrijding. Deze aanpak is opgesteld op basis van de input vanuit de armoedeconferentie die is gehouden op 9 december 2022. Deze conferentie is door ongeveer 120 mensen bezocht. We hebben informatie opgehaald en gedeeld met diverse vrijwilligers- en maatschappelijke organisaties, professionals, ervaringsdeskundigen en de Stichting Cliëntenraad Sociale Zekerheid Hoogeveen (Cliëntenraad). Gezamenlijke aanpak Een van de uitkomsten van de armoedeconferentie was de behoefte aan een gezamenlijke aanpak om armoede te bestrijden. Een klankbordgroep van de gemeenteraad heeft, los van de gemeenteraad, voorafgaand aan de conferentie een bijdrage geleverd aan de inhoud.
Deze klankbordgroep is na afloop bijgepraat over de uitkomsten van de conferentie. Samen met maatschappelijke partners heeft de groep meegedacht over uitgangspunten, doelen en bewaking van die doelen. De rode draad hiervan is terug te vinden in deze aanpak. Ervaringsdeskundigen Mensen die in armoede leven of hebben geleefd, weten als geen ander hoe het voelt om voortdurend met financiële problemen te maken te hebben. Een aantal van deze ervaringsdeskundigen uit Hoogeveen heeft ons hierover verteld en zij hebben aangegeven welke zaken ze belangrijk vinden in de aanpak armoedebestrijding. In de aanpak vindt u ook een aantal quotes waarin deze mensen vertellen over hun ervaringen met het leven in armoede. Ook in de uitvoering werken we samen We hebben deze aanpak gemaakt samen met onze partners. Ook de uitvoering van deze aanpak willen we samen oppakken. We betrekken de Cliëntenraad, collega’s vanuit de verschillende domeinen, vrijwilligersen maatschappelijke organisaties en ervaringsdeskundigen bij de (door)ontwikkeling van onze doelen en activiteiten en ook bij de evaluatie, bijstelling en uitvoering.
pagina 4
Leeswijzer Deze aanpak begint bij de ambitie en doelstellingen. Deze doelen vertalen we naar acties. Vervolgens gaan we in op het kernthema van onze aanpak: armoede en geldzorgen. We werken vanuit de landelijke naar de lokale situatie en ontwikkelingen. We gaan ook in op de terreinen en domeinen die armoede raakt. Ten slotte komen de financiën, monitoring, evaluatie en risicobeheersing aan bod.
pagina 5
2 Ambitie en doelstelling We willen dat de inwoners van Hoogeveen, van jong tot oud, kunnen rondkomen en kunnen meedoen in de samenleving. Om dit doel te bereiken, bieden we hulp aan mensen die dit nodig hebben, bijvoorbeeld om schulden te voorkomen of op te lossen. We beschouwen onszelf als partner bij het oplossen van problemen. Met regelingen die het inkomen ondersteunen willen we stimuleren dat mensen zelfredzaam worden en mee kunnen doen aan maatschappelijke activiteiten. Al onze inspanningen zijn gericht op het duurzaam doorbreken van de armoedesituatie en het vergroten van de bestaanszekerheid. Zo willen we eraan werken dat kinderen niet meer in armoede opgroeien en zelf met goede kansen hun toekomst tegemoet gaan. Onze ambitie hebben we verdeeld in vier doelen: 1.
Doorbreek de armoedesituatie
We willen armoede in Hoogeveense huishoudens duurzaam doorbreken, zodat deze huishoudens minder afhankelijk worden van toeslagen en regelingen en ze meer zicht hebben op een duurzaam en hoger inkomen. Dat betekent dat we vasthouden en dat we ongelijke ondersteuning bieden om duurzame gelijke kansen te creëren. Indicator: We streven ernaar om jaarlijks in 15 huishoudens de situatie duurzaam te doorbreken. 2.
Bestaanszekerheid voor iedereen
Bestaanszekerheid houdt in dat je over de middelen kunt beschikken om in het levensonderhoud te kunnen voorzien. We streven voor iedereen naar een bestaan met voldoende en voorspelbaar inkomen, een woning, toegang tot onderwijs en zorg en een buffer voor onverwachte uitgaven. Indicator: We streven naar een 15% daling in het percentage inwoners onder de armoedegrens in vijf jaar na de implementatie van deze aanpak. 3.
Alle kinderen kunnen meedoen
Armoede belemmert de ontwikkeling van een kind en zorgt voor stress, lagere schoolprestaties, minder welbevinden, slechtere gezondheid en voor sociale uitsluiting als volwassene. Daarom willen we armoede voorkomen en aanpakken. We willen kinderen en jongeren de kans geven mee te doen, zodat ze met meer gelijke kansen hun toekomst tegemoet gaan. Indicator 1: We streven naar een 15% daling in het aantal kinderen en jongeren in armoedesituaties binnen vijf jaar na de implementatie van onze aanpak. Indicator 2: We streven naar een toename van 15% in het aantal kinderen en jongeren met verbeterde toegang tot educatieve en recreatieve voorzieningen binnen vijf jaar na de implementatie van deze aanpak. Hiermee leggen we de verbinding met de Nota Jeugd.
pagina 6
4.
We investeren in relaties tussen mensen en we werken naar de bedoeling
Vaak werken we vanuit diverse organisaties met inwoners aan hun verschillende problemen. Daarbij willen we zorgen voor samenhang in onze interventies zodat we de inwoners die het nodig hebben, echt doeltreffend kunnen helpen. We willen elkaar kennen en samen goede vormgeven aan de hulp die we bieden. We willen werken aan een goede relatie met inwoners, vasthoudend en vanuit vertrouwen. Indicator: Dit doel bereiken we door gericht te werken aan het versterken van de relatie met onze inwoners, het bevorderen van samenwerking en het versterken van de samenhang in onze gemeenschap. Nu handelen én een generatie lang volhouden We gaan voortvarend aan de slag om armoede te bestrijden. Hierbij zijn we ons er terdege van bewust dat onze aanpak structureel moet zijn en zich over lange tijd moet uitstrekken. Deze aanpak bestaat daarom uit een aantal doelen met een doorlooptijd van 5 jaar en een oproep om een generatie lang, dus zo’n 25 jaar, deze aanpak door te zetten. Dan is werkelijke langdurige impact mogelijk op de problemen door armoede in de gemeente Hoogeveen. Dit vraagt om voortdurende bestuurlijke aandacht en continuïteit in de aanpak. Complex Armoede en geldzorgen zijn complexe problemen die diepgeworteld zijn in onderwijs, gezondheid, werkgelegenheid en vele andere aspecten van het leven. Het vereist daarom een brede en langdurige inzet om deze problemen aan te pakken.
Het vraagt om een verandering in mentaliteit en cultuur, zowel bij de inwoners als bij de gemeentelijke overheid: Nu handelen én een generatie lang volhouden. De aanpak hebben we uitgewerkt in een Doelen-Inspanningen- Netwerk:
pagina 7
Raakvlakken met wonen, werken, gezondheid, schulden en laaggeletterdheid
Bestaanszekerheid
De Hoogeveense pas met
vergroten
een Webwinkel meedoen
Armoedeval verminderen
Pilot jongvolwassenen Doorbreek de armoedesituatie Alle inwoners kunnen
Pilot in één van de wijken
meedoen, zich ontwikkelen en een goede levenskwaliteit ervaren. We versterken de aanpak
Dit omvat ook voldoende middelen om deze
Onze kinderen verdienen
jeugd om generatie
doelen te realiseren.
het niet om in armoede
armoede te doorbreken met
op te groeien
budgetlessen op school en de inzet van JEF
Investeren in samenwerking en We investeren in relaties
samenhang
tussen mensen en we werken naar de bedoeling Werken vanuit de bedoeling
pagina 8
3 Vanuit doelen naar acties Onze ambitie vraagt om een aanpak op verschillende leefgebieden en leefdomeinen. We richten ons op inwoners met een laag inkomen en ook op inwoners met een middeninkomen. Deze aanpak vraagt om durf en vernieuwing. Daarnaast is borging van groot belang. We willen ons richten op de korte en de lange termijn. Zo kunnen we echt armoede doorbreken. 3.1
Doorbreek de armoedesituatie
3.1.1
Pilot inkomenszekerheid voor jongvolwassenen met jonge kinderen
We vinden dat werk moet lonen. Soms is dat niet het geval, bijvoorbeeld wanneer iemand uitstroomt naar werk en geen aanspraak meer kan maken op financiële regelingen. Dit werkt niet motiverend. Daarom starten we een pilot waarin we jonge ouders met een of meer jonge kinderen compenseren voor wegvallende toeslagen als ze aan het werk gaan. Het is van belang dat we hierbij blijven handelen binnen de kaders van de Participatiewet; daarom vragen we van het Rijk deze gemeentelijke investering niet te korten op de gemeentelijke begroting. Met deze pilot willen we de financiële stabiliteit van gezinnen versterken en ook de transitie naar werk bevorderen en een gezonde economische zelfstandigheid aanmoedigen. Deze pilot is succesvol als we bereiken dat mensen duurzaam uitstromen en er geen financiële problemen ontstaan bij terugval in de uitkering. Als we dit succes behalen, starten we vergelijkbare initiatieven op om op bredere schaal inkomenszekerheid te waarborgen bij uitstroom naar werk. 3.1.2
Pilot in Hoogeveense buurt of wijk: samenwerken voor verandering
Om armoede te bestrijden is soms een doorbraak nodig. De onderlinge relatie tussen mensen kan helpen om te komen tot zo’n doorbraak. Een sociaal professional kan in een wijk helpen bij het zorgen voor elkaar. Deze professional kan mensen ondersteunen die moeite hebben hun weg te vinden in de samenleving. Deze medewerker kan de hulpvraag in kaart brengen en passende oplossingen zoeken, samen met de cliënten, vrijwilligers en andere professionals. We gaan een pilot ontwikkelen waarbij we een sociaal professional inzetten. Het programma dat we opzetten, moet de leefbaarheid van een buurt op diverse fronten verbeteren. Het moet leiden tot een beter perspectief op het gebied van onderwijs, werk, gezondheid en huisvesting. We gaan samen met gezinnen uit de buurt en ervaringsdeskundigen aan de slag met een aanpak waarbij we hulpvragen snel en laagdrempelig oppakken. Uitgangspunt hierbij is dat we kiezen voor een gelijkwaardige samenwerking tussen instanties en bewoners. We laten ons hierbij inspireren door initiatieven in andere gemeenten, zoals de pilot ‘Gewoon geld geven’ (Zaanstad, Amsterdam en Tilburg) en de pilot schulden kwijtschelden (Leeuwarden).
pagina 9
3.2 Bestaanszekerheid voor iedereen 3.2.1
Een Hoogeveense Meedoen-pas voor al onze inwoners
We introduceren een ‘Hoogeveense Meedoen-pas’ voor al onze inwoners waarmee we ervoor willen zorgen dat iedereen mee kan doen in de samenleving. Deze pas is voor alle inwoners en bedoeld om deel te kunnen nemen aan diverse maatschappelijke en culturele activiteiten. Ook is het met behulp van de pas mogelijk financiële ondersteuning te vragen voor essentiële behoeften via een Meedoenfonds. De Meedoen-pas biedt ook toegang biedt tot de webwinkel Meedoen. Mensen met een minimuminkomen kunnen in deze webwinkel een bedrag besteden dat de gemeente vaststelt en toekent. De winkel bevat producten, uitjes en lidmaatschappen van sportverenigingen. Daarnaast kunnen er producten en speciale regelingen aan de webwinkel worden toegevoegd als het nodig en actueel is. Dan kan het gaan om bijvoorbeeld energietoeslag en budget voor schoolgaande kinderen. Mensen die digitaal minder vaardig zijn, kunnen voor hulp terecht bij de SWW. De gegevens van de inwoners zijn alleen bekend bij de gemeente want daar moet de inwoner zich melden om voor de regeling in aanmerking te komen. Er zijn diverse gemeenten die al een webwinkel voor de minima hebben gelanceerd en de resultaten zijn goed. 3.2.2 Armoedeval verminderen en werk stimuleren We gaan onze minimaregelingen vaststellen op een inkomenstoets van 120% in plaats van 110% van het sociaal minimum.
We trekken hiermee de grens gelijk met de inkomensgrens die organisaties als de Stichting Leergeld, het Jeugdfonds Sport & Cultuur en de Voedselbank hanteren. Ook bij de toekenning van de energietoeslag hebben we eerder een inkomensgrens van 120% van het sociaal minimum gehanteerd. Met de hogere inkomensgrens kunnen meer huishoudens gebruik maken van minimaregelingen waardoor zij beter in hun basisbehoeften kunnen voorzien. Deze inkomensgrens sluit ook beter aan bij het inkomensniveau van het wettelijk minimuminkomen. Een groot deel van onze inwoners met een uitkering c.q. inkomen van 100% of 110%, zal bij aanvaarding van werk niet meer dan 120% van de bijstandsnorm verdienen. Zo houden deze mensen recht op diverse regelingen en is er dus geen sprake van armoedeval. 3.3
Alle kinderen kunnen meedoen
We zorgen dat kinderen volop kunnen deelnemen aan schoolse, sportieve en culturele activiteiten. Bovendien willen we hun perspectieven verbreden door kansen tot ontwikkeling te bieden. Het zijn belangrijke voorwaarden om de generatiearmoede te doorbreken. De aanpak hiervoor wordt beschreven in de nota Jeugd. Deze aanpak versterken we met 2 interventies die hieronder worden beschreven. 3.3.1
Versterken van financiële kennis bij jongeren
Het is belangrijk dat kinderen al op jonge leeftijd leren omgaan met geld. Vooral op scholen in kwetsbare wijken blijft deze kennis bij kinderen vaak achter ten opzichte van kinderen op andere scholen. Veel kinderen weten niet hoeveel ze hebben te besteden. Ze krijgen dit vaak ook niet mee vanuit hun pagina 10
thuissituatie. Dat is vooral een risico als ze 18 jaar worden en daarmee zelfstandig en verantwoordelijk. Met behulp van budgetlessen willen we kinderen leren om te gaan met geld. We nemen deze lessen op in het preventiemenu waarmee we werken voor de scholen in de gemeente. 3.3.2 Betere toekomstkansen en meer succes op de lange termijn Het Jeugd Educatiefonds (JEF) wil de ontwikkelingskansen van kinderen die in armoede opgroeien, vergroten. Zo kunnen de toekomstkansen van deze kinderen worden versterkt. Met ondersteuning van JEF willen we als gemeente onderwijsachterstanden voorkomen en oplossen en de onderwijsprestaties van alle kinderen verder verbeteren. Dit draagt bij aan de kansen voor de toekomst voor alle kinderen. JEF werkt samen met diverse partners, zoals scholen, leerkrachten en andere maatschappelijke partners. Door afspraken te maken met JEF kunnen we profiteren van de expertise van de betrokken partners. Door deze aanpak te kiezen, laten we zien dat we ons inzetten voor het welzijn en gelijke kansen voor alle kinderen in Hoogeveen, ongeacht hun achtergrond of thuissituatie. 3.4
We investeren in relaties tussen mensen en we werken naar de bedoeling
3.4.1
We investeren in samenwerking en samenhang
Tijdens de armoedeconferentie was er veel aandacht voor onderlinge samenhang en verbinding. Alleen op basis van goede samenwerking is het mogelijk om op het gebied van armoedebestrijding stappen te zetten voor de inwoners van Hoogeveen. De oproep was om bestaande samenwerkingsstructuren te versterken en partijen die daarop nog niet aangehaakt zijn, aan te sluiten. De uitwerking van deze oproep krijgt vorm in deze actie. Voor een succesvolle uitwerking is het belangrijk dat partners die dagelijks in contact staan met de doelgroep hun inzichten delen over wat werkt en wat niet. We willen dus met regelmaat het gesprek voeren en onze kennis delen om te komen tot effectieve oplossingen. Tot de partners behoren ook vrijwilligersorganisaties. In de gesprekken kunnen we heel effectief werken en de verschillende taken bespreken en afspreken. Zo kunnen vrijwilligersorganisaties hun grenzen aangeven en bewaken waardoor we overbelasting kunnen voorkomen. Delen van informatie is in deze aanpak van groot belang. Tegelijk hebben we te maken met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) die eisen stelt aan het verwerken van persoonsgegevens. We maken, binnen de grenzen die hieraan gesteld zijn, het delen van informatie mogelijk. Een voorbeeld van hoe dit kan is ‘Sinc’, een werkportaal dat wordt gebruikt door onder andere Loket Geldzaken, Schuldhulpmaatje en Humanitas.
Werksessies als opstap voor een jaarlijkse bijeenkomst In een aantal werksessies gaan we aan de slag met het versterken van onze samenwerking. We kijken vanuit de bestaande samenwerking naar kansen om het samen nog beter aan te pakken. Het zorgt voor verbinding tussen partners en het zorgt voor inzicht in de verschillende voorzieningen. Dit overzicht is van belang voor inwoners. De werksessies zijn een opstap naar een jaarlijkse bijeenkomst met betrokken partners en professionals. pagina 11
3.4.2 We werken vanuit de bedoeling We stellen de inwoners centraal, versterken hun stem en luisteren oprecht naar behoeften, zorgen en ideeën. Zo willen we komen we tot een constructieve dialoog gezamenlijke effectieve oplossingen die aansluiten bij de wensen en belangen van onze inwoners. Onze communicatie en dienstverlening is ondersteunend aan dit doel. We zorgen voor goede toegankelijkheid, halen drempels weg en we zijn bereikbaar. We zijn gericht op samenwerking en spreken duidelijke en vriendelijke taal, in gesprekken en in onze informatievoorziening. Deze informatievoorziening krijgt vorm in diverse middelen, zoals het Torentje, social media en een nieuwsbrief voor mensen met een uitkeren. Ook zorgen we dat onze partners onze regelingen kennen. We zetten verder in op de volgende thema’s: •
Informatieverstrekking over ondersteuning
Het is belangrijk dat onze informatie de mensen bereikt die dit nodig hebben. Dat geldt zowel voor de vindbaarheid van de informatie als voor de begrijpbaarheid. Informatie over voorzieningen en ondersteuningsmaatregelen is onder andere te vinden via een brochure met een sociale kaart, de voedselbank, kledingbank, bibliotheek, kerken, buurt- en dorpshuizen, lokale en regionale media zoals de woensdagkrant en RTV Drenthe. In een brochure geven we een overzicht van de voorzieningen en organisaties waar inwoners gebruik van kunnen maken en waar inwoners terecht kunnen met vragen over geldzaken. Deze brochure geeft partners en inwoners goede toegang hebben tot informatie en lokale ondersteuningsmogelijkheden. We geven halfjaarlijks een minimakrant uit met daarin informatie over veranderingen en ontwikkelingen. •
Overgang naar 18+
De overgang naar 18 jaar is een bijzonder moment in het leven. Volgens de wet is dat het moment dat een mens volwassen is en daar horen rechten en ook plichten bij. Voor sommige jongeren geldt dat het niet helemaal duidelijk is welke (financiële) gevolgen deze overgang voor ze heeft. Het is belangrijk jongeren hierover te informeren zodat ze zich kunnen voorbereiden op de verantwoordelijkheden en rechten die horen bij deze leeftijd. Zo kunnen ze zelfverzekerd deze nieuwe fase beginnen waarin ze weloverwogen beslissingen kunnen nemen. Op langere termijn kan dit bijdragen aan hun persoonlijke ontwikkeling en welzijn. Prowijz, onze integrale toegang binnen de eenheid dienstverlening en activering, richt zich op jongeren en jongvolwassenen van 17-18 jaar bij de overgang naar 18+. De financiële voorlichting en begeleiding wordt hierin meegenomen. •
Eén regisseur per gezin
Wanneer een gezin vanuit meerdere partijen hulp ontvangt, is het belangrijk om het overzicht en de voortgang goed in de gaten te houden zodat de juiste ondersteuning geboden kan worden en problemen effectief aangepakt worden. We zetten hiervoor een regisseur in in gezinnen waar dat nodig is. Verder gaan we werken met sociale teams en zetten we Prowijz in.
pagina 12
Regisseur Een regisseur per gezin kan helpen door regie te houden en samenhang te bevorderen, zodat de problemen effectief aangepakt en beheersbaar worden. Niet in elk gezin zetten we een regisseur in. We wegen dit zorgvuldig af en wijzen alleen toe dat absoluut noodzakelijk is om de problemen adequaat aan te pakken. Prowijz Prowijz is een interne werkwijze binnen de toegang waarin integraal wordt gekeken naar het aanbod om ervoor te zorgen dat het goed op elkaar aansluit. Dit initiatief draagt bij aan het creëren van samenhang in de hulpverlening. Een specifiek aandachtspunt binnen Prowijz is de ondersteuning van jongeren tussen 16 en 27 jaar, om te voorkomen dat zij tussen wal en schip raken. Sociale teams De bestaande sociale teams zijn in staat alle signalen samen te brengen. Bij meervoudige en complexe problematiek kan dit team een regisseur inschakelen en/of contact leggen met de toegang of Prowijz. •
Maatwerk
Maatwerk gaat om het vinden van een oplossing op maat voor de inwoner. Ieder mens en iedere situatie heeft unieke kenmerken en daarom is het belangrijk een oplossing te vinden die daar echt bij past. Door maatwerkoplossingen aan te bieden, voelen inwoners zich eerder begrepen en geholpen op een manier die voor hen het meest effectief is. Hulpverleners kunnen hierbij de omgekeerde toets toepassen, waarbij ze kijken naar wat er nodig is en niet eerst naar wat de wet voorschrijft. Op deze manier is het mogelijk maatwerk te bieden zonder willekeur te creëren. Stress-sensitief werken is de ‘mindset’, die de basis vormt voor het goed uitvoeren van de omgekeerde toets. Als gemeente gaan we aan onze partners een collectieve training aanbieden in stress-sensitief werken en omgekeerde toets. •
Inzet ervaringsdeskundigen
De ervaringen en inbreng van mensen die ervaring hebben met het leven in armoede, zijn bijzonder waardevol. We blijven daarom ervaringsdeskundigen uitnodigen om mee te denken én mee te werken aan een effectieve aanpak van armoedebestrijding. Zo werken we vanuit ervaringen samen met belanghebbenden aan de armoede aanpak binnen de gemeente. Deze inzet borgen we in de uitvoering van onze gemeentelijke organisaties en de partners waarmee we samenwerken.
pagina 13
4 Armoede 4.1. Wat is armoede? Volgens de “Dikke van Dale” is armoede:
ar·moe, ar·moe·de (de; v(m)) 1 toestand van iemand die weinig of onvoldoende geld heeft om van te leven (tegenstelling: rijkdom): het is er armoe troef er heerst daar altijd grote armoede; in armoede leven; van armoe iets doen omdat je niets beters kunt bedenken 2 gebrek aan iets: armoede Zo eenvoudig als hierboven laat armoede zich niet omschrijven. Wat armoede is en hoe armoede wordt ervaren is niet heel eenvoudig vast te stellen en is daardoor behoorlijk complex. Met simpelweg een dak boven je hoofd, geen honger en toegang tot de zorg ben je er nog niet. Zowel het Sociaal Cultureel Planbureau (CPB) als het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) leggen de relatie met bestaanszekerheid en inkomen als ze betekenis geven aan armoede. Een inkomen kan laag zijn wanneer het een uitkering betreft, maar ook bij werkenden en zelfstandigen kan een inkomen laag zijn. Maar armoede is meer dan dat. Naast het financiële onderdeel heeft armoede ook een sterk sociaal onderdeel, bijvoorbeeld of men meedoet, of wanneer men dezelfde kansen heeft. Daarnaast is er, zeker niet onbelangrijk de gevoelskwestie of iemand zich arm voelt en het zo beleeft. Definities van armoede zeggen daarmee niets over hoe armoede ervaren wordt. 4.2. Armoede is een ingewikkeld probleem Met een deel van onze inwoners gaat het helaas minder goed.
Zij profiteren nauwelijks van economische voorspoed en lijden onder de stress die het leven met weinig geld met zich meebrengt. Dat leidt vaak tot een opeenstapeling en versterking van problemen zoals werkeloosheid, slechte gezondheid en sociaal isolement. Armoede en schulden vormen dus een lastig geheel met zaken die elkaar beïnvloeden. Het probleem is ingewikkeld, bestaat uit veel onderdelen en is hardnekkig. Kant-en-klare oplossingen zijn er niet en (deel)oplossingen komen vanuit veel verschillende kanten. Het is onmogelijk om het vraagstuk met één beleidsmaatregel of één partij in één keer op te lossen. Armoedebeleid is een schakel in de keten. 4.3. Opgroeien in armoede Armoede begint al bij de geboorte, soms zelfs nog eerder. Veel kinderen die nu in armoede leven groeien ook op in armoede. Dit is van grote invloed op hun sociale en emotionele ontwikkeling. Hoe langer een gezin geldgebrek heeft, des te groter is de kans op nadelige gevolgen voor het welbevinden en de ontwikkeling van de kinderen. Armoede zorgt voor veel stress binnen gezinnen. Deze variëren van sociale pagina 14
uitsluiting tot psychische problemen. Wie als kind met geldzorgen wordt geconfronteerd, loopt bovendien meer risico op latere leeftijd in een vergelijkbare situatie terecht te komen. Veel kinderen voelen zich gevangen in armoede en zien geen uitweg om aan armoede te ontkomen. Vaak worden deze kinderen niet geholpen of begeleid, zowel op school als in het maatschappelijk leven om zich aan armoede te ontworstelen. Dat dit van grote invloed is en bepalend voor hun verdere leven is vanzelfsprekend. Er is een mogelijk effect op de psychosociale ontwikkeling: •
Minder goede hersenontwikkeling en cognitieve vaardigheden (inclusief laaggeletterdheid);
•
In arme gezinnen zijn heel weinig kinderen veilig gehecht;
•
Armoede is een belangrijke risicofactor voor kindermishandeling;
•
Schoolprestaties zijn lager, vooral als gevolg van het lagere opleidingsniveau van de ouders;
•
Grotere kans op voortijdig schoolverlaten, zelfs wanneer de betreffende jongere goed mee kan komen op school;
•
Armoede is een risicofactor voor jeugdcriminaliteit;
•
Risicogroepen voor armoede hebben een slechtere gezondheid;
•
Personen met een lage sociaaleconomische status roken en drinken meer, eten minder groenten en fruit en bewegen minder. Deze combinatie van sociaaleconomische status en gezondheid veroorzaakt een verschil in levensverwachting. Het verschil in levensverwachting tussen laag- en hoogopgeleide mannen en vrouwen is respectievelijk 6,9 en 5,7 jaar.
•
Risico op armoede op volwassen leeftijd.
4.4. Armoedeval Wanneer een huishouden (zowel alleenstaanden als echtparen met en zonder kinderen) er financieel op achteruit gaat wanneer het inkomen uit werk toeneemt, spreekt men over armoedeval. Deze armoedeval kan zowel voorkomen op het moment dat iemand vanuit de bijstand betaald werk gaat verrichten, als op het moment dat iemand met een laag inkomen zijn/haar inkomen uit werk verhoogd ziet worden. Als zij werken, is er een kans dat zij toeslagen en andere vormen van inkomensondersteuning kwijtraken. Dit houdt hen als het ware gevangen in de ‘val’ van de voorzieningen. In het eerste geval zou het voor een huishouden vanuit financieel oogpunt dus helemaal niet aantrekkelijk zijn om betaald werk te verrichten, terwijl in het tweede geval het alleen niet aanlokkelijk zou zijn om het inkomen uit werk verder vergroot te zien worden, door bijvoorbeeld een toename van het aantal werkuren. Het idee dat werk moet lonen is sterk verankerd in onze samenleving. Als iemand gaat werken, of meer uren gaat werken, dan wordt verwacht dat deze persoon er ook financieel op vooruit zal gaan. Daarnaast wordt werken niet gestimuleerd als hier financieel nadeel van ondervonden wordt, met als mogelijk gevolg dat mensen lang(er) in een uitkeringssituatie blijven.
Dit is een ongewenste situatie mede omdat meer werken of voorzieningen erop gericht zijn de inkomenspositie van deze huishoudens juist te verbeteren. Uit onderzoek is gebleken dat het risico op armoedeval het grootst is bij alleenstaande ouders met jonge kinderen die naar school gaan.
pagina 15
4.5. Financiële stress Armoede heeft in vele opzichten invloed op onze inwoner. Het is meer dan alleen het hebben van een laag inkomen. Uit onderzoek blijkt dat lang leven in armoede samen met de stress daarvan, gevolgen kan hebben op het denkvermogen van mensen. Hierbij daalt het IQ. Sommigen zijn niet meer in staat om naar de lange termijn te kijken. Ze richten zich met name op het oplossen van problemen op korte termijn. Dit kan op korte termijn leiden tot steeds onverstandigere beslissingen, die grote gevolgen kunnen hebben op meerdere leefgebieden. Opgroeien met stress kan grote en langdurige gevolgen hebben voor kinderen, met (nadelige) gevolgen voor de rest van hun leven. Armoede heeft duidelijk negatieve gevolgen voor mensen en de samenleving als geheel. Het leidt tot gevoelens van minderwaardigheid, sociale uitsluiting en minder meedoen. Cruciaal is hierbij de schaamte die vaak met armoede samengaat. Veel mensen vinden het moeilijk om over hun armoede of geldzorgen te praten. Dit kan grote negatieve gevolgen hebben, omdat er geen of te laat hulp wordt gevraagd. Hierdoor lopen relatief lage financiële achterstanden in snel tempo op tot problematische schulden en ontstaat er een vicieuze cirkel.
pagina 16
5 Armoede op landelijk niveau Het Rijk schetst de overkoepelende contouren van wet- en regelgeving die tot doel hebben om voldoende inkomen voor iedereen te waarborgen. Voorbeelden hiervan zijn de Participatiewet, die bepaalt wie in aanmerking komt voor bijstand, en de Wet op het Minimumloon. Ook het Toeslagenstelsel, dat omvat huurtoeslag, zorgtoeslag en kinderopvangtoeslag, valt onder de verantwoordelijkheid van het Rijk. Jaarlijks wordt door het Rijk in overleg met de sociale partners centraal de hoogte van het sociaal minimum en de daarbij behorende bijstandsnormen vastgesteld. Deze normen gelden voor alle burgers van Nederland. De gemeente draagt een gedeelde verantwoordelijkheid in de uitvoering van deze nationale wetten. Hieronder valt ook het vormgeven van het armoedebeleid. Binnen dit domein dienen de gemeentelijke instanties doeltreffende maatregelen te treffen om armoede te voorkomen en tot een minimum te beperken. De koers en ontwikkeling van nationaal beleid vormen de leidraad die richting geeft aan de aanpak op lokaal niveau. We onderschrijven de drie pijlers uit het essay ‘Bestaanszekerheid als belofte’ van de VNG •
De eerste pijler van bestaanszekerheid is inkomenszekerheid. Naast de hoogte van inkomen moeten we ook de kosten van levensonderhoud (sociale basisvoorzieningen) hierbij betrekken en de voorspelbaarheid van het inkomen.
•
De tweede pijler is werkzekerheid. Wanneer we werkzekerheid niet betrekken kunnen we wel inkomensprikkels geven om mensen te activeren, maar zullen ze nog niet aan de slag gaan omdat ze geen zekerheid hebben. Ook is het de praktijk dat mensen liever deels in een uitkering blijven die zekerheid geeft dan in flexibele baantjes de terugvordering van toeslagen af te wachten.
•
De derde pijler is een overheid die uitgaat van vertrouwen en vanuit empathie weet te werken; de menselijke maat. De overheid moet ervan uitgaan dat inwoners in de basis de regels willen volgen en proberen het juiste te doen. Het wantrouwen dat de overheid in inwoners heeft gesteld is overgeslagen naar inwoners die de overheid wantrouwen én mijden.
De landelijke commissie ‘Sociaal minimum’ heeft in juni van 2023 een eerste rapport uitgebracht waarin zij als vertrekpunt voor een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum drie stelseldoelen hanteren: inkomensbescherming, sociale participatie en activering. Naast de drie doelen onderscheidt de Commissie vier stelselvereisten: voorspelbaarheid, toegankelijkheid, uitvoerbaarheid en houdbaarheid. De Commissie gebruikt dit toetsingskader om de toereikendheid van het huidige stelsel van het sociaal minimum te beoordelen en voorstellen te doen voor een vernieuwd stelsel. Schematisch wordt het als volgt weergegeven. pagina 17
In de Participatiewet, de wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en het besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) zijn de wettelijke gemeentelijke taken en de ruimte vastgelegd. Gemeenten hebben een wettelijke taak met betrekking tot het uitvoeren van de algemene en bijzondere bijstand en met betrekking tot schuldhulpverlening. Bijzondere bijstand is bedoeld om in bijzondere persoonlijke gevallen inkomensondersteuning te bieden. Schuldhulpverlening heeft tot doel mensen met problematische- of dreigende schulden te ondersteunen, liefst naar een toekomst zonder schulden. Wettelijke taken: De individuele inkomenstoeslag. De gemeente mag zelf de hoogte van de toeslag bepalen en wanneer men voor de toeslag in aanmerking komt. In Hoogeveen hanteren we de inkomensgrens tot 110% van het sociaal minimum. Studietoeslag. Deze toeslag is bedoeld voor studenten die wegens een chronische ziekte of medische beperking niet in staat zijn om naast hun studie inkomsten te verwerven. Bijzondere bijstand. De bijzondere bijstand is bedoeld als inkomensondersteuning in bijzondere gevallen en in bijzondere omstandigheden. In Hoogeveen hanteren we de inkomensgrens voor de bijzondere bijstand tot 110%1 van het sociaal minimum. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen. De gemeente kan gemeentelijke belastingen kwijtschelden.
De kwijtschelding geschiedt volgens de ‘Regeling Kwijtschelding belastingen medeoverheden’. Huurtoeslag. De huurtoeslag, een inkomensafhankelijke toeslag, is een tegemoetkoming in de huurkosten van de Nederlandse overheid voor huurders die in verhouding tot hun inkomen veel huur betalen. De huurtoeslag wordt verstrekt door de belastingdienst. Zorgtoeslag. De zorgtoeslag, een inkomensafhankelijke toeslag, is een financiële tegemoetkoming in de premie van een zorgverzekering vanwege een laag inkomen. De zorgtoeslag is bedoeld om de zorgpremie voor iedereen betaalbaar te houden. De zorgtoeslag is niet afhankelijk van de individuele ziektekosten. Intergenerationele armoede in de Veenkoloniën De Rijksuniversiteit Groningen (RuG) heeft afgelopen jaren een onderzoek uitgevoerd naar effectieve randvoorwaarden voor flexibiliteit en effectiviteit in het doorbreken van intergenerationele armoede. De conclusie is dat het doorbreken van intergenerationele armoede een benadering vereist die gericht is op 1 Onderstaande bedragen zijn 110 % van de bijstandsnorm van 1 juli 2023 Alleenstaande € 1.271,37 excl. VT Alleenstaande ouder € 1.271,37 excl. VT Echtpaar € 1.816,23 excl. VT
pagina 18
families. Iedere familie is anders en heeft te maken met haar eigen manieren van armoede-overdracht. Daarnaast wordt aanbevolen om zes randvoorwaarden te creëren die het individu of het gezin in armoede centraal zetten. Dit schept een raamwerk om intergenerationele armoede, in al haar diversiteit, succesvol aan te pakken. Aan de lokale overheid en partners wordt geadviseerd om: •
Op verschillende manieren in mensen te investeren om zo gelijke kansen te creëren.
•
De 6 randvoorwaarden voor een effectieve doorbraak van (intergenerationele armoede) in beleid en ondersteuningspraktijk te creëren: samenhang, samenwerking, tijd en ruimte voor professionals, lange termijn en continuïteit in de aanpak, langdurige relaties, en kennisuitwisseling over effectieve interventies en programma’s.
•
De drukte en complexiteit van de huidige (intergenerationele) armoede aanpak terug te brengen door het aantal maatschappelijke organisaties en interventies te verminderen.
•
De effectiviteit van interventies en programma’s structureler te evalueren.
Het onderzoek van de RuG is de basis voor de inrichting van het programma van de Alliantie van Kracht. De Alliantie van Kracht is een netwerk dat samen met de bewoners uit het Drents-Groningse veenkoloniale gebied werkt aan het doorbreken van overerfbare armoede. Uitwerking rijksbeleid; de Miljoenennota 2024 Met het presenteren van de Miljoenennota op Prinsjesdag heeft het kabinet de plannen voor 2024 ontvouwd. Enkele ‘highlights’ uit de miljoenennota op het gebied van armoedebestrijding •
Het kabinet wil € 2 miljard uittrekken voor koopkrachtverbetering voor lagere en middeninkomens en voor armoedebestrijding. Gezinnen met kinderen hebben volgend jaar een plus van 2,4 procent, de hoogste inkomens een plus van 1,5 procent. Uitkeringsgerechtigden krijgen er 0,7 procent bij.
•
Het kabinet wil voorkomen dat armoede overgaat van generatie op generatie. Om te komen tot een halvering van het aantal kinderen dat opgroeit in armoede heeft het versterken van bestaanszekerheid van gezinnen dan ook prioriteit. Om te zorgen dat ieder kind mee kan doen, geeft het kabinet onder andere subsidie aan het samenwerkingsverband ‘Sam& voor alle kinderen’.
•
Ook volgend jaar zijn er gratis schoolmaaltijden beschikbaar voor leerlingen die dit het hardste nodig hebben. Het kabinet trekt hiervoor € 166 miljoen uit.
•
Het kabinet blijft met kracht inzetten op de preventie van geldzorgen om waar mogelijk te voorkomen dat geldzorgen ontstaan en dat dreigende of beginnende geldzorgen niet uitgroeien tot schuldenproblematiek of langdurige armoede. Dit doet het kabinet door voortzetting van de inzet op financiële educatie in het basis-, voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs, door het eerder bereiken en in beeld krijgen van mensen met (dreigende) geldzorgen.
•
Voor 2024 wordt in totaal € 50 miljoen via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld, zodat gemeenten extra kunnen inzetten op het gebied van vroegsignalering en bijzondere bijstand.
pagina 19
6 Armoede in Hoogeveen 6.1. Terugblik Eind 2016 is het beleidsplan ‘Aanpak armoede en schulden 2016 – 2020’ vastgesteld door de gemeenteraad van Hoogeveen. Sindsdien zijn er veel stappen gezet op het gebied van bestrijding van armoede en schuldhulpverlening. Echter, de wereld om ons heen is ook veranderd. Denk alleen al aan de gevolgen van de Coronacrisis, de Energiecrisis en de Toeslagenaffaire. Mede hierdoor is ook het beeld rondom geldzorgen en de dienstverlening die nodig is om mensen hierbij te ondersteunen veranderd. Dit wordt onderbouwd door tal van onderzoeken die laten zien wat de gevolgen zijn van chronische stress als gevolg van schaarste in geld en het hebben van financiële problemen. Na de vaststelling van het beleidsplan in 2016 en de daaropvolgende stappen in armoedebestrijding, heeft de gemeente Hoogeveen de afgelopen jaren gewerkt aan een herontwerp van het Sociaal Domein, waarbij we het beleid op het gebied van jeugdhulp, WMO, participatie en schuldhulpverlening hebben aangepakt. Een belangrijke aanleiding hiervoor was dat de afgelopen jaren de vraag naar zorg en ondersteuning is gestegen. Hierdoor ontstond er een noodzaak om als gemeente in te spelen op de vraag en grip te krijgen op de daaraan verbonden kosten.
Het herontwerp ziet in het gezamenlijk versterken van de sociale basis de belangrijkste kans om de ondersteuning te verbeteren en de kosten te verminderen. Met de sociale basis wordt bedoeld: de verbanden waardoor iedereen kan meedoen aan de samenleving. Mensen redden zich samen met hun sociaal netwerk in hun eigen omgeving. Lukt dit niet dan dient laagdrempelige ondersteuning dichtbij te zijn. Die laagdrempelige ondersteuning gaat de gemeente versterken door maatwerk voorzieningen om te buigen naar preventie en algemene voorliggende voorzieningen. Daarnaast zal er worden geïnvesteerd in het nog beter samenwerken met inwoners en partners. Daarbij staat voorop wat de inwoner nodig heeft en niet waar hij volgens de wet recht op heeft. Naast het versterken van de sociale basis, gaat de gemeente meer regie voeren op de ondersteuning van huishoudens met meerdere voorzieningen.
MONITO
RI N
GE
N
ST U
N
RI
kan meedoen
Sociale basis: eigen kracht en
Sociale basis:
omgevingskracht
preventie
SA
pagina 20
M
EN
WE
RKIN
Sociale basis: voorliggende voorzieningen
G
Toegang
G
Iedereen
Maatwerk voorzieningen
Iedereen kan meedoen
Door de sociale basis te versterken en door meer regie te voeren bij huishoudens met meerdere voorzieningen, denkt de gemeente een kostenbesparing te kunnen realiseren op de uitgaven in het sociaal domein zonder dat dit koste gaat van de kwaliteit van geleverde zorg. Tot slot wordt er in het programmaplan ook een specifieke doelgroep benoemd die vanuit de gemeente de aankomende jaren extra aandacht behoeft. Het gaat hierbij om inwoners met een financiële kwetsbaarheid. Juist deze inwoners zijn gebaat bij de doorontwikkeling van de armoede aanpak. De ambitie en de leidende principes uit het herontwerp sociaal domein vormen de basis voor de werkwijze de komende jaren. Ze zijn de kapstok voor het beleid en de uitvoering van het sociaal domein. Ze brengen samenhang binnen het sociaal domein en hebben de volgende functies: 1. Als gemeente zijn we onderdeel van
We bepalen als gemeente niet zelfstandig wat er wel of niet moet ge-
de samenleving en werken we samen
beuren aan ondersteuning. We voeren daarover het gesprek, altijd mét
met onze inwoners en partners
inwoners (jong en oud) en partners, niet óver.
2. Afspraken vooraf, vertrouwen tijdens
We maken vooraf goede afspraken met aanbieders/partners en
het proces en verantwoording achteraf
inwoners, op hoofdlijnen of resultaten en niet op detail. We geven
(inhoud en financieel)
vertrouwen tijdens het proces aan professionals en inwoners. Met een verantwoording achteraf nemen we elkaar serieus. Zo houden we een goede balans tussen blind vertrouwen en star wantrouwen.
3. In onze dienstverlening staat centraal
Dus niet ‘waar heeft u recht op’ maar ‘wat heeft u nodig’. En niet werken
wat de inwoner nodig heeft
vanuit de diverse wetten maar vanuit het probleem van en de duurzame oplossing voor de inwoner.
4. We streven naar duurzame
De volgorde is van belang: ‘Wat kunt u zelf en wat kan uw sociale
oplossingen en zoeken deze in deze
netwerk voor u doen? Bij welke algemene voorliggende voorzieningen
volgorde:
kunt u aanschuiven met anderen om u verder te helpen? Als dit alles
1. Eigen kracht
niet aan de orde is, welke maatwerkvoorziening is er dan voor u?’ Met
2. Omgevingskracht
duurzaam bedoelen we een positief effect ook op de langere termijn.
3. Algemene voorliggende voorzieningen 4. Maatwerkvoorzieningen 5. We werken vanuit het principe
Er zijn problemen die bij het leven horen en geen ondersteuning van
positieve gezondheid aan ‘normaliseren’ instanties nodig hebben. We moeten niet altijd problematiseren maar ook normaliseren en de-medicaliseren. ‘Positieve gezondheid’ is een andere manier van kijken naar gezondheid en ziekte. Daarbij staat veerkracht en ‘wat kun je wel’ centraal in plaats van beperking en ‘wat kun je niet’. 6. Bij elk huishouden waarvoor onder-
We gaan uit van eigen regie van de inwoner. Waar nodig ondersteunen
steuning geldt, is duidelijk bij wie de
we bij eigen regie. Waar nodig nemen we de regie over. Zodra het kan
regie ligt
schalen we weer af. Die afweging vraagt veel van de professional, steeds gericht op een duurzame oplossing voor de inwoner. Duidelijkheid over regie gaat ook over coördineren van de ondersteuning als meerdere sociaal-domeinvoorzieningen aan de orde zijn.
7. We blijven binnen de financiële kaders We voeren onze taken uit binnen de financiële kaders die de gemeenteraad stelt. pagina 21
Onze doelstellingen in hoofdstuk 2 en onze interventies in hoofdstuk 3 gaan uit van de leidende principes uit het Herontwerp Sociaal Domein. Welke groepen hebben het meeste risico op armoede? Uitkeringsgerechtigden Bij huishoudens die voornamelijk van een bijstandsuitkering of een verwante sociale voorziening (bijvoorbeeld een Wajong-uitkering) moeten rondkomen, is het risico om in armoede te raken het grootst. Van deze huishoudens heeft 40% bovendien al minstens vier jaar een laag inkomen. Ook onder ontvangers van een werkloosheids- of arbeidsongeschiktheidsuitkering is het risico groot. Werkende armen Een groep die vaak wordt vergeten zijn de mensen die een betaalde baan hebben, maar te weinig verdienen om van rond te komen. Hoe beperkter de werkweek, hoe hoger de kans op armoede. Werk wordt als hét middel gezien om uit de armoede te komen, maar dit lukt niet altijd. Van alle volwassenen in armoede heeft een derde betaald werk als belangrijkste eigen inkomensbron. De werkende armen lopen vaak ondersteunende maatregelen mis, zoals kwijtschelding, huur- en zorgtoeslag omdat hun inkomen net te hoog is. Per saldo blijft er onder de streep te weinig over om aan alle verplichtingen te voldoen. Ook de mensen met de lagere en middeninkomens vallen in de risicogroep en mogen hierbij niet vergeten worden.
ZZP’ers en flexwerkers De coronapandemie heeft voor meer arbeid gerelateerde veranderingen gezorgd dan normaal. Vooral flexwerkers en zelfstandigen hebben meer last gehad van de contactbeperkende coronamaatregelen. Mensen in bepaalde sectoren kunnen (tijdelijk) onder de lage-inkomensgrens zijn uitgekomen. Daarnaast hebben veel zelfstandigen geen recht op een werkloosheidsuitkering, waardoor ze terugvallen op bijzondere bijstand. Hierdoor is de kans dat zelfstandigen onder de lage-inkomensgrens komen groter dan bij mensen in loondienst. AOW’ers met een klein of geen pensioen Met de meeste AOW’ers gaat het gelukkig goed, zij hebben geen financiële zorgen of hebben een buffer voor onvoorziene uitgaven. Een derde van de gepensioneerden geeft echter aan moeite te hebben met rondkomen en 21 procent maakt zich zorgen over hun financiële situatie. Dit zijn voornamelijk gepensioneerden met een klein pensioen of een gedeeltelijke Aow. Zij hebben niet die financiële buffer om onverwachte uitgaven te kunnen opvangen. Daarbij zijn er gepensioneerden die extra kwetsbaar zijn en een AOW-inkomen onder het bestaansminimum ontvangen. Zij hebben dan mogelijk wel recht op aanvullende inkomensondersteuning naast de AOW, maar niet iedereen die er recht op heeft vraagt deze aan en weet de weg te vinden.
Inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond Deze groep is sterk gegroeid mede door de recente mondiale ontwikkelingen. Het cultuurverschil is groot, zo wordt het Nederlands vaak onvoldoende beheerst en is de kans op betaald werk daardoor klein. De pagina 22
Bron: CBS-statline, 2022
Van alle Drentse gemeenten heeft Hoogeveen het laagste gemiddeld inkomen
35% van 17 jaar en ouder heeft geen startkwalificatie
7% van de huishoudens heeft problematische schulden
17% van de kinderen verlaat het basisonderwijs met een achterstand van 2 jaar
Laaggeletterdheid scoort relatief hoog met 14%
6% van de kinderen woont in een huishouden met een inkomen tot de lage inkomensgrens
Huishoudens met een (langdurig) laag inkomen ligt in Hoogeveen hoger dan in de pronvicie Drenthe
7% van de Hoogeveense huishoudens heeft te maken met energiearmoede pagina 23
armoede en stress die dit veroorzaakt verslechteren de gezondheid en maken het juist moeilijker om op zoek te gaan naar werk. Naast dat werk zorgt voor een dagbesteding en sociale contacten, willen vluchtelingen zich nuttig voelen en graag een bijdrage leveren aan de maatschappij. Jeugd en gezinnen Geldzorgen zijn er niet alleen in gezinnen op of onder de armoedegrens, maar ook in gezinnen met een inkomen van 120 tot 130% van het sociale minimum. Sommige kinderen en jongeren lopen meer risico op armoede dan anderen. Armoede komt in absolute aantallen het meest voor in autochtone gezinnen met in elk geval één werkende ouder. Het gaat dan bijvoorbeeld om mensen die weinig uur werken en/of een laag uurloon ontvangen in sectoren als schoonmaak, horeca en retail. Relatief gezien lopen kinderen van alleenstaande ouders, vluchtelingen, ouders met een migratieachtergrond of met een uitkering, laaggeletterde ouders en/of ouders met een licht verstandelijke beperking het grootste risico op armoede. 6.2. Wat doen we nu Er zijn lokale minimaregelingen om inwoners te ondersteunen en invloed uit te oefenen op de oorzaken van armoede. Daarnaast bieden we diverse regelingen in samenwerking met vrijwilligersorganisaties gericht op het kunnen deelnemen aan sport of cultuuractiviteiten.
In bijlage 1 vindt u een uitgebreide uitwerking van onze regeling en de activiteiten van de maatschappelijke organisaties. Lokale minimaregelingen •
Bijzondere bijstand.
•
Naast de periodieke uitkering kunnen mensen in sommige gevallen voor extra vergoeding in aanmerking komen.
•
De gemeentepolis.
•
Via deze polis kunnen de minima zich goed verzekeren tegen allerlei ziektekosten.
•
Tegemoetkoming kosten kinderopvang en kinderopvang met een sociaal medische indicatie
•
Tegemoetkoming voor ouders met kleine kinderen.
•
De energietoeslag.
•
Tegemoetkoming voor inwoners met een laag inkomen en hoge energielasten.
•
De regeling kinderopvang en regeling kinderopvang Sociaal Medische Indicatie (SMI).
•
Tegemoetkoming voor ouders die hun kinderen naar de opvang brengen.
•
Meerkosten regeling.
•
Tegemoetkoming voor mensen met een chronische ziekte of handicap.
Organisaties die hulp bieden aan de kwetsbaren in de samenleving •
Jeugdfonds Sport & Cultuur Is gericht op kinderen in de leeftijd tot 18 jaar om ze te laten sporten en aan culturele activiteiten mee te laten doen.
•
Stichting Leergeld Verstrekt fietsen, laptops en schoolspullen aan kinderen van minima in de leeftijd tot 18 jaar.
•
Voedselbank
pagina 24
Verstrekt voedselpakketten aan inwoners die het niet zelf kunnen betalen. •
Stichting Omzien Naar Elkaar (ONE) Biedt materiële hulp aan inwoners in acute nood.
•
Diaconaal Platform Is een initiatief van de gezamenlijke kerken in Hoogeveen voor de kwetsbaren
•
Stichting Het Minimaatje Opgezet door ervaringsdeskundigen om minima materieel te ondersteunen in de primaire levensbehoeften.
•
Kledingbank Verstrekt kleding aan inwoners die het zelf niet kunnen betalen.
•
Loket Geldzaken Hoogeveen Helpt inwoners die in financiële problemen zitten of dreigen te geraken. Een samenwerking van verschillende (vrijwilligers)organisaties Humanitas Thuisadministratie, Schuldhulpmaatje Hoogeveen, Leger des Heils en Stichting Welzijnswerk Hoogeveen (SWW).
•
De VoorzieningenWijzer Is een werkwijze waarbij consulenten bij inwoners achter de voordeur komen om ze te wijzen op allerlei regelingen en kostenbesparingen.
•
Bovenstaande is geen limitatieve opsomming. Er zijn meer (particuliere) initiatieven die zich inzetten voor de kwetsberen in de Hoogeveen.
6.3. Samenvatting en conclusie Het probleem van armoede is groot en complex en onze huidige aanpak schiet daarin tekort. Wat we nu doen is niet genoeg. Armoede kent een aantal oorzaken, die we met onze huidige aanpak onvoldoende kunnen aanpakken. Het gaat hierbij vooral om: 1.
Complexiteit en bureaucratie om ondersteuning te krijgen;
2. Ongelijke inkomensverdeling en daardoor een gebrek aan economische kansen; 3. Onvoldoende aandacht voor preventie, de nadruk ligt vaak op de gevolgen in plaats van de oorzaak; 4. Te weinig maatwerk. Een generieke benadering alleen is niet effectief om aan uiteenlopende problemen het hoofd te bieden. Met onze nieuwe aanpak richten we ons op een veelomvattende aanpak, omdat armoede een complex en veelzijdig probleem is. Het vergt een brede, geïntegreerde aanpak om de leefomstandigheden van onze inwoners in armoede daadwerkelijk te verbeteren en armoede te bestrijden en op de lange termijn te verminderen. Op basis van deze cijfers kan geconcludeerd worden dat Hoogeveen te maken heeft met een aanzienlijk aantal inwoners met een lage sociaaleconomische status. Dit wordt onderstreept door verschillende indicatoren, waaronder het laagste gemiddelde inkomen in vergelijking met andere Drentse gemeenten en een relatief hoog aandeel huishoudens met een (langdurig) laag inkomen. Daarnaast blijkt Hoogeveen de gemeente met het laagste gemiddelde opleidingsniveau te zijn in Drenthe, met een aanzienlijk percentage van de bevolking zonder startkwalificatie. Bovendien wordt een problematisch niveau van schulden en pagina 25
energiearmoede ervaren in een significant deel van de huishoudens. Dat geldt niet alleen voor de lagemaar ook voor de middeninkomens. Het hoge percentage laaggeletterdheid en het risico op armoede voor kinderen benadrukken de uitdagingen op het gebied van kansengelijkheid en onderwijsachterstanden in de gemeente. We kunnen ook concluderen dat veel mensen met financiële problemen afhankelijk zijn van de hulp van lokale vrijwilligersorganisaties en initiatieven. Wij realiseren ons dat we niet zonder deze organisaties kunnen en dat zij de smeerolie zijn in onze samenleving. Vrijwilligersorganisaties spelen een essentiële rol bij het bieden van hulp en ondersteuning aan personen die het nodig hebben. Of het nu gaat om het helpen van individuele inwoners, of het ondersteunen van mensen met specifieke behoeftes, vrijwilligers zijn vaak de ruggengraat van deze taken. Voor de persoonlijke ontwikkeling van mensen zijn vrijwilligersorganisaties ook belangrijk. Het biedt mensen de mogelijkheid om nieuwe vaardigheden te ontwikkelen, ervaring op te doen en hun persoonlijke groei te versterken. In sommige gevallen kan het een waardevolle aanvulling zijn op iemands professionele CV. Vrijwilligers en actieve inwoners dragen bij aan sociale verbinding in wijken, buurten en dorpen rondom Hoogeveen.
Als mensen zich vrijwillig inzetten voor een ander en voor de samenleving, ontstaat sociale innovatie en ondernemerschap. Als gemeente vinden we de vrijwilligersorganisaties een belangrijke schakel in onze armoedebestrijding en daardoor zeer waardevol. Vrijwilliger en ervaringsdeskundige Irma: “Ik kom uit een huwelijk met veel geweld. Mijn ex-man was alcoholist en echt onberekenbaar agressief. Eén keer heeft hij de totale inboedel kort en klein geslagen en ik ben letterlijk met twee kleine kinderen het huis uit gevlucht. Daar stond ik op straat met alleen wat tassen met kleren. Via, via, kwam ik in aanraking met Stichting ONE en het Diaconaal Platform. Zij hebben me gelukkig weer op weg geholpen met de hoognodige huisraad. Ik ben ze daar zeer dankbaar voor. Zij hebben mij ook doorverwezen naar de Voedselbank en de Kledingbank, zodat ik ons drieën te eten en kleding kon geven. Mijn zelfbeeld was echter door mijn gewelddadige huwelijk zeer laag en ik zat vooral de eerste maanden als een bang vogeltje thuis op de bank. Tot ik benaderd werd om aan de slag te gaan als vrijwilliger. In eerste instantie durfde ik niet, maar dankzij de overtuigingskracht van een vriendin heb ik me toch maar aangemeld. Tot op de dag van vandaag ben ik blij dat ik die stap heb gezet. Ik voel me weer nuttig, heb een dagbesteding en zou de contacten voor geen goud willen missen.
We hebben een leuke groep, doen een bakkie en dan komen de verhalen vanzelf. Met een lach en een traan! Van de gemeente heb ik niet veel ondersteuning gehad, ja een uitkering. Ik had het gevoel dat ik als tweederangs, luie burger werd gezien en ook zo behandeld. Het is al heel vervelend je hand op te moeten houden en de drempel is zeer groot. Ik durf te beweren dat er niemand is die beter met geld om kan gaan dan iemand met een bijstandsuitkering. Laat de medewerkers van de gemeente eens een keer meedraaien met vrijwilligerswerk bij bijvoorbeeld de Voedselbank of de Kledingbank. Dan komen ze met de minima in aanraking en dan kunnen ze ervaren hoe het is en hoe het voelt om minima te zijn.” pagina 26
7
Armoede en de raakvlakken met andere domeinen
Armoede en gerelateerde problemen hebben directe invloed op onze inwoners en zijn vaak verweven met andere aspecten van hun dagelijks bestaan. Armoede betekent dus niet alleen een gebrek aan financiële middelen. In dit hoofdstuk gaan we nader in op deze aspecten en beschrijven de raakvlakken met andere domeinen en wat dit concreet betekent voor onze inwoners. 7.1 Armoede en wonen Mensen die in armoede leven, hebben vaak moeite om de kosten van huisvesting te dragen. Een groot deel van hun inkomen wordt besteed aan huur of aan de hypotheek, waardoor er weinig overblijft voor andere essentiële behoeften, zoals voedsel gezondheidszorg en onderwijs. Hoge woonkosten kunnen een cruciale factor zijn bij het in stand houden en vergroten van armoede. Energiekosten zijn daar een onderdeel van. Energiearmoede is een betrekkelijk nieuw fenomeen. Deze vorm van armoede raakt voornamelijk inwoners met een laag inkomen die wonen in een woning met een laag energielabel. Ook inwoners met een relatief hoog inkomen in een (grote) woning met een laag energielabel kunnen hier mee te maken krijgen. Inwoners met lage inkomens hebben vaak beperkte toegang tot kwalitatieve goede huisvesting. Ze zijn vaak aangewezen om te leven in woningen van slechte kwaliteit, met problemen zoals achterstallig onderhoud, slechte voorzieningen en ongezonde leefomstandigheden.
Dit heeft een negatieve invloed op de gezondheid en het welzijn van de bewoners. De locatie van de huisvesting kan van invloed zijn op de toegang tot basisdiensten, zoals goede scholen, gezondheidszorg en werkgelegenheid. Deze omstandigheden kunnen criminaliteit, gezondheidsrisico’s en sociale uitsluiting vergroten. Maatregelen met betrekking tot huisvesting kunnen een directe impact hebben op mensen in armoede. Sociale huisvestingsprogramma’s, huurbescherming en stimulerende maatregelen voor betaalbare huisvesting kunnen een verschil maken in het verbeteren van de leefomstandigheden van mensen met een laag inkomen. Het aanpakken van de raakvlakken tussen armoede en wonen vereist een nauwe samenwerking met de woningcorporaties. Samen met de corporaties kunnen het creëren van betaalbare, kwalitatieve huisvesting en het verbeteren van de toegang tot basisdiensten cruciale stappen zijn om onze inwoners te ondersteunen en hen de mogelijkheid te bieden om een betere levenskwaliteit te bereiken. Vanuit het rijk zijn specifieke uitkeringen beschikbaar gesteld aan gemeenten om inwoners te helpen bij het verduurzamen van hun woning. Hierbij wordt in eerste instantie ingezet op bewustwording en isolatie. We hebben gemerkt dat het bereiken van bewoners met deze initiatieven een uitdaging is.
Toch zijn we vastberaden om op andere manieren onze inwoners te bereiken en hen te ondersteunen bij het verminderen van hun energielasten. We zetten in op een gecombineerde aanpak met een fixteam en energiecoaches, die persoonlijk advies geven over bespaarmaatregelen en deze direct kunnen uitvoeren. Zo verwachten we de nodige impact te maken en bewoners te helpen bij het besparen op hun energiekosten. pagina 27
Anna: “Ik woon al jaren in een zeer slecht onderhouden woning in een zeer arme buurt. De woningstichting heeft al aangegeven er niets meer aan te willen doen, omdat deze huizen op de nominatie staan om afgebroken te worden. Als het waait buiten dan giert de tocht me over de benen. Toen afgelopen winter de energiecrisis uitbrak en de prijzen stegen zat ik met een dikke wollen trui aan op de bank en een dikke deken om. Het was thuis 15 graden anders kon ik domweg de energierekening niet betalen. Mijn kinderen wonen gelukkig niet meer thuis en boden me aan om zolang bij hen te komen logeren. Dat heb ik niet gedaan, want ik heb mijn trots en wilde mijn kinderen niet tot last zijn. Waardeloos!”