1. BG Noord, deelplan omgeving hoogspanningsstation Wijster
Tekst van het document
5/16
Projectnummer 51012779 Datum
Versie 10-03-2023
Document referentie p:\5310\51012779_tennet_drents_overijsselse_netversterking_veld-_en_bodemonderzoeken\w300 project specifieke werkpakketten\archeologie\wijster\nl23-648800269-40950 archeologisch vooronderzoek wijster 220-110-20kv versie 2.0 100323.docx
bekend; deze zal tenminste 1,5 m -mv bedragen maar kan ook significant groter zijn wanneer bijvoorbeeld grondverbetering nodig is. De gestuurde boringen zullen tot grotere diepte reiken. Onderhavige notitie dient om een eerste inzicht te krijgen in de eventuele archeologische onderzoekseisen voor de geplande ontwikkelingen. In deze notitie zijn basisgegevens verzameld over de archeologische, historische en aardwetenschappelijke waarden in de omgeving en is het vigerende archeologische beleid nagegaan. Deze notitie vormt geen officieel onderdeel van de Archeologische Monumentenzorgcyclus (AMZ-cyclus) en kan niet als vervanging dienen voor een archeologisch bureauonderzoek.
Afbeelding 2 Locatie en omvang onderzoeksgebied en voorlopig plangebied 220/110/20kV-station te Wijster.
Sweco | Archeologisch vooronderzoek
6/16
Projectnummer 51012779 Datum
Versie 10-03-2023
Document referentie p:\5310\51012779_tennet_drents_overijsselse_netversterking_veld-_en_bodemonderzoeken\w300 project specifieke werkpakketten\archeologie\wijster\nl23-648800269-40950 archeologisch vooronderzoek wijster 220-110-20kv versie 2.0 100323.docx
Afbeelding 3 Voorlopig vlekkenplan met in geel (omlijnd) het station en de kabelinlussingen, in de rode vierkanten de nieuw te bouwen portalen en in de blauwe cirkel de te amoveren mast 85.
Sweco | Archeologisch vooronderzoek
7/16
Projectnummer 51012779 Datum
Versie 10-03-2023
Document referentie p:\5310\51012779_tennet_drents_overijsselse_netversterking_veld-_en_bodemonderzoeken\w300 project specifieke werkpakketten\archeologie\wijster\nl23-648800269-40950 archeologisch vooronderzoek wijster 220-110-20kv versie 2.0 100323.docx
2
Verzamelde gegevens
2.1
Bevoegd gezag en beleid
De bevoegde overheden zijn de gemeentes waarbinnen de werkzaamheden gepland zijn. Dit zijn de gemeente Midden-Drenthe en de gemeente Hoogeveen.
2.1.1
Gemeente Midden-Drenthe
Het archeologiebeleid van de gemeente Midden-Drenthe is vastgelegd in de gemeentelijke verwachtings- en beleidskaart uit 2012. Volgens deze kaart ligt het voorlopige vlekkenplan merendeels in een zone van middelhoge archeologische verwachting. De zuidoostelijke kabelinlussing ligt daarnaast grotendeels binnen een zone van hoge archeologische verwachting. Voor beide verwachtingswaarden is bepaald dat voor bodemverstorende werkzaamheden met een totale oppervlakte van meer dan 1.000 m2 een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. In het onderzoeksgebied komen ook kleine zones van lage archeologische verwachting voor, waarvoor geen onderzoeksplicht geldt. Daarnaast zijn op deze kaart de AMK-terreinen (archeologische monumententerreinen) aangegeven; hiervoor, en voor een bufferzone van 50 m om deze terreinen heen, geldt geen vrijstellingsgrens voor archeologisch onderzoek. Alle werkzaamheden binnen deze zones zijn dus onderzoeksplichtig. (Uitgezonderd normaal agrarisch gebruik in bestaande agrarische gebieden.) Dit betreft een klein deel aan de noordoostelijke rand van het onderzoeksgebied, buiten het voorlopige vlekkenplan.
Sweco | Archeologisch vooronderzoek
8/16
Projectnummer 51012779 Datum
Versie 10-03-2023
Document referentie p:\5310\51012779_tennet_drents_overijsselse_netversterking_veld-_en_bodemonderzoeken\w300 project specifieke werkpakketten\archeologie\wijster\nl23-648800269-40950 archeologisch vooronderzoek wijster 220-110-20kv versie 2.0 100323.docx
Afbeelding 4 Archeologische verwachtings- en beleidskaart gemeente Midden-Drenthe. Donkeroranje zones: hoge verwachting; gele zones: middelhoge verwachting; groene zones: lage verwachting. AMK-terreinen zijn rood omlijnd met hieromheen een paarse bufferzone.
2.1.2
Gemeente Hoogeveen
Het archeologiebeleid van de gemeente Hoogeveen is vastgelegd in de gemeentelijke archeologische beleidskaart uit 2014. De westelijke rand van het onderzoeksgebied ligt volgens deze kaart grotendeels in een zone met de waarde Archeologie 4. Dit is een zone van middelhoge archeologische verwachting. In deze zone is voor bodemverstorende werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 2.000 m2 een inventariserend veldonderzoek verplicht. Het westelijke deel van de westelijke kabelinlussing ligt volgens het voorlopige vlekkenplan binnen deze zone. Een deel van het onderzoeksgebied ligt op deze kaart daarnaast in een zone met de waarde Archeologie 3. Deze waarde omvat alle gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde en de zones met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde in beekdalen. In deze zone is voor bodemverstorende werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 1.000 m2 een inventariserend veldonderzoek verplicht.
Sweco | Archeologisch vooronderzoek
9/16
Projectnummer 51012779 Datum
Versie 10-03-2023
Document referentie p:\5310\51012779_tennet_drents_overijsselse_netversterking_veld-_en_bodemonderzoeken\w300 project specifieke werkpakketten\archeologie\wijster\nl23-648800269-40950 archeologisch vooronderzoek wijster 220-110-20kv versie 2.0 100323.docx
Afbeelding 5 Archeologische waardenkaart gemeente Hoogeveen. Donkeroranje zones: Waarde – Archeologie 1; roze zones: Waarde – Archeologie 2; lichtoranje zones: Waarde – Archeologie 3; groene zones: Waarde – Archeologie 4.
2.2
Bekende archeologische waarden binnen het onderzoeksgebied
2.2.1
Archeologische Monumentenkaart (AMK)
Er ligt één AMK-terrein binnen het onderzoeksgebied, ca. 200 m ten noordoosten van de voorlopige stationslocatie: Tabel 1: AMK-terreinen
Monumentnummer
Waarde
Complextype
Datering
Beschrijving
14301
Archeologische waarde
Celtic field/raatakker
IJzertijd – Vroeg Romeinse Tijd Midden
Terrein met daarin sporen van een Celtic Field. De sporen zijn geïdentificeerd op luchtfoto's uit 1935, waarop zij slechts vaag te zien waren. Welk oppervlak zij beslaan is onduidelijk.
2.2.2
Vondstmeldingen
Er staat in Archis één vondstmelding geregistreerd binnen het onderzoeksgebied: Sweco | Archeologisch vooronderzoek
10/16
Projectnummer 51012779 Datum
Versie 10-03-2023
Document referentie p:\5310\51012779_tennet_drents_overijsselse_netversterking_veld-_en_bodemonderzoeken\w300 project specifieke werkpakketten\archeologie\wijster\nl23-648800269-40950 archeologisch vooronderzoek wijster 220-110-20kv versie 2.0 100323.docx
Tabel 2: Vondstmeldingen
ZaakID
Verwerving
Complextype
Datering
Beschrijving
3283784100
Nietarcheologisch (1961)
Niet te bepalen
Mesolithicum – Vroeg Neolithicum
Spitzhaue (spitshak) van bruine kwartsiet of kwartsitische zandsteen, gevonden ca. 100 m ten zuidoosten van de zuidoostelijke inlussing.
2.2.3
Uitgevoerd archeologisch onderzoek
Er zijn dertien archeologische onderzoeken uitgevoerd binnen het onderzoeksgebied. De basisgegevens van deze onderzoeken zijn verzameld in tabel 3. Twee van de onderzoeken zijn onder de tabel verder beschreven. Dit betreft twee veldonderzoeken waarbij binnen het voorlopige vlekkenplan veldwerk is verricht. Tabel 3: Onderzoeksmeldingen
ZaakID
Uitvoerder
Type onderzoek
Datum
2258494100
Synthegra BV
archeologisch: bureauonderzoek
15-9-2009
2267330100
Synthegra BV
archeologisch: boring
7-12-2009
2415893100
Sweco
archeologisch: boring
26-8-2013
2417059100
Buro de Brug BV
archeologisch: boring
1-10-2013
2683874100
Buro de Brug BV
archeologisch: verwachtingskaart
1-1-2014
4902196100
MUG Ingenieursbureau BV
archeologisch: bureauonderzoek
1-10-2020
4918518100
MUG Ingenieursbureau BV
archeologisch: boring
16-11-2020
5061206100
MUG Ingenieursbureau BV
archeologisch: bureauonderzoek
6-5-2021
5061222100
MUG Ingenieursbureau BV
archeologisch: boring
11-5-2021
Sweco | Archeologisch vooronderzoek
11/16
Projectnummer 51012779 Datum
Versie 10-03-2023
Document referentie p:\5310\51012779_tennet_drents_overijsselse_netversterking_veld-_en_bodemonderzoeken\w300 project specifieke werkpakketten\archeologie\wijster\nl23-648800269-40950 archeologisch vooronderzoek wijster 220-110-20kv versie 2.0 100323.docx
ZaakID
Uitvoerder
Type onderzoek
Datum
5110308100
MUG Ingenieursbureau BV
archeologisch: bureauonderzoek
1-9-2021
5271961100
MUG Ingenieursbureau BV
archeologisch: begeleiding
27-6-2022
5306945100
RAAP Archeologisch Adviesbureau
archeologisch: bureauonderzoek
1-11-2022
5312525100
RAAP Archeologisch Adviesbureau
archeologisch: bureauonderzoek
23-11-2022
Zaak 2415893100 Dit is een booronderzoek uit 2013, uitgevoerd door Sweco. Het onderzochte gebied is het ETP-MERA-terrein, waarbinnen ook de geplande stationslocatie gelegen is. Kleine delen van de kabelinlussingen vallen ook binnen het onderzochte gebied. Uit dit booronderzoek is gebleken dat de bodemopbouw ter plaatse hoofdzakelijk bestaat uit AC-profielen en verwerkt-op-C-profielen. Aan de zuidoostzijde van de stationslocatie, ten zuidoosten van de Weegbrugweg, zijn ook profielen aangetroffen waarin de B-horizont of een restant hiervan nog aanwezig was, en/of een pakket deels veraard veen. Er werden geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis van dit booronderzoek werd het gehele onderzochte gebied vrijgegeven. Zaak 2267330100 Dit is een booronderzoek uit 2010, uitgevoerd door Synthegra. Hierin is het tracé onderzocht van de ondergrondse hoogspanningsverbinding die langs de westzijde van de spoorlijn Meppel-Groningen loopt en waar de westelijke kabelinlussing op aan zal sluiten (zie afbeelding 3). In de boringen ter hoogte van de kabelinlussing werden geen intacte podzolprofielen of archeologische indicatoren aangetroffen. Dit deel van het tracé werd daarom vrijgegeven.
Sweco | Archeologisch vooronderzoek
12/16
Projectnummer 51012779 Datum
Versie 10-03-2023
Document referentie p:\5310\51012779_tennet_drents_overijsselse_netversterking_veld-_en_bodemonderzoeken\w300 project specifieke werkpakketten\archeologie\wijster\nl23-648800269-40950 archeologisch vooronderzoek wijster 220-110-20kv versie 2.0 100323.docx
Afbeelding 4
Bekende archeologische waarden in en rondom het onderzoeksgebied.
2.3
Aardwetenschappelijke gegevens
2.3.1
Bodem
Ter plaatse van het voorlopige vlekkenplan haarpodzolgronden (Hd21) en veldpodzolgronden (Hn23). Aan de noordelijke rand van het onderzoeksgebied komen ook stuifzandgronden (AS) voor.
2.3.2
Geomorfologie
Ter plaatse van het voorlopige vlekkenplan grondmorenewelvingen (L11). Aan de oostelijke rand van het onderzoeksgebied ligt een dekzandrug (B53).
2.3.3
Geologie
Formatie van Drenthe, Laagpakket van Gieten met een dek van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden: grondmorene met een zanddek.
Sweco | Archeologisch vooronderzoek
13/16
Projectnummer 51012779 Datum
Versie 10-03-2023
Document referentie p:\5310\51012779_tennet_drents_overijsselse_netversterking_veld-_en_bodemonderzoeken\w300 project specifieke werkpakketten\archeologie\wijster\nl23-648800269-40950 archeologisch vooronderzoek wijster 220-110-20kv versie 2.0 100323.docx
3
Voorlopige archeologische verwachting
Op basis van de verzamelde gegevens kunnen dicht onder het maaiveld, in de top van het dekzand, waarden verwacht worden uit de Steentijd t/m Nieuwe Tijd. Op basis van de eerder uitgevoerde booronderzoeken in het onderzoeksgebied kan de verwachting op deze waarden binnen de gemeente Midden-Drenthe voor de voorlopige stationslocatie en westelijke kabelinlussing worden bijgesteld van middelhoog (zoals het op de gemeentelijke verwachtingen- en beleidskaart staat) naar laag. Voor de rest van het onderzoeksgebied geldt, op basis van de in deze notitie verzamelde gegevens, de verwachtingswaarde zoals aangegeven in de gemeentelijke beleidsdocumenten (zie paragraaf 2.1). Dit betekent o.a. dat voor het voorlopige tracé van de zuidoostelijke kabelinlussing een hoge verwachtingswaarde geldt.
Sweco | Archeologisch vooronderzoek
14/16
Projectnummer 51012779 Datum
Versie 10-03-2023
Document referentie p:\5310\51012779_tennet_drents_overijsselse_netversterking_veld-_en_bodemonderzoeken\w300 project specifieke werkpakketten\archeologie\wijster\nl23-648800269-40950 archeologisch vooronderzoek wijster 220-110-20kv versie 2.0 100323.docx
4
Conclusie en advies
De voorlopige stationslocatie en de inlussingen bevinden zich volgens de gemeentelijke beleidsdocumenten in zones met een middelhoge of hoge archeologische verwachting. Binnen de gemeente Midden-Drenthe geldt voor deze verwachtingswaarden in principe een archeologische onderzoeksplicht voor bodemverstorende werkzaamheden met een oppervlakte vanaf 1.000 m 2; in de gemeente Hoogeveen is de oppervlaktegrens deels 1.000 m2 en deels 2.000 m2. Volgens het voorlopige vlekkenplan vallen de werkzaamheden binnen de gemeente Hoogeveen binnen de zone met de grens van 2.000 m2. Er geldt in beide gemeentes geen vrijstellingsgrens qua diepte; alle bodemverstorende werkzaamheden die de oppervlaktegrens overschrijden zijn in principe onderzoeksplichtig, ongeacht de verstoringsdiepte. De exacte omvang van de werkzaamheden die benodigd zijn voor de geplande ontwikkelingen binnen het onderzoeksgebied is nog niet vastgesteld, maar aangezien de ontwikkelingen zullen bestaan uit het inrichten van een nieuw hoogspanningsstation en ondergrondse inlussingen over een oppervlakte van ca. 10 ha, zullen de vrijstellingsgrenzen naar verwachting overschreden worden. De voorlopige stationslocatie is echter bij een eerder archeologisch booronderzoek al geheel onderzocht, waaruit een advies tot vrijgave kwam. De in deze notitie verzamelde gegevens vormen geen aanleiding om hiervan af te wijken.
Geadviseerd wordt daarom om voor de stationslocatie geen verder archeologisch onderzoek uit te voeren. De westelijke kabelinlussing valt, zoals deze momenteel gepland is, deels ook binnen reeds onderzochte en vrijgegeven gebieden. In het deel van de inlussing wat hierbuiten valt, zijn een watergang en treinspoor aanwezig, waar de kabelinlussing naar verwachting middels gestuurde boring onderdoor aangelegd zal worden. Een gestuurde boring gaat dieper dan de verwachte diepteligging van een archeologisch niveau, mocht dat hier aanwezig zijn, en vormt dus geen bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Ook voor de westelijke kabelinlussing wordt daarom geen verder archeologisch onderzoek geadviseerd, uitgaande van aanleg middels gestuurde boring. Mochten hier buiten de reeds vrijgegeven gebieden graafwerkzaamheden plaatsvinden die de vrijstellingsgrenzen overschrijden, dan kan een archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Ter plaatse van het geplande tracé van de oostelijke kabelinlussing is nog niet eerder een archeologisch veldonderzoek uitgevoerd. Hier kunnen dus nog archeologische waarden verwacht worden, zeker gezien de hoge verwachting die hier geldt volgens de gemeentelijke beleidskaart en de vondst van een prehistorische spitshak in de nabijheid. Geadviseerd wordt daarom om werkzaamheden binnen deze zone zoveel mogelijk te vermijden.
Voor deze zone zal een archeologisch onderzoek vereist zijn indien de werkzaamheden hier de vrijstellingsgrens van 1.000 m2 voor bodemverstorende werkzaamheden zullen overschrijden. In eerste instantie zal het onderzoek bestaan uit een volledig archeologisch bureauonderzoek. Verder wordt geadviseerd om, mocht het ontwerp nog ingrijpend worden gewijzigd, dan in ieder geval werkzaamheden zoveel mogelijk te vermijden binnen de zone met Waarde – Archeologie 3 in de gemeente Hoogeveen, aangezien hier een hogere archeologische verwachting geldt dan in de zone met Waarde – Archeologie 4, waar de werkzaamheden momenteel gepland zijn; en binnen de AMK-terreinen ten noorden van het voorlopige vlekkenplan. Sweco | Archeologisch vooronderzoek
15/16
Projectnummer 51012779 Datum
Versie 10-03-2023
Document referentie p:\5310\51012779_tennet_drents_overijsselse_netversterking_veld-_en_bodemonderzoeken\w300 project specifieke werkpakketten\archeologie\wijster\nl23-648800269-40950 archeologisch vooronderzoek wijster 220-110-20kv versie 2.0 100323.docx
Wanneer de vrijstellingsgrenzen niet worden overschreden, maar wel bodemingrepen plaatsvinden in de zones van middelhoge of hoge archeologische verwachting (voor zover deze nog niet eerder zijn onderzocht en vrijgegeven), is archeologisch vooronderzoek volgens de gemeentelijke beleidsdocumenten niet vereist. Wel wordt dan geadviseerd om bij werkzaamheden binnen deze zones extra bedacht te zijn op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Er geldt in alle gevallen een meldingsplicht voor toevalsvondsten (zie onderaan). Het bevoegd gezag besluit bij iedere stap van de Archeologische Monumentenzorgcyclus (AMZ-cyclus) of aan de archeologische onderzoeksplicht voldaan is. De mogelijkheid bestaat dat het besluit van het bevoegd gezag afwijkt van het in deze notitie opgestelde advies. Onderhavige notitie vormt geen officieel onderdeel van de Archeologische Monumentenzorgcyclus (AMZ-cyclus) en volstaat niet als archeologisch vooronderzoek. Toevalsvondsten Indien bij de uitvoering van werkzaamheden in archeologisch vrijgegeven gebieden toch onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de minister verplicht (vondstmelding via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).1
1
https://formulier.cultureelerfgoed.nl/archis/vondstmeldingsformulier
Sweco | Archeologisch vooronderzoek
16/16
Projectnummer 51012779 Datum
Versie 10-03-2023
Document referentie p:\5310\51012779_tennet_drents_overijsselse_netversterking_veld-_en_bodemonderzoeken\w300 project specifieke werkpakketten\archeologie\wijster\nl23-648800269-40950 archeologisch vooronderzoek wijster 220-110-20kv versie 2.0 100323.docx
Bijlage 3
Notitie Watertoets
BG Noord, deelplan omgeving hoogspanningsstation Wijster ontwerp
NL.IMRO.0118.2023BP9006017-VG01 81
01-03-2024
Notitie ‘Watertoets TenneT, Wijster’
Versie 2.1 Auteur Boudewijn van Dijken Projectnummer 51014740 Onderwerp Wijster 220/110/20 kV
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Klant TenneT TSO B.V.
TenneT versterkt in heel Nederland het elektriciteitsnetwerk. Dit is nodig, omdat het elektriciteitsgebruik in ons land stijgt en omdat we steeds meer duurzame energie opwekken. Steeds meer mensen hebben een elektrische auto, gaan elektrisch koken of verwarmen hun huis elektrisch. Daarnaast stijgt het aanbod van energie uit duurzame bronnen, zoals windmolens en zonneparken. Onder de naam ‘Drents Overijsselse Netversterking’ (DON) versterkt TenneT, samen met de regionale netbeheerders Enexis Netbeheer en Rendo, het elektriciteitsnetwerk in Zuidwest-Drenthe en Noordwest-Overijssel. Om het elektriciteitsnetwerk hier te versterken, vinden tussen 2023 en 2028 diverse werkzaamheden plaats. In figuur 1.1 is de scope van het project DON zichtbaar. Eén0 van de werkzaamheden is de nieuwbouw van vier hoog- en middenspanningsstations, inclusief inlussingen op de volgende locaties:
Zwolle Berkummerbroekweg, 380 kV/110 kV; Wijster 220/110/20 kV; Meppel-Noord, 110 kV; Hoogeveen-Riegmeer, 110/20 kV.
De nieuwe hoog- en middenspanningsstations worden met ondergrondse hoogspanningskabels of bovengrondse hoogspanningsverbindingen verbonden met het bestaande elektriciteitsnetwerk van TenneT. Dit gebeurt met nieuwe of bestaande ondergrondse kabels en bovengrondse verbindingen. Zo worden de nieuwe stations onderdeel van het elektriciteitsnetwerk en zorgen zowel de nieuwe kabels als de nieuwe stations voor versterking van het elektriciteitsnetwerk.
Sweco
Postbus 485
Sweco Nederland B.V.
Boudewijn van Dijken
NL 6800 AL Arnhem
Handelsregister 30129769
Adviseur stedelijk water
Netherlands
Statutair gevestigd te De Bilt
boudewijn.vandijken@sweco.nl
T +31 88 811 6600
M +31 6 26960391
www.sweco.nl
Document referentie NL24-648800269-72718 1/18
01-03-2024 Versie 2.1 Projectnummer 51014740 Onderwerp Tennet Wijster
Figuur 1.1
Scope project DON
Binnen het project DON is Sweco onder andere verantwoordelijk voor het opstellen van de bestemmings- en omgevingsplannen. De watertoets is een verplicht onderdeel hiervan. Deze notitie behandelt de watertoets voor de (deel)locatie Wijster.
1.2
Deelproject Wijster
Het plangebied ligt nabij de Weegbrugweg 4 in Wijster en ligt op de grens van gemeente Midden-Drenthe en Hoogeveen. De locatie wordt aan de noordzijde begrensd door de Scheidingsweg en aan de west- en zuidzijde door een watergang. Zowel aan de oostzijde als de westzijde ligt een spoorweg. TenneT heeft het voornemen een nieuw 220/110/20 kV hoog- en middenspanningsstation, samen met Enexis, te realiseren. Hier wordt aangesloten op de bestaande 220 kV lijn, 110 kV kabel en een 20 kV kabel. Figuur 1.2 geeft het vlekkenplan weer. Het terrein van TenneT betreft de groene arcering (220 kV) en de donker- blauwe arcering (110 kV). De roze arcering (20 kV) betreft het terrein van Enexis. Het plangebied beslaat een oppervlak van in totaal 14,5 hectare. In de huidige situatie is 3.500 m2 verhard oppervlak aanwezig. Het overige terrein is onverhard (grasland). Voor de realisatie van het nieuwe spanningsstation worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd:
verwijderen bestaande mast (85); realiseren van twee nieuwe portalen (85A & 85B); aanleg van verharding (grasbetontegels en open verharding); de bouw van nieuwe spanningsstations; aanleggen van de kabelcircuits (inclusief twee boringen onder het spoor).
Document referentie NL24-648800269-72718
2/18
01-03-2024 Versie 2.1 Projectnummer 51014740 Onderwerp Tennet Wijster
Figuur 1.2
1.3
Ligging deelgebieden binnen het plangebied
Leeswijzer
De opbouw van deze notitie is als volgt:
hoofdstuk 2 bevat informatie over het doel van de watertoets, de geraadpleegde bronnen en het vigerende beleid; hoofdstuk 3 bestaat uit een beschrijving van de huidige situatie; hoofdstuk 4 geeft een toelichting op de werkzaamheden / het project; hoofdstuk 5 beschrijft de benodigde vergunningen; hoofdstuk 6 is een samenvatting van voorliggende notitie die als ‘Waterparagraaf’ kan worden opgenomen in het bestemmingsplan / vergunningsaanvraag.
Document referentie NL24-648800269-72718
3/18
2
Watertoets
01-03-2024 Versie 2.1
2.1
Doel
Projectnummer 51014740 Onderwerp Tennet Wijster
Het doorlopen van het watertoetsproces is een verplicht onderdeel bij ruimtelijke plannen. De watertoets omvat het proces van informeren, afstemmen en adviseren om tot een inhoudelijke beoordeling van de waterhuishoudkundige aspecten te komen. Het doel is het beschouwen van de waterhuishoudkundige gevolgen van de ontwikkeling op het plangebied. Het resultaat van dit proces is de waterparagraaf die wordt opgenomen in het bestemmingsplan.
2.2
Geraadpleegde bronnen en documenten
Voor het opstellen van deze notitie, is gebruik gemaakt van de volgende bronnen:
2.3
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4); Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOloket, TNO); Klimaateffectatlas; Keur Waterschap Drents Overijsselse Delta; Legger Waterschap Drents Overijsselse Delta; tekening van gemeente met riolering; tekening: Station Wijster 220 kV – Oppervlaktes terreinafwerkingen, revisie 1.1, (TenneT, d.d. 26-4-2023). tekening: Vlekkenplan Wijster t.b.v. Bestemmingsplan – revisie 2.3, (TenneT, 1-9-2023).
Relevant beleid
2.3.1 Beleid Gemeente Midden-Drenthe Het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) beschrijft hoe gemeente Midden-Drenthe invulling geeft aan haar zorgplichten voor openbare riolering. Dit plan bestaat onder andere uit een beschrijving van de huidige stand van zaken van de riolering en de beleidsrichtingen, doelen en ambities op het gebied van riolering voor de planperiode 2011-2015. Een actueel rioleringsplan is echter niet beschikbaar.
2.3.2 Beleid Waterschap Drents Overijsselse Delta In de keur van Waterschap Drents Overijsselse Delta staan de regels die het waterschap hanteert bij onder andere de bescherming van waterkeringen, watergangen, kunstwerken en om watertekort en wateroverlast te voorkomen. In de keur staat beschreven aan welke voorwaarden voldaan moet worden en of er een meldingsplicht geldt. Wanneer iets volgens de keur niet voldoet aan de algemene regels, kan een vergunning worden aangevraagd. Het waterschap toetst een aanvraag aan de beleidsregels. Het doel hiervan is om nadelige effecten op het watersysteem te voorkomen. In artikel 3.1 van de keur van Waterschap Drents Overijsselse Delta is een verbodsbepaling opgenomen voor handelingen of het aanbrengen van substanties bij waterstaatswerken en beschermingszones. De beschermingszone heeft als doel het waterstaatswerk te beschermen.
Document referentie NL24-648800269-72718
4/18
Specifiek beleid Toename verhard oppervlak
01-03-2024 Versie 2.1 Projectnummer 51014740
De toename van verhard oppervlak heeft een nadelig effect op het watersysteem. Door versnelde afvoer van neerslag verminderen de afvoer- en bergingscapaciteit van het watersysteem namelijk. Om deze capaciteit te behouden, is het verplicht de toename van verhard oppervlak te compenseren. Waterschap Drents Overijsselse Delta geeft hierbij voorkeur aan het vasthouden van water binnen het peilgebied. Dit voorkomt namelijk dat de afvoer- en bergingscapaciteit op een andere plek moeten toenemen.
Onderwerp Tennet Wijster
Er gelden enkele uitgangspunten voor nieuwe ontwikkelingsgebieden:
Het watersysteem moet voldoen aan T=100+10% (111 mm/48h); benodigde berging per m2 = 80 millimeter. Maximale afvoer van water uit het plangebied is 1,6 l/s/ha. Kritische (kapitaalintensieve) functies, zoals elektriciteitsvoorzieningen, mogen niet onder water staan. Open water heeft een toegestane stijging tot aan de debietbegrenzer (watergangen, vijvers). De berging beslaat het deel tussen het gehanteerd waterpeil en de insteek-/overstorthoogte. Schoon hemelwater (dakoppervlakken) mag afgevoerd worden naar oppervlaktewater, overige afvoer en verwerking van hemelwater dient via een bodempassage geloosd te worden op het oppervlaktewater. De aanleghoogte van bebouwing dient minimaal 80 cm ten opzichte van de GHG te zijn en de drempelhoogte 30 cm boven straatpeil. Het gebruik van halfverharding, zoals grasbetontegels, wordt als volledig verhard gerekend, grind geldt als onverhard.
Kabels en leidingen Bij de aanleg van kabels die een watergang kruisen, dienen de kabels aangelegd te worden tenminste 1 m uit de insteek en tenminste 1 m onder de bodemhoogte, aangegeven in de legger en, indien de bodemhoogte niet in de legger staat, tenminste 1 m onder de vaste bodem van het oppervlaktewaterlichaam. Afhankelijk van de wijze van aanleggen, is een vergunning vereist.
Dempen en graven De volgende eisen gelden voor het dempen van een oppervlaktewaterlichaam:
Een vergunning is nodig voor het dempen van een primair of secundair oppervlaktewaterlichaam. Compensatie kan gerealiseerd worden door: o graven van nieuw oppervlaktewaterlichaam; o verbreden van een bestaand oppervlaktewaterlichaam. De compensatie vindt plaats, voorafgaand aan het dempen. Compenserende waterberging wordt aangelegd binnen hetzelfde peilgebied als waarbinnen wordt gedempt. Het te graven oppervlak is, uitgedrukt in m², minimaal gelijk aan het te dempen oppervlak. Er treden geen negatieve effecten op voor de omgeving. Er treedt geen ongewenste maaivelddaling op. De afwatering verslechtert niet. Het is niet toegestaan een watergang te isoleren door een andere watergang te dempen.
Document referentie NL24-648800269-72718
5/18
De volgende eisen gelden voor het graven van een oppervlaktewaterlichaam:
Het verleggen of verbreden van een primaire of secundaire watergang is niet toegestaan zonder vergunning. Door het graven van nieuwe oppervlaktewaterlichamen ontstaat geen directe verbinding tussen verschillende peilgebieden. Er treden geen ongewenste effecten (verdroging) op voor derden. Er treedt geen versnelde afvoer van water op. Graven is nodig om de gewenste grondwaterstanden voor de toegekende functie te bereiken. Er treedt geen ongewenste maaivelddaling op. Bij oppervlaktewaterlichamen die als primair of secundair in de legger zijn of worden opgenomen, is voldoende ruimte aanwezig om onderhoud uit te kunnen voeren. Het graven heeft geen negatief effect op de kenmerkende flora en fauna van wateren met een hoge ecologische doelstelling (waardevolle kleine wateren en wateren in Natura-2000 gebied) en van gebieden met een hoge ecologische doelstelling (Natura-2000, EHS).
01-03-2024 Versie 2.1 Projectnummer 51014740 Onderwerp Tennet Wijster
Beheer A-watergangen Het waterschap is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van Awatergangen. Ten behoeve van het onderhoud geldt bij een A-watergang een 5 m brede beschermingszone vanaf de insteek van de watergang. Bouwen binnen deze zone is vergunningsplichtig.
Document referentie NL24-648800269-72718
6/18
3
Gebiedsinventarisatie
01-03-2024 Versie 2.1
3.1
Hoogteligging
Projectnummer 51014740 Onderwerp Tennet Wijster
In figuur 3.1 is een hoogtekaart van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. Het maaiveld van het plangebied ligt gemiddeld tussen NAP +13,7 m en +14,7 m. Aan de zuidzijde ter plaatse van de bestaande mast 86 ligt het maaiveld op NAP +16,0 m. Ten noorden van het plangebied, parallel aan de Scheidingsweg, ligt een grondwal met een hoogte van circa NAP +20,5 m.
Figuur 3.1
3.2
Maaiveldhoogtes in en rondom het plangebied
Bodemopbouw
Nabij het plangebied zijn meerdere boringen verricht die opgenomen zijn in DINOloket. De meeste boringen zijn maximaal 5,0 m diep. De boorprofielen van twee nabij gelegen boringen zijn opgenomen in bijlage 1. De bovengrond van beide boringen (0,0 - 1,0 m-mv) bestaat uit matig fijn zand. Hieronder ligt een zandige kleilaag / leemlaag (1,0 - 5,0 m-mv). Vanwege de kleilaag in de ondergrond (1,0 - 5,0 m-mv) is de bodem niet geschikt voor infiltratie.
Document referentie NL24-648800269-72718
7/18
3.3
Grondwater
Ten noorden van het plangebied bevindt zich een peilbuis (B17D0174) met een representatieve meetreeks. Deze reeks heeft metingen tot en met mei 2020. Het maaiveld ter plaatse van deze peilbuis is NAP +14,53 m. Uit de meetreeks blijkt dat de grondwaterstanden hoog zijn en elk jaar dicht tegen maaiveld aankomen. De verwachting is dat dit ook voor het plangebied geldt. Zonder maatregelen zal naar verwachting niet voldaan kunnen worden aan de ontwateringsdiepte.
3.4
01-03-2024 Versie 2.1 Projectnummer 51014740 Onderwerp Tennet Wijster
Oppervlaktewater
In figuur 3.3 is het plangebied weergegeven op de leggerkaart van Waterschap Drents Overijsselse Delta. Hierop is te zien dat ten westen en zuiden van het plangebied één watergang (categorie A) is gelegen. A-wateren zijn van primair belang voor het waterbeheer en daarom heeft het waterschap deze ook zelf in beheer. Het plangebied ligt in het stroomgebied ‘Hoogeveense Vaart’ met een waterpeil van NAP +12,95 m.
Figuur 3.3
3.5
Overzicht oppervlaktewater met in het rood het plangebied (legger WDOD)
Klimaat
Overstromingskans De klimaateffectatlas geeft inzicht in de wateroverlast en de overstromingsdiepte van gebieden in Nederland. Voor dit gebied bestaat geen overstromingskans.
Document referentie NL24-648800269-72718
8/18
Wateroverlast Bij een bui die eens per 100 jaar voorkomt (70 mm/2 uur) geldt een waterdiepte van maximaal 20 centimeter. Bij de inrichting dient hiermee rekening gehouden te worden.
3.6
01-03-2024 Versie 2.1 Projectnummer 51014740 Onderwerp Tennet Wijster
Afvalwater en persleiding
Aan de westzijde van het plangebied, parallel aan het spoor, ligt een aanvoerleiding van het rioolgemaal (zie bijlage 2). De aanleg van het kabeltracé mag geen negatieve impact hebben op deze persleiding. Hierover is afstemming nodig met Waterschap Drents Overijsselse Delta. Onder de Weegbrugweg ligt een DWA-riool (⌀250 mm) en een HWA-riool (⌀400 mm). Het DWA stroomt onder vrijverval af richting het noorden. Het HWA stroomt af richting het zuiden en mondt uit op de primaire watergang.
Document referentie NL24-648800269-72718
9/18
4
Toekomstige situatie
01-03-2024 Versie 2.1
4.1
Toelichting gebiedsontwikkeling
Projectnummer 51014740 Onderwerp Tennet Wijster
Nabij de Weegbrugweg 4 in Wijster is TenneT, samen met Enexis, voornemens een nieuw 220/110/20 kV hoog- en middenspanningsstation te realiseren. Het plangebied heeft een omvang van 14,5 hectare. In de huidige situatie is 3.500 m2 verhard oppervlak aanwezig. Het overige terrein is onverhard. Het terrein komt deels in eigendom van TenneT (64.030 m2) en deels van Enexis (10.735 m2). Daarnaast heeft TenneT een deel gereserveerd voor een toekomstige uitbreiding; dit is in deze watertoets al meegenomen. In figuur 4.1 wordt de toekomstige inrichting van het plangebied weergegeven. De 110 kV kabel wordt ondergronds aangelegd voor de inlussing op de huidige kabels van TenneT. Enexis gebruikt 20 kV kabels voor de inlussing op het bestaande net. Voor beide aansluitingen dient een gestuurde boring uitgevoerd te worden onder een watergang en onder het spoor door aan de west- en oostzijde van het plangebied.
Figuur 4.1
4.2
Plangebied hoog- en middenspanningsstation Wijster (bron: TenneT)
Verhard oppervlak
Binnen het plangebied is in de huidige situatie 3.500 m2 verhard oppervlak aanwezig, het overige terrein is onverhard. In de toekomstige situatie worden wegen, parkeerplaatsen, gebouwen en grasbetontegels aangelegd. Tabel 4.1 geeft een overzicht van de toekomstige verharding weer per deelgebied. In de toekomstige situatie zal 51.955 m2 verharding aanwezig zijn. Dat is een toename van 48.455 m2 ten opzichte van de huidige situatie (51.955 m2 – 3.500 m2).
Document referentie NL24-648800269-72718
10/18
Tabel 4.1
Overzicht verhard oppervlak plansituatie
Deelgebied
Oppervlakte onverhard (m2)
Oppervlakte verhard (m2)
Terrein TenneT - 220 kV Terrein TenneT - 110 kV Toekomstige uitbreiding TenneT Terrein Enexis - 20 kV Overig terrein
11.465 3.805 935 7.095 51.955
24.545 17.100 6.180 3.640 490
Totaal
75.175
51.955
4.3
01-03-2024 Versie 2.1 Projectnummer 51014740 Onderwerp Tennet Wijster
Waterbergingsopgave
De toename van verhard oppervlak zorgt voor een versnelde afvoer van hemelwater. Het is verplicht de toename van verhard oppervlak te compenseren. Hierbij gaan wij uit van 80 mm berging per m2 verhard oppervlak. De waterbergingsopgave die de toename van verhard oppervlak compenseert, bedraagt daarmee 3.875 m3 (48.455 m2 x 0,08 m).
4.4
Invulling waterberging en aandachtspunten
In het verleden is al watercompensatie voor toekomstige ontwikkelingen aangelegd. Het waterschap heeft berekeningen uitgevoerd om te beoordelen of het watersysteem nog steeds berekend is op deze belasting. De uitkomsten van deze toetsing heeft het waterschap op 1 augustus 2023 gedeeld. De conclusie is dat om de berging te benutten, plaatsing van een stuw noodzakelijk is. Door de realisatie van de stuw hoeft voor deze ontwikkeling geen waterberging aangelegd te worden; het systeem beschikt daarna nog over een overcapaciteit. Overige aandachtspunten die het waterschap, TenneT en de gemeente in een overleg op 1 augustus en per e-mail op 27 september en 22 februari hebben aangegeven, zijn:
4.5
Voor de verdere uitwerking van de stuw is overleg met het waterschap nodig. Attero is verantwoordelijk voor het plaatsen van de stuw. Een toekomstige hemelwateruitlaat bij voorkeur op de kop van de watergang aansluiten om het systeem door te spoelen. Zo lang de watergang een ‘A-status’ heeft en in het beheer is van het waterschap, geldt een beschermingszone van 5 m vanaf de insteek en is bouwen in deze zone vergunningsplichtig. Het waterschap stemt met TenneT af over het waarborgen van de waterkwaliteit en de grondwateronttrekking.
Waterkwaliteit
Het is van belang zo min mogelijk vervuilende stoffen toe te voegen aan het grond- en oppervlaktewatersysteem. Alleen schoon hemelwater wordt direct afgevoerd naar de bodem of het oppervlaktewater. Verontreiniging van hemelwater, afkomstig van daken, dient primair te worden voorkomen door beperking van de toepassing van uitloogbare materialen. Binnen het plangebied is een HWA aanwezig die afvoert op de watergang. De ligging van het HWA is in bijlage 2 weergegeven. Echter heeft het waterschap (op 29-2-2024) de voorkeur uitgesproken om de uitlaat naar het oosten te plaatsen. Dit is weergegeven in figuur 4.2. Mogelijk dat het bestaande HWA gebruikt kan worden voor het nieuwe tracé.
Document referentie NL24-648800269-72718
11/18
Het waterschap stemt met TenneT af over het waarborgen van de waterkwaliteit.
01-03-2024 Versie 2.1 Projectnummer 51014740 Onderwerp Tennet Wijster
Figuur 4.2
4.6
Voorkeurslocatie voor uitlaat hemelwaterafvoer (Waterschap,29-2-2024)
Afvalwater
Sanitair afvalwater Op het terrein van TenneT worden twee CDG’s gebouwd (Centraal Diensten Gebouw) met sanitaire voorzieningen, zoals een toilet, douche en keuken. Naar verwachting zal de productie van afvalwater minimaal zijn door het incidenteel gebruik van de sanitaire voorzieningen. Wij adviseren om de afvalwaterproductie in een later stadium te bepalen wanneer meer bekend is over het gebruik van de sanitaire voorziening. Voor het aansluiten op de gemeentelijke riolering is afstemming met de gemeente nodig.
Oliebenzineafscheider (OBAS) Verder worden lekbakken onder de nieuwe transformatoren aangelegd met een oppervlakte van 440 m2. Deze lekbakken dienen aangesloten te worden op een oliebenzineafscheider (OBAS). Voor lozen op het oppervlaktewater is een vergunning nodig van het waterschap.
Document referentie NL24-648800269-72718
12/18
5
Vergunningen
Voor een aantal werkzaamheden is een watervergunning vereist. Dit kan gelden voor handelingen in het watersysteem, nabij waterkeringen of handelingen in andere door de keur beschermende gebieden.
01-03-2024 Versie 2.1 Projectnummer 51014740 Onderwerp Tennet Wijster
In de keur is een ruime verbodsbepaling opgenomen voor handelingen of het laten liggen of staan van werken, vaste substanties of voorwerpen bij waterstaatwerken en beschermingszones. Indien handelingen zich binnen de beschermingszones bevinden, dient hiervoor een vergunning aangevraagd te worden. Hierbij zal onder andere aangegeven moeten worden dat het onderhoud van de watergangen niet belemmerd wordt. Voor het graven van nieuw oppervlaktewater geldt een vergunningsplicht. In artikel 10 staan beleidsregels beschreven die van toepassing zijn op het graven van oppervlaktewater. Voor bemalingswerkzaamheden is Waterschap Drents Overijsselse Delta het bevoegd gezag. Het waterschap hanteert regels ten aanzien van tijdelijke grondwateronttrekkingen wanneer een bemaling meldings- of vergunningsplichtig is. De regels staan in artikel 16 beschreven. Afhankelijk van de maximale onttrekking, is een melding of vergunning nodig. In artikel 17 staan eisen beschreven voor het aanleggen van (ondergrondse) kabels. Afhankelijk van de wijze van aanleggen, is een vergunning vereist. Voor het lozen op oppervlaktewater is een vergunning nodig als niet voldaan wordt aan de eisen, beschreven in artikel 18.
Document referentie NL24-648800269-72718
13/18
6
Waterparagraaf
01-03-2024 Versie 2.1
6.1
Watertoets
Projectnummer 51014740 Onderwerp Tennet Wijster
Het doorlopen van het watertoetsproces, is een verplicht onderdeel bij ruimtelijke ontwikkelingen. In deze paragraaf zijn de effecten van de ontwikkeling op de waterhuishouding in beeld gebracht en beoordeeld.
6.2
Relevant beleid
Gemeente Midden-Drenthe Het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) beschrijft hoe gemeente Midden-Drenthe invulling geeft aan haar zorgplichten voor openbare riolering. Dit plan bestaat onder andere uit een beschrijving van de huidige stand van zaken van de riolering en de beleidsrichtingen, doelen en ambities op het gebied van riolering voor de planperiode 2011-2015. Een actueel rioleringsplan is echter niet beschikbaar.
Waterschap Drents Overijsselse Delta In de keur van Waterschap Drents Overijsselse Delta staan de regels die het waterschap hanteert bij onder andere de bescherming van waterkeringen, watergangen, kunstwerken en om watertekort en wateroverlast te voorkomen. In de keur staat beschreven aan welke voorwaarden voldaan moet worden en of er een meldingsplicht geldt. Wanneer iets volgens de keur niet voldoet aan de algemene regels, kan een vergunning worden aangevraagd. Het waterschap toetst een aanvraag aan de beleidsregels. Het doel hiervan is om nadelige effecten op het watersysteem te voorkomen.
6.3
Gevolgen toekomstige ontwikkeling
In de huidige situatie heeft het plangebied een verhard oppervlak van 3.500 m2. In de toekomstige situatie wordt circa 51.955 m2 verhard oppervlak gerealiseerd. Door de aanleg van het hoogspanningsstation neemt het verhard oppervlak in de toekomstige situatie met 48.455 m2 toe. In het verleden is al watercompensatie voor toekomstige ontwikkelingen aangelegd. Het waterschap heeft berekeningen uitgevoerd om te beoordelen of het watersysteem nog steeds berekend is op deze belasting. De uitkomsten van deze toetsing heeft het waterschap op 1 augustus 2023 gedeeld. De conclusie is dat om de berging te benutten, plaatsing van een stuw noodzakelijk is. Door de realisatie van de stuw hoeft voor deze ontwikkeling geen waterberging aangelegd te worden; het systeem beschikt daarna nog over een overcapaciteit. Overige aandachtspunten die het waterschap in een overleg op 1 augustus en per e-mail op 27 september heeft aangegeven, zijn:
Voor de verdere uitwerking van de stuw is overleg met het waterschap nodig. Attero is verantwoordelijk voor het plaatsen van de stuw. Een toekomstige hemelwateruitlaat bij voorkeur op de kop van de watergang aansluiten om het systeem door te spoelen. Zo lang de watergang een ‘A-status’ heeft en in het beheer is van het waterschap, geldt een beschermingszone van 5 m vanaf de insteek en is bouwen in deze zone vergunningsplichtig. Het waterschap stemt met TenneT af over het waarborgen van de waterkwaliteit en de grondwateronttrekking.
Document referentie NL24-648800269-72718
14/18
Tot slot reiken de hogen grondwaterstanden tot enkele decimeters onder maaiveld. Daarom adviseren wij om de grondwaterstand te monitoren voor het bouwrijp maken om de benodigde ophoging te bepalen. Verder worden oliebenzineafscheiders (OBAS) aangesloten op de lekbakken onder de nieuwe transformatoren. Het hemelwater wordt vervolgens op het oppervlaktewater geloosd.
01-03-2024 Versie 2.1 Projectnummer 51014740 Onderwerp Tennet Wijster
Bijlagen: 1. Boorprofielen 2. Ligging riolering en persleiding
Document referentie NL24-648800269-72718
15/18