CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1. BG Noord, deelplan omgeving hoogspanningsstation Wijster

Raadsavond 13 juni 2024, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan ‘BG Noord, Deelplan Omgeving Hoogspanningsstation Wijster’22.855 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Als binnen het plangebied bomen worden gekapt dienen deze vooraf geïnspecteerd te worden op mogelijk aanwezige jaarrond beschermde nesten. Bij aanwezige (potentieel) jaarrond beschermde nesten dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar het gebruik er van. De zorgplicht i s van kracht voor zowel beschermde a l s vrijgestelde soorten die het plangebied BG Noord, deelplan omgeving hoogspanningsstation Wijster ontwerp

NL.IMRO.0118.2023BP9006017-VG01 26

passeren. Dit houdt voornamelijk in dat de werkwijze zo gekozen wordt dat aanwezige dieren het plangebied altijd kunnen verlaten.

Gelet op de aard en omvang van de effecten in combinatie met de mitigerende maatregelen, worden geen belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu verwacht als gevolg van het planvoornemen. Daarbij zijn de gevolgen voor dit plangebied zeer gering vanwege de beperkte oppervlakte.

4.8

Luchtkwaliteit

In de Wet Milieubeheer gaat paragraaf 5.2 over luchtkwaliteit en staat ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. De Wet luchtkwaliteit introduceert het onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om de voertuigaantrekkende werking. Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekende mate bijdragen' (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 % bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijnstof (PM10 en stikstofdioxide (NO2) (1,2 µg/m³) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 % bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. Deze kwantitatieve vertaling naar verschillende functies is neergelegd in de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen'. Planspecifiek Het hoog- en middenspanningsstation en de bijbehorende kabelinlussing zijn geen 'groot project' en hebben geen verkeersaantrekkende werking. Dit maakt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.

4.9

Externe veiligheid

Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij onder meer om de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving. Door voldoende afstand tot de risicovolle activiteiten aan te houden kan voldaan worden aan de normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars en het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed op elkaar worden afgestemd. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op de volgende risico's: Risicovolle (Bevi-)inrichtingen; Vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor.

Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Planspecifiek Het hoogspanningsstation en de kabelinlussing vallen niet onder de werkingssfeer van wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid. Onderhavig plan maakt geen risicovolle inrichting of (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk. Dit maakt dat externe veiligheid geen beperkingen oplevert voor dit bestemmingsplan en de voorgenomen ontwikkeling van de kabelinlussing van een hoog- en middenspanningsstation.

BG Noord, deelplan omgeving hoogspanningsstation Wijster ontwerp

NL.IMRO.0118.2023BP9006017-VG01 27

4.10

Ontplofbare oorlogsresten

De mogelijke aanwezigheid van ongesprongen oorlogsresten in de ondergrond houdt in Nederland over het algemeen verband met de Tweede Wereldoorlog. Handelingen die leidden tot ongesprongen oorlogsresten in de bodem betroffen bijvoorbeeld het afwerpen van munitie, beschietingen vanuit de lucht/vanaf het water/op het land, het neerstorten van vliegtuigen, gevechten tijdens de begin-, tussen- en eindfase van de Tweede Wereldoorlog, het dumpen van munitie en het verdedigen van gebieden met mijnenvelden en dergelijke. Indien er bij voorgenomen (graaf)werkzaamheden een redelijk vermoeden bestaat op het aantreffen van ongesprongen oorlogsresten in de (water)bodem, dient een vooronderzoek conform geldende wet- en regelgeving van het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (CS-VROO) en overige wetgeving uitgevoerd te worden. Planspecifiek Er is door Sweco een onderzoek Ontplofbare Oorlogsresten conflictperiode (d.d. 10-03-2023) voor het plangebied uitgevoerd (zie Bijlage 10 Onderzoek Ontplofbare Oorlogsresten). Op basis van de analyse van het historisch feitenmateriaal in dit onderzoek wordt het plangebied als onverdacht aangemerkt op het aantreffen van OO. Voor het plangebied is geen aanleiding gevonden tot het nemen van vervolgstappen op het gebied van OO. Grondroerende werkzaamheden kunnen in het plangebied dan ook normale doorgang krijgen.

4.11

Verkeer en parkeren

4.11.1 Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer dat wordt gegenereerd bij ruimtelijke ontwikkelingen, zijn kencijfers verkeergeneratie ontwikkeld. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (exclusief openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de beoogde ontwikkeling toe rijdt en hiervan weg rijdt. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling van de kabelinlussing van een hoog- en middenspanningsstation heeft nauwelijks verkeersaantrekkende werking. Het betreft hooguit enkele vervoersbewegingen er maand ten behoeve van onderhoud en beheer. Er is dan ook geen sprake van een significante toename van de verkeersgeneratie als gevolg van deze voorgenomen ontwikkeling.

4.11.2 Parkeren Het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden bepaald op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers van de verwachte parkeerbehoefte. Parkeernormen staan voor het aantal vereiste parkeerplaatsen per type bestemming. Op basis van deze parkeernormen wordt het parkeerbeleid veelal vormgegeven. Planspecifiek Met onderhavig plan wordt de benodigde parkeerruimte voorzien op eigen terrein in de gemeente Midden-Drenthe. De kavel waarop het hoog- en middenspanningsstation wordt gerealiseerd biedt hiervoor voldoende ruimte. Er wordt met dit plan geen openbare parkeerruimte gerealiseerd. De kabelinlussing die met voorliggend plan mogelijk wordt gemaakt voorziet niet in een parkeerbehoefte.

BG Noord, deelplan omgeving hoogspanningsstation Wijster ontwerp

NL.IMRO.0118.2023BP9006017-VG01 28

4.12

Duurzaamheid

De ontwikkeling draagt bij aan de verduurzaming van de energieopwekking en is nodig door het stijgend aandeel van duurzame energieopwekkers zoals zonnepanelen en windturbines. Ook is er steeds meer stroom nodig om elektische auto's op te laden, huis te verwarmen en te koken. Het hoogspanningstation voorziet zowel in het verhoogde aanbod als de verhoogde behoefte.

BG Noord, deelplan omgeving hoogspanningsstation Wijster ontwerp

NL.IMRO.0118.2023BP9006017-VG01 29

BG Noord, deelplan omgeving hoogspanningsstation Wijster ontwerp

NL.IMRO.0118.2023BP9006017-VG01 30

Hoofdstuk 5

5.1

Planbeschrijving

Juridisch systeem

Het bestemmingplan valt onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro), die op 1 juli 2008 in werking is getreden. Dit houdt in dat het bestemmingsplan is opgezet volgens de nieuwste wettelijke regelgeving en volgens de nieuwste Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. Het plan bestaat uit een toelichting, gebruiks- en bouwregels, met bijlagen en een verbeelding. Het plan is beschikbaar als een digitaal raadpleegbare versie uitgevoerd en voldoet aan de eisen van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen). Deze digitale versie is bedoeld om de burger 'online' informatie te verschaffen omtrent het bestemmingsplan via de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl.

5.2

Regels

De regels zijn onderverdeeld in vier delen. In de "Inleidende regels" zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In artikel 1 zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In artikel 2 is vastgelegd op welke wijze dient te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven mede in relatie tot andere plannen binnen de gemeente Hoogeveen. In de "Bestemmingsregels" zijn de bestemmingen en de gebruik- en/of bebouwingsmogelijkheden van de betreffende gronden aangegeven. De bestemmingen zijn op alfabetische volgorde benoemd. Deze bestemmingsregels worden in paragraaf 6.3 nader uitgewerkt. In de "Algemene regels" staan artikelen benoemd die voor alle of meerdere bestemmingen gelden. Het betreffen onder andere de voor alle bestemmingen geldende gebruiksregels en de algemeen geldende afwijkingsregels. De algemene afwijkingsregels zorgen voor enige verruiming van de flexibiliteit van het plan. Deze afwijkingen van de bestemming zijn niet specifiek op één bestemming gericht. Zij kunnen gebruikt worden ten aanzien van alle bestemmingen. In de "Overgangs- en slotregels" staan artikelen benoemd die voor alle voorgaande regels gelden. Het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik is hierin geregeld alsmede de slotregel.

5.3

Verklaring van de bestemmingen

In het plan zijn drie bestemmingen opgenomen: Agrarisch I De gronden met de bestemming Agrarisch worden onder andere gebruikt voor het behoud en herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden, agrarisch grond gebruik, bestaande wegen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen alsmede ontsluitingsvoorzieningen. Binnen deze bestemming mogen bij recht enkel andere bouwwerken worden gebouwd. Leiding - Hoogspanning Het betreft hier de ondergrondse kabelinlussing, die aansluit op het bestaande hoogspanningsnet vanaf het nieuwe (nog te realiseren) station Wijster. Waarde - Archeologie 4 Met deze bestemming worden de aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied beschermd.

BG Noord, deelplan omgeving hoogspanningsstation Wijster ontwerp

NL.IMRO.0118.2023BP9006017-VG01 31

BG Noord, deelplan omgeving hoogspanningsstation Wijster ontwerp

NL.IMRO.0118.2023BP9006017-VG01 32

Hoofdstuk 6

6.1

Handhaving

Algemeen

Het bestemmingsplan wil een sturend instrument zijn voor de ruimtelijke en functionele inrichting van het plangebied. Aan de hand van de in het bestemmingsplan opgenomen regels worden voorgenomen activiteiten (activiteiten en gebruik van gronden) getoetst. Als blijkt dat in afwijking van de regels activiteiten plaatsvinden, is handhaving in enge zin aan de orde, gericht op het ongedaan maken van een overtreding. Handhaving is belangrijk om de sturing die het bestemmingsplan beoogt tot haar recht te laten komen.

6.2

Beleidskeuzen

De gemeenteraad heeft op 3 februari 2011 de Kadernota Toezicht en handhaving vastgesteld. Het handhavingsbeleid maakt onderdeel uit van het programma Veilig. De looptijd van de kadernota Integrale handhaving loopt van 2011-2014, waarmee wordt aangesloten bij andere plannen waarin op onderdelen wordt verwezen naar handhaving. Dit zijn het Drentse veiligheidsplan, Integrale veiligheidsplan Hoogeveen en de visie externe veiligheid. De afgelopen jaren is er veel veranderd en de komende jaren gaat er nog veel veranderen. Er vindt een verschuiving plaats van vergunningplicht naar steeds meer algemene regels in het VROM-domein. Gevolg hiervan is dat er meer nadruk komt te liggen op de uitvoering van de handhaving. In 2022 is het Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) vastgesteld waarin ingegaan wordt op de actuele handhavingsprogrammering. Ook is er het programma Veilig Hoogeveen (2019-2022) waar de HUP aan wil bijdragen door de wijze van handhaven.

6.3

Inzet gemeentelijk apparaat

Op basis van de kadernota Toezicht en handhaving wordt jaarlijks een gemeentelijk werkprogramma opgesteld. Hierin worden op basis van een evaluatie voor het komende jaar de prioriteiten (bij)gesteld. In dit werkprogramma worden alle taken, taakonderdelen, de wettelijke of gewenste prioriteitstelling, prestatie en capaciteitstoekenning op het gebied van handhaving opgenomen. Tevens wordt de voortgang van de projecten die op de afdeling spelen inzichtelijk gemaakt. In het Handhavingsuitvoeringsprogramma wordt het volgende aangegeven over de inzet van het gemeentelijk apparaat. De primaire aandachtspunten bij het toezicht liggen in dezelfde lijn als de controlepunten bij het proces om te komen tot vergunningverlening (toetsingsmatrix bouwbesluit). De primaire aandachtspunten zijn: Constructieve veiligheid en brandveiligheid van (toekomstige) gebruiker; Constructieve veiligheid en brandveiligheid van (de omgeving van) het bouwwerk; • Volledig toezicht op openbaar toegankelijke bouwwerken; Gezondheid (toekomstige) gebruikers.

En voor slopen zijn dat: Veilige en gezonde wijze van slopen voor directe omgeving en gebruikers; Het beperken van overlast voor de omgeving; Toezien op naleving van sloopvoorschriften (asbest en andere milieuaspecten bij RUD); Toezicht particuliere sloopmeldingen met asbest tot 35m2 ligt bij de gemeente; Sloop bij monumenten.

BG Noord, deelplan omgeving hoogspanningsstation Wijster ontwerp

NL.IMRO.0118.2023BP9006017-VG01 33

Daarnaast vindt toezicht plaats op de naleving van: Gebruiksvoorschriften uit bestemmingsplannen; Bouwkwaliteit bestaande bouwwerken op kwaliteitsniveau bestaande bouw bouwbesluit; Wetgeving ter voorkoming van illegale bouw; Sluiting van panden in het kader van de Opiumwet.

BG Noord, deelplan omgeving hoogspanningsstation Wijster ontwerp

NL.IMRO.0118.2023BP9006017-VG01 34

Hoofdstuk 7 7.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Een bestemmingsplan dient maatschappelijk uitvoerbaar te zijn. Dat wil zeggen dat de voorgenomen ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt in het bestemmingsplan zijn besproken met belanghebbenden. Op grond van artikel 3.1.1 van het Bro geldt een overlegverplichting met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van de belangen welke in het plan in het geding zijn. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 16 november 2023 tot en met 21 december 2023 ter inzage gelegen. In deze periode is er door één partij een zienswijze ingediend, namelijk Prorail. De zienswijze had betrekking op het volgende: Uit een risicoanalyse moet blijken dat de kabelinlussing c.a. geen negatief effect heeft op de hoofdspoorweginfrastructuur. Dat moet onder meer uit de vereiste EMC (Elektromagnetische compatibiliteit) berekening blijken. En dan met name de weerstandsbeïnvloeding (geen aardingen/aansluitpunten in de buurt van het spoor conform RLN00398) en diverse aspecten met betrekking tot aansluiting op het hoogspanningsnet. ProRail adviseert om deze risico's te laten berekenen en voordat gestart wordt met de realisatie van het hoogspanningsstation ProRail te voorzien van de uitkomsten. ProRail wijst daarnaast op de in de Spoorwegwet c.a.

vastgestelde beperkingengebieden voor hoofdspoorwegen. Binnen deze beperkingengebieden is voor te verrichten activiteiten op grond van artikel 19 van de Spoorwegwet een vergunning van ProRail vereist. Onder de Omgevingswet is - voor initiatieven binnen het beperkingengebied hoofdspoor - de gemeente het bevoegde gezag voor meervoudige aanvragen, waarbij vergunning alleen verleend kan worden nadat ProRail haar gemandateerde advies met instemming heeft gegeven. Bij enkelvoudige aanvragen blijft de minister bevoegd gezag en zal ProRail namens de minister vergunning verlenen. Door gemeente Hoogeveen is hier de volgende reactie op gegeven: TenneT heeft reeds het (laten) uitvoeren van een risicoanalyse opgepakt. De inlussing van WTS110 [de kabel] is onderdeel van de RLN00398 modelstudie welke is uitgezet bij Movares. Om ProRail het juiste inzicht te geven gebeurt dit trapsgewijs door middel van scenario's, namelijk: Scenario 0: Nul-situatie, oftewel de bestaande netsituatie voorafgaand aan de realisatie van het nieuwe combistation Wijster. Scenario 1: Situatie na realisatie van het nieuwe combistation Wijster, dus ingelust in de bestaande lijn ZYV-HSW220 en bestaande kabel WTO-HGV110 [de kabel van het bestemmingsplan].

Afgelopen december heeft Movares de eerste resultaten opgeleverd van “Scenario 0”. “Scenario 1” wordt nu opgestart. Het is nog niet geheel zeker wanneer TenneT deze resultaten kan verwachten. Het zal zeker na vaststelling van het bestemmingsplan worden, maar ruim voor het vergunningstraject bij Prorail. Mochten TenneT niet voldoen aan de eisen vanuit de RLN, dan worden door TenneT maatregelen getroffen om hier wel aan te doen. Zodra de berekeningen beschikbaar zijn, zullen deze gedeeld worden met ProRail. Die zienswijze met betrekking tot het bevoegd gezag onder de Omgevingswet wordt onder dankzegging voor kennisgeving aangenomen. Prorail heeft in reactie hierop aangegeven dat haar zienswijze voldoende is ondervangen en verwerkt in het bestemmingsplan.

BG Noord, deelplan omgeving hoogspanningsstation Wijster ontwerp

NL.IMRO.0118.2023BP9006017-VG01 35

7.2

Economische uitvoerbaarheid

Bij bestemmingsplan dient op grond van artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid. Tevens verplicht de Wro dat bepaalde plankosten op de initiatiefnemer kunnen worden verhaald. Het gaat hierbij om de plankosten en de kosten van ontwikkelingen die de gemeente redelijkerwijs moet maken, zoals de aanleg van voorzieningen van openbaar nut. In afdeling 6.4 Wro wordt een publiekrechtelijk stelsel beschreven waarbinnen gemeenten eisen kunnen stellen aan de grondexploitatie. Dit instrumentarium is aanvullend van aard, aangezien het de gemeente en de initiatiefnemer vrij staat om privaatrechtelijke afspraken vast te leggen. Dergelijke afspraken zijn mogelijk in een anterieure (indien er nog geen exploitatieplan is vastgesteld) of posterieure overeenkomst (indien er wel al een exploitatieplan is vastgelegd). In artikel 6.12 Wro is bepaald dat de gemeenteraad verplicht is om, voor de gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan vast te stellen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening zijn deze categorieën van bouwplannen opgenomen. Het onderhavige project valt binnen één van de genoemde categorieën, namelijk 'de bouw van één of meerdere hoofdgebouwen'. Een exploitatieplan is benodigd, tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is.

TenneT sluit een anterieure overeenkomst met de betreffende gemeentes en zakelijk recht overeenkomsten voor het gebruik van de gronden met diverse grondeigenaren ter plaatse van de assets buiten het hoogspanningsstation (ter plaatse van de hoogspanningsverbindingen dus). TenneT draagt op deze manier de kosten voor de voorbereiding en realisatie van het project. Eventuele kosten door planschade die voortvloeien uit dit project (op grond van afdeling 6.1 Wet ruimtelijke ordening) zijn voor rekening van TenneT. Dit wordt geborgd in de anterieure overeenkomst.

BG Noord, deelplan omgeving hoogspanningsstation Wijster ontwerp

NL.IMRO.0118.2023BP9006017-VG01 36

Bijlagen toelichting

BG Noord, deelplan omgeving hoogspanningsstation Wijster ontwerp

NL.IMRO.0118.2023BP9006017-VG01 37

Bijlage 1

Bodemonderzoek

BG Noord, deelplan omgeving hoogspanningsstation Wijster ontwerp

NL.IMRO.0118.2023BP9006017-VG01 38

Drents Overijsselse Netversterking

Documenttitel

Projectnummer TenneT Documentnummer TenneT Projectnummer Sweco Documentnummer Sweco

Revisie

Documentstatus

Historisch vooronderzoek Veld- en bodemonderzoek DON Stations Wijster

003.052.20 1097071 51012779 NL23-648800269-39969 Auteur Naam

Datum document

1.0

Definitief

Abdul Melhem

18-Jan-23

2.0

Definitief

Abdul Melhem

14-Mar-23

Leeg

Leeg

Leeg

Leeg

Historisch vooronderzoek Veld- en bodemonderzoeken DON Stations Locatie: Wijster

Revisielijst Versie

Datum

Beschrijving van de wijziging

1.0

04-01-2023

Eerste concept

2.0

14-03-2023

Aanpassingen na RFA

Herzien

Vrijgegeven door

Onderwerp Projectnummer Sweco

Historisch onderzoek Wijster 51012779

Auteur E-mailadres

Abdul Melhem abdul.melhem@sweco.nl

Projectnummer TenneT Documentnummer Sweco

003.052.20 NL23-648800269-39969

Paraaf

Documentnummer TenneT Revisie Sweco

1097071 2.0

Gecontroleerd door Paraaf

Thijs Leverink

Datum Auteur E-mail

14-03-2023 Abdul Melhem

Vrijgegeven door Paraaf

Maarten Imhof

2/17

Inhoudsopgave

1

Inleiding ......................................................................................................................... 4 1.1 Algemeen ............................................................................................................ 4 1.2 Aanleiding en doelstelling ................................................................................... 5 1.3 Opbouw van het rapport ...................................................................................... 6

2

Onderzoeksmethodiek .................................................................................................. 7 2.1 Algemeen ............................................................................................................ 7 2.2 Gegevensbronnen ............................................................................................... 7

3

Resultaten ..................................................................................................................... 8 3.1 Algemeen ............................................................................................................ 8 3.2 Beschrijving onderzoeksgebied .......................................................................... 8 3.3 Historisch en huidig bodemgebruik ..................................................................... 9 3.4 Bodemopbouw en geohydrologie...................................................................... 11 3.5 Bodemkwaliteitskaart ........................................................................................ 12 3.6 Uitgevoerde onderzoeken en historische activiteiten ....................................... 12

4

Conclusie en aanbeveling ........................................................................................... 17 4.1 Algemeen .......................................................................................................... 17 4.2 Bevindingen vooronderzoek.............................................................................. 17 4.3 Conclusie en advies .......................................................................................... 18

Bijlage 1

Regionale ligging onderzoeksgebied

Bijlage 2

Situering onderzoeksgebied

Bijlage 3

Kwaliteitsborging

Sweco | Historisch vooronderzoek Projectnummer sweco.projectId Datum 14-03-2023

Versie

Document referentie \\sweco.se\nl\ams01\project\5310\51012779_tennet_drents_overijsselse_netversterking_veld_en_bodemonderzoeken\w300 project specifieke werkpakketten\milieubodem\ho\wijster\nl23-648800269-39969 rapport historisch vooronderzoek wijster versie 2.0 140323.docx

3/17

1

Inleiding

1.1

Algemeen

TenneT versterkt in heel Nederland het elektriciteitsnetwerk. Dit is nodig omdat het elektriciteitsgebruik in ons land stijgt en omdat we steeds meer duurzame energie opwekken. Steeds meer mensen hebben een elektrische auto, gaan elektrisch koken of verwarmen hun huis elektrisch. Daarnaast stijgt het aanbod van energie uit duurzame bronnen zoals windmolens en zonneparken. Onder de naam ‘Drents Overijsselse Netversterking’ (DON) versterkt TenneT, samen met de regionale netbeheerders Enexis Netbeheer en Rendo, het elektriciteitsnetwerk in Zuidwest-Drenthe en Noordwest-Overijssel. Om het elektriciteitsnetwerk hier te versterken, vinden tussen 2023 en 2028 onderstaande werkzaamheden plaats (exacte planningen nog niet bekend): • Aanleg van vijf nieuwe ondergrondse hoogspanningsverbindingen. • Zwolle Hessenweg-Harculo (circa 8 km kabel) • Meppel en Zwolle Hessenweg (circa 29 km kabel) • Wijster en Hoogeveen-Riegmeer (circa 16 km kabel) • Riegmeer naar de lijn Hoogeveen (circa 4.9 km kabel) • Dedemsvaart naar combilijn Zwolle – Meeden (circa 2 km kabel) • Nieuwbouw van vier hoog- en middenspanningsstations inclusief inlussingen (Zwolle 110 kV, Wijster, Meppel, Hoogeveen). • Uitbreiden van twee hoogspanningssstations inclusief inlussingen (Zwolle 220 kV, Zwolle 380 kV).

• Verzwaring van bestaande hoogspanningsverbinding (Meppel - Steenwijk) • Amoveren van overbodig geworden hoogspanningsmasten en -verbindingen (Harculo, Dedemsvaart). De nieuwe hoog- en middenspanningsstations die TenneT, Enexis Netbeheer en Rendo gaan bouwen, worden met ondergrondse hoogspanningskabels of bovengrondse hoogspanningsverbindingen verbonden met het bestaande elektriciteitsnetwerk van TenneT. Dit gebeurt met nieuwe of bestaande ondergrondse kabels en bovengrondse verbindingen. Zo worden de nieuwe stations onderdeel van het elektriciteitsnetwerk en zorgen zowel de nieuwe kabels als de nieuwe stations voor versterking van het elektriciteitsnetwerk.

Sweco | Historisch vooronderzoek Wijster Projectnummer 51012779 Datum 14-03-2023

Versie 2.0

Document referentie NL23-648800269-39969

4/17

Afbeelding 1-1

1.2

Scope project DON

Aanleiding en doelstelling

Dit vooronderzoek betreft locatie Wijster. De regionale ligging van de onderzoekslocatie is in bijlage 1 vermeld. Een situering van de locatie is in figuur 1-2 en in bijlage 2 weergegeven. Het vooronderzoek heeft tot doel goed inzicht te krijgen in de historie van het terrein/gebied en in de eventuele bodembedreigende activiteiten die op het terrein en de omgeving hebben plaatsgevonden. Afhankelijk van de resultaten van het vooronderzoek kan de uitvoering van een verkennend bodemonderzoek wenselijk en/of noodzakelijk worden geacht. Het vooronderzoek is gebaseerd op de volgende onderzoeksnormen: • NEN 5725:2017 nl – bodem – Landbodem – strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek; • NEN 5717:2017 nl – Bodem – Waterbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek.

Sweco | Historisch vooronderzoek Wijster Projectnummer 51012779 Datum 14-03-2023

Versie 2.0

Document referentie NL23-648800269-39969

5/17

Figuur 1-2

1.3

Topografische ligging onderzoekslocatie

Opbouw van het rapport

In dit rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • de wijze van uitvoering van het vooronderzoek (hoofdstuk 2); • de resultaten van het onderzoek (hoofdstuk 3); • de bevindingen en aanbevelingen (hoofdstuk 4). De bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van deze rapportage.

Sweco | Historisch vooronderzoek Wijster Projectnummer 51012779 Datum 14-03-2023

Versie 2.0

Document referentie NL23-648800269-39969

6/17

2

Onderzoeksmethodiek

2.1

Algemeen

Het historisch vooronderzoek is uitgevoerd naar de verwachte kwaliteit van de landbodem (NEN 5725) en waterbodem (NEN 5717) op de onderzoekslocatie. Het landbodem vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A ‘Opstellen hypothese over de milieuhygienische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’. In hoofdstuk 3 worden de resultaten van het vooronderzoek beschreven.

2.2

Gegevensbronnen

De geraadpleegde bronnen voor het historisch bodemonderzoek is weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1 Gegevensbronnen Aspect Bodemopbouw Grondwaterbescherming Verdachte bodemlocaties Bodemkwaliteitskaarten (Ondergrondse) tanklocaties Stortplaatsen, slootdempingen PFAS Asbest

Bron • Dinoloket • kaartportaal.drenthe.nl • Bodemloket en kaartportaal.drenthe.nl • Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart • Bodemloket en kaartportaal.drenthe.nl • kaartportaal.drenthe.nl • Omgevingsdienst + Nota Bodembeheer • kaartportaal.drenthe.nl

Historische topografische kaarten

•

Topotijdreis.nl

De informatiebronnen zijn volgens ons voldoende betrouwbaar en volledig om, in relatie tot de aard van de onderzoekslocatie, een uitspraak te kunnen doen over de verdenking van een bodemverontreiniging.

Sweco | Historisch vooronderzoek Wijster Projectnummer 51012779 Datum 14-03-2023

Versie 2.0

Document referentie NL23-648800269-39969

7/17

3

Resultaten

3.1

Algemeen

In dit hoofdstuk worden de resultaten van het historisch vooronderzoek beschreven. De resultaten zijn verkregen uit bureauonderzoek/archiefstudie.

3.2

Beschrijving onderzoeksgebied

Het gebied is landelijk gelegen ten zuiden van de bebouwde kom van het dorp Wijster. De onderzoekslocatie betreft hoofdzakelijk een agrarisch gebied. Het zuidelijke deel is in gebruik als natuurgebied met oppervlaktewater. Ten noordoosten van het onderzoeksgebied is een bedrijfsterrein aanwezig. Door het gebied lopen twee spoortracés. Het gebied heeft een oppervlakte van circa 63,7 hectare. In bijlage 1 is een topografische tekening opgenomen met daarop de globale grenzen van het onderzoeksgebied. In onderstaande afbeelding 3.1 is de ligging van het onderzoeksgebied weergegeven.

Figuur 3.1

De huidige situatie van de onderzoeksgebied

In onderstaande tabel zijn de locatiegegevens samengevat. Tabel 3.1 Overzicht locatiegegevens Geografische afbakening Zie bijlage 1 Adres locatie QFHW+PV Wijster, Nederland Kadastrale gegevens locatie Zie onderstaande figuur Oppervlakte ca. 637.000 m2 Menselijke activiteiten op locatie en in Landbouw-agrarisch / Natuur / oppervlaktewater directe omgeving

Sweco | Historisch vooronderzoek Wijster Projectnummer 51012779 Datum 14-03-2023

Versie 2.0

Document referentie NL23-648800269-39969

8/17

Figuur 3.2

Kadastrale gegevens van de onderzoekslocatie

Het onderzoeksgebied ligt in binnen de gemeenten: • gemeente Midden-Drenthe (dorp Wijster); • gemeente Hoogeveen (dorp Pesse).

3.3

Historisch en huidig bodemgebruik

Onderstaande afbeeldingen tonen verschillende uitsneden van historische kaarten. De historische kaarten zijn van de periode 1930 tot en met 2021. Hieruit blijkt dat het gebied altijd agrarisch in gebruik is geweest. Op basis van de historische kaarten zijn geen bedrijfsmatige activiteiten in het gebied zichtbaar. Alleen in de periode begin jaren ’60 tot medio jaren ’90 zijn op de kaarten bebouwing zichtbaar (noordoostelijk in het gebied), vermoedelijke een boerenerf. Gezien de kaarten is deze activiteit eind jaren ’90 ontmanteld. In de jaren 2000 en 2005 is grootschalige gebiedsontwikkeling naar natuur zichtbaar, waarbij de waterberging op het zuidelijke deel goed zichtbaar wordt. Vanaf 2010 is in het noordoostelijke deel van het gebied de uitbreiding van het industriegebied zichtbaar. Deze nieuwbouw vindt plaats ter hoogte van het voormalige boerenerf. Hierdoor is niet de verwachting dat deze voormalige verdachte bedrijfsactiviteit invloed heeft gehad op de huidige (plaatselijke) bodemkwaliteit. Op basis van de historische kaarten is te zien dat in het verleden tijdens meerdere perioden verkaveling heeft plaatsgevonden. Vanwege deze verkavelingen kunnen de destijds aanwezige kavelsloten zijn gedempt. De herkomst (gebiedsvreemd) en/of samenstelling (mate van bodemvreemd materiaal) van eventueel toegepast dempingsmateriaal is niet bekend.

Binnen het gebied zijn hoogspanningsverbindingen aanwezig. Voor zover bekend zijn de masten omstreeks 1975 geplaatst.

Sweco | Historisch vooronderzoek Wijster Projectnummer 51012779 Datum 14-03-2023

Versie 2.0

Document referentie NL23-648800269-39969

9/17

In het gebied lopen enkele verharde wegen (hoofdzakelijk asfalt, klinkers en stelcon). In het zuidelijke natuurgebied zijn naar alle waarschijnlijkheid enkele onverharde wandelpaden aanwezig. Wanneer wel sprake zou zijn van een semi-verharding dan is gezien de aanlegperiode naar alle waarschijnlijkheid gebruik gemaakt van gecertificeerd puingranulaat.

ca. 1930/1940

Van ca. 1944 tot ca. 1958

Van ca. 1959 tot ca. 1964

Van ca. 1965 tot ca. 1974

Van ca. 1975 tot ca. 1987

Van ca. 1988 tot 1999

Sweco | Historisch vooronderzoek Wijster Projectnummer 51012779 Datum 14-03-2023

Versie 2.0

Document referentie NL23-648800269-39969

10/17

Van 2000 tot 2004

Van 2005 tot 2009

Van 2010 tot 2016

Van 2017 tot heden

Figuur 3.3

3.4

Uitsnede historisch kaartmateriaal (bron: topotijdreis.nl)

Bodemopbouw en geohydrologie

Via www.dinoloket.nl zijn gegevens van de ondergrond verkregen. In onderstaand figuur is de regionale bodemopbouw van het gebied weergegeven. Uit de gegevens blijkt dat vooral sprake is van zand. In het traject van circa 3,0 m -mv tot circa 4,8 m -mv is een kleilaag aanwezig. Het maaiveld bevindt zich op ca. 14,6 m +NAP.

Figuur 3.4

Regionale bodemopbouw (bron:dinoloket.nl)

In onderstaand tabel is de regionale bodemopbouw inzichtelijk weergegeven.

Sweco | Historisch vooronderzoek Wijster Projectnummer 51012779 Datum 14-03-2023

Versie 2.0

Document referentie NL23-648800269-39969

11/17

Tabel 3.2

Regionale bodemopbouw

Globale diepte (m -mv)

Samenstelling

Formatie

0,0 - 1,5

Zand

Boxtel (BXz)

3,0 - 4,8

Klei

Drente (DRGIk)

4,8 - 10,75

Zand

Drachten (DNz)

10,75 - 26,0

Zand

Peelo (PEz)

26,0 – 40,0

Zand

Urk (URz)

De seizoensfluctuatie van het grondwater betreft globaal 1,6 - 2,2 m -mv.

3.5

Bodemkwaliteitskaart

Uit het kaartportaal van de provincie Drenthe 1 blijkt dat voor zowel de boven- als de ondergrond sprake is van kwaliteit Achtergrondwaarde (AW2000), waardoor de grond voor zowel ontgraving als toepassing de kwaliteit Achtergrondwaarde/Altijd Toepasbaar heeft. PFAS Op basis van de resultaten van een ‘actualisatie bodemkwaliteitskaart PFAS provincie Drenthe’2 wordt geconcludeerd dat de resultaten geschikt zijn om opgenomen te worden in de bestaande bodemkwaliteitskaart en is het niet noodzakelijk om een herindeling van de bodemkwaliteitskaart te maken.

3.6

Uitgevoerde onderzoeken en historische activiteiten

Het bodemloket is geraadpleegd om bekende (historische) gegevens te achterhalen. In onderstaande tabel 3.3 zijn de locaties weergegeven waar momenteel of in het verleden potentieel bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden (Hbb-locaties met UBIklasse 4 of hoger) en/of waar in het verleden bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. De relevante archiefstukken die in de archiefstudie zijn meegenomen zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie of onderzoeken in de nabije omgeving (binnen 50 meter afstand tot de onderzoekslocatie) en waar verontreinigingen zijn aangetoond. Daarnaast is gekeken naar regionale grondwaterverontreinigingen. Hiermee is volgens ons een voldoende betrouwbaar beeld gekregen om een goed vervolgadvies te kunnen geven. Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken en -saneringen in het plangebied De bodemrapporten die in de archiefstudie zijn meegenomen zijn in onderstaande tabel weergegeven.

1 2

https://kaartportaal.drenthe.nl/ Actualisatie bodemkwaliteitskaart PFAS provincie Drenthe, HASKONINGDHV NEDERLAND B.V., Referentie: BE1656TPRP1911211456, 22-11-2019

Sweco | Historisch vooronderzoek Wijster Projectnummer 51012779 Datum 14-03-2023

Versie 2.0

Document referentie NL23-648800269-39969

12/17

Tabel 3.3

Bodeminformatie (bron: www.bodemloket.nl)

Locatie (status)

1. DR173102799 Weegbrugweg 2 Wijster (voldoende onderzocht) 2. DR011801119 HN, Zwarte Water Pesse Hoogeveen 3. Zuidpunt ETP-terrein Wijster

Historische bodembedreigende Activiteiten (UBI-klasse) •-

Geregistreerde onderzoeks-/saneringsrapporten

• Verkennend onderzoek NEN 5740, Antea group, pn: 41268.33, 2017-06-21

•-

• Verkennend onderzoek NVN 5740, DHV, pn: S2541-01001, 2001-12-10

•

• Verkennend bodemonderzoek Zuidpunt ETP-terrein, ATKP, Kenmerk: 20221556/rap01, 2022-11-02

Binnen het onderzoeksgebied zijn eerder twee bodemonderzoeken uitgevoerd. In figuur 3.5 zijn de posities van deze onderzoeken binnen het onderzoeksgebied weergegeven. 1- Dit onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van Weegbrugweg. Hieruit blijkt dat in de grond geen verhoogde gehalten aan de onderzochte stoffen zijn aangetoond en er zijn geen asbestverdacht materialen aangetroffen. Het grondwater bevindt zich ruim onder de ontgravingsdiepte en is destijds niet onderzocht. De onderzoekslocatie staat geregistreerd als voldoende onderzocht. 2- Uit dit onderzoek blijkt dat de grond niet verontreinigd is met de onderzochte parameters. Het grondwater is matig verontreinigd met zink en minerale olie. Uit de heranalyse van het grondwatermonster (minerale olie verontreiniging) is gebleken dat minerale olie niet detecteerbaar is en geen gegevens bekend zijn over een mogelijke bron voor de verontreiniging met minerale olie. In de omgeving van de onderzoekslocatie worden verhoogde concentraties aan zink concentraties vaker aangetroffen. De gemeten concentraties kunnen dan ook beschouwd worden als verhoogde achtergrondwaarden. Er geconcludeerd wordt dat nader bodemonderzoek niet noodzakelijk is. 3- Uit dit onderzoek blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met PAK. In twee monsters is een verhoogd gehalte aan PFOS aangetoond.

Op basis van toetsing aan het Handelingskader blijkt dat deze twee bovengrond (meng)monsters niet voldoen aan de toepassingswaarden (PFOS > 3 ug/kg ds). Dit betekend dat ter plaatse van deze terreindelen eventueel vrijkomende grond als Niet Toepasbaar wordt geclassificeerd.

Sweco | Historisch vooronderzoek Wijster Projectnummer 51012779 Datum 14-03-2023

Versie 2.0

Document referentie NL23-648800269-39969

13/17

1.

2.

3.

Figuur 3.5

Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken in het gebied (bron: bodemloket.nl)

Op het kaartportaal.drenthe.nl zijn binnen het onderzoeksgebied en de direct omgeving geen bodemverontreinigingen bekend/geregistreerd. Verdachte (HBB-)locaties in het plangebied 1- Op bodemloket zijn geen bodembedreigende activiteiten bekend/geregistreerd; 2- Op basis van historisch kaartmateriaal en kaartportaal.drenthe.nl is in het gebied sprake van slootdemping (zie figuur 3.6);

Sweco | Historisch vooronderzoek Wijster Projectnummer 51012779 Datum 14-03-2023

Versie 2.0

Document referentie NL23-648800269-39969

14/17

Figuur 3.6

Gedempte sloten (https://kaartportaal.drenthe.nl)

3- Binnen het onderzoeksgebied zijn meerdere watergangen aanwezig. Tussen deze watergangen/sloten zijn dammen aanwezig. Er is vooralsnog geen informatie over de opbouw van dergelijke dammen. De herkomst (gebiedsvreemd) en/of samenstelling (mate van bodemvreemd materiaal) van dergelijke dammen zijn vooralsnog niet bekend (zie figuur 3.7); 4- In het gebied staan drie hoogspanningsmasten, die in 1975 zijn geplaatst. Uit eerder bodemonderzoek in het kader van onderhoudswerkzaamheden aan dergelijke masten is gebleken dat de toplaag van de bodem verontreinigd is geraakt met zink. Door het gebruik van gegalvaniseerd metaal is door verwering mogelijk sprake van een plaatselijke toplaag belasting met zink (zie figuur 3.7).

Sweco | Historisch vooronderzoek Wijster Projectnummer 51012779 Datum 14-03-2023

Versie 2.0

Document referentie NL23-648800269-39969

15/17

Figuur 3.7

Waterbodem tracés (sloten en oppervlaktewater), slootdammen en Masten (bron: streetsmart.cyclomedia.com)

Sweco | Historisch vooronderzoek Wijster Projectnummer 51012779 Datum 14-03-2023

Versie 2.0

Document referentie NL23-648800269-39969

16/17

4

Conclusie en aanbeveling

4.1

Algemeen

Doel van het vooronderzoek is het nagaan of ter plaatse of in de nabijheid van het onderzoeksgebied bodembedreigende activiteiten plaatsvinden of hebben plaatsgevonden, waardoor mogelijk verontreinigende stoffen in de bodem zijn terechtgekomen. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek moet blijken welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek.

4.2

Bevindingen vooronderzoek

Met het uitgevoerde historisch onderzoek zijn op basis van de onderzoeksmethodiek uit de NEN 5725 en de NEN 5717 antwoorden verkregen op de genoemde onderzoeksvragen. Uit de resultaten van het historisch vooronderzoek blijkt het volgende: • Op basis van de historische kaarten blijkt dat het gebied altijd een agrarische functie heeft gehad. In de periode 1960 tot eind jaren ’90 is in het noordoostelijke deel een boerenerf aanwezig geweest. Ter plaatse van dit erf heeft in 2010 nieuwbouw plaatsgevonden, waardoor niet de verwachting is dat deze voormalige activiteit nog invloed heeft op de plaatselijke bodemkwaliteit; • In het verleden heeft verkaveling van landbouwgrond plaatsgevonden, waardoor mogelijk aanwezige kavelsloten zijn gedempt. De herkomst (gebiedsvreemd) en/of samenstelling (mate van bodemvreemd materiaal) van eventueel toegepast dempingsmateriaal is niet bekend, waardoor deze voormalige kavelgrenzen als aandachtsgebieden bestempeld dienen te worden. Mocht uit het veldonderzoek blijken dat sprake zou kunnen zijn van gebiedsvreemde en/of bodemvreemd materiaal, dienen deze voormalige sloten als een verdachte deellocaties te worden geschouwd en dient de onderzoeksintensiteit daar op aangepast te worden; • Alle wegen binnen de onderzoekslocatie zijn verhard met asfalt, klinkers en stelconplaten3.

Alleen in de zuidkant van het onderzoeksgebied zijn onverharde wandelroutes aanwezig. Mocht deze wandelpaden plaatselijk wel semi-verhard zijn, is gezien de aanlegperiode naar alle waarschijnlijkheid gebruikt gemaakt van gecertificeerd puingranulaat; • Binnen het gebied zijn sloten aanwezig met dammen. Informatie over de opbouw van deze dammen (gebiedsvreemd en/of bodemvreemd materiaal) is niet bekend. De waterbodem is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Wanneer werkzaamheden aan een watergang noodzakelijk is en baggerspecie/vaste waterbodem vrij gaat komen, dient de hergebruiksmogelijkheden van het vrijkomende materiaal bepaald te worden middels een waterbodemonderzoek; • Binnen het gebied zijn drie hoogspanningsmasten aanwezig. Vanwege de aanlegperiode (omstreeks medio jaren ’70) bestaat de kans dat gebruik is gemaakt van gegalvaniseerd metaal/staal. In dat geval kan vanwege weersinvloeden de toplaag van de bodem plaatselijk zijn belast met zink; • Binnen het onderzoeksgebied is voor zover bekend geen bodemverontreiniging bekend. Plaatselijk heeft een bodemonderzoek plaatsgevonden. De rapporten zijn opgevraagd bij de desbetreffende gemeenten, maar nog niet beschikbaar gesteld;

3

https://streetsmart.cyclomedia.com/

Sweco | Historisch vooronderzoek Wijster Projectnummer 51012779 Datum 14-03-2023

Versie 2.0

Document referentie NL23-648800269-39969

17/17

•

•

Op basis van de regionale bodemkwaliteitskaart wordt het gebied geclassificeerd als kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde (AW 2000/ Altijd Toepasbaar). Eventueel grondverzet kan plaatsvinden op basis van de Nota bodembeheer en de bodemkwaliteitskaart, met uitzondering van de uitgesloten verdachte deellocaties (eventueel gedempte sloten, dammen, waterbodem en/of wegbermen); De bovengrond van het onderzoeksgebied is verdacht op het voorkomen van verhoogde gehalten PFOS. Wanneer sprake is van een overschot op de grondbalans dient rekening gehouden te worden met eventuele grondstromen die als Niet Toepasbaar worden beschouwd.

4.3

Conclusie en advies

Op basis van het resultaten is een representatief beeld ontstaan met betrekking tot de verwachte bodemkwaliteit ter plaatse van het onderzoeksgebied. Over het algemeen kan gesteld worden dat de boven- en de ondergrond voldoet aan de kwaliteitsklasse AW2000/ Altijd toepasbaar. Een plaatselijke bodembelasting is niet uitgesloten (zoals gedempte sloten, dammen en ter plaatse van de hoogspanningsmasten). Ook de waterbodem uit aanwezige watergangen is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Bij het aantreffen van een dergelijke bodembelasting, dient hier volgens de vigerende weten regelgeving passende onderzoeken en/of maatregelen getroffen te worden. Gezien de algemeen verwachte bodemkwaliteit en de ruimtelijke uitvoerbaarheid van eventueel aangetroffen bodembelastingen, is een grootschalig gebiedsonderzoek naar de algemene bodemkwaliteit niet noodzakelijk. Wanneer locatie-ontwikkeling gaat plaatsvinden, dient vanuit de vigerende wet- en regelgeving (omgevingsvergunning en ARBO-technisch) wel een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 uitgevoerd te worden binnen het vastgestelde plangebied. Geadviseerd wordt om het onderzoek uit te breiden met de parameter PFAS. Eventueel afvoer van Niet Toepasbare grond op basis van PFOS, heeft namelijk financiële consequenties voor wat betreft de afvoer van grondstromen.

Sweco | Historisch vooronderzoek Wijster Projectnummer 51012779 Datum 14-03-2023

Versie 2.0

Document referentie NL23-648800269-39969

18/17

Bijlage 1

Regionale ligging

onderzoeksgebied

Sweco | Historisch vooronderzoek Projectnummer sweco.projectId Datum 14-03-2023

Versie

Document referentie \\sweco.se\nl\ams01\project\5310\51012779_tennet_drents_overijsselse_netversterking_veld_en_bodemonderzoeken\w300 project specifieke werkpakketten\milieubodem\ho\wijster\nl23-648800269-39969 rapport historisch vooronderzoek wijster versie 2.0 140323.docx

Bijlage 2

Situering onderzoeksgebied

Sweco | Historisch vooronderzoek Projectnummer sweco.projectId Datum 14-03-2023

Versie

Document referentie \\sweco.se\nl\ams01\project\5310\51012779_tennet_drents_overijsselse_netversterking_veld_en_bodemonderzoeken\w300 project specifieke werkpakketten\milieubodem\ho\wijster\nl23-648800269-39969 rapport historisch vooronderzoek wijster versie 2.0 140323.docx

Bijlage 3

Kwaliteitsborging

Sweco | Historisch vooronderzoek Projectnummer sweco.projectId Datum 14-03-2023

Versie

Document referentie \\sweco.se\nl\ams01\project\5310\51012779_tennet_drents_overijsselse_netversterking_veld_en_bodemonderzoeken\w300 project specifieke werkpakketten\milieubodem\ho\wijster\nl23-648800269-39969 rapport historisch vooronderzoek wijster versie 2.0 140323.docx

Sweco Nederland B.V. wil met haar producten en diensten zo goed mogelijk aan de behoeften, doelstellingen en eisen van haar opdrachtgevers voldoen. Voor het bewijsbaar en zichtbaar maken van de kwaliteit (kwaliteitsborging) beschikt Sweco Nederland B.V. over een kwaliteitssysteem. Dit kwaliteitssysteem is er mede op gericht de individuele kennis, kunde en activiteiten van de medewerkers zodanig te organiseren en af te stemmen, dat de kwaliteit van de gezamenlijk tot stand gebrachte producten en diensten zo goed mogelijk beheerst en gewaarborgd worden. De kwaliteit van de door Sweco Nederland B.V. uitgevoerde onderzoeken en gegeven adviezen op het gebied van bodembeheer wordt gewaarborgd door onderstaande: NEN-EN-ISO 9001 Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. is gecertificeerd voor NEN-EN-ISO 9001. Deze norm geeft een model voor externe kwaliteitsborging en certificatie. Hierin wordt een aantal activiteiten aangegeven, die zorgen voor vertrouwen in de relatie klant/leverancier. Dit omvat zowel randvoorwaarden voor kwaliteitsverbetering als eisen voor kwaliteitsborging. NEN-EN-ISO 14001 Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. is gecertificeerd voor NEN-EN-ISO 14001. Deze norm geeft eisen en richtlijnen voor het gebruik van milieuzorgsystemen.

Met het certificaat toont Sweco aan dat zij de zorg voor het milieu in haar dienstverlening en interne bedrijfsvoering goed heeft georganiseerd. Kernpunten daarbij zijn het naleven van wet- en regelgeving en de voortdurende verbetering van milieuprestaties. SIKB De Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB) is een samenwerkingsverband van markt en overheid, die werk aan de kwaliteit binnen de praktijk van bodem en ondergrond (bodembeheer, bodembescherming, waterbeheer en archeologie). De SIKB-activiteiten bestaan o.a. uit het samen met betrokkenen ontwikkelen van (werk)methoden en het vastleggen van deze methoden in handreikingen of richtlijnen (BRL’s) en daaronder vallende protocollen. Daarnaast biedt zij een platform voor kennisoverdracht en kennisdeling. Sweco is actief betrokken bij het werk van SIKB en is gecertificeerd voor de BRL SIKB 2000 (uitvoeren ven veldwerk) en 6000 (milieukundige begeleiding van bodemsanering). ARBO en VGM Sweco Nederland B.V. voldoet aan de specifieke veiligheidseisen die voor ARBO, veiligheid, gezondheid en milieu gelden. Risico’s worden op bedrijfs-, vakgebied- en projectniveau geïdentificeerd en geëvalueerd. Ook de effectiviteit van de genomen maatregelen wordt gemonitord.

Besluit Bodemkwaliteit (BBK) Het Besluit bodemkwaliteit (onderdeel KWALIBO) richt zich op kwaliteit én integriteit van de bodemintermediair. De kwaliteitseisen zijn vastgelegd in beoordelingsrichtlijnen, protocollen en andere documenten. Met een certificaat moeten bodemintermediairs (aannemers, inspectie-instellingen, milieukundige begeleiders e.d.) aantonen dat hun bedrijf aan de kwaliteitseisen voldoet. Het bevoegd gezag mag alleen gegevens accepteren van een erkende intermediair. Bovendien moeten de personen en instellingen die bepaalde cruciale functies in het bodembeheer vervullen (milieukundige begeleiding, monsterneming bij partijkeuringen, veldwerk, certificatie en inspectie), onafhankelijk zijn van hun opdrachtgever (eigenaar / initiatiefnemer). Functiescheiding en het (laten) uitvoeren van de aangewezen werkzaamheden door erkende bodemintermediairs gelden vanaf de datum dat erkenning verplicht is.

Sweco | Historisch vooronderzoek Projectnummer sweco.projectId Datum 14-03-2023

Versie

Document referentie \\sweco.se\nl\ams01\project\5310\51012779_tennet_drents_overijsselse_netversterking_veld_en_bodemonderzoeken\w300 project specifieke werkpakketten\milieubodem\ho\wijster\nl23-648800269-39969 rapport historisch vooronderzoek wijster versie 2.0 140323.docx

Kwaliteitskader veldwerk Volgens het Besluit bodemkwaliteit dient onderzoek uitgevoerd te worden volgens door de SIKB vastgestelde beoordelingsrichtlijnen. In de rapportage wordt vermeld welke werkzaamheden zijn uitgevoerd onder de beoordelingsrichtlijnen en onderliggende protocollen: • (water)bodem- of asbestonderzoek onder beoordelingsrichtlijn ‘BRL SIKB 2000 Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’ versie 5 of 6.0, en de bijbehorende protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. • partijkeuringen onder beoordelingsrichtlijn ‘BRL SIKB 1000 monsterneming voor partijkeuringen’, versie 8.2 of 9.0 en de bijbehorende protocollen 1001, 1002, 1003 en 1004. • mechanische boringen worden uitgevoerd onder beoordelingsrichtlijn ‘BRL SIKB 2100 Mechanisch boren’, versie 3.3 of 4.0 en het bijbehorende protocol 2101. • milieukundige begeleiding onder beoordelingsrichtlijn ‘BRL SIKB 6000 Milieukundige begeleiding van (water) bodemsaneringen, ingrepen in de waterbodem en nazorg’, versie 4.2 of 5.0 en de bijhorende protocollen 6001, 6002 en 6003. De in werking zijnde versies van de beoordelingsrichtlijnen en de daaronder vallende protocollen worden gehanteerd door de uitvoerende partij. Het certificaatnummer van de uitvoerende partij wordt opgenomen in de rapportage. Het moment van certificaatvernieuwing is te controleren op www.bodemplus.nl.

Tevens wordt in de rapportage opgenomen op welke punten eventueel is afgeweken van de protocollen en wat de mogelijke consequenties zijn van de afwijkingen. Sweco Nederland B.V. voert werkzaamheden uit waarvoor zij is gecertificeerd (BRL SIKB 2000, protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018), dan wel worden de werkzaamheden binnen de van toepassing zijnde beoordelingsrichtlijnen en bijbehorende protocollen uitbesteed aan partijen welke hiervoor door het ministerie van I&W zijn erkend. Kwaliteitskader Laboratoriumonderzoek De laboratoria die Sweco inschakelt voor het uitvoeren van milieukundig laboratoriumonderzoek, voldoen aan de accreditatiecriteria van de Raad voor Accreditatie conform NEN-EN-ISO/IEC 17025. Onafhankelijkheid Sweco Nederland B.V. verklaart hierbij dat zij en haar onderaannemers geen belang hebben bij de uitkomsten van een partijkeuring, bodem-, asbest- en/of waterbodemonderzoek. Het onderzoek wordt derhalve volgens de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit onafhankelijk uitgevoerd. Klachtenafhandeling Wanneer er een meningsverschil ontstaat over de uitvoering van de werkzaamheden binnen bovengenoemd kwaliteitskader, is het mogelijk een klacht in te dienen bij Sweco. In nadere afstemming wordt dan getracht een oplossing te bieden. Indien dit geen uitkomst biedt is het mogelijk zich in tweede instantie te wenden tot de betreffende certificatie-instelling.

Sweco | Historisch vooronderzoek Projectnummer sweco.projectId Datum 14-03-2023

Versie

Document referentie \\sweco.se\nl\ams01\project\5310\51012779_tennet_drents_overijsselse_netversterking_veld_en_bodemonderzoeken\w300 project specifieke werkpakketten\milieubodem\ho\wijster\nl23-648800269-39969 rapport historisch vooronderzoek wijster versie 2.0 140323.docx

Bijlage 2

Archeologisch onderzoek

BG Noord, deelplan omgeving hoogspanningsstation Wijster ontwerp

NL.IMRO.0118.2023BP9006017-VG01 63

Drents Overijsselse Netversterking

Documenttitel

Projectnummer TenneT Documentnummer TenneT Projectnummer Sweco Documentnummer Sweco

Revisie

Documentstatus

Archeologisch vooronderzoek Veld- en bodemonderzoek DON Stations Wijster

003.052.20 1097073 51012779 NL23-648800269-40950 Auteur Naam

Datum document

1.0

Definitief

Mette Adegeest

18-Jan-23

2.0

Definitief

Mette Adegeest

10-Mar-23

Leeg

Leeg

Leeg

Leeg

Archeologisch vooronderzoek Veld- en bodemonderzoeken DON Stations

Revisielijst Versie

Datum

Beschrijving van de wijziging

1.0

20-12-2022

Eerste conceptnotitie

2.0

10-03-2023

Aanpassingen na RFA

Herzien

Vrijgegeven door

Onderwerp Projectnummer Sweco

Archeologisch vooronderzoek 51012779

Auteur Paraaf

Mette Adegeest, adviseur archeologie,

Projectnummer TenneT Documentnummer Sweco

003.052.20 NL23-648800269-40950

Gecontroleerd door

Jeroen van Rooij, teamleider Heritage Consultancy en adviseur archeologie

Documentnummer TenneT Revisie Datum E-mail

1116426 2.0 10-03-2023 Mette.Adegeest@sweco.nl

Paraaf

Vrijgegeven door

Jeroen van Rooij, teamleider Heritage Consultancy en adviseur archeologie

Paraaf

2/16

Inhoudsopgave 1

Inleiding ......................................................................................................................... 4 1.1 Inleiding algemeen .............................................................................................. 4 1.2 Aanleiding archeologische notitie........................................................................ 5

2

Verzamelde gegevens ................................................................................................... 8 2.1 Bevoegd gezag en beleid .................................................................................... 8 2.1.1 Gemeente Midden-Drenthe ................................................................... 8 2.1.2 Gemeente Hoogeveen ........................................................................... 9 2.2 Bekende archeologische waarden binnen het onderzoeksgebied ................... 10 2.2.1 Archeologische Monumentenkaart (AMK) ........................................... 10 2.2.2 Vondstmeldingen ................................................................................. 10 2.2.3 Uitgevoerd archeologisch onderzoek .................................................. 11 2.3 Aardwetenschappelijke gegevens..................................................................... 13 2.3.1 Bodem .................................................................................................. 13 2.3.2 Geomorfologie ..................................................................................... 13 2.3.3 Geologie............................................................................................... 13

3

Voorlopige archeologische verwachting ...................................................................... 14

4

Conclusie en advies .................................................................................................... 15

Sweco | Archeologisch vooronderzoek Projectnummer 51012779 Datum

Versie 10-03-2023

Document referentie p:\5310\51012779_tennet_drents_overijsselse_netversterking_veld-_en_bodemonderzoeken\w300 project specifieke werkpakketten\archeologie\wijster\nl23-648800269-40950 archeologisch vooronderzoek wijster 220-110-20kv versie 2.0 100323.docx

3/16

1

Inleiding

1.1

Inleiding algemeen

TenneT versterkt in heel Nederland het elektriciteitsnetwerk. Dit is nodig omdat het elektriciteitsgebruik in ons land stijgt en omdat we steeds meer duurzame energie opwekken. Steeds meer mensen hebben een elektrische auto, gaan elektrisch koken of verwarmen hun huis elektrisch. Daarnaast stijgt het aanbod van energie uit duurzame bronnen zoals windmolens en zonneparken. Onder de naam ‘Drents Overijsselse Netversterking’ (DON) versterkt TenneT, samen met de regionale netbeheerders Enexis Netbeheer en Rendo, het elektriciteitsnetwerk in Zuidwest-Drenthe en Noordwest-Overijssel. Om het elektriciteitsnetwerk hier te versterken, vinden tussen 2023 en 2028 onderstaande werkzaamheden plaats (exacte planningen nog niet bekend): • Aanleg van vijf nieuwe ondergrondse hoogspanningsverbindingen. o Zwolle Hessenweg-Harculo (circa 8 km kabel) o Meppel en Zwolle Hessenweg (circa 29 km kabel) o Wijster en Hoogeveen-Riegmeer (circa 16 km kabel) o Riegmeer naar de lijn Hoogeveen (circa 4.9 km kabel) o Dedemsvaart naar combilijn Zwolle – Meeden (circa 2 km kabel) • Nieuwbouw van vier hoog- en middenspanningsstations inclusief inlussingen (Zwolle 110 kV, Wijster, Meppel, Hoogeveen). • Uitbreiden van twee hoogspanningssstations inclusief inlussingen (Zwolle 220 kV, Zwolle 380 kV).

• Verzwaring van bestaande hoogspanningsverbinding (Meppel - Steenwijk) • Amoveren van overbodig geworden hoogspanningsmasten en verbindingen (Harculo, Dedemsvaart). De nieuwe hoog- en middenspanningsstations die TenneT, Enexis Netbeheer en Rendo gaan bouwen, worden met ondergrondse hoogspanningskabels of bovengrondse hoogspanningsverbindingen verbonden met het bestaande elektriciteitsnetwerk van TenneT. Dit gebeurt met nieuwe of bestaande ondergrondse kabels en bovengrondse verbindingen. Zo worden de nieuwe stations onderdeel van het elektriciteitsnetwerk en zorgen zowel de nieuwe kabels als de nieuwe stations voor versterking van het elektriciteitsnetwerk.

Sweco | Archeologisch vooronderzoek

4/16

Projectnummer 51012779 Datum

Versie 10-03-2023

Document referentie p:\5310\51012779_tennet_drents_overijsselse_netversterking_veld-_en_bodemonderzoeken\w300 project specifieke werkpakketten\archeologie\wijster\nl23-648800269-40950 archeologisch vooronderzoek wijster 220-110-20kv versie 2.0 100323.docx

Afbeelding 1 Scope project DON

1.2

Aanleiding archeologische notitie

Onderhavige notitie betreft een onderzoeksgebied gelegen aan weerszijden van de Weegbrugweg in het buitengebied van Wijster, dicht langs de spoorlijn Meppel – Groningen (zie afbeelding 2). Binnen het onderzoeksgebied zal een nieuw 220/110/20 kV hoog- en middenspanningsstation worden gerealiseerd. Dit station wordt ingelust naar een bestaande hoogspanningsverbinding die langs de stationslocatie loopt (groene lijn noord-zuid in afbeelding 3) en wordt aan twee zijden middels een ondergrondse kabelinlussing verbonden met bestaande 110kV-verbindingen. De westelijke kabelinlussing zal middels een gestuurde boring worden aangelegd, de zuidoostelijke kabelinlussing zal in gestuurde boring oner het spoor door gaan en verder middels een open ontgraving worden aangelegd. Het onderzoeksgebied ligt binnen de gemeente Midden-Drenthe, met uitzondering van de westelijke rand, wat in de gemeente Hoogeveen gelegen is. Het ontwerp voor het station en de inlussingen is nog niet exact vastgesteld. In onderhavige notitie is uitgegaan van het onderzoeksgebied zoals aangegeven door de opdrachtgever (zie afbeelding 2) en het voorlopige vlekkenplan (zie afbeelding 3), wat echter in de loop van het onderzoeks- en ontwerptraject nog kan worden gewijzigd. Het onderzoeksgebied heeft een oppervlakte van ca. 64 ha; het plangebied, uitgaande van het voorlopige vlekkenplan, heeft een oppervlakte van ca. 10 ha.

Waar en in welke vorm binnen dit gebied precies werkzaamheden plaats zullen vinden, is nog niet bekend. Voor onderhavige notitie wordt daarom uitgegaan van mogelijke verstoringen in het gehele onderzoeksgebied. Qua verstoringsdiepte wordt uitgegaan van een graafdiepte van 1,8 m -mv voor de hoogspanningskabels. De ontgravingsdiepte voor het plaatsen van diverse andere componenten en fundaties is nog niet exact Sweco | Archeologisch vooronderzoek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14266358/1