CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

memo college inzake concept transitievisie warmte HK

Beeldvormende vergadering 1 april 2021, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: memo college inzake concept transitievisie warmte HK17.523 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

-

-

40

Duurzame gassen: groen gas en waterstof zijn een waardevolle optie voor groene warmte in Hollands Kroon. De potentie voor groengas in Hollands Kroon is groot. De gemeente Hollands Kroon ziet daarom de inzet van duurzame gassen als een belangrijke route richting groene warmte, en wil deze opties niet op voorhand uitsluiten, ook als beschikbaarheid na 2030 onzeker is.

Nieuwere woningen: voor woningen met een redelijk tot goede isolatie (woningen na 1992) is de hybride warmtepomp vaak rendabel en een goede manier om het gasverbruik sterk te verminderen

6 Berenschot, 2020. Kansen voor restwarmte uit datacenters in de energietransitie in Hollands Kroon. 7 Greenvis, 2020. GV19124-ONHN-R2.0-Bevindingen Middenmeer.

Algemene kenmerken van woningen Het bouwjaar van een woning zegt veel over de isolatiegraad van de woning. Dat komt doordat de eisen voor isolatie om de zoveel jaar zijn aangescherpt. Hierdoor kunnen met enige zekerheid uitspraken worden gedaan over de huidige isolatiegraad en mogelijkheden tot isolatie. Bouwjaar >1992: geschikt voor hybride of volledig elektrische warmtepomp; Bouwjaar 1983-1991: de woning is vaak al matig geïsoleerd, zo is in veel gevallen al wel spouwmuurisolatie toegepast, al is de kwaliteit van deze isolatie nog niet zo goed. Kijk dus goed welke maatregelen genomen kunnen worden. Na isolatie is de woning geschikt voor een hybride warmtepomp of warmtenet op middelhoge temperatuur. Bouwjaar >1965-1982: isolatie is redelijk makkelijk aan te brengen, omdat in de oorspronkelijke woning weinig isolatie is toegepast. Na isolatie is de woning geschikt voor hybride of warmtenet op middelhoge temperatuur. Bouwjaar <1965 verwarmen op lage temperatuur niet realistisch. Dus hoge temperatuur warmtenet of duurzaam gas is voor de hand liggend.

‘’De overschakeling is goed voor milieu en energieverbruik/besparing. Ik zet alleen vraagtekens bij de haalbaarheid en invulbaarheid omdat veel technische mogelijkheden nog in de kinderschoenen staan. Als er goede pakketten komen voor particuliere huizeneigenaren sluit ik mij daar graag bij aan’’ [reactie van inwoner]

Transitievisie Warmte

Aanknopingspunten voor de route naar een aardgasvrij Hollands Kroon Om de route naar een aardgasvrij Hollands Kroon te bepalen zijn een aantal aanknopingspunten gedefinieerd. Dit zijn aanknopingspunten die een aanleiding vormen om flink in te zetten op isolatie of om op termijn over te stappen op groene warmte. Per buurt is gekeken welke aanknopingspunten van toepassing zijn. Op basis daarvan is elke buurt ingedeeld in een zogenaamd buurttype. Daarnaast zijn de hier genoemde aanknopingspunten gebruikt om per buurttype vast te stellen in welke periode een buurt van het aardgas zou kunnen afstappen. De zogenaamde buurtvolgorde.

Type aanknopingspunt Aanknopingspunt Zekerheid over de eindoplossing.

-

Woningen lijken op elkaar

-

Woningen lijken op elkaar, zodat het goed mogelijk is om ze in één stroom aan te pakken en daarmee kosten te besparen. Bijvoorbeeld door middel van collectieve inkoopacties.

De verduurzaming is betaalbaar

-

CO2 besparing is betaalbaar doordat de woning relatief makkelijk kan worden geïsoleerd. Dit geldt in het bijzonder voor woningen die zijn gebouwd in de jaren 1965-1982, omdat tijdens de bouw weinig isolatiemaatregelen zijn toegepast en isolatiemaatregelen, zoals spouwmuurisolatie of HR++ glas, redelijk makkelijk zijn te treffen. Het gasverbruik ligt hoog, waardoor een investering in isolatie zich sneller terugverdient. Een hybride warmtepomp verdient zich waarschijnlijk redelijk snel terug bij woningen na 1992 en oudere woningen die al goed zijn geïsoleerd.

Wat zijn de maatschappelijke kosten? De maatschappelijke kosten zijn een optelsom van alle kosten die door betrokken partijen genomen moeten worden om een energieconcept te kunnen toepassen. Denk hierbij aan de bewoner of woningbouwcorporatie, maar ook aan de netbeheerder, gemeente of warmteleverancier. Voor een warmtepomp omvatten de maatschappelijke kosten bijvoorbeeld de isolatiekosten, de kosten voor een nieuwe warmtepomp, maar ook de kosten voor het verzwaren van het elektriciteitsnet.

Er zijn kansrijke warmtebronnen in de buurt beschikbaar. Voor buurten met veel woningen na 1992 is een (hybride) warmtepomp kansrijk. Voor buurten met meer dan 50% woningen van voor 1945 is vergaand isoleren moeilijk en ligt de inzet van duurzaam gas voor de hand. De maatschappelijke kosten voor een warmteconcept zijn in een buurt veel lager dan alternatieven warmteconcepten.

Aanleiding om te versnellen of nog even te wachten

-

-

In sommige buurten moeten (grote) delen van het aardgasnetwerk worden vervangen op het moment dat het riool wordt aangepakt. De gecombineerde vervanging van het riool en aardgasnetwerk geeft dan een reden om te kijken of het mogelijk is versneld van het aardgas af te gaan. Bijvoorbeeld op plekken waar een warmtenet mogelijk kansrijk is. Buurten met veel corporatiewoningen zijn afhankelijk van de plannen van de corporaties. De planning voor vervanging van de CV ketels is in die gevallen leidend voor het natuurlijke moment om de overstap naar groene warmte te maken.

41

4. De route naar aardgasvrij

4.3 Buurttypering op basis van de aanknopingspunten Als we met deze bril kijken naar de buurten in Hollands Kroon, dan kan onderscheid worden gemaakt tussen vijf buurtcategorieën: 1.

Technisch-makkelijk-van-het-aardgas-buurt: buurten met goed-geïsoleerde woningen, veelal van na 1992, waardoor het nu al relatief eenvoudig is om over te stappen op een alternatieve warmtevoorziening op basis van hybride of all-electric warmtepompen. Voor deze woningen moet nog wel goed worden gekeken of het ook betaalbaar is om over te stappen op een (hybride) warmtepomp;

2.

Snelle CO2-bespaarders: buurten met veel woningen uit de jaren ‘60-’82, waar de gasvraag relatief hoog ligt en waar met isolatie relatief veel bespaard kan worden. Het isoleren van deze woningen, mogelijk met collectieve isolatie-acties, is een goede voorbereiding op de overstap naar een ander energiesysteem, zoals een (hybride) warmtepomp;

3.

Verkenningsbuurten: buurten waar een warmtenet op korte termijn nog niet kosteneffectief is, maar waar op langere termijn wel kansen liggen voor een warmtenet, omdat bijvoorbeeld een potentiële bron in de buurt ligt. Gebouweigenaren kunnen zich het beste concentreren op isoleren, en niet investeren in techniek. zoals warmtepompen; Een vervolgonderzoek is noodzakelijk om vast

42

te stellen of een warmtenet op termijn financieel aantrekkelijker is dan individuele opties. De kans daarop is overigens klein, vanwege de beperkte capaciteit van de warmtebronnen. Sommige van deze buurten zijn ook aangeduid als Snelle CO2bespaarders. Binnen Hollands Kroon worden de mogelijkheden op sommige plekken al onderzocht, zoals op bedrijventerrein Winkelerzand. Op andere plekken, zoals in Anna Paulowna, zal de gemeente Hollands Kroon hier in samenspraak met de lokale woningbouwcorporatie toe overgaan indien hier voldoende animo voor is. 4.

Uitdagingsbuurten: buurten waar meer dan de helft van de woningen is gebouwd voor 1945. Voor deze woningen is verregaande isolatie vaak kostbaar en moeilijk om te realiseren. Verduurzaming is in deze buurten daarom een uitdaging. Daarnaast zijn deze woningen vaak gelegen in het buitengebied of kleine kernen. Een warmtenet is daarom ook geen optie. De oudere woning kan waar mogelijk worden geïsoleerd, maar er zal niet worden ingezet op dure technische oplossingen. De inzet van duurzame gassen, zoals groen gas, biedt mogelijk uitkomst om deze woningen te verduurzamen. Niet alle woningen in uitdagingsbuurten zijn echter zo oud. Bewoners met nieuwere woningen kunnen aan de slag met isolatie en hele nieuwe woningen zouden in de komende jaren een overstap naar een (hybride) warmtepomp kunnen overwegen.

5.

Mixbuurten: mixbuurten zijn buurten met veel verschillende typen woningen. Sommige zijn al goed geïsoleerd, maar andere nog niet. Voor deze buurten is geen eenduidige route richting groene warmte. Uiteraard is het ook in deze buurten een goed idee om te starten met isoleren en het plaatsen van zonnepanelen.

Verkenningsbuurten Voor de verkenningsbuurten zouden de volgende warmtebronnen eventueel kunnen worden gebruikt Warmte uit oppervlaktewater voor de gebouwen in het oosten van Anna Paulowna Warmte van de kaasfabriek op het bedrijventerrein Winkelerzand Warmte uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie in het zuiden van Den Oever Warmte uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie in het zuiden van Wieringerwerf

We moeten alle woningen in Nederland goed isoleren!’’ [reactie van inwoner]

Transitievisie Warmte

Afbeelding 4.1 Overzichtskaart buurttypering

43

4. De route naar aardgasvrij

44

Buurten Anna Paulowna, Breezand

Buurten Hippolytushoef, Den Oever

Buurten Wieringerwerf, Middenmeer

Buurten Winkel, Lutjewinkel

Afbeelding 4.2 Detailkaarten van woonkernen buurtcategorie

Transitievisie Warmte

4.4 Buurtvolgorde aardgasvrij

Buurttype

Voorbeeldbuurt

Technisch makkelijk van het gasbuurt

De Zuid/oost kant van Wieringerwerf In dit deel van Wieringerwerf is ruim 82% van de woningen na 1992 gebouwd. Een hybride warmtepomp is voor veel woningen daarom een kansrijke oplossing. Met een hybride warmtepomp is de woning nog niet aardgasvrij, maar kan wel 50% tot 70% aardgas worden bespaard. De elektriciteitsrekening stijgt hierdoor wel, maar uw totale energierekening daalt wel. Om die reden wordt deze buurt gezien als ‘’technisch makkelijk van het aardgasbuurt.’’

Snelle CO2-bespaarders

De Bloemenbuurt in Winkel In de Bloemenbuurt is 80% van de woningen gebouwd in de periode 1965-1982. Daarnaast ligt het gasverbruik relatief hoog en is een relatief groot deel van de woningen in bezit van woningbouwcorporaties. Bovendien geldt voor dit type woningen dat er waarschijnlijk veel isolatiemaatregels eenvoudig kunnen worden genomen. Door collectieve inkoopacties en/of samenwerking met de woningbouwcorporatie kunnen de kosten voor isolatie mogelijk ook worden verlaagd. Naar verwachting kan daarom relatief eenvoudig en veel CO2 worden bespaard. Daarom wordt deze buurt gezien als ‘’snelle CO2-bespaarder’’

Verkenningsbuurt

Het zuid-westen van Den Oever In het zuiden van Den Oever ligt de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Het gezuiverde water zou als warmtebron kunnen dienen voor een klein warmtenet, waarmee woningen en bedrijven in het zuid-westen van Den Oever van warmte zouden kunnen worden voorzien. Om die reden is deze buurt een ‘’verkenningsbuurt’’.

Uitdagingsbuurt

Nieuwesluis In Nieuwesluis is 79% van de woningen voor 1945 gebouwd. Naar verwachtingen is het lastig om deze woningen heel grondig te isoleren. Om die reden is dit een ‘’uitdagingsbuurt’’. Op termijn zouden deze woningen in aanmerking kunnen komen voor een duurzaam gas, zoals groengas.

Mixbuurt

De westkant van Hippolytushoef Dit gedeelte van Hippolytushoef bestaat uit een grote verscheidenheid aan woningtype. Er zijn woningen uit vrijwel elke bouwperiode. Er is daarom niet 1 duidelijke strategie voor deze buurt. Daarnaast is er ook geen kansrijke warmtebron in de buurt. Om die reden is dit een ‘’mixbuurt’’. De toekomstige warmtevoorziening zal verschillen per woning.

Op basis van de buurttypen is een eerste inschatting gemaakt van de volgorde waarop elk buurttype aardgasvrij zou kunnen zijn. De buurtvolgorde is zeer indicatief. Er kunnen diverse redenen zijn om op een ander moment met een buurt te beginnen. Bijvoorbeeld als het riool en aardgasnet aan vervanging toe zijn. Op hoofdlijnen is de buurtvolgorde als volgt bepaald: Huizen in ‘technisch-makkelijk-vanhet-aardgas-buurten’ zijn voldoende geïsoleerd voor verwarming met een warmtepomp. Rekening houdend met de afschrijvingstermijn van een cv-ketel (zo’n vijftien jaar) is aardgasvrij voor 2040 reëel; Huizen in uitdagingsbuurten zijn over het algemeen technisch lastig te isoleren tot een voor een warmtepomp vereist niveau. Een kansrijk alternatief voor oudere woningen is groengas. Echter is de beschikbaarheid en betaalbaarheid van groengas nu nog onzeker. Daarom gaan we er nu van uit dat deze woningen pas uiterlijk in 2050 van het aardgas af gaan. Als er in de komende jaren veel groengas beschikbaar komt en dit groengas betaalbaar is kan de overstap naar groengas al eerder worden gemaakt. Bij woningen in buurten met ‘snelle CO2-bespaarders’ wordt vanwege de potenties eerst ingezet op het zo ver mogelijk reduceren van het energiegebruik doormiddel van isolatie. Aansluiten op groen gas/aardgasvrij volgt dan tussen 2040 en 2050;

-

-

In mixbuurten is de diversiteit aan woningen groot en is daarom nog niet helder wat de beste verwarmingsoplossing wordt. Om die reden gaan we er voorlopig van uit dat deze buurten pas tussen 2040 en 2050 van het aardgas af gaan; Verkenningsbuurten zouden tussen 20302040 van het aardgas af kunnen als blijkt dat een warmtenet op termijn betaalbaar, financierbaar en kostenneutraal is. Als blijkt dat dit niet het geval is gaan we er vanuit dat de woningen pas tussen 2040-2050 van het aardgas af gaan.

Tabel 4.1 Voorbeelden van buurttypen

45

4. De route naar aardgasvrij

Maatwerk in verduurzaming Samenvattend gaan wij uit van de volgende aanpak voor de verduurzaming van Hollands Kroon: 1. Voor de allernieuwste, goed geïsoleerde woningen adviseren we om te kijken of een warmtepomp (dus van het aardgas af) mogelijk is; 2. Bij alle andere woningen adviseren we maatregelen te nemen waar je geen spijt van krijgt, zoals isoleren en zonnepanelen plaatsen; 3. Is een redelijk isolatieniveau bereikt dan is een hybride warmtepomp te overwegen: de bewoner houdt dan nog wel de aardgasaansluiting maar gaat veel minder CO2 uitstoten en begint direct met besparen. 4. Voor oudere woningen (voor 1950) is het onwaarschijnlijk dat deze op voldoende isolatieniveau komen voor een warmtepomp. Houd voorlopig aardgas aan en wacht af welke technieken er (na 2030) beschikbaar komen.

Afbeelding 4.3 Overzichtskaart met buurtvolgorde volledig aardgasvrij

46

Transitievisie Warmte

Buurten Anna Paulowna, Breezand

Buurten Hippolytushoef, Den Oever

Buurten Wieringerwerf, Middenmeer

Buurten Winkel, Lutjewinkel

Prioritering buurten aardgasvrij voor 2040 voor 2045 voor 2050

Afbeelding 4.4 Detailkaarten kernen buurtvolgorde aardgasvrij

47

48

Transitievisie Warmte

Pieter-Jan Duineveld over het verduurzamen van zijn woning(en) Pieter-Jan Duineveld is werktuigbouwkundig ingenieur en al sinds 1988 bezig met het verduurzamen van woningen. De huizen waarin hij heeft gewoond, heeft hij altijd energieneutraal gemaakt. Dit lukte zelfs bij zijn vorige woning, een pand uit 1906. Hij bracht isolatie aan, plaatste een houtkachel en wekte stroom op met zonnepanelen die waren gekoppeld aan een warmtepomp. Deze woning (en zijn huidige woning) zijn te bezichtigen tijdens de Duurzame Huizen Route. Hiermee wil Pieter-Jan anderen inspireren en aanmoedigen om zelf ook deze stap te maken. Hij vertelt: “Er zijn maar liefst 2.000 mensen in mijn woning geweest om te kijken en iedereen is welkom. Je moet mensen laten zien hoe belangrijk het is. Pas dan gaan ze zelf aan de slag’’.

“Het moment om te investeren in verduurzamen is nu!” adviseert Pieter Jan. “Veel mensen wachten op nieuwe technieken en opschaling, in de verwachting dat kosten dalen. Maar juist nu zijn er gunstige subsidies die het aantrekkelijk maken om te investeren. Daarnaast is het zo dat het geld dat je investeert in je woning zich snel terugverdient op de energierekening of zorgt voor een waardevermeerdering bij de verkoop van je woning’‘. “Ook de gemeente kan hierin een bijdrage leveren”, stelt hij. “Er is behoefte aan budgetten om de verduurzaming van woningen te financieren. Een woningeigenaar betaalt hier nog steeds 2% rente over, terwijl de gemeente het voor 0,5% rente kan financieren. Daarnaast moet de overheid en politici zelf het goede voorbeeld geven”.

“De eerste stappen naar het verduurzamen van je huis zijn simpele dingen”, zegt Pieter-Jan. “Voorkom tocht en warmteverlies door kieren te dichten in je woning. Ik ga ook niet met mijn jas open op de Noordpool staan, ik doe mijn rits dicht. Zorg dat er geen warme lucht kan ontsnappen. De volgende stap is goede ventilatie. Dit samen kan al zorgen voor een flinke energiebesparing.

‘’Later dit jaar wil ik één dag minder werken om mensen vrijwillig te adviseren en te overtuigen van de noodzaak tot verduurzaming’’.

49

50

Transitievisie Warmte

5. De uitvoering De gemeente heeft van het Rijk de opdracht gekregen om ervoor te zorgen dat uiterlijk in 2050 de 21.000 woningen en zo’n 3.000 andere gebouwen in Hollands Kroon klimaatneutraal worden verwarmd. Dus niet meer met aardgas, maar met een groene bron. Bovendien moet de gemeente een bijdrage leveren aan de landelijke doelstelling dat de uitstoot van CO2 in 2030 is gehalveerd ten opzichte van 1990. Overheden hebben (nog) geen wetten of regels om gebouweigenaren te verplichten om hun huis te isoleren of over te stappen op groene warmte. Vooralsnog maken de eigenaren deze stap vrijwillig. En dat is nogal wat, want een woning of gebouw verduurzamen kost vaak duizenden euro’s. Al staat daar tegenover dat die investeringen zich vaak binnen een paar jaar terugverdienen. En ze leveren veel op, zoals een lagere energierekening, meer wooncomfort en een aantrekkelijke woning die meer waard wordt. De gemeente zorgt voor de randvoorwaarden, zoals kaders, beleid en uitvoering zodat bewoner en eigenaren hun woningen en panden in 2050 duurzaam verwarmen. Onder andere door goede informatie beschikbaar te stellen over de energievoorziening van de toekomst, geschikte technieken en de beschikbare subsidies en duurzaamheidsleningen. Daarnaast brengt de gemeente partijen bij elkaar.

5.1 Huis-voor-huis aanpak

5.2 Participatie

5.3 Rolverdeling

Bij de landelijke start van de overschakeling naar aardgasvrij werd ervan uitgegaan dat wijken stuk voor stuk aardgasvrij zouden worden gemaakt. Dat beeld is achterhaald, met name vanwege ervaringen in niet-stedelijke gemeenten zoals Hollands Kroon. Daar zijn grootschalige collectieve oplossingen in het algemeen niet mogelijk, maar is de uitvoering afhankelijk van de bereidheid van eigenaren om hun pand aan te pakken. Waarbij 2050 uiteraard een harde deadline is, om de doelstelling van klimaatneutrale gebouwde omgeving te halen.

Juist vanwege de belangrijke rol van gebouweigenaren en bewoners bij het komen van plan naar resultaat, hebben we bij het opstellen van deze visie samengewerkt met een groot aantal betrokkenen. Vanwege COVID-19 heeft het gehele participatietraject digitaal plaatsgevonden.

Bewoners hebben in de uitgevoerde enquête en tijdens bewonersavonden aangegeven wat ze een belangrijke rol van de gemeente vinden (zie afbeelding 5.1): Heeft oog voor eenvoudige middelen om bewoners op weg te helpen (zoals een energiescan-app); Zorgt via kenniscentrum het energieloket (uitgevoerd door Duurzaam Bouwloket) voor een goede informatievoorziening, zowel technisch als financieel; Legt bij financiële rekenvoorbeelden een link naar te behalen winst over de hele levensduur van investeringen; Zoekt naar mogelijkheden voor energiecoaches; Richt zich (ook) op jongeren: de woonconsumenten van de toekomst; Heeft oog voor eenvoudige middelen om bewoners op weg te helpen (zoals een energiescan-app); Organiseert campagnes om bewoners te prikkelen te verduurzamen; Ondersteunt bewoners die dat willen door te helpen om een energiecollectief op te richten; Verkent mogelijkheden voor aantrekkelijke aanbiedingen (bijvoorbeeld door collectieve inkoop); Benut mogelijkheden om krachten te bundelen. Bijvoorbeeld in contact met makelaars, hypotheekverstrekkers, installateurs, bouwmarkten;

Minister Ollongren heeft dit veranderde beleid beschreven in een kamerbrief (Kabinetsbeleid Klimaatakkoord - 28 september 2020. Op basis van dit veranderde beleid kiezen wij voor een ‘huis voor huis’ aanpak en niet voor ‘wijk voor wijk’. Bij het ondersteunen van die aanpak gaan we onze acties concentreren op een aantal buurten waar we grote potenties zien. Belangrijke factoren zijn daarbij actieve bewoners, een groot aantal woningen waar snelle CO2-winst kan worden gehaald en woningen die relatief makkelijk aardgasvrij kunnen worden gemaakt (gebouwd na 1992). Daarmee beogen we dat eigenaren snel aan de slag gaan, en dat de ervaringen anderen prikkelen om ook te gaan verduurzamen.

We hebben de participatie op verschillende manieren georganiseerd: Op de website duurzaam.hollandskroon. nl is alle informatie over duurzaamheid gebundeld, met onder andere een overzicht van vragen over de overschakeling naar groene warmte én antwoorden; Op denkmee.hollandskroon.nl was het mogelijk om digitaal mee te denken over groene warmte. Hier is tevens de enquête opgenomen over dit onderwerp; Het Duurzaam Bouwloket is het energieloket van de gemeente. Bewoners kunnen hier terecht met technische, financiële en praktische vragen over het verduurzamen van hun woning; Betrokkenen zijn tijdens het proces actief uitgenodigd via de communicatiekanalen van de gemeente Hollands Kroon: denk hierbij aan huis-aan-huis bladen, social media en de gemeentelijke website. In de bijlage is een uitgebreider overzicht van de participatiemomenten opgenomen.

51

5. De uitvoering

5.5 Sociale winst -

-

Blijvende aandacht: buurtgericht én gemeente breed inwoners/bedrijven blijven informeren en betrekken; Signaleert knelpunten en brengt die zo nodig verder bij betrokken partijen; En staat open voor andere ideeën.

5.4 Communicatie Hollands Kroon heeft een diverse opbouw. 22 kernen met ieder een eigen karakter. En binnen de grotere dorpen buurten met een

Afbeelding 5.1 Eigen inspanningen gemeente 52

eigen gezicht. Plus buurtschappen en geïsoleerd liggende woningen. Deze samenstelling vraagt om maatwerk bij de uitvoering van deze visie. Hiervoor doen wij graag een beroep op de deskundigen bij uitstek: de bewoners. Wij vragen ze om mee te denken over de juiste aanpak om bewoners te benaderen. Zowel in de algemene communicatie naar alle bewoners, als bij de uitwerking in deelgebieden, zoals kernen of buurten. Op die manier kunnen we optimaal gebruikmaken van bestaande netwerken, lokale kennis en media. Zoals verenigingsbladen, buurtapps en bijeenkomsten.

We beschikken over een groot aantal (communicatie)middelen. Om een brede doelgroep te bereiken (qua leeftijd, inkomen, type woning, mediavoorkeuren) zetten we een mix aan middelen in, zowel persoonlijk, als schriftelijk en digitaal. Zoals: Energiescans (o.a. vanuit beschikbare subsidieregelingen); Junior-experts (basisschoolleerlingen gaan spelenderwijs op zoek naar energiebesparing); Duurzaamheidswebsite duurzaam. hollandskroon.nl; Nieuwsbrieven, persberichten, pagina’s in huis-aan-huiskranten (of een eigen duurzaamheidskrant); Participatiesite denkmee.hollandskroon.nl; Persoonlijk contact, bijvoorbeeld met stands bij winkels, tijdens dorpsfeesten, etc. Een duidelijk aanspreekpunt voor vragen over technieken en financiering. Het Duurzaam Bouwloket fungeert voor de gemeente als energieloket; Hulp aan huis, bijvoorbeeld met energiecoaches (de manier van inzetten is in onderzoek). Onder andere voor praktische hulp, zoals doornemen van de energierekening, check op snelle energiewinst, etc.; Regelmatige aanwezigheid in de kernen en buurten, onder andere met de Hollands Kroon servicewagen; Delen van ervaringen, onder andere vanuit de Duurzame Openhuizenroute.

Overstappen op groene warmte is een grote operatie met mooie kansen om ook op sociaal terreinwinst te boeken. Zo heeft in veel dorpen ruim 10% van de inwoners een dubbele uitdaging: ze hebben een hoog gasverbruik én een laag inkomen. Daardoor zijn ze een groot deel van hun inkomen kwijt aan de energiekosten. Als ook deze mensen in staat zijn om hun woning duurzamer te maken, is dat van grote waarde. Daarnaast proberen we andere kansen te benutten, zoals het opleiden van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt tot energiecoach. Ook zijn er kansen om het verduurzamen van woningen te koppelen aan het verbeteren van de woonomgeving. Onder andere met het oog op klimaatadaptatie.

5.6 Financiering Een belangrijk onderwerp voor degenen die de enquête hebben ingevuld of aanwezig waren bij bewonersavonden is de betaalbaarheid van de overstap op groene warmte. Net als de gemeenteraad vinden ze dat die overstap woonlastenneutraal moet zijn. Met andere woorden: de investering in verduurzaming betaalt zich binnen een redelijke termijn terug door een lagere energierekening.

Subsidies Subsidies maken het voor woningeigenaren aantrekkelijker om hun woning te verduurzamen. En ook voor ander vastgoed, zoals

Transitievisie Warmte

maatschappelijk vastgoed, sportaccommodaties en bedrijven zijn er diverse regelingen. Het Duurzaam Bouwloket zet alle informatie voor bewoners op een rij. En voor andere typen gebouwen zijn er eveneens informatiebronnen, zoals de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl).

Duurzaamheidsleningen Zeker door de lage rentestand kan het aantrekkelijk zijn om de investering in duurzame maatregelen te financieren vanuit een verhoging van de hypotheek. Voor woningbezitters die niet extra kunnen lenen, bijvoorbeeld omdat ze geen vast inkomen hebben, zet het Nationaal Warmtefonds een Energiebespaarhypotheek op. Deze wordt betaald naar draagkracht en zijn er geen maandelijkse financieringslasten. Tevens blijft er aan het eind van de looptijd geen restschuld over.

5.7 Relatie met bestaand beleid De totstandkoming van de Transitievisie Warmte is geen losstaand beleidsdocument. Er is een sterke relatie met onder andere de Regionale Energie Strategieën, de invoering van de Omgevingswet, het gemeentelijk accommodatiebeleid en het beheer van de openbare ruimte.

Omgevingswet

Woonvisie Hollands Kroon

In de Omgevingswet worden alle wetten en regels die gelden voor de fysieke leefomgeving gebundeld in één wet. De uitvoering van de Transitievisie Warmte werkt door in verschillende omgevingswetinstrumenten. Bij het opstellen van de Transitievisie Warmte is met de beleidsambtenaren besproken hoe de doorwerking geregeld kan worden. In tabel 5.1 is dit toegelicht.

De woonvisie uit 2014 gaat uit van woningbouw met ontwerpprincipe ‘energieneutraal bouwen’. Dit zorgt voor een minimale CO2-afdruk en passen binnen de gemeente. Op deze wijze zet Hollands Kroon in op het voorkomen van verdere opwarming van de aarde.

Regionale Energie Strategie Noord-Holland Noord

In een RES maken regio’s afspraken over de opwek van duurzame energie. Onderdeel van de RES is de Regionale Structuur Warmte waarin afspraken worden gemaakt over de verdeling van regionale warmtebronnen die beschikbaar zijn. Bij het opstellen van de Transitievisie Warmte is met de RES-regio gekeken of er warmtebronnen worden gebruikt die mogelijk niet beschikbaar zijn. Dit bleek niet het geval te zijn.

‘’Goed idee, die transitie. Maar ik ben wel benieuwd hoe dit gaat en of dit voor mij als gebruiker veel meer per maand gaat kosten’’ [reactie van inwoner].

Integraal beheerplan openbare ruimte & gebouwen 2018-2021

In het beheerplan staat dat we energie zo duurzaam mogelijk inkopen. Het vergroenen van gas kan met bijvoorbeeld biogas, maar dit is beperkt te verkrijgen. Het vergroenen van gas met vergroeningscertificaten is mogelijk, maar kostbaar.

Afbeelding 5.2 Hollands Kroon servicewagen

Omgevingsvisie

In de omgevingsvisie uit 2014 wordt gesproken over een duurzame warmtevoorziening die voor iedereen betaalbaar en haalbaar is. In 2021 wordt deze geactualiseerd. De ambities uit de Transitievisie Warmte vormen hiervoor een bouwsteen.

Omgevingsprogramma

De Transitievisie Warmte wordt gedetailleerd uitgewerkt in kernuitvoeringsplannen. Dit kan worden geregeld in een omgevingsprogramma. Hier zijn vooralsnog nog geen concrete plannen voor binnen de gemeente.

Omgevingsplan

Er wordt binnenkort gestart met een pilot voor het opstellen van een omgevingsplan. De ambities uit de Transitievisie Warmte worden hierin vertaald naar regelgeving. Tabel 5.1 Doorwerking van de Transitievisie Warmte in de Omgevingswet

53

5. De uitvoering

5.8 Koppelkansen

5.9 Monitoring

Zowel gemeente als bewoners moeten zich realiseren wat de voordelen zijn van het combineren van maatregelen met andere opgaven. Zodra er wordt gestart met verduurzaming, kijken we vaak eerst naar het financiële plaatje. En dat terwijl er tegen beperkte kosten vaak veel extra resultaat geboekt kan worden. Belangrijk is dus om bij iedere ingreep breder te kijken naar andere opgaven en te kijken hoe deze meegenomen kunnen worden, zowel op gebouw niveau evenals de openbare ruimte. Enkele voorbeelden van mogelijke koppelkansen zijn: wanneer de straat open moet voor de aanleg van een warmtenet vindt tevens rioolonderhoud plaats en worden maatregelen genomen om de effecten van klimaatverandering te beperken. Zoals een betere opvang van regenwater en het verminderen van hittestress; bij de uitvoering van duurzaamheidsmaatregelen kijken naar een koppeling met de arbeidsmarkt, onderwijs, participatie en inburgering; bij de plaatsing van zonnepanelen op een dak wordt er tevens gekeken of het mogelijk is om een groen dak te realiseren, waarbij effectieve dakisolatie niet vergeten moet worden.

We zetten een systeem op om te volgen hoe de overstap naar groene warmte verloopt. Daarbij meten we indicatoren zoals het aantal woningen dat een beter energielabel heeft ‘verdiend’, de gekozen technieken en het aantal mensen dat we hebben bereikt met onze campagnes. Op basis van eerdere ervaringen gaan we ervan uit dat de eerste twee jaar vooral een periode van ‘zaaien’ zal zijn. Het vergt tijd om de juiste aanpak te ontwikkelen om woningeigenaren te bereiken en te motiveren. En vervolgens zijn de bewoners zelf een tijd bezig. Ze worden zich stap voor stap bewust van de noodzaak om hun huis aan te pakken, oriënteren zich op de mogelijkheden, vragen offertes aan, zoeken een goede financiering, en gaan mogelijk tot actie over. Vervolgens is de vraag wanneer de aannemer en/of installateur ruimte hebben om de werkzaamheden te starten. Al met al een proces dat van alle betrokkenen veel inspanningen vergt, maar dat zich niet direct vertaalt in grote aantallen verduurzaamde woningen. De verwachting is dat er een grote stimulerende werking vanuit gaat als woningen zijn geïsoleerd en positieve ervaringen worden gedeeld. Hoe snel het kan gaan, laat de snelle ontwikkeling van het aantal daken met zonnepanelen (inmiddels één miljoen) zien, of de opmars van de elektrische auto. Tot slot, de visie wordt iedere vijf jaar herzien.

54

Transitievisie Warmte

55

Bijlage I Participatiemomenten Belangrijkste betrokkenen Bij de opstelling van de transitievisie hebben veel betrokkenen een rol gespeeld: Gemeenteraad (onder andere tijdens beeldvormende vergaderingen); Buurgemeenten; Corporaties Beter Wonen, Woningstichting Anna Paulowna en Wooncompagnie; Netbeheerder Liander; Een meedenkgroep van bewoners. Zij zijn intensief betrokken en hebben tijdens het proces meegedacht, meegeschreven en/of getoetst; Ondernemers en de Ondernemersfederatie Hollands Kroon; Het Duurzaam Bouwloket, ons energieloket; Buurkracht. Daarnaast zijn er informatiebijeenkomsten met onder meer ondernemers, gemeentelijk medewerkers, bedrijven en de netbeheerder georganiseerd. Verder was het gedurende het gehele proces mogelijk om via het digitale participatieplatform denkmee.hollandskroon.nl input te leveren.

56

Bewonersavond I (23 november 2020) Op 23 november hebben we een eerste bewonersavond gehouden. Zo’n 50 bewoners namen deel. Het kernverhaal was dat het ernaar uitziet dat warmtenetten in Hollands Kroon financieel niet rendabel zijn, dat we dus aankoersen op kleinschalige maatregelen per woning of groepje woningen en dat de techniek zich snel ontwikkelt, waardoor er nog geen helderheid is over de energie van de toekomst. Met daarom het advies aan huiseigenaren om terughoudend te zijn bij het doen van grote investeringen in bijvoorbeeld een warmtepomp, maar wel maatregelen te nemen waar je geen spijt van krijgt, zoals bewust stoken, tochtstrippen aanbrengen, isoleren en het plaatsen van zonnepanelen.

Meedenkgroep (januari 2021) Een belangrijk resultaat van de eerste bewonersavond is dat zo’n 30 bewoners zich hebben gemeld om mee te denken over de inhoud van de visie en de uitvoering. Er zijn met alle bewoners gesprekken geweest in groepjes van maximaal negen bewoners. De meedenkgroep is zeer divers samengesteld in leeftijd (30 tot gepensioneerd), belangstelling (techniek, eigen informatie, proces, behoefte collectief op te richten).

De gesprekken leverden een reeks onderwerpen op die naar het oordeel van de bewoners een plek in de visie moesten krijgen. Denk aan: toegankelijkheid van onafhankelijke informatie, helderheid over kansrijke technieken, de mogelijkheden om te beginnen met verduurzamen, ruimte voor energiecoalities, de rolverdeling tussen bewoners en gemeente, de financiering van maatregelen (woonlastenneutraal verduurzamen) en het streven om tegelijk met het verduurzamen ook sociale doelen te bereiken (rekening houden met mensen met een krappe beurs en het inzetten van bewoners met een afstand tot de arbeidsmarkt als energiecoach).

Bewonersavond II (1 februari 2021) Tijdens de bewonersavond van 1 februari is besproken hoe de wensen en opmerkingen van de meedenkgroep in de transitievisie zijn verwerkt. Twee bewoners hebben hun initiatief gepresenteerd om een energiecoalitie op te richten. Dit heeft geleid tot meerdere aanmeldingen. Verder is de aanpak van de uitvoering aan de deelnemers voorgelegd: in eerste instantie ligt de nadruk op het isoleren van woningen. Waarbij steeds woningen uit gelijke jaargroepen worden aangepakt. Bijvoorbeeld woningen uit de jaren 60 en 70. Vanwege de toenmalige bouweisen, hebben die in het algemeen hetzelfde type isolatie.

Ondernemersavond (8 februari 2021) Tijdens de ondernemersavond van 8 februari is besproken hoe ondernemers hun bedrijfspanden van het aardgas af kunnen halen. Er zijn verschillende (on)mogelijkheden toegelicht en besproken wat dit voor ondernemers betekent. Twee gastsprekers hebben presentaties gegeven over mogelijkheden om collectief te verduurzamen en welke eerste stappen er gezet kunnen worden. Hoewel veel deelnemers al zijn gestart, blijft het lastig om ondernemers te enthousiasmeren. Dit terwijl er veel maatregelen zijn met een korte terugverdientijd en sommige maatregelen zelfs verplicht zijn. Tot slot is aangegeven dat het lastig blijft om ondernemers te bereiken. Een actieve en persoonlijke aanpak is hierin het meest succesvol.

Bewonersavond III (22 februari 2021) Op 22 februari zijn de oplossingsrichtingen gepresenteerd voor Hollands Kroon. Er zijn verschillende opties toegelicht en besproken is welke stappen er als eerst gezet kunnen worden. Daarnaast is de basis gelegd voor het vormen van groepen bewoners die per kern het verduurzamen op gang willen brengen. Dit in samenwerking met het gemeentelijke team Kernbeheer. Onder begeleiding van Birgit Oelker (Van plan naar uitvoering) hebben bewoners ideeën achtergelaten op een gemeentekaart. Er is vervolgens in verschillende deelsessies verder gepraat en de eerste vervolgafspraken zijn gemaakt.

Transitievisie Warmte

Bijeenkomsten maatschappelijk vastgoed (1 maart 2021) en sportaccommodaties (22 maart 2021) Tijdens bijeenkomsten met beheerders van maatschappelijk vastgoed (zoals dorpshuizen, theaters en ontmoetingsruimten) en sportaccommodaties is gesproken over de mogelijkheden voor energiebesparing. Er is zowel gekeken naar maatregelen die een snelle winst opleveren (klokthermostaat of bewegingssensors), evenals meer maatregelen die een grotere investering vragen (isoleren of zonne-energie). Er is grote belangstelling voor energiescans om een eerste inzicht te krijgen en een gericht uitvoeringsplan te kunnen maken. Er zijn afspraken gemaakt over vervolgstappen.

Bijeenkomsten met betrokken gemeentelijke teams Op verschillende momenten in het proces is overleg geweest met gemeentelijke teams die met de transitie te maken krijgen. Zoals: vastgoed, sociaal, kernbeheer, bedrijvigheid, vitaliteit, ruimtelijke ordening, Omgevingsvisie en Areaalbeheer.

57

Bijlage II Financiering Motie Nationaal Warmtefonds Uit kamerbrief over Nationaal Isolatieprogramma en Warmtefonds (1 maart 2021) Nationaal Warmtefonds 2020 gestart met brede doelgroep; verdere uitbouw 2021 Een belangrijk instrument dat dit kabinet in het leven heeft geroepen om woningeigenaren te ondersteunen bij het isoleren en verder verduurzamen van hun woning is het Nationaal Warmtefonds. Het fonds is in februari 2020 van start gegaan met financiering voor verduurzaming met lange looptijden, lage rentes en een zeer brede doelgroep van woningeigenaren en VvE’s. In mijn brief van 10 december 2020 heb ik beschreven hoe vaak woningeigenaren en VvE’s van het Warmtefonds gebruik maken, hoe de monitoring plaats zal vinden en welke private financiers aan het Warmtefonds deelnemen. Ik zet in deze brief graag voor u op een rij hoe woningeigenaren worden geholpen door het Nationaal Warmtefonds en welke nieuwe doelgroepen worden toegevoegd in 2021. Het Nationaal Warmtefonds helpt woningeigenaren verduurzamen De financiering van het Nationaal Warmtefonds kent lange looptijden en lage rentes. Dit zorgt voor lagere maandlasten, waardoor de mogelijkheid groter is dat deze worden terugverdiend uit lagere energielasten.

In combinatie met beschikbare subsidies, zoals de eerder in deze brief genoemde ISDE voor warmte-opties en isolatie en de gemeentelijke regelingen voor aardgasvrije wijken, ontstaat zo in steeds meer gevallen een interessante businesscase en wordt de energietransitie beter betaalbaar. Daarbij is het aan de woningeigenaar zelf om te bepalen hoe hij of zij de verduurzaming bekostigt. Meerjarig onderzoek laat zien dat de meeste woningeigenaren de verduurzaming van hun woning betalen met spaargeld. Dat is een prima optie voor wie voldoende spaargeld heeft. Daarnaast financieren steeds meer woningeigenaren verduurzamingsmaatregelen via een hypotheek17. Door rekening te houden met de kosten van verduurzaming bij het afsluiten van een hypotheek voor de aankoop van een woning of door het verhogen van een bestaande hypotheek. Voor ‘zittende’ woningeigenaren die willen verduurzamen voor relatief kleine bedragen en niet met spaargeld werken, is financiering van het Nationaal Warmtefonds een aantrekkelijke optie. Voor VvE’s is de financiering van het Nationaal Warmtefonds nog belangrijker, omdat zij in de markt doorgaans geen andere aantrekkelijke financieringsoptie hebben. Sparen en later verduurzamen kan natuurlijk, maar als de appartementseigenaren in een VvE eerst jarenlang moeten sparen voordat ze kunnen verduurzamen en energie besparen, levert dat een behoorlijke drempel op.

We zien dan ook dat VvE’s steeds vaker gebruik maken van het Nationaal Warmtefonds.

58

Motie Dik Faber-Van Eijs: verbreding doelgroep Nationaal Warmtefonds De motie Dik Faber- Van Eijs vraagt om het Nationaal Warmtefonds te verbreden tot alle woningeigenaren die niet in aanmerking komen voor financiering en benoemt daarbij specifiek: Mensen met een negatieve BKR-notering. Mensen in een schuldsaneringstraject. De motie vraagt voorts om de reikwijdte niet te beperken tot proeftuinen of door gemeenten voorgestelde collectieven. Op dit moment kunnen alle woningeigenaren die op basis van de reguliere leennormen in aanmerking komen voor financiering, een lening afsluiten bij het Nationaal Warmtefonds, ongeacht of sprake is van een collectieve aanpak. Dat is een brede openstelling, zoals in de motie is gevraagd. Het Warmtefonds gaat in de loop van 2021 ook senioren financieren die op grond van hun leeftijd bij een marktpartij geen financiering (meer) kunnen krijgen. Daarnaast zal in 2021 de Energiebespaarhypotheek het voor mensen zonder leenruimte (doordat zij hun maximale leenruimte al hebben gebruikt of door een BKR-registratie), mogelijk maken om verduurzamingsmaatregelen te financieren wanneer deze uitgevoerd worden in het kader van gemeentelijke wijkaanpakken.

Datzelfde geldt wanneer hun koopwoning onderdeel is van een aaneengesloten rij woningen of een appartementencomplex met veel corporatiewoningen, het zogeheten gespikkeld bezit, en de woningcorporatie de huurwoningen wil gaan verduurzamen. Vormgeving Energiebespaarhypotheek Voordat ik inga op de in de motie genoemde doelgroepen, leg ik graag kort uit hoe de Energiebespaarhypotheek werkt. Bij de vormgeving van de Energiebespaarhypotheek is geborgd dat woningeigenaren niet in de problemen komen door de financiering. De financiële positie van de aanvragers bepaalt in welke mate de financiering maandelijks terugbetaald wordt (financiering naar draagkracht). Dit betekent dat zij maandelijks rente en aflossing betalen voor zover zij daar nog ruimte voor hebben op basis van de leennormen zoals opgenomen in de Regeling hypothecair krediet. Een eventuele restschuld bij verkoop van de woning of aan het einde van de looptijd van de financiering wordt kwijtgescholden. In mijn brief uit mei 20 2018 heb ik dit aan de hand van een concreet voorbeeld toegelicht. Het kwijtschelden van de financiering gebeurt op kosten van het rijksgeld in het Warmtefonds. Het rijksgeld wordt ook gebruikt om de kosten van het afsluiten van de financiering te dekken.

Zo kunnen deze woningeigenaren die hun maximale leenruimte al hebben benut of een BKRregistratie hebben, naar draagkracht meedoen aan de energietransitie.

Transitievisie Warmte

Woningeigenaren met onvoldoende leenruimte buiten collectieve aanpakken Zoals hierboven aangeven, kunnen woningeigenaren met een schuldenproblematiek (BKR-registratie) of die hun maximale leenruimte al benutten, straks bij het Nationaal Warmtefonds terecht voor de financiering van verduurzamingsmaatregelen die worden getroffen in het kader van gemeentelijke wijkaanpakken of als hun koopwoning onderdeel is van ‘gespikkeld bezit’ van een woningcorporatie, en de corporatie wil gaan verduurzamen. Ik vind het niet verantwoord nu direct ook al te starten met de financiering van woningeigenaren zonder leenruimte bij verduurzamingsmaatregelen buiten deze collectieve aanpakken zoals in de motie wordt gevraagd. Het gaat om een kwetsbare groep woningeigenaren. Een wijkaanpak van een gemeente of woningcorporatie is een waarborg dat de verduurzaming past in de toekomstige plannen voor de straat of wijk. Bij het treffen van ‘losse’ verduurzamings-maatregelen is dat niet zeker en ontbreekt de waarborg die een gemeentelijke wijkaanpak kan bieden. Het Nationaal Warmtefonds is niet in staat om te beoordelen of het verstandig respectievelijk rendabel is de individuele verduurzamingsmaatregelen te treffen en of die maatregelen passen in een toekomstige wijkaanpak. Hierdoor bestaat het risico dat de energietransitie voor deze kwetsbare groep woningeigenaren onnodig duur wordt.

Ik verwijs bij deze keuze ook naar mijn beantwoording van de Kamervragen19 vanuit het CDA en de SP, waarin deze partijen juist aandacht vroegen voor de mogelijk nadelige gevolgen van het verstrekken van financiering voor verduurzaming aan kwetsbare doelgroepen. Wel wil ik onderzoeken of er voor deze groep een vergelijkbare waarborg mogelijk is buiten wijkaanpakken. Daarbij wil ik de eerste ervaringen met de doelgroep zonder leenruimte binnen de wijkaanpak en het gespikkeld bezit betrekken om tot een goed afgewogen oordeel te komen. Ik verwacht uw Kamer vóór de zomer 2022 een beeld te kunnen geven van de mogelijkheden. Woningeigenaren in een schuldsaneringstraject De motie Dik Faber- Van Eijs vraagt ook om woningeigenaren die in een schuldsaneringstraject zitten te financieren via het Nationaal Warmtefonds. In dit verzoek kan ik niet meegaan. Wanneer een woningeigenaar in een schuld-saneringstraject zit, is sprake van een zeer problematische financiële situatie. De woningeigenaar heeft in een dergelijk traject een bewindvoerder en mag geen nieuwe leningen aangaan. Voor woningeigenaren die in een schuldsanerings-traject zitten is het dan ook niet mogelijk en ook niet verantwoord om een lening voor het verduurzamen van de woning af te sluiten.

Uit gesprekken met gemeenten maak ik overigens niet op dat schuldsanering bij eigenaren van koopwoningen zich vaak voordoet in wijkaanpakken. Ik zal naar aanleiding van de motie de grootte en mogelijke oplossingen voor deze groep in beeld brengen.

59

Bijlage III Uitvoering transitie Kabinetsaanpak Klimaatbeleid - Integrale visie op de woningmarkt Kamerbrief 28 september 2020 (relevante fragmenten) Het is van belang dat de focus bij gemeenten in de transitievisies warmte en uitvoeringsplannen niet exclusief ligt op het in één keer de stap maken naar een aardgasvrije wijk. Dat is niet altijd haalbaar en niet altijd nodig gelet op de termijn die we hebben om de transitie vorm te geven. Er zit ook veel potentieel in het individuele en collectieve initiatief van bewoners zelf en in een stapsgewijze aanpak met isolatie en hybride richting aardgasvrij. Ook dat kan onderdeel zijn van een wijkaanpak. (…) Uitgangspunt voor het kabinet is dat de transitie haalbaar, betaalbaar en rechtvaardig moet zijn. Dat vraagt om niet alleen om infrastructurele en grootschalige aanpakken, maar ook slimme, stapsgewijze keuzes, zowel op individueel niveau als binnen de wijkgerichte aanpak. Voor zowel gebouweigenaren als huishoudens en bedrijven loont het om op natuurlijke momenten, zoals een verhuizing of grote verbouwing, verduurzamingsmaatregelen te treffen, omdat de kosten van verduurzaming dan aanzienlijk lager zijn en de overlast relatief beperkt is. Die momenten moeten dus optimaal benut worden.

(…) Daarnaast kunnen gemeenten er voor kiezen om – al dan niet via de wijkgerichte aanpak – bewoners en gebouweigenaren te stimuleren en ondersteunen via grootschalige isolatieprogramma’s. De gebouwisolatie, de aanleg van de nieuwe infrastructuur en de omschakeling naar duurzame warmtebronnen hoeven immers niet op hetzelfde moment plaats te vinden. Wel is uiteraard van belang te blijven bezien hoe het geheel in het eindbeeld richting 2050 past.

60

Transitievisie Warmte

Bijlage IV Buurtindeling Technisch vrij makkelijk aardgasvrij Buurten met goed-geïsoleerde woningen, veelal van na 1992, waardoor het nu al relatief eenvoudig is om over te stappen op een alternatieve warmtevoorziening op basis van hybride of all-electric warmtepompen. Voor deze woningen moet nog wel goed worden gekeken of het ook betaalbaar is om over te stappen op een (hybride) warmtepomp.

Snelle CO2-bespaarders Snelle CO2-bespaarders zijn buurten met veel woningen uit de jaren ‘60- ‘82 die een hoge gasvraag hebben. In dit type woning loont isolatie het snelste, doordat de gasvraag hoog ligt en veel isolatiemaatregelen vaak relatief eenvoudig genomen kunnen worden.

Toelichting symbolen Gunstig of duidelijk

!

Woonkern

Woonkern

Vrij makkelijk aardgasvrij

Hippolytushoef

Hippolytushoef Oost

Middenmeer

Middenmeer Noordoost

't Veld en De Weel

Woonkern

Wieringerwerf

Planetenbuurt

!

Schepenwijk, Waddenwijk en Oosterterp

!

Niet gunstig of onzeker

Vrij makkelijk aardgasvrij

Anna Paulowna

Elshof

Anna Paulowna

Elshof Zuid

Wieringerwerf

Wieringerwerf Zuidoost

Winkel

BUTrambaan

Verwarmingssysteem van de toekomst bekend

Kosteneffectiviteit

Veel gelijke woningen

Aanleiding voor versnelling i.v.m. vervanging aardgasnet

!

Aantal woningen

353

Percentage corporatiewoningen

32%

140

19%

!

441

0%

!

293

13%

!

Overzichtstabel technisch vrij makkelijk aardgasvrij

Wieringerwaard

Woonkern

Winkel

Bloemenbuurt

Verwarmingssysteem van de toekomst bekend

Kosteneffectiviteit

Veel gelijke woningen

Aanleiding voor versnelling i.v.m. vervanging aardgasnet

!

!

!

!

!

! !

! ! !

!

!

Aantal woningen

Percentage corporatiewoningen

859

13%

677

15%

682

10%

267

43%

931

25%

785

24%

439

41%

Overzichtstabel Snelle CO2-bespaarders

61

Verkenningsbuurten Verkenningsbuurten zijn buurten waar een warmtenet op korte termijn nog niet kosteneffectief is, maar waar op langere termijn wel kansen liggen omdat bijvoorbeeld een potentiële bron in de buurt ligt. Een vervolgonderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of een warmtenet op termijn financieel aantrekkelijker is dan individuele opties. De kans daarop is overigens klein, vanwege de beperkte capaciteit van de warmtebronnen. Sommige van deze buurten zijn ook aangeduid als Snelle CO2bespaarders. Binnen Hollands Kroon worden de mogelijkheden op sommige plekken al onderzocht, zoals op bedrijventerrein Winkelerzand. Op andere plekken, zoals in Anna Paulowna, zal de gemeente Hollands Kroon hier in

Woonkern

Type collectief systeem

Anna Paulowna

Warmte uit oppervlaktewater (TEO)

Winkel

Warmte van de kaasfabriek op het bedrijventerrein Winkelerzand

Den Oever

Warmte van de RWZI (TEA)

Wieringerwerf

Warmte van de RWZI (TEA)

Overzichtstabel verkenningsbuurten

62

Woonkern

Vrij makkelijk aardgasvrij

Anna Paulowna

Agro Sanatio

Anna Paulowna

De Edelsteen, Vogel en Schildersbuurt

Anna Paulowna

Klein Sluis

Den Oever

Verwarmingssysteem van de toekomst bekend

Kosteneffectiviteit

Veel gelijke woningen

!

!

!

Aanleiding voor versnelling i.v.m. vervanging aardgasnet

!

Aantal woningen

Percentage corporatiewoningen

534

63%

952

23%

958

63%

998

8%

25

0%

79

0%

!

!

!

!

!

!

Woonkern en bedrijventerrein

!

!

!

Wieringerwerf

Bedrijventerrein Robbenplaat en de Stek

!

!

!

!

Winkel

Bedrijventerrein Winkelerzand

!

!

!

!

Winkel

Dorpsstraat en omgeving

!

!

!

!

250

1%

Winkel

Winkel Noord

!

!

!

273

28%

Overzichtstabel verkenningsbuurten

Transitievisie Warmte

Uitdagingsbuurten Uitdagingsbuurten zijn te klein voor de aanleg van een warmtenet en veelal gelegen in het buitengebied. In deze buurten is meer dan de helft van de woningen gebouwd voor 1945. Voor deze woningen is verregaande isolatie vaak kostbaar en moeilijk om te realiseren. Verduurzaming is in deze buurten daarom een uitdaging. De oudere woning kan waar mogelijk worden geïsoleerd, maar er zal niet worden ingezet op dure technische oplossingen. De inzet van duurzame gassen, zoals groen gas, biedt mogelijk uitkomst om deze woningen te verduurzamen. Niet alle woningen in uitdagingsbuurten zijn echter zo oud. Bewoners met nieuwere woningen kunnen aan de slag met isolatie en hele nieuwe woningen zouden in de komende jaren een overstap naar een (hybride) warmtepomp kunnen overwegen.

Woonkern

Buitengebied Wieringerwaard De Haukes De Weere (gedeeltelijk) Gelderse Buurt en omgeving Woonkern Kreileroord Langereis (gedeeltelijk) Lutjewinkel

Verwarmingssysteem van de toekomst bekend

! ! ! ! ! ! ! !

Kosteneffectiviteit

! ! ! ! ! ! ! !

Veel gelijke woningen

Aanleiding voor versnelling i.v.m. vervanging aardgasnet

Aantal woningen

Percentage corporatiewoningen

! ! ! ! ! ! ! !

174

0%

92

0%

497

0%

34

0%

25

0%

141

0%

161

0%

66

0% 0%

Nieuwesluis

!

!

!

45

Oosterklief en Westerklief

! ! ! ! ! ! !

! ! ! ! ! ! !

294

0%

190

20%

234

5%

90

0%

210

18%

40

0%

Verspreide huizen Slootdorp

! ! ! ! ! ! !

49

0%

Verspreide huizen Waard-Nieuwlandpolder

!

!

!

121

0%

Verspreide huizen Westermoerbeek (gedeeltelijk)

!

!

!

145

3%

Verspreide huizen Westfriese Zeedijk

!

!

!

59

0%

!

!

!

194

0%

192

0%

Oostpolder Oude-Niedorp Terdiek Verspreide huizen Kreileroord Verspreide huizen Middenmeer

Westermoerbeek (gedeeltelijk) Zijdewind

Overzichtstabel groensgasbuurt

63

Mixbuurten Mixbuurten zijn buurten met veel verschillende typen woningen. Sommige zijn al goed geïsoleerd, maar andere nog niet. Voor deze buurten is er geen eenduidige route richting groene warmte.

Woonkern

Vrij makkelijk aardgasvrij

Verwarmingssysteem van de toekomst bekend

Kosteneffectiviteit

Veel gelijke woningen

Anna Paulowna

Spoorbuurt

Anna Paulowna

Kruiswijk

! ! ! ! ! ! ! !

! ! ! ! ! ! ! !

! ! ! ! ! ! ! !

Barsingerhorn

Woonkern

Breezand

Buitengebied

Breezand

Woonkern

De Kampen

Verspreide huizen

Groetpolder

Verspreide huizen

Haringhuizen

Haringhuizen

Hippolytushoef

Hippolytushoef Midden

!

!

!

Hippolytushoef

Hippolytushoef West

!

!

!

Kolhorn

Kolhorn

Moerbeek

Moerbeek

! !

! !

! !

Middenmeer

Middenmeer bedrijventerrein

!

!

!

Middenmeer

Middenmeer West

!

!

Niedorp

Nieuwe-Niedorp

Oeverpolder

Verspreide huizen

Oosterland

Oosterland

Slootdorp

Woonkern

Stroe

Stroe

! ! ! ! !

! ! ! ! !

‘t Veld

't Veld en De Kampen (gedeeltelijk)

Aantal woningen

Percentage corporatiewoningen

260

9%

21

0%

331

9%

1438

21%

961

33%

28

0%

97

0%

71

0%

776

2%

625

27%

412

21%

36

0%

27

0%

!

749

22%

! ! ! ! !

1272

19%

10

0%

100

0%

570

25%

67

0%

171

12%

Van Ewijcksluis

Van Ewijcksluis

95

10%

Wateringskant

Wateringskant

Westerland

Buitengebied

30

0%

345

Westerland

Woonkern

10%

315

11%

Wieringerwerf

Noord

Wieringerwerf

West

219

35%

601

33%

!

!

!

! ! ! ! ! !

! ! ! ! ! !

! ! ! ! ! !

Aanleiding voor versnelling i.v.m. vervanging aardgasnet

! ! ! ! ! !

! !

!

!

! ! !

Overzichtstabel mixbuurten 64

Transitievisie Warmte

Technisch vrij makkelijk aardgasvrij - Elshof In deze buurten staan veel woningen die zonder veel aanpassingen geschikt zijn voor een alternatieve warmtevoorziening. De kosteneffectiviteit van zo’n overstap hangt wel samen met of wordt aangesloten bij natuurlijke vervangmomenten van bijvoorbeeld de cv-ketel. Deze buurt scoort hoog om in de komende tien jaar in te zetten op een individueel duurzaam systeem, omdat: 1. De maatschappelijke kosten van een individuele hybride oplossing liggen 20% lager dan die van een kleinschalig warmtenet; 2. Een individuele hybride warmtepomp heeft de laagste maatschappelijke kosten van de beschouwde alternatieven; 3. De gemiddelde gasvraag ligt redelijk hoog (1.400-1.800 m3), wat perspectief biedt om kostenneutraal in te zetten op een hybride warmtepomp en veel CO2 te besparen; 4. Het is een zeer homogene buurt met veel woningen uit de periode 1992-2005, wat mogelijkheden biedt voor collectieve inkoop acties.

Technisch vrij makkelijk aardgasvrij - BUTrambaan (Winkel) Deze buurt scoort hoog om in de komende tien jaar in te zetten op een individueel systeem, omdat: 1. Een hybride warmtepomp heeft de laagste maatschappelijke kosten van alle technieken; 2. De maatschappelijke kosten van een individueel hybride warmtepomp zijn 50% lager dan die van een kleinschalig warmtenet; 3. De buurt is volledig homogeen met woningen uit de periode van 2006-2012, wat kansen biedt voor collectieve inkoopacties van warmtepompen; 4. De aanpak van deze buurt kan worden gecombineerd met de naastgelegen buurt in Nieuwe Niedorp.

Elshof Zuid Deze buurt scoort hoog, maar is nog niet geschikt om in de komende tien jaar over te gaan op een duurzaam warmtesysteem, omdat de woningen recent zijn gebouwd en de cv-ketel nog niet aan vervanging toe is. Redenen om hier op den duur wel in te zetten op een duurzaam individueel systeem zijn: Deze buurt staat op nummer drie van buurten met de laagste maatschappelijke kosten voor een warmtepomp; De maatschappelijke kosten van een individueel hybride systeem zijn voor deze woningen 57% lager dan die van een collectief systeem; De woningen zijn hoogstwaarschijnlijk al geschikt voor een warmtepomp 65

Technisch vrij makkelijk aardgasvrij: Wieringerwerf Zuidoost Deze buurt scoort hoog om in de komende tien jaar in te zetten op een individueel systeem, omdat: 1. Een hybride warmtepomp heeft de laagste maatschappelijke kosten van alle technieken; 2. De maatschappelijke kosten van een individueel hybride warmtepomp zijn 26% lager dan die van een kleinschalig warmtenet; 3. De buurt is volledig homogeen met woningen uit de periode 1992-1998, wat kansen biedt voor collectieve inkoopacties; 4. De gemiddelde gasvraag ligt redelijk hoog (1.400-1.600 m3), wat perspectief biedt om kostenneutraal in te zetten op een hybride warmtepomp en veel CO2 te besparen.

Snelle CO2-bespaarder met perspectief - Hippolytushoef Oost Deze buurt scoort hoog om in de komende twintig jaar in te zetten op een individueel systeem, om de volgende redenen: 1. Een hybride warmtepomp heeft de laagste maatschappelijke kosten van alle technieken die zijn bekeken; 2. De maatschappelijke kosten van een individueel hybride warmtepomp zijn 40% lager dan die van een kleinschalig warmtenet; 3. De woningen van na 1992 zijn waarschijnlijk al geschikt voor een hybride warmtepomp; 4. De woningen van na 2005 zijn waarschijnlijk geschikt voor een volledig elektrische warmtepomp; 5. Voor woningen uit 2000-2010 biedt het natuurlijke vervangingsmoment van de cv-ketel een koppelkans om in de komende jaren al in te zetten op een (hybride) warmtepomp. Voor Hippolytushoef Oost geldt wel dat een deel van de woningen eerst zal moeten worden geïsoleerd, omdat deze woningen uit de jaren ‘60 tot ‘92 komen. De buurt zal dus in verschillende fases verduurzamen, waarbij een deel van de woningen al eerder op een alternatieve warmtevoorziening overstapt. Een aandachtspunt is wel dat de gasvraag niet overal heel hoog ligt, waardoor er minder potentie is om kosten te besparen.

66

Transitievisie Warmte

67

Gemeente Hollands Kroon Postbus 8 1760 AA Anna Paulowna T 088 - 321 50 00 E info@hollandskroon.nl www.hollandskroon.nl

68

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=c36fbe0e-20e2-4e8b-aed4-7f5461ff648e