CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

Handreiking-IHP-Sport-en-Bewegen

Beeldvormende vergadering 3 februari 2026, gemeente HollandsKroon14.322 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Handreiking

Integraal Huisvestingsplan (IHP) Sport en Bewegen

Handreiking

Integraal Huisvestingsplan (IHP) Sport en Bewegen

Colofon Ontwikkeling: Synarchis Met medewerking van: Kenniscentrum Sport & Bewegen en de Sportakkoord partners (NOC*NSF, VSG, POS) vanuit het Ministerie van VWS Foto's: Urban Dance Ground (p3), Urbanisten (p11, p22), Skills Garden (p28), Marcel van der Burg Photography (p36), Juan José Palma-Alvarez voor Schønherr (p44) en iStock Versie: 1 Uitgave: september 2025

2

Inhoudsopgave 1 Inleiding

4

Bijlagen

29

1.1 1.2

4 5

Bijlage 1 Participatie Bijlage 2 Relevant beleid IHP Sport en Bewegen Bijlage 3 Rol gemeente en type investeringen Bijlage 4 Onderdelen Bijlage 5 Benodigde informatie Bijlage 6 Actieve buitenruimte Bijlage 7 Opbouw IHP Sport en Bewegen

30 31 33 35 39 41 43

Aanleiding Totstandkoming en leeswijzer

2 Aanpak

6

2.1 Stap 0: Bepalen uitgangspositie 2.1.1 Beleidskaders 2.1.2 Onderscheid IHP en accommodatiebeleid 2.1.3 Koppeling andere domeinen 2.1.4 Afbakening 2.2 Stap 1: Inventarisatie 2.3 Stap 2: Trends en ontwikkelingen 2.4 Stap 3: Normen en kengetallen 2.5 Stap 4: Analyse toekomstige vraag en aanbod 2.6 Stap 5: Uitwerking in investeringen en planning 2.7 Stap 6: Rapportage 2.8 Stap 7: Evaluatie en herijking

7 8 9 11 12 14 15 16 24 26 27 28

Klik hieronder om direct naar een van de stappen te gaan

Stap 0

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

3

Klik hierom om direct naar een van de bijlagen te gaan

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Inhoud

1 Inleiding 1.1 Aanleiding De ruimte in Nederland is schaars en wordt steeds schaarser. Nieuwbouw of uitbreiding van sportvoorzieningen is niet overal vanzelfsprekend. De behoeften aan ruimte voor sport en bewegen verschillen van plek tot plek en zijn aan verandering onderhevig. Dat beïnvloedt de optimale spreiding en bereikbaarheid van voorzieningen. Daarnaast ligt er de opgave vanuit Sportakkoord II om met verschillende partijen te werken aan een toekomstbestendige sportinfrastructuur. Gemeenten staan anno 2025 voor belangrijke keuzes rondom de sportinfrastructuur, gezien de vele opgaven, zoals de woningbouwopgave, de klimaat- en de stikstofcrisis en bijvoorbeeld netcongestie. Om de sportinfrastructuur te versterken, of op z’n minst in stand te houden, hebben gemeenten onder andere vitale sportaanbieders nodig om een divers sport- en beweegaanbod te behouden. Daarnaast zie je bij gemeenten dat de sportinfrastructuur vaker gebruikt wordt om maatschappelijke doelen te behalen. Sport en bewegen staat voor plezier en passie, maar ook voor samenwerking, verbinding, vitaliteit en participatie. Wekelijks zijn veel mensen te vinden op of rond de vele sportvelden, -banen, -zalen en andere sportvoorzieningen die gemeenten rijk zijn. Als actief sporter, als toeschouwer of als vrijwilliger. Omdat het leuk is en omdat het gezelligheid biedt.

Sport en bewegen geeft energie en juist dat zorgt ervoor dat mensen bijna onopgemerkt ook op andere vlakken profiteren van het sporten of bewegen. Daarmee heeft sport en bewegen een intrinsieke waarde én een maatschappelijke waarde. Sportaccommodaties vormen 4 Inhoud

daarbij een middel om de sportparticipatie te faciliteren en te bevorderen. De afgelopen jaren investeerden gemeenten in duurzame en toekomstbestendige voorzieningen, zoals zwembaden, sporthallen, sportparken en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte. Investeringen worden steeds vaker gekoppeld aan de sociale opgave in de gemeente, zodat bewegen en sportdeelname kansrijker voor iedereen wordt en bijdraagt aan een gezondere en meer verbonden samenleving. Deze koers vraagt een overkoepelende en toekomstgerichte visie op sportinfrastructuur. Vaak wordt in een sport- en beweegvisie een uitwerkingsopgave voor accommodatie gerelateerde vraagstukken (sportaccommodatiebeleid) meegegeven. Een aantal gemeenten (Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, Eindhoven en Lelystad) is al gestart met het opstellen van een Integraal Huisvestingsplan (IHP) of strategische visie op de gemeentelijke sportinfrastructuur. Binnen het beleidsterrein Onderwijs wordt al langere tijd gewerkt met Integrale Huisvestingsplannen en met het wetsvoorstel onderwijshuisvesting worden gemeenten naar verwachting vanaf 2025 verplicht een IHP voor schoolgebouwen (al dan niet met ruimte voor bewegingsonderwijs) te maken. Voor de sport zijn IHP’s relatief nieuw.

Er wordt sinds jaar en dag natuurlijk wel sportaccommodatiebeleid opgesteld, met aandacht voor voldoende en kwalitatieve sportieve ruimte (binnensport, buitensport, zwemwater) en het beweegvriendelijk inrichten van de openbare ruimte. Dit is vaak de basis van het gemeentelijk sportbeleid, waar geen wettelijke verplichting voor bestaat. Voordeel van een IHP Sport en Bewegen is dat het gemeenten een strategische lange termijnvisie (en planning) biedt en helpt bij het toekomstbestendig maken van sport- en beweegvoorzieningen door onderbouwde beleidskeuzes en duurzame investeringen.

1.2 Totstandkoming en leeswijzer Voor een succesvol IHP Sport en Bewegen moeten de relevante bouwstenen in beeld worden gebracht, die gemeenten helpen een strategische visie op sportinfrastructuur te vormen. Deze handreiking benoemt de bouwstenen en beschrijft de verschillende stappen bij het opstellen van een IHP Sport en Bewegen. Met deze handreiking zijn gemeenten in staat heldere opdrachten te formuleren voor het laten opstellen van IHP's. Ook geeft de handreiking hen houvast bij het beoordelen van de inhoud van dergelijke plannen. Deze handreiking is opgebouwd als stappenplan en tot stand gekomen middels deskresearch, interne brainstorm/ bureau-ervaring van Synarchis, feedback van Kenniscentrum Sport & Bewegen, een sessie met de werkgroep Sportakkoord ‘ruimte voor sport en bewegen’, gesprekken met en/of feedback van de Sportakkoord partners (NOC*NSF, VSG, POS, Ministerie van VWS), experts en de klankbordgemeenten Gennep, Utrecht, Altena en Zoetermeer. In hoofdstuk 2 vind je eerst stap 0; het bepalen van je uitgangspositie met het vaststellen van de beleidskaders, hoe integraal is integraal en de keuze qua afbakening. Vervolgens word je meegenomen in de 7 stappen om te komen tot een IHP Sport en Bewegen.

Bij het doorlopen van de stappen wordt ook ingegaan op de organisatorische aspecten, die van belang zijn bij het plannen en bewaken van een omvangrijk project als het opstellen van een IHP Sport en Bewegen. In bijlage 7 vind je een mogelijke opbouw van een IHP Sport en Bewegen.

5 Inhoud

2 Aanpak

Stappenplan inclusief bijeenkomsten projectgroep (

Stap 0

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Bepalen uitgangspositie

Inventarisatie

Trends en ontwikkelingen

Normen en kengetallen

Analyse vraag en aanbod

Uitwerking

Rapportage

Evaluatie en herijking

Waarom, hoe en wat: · Beleidskader · Integraliteit · Afbakening

Inventariseren informatie accommodaties, gebruikers en gebruik

Demografisch, economisch, sociaal-cultureel, ecologisch, technologisch, ambities, ruimtelijk

Binnensport Buitensport Zwemwater Openbare ruimte

Afstemmen vraag en aanbod, nu en in de toekomst Ontwikkelopgaven Scenario's

Toekomstperspectief bestaande en nieuwe accommodaties

Van concept naar definitief IHP

Evaluatie normering en gebruik Nieuwe trends en ontwikkelingen Actualisatie demografie

Organisatie & risico's Vaststellen projectorganisatie

Participatie, onder meer via: · Enquêtes · Interviews · Bijeenkomsten

Data sport- en beweeggedrag Bureauonderzoek

Capaciteit en bezetting Richtlijnen bonden Koppelkansen (o.a. onderwijs) Afwegingskader(s)

Toepassen normeringen Toepassen afwegingskaders

Investeringsramingen renovatie en nieuwbouw Fasering

Rapportage Presentatie

Actualisatie vraag – aanbod analyse

Week 1 – 2

Week 3 – 8

Week 9 – 12

Week 13 – 19

Week 20 – 22

Week 23 – 26

Totaal

Plan van aanpak en planning

Inventarisatie huidige en toekomstige situatie

Normen en kengetallen

Inventarisatie vraag en aanbod

Uitwerking IHP Sport en Bewegen

Rapportage en presentatie

Realisatie in 20 tot 26 weken

We starten in deze handreiking met stap 0, het bepalen van de kaders en je uitgangspositie. Hierbij wordt ingegaan op de relevante elementen/ visie vanuit bestaand beleid, de definitie van een Integraal Huisvestingsplan Sport en Bewegen (IHP Sport en Bewegen), koppeling met andere domeinen en de afbakening.

)

Hierna volgt de toelichting van de zeven stappen in het proces om te komen tot een IHP Sport en Bewegen: 1. Inventarisatie 2. Trends en ontwikkelingen 3. Normen en kengetallen 4. Analyse toekomstige vraag en aanbod 5. Uitwerking in investeringen en planning 6. Rapportage 7. Evaluatie en herijking 6

Stap 0

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Inhoud

2.1

Organisatie (1): planning Stap 0 t/m stap 7 Aantal weken

·

·

Wenselijke bespreekmomenten/ onderwerpen

·

· · · ·

De ervaring leert dat een IHP Sport en Bewegen met 20 tot 26 werkweken gerealiseerd moet kunnen worden. Participatie heeft uiteraard invloed op de doorlooptijd, zie bijlage 1. Hierna volgt dan nog presentatie en vaststelling in het college, bespreking in de raadscommissie en besluitvorming in de gemeenteraad.

Stap 0 Bepalen uitgangspositie

Om te komen tot een strategische visie op sportinfrastructuur kan een simpel, maar krachtig model vanuit de marketingwereld behulpzaam zijn. De Golden Circle is een denkmodel van Simon Sinek dat bestaat uit drie verschillende cirkels. De kern van de cirkel staat voor het waarom, de middelste cirkel staat voor hoe en de buitenste voor wat. De meeste organisaties weten wat ze doen en hoe ze dat doen. Het antwoord op de waarom vraag is veel lastiger te geven. Terwijl dit antwoord vaak de sleutel tot succes is, ook om te komen tot een IHP Sport en Bewegen. Voordat je start met een IHP Sport en Bewegen moet dus helder zijn ‘waarom je doet wat je doet,’ oftewel waar je voor gaat.

Een startbijeenkomst (Stap 0: week 1-2) ◦ De wederzijdse verwachtingen bij het onderzoek (inhoudelijk en procesmatig). ◦ Bespreken en vaststellen plan van aanpak. ◦ Bespreken van de informatiebehoefte. ◦ De exacte planning van het project. ◦ De wijze (en momenten) van participatie gedurende het onderzoeksproces. Vaststellen inventarisatie van de huidige situatie (Stap 1 en 2: week 3-8) Sessie over normen en kengetallen (Stap 3: week 9-12) Inventarisatie toekomstige vraag en aanbod (Stap 4: week 13-19) Bespreking van de concept eindrapportage (Stap 5 en 6: week 23-26)

Waarom Hoe Wat

De Golden Circle van Simon Sinek

7

Stap 0

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Inhoud

2.1.1 Beleidskaders

Leidende beleidsmatige uitgangspunten die je meeneemt, zijn bijvoorbeeld: Voldoende, kwalitatief goede en toegankelijke accommodaties Accommodaties zijn open en integraal toegankelijk Sportaccommodaties worden gerenoveerd en verduurzaamd en zijn toekomstbestendig Sportaccommodaties worden moderner ingericht Inrichting is zo goed mogelijk afgestemd op de behoefte van de gebruikers Sportverenigingen kunnen sporten in een accommodatie die passend is voor het kunnen uitoefenen van de sport Binnen- en buitensportruimte beter met elkaar verbinden Optimalisatie van het maatschappelijk vastgoed Balans tussen optimale bezetting en laagdrempelig aanbod Het gebruik van de accommodaties moet betaalbaar blijven voor de verenigingen Efficiënt en multifunctioneel gebruik (fusies en clustering worden gestimuleerd) Alleen uitbreiding van accommodaties bij aantoonbare noodzaak Activiteiten van één vereniging zoveel mogelijk clusteren op één locatie Bij vervanging gymzalen op basis van behoefte zo mogelijk clusteren en samenvoegen tot een grotere accommodatie (geschikt voor bewegingsonderwijs en sport) Sportaccommodaties zijn gespreid in de wijk en conform de afstanden uit de verordening; er is een balans tussen laagdrempelige voorzieningen en grotere voorzieningen die ook benut kunnen worden door verenigingen Er hoeft wel/geen rekening te worden gehouden met topsport of (sport)evenementen

Het WAAROM kan gedefinieerd worden met behulp van deze beleidsdocumenten. De te maken strategische keuzes voor sportinfrastructuur zijn in te delen in de volgende vraagstukken: · Multifunctionaliteit versus sport specifiek · Functionaliteit (type) en kwaliteit (o.a. uitstraling) · Bezetting en gebruik · Spreiding · Rol van de gemeente bij type accommodaties: ◦ Takken van sport) en nieuwe/ opkomende sporten ◦ Bewegingsonderwijs · Renovatie en verduurzaming versus nieuwbouw · Financiën Bestaande beleidsdocumenten en akkoorden geven kaders en uitgangspunten. De belangrijkste zijn (zie bijlage 2 voor de relevante elementen voor een IHP Sport en Bewegen): · Sport- en beweegvisie · Sport- of preventieakkoord en/of PvA Brede SPUK · Speel- en beweegruimtebeleid · Raadsakkoord · Omgevingsvisie · Ruimtelijke kaders · Vastgoedbeleid · Duurzaamheidsbeleid en regels en wetgeving · IHP Onderwijs · Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs · Nota gezondheid/ sociaal domein

8

Stap 0

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Inhoud

Deze uitgangspunten kun je voorleggen in een opiniërende sessie met de raad. Voor draagvlak of eventuele kanttekeningen bij de uitgangspunten is het ook goed dit voor te leggen aan het sport- en beweegveld binnen de gemeente.

IHP Sport en Bewegen: het Focus

Het heeft vaak een strategische en infrastructurele focus, waarbij wordt gekeken naar de planning, renovatie, nieuwbouw of verduurzaming van sportaccommodaties. Het geeft inzicht in de fysieke sport- en beweeglocaties, het perspectief voor de bestaande en nieuw te ontwikkelen locaties voor de komende jaren, de noodzakelijke investeringen en het kijkt naar aspecten als spreiding van de sport- en beweegvoorzieningen. Tevens worden trends en ontwikkelingen, huidige en toekomstige behoeften en gebruik (vraag en aanbod) van de locaties in beeld gebracht om vast te kunnen stellen of er voldoende, goed functionerende sportaccommodaties zijn voor de toekomst.

Langetermijnperspectief

Een IHP Sport en Bewegen is doorgaans een meerjarenplan, vaak 10 tot 15 jaar, waarin de toekomstige behoeften en investeringen in sportinfrastructuur worden geanalyseerd en gepland.

Betrokken partijen

Het wordt meestal opgesteld door gemeenten (meest betrokken afdelingen: ‘sport en bewegen’ binnen het sociaal domein, onderwijshuisvesting, vastgoed, ruimtelijke ontwikkeling, financiën/ control), vaak in samenwerking met sportbedrijven, sportaanbieders, scholen en andere gebruikers van sportfaciliteiten.

2.1.2 Onderscheid IHP en accommodatiebeleid Het verschil tussen een IHP Sport en Bewegen en sportaccommodatiebeleid ligt in de reikwijdte en het doel van elk van deze beleidsdocumenten binnen de context van sportvoorzieningen en infrastructuur. Het IHP gaat in de basis over het 'Hoe' en het Sportaccommodatiebeleid over het 'Wat'. IHP Sport en Bewegen: het

HOE

Dit plan richt zich specifiek op de lange termijn ontwikkeling van sportaccommodaties, zoals zwembaden, sporthallen, sportvelden en andere sport- en beweegfaciliteiten. Thema’s als kwaliteit, multifunctionaliteit en duurzaamheid staan vaak centraal. Het maakt op basis van behoefteonderzoeken en referentienormen inzichtelijk welke ruimteclaims en indicatieve investeringsbedragen in de toekomst nodig zijn en hoe dit ruimtelijk in te passen is

Doel

HOE

9

Stap 0

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Inhoud

Sportaccommodatiebeleid: het

WAT

Doel

Dit beleid richt zich breder op het beheer, onderhoud en gebruik van de sportaccommodaties in een gemeente of regio.

Focus

Het gaat niet alleen over de fysieke infrastructuur, maar dus ook over hoe de accommodaties worden beheerd en geëxploiteerd, toegankelijk zijn voor de inwoners en hoe deze bijdragen aan de sport- en beweegcultuur. Hierbij wordt vaak gekeken naar tarieven, subsidies, onderhoud, beschikbaarheid en samenwerking met sportorganisaties.

Kortere termijn

Het beleid is dynamischer en richt zich meer op de korte termijn van 4 tot 6 jaar.

Samengevat Een IHP Sport en Bewegen (=vergezicht) is vooral gericht op de lange termijn infrastructuur en planning van sportaccommodaties (nieuwbouw, renovatie). Sportaccommodatiebeleid (=korte termijn, op accommodatieniveau) heeft een bredere focus op het beheer en gebruik van bestaande sportaccommodaties, met nadruk op de dagelijkse exploitatie, beschikbaarheid, tariefstelling en beheervormen.

Beide beleidsstukken vullen elkaar vaak aan (en liggen in elkaars verlengde) en zijn belangrijk voor een samenhangend sportbeleid binnen een gemeente of regio. Het komen tot dit soort stukken is een gezamenlijke opgave met een gezamenlijk belang, namelijk gezondere en actievere inwoners in de breedste zin van het woord (zie bijlage 3: rol gemeente en provincie).

Doel IHP sport en bewegen Naast ‘perspectief voor sportvoorzieningen’ geeft een IHP Sport en Bewegen: · Voor sport- en beweegaanbieders en andere betrokken partners helderheid over de koers van de gemeente als het gaat over ruimte voor sport en bewegen. · Voor partners en de gemeente meer zekerheid door heldere afspraken over verantwoordelijkheden en financiële stromen, gebaseerd op gelijkwaardigheid en gezamenlijke ambities, afgestemd op de lokale opgave. · Voor de gemeente een onderbouwd inzicht in (en dus een gefundeerde basis voor claims op ruimte en aanvraag van middelen binnen het traject van de P&C cyclus): ◦ De vraag – aanbod verhoudingen. ◦ De knelpunten voor de korte en lange termijn en daarmee een onderbouwde analyse wat er nodig is in de toekomst. En waarom. Voor zowel sport als bewegingsonderwijs. ◦ Het huidige aanbod en de ontwikkeling van dat aanbod, door onder meer de realisatie van nieuwe voorzieningen. Aanvullend ontstaat inzicht in de continuïteit en/of de vervangingsnoodzaak van bestaand aanbod in de toekomst. ◦ De investeringskosten voor voorzieningen, zowel voor vervanging en renovatie als voor nieuwbouw van voorzieningen vanwege een veranderende c.q. extra vraag. 10

Stap 0

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Inhoud

·

·

Voor de gemeente een afwegingskader op basis waarvan tussen de diverse huisvestingswensen en de beschikbare middelen een integrale afweging gemaakt kan worden. Voor de gemeente een (plannings)overzicht van de ruimtelijke en financiële opgaven voor de korte en langere termijn.

Of alleen een IHP Bewegingsonderwijs? Is er een koppeling tussen deze domeinen te maken? Of wellicht dus voor al het maatschappelijk vastgoed? Kijk over de grenzen van je eigen verantwoordelijkheid heen, zorg voor het uitwisselen van informatie, overkoepelende doelen waaraan alle partijen bijdragen en beleidsmaatregelen in verschillende domeinen die op elkaar zijn afgestemd en dezelfde richting ondersteunen.

2.1.3 Koppeling andere domeinen Voor het bredere maatschappelijk vastgoed1, zoals sportaccommodaties, wijk- en culturele centra en zorginstellingen, bestaat er geen algemeen alternatief van het IHP. Gemeenten ontwikkelen vaak eigen beleids- of accommodatieplannen om de huisvesting van deze voorzieningen te beheren en te optimaliseren. Deze plannen kunnen variëren in naam en scope, afhankelijk van de specifieke behoeften en prioriteiten van de gemeente. Sommige gemeenten kiezen bijvoorbeeld voor een Integraal Accommodatieplan (IAP), Strategisch huisvestingsplan (SHP) of een Strategisch Vastgoedplan om hun maatschappelijk vastgoed te beheren en aan te passen aan ontwikkelingen in de behoefte. Hoewel er geen landelijke verplichting is voor een integraal plan voor al het maatschappelijk vastgoed, is het ontwikkelen van een dergelijk plan wel wenselijk. Dit kan namelijk helpen bij het maken van weloverwogen beslissingen over investeringen, onderhoud en mogelijke herbestemming van vastgoed en draagt bij aan een efficiënte en duurzame inzet van middelen. Denk in (mee)koppelkansen, zorg voor samenhang en voorkom verkokering. Waarom is er binnen een IHP Onderwijs geen aandacht voor bewegingsonderwijs? En stel je vervolgens een apart IHP Sport en Bewegen op? Of in sommige gevallen alleen een IHP Binnensport?

1

Stap 0

Definitie CBS: verblijfsobjecten met een bijeenkomsten-, gezondheids-, onderwijs- of sportfunctie

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Bijlage 1

11 Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Inhoud

2.1.4 Afbakening Voor je aan de slag gaat met een IHP Sport en Bewegen is de afbakening van belang. Welke takken van sport worden meegenomen (verenigingen c.q. georganiseerde sport of ook anders georganiseerd en/of commercieel aangeboden sport) en wat betekent dat voor de daarbij behorende ruimtevraag? Welke voorzieningen neem je mee in de vraagstelling? Neem je alleen voorzieningen mee die in volledig eigendom zijn van de gemeente? Of ook economisch eigendom of in eigendom van derden? Hoe integraal is integraal? En welk type investeringen is van toepassing? Als gemeente kun je bijvoorbeeld opnemen dat je verantwoordelijk bent voor voorzieningen voor sporten die zonder ondersteuning van de gemeente niet breed maatschappelijk toegankelijk zouden zijn voor de inwoners. Dit zijn de ‘basissporten’. Vervolgens geef je aan welke voorzieningen je als gemeente (maximaal) faciliteert. Denk bij buitensport aan sportvelden, verlichting, beregeningsinstallaties en kleedlokalen. Sportverenigingen zijn dan bijvoorbeeld zelf verantwoordelijk voor aanvullend gewenste voorzieningen als clubgebouwen en tribunes.

De reikwijdte van het IHP wordt mede bepaald door een selectie van alle vier de type voorzieningen of een selectie van één of meerdere typen voorzieningen. Zie bijlage 4 voor een uitgebreide beschrijving van deze onderdelen voor het IHP Sport en Bewegen. Het digitale platform www.sportinfrastructuur.nl biedt aan interne en externe stakeholders toegang tot alle benodigde kennis en producten, die nodig zijn bij het realiseren van een duurzame sportinfrastructuur in Nederland. VSG, BSNC en NOC*NSF zijn de drie initiatiefnemers van dit digitale platform. In een IHP Sport en Bewegen worden meestal nieuwbouw, vervanging en verduurzaming meegenomen als het gaat om sportaccommodaties. Nieuwbouw, vervanging en verduurzaming van locaties voor bewegingsonderwijs staan dan vaak weer in het IHP Onderwijs. Renovatie en onderhoud zien we meestal terug in meerjaren onderhoudsplannen van sport- of vastgoedbedrijven.

In Nederland kennen we een divers aanbod aan voorzieningen. In de regel zijn die onder te verdelen in vier typen voorzieningen: binnensportaccommodaties (sporthallen, -zalen en gymzalen) buitensportaccommodaties sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte (ook anders georganiseerd) zwemwater (binnen- en buitenzwembaden, eventueel natuurlijk water).

12

Stap 0

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Inhoud

Organisatie (2): organisatie en risico’s Opdrachtgever

· ·

·

Tijd en capaciteit

·

·

·

·

Organisatie (2): organisatie en risico’s

De portefeuillehouder sport is in de meeste gevallen bestuurlijk opdrachtgever. Hiernaast is er een ambtelijk opdrachtgever en soms een interne opdrachtnemer en projectmanager; die laatste functie (de verantwoordelijke voor het opstellen van een IHP) kan zowel intern als extern ingevuld worden. Een belangrijke voorwaarde is voldoende tijd van de ambtelijk en bestuurlijk opdrachtgever voor tussentijdse afstemming en voorbereiden van de bestuurlijke besluitvorming.

Projectgroep

· ·

·

Er moet voldoende tijd en capaciteit vrijgemaakt kunnen worden binnen de interne organisatie en bijvoorbeeld een sport- of vastgoedbedrijf om input te kunnen geven voor het IHP Sport en Bewegen. Uit oogpunt van tijd en capaciteit wordt er vaak voor gekozen om het opstellen van het plan uit te besteden aan een extern bureau. Er moet dan nog wel voldoende tijd zijn om het bureau aan te sturen en het interne proces en het besluitvormingsproces te organiseren. Eén contactpersoon voor het externe bureau is wenselijk.

Voor de begeleiding van het onderzoek is projectgroep noodzakelijk. een De betrokkenheid van disciplines verschilt per gemeente. In de regel zijn de disciplines sport en bewegen, onderwijshuisvesting, vastgoed en financiën in ieder geval vertegenwoordigd (eventueel aangevuld met vertegenwoordigers van een sportbedrijf of interne beheerorganisatie). Afhankelijk van de structuur en het bereik van het IHP Sport van de gemeente worden disciplines als duurzaamheid, ruimtelijke ordening, openbare ruimte en speelbeleid permanent of op afroep toegevoegd aan de projectgroep.

13

Stap 0

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Inhoud

2.2 Stap 1 Inventarisatie

Organisatie (2): organisatie en risico’s Meest voorkomende risico’s bij de totstandkoming: · Tijd: is de planning haalbaar? · Lange termijn horizon: de looptijd van het IHP Sport en Bewegen is relatief lang; in hoeverre is de toekomst goed te voorspellen (bijvoorbeeld fluctuaties in inwonerprognose)? Hoe neem je dit mee bij het IHP Sport en Bewegen? · Het IHP Sport en Bewegen kent geen wettelijke basis. Het ter beschikking stellen van financiële middelen vergt daarmee een politiek besluit. Verenigingen kunnen geen rechten ontlenen aan analyses uit een IHP. Dit risico kan beheerst worden door de juiste communicatie (verwachtingen). · Borging: uitvoeren van de beoogde accommodatieontwikkeling op basis van de analyses, onafhankelijk van externe factoren (budget, beschikbare locaties). · Financiën: beschikbaarheid extra jaarlasten voor extra voorzieningen.

Risico’s

In de inventarisatie kijk je naar het aanbod (inclusief spreiding en kwaliteit), gebruikers en bezetting. Je verzamelt algemene informatie over verenigingen, scholen en ondernemende sportaanbieders. Denk aan aantallen leden en prognoses. Ook informatie over alle typen binnensportaccommodaties, alle buitensportcomplexen, voorzieningen voor sport en bewegen in de openbare ruimte en zwembaden is noodzakelijk. Van afmetingen, roosters, technische staat, verduurzamingsmaatregelen tot knelpunten. In bijlage 5 vind je een gedetailleerd overzicht van de benodigde informatie (zie ook het Kwaliteitszorgsysteem op www.sportinfrastructuur.nl). Organisatie (3): informatie Informatie

· · · ·

Moet snel beschikbaar zijn Moet volledig en compleet zijn Moet actueel zijn Het inrichten van een plek (SharePoint/ Teams of vergelijkbaar) voor de uitwisseling van informatie is wenselijk.

In deze fase kun je een enquête uitzetten onder gebruikers over het huidige, eventueel latente en toekomstige gebruik van de sportaccommodaties. De resultaten van de enquête betrek je vervolgens bij het onderzoek, zowel om de wensen en bestaande knelpunten in beeld te brengen als om de verwachte toekomstige vraag te inventariseren. De onderwerpen waar je vragen over kunt stellen, vind je ook in bijlage 5. (Verdiepende) interviews en bijeenkomsten geven vaak meer kleur en duiding aan de informatie. In deze fase is het ook goed om de projectgroep te betrekken. 14

Stap 0

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Inhoud

Uit de huidige bezettingscijfers en de roosters kun je de eerste constateringen (met betrekking tot potentieel gebruik/ extra ruimte) doen. Op welke tijden en dagen is er nog ruimte? Wat betekent de groei of krimp van de gemeente voor de bezoekers-/ ledenaantallen? Zijn er wachtlijsten? Hoe ontwikkelt een sport zich (zie 2.3)? Hoe ziet de ontwikkeling van het gebruik eruit? Welke indicatie volgt er uit de richtlijnen (zie 2.4)? Zijn er knelpunten of wensen vanuit de gebruikers? Wat is de behoefte nu en waar ligt de toekomstige behoefte? Zijn er aanvullende (beleids)ambities? En is dit dan wel of niet op te vangen binnen de huidige (training- en wedstrijd)capaciteit? Zo niet, wat (aanbod en functionaliteit) moet er dan waar en wanneer extra gerealiseerd worden? Hierbij is het van belang om rekening te houden met de doorlooptijd van besluitvorming tot realisatie. Trajecten doorlopen een definitie-, een ontwerp-, een prijsvorming/ aanbestedings- en een realisatiefase. Afhankelijk van de te kiezen contractvorm kan de prijsvorming/ aanbestedingsfase eerder worden doorlopen. Totale doorlooptijden zijn per situatie verschillend en kunnen afhangen van locatie, omvang etc., maar bij nieuwbouw houd je in de regel rekening met een periode van 3 tot 5 jaar.

Demografisch

Leeftijd (opbouw, groei en omvang), geslacht, etniciteit en herkomst, opleidingsniveau, inkomen, gezinssamenstelling, arbeidsstatus, religie, gezondheid (levensverwachting, ziektes of mate van invaliditeit), verstedelijking, woonomgeving, leerlingenprognoses.

Economisch

Schommelingen van de economische groei, koopkracht, werkloosheid, overheids- en consumentenuitgaven aan sport en bewegen, vrijwilligerswerk.

Sociaal-cultureel

Leefstijl, vrijetijdsbesteding (vraag en aanbod), manieren van sportbeoefening, normen, waarden en voorkeuren

Technologisch

Opkomst van kunstmatige intelligentie en automatisering, (mate van adoptie van en veranderingen in leefstijl door) nieuwe technologieën, innovaties

Ecologisch

Gezonde groene leefomgeving, druk op de ruimte, klimaatverandering en noodzaak tot CO2 reductie, toenemende druk op gebruik duurzame energiebronnen, reguleringen rond afval en recycling

Politiek

Veranderingen in beleid en subsidies, wet- en regelgeving, participatie (Europees, nationaal, provinciaal en lokaal)

2.3 Stap 2 Trends en ontwikkelingen Om een goed beeld te krijgen van wat er (landelijk en lokaal) speelt op het gebied van sport en bewegen en sport- en beweegruimte kun je het DESTEP model gebruiken. Dit model laat je de omgeving bekijken vanuit diverse invalshoeken (welke veranderingen worden gezien en hoe moet hier op worden ingespeeld?) en gaat over een zestal factoren:

15

Stap 0

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Inhoud

Ruimtelijke ontwikkelingen Qua ruimtelijke ontwikkelingen is data rondom woningbouw en gereserveerde ruimte voor sport- en beweegvoorzieningen relevant. Er is een groot tekort aan (geschikte) woningen in Nederland. Er ligt dus een forse woningbouwopgave. Aantallen, periode, locaties, betaalbaarheid en type woningen zijn vastgelegd in regionale/ provinciale plannen en gemeentelijke plannen dragen daaraan bij.

wordt immers binnen een IHP Sport en Bewegen uitwerking gegeven. Ook een aantal sportbonden heeft beleid (o.a. ambitie en data) op het gebied van accommodaties. Het is goed om dit te inventariseren in deze stap. Een beschrijving van het belang van sport en bewegen in algemene zin kan ook nog passend zijn. Dit belang vormt de basis en motivatie om te investeren in sport en bewegen.

Beschikbare data rondom sport- en beweeggedrag Kenniscentrum Sport & Bewegen heeft per gemeente de SROI in kaart gebracht en hierbij een infographic beschikbaar met gemeentelijke data over sport en bewegen, gezondheid, omgeving en beleid. NOC*NSF heeft (tegen betaling) de Lokale Sportdeelname Index (SDI) en KISS lidmaatschapcijfers beschikbaar, zie Sportonderzoek – NOC*NSF. Deze cijfers geven inzichten in de lidmaatschappen bij sportverenigingen per leeftijdscategorie, per geslacht, per wijk- en per postcodeniveau. Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) en het Mulier Instituut hebben factsheets met betrekking tot regioperspectieven. Wil je liever zelf op zoek naar data? Hierbij de meest gebruikte websites: www.sportenbewegenincijfers.nl, CBS statline, www.waarstaatjegemeente.nl, www.financiengemeenten.nl, www.regiobeeld.nl, www.loketgezondleven.nl of https://buurtatlas.vzinfo.nl/#home.

2.4 Stap 3 Normen en kengetallen

Ontwikkelingen met betrekking tot sportaccommodaties (inclusief bewegingsonderwijs) en sport en bewegen in de openbare ruimte vind je uitgebreid terug in de Brancherapporten van het Mulier Instituut. Verder verken je in deze stap de regionale plannen en vat je het actuele gemeentelijk beleid op het gebied van sport en bewegen, of beleid dat hierop van invloed is, samen. Hierbij wordt met name ingezoomd op de relatie met de fysieke infrastructuur voor sport en bewegen. Hieraan

Onderdeel van een IHP Sport en Bewegen kan zijn om normen en kengetallen (definitief) vast te leggen. Er zijn geen wettelijke normen voor de omvang van de voorzieningen voor sport en bewegen waaraan een gemeente moet voldoen (uitgezonderd voor bewegingsonderwijs). De gemeente heeft wel een zorgplicht voor de inwoners op het gebied van welzijn. Mogelijkheden om te sporten en bewegen maken hiervan onderdeel uit. De mate waarin hierin wordt voorzien, is een vrije keuze en gemeenten zullen hiervoor primair aansluiting moeten zoeken bij de ambities die worden nagestreefd in relatie tot ‘de woongemeente’ die men wil zijn. Door instanties als het Mulier Instituut wordt periodiek onderzoek verricht naar de omvang van sportvoorzieningen in Nederland. Hieruit komen landelijke gemiddelden naar voren en ontwikkelingen hierin. Daarnaast stellen belangenorganisaties zoals Jantje Beton richtlijnen op. Deze gemiddelden en richtlijnen bieden houvast voor gemeenten. Een toets hieraan geeft in ieder geval een globaal beeld van hoe een gemeente er op dit punt voorstaat. In combinatie met de eigen beleidsdoelstellingen op het gebied van sport en bewegen kunnen gemeenten vervolgens hun eigen richtlijnen vaststellen.

16

Stap 0

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Inhoud

Een norm is een goede richtlijn of indicator voor de benodigde voorzieningen. Realisatie van voorzieningen conform ‘de norm’ is echter geen doel op zich. Er moet sprake zijn van een goede aansluiting tussen de norm en de praktijk, tussen vraag en aanbod. In aanvulling op de normeringen zijn afwegingskaders behulpzaam bij het maken van de uiteindelijke keuzes.

Binnensport De huidige richtlijnen voor de binnensport zijn gebaseerd op draagvlakcijfers uit de Planologische Kengetallen en gebruiksrichtlijnen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en NOC*NSF. De draagvlakcijfers geven aan dat bij een specifieke bevolkingsomvang voldoende vraag is naar een bepaald type binnensportaccommodatie. De gebruiksrichtlijnen bepalen dat er een minimale vraag in gebruiksuren moet zijn om de bouw en/of exploitatie van een binnensportaccommodatie te rechtvaardigen (bron: Binnensportaccommodaties in Nederland, 2020). Draagvlakcijfers Draagvlakcijfers kunnen vooral dienen om een eerste (globale) indruk te krijgen van het benodigd aantal sportaccommodaties. Lokaal maatwerk is hier echt een vereiste. In stedelijke gebieden zou het draagvlak voor sporthallen moeten liggen tussen 10.000 en 17.500 inwoners; in minder stedelijke gebieden tussen 6.250 en 12.500 inwoners. Deze normen zouden een goede benutting mogelijk moeten maken. Voor sportzalen wordt voorgesteld om de richtlijnen los te laten (bron: Binnensportaccommodaties in Nederland, 2020). Gebruiksrichtlijnen Aanpassingen in voorzieningen worden doorgaans uitgevoerd wanneer de vraag toeneemt en uitbreiding van de capaciteit noodzakelijk is. Om te beoordelen of uitbreiding nodig is, wordt meestal gekeken naar

de huidige en toekomstige behoefte. Bij binnensportaccommodaties speelt het onderwijs een belangrijke rol in deze beoordeling. Lessen bewegingsonderwijs worden vaak gegeven in gemeentelijke binnensportaccommodaties, die ’s avonds dan weer verhuurd worden aan sportverenigingen. Gymzalen bij VO-scholen zijn in principe in eigendom van het schoolbestuur. Deze accommodaties worden minder vaak na schooltijd verhuurd aan sportverenigingen. Gemeenten hebben de wettelijke taak om te zorgen voor voldoende accommodaties voor bewegingsonderwijs. Daarom vormt de onderwijsbehoefte voor veel gemeenten een logisch uitgangspunt om te bepalen of de beschikbare binnensportruimte voldoet aan de normen. De VNG heeft een richtlijn opgesteld, vastgelegd op de website www.sportinfrastructuur.nl, waarin wordt aangegeven dat voor de bouw van een binnensportaccommodatie een minimale behoefte van 1.600 uur per jaar vereist is (40 uur per week gedurende 40 weken). Dit aantal omvat ook het gebruik door het onderwijs. Daarnaast heeft NOC*NSF een richtlijn opgesteld die uitgaat van 1.400 uur per jaar (40 uur per week gedurende 35 weken) aan sportgebruik. Naast deze richtlijnen is er een beoordeling mogelijk op basis van landelijke referenties van het jaargebruik van sporthallen en sportzalen gebaseerd op het gezamenlijke gebruik van scholen en sportverenigingen.

De beoordeling loopt van onvoldoende tot goed. Hierbij zijn er verschillen tussen sporthallen en sportzalen. Bij de keuze voor de realisatie van sporthallen en sportzalen kun je als algemeen uitgangspunt stellen dat er zoveel als mogelijk sprake is van een gecombineerd gebruik door scholen en sportverenigingen. Verder kunnen de volgende criteria worden gehanteerd bij de keuze om de capaciteit uit te breiden: 17

Stap 0

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Inhoud

·

·

Aantal inwoners ◦ Behoefte aan gebruik door sportverenigingen ◦ Wel of niet inpasbaar in bestaande (kleinere) accommodaties ◦ Wel of niet inpasbaar in nieuwe (kleinere) accommodaties ◦ Wel of niet structureel van aard Mate van gebruik

·

Bij (vervangende) nieuwbouw van gymzalen een aparte bergruimte wordt gerealiseerd voor materialen van sportgebruikers en dat de maat van deze bergruimte wordt afgestemd op de behoeften van de gebruikers.

Koppeling met onderwijs Het jaargebruik van gymzalen is moeilijk te vergelijken met sporthallen en sportzalen. Dit komt door de beperkte omvang van een gymzaal (1 zaaldeel en vaak 5,5 meter hoogte). Hierdoor is een gymzaal moeilijker te gebruiken door en te verhuren aan sportverenigingen. Een gymzaal zal dus in de eerste plaats door het onderwijs gebruikt worden. Bij gymzalen kijk je naar de behoefte voor het bewegingsonderwijs door de scholen, medegebruik door sportverenigingen of andere sportaanbieders en is het normatieve aantal klok- en lesuren leidend voor het bepalen van de benodigde capaciteit. Bij de vernieuwing van gymzalen kun je beoordelen of er een mogelijkheid is tot clustering naar een sportzaal of een sporthal. Als deze mogelijkheid er is, dan is het wenselijk om op basis van de actuele ontwikkelingen in de behoefte aan het aantal sporthallen en sportzalen bij sportverenigingen een afweging te maken. Bij vernieuwing van sporthallen, sportzalen en gymzalen kun je verder vaststellen dat: · De functionaliteit van de accommodatie zo nodig en mogelijk wordt verbeterd. · De inrichting wordt gemoderniseerd. · De keuze voor de inrichting dient aan te sluiten bij de behoeften van zowel de scholen als de sportverenigingen. · Bij (vervangende) nieuwbouw van gymzalen wordt gekozen voor een ruimere maatvoering. 18

Stap 0

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Inhoud

Toewijzing gebruik Vanuit gemeenten wordt vaak voor de prioritering in de toewijzing van het gebruik een kader gesteld. Zo kun je bijvoorbeeld onderwijsinstellingen, sportverenigingen, doelgroepen, maatschappelijke instellingen en individuele inwoners uit de gemeente als eerste prioriteit benoemen, gevolgd door dit soort partijen uit de regio. En kun je maatschappelijke evenementen en activiteiten (maatschappelijk ondernemerschap) voorrang geven op commerciële bedrijven en/of organisaties. Meer specifieke uitwerking kan dan aan de hand van volgorde in prioriteit: Ҋ Scholen voor (speciaal) basis en (speciaal) voortgezet onderwijs hebben voorrang op alle andere gebruikers voor de sportactiviteiten die structureel onderdeel uitmaken van het reguliere lesrooster (wettelijke taak). Ҋ Hierna hebben sportverenigingen voorrang op alle andere gebruikers (belang zekerheid accommodatiegebruik bij verenigingen). En/of aan de hand van criteria: Ҋ Structureel gebruik (= wekelijks gebruik) boven incidenteel gebruik. Ҋ Historisch criterium: gebruikers met structureel gebruik, die al jarenlang een vast uur/ vaste uren huren hebben voorrang op een andere potentiële gebruikers. Hierbij geldt wel dat het gebruik (deels) kan worden verplaatst naar een andere passende accommodatie.

Voorwaarden voor deze verplaatsing zijn (1) dat verplaatsing niet leidt tot knelpunten in relatie tot de herkomst van de leden, (2) dat verplaatsing niet leidt tot organisatorische knelpunten (bijvoorbeeld: te grote versnippering van het gebruik) en (3) dat er een

Ҋ Ҋ Ҋ

duidelijk belang is voor de verplaatsing (bijvoorbeeld: de andere gebruiker heeft de specifieke functionaliteit van de accommodatie nodig); Lang gebruik (> 20 weken per jaar) boven kort gebruik (< 20 weken per jaar). Bij een sportzaal: huur van 2 zaaldelen gaat voor op huur van 1 zaaldeel. Bij een sporthal: huur van de hele hal gaat voor op huur van een deel van de hal.

Bovenstaande criteria vormen geen sluitend instrumentarium, maar bieden wel houvast en geven meer duidelijkheid aan verenigingen. Altijd geldt dat toepassing van de criteria ‘redelijk en billijk’ dient te zijn voor alle gebruikers.

Buitensport Voor buitensportaccommodaties zijn richtlijnen opgesteld in samenwerking tussen de VNG, NOC*NSF en diverse sportbonden. Deze richtlijnen zijn vastgelegd op www.sportinfrastructuur.nl en geven per sport, leeftijdsgroep en soms speelniveau aan welke sportruimte nodig is. Sommige gemeenten werken met eigen capaciteitsberekeningsmethoden. In een paar gemeenten (bv. Utrecht, Amsterdam en Lelystad) worden normen opgenomen qua aantal m2 sportvelden per woning. De benodigde oppervlakte hangt in de praktijk samen met de behoefte van de inwoners, de takken van sport (voetbal neemt meer ruimte in beslag dan korfbal of tennis), de mate waarin een gemeente verschillende sporttakken faciliteert en de mate van spreiding die hierbij gewenst is.

19

Stap 0

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Inhoud

De benodigde capaciteit aan velden kun je bepalen op basis van speeldagen, ledenaantal en teamsamenstelling. Als de bestaande capaciteit conform de richtlijnen van de betreffende sportbond niet meer toereikend is en er elders bij soortgelijke verenigingen geen capaciteit meer voorhanden is, kan uitbreiding plaatsvinden. Toepassing van kunstgras kan als dit bijvoorbeeld vereist is vanuit de bond, om te voorzien in de benodigde wedstrijd- en trainingscapaciteit of er onvoldoende ruimte op het sportpark is om (extra) natuurgrasvelden aan te leggen. Kwaliteit en continuïteit kunnen ook een rol spelen in deze afweging. Wat betreft het afstoten (en evt. herbestemmen) van voorzieningen kun je vastleggen dat dit besluit volgt bij een te laag gebruik van de voorzieningen en dat deze locaties kunnen worden gebruikt voor realisatie van voorzieningen voor takken van sport waar behoefte is aan extra capaciteit of nieuwe takken van sport. Als er ruimte wordt gevraagd door een vereniging voor een tak van sport die nog niet in de gemeente wordt beoefend, dan kunnen de volgende uitgangspunten gelden: · Er wordt zo mogelijk medegebruik gemaakt van bestaande velden/ accommodaties. Dit geldt ook voor nevenvoorzieningen als kleedlokalen en clubgebouwen. · Bij groei en vraag – aanbod vergelijking (op basis van normeringen sportbond) worden een eigen veld en bijbehorende voorzieningen gerealiseerd.

Beschikbaarheid van ruimte en financiële middelen bij de gemeente zijn altijd voorwaarden.

Voor buitensport kan gebruik van een afwegingskader behulpzaam zijn. Hieronder wordt daarvoor een voorbeeld gegeven:

Afwegingskader uitbreiding buitensport Vraag

Ja

Nee

1

Is er te weinig capaciteit op grond van de richtlijnen van de bond?

naar 4

naar 2

2

Wordt het tekort veroorzaakt door een beperking in de bespeelbaarheid van velden?

Beoordelen welke maatregelen nodig zijn om dit op orde te krijgen en wie verantwoordelijk is voor uitvoering en financiering

naar 3

3

Wordt het tekort veroorzaakt door een hogere gebruiksbehoefte dan de richtlijn van de bond, bijvoorbeeld door een hoger ambitieniveau?

Geen uitbreiding capaciteit tenzij er sprake is van aansluiting bij vastgesteld sportbeleid

Geen uitbreiding capaciteit

4

Is er al een langere periode (bijvoorbeeld 3 - 4 jaar) sprake van te weinig capaciteit?

naar 5

Geen uitbreiding capaciteit

5

Blijft het tekort op lange termijn bestaan?

naar 6

Geen uitbreiding capaciteit

6

Wordt het tekort (in hoofdzaak) veroorzaakt door instroom/ overstap van leden van andere verenigingen in de gemeente en/of van buiten de gemeente?

Geen uitbreiding capaciteit

Beoordelen op welke wijze het tekort aan capaciteit kan worden opgelost

20

Stap 0

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Inhoud

Via het afwegingskader wordt eerst bepaald of er daadwerkelijk sprake is van tekort op grond van de richtlijnen van de bond. Vervolgens wordt gekeken naar de oorzaken en de mate waarin dit structureel van aard is. Als de vragen in het kader zijn doorlopen en de uitkomst bij vraag 6 is “nee”, dan kan worden gezocht naar een oplossing.

Een voorbeeld van een oplossing uit gemeente X bestaat uit onderstaande opties die in volgorde worden doorlopen: De bestaande veldcapaciteit op de eigen locatie beter benutten door: Ҋ Uitbreiding van het aantal trainingsuren (vroeger starten, later eindigen, (meer) trainingen op de vrijdag) Ҋ Eerder starten en later eindigen van wedstrijden Ҋ (Meer) wedstrijden spelen op zondag (of op vrijdag) Als organisatorische oplossingen niet toereikend zijn, dan kunnen andere maatregelen gewenst zijn: Ҋ Gebruik maken van restcapaciteit op een andere locatie Ҋ Een andere toepassing van velden (bijvoorbeeld kunstgras in plaats van natuurgras)

Groenvoorzieningen bijvoorbeeld kunnen hierin wel worden meegeteld, mits deze hiervoor geschikt zijn en de omschrijving in het bestemmingsplan duidelijk maakt dat de gebieden met deze bestemming als speelruimte kunnen fungeren. Of de ‘100-70-50-norm’ voor inclusieve speelplekken van de Speeltuinbende: · Iedereen is 100% welkom · 70% van de speelaanleidingen is bereikbaar voor iedereen · 50% van de speelaanleidingen is bespeelbaar voor ieder kind en is gericht op het stimuleren van ontmoeting en samen spelen Rotterdam hanteert een norm voor buitenspeelruimte en Leiden richt maar liefst 10% van de openbare ruimte in als speelruimte. In Lelystad geldt voor sport en bewegen in de openbare ruimte 1 m² per inwoner bij gebiedsontwikkelingen. Lelystad legt hiermee dus alleen een norm vast voor gebiedsontwikkelingen. Deze sluit aan bij de norm die Amsterdam hanteert. Utrecht kiest voor een gelegenheid voor iedereen binnen een straal van 1 kilometer en Den Haag voor 1.000 m² per 1.000 woningen. Bij de deelindicator sport- en speelplekken van de kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving wordt gekeken naar het percentage inwoners binnen de buurt of gemeente dat een sport- of speelplek binnen 400 meter heeft.

Sport en bewegen in de openbare ruimte Voor spelen, sporten en bewegen in de openbare ruimte zijn de normen en richtlijnen divers. Zo is er de 3% speelnorm van Jantje Beton:

In het kader van een groene gezonde leefomgeving gaat tot slot nog de ‘3-30-300 regel’ rond:

Minimaal 3% van de bebouwde oppervlakte (dit is het totale oppervlakte dat door gebouwen, tuinen, infrastructuur e.d. wordt ingenomen) wordt bestemd voor buitenspeel- en verblijfsruimte (formele speel- en verblijfsruimte). Stoepen en vergelijkbare openbare ruimte worden hierin niet meegeteld.

Mensen moeten minimaal 3 bomen kunnen zien vanuit huis, een wijk moet voor minimaal 30% uit bladerdek bestaan en er dient een maximale afstand van 300 meter tot een park of groene ruimte te gelden. En neem groen mee in stadsontwikkeling. Tijdens de vervanging van riolering kan regenwater 21

Stap 0

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Inhoud

worden afgekoppeld en kunnen wadi’s en groen worden meegenomen. Dubbel ruimtegebruik kan oplossingen bieden, zoals ondergrondse parkeerplekken met de mogelijkheid voor groene verblijfsplekken erboven. Om sport en bewegen in de openbare ruimte structureel te verankeren, hebben we misschien wel een mix vanuit deze diversiteit aan normen nodig: een slimme norm die verder kijkt dan traditionele kaders en ruimte voor sport combineert met andere functies. Wij zien vier hoofdbestanddelen van deze norm:

Multifunctioneel (secundaire functie ‘sport en bewegen’ in combinatie met een primaire functie als klimaatadaptatie of actieve mobiliteit Sport- en speelruimtes worden slim gecombineerd met andere functies, zoals een open schoolplein dat ook als wijkontmoetingsplek dient. Ook worden sportplekken gekoppeld aan klimaatadaptieve maatregelen zoals wadi’s, waterpleinen en groenstroken.

Voldoende ruimte (gegarandeerde m² voor sport en bewegen Iedereen moet voldoende ruimte hebben om te sporten en bewegen, waarbij zowel sportplekken als groene en openbare ruimtes meetellen. Bij nieuwe woningbouwprojecten wordt een percentage van de openbare ruimte gereserveerd voor sport, spel en multifunctioneel gebruik. Op bereikbare afstand (in minuten of meters) Sport- en beweegruimte moet eenvoudig en veilig bereikbaar zijn, met plekken dicht bij huis en grotere sportfaciliteiten op iets ruimere afstand. Elke plek nodigt uit tot ontmoeting en verblijf, met voorzieningen zoals bankjes, drinkwaterpunten en schaduwplekken. Voor iedereen (behoeften van diverse doelgroepen) Iedereen – ongeacht leeftijd, geslacht, beperking of sportvoorkeur – wordt uitgenodigd tot bewegen. Sportplekken zijn toegankelijk voor iedereen, inclusief mensen met een beperking. De plekken worden mede vormgegeven door vrouwen en meisjes. De ruimte wordt evenwichtig verdeeld over traditionele sporten, opkomende sporten en flexibel in te zetten plekken.

22

Stap 0

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Inhoud

In bijlage 6 vind je een uitgebreide beschrijving van deze bestanddelen. Belangrijkste factor is uiteindelijk het daadwerkelijke gebruik van de voorzieningen. Dit hangt in de eerste plaats samen met een goede aansluiting tussen vraag en aanbod in functionele zin (inrichting sluit aan bij behoefte). Daarnaast spelen aspecten als kwaliteit, veiligheid en organisatie van activiteiten een rol (zie Bouwstenen van de beweegvriendelijke omgeving).

Afwegingskader nieuwe sport- en beweegvoorzieningen Vraag

Ja

Nee

1

Draagt de voorziening bij aan de realisatie van gemeentelijke beleidsdoelen?

Naar 2

Geen gemeentelijke verantwoordelijkheid

2

Is er aantoonbaar behoefte aan de voorziening bij de inwoners van de gemeente?

Naar 3

Geen gemeentelijke verantwoordelijkheid

3

Is het een maatschappelijke voorziening die niet commercieel wordt benut/ waarbij de markt geen rol heeft?

Naar 4

Ruimtelijk faciliteren op markconforme basis

4

Kan de initiatiefnemer de investerings- en exploitatiekosten zelf dekken?

Ruimtelijk faciliteren op maatschappelijke basis

Naar 5

5

Heeft de gemeente op grond van vastgesteld beleid middelen om bij te dragen in de kosten?

Ruimtelijk faciliteren op maatschappelijke basis en financieel ondersteunen op basis van de vastgestelde beleidskaders

Naar 6

6

Is de gemeenteraad bereid om middelen beschikbaar te stellen voor de financiële ondersteuning?

Ruimtelijk faciliteren op maatschappelijke basis en financieel ondersteunen op basis van de vastgestelde beleidskaders

Initiatief niet haalbaar

Zwemwater Ook het bepalen van een norm voor het benodigd aantal zwembaden is een uitdaging. Een zwemvoorziening telt vaak meerdere baden, waardoor een norm als 1 zwembad per 100.000 inwoners (Amsterdam) of per 77.500 inwoners (Den Haag) te weinig duiding geeft. Bij de realisatie van nieuwe zwemvoorzieningen wordt voor het bepalen van het aantal bezoekers veelal gewerkt met animocijfers en een aantal bezoekers per m² zwemwater. Bij een uitkomst van beide indicatoren richting de bovenkant van de bandbreedtes kan er sprake zijn van een tekort aan zwemwater. Als kader kun je dan bijvoorbeeld stellen dat de vereiste capaciteit voor het instructiezwemmen (leszwemmen) leidend is voor het bepalen van de noodzaak tot uitbreiding van het zwemwater.

Overige nieuwe sport- en beweegvoorzieningen Bij verzoeken aan de gemeente voor medewerking aan de realisatie van andere nieuwe sport- en beweegvoorzieningen kan het volgende schema worden gehanteerd voor een beslissing over het al dan niet ondersteunen en de vorm van ondersteuning:

23

Stap 0

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Inhoud

Voorwaarde voor het ruimtelijk faciliteren is dat er beschikbare ruimte is of dat vergunningverlening mogelijk is op de locatie die de initiatiefnemer wil gebruiken. Daarnaast kan de gemeente, in voorkomende gevallen en/of indien nodig, (financiële) achtergrondinformatie opvragen bij initiatiefnemers. De normen en kengetallen stel je samen met de projectgroep vast, eventueel aangevuld met de disciplines Openbare Ruimte, Ruimtelijke ontwikkeling en Speelbeleid.

2.5 Stap 4 Analyse toekomstige vraag en aanbod In deze stap trek je conclusies uit de bevindingen op de verschillende onderdelen in stap 1, waarbij je rekening houdt met de trends en ontwikkelingen (stap 2) en de normen en kengetallen (stap 3). Op basis hiervan breng je in beeld welke extra sport- en beweegvoorzieningen nodig zijn (opgaven) en wat er aan vervanging, renovatie en instandhouding qua huidige accommodaties nodig is. De mogelijke oplossingsrichtingen maak je in deze stap dus concreet. Hierbij kun je werken met meerdere scenario’s. Bij de uitwerking wordt ingegaan op de spreiding over de gemeente en de ontwikkeling van nieuwe locaties plus functionaliteiten. Let ook op verbinding tussen de opgaven. Vaak hanteer je hierbij uitgangspunten en randvoorwaarden als de ambities vanuit het sport- en beweegbeleid, wijkgericht werken, laagdrempelig aanbod, multifunctionaliteit, clustering van voorzieningen en beperken van overlast. De uitwerking van de ontwikkelopgaven is gebaseerd op de lange termijn. Waar mogelijk moeten oplossingen voor de korte termijn meegenomen worden, zonder dat sprake is van kapitaalvernietiging.

Voorbeelden van opgaven zijn:

Binnensport · · · · · · · ·

Uitbreiding bestaande complexen met x aantal zaaldelen Uitbreiding gymzalen (koppeling IHP Onderwijs) Samenvoegen van gymzalen tot sportzaal (koppeling IHP Onderwijs) Verbeteren functionaliteit gymzalen voor sportverenigingen en andere sportorganisaties (koppeling IHP Onderwijs) Toevoegen van extra ruimte(s) bij gymzalen (koppeling IHP Onderwijs) Tijdelijke of flexibele accommodaties Turnvoorziening Verduurzaming

Buitensport ·

· · · · ·

Aanpassen huidige locaties/ herstructurering en uitbreiding functies sportpark (inclusief parkeercapaciteit, zichtbaarheid en veiligheid), onder andere: ◦ Draaien of omvormen velden ◦ Realisatie kunst- of natuurgras ◦ Realisatie nieuwe (overdekte) banen ◦ Realisatie club- of kleedgebouwen, lockers ◦ Verplaatsen verenigingen ◦ Extra brede groenstroken om in te spelen op wijzigende toekomstige ruimtebehoefte Ontwikkelen nieuwe locatie (benodigde ruimte sport- en beweegvoorzieningen en koppeling bewegingsonderwijs) Samenvoegen verenigingen op nieuwe locatie Benutten van elkaars voorzieningen Vrijkomende locaties Verduurzaming

24

Stap 0

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Inhoud

Bovenstaande opgaven vergt uiteraard overleg met en tussen de verenigingen of zelfs oprichting van nieuwe verenigingen. Een vaste gesprekspartner voor verenigingen is hierbij wenselijk.

Zwemwater · · ·

Sport en bewegen in de openbare ruimte · · · · · ·

Inpassen nieuwe sport- en beweegvoorzieningen in huidige infrastructuur Inzetten van locaties die vrijkomen of bij gebiedsontwikkelingen (volgens norm) Multifunctioneel gebruik van ruimtes Diversiteit aan en aantrekkelijkheid van voorzieningen (aansluitend bij behoefte) Veiligheid, bereikbaarheid, toegankelijkheid en verbinding Aandacht voor gebruik ((organisatie van) aanbod)

Vervangen verouderde baden tot één nieuw zwembad Toevoegen doelgroepenbad Verduurzaming

De analyse spreek je door met de projectgroep. Dit is ook het moment voor een eventuele terugkoppeling naar verenigingen en andere gebruikers.

25

Stap 0

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Inhoud

De investeringsramingen per accommodatie zijn afhankelijk van keuzes op het gebied van maatvoering, faciliteiten en voorzieningen of een globaal programma van eisen. Voor de kostenraming is daarnaast van belang of duidelijk is wanneer de accommodatie exact gerealiseerd wordt. In dat geval kunnen rentekosten en prijsstijgingen ook accuraat meegenomen worden. Er wordt uitgegaan van een duurzaamheidsniveau passend bij de ambitie van de gemeente (bijvoorbeeld normering BENG bijna energie neutrale gebouwen). Voor overige investeringen (parkeren, infrastructuur) wordt gerekend op basis van referentiegetallen (aantal parkeerplekken per sportvoorziening, afmetingen, kosten per m²). De ramingen zijn prijspeil van het betreffende jaar en waar aangegeven inclusief rentekosten en prijsstijgingen. Bij accommodaties waar nog geen concrete verwachte oplevering is, wordt uitgegaan van ramingen met prijspeil van het betreffende jaar, exclusief rentekosten en prijsstijgingen. Alle ramingen zijn inclusief BTW.

2.6 Stap 5 Uitwerking in investeringen en planning De analyses en de uitwerking in opgaven voor de komende jaren leidt tot een accommodatiebehoefte en aanpassingen. In deze stap geef je hiervan een samenvatting en per accommodatie geef je de beoogde oplevering weer. De accommodatiebehoefte (nieuwe voorzieningen, aan te passen voorzieningen etc.) leiden tot investeringen. Komen tot investeringsramingen vraagt om specifieke (externe) expertise. Afstemming met de afdeling financiën is hier noodzakelijk (rentevoet, afschrijvingstermijnen etc).

Voor de investeringsramingen gelden vaak een aantal algemene uitgangspunten: Er wordt uitgegaan van globale stichtingskosten per accommodatie: ◦ Binnensport/ zwemwater: inclusief bouwkosten, inrichtingskosten, projectbegeleiding, advieskosten ontwerpende partijen, terreininrichting en parkeren, aansluitkosten en leges en een post onvoorzien van 10%. ◦ Buitensport: idem inclusief aanlegkosten velden, eventuele nevenvoorzieningen waar van toepassing (dug outs, verlichting, hekwerken), advieskosten en algemene kosten. Voor club- en kleedgebouwen wordt rekening gehouden met bouwkosten, projectbegeleiding, advieskosten, aansluitkosten en leges en een post onvoorzien van 10%. De grondkosten worden niet meegenomen. Denk aan interne kosten van de gemeente. Er wordt nog geen rekening gehouden met mogelijk te ontvangen subsidies zoals SPUK en/of verrekening van de BTW.

Deze stap besluit je met een samenvatting van de benodigde investeringen. Deze kun je indelen in categorieën. Denk aan: · noodzakelijke investeringen om de basis op orde te krijgen · noodzakelijke investeringen om te kunnen voorzien in de behoefte als gevolg van groei van de gemeente · overige investeringen om de kwaliteit van het sportaanbod te versterken en in te kunnen spelen op de toekomstige trends en ontwikkelingen en investeringen in het kader van verduurzaming 26

Stap 0

Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Bijlage 4

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Inhoud

Bij oplossingen voor de korte(re) termijn breng je, naast de investeringskosten, ook de kapitaallasten en gebouw gebonden lasten zoals onderhoud en energie in beeld. De investeringen plaats je vervolgens op basis van de verwachte realisatie in de tijd. Dit wordt je planning. Op deze manier is het bruikbaar als uitvoeringsplan en/of als basis voor een financieel besluit. Vervolgstappen zijn scenario-, locatie- of haalbaarheidsonderzoeken op accommodatieniveau. Aandachtspunt bij de ramingen is nog de wijze van financiering (verantwoordelijkheidsverdeling). In veel gevallen zijn investeringen in de sporttechnische infrastructuur voor rekening van de gemeente en worden de (nieuwe) accommodaties in beheer van bijvoorbeeld een sportbedrijf gegeven. Investeringen in clubgebouwen zijn vaak voor rekening van de verenigingen. Bij gedwongen verplaatsingen van verenigingen doen gemeenten vaak wel bijdragen in de kosten. In gesprek met de verenigingen kan worden bepaald in hoeverre de gemeente bijdragen moet doen in de investeringen van de verenigingen. Efficiency is te behalen is als clubgebouwen van verenigingen gecombineerd worden. Extra kleedkamers (en lockers) komen in veel gevallen voor rekening van de verenigingen. De huur van kleedruimten geschiedt vaak kostendekkend. Bij de kosten voor verduurzaming wordt primair gekeken naar de benodigde investeringen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=71e7102c-721c-46bb-9fce-b04ee6c06b8b