CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 6 Natuuronderzoek

Raad 18 april 2024, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Bestemmingsplan Gemaal P. van der Sterr in de Waardpolder nabij Kolhorn13.559 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Effecten van stikstofdepositie moeten daarom alsnog berekend worden met behulp van het programma Aerius Calcula­ tor. Indien de door het project veroorzaakte hoeveelheid stikstof tot overschrijding leidt van Kritische depositiewaarden (KDW's) in Natura 2000-gebieden, dan is het er mogelijk sprakevan een vergunningplicht. Gezien de zeer grote afstandvan het project ten opzichte van nabij gelegen Natura 2000-gebieden en vanwege de tijdelijke aardvan het project (uit ­ sluitend depositie in de aanlegfase)wordt de kans hierop klein geacht.

Stichting Waterproef_________ Natuurtoets GemaalP. vd Sterr

27 430708

Tabel 5. Relevantestoringsfactorendie reiken tot in Natura2000-gebied Nabijgelegen Natura 2000gebieden Storingsfactor aanlegfase gebruiksfase Oppervlakteverlies Versnippering ? Verzuring 8tVermesting door N-depositie Verzoeting Verzilting Verontreiniging Verdroging Vernatting Verandering stroomsnelheid Verandering overstromingsfrequentie Verandering dynamiek substraat Verstoring door geluid Verstoring door licht Verstoring door trilling Optische verstoring Verstoring door mechanische effecten Verandering populatiedynamiek Bewuste verandering soortensamenstelling ? = er treden mogelijk effecten op, significante gevolgen zijn niet op voorhand uit te sluiten, het gaatom effecten veroorzaakt door stikstofdepositie in de bouwfase. Om te bepalen of er sprake is van effecten, dienen de deposi ­ tie en de effecten eerst berekend te worden met behulp van Aerius Calculator. - = Het effect treedt ofwel niet op, of reikt niet tot in Natura2000-gebied.

Stichting Waterproef Natuurtoets GemaalP. vd Sterr

28 430708

6

Natura2000 gebieden(Voortoets) De Voortoets beperkt zich tot de effecten van de relevante storingsfactoren binnen de reik­ wijdte van deze effecten op Natura 2000-gebieden. Van de relevante storingsfactoren, zijn er (met uitzondering van Stikstofdepositie) geen factoren met een reikwijdte tot in Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten veroorzaakt door deze storingsfactoren zijn daarom (met uitzondering van stikstofdepositie) op voorhand uit te sluiten een verdere uitwerking van de Voortoets hoeft voor deze storingsfactoren niet plaatste vinden. Een uitzondering hierop vormt de uitstoot van stikstof veroorzaakt door de werkzaamhe­ den. Uitstoot van stikstof vindt uitsluitend plaatsin de aanlegfase.Deze uitstoot is momen ­ teel niet langer vrijgesteld van vergunningplicht. Dit maaktdatde hoeveelheid uitstoot be­ kend moet worden en dat berekend moet worden of dit leidt tot negatieve effecten op be­ schermde habitattypen en leefgebied van habitatsoorten in (nabij gelegen) Natura 2000gebieden. Op een grotere afstandvan het plangebied liggen stikstofgevoelige habitattypen of stikstofgevoelig leefgebied van soorten van de instandhoudingsdoelstellingen. Bij een aantalvan deze gebieden is de jaarlijkseachtergrond depositie van stikstof al groter dan de draagkrachtvan het habitattype.

Dit maaktdat elke aanvullende hoeveelheid stikstof (hoe klein ook) leidt tot ernstige schade aanhet habitattype. De kans dat uitstoot van het project leidt tot een overschrijding van de Kritische depositiewaarden van nabijgelegen habitattypen en leefgebied is daarom aanwezig,echter gezien de zeer grote afstanden de tijdelijkheid van het project wel klein. Indien er echter toch sprake is overschrijdingvan stikstofwaarden,dan is er mogelijk sprake vanvergunningplicht. Dit ligt buiten de scope van het huidige rapport en dient afzonderlijk berekend te worden met het pro ­ grammaAerius calculator.

Stichting Waterproef_________ Natuurtoets GemaalP. vd Sterr

29 430708

7 Soortenbescherming 7.1

Verspreidingsgegevens Onderstaandetabel geeft een beknopt overzicht van soorten vens bekend zijn in of nabij het plangebied.

waarvanverspreidingsgege ­

Tabel 6 Overzicht verspreidingsgegevens beschermde soorten. Bron: NDFF 2012-2022. NB. Algemene broedvogelszijn niet opgenomen in de tabel._________________________ Soortgroep

Verspreidingsgegevensbekend van

Wnb1

Vaatplanten

Geen

-

Buizerd, Gierzwaluw, Havik, Huismus, Ransuil, Sperwer

VR

Waterspitsmuis, Wezel

NL

Vleermuizen

Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Kleine dwergvleermuis, Laatvlieger,Meervleermuis, Ruige dwerg­ vleermuis, Watervleermuis

HR

Zeezoogdieren

Gewone zeehond

NL

Vogels met jaarrond beschermde nesten Grondgebonden zoogdieren

Reptielen

Geen

-

Amfibieën

Geen

-

Vissen

Geen

-

Overig

Geen

Ad. 1. Wet natuurbescherming. Beschermingscategorie Vogelrichtlijnsoorten niet-vrijgestelde Nationale soorten (NL).

(VR) Habitatrichtlijnsoorten (HR), of

7.2 Vaatplanten 7.2.1 Bronnenonderzoek Nabij het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde planten uit de Wet natuurbescherming (NDFF 2012-2022). 7.2.2

Veldbezoek Tijdens de veldbezoeken zijn geen beschermde planten aangetroffen. Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen geschikte groeiplaatsen aangetroffen, voor in de regio voorkomende beschermde soorten, zoals voedselarme trilvenen, kruiden ­ rijke akkers, kalkrijkzand of kalkrijke vochtige muren. De dijk en het veldje betreft een met gras ingezaaidedijk en veld, dit is geen habitatvoor in de regio gemelde soorten of andere te onderzoeken soorten.

7.2.3

Conclusieaanwezigheid Op basis van verspreidingsgegevens en biotoopkenmerken uitgesloten in het plangebied.

Stichting Waterproef Natuurtoets GemaalP. vd Sterr

worden beschermde planten

30 430708

7.3

Vogels

7.3.1

Bronnenonderzoek In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van broedverdachte vogels met jaarrond beschermde nesten. Het gaatom Buizerd, Gierzwaluw, Havik, Huismus, Ransuil en Sperwer (NDFF 2012 - 2022).

7.3.2

Veldbezoek Voor algemene soorten is volop broedgelegenheid aanwezigin de oevers, rietkragen, bo­ men en in aangrenzendeweilanden. Tijdens het broedseizoen zijn nesten van watervogels zoals Wilde eend, Meerkoet, Waterhoen langs het waterte verwachten, in de weilanden Kievit en Scholekster en soorten zoals Merel en Houtduif. Nabij het plangebied zijn verspreidingsgegevens bekend van vogels met jaarrond be­ schermde nesten. Jaarrond beschermde nesten van categorie 1 t/m 4 zijn binnen het plan­ gebied niet aangetroffen. Er is geen sprake van essentieel leefgebied voor soorten met een jaarrond beschermd nest buiten het plangebied. Rondom het plangebied is zeer veel vergelijkbaarleefgebied aanwezig,waardoor er geen sprake is van een bijzondere onmisbare functie.

7.3.3

Conclusieaanwezigheid In het broedseizoen broeden algemene soorten

in het plangebied.

Jaarrond beschermde nesten en essentiële functies voor soorten met jaarrond be­ schermde nesten (categorie 1 t/m 4) zijn binnen het plangebied uitgesloten er is evenmin sprakevan essentieel leefgebied. 7.4

Grondgebonden zoogdieren

7.4.1

Bronnenonderzoek Nabij het plangebied zijn waarnemingen bekend van Waterspitsmuis en Wezel (NDFF 2012-2022). Wezel is gemeld op enkele akkers ten oosten

van het Waardkanaal.

Waterspitsmuis is op 4 boerderijen rondom het plangebied in braakballenvan uilen vastge­ steld. De soort komt daarom in de omgeving voor, maarde exactevindplaatsenzijn niet bekend. Omdatde soort in de omgeving verspreid is gemeld en omdat de rietkragen langs het Waardkanaal en langs de maalkom potentieel leefgebied voor de soort vormen is van tevoren in overleg met HHNK besloten tegelijkertijd aanhet veldbezoek voor de Natuurtoets ook een Naderonderzoek naarde aanwezigheid van de Waterspitsmuis uit te voe ­ ren. Hiervoor zijn watermonsters genomen, waaruit met behulp van eDNA technieken is vastgesteld of er DNA van de Waterspitsmuis in de monsters aan-of afwezig is

7.4.2

Veldbezoek Kleine marterachtigen Bunzing, Hermelijn en Wezel kunnen op veel plekken jagend en zwervend in en rondom het plangebied voorkomen, maarvanwege de afwezigheid van ho­ len, takkenrillen of andere wegkruipplekken, kunnen verblijven van deze soorten binnen het plangebied worden uitgesloten. Buiten het plangebied vooral op de eilanden met ruigte ten noordwesten van het gemaal,zijn wel mogelijkheden voor verblijven. In de directe om ­ geving is voldoende alternatiefjachtgebied aanwezig.Er is daarom geen sprake van es­ sentieel jachtgebied binnen het plangebied. Otter is niet gemeld in de omgeving, maarde soort verspreid zich momenteel snel binnen Nederland. Het Waardkanaal langs het plangebied zou leefgebied kunnen zijn voor de Stichting Waterproef_________ Natuurtoets GemaalP. vd Sterr

31 430708

Otter. Er zijn echter geen Otters of sporen van Otters aangetroffen. Omdatverder in de af­ gelopen 10 jaargeen waarnemingen bekend zijn van de Otter in de omgeving van het plangebied, wordt aangenomen dat momenteel geen populatie in de omgeving aanwezig is. Aanwezigheid wordt daarom uitgesloten. Bij het DNA-onderzoek naaraanwezigheid van de Waterspitsmuis is de soort niet aange­ troffen (Teunissen, 2022). Andere beschermde grondgebonden 7.4.3

zoogdieren

worden niet verwacht.

Conclusieaanwezigheid Binnen het plangebied is leefgebied voor kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel) aanwezig.Het is echter niet van een hoogwaardiger karakterdan omliggend ge­ bied, waardoor essentiële functies van het plangebied alsjacht/ foerageergebied kunnen worden uitgesloten. Voor verblijven van deze soorten is het plangebied niet geschikt. Ver­ blijven van kleine marterachtigen kunnen binnen het plangebied worden uitgesloten. Aanwezigheid van jagende of zwervende exemplaren van Otter is niet uit te sluiten. Een populatie of een individueel verblijf is momenteel niet aanwezig. Aanwezigheid van Waterspitsmuis wordt uitgesloten onderzoek (Teunissen, 2022).

op basis van het uitgevoerde

Aanwezigheid van overige beschermde grondgebonden zoogdiersoorten ten op basis van verspreidingsgegevens en biotoopkenmerken.

DNA-

worden uitgeslo ­

7.5 Vleermuizen 7.5.1

Bronnenonderzoek In de omgeving van het plangebied zijn verspreidingsgegevens bekend van zowel gebouwbewonende (bijvoorbeeld Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Kleine dwergvleermuis, Laatvlieger,Meervleermuis) als boombewonende soorten vleermuizen bekend (zoals Ruige dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis en Watervleermuis) (NDFF 2012-2022). De functionele leefomgeving van vleermuizen bestaatuit de verblijven inclusief de bijbehorende en essentiële vliegroutes en foerageergebieden. Ten oosten van het Waardkanaal bevindt zich tussen het kanaalen de Waardwegeen houtwal. Van deze houtwal is bekend datdeze door Ruige dwergvleermuizen als belang­ rijke migratieroute wordt gebruikt. Er zijn eveneens zeer veel meldingen van Laatvliegeren Gewone dwergvleermuis.

7.5.2

Veldbezoek Bomen staanbinnen het plangebied uitsluitend langs de P. v.d. Sterrweg. Het gaatom een tiental populieren. Er zijn geen lange lintvormige bomenrijen aanwezig.De bomen maken dus geen onderdeel uit van een vliegroute langs bomen. De bomen verkeren in een goede staat.Geschikte omstandigheden voor vleermuizen zijn niet in de bomen aanwezig:grote scheuren, holen of plakkatenloszittend schors zijn bij de hogen bomen niet aangetroffen. Potentiële verblijfplaatsenvoor bomen bewonende vleer­ muizen zijn daarom uit te sluiten. Het enige bouwwerk binnen het plangebied betreft het oude gemaalgebouw. Langs de dakrandenen onder de dakpannen bevinden zich plekken waarvleermuizen in potentie in kunnen vliegen. Verblijven in gebouwen zijn daarom niet op voorhand uit te sluiten. Het Waardkanaal kan functioneren als foerageergebied of belangrijke vliegroute. De rest van het plangebied kan ook functioneren als foerageergebied, maarbiedt geen onmisbaar Stichting Waterproef_________ Natuurtoets GemaalP. vd Sterr

32 430708

leefgebied. In de omgeving zijn veel vergelijkbare alternatievenaanwezigom te kunnen foerageren. 7.5.3

Conclusieaanwezigheid Het enige gebouw in het plangebied betreft het oude gemaalgebouw. Aan dit gebouw zit­ ten daklijsten en dakpannenwaaronder vleermuizen zouden kunnen verblijven. Aanwezig­ heid van verblijven in gebouwen kan dus op voorhand niet worden uitgesloten. Of deze po ­ tentiële verblijven ook daadwerkelijkdoor vleermuizen worden gebruikt, is momenteel niet bekend. De bomen in het plangebied zijn nog in goede conditie en daarom niet geschikt voor ver­ blijven van vleermuizen: gaten, holen, scheuren of andere potentiële verblijven ontbreken. Verblijven in bomen zijn uit te sluiten. Vliegroutes langs bomenrijen kunnen worden uitgesloten. De bomen staanweliswaarin een groep, maarsluiten niet aanop andere bomenrijen, waardoor geen sprake is van een aaneengesloten geleidend landschapselement. Het Waardkanaal kan als vliegroute van essentiële en onmisbare waardezijn voor het functioneren van de verblijven buiten het plangebied. Van de houtwal op de oostoever is bekend dat hier een belangrijke vlieg/migratieroute aanwezigis van Ruige dwergvleermuis. Vermoedelijk speelt de ligging van de houtwal in combinatie met het kanaalhierbij een be­ langrijke rol Binnen de rest van het plangebied ligt geen essentieel foerageergebied. Er zijn voldoende alternatievevergelijkbare locaties in de directe omgeving.

7.6 7.6.1

Zeezoogdieren Bronnenonderzoek Nabij het plangebied zijn recente waarnemingen bekend van beschermde zeezoogdieren uit de Wet natuurbescherming (NDFF 2012-2022). Het gaathier om waarnemingenvan Gewone zeehond. Het betreft hier één melding van een Gewone zeehond in de Bovenkolk bij Kolhorn. Er zijn geen andere of vervolgwaarnemingen.

7.6.2 Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zeezoogdieren aangetroffen. Binnen het plangebied is er tevens geen geschikt habitataanwezigvoor zeezoogdieren. Deze zoog ­ dieren leven tevens hoofdzakelijk in zoutwater en trekken voor kortere periodes soms de rivieren op. Vermoedelijk betreft het verdwaaldeexemplaren. Langdurig verblijf wordt uitge ­ sloten. 7.6.3

Conclusieaanwezigheid Op basis van verspreidingsgegevens en biotoopkenmerken worden beschermde functies van beschermde zeezoogdieren uitgesloten in het plangebied. Een zwervend exemplaaris nooit geheel uit te sluiten. Voor langdurig verblijf is het plangebied ongeschikt.

7.7 7.7.1

Reptielen Bronnenonderzoek Nabij het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde reptielen uit de Wet natuurbescherming (NDFF 2012-2022).

7.7.2

Veldbezoek Tijdens de veldbezoeken zijn geen reptielen aangetroffen. In het plangebied komt leefge­ bied voor dat in Nederland alleen geschikt zou kunnen zijn voor de Ringslang (rietkragen, watergangenen moerasland). De verspreiding van deze soort is in Noord-Holland goed bekend. En hoewel de soort zich noordwaarts uitbreidt, komt deze echter momenteel nog Stichting Waterproef_________ Natuurtoets GemaalP. vd Sterr

33 430708

niet voor in dit deel van Noord-Holland. De dichtstbijzijnde waarnemingen bevinden zich langs het Markermeer bij Hoorn. Aanwezigheid van de Ringslang kan daaromworden uit ­ gesloten. Overige beschermde soorten 7.7.3

7.8 7.8.1

worden niet verwacht op basis van aangetroffen biotoop.

Conclusieaanwezigheid Op basis van verspreidingsgegevens en aangetroffen biotoop beschermde reptielen worden uitgesloten.

kan de aanwezigheid van

Amfibieën Bronnenonderzoek Binnen en nabij het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde amfi­ bieën uit de Wet natuurbescherming (NDFF 2012-2022). Meldingen van Rugstreeppad liggen verspreid door Noord-Holland. Maarter hoogte van het plangebied bevindt zich een gat in de verspreiding. Er zijn in de ruime omgeving geen waarnemingen bekend en rondom het plangebied is de verspreiding in de afgelopen jaren ook verder afgenomen (Creemers et al., 2009). Waarnemingenvan andere beschermde amfibieën ontbreken in een nog ruimere omge ­ ving en worden uitgesloten.

7.8.2

Veldbezoek Voor Rugstreeppad, die een slechte zwemmer is, is het Waardkanaal ongeschikt als leef­ gebied of voortplantingswater. De teensloten en de maalkom herbergen geen bijzonder leefgebied, de oevers zijn ook te sterk verruigd. Ondiepe poelen, zandige pioniers omstan­ digheden of rijk begroeide ondiepe polderslootjes ontbreken. Voor overwinteringslocaties is het plangebied niet geschikt. Het ontbreekt binnen het plan­ gebied aanvergraafbaregronden, stapels stenen, houtwallen of voldoende struweel. Bo ­ vendien wordt de dijk en het grasveld vrij intensief beheerd. Overwintering van de soort in de dijk wordt hierdoor eveneens uitgesloten.

7.8.3

Conclusieaanwezigheid Op basis van verspreidingsgegevens en biotoopkenmerken kan worden uitgesloten Rugstreeppad of andere beschermde amfibieën in het plangebied voorkomen.

dat

7.9 7.9.1

Vissen Bronnenonderzoek Binnen en nabij het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vissen uit de Wet natuurbescherming (NDFF 2012-2022).

7.9.2

Veldbezoek De sloten en waterpartijenin en rondom voor beschermde vissoorten.

7.9.3

het plangebied vormen geen bijzonder leefgebied

Conclusieaanwezigheid Op basis van verspreidingsgegevens en biotoopkenmerken uitgesloten in het plangebied.

worden beschermde vissen

7.10 Overige soorten 7.10.1 Bronnenonderzoek Binnen en nabij het nabij het plangebied zijn geen verspreidingsgegevens bekend van be­ schermde ongewervelden (NDFF 2012-2022).

Stichting Waterproef_________ Natuurtoets GemaalP. vd Sterr

34 430708

7.10.2 Veldbezoek De omgeving, sloten en waterpartijenin en rondom leefgebied voor beschermde ongewervelden.

het plangebied vormen geen bijzonder

7.10.3 Conclusieaanwezigheid Op basis van verspreidingsgegevens en biotoopkenmerken velden uitgesloten in het plangebied.

Stichting Waterproef_________ Natuurtoets GemaalP. vd Sterr

worden beschermde ongewer-

35 430708

7.11 Overzicht te verwachtensoorten Onderstaandetabel geeft een beknopt overzicht van de waargenomen of te verwachten beschermde soorten in het plangebied. Tabel 7. Overzicht (mogelijk) aanwezigebeschermde soorten en beschermde functies in het plangebied. (Mogelijk) beschermde Soortgroep (Mogelijk) aanwezigesoorten Wnb* functie plangebied Vaatplanten

Geen

-

-

Vogels: nesten jaarrond beschermd

Divers, o.a. Sperwer, Ransuil, Buizerd

VR

Geen

Vogels: overig

Divers, o.a. Fuut, Meerkoet, Wilde eend, Houtduif

VR

Broedlocatie

Bunzing, Hermelijn, Wezel

NL

Geen

Otter

HR

Geen

HR

Vliegroute over het Waardkanaal

HR

Verblijven in het gemaalgebouw

Grondgebonden zoogdieren

Vleermuizen

Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Kleine dwergvleer­ muis, Laatvlieger,Meervleermuis, Ruige dwergvleermuis, Watervleermuis Gewone dwergvleermuis, Gewone Kleine dwergvleer­ grootoorvleermuis, muis, Laatvlieger,Meervleermuis, Ruige dwergvleermuis

Zeezoogdieren

Gewone zeehond

NL

Geen

Reptielen

Geen

-

-

Amfibieën

Geen

-

-

Vissen

Geen

-

-

Overig

Geen

* Wet natuurbescherming:

Vogelrichtlijnsoorten

Stichting Waterproef_________ Natuurtoets GemaalP. vd Sterr

(VR) Habitatrichtlijnsoorten (HR), Nationale andere soorten (NL).

36 430708

7.12 Effectbeoordeling en toetsing In het plangebied kunnen beschermde soorten voorkomen. Beoordeeld wordt of effecten van het project op beschermde soorten en functies te verwachten zijn, met inachtneming van de uitvoering van het project conform een goedgekeurde gedragscode. Soorten waar ­ van het voorkomen is uitgesloten, worden niet verder behandeld in dit hoofdstuk. 7.12.1 Jaarrond beschermdenesten Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten of mogelijk essentieel en on ­ misbaarleefgebied van soorten van categorie 1 t/m 4 aanwezig.Nesten van jaarrond be­ schermde vogels kunnen dus binnen het plangebied worden uitgesloten. De soorten broeden wel nabij het plangebied. Bijvoorbeeld op nabijgelegen erven of in groenstroken. Essentieel en onmisbaar leefgebied voor vogels met jaarrond beschermde nesten is echter niet aanwezig.Er zijn voldoende vergelijkbare alternatievenin de directe omgeving. Negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten buiten het plan­ gebied, worden hierdoor uitgesloten. 7.12.2 Broedvogels In en nabij het plangebied kunnen diverse vogels broeden. Alle in gebruik zijnde nesten van Nederlandse broedvogels zijn beschermd vanafhet moment van eileg t/m het zelfstan­ dig uitvliegen van de jonge kuikens. De meeste vogels broeden in de periode 15 maartt/m 15 juli (rietzangvogels: 15 aug.).

Door een uitvoering van het project conform een goedge ­ keurde gedragscode wordt verstoring van broedende vogels voorkomen: ^ Voer het project uit in de periode augustus t/m februari of controleer op broedvogels en mijdt broedgevallen. Overtreding van verbodsbepalingen wordt hierdoor voorkomen. 7.12.3 Grondgebonden zoogdieren Aanwezigheid van Waterspitsmuis kon met behulp van eDNA onderzoek worden uitgeslo ­ ten (Teunissen, 2022). Negatieve effecten op deze soort zijn daarom eveneens uit te slui ­ ten. Verblijven van Kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel) & Otter kunnen binnen het plangebied worden uitgesloten. Binnen het plangebied ontbreken wegkruipmogelijkheden en verblijfplaatsen.Binnen het plangebied kan een jagend of zwervend individu niet worden uitgesloten, maarvoor langdurig verblijf is het plangebied ongeschikt. Het plangebied vormt geen mogelijk overig onmisbaar leefgebied voor het voortbestaan van kleine marterachtigen & Otters met verblijven buiten het plangebied. Bij een zorgvul ­ dige uitvoering is er geen sprake van het verwonden en doden van deze dieren: ^ Behoud te allen tijde een vluchtweg voor dieren. Overtreding van verbodsbepalingen wordt hierdoor voorkomen. 7.12.4 Vleermuizen In het gemaalgebouw kunnen vleermuizen verblijven. Of deze ook daadwerkelijkgebruik maken van het gebouw is momenteel niet bekend.

Door (sloop)werkzaamheden aanhet gebouw uit te voeren kunnen individuen ernstig worden verstoord, verwond of zelfs gedood worden en kunnen verblijven beschadigd of vernietigd worden, dit betreft een overtreding van verbodsbepalingen. Om dergelijke werkzaamheden uit te mogen voeren, is daarom eerst nader onderzoek en mogelijk een ontheffing nodig. De bomen in het plangebied zijn niet geschikt voor verblijven van vleermuizen en vormen geen lintvormig landschapselement. Verblijven in bomen en vliegroutes langs bomen kun ­ nen daarom worden uitgesloten. Negatieve effecten op deze vleermuiswaarden kunnen daarom op voorhand worden uitgesloten.

Stichting Waterproef_________ Natuurtoets GemaalP. vd Sterr

37 430708

Essentieel foerageergebied kan op het Waardkanaal aanwezigzijn, maarwordt binnen de rest van het plangebied uitgesloten. Het Waardkanaal is vermoedelijk wel essentieel foera­ geergebied, maardit kanaalblijft gedurende de werkzaamheden behouden en er vinden 's nachts geen werkzaamheden plaats,waardoor er geen effecten op het foerageergebied worden verwacht. In en nabij het plangebied kunnen vleermuizen aanwezigzijn in de periode april t/m okto ­ ber. Het Waardkanaal kan van essentiële en onmisbare waardezijn voor het functioneren van de verblijven van vleermuizen buiten het plangebied. Sterke verlichting gericht op het Waardkanaal in de periode april t/m oktober kan leiden tot aantastingvan de vliegroute. Bij een uitvoering in lijn met de gedragscode is er geen sprakevan aantastingvan de vlieg­ route: ^ Richt tussen zonsondergang en zonsopkomst in de periode aprilt/m oktober geen sterke of continue verlichting op het Waardkanaal. Overtreding van verbodsbepalingen wordt hierdoor voorkomen. 7.12.5 Zeezoogdieren Incidenteel kan een Gewone zeehond verdwalen en door het Waardkanaal trekken. Verblij­ ven en langdurig gebruik kunnen worden uitgesloten. Het plangebied vormt geen mogelijk overig onmisbaar leefgebied voor het voortbestaan van zeezoogdieren met verblijven buiten het plangebied.

Bij een zorgvuldige uitvoering is er geen sprake van het verwonden en doden van deze dieren: ^ Behoud te allen tijde een vluchtweg voor dieren. Overtreding van verbodsbepalingen wordt hierdoor voorkomen.

Stichting Waterproef_________ Natuurtoets GemaalP. vd Sterr

38 430708

8 Natuurnetwerk Nederland(NNN) en Natuurverbindingen 8.1

Ligging Het plangebied ligt binnen een belangrijke Natuurverbinding. Het gaatom natuurverbinding "KNV1 - Kop van Noord-Holland", deze ligt ter hoogte van het Waardkanaal. Het plangebied ligt niet binnen andere gebieden van het Natuurnetwerk Nederland. Dichtstbij gelegen NNN-gebied "K16 - Stapstenen Waardkanaal" ligt binnendijks aande voet van de dijk, direct ten noorden en ten zuiden van het plangebied. De sloot ten zuiden van het grasveld vormt de grens aande zuidkant.

Stöpstenen Waardkanaal

Noord-Holland

Stapstenen Waardkanaal

Natuurnetwerk Nederland (NNN) H Stapstenen Waardkanaal Natuurverbinding Kop van Noord-Holland

Afbeelding 13. Plangebied ten opzichte vanhet Natuurnetwerk Nederland. Het gebied ligt niet in NNN maarer ligt wel een deel vaneen belangrijke Natuurverbindingin het plangebied. Bron: https:ZZgeoapps.noord-holland.nl

8.2

Noodzaak toetsing De werkzaamheden worden niet uitgevoerd binnen overige gebieden van het NNN, maar ligt wel voor een klein gedeelte in een Natuurverbinding. Er vinden echter geen ingrijpende ruimtelijke wijzingen plaatsin de oever van het Waardkanaal. De oude inlaatwordt welis­ waarverwijderd, maarhiervoor komt een nieuwe bij het nieuwe gemaal.Verder vinden er in de oever niet veel ingrijpende wijzigingen plaats.Op termijn zal de situatie vergelijkbaar zijn met de huidige. De samenhang van de verbinding komt daarom niet in gevaar.Tijdens de werkzaamheden blijft bovendien het wateren de overliggende oever ongemoeid, waar ­ door de verbinding intact blijft, ook gedurende de werkzaamheden. Het toekomstig gebruik is vergelijkbaaraande huidige situatie. Negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waardenvan de Natuurverbinding langs de dijk zijn bij voorbaat uit te sluiten.

Stichting Waterproef_________________________________________________________________________ 39 Natuurtoets GemaalP. vd Sterr 430708

9 Habitatvoor Weidevogels 9.1

Ligging Habitatvoor Weidevogelsbinnen Bijzonder ProvinciaalLandschap(BPL) Het plangebied ligt niet in gebieden die zijn aangewezenals Bijzonder Provinciaal Land­ schap (BPL) (Afbeelding 14 ). Binnen de begrenzing van het BPL liggen gebieden die van­ wege de openheid, stilte, het ontbreken van verstoring, extensief agrarisch gebruik, relatief hoog grondwaterpeil en aanwezigmicro reliëf van de bodems geschikt habitatvoor weide­ vogels vormen. Dit habitatvoor weidevogels vormt één van de kernkwaliteiten van het BPL (Provincie Noord-Holland, 2020a). Omdat het plangebied niet binnen BPL gebieden ligt, is er ook geen sprake van Habitatvoor Weidevogels binnen BPL.

Afbeelding 14 Ligging vanhet plangebied t.o.v. Bijzonder ProvinciaalLandschap.

9.2

Noodzaak toetsing kernkwaliteit Habitatvoor Weidevogels Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) is het regime voor bescherming en waarmoge ­ lijk versterking en ontwikkeling van gebieden in Noord-Holland die landschappelijk, aard ­ kundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waardezijn. Het BPL is beschreven in kernkwaliteiten per deelgebied. In het BPL zijn ruimtelijke ontwikkelingen, met uitzonde ­ ring van nieuwe stedelijke ontwikkelingen, toegestaan wanneer de beschreven kernkwali­ teiten niet worden aangetast.Per locatie kan aande hand van de kernkwaliteiten een zorg ­ vuldige afweging worden gemaaktwelke ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk en welke niet wenselijk zijn. Hierdoor is er ruimte voor maatwerken gebiedsgerichte differentiatie. Ruimtelijke ontwikkelingen die de habitatvoor de weidevogels verkleinen zijn in beginsel een aantasting.Verstoring of het toevoegen van opgaande elementen die leiden tot een verkleining van de habitat, of ruimtelijke ontwikkelingen die een verlaging van het waterpeil tot gevolg hebben zijn eveneens een aantastingvan deze kernkwaliteit (Provincie NoordHolland, 2020a). Er wordt niet gewerkt in gebieden van het BPL.

Dichtstbijzijnde BPL ge­ bieden liggen op circa 1500 meter afstand.De werkzaamheden leiden na de aanlegfase niet tot permanente aantastingvan de openheid, stilte, waterpeil of de bodemstructuur Stichting Waterproef_________________________________________________________________________ 40 Natuurtoets GemaalP. vd Sterr 430708

binnen deze gebieden. Daarnaast geldt dat "Ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot ver­ storing, maarwaarbijde verstoring valt binnen de verstoringszone van bestaandeelemen­ ten zoals bijvoorbeeld gebouwen en wegen, verkleinen het habitat niet. Ze worden daarom niet als aantastingvan de kernkwaliteit beschouwd" (Provincie Noord-Holland, 2020a). De dijk is een opgaand element dataljaren een kenmerkend onderdeel van het landschap vormt. Werkzaamheden langs de dijk en het gemaalgebouw liggen binnen de verstorings ­ zone van de huidige dijk, waardoor ook hierdoor kan worden uitgesloten dat deze de habi­ tatvoor weidevogels verkleinen. Een verdere toetsing aande kernkwaliteiten van het BPL is daardoor niet nodig, er is geen sprake van verstoring van habitatvoor weidevogels.

Stichting Waterproef_________ Natuurtoets GemaalP. vd Sterr

41 430708

10 Conclusie 10.1

Natura2000 Met de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden, zijn mogelijke significante nega­ tieve gevolgen op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden (met uit ­ zondering van effecten van stikstofdepositie) op voorhand uit te sluiten. Wel dient rekening te worden gehouden dat uitvoering van het project mogelijk leidt tot aanvullende stikstofdepositie in aangrenzende Natura 2000-gebieden. Uitstoot van stikstof vindt uitsluitend plaatsin de aanlegfase.Deze uitstoot is momenteel niet langer vrijgesteld van vergunningplicht. Op afstandvan het plangebied liggen stikstofgevoelige habitattypen en/of stikstofgevoelig leefgebied van soorten in Natura2000-gebieden. Stikstofuitstoot van het project mag niet leiden tot significant negatieve gevolgen op deze habitattypen en/of leefgebied. Of hiervan mogelijk sprake is, dient daarom eerst berekend te worden met be­ hulp van het programma Aerius calculator. Als er sprake is van een overschrijding van de Kritische depositiewaarden (KDW's) dan is mogelijk sprake van een vergunningplicht. In datgeval dient dit verder te worden uitgewerkt in een Passende beoordeling. Een verdere PassendeBeoordeling (PB) of een vergunningentrajectis voor het onderdeel gebiedenbescherming vande Wet natuurbescherming nog niet uit te sluiten, vanwegede nog onbekende stikstofuitstooten de effecten daarvan.

10.2

Soortenbescherming Onderstaandetabel geeft een beknopt overzicht van de beschermde soorten bied en de mogelijke effecten op de soorten.

in het plange­

Tabel 8. Conclusiestoetsing Soortenbescherming. Soortgroep

(Mogelijk) aanwezigesoorten

WNbA

Conclusiestoetsing 1 moge­ lijke overtreding verbodsbepa ­ lingen

Vaatplanten

Geen

-

-

Vogels: nesten jaarrond beschermd

VR

Geen*

VR

Vernietigen Broedlocatie

NL HR

Geen* Geen*

HR

Geen* (Vliegroute over het Waardkanaal)

HR

Vernietigen verblijven (gemaalgebouw)

Zeezoogdieren

Divers, o.a. Sperwer, Buizerd, Ha­ vik. Divers, o.a. Fuut, Meerkoet, Wilde eend, Houtduif Bunzing, Hermelijn, Wezel Otter Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Kleine dwerg­ vleermuis, Laatvlieger,Meervleermuis, Ruige dwergvleermuis, Watervleermuis Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Kleine dwerg­ vleermuis, Laatvlieger,Meervleermuis, Ruige dwergvleermuis Gewone zeehond

NL

Geen*

Reptielen

Geen

-

-

Amfibieën

Geen

-

-

Vissen

Geen

-

-

Overig

Geen

Vogels: overig Grondgebonden zoogdieren

Vleermuizen

AWet natuurbescherming: Vogelrichtlijnsoorten (VR) Habitatrichtlijnsoorten (HR), of Andere soorten (NL). * Met inachtneming van de uitvoering van de maatregelenin paragraaf 10.2.1

Stichting Waterproef_________________________________________________________________________ 42 Natuurtoets GemaalP. vd Sterr 430708

10.2.1 Aanbevelingenvoormaatregelensoortenbescherming Bij een uitvoering van de volgende maatregelenworden overige negatieve effecten op be­ schermde soorten voorkomen en wordt invulling gegeven aande zorgplicht: 1. Voorkom het beschadigen of vernietigen van broedgevallen door het project in de peri­ ode augustus t/m februari uit te voeren of door broedgevallen in kaart tebrengen en deze te mijden; 2. Houd te allen tijde een vluchtweg voor dieren vrij, zodat deze de werkzaamheden kun­ nen ontvluchten; 3. Voorkom continue sterke verlichting van de vaarttussen zonsondergang en zonsop ­ komst in de periode aprilt/m oktober. 10.2.2 Nader onderzoek De sloop van het oude gemaalkan leiden tot het ernstig verstoren, doden of verwonden van individuen of het beschadigen/vernietigen van verblijfplaatsen/voortplantingslocaties van vleermuizen. Om dit inzichtelijk te maken is het volgende nader onderzoek nodig: ^ Aan- of afwezigheid van verblijven van gebouwen bewonende vleermuizen in het oude gemaalgebouw. 10.2.3 Ontheffing Indien uit het nader onderzoek volgt dat het project leidt tot het beschadigen/vernietigen van verblijfplaatsen/voortplantingslocaties van deze nader onderzochte soorten is een ont ­ zal het nodig zijn om maatre ­ heffing nodig om het project uit te kunnen voeren. Daarnaast gelen te treffen om negatieve effecten op de soorten zoveel mogelijk te beperken.

10.2.4 Melding Voor vrijgestelde soorten geldt een meldingsplicht (Provincie Noord-Holland, 2016). Op ba­ sis van de verspreidingsgegevens en biotoopkenmerken kunnen dieren en verblijven van vrijgestelde soorten uit onderstaande tabel aanwezigzijn. Tabel 9. Verwachting vrijgesteldesoorten in het plangebied. Dikgedrukte soorten zijn tijdens het veldbezoek waargenomen._________________________________________________________________________ Soortgroep

Soort

Grondgebonden zoogdieren

, Aardmuis, Bosmuis, Dwergmuis, Dwergspitsmuis, Egel, Gewone bosspitsmuis, Haas Huisspitsmuis, Konijn, Ree, Rosse woelmuis, Veldmuis, Vos, Woelrat.

Amfibieën

Bastaardkikker,Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Meerkikker

Stichting Waterproef_________ Natuurtoets GemaalP. vd Sterr

43 430708

10.3

Natuurnetwerk Nederland Compensatieplicht geldt zodra de planlocatie ligt binnen gebieden aangewezenals Natuur ­ netwerk Nederland (NNN), er sprake is van een wijziging van het bestemmingsplan of peilbesluit én is vastgesteld dat er sprake is van aantastingvan de wezenlijke kenmerken en waarden. In het plangebied ligt een belangrijke natuurverbinding van het NNN. Het gaatom Natuurverbinding " KNV1 - Kop van Noord-Holland", ter hoogte van het plangebied is dit het Waardkanaal. In het plangebied liggen geen andere gebieden van het NNN. Werkzaamhe­ den binnen het NNN vinden uitsluitend plaatslangs de oevers van het Waardkanaal. Tij­ dens de werkzaamheden blijft het watervan het Waardkanaal beschikbaarvoor soorten om doorheen te migreren, dit geldt ook voor de overliggende oever. Na afloop van de werkzaamheden zal de situatie vergelijkbaarzijn met de huidige situatie, met die verande­ ring datde uitstroom nu bij het nieuw te bouwen gemaalzal komen te liggen en de oude zal zijn verwijderd. Aan de wezenlijke kenmerken en waardenvan de Natuurverbinding wordt daarmeeniks ingrijpends gewijzigd. Negatieve effecten op deze wezenlijke kenmer­ ken en waardenzijn dan ook uit te sluiten.

10.4 Habitatvoor Weidevogelsbinnen Bijzonder ProvinciaalLandschap In het BPL zijn ruimtelijke ontwikkelingen, met uitzondering van nieuwe stedelijke ontwikke ­ lingen, toegestaan wanneer de beschreven kernkwaliteiten niet worden aangetast.Com ­ pensatieplicht voor weidevogels geldt zodra sprake is van een aantastingvan de kernkwa­ liteit Habitatvoor Weidevogels. Het plangebied ligt niet binnen gebieden die zijn aangewezenals Bijzonder Provinciaal Landschap met kernkwaliteit Habitatvoor Weidevogels. De werkzaamheden leiden niet tot permanente aantastingvan de openheid, stilte, waterpeil of de bodemstructuur binnen deze gebieden. Werkzaamheden op en langs de dijk vallen binnen de verstoringszone van de dijk, waardoor kan worden uitgesloten datde werkzaamheden de habitatvoor weidevo ­ gels verkleinen. Er is daarom geen sprake van negatieve effecten op de kernkwaliteit Habi­ tatvoor Weidevogels. Hierdoor is er geen sprake van een compensatieplicht. Het voorleg ­ gen van de plannen aanhet bevoegd gezag in verband met kernkwaliteit Habitatvoor Wei­ devogels binnen BPL wordt niet nodig geacht.

Stichting Waterproef_________ Natuurtoets GemaalP. vd Sterr

44 430708

11 Bronnen Boesveld, A., A.W. Gmelig Meyling à I. van Lente, 2011. Verspreidingsonderzoek molluskenvan deEuropese Habitatrichtlijn. Resultatenvan hetinventarisatiejaar 2010.Platte schijfhoren Anisusvorticulus.Stichting Anemoon. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters à J.C. Buys (redactie), 2016. Atlas van deNederlandse zoogdieren. - Natuur van Nederland12. Naturalis Biodiversity Center à EIS Kenniscentrum insecten en andere ongewervelde dieren, Leiden. Creemers, R.C.M. à J.J.W. van Delft, 2009. Amfibieën enReptielen van Nederland.Ne­ derlandse Fauna 9. Naturalis à EIS-Nederland, Leiden. Dienst Regelingen. 2009a.Aangepastebeoordeling ontheffing ruimtelijkeingrepen Floraenfaunawet. Ministerie van LNV. Dienst Regelingen. 2009b. Aangepastelijst jaarrond beschermdevogelnesten ontheffing Flora- enfaunawet ruimtelijkeingreep. Ministerie LNV. Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill, P H.C. Lina, 2011. Vleermuizen. De FonteinļTirion gevers BV, Utrecht.

Uit­

Graveland , J., 1997. Dichtheid ennestsuccesvan Kleinekarekiet enRietzangerinjongen overjarigriet. Limosa 70 (1997) 151-162. Herder, J.E. (red.) 2010. Atlas van deNoord-Hollandse amfibieën enreptielen. Landschap Noord-Holland, Heiloo à Stichting Ravon, Nijmegen. Herder, J.E., J. Kranenbarg,D.M. Hoogeboom, J. Hamers à K. Dekker (red.), 2012. Atlas van deNoord-Hollandse vissen. Landschap Noord-Holland, Heiloo à Stichting Ravon, Nij­ megen. Krijgsveld,K.L., Smits, R.R. & vander Winden, J., 2008. Verstoringsgevoeligheid van vogels: Update literatuurstudie naarde reacties van vogels op recreatie. Bureau Waarden ­ burg. Krijgsveld, K.L., B. Klaassenà J. van der Winden. 2022. Verstoringvan vogelsdoorre­ creatie. Literatuurstudievan verstoringsgevoeligheid enoverzichtvan maatregelen.Deel1 hoofdrapport & deel2 soortbesprekingen. Uitgave Vogelbescherming Nederland, Zeist. Mulder, T.H., 2022. Programma van Eisen - Vervangen Poldergemaal P vd Sterr -KGM-Q29142. Dossiercode: HHNK/21004357. Registratienummer: 22.0318766versie: V.2.0. Opzeeland, I., H. Slabbekoorn à C. ten Cate, 2007. Vissenengeluidsoverlast. Effecten van geluidsbelasting onder water opzoetwatervissen.Universiteit Leiden Provincie Noord-Holland, 2016a. Besluit62Bvan ProvincialeStaten van Noord-Holland tot vaststellingvan de Verordening vrijstellingen soortenNoord-Holland . Provincie Noord-Holland, 2019b.

Programma Natuurontwikkeling 2020-2024. Vastge­ steld 18november 2019. Provincie Noord-Holland, 2020a. Omgevingsverordening NH2020.Vastgesteld 22 okto ­ ber 2020. Haarlem. Provincie Noord-Holland, 2020b. Omgevingsregeling NH2020.Vastgesteld 3 november 2020. Haarlem. Reijnen, M.J.S.M. en R.P.B Foppen (1991a). Effectenvan wegen metautoverkeer opde dichtheid van vogels.Hoofdrapport. DLO-Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek. IBNRapport 91/1

Stichting Waterproef_________ Natuurtoets GemaalP. vd Sterr

45 430708

Reijnen, M.J.S.M. en R.P.B Foppen (1991b). Effectenvan wegenmetautoverkeer opde dichtheid van vogels.Opzet en Methode. DLO-Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek. IBN-Rapport 91/2 Rijkswaterstaat , 2013. Ontwerp-Tracébesluit 3e Kolk Prinses Beatrixsluis. Deelrapport Geluid en trillingen SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2019. Vogelatlas van Nederland.Broedvogels, win­ tervogelsen40jaar verandering. Vierde druk, Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen. Teunissen, W.P.J. 2022. Naderecologisch onderzoek gemaalP vd Sterr - muizenonderzoek m.b.v. eDNA. Registratienummer: 439108. Stichting Waterproef

Websites http://www.synbiosys.alterra.nl/ (Natura 2000, Ministerie van Economische Zaken) https://www.ruimteliikeplannen.nl https://geoapps.noord-holland.nl/ https://www.pdok.nl/ https://www.natura2000.nl/ https://www.qgis.org/nl/site/ (GIS applicatievoor bewerken kaartenmateriaal) https://verspreidingsatlas.nl https://ndff-ecogrid.nl (NDFF)

Stichting Waterproef_________ Natuurtoets GemaalP. vd Sterr

46 430708

Stichting Waterproef_________ Natuurtoets GemaalP. vd Sterr

47 430708

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=75c7becd-7070-419b-866e-245f59bac96f