CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Rapport rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid Hollands Kroon 2025

Raad 22 mei 2025, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Raadsvoorstel Rapport rekenkameronderzoek Accommodatiebeleid14.080 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid Gemeente Hollands Kroon ‘Samen bouwen aan vertrouwen’ Datum 14 januari 2025

Referentie 2412PK

In opdracht van Rekenkamer Hollands Kroon

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

2

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

2 2 4 5 6 6

Aanleiding Doel, centrale vraag en deelvragen Normenkader Reikwijdte onderzoek Onderzoeksopzet Leeswijzer

Beantwoording deelvragen en toetsing normenkader

7

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

7 16 21 26 33 37

Duurzaamheidsaspecten: deelvraag 1 Toegankelijkheid: deelvraag 2 Financiële haalbaarheid: deelvraag 3 Veranderende gemeenschapsbehoeften: deelvraag 4 Binnen- versus buitenaccommodaties: deelvraag 5 Stakeholdersbetrokkenheid: deelvraag 6

Conclusies

47

3.1 3.2 3.3

Beantwoording van de deelvragen Beantwoording centrale vraag Aanbevelingen en suggesties

47 50 51

Bijlage 1

Onderzochte documenten

53

Bijlage 2

Onderzochte accommodaties

54

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

1 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

De gemeente Hollands Kroon, gelegen in de Kop van Noord-Holland, heeft het onderwerp accommodatiebeleid geselecteerd als onderzoek in 2024. Deze regio, met haar unieke samenstelling van diverse kernen en buurtschappen, wordt sterk beïnvloed door sociale veranderingen zoals vergrijzing en individualisering, wat nieuwe uitdagingen met zich meebrengt voor het accommodatiebeleid. De gemeente Hollands Kroon heeft zich gericht op een toekomstgericht beleid dat de leefbaarheid binnen de gemeenschappen versterkt door middel van passende accommodaties zoals sportfaciliteiten, culturele centra, en welzijnsorganisaties. Er is een beweging naar gemeenschapsgerichte governance, waarbij de verantwoordelijkheid voor publiek-maatschappelijke gebouwen steeds meer bij de gebruikers en inwoners zelf komt te liggen. Dit vereist een gedetailleerde evaluatie van de effectiviteit, efficiëntie, en impact van deze benadering op de gemeenschap.

1.2

Doel, centrale vraag en deelvragen

Het doel van het onderzoek is om een diepgaande analyse te verrichten naar de financiële prikkels binnen het beleid, met een focus op duurzame en toegankelijke gemeenschapsaccommodaties. Belangrijke onderdelen van het onderzoek omvatten de analyse van huidige gebruikspatronen, gebruikerstevredenheid, de doeltreffendheid van huidige beleidsmaatregelen, en aanbevelingen voor toekomstige ontwikkelingen. De centrale vraag van het onderzoek is:

‘Op welke wijze kan het gemeentelijk accommodatiebeleid worden geherstructureerd om een evenwicht te vinden tussen duurzaamheid, toegankelijkheid, en economische efficiëntie, met inachtneming van de dynamische behoeften van de gemeenschap en de specifieke vereisten voor binnen- en buitenfaciliteiten?’

Hierbij zijn deelvragen ontworpen om een diepgaand inzicht te geven in de verschillende facetten van het accommodatiebeleid en om specifieke, actiegerichte inzichten te bieden die het beleid kunnen informeren en leiden tot een meer evenwichtig, duurzaam en gemeenschapsgericht accommodatiebeleid. Deze deelvragen zijn de volgende: 1.

Duurzaamheidsaspecten: Welke duurzaamheidsprincipes kunnen het beste geïntegreerd worden in het gemeentelijk accommodatiebeleid om zowel op korte als lange termijn milieuvoordelen en kostenefficiëntie te garanderen? Hierbij kan gekeken worden naar energieverbruik, materiaalgebruik, en levenscyclusanalyse van accommodaties.

2.

Toegankelijkheid: Hoe kan de toegankelijkheid van gemeentelijke accommodaties worden verbeterd voor diverse gebruikersgroepen, inclusief mensen met een beperking, ouderen, en jongeren, om inclusiviteit en gelijke kansen te bevorderen?

3.

Financiële haalbaarheid: Op welke manier kunnen de financiële modellen voor het beheer en onderhoud van gemeentelijke accommodaties worden geoptimaliseerd om financiële duurzaamheid te waarborgen zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit en beschikbaarheid van de voorzieningen?

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

2 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

4.

Veranderende gemeenschapsbehoeften: Hoe kan het accommodatiebeleid flexibel worden ontworpen om in te spelen op de veranderende behoeften en verwachtingen van de gemeenschap, bijvoorbeeld door demografische verschuivingen, veranderende sport- en recreatievoorkeuren, en nieuwe sociale dynamieken?

5.

Binnen- versus buitenaccommodaties: Welke specifieke strategieën zijn effectief voor het beheer van binnen- versus buitenaccommodaties, rekening houdend met hun unieke uitdagingen en mogelijkheden, zoals weersinvloeden, ruimtelijke beperkingen, en gebruikspatronen?

6.

Stakeholderbetrokkenheid: Hoe kunnen de belangen en input van stakeholders, waaronder gebruikers, buurtbewoners, lokale ondernemingen, en maatschappelijke organisaties, effectief worden geïntegreerd in het accommodatiebeleid om draagvlak en tevredenheid te maximaliseren?

Aan deze deelvragen heeft het onderzoeksbureau de volgende vraag toegevoegd: 7.

Juridisch kader en expertise Drijver en Partners: Welke wet- en regelgeving is op dit onderzoek van toepassing, welke expertise van Drijver en Partners op het gebied van accommodatiebeleid en bovenstaande vragen kan worden gebruikt voor de beantwoording van de centrale vragen, focusgebieden en belangrijke onderdelen?

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

3 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

1.3

Normenkader

Om de onderzoeksvragen te kunnen toetsen is een normenkader vastgesteld. Het normenkader is leidend bij de uitvoering van het onderzoek en vormt de basis bij de beantwoording van de onderzoeksvragen. 1. Juridisch kader en expertise Drijver en Partners De beleidsdoelen zijn SMART-C geformuleerd Er is een PDCA-cyclus De beleidsdoelen worden verwerkt in de uitvoeringsprogramma’s en begroting Er wordt (beleidsmatig) voldaan aan het Besluit bouwwerken leefomgeving Er wordt (beleidsmatig) voldaan aan hoofdstuk 1 van de Grondwet Er wordt (beleidsmatig) voldaan aan de Wet gelijke behandelingen op grond van handicap of chronische ziekte 2. Duurzaamheidsaspecten Het TRIAS energetica duurzaamheidsprincipe wordt gehanteerd 3. Toegankelijkheid Er wordt voldaan aan het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap Er is een lokaal inclusie agenda opgesteld De gemeenteraad ziet toe op de naleving 4. Financiële haalbaarheid Er wordt gewerkt met een meerjaren onderhoudsplan (of een soortgelijk instrument) In deze plannen, of los in de begroting, is rekening gehouden met uitvoering van de duurzaamheidsmaatregelen Er zijn afspraken over beheer en onderhoud 5.

Veranderende gemeenschapsbehoeften Het college en de ambtelijke organisatie hebben goed zicht op de trends en ontwikkelingen die relevant zijn voor het accommodatiebeleid; hieronder vallen tenminste: - landelijke trends in beleid - landelijke trends in bouw, exploitatie en beheer van accommodaties - landelijke en lokale trends in animocijfers - regionale ontwikkelingen - lokale demografische trends - lokale sociaaleconomische trends Voorafgaand aan het ontwerpen van het beleid is een situatieschets gemaakt waarin de belangrijkste trends en ontwikkelingen zijn meegenomen 6. Binnen- versus buitenaccommodaties Er is een 0-meting van de maatschappelijke behoefte aan accommodaties Het accommodatiebeleid is gebaseerd op de maatschappelijke behoeften 7. Stakeholdersbetrokkenheid Er is participatiebeleid Het beleid is gebaseerd op praktijkonderzoek Het beleid wordt door alle betrokkenen als transparant ervaren Het beleid is adequaat naar alle betrokkenen gecommuniceerd

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

4 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

Met het normenkader wordt getoetst of beleidsdoelen Specifiek, Meetbaar, Afgestemd, Realistisch, Tijdsgebonden en Consistent (SMART-C ) zijn geformuleerd en er een PDCA-cyclus (Plan Do Check Act) is. Hiermee bekijken we een belangrijke pijler van het onderzoek die niet expliciet in de vraagstelling is geformuleerd: de doeltreffendheid van de huidige beleidsmaatregelen. Centraal staat hierbij of met het beleid beoogde prestaties of effecten daadwerkelijk zijn gerealiseerd en in hoeverre het aan beleid te danken is dat de doelen zijn bereikt, of juist niet. De algemene rekenkamer omschrijft de noodzaak voor SMART-C als volgt: Figuur 1.1: SMART-C

Bron: Handleiding Doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoek, p48 Hierbij opgemerkt dat het niet altijd mogelijk is SMART-C doelstellingen te formuleren. In dat geval wordt nagegaan of de gemeente op een andere wijze haar ambities heeft geformuleerd. Als beleid bijvoorbeeld met andere partners, die hun eigen belangen en doelen hebben, wordt voorbereid en uitgevoerd, is het niet altijd mogelijk doelen SMART-C te formuleren, maar wordt gekeken naar de eigen rol van de overheid in deze samenwerking. Het hebben van een PDCA-cyclus is van belang om te beoordelen of de organisatie een proces heeft waarbij het doelen toetst en waar nodig bijstuurt om te komen tot de geformuleerde doelen. Het hebben van een dergelijk continu leer- en verbetercyclus is van belang voor doeltreffend beleid. Tenslotte is gekeken of de beleidsdoelen worden verwerkt in de uitvoeringsprogramma’s en begroting.

1.4

Reikwijdte onderzoek

De rekenkamer wil met dit onderzoek naar de uitwerking van het accommodatiebeleid kijken op verschillende aspecten zoals hierboven geformuleerd. Aan de hand van een vooraf vastgestelde lijst aan accommodaties is de scope beperkt tot cultuur- en welzijnsaccommodaties, gymzalen, musea, sporthalen, binnen- en buitensportaccommodaties. Accommodaties zoals onderwijshuisvesting, de zwembaden, gemeentelijke werven en loodsen, brandweerkazernes, bibliotheken, molens, kerken of het gemeentehuis zijn in dit onderzoek niet meegenomen.

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

5 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

1.5

Onderzoeksopzet

Dit onderzoek is een kwalitatief onderzoek met een centrale opgave, focusgebieden en onderwerpen die aan de orde moeten komen. Middels een vastgesteld kader is een diepgaande analyse uitgevoerd over bestaande data, zoals de relevante beleidsstukken, en nieuwe data, komende uit interviews met de relevante stakeholders. Het onderzoek is in de volgende stappen uitgevoerd: 1. Oriëntatie: In deze fase is met de rekenkamer en het contactpersoon vanuit de ambtelijke organisatie afgestemd welke documenten er nodig zijn voor het onderzoek en welke ambtenaren geïnterviewd moeten worden. Ook is via de rekenkamer en de begeleidingscommissie het normenkader en lijst aan onderzochte accommodaties afgestemd. 2. Literatuurstudie: De aangeleverde stukken zijn bestudeerd. Aan de hand van de interviews en vervolgvragen zijn aanvullende stukken opgevraagd en in dit onderzoek verwerkt. 3. Interviews: met acht verschillende ambtenaren, die nauw zijn betrokken bij de diverse aspecten van de vraagstelling, zijn interviews gehouden. Van deze interviews is een verslag gemaakt, welke ter accordering aan de geïnterviewden en ons gemeentelijk contactpersoon is voorgelegd. Vervolgvragen zijn schriftelijk per e-mail gesteld, waarbij ook andere ambtenaren in de beantwoording zijn betrokken. 4.

Concept onderzoeksrapport: een concept rapport is voor wederhoor voorgelegd aan de ambtelijke organisatie voor een technische reactie. 5. Definitieve rapportage: opvolgend is de definitieve rapportage opgesteld, inclusief conclusies en aanbevelingen. 6. Het definitieve rapport is aangeboden aan de gemeenteraad.

1.6

Leeswijzer

In dit eerste inleidende hoofdstuk wordt het kader geschetst waarbinnen het onderzoek plaatsvindt. De aanleiding, centrale vraag, deelvragen, normenkader, reikwijdte van het onderzoek en de onderzoeksmethode zullen worden weergegeven. In hoofdstuk 2 worden de in 1.2 aangegeven deelvragen beantwoordt en toetst het beleid aan het normenkader. Deelvraag 7 wordt niet apart behandeld. Deze deelvraag wordt daar waar deze relevant is, binnen de deelvragen beantwoord. In hoofdstuk 3 worden de conclusies getrokken. Aan de hand van de deelvragen zal de centrale vraag worden beantwoord en een overzicht worden gegeven van de aanbevelingen en suggesties. Het rapport wordt afgesloten met de bijlagen.

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

6 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

2

Beantwoording deelvragen en toetsing normenkader

2.1

Duurzaamheidsaspecten: deelvraag 1

In deze paragraaf zal aan de hand van het normenkader deelvraag 1 worden beantwoord. De eerste deelvraag gaat over de duurzaamheidsaspecten van het accommodatiebeleid en is als volgt geformuleerd: Welke duurzaamheidsprincipes kunnen het beste geïntegreerd worden in het gemeentelijk accommodatiebeleid om zowel op korte als lange termijn milieuvoordelen en kostenefficiëntie te garanderen? Hierbij kan gekeken worden naar energieverbruik, materiaalgebruik, en levenscyclusanalyse van accommodaties. Dit wordt getoetst aan de hand van de volgende normen: 1. Het Trias Energetica duurzaamheidsprincipe wordt gehanteerd; 2. Juridisch kader: er wordt (beleidsmatig) voldaan aan het Besluit bouwwerken leefomgeving; 3. De beleidsdoelen zijn SMART-C geformuleerd, er is een PDCA-cyclus en de beleidsdoelen worden verwerkt in de uitvoeringsprogramma’s en begroting.

2.1.1

Het Trias Energetica duurzaamheidsprincipe wordt gehanteerd

Als norm is vastgesteld dat het Trias Energetica duurzaamheidsprincipe wordt gehanteerd. De Trias Energetica is een algemeen gehanteerde driestappen strategie waarbij: 1. in de eerste stap gebruik zoveel mogelijk beperk wordt; 2. in de tweede stap zoveel mogelijk van duurzame energiebronnen gebruik wordt gemaakt; 3. in de derde stap zo efficiënt mogelijk gebruik wordt gemaakt van eindige bronnen. Uit het duurzaamheidsprogramma 2020-2022, vastgesteld door de gemeenteraad op 28 mei 2020, blijkt dat de gemeente Hollands Kroon de Trias Energetica als basisprincipe gebruikt: Figuur 2.1: strategie programmalijn een klimaatneutrale gemeente

Bron: Programma Duurzaamheid 20202-2022, p7

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

7 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

Hierbij wordt het Trias Energetica principe als volgt weergegeven. Figuur 2.2: Trias Energetica

Bron: Programma Duurzaamheid 2020-2022, p8 De Trias Energetica valt binnen de gemeente Hollands Kroon expliciet onder de programmalijn ‘Een klimaatneutrale gemeente’ (Programma Duurzaamheid, p7). In de deelvraag is vastgelegd te kijken naar materiaalgebruik. Dit valt in Hollands Kroon onder de Trias Energetica opgenomen, waarbij de gemeente isoleren (dus het gebruik van isolerende maatregelen om de energievraag te beperken) als eerste stap ziet (Programma Duurzaamheid, p7). Daarnaast is materiaalgebruik ook opgenomen in de doelstellingen voor circulariteit (het zoveel mogelijk hergebruiken van materialen). In het coalitieakkoord is daar het volgende voor opgenomen: Figuur 2.3: circulariteit

Bron: Samen bouwen aan vertrouwen, Coalitieakkoord 2022-2026, p17

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

8 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

In het coalitieakkoord maakt het materiaalgebruik nog geen onderdeel uit van circulariteit, echter, wel in de uitwerking in het programma duurzaamheid: Figuur 2.4: doelstelling programmalijn circulaire gemeente

Bron: Programma Duurzaamheid 20202-2022, p17 Uit figuur 2.4 blijkt dat er wordt gekeken naar het materiaalgebruik met als doel in 2050 volledig circulair te worden. De gemeente Hollands Kroon wil de circulaire economie in de eigen organisatie verweven en zich richten op bewustwording, samenwerken en het goede voorbeeld geven (Programma Duurzaamheid 2020-2022, p17). Daarnaast is vastgelegd te kijken naar de levenscyclus analyse (LCA) van de gebouwen. Uit schriftelijke vragen is gebleken dat er geen analyses worden gemaakt van de ecologische impact (milieueffecten) gedurende de gehele levensduur van de accommodatie. Wel wordt bij vervanging van elementen van een pand naar het materiaalgebruik gekeken, ook vanuit een externe expertise, maar niet o.b.v. een LCA. Tenslotte is aangegeven dat bij nieuwbouw naar de materialen wordt gekeken die lang meegaan en zo min mogelijk onderhoud nodig heeft, wederom niet o.b.v. een LCA. Ondanks dat er niet met levenscyclus analyses wordt gewerkt is de conclusie is dat aan deze norm wordt voldaan. Het Trias-Energetica duurzaamheidsprincipe wordt gehanteerd.

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

9 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

2.1.2

Toetsing juridisch kader

Het juridische kader bij duurzaamheidsaspecten is te vinden in het ‘Besluit Bouwwerken Leefomgeving’ en het ‘Activiteitenbesluit’. In deze besluiten zijn duurzaamheidseisen opgenomen waar accommodaties aan moeten voldoen. Uit de interviews is gebleken dat het Besluit Bouwwerken Leefomgeving en het Activiteitenbesluit door de gemeente Hollands Kroon wordt nageleefd. De gemeentelijke accommodaties worden, zoals blijkt uit het raadsbesluit ‘Kredietaanvraag energieneutraal maken gemeentelijke gebouwen in beheer’ van 2 november 2021 , tussen nu en 2031 niet alleen energieneutraal gemaakt, maar ook aardgasloos. Hiermee gaat de gemeente verder dan wat het juridisch kader voorschrijft. Daarnaast wordt vanuit de ambtelijke organisatie geadviseerd in nieuwe projecten gebouwen energie neutraal (ENG) en gasloos te bouwen. Dit advies is echter niet (financieel) geborgd, noch vertaald naar beleid. Dit is voor het juridisch kader echter niet relevant. Aan het juridisch kader wordt (beleidsmatig) voldaan.

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

10 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

2.1.3

Expertise Drijver en Partners

Getoetst is of de beleidsdoelen SMART-C zijn geformuleerd en er een PDCA-cyclus is. Ook is gekeken of de beleidsdoelen worden verwerkt in de uitvoeringsprogramma’s en begroting. Voor duurzaamheid heeft de gemeente Hollands Kroon in het programma Duurzaamheid 2020-2022, vastgesteld op 28-05-2020, een visie opgesteld. Onder deze visie hangen doelstellingen en zijn of worden er programmalijnen opgesteld. De visie ziet er als volgt uit: Figuur 2.5: Visie duurzaamheid

Bron: Programma Duurzaamheid 2020-2022, p4

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

11 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

Deze visie is vertaald naar de volgende beleidsdoelen: Figuur 2.6: doelstellingen

Bron: Programma Duurzaamheid 2020-2022, p8 De doelstellingen die ingrijpen op het accommodatiebeleid zijn als geformuleerd, waarbij wordt gekeken of deze SMART-C zijn geformuleerd. 1.

Wij dragen bij aan een CO2 reductie van 49% in 2030;

Dit beleidsdoel is niet SMART-C geformuleerd. Het is het streven (samen met de rijksoverheid en andere decentrale overheden) in 2030 49% reductie aan CO2 te bewerkstellingen. Net als ‘Wij dragen bij’ is dit géén specifieke doelstelling. De reductie is wel meetbaar, afgestemd, tijdsgebonden en consistent met ander beleid. Onder het beleidsdoel zijn een aantal subdoelen geformuleerd om te komen tot het hoofddoel, allen gericht op 2030. Voor het accommodatiebeleid zijn hiervan de volgende relevant: a.

We gaan over naar een duurzame warmtevoorziening.

Dit doel is SMART-C geformuleerd. Het doel is helder, meetbaar, tijdsgebonden en consistent. Wellicht is er discussie mogelijk over de (financiële) haalbaarheid van dit doel. Duurzame energiebronnen zijn niet 24/7 voorhanden en het is onduidelijk of het (financieel) haalbaar is alle accommodaties duurzaam te verwarmen. Daarnaast is het een risico dat, blijkens de jaarstukken 2023 zoals in de raad behandeld op 23-05-2024, de netcongestie alleen maar groter. Hierdoor is de doelstelling van de regionale opslag- en energie infrastructuur is verschoven van voor 2030 naar 20302032 (Jaarstukken 2023, p71).

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

12 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

Ook blijkt uit de jaarstukken 2023 dat het onzeker is de streefwaarde ten aanzien van de opwekking van duurzame energie te behalen (Jaarstukken 2023, p71). b.

50% van onze gebouwen is energieneutraal

Dit doel is SMART-C geformuleerd met de aanname dat dit doel realistisch is. In beantwoording van schriftelijke vragen is aangegeven dat dit doel behaald gaat worden. Uit onderzoek blijkt hier wel een nuancering in te zitten. Er zijn gebouwen in bezit waarvoor het niet rendabel is deze energieneutraal te maken: gebouwen die amper energie verbruiken, er gebouwen aan het einde van hun levensduur zitten of waarvan het plan is ze af te stoten. Deze gebouwen worden niet energieneutraal gemaakt. 2.

In 2050 zijn we volledig circulair.

Dit doel is SMART-C geformuleerd, uitgaande dat volledig circulair haalbaar is. Of dit zo is wordt getoetst door te kijken naar de relevante subdoelen. Dit zijn de volgende: a.

We dragen bij aan een afname van 50% gebruik van primaire grondstoffen in 2030.

Dit doel is relevant wanneer het gaat om gebruik van grondstoffen voor onderhoud of realisatie van accommodaties. Het doel is niet SMART-C geformuleerd. ‘Wij dragen bij’ is geen specifieke doelstelling omdat over de bijdrage zelf niets wordt gezegd. De reductie is wel meetbaar, afgestemd, tijdsgebonden en consistent met ander beleid. b.

We willen meer grondstoffen en materialen hergebruiken en terugwinnen.

Het doel is niet SMART-C geformuleerd omdat deze niet specifiek is. ‘Wij willen meer’ is geen specifieke doelstelling omdat over de bijdrage zelf niets wordt gezegd. De hoeveelheid hergebruikte en teruggewonnen grondstoffen en materialen is wel meetbaar, het doel is tijdsgebonden en consistent met ander beleid. Beide doelstellingen zijn derhalve niet SMART-C geformuleerd. In het programma duurzaamheid zijn de taken en verantwoordelijkheden inzichtelijk gemaakt en is de PDCA-cyclus beschreven. Het afleggen van verantwoording en bijsturen van het programma geschiet door monitoring, waarbij KPI’s en doelstellingen terug komen in de reguliere rapportages in de planning- en control cyclus: Figuur 2.7: monitoring en rapportage

Bron: Programma Duurzaamheid 2020-2022, p22 Deze verantwoording vindt plaats via de gemeentelijke jaarrekening. Hierin een beknopte rapportage over: • • • • •

Nakomen van de afspraken uit het klimaatakkoord (p71); Regionale opslag- en energie infrastructuur (p71); Circulaire economie (p72); Waterstofeconomie (duurzame energiebron) (p75); Netcongestie (p77);

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

13 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

• Windenergie (p78); • CO2 prestatieladder (zodat reductie beter in kaart gebracht kan worden) (p80); • Aantal energie neutrale gebouwen (p183). In de jaarstukken van 2023 staan rapportages over delen van het uitvoeringsprogramma, echter, zonder een integrale beschouwing te geven de uitvoering van het duurzaamheidsprogramma. Verder staat in het programma duurzaamheid dat er een uitgebreider instrument wordt ontwikkeld ‘om cijfermatig en inhoudelijk inzicht te geven in de voortgang en het effect van inspanningen, instrumenten en activiteiten die daarvoor nodig zijn. Deze rapportage noemen we ‘De staat van duurzaamheid Hollands Kroon’. Daarbij maken we ook gebruik van instrumenten van derden’ (Programma Duurzaamheid 20202-2022, p22). Dit instrument was tijdens het onderzoek nog niet beschikbaar en is dus ook niet beoordeeld. Wel wordt er gewerkt via een dashboard, waarin inzicht wordt gegeven in de gerealiseerde (ten opzichte van de geadviseerde) maatregelen. Figuur 2.8: dashboard

Bron: Intern document gemeente Hollands Kroon

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

14 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

Ook de aangekondigde rapportage ‘De staat van duurzaamheid Hollands Kroon’ is nog niet uitgebracht. Omdat de beleidsdoelen niet SMART-C zijn geformuleerd en de rapportage niet conform het uitvoeringsprogramma is, volstaat deze momenteel niet. Uit bovenstaande blijkt wel dat doelen zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s en begroting.

2.1.4

Aanbevelingen

Op basis van bovenstaande de volgende aanbevelingen: 1. Formuleer de beleidsdoelen in het duurzaamheidsbeleid SMART-C om de doeltreffendheid te borgen en voer het PDCA-cyclus conform opzet uit; 2. Werk in het duurzaamheidsbeleid met levenscyclusanalyses voor de gemeentelijke accommodaties. Met het gevoerde beleid wordt voldaan aan het juridisch kader. Tenslotte blijken de beleidsdoelen voldoende uitgewerkt te zijn in de uitvoeringsprogramma’s.

2.1.5

Beantwoording deelvraag

De deelvraag voor duurzaamheidsaspecten is als volgt: Welke duurzaamheidsprincipes kunnen het beste geïntegreerd worden in het gemeentelijk accommodatiebeleid om zowel op korte als lange termijn milieuvoordelen en kostenefficiëntie te garanderen? Hierbij kan gekeken worden naar energieverbruik, materiaalgebruik, en levenscyclusanalyse van accommodaties. Het antwoord op deze vraag is als volgt: Het huidig gevoerde duurzaamheidsprincipe, de Trias Energetica, kan het beste gevoerd worden om zowel op korte als lange termijn milieuvoordelen en kostenefficiëntie te garanderen. Uitgangspunt hierbij is dat de maatregelen haalbaar en betaalbaar zijn. Hierbij moeten de beleidsdoelen SMART-C worden geformuleerd, de PDCA-cyclus conform plan worden uitgevoerd en in het duurzaamheidsbeleid met levenscyclusanalyses voor de gemeentelijke accommodaties worden gewerkt.

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

15 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

2.2

Toegankelijkheid: deelvraag 2

In deze paragraaf gaat aan de hand van het normenkader deelvraag 2 worden beantwoorden. De tweede deelvraag gaat over de toegankelijkheid van gemeentelijke accommodaties en is als volgt geformuleerd: Hoe kan de toegankelijkheid van gemeentelijke accommodaties worden verbeterd voor diverse gebruikersgroepen, inclusief mensen met een beperking, ouderen, en jongeren, om inclusiviteit en gelijke kansen te bevorderen? Dit wordt getoetst aan de hand van de volgende normen: 1. Er wordt voldaan aan het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap; 2. Er is een lokaal inclusie agenda opgesteld; 3. De gemeenteraad ziet toe op de naleving; 4. Juridisch kader: er wordt (beleidsmatig) voldaan aan hoofdstuk 1 van de Grondwet en de Wet gelijke behandelingen op grond van handicap of chronische ziekte; 5. De beleidsdoelen zijn SMART-C geformuleerd, er is een PDCA-cyclus en de beleidsdoelen worden verwerkt in de uitvoeringsprogramma’s.

2.2.1

Er wordt voldaan aan het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap

In 2016 is het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap door de tweede kamer geratificeerd. Hiervoor zijn twee wetten aangepast: de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte en de Kieswet. Gemeenten zijn vrij om te bepalen hoe zij invulling geven aan het verdrag, maar moeten deze wel vorm geven in bijvoorbeeld een lokaal inclusieagenda, die samen met inwoners met een beperking en hun familie moet worden opgesteld. De gemeenteraad dient toe te zien dat dit gebeurd. Aan deze norm wordt dus pas voldaan als aan de volgende twee normen (zie 2.2.2 en 2.2.3) wordt voldaan.

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

16 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

2.2.2

Er is een lokaal inclusie agenda opgesteld

Het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap door de tweede kamer is bij de ambtelijke organisatie bekend. Met ondersteuning van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is de lokale inclusie agenda (LIA) geschreven, waarbij (de ratificatie van) bovengenoemd verdrag als basis dient. Dit blijkt uit de inleiding van de LIA: Figuur 2.9: basis LIA

Bron: LIA Hollands Kroon, p6 Bij het opstellen van de LIA is actief input opgehaald via de WMO adviesraad, de cliëntenraad Participatiewet en een vragenlijst via denkmee.hollandskroon.nl. De LIA is 18 april 2024 door de gemeenteraad van Hollands Kroon vastgesteld.

2.2.3

De gemeenteraad ziet toe op de naleving

In de LIA is vastgesteld dat het beleid minimaal één keer per jaar wordt geëvalueerd en de effecten gemeten. Het uitgangspunt hierbij is het betrekken van ’de doelgroep, mensen met een handicap op chronische ziekte, is hierbij extra belangrijk’ (LIA Hollands Kroon, p12). Ook is in de LIA opgenomen dat na het uitvoeren van de evaluatie, een vernieuwde versie met voortgangsrapportage opgesteld en aangeboden wordt aan het college en de gemeenteraad. De conclusie is dat de gemeente Hollands Kroon aan (de ratificatie van) het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap voldoet, er is een lokaal inclusie agenda opgesteld en de gemeenteraad ziet toe op de naleving hiervan. Aan de eerste drie normen is dus voldaan.

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

17 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

2.2.4

Toetsing juridisch kader

Het juridisch kader bij deze onderzoeksvraag is hoofdstuk 1 van de Grondwet (gelijke behandeling en discriminatieverbod) en de Wet gelijke behandelingen op grond van handicap of chronische ziekte (ieder mens moet in staat worden gesteld aansluitend bij zijn eigen mogelijkheden autonoom te zijn). Beleidsmatig wordt er vanuit de LIA verwezen naar het coalitieakkoord. In het coalitieakkoord is aansluiting bij het juridische kader. ’Uitgangspunt bij alles wat we doen, iedereen eraan kan deelnemen. We stellen hiervoor een lokale inclusieagenda op’ (Samen bouwen aan vertrouwen, coalitieakkoord 2022-2026, p13). Het uitvoeren van de LIA zou dan de basis moeten zijn om aan het juridische kader te voldoen. In de inleiding van de LIA staat immers dat in de LIA alle plannen en beleidsvorming samen komen. Dat deze uitvoering voor het kader nodig is, blijkt uit één van de adviezen vanuit het participatieproces: die is gevoerd bij het opstellen van de LIA: ‘Openbare gebouwen, zoals dorpshuizen of de bibliotheek, zijn soms niet goed toegankelijk voor mensen met een handicap. Het ‘gewoon meedoen’ wordt zo lastiger gemaakt’ ( LIA Hollands Kroon, p10). Dit blijkt ook uit de volgende constatering van het sportakkoord: ‘Het sportaanbod bij sportaanbieders sluit (te vaak) onvoldoende aan op de veranderende behoefte van de sporter.

Zowel op het gebied van kwaliteit als op veiligheid en toegankelijkheid’ (Sportakkoord ‘Sport versterkt’, p1). Om aan bovenstaande constateringen het hoofd te kunnen bieden, is er in de LIA de volgende, nog uit te voeren actie opgenomen: ‘We toetsen onze openbare gebouwen (opnieuw) op toegankelijkheid, met hulp van ervaringsdeskundigen. Ook stembureaus worden hierin meegenomen’ (LIA Hollands Kroon, p14). Concluderend kan worden gesteld dat wanneer de gemeente uitvoering geeft aan het geformuleerde beleid, voldaan wordt aan het juridisch kader. Deze uitvoering loopt nog.

2.2.5

Expertise Drijver en Partners

Getoetst is of de beleidsdoelen SMART-C zijn geformuleerd en er een PDCA-cyclus is. Ook is gekeken of de beleidsdoelen worden verwerkt in de uitvoeringsprogramma’s en begroting. In de LIA zijn geen SMART-C doelen geformuleerd. Wel zijn er acties opgesteld waarbij is aangegeven onder welk thema deze vallen, maar niet welk doel ze dienen. Ook zijn de acties niet tijdsgebonden. In de uitgevoerde acties staat daarnaast dat openbare gebouwen ‘waar dat kon’ zijn aangepast (LIA Hollands Kroon, p14). Hiermee is in de LIA deze actie afgehandeld, terwijl het niet duidelijk is wat het resultaat is en/of welk doel wel of niet is behaald. Ook staat er in de acties dat ‘Bij de verbouwing van de buitenruimte rond het MFA is er rekening gehouden met de toegankelijkheid voor iedereen. Ook bij de verbouwing van het Kroondomein is hier aandacht voor.’ (LIA Hollands Kroon, p14). Dit zegt wederom niets over welk doel er wordt nagestreefd en wat het resultaat is van deze acties.

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

18 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

In de LIA is een PDCA-cyclus opgenomen: Figuur 2.10: PDCA-cyclus

Bron: LIA Hollands Kroon, p12 Deze PDCA-cyclus is conform wat van een PDCA-cyclus verwacht mag worden. Echter, zoals eerder gesteld zijn er geen SMART-C doelen geformuleerd. Zodra deze wél zijn geformuleerd, voldoet de opgenomen PDCA-cyclus. Omdat er geen beleidsdoelen zijn geformuleerd, zijn deze logischerwijs niet verwerkt in de uitvoeringsprogramma’s en begroting. Echter, er is wel een uitvoeringsprogramma die toewerkt naar het voldoen aan het juridisch kader. Voor deze uitvoering van de LIA is budget in de begroting opgenomen.

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

19 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

2.2.6

Aanbevelingen

Op basis van bovenstaande de volgende aanbevelingen: 3. Formuleer beleids- en subdoelen in het toegankelijkheidsbeleid SMART-C om de doeltreffendheid te borgen. Een SMART-C doel zou bijvoorbeeld kunnen zijn: Openbare gebouwen, zoals dorpshuizen, zijn uiterlijk eind 2025 toegankelijk gemaakt voor mensen met een handicap. Tijdens de jaarlijkse evaluatie zal de voortgang worden gerapporteerd. Met het behalen van het voorbeelddoel zou dan het juridische kader gedekt.

2.2.7

Beantwoording deelvraag

De deelvraag voor toegankelijkheid is als volgt: Hoe kan de toegankelijkheid van gemeentelijke accommodaties worden verbeterd voor diverse gebruikersgroepen, inclusief mensen met een beperking, ouderen, en jongeren, om inclusiviteit en gelijke kansen te bevorderen? Het antwoord op deze vraag is als volgt: Wanneer beleidsdoelen in het toegankelijkheidsbeleid SMART-C worden geformuleerd en uitgevoerd waarmee inhoudelijk minimaal het juridisch kader wordt gedekt, wordt de toegankelijkheid van gemeentelijke accommodaties verbeterd voor diverse gebruikersgroepen, inclusief mensen met een beperking, ouderen, en jongeren, om inclusiviteit en gelijke kansen bevorderd en wordt voldaan aan het juridisch kader.

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

20 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

2.3

Financiële haalbaarheid: deelvraag 3

In deze paragraaf zal aan de hand van het normenkader deelvraag 3 worden beantwoord. De derde deelvraag gaat over de financiële haalbaarheid van de gemeentelijke accommodaties en is als volgt geformuleerd: Op welke manier kunnen de financiële modellen voor het beheer en onderhoud van gemeentelijke accommodaties worden geoptimaliseerd om financiële duurzaamheid te waarborgen zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit en beschikbaarheid van de voorzieningen? Dit wordt getoetst aan de hand van de volgende normen: 1. Er wordt gewerkt met een meerjaren onderhoudsplan (of een soortgelijk instrument); 2. In deze plannen, of los in de begroting, is rekening gehouden met uitvoering van de duurzaamheidsmaatregelen; 3. Er zijn afspraken over beheer en onderhoud. Bij deze normen wordt de volgende kanttekening geschetst; Gemeentelijke accommodaties zijn gebouwen die in eigendom zijn van de gemeente of door de gemeente worden beheerd. Het gemeentelijke accommodatiebeleid heeft ervoor gezorgd dat een deel van de maatschappelijke accommodaties niet meer in bezit zijn van de gemeente. Omdat het gemeentelijk accommodatiebeleid juist gaat over zowel gemeentelijke accommodaties als over nietgemeentelijk (maatschappelijk) accommodaties, zijn deze meegenomen in dit onderzoek aan de hand van de in bijlage 2 vastgestelde lijst aan accommodaties.

Deze lijst is door de rekenkamer en begeleidingscommissie vastgesteld.

2.3.1

Er wordt gewerkt met een meerjaren onderhoudsplan (of een soortgelijk instrument)

In het ‘Integraal beheerplan openbare ruimte & gebouwen 2018-2021’, vastgesteld door de gemeenteraad op 19 december 2017, is (op p93) afgesproken dat er voor het gemeentelijk vastgoed gewerkt gaat worden met een meerjaren onderhoudsplan (MJOP). De in de MJOP opgenomen bedragen worden begroot en jaarlijks wordt in samenwerking met de afdeling financiën bewaakt en eventueel bijgestuurd. Daarnaast is in de interviews aangegeven dat de meerjaren onderhoudsplannen 1x per 4-5 jaar door een externe expert worden geëvalueerd, waarna een bijstelling volgt. Dit is via een steekproef getoetst. Ook is er een reserve voorziening waar eventuele overschotten in worden gestopt waar onverwachte, niet in de meerjaren onderhoudsplannen opgenomen (en dus onvoorziene) investeringen van kunnen worden gedaan. Indien in de voorziening onvoldoende middelen zit, dan vindt er een bijraming plaats welke ter besluitvorming langs de gemeenteraad gaat. Voor accommodaties die niet in gemeentelijk bezit zijn, is het beeld anders. Voor een deel van deze accommodaties is de gemeente verantwoordelijk voor het groot onderhoud. Hier wordt niet gewerkt met een meerjaren onderhoudsplan of een soortgelijk instrument.

Dit is een bewuste keuze geweest: in de nota integraal accommodatiebeleid staat ook dat de gemeente geen ‘spaarpot’ zal creëren ‘voor toekomstige renovatie en vervanging van sportvelden maar dit incidenteel beoordelen.’(Nota integraal accommodatiebeleid, p13). Hierover meer in sub paragraaf 2.3.3.

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

21 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

2.3.2

In deze plannen, of los in de begroting, is rekening gehouden met uitvoering van de duurzaamheidsmaatregelen

In de meerjaren onderhoudsplannen is momenteel geen rekening gehouden met de uitvoering van de duurzaamheidsmaatregelen. Wel is in de begroting rekening gehouden met uitvoering van de duurzaamheidsmaatregelen. Zo heeft op 25 november 2021 heeft de raad krediet beschikbaar gesteld om 15 gemeentelijke gebouwen energieneutraal en aardgasloos te maken. Vooraf is getoetst voor welke gemeentelijke panden van Hollands Kroon het van toegevoegde waarde is om ze energieneutraal en aardgasloos te maken. Dit sluit aan bij het eerder genoemde uitgangspunt dat de maatregelen haalbaar en betaalbaar zijn. Tenslotte is uit interviews gebleken dat het de verwachting is dat vanaf 2028/2029 duurzaamheid onderdeel uit gaat maken van de meerjaren onderhoudsplannen, dit in lijn met de planning van de uitvoering van werkzaamheden om gebouwen in beheer van de gemeente energieneutraal en aardgasloos te maken. Voor de niet-gemeentelijke accommodaties ligt de verantwoordelijkheid voor het verduurzamen bij de houder van de accommodatie. De gemeente biedt hier wel ondersteuning in. Zo is al het maatschappelijk vastgoed onderzocht op welke duurzaamheidsmaatregelen haalbaar en betaalbaar zijn. Ook biedt de gemeente een investeringslening om deze maatregelen door te kunnen voeren.

Het plan is om deze lening in de toekomst kosteloos te verstrekken, waarbij de gemeente de afsluitkosten betaalt en géén rente in rekening brengt.

2.3.3

Er zijn afspraken over beheer en onderhoud

Deze paragraaf gaat in op de afspraken die met externe organisaties zijn gemaakt ten aanzien van de maatschappelijke accommodaties uit de lijst met onderzochte accommodaties (zie bijlage 2), te weten de cultuur- en welzijnsaccommodaties, de gymzalen, sporthallen, buitensport accommodaties en musea. Er is geen overzicht van afspraken van cultuur- en welzijnsaccommodaties. In het Integraal accommodatiebeleid van 2015 zijn kaders opgenomen die erop wijzen dat er overeenkomsten zijn gesloten bij de overdracht van diverse accommodaties. Echter, geen van deze overeenkomsten is voorhanden. De aanname is dat het beheer en onderhoud van deze accommodaties, conform het accommodatiebeleid, bij de houders van de accommodatie ligt en de gemeente géén financiële verantwoordelijkheden draagt. Voor de gymzalen zijn er grotendeels uniforme afspraken gemaakt over beheer en onderhoud. Niet alle gymzalen zijn overgedragen, er zijn nog vijf gymzalen in eigendom van de gemeente. Drie daarvan zullen bij nieuwbouw worden overgedragen. De andere twee gymzalen maken onderdeel uit van een multifunctionele accommodatie (MFA) en zullen in bezig blijven van de gemeente. Alle overeenkomsten zijn ter beschikking gesteld en gecontroleerd.

Hieruit blijkt dat de vergoeding voor groot onderhoud is gebaseerd op basis van 3 componenten: klokuurvergoeding, onderhoud (inclusief eigenaarsonderhoud) en aanvullende bijdrage ten behoeve van de kostendekking. Uit interviews en schriftelijke vragen is gebleken dat de op hierboven weergegeven componenten vastgestelde onderhoudsbijdragen voor de gymzalen wel worden geïndexeerd, maar niet worden getoetst of deze indexatie overeenkomt met de noodzakelijke verhoging van het budget om aan de gemeentelijke financiële verantwoordelijkheden te voldoen. Uit interviews blijkt dat eventueel benodigde aanvullende onderhoudsbijdragen eventueel via een collegebesluit bij worden geraamd, dit gaat per aanvraag. Van de sporthallen is alleen Veerburg nog in eigendom. Hiervoor worden plannen voor nieuwbouw gemaakt, waarbij multifunctionaliteit is gewenst. Zodra de sporthal nieuw wordt gebouwd, zal het eigendom ook op afstand worden gezet.

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

22 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

Van de overige sporthallen zijn echter geen overeenkomsten voorhanden. De aanname is dat dat het beheer en onderhoud van deze accommodaties, conform het accommodatiebeleid, bij de houders van de accommodatie ligt en de gemeente géén financiële verantwoordelijkheden draagt. Van de buitensport accommodaties zijn met de uitvoering van het accommodatiebeleid 15 (voetbal)accommodaties die in eigendom waren van de gemeente op afstand zijn gezet. Hierover draagt de gemeente nog (contractuele) verplichtingen voor groot onderhoud. Uit de beschikbare overeenkomsten blijkt dat per overgedragen accommodatie een 0-meting is gehouden waarbij er werd gekeken wat er nodig was qua onderhoud voor instandhouding met een horizon van 5 jaar. Op basis daarvan is er (indien nodig) onderhoud gepleegd, (indien nodig) de hoogte van de ‘bruidschat’ bepaald of zijn er toekomstgerichte afspraken gemaakt. Hierdoor zijn deze accommodaties op een uniforme manier overgedragen. Uit onderzoek naar de liggende overeenkomsten blijkt dit te kloppen. Echter, niet alle overeenkomsten zijn voorhanden. In de overeenkomsten zijn financiële afspraken gemaakt: 75% van het reguliere onderhoud wordt door de gemeente vergoed en middels een demarcatielijst is vastgesteld voor welk groot onderhoud de gemeente nog verantwoordelijk was. Deze demarcatie is gebaseerd op de hierboven genoemde horizon van 5 jaar.

In het Integraal accommodatiebeleid van 2015, vastgesteld door de raad op 26 november 2015, staat dat er geen ‘spaarpot’ wordt gecreëerd voor toekomstige renovatie en vervanging van (bovengenoemde 15) sportvelden maar dit incidenteel beoordelen. Uit de interviews blijkt dat dit beleid nog altijd conform wordt uitgevoerd en dat vraagstukken over vervanging en renovatie integraal worden beoordeeld op basis van de inzichten en expertise van de verschillende afdelingen van de gemeente. Tenslotte is er ten aanzien van deze accommodaties contractueel afgesproken dat er een evaluatie plaats zou vinden waarna het mogelijk zou zijn dat de financiële bijdrage in de periode 2021-2026 wordt gewijzigd. In deze evaluatie, uitgevoerd in de tweede helft van 2021, is gevraagd naar de financiële vitaliteit van de verenigingen. Hierop gaf 41% van de verenigingen aan financieel vitaal te zijn, 53% enigszins vitaal te zijn en 6% niet vitaal te zijn (Uitkomsten evaluatie harmonisatie buitensport accommodatiebeleid, p11). Daarnaast gaven 53% van de verenigingen aan voldoende vrijwilligers te hebben, 47% van de verenigingen geven aan onvoldoende vrijwilligers te hebben. Ook is de betrokkenheid van de vrijwilligers volgens 29% van de verenigingen gedaald, bij 53% van de verenigingen gelijk gebleken en bij 18% gestegen (Uitkomsten evaluatie harmonisatie buitensport accommodatiebeleid, p12).

Op de vraag ‘Maakt u zich zorgen? Op welk vlak’ zijn volgens het rapport de meest genoemde zorgen: vrijwilligers (38% van de verenigingen), financieel (28%) en ledenaantallen (21%) (Uitkomsten evaluatie harmonisatie buitensport accommodatiebeleid, p13). 59% van de verenigingen heeft aangegeven ontoereikende middelen door de gemeente ter beschikking te hebben, 23% geeft aan dat deze toereikend zijn en 6% dat deze ruim toereikend zijn. 12% van de respondenten gaven aan dat deze vraag voor hun niet van toepassing is. Volgens het rapport heeft dit samenhang met het ontbreken dan een indexatie (Uitkomsten evaluatie harmonisatie buitensport accommodatiebeleid, p14). Ook staat in het rapport dat ‘Geen enkele vereniging/stichting geeft aan een structureel negatieve exploitatie te draaien. Echter 65% geeft aan soms wel en soms niet de exploitatie sluitend te kunnen krijgen. 35% geeft aan eigenlijk altijd een sluitende exploitatie te kennen’ (Uitkomsten evaluatie harmonisatie buitensport accommodatiebeleid, p15). Ook blijkt uit de enquête dat volgens de verenigingen de gemeente in hun ogen niet altijd hun afspraken nakomt, wat voor hun kostenverhogend werkt (b.v. onderhoud bomensingels en sloten of verborgen gebreken bij de 0meting).

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

23 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

De daadwerkelijke financiële vitaliteit van de verenigingen is niet getoetst. Een gebrek aan vrijwilligers kan ervoor zorgen dat onderhoudstaken moeten worden uitbesteed, wat verder een negatief invloed heeft op de financiële duurzaamheid. Deze evaluatie is via het rapport ‘Uitkomsten evaluatie harmonisatie buitensport accommodatiebeleid’ aan de raad gepresenteerd. Deze heeft op 22 november 2022 besloten, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2022, een jaarlijkse indexatie toe te passen op de jaarlijkse onderhoudsbijdrage voor de buitensportverenigingen. Deze bijdrage is er op gericht de verenigingen te ondersteunen in het wegwerken van achterstallig onderhoud. In hoeverre dit afdoende is voor bovengenoemde financiële uitdagingen, valt niet te toetsen. Voor de overige buitensportaccommodaties zijn, zo blijkt uit de interviews, er geen afspraken over beheer en onderhoud, de verantwoordelijkheid hiervoor ligt geheel bij de houder van de accommodatie. Deze accommodaties zijn zelfvoorzienend (geworden). In het huidige accommodatiebeleid is er voor deze accommodaties geen ander beleid geformuleerd anders dan dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor het beheer en onderhoud. Zij kunnen wel in aanmerking komen voor activiteitensubsidies als deze de leefbaarheid versterkt.

Tenslotte is in 2015 kader vastgesteld dat als tussen 2020 en 2030 concentratie van verenigingen noodzakelijk blijkt voor een duurzame exploitatie, dan wordt dit gedaan in de kernen Anna Paulowna - Breezand, Hippolytushoef, Nieuwe Niedorp - Winkel en Wieringerwerf (Nota integraal accommodatiebeleid, nota van toelichting, p12). Hier is (nog) geen beleidsmatig vervolg op gekomen. Voor de musea zijn er geen overeenkomsten bekend. In de cultuurvisie is de volgende link gelegd met het accommodatiebeleid: Figuur 2.11: cultuur in het accommodatiebeleid

Bron: Kunst en cultuur Hollands Kroon, Cultuurvisie 2025-2028, p19 De aanname is dat het beheer en onderhoud van deze accommodaties, conform bovenstaande en het accommodatiebeleid, bij de eigenaren van de accommodatie ligt. In zijn algemeenheid blijkt uit onderzoek en interviews dat er weinig overeenkomsten zijn en gesteld is dat ‘het soms juridisch niet goed geregeld is’. Dat de afspraken momenteel worden herzien blijkt uit de jaarstukken van 2023: Figuur 2.12: faciliteren voldoende accommodaties

Bron: Jaarstukken 2023, p137

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

24 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

2.3.4

Aanbevelingen

Op basis van bovenstaande de volgende aanbevelingen: 4. Stel een toetsingskader voor groot onderhoud, renovatie en vervanging op die gericht is op de financiële duurzaamheid en kwaliteit van de buitensportvoorzieningen. 5. Baseer de contractueel vastgelegde financiële verantwoordelijkheid op geactualiseerde cijfers. 6. Maak een register aan van het maatschappelijk vastgoed, minimaal met de accommodaties waar de gemeente (financieel) mee verbonden is. Verwerk in dit register (minimaal) de liggende overeenkomsten. Voor accommodaties die zelfvoorzienend zijn, zijn er binnen het huidige accommodatiebeleid geen mogelijkheden financiële modellen voor het beheer en onderhoud van gemeentelijke accommodaties te optimaliseren. Hier wordt in paragraaf 2.4 op terug gekomen.

2.3.5

Beantwoording deelvraag

De deelvraag voor de financiële haalbaarheid is als volgt: Op welke manier kunnen de financiële modellen voor het beheer en onderhoud van gemeentelijke accommodaties worden geoptimaliseerd om financiële duurzaamheid te waarborgen zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit en beschikbaarheid van de voorzieningen? Het antwoord op deze vraag is als volgt: De financiële modellen voor het beheer en onderhoud van accommodaties in gemeentelijk bezit voldoen aan het normenkader. Dit is niet het geval voor de accommodaties die niet in gemeentelijk eigendom zijn. Door middel van het opstellen van een toetsingskader voor groot onderhoud, renovatie en vervanging is dit voor de buitensportaccommodaties te borgen. Daarnaast moeten de contractueel vastgelegde financiële verantwoordelijkheid gebaseerd zijn op geactualiseerde cijfers. Tenslotte is het nodig om een register aan van het maatschappelijk vastgoed, minimaal met de accommodaties waar de gemeente (financieel) mee verbonden is, aan te maken. Verwerk in dit register (minimaal) de liggende overeenkomsten. Voor de ontwikkeling van de overige accommodaties voorziet het accommodatiebeleid niet. Tenslotte functioneert geen enkel financieel model zonder inzicht in de daadwerkelijke situatie.

Het bijhouden van een register waarin minimaal de accommodaties zijn opgenomen waar de gemeente (financieel) mee verbonden is maakt het mogelijk financiële duurzaamheid te waarborgen. Hierbij onze volgende suggestie. Suggestie 1: maak een register aan voor al het maatschappelijk vastgoed en neem daarin op, daar waar van toepassing, rechten van opstal, bruikleenovereenkomsten, verzekeringspolissen, afspraken groenbeheer, duurzaamheidsrapportage, toegankelijkheidsrapportage enz.

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

25 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

2.4

Veranderende gemeenschapsbehoeften: deelvraag 4

In deze paragraaf zal aan de hand van het normenkader deelvraag 4 worden beantwoord. De vierde deelvraag gaat over de veranderende gemeenschapsbehoeften en is als volgt geformuleerd: Veranderende gemeenschapsbehoeften: Hoe kan het accommodatiebeleid flexibel worden ontworpen om in te spelen op de veranderende behoeften en verwachtingen van de gemeenschap, bijvoorbeeld door demografische verschuivingen, veranderende sport- en recreatievoorkeuren, en nieuwe sociale dynamieken? Dit wordt getoetst aan de hand van de volgende normen: 1. Het college en de ambtelijke organisatie goed zicht hebben op de trends en ontwikkelingen die relevant zijn voor het accommodatiebeleid, waaronder ten minste de volgende trends vallen: a. landelijke trends in bouw; b. exploitatie en beheer van accommodaties; c. trends in de animocijfers van de diverse accommodatiegebruiken; d. regionale ontwikkelingen; e. demografische en sociaaleconomische trends. 2. Voorafgaand aan het ontwerpen van het beleid is een situatieschets gemaakt waarin de belangrijkste trends en ontwikkelingen zijn meegenomen.

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

26 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

2.4.1

Het college en de ambtelijke organisatie hebben goed zicht op relevante trends en ontwikkelingen

In deze paragraaf wordt onderzocht in hoeverre het liggende accommodatiebeleid gebaseerd is op zicht op de relevante trends en ontwikkelingen en hoe het beleid inspeelt op toekomstige trends en ontwikkelingen. De basis hiervan ligt in de kadernota accommodatiebeleid, vastgesteld op 27-06-2013, en de nota integraal accommodatiebeleid, vastgesteld op 26-11-2015, en bijbehorende uitwerkingen. De kadernota accommodatiebeleid is, zo blijkt uit het stuk, gebaseerd op demografische ontwikkelingen, de (toekomstige) sportvraag en er is door middel van kernconsultaties ‘in discussie gegaan over de belangrijkste activiteiten in hun kern en hoe voorzieningen verspreid zouden moeten zijn’ (Kadernota accommodatiebeleid, p15). Ook is per ‘verenigingskolom’ een verdiepingsslag gehouden om meer inzicht te krijgen. Zo is er bijvoorbeeld geconstateerd dat er toentertijd een overcapaciteit was aan beschikbare vierkante meters vloeroppervlak voor welzijnsaccommodaties, de dorpshuizen niet volledig werden benut en de voetbalaccommodaties een overcapaciteit hadden (Kadernota accommodatiebeleid, p4). In het accommodatiebeleid is de verantwoordelijkheid om in te spelen op veranderende behoeften en verwachtingen van de gemeenschap buiten de verantwoordelijkheid van de gemeente gelegd, zoals uit de vastgestelde voorkeursvariant van onderstaand figuur duidelijk wordt. Figuur 2.13: varianten kaderstelling

Bron: Kadernota accommodatiebeleid, p3-4

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

27 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

Hierbij zijn de volgende argumenten bij gevoerd: Figuur 2.14: argumenten voorkeursvariant

Bron: Kadernota accommodatiebeleid, p4 In de nota integraal accommodatiebeleid en bijbehorende uitwerkingen zijn vervolgens nadere ambities en kaders geformuleerd. Voor de sporthallen zijn deze tot stand gekomen op basis van de toenmalige stand van zaken. Figuur 2.15: Ambitie en kaders sporthallen

Bron Nota integraal accommodatiebeleid, nota van toelichting, p11

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

28 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

Voor de buitensport, gymzalen en welzijnsaccommodaties zijn de kaders gebaseerd op de volgende drie aspecten: Figuur 2.16: aspecten uitwerking deelprogramma’s

Bron: Nota integraal accommodatiebeleid, p4 Dit heeft in de volgende kaders geresulteerd. Figuur 2.17: Ambitie en kaders buitensport

Bron: Nota integraal accommodatiebeleid, nota van toelichting, p12

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

29 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

Figuur 2.18: Ambitie en kaders gymzalen

Bron: Nota integraal accommodatiebeleid, nota van toelichting, p14 Figuur 2.19: Ambitie en kaders welzijnsaccommodaties

Bron: Nota integraal accommodatiebeleid, nota van toelichting, p15

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

30 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

Samengevat kan worden gesteld dat bij het tot stand komen van het accommodatiebeleid in 2013 en het formuleren van kaders vanaf 2016 er kennis was (en was gebruikt) van demografische trends. In de tijd van het opstellen van het accommodatiebeleid was het daarnaast niet ongebruikelijk dat de overheid meer op afstand kwam te staan, dus ook in beleid is de trend gevolgd. Op basis van de ervaringscijfers van exploitatie en beheer van de op afstand gezette accommodaties zijn vervolgens nieuwe kaders gesteld. Voor de sporthallen is de gemeente afgestapt van het kader dat de gemeente hier geen verantwoordelijkheid voor draagt, maar is gekozen om in de vier kernen Anna Paulowna – Breezand, Hippolytushoef, Nieuwe Niedorp – Winkel en Wieringerwerf een sporthal met wedstrijdvloer voor zaalsport in stand te houden. In 2021 heeft er, conform afspraak, een evaluatie van de harmonisatie van de 15 buitensportaccommodaties plaatsgevonden. Deze evaluatie ging alleen over de huidige staat van de accommodaties. Op basis van het rapport ‘Uitkomsten evaluatie harmonisatie buitensport accommodatiebeleid’ van 2021 heeft de gemeenteraad op 22 november 2022 besloten met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2022 een jaarlijkse indexatie toe te passen op de jaarlijkse onderhoudsbijdrage voor de buitensportverenigingen.

In de gehouden interviews is bevestigd dat de eigenaren van de accommodaties zelf verantwoordelijk zijn voor de (door)ontwikkeling van hun accommodatie. Hierbij kunnen zij voorstellen indienen bij de gemeente, die worden beoordeeld aan de hand van bovengenoemde trends. Hier is echter geen beleidskader voor, de voorstellen worden incidenteel beoordeeld. In de advisering en beoordeling vanuit de gemeente wordt zoveel mogelijk gestuurd naar multifunctioneel gebruik. Tenslotte wordt in de jaarstukken 2023 aangegeven dat er bestuurlijke kaders nodig zijn. Figuur 2.20: bestuurlijke kaders

Bron: Jaarstukken 2023, p97

2.4.2

Voorafgaand aan het ontwerpen van het beleid is een situatieschets gemaakt waarin de belangrijkste trends en ontwikkelingen zijn meegenomen

Uit 2.4.1 is gebleken dat er voorafgaand aan het accommodatiebeleid en de wijzigingen van 2015 er een voor die tijd relevante situatieschets is gemaakt waarin de voor die tijd belangrijkste trends en ontwikkelingen zijn meegenomen. Aan deze norm is toentertijd voldaan.

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

31 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

2.4.3

Aanbevelingen

Op basis van bovenstaande de volgende aanbevelingen: 7. Stel een bestuurlijk kader op voor de ontwikkeling van bestaande en nieuwe accommodaties, waarbij geborgd wordt dat de relevante trends en ontwikkelingen worden meegenomen. Met de in sub paragraaf 2.1.4 geformuleerde aanbeveling #2 wordt geborgd dat er zicht is op de trends en ontwikkelingen in de (duurzaamheidsaspecten) van de bouw van accommodaties.

2.4.4

Beantwoording deelvraag

De deelvraag voor de veranderende gemeenschapsbehoeften is als volgt: Hoe kan het accommodatiebeleid flexibel worden ontworpen om in te spelen op de veranderende behoeften en verwachtingen van de gemeenschap, bijvoorbeeld door demografische verschuivingen, veranderende sport- en recreatievoorkeuren, en nieuwe sociale dynamieken? Het antwoord op deze vraag is als volgt: Het accommodatiebeleid is reeds flexibel, het zet de samenleving in positie om de maatschappelijke voorzieningen blijvend aan te kunnen laten sluiten bij de veranderende behoeften en verwachtingen. Echter, aanvullend bestuurlijk kader is nodig om de ontwikkeling van bestaande en nieuwe accommodaties mogelijk te maken, waarin minimaal wordt opgenomen dat ontwikkelingen ondersteund moeten worden door de relevante trends en ontwikkelingen. Dit zal dan vertaald moeten worden in SMART-C doelstellingen net een deugdelijke PDCA-cyclus. De vraag is of het reëel is dat elke houder van een accommodatie de kennis heeft die nodig is de accommodatie conform te ontwikkelen. Een meer ondersteunende rol van de gemeente ligt hier voor de hand. Hierover meer in paragraaf 2.5.

Rekenkamer Hollands Kroon | Rekenkameronderzoek Hollands Kroon Accommodatiebeleid

32 / 56

Kelvinring 54 | 2952 Alblasserdam

2.5

Binnen- versus buitenaccommodaties: deelvraag 5

In deze paragraaf gaat aan de hand van het normenkader deelvraag 5 worden beantwoord. De vijfde deelvraag gaat over de effectieve strategieën voor binnen- en buitenaccommodaties: Welke specifieke strategieën zijn effectief voor het beheer van binnen- versus buitenaccommodaties, rekening houdend met hun unieke uitdagingen en mogelijkheden, zoals weersinvloeden, ruimtelijke beperkingen, en gebruikspatronen? Deze deelvraag is in naderhand verder gespecificeerd. De vraag gaat niet zozeer over het tegen over elkaar zetten van buiten- en binnen accommodaties. De vraagstelling bij deelvraag 5 gaat voornamelijk over de binnen accommodaties. De buiten accommodaties worden alleen meegenomen wanneer deze relevant zijn voor bijvoorbeeld multifunctionele accommodaties. De vraag gaat over de effectieve beheermodellen gericht op efficiënt beheer, bijvoorbeeld door het samenvoegen van accommodaties. Dit wordt getoetst aan de hand van de volgende normen: 1. Er is een 0-meting van de maatschappelijke behoefte aan accommodaties; 2. Het accommodatiebeleid is gebaseerd op de maatschappelijke behoeften.

2.5.1

Er is een 0-meting van de maatschappelijke behoefte aan accommodaties

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=39d9437f-61ed-4e75-8149-0f592d883b70