Bijlage 1. Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid fase 5c
Tekst van het document
Versie
Document referentie 20240903 Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid fase 5c.docx
Strategie Klimaatadaptatie Noordkop 2021 – 2026 De Noordkop staat ook onder druk door een veranderend klimaat. Hevige neerslag, langdurige droogte, extreme hitte en zeespiegelstijging kunnen schade toebrengen aan economie, gezondheid en veiligheid in de regio. Om die risico’s te beteugelen is bundeling van krachten en een gezamenlijke regionale aanpak gewenst. Vanuit de behoefte aan een regionale aanpak is een gedragen regionale klimaatadaptiestrategie opgesteld. Klimaatadaptatie is het proces waarbij de samenleving zich aanpast aan een veranderend klimaat, de schadelijke gevolgen probeert te beperken en kansen gaat benutten. De strategie beschrijft hoe die klimaatadaptatie als regio wordt opgepakt. De strategie vloeit voort uit de ambities van het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Hierin hebben alle overheden in Nederland afgesproken om zich, samen met bedrijfsleven en inwoners, voor te bereiden op een veranderend klimaat. Daarom willen zij vanaf 2020 klimaatadaptief handelen verankerd hebben in beleid en handelen, zodat in 2050 Nederland klimaatrobuust is ingericht. Er zijn voor de regio stresstesten uitgevoerd voor het toekomstige klimaat. De effecten zijn beschreven in de strategie. Vanuit de resultaten van de stresstesten zijn ambities en opgaven geformuleerd voor bestaand gebied en voor nieuw gebied (Eisen Nieuwe Ontwikkelingen). De eisen gaan over: − − − −
bergen en afvoeren van hemelwater bij hevige neerslag; voorkomen van schade aan bebouwing, wegen, groen en vitale- en kwetsbare functies bij langdurige droogte; het realiseren van een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving tijdens hitte; rekening houden met zeespiegelstijging.
Beoordeling Het plan is besproken met het HHNK en deze is akkoord met de bijgevoegde watertoets. Voor het wijzigingsplan Elshof Zuid fase 5 was reeds een watertoets uitgevoerd. De bijgevoegde watertoets ligt in het verlengde van de watertoets voor het wijzigingsplan. Rekening houdend met een demping van een deel water maar ook het realiseren van nieuw water en een toename aan oppervlakteverharding door de woningen, bijbehorende erven en de openbare weg inclusief parkeerplaatsen, is er 188 m2 extra water benodigd. Op basis van de wateropgave en watertoets van het wijzigingsplan is er in de projectspecifieke waterboekhouding nog een overmaat van 794 m2 aanwezig. Kortom; er is voldoende watercompensatie in het plan opgenomen. Ook is de waterinrichting vormgegeven conform de eisen die gesteld zijn vanuit het waterschap. Water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
4.4
Ecologie
De Wet natuurbescherming is opgegaan in de Omgevingswet. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat in een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten en een aantal strikte verboden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten (soortenbescherming). Daarnaast bevat het Bal specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura 2000-gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels (gebiedsbescherming). Ook bevat het Bal enkele bepalingen over de jacht en houtopstanden.
Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid – Fase 5c: perceel L 7262 Projectnummer 51010236 28 juni 2024
Versie
Document referentie 20240903 Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid fase 5c.docx
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een flora en fauna- activiteit te verrichten (art. 5.1, lid 2, onder g Ow). Op grond van paragrafen 11.2.2, 11.2.3 en 11.2.4 van het Bal moet worden beoordeeld of een bouwplan van invloed is op de in het gebied aanwezige flora en fauna. Beoordeling Soortenbescherming In het kader van het voorliggende project is een verkennend natuuronderzoek uitgevoerd naar het projectgebied, dat is bijgevoegd als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing. Het onderzoek is er op gericht om een eerste inzicht te krijgen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden in en om het projectgebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden genomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effect-onderzoek en nadere procedures. Uit het onderzoek blijkt het volgende: Vissen Er worden geen beschermde vissen verwacht in het plangebied. Voorafgaand aan de werkzaamheden aan de watergangen zal in het kader van de zorgplicht echter ‘zorgvuldig’ moeten worden gehandeld (zie §8.3 en Bijlage 1.1.1 rapportage). Aanwezige vissen zullen hierbij worden verdreven of plaatselijk worden weggevangen en worden uitgezet in te behouden water. Gevoelige werkzaamheden zullen zoveel mogelijk buiten de gevoelige periode van voortplanting (april t/m juli) en overwintering (december t/m februari) plaatsvinden.
Amfibieën Er worden geen beschermde, niet vrijgestelde amfibieën verwacht in het plangebied. Voorafgaand aan de werkzaamheden zal in het kader van de zorgplicht echter ‘zorgvuldig’ moeten worden gehandeld (zie §8.3 en Bijlage 1.1.1 rapportage). Aanwezige amfibieën zullen hierbij worden verdreven of plaatselijk worden weggevangen en worden uitgezet in te behouden water van vergelijkbare of betere kwaliteit. Gevoelige werkzaamheden zullen zoveel mogelijk buiten de voortplantingsperiode (half maart t/m september) en overwinterperiode (november t/m februari) plaatsvinden. Gevoelige werkzaamheden aan bijvoorbeeld wateren en oevers kunnen het beste worden uitgevoerd tijdens de periode oktober t/m half november. Vogels met niet-jaarrond beschermde nesten Men dient activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Wanneer in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn. Hierbij mogen geen mogelijke nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt.
Vogels met jaarrond beschermde nesten Voor het mogelijk incidentele gebruik van het plangebied door overige vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit de omgeving van het plangebied (Huismus, Sperwer en Ransuil), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een
Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid – Fase 5c: perceel L 7262 Projectnummer 51010236 28 juni 2024
Versie
Document referentie 20240903 Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid fase 5c.docx
veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor deze soorten en ze kunnen gemakkelijk uitwijken. Grondgebonden zoogdieren Voor incidenteel aanwezige kleine marterachtigen wordt geen belangrijk negatief effect verwacht vanwege de geringe grootte van het plangebied en de ruime aanwezigheid vergelijkbaar en beter biotoop in de naaste omgeving. Het plangebied biedt, onder andere vanwege deze redenen, geen essentieel leefgebied voor kleine marterachtigen en de dieren kunnen gemakkelijk uitwijken. Vleermuizen Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de werkzaamheden omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk tijdelijk uitwijken. Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied ligt op circa 5 km afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied ‘Waddenzee’. Geluid en beweging die met de werkzaamheden gepaard gaan, reiken tot enkele honderden meters ver. Gezien de ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden, zijn negatieve effecten van geluid en beweging op de instandhoudingsdoelstellingen uitgesloten.
De werkzaamheden in het plangebied resulteren niet in een oppervlakteverlies van het Natura 2000-gebied, evenmin veroorzaakt het versnippering voor aangewezen soorten, verontreiniging en verdroging. De werkzaamheden leiden niet tot verstoring door verlichting en door mechanische effecten. De werkzaamheden en het extra verkeer gaan gepaard met emissie van stikstof. De stikstof zal uiteindelijk neerdalen (stikstofdepositie). Ondanks de afstand en de stedelijke omgeving waar het plangebied zich in bevindt moet op grond van artikel 8.74b Ow vanwege de mogelijk externe werking van het bouwplan inzichtelijk worden gemaakt of het bouwplan nadelige gevolgen voor de Natura 2000-gebieden. De stikstofeffecten zijn bepaald middels een Aeriusberekening, waarvan de rapportage is bijgevoegd als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing. Uit de berekeningen volgt dat er in de aanleg-, en de gebruiksfase van de planontwikkeling geen toename van de stikstofdepositie >0,00 mol/ha/jaar in de omliggende Natura 2000-gebieden optreedt. De stikstofberekening is uitgevoerd voor 90 woningen. Het aantal te realiseren woningen binnen wijzigingsplangebied Elshof Zuid – Fase 5 betreft 81 woningen. Inclusief de 4 voorliggende woningen komt het aantal uit op 85. De berekening is daarmee worst case uitgevoerd. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied is gelegen op circa 900 meter van het NNN.
De werkzaamheden vallen buiten de begrenzing van het NNN en hebben geen negatief effect op het NNN. Het doorlopen van een Nee, tenzij procedure is niet nodig.
Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid – Fase 5c: perceel L 7262 Projectnummer 51010236 28 juni 2024
Versie
Document referentie 20240903 Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid fase 5c.docx
Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) is het regime voor bescherming in Noord-Holland voor gebieden die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn. Het BPL is beschreven in kernkwaliteiten per deelgebied. De voormalige beschermingsregimes Bufferzones, Aardkundig Monument en Weidevogelleefgebied zijn geborgd in de kernkwaliteiten. Het gebied is niet begrensd als een Bijzonder Provinciaal Landschap en ligt ook niet in de directe omgeving hiervan. Er is geen negatief effect mogelijk op het BPL, een nadere toetsing is niet nodig. Conclusie ecologie Met inachtneming van de zorgplicht (artikel 11.27 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)) zijn er geen negatieve effecten voor beschermde soorten. Er is geen toename van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000gebieden. Ook zijn andere negatieve effecten uit te sluiten op beschermde gebieden. Het project is daarom niet in strijd met de instructieregels uit het Bal en uitvoerbaar op grond van het aspect ecologie.
4.5
Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren
Een ruimtelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld op de verkeerseffecten en op het aspect parkeren. Conform het stedenbouwkundig plan voor Elshof Zuid – Fase 5 is het projectgebied te bereiken vanaf het Pionierskruid. De ontsluitingsweg wordt ingericht als 30 km/u weg en krijgt aan de westzijde een keerlus. Ten opzichte van het wijzigingsplan en het daaraan verbonden stedenbouwkundig ontwerp neemt het aantal verkeersbewegingen met (4 woningen x 8,6 verkeersbewegingen = ) 35 verkeersbewegingen per etmaal toe. Verdeeld over een etmaal zijn dit slechts enkele auto’s per uur. De kruising is hierop ingericht en de toename zorgt niet voor ontsluitings- of afwikkelings probleem op het Pionierskruid danwel op de Graslaan/Grasweg. Op het aspect parkeren is reeds ingegaan in paragraaf 3.2. Voor de betreffende woningen worden voldoende parkeerplaatsen aangelegd. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
4.6
Beschermen van gezondheid en milieu
In paragraaf 5.1.4 Bkl zijn de instructieregels opgenomen voor de beoordeling van de aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit op het gebied van gezondheid en milieu. Op onderliggende aanvraag zijn de instructieregels van belang voorde kwaliteit van de buitenlucht (paragraaf 5.1.4.1) het geluid van wegen, spoorwegen en industrieterreinen (paragraaf 5.1.4.2a) en de bodemkwaliteit (paragraaf 5.1.4.5).
4.6.1 Kwaliteit van de buitenlucht Artikel 5.54 geeft standaard gevallen aan waarbij in ieder geval sprake is van een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide en PM10 van 1,2 µg/m3 of minder en die daardoor ‘niet in betekenende mate (NIBM)’ zijn. Een van de voorbeelden zijn gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, met: 1°. één ontsluitingsweg: ten hoogste 1.500 woningen; of
Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid – Fase 5c: perceel L 7262 Projectnummer 51010236 28 juni 2024
Versie
Document referentie 20240903 Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid fase 5c.docx
2°. twee ontsluitingswegen: ten hoogste 3.000 woningen. Het gaat hier om een toename van 4 woningen met één ontsluitingsweg. Duidelijk is dat er hier sprake is van een ontwikkeling die NIBM is. Ook is er in het kader van het wijzigingsplan bepaald dat de gehele ontwikkeling Elshof Zuid – Fase 5 NIBM is. De toename van 4 woningen geeft geen andere conclusie. Voorts is ook gekeken of de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende is om een goed woon- en leefklimaat te bieden vanuit het aspect luchtkwaliteit. De tabel hierna toont de achtergrondwaarden in relatie tot de advieswaarden van de WHO en de wettelijke grenswaarden.
Achtergrondwaarde (µg/m3)
Advieswaarde WHO (µg/m3)
Wettelijke grenswaarde (µg/m3)
Stikstofdioxide (NO2)
9
10
40
Fijnstof (PM10)
14
15
40
Fijnstof (PM2,5)
6
5
25
Uit de tabel volgt dat de achtergrondwaarden onder of net boven de advieswaarden van de WHO liggen en ruim onder de wettelijke grenswaarden. De luchtkwaliteit ter plaatse is dusdanig dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Geconcludeerd wordt dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het project.
4.6.2
Geluid van wegen, spoorwegen en industrieterreinen
Het Bkl stelt eisen aan nieuwe geluidgevoelige functies binnen het geluidsaandachtsgebied van een weg, spoorweg of industrieterrein. Een geluidaandachtsgebied is het gebied langs een weg, spoorweg of rond industrieterrein waar het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde (artikel 3.20 Bkl). Voor het bepalen van de omvang van het geluidaandachtsgebied gelden de regels uit bijlage IVc van de Omgevingsregeling. Bij een lokale (spoor)weg is het geluidaandachtsgebied tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip begrenst door een vaste afstanden (artikel 17.5 Omgevingsregeling). Artikel 5.78t Bkl geeft aan dat een omgevingsvergunning waarmee een nieuw geluidgevoelig gebouw wordt toegestaan, erin voorziet dat het geluid op dat gebouw niet hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 5.78t. Voor rijkswegen is dat 50 Lden. Voor gemeentewegen is dat 53 Lden. Voor (hoofd)spoorwegen is dat 55 dB. Het is mogelijk om een overschrijding van de standaardwaarde toe te staan als: a. er geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen; b. de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; en c. het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan 65 Lden voor rijkswegen en 70 Lden voor gemeentewegen en (hoofd)spoorwegen.
Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid – Fase 5c: perceel L 7262 Projectnummer 51010236 28 juni 2024
Versie
Document referentie 20240903 Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid fase 5c.docx
Beoordeling Naar de invloed van de Nieuweweg en het spoortraject Schagen – Anna Paulowna is akoestisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage ervan is bijgevoegd als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing. Uit het onderzoek blijkt dat de standaardwaarde van zowel de gemeenteweg (mag 53 dB zijn, is berekend op 37 dB) als de spoorweg (mag 55 dB zijn, is berekend op 51 dB) nergens wordt overschreden. Hierbij zijn de uiterste grenzen van het projectgebied getoetst. De woningen zullen verder weg van de beoordeelde bronnen worden geprojecteerd waardoor de geluidsniveaus in werkelijkheid wellicht nog gunstiger zijn. Verder zullen er waarschijnlijk warmtepompen worden toegepast binnen het plan. Bij toepassing van een buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking, moet bij de aanvraag van de bouwvergunning aangetoond worden dat kan worden voldaan aan de geluideisen zoals gesteld in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Hiervoor zal dan opnieuw een geluidsonderzoek uitgevoerd worden of gebruik worden gemaakt van de daarvoor bedoelde rekentool 'WPAC-geluid V2020_0''. Hierin worden geen belemmeringen verwacht. Geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
4.6.3
Bedrijven en milieuzonering
Artikel 5.59, tweede lid van het Bkl verplicht dat een aanvaardbaar geluidsituatie geborgd moet worden in het omgevingsplan (of in een BOPA). De geluidwaarden van artikel 5.65 Bkl worden hierbij gehanteerd. Het eerste lid van artikel 5.65 bevat (via de tabel 5.65.1) geluidwaarden. De tabel is hierna weergegeven. Deze instructieregel is van belang indien een geluidgevoelig gebouw in de buurt van een mba (milieubelastende activiteit) en andersom: een mba in de buurt van een geluidgevoelig gebouw wordt toegelaten.
Afbeelding: tabel geluidswaarden Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)
Milieuzonering is echter breder dan alleen het aspect geluid. Ook de hoeveelheid geur, stof en of er sprake is van gevaar is relevant wanneer er milieubelastende activiteiten en gevoelige functies in de buurt van elkaar worden gerealiseerd. Onder de Omgevingswet wordt de fysieke leefomgeving meer in samenhang benaderd dan onder de Wet ruimtelijke ordening. Ruimte en milieu worden verder geïntegreerd. In het gemeentelijke Omgevingsplan worden de afwegingen hieromtrent vastgelegd. Met betrekking tot milieuhinder kan gebruik
Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid – Fase 5c: perceel L 7262 Projectnummer 51010236 28 juni 2024
Versie
Document referentie 20240903 Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid fase 5c.docx
worden gemaakt van de VNG-uitgave Milieuzonering Nieuwe Stijl. Echter, deze uitgave is nog in ontwikkeling, waardoor voor nu de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering wordt toegepast. Beoordeling In de omgeving van het voorliggende projectgebied zijn geen milieubelastende activiteiten aanwezig waar met de voorliggende realisatie van woningen rekening mee dient te worden gehouden. Anders gezegd: er is geen aanleiding om aan te nemen dat de geluidwaarden uit het Bkl worden overschreden. Bedrijven worden daarom niet onevenredig in de bedrijfsvoering belemmerd en er zal geen sprake zijn van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de nieuwe woningen.
4.7
Trillingshinder spoor
Trillingen kunnen nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ze kunnen effect hebben op het welzijn of schade aan gebouwen veroorzaken. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. In de onder deze wet vallende besluiten zijn ook trillingseisen opgenomen, echter deze gelden niet voor railverkeer. Voor railverkeer heeft het ministerie van I&W in het jaar 2019 de ‘Handreiking nieuwbouw en spoortrillingen’ uitgegeven, die in dit rapport wordt aangehouden. In deze handreiking wordt de SBR-B richtlijn ‘Trillingshinder voor personen in gebouwen’ geadviseerd als toetsingskader voor trillingen. Beoordeling Uit deze handreiking volgt dat wanneer woningen binnen 100 meter van het spoor worden gerealiseerd geadviseerd wordt om onderzoek naar trillingshinder uit te voeren. De 4 woningen die hier worden gerealiseerd liggen allen op meer dan 100 meter afstand van het spoor. Bovendien zijn er geen klachten bekend vanuit de bewoners van de woningen langs de Nieuweweg die op kortere afstand van het spoortraject aanwezig zijn. De intensiteit van treinen is op dit spoortraject ook relatief laag waardoor trillingshinder ook niet wordt verwacht.
4.8
Bodemkwaliteit
Volgens artikel 5.89g e.v. Bkl moet een omgevingsplan voorzien in waarden voor de toelaatbare kwaliteit voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw (zoals het bouwplan). In het omgevingsplan zijn deze waarden nog niet opgenomen. De bodemkwaliteit is in ieder geval aanvaardbaar indien de onderzochte waarden voldoen aan de interventiewaarden bodemkwaliteit als bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Volgens artikel 5.89ka Bkl overlegt een aanvrager van een vergunning een onderzoek waarmee de waarden van de bodem worden aangetoond. Beoordeling Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor het gehele projectgebied, waarvan de rapportage is bijgevoegd als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing. Uit de rapportage blijkt: -
In de onderzochte bovengrond, zoals onderzocht binnen mengmonster MM-1, is een licht verhoogd gehalte aangetroffen van de parameters som PAK en som drins (organochloorbestrijdingsmiddelen). In het
Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid – Fase 5c: perceel L 7262 Projectnummer 51010236 28 juni 2024
Versie
Document referentie 20240903 Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid fase 5c.docx
-
-
-
overige mengmonster van de bovengrond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen van de geanalyseerde parameters. In de onderzochte ondergrond zijn licht verhoogde gehalten aangetroffen van de zware metalen en de parameter minerale olie. De gehalten aan minerale olie wordt vermoedelijk veroorzaakt door van nature verhoogde verbindingen die aanwezig zijn binnen de veenbodem en zo een bijdrage leveren aan het minerale oliegehalte. Uit de analyseresultaten van de PFAS analyses blijkt dat het gehalte in alle onderzochte mengmonsters beneden de vastgestelde maximale toepassingswaarden voor Noord-Holland van de functieklasse ‘Wonen/Industrie’ ligt. Uit de toetsing van de analyseresultaten blijkt dat in het grondwater geen verhoogde gehalten zijn aangetroffen van de geanalyseerde parameters.
Gezien de resultaten van het onderzoek, waarbij hooguit licht verhoogde gehalten zijn aangetroffen, is er geen aanleiding tot het verrichten van vervolgonderzoek. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek behoeven er vanuit milieuhygiënisch oogpunt vermoedelijk geen beperkingen te worden gesteld aan het toekomstige gebruik van de locatie waarbij herontwikkeling zal plaatsvinden tot woonfunctie. Geconcludeerd wordt dat er geen vervolgonderzoek nodig is en dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit geen belemmering oplevert voor het project.
4.9
Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed
Het Bkl stelt met het oog op het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed eisen aan nieuwe ontwikkelingen. Cultureel erfgoed en werelderfgoed Het Bkl stelt in artikel 5.130 eisen aan de inhoud van een omgevingsplan of een BOPA in het belang van behoud van cultureel erfgoed met inbegrip van archeologische monumenten. Zo kunnen monumenten worden aangewezen en gebieden worden aangewezen waar niet mag worden gegraven voordat archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden. Archeologie Op 14 juli 2022 is door de gemeenteraad van Hollands Kroon de archeologische beleidskaart vastgesteld. Met het oog op de Omgevingswet is er toen voor gekozen om de archeologiekaart niet vast te laten stellen als een facetbestemmingsplan maar als een beleidskaart. Dat betekent dat de huidige bestemmingsplannen leidend blijven. De gebieden met een archeologische dubbelbestemming in het bestemmingsplan blijven via deze wijze beschermd. Wanneer iets niet passend is binnen het huidige omgevingsplan moet er voortaan wel getoetst worden aan de archeologische beleidskaart. Omdat voorliggende aanvraag omgevingsvergunning een afwijking van het omgevingsplan betreft wordt er getoetst aan de beleidskaart. Uit de archeologische beleidskaart blijkt dat het volledige plangebied van Elshof-Zuid is vrijgesteld van archeologisch onderzoek.
Dit is gebaseerd op de reeds eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken waaruit is gebleken dat er geen verwachting is.
Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid – Fase 5c: perceel L 7262 Projectnummer 51010236 28 juni 2024
Versie
Document referentie 20240903 Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid fase 5c.docx
Cultuurhistorie De locatie heeft geen specifieke cultuurhistorische waarden. Er is ook geen sprake van een aardkundig waardevol gebied en zoals hiervoor is aangegeven geldt ter plaatse ook geen hoge archeologische verwachting. Het bouwplan leidt niet tot aantasting van cultuurhistorische waarden. Conclusie Het bouwplan is niet in strijd met de instructieregel over het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed.
4.10 Gebruik gewasbeschermingsmiddelen Vanuit het oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen worden meegewogen bij de realisatie van gevoelige bestemmingen als woningen. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling dat in het algemeen een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, niet onredelijk wordt geacht. Op grond van diezelfde rechtspraak is het mogelijk om deze afstand te verkleinen indien daaraan een deugdelijke motivering ten grondslag ligt. Beoordeling Aan de noordwestzijde van het plangebied grenst het projectgebied aan gronden met een gebruiksdoel agrarisch. Er is met de eigenaar van het agrarische perceel een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten waarin is vastgelegd dat er geen gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen op het perceel. Daarmee wordt aangetoond dat er kan worden voldaan aan de realisatie van een gezond woon- en leefklimaat binnen het projectgebied.
4.11 Milieueffectrapportage Op grond van artikel 16.43, tweede lid van de Ow moet het bevoegd gezag beoordelen of er als gevolg van een bouwplan mogelijk aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden. Net als onder de Wet milieubeheer (Wm) en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit mer), wordt onder de Omgevingswet (Ow) gewerkt met een gesloten lijstenstelsel voor de project-mer(-beoordeling). Dit betekent dat de projecten, gevallen en (op enkele uitzonderingen na) besluiten die project-mer-(beoordelings)plichtig zijn, in de lijst zijn opgenomen. Op grond van artikel 16.43 van de Ow en artikel 11.6 van het Omgevingsbesluit (Ob) is de lijst met project-mer-plichtige en project-mer-beoordelingsplichtige projecten opgenomen in bijlage V van het Ob. Het voorliggende project zou (net als onder het Besluit milieueffectrapportage) kunnen worden geschaard onder het begrip ‘stedelijk ontwikkelingsproject’. De navolgende afbeelding toont dat dit begrip is opgenomen als project genoemd onder J11 van bijlage V van het Ob.
Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid – Fase 5c: perceel L 7262 Projectnummer 51010236 28 juni 2024
Versie
Document referentie 20240903 Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid fase 5c.docx
Afbeelding: weergave deel van bijlage V Ob
Beoordeling Vooropgesteld wordt dat het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' ruimte voor interpretatie laat. Mede daardoor kan ook discussie ontstaan over de vraag wanneer sprake is van een wijziging van een dergelijk project. Niet iedere mogelijk gemaakte wijziging van een stedelijke ontwikkeling, hoe ondergeschikt ook, kan aangemerkt worden als een wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject. Dat hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol. Het projectgebied is relatief klein van omvang en de ontwikkeling realiseert stedenbouwkundig een logische opvulling in combinatie met de aangrenzende woningbouwontwikkeling. Voor de gehele planontwikkeling van Elshof Zuid – Fase 5 is reeds een m.e.r.-beoordelingsbesluit is genomen. Aangezien dit voor 90 woningen is gedaan en er binnen dat wijzigingsplangebied 81 worden gerealiseerd, kan voor de 4 woningen aansluiting worden gezocht bij dat m.e.r.beoordelingsbesluit. Voorts blijkt uit voorliggende ruimtelijke onderbouwing ook dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. Nadere analyse in een m.e.r.-beoordeling is niet noodzakelijk.
Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid – Fase 5c: perceel L 7262 Projectnummer 51010236 28 juni 2024
Versie
Document referentie 20240903 Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid fase 5c.docx
5
Financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.1
Economische uitvoerbaarheid
De gronden waarop het bouwplan zal plaatsvinden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. De kosten voor de behandeling van de omgevingsvergunning worden gedragen door de initiatiefnemer. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Artikel 13.11 Ow bepaalt dat het bestuursorgaan de kosten die het vanwege bij die maatregel aangewezen kostensoorten maakt, verhaalt op degene die bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen bouwactiviteiten of activiteiten met het oog op het gebruik op grond van een nieuw toegedeelde functie verricht, voor zover: a. de kostensoorten toerekenbaar zijn aan het kostenverhaalsgebied, en b. de kosten proportioneel zijn in verhouding tot het profijt dat het kostenverhaalsgebied van de kostensoorten heeft. In bijlage IV Ob zijn de kostensoorten opgenomen die verhaalbaar zijn. Onder A1 is opgenomen: “De kosten van het vaststellen van een omgevingsplan of een projectbesluit of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, inclusief het daarvoor benodigde onderzoek”. Het voorliggende project is daarmee een verhaalbare kostensoort. Artikel 13.13 Ow geeft de mogelijkheid om het kostenverhaal via een overeenkomst te regelen. Voorliggende kostenverhaal is via een overeenkomst geregeld. Er zijn geen aanwijzingen dat het voorliggende project economisch niet uitvoerbaar is.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid/ participatie
Een besluit tot verlenen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) wordt (in dit geval) voorbereid met de reguliere procedure. De beslistermijn voor de reguliere procedure is maximaal 8 weken met een mogelijkheid van verlenging met 6 weken. Daarna is er bezwaar en beroep mogelijk. Omwonenden en andere belanghebbenden zijn op 5 juli 2023 geïnformeerd over het gehele plan Elshof Zuid – Fase 5, waar voorliggend projectgebied onderdeel van is. Tijdens deze bijeenkomst is het stedenbouwkundig plan gepresenteerd en is de gelegenheid geboden om vragen te stellen aan de ontwikkelaar, adviseurs en de gemeente. Over het algemeen waren de omwonenden en andere belanghebbenden positief over het plan. Er zijn wel zorgen geuit over de route van het bouwverkeer. Er is daarover gemeld dat het bouwverkeer over de pionierskruid zal gaan rijden. Voor de uitvoering van de werkzaamheden zal de initiatiefnemer hier nader informatie over verstrekken. Een verslag van de participatie is bijgevoegd als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing.
5.3
Overleg externe partijen
Bij het voeren van een BOPA, dient sprake te zijn van een evenwichtige verdeling van functies aan locaties. Deze beoordeling vindt over meerdere bestuurslagen plaats, maar het college van B&W is in het onderhavige geval bevoegd gezag. Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid – Fase 5c: perceel L 7262 Projectnummer 51010236 28 juni 2024
Versie
Document referentie 20240903 Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid fase 5c.docx
6
Conclusie
Het voorliggende project zorgt ervoor dat een solitair agrarisch perceel dat niet meer als dusdanig in gebruik is, kan worden omgezet naar wonen en daarmee kan worden ingezet voor de grote woningbehoefte die bestaat. Stedenbouwkundig gezien kan er een logische opvulling met 4 woningen worden gerealiseerd waarbij er sprake is van zowel een goed woon- en leefklimaat bij de te realiseren percelen als ook bij de bestaande woonpercelen in de omgeving. Gelet op het onderzoek naar de ruimtelijke gevolgen van het bouwplan en de toets aan het ruimtelijke beleid is bij het realiseren van het bouwplan sprake van een evenwichtige toedeling van de functies aan de locatie. Het Rijks-, provinciale-, regionale en gemeentelijke beleid werpen geen belemmeringen op en ook vanuit de omgevingsaspecten zijn geen belemmeringen te verwachten. Op diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu is in de voorliggende ruimtelijke onderbouwing ingegaan. Hieruit zijn geen belemmeringen naar voren gekomen.
Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid – Fase 5c: perceel L 7262 Projectnummer 51010236 28 juni 2024
Versie
Document referentie 20240903 Ruimtelijke onderbouwing BOPA Elshof Zuid fase 5c.docx