CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Nota van Uitgangspunten Oosterterp Wieringerwerf

Raad 20 november 2025, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Nota van Uitgangspunten gebiedsontwikkeling Oosterterp Wieringerwerf25.981 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

zodat inwoners een sport kunnen beoefenen die aansluit bij de wensen. Sport- en spelvoorzieningen zijn - naast de traditionele locatie van de voetbal, - geconcentreerd op en om de locatie van sportcampus De Terp. Voor speelplekken en beweegruimte is geen beleid, maar wel een richtinggevend advies vanuit de gemeente. De ambitie is derhalve om de koppeling te maken met het groen-/wandelnetwerk om een doorlopende beweegstructuur te realiseren. • • •

Kinderen: veilige, zichtbare speelplekken in woonvelden. Tieners: sport- en ontmoetingsplekken (bijvoorbeeld multifunctionele velden, freerun/basketbal). Ouderen/volwassenen: laagdrempelig via wandelroutes, rustpunten, fitnesstoestellen.

4.8.2 Commerciële voorzieningen

De Quick Scan Voorzieningen concludeert dat voor deze ontwikkeling detailhandel geldt dat nieuwe vestigingen vooral van kwalitatieve meerwaarde moeten zijn. Op deze manier wordt het winkel- en horeca-aanbod versterkt. Op basis van landelijke kengetallen is er wel behoefte aan restaurants, lunchrooms of een snackbar. Uit de participatie blijkt dat onder de bewoners de behoefte bestaat aan onder meer een gezellig terras. Daarnaast bestaat behoefte aan een supermarkt op een andere locatie dan de bestaande dorpskern, om zodoende de verkeersdruk te spreiden. Het beleid van de gemeente is gericht op het clusteren van dit voorzieningen. Daarom wordt er binnen fase 1 geen ruimte gereserveerd voor detailhandel en is dit vooralsnog ook niet voorzien in fase 2 en 3. Door deze voorzieningen te concentreren in het centrum, blijft de exploitatie van winkels financieel haalbaar. Eventuele uitbreiding van commerciële voorzieningen op het gebied van detailhandel kan op termijn plaatsvinden, mits dit wordt onderbouwd met gedegen marktonderzoek waaruit aantoonbare marktruimte en een passende positionering blijken. Het initiatief voor aanvullende voorzieningen in de bestaande dorpskern ligt bij marktpartijen. De gemeente faciliteert, vanuit maatschappelijk belang, zowel de bestaande als de nieuwe detailhandel in het centrum van Wieringerwerf, met name rondom de Terpstraat.

De toekomstige bewoners van de nieuwe wijk zullen bijdragen aan het draagvlak voor de bestaande en mogelijk aanvullende voorzieningen.

4.8.3 Uitwerking fase 1 Openbare voorzieningen bevinden zich op strategische plekken binnen de wijk, aansluitend bij het principe van Granpré Molière (zie 2.3) en de voorzieningen zijn geclusterd op een prominente locatie aan het Slenkenpark. Daarom wordt er centraal binnen dit plangebied een ruimtereservering vrijgehouden van 1.500 m2 BVO. Voor de ontwikkeling van fase 1 wordt ingezet op een invulling van deze ruimtereservering met maatschappelijke functies (zoals tandarts, huisarts of een zorgcentrum in brede zin) en een tiny horeca categorie 1 voor maximaal 150 m2 BVO om bijvoorbeeld een kleinschalige lunchroom met terras bij het Slenkenpark te realiseren en daarmee de mogelijkheid tot ontmoeting te versterken en de beleefbaarheid van het park te vergroten. De ruimtereservering zal flexibel bestemd worden, zodat de reservering ook gebruikt kan worden voor extra woningen of bijvoorbeeld een woonzorgconcept.

Voorafgaand aan fase 2 zal de behoefte aan voorzieningen opnieuw onderzocht worden. Speciaal zal daarbij aandacht zijn voor een eventueel ontstane behoefte aan een dependance voor een basisschool en aan kleinschalige retail om te voorzien in de eerste levensbehoeften.

37

4.9 Fasering Passend bij de omvang van de huidige kern zal gefaseerd verkocht en ontwikkeld worden. Het is hierbij belangrijk dat er na elke fase een kwalitatief plan ontstaat (‘altijd af principe’). Het 'altijd af principe’ dient in deze fase als richtinggevend uitgangspunt, en hoeft niet in alle onderdelen direct tot in detail te worden gerealiseerd. Het principe is bedoeld om flexibiliteit te bieden en de mogelijkheid open te houden voor een logische en zorgvuldige afronding in latere fasen. Als bijvoorbeeld in eerste instantie alleen fase 1 en 2 worden uitgevoerd, zal binnen het verdere proces worden beoordeeld op welke wijze een volwaardige en ruimtelijk verantwoorde afronding kan worden gerealiseerd. Anderzijds is het ook van toegevoegde waarde om ruimte te houden voor toekomstige ontwikkelingen buiten het plangebied. Binnen deze fasering moet flexibiliteit gewaarborgd worden, waarbij na fase 1 nog aanpassingen in het ontwerp doorgevoerd kunnen worden op basis van actuele behoeftes. Tegelijkertijd biedt de afronding van fase 3 mogelijkheden voor een aansluiting op een eventuele toekomstige verdere uitbreiding. Afbeelding 20: Verdeling van fase 1, 2 en 3.

Fase 2

Fase 3

Fase 1

Woningen (w) Oppervlakte (ha) Percentage woonveld Woningdichtheid

Totaal 800 – 1.000 38,9 hectare 100% 22-25 w/ha

Fase 1 300 - 320 13,9 hectare 35% 22-25 w/ha

38

Fase 2 250 - 340 12,3 hectare 32% 22-25 w/ha

Fase 3 250 - 340 12,6 hectare 33% 22-25 w/ha

4.10 Wijkontwikkeling en bewonersinitiatieven Bij het vormgeven van de nieuwe woonwijk aan de Oosterterpweg is het belangrijk niet alleen te investeren in fysieke ruimte, maar ook in de sociale en maatschappelijke infrastructuur. Een leefbare wijk ontstaat immers niet vanzelf, deze groeit door betrokkenheid, eigenaarschap en samenwerking tussen bewoners en gemeente. Om sociale binding en gemeenschapszin te bevorderen, wordt – aanvullend op de uitgangspunten van Positieve Gezondheid (zie 4.5) - ingezet op een wijkontwikkeling waarbij nadrukkelijk ruimte wordt geboden aan bewonersinitiatieven. Denk hierbij aan gezamenlijke (moes)tuinen, kleinschalige ontmoetingsplekken of tijdelijke invullingen van publieke ruimte door en voor bewoners. Maar ook bijvoorbeeld de inrichting van ouderenroutes (rollatorvriendelijk), bewegingsplekken voor iedereen, speellinten, wachtplaatsen van besteld busvervoer, aangewezen losloopgebieden voor honden en rustplekken kunnen bijdragen aan het ontstaan van spontane initiatieven en sociaal/maatschappelijk contact. Deze benadering draagt bij aan eigenaarschap, versterkt de sociale cohesie en maakt de wijk toekomstbestendiger. In samenspraak met team Kernbeheer kan hierin met de inwoners worden opgetrokken, zowel bij de opstart van initiatieven als bij het duurzaam borgen ervan.

Team Kernbeheer heeft hier al veel ervaring mee in andere wijken/buurten en kan genoeg succesvoorbeelden aandragen als leidraad.

39

Afbeelding 21: Kaart verkeer

4.11 Verkeer en parkeren 4.11.1 Oosterterpweg en ontsluiting

Voor verkeer en parkeren is er een mobiliteitsonderzoek uitgevoerd door Goudappel (zie bijlage 5). Uit dat onderzoek blijkt dat de ontwikkeling van maximaal 1.000 woningen aan de Oosterterpweg een significante invloed heeft op de verkeersafwikkeling in de omgeving. De Oosterterpweg functioneert als primaire ontsluitingsroute, met een verwachte toename van circa 6.900 motorvoertuigbewegingen per werkdag bij een toevoeging van 1.000 woningen. Deze verkeerstoename vraagt om gerichte maatregelen om de doorstroming en verkeersveiligheid te borgen. Op de kruispunten Oosterterpweg–N240 en Oosterterpweg–Terpweg–A7 ontstaan knelpunten, waarvoor een voorrangsplein en een bypass zijn aanbevolen om de verkeersstromen robuust en veilig af te wikkelen. Daarnaast wordt ingezet op een herinrichting van de Oosterterpweg, inclusief een verlegde fietsroute, om de verkeersveiligheid en leefkwaliteit te verbeteren. Tegelijkertijd zijn maatregelen nodig om de snelheid op de Oosterterpweg te verminderen. Om de doorstroming te waarborgen zal de Oosterterpweg een 60 km/u-weg blijven. Met het oog op de verwachte toename van vrachtverkeer als gevolg van de ontwikkeling van haven de Oude Zeug bij Kreileroord zal de Oosterterpweg op structurele integriteit getoetst moeten worden. Dit staat los van de woningbouwontwikkeling.

De herinrichting van de Oosterterpweg, waarbij ter hoogte van het plangebied het fietspad het plangebied in wordt verlegd, de weg wordt verbreed voor verbeterde doorstroming en snelheidsremmende maatregelen worden gerealiseerd, zal tegelijkertijd met de ontwikkeling van fase 1 plaatsvinden. De knelpunten bij de kruispunten ontstaan echter pas in een latere fase. Voor wat betreft het kruispunt Oosterterpweg – N240 bij circa 4.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal en voor wat betreft het kruispunt Oosterterpweg – A7 – Westerterpweg – 40

Terpweg bij circa 6.000 motorvoertuigenbewegingen per etmaal. De aanpassingen aan deze kruispunten kunnen derhalve in fase 2 respectievelijk fase 3 plaatsvinden. Het plangebied zal worden ontsloten met 2 aansluitingen op de Oosterterpweg. Deze aansluitingen kunnen conform het mobiliteitsonderzoek als T-aansluitingen gerealiseerd worden. Aangezien vanuit het oogpunt van veiligheid er te allen tijde minimaal 2 ontsluitingen nodig zijn om de toegankelijkheid zijn voor hulpdiensten te waarborgen, worden beide ontsluitingen in fase 1 gerealiseerd. In de opvolgende fases wordt de hoofdinfrastructuur uitgebreid en aangesloten op de oostelijk gelegen ontsluiting. Om te voorkomen dat dit in fase 2 zou leiden tot een doodlopende weg zal in de uitwerking van fase 2 een tijdelijke weg naar de oostelijke ontsluiting worden opgenomen die als calamiteitenroute kan dienen. Omliggende wijken zijn niet ingericht op nieuwe auto-ontsluitingen. De wegen zijn hier te smal of te druk voor. Auto-ontsluiting zal daarom alleen via de Oosterterpweg plaatsvinden.

4.11.2 Parkeren

Wieringerwerf is een auto afhankelijk gebied, waardoor mensen al snel een tweede of derde auto hebben. Er wordt gestreefd naar parkeren op eigen terrein, in de voor- of achtertuin, of dicht bij huis. Daarnaast vindt parkeren zo veel mogelijk plaats op achterterreinen, dit kan namelijk elektrisch laden stimuleren (zie 5.4.3) en sluit aan op de stedenbouwkundige vertrekpunten waardoor er in de openbare ruimte focus kan worden gelegd op groen, voetgangers en fietsers (zie 4.1). Er moet rekening gehouden worden met bezoekers parkeren. Dit kan gedaan worden op afstand van de woning bijvoorbeeld door middel van parkeerkoffers waarbij een zo kort mogelijke loopafstand wordt aangehouden. Hierbij de voorwaarde om de openbare ruimte zodanig in te richten dat parkeren op ongewenste locaties onmogelijk/onwenselijk wordt gemaakt. Langs de hoofdontsluitingsweg wordt niet direct geparkeerd om de doorstroming te bevorderen (zie 5.1.1).

4.11.2.1 Parkeernormen

De gemeente Hollands Kroon hanteert de gemiddelde parkeernormen zoals door het CROW vastgesteld. De meest recente parkeerkencijfers worden aangehouden waarbij in dit geval uitgegaan wordt van de CROW 2024, publicatie 744. De CROW gaat uit van minimale en maximale parkeerkencijfers, de gemeente gaat hierbij uit van het gemiddelde (afgerond naar boven). Voor dit plangebied aan de Oosterterpweg geldt de norm voor weinig stedelijk, binnen bebouwde kom (rest bebouwde kom). De gemeente wijkt af van de CROW met het toepassen van het aanwezigheidspercentage. Voor dit plangebied mag er dus geen rekening mee gehouden worden. Dit wordt gedaan om een tekort aan parkeerplaatsen en veelvuldig parkeren in openbaar groen te voorkomen.

41

Afbeelding 3: Kaart hoofdstructuur auto en parkeren

4.11.2.2 Auto’s

Wieringerwerf is momenteel sterk autoafhankelijk en het openbaar vervoer is beperkt. Bij de inrichting van wegen en routes in de nieuwe wijk kan gemengd gebruik een waardevolle toevoeging zijn. Woonerven vallen binnen een 30 km/h-zone, waarbij straten – afhankelijk van de verkeersdrukte – met één stoep of zelfs zonder stoep kunnen worden ontworpen. Op de Westerterpweg bevindt zich een Mobipunt voor deelfietsen. Op de Schelphorst bevindt zich een Mobipunt voor deelauto’s. Om het netwerk te versterken, kan de woningbouw aanleiding zijn om een extra Mobipunt te realiseren of het bestaande te verplaatsen om het gebruik aantrekkelijker te maken. De bovengelegen Schepenbuurt ontsluit op dit moment alleen via de Verbindingsweg op de Dorsmolen. Voorafgaand aan de tweede fase zal onderzocht worden of het effectief en haalbaar is om de Schepenbuurt door middel van een tweede ontsluiting te ontsluiten via de Oosterterpweg. De uitkomsten uit dit onderzoek zouden eventueel kunnen leiden tot een aanpassing van het plangebied voor wat betreft fase 2 en 3. De omliggende wijken zijn niet geschikt voor nieuwe auto-ontsluitingen, maar bieden wél kansen voor het realiseren van aantrekkelijke voet- en fietsverbindingen naar de voorzieningen in het dorp.

In hoofdstuk 5.1 zijn de principeprofielen te vinden waar volgend uit het beleid (zie 3.5) een nadere uitwerking wordt getoond van de hoofdontsluiting en de secundaire ontsluiting.

42

Afbeelding 23: Kaart fietsen

4.11.2.3 Fietsen Fietspaden Door wegen in te richten vanuit het perspectief van de kwetsbare verkeersdeelnemer, kan het fietsgebruik worden gestimuleerd. Dit vraagt om een fiets-infrastructuur die het aantrekkelijker maakt om korte afstanden per fiets af te leggen in plaats van met de auto. Doorfietsroutes of fietsstraten kunnen hieraan bijdragen. Extra aandacht voor veilige en logische schoolroutes is daarbij essentieel.

Het bestaande fietspad langs de Oosterterpweg wordt ten behoeve van de veiligheid verplaatst naar binnen het plangebied. Hier wordt een snelle en herkenbare fietsverbinding tussen Wieringerwerf en Kreileroord gerealiseerd. Deze fietsverbinding is van belang voor een veilige en directe doorstroming voor fietsers die normaal gesproken langs de Oosterterpweg zouden fietsen. Dit fietspad zal los komen te staan van het autoverkeer op de hoofdinfrastructuur, Waar deze fietsverbinding niet parallel loopt met de hoofdstructuur zal de fietser op straat fietsen. Hiervoor zullen snelheidsbeperkende maatregelen moeten worden geboden om de veiligheid te garanderen en tegelijkertijd het fietsen te stimuleren. Daarnaast is ook een recreatieve fietsroute opgenomen in het Slenkenpark. Deze fietsroute maakt belangrijke doorsteken naar bestaande woonwijken en zal daarmee de bereikbaarheid van Wieringerwerf vergroten voor langzaamverkeer vanuit de nieuwe wijk. Fietsen door het park betekent bewegen in een groene, rustgevende omgeving, wat bijdraagt aan de fysieke en mentale gezondheid van bewoners. De aanwezigheid van een prettige fietsroute kan bewoners aanmoedigen vaker de fiets te nemen in plaats van de auto, wat bijdraagt aan meer dagelijkse beweging.

De fietsroute door het park sluit bovendien aan op bestaande groennetwerken en fietspaden en maakt het park daarmee ook aantrekkelijker voor recreanten uit omliggende gebieden. De fietsroute is ook

43

geschikt voor andere vormen van langzaam verkeer zoals scootmobielen, wat de toegankelijkheid van het park vergroot. Tevens zijn de voorzieningen met deze fietsroute goed bereikbaar. Fietsparkeernormen De gemeente Hollands Kroon beschikt niet over fietsparkeernormen om aan de hand daarvan de fietsparkeerbehoefte te kunnen bepalen. Voor fietsparkeren kunnen de CROW fietsparkeerkencijfers als richtinggevend worden beschouwd. Fietsenbergingen Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) regelt de eisen voor fietsenbergingen bij nieuwe woningen, waarbij per woning een berging van minimaal 5 m² is vereist. Een gelijkwaardige oplossing is echter ook mogelijk. Bij voorkeur wordt voor de appartementencomplexen in dit plangebied gekozen voor een oplossing die als gelijkwaardig kan worden beschouwd ten opzichte van de individuele fietsenberging, door gebruik te maken van een gemeenschappelijke fietsenberging in lijn met de Amsterdamse bouwbrief nummer 2015-130 maart 2015.

Voor de bezoekers moeten binnen het plangebied voldoende fietsparkeerplaatsen worden gecreëerd in de nabijheid van de entrees van de appartementencomplexen.

4.12 Natuur en landschap Een groene omgeving zorgt voor een gezond en fijn leef/woonklimaat. Daarnaast zorgt een groene wijk voor een hogere vastgoed waarde en draagt het bij aan klimaatdoelen zoals biodiversiteitsherstel en klimaatadaptatie. Een streven om mee te nemen in de ontwikkeling van het plan is de 3-30-300 regel. Dit streven stelt dat vanuit elke woning, werkplek en school minimaal drie grotere bomen zichtbaar moeten zijn. Daarnaast moet elke wijk ten minste 30% kroonbedekking hebben en mag de afstand tot openbaar groen van hoge kwaliteit niet groter zijn dan 300 meter vanaf de woning. Daarnaast is het belangrijk om bestaande en nieuwe groenblauwe structuren zo veel mogelijk fysiek met elkaar te verbinden. Dit is niet alleen van waarde voor de biodiversiteit, maar biedt ook een kans voor recreatie (Positieve Gezondheid) door deze structuren te koppelen aan wandel- en fietspaden. Om de biodiversiteit verder te stimuleren is een goede balans tussen uitheemse en inheemse beplanting noodzakelijk. Een uitwerking hiervan kan zijn dat er een bepaalde robuuste structuur met vooral inheemse beplanting aanwezig is die wordt aangevuld met uitheemse laanbomen en vakbeplanting in woonstraten waar abiotische factoren vaak moeilijker zijn voor inheemse beplanting. Denk hierbij ook aan de bloeiboog van beplanting in verband met bloembezoekende insecten.

Ook hebben bomen van de eerste grootte (of andere bomen met grote kroonvolume) vanuit klimaatadaptatie de grote voorkeur boven vormbomen zoals zuilen. Bij de aanleg van de Wieringermeerpolder heeft landschapsarchitect J.T.P Bijhouwer een plan ontwikkelt. Zo heeft hij bijvoorbeeld de erfbeplanting van de boerderijen bepaalt, in het plan is dit terug te zien in de woonsfeer aan de Oosterterpweg. De beplanting in de openheid van het landschap in de Wieringermeer is enorm belangrijk. Het is de windbescherming langs wegen en boerderijen. Maar ook wandelbosjes bij de dorpen. Het slenkenpark biedt deze bescherming met een recreatieve functie.

44

Afbeelding 24: Aansluiting groenstructuur

Afbeelding 25: Kaart water

4.13 Klimaatopgave Door een veranderend klimaat hebben we een andere opgave met betrekking tot water, bodem en groen. De inrichting van de openbare ruimte zal meer gericht zijn op het verminderen van de effecten voorkomend uit de gevolgen van het veranderde klimaat dan voorheen. Dit betekent dat de natuurlijke kenmerken van het bodem- en watersysteem richtinggevend moeten zijn bij ruimtelijke keuzes in plaats van andersom, om Nederland veerkrachtiger te maken tegen klimaatverandering (droogte, wateroverlast, zeespiegelstijging) en om de leefomgeving te beschermen. Dit vereist een integrale aanpak, waarbij we ons aanpassen aan het systeem en de mogelijkheden ervan benutten, Concreet betekent dit hier meer ruimte voor water creëren door opvang en berging van water en het aanpassen van de inrichting van het gebied waarbij er voldoende biodivers groen wordt gemaakt en de sponswerking wordt vergroot. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier hanteert het principe van hydrologisch neutraal ontwikkelen. Dit betekent dat de nieuwe watersituatie minimaal gelijk moet blijven of verbeteren ten opzichte van de uitgangssituatie. De compensatieregels 'dempen = nieuw graven', 'verharden = compenseren door waterberging' en 'maaiveldberging verminderen = compenseren waterberging' zijn daarbij leidend.

In de Waterschapsverordening staat dat er extra waterberging gemaakt dient te worden voor de hoeveelheid extra verhard oppervlak. Dit kan worden gerealiseerd in de vorm van extra wateroppervlak of retenties in de vorm van wadi’s.

45

4.13.1 Waterbelang

Zoals in de vorige paragraaf is aangegeven is voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling of functiewijziging het water- en bodemsysteem richtinggevend. Zo is voor woningbouw een hoge/droge plek te prefereren boven een lage/natte locatie en zo is bouwen op een stevige bodem beter dan bouwen op een slappe bodem. Vanuit de Advieskaarten Defacto (zie afbeelding rechts) kwalificeert het plangebied als een D-gebied; net als nagenoeg de gehele Wieringermeerpolder. Dit vanwege de lage ligging ten opzichte van het water en het effect bij een dijkdoorbraak. Bodemdaling

De kaart bodemdaling van de klimaatmonitor van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier laat zien dat de huidige bodemdaling minimaal is. Dit komt overeen met de boringen en profiel van het DINO-loket en de boringen van TAUW. Hierin is te zien dat er een veenlaag van ongeveer 1 meter dik op een diepte van ongeveer 2,5 meter aanwezig is. Maaiveldhoogte

Het maaiveld van het plangebied varieert van circa NAP -5,10 m aan de zuidzijde tot NAP -4,60 m aan de noordzijde. Woningbouwontwikkeling op een dusdanig laaggelegen locatie vraagt om zorgvuldige inpassing. Daarbij vormen het voorkomen van humane risico’s en het zoveel mogelijk verkleinen van schaderisico’s belangrijke uitgangspunten. In dat kader zal het plangebied moeten worden opgehoogd. Uit onderzoek van Tauw (weging waterbelang) blijkt dat het maaiveld met in ieder geval (na zetting) 0,60 meter aan de zuidzijde en 0,10 meter aan de noordzijde zal moeten worden opgehoogd. Zodoende komt het plangebied hoger te liggen dan de naastgelegen agrarische gronden en sluit het maaiveld aan bij de naastgelegen Oosterterpbuurt. De ambitie is om de noordzijde nog wat meer op te hogen en daarmee het plangebied licht te laten glooien, om ook aan die zijde de veiligheid in het stedelijk gebied te waarborgen ten opzichte van de naastgelegen agrarische gronden. De vloerpeilen van de woningen/gebouwen zullen nog 20-30 cm hoger dan het maaiveld moeten komen te liggen. Dit is in lijn met het HIOR. Omdat sprake is van opbolling van het grondwater zullen daarnaast drainagemaatregelen moeten worden genomen. Dit wordt ook toegepast in de naastgelegen Oosterterpbuurt. In de verdere uitwerking van het plan zal moeten worden onderzocht welke maatregelen exact genomen moeten worden.

Afbeelding 26: Kaart waterpeilen

46

Oppervlaktewaterpeil en grondwaterpeil Bij de ontwikkeling van het plangebied zal rekening worden gehouden met grondwaterstand en wateraanvoer/afvoer van het gebied. Regenwater zichtbaar in het straatbeeld zorgt voor bewustwording; beleving voorkomt foute aansluiting van bijvoorbeeld afvalwateraansluiting op regenwaterriool. Water is een meerwaarde in een ruimtelijke ontwikkeling, door de belevingswaarde van water, maar ook kijkend naar ecologie en biodiversiteit van natuurvriendelijke oevers. Veel mensen waarderen een mooie waterpartij met bijbehorend groen. De ambitie is om het water vertraagd af te voeren via de woningen naar tijdelijke waterbuffers (wadi’s). Een gelijkwaardig alternatief hiervoor waar het Hoogheemraadschap mee instemt, is ook mogelijk. Gedacht kan daarbij bijvoorbeeld worden aan de waterbank in Agriport. De ontwikkelaar wordt uitgedaagd om eventuele alternatieve mogelijkheden te onderzoeken op haalbaarheid. Trap 1: Opvangen regenwater binnen de woonvelden op gebouwen en in de openbare ruimte. Trap 2a: Tijdelijk opslaan van regenwater in het Slenkenpark (wadi’s). Trap 2b: Afvoeren van regenwater op (bestaande) sloten.

Het plangebied bevindt zich in het vastgestelde polderpeil van NAP-6,60 meter. Dit waterpeil is 50 centimeter lager dan het stedelijke peil dat in de rest van Wieringerwerf is toegepast. De locatie ligt aan de rand van het peilgebied en voert op dit moment via gemaal Hoekvaart af waarbij het via het noordelijk gelegen gemaal Leemans wordt uitgeslagen op de Waddenzee. De naastgelegen wijk Oosterterp valt formeel ook binnen het waterpeil van NAP -6,60 meter. Maar in de praktijk watert het noordelijke deel van de Oosterterpbuurt al via de riolering af op de Oosterterptocht, welke een waterpeil heeft van NAP-6,10 meter. Het waterschap adviseert om het peilgebied van de nieuwe ontwikkeling te baseren op het peilgebied van het bestaand stedelijk gebied NAP –6,10 m. Dit heeft als gevolg dat er een wijziging van het peilbesluit zou moeten worden aangevraagd. Het verhogen van het waterpeil sluit aan bij de wens om water in het plangebied te brengen. Op dit moment zijn er vooral droge greppels aanwezig en weinig watervoerende greppels. Stromend water is nodig voor een goede afvoer van water. De afvoer van water zou in geval van het verhogen van het waterpeil ook moeten gaan lopen via de Oosterterptocht; net als de rest van het stedelijk gebied van Wieringerwerf.

Deze afwatering rechtstreeks naar de noordzijde van het gebied is robuuster dan de huidige afwatering naar de zuidzijde via gemaal Hoekvaart, welke afwatering zou vragen om aanpassingen voor de doorstroming onder andere door aanleg of verbreding van bestaande watergangen en/of het aanpassen of vernieuwen van duikers en andere kunstwerken. Tijdens de verdere uitwerking van het project zal onderzocht worden of het verhogen van het waterpeil haalbaar is en welke aanpassingen in het watersysteem daarvoor noodzakelijk zijn. Daarvoor is tevens nader onderzoek nodig naar de invloed daarvan op het grondwaterpeil.

47

4.13.2 Bestaand profiel

De bodemhoogte (-6,40m NAP) van de watergang in het plangebied is bepaald door middel van een combinatie tussen data vanuit de BGT, AHN en een verwacht talud van 1:1,5 en wijkt daarmee af van de -5,95m NAP zoals de Legger Wateren 2024 aangeeft. Voor de exacte diepte is een inmeting nodig, deze wordt momenteel uitgevoerd.

Figuur 1: Profiel bestaande situatie

4.13.3 Toekomstig profiel

De voorkeurshoogte voor het maaiveld sluit aan op het hoogste maaiveld van de nabijgelegen woonwijk (-4,5 NAP). Op basis het advies van TAUW (zie bijlage 1) wordt het toekomstig maaiveld vastgesteld op -4,5m NAP en het vloerpeil van de bebouwing 30 centimeter hierboven (-4,2m NAP).

22m Openbaar gebied 15m Retentiegebied

Vloerpeil -4,2m NAP Maaiveld -4,5m NAP Huidig maaiveld -5,1m NAP 1:3,9

1:3,9

Stedelijk waterpeil -6,10m NAP Bodemhoogte -6,40m NAP Agrarisch (huidig) waterpeil -6,60m NAP

Figuur 2: Profiel toekomstige situatie

48

4.14 Bedrijven en milieuzonering 4.14.1 Kader

Bij het toestaan van nieuwe functies moet worden beoordeeld hoe deze zich verhouden tot bestaande bedrijven in de omgeving. In de ruimtelijke ordening geldt een zogenaamde scheiding van functies om te voorkomen dat de verschillende functies, zoals bedrijven en woningen elkaar ‘bijten’ door enerzijds het bedrijf te beperken en anderzijds door de woningen te hinderen met stof, lawaai, geur etc. Om deze hindersituaties te voorkomen dient bij het toestaan van ruimtelijke ontwikkelingen waarin milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen in elkaars nabijheid mogelijk worden gemaakt in principe uit te worden gegaan van scheiding van functies. 4.14.2 Spuitzonering

Bij de gefaseerde bouw zullen ten aanzien van de gronden die behoren tot fase 2 en 3 door het Rijksvastgoedbedrijf nieuwe pachtcontracten worden opgesteld waarbij de spuitvrije zone van 50 meter op het agrarisch perceel komt te liggen en niet in de wijk. Daarmee wordt een afstand van 50 meter tussen de wijk en de gronden waarop gewasbescherming kan worden toegepast, geborgd. Deze afstand/zone wordt ook opgenomen in het ruimtelijke besluit. De hindercontouren voor de spuitzonering aan de buitenranden van de gehele ontwikkeling worden geborgd door de realisatie van het Slenkenpark. 4.14.3 Geluid

Wanneer de planinvulling per fase bekend is zal nader onderzoek worden gedaan ten behoeve van geluid. In dat aanvullend onderzoek zal ook rekening worden gehouden met een toekomstige toename van het bietentransport als gevolg van de ontwikkeling van haven de Oude Zeug. Het verkennend onderzoek van Cauberg Huygen laat het volgende zien. •

• •

Voor de nieuwe woningen zijn hogere geluidwaarden nodig vanwege verkeer op gemeentewegen (Oosterterpweg) en rijkswegen (A7), maar er zijn geen niet-geluidgevoelige gevels met bouwkundige maatregelen nodig zijn. Door een akoestisch gunstige positionering/indeling wordt verwacht dat geen aanvullende bouwkundige maatregelen nodig zijn om te voldoen aan het gemeentelijk geluidbeleid (zoals geluidluwe zijden). Het geluid van windturbines en bedrijvigheid is niet relevant voor de geplande woningbouwontwikkeling.

Afbeelding 27: Overzicht plangebied met geluidluwe locaties (groen), hogere geluidwaarden van ten hoogste de standaardwaarde + 5 dB (geel), en locaties met hogere geluidwaarden meer dan 5 dB boven de standaardwaarde (oranje)

49

4.15 Ecologie Het is de ambitie om alle woningen natuurinclusief te bouwen. Er wordt gestreefd in de woningen maatregelen mee te nemen die zijn benoemd in de Checklist Groen Bouwen. Zie Checklist groen bouwen | Maatregelen. Ontwikkelaars worden uitgedaagd om elementen met lokale producten te realiseren en zo bij te dragen aan de circulariteit en beleefbaarheid van de locatie. Uit een ecologisch Quick Scan van Van der Goes en Groot blijkt dat in het plangebied drie biotopen aanwezig zijn: groenstructuren, wateren en oevers, en akkers. Deze biotopen vormen de basis van de hoofdopzet van de ontwikkeling (zie 4.1). Tijdens het onderzoek zijn verschillende soorten aangetroffen, zoals kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel), de bruine rat en diverse soorten vleermuizen. Voor de inrichting van de groenstructuren adviseert het bureau meerdere ontwerpmogelijkheden om de biodiversiteit te versterken. Het ontwerp van de planontwikkeling voorziet hierin door voort te borduren op de kwaliteiten van de huidige biotopen en ruimte te geven aan de geconstateerde soorten (zie 3.9). Het aaneengesloten realiseren van groenstructuren is wenselijk, omdat dit migratieroutes creëert voor soorten als egel, (spits)muizen en vleermuizen. Hierin voorziet het Slenkenpark; een doorgaande groen/blauw-verbinding.

Daarnaast is het verbreden van watergangen en de aanleg van natuurvriendelijke oevers aanbevolen. Kleine marterachtigen profiteren bovendien van lange, rechte landschapslijnen die hen helpen bij hun verplaatsingen. De lange rechte lijnen zijn terug te zien in de bestaande agrarische sloten welke niet alleen van ecologische maar ook van cultuurhistorische meerwaarde zijn. Bij de verdere uitwerking is een vervolgonderzoek ecologie benodigd.

Afbeelding 29: Aangetroffen doelsoorten (locatie indicatief)

50

Afbeelding 28: Van der Goes en Groot

4.16 Archeologie Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Hollands Kroon bevindt het plangebied zich in een zone met een middelhoge archeologische verwachting en geldt hier een vrijstellingsgrens van 2.500 m². Er is een reële kans op archeologische sporen van bewoning uit het Mesolithicum en Neolithicum, met name op dekzandkoppen en oeverwallen binnen het plangebied. Voor perioden na de prehistorie, zoals de Bronstijd, IJzertijd en Romeinse tijd, is de archeologische verwachting laag. Dit komt doordat de Wieringermeer tussen 1335 en 1930 vrijwel volledig onder water stond, waardoor er in die perioden geen permanente bewoning heeft plaatsgevonden. Op basis van de geplande gebiedsontwikkeling en de middelhoge archeologische verwachting adviseert Archeologie West-Friesland een archeologisch vervolgonderzoek in het kader van de AMZ-cyclus. Dit vervolgonderzoek moet bestaan uit een bureauonderzoek (conform protocol BRL SIKB 4002) en een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek (BRL SIKB 4003). Een gecertificeerd archeologisch bureau dient hiervoor een Plan van Aanpak op te stellen, dat vooraf ter goedkeuring moet worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Het archeologisch vervolgonderzoek zal worden uitgevoerd zodra de gronden vrij zijn van pacht.

51

5 | Technische uitgangspunten 5.1 Kabels en leidingen, nutsruimten Bij de eerste aanleg worden de woningen voorzien van water (PWN), elektra (Liander) en telecomvoorzieningen. Bij nieuwe aanleg komt het zelden voor dat er een tweede glasvezelnetwerk wordt aangelegd. In de profielen is bewust afgeweken van het HIOR door de reservering voor nutsvoorzieningen onder de stoep te positioneren in plaats van onder het groen, om zo optimale groeiruimte te bieden voor bomen en vegetatie. Door robuuste (deels verlaagde) groenstroken in te passen in plaats van verhoogd zoals het HIOR omschrijft is ruimte voor snelle wateropvang in situaties van extreme regenval (zie bijlage 1). Voor het nutstracé wordt uitgegaan van het HIOR/ AVOI en het handboek kabels & leidingen. Het Schagerprofiel voorziet in toekomstige ontwikkelingen. De ruimte die gereserveerd is voor de aanleg van gasleidingen kan in nieuwbouwwijken voor alternatieve leidingen gereserveerd worden. In het nieuwbouwplan moet per 100 woningen een MSR-ruimte (trafohuisje/ middenspanningsruimte) gereserveerd worden. MSR’s kunnen losstaand gerealiseerd worden en bij (semi) hoogbouw inpandig. Maatwerk in model en materiaal is tegen meerprijs uitvoerbaar. Maatwerk zorgt voor een betere integratie in het aanzicht van de nieuwe wijk.

Voor telecompartijen zijn er straatkasten die in overleg met de aanbieder in het ontwerp meegenomen moeten worden. Bluswatervoorzieningen in de vorm van brandkranen kunnen niet overal in het ontwerp aangesloten worden op de waterleiding van PWN. Daar waar het ontwerp van PWN niet voorziet in voldoende wateropbrengst zal een alternatief bluswatervoorziening gerealiseerd moeten worden in de vorm van een geboorde waterput, openwater opstelpunt of een blusriool.

5.1.1 Profiel ontsluitingsweg plangebied (GOW30) Het profiel ontsluitingsweg komt voort uit het HIOR (zie 3.6) en biedt de flexibiliteit om in de toekomst gebruikt te kunnen worden als bus tracé. Aan deze hoofdontsluiting wordt niet direct geparkeerd en om de doorstroming te bevorderen wordt het aantal opritten geminimaliseerd. Deze hoofdontsluitingsweg wordt een geasfalteerde weg en zal zodanig ingericht moeten worden dat snelheid beperkt wordt. De voorkeur gaat daarbij uit naar een natuurlijke inrichting en zo min mogelijk drempels. Dit is een totaal profiel van 16 meter.

NUTS

NUTS

RIOLERING

1,65m 1,65m

52 2,2m

2,7m

5,8m

2,7m

2,2m

Trottoir

Groen

Rijbaan in asfalt

Groen

Trottoir

16m

5.1.2 Profiel secundaire ontsluiting (ETW30) Het profiel voor de secundaire weg komt voort uit het HIOR, profiel 5 (zie 3.6). Dit profiel zal grotendeels worden aangehouden binnen de woonvelden. Het is voorstelbaar dat in bepaalde situaties aan beide kanten een stoep zal komen en in de situatie van een doodlopende weg de stoep aan een kant kan komen te vervallen. Dit is een totaal profiel van 11,23 meter.

NUTS

1,65m

2,2m Trottoir

4,8m

4,03m

11,23m

5.2 Kunstwerken In het plan zijn enkele bruggen ingetekend, deze zijn van ecologische meerwaarde door het behoud van lange lijnen (zie 2.3). Bovendien versterken de bruggen ook het verhaal van Wieringerwerf (zie 4.1) en zorgen voor bewustwording van het nabije water (zie 4.13). Er wordt uitgegaan van het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR). Bruggen zijn gemaakt van duurzame materialen die een levensduur van 100 jaar garanderen. De doorvaarhoogte wordt bepaald door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK).

Afbeelding 30: Bruggen

53

5.3 Riolering De vuilwaterafvoer van de nieuwe woningen moet ingezameld en getransporteerd worden, waarbij een aansluiting op het bestaande gemeentelijke rioolstelsel wordt gemaakt. Voor de afvoer van vuilwater bestaan er 2 mogelijkheden: 1. Onder vrij verval richting rioolgemaal bij de Ploeg (voorkeur) Alternatief via de Persleiding Voorkeursvariant – vrij verval naar rioolgemaal De Ploeg

In deze optie wordt het vuilwater onder vrij verval afgevoerd naar het gemaal bij de Ploeg (zie figuur 3). Het vuilwater wordt in leidingen verzameld en vervolgens via het bestaande gemaal verpompt. Deze aanpak zorgt voor een efficiënte afvoer van het afvalwater. Aandachtspunt hierbij is de capaciteit van het gemaal bij De Ploeg; dit moet worden getoetst. Mogelijk is een pompvervanging of een extra pomplijn nodig. Daarnaast bestaan er twijfels over de diepteligging van de gemengde riolering. Deze moet opnieuw ingemeten worden wanneer een rioolontwerp wordt gemaakt.

Figuur 3: vwa-structuur

54

Alternatief – inprikken op de persleiding

Als het vrijvervalstelsel naar rioolgemaal De Ploeg niet haalbaar is – bijvoorbeeld door onvoldoende hoogteverschil of gebrek aan uitbreidingsruimte – moet er een nieuw gemaal worden geplaatst binnen het plangebied. Deze wordt geplaatst in het midden van het plangebied, omdat de afstand tot het beginpunt van de rioolleiding zo het kortst blijft. Een mogelijk locatie is weergegeven in figuur 3. Het nieuwe gemaal pompt het water hierna naar de bestaande HHNK-persleiding. Hierna stroomt het naar de RWZI. Voordat deze route in gebruik wordt genomen, moet met HHNK worden afgestemd of de extra hydraulische belasting op zowel de persleiding als de RWZI probleemloos kan worden verwerkt. Dit moet in de verdere uitwerking worden uitgezocht en afgestemd. Ambitie van HHNK en gemeente is om de hoeveelheid inprikkers op de persleiding te verminderen. Een nieuwe inprikker zal daarom verlichting op een andere locatie met zich mee moeten brengen.

Gemeentelijk rioolstelsel

Bij de aanleg van het vuilwaterriool en het bouwen van de woningen en voorzieningen is het belangrijk om te beoordelen of er voldoende capaciteit op de bestaande riolering is waar naartoe wordt afgevoerd. Nader onderzocht moet worden of het ontvangende rioolstelsel de toekomstige afvalwaterproductie van de woningen kan verwerken. Het is essentieel om vooraf te bepalen of er aanpassingen aan het huidige rioolsysteem nodig zijn. Deze woningbouwopgave valt binnen het bemalingsgebied van Inprikker Oosterterp. Dit is een rioolgemaal beheerd door de gemeente welke direct inprikt op een persleiding van het HHNK. De woningbouwopgave heeft een behoorlijke range in mogelijke grootte. De afspraken voor deze inprikker zijn zoals hieronder: DWA: 14 m3/u POC: 32 m3/u

55

5.4 Energie en duurzaam bouwen Er wordt gestreefd naar woningen die zijn ontworpen via de passiefhuis methodiek. Zie de passiefhuis methodiek. 5.4.1 Biobased bouwen 1) Er wordt gestreefd het gebruik van steen en beton tot een minimum te beperken door toepassing van houtbouw/houtskeletbouw. Zie MRA-Convenant-Houtbouw-finale-versie-21-10-2021.pdf. Beton wordt alleen in de fundering toegepast als het voldoet aan het betonakkoord. Zie Het Betonakkoord - Betonakkoord. 2) Er wordt gestreefd naar materialen die voldoen aan de richtlijnen uit de Kennisbank Biobased Bouwen. Zie Producten Archief - Kennisbank Biobased Bouwen. 5.4.2 Circulariteit 1) Een ontwikkeling die de vraag naar grondstoffen beperkt door gebouwen te ontwerpen en bouwen die herbruikbaar/recyclebaar zijn. 2) Het gebruik van materialen uit natuurlijke en/of hernieuwbare bronnen. 3) Bij het toepassen van eindige grondstoffen wordt gestreefd naar een effectief en efficiënte inzet. 4) Het gebruik van lokale materialen waar mogelijk. Zie Nationale Aanpak Biobased Bouwen (2023-2030) | Publicatie | Home | Volkshuisvesting Nederland 5.4.3 Slimme energieoplossingen

Om elektrisch laden te stimuleren, wordt zo veel mogelijk ingezet op parkeren op achterterreinen waar bewoners kunnen laden. Dit vraagt om een slimme ontwerpaanpak binnen het kader van Netbewust Bouwen. Het is noodzakelijk om de energie-infrastructuur niet langer als bijzaak te zien, maar deze vanaf het begin te integreren in ruimtelijke en economische ontwikkelingen. Door netcongestie als ontwerpopgave te benaderen, kunnen innovatieve oplossingen worden toegepast die bijdragen aan een stabiel en toekomstbestendig energiesysteem, waarbij elektrisch laden vanzelfsprekend onderdeel is van het dagelijks gebruik.

Afbeelding 31: Principe netbewust bouwen

56

5.5 Afvalinzameling Voor de huisafvalinzameling wordt verwezen naar het Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025 (HIOR). Voor GFT, PBD en restafval moet in het ontwerp een aanbiedplaats gerealiseerd zijn. Bij gestapelde bouw wordt restafval ondergronds ingezameld. Hiervoor zijn ondergrondse containers nodig die vanaf de openbare weg goed bereikbaar zijn voor het inzamelvoertuig. Daarnaast vormen ze geen visueel obstakel in de straat of wijk. In overleg met de contractant (HVC) worden besluiten over de wijze hoe de inzameling van (huishoudelijk) afval het beste kan worden geregeld afgestemd.

5.6 Civiel Bij het ontwerp/de aanleg van openbare ruimte moet worden voldaan aan het HIOR. In het HIOR is te vinden wat de benodigde maatvoering van de openbare ruimte is. Alle openbare ruimte in het plangebied wordt overgedragen aan de gemeente conform hoofdstuk 3.6 van het HIOR.

5.7 Verlichting De openbare verlichting moet voldoen aan de eisen uit de HIOR. Bij de uitwerking van het plan dient het vigerend beleid te worden toegepast. Op het moment van vaststellen betreft dit het beleidsplan openbare verlichting 20162025 ‘Hollands Kroon Duurzaam verlicht’ en de NPR 13201+A1. Op voorhand moet rekening worden gehouden met voldoende afstand tussen lichtmasten en bomen. Type armaturen, gewenst lichtniveau en dimregime nader afstemmen. Het HIOR en het beleidsplan lopen op hun eind en zijn daardoor niet geheel up-to-date.

5.8 Nood- en hulpdiensten Voor het inrichten van het plangebied wordt de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid VRNHN 2021 aangehouden.

57

6 | Stedenbouwkundige verkenning fase 1 Op basis van het beleid en de ruimtelijke en technische uitgangspunten is een stedenbouwkundige uitwerking gemaakt voor fase 1 van de ontwikkeling passend binnen het hiervoor voorgestelde stedenbouwkundige raamwerk.

6.1 Concept Conform het stedenbouwkundig raamwerk wordt in fase 1 uitgegaan van de bestaande ontginningsstructuur als fundament. De kenmerkende polderlijnen keren terug in de verkaveling en dragen bij aan de herkenbaarheid van het landschap. Fase 1 vormt een samenhangend geheel met de ten zuidwesten gelegen versnellingslocatie ‘Dorsmolen-Oost’, en sluit bovendien aan op de bestaande bebouwing via een groene buffer in de vorm van het Slenkenpark. Dit park creëert een overgangszone tussen de bestaande en nieuwe wijk en biedt tegelijkertijd ruimte en openheid. Binnen het stedenbouwkundig raamwerk zijn de woonvelden en daarbij behorende woonsferen bepaald. Deze zijn eveneens aangehouden voor de mogelijke uitwerking van fase 1. De woonvelden langs de Oosterterpweg doen mee in de ritmiek en het karakter van de ontginning en het pionieren, omgeven door kamers van bomen. De woonvelden die grenzen aan het Slenkenpark reageren op de binnen- en buitenbochten, wat leidt tot een gevarieerde woonstructuur die past bij de identiteit van de plek.

Afbeelding 32: Voorbeelduitwerking fase 1

3m

27,9m

42,

36,6m

15m

29m

40,4m

50m

30,5m

30m

58

6.2 Wonen Voor fase 1 is een verhouding van 25-35-40 (sociaal – middelduur – vrije sector (inclusief middelduur landelijk)) aangehouden. De variatie aan woningtypologieën die een plek krijgen binnen fase 1 sluiten aan op het indicatieve programma vanuit het woonbehoefte onderzoek uitgevoerd door SWECO (april 2025). Dit resulteert in een mix van: • • •

Sociaal: rijwoningen, rug-aan-rugwoningen en appartementen; Middel-duur: rijwoningen en appartementen; Vrije sector: levensloopbestendige rijwoningen, twee-onder-een-kapwoningen, vrijstaande woningen en appartementen.

Dit woningaanbod sluit nauw aan op de actuele woonbehoeften en biedt een evenwichtige balans tussen betaalbaarheid, leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. De woonbibliotheek is als bijlage aan deze Nota van Uitgangspunten gehecht. In de verdere uitwerking kan ook gekozen worden voor andere woninggroottes. Bijvoorbeeld door middel van industriële bouw en/of het samenvoegen van woningen voor de huisvesting van grote gezinnen.

Voor de planinvulling van fase 1 gelden een aantal eisen: •

Op basis van aantallen woningen geldt de volgende verdeling in segmentering: - 25% sociale huur; - 15% middel-duur tot een bedrag van € 250.000 - 20% middel-duur tot een bedrag van € 350.000 - 5% middel-duur tot een bedrag van € 405.000 (de landelijke NHG-grens) - 35% vrije sector. De prijsklasse zal ten allen tijden moeten voldoen aan het vigerende beleid (woonvisie en Rijksbeleid). Dit betekent dat de gehanteerde prijsklassen in de toekomst mee bewegen met eventuele wijzigingen.

• • • • • • • •

•

De omvang van de woningen in de segmenten sociale huur en middelduur hebben een minimale omvang van 70 m2 GBO. Van het aandeel vrije sector moet minimaal 5% een levensloopbestendige rijwoning zijn. Van het aandeel middelduur OF van het aandeel vrije sector moet minimaal 5% huur zijn. Het appartementencomplex voor sociale huur heeft maximaal 4 bouwlagen (bouwhoogte maximaal 13 meter). Het appartementencomplex voor middelduur en duur heeft maximaal 5 bouwlagen (bouwhoogte maximaal 16 meter). De appartementencomplexen zijn gepositioneerd op strategische accentlocaties aan het Slenkenpark. De grondgebonden woningen zijn maximaal 2 lagen en een kap (bouwhoogte maximaal 11 meter). Het programma bevat een bepaalde mate van variëteit in woningtypologie. Uitsluitend woningen voor één doelgroep van beperkte en gelijke oppervlakte is ongewenst, omdat daardoor in de toekomst leefbaarheidsproblemen kunnen ontstaan. Bovendien kunnen woningen niet altijd exclusief beschikbaar gehouden worden voor een bepaalde doelgroep. Een mix van type woningen in verschillende typen categorieën sluit aan bij de dynamiek van de woningmarkt. De verschillende segmenten worden gemengd, zodat de verschillende prijsklassen en woningtypologieën verdeeld worden over fase 1.

59

Een mogelijke uitwerking van dit programma is weergegeven in onderstaande afbeelding. De appartementen zijn gepositioneerd op strategische accentlocaties, in lijn met de principes van Granpré Molière, waarbij herkenbare accenten en zichtlijnen worden benut om de stedenbouwkundige structuur te versterken. Langs de buitenbochten van het Slenkenpark worden rijwoningen gepositioneerd met hun voorzijde gericht op het park. Deze opstelling versterkt de strakke, vloeiende lijnen die voortkomen uit het principe van de natuurlijke stroming. In contrast daarmee ontstaat langs de binnenbochten een informelere verkavelingsstructuur, waar de achterzijden van vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen grenzen aan het park. In de verdere uitwerking naar het Stedenbouwkundig Plan zal hier nog nader onderzoek naar gedaan worden, ook in het kader van sociale veiligheid in het Slenkenpark. Model 1 fase 1 Op basis van deze uitwerking kunnen in fase 1 306 woningen gerealiseerd worden. Bij de uitwerking zijn de kavels Getekend in alle segmenten nog van gelijke diepte. Zodoende blijft er flexibiliteit bestaan PROGRAMMA in de uiteindelijke uitwerking. SOCIAAL 76 25% Afhankelijk van planinvullingen met andere woninggroottes en/of kavelgroottes zullen in fase 1 300 tot 320 MIDDEN 106 35% VRIJE SECTOR 124 41% woningen gerealiseerd kunnen worden.

Behoe

- BVO overig (ontsluiting en bergingen) PROGRAMMA

Getekend

Woningcategorie

Aantal

SOCIAAL

Behoe (%)

76

25%

GRONDGEBONDEN

51

17%

beb-type rijwoning 4,5m

Rijwoning 4,5m huur

19

6%

0

beb-type rijwoning 4,5m hoek

Rijwoning 4,5m hoek

12

4%

0

beb-type rugaanrug

Rug aan rug

12

4%

0

beb-type rugaanrug hoek

Rug aan rug hoek

8

3%

0

APPARTEMENTEN

25

8%

0 beb-type appartementen goedkoop huur

Appartement sociaal

25

8%

0

MIDDEL-DUUR

106

35%

0

0

0 GRONDGEBONDEN

106

35%

beb-type rijwoning 4,8m

Rijwoning 4,8m

33

11%

0

beb-type rijwoning 4,8m hoek

Rijwoning 4,8m hoek

16

5%

0

beb-type rijwoning 5,4m

Rijwoning 5,4m

37

12%

0

beb-type rijwoning 5,4m hoek

Rijwoning 5,4m hoek

20

7%

0

0

VRIJE SECTOR

124

40%

0

GRONDGEBONDEN

96

31%

beb-type rijwoning 6,0m levensloop

Rijwoning levensloopbestendig

12

4%

0

beb-type rijwoning 6,0m levensloop hoek

Rijwoning levensloopbestendig hoek

10

3%

0

beb-type 2^1kap

Twee onder één kap

46

15%

0

beb-type vrijstaand

Vrijstaand

28

9%

0

0

0

APPARTEMENTEN

28

9%

beb-type appartementen duur huur

Appartement duur huur

12

4%

0

beb-type appartementen midden koop

Appartement vrije sector koop

16

5%

0

Totaal aantal woningen

306

100%

beb-type rijwoning 3,6m beb-type rijwoning 3,6m hoek beb-type rijwoning 3,9m beb-type rijwoning 3,9m hoek beb-type rijwoning 4,2m beb-type rijwoning 4,2m hoek beb-type rijwoning 4,5m

60 beb-type rijwoning 4,5m hoek

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

1 1 1 1 1 1 1

ParkeerbehoefteParkeerbehoefte (A) (

Opgave openbaar Opgave gebiedopenbaar

Parkeeroplossing Parkeeroplossing prive (B)

Parkeeroplossing Parkeeroplossing openbaar gebie Uitgangspunten parkeero

CROW 2024 -publicatie 744 Parkeerbalans Parkeerbalans * Weinig stedelijk - rest bebou * Parkeerkencijfers norm is he

** De theoretische kerncijfers

Bvo= brutovloeroppervlak van

Samenvatting Parkeerbehoefte Parkeerbehoefte Parkeerbehoefte Woning typologieen Woning(A) typologie Opgave openbaar gebied

Parkeeroplossing prive (B) Koop, huis, vrijstaand Koop, huis, vrijstaa Parkeeroplossing openbaar Koop, huis, twee-onder-een-kap Koop, huis, twee-o

Koop, huis, tussen/hoek Koop, huis, tussen Parkeerbalans Koop, appartementen, Koop,75-100 appartemen m2 bv

6.3 Verkeer en parkeren

Huur, huis, rug-aan-rug Huur, huis, rug-aan

Huur, huis, socialeHuur, huurhuis, sociale

Huur, appartement, Huur, vrijeappartement sector, >10

Huur, appartement, Huur, sociaal, appartement 75-100m Parkeerbehoefte Parkeerbehoefte (A) ( Parkeerbehoefte

Woning typologieen Opgave in openbaar Opgave gebied in openba

6.3.1 Parkeren

Parkeeroplossing Koop, huis,Parkeeroplossing vrijstaand Parkeren mandelig Parkeren (woonveld) mandelig Koop, huis, twee-onder-een-k Dubbele oprit metDubbele garage oprit met g huis,Enkele tussen/hoek EnkeleKoop, oprit zonder garage oprit zonde Parkeeroplossing Parkeeroplossing deelmobiliteit Koop, appartementen, 75-100 Parkeren deelautoParkeren deelauto Huur, huis, rug-aan-rug Parkeeroplossing Parkeeroplossing prive / toebedee Huur, huis, sociale huur

De parkeerbalans voor fase 1 op basis van bovenstaande planinvulling is uitgewerkt aansluitend op de uitgangspunten voor het parkeren zoals vastgesteld in hoofdstuk 4.11. Het parkeren vindt zo veel mogelijk op achterterreinen plaats en Model de 1 fase 1 Model 1 fase 1 parkeertabel in onderstaande afbeelding laat zien dat Model 1 fase 1 Model 1 fase 1 er geen rekening wordt gehouden met dubbelgebruik. Uitgangspunten Uitgangspunten parkeeropgaveparkeeropgave Door hetCROW parkeren op achterterreinen te2024' situeren CROW 2024 -publicatie 2024 744 'Parkeerkencijfers -publicatie 744 'Parkeerkencijfers 2024' vervanging van CROW vervanging 2018 van -publicatie CROW381 2018 Toekomstbestendig -publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren; parkeren; Uitgangspunten parkeeropgave Model 1 fase 1 Uitgangspunten parkeeropgave * Weinig stedelijk *- Weinig rest bebouwde stedelijkkom - rest bebouwde kom ontstaat er ruimte voor groene randen en kan het CROW 2024 -publicatie 744 'Parkeerkencijfers 2024' vervanging van CROW381 2018 -publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren; * Parkeerkencijfers Parkeerkencijfers norm is het 744 gemiddelde norm istussen het gemiddelde de minimale tussen en maximale de minimale norm envervanging maximale norm CROW 2024* -publicatie 'Parkeerkencijfers 2024' van CROW 2018 -publicatie Toekomstbestendig parkeren; principe van het Slenkenpark sterk in stand blijven.

** De theoretische ** kerncijfers De theoretische voor de kerncijfers enkele en voor dubbele de nkele oprit wijken en dubbele af van oprit het wijken CROW af en van volgen het CROW het aantal en volgen parkeerplaatsen het aantal in parkeerplaatsen de praktijk (uitgangspunt in de praktijk van (uitgangspunt Gemeente Hollands van Gemeente Kroon) Hollands Kroon) * Weinig stedelijk rest bebouwde kom * Weinig stedelijk - rest bebouwde kom Parkeerkencijfers norm het tussen deberging. minimale en maximale norm Bvo= brutovloeroppervlak Bvo= *brutovloeroppervlak van het appartement van (achter hetistussen appartement degemiddelde voordeur) (achter + een de losse voordeur) + een Ontsluiting losse berging. valt hier Ontsluiting niet onder. valt (verwijzing hier niet onder.

NEN 2580) (verwijzing NEN 2580) * Uitgangspunten Parkeerkencijfers norm parkeeropgave is het gemiddelde de minimale en maximale norm Langs de hoofdontsluitingsweg wordt niet direct **kerncijfers De theoretische de nkele en dubbele oprit wijken van het CROW en volgen aantalinparkeerplaatsen in de praktijk van Gemeen **CROW De theoretische dekerncijfers enkele envoor dubbele oprit wijken af van het CROW en volgen het-publicatie aantal parkeerplaatsen de praktijk (uitgangspunt van(uitgangspunt Gemeente Hollands Kroon 2024 -publicatie 744voor 'Parkeerkencijfers 2024' vervanging vanaf CROW 2018 381 het Toekomstbestendig parkeren; geparkeerd om devandoorstroming te appartement bevorderen (ziedelosse Samenvatting Samenvatting Totaal Totaal van (achter het (achter voordeur) + een losse berging. Ontsluiting valt hier niet onder. (verwijzing NEN 2580) Bvo= brutovloeroppervlak het appartement de voordeur) + een berging. Ontsluiting valt hier niet onder. (verwijzing NEN 2580) * Weinig stedelijkBvo= - restbrutovloeroppervlak bebouwde kom Parkeerbehoefte Parkeerbehoefte (A) (A) gemiddelde tussen de minimale 559en maximale559 *5.1.1). Parkeerkencijfers norm is het norm

Huur, appartement, vrije secto Parkeeroplossing Parkeeroplossing openbaar Huur, appartement, Parkeren openbaar Parkeren gebied sociaal, openbaa7 Parkeerbehoefte (A) Parkeeroplossing Parkeeroplossing openbaar gebie

Opgave in openbaar gebied Parkeerbalans Parkeerbalans

Parkeeroplossing Parkeren mandelig (woonveld Dubbele oprit met garage Enkele oprit zonder garage Parkeeroplossing deelmobi Parkeren deelauto Parkeeroplossing prive / to

Parkeeroplossing openbaar Parkeren openbaar gebied

Parkeeroplossing openbaar Parkeerbalans

228 Model 1 fase 228 1 Samenvatting Totaal ** De theoretische kerncijfers voor de enkele en dubbele oprit wijken afTotaal van het CROW en volgen het aantal parkeerplaatsen in de praktijk (uitgangspunt van Gemeente Hollands Kroo Samenvatting Parkeerbehoefte (A) Bvo= brutovloeroppervlak van het appartement (achter de voordeur) + een losse berging.559 Ontsluiting valt hier niet onder. (verwijzing NEN 2580) Parkeerbehoefte (A) 559 Parkeeroplossing Parkeeroplossing prive (B) prive (B) 331 331 Opgave openbaar gebied 228 Opgave openbaar gebied 228 228 Parkeeroplossing Parkeeroplossing openbaar gebiedopenbaar (C) gebied (C) 228 Uitgangspunten parkeeropgave Samenvatting Totaal CROW 2024 -publicatie 744 'Parkeerkencijfers 2024' vervanging van CROW 2018 -publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren; Parkeeroplossing prive (B) 331 Parkeerbehoefte (A) 559 0 Parkeerbalans Parkeerbalans 0 Parkeeroplossing prive (B) 331 * Weinig stedelijk - rest bebouwde kom Opgave openbaar Opgave gebiedopenbaar gebied

* Parkeerkencijfers norm is het gemiddelde de minimale en maximale228 norm Parkeeroplossing openbaar gebied (C) Opgave openbaar gebied 228 Parkeeroplossing openbaar gebied (C) tussen

228

** De theoretische kerncijfers voor de enkele en dubbele oprit wijken af van het CROW en volgen het aantal parkeerplaatsen in de praktijk (uitgangspunt van Gemeente Hollands Kroon) Bvo= brutovloeroppervlak van het appartement (achter de voordeur) + een losse berging. Ontsluiting valt hier niet onder. (verwijzing NEN 2580) 0 Parkeerbalans Parkeeroplossing prive (B) 0331 Parkeerbalans Parkeeroplossing openbaar gebied (C) 228

Samenvatting Parkeerbehoefte Parkeerbehoefte Parkeerbehoefte Woning typologieen Woning(A) typologieen

Parkeerbalans

Totaal

559 Parkeerkencijfer Aantal Parkeerkencijfer * *Behoefte Behoefte Totaal Totaal 0 228 Bewoners Bewoners Bezoekers bewoners Bezoekers bezoekers bewoners Oplaadpunten bezoekers Oplaadpunten

Aantal

Opgave openbaar gebied

Parkeeroplossing prive (B) Parkeerbehoefte Koop, huis, vrijstaand Koop,Parkeerbehoefte huis, vrijstaand typologieen Parkeeroplossing openbaar gebied (C) Koop, huis, twee-onder-een-kap Koop,Woning huis, twee-onder-een-kap Woning typologieen

gem. 28

2 28

46

1,9 46 Aantal

Koop, huis, tussen/hoek Koop, huis, tussen/hoek 128 Parkeerbalans Koop,Parkeerbehoefte appartementen, Koop,75-100 appartementen, m2 bvo 75-100 m2 bvo16 Huur,Woning huis, rug-aan-rug Huur, Koop, huis, rug-aan-rug huis, vrijstaand typologieen

Koop, huis, vrijstaand

min. max. gem. min. max. 2030 2030 331 1,6 2,42 1,6 2,4 56,0 5,6 2 5,6 2 0,2 0,2 56,0 Aantal * 87,4 228 1,5 Parkeerkencijfer 2,31,9 1,5 *Parkeerkencijfer 2,3 87,4 9,2 4 9,2 Behoefte4 0,2 0,2Behoefte

Bewoners Bezoekers bezoekers 2,2 230,4 230,4 6 bezoekers 25,6 bewoners6Oplaadpunten Bezoekers25,6 0,2 0,2bewoners 01,0 gem. 1,81,4min. 1,0 max. 1,8 22,4 3,2 1 3,2 12030 gem. min. max. 0,2 0,2 22,4

1,8 128 1,4 Bewoners 2,21,8 1,4 16

20

1,4 20 Aantal 28

Huur, huis, socialeHuur, huurKoop, huis, sociale huur 31 huis, twee-onder-een-kap

Koop, huis, twee-onder-een-kap Koop, huis, tussen/hoek Koop, huis, tussen/hoek

46

1,4

1,0 Parkeerkencijfer 1,81,4 1,8 28,0 4,0 28,0 1 4,0 56,0 1,6 2,4 0,2 Behoefte 2 28 1,6 1,0 2,42*0,2 5,6 0,2 0,2 56,0 0,7 Bewoners 0,7 1,9 1,5 34,1 6,2 34,1 0 6,2 0,2 0,2 bewoners 461,51,1 1,5 2,3 87,4 Bezoekers bezoekers

1,1 31

2 5,6

2 Totaal 0 Oplaadpunten 4 4 9,2 1 25,6 6 62030

1 0

0 331,0

228

1

228

((C + B) - A)

228

((C + B) - A)

331,0

0

61

227,8

228

Gerealiseerd

Parkeerbalans

227,8

228

Kencijfer

Parkeren openbaar gebied

558,8

Gerealiseerd 227,8

Aantal

1((C + B) - A)

558,8

558,8 331,0

Parkeeroplossing Parkeeroplossingopenbaar openbaargebied (C)

228 ((C + B) - A)

Kencijfer

0 331,0

1 0 227,8

0

Parkeeroplossing openbaar gebied (C) Parkeerbalans

5

1

558,8

Parkeren deelautoopenbaar Parkeeroplossing Parkeeroplossing prive / toebedeelt (B) Parkeerbalans Parkeren openbaar gebied Parkeerbalans

Aantal

2030

1

1,9 1,5 2,3 87,4 9,2 0,2 0,2 1,4 12 1,0 1,81,4 1,0 1,8 16,8 2,4 1 2,4 0,2 0,2 16,8 128 1,8 1,4 2,2 gem. min. 2,2 max. 128 1,8 1,4 230,4 25,6 0,2 230,4 0,2 Huur, appartement, Huur, sociaal, appartement, 75-100m2sociaal, bvo 75-100m225 bvo 0,9 25 0,5 1,30,9 0,5 1,3 22,5 5,0 0 5,0 0 0,2 0,2 22,5 Koop, appartementen, 75-100 m2 bvo 16 1,4 1,0 1,8 Koop, huis, vrijstaand 28 2 1,6 2,4 56,0 5,6 Koop, appartementen, 75-100(A) m2 bvo 16 1,4 1,0 1,8 3,2 1 2 3,2 0,2 22,4 0,2 Parkeerbehoefte Parkeerbehoefte (A) 306 306 497,6 61,22,4 497,6 61,2 558,8 Parkeerbehoefte 0,2 Huur, huis, rug-aan-rug 20 1,4 1,0 1,8 28,0 Koop, huis, twee-onder-een-kap 46 1,9 1,5 2,3 87,4 9,2 Huur, huis, rug-aan-rug 20 1,4 1,0 1,8 28,0 4,0 1 4 4,0 0,2 0,2 Woning typologieen Aantal Parkeerkencijfer * Behoefte Totaal 0,2 Huur, huis, sociale huur 31 (A 0,7 1,1 166,6 0,7 bewoners 1,5 34,1 Koop, huis,sociale tussen/hoek 2,2 230,4 25,6 Opgave inhuis, openbaar Opgave gebied in openbaar gebied -1,4 B) 61,2 166,6 61,2 227,8 Huur, huur 31128 (A - B) Bewoners 1,11,8 1,5 34,1 06 6,2 Bezoekers bezoekers6,2 0,2 Oplaadpunten 0,2 0,2 Huur, vrije sector, >100m2 12 1,4 1,0 1,8 16,8 Koop,appartement, appartementen, 75-100 bvo 16bvo 1,4 1,0 1,8 22,4 3,2 gem.1,4 min. 1,0 max.

1,8 Huur, vrijeappartement, sector,m2 >100m2 bvo 12 2,4 1 1 2,4 0,2 2030 0,216,8 0,2 Parkeeroplossing Parkeeroplossing Aantal28 bvo Aantal Gerealiseerd Huur, appartement, 25 0,9 Gerealiseerd 0,5 56,01,3 Koop, huis, vrijstaand 2 1,6Kencijfer 2,4 1,3 ,6 222,5 Huur, huis, rug-aan-rug 20 Kencijfer 1,4 1,0 1,8 28,0 4,0 0,2 Huur, appartement, sociaal, 75-100m2sociaal, bvo 75-100m2 25 0,9 0,5 22,5 5,0 01 5,0 0,2 0,2 0,2 127 Parkeren mandelig Parkeren (woonveld) mandelig (woonveld) 127 1,0 127 1,0 127 Parkeerbehoefte (A) 306 Koop, huis, twee-onder-een-kap 46 306 1,9 1,1 1,5 0,7 2,3 87,4 9,2 Parkeerbehoefte Huur, huis, (A) huur 31 2,0** 1,5 breed 34,1 61,2 6,2 4497,6 0 61,2 0,2497,6 Dubbele oprit metsociale Dubbele garage oprit met garage 77 77 min 4,5m 2,0** breed min 4,5m 1540,2 154 Koop, huis,Enkele tussen/hoek 128 12 1,0** 2,2min. 1,8 Enkele opritappartement, zonder garage oprit garage 50 1,8 min.

5m lang 1,0** 5m lang 50 0,2 230,40,2 16,8 5025,6 Huur, vrijezonder sector, >100m2 bvo 50 1,41,4 1,0 2,4 6 1 Parkeeroplossing Parkeeroplossing deelmobiliteit deelmobiliteit Opgave in openbaar (A - B) 0,2 22,4 61,2 Koop, in appartementen, 75-100 m2 bvo gebied 16 1,4 (A 1,0 1,8 3,2 1166,6 Opgave openbaar gebied - B) 0,5 166,6 61,2 Huur, appartement, sociaal, 75-100m2 bvo 25 0,9 1,3 22,5 5,0 0 0,2 Parkeren deelautoParkeren deelauto 0 50 5 0 0 Huur, huis, rug-aan-rug 20 306 1,4 1,0 1,8 4,0 0,2 28,0 Parkeerbehoefte 497,6 61,21 Parkeeroplossing Parkeeroplossing prive(A) / toebedeelt prive (B) / toebedeelt (B) 331,0 331,0 331,0 Huur, huis, sociale huur 31 1,1 Aantal 0,7 1,5 6,2 0Gerealiseerd 0,2 34,1 Kencijfer ParkeeroplossingParkeeroplossing Aantal Kencijfer Gerealiseerd Huur, appartement, vrije sector, >100m2 bvo 1,4 127 1,8 2,4 Parkeren mandelig (woonveld) 1,0 0,2 16,8 Gerealiseerd Parkeeroplossing Parkeeroplossing openbaar openbaar Aantal12 127 Kencijfer Aantal Kencijfer Opgave in openbaar gebied (A1,0 - B) 166,6 61,21127 Parkeren mandelig (woonveld) 1,0 127 Dubbele oprit met garage 77 2,0** 0,2 min22,5 4,5m breed Huur, appartement, sociaal, 75-100m2 bvo 0,51 min 1,34,5m breed 0154 Dubbele oprit met garage 1545,0 Parkeren openbaar Parkeren gebied openbaar gebied 228 25 77 1 228 0,9 2,0** 228 Enkele oprit zonder garage 50 min.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=38fe5841-353c-42cd-92e9-53e4e580d48b