Bijlage 1 Nota van Uitgangspunten Oosterterp Wieringerwerf
Tekst van het document
Nota van Uitgangspunten Oosterterpweg, Wieringerwerf
Colofon
Versie: 14 november 2025 (26491) Projectteam: IMOSS in samenwerking met het Rijksvastgoedbedrijf en Gemeente Hollands Kroon. Initiatiefnemer: Rijksvastgoedbedrijf of haar rechtsopvolger(s).
Inhoudsopgave 1 | Inleiding............................................................................................................................................................................3 1.1 Inleiding ..................................................................................................................................................... 3 1.2 Initiatief ...................................................................................................................................................... 3 1.3 Leeswijzer .................................................................................................................................................. 3 2 | Locatie..............................................................................................................................................................................5 2.1 Wieringerwerf.............................................................................................................................................. 5 2.2 Het plangebied ........................................................................................................................................... 6 2.3 Een ontworpen plattelandssamenleving ......................................................................................................
9 2.4 Groenstructuur ........................................................................................................................................... 9 2.5 Bereikbaarheid ......................................................................................................................................... 11 3 | Beleidskader ................................................................................................................................................................ 14 4 | Ruimtelijke uitgangspunten ........................................................................................................................................ 19 4.1 Visie ......................................................................................................................................................... 21 4.2 Stedenbouwkundig concept ..................................................................................................................... 22 4.3 Ruimtelijke principes................................................................................................................................. 23 4.4 Stedenbouwkundig raamwerk ..................................................................................................................
24 4.5 Belangrijke thema’s .................................................................................................................................. 25 4.6 Wonen ..................................................................................................................................................... 27 4.7 Welstand en beeldkwaliteit ....................................................................................................................... 29 4.8 Voorzieningen .......................................................................................................................................... 36 4.9 Fasering ................................................................................................................................................... 38 4.10 Wijkontwikkeling en bewonersinitiatieven ................................................................................................ 39 4.11 Verkeer en parkeren............................................................................................................................... 40 4.12 Natuur en landschap ..............................................................................................................................
44 4.13 Klimaatopgave ....................................................................................................................................... 45 4.14 Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................................... 49 4.15 Ecologie ................................................................................................................................................. 50 4.16 Archeologie ............................................................................................................................................ 51 5 | Technische uitgangspunten....................................................................................................................................... 52 5.1 Kabels en leidingen, nutsruimten .............................................................................................................. 52 5.2 Kunstwerken ............................................................................................................................................ 53 5.3 Riolering ...................................................................................................................................................
54 5.4 Energie en duurzaam bouwen .................................................................................................................. 56 5.5 Afvalinzameling ........................................................................................................................................ 57 5.6 Civiel ........................................................................................................................................................ 57 5.7 Verlichting ................................................................................................................................................ 57 5.8 Nood- en hulpdiensten ............................................................................................................................. 57 6 | Stedenbouwkundige verkenning fase 1................................................................................................................... 58 7 | Vervolg .......................................................................................................................................................................... 65 8 | Bijlagen ......................................................................................................................................................................... 67
2
1 | Inleiding 1.1 Inleiding Voorafgaand aan de toekomstige ontwikkeling voor de locatie aan de Oosterterpweg in Wieringerwerf is deze Nota van Uitgangspunten opgesteld waarin ruimtelijke en programmatische kaders zijn vastgelegd. In de Nota van Uitgangspunten is een overzicht opgenomen van het beleid dat voor het project van toepassing is. Als in de Nota van Uitgangspunten wordt geconstateerd dat afwijking van beleid op onderdelen wenselijk of noodzakelijk is, wordt dit in de Nota van Uitgangspunten gemotiveerd. De Nota van Uitgangspunten wordt uitgewerkt in een Stedenbouwkundig Plan en een Beeldkwaliteitsplan. Alle stukken worden vastgesteld door de gemeenteraad. Het Rijksvastgoedbedrijf is voornemens om het plangebied (al dan niet gefaseerd) te verkopen door middel van een openbare inschrijving. Bij de openbare verkoopprocedure zullen de Nota van Uitgangspunten, het Stedenbouwkundig Plan en het Beeldkwaliteitsplan worden meegegeven.
1.2 Initiatief Zowel op landelijk als regionaal niveau bestaat een sterke behoefte om de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod te vergroten. De gemeente Hollands Kroon zet daarom sterk in op woningbouw. Met een woningbouwbehoefte van 100.000 woningen per jaar is het ook een van de speerpunten van het huidige kabinet en de minister van VRO. Aangezien het Rijk van oudsher, vanwege de ontpoldering, veel gronden in Wieringerwerf en omstreken in haar bezit heeft, zijn de gemeente en het Rijksvastgoedbedrijf gezamenlijk een haalbaarheidsonderzoek gestart om te onderzoeken welke gronden zich zouden lenen om relatief snel ingezet te kunnen worden voor woningbouw. Uiteindelijk heeft dat onderzoek ertoe geleid dat de gemeente en het Rijksvastgoedbedrijf rond de zomer van 2024 een samenwerkingsovereenkomst zijn aangegaan voor de ontwikkeling van drie percelen grond aan de Oosterterpweg in Wieringerwerf. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft aangegeven niet zelf de herontwikkeling van het plangebied te realiseren. De bedoeling is om het plangebied (al dan niet in delen) (openbaar) te verkopen.
1.3 Leeswijzer Deze Nota van Uitgangspunten begint met een toelichting van de huidige situatie, de historie en context van het gebied en het beleid dat van toepassing is op deze percelen. Vervolgens worden de ruimtelijke en technische uitgangspunten voor het totale plangebied geformuleerd, waarna deze uitgangspunten voor fase 1 verder zijn uitgewerkt in een voorbeelduitwerking.
3
4
2 | Locatie 2.1 Wieringerwerf Wieringerwerf is een dorp in de polder Wieringermeer in Noord-Holland. Een jaar nadat de polder was drooggelegd werd in 1931 begonnen met de bouw van het dorp. In korte tijd verrezen er woningen, scholen, kerken en winkels. Ook werd er een terp gebouwd waar men tijdens een eventuele dijkdoorbraak heen kon vluchten. Deze terp is tegenwoordig in gebruik als sportcampus. Aan de westzijde van het dorp loopt de A7. Hierdoor is Wieringerwerf goed bereikbaar met de auto. Aan de zuidkant zijn meerdere bedrijventerreinen. In het oude gedeelte van het dorp zijn de meeste voorzieningen gevestigd. Openbare gebouwen en functies markeren nog steeds het belang van Wieringerwerf voor de Wieringermeer en zijn daarnaast belangrijke plekken in het dorp. Wieringerwerf is inmiddels uitgegroeid tot de grootste plaats in de Wieringermeer.
Afbeelding 1: Locatie binnen Wieringerwerf (bron: SteenhuisMeurs)
5
2.2 Het plangebied Het plangebied betreft de percelen kadastraal bekend gemeente Wieringermeer, sectie I, nummers 3711 en 4477 en gedeeltelijk nummers 2659 en 4670, gelegen aan de Oosterterpweg in Wieringerwerf. Het gebied bevindt zich tussen de Oosterterptocht en de Oosterterpweg. In het noordoosten wordt het plangebied begrensd door agrarische gronden, wat bijdraagt aan een agrarische en open uitstraling van het gebied. Het plangebied is gelegen aan de dorpsrand en grenst direct aan de wijk Oosterterp. Gescheiden door de Oosterterptocht grenst het projectgebied ook aan de Planetenwijk en de Schepenwijk. De wijk Oosterterp heeft voornamelijk een woonbestemming. Een klein deel is bestemd voor kleinschalige bedrijvigheid. Deze bedrijvigheid is van beperkte omvang en heeft geen grote invloed op de rust en het karakter van het gebied. De boerderij De Oosterterp, gelegen aan de Oosterterpweg 1 en omringd door het plangebied, speelt een belangrijke rol in het ontwerp van het gebied. Gezien het historische karakter van de boerderij en haar ligging, is het van belang dat deze boerderij op een zorgvuldige manier wordt opgenomen in het ontwerp en de ontwikkeling van het plangebied, zodat het behouden blijft als herkenbaar element in het landschap en het geheel goed tot zijn recht komt.
Afbeelding 2: Dichtheden omliggende wijken
6
Het plangebied is landschappelijk ingebed met groene buffers en uitlopers, overgangszones tussen oude en nieuwe wijken, beplanting langs randen (zie 2.3). De ligging aan de dorpsrand vraagt om een zorgvuldige overgang naar het bestaande bebouwde gebied, in het bijzonder de buurt Oosterterp. Tegelijkertijd is een vloeiende aansluiting op het omliggende agrarische polderlandschap essentieel. De randen van het plangebied worden bepaald door de spuitzonering aan de noord-, oost- en zuidzijde. De spuitzone betreft een hindercontour van 50 meter vanaf de erfgrens, bedoeld om ruimte te waarborgen voor het bespuiten van gewassen op agrarische gronden. Deze hindercontour leidt aan de noordoost- en oostzijde tot een zone van 50 meter en aan de zuidzijde tot een zone van circa 30 meter in het plangebied, welk zones worden ingezet als groene buffer ten opzichte van de agrarische percelen. Bovendien is een groene omzoming kenmerkend voor kernen in de Wieringermeer. Door het inzetten van bestaande watergangen, dichte beplanting en bomen ontstaat voldoende afstand en een natuurlijke overgang tussen de bestaande wijk Oosterterp en de nieuwe ontwikkeling. De ligging aan de Oosterterpweg zorgt ervoor dat de nieuwe ontwikkeling de karakteristieke boerderij op nummer 1 als het ware omarmt met respect voor het erf, de maat en schaal.
Zo blijft de oorspronkelijke ritmiek van de Wieringermeer voelbaar en krijgt het plangebied aan de Oosterterpweg een zorgvuldige invulling met een divers gevelbeeld en een groene, aantrekkelijke inrichting die bijdraagt aan de identiteit van de plek.
Afbeelding 3: Contouren voor ontwikkeling
7
Ten behoeve van de ontwikkeling van een versnellingslocatie voor woningbouw door de gemeente zal er een grondruil met de gemeente plaatsvinden. Op deze manier sluit de versnellingslocatie beter aan op de bestaande en de nieuw te realiseren wijk. De versnellingslocatie en de ontwikkeling van het voorliggende plangebied zijn losstaande ontwikkelingen, maar wel op elkaar afgestemd om ervoor te zorgen dat de wijken straks goed op elkaar aansluiten.
Afbeelding 4: Grondruil tussen Gemeente Hollands Kroon en het Rijksvastgoedbedrijf
8
2.3 Een ontworpen plattelandssamenleving Uit een onderzoek van SteenhuisMeurs, dat in 2017 het Cultuurhistorisch advies en referentie voor herstructurering van Wieringerwerf opleverde, blijkt hoe sterk de dorpsplannen geworteld zijn in zowel de architectonische traditie als de sociale structuur van de poldermaatschappij. De architectuur ademt een uitgesproken dorps karakter: kleinschalige bebouwing, een overwegend gebruik van baksteen en de vanzelfsprekendheid van een tuin of groene ruimte bij vrijwel iedere woning. Deze fysieke verschijningsvorm weerspiegelt de sociale gelaagdheid die Granpré Molière voor ogen had. Notabelen kregen hun plek aan de brink, middenstanders vestigden zich in twee-onder-een-kapwoningen rond of achter deze centrale ruimte, terwijl landarbeiders woonden in rijtjeshuizen op diepe kavels met ruimte voor moestuinen. Het dorpsbeeld laat zo duidelijk de sociale verhoudingen van die tijd zien. Variatie in de opzet was een belangrijk uitgangspunt. Verspringende rooilijnen en de afwisseling van woningen met de kopse of lange zijde aan de straat gaven de dorpsstraten een levendig en afwisselend karakter. Openbare gebouwen zoals kerken en scholen werden daarbij op strategische plekken gesitueerd: aan brinken, op hoekpunten of juist bij knikken in de weg.
Dit zorgde niet alleen voor herkenbaarheid en oriëntatie, maar ook voor een bewuste enscenering van de dorpsruimte. Zichtlijnen naar kerken en markante gebouwen werden daarbij zorgvuldig in de opzet opgenomen, met hoekpanden die vaak een architectonische verbijzondering kregen. Naast de architectuur speelde ook de landschappelijke inbedding een cruciale rol. Wieringerwerf werd bewust open ontworpen naar het omringende landschap, met groene buffers en uitlopers die het dorp begrensden en tegelijkertijd verbonden met de polder.
Topotijdreis 1950
Topotijdreis 1830
Postcardsfrom.NL
9 SteenhuisMeurs
2.4 Groenstructuur Het onderzoek van SteenhuisMeurs uit 2017 toont aan dat in Wieringerwerf sprake is van een duidelijke hiërarchie in de openbare ruimte, bestaande uit drie niveaus van groen. Rondom het dorp vormen groene (bos)randen een landschappelijke buffer en markeren ze de overgang naar de omliggende polder. Binnen het dorp zorgen brinken en centrale groenzones voor verbinding tussen oude en nieuwe woonwijken. Op straatniveau zorgen smalle groenstroken voor een zachte overgang tussen openbare ruimte en privépercelen. Deze gelaagdheid van het groen maakt nog altijd zichtbaar hoe zorgvuldig het dorp in zijn omgeving is geplaatst en hoe de openbare ruimte richting en betekenis kreeg. Landschapsarchitect J.T.P. Bijhouwer bepaalde bij de aanleg van de Wieringermeerpolder de erf- en landschapsbeplanting, die zowel windbescherming bood als recreatieve bosjes rond de dorpen vormde. Binnen het plangebied liggen duidelijke kansen om aan te sluiten op de bestaande groenstructuren. Door deze verbindingen strategisch te versterken, kan een aaneengesloten groennetwerk ontstaan dat niet alleen ecologisch waardevol is, maar ook functioneel. Het biedt kansen om routes voor langzaam verkeer zoals wandel- en fietspaden op een aantrekkelijke manier door een groene omgeving te leiden.
Het realiseren van een ‘groene lus’ of een rondgaande verbinding kan zowel de landschappelijke samenhang verbeteren als bijdragen aan de beleefbaarheid van het gebied. Afbeelding 5: Groenstructuurkaart gebaseerd op analyse van (Steenhuismeurs,2017)
10
2.5 Bereikbaarheid 2.5.1 Langzaamverkeer
Het plangebied biedt mogelijkheden om de infrastructuur voor langzaam verkeer te verbeteren, door bestaande routes te versterken en nieuwe verbindingen te leggen. Dit kan niet alleen bijdragen aan de mobiliteit van de bewoners, maar ook de recreatieve waarde van het gebied vergroten. In de kaart hieronder zijn de huidige netwerken van fietsknooppunten en wandelknooppunten zichtbaar, die samen met de bestaande parken als basis kunnen dienen voor het verder ontwikkelen van het langzaamverkeersnetwerk in het plangebied. De ontsluitingen voor langzaam verkeer zijn essentieel om het voor bewoners aantrekkelijker en gemakkelijker te maken om te wandelen en te fietsen. Aansluitingen aan de noord- en westzijde zijn hierbij van belang, met bijzondere aandacht voor de verbindingen naar Campus de Terp, het dorpscentrum en een veilige fietsroute tussen Wieringerwerf en Kreileroord.
Afbeelding 6: Langzaamverkeersnetwerk
11
2.5.2 Openbaar vervoer
Wieringerwerf is bereikbaar met het openbaar vervoer, dankzij een busnetwerk dat verbindingen biedt naar grotere stations zoals Hoorn, Den Helder en Schagen. Dit maakt het voor reizigers mogelijk om via het openbaar vervoer naar andere delen van de regio te reizen. Echter, is de frequentie van de bussen laag. In de meeste gevallen rijden de bussen niet vaker dan één keer per uur, wat de reistijd en flexibiliteit aanzienlijk vermindert. Dit zorgt ervoor dat het openbaar vervoer in Wieringerwerf minder praktisch is voor dagelijks gebruik. Door de beperkte bus-frequentie en het gebrek aan andere vormen van openbaar vervoer, is de auto voor veel inwoners de belangrijkste en vaak enige praktische optie om zich te verplaatsen. Dit geldt voornamelijk voor het bereiken van omliggende dorpen en steden. De beperkte bereikbaarheid van deze plekken zonder de auto maakt de regio, en dus het plangebied, relatief afhankelijk van eigen vervoer.
Afbeelding 7: Bereikbaarheid openbaar vervoer
12
2.5.3 Auto
Het plangebied bevindt zich aan de Oosterterpweg, een belangrijke doorgaande weg die direct aansluit op de A7 en de N240, twee belangrijke verkeersaders in de regio. Dankzij de strategische ligging is het plangebied goed bereikbaar voor het gemotoriseerd verkeer. De A7 is vanuit het plangebied binnen een minuut te bereiken via de Oosterterpweg, wat snelle verbindingen mogelijk maakt naar omliggende steden en dorpen. Den Oever is in slechts tien minuten met de auto bereikbaar, terwijl Hoorn binnen vijftien minuten te bereiken is. Deze gunstige bereikbaarheid maakt het plangebied aantrekkelijk voor bewoners, aangezien het goed is ontsloten op het regionale en nationale wegennet.
Afbeelding 8: Bereikbaarheid auto
13
3 | Beleidskader In deze paragraaf wordt ingegaan op diverse relevante beleidsstukken en wordt aangegeven waar rekening mee moet worden gehouden bij de uitwerking van het plan. Het is geen uitputtende opsomming van beleid. Hier staan de belangrijkste beleidskaders waar het initiatief in ieder geval aan moet worden getoetst. 3.1 Omgevingsvisie NH2050 Met het op 28 november 2018 vaststellen van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 heeft de provincie als doel om balans te creëren tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd die aangeven hoe om moet worden gegaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. In de visie zijn vijf bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving:
1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, omringd door water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio’s, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. Consequenties voor dit project:
Hoewel alle vijf bewegingen onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, zijn vooral de bewegingen 1, 3 en 5 in het bijzonder relevant voor dit initiatief. ‘Dynamisch Schiereiland’ betekent voor dit project het benadrukken van de sterke relatie met het water en de rijke geschiedenis van de plek. ‘Sterke kernen’ gaat voor dit project over Wieringerwerf als dorpskern dat zich ontwikkelt door haar eigen identiteit te versterken, voorzieningen op peil te houden, de bereikbaarheid te verbeteren en groei af te stemmen op regionale ontwikkelingen. Voor een ‘Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving’ wordt ingezet op het vergroten van biodiversiteit en het combineren van natuur-, recreatie- en waterdoelen om een duurzame en aantrekkelijke leefomgeving te creëren.
3.2 Bestemmingsplannen Op de gronden van het initiatief gelden de volgende bestemmingsplannen:
1. Buitengebied 2009 Het bestemmingsplan “Buitengebied 2009” is vastgesteld op 17-10-2011. De gronden waar de toekomstige ontwikkeling mogelijk plaatsvindt hebben de bestemming Agrarisch. Een deel van de gronden kent daarnaast de waarde Geomorfologie. Uit onderzoek naar deze aanduiding en uit overleg met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed blijkt echter dat deze aanduiding kan komen te vervallen. Dit zal worden verwerkt in het nog vast te stellen permanente deel van het omgevingsplan. Ook kennen de gronden de gebiedsaanduidingen vrijwaringszone - radar en luchtverkeerzone – laagvlieggebied. 2. Buitengebied Wieringermeer 2009, eerste partiële herziening
14
Het bestemmingsplan “Buitengebied Wieringermeer 2009, eerste partiële herziening” is vastgesteld op 06-11-2014. Met de partiële herziening is het bestemmingsplan waarvan wordt afgeweken in stand gebleven, maar zijn er wijzigingen aangebracht ten aanzien van de regels en/of de verbeelding, zo ook voor de bestemming Agrarisch, hierin zijn tekstuele wijzigingen aangebracht. 3. Bestemmingsplan Parkeren en Wonen Het bestemmingsplan "Parkeren en Wonen" is vastgesteld op 4-10-2018 en opgesteld om duidelijke vorm te geven aan parkeren. Dit plan zorgt ervoor dat er voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd wordt bij (nieuwe) projecten. Het plan bevat specifieke parkeernormen die gebaseerd zijn op de richtlijnen van het kenniscentrum CROW. Bij de uitwerking zal rekening gehouden moeten worden met de parkeernomen (zie hoofdstuk 2.9). 4. Facetplan – Logies Het “Facetplan – Logies” is vastgesteld op 16-09-2021. In het facetbestemmingsplan wordt de term ‘logies’ zodanig gedefinieerd dat alleen recreatieve vormen van logies zijn toegestaan daar waar de huidige bestemmingsplannen ruimte bieden voor logies. Als het sprake is van tijdelijke huisvesting, zal (mede) aan dit plan getoetst moeten worden. Consequenties voor dit project:
De beoogde ontwikkeling is in strijd met het bestemmingsplan Buitengebied Wieringermeer 2009 alsmede de eerste partiële herziening Buitengebied Wieringermeer 2009. Ook dient bij de verdere uitwerking met de regels van de andere bestemmingsplannen rekening te worden gehouden. Voor onderhavig plan dient te worden afgeweken van het bestemmingsplan door middel van een nieuw omgevingsrechtelijk besluit onder de Omgevingswet.
3.3 Woonvisie Gemeente Hollands Kroon Vanuit de Woonvisie, vastgesteld door de gemeenteraad op 17 september 2024, wordt ingezet op behoud en versterking van de leefbaarheid en vitaliteit van alle kernen. De gemeente richt zich op de huidige inwoners, maar verwelkomt daarnaast ook instromers. Deze visie geldt als basis voor het sturen op een woningbouwprogramma dat voorziet in voldoende, duurzame, en vooral betaalbare woningen. Er zijn vier opgaven geformuleerd:
1. Beschikbaarheid van woningen. We bouwen om de leefbaarheid en het voorzieningenniveau van kernen te versterken en gebruiken daarvoor de overdruk op de woningmarkt. Dat betekent dat in elke kern een nieuwbouwopgave ligt, zodat starters en senioren in hun eigen dorp een geschikte woning kunnen vinden. 2. Wonen, zorg en welzijn. We faciliteren het oud worden in het eigen dorp. Met de voortgaande vergrijzing neemt de vraag naar zorg sterk toe. Er is behoefte aan aangepaste woningen, levensloopbestendige woningen, nieuwe vormen van samenwonen en combinaties van wonen en zorg. 3. Duurzame kwaliteit. De gemeente zet in op verduurzaming van de bestaande woningen, duurzame nieuwbouw en ‘bouwen vanuit de omgeving’. Hierbij zijn de thema’s passief bouwen, biobased, circulariteit en natuurinclusief de ambitie. 4. Betaalbaarheid staat voorop. We zetten vooral in op het toevoegen van betaalbare woningen en op het borgen van blijvende betaalbaarheid na oplevering. We willen toegroeien naar een aandeel van 30% sociale huur in de totale woningvoorraad. De woonvisie legt voor nieuwbouw de 30-30-40 regeling vast. Dat wil zeggen dat van het aantal te realiseren woningen: - 30% sociale huur is; - 30% middelduur (huur/koop), waarvan 15% tot een grens van € 250.000 en 15% tot een grens van € 350.000; en - 40% vrije sector.
15
Consequenties voor dit project:
Gelet op de grote behoefte aan woningen sluit de beoogde ontwikkeling goed aan bij de doelstellingen van de Woonvisie. Dit project draagt bij aan de spreiding van woningbouw over alle kernen en sluit daarmee aan op de gemeentelijke visie. In het woonprogramma wordt expliciet rekening gehouden met de vraag naar levensloopbestendige en aangepaste woningen voor ouderen. Betaalbaarheid is een belangrijk uitgangspunt; daarom wordt de 30-30-40 verdeling (30% sociale huur, 30% middenhuur/-koop, 40% vrije sector) onverkort voor het totale plangebied toegepast. 3.4 Woondeal 15 maart 2023 Op 15 maart 2023 hebben het Rijk, de provincie Noord-Holland en de gemeenten in de regio Noord-Holland Noord een nieuwe woondeal gesloten (2.0) als vervolg op een eerdere woondeal uit 2020. De woningdeal uit 2023 heeft het uitgangspunt om voor 2030 ruim 7.400 woningen te realiseren in de Kop van Noord-Holland. Afgesproken is om gemiddeld binnen de gemeente 65% van de nieuwbouwwoningen in het betaalbare segment (goedkoop en middelduur) te realiseren en te streven naar 30% sociale huur in de bestaande voorraad.
Er wordt onderscheid gemaakt in een minimum en een maximum. Het minimum komt neer op een lokale behoefte van 205 woningen, plus 200 woningen uit de eerste woondeal en 400 woningen uit de tweede woondeal. Samen maakt dit een totale behoefte van 805 woningen. Het maximum komt neer op dezelfde lokale behoefte van 205 woningen, plus 200 woningen uit de eerste woondeal en 600 woningen uit de tweede woondeal. Samen maakt dit een totale behoefte van 1005 woningen voor in heel Wieringerwerf tot 2030. Consequenties voor dit project:
Het uitgangspunt is om aan te sluiten bij de Woondeal waarin is afgesproken om op regioniveau ten minste 65% van de nieuwbouwwoningen in het betaalbare segment (goedkoop en middelduur) te realiseren en te streven naar 30% sociale huur in de bestaande voorraad. Voor dit project wordt daarom opgelegd dat van het aandeel vrije sector (40% op basis van de woonvisie) 5% van het aantal te realiseren vrije sector woningen moet worden gerealiseerd in de categorie landelijk middelduur, zijnde tot de op dat moment geldende NHGgrens.
3.5 Verkeer Inrichting en veiligheid van het wegennet zal getoetst worden aan de richtlijnen van CROW, Duurzaam Veilig (DV3) en Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030. De wegen worden ingedeeld aan de hand van het geldende wegencategoriseringsplan Hollands Kroon. In het wegontwerp wordt uitgegaan van de zwakkere verkeersdeelnemer en met de filosofie om fietsen te bevorderen door verbindingen met de fiets te prioriteren. Bij de ontsluiting van autoverkeer wordt goed het doel van de weg in kaart gebracht en daaruit volgt de bijbehorende inrichting van het wegprofiel. Gebiedsontsluitingswegen zijn 30 km/h (GOW30) en erftoegangswegen 30 km/h (ETW30). Consequenties voor dit project:
Bij de uitwerking van het plan dient rekening te worden gehouden met de richtlijnen vanuit het CROW. De wegen worden ingedeeld aan de hand van het geldende wegencategoriseringsplan Hollands Kroon.
16
3.6 Handboek Inrichting Openbare Ruimte, 2022-2025 Bij de uitwerking van het plan dient het vigerend beleid te worden toegepast. Op het moment van vaststelling betreft dit het Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2022-2025 (hierna: HIOR). Consequenties voor dit project:
Bij de uitwerking van het plan moet het HIOR als uitgangspunt dienen. Bij elke fase van het project moet de meest actuele versie van het HIOR toegepast worden en dus niet de versie die actueel was bij het afsluiten van de anterieure overeenkomst. In het HIOR staat het hele proces van ontwerp tot overdracht beschreven. Tevens is een passage opgenomen hoe om te gaan bij afwijkingen op het HIOR. Het daar beschreven proces moet gevolgd worden indien er wensen zijn om af te wijken.
3.7 Groenstructuurplan (2021-2031) Hollands Kroon Bij de uitwerking van het plan dient rekening te worden gehouden met het Groenstructuurplan Hollands Kroon. Dit plan richt zich op het herstellen, versterken en uitbreiden van houtige elementen (zoals bomenrijen, houtsingels en erfbeplantingen) om een dooraderd en biodivers landschap te realiseren. De kernpunten zijn als volgt: • Versterking van biodiversiteit: Het creëren van een lokaal netwerk van houtige beplantingen dat diersoorten (zoals vleermuizen, vogels en insecten) leefgebied en migratieroutes biedt. • Landschappelijke kwaliteit: Aansluiten bij de structuur van het landschap (organisch of rechtlijnig) om de identiteit en cultuurhistorische waarde te versterken. • Klimaatadaptatie en gezondheid: Bomen zorgen voor CO₂-opslag, verkoeling, wateropvang en dragen bij aan menselijk welzijn. • Robuust netwerk: Ontwikkeling van een grofmazig netwerk van robuuste houtverbindingen dat vertakt in fijnmazige structuren, zodat natuurkernen en agrarisch gebied beter worden verbonden
Afbeelding 9: Groenstructuurkaart (pagina 28-29 Groenstructuurplan 2021-2031)
Consequenties voor dit project:
Het groenstructuurplan noemt de Oosterterpweg als onderdeel van het fijnmazige netwerk dat versterkt kan worden met nieuwe bomenrijen en struweelbeplanting. Rondom de Oosterterpweg wordt gekeken naar aanvulling van ontbrekende beplanting langs wegen en sloten om het netwerk compleet te maken en ecologische verbindingen te realiseren. De locatie ligt in een polderlandschap met een rechtlijnige structuur; hier beschrijft het plan de ambitie om bomenrijen aan te leggen langs wegen waar dat kan en houtsingels te plaatsen op bredere bermen. 17
3.8 Leidraad Landschap en Cultuurhistorie Prachtlandschap Noord-Holland 2018
De Leidraad Landschap & Cultuurhistorie is een provinciale handreiking dat handvatten biedt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen om zorgvuldig om te kunnen gaan met landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek en daarnaast aan het versterken van de openheid van het landschap. De ambitie is dat ruimtelijke ontwikkelingen helder gepositioneerd zijn ten Afbeelding 10: Ruimtelijk uitgangspunt (Provincie Noord-Holland, 2018) opzichte van de ruimtelijke dragers. De Oosterterpweg is een belangrijke polderlijn in het raamwerk van de Wieringermeer. Er moet zorgvuldig om worden gegaan met deze belangrijkste/meest kenmerkende lijnen, op zo’n manier dat onder andere kenmerkende beplanting en de ritmiek van boerderijen met rood- en rietgedekte kappen en erven herkenbaar blijven. Consequenties voor dit project:
De Oosterterpweg ligt op een duidelijke polderlijn, een ontginningsstructuur die de dorpen Wieringerwerf en Kreileroord verbindt. Volgens de Leidraad moet zo’n lijn herkenbaar en beleefbaar blijven als landschappelijke drager. Nieuwe woonvelden langs de weg moeten daarom aansluiten bij de bestaande ritmiek en het karakter van het polderlandschap. Daarnaast zijn binnen de nieuwe ontwikkeling ook zichtlijnen naar het open landschap van belang om de openheid te kunnen versterken.
3.9 Convenant Toekomstbestendige Woningbouw MRA
Voor alle duurzaamheidsdoelen refereert de gemeente naar het door het college ondertekende convenant Toekomstbestendige Woningbouw. De ambities die de gemeente hierbij heeft ondertekend zijn: • • • • • • • •
Energie - Brons Circulair - Brons Duurzame mobiliteit - Brons Deelmobiliteit - Goud Klimaatadaptatie - Goud Natuurinclusief en biodiversiteit - Goud Groenblauw structuren - Zilver Gezonde leefomgeving – Brons
Consequenties voor dit project:
De ambitie is om zoveel mogelijk aan te sluiten op dit Convenant. Deze ambitie zal worden opgenomen in de anterieure overeenkomst.
3.10 Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie 2023-2026
18
De Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie (2023-2026) heeft als doel om de gemeente voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering en toe te werken naar een klimaatbestendige/waterrobuuste gemeente in 2050. Leidende principes zijn: klimaatadaptatie gebeurt integraal, samen met inwoners en bedrijven, met groen als uitgangspunt (groen tenzij), via prioriteitsgebieden en meekoppelkansen. De kernpunten zijn als volgt: Ambities en strategieën: 1. 2. 3. 4. 5.
Een water robuuste leefomgeving (om wateroverlast en droogte te beperken). Een hittebestendige woon- en werkomgeving (meer groen en schaduw). Beperken van droogtegevoeligheid (zoetwaterbeheer en gezonde bodem). Voorbereiden op overstromingen (gevolgbeperking en bewustwording). Waardevolle groene inrichting (natuur inclusieve en biodiversiteitsversterkende maatregelen).
Gebiedsgerichte aanpak: • • •
In bebouwde gebieden ligt de nadruk op vergroening, wateropvang, groene daken en ontharding. In het buitengebied gaat het om klimaat robuuste landbouw, biodiversiteit en waterbeheer. In kuststroken speelt waterveiligheid een hoofdrol (dijken, vluchtroutes, terpen).
Consequenties voor dit project:
De locatie aan de Oosterterpweg zal transformeren van buitengebied naar bebouwd gebied waar klimaatadaptieve maatregelen zoals waterbeheer (opvang en berging), bodemverbetering, vergroening en ontharding prioriteit hebben.
3.11 Overig beleid
Overig beleid waar rekening mee dient te worden gehouden, betreft onder meer: • • • • • • • • • • • •
Omgevingsplan Gemeente Hollands Kroon 2024 Algemene verordening Ondergrondse Infrastructuur 2024 Handboek Kabels en Leidingen 2015 gemeente Hollands Kroon Betonakkoord voor duurzame groei 2018-2023 Convenant Toekomstbestendig Bouwen Versie 2.0 2024 Convenant Toekomstbestendige Woningbouw Ambitieniveau Hollands Kroon Parkeerregels Hollands Kroon 2018 CROW Kennisbank Visie op participatie gemeente Hollands Kroon 2022 Participatieverordening gemeente Hollands Kroon 2022 Beleidskaart Archeologie 2022 Sportakkoord 2020
19
4 | Ruimtelijke uitgangspunten Bureau IMOSS heeft een stedenbouwkundig raamwerk voor de ontwikkeling aan de Oosterterpweg opgesteld. Deze opzet is tot stand gekomen in nauw overleg met de gemeente Hollands Kroon en het Rijksvastgoedbedrijf. De stedenbouwkundige hoofdopzet vormt de rode draad van deze Nota van Uitgangspunten en de basis voor de ontwikkeling naar woningbouw.
Afbeelding 11: Vogelvlucht ontwikkeling Oosterterpweg te Wieringerwerf
20
4.1 Visie 1. Een nieuwe wijk passend bij de cultuurhistorie en identiteit van Wieringerwerf Wieringerwerf ontleent zijn identiteit aan de agrarische pioniersgeschiedenis, de dorpsopzet van Granpré Molière en het historische slenkenlandschap. Samen vormen zij de ruimtelijke en landschappelijke dragers die het gebied verankeren in zijn oorsprong en toekomst.
De nieuwe wijk speelt in op de lokale woonbehoefte met passende woningtypen en dichtheden, zorgvuldig ingepast in de dorpsrand. Groene buffers zorgen voor een vloeiende overgang naar landschap en bestaande wijken, terwijl boerderij De Oosterterp als herkenbaar historisch element behouden blijft.
2. Een groene woonomgeving met het Slenkenpark als landschappelijke en ruimtelijke drager van het plangebied Groene randen rondom het plangebied zorgen dat afstand wordt gehouden tot de bestaande bebouwing en de bestaande boerderij en tegelijkertijd versterken deze randen het groene karakter van de nieuwe wijk. Het Slenkenpark is de landschappelijke en ruimtelijke drager van het plangebied en brengt reliëf en identiteit in het gebied. Het park is op zoveel mogelijk plekken beleefbaar en toegankelijk. Het Slenkenpark wordt begeleid door accenten in de bebouwing. Deze zorgen voor oriëntatiepunten en leiden de wandelaar en fietser door het park.
3. Een wijk die zorgt voor verbinding. Verbinding tussen de bewoners onderling maar ook een verbinding via een langzaamverkeersnetwerk en het groennetwerk met de bestaande wijken van Wieringerwerf. Een fijnmazig langzaamverkeersnetwerk staat centraal. De openbare ruimte wordt uitnodigend voor ontmoeting, beweging en het leggen van verbindingen met de omliggende buurten en het dorp.
21
4.2 Stedenbouwkundig concept 4.2.1 Het verhaal van Wieringerwerf
Het verhaal van Wieringerwerf ontvouwt zich in drie samenhangende verhaallijnen, die ieder hun eigen kwaliteit en betekenis toevoegen. Allereerst is de structuur van de ontginning zelf een eerbetoon aan het pionieren, de rationele verkaveling en het maakbare landschap die zo kenmerkend zijn voor de Wieringermeer (zie 2.3). Vervolgens het landschap: de oude slenken vormen de landschappelijke drager en brengen reliëf en identiteit in het gebied. Ten slotte speelt het robuuste groenblauwe raamwerk een centrale rol in de definitie van de woonsferen. Samen vormen deze drie lagen het fundament waarop de nieuwe woonwijk wordt ontworpen: geworteld in het verleden en gericht op de toekomst.
22
4.3 Ruimtelijke principes Er zijn meerdere ontwerpprincipes onderzocht om als ruimtelijk raamwerk te dienen. Gekozen is voor een gelaagdheid waarbij recht wordt gedaan aan het verleden en tegelijkertijd een eigentijdse herkenbare laag wordt toegevoegd. Dit geeft het plangebied een duidelijk herkenbare en herleidbare identiteit. Ontginningsstructuur als fundament Dit is een gebied met een pioniersgeschiedenis, waar landbouw de toon zette en ruimtelijke efficiëntie de basis vormde. De strakke verkaveling, typerende hoekverdraaiingen en functionele opzet geven de polder zijn karakteristieke ritme (zie 2.3). Deze structuur is niet alleen ruimtelijk interessant, maar ook essentieel voor de identiteit van de plek - en daarmee een belangrijk uitgangspunt in het ontwerp. De rationele verkaveling en het maakbare landschap die zo kenmerkend zijn voor de Wieringermeer. De agrarische kavelsloten vormen belangrijke lijnen in het plangebied en zijn van ecologische meerwaarde (zie 4.15). De Oosterterpweg is een belangrijke weg vanuit de agrarische identiteit gezien. Slenken als landschappelijke drager Wieringerwerf kent een bijzondere geschiedenis met het water. In de bodem is het oorspronkelijke slenkenlandschap ondanks de latere ontginning nog altijd zichtbaar en voelbaar aanwezig.
Deze gelaagdheid van het landschap vormt een waardevol vertrekpunt en een logische aaneengesloten verbinding op het bestaande groennetwerk van Wieringerwerf. Het is daarnaast van ecologische meerwaarde (zie 4.15). Deze historische laag wordt - in overdrachtelijke zin geherintroduceerd, als fundament voor een gebied dat recht doet aan zijn oorsprong. De oude slenken vormen de landschappelijke drager en brengen reliëf en identiteit in het gebied en zorgen voor een natuurlijke, recreatieve en sociale verbinder. Geïnspireerd op de natuurlijke stroming van een rivier (zie afbeelding 18 op pagina 34) zullen de binnenbochten een zachte kant van het park zijn met een natuurlijke overgang naar de aangrenzende woningen. Hier is ruimte voor waterberging en verblijven. De buitenbochten zullen worden gekenmerkt door een recreatieve fietsverbinding en een harde grens aan het park. Eilanden Dit raamwerk benadrukt de relatie met het water en verwijst subtiel naar het idee van eilandvorming binnen de polderstructuur. De toe te voegen woonvelden aan de Oosterterpweg zullen meedoen in de ritmiek en sfeer van de ontginning en het pionieren. De sfeer van de overige woonvelden wordt bepaald door het Slenkenpark en reageert hier ook als zodanig op. Geïnspireerd op de natuurlijke stroming van een rivier zullen de binnenbochten een natuurlijke overgang naar de aangrenzende woningen hebben.
De buitenbochten zijn de bochten waar de woningen georiënteerd zijn op het recreatieve fietspad en het Slenkenpark.
23
4.4 Stedenbouwkundig raamwerk
Afbeelding 12: Stedenbouwkundig raamwerk
24
Afbeelding 13: Positieve gezondheid
4.5 Belangrijke thema’s Op stedenbouwkundig niveau spelen op deze locatie enkele thema’s een cruciale rol. Ze vragen om zorgvuldige afstemming op de plek en haar karakter. Het ontwerp van een nieuwe leefomgeving kan een gezonde leefstijl bevorderen. Dit kan worden samengevat in de zes dimensies van Positieve Gezondheid: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Lichaamsfuncties Mentaal welbevinden Zingeving Kwaliteit van leven Meedoen Dagelijks functioneren
Deze zes dimensies bieden meekoppelkansen waarbij ontwerpuitgangspunten bij kunnen dragen aan meerdere dimensies om Positieve Gezondheid na te streven. Deze thema’s werken door de schalen heen en vormen de rode draad van het raamwerk tot en met het inrichtingsplan.
25
4.5.1 Belangrijke thema’s gekoppeld aan positieve gezondheid
Groene woonomgeving Lichaamsfuncties (1): Een natuurlijke inrichting die uitnodigt tot bewegen, sport en spel ondersteunt lichamelijke gezondheid en fitheid. Kwaliteit van leven (2): Een veilige, kwalitatieve leefomgeving versterkt het woongenot en het gevoel van welzijn. Groene buffers houden afstand van de omliggende buurten en het agrarische gebied.
Bodem en water Mentaal welbevinden (3): Herkenbaarheid en variatie zijn hier van belang, maar ook een duurzame en klimaatbestendige omgeving kan positief bijdragen aan een mentale gezondheid en de bewustwording van de relatie met het water.
Identiteit Zingeving (4): Ruimte voor rust en herstel ondersteunt persoonlijke reflectie en betekenisgeving. Het behouden en versterken van de cultuurhistorie en identiteit van een plek geeft mensen een gevoel van verbondenheid en richting.
Samenleving Meedoen (5): Sociale cohesie ontstaat waar de leefomgeving uitnodigt tot contact en samenwerking via ontmoetingsplekken, gedeelde tuinen, moestuinen, (openbare) sportvoorzieningen en ruimte voor spelen en initiatieven.
Bereikbaarheid
Dagelijks functioneren (6): Voor het dagelijks functioneren is de bereikbaarheid van belang. Het gaat hierbij om de bereikbaarheid en toegankelijkheid van woningen en eventuele voorzieningen. Parkeren en goede fiets-/wandelroutes zijn hierbij belangrijk. Het langzaamverkeer staat centraal en verbindt de nieuwe wijk met haar omgeving.
26
Afbeelding 14: Woonsferen fase 1, 2 en 3.
4.6 Wonen 4.6.1 Woningbouwprogramma
Het beleid is erop gericht om per gebied of wijk een optimale mix van doelgroepen na te streven met een bijbehorend woningbouwprogramma. In iedere fase vraagt de gemeente een mix van sociaal, middelduur en dure woningen. Voor het (definitieve) woningbouwprogramma gelden de volgende eisen en ambities: 1. Het uitgangspunt is een 30-30-40 verdeling; 2. Ruimte voor 800-1000 woningen (lokale plus (boven)regionale behoefte); 3. Variatie aan typologieën. Het uitgangspunt voor het totale plangebied is de 30-30-40 (sociaal-middelduur-vrije sector (inclusief middelduur landelijk)) verdeling, maar in Wieringerwerf ligt ongeveer de helft van de behoefte bij sociale huur. De versnellingslocatie (Dorsmolen-Oost) draagt hieraan bij. De gemeente staat open voor innovatieve concepten, zoals de combinatie met zorg en het mee ontwerpen van mantelzorgwoningen of huisvesting voor arbeidsmigranten in de nieuwe woonwijk. Voor arbeidsmigranten gaat het dan om mid- en longstay verblijven. Deze woningen kunnen mogelijk na 10-20 jaar 27
Afbeelding 15: Woonsferen fase 1
worden omgezet naar levensloopbestendige woningen, waar ook behoefte aan is. Wat betreft woningtypologieën is er een grote variatie mogelijk, waardoor rijwoningen, hofjes, patio’s en rug aan rug woningen allemaal mogelijk zijn in de nieuwe wijk. Ook is er een behoefte aan levensloopbestendige woningen gezien de vergrijzing in de omgeving. De gemeente staat open voor innovatieve woonconcepten en het zou interessant kunnen zijn om concepten met zorg mee te nemen in de typologie van de nieuwe wijk. De variatie aan typologieën die een plek krijgen binnen fase 1 sluiten aan op het indicatieve programma vanuit het woonbehoefte onderzoek uitgevoerd door SWECO (april 2025). Dit resulteert in een mix van rijwoningen, rug aan rug woningen en appartementen binnen het sociale segment, rijwoningen en appartementen binnen het middensegment en levensloopbestendige rijwoningen, vrijstaande woningen, twee onder een kap woningen en appartementen binnen het dure segment. Dit aanbod sluit aan bij de woonbehoeftes. Een mogelijke programmatische uitwerking is zichtbaar in hoofdstuk 6.
Bij de ontwikkeling wordt voortgebouwd op de principes van het dorps karakter zoals Granpré Molière die ooit voorstelde, met aandacht voor variatie in het straatbeeld door verspringende rooilijnen en wisselende oriëntaties, en met een opzet die gekenmerkt wordt door kleinschalige bebouwing, het gebruik van baksteen en de aanwezigheid van een tuin of groene ruimte bij iedere woning (zie 2.3).
Met het oog op enerzijds de komst van de sociale huurwoningen op de versnellingslocatie aan de DorsmolenOost en anderzijds de kosten-/batenverhouding tussen de verschillende fases varieert de verdeling in de segmentering per fase. De segmentering per fase wijkt af van de eerder benoemde 30-30-40 verhouding, maar het gemiddelde van de segmenten over alle fases zorgen voor een juiste verhouding voor de totale ontwikkeling. Woningdifferentiatie per fase: Sociaal Middelduur laag Middelduur hoog Middelduur landelijk Vrije sector
Fase 1 25% 15% 20% 5% 35% 100%
Fase 2 33% 15% 13% 5% 35% 100%
Fase 3 32% 15% 12% 5% 35% 100%
Gemiddeld 30% 15% 15% 5% 35% 100%
De prijsklasse zal ten allen tijden moeten voldoen aan het vigerende beleid (woonvisie en Rijksbeleid). Dit betekent dat de gehanteerde prijsklassen in de toekomst mee bewegen met eventuele wijzigingen. Prijsgrens per prijsklasse op moment van vaststelling: Prijsklasse Middelduur laag Middelduur hoog Middelduur landelijk Vrije sector
Prijsgrenzen Koopprijs < € 250.000 Koopprijs tussen € 250.000 en € 350.000 Koopprijs tot € 405.000 (onder landelijke NHG-grens) Koopprijs > € 350.000
4.6.2 Gemeenschappelijke ruimten
In de appartementencomplexen zullen zowel jonge als oudere bewoners kunnen wonen. Om de sociale cohesie in de nieuwe wijk te bevorderen is het prettig als er ruimtes of plekken zijn waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten. Dit kan zowel binnen als buiten zijn. Daarnaast is het wenselijk om in de buitenruimte een aanleiding te creëren waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten. Bij de uitwerking van de plannen wordt hier aandacht aan besteed.
28
4.7 Beeldkwaliteit Uit het stedenbouwkundige raamwerk volgen de volgende globale uitgangspunten m.b.t. de beeldkwaliteit. Een nadere uitwerking van deze uitgangspunten volgt in de beeldkwaliteitsplannen voor fase 1,2 en 3. In elk beeldkwaliteitsplan wordt vooruitgeblikt naar de beeldkwaliteit in de volgende fase en teruggeblikt op de beeldkwaliteit van de voorgaande fase. 4.7.1 Openbare ruimte
•
•
•
• •
Het Slenkenpark is de ecologische, recreatieve en sociale drager van het plan (zie 4.7.4). De structuur van het park is geënt op de landschappelijke ontstaansgeschiedenis en geeft daarmee identiteit aan de wijk. Met de groenstructuren die zullen ontstaan zal de nieuwe wijk uitvloeien in het omringende landschap. De wijk krijgt als geheel een groene omkadering die voor deze vloeiende overgang zal zorgen. Dit sluit aan bij het principe van groene grenzen dat in de rest van Wieringerwerf zelf ook wordt toegepast (zie hoofdstuk 2.3). In verband met klimaatadaptatie (zie hoofdstuk 4.13) wordt de openbare ruimte zo groen mogelijk ingericht met veel bomen. Regenwater wordt waar mogelijk oppervlakkig afgevoerd richting centraal gelegen retentiegebieden. De hoofdstructuur die de woonvelden onderling verbindt kent een eenduidig, groen wegprofiel met aan beide zijden een groenstrook met bomen. In dit profiel worden geen parkeerplaatsen gerealiseerd. Binnen de woonvelden vindt het parkeren zoveel mogelijk plaats op achterterreinen, daarnaast is er ruimte voor groen om water op te vangen en te laten infiltreren en/of af te voeren. Groenstroken zijn hiervoor opgenomen in het straatprofiel (zie hoofdstuk 5.1.2).
Afbeelding 17: Beeldkwaliteit openbare ruimte
29
4.7.2 Ruimtelijke dragers 1. Slenkenpark
Centraal in het plan ligt het Slenkenpark, een landschappelijke structuur geïnspireerd op het historische slenkenlandschap. Het Slenkenpark is de landschappelijke en ruimtelijke drager van het plangebied en brengt reliëf en identiteit in het gebied. Daarnaast fungeert het park ook als ecologische, recreatieve en sociale drager. Het Slenkenpark volgt het principe van de natuurlijke stroming van een rivier en kent daarom een ’snelle’ en een ‘langzame’ zijde. De snelle zijde volgt steeds de buitenbochten van het park; hier loopt een doorgaand recreatief fietspad. De langzame zijde ligt aan de binnenbochten van het park. Op de rustige, meanderende delen ontstaat juist ruimte voor vertraging, waar het reliëf van de slenken zichtbaar wordt en water op natuurlijke wijze wordt opgevangen. Hier lopen wandel- en struinpaden en worden natuurlijke speelplekken ingericht. Deze plekken hebben een natuurlijke inrichting; hier wordt een groot gedeelte van de waterberging gerealiseerd in wadi’s en beplante retentiezones. De vorm van het park - met binnenbochten als verblijfsplekken en buitenbochten met een recreatieve fietsroute - brengt dynamiek, oriëntatie en beleving in het gebied. Het park sluit aan op de bestaande groenstructuur van Wieringerwerf en verbindt de wijk zowel landschappelijk als programmatisch. Het park is op zoveel mogelijk plekken beleefbaar en toegankelijk.
Het park stimuleert Positieve Gezondheid door ruimte te bieden voor bewegen, spelen en ontmoeten, in een groene en natuurlijke omgeving die uitnodigt tot verblijf. Rondom dit park liggen de woonvelden.
2. Polderlijnen De bestaande agrarische sloten refereren aan het pionieren, de rationele verkaveling en het maakbare landschap die zo kenmerkend zijn voor de Wieringermeer. Ze geven daarmee historisch besef. Ze zorgen voor identiteit, herkenbaarheid en continuïteit met het omliggende landschap. Bestaande greppels worden getransformeerd naar natuurvriendelijke retentiegebieden. Hiermee krijgen deze een prominente rol in de openbare ruimte en maken ze een sterke koppeling met de cultuurhistorie van de Wieringermeerpolder. Tevens zijn natuurvriendelijke oevers van belang voor de klimaatopgave.
30
Afbeelding 18: Natuurlijke stroming rivier
3. Hart van de wijk Midden in de wijk, aan het Slenkenpark, vormt een cluster van voorzieningen, waar nu een reservering voor opgenomen is, in de toekomst het levendige hart van de wijk: een plek voor ontmoeting, gemak en samenleven.
4. Langzaam verkeer centraal Het autoverkeer wordt ontsloten via twee aansluitingen op de Oosterterpweg. Hierdoor krijgt de auto een minder prominente plek binnen de wijk zelf, wat de leefkwaliteit ten goede komt. In plaats daarvan staat een fijnmazig netwerk voor langzaam verkeer centraal: uitnodigend voor ontmoeting, beweging en het leggen van verbindingen met de omliggende buurten en het dorp. Binnen de woonvelden vindt het parkeren zo veel mogelijk op achterterreinen plaats (auto uit het zicht) waardoor een groene leefomgeving ontstaat waar ruimte is voor voetgangers, fietsers, ontmoeting en groen.
5. Zichtlijnen, routing en enscenering Het Slenkenpark wordt begeleid door accenten in de bebouwing. Op strategische plekken langs het park is ruimte voor architectonische accenten met, op basis van uitgangspunten van architect Granpré Molière, behoud van een dorpse schaal en uitstraling in de architectuur. Daarnaast zorgen de accenten voor oriëntatiepunten en leiden de wandelaar en fietser door het park. Zo ontstaat een samenhangend geheel waarin landschap en bebouwing elkaar versterken. Denk hierbij aan appartementen van maximaal vijf bouwlagen of woningen met een markante kapvorm of bijzondere architectuur. De aard en schaal van deze accenten dienen zorgvuldig te worden afgestemd op de specifieke locatie binnen het plan, zodat deze bijdragen aan een gevarieerd en herkenbaar straatbeeld.
31
4.7.3 Bebouwing
• • • • • •
Bebouwing grenzend aan de buitenbochten van het Slenkenpark heeft een gesloten bebouwingsstructuur met voorkanten naar het park waardoor de parkbeleving wordt versterkt. Langs de binnenbochten van het park wordt aangesloten met een vrij, meer informeel verkavelingspatroon. Appartementen grenzend aan het park hebben een alzijdige uitstraling en staan ‘met de voeten’ in het park. Op deze manier vormen ze belangrijke accenten en herkenningspunten. Appartementen in de woonvelden maken deel uit van een bebouwingsblok met parkeren op het achterterrein. De woonvelden langs de Oosterterpweg doen mee in de ritmiek en het karakter van de ontginning en het pionieren (zie 2.3) en zal bestaan uit een variatie aan woonvelden met daarbij aansluitende typologieën. Het gewenste architectuurbeeld is overwegend gebaseerd op traditionele bouwvormen zoals jaren ’30 stijl en mid-century wederopbouw architectuur (jaren ’50) en sluit daarmee aan op de traditie van de Wieringermeerpolder. Uitzonderingen in de vorm van eigentijdse invullingen zijn denkbaar op specifieke plekken. Dit sluit ook aan op de wensen van bewoners die als resultaat zichtbaar werden met behulp van een Swipocratie. Hier is meer over te lezen in bijlage 9.
Afbeelding 16: Beeldkwaliteit bebouwing
32
4.7.4 Woonsferen
De woongebieden kennen een rijk palet aan woonsferen die inspelen op de landschappelijke structuren en het Slenkenpark. Van wonen langs polderlijnen en groene woonstraten tot velden aan de Oosterterpweg: elke sfeer heeft een eigen karakter en beleving. Appartementen en grondgebonden woningen zijn zorgvuldig gepositioneerd, soms met een sterke relatie tot het park, soms juist in de luwte van de woonvelden. Zo ontstaat een gevarieerd geheel waarin groen, water en architectuur elkaar aanvullen en samen zorgen voor herkenbare, leefbare en toekomstbestendige woonmilieus. Op deze woonsferen zal in de volgende fasen van de planontwikkeling (het stedenbouwkundig plan en het beeldkwaliteitsplan) worden voortgebouwd, zodat de kwaliteiten verder worden verdiept en concreet uitgewerkt. 1. Voorkanten aan het Slenkenpark: Bebouwing grenzend met de voorkanten aan het Slenkenpark heeft een gesloten bebouwingsstructuur. De parkbeleving wordt versterkt door de relatie binnen-buiten te benadrukken, bijvoorbeeld in de vorm van veranda’s aan de voorzijde van de woning. De woningen liggen soms met de voorkant aan het fietspad. Het fietspad is ingepast in het groen.
2. Achterkanten aan het Slenkenpark: Bebouwing grenzend met de achtertuinen aan het Slenkenpark hebben een vrij, meer informeel verkavelingspatroon met bijzondere aandacht voor (groene) erfafscheidingen, met name bij de aansluiting op het park.
33
3. Appartementen aan het Slenkenpark: Appartementen grenzend aan het park hebben een alzijdige uitstraling (portiekontsluiting) en staan ‘met de voeten’ in het park. Op deze manier vormen ze belangrijke accenten en herkenningspunten. Dit sluit ook aan op de visie die Granpré Molière (zie 2.3) bij de ontwikkeling van Wieringerwerf voor ogen had, waarbij hij rekening hield met zichtlijnen voor de situering van markante gebouwen.
4. Appartementen binnen het woonveld De appartementen binnen het woonveld zijn zorgvuldig ingepast zodat ze aansluiten bij de schaal en uitstraling van de omliggende woningen. Ze zorgen voor variatie in woonvormen, versterken de ruimtelijke samenhang en creëren kleinschalige ontmoetingsplekken. Deze complexen vormen de afronding van het woonveld: naar buiten toe presenteren zij een representatieve gevel, terwijl de binnenzijde met galerijen en parkeren wordt georganiseerd.
5. Wonen aan een woonstraat: In het plan zijn ook woningen die niet aan het Slenkenpark of aan een polderlijn grenzen. Deze woningen liggen aan secundaire wegen (de woonstraten). De woonstraten zijn zo groen mogelijk ingericht met veel bomen. Regenwater wordt waar mogelijk oppervlakkig afgevoerd.
34
6. Wonen aan de Oosterterpweg: De woonvelden langs de Oosterterpweg doen mee in de ritmiek en het karakter van de ontginning en het pionieren (zie 2.3). Deze zone bestaat uit een variatie aan woonvelden met daarbij aansluitende typologieën. De woningen richten zich met de voorkanten op het groen waardoor een kwalitatieve openbare ruimte tussen de velden ontstaat. De boerderij aan de Oosterterpweg 1 wordt ingepast als een op zichzelf staand erf.
7. Wonen aan de polderlijnen: Woningen kunnen met hun voor- of achter- of zijkant aan de polderlijnen liggen. Polderlijnen met daaraan grenzend voorkanten van woningen, fungeren als plek voor de bewoners om te spelen en te verblijven. Polderlijnen met daaraan grenzend achterkanten van woningen hebben een ander karakter. De overgang van de achtertuinen naar het water is geleidelijk vormgegeven met lage erfafscheidingen om de openheid van de lijnen te behouden.
8.
Wonen aan de laan
Bebouwing grenzend aan de hoofdinfrastructuur (de laan) hebben hun voorzijde of zijkant hieraan georiënteerd. Het profiel van deze laan bestaat uit stoepen en groen langs de geasfalteerde weg. De groenstroken bieden ruimte voor bomen. Parkeren vindt niet langs deze lanen plaats.
35
Afbeelding 19: Kaart voorzieningen
4.8 Voorzieningen Door de toevoeging van 800-1000 nieuwe woningen kan behoefte ontstaan aan enkele voorzieningen, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheidszorg of collectieve ruimtes (ontmoetingsfunctie). Deze functies zijn in de stedenbouwkundige opzet opgenomen in de vorm van een ruimtereservering. Deze locatie ligt centraal in het plangebied, waardoor het een belangrijke rol kan spelen in de wijk en de vorming van sociale cohesie tussen de toekomstige bewoners van het gebied. De Quick Scan Voorzieningen Wieringerwerf, uitgevoerd door BRO, geeft inzicht in de behoefte aan voorzieningen als gevolg van deze nieuwe gebiedsontwikkeling voor Wieringerwerf. Het onderzoek gaat uit van een toevoeging van 800-1000 woningen. Dit onderzoek is op basis van landelijke kengetallen tot stand gekomen en is daarom getoetst in de vorm van participatie (zie bijlage 9). 4.8.1 Spelen en sport
In Hollands Kroon wordt vanuit haar beleid ingezet op het stimuleren van een gezonde leefstijl en het faciliteren van voldoende sport- en beweegmogelijkheden in de openbare ruimte. Dit betekent dat bij gebiedsontwikkelingen niet alleen sportaccommodaties, maar ook informele beweegvoorzieningen en speelplekken een plek krijgen in de ruimtelijke uitwerking. Door de toevoeging van woningen kan het zijn dat er behoefte ontstaat aan meer openbare sportfaciliteiten. Dit betekent dat in de openbare ruimte van het plangebied sport- en/ of beweegvoorzieningen moeten worden aangebracht in ongeorganiseerd verband voor alle leeftijden. Een divers en inclusief sportaanbod is belangrijk, 36