CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

B1. Toelichting Bestemmingsplan Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

Raad 18 april 2024, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Bestemmingsplan Zuiderdijkweg 11 in Wieringerwerf25.733 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Toelichting (v astgesteld)

25

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

Figuur 8: Uitsnede risicokaart Noord-Holland Bron: Risicokaart.nl

Windmolen Binnen het plangebied is sprake van een risicovolle activiteit, bestaande uit een windturbine. Uit de signaleringskaart van de OD-NHN, valt op te maken dat het een windturbine is. Het plaatsgebonden risico is niet hoger is dan 10-6 per jaar op de woonvoorziening van arbeidsmigranten, waarmee ruimschoots wordt voldaan aan de grenswaarde die het Barim hieraan stelt en het lokaal veiligheidsbeleid van de gemeente Hollands Kroon.

Figuur 9: Uitsnede signaleringskaart OD-NHN

Conclusie

26

Toelichting (vastgesteld)

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die in de directe omgeving aanwezig zijn in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoeren van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Vanuit spoor-, vaarwegen, wegtransport, buisleidingen en inrichtingen gelden geen beperkingen voor het plangebied.

4.2

Water

Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een Watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Zo'n waterparagraaf moet sinds 1 januari 2003 worden opgenomen in onder meer de toelichting bij een bestemmingsplan. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken. Beleidskader Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding. Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's. Provincie Op provinciaal niveau heeft de provincie Noord-Holland het beleid vertaald in het Provinciaal Waterplan "Watervisie 2021". In dit plan staat uitgebreid beschreven hoe de provincie, samen met waterschappen en andere partners, een duurzame en klimaatbestendige delta zal realiseren en behouden, waar het veilig en aangenaam wonen, werken en recreëren is.

De watervisie is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van de watervisie is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. 4.2.1

Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Hollands Noorderkwartier. Voor elk ruimtelijk plan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de effecten van de bouwmogelijkheden op het waterbeheer. De waterbeheerder voert de Watertoets uit. De Watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. De opmerkingen van de waterbeheerder worden verwerkt in deze waterparagraaf. Taken en bevoegdheden van Hollands Noorderkwartier als waterbeheerder Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterplan HHNK 2022-2027) opgesteld. In het Waterplan HHNK 2022-2027 (voorheen Waterprogramma 2016-2021) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk.

Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Keur en uitvoeringsregels Op grond van de Waterwet is het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier als waterschap bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem

Toelichting (v astgesteld)

27

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

beïnvloeden. Denk hierbij aan handelingen in of nabij: waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden), watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken), andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen), de bodem van kwelgevoelige gebieden, maar ook aan: onttrekken en lozen van grondwater, Het aanbrengen van verhard oppervlak. De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunningplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. Wie bijvoorbeeld op een waterkering wil bouwen, moet een watervergunning aanvragen bij het hoogheemraadschap (én een omgevingsvergunning bij de gemeente). In de uitvoeringsregels die bij de Keur horen is dit nader uitgewerkt. De regels zijn te vinden op https://www.hhnk.nl/keur/. Riolering In het buitengebied is geen riolering aanwezig. De gemeente hanteert de smalle zorgplicht en die voorziet niet in nieuwe aanleg van riolering door de gemeente. 4.2.1.1 Onderzoek / beoordeling Het plangebied is momenteel in gebruik als kwekerijbedrijf. De kas en overige bebouwing (oppervlakte ca. 13.808 m²) met verharding worden uitgebreid. Door deze toename aan verharding zal de neerslag versneld worden afgevoerd van het terrein. Zonder compenserende maatregelen kan dit leiden tot ongewenste peilstijgingen en zal de waterhuishoudkundige situatie hierdoor verslechteren.

Een dusdanige toename van het verharde oppervlak heeft negatieve gevolgen voor het watersysteem volgens de watertoets. Het hemelwater stroomt versneld af en komt direct tot afvoer. Compensatie in de vorm van waterberging of infiltratie is noodzakelijk om deze negatieve effecten op te heffen. Het hemelwater van de bebouwing wordt opgevangen in een regenwaterbassin. Het bassin is groot genoeg om piekwaterberging te realiseren. Er wordt een watervergunning aangevraagd voor versneld afstromen van hemelwater. Omdat in het buitegenbied geen aansluiting op de riolering mogelijk is, zal het huishoudelijk afvalwater van de nieuw te bouwen migrantenverblijven ter plaatse moeten worden verzameld. Omdat het goed functioneren van kleine installaties lastig is door bijvoorbeeld seizoensinvloeden of grote piekbelastingen en er geen langjarige ervaring is met nieuwe technieken kan het afvoeren per as een praktische en robuuste oplossing zijn. Als de bouwplannen voor de migrantenhuisvesting verder uitgekristalliseerd zijn, zal een keuze worden gemaakt voor het doelmatig afvoeren van het huishoudelijke afvalwater. Op 27 januari 2022 is de watertoets ingediend (Bijlage 4). De normale procedure moet worden gevolgd. Conclusie Vanwege de toename in verharding dient het versneld afvoeren van water te worden gecompenseerd.

Voor deze compensatie heeft het Hoogheemraadschap Beleidsregels 'Compensatie verhardingstoename' en 'Alternatieve vormen van waterberging' opgesteld. Het plan voldoet aan deze beleidsregels. Er wordt in overleg met het Hoogheemraadschap een watervergunning hiervoor aangevraagd.

4.3

Archeologie

Wettelijk kader In 1992 is het Verdrag van Malta tot stand gekomen en in 1998 door Nederland geratificeerd. Doelstelling van het verdrag is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen.

28

Toelichting (vastgesteld)

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

In het verdrag van Malta wordt gesteld dat archeologie van wezenlijk belang is voor de geschiedschrijving van de mensheid. Het verdrag is erop gericht deze waarden voor de toekomst te behouden. De gehanteerde uitgangspunten zijn: archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren (behoud in situ); in ruimtelijke ordening (planvorming) al rekening houden met archeologische waarden; de bodemverstoorder betaalt archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen. Het verdrag is geïmplementeerd in de Erfgoedwet die per 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze wet is in de plaats gekomen van 6 wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed. De gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van ruimtelijke plannen rekening te houden met eventueel aanwezige archeologische waarden. 4.3.1

Landschap en cultuurhistorische Noord-Holland

De Provincie Noord-Holland heeft een Leidraad Landschap en Cultuurhistorie gemaakt waarin de kenmerken van de verschillende gebieden, ook wel ensembles genoemd, zijn beschreven. Binnen het plangebied is geen sprake van specifieke cultuurhistorische waarden. Wel kunnen de structuren van het landschap als cultuurhistorisch waardevol worden aangemerkt. Daar de verkavelingsstructuur ongewijzigd blijven, worden geen cultuurhistorische waarden aangetast. 4.3.2

Gemeentelijke beleidsnota archeologie

Hollands Kroon wordt gekenmerkt door een rijk bodemarchief, waarvan de bewaarcondities over het algemeen gunstig zijn. Er zijn tevens drie archeologische gebieden van provinciaal belang binnen de gemeentegrenzen. Dit houdt in dat archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden en als blijkt dat er sprake van aantasting is dit goed gemotiveerd moet worden. Volgens de gemeentelijke archeologische kaart ligt plangebied niet in een van de drie archeologische gebieden van belang (figuur 9).

Figuur 9 Gemeentelijke archeologische kaart uit omgev ingsv isie, deelgebied in rood aangegev en.

Gelet op het vorenstaande is een Bureau-onderzoek naar archeologie achterwege gelaten. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten

Toelichting (v astgesteld)

29

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

te melden bij het bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Deze aanbeveling zal worden overgenomen. Wanneer onverhoopt tijdens het bouwrijp maken toch archeologische sporen worden gevonden, dan zullen verdere bodemingrepen onder archeologische begeleiding plaatsvinden. 4.3.3

Monumenten

In het plangebied bevinden zich geen Rijks- of gemeentelijke monumenten. Conclusie Het initiatief tast de cultuurhistorische en archeologische waarden niet aan, zodat er vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen worden gesteld aan deze planontwikkeling.

4.4

Ecologie

Wettelijk kader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Hiervoor is de Wet Natuurbescherming opgesteld. Doelen van de Wet natuurbescherming zijn het beschermen en ontwikkelen van de natuur, het behouden en herstellen van biologische diversiteit en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen. De Wet Natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De provinciale verordening wijst beschermde gebieden aan die van belang zijn voor het Natuur Netwerk Nederland (NNN)) en Weidevogelleefgebieden. Onderzoek / beoordeling Het plangebied ligt op circa 5 km van het dichtstbijzijnde NNN gebied en op circa 4,8 km van het dichtstbijzijnde BPL gebied. Gelet op de natuurwetgeving dient in beginsel een natuurtoets te worden uitgevoerd om inzicht te krijgen in de verstorende effecten op de SBZ-Broekvelden/ Vettenbroek zoals veranderde geluidsbelasting, lucht-, water- en bodemverontreiniging en verstoring door de sloop van de woning en de schuur, maar ook de aanwezigheid van mensen en licht tijdens de aanleg. In verband hiermede is een ecologisch onderzoek uitgevoerd. 4.4.1

Ecologisch onderzoek

Bij een bestemmingsplanherziening c.q. bestemmingsplan moet bekeken worden wat het effect is op de aangrenzende natuurbeschermingsgebied en de aanwezige flora- en fauna. In verband hiermede is een ecologische quickscan uitgevoerd door Vonk Groenservice. Tevens is een ecologische voortoets uitgevoerd. De resultaten zijn vastgelegd in het rapport van 13-10-2023 (Bijlage 5). Op basis van een literatuuronderzoek en een veldonderzoek kunnen de volgende conclusies en aanbevelingen worden getrokken (overgenomen uit het rapport). Conclusies en aanbevelingen ecologisch onderzoek Voor door de Wet natuurbescherming beschermde (verblijfplaatsen van) reptielen, amfibieën, vaatplanten, vissen, dagvlinders en/of libellen zijn niet aangetroffen. Voor door de Wet natuurbescherming beschermde (verblijfplaatsen van) vogels zijn mogelijk wel aangetroffen. Dit zijn mogelijk de huismus en de uil. 1. Het is niet uit te sluiten dat er nesten van Huismussen onder de dakpannen aanwezig zijn. Het nest in de nestkast is vermoedelijk van een Huismus. De Huismus is een koloniebroeder. Dat er meer nesten aanwezig zijn is aannemelijk en dient nader onderzocht te worden. 2. Het is niet bekend of de uilenkast in de schuur nog gebruikt wordt. De mogelijkheid is er in ieder geval. Om duidelijkheid te krijgen of de uilenkast in gebruik is, dient nader onderzoek plaats te vinden.

Het is mogelijk dat er genesteld wordt in de akker naast en achter de schuurkas. Voorafgaand aan werkzaamheden zal hiernaar een check gedaan moeten worden. Bij het aantreffen van een nest dient gewacht te worden totdat het nest verlaten is.

30

Toelichting (vastgesteld)

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

Het is mogelijk dat er genesteld wordt onder de onderste rij dakpannen. Voorafgaand aan werkzaamheden zal hiernaar een check gedaan moeten worden. Bij het aantreffen van een nest dient gewacht te worden totdat het nest verlaten is. Er zijn een viertal Huiszwaluwnesten aanwezig bij de achtergevel van de schuur. Het is raadzaam om deze nesten te verwijderen voordat de Huiszwaluwen terugkeren vanuit het zuiden. Dat betekent dat de nesten uiterlijk voor 1 mei verwijderd kunnen worden. Daarna is de kans dat de nesten weer in gebruik worden genomen. In de achtergevel zijn meerdere openingen aanwezig welke gebruikt kunnen worden als in- en uitvliegopening door vleermuizen. Het is niet uit te sluiten dat er vleermuisverblijfplaatsen aanwezig zijn. Om hier zekerheid over te krijgen, is nader onderzoek noodzakelijk. Tijdens de werkzaamheden dient in ieder geval rekening te worden gehouden met de zorgplicht. Indien er twijfel bestaat over het al dan niet naleven van de zorgplicht en/of het welzijn van flora en fauna tijdens de werkzaamheden dient er contact opgenomen te worden met een erkend ecoloog. Door de beoogde werkzaamheden kan de Wet Natuurbescherming overtreden worden omdat niet uit te sluiten is of er Huismusnesten of vleermuisverblijfplaatsen aanwezig zijn. Om hier duidelijkheid over te krijgen is aanvullend onderzoek naar deze soort/soortgroep noodzakelijk.

In 2022 is door Vonk ecologie een aanvullend onderzoek gedaan naar huismussen, vleermuizen en uilen. De resultaten zijn vastgelegd in het rapport van 21/10/2022 PROJECTNUMMER: 22-351 (zie Bijlage 6). De uitkomst van dit onderzoek is dat er geen verblijfplaatsen of nesten of overige functies voor de onderzochte soorten aanwezig zijn in de te slopen bebouwing. Conclusie Ecologie Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het NNN of BPL. Er zijn geen verblijfplaatsen of nesten of overige functies voor de onderzochte soorten aanwezig in de te slopen bebouwing. Hierdoor is het niet nodig om maatregelen te treffen. Er kan geen verstoring plaats vinden van vleermuizen, huismussen of uilen. De bouw- en sloop plannen zijn uit ecologisch oogpunt geen bezwaar. 4.4.2

Natura-2000

Het plangebied bevindt zich op korte afstand van het Natura-2000 gebied IJsselmeer. Onderstaande kaart toont de ligging van het perceel ten opzichte van het IJsselmeer.

Toelichting (v astgesteld)

31

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

Figuur 10: Ligging perceel (rode stip) ten opzichte v an Natura-2000 gebieden

Om de effecten voor Natura 2000-gebieden in beeld te brengen, zijn Aeriusberekeningen gemaakt op basis van AERIUS versie 2023.0.1. Er is een stikstofrapport opgesteld waar de Aeriusberekeningen zijn opgenomen (zie Bijlage 7). De berekeningen hebben geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr. Conclusie Het voorgenomen plan heeft geen negatieve gevolgen voor de Natura 2000-gebieden.

4.5

Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

4.5.1

Kabels en leidingen

In het plangebied liggen, behoudens de gebruikelijke kabels en leidingen voor huisaansluitingen van gas, water, elektra, kabel/telefoon en openbare verlichting geen planologisch relevante watertransportleidingen en gastransportleidingen, zodat een beschermende regeling niet nodig is.

32

Toelichting (vastgesteld)

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

Hoofdstuk 5 5.1

DLVge

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De gemeente en initiatiefnemer/exploitant hebben over de economische uitvoerbaarheid van het plan overleg gehad. De planontwikkeling zal in overeenstemming zijn met provinciale, regionale en gemeentelijke uitgangspunten. De afspraken zijn vastgelegd in een tussen de gemeente en initiatiefnemer/ exploitant gesloten exploitatieovereenkomst, waarin tevens planschade is geregeld en een bijdrage in de ambtelijke kosten is opgenomen. Hiermee is het kostenverhaal voor de ontwikkeling verzekerd en is het niet noodzakelijk om een exploitatieplan vast te stellen. Er zijn ook geen overige redenen als bedoeld in artikel 6.12 Wro, om een exploitatieplan vast te stellen.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Omdat het initiatief in het buitengebied plaatsvindt, heeft Initiatiefnemer de direct omwonenden persoonlijk benaderd en uitgebreid gesproken. Zij hebben aan initiatiefnemer aangegeven dat zij geen problemen hebben met het voorgestelde initiatief.

5.3

Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van het overleg ingevolge artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het ontwerp bestemmingsplan toegezonden aan de overlegpartners.

5.4

Zienswijzen

Het ontwerp bestemmingsplan heeft van 29 december 2023 6 weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ontvangen.

Toelichting (v astgesteld)

33

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

Hoofdstuk 6 6.1

DLVge

Juridische planopzet

Algemeen

De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Op de verbeelding (plankaart) zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. De regels geven duidelijkheid over de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels. Navolgend wordt de systematiek, opbouw en indeling van de regels kort toegelicht. Het plan voldoet aan de landelijke standaard voor bestemmingsplannen: de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012). 6.1.1

Inleidende regels

Conform de SVBP bevatten de inleidende regels artikelen met de begripsbepalingen en de wijze van meten. Begripsbepalingen zijn omschrijvingen van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. 6.1.2

Bestemmingsregels

In Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels zijn alle bestemmingen opgenomen met de daarbij behorende bestemmingsomschrijving. Waar noodzakelijk is gebruikgemaakt van aanduidingen om toegestaan gebruik nader te specificeren. De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken. specifiek e gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is.Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies.

afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen.

34

Toelichting (vastgesteld)

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

6.1.3

DLVge

Algemene regels

Anti-dubbeltelbepaling: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin. Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven Algemene procedureregels: Deze bepaling geeft aan welke procedure bij afwijking gevolgd dient te worden. 6.1.4

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

6.2

Bestemmingen

In Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels zijn alle bestemmingen opgenomen met de daarbij behorende bestemmingsomschrijving. Waar noodzakelijk is gebruikgemaakt van aanduidingen om toegestaan gebruik nader te specificeren. Artikel 3 Agrarisch De voor Agrarisch aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor grondgebonden agrarisch bedrijf.

Toelichting (v astgesteld)

35

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

36

DLVge

Toelichting (vastgesteld)

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

Bijlage bij de toelichting

Toelichting (v astgesteld)

37

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

Bijlage 1 Rapport ABC

38

Toelichting (vastgesteld)

Stichting Abc Postbus 357 3440 AJ WOERDEN 06- 427 417 90 info@abcommissie.nl www.abcommissie.nl

uw verzoek van: 26 oktober 2021 uw kenmerk: --ons kenmerk: 21 088 hk betreft: principeverzoek uitbreiding kassen/verwerkingsruimte/migrantenhuisvesting aanvrager: v.o.f. Gebr. Van Oers locatie: Zuiderdijkweg 11 te Wieringerwerf adviesaanvraag ontvangen: 26 oktober 2021

Aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon

Woerden, 13 januari 2022

Geacht college, Aanvraag Uw adviesaanvraag betreft het verplaatsen van een woning, de uitbreiding van kassen, uitbreiding van verwerkingsruimte en de realisering van migrantenhuisvesting op de locatie als hierboven vermeld. Uw adviesaanvraag luidt: Is het aantal tijdelijke woningen voor de huisvesting van migranten in overeenstemming met de arbeidsbehoefte van het bedrijf. Leden van de Agrarische beoordelingscommissie hebben voornoemd bedrijf bezocht op 5 november 2021 en met de heer C.J.M. van Oers de aanvraag en de bedrijfssituatie besproken. Bestemmingsplan Uit informatie op de website Ruimtelijkeplannen.nl blijkt dat de locatie Zuiderdijkweg 11 te Wieringerwerf is gelegen binnen het bestemmingsplan “Buitengebied 2009” van de voormalige gemeente Wieringermeer. Aan de locatie is de enkelbestemming “Agrarisch” toegekend. Voorts is op een uitsnede van de bestemmingsplankaart te zien dat er een “Bouwvlak” is ingetekend. In de bestemmingsplanvoorschriften is vastgelegd, dat de voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden onder meer zijn bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijven, de daarbij behorende bedrijfswoning en teeltondersteunend glas met de daarbij behorende gebouwen. (artikel 3.1.1 onder a., b.

en k.) Ten aanzien van de ‘Bouwregels’ geldt, dat gebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd binnen het agrarisch bouwperceel en de oppervlakte van teeltondersteunende kassen mag niet meer bedragen dan 2.000 m2. (artikel 3.2.1 onder a. en f.) Voor bedrijfswoningen is vastgelegd dat per agrarisch bouwperceel ten hoogste één bedrijfswoning mag worden gebouwd. In geval van herbouw van een woning dient de woning op dezelfde plaats te worden teruggebouwd. (artikel 3.2.2 onder a. en b.)

K.v.K. Woerden: nr. 41170098

BTW-id: NL806251165B01

Bankrekening: IBAN NL49 INGB 0006 3199 49

Afwijken van de bouwregels is onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Zo kunnen burgemeester en wethouders meewerken aan een vergroting van het agrarisch bouwvlak tot 2 hectare onder de voorwaarde dat de uitbreiding noodzakelijk en doelmatig is voor de bedrijfsvoering. Daarnaast is het mogelijk om de oppervlakte voor teeltondersteunende kassen tot 4.000 m2 te vergroten of tot een maximum van 200 m2 per hectare voor bedrijven die groter zijn dan 20 hectare indien uitbreiding noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering. (artikel 3.4 onder a. en c.) In artikel 1 ‘Begrippen’ van de bestemmingsplanvoorschriften zijn de volgende relevante omschrijvingen vermeld: 1.12 agrarisch bedrijf: een volwaardig bedrijf in de vorm van een akkerbouw, tuinbouwbedrijf of dierhouderijbedrijf, dan wel in de vorm van een combinatie van daarvan; 1.13 agrarisch bouwperceel: een gebied bestaande uit het gedeelte van het bouwvlak achter de voorgevellijn met daarbij gerekend naast- en achtergelegen gebied met een totale oppervlakte van 1.5 hectare, gerekend vanaf de uiterste contouren van de bebouwing in de maximale verhouding van 2:1 of 1:2; 1.23 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die kennelijk slechts is bestemd voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.60 glastuinbouwbedrijf: een

agrarische bedrijfsvoering in de vorm van het telen van gewassen, waarbij de productie uitsluitend of in overwegende mate in kassen plaatsvindt; 1.61 grondgebonden agrarische bedrijfsvoering: een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk niet in gebouwen plaatsvindt; 1.71 kas: een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van vruchten, groente, bloemen of planten. Huidige situatie De heer C.M.J. van Oers (59 jaar) exploiteert samen met zijn broer, de heer J.G.A. van Oers (56 jaar), een bloembollen- en bloementeeltbedrijf; de bedrijfsvorm is een v.o.f. (vennootschap onder firma). Het bedrijf van de gebroeders Van Oers kent twee locaties, namelijk een productiebedrijf voor tulpenbollen met een tulpenbroeierij aan de Molenweg te Slootdorp en een tulpenbroeierij met circa 9.700 m2 teeltruimte aan de Zuiderdijkweg 11 te Wieringerwerf. Dit advies behelst laatstgenoemde locatie. Het totale bedrijf beschikt over een totale oppervlakte van 99 hectare. Hiervan is 9 hectare eigendom, 40 hectare pacht en 50 hectare los gehuurd land. 95 hectare is bouwland, 0,97 hectare is staand glas (verwarmd), 2 hectare is braakland en de overige oppervlakte is erf, paden en sloten.

Voor de bloembollenteelt (tulpen) is 55 hectare in gebruik; 10 hectare is in gebruik voor de teelt van veldbloemen, 10 hectare voor de teelt van suikerbieten en 24 hectare als groenbemester. Het bedrijf beschikt aan de Zuiderdijkweg 11 over een kas van 9.720 m2, over een bedrijfsruimte van 3.540 m2 en de bedrijfswoning met schuur van 548 m2. Voorts beschikt het bedrijf aldaar over een windmolen, die nog 2 à 3 jaar dienst zal doen.

Advies Abc 21 088 hk d.d. 13 januari 2022

2

Naast de beide broers zijn er op het totale bedrijf een 8-tal personen in vaste dienst werkzaam voor in totaal 320 uren per week en een 20-tal personen met een los dienstverband voor in totaal 1600 uren per week. Tijdens de seizoenen bij het telen van bloembollen en het broeien wisselt het bedrijf het personeel uit tussen de twee locaties. Op het teeltbedrijf zijn 10 werknemers gehuisvest; zij werken daar in de teelt en in de broeierij. Op de broeierij aan de Zuiderdijkweg 11 werken en wonen op dit moment 16 werknemers; zij zijn ondergebracht in units, die links vooraan op het bedrijf staan. In het hoogseizoen – van half december tot begin mei – werken er 20. Voor een deel van deze werknemers regelt het uitzendbureau de huisvesting. Reden voor de aanvraag / plan / nieuwe situatie Om de broeierij verder te ontwikkelen, mede met het oog op de aanstaande nieuwe generatie ondernemers, die zich vooral wil richten op een groter productievolume, is het plan om de broeierijruimte te vergroten en een groter deel van de bloemen zelf te verwerken en in te pakken. Daartoe zou de bestaande kas moeten worden verbreed en verlengd, waarbij op termijn een tweede teeltlaag kan worden ingepast. In de huidige kas is bij de bouw al rekening gehouden met een overgang op deze zogenoemde meerlagenteelt.

Bij de nu voorziene nieuwbouw op deze locatie zou de productie van de huidige 22 miljoen stelen kunnen toegroeien naar 35 miljoen stelen. Bij een verdere intensivering met een tweede teeltlaag kan de productie toegroeien naar een totaal van 45 miljoen stelen. De uitbreiding van de kas zal circa 7.000 m2 bedragen. Voor de verwerking van de producten is extra arbeidscapaciteit nodig en voor die werknemers is de extra huisvestingsvoorziening ook bedoeld. Gegevens De gegevens van dit advies zijn gebaseerd op het door de aanvrager ingevulde ‘Formulier Bedrijfsgegevens Aanvrager’, het principeverzoek van DLVge van 4-8-2021, de nadere informatie van DLVge van 23-12-2021, de GO 20211, de ter beschikking gestelde loongegevens en de informatie verkregen tijdens het bedrijfsbezoek. Adviesvraag / beoordeling Door uw college is onze commissie gevraagd te adviseren omtrent het aantal tijdelijke woningen in relatie tot de arbeidsbehoefte van het bedrijf. Het bedrijf van de gebroeders Van Oers is een zeer modern en goed geoutilleerd bedrijf, gericht op de teelt van bloembollen en het broeien van tulpen. Het bedrijf heeft grote aandacht voor het wel en wee van zijn medewerkers en dus ook voor hun huisvesting. Op deze wijze hoopt het bedrijf werknemers te kunnen werven en vooral aan zich te binden. Met een nieuwe generatie ondernemers in aantocht wil het bedrijf een volgende stap zetten.

Die volgende stap bestaat uit het vergroten van de productie door enerzijds uitbreiding van de teeltruimte en vervolgens optimaler gebruik van de teeltruimte door toepassing van het meerlagensysteem. Daarnaast is het de bedoeling meerwaarde te realiseren middels eigen verwerking en verpakking van de geteelde bloemen. Door de moderne opzet van de productielijnen kunnen grote aantallen stelen per medewerker verwerkt worden. 1 GO 2021 Gecombineerde Opgave 2021 voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Advies Abc 21 088 hk d.d. 13 januari 2022

3

Bij de nu voorziene uitbreiding zouden met de kencijfers van het bedrijf circa 25 medewerkers nodig zijn en in een volgende fase rond 30 medewerkers. Voor het inpakken/verwerken van de bloemen is dan nog een tiental extra mensen voorzien, wat het totaal op een kleine 40 brengt. Het is niet ongebruikelijk om bij grote investeringen in ruimte een marge voor de toekomst mee te nemen, naast het feit dat bij gebruik van huisvesting enige ‘frictiemogelijkheid’ handig kan zijn. Aankomst en vertrek van arbeidsmigranten lopen tijdens het seizoen niet altijd precies gelijk op. Conclusie / advies Gelet op het bovenstaande is onze commissie samenvattend van mening dat voor het bedrijf van de gebroeders Van Oers na het realiseren van alle voorziene uitbreidingen een aantal van 40 plaatsen ruim voldoende moet zijn om de arbeidsbehoefte te dekken. Ons advies ten aanzien van dit principeverzoek luidt: positief. Hoogachtend, Stichting Agrarische Beoordelingscommissie Namens deze,

ing. T.J.M. Broers, secretaris

Advies Abc 21 088 hk d.d. 13 januari 2022

4

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

Bijlage 2 Bodemonderzoek

Toelichting (v astgesteld)

43

Landview BV Bodemonderzoek

Rapportnummer 2017189

INHOUDSOPGAVE

SAMENVATTING ............................................................................................................................ 2 1.

INLEIDING .............................................................................................................................. 3

2.

VOORONDERZOEK ............................................................................................................... 4 2.1 2.2 2.3

3.

BASISINFORMATIE ........................................................................................................ 4 HISTORISCH ONDERZOEK ........................................................................................... 4 ALGEMENE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ............................................... 5

OPZET BODEMONDERZOEK ............................................................................................... 6 3.1 3.2 3.3 3.4

4.

HYPOTHESE VERONTREINIGINGSSITUATIE ............................................................. 6 BEMONSTERINGSSTRATEGIE .................................................................................... 6 CHEMISCHE ANALYSES ............................................................................................... 6 TOETSINGSKADER ....................................................................................................... 7

RESULTATEN BODEMONDERZOEK ................................................................................... 8 4.1 4.2 4.3

RESULTATEN VELDONDERZOEK ................................................................................ 8 ANALYSERESULTATEN GROND .................................................................................. 9 ANALYSERESULTATEN GRONDWATER ..................................................................... 9

5.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN................................................................................... 9

6.

SLOTOPMERKINGEN .......................................................................................................... 10

7.

REFERENTIES ..................................................................................................................... 11

BIJLAGEN 1 2 3 4.1 4.2 4.3 5

Regionale situatie Lokale situatie met boorpunten Boorprofielen Analysecertificaten laboratorium Toetsing grond volgens BoToVa Toetsing grondwater volgens BoToVa Gegevens vooronderzoek

Landview BV Bodemonderzoek

Rapportnummer 2017189

SAMENVATTING Naar aanleiding van de aanvraag van een omgevingsvergunning is door Landview BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Zuiderdijkweg 11 te Wieringerwerf, gemeente Hollands Kroon. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 richtlijnen voor een niet-verdachte locatie. De hypothese voor het onderzoek is, dat er geen of slechts (licht) verhoogde gehalten van zware metalen en of PAK in de bodem aanwezig zijn. Het veldwerk is, door KIWA gecertificeerde medewerkers, uitgevoerd onder het procescertificaat BRL SIKB 2000, conform de VKB protocollen 2001 en 2002. In het mengmonster 5524913 van de bovengrond overschrijdt het gehalte aan minerale olie de achtergrondwaarde. Voor het overige zijn in het mengmonster van de boven- en ondergrond zijn geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters geconstateerd. In de grondwatermonsters overschrijden de concentraties van barium de streefwaarde. Voor het overige zijn van geanalyseerde parameters geen verhoogde concentraties gemeten. De hypothese dat geen of slechts lichte bodemverontreiniging aanwezig is, behalve van nature verhoogde concentraties, wordt in het onderzoek bevestigd. De aangetroffen verhoging is dusdanig gering, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek geen aanleiding wordt gezien.

Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij ieder beoogd gebruik. Voor hergebruik van grond buiten de locatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Tijdens een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) wordt de bodem niet specifiek op asbest onderzocht. In de grond is geen puin aangetroffen. De uitvoering van een asbestonderzoek conform NEN 5707 wordt door Landview BV daarom niet noodzakelijk geacht. De uiteindelijke toetsende en handhavende taak ligt bij het bevoegd gezag, zijnde de gemeente. Deze samenvatting en de rapportage van de onderzoeksgegevens vormen een geheel.

-2-

Landview BV Bodemonderzoek

1.

Rapportnummer 2017189

INLEIDING

In opdracht van Fa. Gebr. Van Oers is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging op de locatie Zuiderdijkweg 11 te Wieringerwerf, gemeente Hollands Kroon. Het onderzoek is verricht door Landview BV uit Hoorn, in oktober 2017, conform de offerte van 5 oktober 2017. Een bodemonderzoek wordt steekproefsgewijs uitgevoerd en betreft daarmee dus een momentopname. Hierdoor hebben de onderzoeksresultaten een beperkte geldigheidsduur. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740 richtlijnen voor een niet-verdachte locatie. De hypothese voor het onderzoek is, dat er geen of slechts (licht) verhoogde gehalten van zware metalen en of PAK in de bodem aanwezig zijn. Het veldwerk is, door KIWA gecertificeerde medewerkers, uitgevoerd onder het procescertificaat BRL SIKB 2000, conform de VKB protocollen 2001 en 2002. Aanleiding voor het onderzoek is het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Daarvoor is het noodzakelijk dat de kwaliteit van de bodem wordt vastgelegd. Doel van het onderzoek is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs inderdaad geen, behalve van nature, verhoogde concentraties verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of in het grondwater. De chemische analyses van de grond en het grondwater zijn verricht door Eurofins Omegam te Amsterdam.

Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad van Accreditatie. Landview BV is een onafhankelijk en erkend onderzoeksbureau. Er bestaat tussen de opdrachtgever cq. eigenaar van de locatie en Landview BV geen andere relatie dan die tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Het procescertificaat van Landview BV en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. Dit rapport heeft de volgende opbouw. Hoofdstuk 2 bevat een evaluatie van het vooronderzoek NEN 5725. De opzet van het bodemonderzoek en het toetsingskader worden in hoofdstuk 3 weergegeven. De resultaten van het veldonderzoek en analyses staan in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 bevat de conclusies die hieruit kunnen worden getrokken, samen met aanbevelingen voor eventuele vervolgstappen.

-3-

Landview BV Bodemonderzoek

2.

Rapportnummer 2017189

VOORONDERZOEK

Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd volgens NEN 5725, exclusief de (financieel-)juridische aspecten en de geohydrologische schematisatie. Doel van het vooronderzoek is na te gaan of er op, of binnen een straal van 25 meter van, de onderzoekslocatie sprake is van de aanwezigheid van puntbronnen of overige potentieel bedreigende activiteiten. Op basis van de verzamelde gegevens wordt de onderzoeksstrategie opgesteld (zie hoofdstuk 3).

2.1

BASISINFORMATIE

De aanleiding tot het onderzoek is het verkrijgen van een omgevingsvergunning. De regionale situatie rond de onderzoekslocatie staat weergegeven in bijlage 1. De locatie bevindt zich buiten de bebouwde kom van Wieringerwerf. In bijlage 2 is een situatietekening van het terrein gegeven. Tabel 1: overzicht basisgegevens Kadastraal bekend : gemeente Wieringermeer, sectie M, nummers 263, 264 en 310 (allen gedeeltelijk) Oppervlakte : circa 2275 m² Gebruik verleden : agrarisch bedrijf Gebruik heden : agrarisch bedrijf Gebruik toekomst : agrarisch bedrijf

2.2

HISTORISCH ONDERZOEK

De gegevens van het historisch onderzoek zijn verzameld door Landview BV. Hierbij is gebruik gemaakt van informatie verkregen uit gesprekken met de opdrachtgever van de locatie. Daarnaast is informatie verkregen van de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord (RUD NHN). De informatie is bij voorkeur digitaal verkregen. Wanneer daartoe de noodzaak bestond, is aanvullende informatie verzameld door middel van archiefbezoek bij de gemeente of andere archieven. Voor verzamelen van de informatie is gebruik gemaakt van onderstaande bronnen. Tabel 2: overzicht geraadpleegde bronnen Aard Bron Bodeminformatie BIS Bodemkwaliteit Bodembedreigende activiteiten Toepassingen asbest Dempingen, activiteiten Voormalige activiteiten Bijzondere waarden Archeologie Verhardingen, bebouwingsgraad Eerdere onderzoeken

website RUD NHN bodemkwaliteitskaart website RUD NHN, www.bodemloket.nl locatie-inspectie, eerdere onderzoeken historische kaarten, opdrachtgever, locatie-inspectie lokale / regionale archieven, historische kaarten https://maps.noordholland.nl/extern/gisviewers/bodemvisie/ http://archeologieinnederland.nl opdrachtgever / gebruiker, locatie-inspectie opdrachtgever, eigen archief, RUD NHN

relevantie groot gering X X X X X X X X X X

Bodemgebruik en situatie op het terrein: De locatie bevindt zich in tuin- en akkerbouwgebied. De locatie is altijd in gebruik geweest voor agrarische doeleinden. Op de locatie bevindt zich agrarische bebouwing. De bebouwing dateert, volgens de BAG viewer van het kadaster, uit 1985 en 1998. Een deel van de bestaande woning zal worden gesloopt en vervangen worden door nieuwbouw. Op het noordelijk terreindeel achterin het gebouw worden mogelijk slaapplekken gerealiseerd.

-4-

Landview BV Bodemonderzoek

Rapportnummer 2017189

Volgens de bodemkwaliteitskaarten bevindt de locatie zich in zone ’recente bebouwing en buitengebied klei’. Uit de kaarten blijkt dat op de locatie grond van kwaliteit “landbouw/natuur” verwacht kan worden. Bedrijvigheid / Potentiële bronnen van verontreiniging: Uit de Bodemrapportage van de RUD NHN blijkt, dat niet eerder onderzoek op de locatie heeft plaatsgevonden. Op de locatie staan een bestrijdingsmiddelenopslag en bovengrondse diesel- en HBO-tanks geregistreerd; deze bevinden zich echter niet op het te onderzoeken deel van het terrein (zie bijlage 5). Bodemloket (www.bodemloket.nl) heeft geen aanvullende gegevens over de locatie of de directe omgeving beschikbaar. Vergelijking tussen luchtfoto’s en topografische atlassen uit verschillende perioden heeft opgeleverd, dat het verkavelingspatroon, sinds de inpoldering, vrijwel niet gewijzigd is; de verkavelingsstructuur is altijd haaks op de wegenstructuur geweest. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat er brandstoftanks, met bodemvreemd materiaal gedempte sloten of aangevoerde verstevigingmaterialen op de locatie aanwezig zijn. Gezien de aard van de locatie is de kans op het aantreffen van asbestresten in de bodem als gevolg van bedrijfsmatige activiteiten, gebruik van asbesthoudende bouwstoffen, stortingen van asbestafval of asbestcalamiteiten wegens bijv. brand in de bodem zeer gering.

Bijzondere waarden: Uit de Bodemvisie kaart van de Provincie Noord-Holland blijkt, dat de locatie zich niet bevindt in een grondwaterbeschermingsgebied. De locatie is niet binnen een aardkundig waardevol gebied gelegen of staat bekend als aardkundig monument. De bodem ter plaatse van de locatie is (onder voorwaarden) geschikt voor Warmte-koude opslag; diep dan wel ondiep. De locatie is niet gelegen in een gebied van archeologische waarde.

2.3

ALGEMENE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE

Op grond van kaartmateriaal en gegevens van de Rijksgeologische Dienst (RGD), het voormalige Instituut voor Cultuurtechniek en Waterhuishouding (ICW), de voormalige Stichting voor Bodemkartering (STIBOKA), het DLO Staring Centrum, de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) en Landview BV kan de volgende bodemopbouw worden verwacht. De locatie is gelegen in een gebied met een maaiveldhoogte van circa 3,4 m -NAP. Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 1 m -maaiveld (mv). Dit betreft het ondiepe grondwater dat onder invloed van neerslag staat. De grondwaterstroming is naar het aanwezige oppervlaktewater toe gericht. Gezien de ligging in de voormalige Wieringermeer is er waarschijnlijk sprake van lokale kwel (opwaartse stroming van het grondwater). Mogelijk is dit kwelwater enigszins zout dan wel brak. De Pleistocene ondergrond, afgezet tijdens de laatste ijstijd, bevindt zich op een diepte tussen de 10 en 20 m -NAP. Deze goed doorlatende zandlagen worden beschouwd als het 1e watervoerende pakket. Gedurende verschillende overstromingsfasen zijn in het Holoceen, vanaf circa 10.000 jaar geleden, door de zee op de Pleistocene ondergrond mariene sedimenten afgezet en is plaatselijk veenvorming opgetreden. Deze Holocene afzettingen vormen de slecht tot matig doorlatende deklaag.

De locatie is gesitueerd in een voormalige vlakte van zee- of meerbodem afzettingen (droogmakerijen). Door middel van dijken werd een watergebied, dat aan alle zijden werd omgeven door land, drooggelegd. Het bodemprofiel bestaat voornamelijk uit kleiig materiaal. Door menselijke beïnvloeding zijn natuurlijke bodemprofielen gewijzigd.

-5-

Landview BV Bodemonderzoek

Rapportnummer 2017189

3.

OPZET BODEMONDERZOEK

3.1

HYPOTHESE VERONTREINIGINGSSITUATIE

Op grond van het vooronderzoek is voor de opzet van het bodemonderzoek uitgegaan van een nietverdachte locatie, waar echter (licht) verhoogde gehalten van zware metalen en of polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) aangetroffen kunnen worden in de mogelijk puin houdende (boven)grond. In het grondwater worden, behalve arseen en of barium van nature, geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen verwacht.

3.2

BEMONSTERINGSSTRATEGIE

Uitgaande van een niet-verdachte locatie met een totale oppervlakte van 2.275 m² worden, conform de NEN 5740 en de BRL SIKB 2000 richtlijnen, op de locatie 2 grondboringen verricht tot de grondwaterstand, met een maximum van 2 m –mv. Ter controle op de representativiteit van de grondboringen worden aanvullend 9 boringen tot 0,5 m -mv verricht. De grond wordt in principe bemonsterd in trajecten van 0,5 m. Van deze algemene richtlijn kan worden afgeweken als tijdens het veldwerk duidelijk afwijkende lagen, zintuiglijke verontreinigingen of verschillende grondsoorten worden geconstateerd. Van de bovengrond worden 2 mengmonsters samengesteld. Van de ondergrond wordt 1 mengmonster samengesteld. De grondwaterstand bevindt zich op dusdanige diepte, dat de kwaliteit van het grondwater in het onderzoek dient te worden betrokken. Hiertoe worden 2 boringen verricht, welke met een peilbuis worden afgewerkt. De filterstelling van deze peilbuizen is circa 0,5 m tot 1,5 m -grondwaterstand. Na een wachttijd van één week voor het herstel van het bodemchemisch evenwicht zullen 2 grondwatermonsters uit deze peilbuizen worden genomen.

3.3

CHEMISCHE ANALYSES

De grondmengmonsters en de grondwatermonsters worden geanalyseerd op de stoffen van de standaardpakketten. Deze stoffen, die zijn geselecteerd door de overheid, vormen de belangrijkste parameters (graadmeters) voor mogelijke verontreinigingen. De analyses worden, conform de AS3000 richtlijnen, uitgevoerd door Eurofins Omegam uit Amsterdam. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad van Accreditatie. Grond De grondmonsters worden gekoeld getransporteerd en opgeslagen. De boven- en ondergrond worden onderzocht op de gehalten aan barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (GC). De gehalten worden weergegeven in milligram per kilogram droge stof (mg/kg ds). Hiertoe wordt van de grond(meng)monsters het droge stofgehalte vastgesteld. Tevens worden representatieve monsters geanalyseerd op de gehalten aan organische stof en lutum (klei) ter vaststelling van de toetsingswaarden. Grondwater De grondwaterstand bevindt zich rond 1 m –mv. De vluchtige aromatische koolwaterstoffen en de vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen worden daarom bij voorkeur in het grondwater onderzocht. De aanwezigheid van deze vluchtige stoffen kan namelijk eerder worden aangetoond in het grondwater dan in de grond.

Het grondwater wordt onderzocht op de concentraties aan arseen, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, aromatische stoffen (inclusief naftaleen), (vluchtige) halogeen koolwaterstoffen en minerale olie. De concentraties worden weergegeven in microgrammen per liter (µg/l). De pH (zuurgraad), Ec (soortelijke geleiding) en troebelheid worden in het veld bepaald. -6-

Landview BV Bodemonderzoek

3.4

Rapportnummer 2017189

TOETSINGSKADER

Het toetsingskader voor verontreinigende stoffen in grond wordt gevormd door de achtergrond- en interventiewaarden uit de Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire Bodemsanering. Voor de toetsing van de grondwaterkwaliteit wordt het toetsingskader gevormd door de streef- en interventiewaarden. De analyseresultaten worden geïnterpreteerd aan de hand van deze toetsingskaders (zie bijlagen 4.2 en 4.3). De norm voor barium is (tijdelijk) ingetrokken. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium. De toetsingswaarden voor de verschillende stoffen in de grond zijn afhankelijk van de hierin aanwezige hoeveelheid klei (lutum) en organische stof, omdat de verontreinigingen zich aan deze bodemdelen hechten. De achtergrondwaarde (AW2000) van een bepaalde stof komt overeen met de gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Bij overschrijding van deze achtergrondwaarde of de streefwaarde in het grondwater kunnen we spreken van een lichte verhoging.

Indien het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde (tussenwaarde) wordt overschreden, kunnen we spreken van een matige verhoging. De interventiewaarde is de waarde waarboven sprake is van een ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij overschrijding van de interventiewaarde spreken we van een sterke verontreiniging. Als grondmengmonsters zijn onderzocht, kunnen de gehalten in afzonderlijke monsters hoger zijn. In een aanvullend of nader onderzoek kunnen vervolgens de enkelvoudige monsters worden geanalyseerd. Alleen met aanvullende analyseresultaten kan doorgaans voldoende inzicht worden verkregen in de omvang van de verontreinigingen. De ernst van een verontreiniging is, conform de Wet Bodembescherming (Wbb), gerelateerd aan een omvangscriterium. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te kunnen spreken, dient voor ten minste één stof de interventiewaarde te worden overschreden in minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater. Als een voldoende beeld van de verontreinigingen is verkregen, kan een inschatting worden gemaakt van de eventuele risico's voor de volksgezondheid en de mogelijke gebruiksbeperkingen van de locatie.

Verontreinigingen die geheel of grotendeels na 1 januari 1987 zijn ontstaan, vallen onder de zorgplicht in de Wbb en dienen in principe zo spoedig mogelijk, ongeacht de ernst van de verontreiniging, te worden verwijderd.

-7-

Landview BV Bodemonderzoek

Rapportnummer 2017189

4.

RESULTATEN BODEMONDERZOEK

4.1

RESULTATEN VELDONDERZOEK

Het veldonderzoek is, zonder afwijkingen op de uitvoeringsvoorschriften, uitgevoerd op 17 oktober 2017 door de heer H. Manshanden. Tijdens het veldwerk zijn geen aandachtspunten voor mogelijke bodemverontreiniging naar voren gekomen. Verdeeld over de terreindelen zijn handmatig met behulp van de Edelmanboor 7 grondboringen tot de grondwaterstand en 7 boringen tot (minimaal) 0,5 m -mv verricht. Daarnaast zijn 2 peilbuisboringen verricht, waarin een filter is geplaatst. Het algemene, kenmerkende bodemprofiel op de locatie tot een diepte van circa 2,5 m -mv bestaat overwegend uit matig siltig, zeer fijn zand. Tijdens het veldwerk zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Zintuiglijk is ook geen puin of asbestverdacht materiaal op het maaiveld of in de opgeboorde grond aangetroffen. Aangezien de boringen met een Edelmanboor (diameter 12 cm) zijn verricht, is deze informatie slechts indicatief. De boorpunten (1 t/m 16) zijn aangegeven op de situatietekening van bijlage 2. Uit de in het veld genomen enkelvoudige monsters van de bovengrond zijn door het laboratorium, volgens de opdracht van Landview BV, twee mengmonsters samengesteld. Uit de monsters van de ondergrond is één mengmonster samengesteld. Bij de monstername is soms afgeweken van de trajecten van 0,5 m gezien de geconstateerde geringe textuurverschillen.

Ter bemonstering van het grondwater zijn de grondboringen 1 en 2 afgewerkt met een peilbuis. De filters van de boringen zijn conform NEN geplaatst, gebaseerd op de tijdens het veldonderzoek ingeschatte grondwaterstand. De verbinding tussen filter en stijgbuis is geklemd. Het filter is voorzien van een filterkous. Tot een halve meter boven het filter is het boorgat opgevuld met filtergrind; hierboven is een halve meter opgevuld met Bentoniet (zwelklei). De peilbuizen zijn niet ingemeten ten opzichte van NAP, omdat bij verkennend bodemonderzoek op niet-verdachte locaties hieraan geen prioriteit wordt gegeven. Om representatieve grondwatermonsters te verkrijgen is, na het plaatsen van de peilbuizen en voor de monstername, een hoeveelheid water afgepompt gelijk aan driemaal de boorgatinhoud. Tijdens het afpompen zijn de Ec en de pH van het opgepompte water gemeten totdat deze constant bleven. Bij het schoonpompen is in beide peilbuizen een goede toestroming van het grondwater geconstateerd. De bemonstering van de peilbuizen is op 24 oktober 2017 door de heer F. Borst uitgevoerd. De geschatte grondwaterstand tijdens plaatsing, de filterstelling van de bemonsterde peilbuizen, de grondwaterstand bij bemonstering (gws), de zuurgraad (pH), de soortelijke geleiding (Ec), de troebelheid en eventuele zintuiglijke afwijkingen zijn weergegeven in tabel 3.

Tabel 3: gegevens grondwater Peilbuis 1 2

Geschattte gws (m –mv) 1,00 0,90

Filterstelling Gemten gws (m –mv) (m –mv) 1,5 – 2,5 0,72 1,3 – 2,3 0,53

Zuurgraad (pH) 7,22 7,26

Ec (µS/cm) 840 1320

Troebelheid (FTU) 24,08 12,33

Zintuiglijke afwijkingen geen geen

De soortelijke geleiding en de zuurgraad van het grondwater, gemeten in het veld, weken niet af van de te verwachten waarden, gezien het bodemtype en de geohydrologische situatie op de locatie. De natuurlijke troebelheid ligt tussen 0 en 10 FTU. Naar onze mening zijn representatieve monsters verkregen voor analyse. Bij de interpretatie wordt rekening gehouden met de gemeten hogere troebelheid. In bijlage 3 worden de beschrijvingen van de boringen, de peilbuizen, de zintuiglijke waarnemingen en de monstername weergegeven. Zintuiglijk waarneembare afwijkingen ten aanzien van de aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen en de kleur van het bodemmateriaal zijn qua aard en mate beschreven. -8-

Landview BV Bodemonderzoek

4.2

Rapportnummer 2017189

ANALYSERESULTATEN GROND

Ter vaststelling van de toetsingswaarden voor de grond zijn voor dit onderzoek het organische stofgehalte en de lutumfractie van representatieve grondsoorten door het laboratorium bepaald. De analyseresultaten staan weergegeven op de analysecertificaten van bijlage 4.1, waarop tevens de gebruikte analysemethoden zijn aangegeven. De toetsing voor de grond volgens de BoToVa (Bodem Toets- en Validatieservice) van Rijkswaterstaat Leefomgeving staat weergegeven in bijlage 4.2. In het mengmonster 5524913 van de bovengrond overschrijdt het gehalte aan minerale olie de achtergrondwaarde. Voor het overige zijn in het mengmonster van de boven- en ondergrond zijn geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters geconstateerd.

4.3

ANALYSERESULTATEN GRONDWATER

De analyseresultaten staan weergegeven op de analysecertificaten van bijlage 4.1, waarop tevens de gebruikte analysemethoden zijn aangegeven. De toetsing voor het grondwater volgens de BoToVa staat weergegeven in bijlage 4.3. In de grondwatermonsters overschrijden de concentraties van barium de streefwaarde. Voor het overige zijn van geanalyseerde parameters geen verhoogde concentraties gemeten.

5.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

In het mengmonster 5524913 van de bovengrond overschrijdt het gehalte aan minerale olie de achtergrondwaarde. Voor het overige zijn in het mengmonster van de boven- en ondergrond zijn geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters geconstateerd. In de grondwatermonsters overschrijden de concentraties van barium de streefwaarde. Voor het overige zijn van geanalyseerde parameters geen verhoogde concentraties gemeten. De hypothese dat geen of slechts lichte bodemverontreiniging aanwezig is, behalve van nature verhoogde concentraties, wordt in het onderzoek bevestigd. De aangetroffen verhoging is dusdanig gering, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek geen aanleiding wordt gezien. Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij ieder beoogd gebruik. Voor hergebruik van grond buiten de locatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Tijdens een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) wordt de bodem niet specifiek op asbest onderzocht. In de grond is geen puin aangetroffen. De uitvoering van een asbestonderzoek conform NEN 5707 wordt door Landview BV daarom niet noodzakelijk geacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=1c57f270-4c59-4213-aae7-ff840b1fe53a