CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

B1. Toelichting Bestemmingsplan Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

Raad 18 april 2024, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Bestemmingsplan Zuiderdijkweg 11 in Wieringerwerf25.733 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

Gemeente

Hollands Kroon

Webadres gemeente Contactpersoon Opdrachtgever Contactpersoon Planlocatie Plan gemaakt door Contactpersoon Datum

DLVge Gelista Alicaris 23-02-2024

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 Planologische regeling 1.4 Leeswijzer

6 6 6 7 7

Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Regionaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid 2.5 Conclusie

8 8 8 11 12 13

Hoofdstuk 3 Beschrijving van het plan 3.1 Huidige situatie 3.2 Toekomstige situatie 3.3 Landschappelijke inpassing 3.4 Verkeer en parkeren

14 14 15 16 18

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Milieu 4.2 Water 4.3 Archeologie 4.4 Ecologie 4.5 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

19 19 27 28 30 32

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.3 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 5.4 Zienswijzen

33 33 33 33 33

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Bestemmingen

34 34 35

Bijlage bij de toelichting Bijlage 1 Rapport ABC Bijlage 2 Bodemonderzoek Bijlage 3 Onderbouwing bodem Bijlage 4 Watertoets Bijlage 5 Quickscan Flora en Fauna Bijlage 6 Vervolgonderzoek ecologie Bijlage 7 Stikstofrapport

37 38 43 95 101 111 138 151

Regels

179

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

179 179 188

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

189

(v astgesteld)

3

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

Artikel 3

Agrarisch

189

Hoofdstuk 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels algemene afwijkingsregels algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Wettelijke regelingen

200 200 201 202 203 206 207 208

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

209 209 210

Bijlagen bij regels Bijlage 1 Aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten Bijlage 3 Landschappelijke inpassing

211 212 214 217

4

Inhoudsopgave (vastgesteld)

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

Toelichting

Toelichting (v astgesteld)

5

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

Hoofdstuk 1 1.1

DLVge

Inleiding

Aanleiding

Het bedrijf Fa. Gebr. van Oers is gevestigd aan de Zuiderdijkweg 11 te Wieringerwerf. Het huidige bedrijf betreft een teelt- en kwekerijbedrijf van tulpen met een grondoppervlakte van 3,9 ha. Een deel is bebouwd; Glasoppervlak (9.720 m²), verwerkingshal (1.720 m²), boerderij/schuur (548 m²), opslag (1.820 m²), waterbassin (4.700 m3) en windmolen. Fa. Gebr. van Oers is in de jaren 90 gestart met het broeien van tulpen. Het is een zeer modern broeierij bedrijf voorzien van de laatste automatiseringstechnieken. Het bedrijf produceert grote aantallen tulpen van dezelfde kwaliteit over lange periodes. Continuïteit, kwaliteit en flexibiliteit van het aanbod staan bij van Oers hoog in het vaandel. Deze eigenschappen zijn belangrijk voor een economisch krachtig en stabiel bedrijf. Om aan de groeiende vraag te voldoen in de productkwaliteit en -kwantiteit die gevraagd wordt, is het noodzakelijk als bedrijf om de productiefaciliteiten te vergroten. Dit betekent een uitbreiding van de opstanden in een gebalanceerde uitbreiding, dus niet alleen verwerkingsruimte of teeltruimte, maar een optimale mix van de diverse bedrijfsonderdelen. De kassen worden uitgebreid naar ca. 17.000 m² en de bedrijfsgebouwen naar ca. 7.300 m². Binnen het huidige bouwvlak is hiervoor onvoldoende ruimte. Het voornemen is het bouwblok te vergroten naar 3 ha.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied bevindt zich in Wieringerwerf aan de Zuiderdijkweg 11. Rondom het bedrijf liggen agrarische percelen en tegenover het bedrijf ligt het IJsselmeer. Een situatieschets van het plangebied is opgenomen in figuur 1. Figuur 1 toont een overzichtskaart van de locatie, waarbij de grens van het plangebied in rood is weergegeven.

Figuur 1: plangebied: rood omkaderde v lakken (bron Google Maps)

6

Toelichting (vastgesteld)

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

1.3

DLVge

Planologische regeling

Het vigerende bestemmingsplan is 'Buitengebied 2009', vastgesteld op 17-10-2011. Tevens is 'Buitengebied Wieringermeer 2009, eerste partiële herziening' van toepassing. De bestemming is 'Agrarisch' met gebiedsaanduidingen 'Luchtvaartverkeerzone - laagvlieggebied' en 'Vrijwaringszone radar'. Op een klein deel van het plangebied ligt de functieaanduiding 'Windturbine', zie figuur 2.

Figuur 2: uitsnede v erbeelding bestemmingsplan 'Buitengebied 2009' (bron Ruimtelijkeplannen.nl)

Het betreft een grondgebonden agrarisch bedrijf met ondersteunend glas. De gevraagde planontwikkeling is in strijd met het bestemmingsplan 'Buitengebied 2009'. Bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het agrarisch bouwperceel. Het agrarisch bouwperceel bestaat uit het gedeelte van het bouwvlak achter de voorgevellijn met een totale oppervlakte van 1,5 ha. De benodigde oppervlakte in de beoogde situatie bedraagt 3 ha. In de planregels is, onder voorwaarden in artikel 3.8.4 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het vergroten van het oppervlakte van een agrarisch bouwperceel tot een oppervlakte van ten hoogste 3 ha. In artikel 3.4 onder c is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het vergroten van teeltondersteunend glas tot een maximum van 200 m² per hectare. Het teeltondersteunend glas wordt uitgebreid tot ca. 17.000 m². Initiatiefnemer heeft ruim 90 ha tot zijn beschikking. In de planregels wordt echter geen mogelijkheid geboden voor permanente huisvesting van seizoensarbeiders van 40 personen. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken is een partitiële bestemmingsplanwijziging nodig.

1.4

Leeswijzer

De toelichting is als volgt opgebouwd: 1. In Hoofdstuk 1 is aangegeven waar het plangebied zich bevindt en is kort ingegaan op de aanleiding van dit plan. 2. Het beleid, voor zover relevant, komt in Hoofdstuk 2 aan de orde. 3. In Hoofdstuk 3 beschrijft de huidige situatie en geeft een planbeschrijving van de nieuwe situatie. 4. In Hoofdstuk 4 wordt het project getoetst op de uitvoerbaarheid aan de hand van verschillende sectorale eisen (zoals milieuregels, regels op het vlak van ecologie en verschillende andere onderwerpen). 5. In Hoofdstuk 5 worden de maatschappelijke en economische haalbaarheid van het plan besproken. 6. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 6 de juridische planbeschrijving toegelicht. In dit hoofdstuk wordt ook een belangrijk algemeen inzicht gegeven in de eisen van de Wet ruimtelijke ordening en de manier waarop bestemmingsplannen opgebouwd zijn. Voor niet-vakmensen is dit een belangrijk hoofdstuk om de plaats van het bestemmingsplan in de ruimtelijke ordening te kunnen bepalen.

Toelichting (v astgesteld)

7

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

Hoofdstuk 2

DLVge

Beleidskader

In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan het vigerende beleid.

2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij bij de kenmerken van het gebied. Het plan wordt orgvuldig landschappelijk ingepast. Dit is in overeenstemming met de prioriteit 'Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied' en is daarmee passend binnen de prioriteiten van de NOVI. 2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang (14 nationale belangen) uit de nieuwe Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Conclusie De beoogde ontwikkelingen binnen het plangebied raken geen van bovenstaande Rijksbelangen. Het Rijksbeleid geeft hierdoor geen uitgangspunten voor dit bestemmingsplan.

2.2

Provinciaal beleid

Voor het provinciaal beleid zijn twee beleidsdocumenten van belang, de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en de Provinciale Omgevingsverordening NH2020 (POV).

8

Toelichting (vastgesteld)

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

2.2.1

DLVge

Omgevingsvisie Noord-Holland 2050

Het ruimtelijk beleid van de provincie Noord-Holland is vastgelegd in de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 (vastgesteld op 19 november 2018). In de visie geeft de provincie een toekomstbeeld, waaruit het provinciaal belang volgt. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving. 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio’s, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. De provincie zoekt continu naar de juiste balans tussen een gezonde leefomgeving, een sterke economische ontwikkeling en robuuste natuurlijke systemen. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is daarnaast voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat.

Een economisch vitale provincie kan andersom weer bijdragen aan het welzijn en de leefbaarheid. In samenhang bekeken zijn in dit kader randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met grote thema's als klimaatverandering, energietransitie, veranderende economieën, volkshuisvesting, bodemdaling en verminderde biodiversiteit. In de omgevingsvisie zijn hiervoor de vijf bovenstaande samenhangende bewegingen benoemd, op basis van ruim 20 ontwikkelprincipes voor een toekomstige leefomgeving. 2.2.2

Provinciale Omgevingsverordening NH2020 (POV)

Op 22 oktober 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil ontwikkelingen als woningbouw en windenergie mogelijk maken en het waardevolle Noord-Hollandse landschap beschermen. De 21 nu geldende provinciale verordeningen zijn samengevoegd tot 1 verordening. Hierdoor is het makkelijker geworden om te zien welke regels waar gelden. Bij de omgevingsverordening zit een digitale kaart waarbij de regels direct in beeld komen op een specifieke locatie. In deze verordening worden regels gegeven over onderwerpen in zowel het landelijke als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Het planvoornemen betreft het vergroten van het bouwvlak tot een oppervlakte van 3 ha en de huisvesting van buitenlandse medewerkers. in een gebouw welke qua bouwmogelijkheden is toegestaan op basis van het bestemmingsplan. De artikelen in de omgevingsverordening die betrekking hebben op het aspect bouwen zijn dan ook niet van toepassing. Het gebruik van het gebouw ten behoeve van de huisvesting van buitenlandse medewerkers is niet toegestaan. Het bestemmingsplan ziet dan ook op een gebruikswijziging.

Op basis van de voorgenomen ontwikkeling is artikel 6.33 lid 1 van de Omgevingsverordening NH2020 van toepassing. Deze luidt: Artikel 6.33 Agrarische bedrijven 1. een ruimtelijk plan kan ter plaatse van het werkingsgebied agrarische bedrijven voorzien in agrarische bedrijven, waarbij geldt dat: a. bebouwing wordt geconcentreerd in een bouwperceel, waarbij de omvang van het bouwperceel ten hoogste 2 hectare bedraagt; b. bij het toestaan van een nieuw bouwperceel wordt gemotiveerd waarom niet op bestaande bouwpercelen in de behoefte kan worden voorzien, waarbij ingegaan wordt op de mogelijkheden tot

Toelichting (v astgesteld)

9

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

c.

d.

e. f. g.

DLVge

hergebruik van bouwpercelen die niet meer voor de agrarische functie worden benut en op het combineren van functies op bestaande bouwpercelen; in afwijking op onderdeel a is een omvang van het bouwperceel van meer dan 2 hectare toegestaan, indien de uitbreiding noodzakelijk is voor het agrarisch productieproces en het geen glastuinbouwbedrijf betreft; in afwijking op onderdeel a geldt dat de omvang van een bouwperceel voor een glastuinbouwbedrijf meer kan bedragen dan 2 hectare, indien het bedrijf grenst aan bestaand stedelijk gebied, niet grenst aan andere glastuinbouwbedrijven, sprake is van grondgebonden teelt en sprake is van aantoonbare duurzame synergie met aangrenzende stedelijke functies; per volwaardig agrarisch bedrijf kan ten hoogste één bedrijfswoning worden toegestaan; in afwijking van onderdeel e geldt dat een extra bedrijfswoning kan worden toegestaan, indien dit noodzakelijk is voor het toezicht op de bedrijfsvoering; ten behoeve van de bedrijfsvoering kan worden voorzien in de huisvesting van tijdelijke werknemers, indien: i. de huisvesting wordt voorzien binnen het bouwperceel, en; ii. het een ondergeschikte functie ten behoeve van een volwaardig agrarisch bedrijf betreft.

Met dit bestemmingsplan wordt een agrarisch bedrijf met o.a. teeltondersteunend glas van ca. 17.000 m² en een verwerkingshal van ca. 2.200 m² mogelijk gemaakt. De bebouwing wordt binnen het agrarisch bouwperceel gebouwd. De ontwikkeling betreft verder de huisvesting van tijdelijke werknemers. Deze is gesitueerd binnen het agrarisch bouwperceel. De huisvesting vindt plaats ten behoeve van het gevestigde bedrijf aan de Zuiderdijkweg 11 te Wieringerwerf. De Agrarische Beoordelingscommisie heeft het bedrijf getoetst, het betreft een volwaardig agrarisch bedrijf (zie Bijlage 1) Daarnaast is een toetsing aan de ruimtelijke kwaliteitseis (artikel 6.59 POV) nodig. Artikel 6.59 ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied 1. Gedeputeerde Staten stellen de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie vast, die de provinciale belangen beschrijft ten aanzien van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 2. Bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied, wordt in het ruimtelijk plan, gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: a. rekening gehouden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren;bij de inpassing betrokken: b.

de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; enbij de inpassing betrokken: c. de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. 3. In aanvulling op het tweede lid, wordt bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in de Amstelscheg rekening gehouden met de karakteristieken en de ontwerpprincipes inzake de samenhang, de ruimtelijke kwaliteit en de identiteit van het landschap, zoals beschreven in het door Gedeputeerde Staten vastgestelde rapport ‘Gebiedsperspectief en Beeldkwaliteit Amstelscheg’ (nr. 2011-66880); 4. De toelichting van een ruimtelijk plan bevat een motivering waaruit moet blijken dat voldaan is aan het bepaalde in het tweede lid. 5. Gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van het betrokken waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente kunnen de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling om advies vragen, ook in een vroeg stadium, inzake de locatieafweging of de ruimtelijke inpassing. 2.2.3

Leidraad Landschap en Cultuurhistorie

De provincie wil de Noord-Hollandse landschappen optimaal gebruiken door hun kenmerkende kwaliteiten te benutten bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hiertoe is de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie opgesteld. Deze leidraad wordt met name toegepast indien op grond van de PRV een aanvullende ruimtelijke kwaliteitseis wordt gevraagd. Het plangebied ligt volgens de leidraad in het aandijkingenlandschap. Voor dit gebied is een aantal

10

Toelichting (vastgesteld)

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

kernkwaliteiten van het landschaps-DNA benoemd, waaronder wielen en kleiputten langs de dijken, historische structuurlijnen, cultuurhistorische objecten en de mate van openheid (zeer grote mate van openheid). Voor dit plan is vooral de mate van openheid en de ligging aan een historische structuurlijn van belang. Het ligt niet in een aardkundig waardevol gebied of monument. Ook zijn er geen cultuurhistorisch waardevolle objecten in het geding. Zoals beschreven in paragraaf 3.3 wordt geen afbreuk gedaan aan de kernkwaliteiten van het aandijkingenlandschap. Conclusie Dit plan voldoet aan de gestelde eisen van zowel artikel 6.33 als aan artikel 6.59 van de Provinciale Omgevingsverordening NH2020. De Agrarisch Beoordelings Commissie (ABC) is tot het oordeel gekomen dat de uitbreiding noodzakelijk is voor het agrarisch productieproces. Om de broeierij verder te ontwikkelen, mede met het oog op de aanstaande nieuwe generatie ondernemers, die zich vooral wil richten op een groter productievolume, is het plan om de broeierijruimte te vergroten. Daartoe zou de bestaande kas moeten worden verbreed en verlengd, waarbij op termijn een tweede teeltlaag kan worden ingepast. De ABC is van mening dat de beoogde uitbreiding noodzakelijk is zodat het bedrijf met een nieuwe generatie ondernemers in aantocht toekomstbestendig wordt.

Dat betekent dat vergroting van het bouwvlak tot 3 ha en huisvesting voor 40 tijdelijke medewerkers gerechtvaardigd is.

2.3

Regionaal beleid

2.3.1

Regionale Kadernota Huisvesting Arbeidsmigranten

In Noord-Holland Noord wordt een deel van de huidige werkgelegenheid ingevuld door buitenlandse werknemers. Deze werknemers zijn vooral afkomstig uit Midden- en Oost-Europa. Niet alleen de huidige werkgelegenheid, maar zeker ook bij het invullen van de toekomstige werkgelegenheid zijn buitenlandse werknemers in de regio belangrijk. Zo is niet alleen sprake van werkgelegenheid in de agrarische sector, maar ook in de bouwsector, de industrie en de logistiek. Buitenlandse werknemers zijn van groot belang om deze sectoren met arbeidskracht te ondersteunen. De economische ontwikkeling en de arbeidsmarkt in deze regio vragen aldus om buitenlandse werknemers, die uiteraard op een nette en legale manier gehuisvest moeten worden. Het is de bedoeling dat het aanbod van fatsoenlijke en adequate huisvesting voor arbeidsmigranten steeds meer in de pas loopt met de vraag. De locaties waar huisvesting voor arbeidsmigranten mogelijk is, moeten een goed woon- en leefklimaat voor de arbeidsmigranten bieden. Vanzelfsprekend mag de huisvesting van arbeidsmigranten ook geen negatieve gevolgen hebben voor de omgeving. Zo mag het woon- en leefklimaat van de omwonenden niet verslechteren en mag er geen (extra) belemmering zijn voor omliggende bedrijven.

Bij de agrarische bedrijven in het buitengebied is huisvesting van arbeidsmigranten in nieuwbouw toegestaan onder de volgende voorwaarden: het beheer en het toezicht zijn gewaarborgd; het betreft huisvesting voor maximaal 40 personen; in woonunits mogen maximaal 20 personen worden gehuisvest; huisvesting mag niet plaatsvinden in (sta)caravans; er is een recreatieruimte, woonkamer en keuken aanwezig; de huisvesting vindt plaats op het agrarisch bouwperceel; er is sprake van een goede landschappelijke inpassing; er wordt in voldoende parkeergelegenheid voorzien; voor zover de arbeidsmigranten niet zijn ingeschreven in de GBA, is er een nachtregister aanwezig met de gegevens van de personen die ter plaatse verblijven. Conclusie

Toelichting (v astgesteld)

11

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

Aan bovengenoemde voorwaarden zal voldaan worden. Het plan past binnen de Regionale Kadernota Huisvesting Arbeidsmigranten.

2.4

Gemeentelijk beleid

Ondanks alle veranderingen zal de landbouw in de komende decennia van groot belang blijven voor de gemeente. Het is daarom belangrijk dat de landbouw de mogelijkheden en de ruimte krijgt voor nieuwe ontwikkelingen, waarbij uiteraard moet worden beoordeeld in hoeverre deze ontwikkelingen passen binnen het waardevolle landschap van de gemeente. 2.4.1

Omgevingsvisie Hollands Kroon

Voor de gemeente Hollands Kroon is een omgevingsvisie opgesteld. De omgevingsvisie is een integrale visie van het beleid van de gemeente Hollands Kroon en de uitvoering ervan voor de periode tot 2030. Het betreft naast ruimtelijke ordening ook onderwerpen als veiligheid, economische en technologische ontwikkelingen, natuur, milieu en bereikbaarheid. Voor de agrarische sector gelden de volgende uitgangspunten: Hollands Kroon heeft de meeste landbouwbedrijven en het grootste agrarische grondgebruik in de provincie Noord-Holland. Vrijwel alle landbouwsectoren zijn in de gemeente te vinden. De gemeente staat voor ruimte om te ondernemen in de agrarische sector. Waarbij er uniforme regels gelden in de gehele gemeente en veel ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen. De agrarische sector is de primaire functie in het buitengebied en deze is aan vele ontwikkelingen onderhevig. Aan de ene kant neemt door schaalvergroting de bedrijfsomvang toe, aan de andere kant richt een deel van de bedrijven zich op specialisatie of verbreding. Daarnaast zoeken bedrijven meer aansluiting bij maatschappelijke ontwikkelingen zoals biologische landbouw, zorg, recreatie et cetera. Voor deze ontwikkelingen is een economisch duurzaam bedrijf van belang. Ruimte om te ondernemen is cruciaal en een bouwperceel van voldoende omvang is daarbij noodzakelijk.

In de visie is aangegeven dat iedereen dezelfde bouwrechten heeft, tenzij er sprake is van een specifiek gebied. Hierbij gaat de gemeente uit van bouwblokken van twee hectare voor bestaande agrarische bouwblokken in nieuwe ruimtelijke plannen. Bij grotere bouwblokken is maatwerk noodzakelijk. De gemeente Hollands Kroon geeft aan in principe medewerking te willen verlenen aan het uitbreiden van de bedrijfsbebouwing, mits deze landschappelijk goed is ingepast. In paragraaf 3.3 is de landschappelijke inpassing verder uitgewerkt. Het aspect duurzaamheid wordt uitgewerkt bij de ontwikkeling van de uitwerking van de architectuur van de gebouwen. Conclusie De beoogde uitbreiding van de bedrijfsbebouwing voldoet aan de uitgangspunten van het gemeentelijk beleid. 2.4.2

Beleidsregels logiesfuncties arbeidsmigranten januari 2023

Het gemeentelijk beleid voor logiesfuncties voor tijdelijk medewerkers in de gemeente Hollands Kroon staat beschreven in het document 'Beleidsregels logiesfuncties arbeidsmigranten januari 2023'. Hieronder staan de voor dit plan belangrijkste regels waaraan voldaan moet worden. De beleidsregel stelt de volgende van belang zijnde regels: Artikel 2 Algemene regels: 1. Logiesfuncties doen geen onevenredige afbreuk aan, of leveren geen onevenredige hinder of beperkingen op voor aangrenzende of nabije functies en bestemmingen; 2. Logiesfuncties voorzien in een goed leefklimaat; 3. Logiesfuncties beschikken per logiesplek over ten minste 12 vierkante meter gebruiksoppervlakte en maximaal één bed per slaapvertrek; 4. De gemeente kan met de initiatiefnemer een planschadeverhaalsovereenkomst en/of een anterieure overeenkomst sluiten, als een exploitatieplan voor het verhalen van gemaakte kosten noodzakelijk

12

Toelichting (vastgesteld)

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

wordt gevonden; 5. Grootschalige logiesfuncties beschikken ten minste over een gezamenlijke recreatieruimte, waarbij de totale oppervlakte(n) van de ruimte(s) minimaal 2,5 vierkante meter per logiesplek omvat; 6. Logiesfuncties voorzien in voldoende parkeergelegenheid, als uitgangspunt geldt de CROW-normering Kamerverhuur (zelfstandig, niet-studenten); 7. De aaneengesloten logiesperiode voor een tijdelijke medewerker bedraagt maximaal 12 maanden; 8. De initiatiefnemer stelt een door de gemeente goed te keuren beheerplan op; 9. Vergunningen worden verleend voor maximaal 20 jaar. Er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan functies in de omgeving. Ook voorziet de logiesfuncties zelf in een goed leefklimaat. De units krijgen een oppervlakte van circa 19,5 m2 per unit. Voor de huisvestiging van tijdelijke werknemers wordt aangesloten bij de normen die gelden voor de categorie 'Kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)'. Hiervoor geldt een norm van 0,7 per kamer. Met onderhavige huisvestingsgebouw worden 40 bedden voorgesteld. Derhalve zijn maximaal 28 parkeerplaatsen benodigd. Op het perceel is voldoende ruimte om aan de parkeerbehoefte te voldoen. Er wordt voldaan aan de gestelde criteria in artikel 2. Artikel 4 Logiesfuncties op een agrarisch bouwperceel: Logiesfuncties voor maximaal 40 tijdelijke werknemers bij een agrarisch bedrijf zijn mogelijk, als: 1.

de logiesfunctie een ondergeschikte functie betreft ten opzichte van een volwaardig agrarisch bedrijf dat op het desbetreffende perceel met een agrarische bestemming is gevestigd; 2. voor zover het te huisvesten aantal personen overeenstemt met de (tijdelijke) arbeidsbehoefte van het agrarisch bedrijf, en; 3. de beheerder ter plaatse aanwezig is op de momenten dat tijdelijke medewerkers ter plaatse verblijven; 4. In afwijking van artikel 2, lid 3 is het toegestaan om in een piekperiode van maximaal 2 maanden per jaar, verblijfsunits toe te staan binnen een agrarisch bouwperceel met een gebruiksoppervlakte per persoon van minimaal 10 m². De arbeidsbehoefte is getoets door de onafhankelijke Agrarische beoordelingscommissie (ABC). Zoals in Bijlage 1 is te lezen, oordeelt de ABC positief.

2.5

Conclusie

Dit bestemmingsplan voldoet aan het geschetste rijksbeleid, omdat de mogelijkheden worden benut om de kwaliteit en vitaliteit van de groene ruimte te verbeteren. Met deze planontwikkeling zijn verder geen rijksbelangen gemoeid. De huisvestiging van de tijdelijke medewerkers voldoet aan artikel 2 en 4 van de beleidsregels logiesfuncties arbeidsmigranten januari 2023. Het uitbreiden van de bedrijfsbebouwing is landschappelijk goed ingepast door middel van een landschappelijke inpassing van het gehele erf. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor aanleg en onderhoud hiervan. Op grond van het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat dit bestemmingsplan in overeenstemming is met het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijke beleid.

Toelichting (v astgesteld)

13

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

Hoofdstuk 3

DLVge

Beschrijving van het plan

In dit hoofdstuk komt het initiatief aan bod. Daartoe wordt eerst inzicht gegeven in de huidige functie(s) en bebouwing in het plangebied. Daarbij wordt mede de relatie met de omgeving betrokken. Daarna wordt strikt ingezoomd op het beoogde initiatief.

3.1

Huidige situatie

Fa. Gebr. van Oers is een teelt- en kwekerijbedrijf van tulpen gelegen aan de Zuiderdijkweg 11 te Wieringerwerf. Op het perceel bevinden zich een boerderij, kassen, waterbassin, verwerkingshal en een opslag. Naast de bebouwing is er een windturbine aanwezig en tijdelijke huisvesting voor 20 medewerkers. De kassen met de verwerkingsruimte en de opslag nemen 13.260 m2 in beslag. De boerderij is 548 m2. In totaal is er 13.808 m2 bebouwd.

Figuur 3: Bestaande situatie v an bov enaf met 1: tuinbouwkassen; 2: v erwerkingshal; 3: opslag; 5: woonhuis/schuur.

Figuur 4: Ov erzicht v oorzijde bedrijf .

14

Toelichting (vastgesteld)

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

Figuur 5: Te slopen woonhuis en schuur.

3.2

Toekomstige situatie

Momenteel zijn op deze locatie 8 mensen in vaste dienst, waarnaast gedurende de pieken nog ruim 20 tijdelijke krachten ingezet worden. Aangezien een groot deel uit het buitenland komt hecht van Oers veel waarde aan goede en betaalbare huisvesting voor hun mensen. Dit zien zij als service richting de werknemers en noodzakelijk voor het bedrijf. Op dit moment worden de mensen gehuisvest in een tijdelijke voorziening. Van Oers wil de werknemers graag onderbrengen in een modern, permanent gebouw. Door de jaren heen is het bedrijf gegroeid naar de huidige 55 ha teelt en ruim 28 miljoen broei. De teelt van de tulpen te velde vindt in de omgeving plaats, waar land in eigendom is en gehuurd wordt van veeboeren en akkerbouwers. Aangezien er sprake is van vruchtwisseling van 1 op 6, is het gebruik van eigen land minder interessant. Het betreft een zg. reizende kraam. De percelen worden uitgewisseld met andere agrariërs. Het bedrijf ontwikkelt zich jaarlijks, daarom wil het bedrijf het perceel zo optimaal mogelijk indelen. Bij een maximale uitbreiding van de teeltruimte tot ca. 17.000 m² glas, is ca. 90 ha teelt nodig om tot ca. 45 miljoen broei te komen. De reden voor uitbreiding is dat er meer potentiële afzet dan eigen productie is, met als gevolg dat op termijn niet alle orders ingevuld kunnen worden. Dit beperkt de mogelijke afzet behoorlijk.

Het uitbreiden van het landgebruik door middel van huur is geen probleem. In de broeierij is er een steeds grotere tendens naar meerlagenteelt. Daarbij kan het gaan om 1 of meerdere extra teeltlagen in de kas. Om een toekomstbestendig bedrijf te blijven wordt de nieuw te bouwen kas geschikt gemaakt voor meerlagenteelt. Dat betekent dat het ingeschatte aantal gebroeide stelen verder zal stijgen. Voor de verwerking van de huidige 28 miljoen stelen worden ca. 20 tijdelijke krachten ingezet. Op termijn zal de behoefte aan tijdelijke medewerkers toenemen enerzijds door het vergroten van het glasareaal, anderzijds door het intensiveren van de teelt. Om de uitbreiding te kunnen realiseren moet het woonhuis met schuur zoals in figuur 5 is weergegeven worden gesloopt. Het nieuw te bouwen woonhuis zal aan de zuidkant van het bouwperceel worden aangelegd. De bouw van deze woning wordt mogelijk gemaakt met een omgevingsvergunning. De vergunning is aangevraagd op 24-03-2023 en geregistreerd onder Z-415228. De ontwerp omgevingsvergunning is op 3 augustus 2023 bekendgemaakt in het digitale gemeenteblad. Zodra de omgevingsvergunning wordt verleend, wordt gestart met de bouw van de woning. De bestaande bedrijfswoning zal binnen 6 maanden na oplevering van de nieuw te bouwen woning worden gesloopt.

Toelichting (v astgesteld)

15

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

De uitbreiding van de verwerkingshal en de kassen zal aansluitend aan de huidige bebouwing worden gerealiseerd. De verwerkingshal wordt met ca 461 m2 uitgebreid en de teeltruimte met 7.168 m2. De opslag zal worden uitgebreid met ca 1.268 m2. De boerderij zal worden gesloopt om plaats te maken voor de realisering van een bedrijfsgebouw waar mogelijk ook migrantenhuisvesting kunnen worden gerealiseerd. Wat de definitieve locatie voor de migrantenhuisvesting wordt, is nog niet volledig uitgekristaliseerd. Voor de huisvesting zullen 34 parkeerplaatsen worden gerealiseerd.

Figuur 6: Nieuwe situatie

In tabel 1 is weergegeven hoeveel wordt bijgebouwd. omschrijving

huidige opp

uitbreiding

totaal

1

kassen

9.720 m²

7.168 m²

16.888 m²

2

verwerkingshal

1.720 m²

461 m²

2.181 m²

3

opslag

1.820 m²

1.267 m²

3.087 m²

4

opslag/migrantenhuisvesting

0 m²

2.100 m²

2.100 m²

5

boerderij/schuur

548 m²

wordt gesloopt

0 m²

6

woonhuis

0 m²

175 m²

175 m²

7

bijgebouwen woonhuis

0 m²

75 m²

75 m²

8

parkeerplaatsen: 34

nvt

nvt

nvt

totaal bebouwd

24.506 m²

Tabel 1: Opperv lakte bebouwing

3.3

Landschappelijke inpassing

Het plangebied ligt open binnen de polder aan de oostzijde van de gemeente Hollands Kroon en grenst vrijwel direct aan het IJsselmeer. Aan de west-, noord en oostzijde ligt een sterk open landschap welke gebruikt wordt voor diverse akkerbouw.

16

Toelichting (vastgesteld)

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

De ambitie is om de bestaande karakteristiek van het landschap te behouden en te versterken. De nieuwe ontwikkeling staat in verhouding tot de sterk open landschap structuur afgewisseld met een sterke landschappelijke beslotenheid rondom bebouwing door groenstructuren (erfbeplanting). De mate van beslotenheid sluit aan bij het karakter van de omgeving. Dit karakter zal worden behouden en versterkt worden door het plaatsen van diverse inheemse beplantingsoorten rondom het kavel. Hierbij gaat het specifiek om het behouden van aanwezige (waardevolle-) groenstructuren zoals bosjes en bomen maar vooral om het realiseren van massieve nieuwe structuren die het plangebied volwaardig inpassen in het landschap. Aan de voorzijde van het perceel rondom het woonhuis zullen nieuwe groepen inheemse hoogstam fruitbomen worden geplaatst. Ook zullen er bij- en vlindervriendelijke heesterbeplanting bij de randen van het kavel bij het woonhuis worden geplaatst voor het vergroten van de biodiversiteit. Er zal een bijzondere boom als blikvanger worden geplaatst aan de voorzijde van het perceel, aan de wegzijde. Rondom het perceel waar momenteel nog geen begroeiing staat zal een inheemse boomsingel met bomen en struiken worden gerealiseerd om de overige bouw te omsluiten met groen.

De bestaande beplantingsstructuur zal behouden worden en versterkt door de toevoeging van landschapversterkende maatregelen. Figuur 7 geeft de gewenste situatie weer.

Figuur 7: nieuwe situatie (indicatief )

Landschap Het plangebied is gelegen in het landschap voormalige Zuiderzee. De identiteit van deze polder wordt bepaald door de cultuurhistorische lijnen in het landschap die nog ‘jong en gaaf’ zijn, zoals ze destijds rationeel ontworpen zijn op de tekentafel. De waterstaatkundige beperkingen en het gegeven dat de nieuwe polder geschikt moest worden gemaakt voor de landbouw, hebben de kantlijnen bepaald waarbinnen de polder vorm mocht krijgen. In de bodem van de polder zijn daarnaast nog elementen van structuren aanwezig die herinneren aan vroegere bewoning en de strijd tegen het water. De hoofdstructuur van Wieringermeer wordt van oorsprong gevormd door kanalen, vaarten en verbindingswegen met begeleidende beplantingen. De verwevenheid van de dorpen en het platteland is bewust nagestreefd. De dorpen maken onderdeel uit van het omringende agrarische landschap. De strakke lijnvormige hoofdstructuur vormt de ruggengraat van de groenvoorziening en wordt derhalve visueel - ruimtelijk herkenbaar gehouden. Het bedrijf zal op een landschappelijke wijze worden ingepast in de huidige landschap. Conclusie

Toelichting (v astgesteld)

17

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

De landschappelijke waarden worden verbeterd, omdat er meer ruimte wordt gecreëerd voor de biodiversiteit door het behouden van de aanwezige groenstructuren en deze uit te breiden met inheemse beplanting rondom de bebouwing. Aanleg en onderhoud is geborgd door een voorwaardelijke verplichting.

3.4

Verkeer en parkeren

Verkeer De planlocatie is gelegen aan de Zuiderdijkweg. Deze weg is ter plaatse een 60 km/uur zone en heeft een functie van ontsluitingsweg voor de bedrijven en woningen in het gebied. Het aantal vervoersbewegingen naar het bedrijf zal toenemen vanwege de schaalvergroting. De ligging en ontsluiting van het bedrijf is zodanig dat zowel personen- als vrachtvervoer zonder hinder te veroorzaken kunnen aan- en afvoeren. Door de verhoogde productie op de locatie zullen de transportbewegingen met ca. 30% toenemen. Dit houdt in dat er gemiddeld 4 laad- en losbewegingen per dag zullen gaan plaatsvinden. In de paasweek is er altijd een piek in de vervoersbewegingen tot wel 24 per dag. Dit blijft ongewijzigd, aangezien er met de schaalvergroting een flinke efficiëntieslag gemaakt kan worden in aan- en afvoer; de vrachtwagens kunnen beter beladen worden. Verkeer kan op eigen terrein draaien. Parkeren Voor parkeren is het bestemmingsplan "Parkeren en Wonen" van de gemeente Hollands Kroon aangehouden, door het college vastgesteld op 27 februari 2018. Uitgangspunt is dat het parkeren op eigen terrein wordt opgelost. Overeenkomstig de gemeentelijke randvoorwaarden wordt uitgegaan van de gemiddelde normen van de kengetallen van CROW (publicatie 317).

Voor de huisvestiging van tijdelijke werknemers wordt aangesloten bij de normen die gelden voor de categorie 'Kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten)'. Hiervoor geldt een norm van 0,7 per kamer. Met onderhavige huisvestingsgebouw worden 40 bedden voorgesteld. Derhalve zijn 28 parkeerplaatsen primair voor de huisvesting benodigd. Op het perceel worden 34 parkeerplaatsen gerealiseerd waardoor er ruim voldaan wordt aan deze norm. Voor de woning worden er 2 parkeerplaatsen gerealiseerd. Alle benodigde parkeerplaatsen worden op eigen terrein gerealiseerd. Hiervoor is voldoende ruimte.

18

Toelichting (vastgesteld)

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

Hoofdstuk 4

DLVge

Omgevingsaspecten

De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet ingevolge de Wet ruimtelijke ordening (Wro) aangetoond worden (artikel 3.1.6 lid 1 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, ect.) maar ook de economische uitvoerbaarheid van het plan. Daarvan wordt in dit hoofdstuk verslag gedaan. De toets aan het beleid is in het vorige hoofdstuk al aan de orde gekomen.

4.1

Milieu

De te behandelen thema's die vanuit een oogpunt van milieu van belang zijn voor deze planontwikkeling zijn M.E.R., Milieuzonering, Geluid, Bodem, Luchtkwaliteit en Externe. 4.1.1

M.E.R.

Op 7 juli 2017 is het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) gewijzigd, waardoor de beoordelingsprocedure aan formele regels is gebonden en dient de beslissing op de m.e.r. vóór het behandelen van de aanvraag plaats te vinden. In de Wet Milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, die m.e.r-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D activiteiten). Voor activiteiten die genoemd zijn bij bijlage D is de verplichting tot een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de werkzaamheden in dit project is een activiteit benoemd in bijlage D, die mogelijk kan leiden tot een m.e.r.-beoordelingsplicht. In tabel 2 is een activiteit weergegeven, het betreft hier Categorie D9: Een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan. Navolgend is toegelicht of deze categorie leidt tot een m.e.r. - beoordelingsplicht.

Tabel 2: categorie D9 v an de bijlage v an het besluit m.e.r.

Omdat het agrarisch bouwperceel wordt uitgebreid, moet in categorie D.9 van de bijlage van het Besluit m.e.r. beoordeeld worden of er sprake is van een plan m.e.r.-plicht. In het voorgenomen plan wordt het bedrijf met ca. 1 ha bebouwing uitgebreid. Met de realisatie van de voorgenomen activiteit worden de gestelde drempelwaarde van 50 ha niet overschreden.

Toelichting (v astgesteld)

19

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

Er is derhalve geen sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Dat neemt echter niet weg dat als de activiteiten onder de drempelwaarden blijven, er toch bezien moet worden of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling (een zogenaamde 'vormvrije mer-beoordeling'). Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. In dit hoofdstuk wordt weergegeven hoe het plan zich verhoudt tot de diverse relevante omgevingsaspecten (zoals geluid, bodem, luchtkwaliteit, water, archeologie en ecologie). De conclusie luidt dat de voorziene ontwikkelingen haalbaar en uitvoerbaar zijn. Geconstateerd kan worden dat niet is gebleken van feiten en omstandigheden (waarbij onder meer rekening is gehouden met de criteria in bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (richtlijn 85/337/EEG) die maken dat de uitvoering van dit plan kan leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen die het verrichten van vervolgmilieuonderzoek (eventueel in de vorm van een milieueffectrapportage) noodzakelijk maken. Gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden.

Voor het bestemmingsplan is dan ook geen mer-procedure of mer-beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r. 4.1.2

Milieuzonering

4.1.2.1 Wettelijk kader Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). De richtafstanden in Bedrijven en Milieuzonering gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie, zoals bedoeld met de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype gemengd gebied kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven. 4.1.2.2 Onderzoek / beoordeling Aan de Zuiderdijkweg liggen alleen bedrijven en bedrijfswoningen in de omgeving. De Zuiderdijkweg is een rustige weg in het buitengebied. Er is hier sprake van omgevingstype rustig buitengebied. Milieucategorie

Richtafstand tot omgevingstype rustig buitengebied

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

Tabel 3: Richtaf standen en omgev ingsty pe

Conclusie Een akker- of tuinbouwbedrijf valt onder milieucategorie 2, waarbij een richtafstand van 30 meter vanaf de gebouwen geldt. De dichtstbijzijnde milieugevoelige functies betreffen bedrijfswoningen naast het plangebied. De dichtstbijzijnde bedrijfswoning betreft aan de Zuiderdijkweg 10 die op meer dan 30 m vanaf het plangebied staat. Het gebouw aan de Zuiderdijkweg 12 ligt ook op meer dan 30 m. Er is hierdoor geen aanleiding om aan te nemen dat de beoogde activiteiten binnen het plangebied

20

Toelichting (vastgesteld)

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

milieuhygiënische knelpunten naar de omgeving zullen opleveren. Een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd, zodat er vanuit milieuzonering geen bezwaren bestaan tegen dit bestemmingsplan. 4.1.2.3 Gewasbeschermingsmiddelen Er zijn geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabij gelegen als voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen. In de regel wordt een afstand van 50 m tussen de gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en een gevoelig object in acht genomen. Bij een afstand van 50 m wordt ervan uitgegaan dat er geen nadelige effecten optreden voor de volksgezondheid. Het is nog niet bekend waar de migrantenhuisvesting wordt gerealiseerd. Voor het plaatsen hiervan is een omgevingsvergunning nodig. Een voorwaarde is een spuitzone van 50 m. 4.1.3

Geluid

4.1.3.1 Wettelijk kader wegverkeerslawaai Ter bepaling van de geluidsbelasting dient op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) iedere weg in beschouwing te worden genomen, tenzij deze binnen een woonerf gelegen is of voor de weg een maximum rijsnelheid van 30 km/uur geldt. Deze wegen hebben een zone. Dit is een aandachtsgebied waarbinnen een akoestisch onderzoek dient plaats te vinden, voor zover sprake is van wonen. De grootte van de zones is afhankelijk van het aantal rijstroken en de definitie van het gebied (buitenstedelijk of binnenstedelijk). Buitenstedelijk is het gebied dat buiten de bebouwde kom is gelegen en het gebied binnen de bebouwde kom voor zover liggend langs een autosnelweg. Het overige gebied is binnenstedelijk. 4.1.3.2 Wettelijk kader spoorweglawaai Op 1 juli 2021 zijn de “spelregels” voor hoofdspoorwegen gewijzigd. Middels de vaststelling van geluidproductieplafonds (gpp’s) is een grens voor de maximale optredende geluidniveaus voor langs Rijksinfrastructuur vastgelegd. De bij vaststelling gehanteerde gegevens zijn vastgelegd in het bronregister. Voor de beoordeling van een plan blijft de Wgh van toepassing maar dient gebruik te worden gemaakt van de brongegevens uit het register.

4.1.3.3 Beoordeling Wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg in principe een zone heeft waar aandacht aan geluidhinder moet worden besteed. Daarbij onderscheidt de Wgh geluidsgevoelige gebouwen enerzijds en niet-geluidsgevoelige functies anderzijds. Het uitgangspunt is dat op de gevels van geluidsgevoelige functies voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Indien hier niet aan wordt voldaan, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Deze hogere waarde is te verlenen tot 53 dB in het buitengebied. Binnen het plangebied worden geen nieuwe geluidsgevoelige functies voorgesteld. Ook is er geen sprake van een zodanige toename aan verkeersbewegingen dat er significante gevolgen voor woningen in de omgeving zijn. Het is daarom niet noodzakelijk om het plan te toetsen aan geluidszones rondom wegen. De huisvesting van arbeidsmigranten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt wordt aangezien als tijdelijke huisvesting (logies). Dergelijke inrichtingen zijn op grond van de Wgh geen geluidsgevoelige objecten. Het is dus niet nodig om de ontwikkeling te toetsen aan de geluidszone van de Zuiderdijkweg. Spoorweglawaai Het spoortracé Hoorn - Medemblik is het meest nabijgelegen spoortracé. De planlocatie ligt op meer dan 3 kilometer van de spoorlijn.

De zonebreedtes langs een spoorweg worden bepaald door de waarden van de geldende geluidproductieplafonds op referentiepunten. Indien de referentiepunten achter een geluidscherm zijn gelegen, worden de geluidproductieplafonds ervan niet beschouwd, wel die van de eerste voorkomende

Toelichting (v astgesteld)

21

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

referentiepunten voorbij de beëindigingen van het geluidscherm. Het referentiepunt met het hoogste geluidproductieplafond, niet achter een scherm gelegen heeft een geluidproductieplafond van 65,7 dB. Op basis van deze geluidproductieplafondwaarde wordt de zonebreedte bepaald, deze bedraagt 300 m, gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf. De planlocatie valt buiten de zone van het spoortracé. Conclusie Vanuit de Wet geluidhinder bestaan er geen beperkingen tegen onderhavige planontwikkeling. 4.1.4

Bodem

4.1.4.1 Wettelijk kader Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. 4.1.4.2 Onderzoek / beoordeling Op 7 juni 2022 is door Landview Bodemonderzoek uit Zwaag een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten zijn vastgelegd in het rapport 2022245 (Bijlage 2). Het bodemonderzoek is volgens de strategie voor een onverdachte locatie uitgevoerd. Op basis van zintuiglijke waarnemingen is rondom de bestaande woning een zwakke bijmenging met metselpuin en resten baksteen aangetroffen. Daarnaast is op de locatie plaatselijk een volledig laag puingranulaat aanwezig. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond sterk verontreinigd is met zink. De sterke verhoging aan zink is aangetoond in een mengmonster (bg3). In verband met de aangetoonde sterke verhoging zijn de individuele grondmonsters van dit mengmonster geanalyseerd op zink.

Hierbij is nog hooguit een matige verontreiniging met zink aangetroffen, waardoor de sterke verontreiniging met zink voldoende is onderzocht. Verder is de bovengrond licht verontreinigd met barium, cadmium, kwik, lood, zink en/of minerale olie. In de ondergrond is een lichte verontreiniging met minerale olie en PAK aangetroffen. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Uit het asbestonderzoek blijkt dat tijdens de visuele inspectie op één plek asbestverdacht materiaal op het maaiveld is aangetroffen. In de bodem is visueel en analytisch geen asbest aangetroffen. 4.1.4.3 Beoordeling OD NHN 5-12-2022 Rapport 2022245 is op 5 december 2022 beoordeeld door Omgevingsdienst Noord Holland Noord. De OD NHN merkt op dat de in de rapportage vermelde omvang van de onderzoekslocatie (1,1 ha) komt niet overeen met de onderzoekslocatie zoals in het kaartmateriaal van 61 is ingetekend (1,5 ha). Er zijn volgens de NEN 5740 daardoor onvoldoende boringen en analyses verricht. In bijlage 2 (tekening met boorpunten) van rapport 2022245 is zijn de uitbreidingen globaal omlijnd aangegeven, wat inderdaad mogelijk de indruk wekt dat de onderzoek locatie groter is. Naar aanleiding van het advies van ODNHN is de tekening aangepast, zodat duidelijk is welk deel van het terrein ter plaatse van Zuiderdijkweg 11 te Wieringerwerf daadwerkelijk onderzocht is.

Het aantal gedane boringen en analyses komt overeen met de onderzochte oppervlakte. Hiermee is aangetoond dat voldaan is aan de NEN 5740. In document Bijlage 3 is deze conclusie nader onderbouwd. Conclusie Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij het beoogde gebruik. Op basis van de nu bekende gegevens mag de grond daarom als ‘asbestvrij’ worden beschouwd, hoewel lokaal asbesthoudend materiaal op het maaiveld is aangetroffen.

22

Toelichting (vastgesteld)

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

4.1.5

DLVge

Luchtkwaliteit

4.1.5.1 Wet- en regelgeving De belangrijkste wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit is vanaf 15 november 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5, Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Luchtkwaliteitseisen). In de wet zijn onder andere regels en grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. In tabel 4 is een overzicht gegeven van de grenswaarden. Stof

Toetsing norm

Grenswaarden

Stikstofdioxide (NO2)

Jaargemiddelde concentratie

3

Geldig

40 µg/m

Vanaf 2015

Fijn stof (PM10)*

Jaargemiddelde concentratie

40 µg/m3

Vanaf 11 juni 2011

Fijn stof (PM2,5)

Jaargemiddelde concentratie

25 µg/m3

Vanaf 1 januari 2015

24-uurgemiddelde concentratie

Max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg/m3

Vanaf 11 juni 2011

Tabel 4: Grenswaarden maatgev ende stof f en Wet milieubeheer. * Bij de beoordeling hierv an blijv en de aanwezige concentraties v an zeezout buiten beschouwing (v olgens de bij de Wet milieubeheer behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007).

De Wet luchtkwaliteit (artikel 5.16, eerste lid, Wm) stelt dat ruimtelijke plannen doorgang kunnen vinden indien aan één van de onderstaande voorwaarden is voldaan: a. de plannen niet leiden tot het overschrijden van een grenswaarde; b. de luchtkwaliteit ten gevolge van de plannen (per saldo) verbetert of ten minste gelijk blijft; c. de plannen niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de concentratie van NO2 en PM10 in de buitenlucht. Vanaf het in werking treden van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit op 1 augustus 2009 wordt onder een NIBM bijdrage een bijdrage van minder dan 3% van de grenswaarde verstaan; d. het project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Verder is er met deze wijziging een wettelijke basis voor een Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit opgesteld. Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (afgekort NSL) is de kern van de Wet luchtkwaliteit. Doel van het NSL is: 1. Negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken; 2. Mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren door tijdig aan de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit te voldoen.

Het NSL is een bundeling van de regionale actieprogramma's en de Rijksmaatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Het NSL bevat enerzijds maatregelen die de luchtkwaliteit verbeteren en anderzijds ruimtelijke ontwikkelingen die de luchtkwaliteit in betekenende mate verslechteren. Het NSL brengt deze twee aspecten in evenwicht. Het Rijk coördineert het nationale programma. Het Rijk maakt met provincies en gemeenten afspraken over toetsbare resultaten; in de gebieden moeten de normen voor luchtkwaliteit stap voor stap dichterbij komen. De overheden kunnen op die resultaten worden afgerekend. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2020) geldt in de directe omgeving van het plangebied een gemiddelde fijn stof concentratie (PM10) van minder dan 18 µg/m3. De norm voor deze stof ligt op 40 µg/m3 (jaargemiddelde concentratie vanaf 2015). Daarnaast geldt een

Toelichting (v astgesteld)

23

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) van minder dan 15 µg/m3. De norm voor deze stof ligt eveneens op 40 µg/m3 (jaargemiddelde concentratie vanaf 2015). Er is dus geen sprake van een dreigende overschrijding van de grenswaarden. De uitvoeringsregels behorende bij de wet zijn vastgelegd in Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) en Ministeriële Regelingen (mr) die gelijktijdig met de 'Wet luchtkwaliteit' in werking zijn getreden, waaronder de AMvB en Ministeriele Regeling niet in betekenende mate (afgekort NIBM). 4.1.5.2 Onderzoek / beoordeling AMvB en Regeling niet in betekenende mate (NIBM) De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate (ofwel niet in betekenende mate) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een toename van de NO2 en /of PM10 jaarconcentratie met maximaal 3% van de grenswaarden (of wel een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 en/of PM10). NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Grotere projecten daarentegen kunnen worden opgenomen in het NSL-programma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door maatregelen. Al het vrachtverkeer wordt gezien als zwaar vervoer (worst case). Het aantal extra vervoerbewegingen bedraagt 4.

Tabel 5: NIBM

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. 4.1.6

Externe veiligheid

4.1.6.1 Wettelijk kader Bij Externe Veiligheid (EV) gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de opslag, productie of het transport van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Binnen de EV worden twee normstellingen gehanteerd: Het Plaatsgebonden risico (PR) richt zich vooral op de te realiseren basisveiligheid voor burgers. Het Groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. Bebouwing is niet toegestaan binnen de zogenaamde 10-6 contour van het PR: rond inrichtingen, waarin opslag/verwerking van gevaarlijke stoffen plaatsvindt;

24

Toelichting (vastgesteld)

Zuiderdijkweg 11 Wieringerwerf

DLVge

langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Risico's verbonden aan het transport van gevaarlijke stoffen zijn in kaart gebracht in de diverse risicoatlassen. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) is opgenomen dat voor iedere toename van het GR een verantwoordingsplicht geldt, ook als de verandering geen overschrijding van de norm veroorzaakt. 4.1.6.2 Onderzoek / beoordeling Transport gevaarlijke stoffen Gevaarlijke stoffen worden vervoerd over de modaliteiten binnenwater, spoor, weg en door buisleidingen. Indien een bestemming is gepland binnen het invloedsgebied van de transportas dient de toename van het GR berekend te worden en afhankelijk van de uitkomst van de berekening dient een verantwoording GR te worden opgesteld. Op 1 april 2015 is het Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over water, weg en het spoor in werking getreden. Met de invoering van het Basisnet beoogt het Rijk een evenwicht tot stand te brengen tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, ruimtelijke ontwikkelingen en externe veiligheid. Transport over water Er ligt in de omgeving van het plangebied geen hoofdvaarweg, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Er is dus geen beperking voor het plangebied.

Transport over spoor Er ligt binnen een zone van 200 meter van het plangebied geen spoorbaan, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Er is dus geen beperking voor het plangebied. Wegtransport Er liggen binnen een zone van 200 meter geen rijks- en/of provinciale wegen. Er is dus geen beperking voor het plangebied. Transport per buisleiding Voor zoneringsafstanden van hogedruk gasleidingen geldt vanaf 31 maart 2018 de AMvB Buisleidingen. Hierbij dient te worden uitgegaan van de risicoafstanden zoals aangegeven in de AMvB. Er ligt in de nabijheid van het plangebied geen hoge druk aardgasleiding waarvan de PR en/of GR contour reikt tot het plangebied. Er zijn voor wat betreft het transport door buisleidingen geen beperkingen voor de ontwikkeling. Inrichtingen Binnen de 10-6 contour van een risicovolle inrichting mogen geen kwetsbare bestemmingen geplaatst worden. Indien een bestemming is gepland binnen het invloedsgebied van de EV relevante inrichtingen dient de toename van het GR berekend te worden en afhankelijk van de uitkomst van de berekening dient een verantwoording GR te worden opgesteld. In de nabijheid van het plangebied zijn geen EV-relevante inrichtingen gevestigd, zodat het GR hier geen belemmering vormt. Risicokaart De risicokaart geeft inzicht in de risico's in de woon- en werkomgeving.

Op de kaart staan meerdere soorten typen rampen, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Deze gegevens zijn afkomstig van gemeenten, waterschappen, provincie en de rijksoverheid. Uit de risicokaart (figuur 8) blijkt dat er in de directe omgeving van het plangebied geen potentiële risicobronnen aanwezig zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=1c57f270-4c59-4213-aae7-ff840b1fe53a