CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

B1. Toelichting Bestemmingsplan Gemaal Hippolytushoef

Raad 18 april 2024, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Bestemmingsplan Gemaal Lonjeweg Hippolytushoef16.507 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3.5

Conclusie beleidskader

Op basis van het nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleidskader is de voorgestelde bestemmingswijziging van de locatie niet bezwaarlijk: • Op basis van het nationaal beleid (Nationale |Omgevingsvisie) zijn er geen bezwaren tegen het ontwikkelen van de locatie. • De planlocatie maakt onderdeel uit van het Bijzonder provinciaal landschap Wieringen. Bij de planontwikkeling wordt rekening gehouden met het aardkundig monument de Wierdijk. • De ontwikkeling van het beoogde plan is binnen de omgevingsvisie Hollands Kroon mogelijk. Het plan sluit aan op het gemeentelijke ruimtelijke kwaliteitsbeleid voor het voormalige eiland Wieringen.

Toelichting bestemmingsplan Gemaal Hippolytushoef, vastgesteld 21 maart 2024

30

4.

OMGEVINGSASPECTEN

4.1

Algemeen

Een belangrijk onderdeel van de verantwoording vormt de afweging van de milieuaspecten (geluid, luchtkwaliteit etc.) en de omgevingsaspecten (water, natuur, cultureel erfgoed etc.). Op basis van het voorgenomen gebruik en de beoogde planlocatie zijn de volgende omgevingsaspecten nader onderzocht: toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking, watercompensatie, bodemkwaliteit, geluidhinder, natuurbescherming, stikstofdepositie, externe veiligheid, m.e.r.-beoordeling. De resultaten van het onderzoek zijn in dit hoofdstuk verwoord. Ook de hier nog niet genoemde omgevingsaspecten zoals duurzaamheid, verkeer en parkeren, archeologie, cultureel erfgoed, milieuzonering en externe veiligheid worden beschreven.

4.2

Duurzaam ruimtegebruik

4.2.1 Toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking Omdat de realisering van een gemaal geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft is formele toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet aan de orde. Het initiatief is wel op zorgvuldig ruimtegebruik beoordeeld. De nieuwe locatie voor het gemaal is – naast de geschiktheid voor de waterhuishouding ingegeven door de beschikking van eigendom van het hoogheemraadschap. Het gemaal dient vanwege zijn functie aan de zuidzijde langs de waterkering (Wierdijk) te worden aangelegd. In een locatiestudie is de nieuwe locatie als de meest gunstige naar voren gekomen. Afweging De nieuwe locatie ligt naast het huidige gemaal, welke zal worden geamoveerd en betreffend deel van het profiel zal worden hersteld. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

4.2.2 Duurzaamheid en energiebesparing Het pand wordt energieneutraal gebouwd (EPC 0). In het ontwerp wordt aandacht besteed aan het zo veel mogelijk duurzaam gebruik maken van de beschikbare natuurlijke hulpbronnen. In aanvulling daarop wordt gezocht naar de volgende mogelijkheden om het ontwerp verder te verduurzamen, zoals het inrichten van het verhard terrein met zo veel mogelijk open verharding wat gunstig is voor de waterhuishouding. Afweging Duurzaamheid vormt een belangrijk onderwerp in het sociaal-maatschappelijke debat en is daarmee een belangrijk aandachtspunt in het beleid van de gemeente Hollands Kroon. Doel van de nieuwbouw is de wens van het hoogheemraadschap om het waterbeheer van de Hippolytushoeverkoog duurzaam te verbeteren door een nieuw gemaal te bouwen. Bij nieuwbouw worden naast de visvriendelijke pompen ook het gemaal duurzaam verbeterd. Conclusie: In onderhavig situatie is sprake van een duurzame ruimtelijke ontwikkeling.

4.3

Water

De planlocatie valt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en

Toelichting bestemmingsplan Gemaal Hippolytushoef, vastgesteld 21 maart 2024

31

beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Keur en Uitvoeringsregels Op grond van de Waterwet is het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier als waterschap bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden. De Keur geeft vorm aan de inhoud van de Waterwet met concrete doelstellingen, te weten: voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met (a) bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, en (b) vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. In de Keur 2016 van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn.

De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels die op de website van het hoogheemraadschap te vinden zijn (https://www.hhnk.nl/keur). Huidige waterhuishouding De planlocatie ligt op de Wierdijk, tussen de randsloot van de Hippolytushoeverkoog en het Amstelmeerkanaal. Het Amstelmeerkanaal loopt aan de zuidrand van het voormalig eiland Wieringen, van het Amstelmeer bij de Haukes naar het IJsselmeer bij Den Oever. De voormalige molenvaart langs de Lonjeweg is nu een belangrijke primaire waterloop die bij het gemaal op het water langs de Wierdijk aanhaakt. De waterlopen zijn door duikers met elkaar verbonden (afb.17). Het gemaal bemaalt peilgebied 2855-04 met een zomer-/winterpeil van NAP-1,60/-2,10 meter. Het gemaal slaat haar water uit op het Amstelmeerkanaal met een zomer-/winterpeil van NAP0,40/-0,50 meter. De Wierdijk een provinciale waterkering (afb.18), de hele planlocatie kent een Beschermingszone A. De dijk is toegankelijk ten behoeve van beheer en onderhoud voor de pachter.

afb.19 Waterlopen en kunstwerken in omgeving van het gemaal Hippolytushoef (bron: HHNK Legger Wateren 2022)

Toelichting bestemmingsplan Gemaal Hippolytushoef, vastgesteld 21 maart 2024

32

afb. 20Zonering regionale waterkering (bron: HHNK Legger Waterkeringen

Watertoets Via de Digitale Watertoets is aan het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) op 21 juni 2023 gevraagd een reactie te geven op het plan(zie bijlage 2). Het plan heeft invloed op de waterhuishouding. Voor de ontwikkeling wordt daarom de procedure normale procedure gevolgd. Dit houdt in dat overleg met het waterschap nodig is. Een samenvatting van de watertoets is opgenomen in bijlage 2. Waterveiligheid Het waterkerend vermogen van de kering (Wierdijk) mag niet worden aangetast door ruimtelijke ingrepen. Doel van de nieuwbouw is de wens van het hoogheemraadschap om het waterbeheer van de Hippolytushoeverkoog duurzaam te verbeteren door een nieuw gemaal te bouwen. De toevoer naar het gemaal wordt robuuster, er wordt wateroppervlak aan het gebied toegevoegd. Voor de waterkering wordt niet alleen gekeken naar de kering zelf, maar ook de zoneringen aan weerszijden ervan verdienen bescherming. De Keur van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2016 is hierop van toepassing. Er gelden daarom restricties voor bebouwing en andere activiteiten op en langs de keringen. De plannen voor bouw én sloop worden getoetst op deze aspecten door de afdeling Waterveiligheid. De kruising van de waterkering zal voldoen aan de vigerende TAW/ENW/ISO/NEN1 normen en leidraden.

De eisen zijn onder andere dat het kunstwerk dubbelkerend moet zijn door het toepassen van bereikbare afsluiters, de leiding moet voldoende sterk zijn en tijdens de uitvoering moeten kleikisten en kwelschermen toegepast worden. De randvoorwaarden en genoemde Nennormen met betrekking tot de stabiliteit van de waterkering en kwel worden meegenomen in de uitwerking van het bestek c.q. contract. Het object (Instroomconstructie, onderbouw, perskoker/leiding en uitstroomconstructie) in de regionale kering wordt volgens de gestelde veiligheidsnormen ontworpen met een levensduur van 100 jaar. Voor het bouwen binnen een beschermingszone A van de dijk is een vergunning nodig, die via het waterspoor in het Projectplan Waterwet wordt geregeld.

Toelichting bestemmingsplan Gemaal Hippolytushoef, vastgesteld 21 maart 2024

33

Waterkwantiteit Ter plaatse van het huidige gemaal is een beperkte demping van oppervlaktewater noodzakelijk (dempen bestaande uitlaat). De waterkom zal echter worden vergroot. Door de bouw van het gemaal vindt een beperkte verhardingstoename plaats. Deze toename is minder dan de 800 m2 uit de Keur 2009 waardoor compensatie voor de verharding aan deze zijde van het gemaal niet noodzakelijk is. Het hoogheemraadschap adviseert in het algemeen om in het ontwerp van het plan het principe van ruimtelijke adaptatie op te nemen. Bij de terreinverharding, o.a. ten behoeve van incidenteel parkeren, wordt in het plan gebruik gemaakt van waterdoorlatende verharding met bijbehorende afvoer vertragende onderlaag. Waterkwaliteit en riolering De gemeente Hollands Kroon streeft bij nieuwe ontwikkelingen naar het zo veel mogelijkafkoppelen van de hemelwaterafvoer van de rioolwaterafvoer. Er is in het gebouw geen riolering of een toiletvoorziening aanwezig. Het afvloeiende hemelwater van het verhard oppervlak van het gemaal wordt direct afgevoerd naar de boezemwatergang. Verontreiniging van het afvloeiende hemelwater wordt zoveel mogelijk voorkomen door het uitsluitend toepassen van duurzame (niet-uitlogende) materialen. . Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het hoogheemraadschap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater.

Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Verontreiniging van het afvloeiende hemelwater wordt zoveel mogelijk voorkomen door het uitsluitend toepassen van duurzame (niet-uitlogende) materialen. De waterkwaliteit wordt voor een belangrijk deel bepaald door de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater in de omgeving. De ontwikkeling heeft geen verslechtering van de waterkwaliteit tot gevolg. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem geldt bij alle bouwplannen wordt het toepassen van zink, lood, koper en PAK's-houdende bouwmaterialen afgeraden. Afweging Voor werkzaamheden in de waterkering of aan het oppervlaktewater moet een vergunning worden aangevraagd of een melding gemaakt. In dit geval is een projectplan en projectbesluit HHNK nodig. Het projectplan is een procedure buiten de RO-procedure om. Conclusie De wateraspecten uit deze waterparagraaf vormen geen belemmering voor de realisatie van het gemaal Hippolytushoef. Wel zal in het kader van de Waterwet een projectplan moeten worden vastgesteld voor onder andere het graven van een oppervlaktelichaam, het aanbrengen van verhard oppervlak, het aanleggen/verplaatsen van kabels en leidingen, activiteiten in de waterbodem en voor activiteiten in, op of nabij een waterkering.

4.4

Bodem

In het kader van de onderzoeksplicht dient onder andere de bodemgesteldheid in het plangebied in kaart gebracht te worden. Een nieuwe bestemming mag pas worden vastgesteld als is aangetoond dat de bodem geschikt is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Daarbij is wettelijk bepaald dat een omgevingsvergunningsplichtig bouwwerk niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers en het milieu. Voor een bestemmingsplanwijziging is het dan ook noodzakelijk dat de kwaliteit van de bodem wordt vastgelegd. In het najaar van 2022 heeft Grondslag bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie gemaal Lonjeweg Hippolytushoef verband met de bestemmingswijziging op de

Toelichting bestemmingsplan Gemaal Hippolytushoef, vastgesteld 21 maart 2024

34

locatie(bijlage 3)2. Doel van het onderzoek is het vastleggen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Onderzoeksresultaten De gestelde hypothese dat geen verontreiniging wordt verwacht boven de 95- percentielwaarden als opgenomen in de bodemkwaliteitskaart is niet bevestigd. Er zijn in de grond en het grondwater lichte verhogingen aangetoond, waarvan de lichte verhoging aan molybdeen niet conform de gegevens van de bodemkwaliteitskaart is. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft echter in voldoende mate de milieuhygiënische situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie weer. Er is derhalve geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend onderzoek. Afweging Met dit onderzoek zijn milieuhygiënisch gezien geen belemmeringen aangetroffen voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging op locatie. Betekenis voor dit project Ten aanzien van het aspect bodemverontreiniging zijn er vooralsnog geen belemmeringen voor deze ontwikkeling.

4.5

Erfgoed

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verplicht gemeenten om rekening te houden met cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologische monumenten. Archeologie is sinds 1 juli 2016 geregeld in de Erfgoedwet. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 die op termijn naar de Omgevingswet over gaan, blijven van kracht tot die wet in werking treedt. Ze zijn opgenomen in het overgangsrecht van de Erfgoedwet.

4.5.1 Landschap en cultuurhistorie De Wierdijk in de gemeente Hollands Kroon is nog de enige Wierdijk in Nederland die van een zeer hoge cultuurhistorische- en landschappelijke waarde is vanwege de bijzondere geschiedenis van Wieringen. Sinds 1988 is de Wierdijk een provinciaal monument en beschermd op grond van de Erfgoed verordening Noord-Holland. Op dit provinciale monument mag je nu al wandelen en binnenkort ook fietsen. Cultuurhistorische waarde De Wierdijk (Westerlanderdijk tot en met Horndijk), die het eiland Wieringen vroeger tegen de zee beschermde, is nog steeds een in het landschap herkenbaar element. De dijk is tot in de 18de of 19de eeuw opgehoogd (hier wordt bedoeld: versterkt met wier en gordingspalen) met wier. Dit wier is op veel plaatsen aan de buitenkant nog zichtbaar (een voor ons land unieke situatie). De palen zijn veelal verdwenen.Aangezien de dijk in zowel wetenschappelijk, cultuurhistorisch als cultuurlandschappelijk opzicht een belangrijke bijdrage levert aan de bewoningsgeschiedenis van het gebied, wordt in principe behoud van de dijk nagestreefd. De Wierdijk aan de zuidkant van Wieringen. en dus ook ter plaatse van de locatie is vermoedelijk aangelegd met de inpoldering van de Westerlanderkoog en is zeer kenmerkend voor de landschapsgenese van Wieringen. De dijk is nog goed herkenbaar. Er bestaat een genetische samenhang tussen de polder en de dijk.

Afweging De Wierdijk is onderdeel van het Bijzonder Provinciaal Landschap Wieringen. Het BPL heeft drie provinciale kernwaarden waarbij de dijken vallen onder de kernwaarde van de ruimtelijke dragers: de driedimensionale structuren en lijnen die in het (vlakke) landschap het beeld bepalen en begrenzen. De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen:

2Verkennend bodemonderzoek, Grondslag bv, 28 oktober 2022

Toelichting bestemmingsplan Gemaal Hippolytushoef, vastgesteld 21 maart 2024

35

• • •

bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek; bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid; helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers.

Uit de onderbouwing in paragraaf 3.3.3 blijkt dat het gemaal op de Wierdijk de aanwezige landschappelijke karakteristiek van Wieringen, het ‘verhaal’ van het eiland, versterkt. Waar nodig herstel van de Wierdijk.

4.5.2 Archeologie Het Verdrag van Malta (1992), beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Hiermee worden de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'. Voor de ruimtelijke ordening is het van belang dat de Wamz uitgaat van de koppeling van archeologische waarden aan de ruimtelijke ordening. Voor bestemmingswijzigingen betekent dit dat de verplichting is neergelegd om bij de vaststelling van de wijziging rekening te houden met in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Zo nodig dient door de initiatiefnemer, voorafgaand aan bodemingrepen, archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Archeologie West-Friesland heeft een archeologisch quickscan uitgevoerd naar het aspect archeologie met betrekking tot het vervangen van een gemaal (bijlage 4)3. Onderzoeksresultaten Het nieuwe gemaal komt ten oosten van het huidige gemaal.

De exacte omvang en diepte van de bodemroerende werkzaamheden is nog niet bekend. Het plangebied ligt deels ter plaatse van de Wierdijk, een provinciaal monument van hoge archeologische en cultuurhistorische waarde. Bij de geplande werkzaamheden word de Wierdijk doorgraven. Afweging Aangezien de Wierdijk wordt doorgraven, is op basis van de hoge archeologische waarde nader archeologisch onderzoek in het kader van de AMZ-cyclus noodzakelijk. Archeologie West-Friesland adviseert de werkzaamheden archeologisch te laten begeleiden. Een archeologische begeleiding moet voldoen aan de kwaliteitseisen zoals die worden gesteld in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1. Dat houdt in dat er een Programma van Eisen (conform protocol BRL SIKB 4001) dient te worden opgesteld en dat eventueel aangetroffen archeologische sporen, voordat deze worden verwijderd door daartoe bevoegde archeologen worden gedocumenteerd door middel van tekening, foto en beschrijving. Daarnaast wordt vondstmateriaal verzameld. De archeologische waarden in dit gebied worden zo voldoende beschermd en in beeld gebracht.

4.5.3 Aardkundige waarden Het landschap van Wieringen is relatief oud en kent een grote tijdsdiepte. De belangrijkste landschappelijke ontwikkelingslaag is de ontwikkeling van de stuwwal en de afzetting van keileem aan het oppervlak. De grote diversiteit en samenhang van de verschillende landschapseenheden in de stuwwalzone uit zowel Pleistoceen als Holoceen geven een compleet beeld van de belangrijkste vormingsprocessen van Noord-Holland. Op basis van de kernkwaliteiten van de ondergrond is het voormalige eiland Wieringen (met uitzondering van de polder Waard-Nieuwland) aangewezen tot

3Archeologisch Quickscan, Archeologie West-Friesland, 7 november 2022

Toelichting bestemmingsplan Gemaal Hippolytushoef, vastgesteld 21 maart 2024

36

Bijzonder Provinciaal Landschap. De aardkundige waarden in dit gebied geven spelregels gericht op de bescherming van de geologische en geomorfologische basis bij ontwikkelingen. De omgang met aardkundige waarden is geregeld in de provinciale Omgevingsverordening NH2020. De bescherming van de aardkundige waarden is vooral gericht op de leesbaarheid van het landschap en wat significant is voor de aanwezige waarden op een bepaalde locatie. Voor wat betreft de begrenzing van het aardkundig waardevolle Wieringen is gekozen om de Wierdijk mee te nemen. Deze dijk uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd heeft weinig van doen met de aanwezige geologische fenomenen die bescherming behoeven. Daarnaast is de bouw van het gemaal van groot openbaar belang en dat geeft meer mogelijkheden. Afweging Bovenstaande in overweging nemend, kan gesteld worden dat de aanwezige aardkundige waarden niet onevenredig worden aangetast. Zie voor een nadere toelichting van de wijze waarop rekening is gehouden met de aardkundige waarden paragraaf 3.3.3. Conclusie: Er zijn met onderhavige ontwikkeling geen belangrijke nadelige gevolgen op het gebied van cultureel erfgoed te verwachten. Cultuurhistorische waarden, archeologie en aardkundige waarden zijn in beeld en worden gerespecteerd.

Indien bij bodemingrepen archeologische resten worden aangetroffen, geldt op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet een meldingsplicht.

4.6

Natuurtoets

Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze zijn de oude Boswet, Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet samengevoegd tot één Natuurwet. Uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan. In de praktijk betekent dit dat bij een ruimtelijke ingreep of voorgenomen activiteit bekeken moet worden of er sprake is van effecten of beschermde dieren en planten (soortenbescherming) en in bepaalde gevallen op natuurgebieden (gebiedsbescherming).

4.6.1 Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming Ten behoeve van het gemaal Hippolytushoef is een quickscan opgemaakt van de aanwezige natuurwaarden op de planlocatie. De op de planlocatie aanwezige natuurwaarden en de impact van de beoogde ontwikkeling op nabij gelegen beschermde gebieden zijn als volgt beoordeeld (zie bijlage 54): Soortenbescherming Van de planlocatie is bekend dat er een biotoop aanwezig is van de tengere distel.Het gemaal zal zodanig in de omgeving worden ingepast, dat de tengere distel met mitigerende maatregelen wordt beschermd. Het Amstelmeerkanaal vormt een vliegroute voor vleermuizen. Er wordt nader onderzoek uitgevoerd naar de exacte locaties van de tengere distel en de aanwezigheid van vleermuizen in het gemaalgebouw ten behoeve van de mitigerende maatregelen. Gebiedsbescherming Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is, buiten eventuele indirecte gevolgen door toegenomen stikstofemissie, op voorhand uit te sluiten dat beschermde gebieden onder de Wnb of andere (provinciaal) beschermde of aangewezen gebieden, direct beïnvloed worden door de plannen.

4Natuurtoets gemaal Hippolytushoef, Waterproef, 9 februari 2023

Toelichting bestemmingsplan Gemaal Hippolytushoef, vastgesteld 21 maart 2024

37

Het geplande project leidt tot emissie van stikstof. Ten behoeve van de planontwikkeling is een analyse nodig van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Als deze depositie boven 0,00 mol/ha/jaar komt bestaat een vergunningsplicht. Het aanvullend onderzoek naar de stikstofdepositie op Natura 2000gebied is beschreven in paragraaf 4.6.2.

4.6.2 Onderzoek stikstofdepositie Om vast te stellen of het project kan leiden tot verhoogde emissie van stikstof is een stikstofberekening gemaakt met behulp van de meest recente versie van het rekenprogramma AERIUS. AERIUS berekent de stikstofdepositie als gevolg van plannen en projecten op Natura 2000-gebieden (zie bijlage 6)5. Uit de berekening van stikstofemissie in de sloop- en aanlegfase (bouw) blijkt dat de beoogde ontwikkeling in de realisatiefase niet leidt tot een stikstofdepositie die hoger is dan 0,00 mol/ha/jr. op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De gebruiksfase is niet doorgerekend, omdat dit uitsluitend verkeerbewegingen ten behoeve van onderhoud aan het gebouw betreft (verkeersbewegingen van gebruikers). De verkeersproductie is zeer beperkt (zie paragraaf 4.7) en dit leidt niet tot waarneembare depositie op Natura 2000gebied. Deze situatie is vergelijkbaar aan de bestaande situatie. Afweging De ontwikkeling is verantwoord. Zowel de realisatiefase als de gebruiksfase leiden niet tot een stikstofdepositie die hoger is dan 0,00 mol/ha/jr. op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Een vergunning of ontheffing is niet nodig. Hieruit volgend kan geconcludeerd worden dat er voor het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen zijn geconstateerd voor de realisatie van het plan.

Conclusie • Gebiedsbescherming in het kader van Natura 2000, weidevogelleefgebied en NNN is niet aan de orde. • Stikstofdepositie op Natura 2000-gebied vanuit dit project vormt geen belemmering voor beoogde ontwikkeling. • Nader onderzoek is noodzakelijk naar de aanwezigheid van vleermuizen in het gemaalgebouw en de exacte locaties van tengere distel. In het gebied zijn verder geen beschermde soorten aangetroffen. • Het voorzorgsbeginsel uit de Wet natuurbescherming blijft van toepassing. Van grondeigenaren en gebruikers mag worden verwacht dat ingrepen en handelingen die negatieve effecten kunnen hebben op planten- of diersoorten, zodanig worden uitgevoerd dat schade tot een minimum beperkt blijft.

4.7

Verkeer en parkeren

De realisatie van het gemaal brengt nauwelijks een verandering van de verkeersproductie en attractie met zich mee. De verkeersaantrekkende werking van een gemaal blijft in de regel beperkt tot één of enkele personenwagens enkele malen per jaar voor beheer en onderhoud. Eens in de maand bezoekt een vrachtwagen het gemaal voor de afvoer van kroosgoed. De huidige weginrichting is toereikend om het (minimale) extra verkeer op een acceptabele manier af te kunnen wikkelen. Aan- en afvoer van materieel en materiaal vindt plaats over de Lonjeweg die rechtstreeks aansluit op de parallelweg van de Rijksstraatweg (N99). De parallelweg sluit middels een rotonde aan op de N99. Er wordt geen overschrijding van de maximale belasting van lokale wegen verwacht.

5AERIUS-berekening, Dutch Process Inovators, 3 maart 2023

Toelichting bestemmingsplan Gemaal Hippolytushoef, vastgesteld 21 maart 2024

38

Er zijn langs de Lonjéweg en aansluiting op de N99 geen woonhuizen aanwezig enkel een aantal schuren/loodsen van Agrariërs. Overlast door aan- en afvoer van materieel is dan ook niet te verwachten. Er is bij het gemaal voldoende parkeergelegenheid voor dit verkeer. Conclusie: • Verkeer en parkeren vormen geen belemmeringen voor dit project, overeenkomstig de bestaande situatie.

4.7

Geluidhinder

Ten aanzien van de geluidhinder is de Wet geluidhinder van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. De Wet geluidhinder kent drie geluidsbronnen: wegverkeer, spoorweg- en industrielawaai. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) moet bij het realiseren van geluidsgevoelige objecten onderzocht worden of aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan. Afweging Een gemaal is geen geluidgevoelig object. Het aspect geluid in het kader van de Wet geluidhinder is daarmee niet relevant. Hiermee zijn er vanuit het aspect geluid er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. Conclusie: • Vanuit het aspect geluid (Wet geluidhinder) zijn er geen belemmeringen voor de beoogde bestemmingswijziging.

4.8

Bedrijven en milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (waaronder woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Gemalen zijn geen vergunningplichtige inrichtingen, maar vallen onder het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie zoals geluid, geur, gevaar en stof. Richtlijnen voor afstanden zijn opgenomen in de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’.De genoemde richtafstanden in de publicatie geven slechts indicatieve informatie en zijn niet als standaard-norm bedoeld. Afweging Geluid Met betrekking tot geluidemissie van het gemaal wordt de installatie op een dergelijke wijze gebouwd dat deze voldoet aan de gestelde grenswaarden uit het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Barim). De richtwaarde voor de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen bedraagt 50 dB(A). Het gemaal is niet opgenomen in de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering'. Voor de codering van een gemaal kan het beste aansluiting worden gezocht bij de omschrijving 'waterdistributiebedrijf', waarbij onderscheid wordt gemaakt in pompvermogen.

Bij de bepaling van deze richtafstanden is uitgangspunt dat de inrichting continu in werking is. Het pompvermogen van het gemaal is kleiner dan 1 MW. De richtafstand van 30 meter is hiermee leidend. Het gemaal wordt opgericht op meer dan 30 meter van de nabijgelegen woning. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het project.

Toelichting bestemmingsplan Gemaal Hippolytushoef, vastgesteld 21 maart 2024

39

Van een extra geluidsbelasting op de omgeving is alleen sprake tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Transport, sloop- en grondwerk en het trillen of het heien kunnen belastend zijn voor de omgeving.In de wijde omgeving is echter geen sprake van bebouwing waar overlast kan worden ervaren. In het door de uitvoerder op te stellen uitvoeringsplan wordt aangegeven wanneer welke werkzaamheden worden uitgevoerd. In dit uitvoeringsplan worden ook de werktijden benoemd, die voor werken binnen de gemeente van toepassing zijn. Geur Als gevolg van de gemaalactiviteiten wordt geen geurhinder verwacht. In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' is voor een rioolgemaal een richtafstand van 30 meter opgenomen ten opzichte van woningen. Het betreffende gemaal zal minder geuremissie veroorzaken dan een rioolgemaal. Het gaat namelijk enkel om kroosvuil dat zich kan ophopen in het rooster. Dit vuil wordt regelmatig opgeruimd. Het gemaal wordt opgericht op meer dan 30 meter van de nabijgelegen woning. Het aspect geur vormt geen belemmering voor de uitvoering van het project. Verlichting Er zal verlichting worden gevoerd gedurende de werktijden (07:00 – 17:00) als het donker is. ’s Nachts zal er geen licht aan staan.

Om het effect van de voorgenomen werkzaamheden met betrekking tot het gebruik van kunstlicht op de omgeving te beperken worden er restricties opgelegd aan de uitvoerder ten aanzien van het gebruik van kunstlicht. Om ernstige lichtverstoring voor overvliegende vleermuizen in de periode april t/m oktober te voorkomen is het verboden een continue lichtbron op het Amstelmeerkanaal te richten. De bouwverlichting wordt tot een minimum beperkt. De toe te passen verlichting mag niet zorgen voor hinder in de omgeving en moet voldoen aan de normering welke hoort bij een omgevingstype E1 als bedoeld in de richtlijn lichthinder van de NSVV.Bij het nieuwe gemaal wordt verlichting geplaatst met al dan niet een bewegingssensor. Conclusie: • In de omgeving van de planlocatie bevinden zich geen bedrijven of activiteiten die hinder veroorzaken. Bestaande bedrijven of activiteiten worden niet gehinderd in hun functioneren. • De beoogde ontwikkeling veroorzaakt ook geen milieuhinder voor de omliggende woningen.

4.9

Luchtkwaliteit

Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet Milieubeheer.Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoeoverschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdtrekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg vaninfrastructuur.Projecten die in dit programma passen, behoeven niet meer te worden getoetst aan denormen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werkinggetreden. Het NSL is op 6 december 2016 voor een tweede maal verlengd tot deinwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024). Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) de volgende projecten vrijgesteld van toetsing: • woningbouwprojecten met 1 ontsluitingsweg en minder dan 1.500 woningen; • kantoorlocaties met een vloeroppervlak van minder dan 100.000 m2; • projecten die leiden tot minder dan 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10). Afweging De realisatie van het gemaal leidt niet tot een toename van het verkeer, alleen voor regulier en speciaal onderhoud is sprake van bestemmingsverkeer.

Het gemaal wordt voorzien van elektrisch aangedreven pompen en een elektrische verwarmingsinstallatie. Dit betekent dat emissies niet aan de orde zijn. Een relevante bijdrage van de verontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en

Toelichting bestemmingsplan Gemaal Hippolytushoef, vastgesteld 21 maart 2024

40

fijn stof (PM10) is daarom op voorhand uit te sluiten. Het plan valt dan ook onder de regeling 'Niet in betekende mate bijdragen' en is daarmee vrijgesteld van aanvullend onderzoek. Conclusie: Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

4.10 Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om de veiligheid van mensen in een plangebied in relatie tot de opslag, het gebruik, de productie en het transport van gevaarlijke stoffen in of nabij het plangebied, voor zover die activiteiten risico’s voor de bevolking kunnen geven. Het beleid voor inrichtingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Voor het transport van gevaarlijke stoffen geldt de Handreiking Risicoanalyse Transport (HART) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Elk nieuw ruimtelijk plan moet volgens de Wet ruimtelijke ordening getoetst worden aan de normen voor plaatsgebonden risico en groepsrisico. Afweging Bij ontwikkeling van nieuwe functies die een risico kunnen veroorzaken of bij ontwikkeling van risicogevoelige functies dient onderzoek plaats te vinden naar eventuele gevolgen voor het plaatsgebonden en groepsrisico. Het gemaal is geen risicovolle inrichting. Op de risicokaart (www.risicokaart.nl) is aangegeven dat zich in de omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen bevinden. Betekenis voor dit project Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de wijziging van het bestemmingsplan.

4.11 Kabels en Leidingen Ten behoeve van het plan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse kabels en planologisch relevante leidingen. Op de locatie van het nieuwe gemaal ligt een middenspanningskabel waar gedurende de uitvoering rekening mee gehouden moet worden (afb. 19). De middenspanningskabel van Liander moet worden verlegd zodat het nieuwe gemaal van stroom kan worden voorzien. Er zal aan Liander een verzoek tot aanpassing van de kabel worden verstuurd, waarna de netbeheerder een verleggingsplan zal opstellen. Ook worden de geldende voorzorgsmaatregelen voor graafwerkzaamheden nabij kabels in acht genomen (bijvoorbeeld het graven van proefsleuven). Afweging Op de planlocatie zijn geen relevante planologische leidingen aanwezig. De nieuwe uitstroomkoker wordt in voorliggend bestemmingsplan opgenomen en verankerd. Conclusie: In en rondom de planlocatie zijn geen kabels en leidingen bekend die de ontwikkeling belemmeren. De nieuwe uitstroomkoker wordt in dit bestemmingsplan opgenomen en is daarmee planologisch verankerd.

Toelichting bestemmingsplan Gemaal Hippolytushoef, vastgesteld 21 maart 2024

41

afb.21Onderzoeksgebied kabels en leidingen

4.12 Niet gesprongen explosieven Bij het roeren van de ondergrond, is een kans aanwezig dat gestuit wordt op achtergebleven conventionele explosieven (CE) in de bodem. Deze explosieven kunnen een gevaar vormen bij de uitvoering van de grondwerkzaamheden. CE resteren uit bombardementen en gevechten in de Tweede Wereldoorlog. Deze bombardementen hebben vooral plaatsgevonden op strategische doelen, zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, spoorwegstations, bruggen en havens. In de omgeving van die doelen kunnen in enkele gevallen blindgangers voorkomen, of dropping van niet gebruikte explosieven. Ver buiten die doelen is de kans klein op het aantreffen van CE. Verkenning CE Met behulp van een literatuuronderzoek is bekeken of oorlogshandelingen ter plaatse van of nabij de locatie hebben plaatsgevonden en of mogelijk CE in de bodem aanwezig kunnen zijn. Het literatuuronderzoek is al bijlage 76 bij de toelichting opgenomen. De quickscan heeft de volgende feiten opgeleverd die wijzen op oorlogshandelingen in het onderzoeksgebied: • Binnen het onderzoeksgebied is een mogelijke stelling en loopgraaf waargenomen. Nadere informatie over deze locatie ontbreekt. Het verdachte gebied op deze locatie is niet van invloed op het werkgebied. • De Poldersteigerbrug is in april 1945 door Duitse troepen vernield en tot springen gebracht.

Deze locatie is conform de WSCS-OCE te beschouwen als verdacht op de aanwezigheid van CE. Voor de overige bruglocaties ontbreekt aanvullende informatie over inzet van CE ter vernietiging van de bruggen. Op deze locaties is het niet mogelijk gebleken een verdacht gebied af te bakenen. • In de literatuur zijn gegevens aangetroffen over de terugtocht van grote aantallen Nederlandse militairen richting de Wieringermeer. Het is mogelijk dat deze tijdens hun terugtocht CE hebben achtergelaten in watergangen, maar hiervoor zijn in de geraadpleegde archief- en literatuurgegevens geen feitelijke aanwijzingen aangetroffen. • Het overige gebied binnen het onderzoeksgebied kan worden beschouwd als onverdacht op de aanwezigheid van conventionele explosieven, dat wil zeggen, niet meer verdacht op de aanwezigheid van CE dan de overige niet-onderzochte en vrijgegeven Nederlandse bodem.

6Vooronderzoek conventionele explosieven, IDDS bv, 25 september 2013

Toelichting bestemmingsplan Gemaal Hippolytushoef, vastgesteld 21 maart 2024

42

Toelichting bestemmingsplan Gemaal Hippolytushoef, vastgesteld 21 maart 2024

43

Afweging Om na te gaan of de bommen binnen of buiten het onderzoeksgebied gevallen zijn, adviseert IDDS om voorafgaande aan de hervatting van de baggerwerkzaamheden ter plaatse van de bruglocatie Poldersteigerbrug een Taak Risico Analyse (TRA) op te stellen. Omdat de Poldersteigerbrug ver buiten de planlocatie ligt, is dit onderzoek niet noodzakelijk in het kader van het realiseren van gemaal Hippolytushoef. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft in 2012 door de firma T&A Survey een Quickscan, en in 2013 door IDDS een vooronderzoek uit laten voeren. Deze onderzoeken zijn uitgevoerd volgens de destijds geldende richtlijnen die waren opgenomen in de Beoordelingsrichtlijn Opsporen van Conventionele Explosieven (BRL-OCE, 2005 -2012) en het Werkveld specifiek certificatieschema voor het systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE, 2012 -2020). Per 1 januari 2021 is het Certificatieschema voor het Opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten (CS-OOO) van kracht. Hierin zijn geen richtlijnen meer opgenomen met betrekking tot het uitvoeren van vooronderzoeken naar NGE.

In samenwerking met de organisatie Samenwerking Infrabeheerders voor het Veilig Omgaan met de Ondergrond in Nederland (SIVOON), Platform Blindgangers, Vereniging voor Explosieven Opsporing (VEO) en Vereniging van Waterbouwers is daarom het private Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (CS-VROO-01 en CS-VROO -02) ontwikkeld. Hiermee heeft de branche invulling gegeven aan richtlijnen met betrekking tot het uitvoeren van vooronderzoeken naar NGE. Om inzichtelijk te maken of er een verhoogde kans op het aantreffen van NGE is binnen de projectlocatie, adviseert de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord een update uit te voeren volgens de laatste richtlijnen uit het CS-VROO -01 en CS-VROO-02 voor het bestaande onderzoek van IDDS. Hiermee beschikt Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier over een onderzoek dat voldoet aan de laatste richtlijnen. Conclusie: Op basis van bestaand (historisch) onderzoek vormt NEG geen belemmering voor de ontwikkelingen op de planlocatie. Het is wenselijk dit onderzoek te actualiseren om aan de laatte richtlijnen te voldoen.

4.13 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt. Uit deze toets volgt of belangrijke nadelige milieueffecten al dan niet zijn uitgesloten. In het geval dat bedoelde effecten zijn uitgesloten is de activiteit niet m.e.r.- beoordelingsplichtig - en in het andere geval wel. Afweging In de onderhavige situatie is de beoordeling voor de bouw en het gebruik van een gemaal aan de orde. Omdat hierbij geen sprake is van overschrijding van een drempelwaarde genoemd in de bijlagen C en D van het Besluit MER, geldt er geen formele m.e.r.-beoordelingsplicht.

Dat neemt niet weg dat moet worden nagegaan of het plan mogelijk aanzienlijke milieugevolgen heeft, die aanleiding geven tot een formele m.e.r.-beoordeling of zelfs het opstellen van een volledig milieueffectrapport (MER). Hoewel deze beoordeling vormvrij is, moet wel gemotiveerd worden waarom geen m.e.r.- beoordeling of MER nodig wordt geacht. Uit voorliggende onderbouwing blijkt dat de milieubelasting beperkt is, als gevolg van de activiteiten van het gemaal zijn geen mogelijk belangrijk nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten. Het gemaal bevindt zich in een gebied met verspreid liggende woon- en agrarische bebouwing waar agrarische activiteiten plaatsvinden, in een omgeving die extensief in gebruik is.

Toelichting bestemmingsplan Gemaal Hippolytushoef, vastgesteld 21 maart 2024

44

Op grond van hetgeen is beschreven kan uitgesloten worden dat bouw en bedrijfsvoering van het gemaal belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Er bestaat derhalve geen plicht of aanleiding voor het volgen van een m.e.r.(beoordelings)procedure. Bij de voorbereiding van de plannen is tevens een verkennend natuuronderzoek uitgevoerd in het kader van de Natuurbeschermingswet. Conclusie van dit verkennende onderzoek is dat er geen significant negatieve effecten van het plan worden verwacht (zie bijlage 4, P.M., ?). Het opstellen van een passende beoordeling of een planMER is daardoor ook niet aan de orde. Conclusie: Het doorlopen van een mer-procedure voor dit bestemmingsplan is niet aan de orde.

4.14 Conclusie toets van de omgevingsaspecten Het in de voorgaande paragrafen beschreven onderzoek naar milieuaspecten geeft aan dat belangrijke nadelige milieugevolgen, als gevolg van de in dit bestemmingsplan voorgenomen ontwikkeling, zijn uitgesloten. Aandachtspunten zijn: • in het kader van de Waterwet moet een projectplan worden vastgesteld voor onder andere het graven van een oppervlaktelichaam, het aanbrengen van verhard oppervlak, het aanleggen/verplaatsen van kabels en leidingen, activiteiten in de waterbodem en voor activiteiten in, op of nabij een waterkering; • werkzaamheden zijn geregeld in het projectplan en projectbesluit van HHNK. Het projectplan is een procedure buiten de RO-procedure om; • ten behoeve van de archeologische begeleiding van de werkzaamheden dient een Programma van Eisen te worden opgesteld; • de Wierdijk is een provinciaal monument van hoge archeologische en cultuurhistorische waarde dat geregeld is in de Omgevingsverordening NH2020. Er geldt een zorgplicht. Voor werkzaamheden in het monument is een ontheffing noodzakelijk.De vergunning- en ontheffingverlening, handhaving en toezicht op het gebied van leefomgeving, milieu, ontgrondingen, water, natuur en luchtvaart heeft de provincie ondergebracht bij de Omgevingsdiensten in Noord-Holland.

De aanvraag voor werkzaamheden in het aardkundig monument moet worden ingediend bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG). Geconcludeerd wordt dat, met inachtneming van bovengenoemde randvoorwaarden, in onderhavige situatie sprake is van een duurzame ruimtelijke ontwikkeling.

Toelichting bestemmingsplan Gemaal Hippolytushoef, vastgesteld 21 maart 2024

45

5.

JURIDISCHE PLANOPZET

5.1

Algemeen

Voorliggend bestemmingsplan is gericht op de realisatie van het nieuwe Gemaal Hippoytushoef. De Wet ruimtelijke ordening geeft het bestemmingsplan als instrument aan de gemeente voor het mogelijk maken van deze ontwikkeling. In het bestemmingsplan moet aan ieder stuk grond een bepaalde bestemming (en omschrijving van het toegestane gebruik) worden gegeven. Uitgangspunt voor dit bestemmingsplan is het op een zodanige manier inpassen van de nieuwe ontwikkelingen dat recht wordt gedaan aan de aanwezige kwaliteiten van de nabijgelegen gebieden. Het bestemmingsplan zoektzoveel mogelijk aansluiting bij de voorschriften van het bestemmingsplan Buitengebied Wieringen en recente bestemmingsplannen in de gemeente Hollands Kroon.

5.2

Juridische vormgeving

5.2.1 Wettelijke vereisten De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.

5.2.2 Opzet planregels De planregels van het bestemmingsplan kennen de volgende hoofdstuk indeling: Hoofdstuk 1: Inleidende regels Dit hoofdstuk begint met de begripsbepalingen, waarin - om misverstanden bij de toepassing van het bestemmingsplan te voorkomen - een aantal in het bestemmingsplan gehanteerde begrippen wordt toegelicht. In het daarop volgende artikel, de wijze van meten, wordt aangegeven op welke wijze de in het bestemmingsplan opgenomen maatvoering moet worden berekend. Ook dit artikel dient om interpretatieproblemen te vermijden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de voorschriften opgenomen die behoren bij de verschillende op de plankaart opgenomen bestemmingen die aan de gronden zijn toegekend. Ieder artikel begint met een bestemmingsomschrijving, waarin duidelijk de bestemmingen zijn weergegeven, waarvoor de gronden met de betreffende bestemming gebruikt mogen worden. Vervolgens wordt door middel van de bouwregels aangegeven wat en in welke mate op de gronden met deze bestemming mag worden bebouwd. In de ontheffing van de bouwregels staat onder welke voorwaarde van welk bouwvoorschrift mag worden afgeweken. De gebruiksregels geven aan wat verboden gebruik is en tenslotte wordt in de strafbepaling beschreven wat strafbaar is in dit kader. Onder voorwaarden mag soms ook van de gebruiksregels worden afgeweken.

Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk zijn de anti-dubbeltelbepaling, algemene aanduidingsregels, de uitsluiting aanvullende werking bouwverordening, de algemene afwijkingsbevoegdheid, de overgangsbepalingen, de procedureregels en de slotbepaling opgenomen. Dit zijn regels die in hun

Toelichting bestemmingsplan Gemaal Hippolytushoef, vastgesteld 21 maart 2024

46

algemeenheid voor het gehele bestemmingsplan gelden en min of meer losstaan van de bestemmingsbepalingen. In deAlgemene Afwijkingsregels zijn mogelijkheden opgenomen om af te wijken van de verschillende maatvoeringen in het plan. Deze afwijkingen zijn uitdrukkelijk bedoeld om op onvoorziene ontwikkelingen te kunnen inspelen. Het bestemmingsplan wordt afgesloten met de Overgangs- en slotregels, hoofdstuk 4.

5.2.3 Verbeelding Met de digitalisering van ruimtelijke plannen is het lezen en interpreteren van de verbeelding (voorheen plankaart) veranderd. Via de website www.ruimtelijkeplannen.nl kunnen bestemmingsplannen (ook in voorbereiding zijnde plannen voor zover deze ter inzage zijn gelegd) worden ingezien. Alhoewel de digitale verbeelding het uitgangspunt vormt, blijft het mogelijk het bestemmingsplan analoog in te zien. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. Bestemmingsvlak en bouwvlak De in het plan voorkomende bestemming bestaat uit twee vlakken: een bestemmingsvlak én een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik is toegestaan. Het bouwvlak is een gebied dat op de verbeelding is aangeduid waarvoor de mogelijkheden om gebouwen te bouwen in de regels zijn aangegeven. Het bestemmingsvlak is op de verbeelding voorzien van aanduidingen.

5.3

Verantwoording keuze van de bestemmingen

In deze paragraaf wordt een korte toelichting gegeven op de inhoud van de bestemmingen in dit bestemmingsplan. De bestemmingen ‘Nutsvoorzieningen’ en ‘Cultuurhistorisch gebied met natuurwetenschappelijke waarden’, aangezien het huidige en toekomstige gebruik van de gronden met deze bestemming een ander gebruik kent, namelijk 'Bedrijf – Nutsvoorziening', Verkeer – Verblijf’ en ‘Water’ en de dubbelbestemmingen ‘Leiding – Leidingstrook’, ‘Waarde – Archeologie’, ‘Waarde – Cultuurhistorie’ en 'Waterstaat - Waterkering'. Bedrijf – Nutsvoorziening Voor het gemaal is de bestemming 'Bedrijf - Nutsvoorziening' opgenomen. De bestemming is naast het gemaal mede bestemd voor wegen, paden, bermen, een vispassage en inlaat. Om de gebouwen beperkt te houden is in de planregels bepaald dat gebouwen binnen een bouwvlak moeten worden gebouwd. Ook is er een maximale bouwhoogte bepaald, waardoor de bebouwing ruimtelijk ondergeschikt blijft aan de waterkering. Voor de toeritten en het terrein boven de instroomvoorziening geldt ook deze bestemming. Hier mogen geen gebouwen worden gebouwd, maar wel bouwwerken worden geplaatst. Ook de maatvoering van hekwerken en overige bouwwerken zoals de kroosverwijderaar zijn gebonden aan een maximum. Binnen de bestemming wordt ook het voetpad op de dijk geregeld. Verkeer – Verblijf De ontsluitingsweg in het gebied heeft de bestemming ‘Verkeer-Verblijf’.

Water Het water in het gebied heeft de bestemming ‘Water’. Leiding - Leidingstrook De persleidingen van het gemaal door de dijk worden inbestemd door middel van de dubbelbestemming 'Leiding - Leidingstrook'. Ter bescherming van de leidingen geldt ter plaatse van deze dubbelbestemming een omgevingsvergunningplicht voor graafwerkzaamheden.

Toelichting bestemmingsplan Gemaal Hippolytushoef, vastgesteld 21 maart 2024

47

Waarde - Archeologie Ter bescherming van archeologische waarden is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ opgenomen. De gronden binnen deze dubbelbestemming zijn bestemd voor het behoud van de aanwezige archeologische waarden. Op basis van de archeologische beleidskaart Hollands Kroon uit 2022 behoort de dijk tot de zwaarste archeologische beschermingscategorie: bij grondroerende werkzaamheden is altijd archeologisch onderzoek nodig. Waarde - Cultuurhistorie Ter bescherming van cultuurhistorische waarden is de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ opgenomen. De gronden binnen deze dubbelbestemming zijn bestemd voor het behoud van de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Het betreft gronden die onderdeel uit maken van het Bijzonder Provinciaal Landschap Wieringen, en in dit geval specifiek de Wierdijk. Ter bescherming van deze waarde, is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen. Voor bepaalde werken en werkzaamheden moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Dit betreft het aanleggen en dempen van sloten, ontgrondingen en andere ingrijpende wijzigingen in de bodemstructuur. Deze vergunning wordt slechts verleend als het gaat om werkzaamheden die geen onevenredige afbreuk doen aan de cultuurhistorische waarden binnen de dubbelbestemming. Waterstaat – Waterkering Het plangebied is voorzien van deze dubbelbestemming.

Het plangebied betreft een primaire waterkeringen. Deze waterkering is van belang voor de bescherming van het achterland tegen het water. Het plangebied betreft een waterkering met cultuurhistorische waarde. Ook vanwege deze aspecten is het van belang dat het plangebied een vertaling krijgen in het bestemmingsplan. De bestemming 'Waterstaat -Waterkering' voorziet hierin. Met deze bestemming wordt voorzien in het behoud, het herstel en het beheer van de waterstaatsdoeleinden en de cultuurhistorische waarde van de waterkering. Ter bescherming van de waterkerende functie en de cultuurhistorische waarde is voor diverse werken en werkzaamheden, waaronder het ophogen en afgraven van gronden, het aanbrengen van diepwortelende beplanting en het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse leidingen een omgevingsvergunning nodig. Alvorens de vergunning wordt verleend, wordt de beheerder om advies gevraagd. Daarnaast mogen er geen gebouwen, overkappingen en andere bouwwerken worden gebouwd, uitgezonderd de bestaande gebouwen, overkappingen en andere bouwwerken. Via afwijking kunnen nieuwe gebouwen worden toegestaan. Bij een dergelijke aanvraag moet worden getoetst aan verschillende -ruimtelijke- criteria, welke in de bestemming zijn genoemd. Ook hierbij wordt de waterbeheerder om advies gevraagd. De omgevingsvergunning wordt vervolgens door Burgemeester en wethouders verleend.

5.4

Handhaving

De Wet ruimtelijke ordening bevat een algemeen verbod om de gronden en bebouwing in strijd met het bestemmingsplan te gebruiken. Een belangrijk juridisch aspect in de uitvoering van het plan is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen ‘vasthouden’. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: de grondeigenaren en gebruikers dienen door de gemeente op een zelfde wijze daadwerkelijk aan het plan te worden gehouden. In het bestemmingsplan is in dit verband gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van, in het bijzonder, de planregels van het plan.

Toelichting bestemmingsplan Gemaal Hippolytushoef, vastgesteld 21 maart 2024

48

6.

HAALBAARHEID

6.1

Algemeen

Wettelijk gezien bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidaspecten van een bestemmingsplan. In dat verband wordt onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1 Belanghebbenden Rond het gemaal bevindt zich tot een afstand van ruim 600 meter (Wieringermeer, achter twee waterkeringen en breed water) en circa 700 meter (Hippolytushoeverkruisweg) geen bewoning. Gezien deze afstanden is geen overlast of (plan-) schade, en zijn weinig meekoppelkansen te verwachten. De relatief nabijgelegen omwonenden in de Hippolytushoeverkoog en de Wieringermeer (binnen 1 kilometer) worden middels een bewonersbrief op de hoogte gebracht van de plannen en worden geïnformeerd op het moment van vergunningverlening en start uitvoering. Naast mogelijke overlast vanwege tijdelijk transport voor de werkzaamheden zijn geen nadelige effecten voor deze stakeholders te verwachten. De omgeving wordt passend over de plannen en de planuitwerking geïnformeerd. Om overlast voor de omwonenden zo veel mogelijk te beperken zullen de werkzaamheden tussen 7:00 uur en 19:00 uur plaatsvinden.

6.2.2 Bestemmingsplanprocedure Het ontwerpbestemmingsplan heeft op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende 6 weken ter inzage gelegen, waarbij door een ieder zienswijzen bij de gemeenteraad konden worden ingediend. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Daarnaast is het plan ook voorgelegd aan de betrokken diensten en instanties als bedoeld in het overleg ex artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening. De opmerkingen van dezeoverlegpartners zijn waar nodig in het bestemmingsplan verwerkt. Op verzoek van de provincie Noord-Holland is de verantwoording voor de ligging in het aardkundig monument uitgebreider beschreven. Crisis- en herstelwet Omdat het bouwplan de realisatie van een waterstaatswerk beoogt, valt het plan onder de Crisisen herstelwet (waterstaatswerken zijn opgenomen in de lijst van specifieke projecten, bijlage 2 Chw). De Crisis en herstelwet (Chw) bevat procedureregels voor de behandeling van beroepen. In de ontwerpfase gelden de reguliere procesregels.

6.3

Economische uitvoerbaarheid en grondexploitatie

Het gaat hier om een initiatief van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Op de meerjarenbegroting van HHNK is budget gereserveerd voor de realisatie van dit gemaal. De gemeente draagt bij dit plan geen financiële risico's. De economische uitvoerbaarheid is daarmee voldoende aangetoond. Grondexploitatie Met de grondexploitatieregeling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, indien sprake is van bouwplannen zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Hierbij valt te denken aan kosten voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor het bestemmingsplan. Daarnaast hebben gemeenten sturingsmogelijkheden, omdat in het geval van grondexploitatie door derden diverse eisen en regels gesteld kunnen worden.

Toelichting bestemmingsplan Gemaal Hippolytushoef, vastgesteld 21 maart 2024

49

Tussen de gemeente en de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten. In deze overeenkomst zijn alle kosten die verband houden met het initiatief, te weten de kosten voor het maken van het bestemmingsplan (inclusief onderzoekskosten), geregeld. Planschade In de Waterwet (artikel 7.14) is de planschade geregeld. Hierin is bepaald dat eventuele planschade voor rekening van het hoogheemraadschap komt. Het afsluiten van een planschaderisico overeenkomst tussen het hoogheemraadschap en de gemeente is daarom niet aan de orde. Conclusie: Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het project voldoende is gegarandeerd.

Toelichting bestemmingsplan Gemaal Hippolytushoef, vastgesteld 21 maart 2024

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=8eb2d7c5-7e61-4f00-a4cf-dcec6c070e6d