CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

4 bijlagen toelichting.pdf

Raad 27 mei 2021, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Bestemmingsplan Dorpsstraat 38 Oude Niedorp13.306 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

1.4

Werkzaamheden...................................................................................................... 6

1.5

Leeswijzer ................................................................................................................ 6

Methode

7

2.1

Soorten .................................................................................................................... 7

2.2

Gebieden.................................................................................................................. 8

Beschermde soorten Wnb

9

3.1

Beschrijving aanwezige biotopen ............................................................................ 9

3.2

Beschermde soorten................................................................................................ 9 3.2.1 Planten ...................................................................................................................... 9 3.2.2 Vissen ...................................................................................................................... 10 3.2.3 Amfibieën ................................................................................................................ 10 3.2.4 Vogels ...................................................................................................................... 10 3.2.5 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................... 11 3.2.6 Vleermuizen ............................................................................................................ 12 3.2.7 Overige fauna .......................................................................................................... 13

3.3

4

5

Effectbeoordeling en maatregelen

14

4.1

Vogels..................................................................................................................... 14

4.2

Vleermuizen ........................................................................................................... 14

4.3

Conclusie effectbeoordeling .................................................................................. 15

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving 5.1

6

Conclusie beschermde soorten ............................................................................. 13

16

Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving ........................... 17

Conclusies

18

6.1

Beschermde soorten Wnb ..................................................................................... 18

6.2

Overige natuurwetgeving ...................................................................................... 19

6.3

Zorgplicht ............................................................................................................... 19

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐76

Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp

4

7

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur

20

8

Bijlagen

21

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐76

Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp

1

5

Inleiding 1.1

Aanleiding voor het onderzoek Er bestaan plannen een voormalige basisschool in Oude Niedorp in de provincie Noord‐Holland, her in te richten. Dit plan valt juridisch onder ‘ruimtelijke inrichting en ontwikkeling’. Het is mogelijk dat binnen het plangebied soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet Natuurbescherming (Wnb) of dat het plan gevolgen heeft voor nabij gelegen beschermde gebieden. In opdracht van gemeente Hollands Kroon heeft Ecologisch Onderzoeks‐ en Adviesbureau Van der Goes en Groot in het kader van de huidige natuurwetgeving een quickscan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek.

1.2

Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Wnb. Tevens wordt onderzocht of de plannen negatieve effecten op dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen veroorzaken.

Ligging van het plangebied in Oude Niedorp.

Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te verzachten. en omtrent de noodzaak ontheffing of vergunning aan te vragen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐76

Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp

6

Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.

1.3

Het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het onderzoeksgebied aangegeven. Het plangebied ligt in het bebouwingslint van het kleine dorp Oude Niedorp dat omgeven wordt door intensief agrarisch gebruikt gebied. Achter de voormalige school ligt een gazon met rondom groen‐ voorzieningen.

1.4

Werkzaamheden Ecologisch gevoelige werkzaamheden bij de herinrichting kunnen bestaan uit sloop van gebouwen en het vergraven van bodem.

1.5

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden de biotopen, die aanwezig zijn in het plangebied, beschreven en wordt aangegeven welke soorten aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft of‐ en welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. Ten slotte bevat hoofdstuk 6 de conclusies. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 7 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings‐ en/of ontheffingsaanvraag.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐76

Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp

2

7

Methode Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uit‐ gegaan naar díe beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of ontheffing moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van dit plan. Daarnaast is gekeken of het plangebied tot een beschermd natuurgebied behoort.

2.1

Soorten Bronnenstudie Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora‐ en Fauna (NDFF), is bekeken in hoeverre (beschermde) soorten in het verleden zijn aangetroffen in en rond het plangebied. Voor het onderzoek van de NDFF is het kilometerhok onderzocht waarbinnen het plangebied is gelegen en de acht daaromheen gelegen kilometerhokken, rekening houdend met relevante, over‐ eenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving. In de database is gezocht naar gegevens van beschermde of soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen die niet zijn vrijgesteld. Hierbij is gekeken naar waarnemingen in de afgelopen 10 jaar. Vervolgens is een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard en de waarde van de waarnemingen (bijvoorbeeld overvliegend of verblijvend, de onderzoeksinspanning en de kans dat de situatie ter plaatse veranderd is). Naast het onderzoek van de NDFF zijn relevante verspreidings‐ atlassen en eventueel andere literatuur en websites geraadpleegd om de ecologische vereisten van soorten in samenhang met de verspreiding te bekijken. Potentiebeoordeling Het plangebied is op 17 juni 2017 bezocht om enerzijds de aanwezige en aangrenzende biotopen te beschrijven en anderzijds eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna (voor zover waarneembaar).

Verwerking Met behulp van analyse en expertkennis is op basis van de verzamel‐ de gegevens en de aangetroffen biotopen een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied. Op grond van de plannen is (voor zover mogelijk) een korte effect‐ beoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐76

Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp

8

Als negatieve gevolgen niet zijn uit te sluiten wordt aangegeven of specifieke maatregelen moeten worden genomen en/of ontheffing dient te worden aangevraagd.

2.2

Gebieden Op de gebieden database van het Ministerie van Economische Zaken is gekeken in hoeverre het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN)), zie: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek.aspx Aan de hand van Provinciale of gemeentelijke informatie, toegankelijk via internet is bekeken of het plangebied gelegen is in andere relevante beschermde gebieden, zie bijvoorbeeld: http://noordholland.planoview.nl of http://ruimtelijkeplannen.zuid‐ holland.nl/VRM) Als dit het geval is, wordt bekeken of negatieve effecten te verwachten zijn en of nadere toetsing noodzakelijk is.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐76

Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp

3

9

Beschermde soorten Wnb In dit hoofdstuk worden eerst de biotopen beschreven die aanwezig zijn binnen het plangebied. Vervolgens worden de beschermde soorten beschreven per soortgroep. In de beschrijving wordt per soortgroep eerst aangegeven welke soorten (volgens opgave van het NDFF en literatuur) in het verleden of tijdens het afgelegde veld‐ bezoek zijn aangetroffen. Vervolgens wordt vermeld welke soorten op grond van aanwezige biotopen te verwachten zijn en welke gebruiksfuncties het plangebied kan hebben voor deze soorten.

3.1

Beschrijving aanwezige biotopen Het plangebied wordt voor het grootste gedeelte ingenomen door het lage schoolgebouw en de bijbehorende verhardingen (het schoolplein). Het schoolgebouw is opgetrokken met bakstenen. Er zijn veel grote ramen aanwezig, Aan de achterzijde is plaatselijk gevelhout aangebracht. Tussen de gevelplanken en in de bakstenen muur werden geen opvallende kieren of (spouw)gaten gezien. Boven de bakstenen muur is een opvallende beplating aangebracht rond de dakgoot. Tussen de gevelplaten en de muur en tussen de platen onderling zijn ruime spleten te zien. Ook zijn bij regenpijpen en in de beplating gaten aanwezig. Het gebouw heeft een plat bitumen dak. Het omliggende terrein is kaal en verhard met reguliere tegels. Tussen de tegels groeit her en der Canadese fijnstraal en Straatgras. Achter het schoolgebouw ligt een zandbak en een kleine tuin. Het gebouw is hier zwaar begroeid met Wingerd en er zijn diverse sierheesters en jonge esdoorns aanwezig. Achter het schoolgebouw ligt een gazon omgeven door een strook bosplantsoen met Gewone es. Er staat naast de school een ander gebouw, de Mafkikker, dat waarschijnlijk dienst doet als kinder‐ opvang.

3.2

Beschermde soorten

3.2.1

Planten Aangetroffen soorten In en rond het plangebied is in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde flora waargenomen. Potentie plangebied In het plangebied wordt geen beschermde flora verwacht. Diverse soorten planten, (korst)mossen en wolfsklauwen die onder de Wet natuurbescherming beschermd zijn, worden niet in het

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐76

Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp

10

plangebied verwacht, de soorten komen nagenoeg alleen voor in natuurgebieden.

3.2.2

Vissen Omdat geen water in het in het plangebied aanwezig is, kunnen geen (beschermde) vissoorten voorkomen.

3.2.3

Amfibieën Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde, niet vrijgestelde amfibieën waargenomen. Potentie plangebied In het plangebied is geen voortplantingswater aanwezig voor amfibieën. In het plangebied is wél geschikt landbiotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door algemene soorten amfibieën zoals Gewone pad, Kleine water‐ salamander en Bruine kikker. Al deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Noord‐Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2. ‐Rugstreeppad Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor de Rugstreeppad. In het plangebied ligt geen water dat door de dieren kan worden gebruikt voor voortplanting. Ook zanderig, vergraafbare landhabitat dat de soort buiten het voortplantingsseizoen kan gebruiken, is niet aanwezig.

3.2.4

Vogels Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd. Het bevoegd gezag maakt onderscheid tussen soorten met niet‐jaarrond beschermde nesten, soorten met jaarrond beschermde nesten (ingedeeld in vier categorieën) en de zogenaamde ‘categorie 5‐soorten’ (zie verder Bijlage 1.2.5). Aangetroffen soorten met niet‐jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden op het schoolterrein geen vogels waargenomen. Potentie plangebied soorten met niet‐jaarrond beschermde nesten Naast het schoolgebouw, in de aanliggende tuin, kunnen enkele algemene bos‐ en struweelvogels tot broeden komen zoals bijvoorbeeld Merel, Winterkoning en Heggemus. Aangetroffen soorten met jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden geen vogels met jaarrond beschermde nesten of sporen (nesten) daarvan waargenomen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐76

Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp

11

In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden Huismussen (cat. 2) vastgesteld. De soort broedt op ongeveer een kilometer afstand. De overige waarnemingen van soorten met jaarrond beschermde nesten betroffen overvliegende vogels zonder binding met het plangebied of de omgeving daarvan. Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten In het plangebied kunnen geen beschermde soorten met jaarrond beschermde nesten voorkomen. Er zijn geen grote bomen aanwezig die gebruikt kunnen worden door roofvogels of de Ransuil. De Huismus broedt in huizen met zadeldaken en dakpannen of in schuren. Gebouwen met platte daken zijn niet geschikt. De Gier‐ zwaluw nestelt graag onder dakpannen, daklood of in houten dak‐ lijsten. Gebouwen met platte daken zonder speciale kasten zijn niet geschikt voor de soort.

3.2.5

Grondgebonden zoogdieren Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde, niet vrijgestelde zoogdieren waargenomen. Potentie plangebied Het is mogelijk dat in het gebied enkele (kleine) zoogdieren voorkomen zoals Egel verschillende algemene soorten (spits)muizen. De dieren vinden enige dekking in de tuin achter de school. Al deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Noord‐Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1.

Tuin met weelderige begroeiing achter het schoolgebouw.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐76

Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp

12

3.2.6

Vleermuizen Vleermuizen kunnen op zeer duidelijk te onderscheiden manieren van een leefgebied gebruik maken. Belangrijke gebruiksfuncties zijn verblijfplaats, foerageergebied of (deel van) een vliegroute. Aangetroffen vleermuizen Er zijn in het verleden in de omgeving van het plangebied alleen losse waarnemingen van langsvliegende vleermuizen verricht. Precieze locaties van verblijfplaatsen en andere belangrijke gebruiksfuncties zijn echter alleen vast te stellen met gericht nachtelijk onderzoek en zijn op grond van de incidentele waarnemingen niet op voorhand uit te sluiten. In het naastgelegen gebouw ‘de Mafkikker’ werden tijdens het veldbezoek talrijke sporen gevonden van vleermuizen onder een tweetal spouwgaten. Hier is naar alle waarschijnlijkheid een (kraam)verblijfplaats aanwezig van Gewone dwergvleermuis. Dergelijke sporen konden niet gevonden worden onder het schoolgebouw in het plangebied. Potentie verblijfplaatsen. In het onderzochte schoolgebouw kunnen vleermuizen verblijven. De waargenomen spleten en gaten in de gevelbeplating geven mogelijk toegang tot voor vleermuizen geschikte holtes. Te denken valt aan gebouwbewonende soorten zoals Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis en Laatvlieger. Potentie foerageergebied Het plangebied is (marginaal) geschikt voor foeragerende vleermuizen.

De (schaarse) aanwezige luwe plekken en schaars aanwezige begroeiing achter de school kunnen zorgen voor concentraties van insecten waardoor vleermuizen worden aangetrokken. Het gazon achter de school met bijbehorende beplanting vormt zeer geschikt foerageergebied.

Spouwgaten in ‘De Mafkikker’, naast het plangebied met daaronder talrijke keutels van vleemuizen die tegen de muur geplakt zijn.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐76

Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp

13

Potentie vliegroute Gezien de ligging, de vorm en de grootte van het plangebied kan geen sprake zijn van een belangrijke functie als vliegroute voor vleermuizen.

3.2.7

Overige fauna Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor andere beschermde diersoorten, in verband met het ontbreken van geschikt biotoop.

3.3

Conclusie beschermde soorten Op grond van §3.2.1 t/m §3.2.7 zijn beschermde, niet vrijgestelde soortgroepen te verwachten die staan weergegeven in Tabel 1. In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen de aangetroffen soort‐ groepen in en nabij het plangebied en de potenties daarvoor binnen het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt onderzocht welke gevolgen voor deze soort‐ groepen worden verwacht door het uitvoeren van de plannen.

Vastgestelde of verwachte soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten in of nabij het plangebied. *Vaste rust‐ en verblijfplaatsen.

Beschermde, niet vrijgestelde soorten Planten Vissen Amfibieën Vogelsoorten met niet‐jaarrond beschermde nesten Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen verblijfplaats foerageergebied vliegroute Overige beschermde fauna

Van der Goes en Groot

Aangetroffen in of nabij plangebied nee nee nee

Potentieel aanwezig binnen het plangebied nee nee nee

ja

ja

ja

nee*

nee

nee

ja ‐ ‐ nee

ja ja nee nee

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐76

Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp

14

4

Effectbeoordeling en maatregelen Door het plan kunnen verschillende negatieve effecten optreden in het plangebied. Deze mogelijke effecten zijn onder te verdelen in tijdelijke effecten tijdens de aanleg en effecten als gevolg van de aanwezigheid van de nieuwe situatie. De te verwachten soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten worden in dit hoofdstuk besproken. Ze zijn samengevat in de derde kolom van Tabel 1. De aanwezigheid van deze soortgroepen kan van invloed zijn op de verdere procedure. De (negatieve) effecten die kunnen optreden bij de werkzaamheden worden onderzocht. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren. Voor andere soortgroepen met niet beschermde of vrijgestelde soorten geldt altijd de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1).

4.1

Vogels Vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals het rooien en kappen van struiken en bomen het slopen of renoveren van bebouwing, diverse graafwerkzaam‐ heden of het verwijderen van de vegetatie‐toplaag. Soorten met niet‐jaarrond beschermde nesten Men dient activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Deze periode is afhankelijk van bijvoor‐ beeld het weer of de betrokken soorten. Als onverhoopt buiten deze periode vogels broedend aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Wanneer in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk, voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels, het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn. Hierbij mogen geen mogelijke nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt!

4.2

Vleermuizen Verblijfplaatsen Bij de sloop of de renovatie van de gebouwen zouden vaste rust‐ of verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen beschadigd of vernield kunnen worden. Het is derhalve noodzakelijk om vervolg‐ onderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van deze soort(en). Hierbij dient ook de naaste omgeving van het plangebied betrokken te worden.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐76

Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp

15

Foerageergebied Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.

4.3

Conclusie effectbeoordeling Negatieve effecten van de plannen op beschermde soort(en) (indien aanwezig) zijn niet uit te sluiten. Het gaat om soort1, soort2 en soort3. Er is vervolgonderzoek noodzakelijk naar deze beschermde soorten. In Tabel 2 staan de periodes aangegeven wanneer dit onderzoek kan worden uitgevoerd. Tevens wordt het aantal bezoekrondes vermeld. Er worden geen belangrijk negatieve effecten verwacht voor beschermde soorten.

Optimale periode voor uit te voeren vervolg‐ onderzoek naar beschermde soorten of soortgroepen die zijn aangetroffen of worden verwacht in het plangebied. *=Te combineren met andere bezoeken.

Soort/Soortgroep Vleermuizen

Optimale periode

Aantal bezoeken Aantal bezoeken

Gebiedsfunctie

Periode

vliegroutes, foerageergebied

april ‐ november

2*

Kraam/zomerverblijf

Paarverblijven en zwermen

beide 2

Gewone dwergvleermuis

half mei ‐ half juli

augustus‐oktober

Ruige dwergvleermuis

(juni ‐ half juli‐nvt)

augustus ‐ oktober

juni ‐ half juli

nvt

Alle soorten

Laatvlieger

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐76

Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp

16

5

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving In hoofdstuk 3 en 4 is beschreven welke beschermde soorten kunnen voorkomen en welke effecten de werkzaamheden kunnen hebben. De Wet Natuurbescherming kent naast soortbescherming ook gebiedsbeschermende wet‐ en regelgeving, in het bijzonder die van de Natura 2000‐gebieden en betreffende behoud van grootschalige houtopstanden (Zie Bijlage 1.3). Naast bepalingen uit de Wnb kunnen gebieden ook beschermd zijn onder de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) als onderdeel van het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS) of als Provinciaal aangewezen ‘Weidevogelleefgebied’ of ‘Belangrijk weidevogelgebied’. Hieronder wordt aangegeven welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. Natura 2000 Het plangebied ligt op ongeveer 13 kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000‐gebied, de Schoorlse Duinen. Gezien de grote afstand en de uit te voeren werkzaamheden worden op voorhand geen negatieve gevolgen verwacht van de plannen. Vanwege de grote afstand tot Natura 2000‐gebieden wordt geen significante verhoging van stikstofdepositie verwacht op dergelijke gebieden. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN. Er worden geen negatieve effecten verwacht op het netwerk.

Ligging van het plangebied ten opzichte van weidevogelleef‐ gebied en NNN‐ gebieden (EHS in legenda).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐76

Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp

17

Weidevogelgebieden Het gebied is niet begrensd als een bijzonder te beschermen weidevogelleefgebied of belangrijk weidevogelgebied. Er wordt tevens geen belangrijke ‘externe werking’ verwacht op dergelijke gebieden. Houtopstanden Er worden geen buiten de (volgens de Wnb of boswet bepaalde) bebouwde kom gelegen beplantingen gekapt, groter dan 1000 m². Daarnaast voorziet het plan niet in het kappen van meer dan 20 bomen in een rijbeplanting. Op grond hiervan wordt het plangebied niet beschermd als bijzondere houtopstand. Overige relevante wetgeving Er is geen overige natuurwetgeving bekend die van invloed kan zijn op de plannen.

5.1

Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is op voorhand uit te sluiten dat andere natuurwetgeving dan die beschreven in hoofdstuk 3 en 4 aan de orde is bij uitvoer van de plannen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐76

Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp

18

6

Conclusies 6.1

Beschermde soorten Wnb  Het onderzoeksgebied is in potentie geschikt voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen.  Gezien het aanwezige biotoop, het oppervlak, de geografische ligging en informatie uit de vakliteratuur over waarnemingen en populaties in de omgeving, zullen van de amfibieën en grond‐ gebonden zoogdieren alleen ‘vrijgestelde’ soorten aanwezig zijn. Voor deze aangetroffen of verwachte ‘vrijgestelde’ soorten gelden geen verbodsbepalingen als werkzaamheden worden verricht in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zoals het besproken plan. Een ontheffing is dan niet nodig.  In het plangebied kunnen broedvogels met niet‐jaarrond be‐ schermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt ruwweg van half maart tot half juli.  In het plangebied kunnen verblijvende vleermuizen voorkomen. Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uitgesloten zijn, is onderzoek naar in gebruik zijnde verblijf‐ plaatsen van vleermuizen noodzakelijk (zie voor de optimale onderzoeksperiode Tabel 2).

Worden tijdens de veldinventarisatie één of meer soorten vleermuizen met verblijfplaatsen aangetroffen, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend, waarin passende mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven.  Omdat op zeer geringe afstand van het plangebied (in kinderop‐ vanggebouw ‘de Mafkikker’) sterke aanwijzingen werden gevonden voor verblijvende vleermuizen, dient het gebruik van sterke bouwverlichting tussen april en november achterwege te blijven. De vleermuizen uit het nabij gelegen verblijf zouden hierdoor sterk verstoord kunnen worden.  Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijk‐ baar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐76

Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp

6.2

19

Overige natuurwetgeving Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is op voorhand uit te sluiten dat andere natuurwetgeving aan de orde is dan die hierboven beschreven in §6.1.

6.3

Zorgplicht Voor alle in het wild levende soorten en hun leefomgeving geldt de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1). Teneinde de zorgplicht na te leven kan men voorafgaand aan de werkzaamheden de volgende praktische richtlijnen hanteren:  Alle aanwezige bebouwing, vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) kan gefaseerd verwijderd worden. Dit geeft bodem‐ bewonende dieren de kans om in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten;  Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zodanig worden gewerkt dat richting te behouden leefgebied van aanwezig fauna wordt gewerkt en dieren niet ingesloten raken en (meer) kans hebben te vluchten.  Bij de sloop‐ en bouwwerkzaamheden moet voorkomen worden dat ’s nachts met sterke bouwverlichting wordt gewerkt.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐76

Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp

20

7

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur BIJLSMA, ROB.G., 1993 Ecologische atlas van de Nederlandse Roofvogels. Schuyt & Co., Haarlem. BROEKHUIZEN, S., K. SPOELSTRA, J.B.M. THISSEN, K.J. KANTERS & J.C. BUYS (RED.), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. CREEMERS, R.C.M., & J.C.W. VAN DELFT (RAVON, RED.), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland ‐ Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht. DIETZ, C., O VON HELVERSEN & D. NILL, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord‐West Afrika. Tirion Natuur. FLORON, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist. HERDER, J.E., J. KRANENBARG, D. HOOGENBOOM, J. HAMERS & K. DEKKER (RED), 2012. Atlas van de Noord‐Hollandse vissen. Landschap Noord‐Holland, Heiloo & Stichting RAVON, Nijmegen. HOOGENBOOM, D.M., F. VISBEEN, J. WONDERGEM, W. RUITENBEEK (RED.), 2014. Atlas van de Noord‐Hollandse zoogdieren. Landschap Noord‐Holland, Heiloo & Noord‐Hollandse Zooddier Studiegroep (NOZOS), Alkmaar. KAPTEYN, K., 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Provincie Noord‐Holland, Noordhollandse Zoogdierstudiegroep, Het Noordhollands Land‐ schap, Haarlem.

LIMPENS, H., K. MOSTERT & W. BONGERS (RED.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen: onderzoek naar verspreiding en ecologie. Utrecht. SCHARRINGA, C.J.G., W. RUITENBEEK & P.J. ZOMERDIJK, 2010. Atlas van de Noord‐Hollandse broedvogels 2005‐2009. Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord‐Holland, Landschap Noord‐Holland. SOVON VOGELONDERZOEK NEDERLAND, 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998‐2000. – Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. TWISK, P., A. VAN DIEPENBEEK & J.P. BEKKER, 2009. Veldgids Europese zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. VLEERMUISVAKBERAAD (NETWERK GROENE BUREAUS, ZOOGDIERVERENIGING VZZ EN GEGEVENSAUTORITEIT NATUUR). Vleermuisprotocol 2013, 27 maart 2013.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐76

Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp

8

Bijlagen

Bijlage 1

Huidige natuurwetgeving

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

21

QS2017‐76

Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp

Bijlage 1 Huidige natuurwetgeving Bijlage 1.1 Wet Natuurbescherming (Wnb) De Wet Natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora‐ en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn (HRL) en Vogelrichtlijn (VRL). De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 1.1.1 Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000‐gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijker‐ wijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voor‐ komen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”

Bijlage 1.2 Soortbescherming Bijlage 1.2.1 Categorieën Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de HRL en soorten genoemd in de VRL. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie Bijlage 1.2.2) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer. De lijst van vrijgestelde soorten kan per provincie variëren en is te vinden in Tabel 3.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

QS2017‐76

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=a797eae7-9983-442c-9bb6-ff80b6ee027a