CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

4 bijlagen toelichting.pdf

Raad 27 mei 2021, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Bestemmingsplan Dorpsstraat 38 Oude Niedorp13.306 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Een archeologisch bureauonderzoek naar Dorpsstraat 38 te Oude Niedorp, gemeente Hollands Kroon

HOLLANDIA reeks 648.

COLOFON Hollandia reeks nr.

648.

Titel:

Archeologisch bureauonderzoek naar Dorpsstraat 38 te Oude Niedorp, gemeente Hollands Kroon.

Toponiem:

Dorpsstraat 38

Gemeente:

Hollands Kroon (N-H)

Onderzoeksmeldingsnr. Archis:

4552673100

Hoekcoördinaten:

- 120.483/ 525.872 (N) - 120.561/ 525.792 (O) - 120.503/ 525.751 (Z) - 120.470/ 525.810 (W)

Auteur:

J.J. Brattinga MA, Hollandia archeologen

In opdracht van:

Gemeente Hollands Kroon Molenvaart 67 1761 AB Anna Pauwlona

Contactpersoon opdrachtgever:

Dhr E. Struik

Wetenschappelijke leiding:

Drs. P.M. Floore

Illustraties:

J.J. Brattinga MA, tenzij anders vermeld

Status rapport:

Concept, juli 2017

Oplage:

6

ISSN:

1572-3151

© Hollandia archeologen, Zaandijk 2017 HOLLANDIA archeologen Tuinstraat 27a 1544 RS Zaandijk  075 - 622 49 57 info@archeologen.com

nhoudsopgave

Samenvatting

7

1. Inleiding 2. Onderzoeksgebied 3. Beleid 4. Doel en methode 5. Aardwetenschappelijke gegevens 6. Historische en archeologische gegevens 7. Archeologische verwachting 8. Conclusie en aanbevelingen

9 11 13 15 17 19 23 25

Literatuur

27

Bijlagen Bijlage 1: Archeologische perioden Bijlage 2: Archeologisch stappenplan

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

7

Samenvatting

In juli 2017 heeft Hollandia Archeologen in opdracht van de gemeente Hollands Kroon een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een onderzoeksgebied aan de Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp, gemeente Hollands Kroon. Op basis van het bureauonderzoek is gebleken dat het onderzoeksgebied is gelegen op een getijde-inversierug. Hierdoor is het gebied in de prehistorie, met name het laat-neolithicum en de vroege bronstijd, geschikt geweest voor bewoning door de relatief hoge ligging in het landschap. Dat zorgt voor een middenhoge trefkans op het aantreffen van archeologische sporen uit deze periode. Doordat het gebied vanaf de bronstijd tot en met de vroege middeleeuwen een veenmoeras is geweest zijn archeologische sporen uit deze periodes niet te verwachten. Dat geldt wel voor sporen uit de late middeleeuwen. In deze periode is het veen gaan inklinken, waardoor de getijde-inversierug hoger kwam te liggen. De historische bebouwde kom van Oude Niedorp, evenals het onderzoeksgebied, is hierop gelegen. Hoewel op de oude kaart van Beeldsnijder uit het eind van de16de eeuw geen specifieke bebouwing staat aangegeven is het wel degelijk mogelijk dat die binnen het onderzoeksgebied aanwezig is geweest. Hierdoor is de kans op het aantreffen van sporen uit de late middeleeuwen middenhoog.

Doordat op de oude kaarten te zien is dat er in ieder geval vanaf 1910 bebouwing op het perceel aanwezig is, is de kans op het aantreffen van archeologische sporen uit de nieuwe tijd hoog. Advies Om een beeld te krijgen van de mate van verstoring van de ondergrond binnen het onderzoeksgebied wordt een archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van verkennende boringen geadviseerd.

8

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

9

1. Inleiding

In juli 2017 heeft Hollandia Archeologen in opdracht van de gemeente Hollands Kroon een archeologisch bureauonderzoek opgesteld voor een onderzoeksgebied aan de Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp, gemeente Hollands Kroon (afbeelding 1). Momenteel staat op het terrein een gebouw dat dienst doet als basisschool. Op het achterterrein van het perceel bevindt zich een groot grasveld, omgeven door bomen. Doel van dit archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde, archeologische verwachting met behulp van informatie van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden rondom het onderzoeksgebied.

Afbeelding 1: UIitsnede van de topografische kaart (1:10.000) waarop Oude Niedorp is afgebeeld. De locatie van het onderzoeksgebied is rood omkaderd.

10

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

2. Onderzoeksgebied

Het onderzoeksgebied betreft een perceel aan de Oostkade 2, gelegen in de haven van Den Oever (afbeelding 2). De RD-coördinaten van het onderzoeksgebied zijn: 120.483/ 525.872 (N), 120.561/ 525.792 (O), 120.503/ 525.751 (Z) en 120.470/ 525.810 (W). Het perceel is momenteel aan de noordzijde bebouwd en daaromheen voor het grootste deel bestraat. Op het zuidelijk deel van het terrein bestaat het onderzoeksgebied uit grasland, omgeven door bomen. Aan de noordzijde wordt het terrein begrensd door de Dorpsstraat, aan de andere drie zijden grenst het aan andere percelen die deels bebouwd zijn maar voor het grootste deel uit tuinen en grasland bestaan. Binnen de grenzen van het onderzoeksgebied staat een loods. Dit gebouw staat geregistreerd als Dorpsstraat 38A en valt niet onder het huidige onderzoeksgebied. Dit terrein zal dus niet meegenomen worden in dit onderzoek.

Afbeelding 2: Luchtfoto van een deel van de bebouwde kom van Oude Niedorp met daarbinnen de locatie van het onderzoeksgebied (rood kader). Het rood gearceerde deel betreft Dorpsstraat 38A en maakt geen onderdeel uit van het onderzoeksgebied.

11

12

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

13

3. Beleid

De gemeente Hollands Kroon heeft sinds 2013 een eigen beleidsnota voor de archeologie gepubliceerd (Cultuurcompagnie Noord-Holland 2013). Hierin zijn onder andere de uitgangspunten genoteerd die worden gebruikt bij het afwegen van het archeologisch belang van terreinen binnen de gemeente. Hierbij kunnen de volgende archeologieregimes toegepast:

Het westelijk deel van het huidige onderzoeksgebied ligt deels in een terrein met dubbelbestemming ‘Archeologie - Waarde 2’ zoals omschreven in het vigerende bestemmingsplan ‘t Veld, Oude Niedorp en Zijdewind - De Weel (NL.IMRO.1911. BPKomZwdWOntV2012-va01). Hierbij moet archeologisch onderzoek worden uitgevoerd bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en die dieper reiken dan 0,40 meter onder maaiveld. De rest van het terrein valt binnen hetzelfde bestemmingsplan onder archeologie waarde 5, waarbij archeologisch onderzoek vereist is bij plannen groter dan 10.000 m2 en die dieper reiken dan 0,40 meter onder maaiveld. De archeologische beleidskaart is binnen dit rapport in bijlage 3 te vinden.

14

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

15

4. Doel en methode Het doel van een bureauonderzoek is om aan de hand van bestaande bronnen informatie te verzamelen over bekende of te verwachten archeologische waarden binnen een bepaald gebied. Dit omvat de aan- of afwezigheid, omvang, datering, gaafheid en conservering en de relatieve kwaliteit van de archeologische waarden. Afhankelijk van de omvang van de werkzaamheden, de aanleiding tot het onderzoek en de vraagstelling (welke archeologische waarden kunnen binnen het onderzoeksgebied verwacht worden? En in hoeverre zullen de graafwerkzaamheden deze archeologische resten bedreigen?) zullen aanvullende gegevens verzameld dienen te worden. Het bureauonderzoek resulteert in een rapport met een gespecificeerd verwachtingsmodel conform de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.0. Op basis van dit verwachtingsmodel wordt een (selectie)advies gegeven. Het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Hollands Kroon, kan hierop een (selectie)besluit maken ten aanzien van eventueel vervolgonderzoek. Tevens kan door middel van het bureauonderzoek in een vroeg stadium in de planvorming rekening gehouden worden met aanwezige archeologische waarden in de bodem. Bij een bureauonderzoek worden, indien voorhanden, bronnen geraadpleegd die informatie verschaffen over de geologie en archeologie van het betreffende gebied.

Onder andere wordt gebruik gemaakt van: 1. Kaartmateriaal, zoals bodemkundige, geomorfologische, geologische en historische kaartgegevens evenals beleidskaarten zoals gemeentelijke en provinciale verwachtingskaarten. 2. Gegevens omtrent eerder verricht onderzoek en vondstmeldingen in het gebied uit de database van het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS3) van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). 3. Relevante geologische, historische en archeologische literatuur.

16

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

Afbeelding 3: Geomorfologische kaart van Oude Niedorp en omgeving. Het onderzoeksgebied is rood omkaderd. Bron: Archis3.

Afbeelding 4: Bodemkaart van Oude Niedorp en omgeving. Het onderzoeksgebied is rood omkaderd. Bron: Archis3.

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

17

5. Aardwetenschappelijke gegevens Genese van het landschap Het landschap waarbinnen het onderzoeksgebied ligt, is gevormd in het holoceen. Dit is de huidige geologische periode, welke begint na de laatste ijstijd (circa 11.500 jaar geleden). Door het smelten van het landijs uit de laatste ijstijd steeg de zeespiegel. Zo’n 6000 jaar geleden werd het huidige kustgebied ter hoogte van het onderzoeksgebied gedomineerd door een geulensysteem dat onderdeel was van het Zeegat van Bergen. Deze geulen voerden zeewater en zetten zodoende periodiek zand en klei af door getijdenwisselingen. Deze afzettingen behoren binnen de Naaldwijkformatie tot het Wormer laagpakket. Buiten de geulen om ontwikkelde zich een groot veengebied, met een veenpakket dat onderdeel is van het Hollandveen laagpakket. De geulen verplaatsten zich geleidelijk richting het zuiden, zodat ook het onderzoeksgebied uiteindelijk buiten de invloedssfeer van het geulensysteem kwam te liggen en er veenvorming optrad. Dat gebeurde geleidelijk vanaf het laat neolithicum en zette door in de bronstijd. Hierdoor bleef het gebied tot in de middeleeuwen een lastig te bewonen veenmoeras. Door ontginningen en een afwaterende werking van nieuwe zeegaten in het gebied vanaf de middeleeuwen, ontstond er inklinking van het veen.

Daardoor kwamen de zandige geulafzettingen uit de prehistorie hoger te liggen dan de omringende klei- en veenafzettingen en werden deze vanaf de middeleeuwen weer aantrekkelijk om te bewonen. Geomorfologie en bodem Op de geomorfologische kaart is het onderzoek niet gespecificeerd doordat het zich voor het grootste deel op bebouwd terrein bevindt (afbeelding 3). Rondom deze bebouwing is het gebied gekarteerd als een getijde-inversierug (code: 3K33) waardoor kan worden aangenomen dat ook het bebouwde deel van het onderzoeksgebied zich daar op bevindt. Volgens de bodemkaart (afbeelding 4) ligt het onderzoeksgebied op tuineerdgronden (EK19) en kalkrijke poldervaaggronden (code: Mn15A).

18

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

Afbeelding 5: Uitsnede van een kaart van Joost Jansz Beeldsnijder uit 1575. Oude Niedorp is rood omcirceld. Het noorden is boven. Bron: Noord-Hollands Archief.

Afbeelding 6: Uitsnede van de kaart Uitwaterende Sluizen van J. Dou uit 1680. De locatie van het onderzoeksgebied is schematisch weergegeven met een rode circel. Het noorden is boven. Bron: NoordHollands Archief.

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

19

Historische en archeologische gegevens

Historische gegevens Het dorp Oude Niedorp is in de 12de eeuw gesticht door de bewoners van de noordelijker gelegen nederzettingen Geddingmore of Blokhuizen. Deze zijn gedurende die eeuw door de zee verzwolgen (Numan 2005, 213). De huidige laatgotische kerk in Oude Niedorp, de St. Wedefriduskerk, stamt uit de 15de eeuw maar heeft een 13de eeuwse voorloper gehad. In 1415 krijgen Nieuwe- en Oude Niedorp gezamelijk het Stederecht en werden ze verenigd tot de streekstad Niedorp (Wit 1982, 8). Met behulp van historische kaarten kan een beeld verkregen worden van de meer recente geografische ontwikkelingen van Oude Niedorp en het onderzoeksgebied. Vanaf het eind van de 16de eeuw komen er kaarten beschikbaar waar vrij gedetailleerde informatie over Oude Niedorp en omgeving op vermeld staat. Op de kaart van Joost Jansz Beeldsnijder uit 1575 is het weergegeven als ‘Oude Nierip’, grenzend aan het meer ‘De Waerdt’ (afbeelding 5). De omvang van de bebouwing is hier nog niet op weergegeven. Op een kaart van J. Dou uit 1680 staat Oude Niedorp en omgeving gedetailleerder aangegeven. Er is duidelijk bebouwing langs de Dorpsstraat te herkennen (afbeelding 6). Of dit ook op de plek van het onderzoeksgebied het geval is geweest valt op basis van deze kaart echter niet te zeggen.

Aan het begin van de 19de eeuw, wanneer in opdracht van de overheid zowel de stedelijke gebieden als ook het tussenliggende land tot op perceelniveau nauwkeurig worden ingemeten, komen de eerste gedetailleerde kaarten van Oude Niedorp beschikbaar. Hierop staat voor het eerst bebouwing gedegen ingetekend, waardoor het landgebruik en eventuele bebouwingen van het onderzoeksgebied en omgeving goed te herkennen is. Op de kadastrale minuutkaart van 1811-1832 is te zien dat het onderzoeksgebied niet bebouwd is en net als nu in het noorden direct aan de Dorpsstraat ligt (afbeelding 7). Dit is nog steeds het geval op de topografische kaart uit 1880 (afbeelding 8) maar op de topografische kaart van 1910 is te zien dat het onderzoeksgebied gedeeltelijk op een perceel komt te liggen dat bebouwd is en als ‘School’ staat aangegeven (afbeelding 9). De topografische kaart van 1951 laat vervolgens zien dat het onderzoeksgebied rond die tijd aan de zijde van de Dorpsstraat bebouwd is (afbeelding 10). Het zuidelijke gedeelte van het onderzoeksgebied lijkt op alle kaarten niet bebouwd te zijn geweest. Afbeelding 7: Uitsnede van de kadastrale minuutkaart uit 1811-1835. Het onderzoeksgebied is rood omkaderd. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

20

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

Afbeelding 8 (linksboven), 9 (rechtsboven) en 10 (rechtsonder). Het onderzoeksgebied is met een rood kader aangegeven. Bron: Topotijdreis.nl.

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

21

Archeologische gegevens Op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) ligt het onderzoeksgebied voor een klein deel binnen archeologisch monument 14860: een terrein van hoge archeologische waarde. Op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) ligt het onderzoeksgebied in een gebied met een hoge en middenhoge trefkans op het vinden van archeologische sporen. Beide kaarten zijn als bijlage in dit rapport gevoegd (bijlage 4). In het centrale systeem Archis3 staan alle reeds bekende archeologische waarden en uitgevoerde onderzoeken uit Nederland aangegeven (afbeelding 11). Hierop is te zien dat in de directe omgeving van het onderzoeksgebied twee archeologische onderzoeken zijn uitgevoerd en dat er sprake is van een archeologische vondstmelding. In 2009 is door RAAP Archeologisch Adviesbureau een bureau- en booronderzoek uitgevoerd aan de Dorpsstraat 30 te Oude Niedorp (medlingsnummer 35553). Voor dit onderzoeksgebied gold van tevoren een middenhoge verwachting op het aantreffen van resten uit de bronstijd, die mogelijk aanwezig zouden zijn in de top van de getijde-inversierug waar het terrein op lag. Het onderhavig onderzoeksgebied ligt op dezelfde inversierug. Uit het booronderzoek bleek echter dat de top van de getijde-inversierug niet ontkalkt is en dat deze zeer gelaagd was. Op basis daarvan is geconcludeerd dat de rug niet geschikt was voor bewoning.

Dit zorgde voor een lage verwachting voor het vinden van archeologische sporen, waardoor geen archeologisch vervolgonderzoek is geadviseerd (De Kruif 2009, 11). In 2014 heeft Bureau voor Archeologie een bureauonderzoek en een booronderzoek uitgevoerd aan de Dorpsstraat 11 te Oude Niedorp (meldingsnummer 61571). Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat de ondergrond van het perceel, dat eveneens gelegen is op dezelfde getijde-inversierug als het onderhavig onderzoeksgebied, grotendeels verstoord is. Hierdoor werd eveneens geen vervolgonderzoek geadviseerd (De Boer 2014, 16). Dat onderzoek naar dergelijke getijde-inversieruggen en getijdeafzettingen wel degelijk archeologische vondsten oplevert bewijzen de sites Zeewijk en Mienakker, die op enkele kilometers ten noordoosten van het huidige onderzoeksgebied liggen (Theunissen et al. 2014, Kleijne et al. 2013). Deze sites tonen aan dat er in het laat-neolithicum op diverse locaties langs de krekensystemen en in de getijdegebieden in de Kop van Noord-Holland gewoond werd. In Mienakker ging het om een nederzetting op een zanderige kwelderrug, in Zeewijk om bewoning van de oeverwallen van een kreekrug ter weerszijden van een opgevulde restgeul.

22

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

37687

61571

355553

Afbeelding 11: Op deze kaart staan de reeds bekende archeologische onderzoeken afgebeeld. Het huidige onderzoeksgebied is rood omkaderd. Bron: Archis3.

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

23

7. Archeologische verwachting

Periode

Verwachting

Diepte t.o.v. maaiveld

Neolithicum en bronstijd

middenhoog

direct onder rmaaiveld

IJzertijd tot en met vroege middeleeuwen

laag

n.v.t.

Late middeleeuwen

middenhoog

direct onder maaiveld

Nieuwe tijd

hoog

direct onder maaiveld

Te verwachte archeologische resten Nederzettingssporen, ploegsporen, cultuurlagen, greppels, kuilen, begravingen, grafheuvels, waterputten, aardewerk, natuursteen, gewei en benen voorwerpen, archeobotanische resten. n.v.t.

Nederzettingssporen, ploegsporen, cultuurlagen, greppels, kuilen, funderingen, waterputten, aardewerk, baksteen, natuursteen, gewei en benen voorwerpen, archeobotanische resten. Nederzettingssporen, ploegsporen, cultuurlagen, greppels, kuilen, funderingen, waterputten, aardewerk, baksteen, natuursteen, gewei en benen voorwerpen, archeobotanische resten.

Voor het onderzoeksgebied kan de volgende gespecificeerde archeologische verwachting worden uitgesproken: Het onderzoeksgebied is gelegen in een gebied dat in de prehistorie, met name het laatneolithicum en de vroege bronstijd, geschikt was voor bewoning doordat het relatief hoog lag. Hierdoor is er een middenhoge trefkans op het aantreffen van dergelijke sporen. Doordat het gebied vanaf de bronstijd tot en met de vroege middeleeuwen een veenmoeras is geweest, zijn sporen uit deze periodes niet te verwachten. Dat geldt wel voor sporen uit de late middeleeuwen. Hoewel op de kaart van Beeldsnijder uit het eind van de16de eeuw geen specifieke bebouwing staat aangegeven is het wel degelijk mogelijk dat die er geweest is. De 15de eeuwse kerk van Oude Niedorp staat immers niet ver ten oosten van het onderzoeksgebieden. Hierdoor is de kans op het aantreffen van sporen uit de late middeleeuwen middenhoog. Doordat op de oude kaarten te zien is dat er in ieder geval vanaf 1910 bebouwing op het perceel aanwezig is, is de kans op het aantreffen van archeologische sporen uit de nieuwe tijd hoog.

24

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

25

8. Conclusie en aanbeveling

Op basis van het bureauonderzoek is gebleken dat het onderzoeksgebied is gelegen op een getijde-inversierug. Hierdoor is het gebied in de prehistorie, met name het laat-neolithicum en de vroege bronstijd, geschikt geweest voor bewoning door de relatief hoge ligging in het landschap. Dat zorgt voor een middenhoge trefkans op het aantreffen van archeologische sporen uit deze periode. Doordat het gebied vanaf de bronstijd tot en met de vroege middeleeuwen een veenmoeras is geweest zijn archeologische sporen uit deze periodes niet te verwachten. Dat geldt wel voor sporen uit de late middeleeuwen. In deze periode is het veen gaan inklinken, waardoor de getijde-inversierug hoger kwam te liggen. De historische bebouwde kom van Oude Niedorp, evenals het onderzoeksgebied, is hierop gelegen. Hoewel op de oude kaart van Beeldsnijder uit het eind van de16de eeuw geen specifieke bebouwing staat aangegeven is het wel degelijk mogelijk dat die binnen het onderzoeksgebied aanwezig is geweest. Hierdoor is de kans op het aantreffen van sporen uit de late middeleeuwen middenhoog. Doordat op de oude kaarten te zien is dat er in ieder geval vanaf 1910 bebouwing op het perceel aanwezig is, is de kans op het aantreffen van archeologische sporen uit de nieuwe tijd hoog.

Advies Om een beeld te krijgen van de mate van verstoring van de ondergrond binnen het onderzoeksgebied wordt een archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van verkennende boringen geadviseerd.

26

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

27

Literatuur

Boer, A. de, 2014: Dorpsstraat 11, Oude Niedorp, gemeente Hollands Kroon: Een bureauonderzoek en booronderzoek. (Bureau voor Archeologie Rapport 2014.49), Utrecht. Berendsen, H.J.A., 2000: Landschappelijk Nederland. Van Gorcum, Assen. Cultuurcompagnie Noord-Holland, 2013: Beleidsnota archeologie gemeente Hollands Kroon 2013. Cultuurcompagnie Noord-Holland, Alkmaar. Kleine, J.P., O. Brinkkemper, R.C.G.M. Lauwerier, B.I. Smit en E.M. Theunissen, 2013: A matter of life and death at Mienakker (the Netherlands). Late Neolithic behavioural variability in a dynamic landscape. (Nederlandse Archeologische Rapporten 45), Amersfoort. Kruif, S. de, 2009: Plangebied Dorpsstraat 30 te Oude Niedorp; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek. (RAAP-Notitie 3214), Weesp. Theunissen, E.M., O. Brinkkemper, R.C.G.M. Lauwerier, B.I. Smit en I.M.M. Van der Jagt (eds), 2014: A mosaic of habitation at Zeewijk (the Netherlands). Late Neolithic behavioural variability in a dynamic landscape. (Nederlandse Archeologische Rapporten 47), Amersfoort. Woltering, P.J., 2000: The archaeology of Texel. Four studies on settlement and landscape (1350 BC - 1500 AD). PlantijnCasparie, Heerhugowaard.

28

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

Bijlagen

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

31

B 1.250-1.500

Late-Middeleeuwen

A 1.050-1.250

Vroege-Middeleeuwen

D

900-1.050

C

725-900

B

525-725

A

450-525

Laat-Romeinse tijd

Miden-Romeinse tijd

Vroeg-Romeinse tijd

B

350-450

A

270-350

B

150-270

A

70-150

B

25-70

A

12-25

Late-IJzertijd

12 na Chr.250 v. Chr.

Midden-IJzertijd

500-250

Vroege-IJzertijd

800-500

Late-Bronstijd

1.100-800

Midden-Bronstijd

B 1.500-1.100 A 1.800-1.500

Vroege-Bronstijd

2.000-1.800

Vroeg-Neolithicum

2.450-2.000

A

2.850-2.450

B

3.400-2.850

A

4.200-3.400

B

4.900-4.200

A

5.300-4.900

Laat-Mesolithicum

6.450-4.900

Midden-Mesolithicum

7.100-6.450

Vroeg-Mesolithicum

8.800-7.100

Laat-Paleolithicum

B 18.000-8.800

MESOLITHICUM NEOLITHICUM

Late-Middeleeuwen

Midden-Neolithicum

B

A 35.000-18.000

Midden-Paleolithicum

300.000-35.000

Vroeg-Paleolithicum

-300.000

PALEOLITHICUM

A 1.500-1.650

MIDDELEEUWEN

Nieuwe tijd

Laat-Neolithicum

ROMEINSE TIJD

B 1.650-1.850

IJZERTIJD

Nieuwe tijd

C 1.850-heden

BRONSTIJD

Nieuwe tijd

NIEUWE TIJD

Bijlage 1: Archeologische perioden

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

33

Bijlage 2: Archeologische stappenplan In het “stappenplan archeologie” wordt aangegeven welk traject bij planvorming bewandeld moet worden als het gaat om het inpassen van archeologische waarden en verwachtingen. Het is van groot belang om in een zo vroeg mogelijk stadium van de planvorming rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen en wel voordat men aanvangt met de globale invulling van een plangebied. Het stappenplan gaat uit van een brede inventarisatie van wat er bekend is over de archeologische waarden. Op basis daarvan wordt zeer gericht ingezoomd op voor het plan(gebied) relevante archeologische informatie. Na iedere stap wordt beredeneerd gekozen voor meer diepgaand onderzoek op specifieke plekken, zodat uiteindelijk voldoende bekend is over aanwezige vindplaatsen om gemotiveerde afweging in het ruimtelijke-ordeningsproces te kunnen maken.

I. Bureauonderzoek Het doel van bureauonderzoek is het verwerven van informatie - aan de hand van bestaande bronnen - over bekende of verwachte archeologische waarden binnen of relevant voor het plangebied. Daarnaast moet het bureauonderzoek inzicht bieden in eventueel benodigd inventariserend onderzoek (stap II, zie onder). Een bureauonderzoek bestaat uit een archiefen literatuuronderzoek van archeologische en bodemkundige gegevens die bij RCE, provincie, gemeente en/of andere instanties (b.v. universiteiten, musea) bekend zijn over het betreffende gebied. Het Bureauonderzoek dient de volgende aspecten te behandelen: * aangeven wat de aanleiding is voor het bureauonderzoek en om welk gebied het gaat. Dit in verband met het bepalen van het onderzoekskader; * beschrijven van het huidige gebruik van de locatie op basis van beschikbare relevante gegevens; * beschrijven van het historische grondgebruik of de historische ontwikkeling van het gebied op basis van geofysische, fysische en historisch geografische gegevens o een korte impressie over de onstaansgeschiedenis van het landschap o een impressie van de bewoningsgeschiedenis; * beschrijven bekende archeologische waarden o archeologisch waardevolle terreinen zoals deze zijn opgenomen in het Centraal Monumenten Archief (CMA) van de RCE.

Dezelfde terreinen zijn tevens opgenomen op de Archeologische Monumentenkaarten (AMK) van de provincies. Archeologisch waardevolle terreinen genieten wettelijke bescherming (ex artikel 3 en 6 van de Monumentenwet) of dienen een planologische escherming te krijgen binnen het bestemmingsplan; o archeologische vindplaatsen zoals deze in het Centraal Archeologisch Archief (CAA) van de RCE aanwezig zijn. Clustering van vindplaatsen kan wijzen op de aanwezigheid van bewonings-sporen uit het verleden; * beschrijven van de archeologische verwachtingen en opstellen van een gespecificeerd en onderbouwd verwachtingsmodel van de verwachte archeologische waarden: o aan de hand van de door de RCE ontwikkelde Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden. Gebieden met een hoge of middelhoge

34

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

archeologische verwachtingswaarde of trefkans komen in ieder geval voor een nader archeologisch onderzoek in aanmerking; o aan de hand van een meer gedetailleerde provinciale c.q. gemeentelijke verwachtingskaart; * rapportage met daarin advisering ten behoeve van het vervolgtraject gerelateerd aan de verschillende stadia van het planvormingsproces.

II. Inventariserend veldonderzoek (IVO) Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het zeer gericht aanvullen en toetsen van de uitkomsten van het bureauonderzoek. Stapsgewijs wordt bekeken óf er archeologische waarden aanwezig zijn en zo ja, wat dan de aard, karakter, omvang, datering, gaafheid, conservering en relatieve kwaliteit is. Ten behoeve van een IVO dient een Programma van Eisen (PvE) opgesteld te worden. In principe wordt het IVO uitgevoerd op basis van een Plan van Aanpak (PvA). Het onderzoek kan bestaan uit de volgende methoden: * non-destructieve methoden: geofysische methoden ; * weinig destructieve methoden: oppervlaktekartering, booronderzoek, sondering (putjes van maximaal een vierkante meter); * destructieve methoden: proefsleuven. Welke methoden (kunnen) worden ingezet hangt af van de locatie en vraagstelling. De onderbouwing voor de in te zetten methoden is in het bureauonderzoek gegeven. Een inventariserend veldonderzoek moet leiden tot een waardering en een archeologisch inhoudelijk selectieadvies. Nadere toelichting onderzoeksmethoden: 1 en 2: Bij non-destructieve methoden moet men denken aan elektrische, magnetische en elektromagnetische methoden, eventueel in combinatie met remote sensing technieken. Bij weinig destructieve methoden gaat het om oppervlaktekartering en booronderzoek.

Dit houdt in dat het plangebied wordt gekarteerd door middel van het “belopen” van akkers en weilanden, waarbij gezocht wordt naar aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Daarnaast wordt door middel van boringen onderzocht hoe het staat met de bodemopbouw, en of er archeologische lagen of indicatoren te onderscheiden zijn. De aangetroffen vindplaatsen kunnen vervolgens nader bekeken worden met een meer diepgaand booronderzoek . Dit levert nadere informatie over de omvang en waardering op. Soms is het nodig om in dit stadium proefputjes te graven. Een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd indien uit de minder destructieve onderzoeksmethoden is gebleken dat er in een plangebied waardevolle archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Door middel van het graven van een aantal proefsleuven kunnen de exacte begrenzing, de datering en de graad van conservering van een vindplaats worden onderzocht. Uit het proefsleuvenonderzoek moet blijken of een vindplaats behoudenswaardig of zelfs beschermenswaardig is. Is dit het geval, dan zal bekeken moeten worden of de vindplaats ingepast kan worden in het plan. Het rijks- en ook het provinciaal archeologiebeleid gaat in eerste instantie uit van behoud van het bodemarchief in situ (ter plekke in de bodem).

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

35

Eventueel: III. Opgraven ofwel archeologisch vervolgonderzoek Indien het niet mogelijk is een ‘behoudenswaardige of beschermenswaardige’ vindplaats in situ te bewaren, zal het hier aanwezige bodemarchief voor het nageslacht bewaard dienen te worden door middel van een vlakdekkend onderzoek. Alleen dan is deze stap (stap III) noodzakelijk. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)

36

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

Bijlage 3: Fragment van de archeologische beleidskaart van de gemeente Hollands Kroon. De historische kern van de bebouwde kom van Oude Niedorp is onderin in het groen weergegegen.

Figuur 9. Fragment archeologische beleidskaart (Bron: Cultureel Erfgoed Noord-Holland)

Wanneer er bij nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden wordt met het archeologisch onderzoek zoals dat wordt geadviseerd in de archeologische beleidsnota, is de bescherming van archeologische waarden voldoende gewaarborgd. De kaart met de archeologische regimes is vertaald naar de bestemmingsplankaart waarop twee verschillende beschermingsregimes ten behoeve van archeologie zijn opgenomen. Vanuit het oogpunt van archeologie mag het plan uitvoerbaar worden geacht.

155.00.00.32.12.toe - Bestemmingsplan 't Veld, Oude Niedorp en Zijdewind - De Weel -

CONCLUSIE

37

38

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

Archeologisch bureauonderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

Bijlage 4: De locatie van het onderzoeksgebied (aangegeven met de pijl) op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW).

39

Archeologisch booronderzoek aan de Dorpsstraat 38 te Oude Niedorp

HOLLANDIA reeks 817

COLOFON Hollandia reeks nr.

817

Titel: Archeologisch booronderzoek aan de Dorpsstraat 38 te Oude Niedorp Gemeente:

Hollands Kroon (NH)

Onderzoeksmeldingsnummer Archis:

4832714100

Hoekcoördinaten: - 120.483/525.872 - 120.561/525.792 - 120.503/525.751 - 120.470/525.810 Auteurs: D.F. Brands Uitvoering:

Hollandia Archeologen, drs. N.C. Tuinman & drs. D.F. Brands

In opdracht van: Dhr. R. Muntjewerf Gemeente Hollands Kroon Contactpersoon opdrachtgever: Dhr. R. Muntjewerf ronaldmuntjewerf@hollandskroon.nl Gemeente Hollands Kroon Wetenschappelijke leiding:

P.M. Floore

Met medewerking van:

N.C. Tuinman

Illustraties:

N.C. Tuinman & D.F. Brands

Definitieve versie:

2020

Oplage: 6 ISSN: 1572-3151

© Hollandia archeologen, Zaandijk 2020 HOLLANDIA archeologen Tuinstraat 27a 1544 RS Zaandijk  075 - 622 49 57  info@archeologen.com

Inhoudsopgave Samenvatting 7 1. Inleiding 9 2. Plangebied 11 3. Doel en methode 13 4. Onderzoeksresultaten 15 5. Beantwoording van de onderzoeksvragen

17

6. Conclusie en aanbeveling 19 Literatuur 21 Bijlagen 23 Bijlage 1: Archeologische perioden 25 Bijlage 2: Archeologisch stappenplan 27 Bijlage 3: Boorstaten 31

Archeologisch Booronderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

7

Samenvatting Op dinsdag 21 april 2020 heeft Hollandia Archeologen, in opdracht van dhr. R Muntjewerf van gemeente Hollands Kroon, een inventariserend veldonderzoek middels verkennende boringen (IVOO) uitgevoerd aan de Dorpsstraat 38 te Oude Niedorp, gemeente Hollands Kroon. De aanleiding voor het booronderzoek is het voornemen om bodemroerende werkzaamheden uit te voeren binnen het plangebied. De bebouwing van de school zal waarschijnlijk in zijn geheel worden gesloopt. Vervolgens zal er een woning worden gebouwd grenzend aan de openbare weg. Tijdens het verkennend booronderzoek zijn 12 boringen gezet op het terrein variërend tot een diepte van 2,5 meter onder het maaiveld. Het plangebied is gelegen op een getij-inversierug én in de historische kern van Oude Niedorp. Hierdoor is het gebied in de prehistorie, met name het laat-neolithicum en de vroege bronstijd, geschikt geweest voor bewoning door de relatief hoge ligging in het landschap. Dat zorgt voor een middenhoge trefkans op het aantreffen van archeologische sporen uit deze periode. Doordat het gebied vanaf de bronstijd tot en met de vroege middeleeuwen een veenmoeras is geweest zijn archeologische sporen uit deze periodes niet te verwachten. Dat geldt wel voor sporen uit de late middeleeuwen. In deze periode is het veen gaan inklinken, waardoor de getijde-inversierug hoger kwam te liggen.

De historische bebouwde kom van Oude Niedorp, evenals het onderzoeksgebied, ligt hierop. Hoewel op de oude kaarten geen specifieke bebouwing staat aangegeven is het wel degelijk mogelijk dat die binnen het onderzoeksgebied aanwezig is geweest. Hierdoor is de kans op het aantreffen van sporen uit de late middeleeuwen middenhoog. Met het booronderzoek is vastgesteld dat de bodem geen aanleiding vertoont om de aanwezigheid van een (intacte) archeologische vindplaats in het plangebied te vermoeden. Het kan niet uitgesloten worden dat zeer lokaal wel archeologische resten aanwezig zijn uit de nieuwe tijd. Daarnaast leveren boring 1,2 en 3 archeologische indicatoren waar eventuele sporen uit de middeleeuwen en de nieuwe tijd in of onder kunnen zitten. De plannen voor de bouw van het huis dat zal worden gebouwd op het terrein van de Dorpsstraat 38 zijn nog niet tot in detail bekend. De bodem zoals aangetroffen met dit booronderzoek is zeer waarschijnlijk verstoord tot in ieder geval 0,8 meter -mv. Wanneer op deze locatie de geplande funderingen voor de nieuwe woning niet dieper reiken dan 0,8 meter -mv zullen er geen intacte niveaus aangetast worden. Aanbeveling Aan de hand van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek middels verkennende boringen (IVO-O) binnen het onderzoeksgebied hoeven er geen archeologische vervolgstappen te worden genomen.

De voorgenomen werkzaamheden blijven beperkt tot de, met het booronderzoek, vastgestelde (sub)recente verstoorde bovenlaag. Uiteindelijk dient de gemeente Hollands Kroon een besluit te nemen over het advies. Als tijdens de voorgenomen werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan

8

Archeologisch Booronderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

dient hiervan, conform de Erfgoedwet, melding te worden gemaakt.

Archeologisch Booronderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

9

1. Inleiding Op dinsdag 21 april 2020 heeft Hollandia Archeologen, in opdracht van dhr. R Muntjewerf van gemeente Hollands Kroon, een inventariserend veldonderzoek middels verkennende boringen (IVOO) uitgevoerd aan de Dorpsstraat 38 te Oude Niedorp, gemeente Hollands Kroon. De aanleiding voor het booronderzoek is het voornemen om bodemroerende werkzaamheden uit te voeren binnen het plangebied. De bebouwing van de school zal waarschijnlijk in zijn geheel/gedeeltelijk worden gesloopt. Vervolgens zal er een woning worden gebouwd grenzend aan de openbare weg. Het doel van het booronderzoek is om in een vroeg stadium eventuele archeologische resten aan te tonen zodat er rekening mee kan worden gehouden in de voorbereiding en uitvoering van de plannen. Het booronderzoek is uitgevoerd volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. Naderhand zal de onderzoeksdocumentatie aan het provinciaal archeologisch depot van Noord-Holland te Castricum worden overgedragen. In ARCHIS3 is het onderzoek gedocumenteerd onder het nummer 4832714100.

Afbeelding 1: Luchtfoto van een deel van de bebouwde kom van Oude Niedorp met daarbinnen de locatie van het onderzoeksgebied (rood kader). Het rood gearceerde deel betreft Dorpsstraat 38A en maakt geen onderdeel uit van het onderzoeksgebied.

10

Archeologisch Booronderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

Afbeelding 2: Het achterterrein, bestaand uit een groot grasveld omgeven door bomen.

Archeologisch Booronderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

11

2. Plangebied Binnen het plangebied staat momenteel een gebouw dat dienst deed als basisschool. Op het achterterrein van het perceel bevindt zich een groot grasveld, omgeven door bomen (afb. 2). Het perceel is momenteel aan de noordzijde bebouwd en daaromheen voor het grootste deel bestraat. Aan de noordzijde wordt het terrein begrensd door de Dorpsstraat, aan de andere drie zijden grenst het aan andere percelen die deels bebouwd zijn maar voor het grootste deel uit tuinen en grasland bestaan. Binnen de grenzen van het onderzoeksgebied staat een loods. Dit gebouw staat geregistreerd als Dorpsstraat 38A en valt niet onder het huidige onderzoeksgebied. Het westelijk deel van het huidige onderzoeksgebied ligt deels in een terrein met dubbelbestemming ‘Archeologie - Waarde 2’ zoals omschreven in het vigerende bestemmingsplan ‘t Veld, Oude Niedorp en Zijdewind - De Weel (NL.IMRO.1911. BPKomZwdWOntV2012va01). Hierbij moet archeologisch onderzoek worden uitgevoerd bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en die dieper reiken dan 0,40 meter onder maaiveld. De rest van het terrein valt binnen hetzelfde bestemmingsplan onder archeologie waarde 5, waarbij archeologisch onderzoek vereist is bij plannen groter dan 10.000 m2 en die dieper reiken dan 0,40 meter onder maaiveld. Het plangebied is ruim 6100 m2 en voldoet aan beide voorwaarden. Het uiteindelijke bouwvlak is nog niet bepaald.

Omdat binnen het bouwvlak sprake zal zijn van bouw- en aanlegwerkzaamheden dient de huidige archeologische verwachting en de nu vigerende dubbelbestemming getoetst te worden. Het onderzoek dient integraal uitgevoerd te worden over het gehele plangebied, ook buiten het bouwvlak, zodat de dubbelbestemming voor het gehele plangebied voldoende onderbouwd kan worden. Het plangebied is gelegen op een getij-inversierug én in de historische kern van Oude Niedorp. Hierdoor is het gebied in de prehistorie, met name het laat-neolithicum en de vroege bronstijd, geschikt geweest voor bewoning door de relatief hoge ligging in het landschap. Dat zorgt voor een middenhoge trefkans op het aantreffen van archeologische sporen uit deze periode. Doordat het gebied vanaf de bronstijd tot en met de vroege middeleeuwen een veenmoeras is geweest zijn archeologische sporen uit deze periodes niet te verwachten. Dat geldt wel voor sporen uit de late middeleeuwen. In deze periode is het veen gaan inklinken, waardoor de getijde-inversierug hoger kwam te liggen. De historische bebouwde kom van Oude Niedorp, evenals het onderzoeksgebied, is hierop gelegen. Hoewel op de oude kaarten geen specifieke bebouwing staat aangegeven is het wel degelijk mogelijk dat die binnen het onderzoeksgebied aanwezig is geweest. Hierdoor is de kans op het aantreffen van sporen uit de late middeleeuwen middenhoog.

Archeologisch Booronderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

525750.000

525800.000

525850.000

525900.000

12

120450.000

Afbeelding 3: Plangebied met boorpunten.

120500.000

120550.000

120600.000

Archeologisch Booronderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

13

3. Doel en methode Het doel van een inventariserend veldonderzoek middels verkennende boringen (IVO-O) is het onderzoeken of de bodem binnen het onderzoeksgebied intact is en waar eventuele verstoringen zich bevinden. Daarnaast dient gekeken te worden of het plangebied in het verleden geschikt was voor bewoning. Bij het verkennend onderzoek aan de Dorpsstraat 38 dient eveneens bekeken te worden of de voorgenomen ontwikkeling binnen het plangebied een bedreiging vormt voor het eventueel aanwezige (intacte) bodemarchief. In het plan van aanpak zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: 1. Wat is de bodemopbouw? 2. Zijn er (sub)recente vergravingen aanwezig? Zo ja, waar bevinden deze zich en tot hoe diep reiken die? 3. Zijn er aanwijzingen van menselijk handelen? Zo ja, waar bevinden deze zich en op welke diepte zijn die aangetoond? 4. Zijn er op basis van de onderzoeksresultaten archeologische niveaus aan te wijzen? Zo ja, waar en hoe diep bevinden deze zich en wanneer kunnen ze zijn bewoond? 5. Dienen archeologische vervolgstappen genomen te worden? In het plan van aanpak is de strategie bepaald die binnen het plangebied uitgevoerd dient te worden. In totaal zijn 12 boringen geplaatst op de vooraf vastgestelde locaties, afb. 3. De boringen zijn tot maximaal 2,5 meter diepte gezet.

De boringen zijn gezet met behulp van een Edelmanboor met diameter van 7 cm en een gutsboor met een diameter van 3 cm. De opgeboorde grond is doorzocht op archeologische indicatoren. Daarvoor is de grond met een boormes afgezet en bekeken. De beschrijving van de bodemopbouw geschiedde volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB).

14

Archeologisch Booronderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

Afbeelding 4: Doorsnede boring 5 verricht met een gutsboor. Zichtbaar is de lichtgrijze zand laag, sterk siltig met vele dunne kleibandjes.

Archeologisch Booronderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

15

4. Onderzoeksresultaten De boorstaten van de 12 boringen van dit onderzoek zijn als bijlage toegevoegd (bijlage 3). De volledige boring is steeds gezet met een Edelmanboor (bovenste zandige laag) en voortgezet met een gutsboor. De hoogteligging van het maaiveld op de boorlocaties varieert tussen de 0,5 en 0,8 m -NAP. Bodemopbouw Boringen 1, 2 en 3 bevatten een zandige bouwvoor van 5 centimeter. Hieronder bevindt zich een donkerbruin klei niveau van circa 60 centimeter. Dit pakket is verstoord en bevat o.a.humeuze brokken, baksteenspikkels, grind, houtskoolspikkels en mortel. Onder dit pakket (70 cm -mv) begint een lichtgrijze zanderige laag met een hoog siltgehalte. Tevens bevat dit pakket kleibandjes van ca. 1 cm. Na 1,35 m -mv begint een donkergrijs vochtig kleipakket. Dit pakket loopt tot ten minste het einde van de boring (2 m -mv) en ligt mogelijk onder het grondwater, vanwege de vochtige klei. Het verschil tussen boring 1 en 2 is dat het donkergrijze kleipakket bij boring 2 50 cm lager ligt dan bij boring 1 en start op 1,85 m -mv. Boring 4 weergeeft een duidelijk verstoord patroon. Allereerst is het ophogingspakket bestaande uit zand zichtbaar tot 95 cm -mv. De lagen daaronder bevatten veel kleibrokken, grind en zijn recentelijk geroerd. Op 1,80 m -mv is een stuik en kan er niet dieper geboord worden.

De verwachting hier is een mogelijke riolering, kabel of andere vorm van menselijk ingrijpen. Deze boring is geplaatst vlak naast het schoolgebouw, waardoor het verklaarbaar is dat deze grond geroerd is tijdens de bouw van dit schoolgebouw. Boring 5, afb. 4, vertoont eenzelfde patroon als boring 3. Op afbeelding 4 is de lichtgrijze zandlaag afgebeeld waarin dunne kleibandjes zichtbaar zijn en enkele humeuze vlekjes. Deze laag reikt tot het einde van de boring (2 m -mv). Boring 6 t/m 12 zijn allemaal geplaatst in het grasveld in het zuidelijke gedeelte van het terrein. De boringen tonen een zeer eenduidige bodemopbouw waar de bovenste laag bestaat uit een grijsbruine klei/zandlaag gevuld met lichtbruine brokken en soms wat baksteenspikkels. Bij boring 6 t/m 9 is er ook nog sprake van een siltige laag binnen dit kleipakket. De diepte van deze laag varieert tussen de 55 cm en 90 cm -mv. Hieronder bevindt zich een lichtbruin/ grijze zanderige laag met een hoog siltgehalte. Deze laag bevat in boring 6 t/m 10 roestvlekjes. Dit pakket wordt gezien als het Laagpakket van Wormer. Ook kan deze laag gezien worden als de flank van de getij-inversierug. Archeologische indicatoren en recente vergravingen Tijdens het booronderzoek is gelet op de aanwezigheid van archeologische indicatoren.

De enige archeologische indicatoren die aangetroffen zijn in de boringen betreffen baksteenspikkels, mortel en humeuze brokken in de vaak bovenste lagen van de boringen. Wat betreft de recente vergravingen is het waarschijnlijk dat het grind in de boringen 1 t/m 5 door vergravingen voor de bouw van het schoolgebouw hier terecht zijn gekomen, maar dit kan niet met zekerheid worden aangetoond.

16

Archeologisch Booronderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

Interpretatie van de resultaten Binnen boring 1 t/m 5 bestaat de bodem tot gemiddeld 1 m -mv uit een verstoorde klei/ zand laag waarin sporen zichtbaar zijn van baksteen, mortel en grind. Deze vergravingen zijn hoogstwaarschijnlijk afkomstig uit de afgelopen eeuwen waarin het huidige Oude Niedorp is ontstaan. De zandlaag met kleibandjes onder de verstoorde grond (met uitzondering van boring 4) is vermoedelijk het oppervlakte van de getij-inversierug. De kleibandjes in deze laag geven de indicatie van onrijpe klei (slap), waardoor de klei niet boven water is geweest en dus mogelijk niet bewoonbaar was in het laat-neolithicum en de bronstijd. Bij boring 6 t/m 12 ontbreekt eveneens een gelaagdheid die verwacht kan worden bij een intacte bodem. Ook hier is de bovenste laag van de boringen tot gemiddeld 70 cm -mv verstoord, mogelijk door ploegen en/of ander menselijk handelen. Daaronder bevindt zich hoogstwaarschijnlijk de flank van de getij-inversierug, maar er zijn op het achterveld van het terrein geen aanwijzingen zichtbaar voor bewoning in het verleden. Op basis hiervan vormen de indicatoren geen aanleiding om de aanwezigheid van een (intacte) archeologische vindplaats in het plangebied te vermoeden. Het kan niet uitgesloten worden dat zeer lokaal wel archeologische resten aanwezig zijn uit de nieuwe tijd.

De plannen voor de bouw van het huis dat zal worden gebouwd op het terrein van de Dorpsstraat 38 zijn nog niet tot in detail bekend. De bodem zoals aangetroffen met dit booronderzoek is zeer waarschijnlijk verstoord tot in ieder geval 0,8 meter -mv. Wanneer op deze locatie de geplande werkzaamheden niet dieper reiken dan 0,8 meter -mv zullen er geen intacte niveaus aangetast worden.

Archeologisch Booronderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

17

5. Beantwoording van de onderzoeksvragen 1. Wat is de bodemopbouw? De bodemopbouw zoals waargenomen in de 12 grondboringen is binnen het gehele plangebied redelijk eenduidig. Vanaf het maaiveld is een ophogingspakket aangetroffen, bestaand uit een lichtgrijze kleur zand vermengd met klei. Naar beneden toe wordt het ophogingspakket donkerder bruin van kleur en wordt de component zand kleiner. De dikte van dit pakket varieert, maar is over het gehele terrein zichtbaar. In de boringen op het achterveld van het terrein gaat het profiel variërend tussen de 55 cm - 90 cm -mv over in het Laagpakket van Wormer. Deze afzetting bestaat uit een uiterst siltige laag klei met zandlagen waarin bijna geen bodemvorming in voor komt. Naar het Noorden toe neemt de gelaagdheid in het pakket toe (zanderiger). Op basis hiervan wordt aangenomen dat de Dorpsstraat op de getijinversierug ligt en dat naar het zuiden toe, het achterveld van het terrein, zich de flank van de getij-inversierug bevindt. 2. Zijn er (sub)recente vergravingen aanwezig? Zo ja, waar bevinden deze zich en tot hoe diep reiken die? In boring 4 is in verhouding tot de andere boringen een verstoring aangetroffen tussen 5 en 95 centimeter onder het maaiveld. De aanwezigheid van deze verstoring wijst waarschijnlijk op een vergraving.

De geplaatste boring ligt dicht tegen een gebouw aan, waardoor er een grote kans is dat het hier gaat om een ophogingspakket dat gebruikt is voor de bouw van dit gebouw. Daarnaast was het niet mogelijk om de boor dieper te laten reiken dan 180 centimeter onder het maaiveld. Mogelijk stuikte de boor op een aangelegde kabel of riolering. 3. Zijn er aanwijzingen van menselijk handelen? Zo ja, waar bevinden deze zich en op welke diepte zijn die aangetoond? Tijdens het booronderzoek is gelet op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. In de boringen zijn geen tot weinig archeologische indicatoren waargenomen. De enige aanwijzingen voor menselijk handelen zijn bouwpuin fragmenten en mortel afkomstig uit boring 1, 4, 5, 6, 7 en 8. 4. Zijn er op basis van de onderzoeksresultaten archeologische niveaus aan te wijzen? Zo ja, waar en hoe diep bevinden deze zich en wanneer kunnen ze zijn bewoond? Op basis van het onderzoek is een archeologisch niveau aangetoond tussen de 1,80 m 2,40 m -NAP ten noorden van het terrein. Echter is deze laag nooit blootgesteld aan het oppervlak, waardoor de kans op bewoning zeer klein zal zijn. 5. Dienen archeologische vervolgstappen genomen te worden? Aan de hand van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek middels verkennende boringen (IVO-O) binnen het plangebied worden er geen archeologische vervolgstappen aanbevolen.

18

Archeologisch Booronderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

Archeologisch Booronderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

19

6. Conclusie en aanbeveling Op dinsdag 21 april 2020 heeft Hollandia Archeologen, in opdracht van dhr. R Muntjewerf van gemeente Hollands Kroon, een inventariserend veldonderzoek middels verkennende boringen (IVO-O) uitgevoerd aan de Dorpsstraat 38 te Oude Niedorp, gemeente Hollands Kroon. De aanleiding voor het booronderzoek is het voornemen om bodemroerende werkzaamheden uit te voeren binnen het plangebied. De bebouwing van de school zal waarschijnlijk geheel/gedeeltelijk worden gesloopt. Vervolgens zal er een woning worden gebouwd grenzend aan de openbare weg. Tijdens het verkennend booronderzoek zijn 12 boringen gezet op het terrein variërend tot een diepte van 2,5 meter onder het maaiveld. Het plangebied is gelegen ten zuiden van de Dorpsstraat. Het betreft een locatie die is gelegen op een getij-inversierug én in de historische kern van Oude Niedorp. Het plangebied bedraagt ruim 6100 m2 en heeft een maaiveld hoogte van circa 60 centimeter onder NAP. Binnen het plangebied is een gebouw dat dienst doet als basisschool aanwezig. Op het achterterrein van het perceel bevindt zich een groot grasveld, omgeven door bomen. Het perceel is momenteel aan de noordzijde bebouwd en daaromheen voor het grootste deel bestraat. Met het booronderzoek is vastgesteld dat binnen het plangebied de bovenste circa 50 tot 80 centimeter -mv recentelijk verstoord is.

Boring 1,2 en 3 leveren archeologische indicatoren waar eventuele sporen uit de middeleeuwen en de nieuwe tijd in of onder kunnen zitten. Verder zijn er geen duidelijke archeologische niveaus aangetoond die wijzen op mogelijke bewoning. Aanbeveling Aan de hand van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek middels verkennende boringen (IVO-O) binnen het onderzoeksgebied hoeven er geen archeologische vervolgstappen te worden genomen. De voorgenomen werkzaamheden blijven beperkt tot de, met het booronderzoek, vastgestelde (sub)recente verstoorde bovenlaag. Uiteindelijk dient de gemeente Hollands Kroon een besluit te nemen over het advies. Als tijdens de voorgenomen werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan dient hiervan, conform de Erfgoedwet, melding te worden gemaakt.

20

Archeologisch Booronderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

21

Literatuur Brattinga, J.J., 2017: Een archeologisch bureauonderzoek naar Dorpsstraat 38 te Oude Niedorp, gemeente Hollands Kroon, Hollandia reeks nummer 648, Zaandijk. Kruif, S. de, 2009: Plangebied Dorpsstraat 30 te Oude Niedorp, gemeente Niedorp; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek. (RAAP - Notitie 3214), Weesp.

22

Archeologisch Booronderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

Bijlagen Inhoudsopgave Bijlage 1: Archeologische perioden Bijalge 2: Archeologische stappenplan Bijlage 3: Boorstaten

Archeologisch Booronderzoek Dorpsstraat 38, Oude Niedorp

25

Late-Middeleeuwen

B 1.250-1.500

Late-Middeleeuwen

A 1.050-1.250

Vroege-Middeleeuwen

D

900-1.050

C

725-900

B

525-725

A Laat-Romeinse tijd

Miden-Romeinse tijd

Vroeg-Romeinse tijd

450-525 B

350-450

A

270-350

B

150-270

A

70-150

B

25-70

A

12-25

Late-IJzertijd

12 na Chr.250 v. Chr.

Midden-IJzertijd

500-250

Vroege-IJzertijd

800-500

Late-Bronstijd

1.100-800

Midden-Bronstijd

B 1.500-1.100 A 1.800-1.500

Vroege-Bronstijd

2.000-1.800

Midden-Neolithicum

Vroeg-Neolithicum

B

2.450-2.000

A

2.850-2.450

B

3.400-2.850

A

4.200-3.400

B

4.900-4.200

A

5.300-4.900

Laat-Mesolithicum

6.450-4.900

Midden-Mesolithicum

7.100-6.450

Vroeg-Mesolithicum

8.800-7.100

Laat-Paleolithicum

B 18.000-8.800

MESOLITHICUM NEOLITHICUM

A 1.500-1.650

Laat-Neolithicum

A 35.000-18.000

Midden-Paleolithicum

300.000-35.000

Vroeg-Paleolithicum

-300.000

PALEOLITHICUM

Nieuwe tijd

MIDDELEEUWEN

B 1.650-1.850

ROMEINSE TIJD

Nieuwe tijd

IJZERTIJD

C 1.850-heden

BRONSTIJD

Nieuwe tijd

NIEUWE TIJD

Bijlage 1: Archeologische perioden

26

27

Bijlage 2: Archeologische stappenplan In het “stappenplan archeologie” wordt aangegeven welk traject bij planvorming bewandeld moet worden als het gaat om het inpassen van archeologische waarden en verwachtingen. Het is van groot belang om in een zo vroeg mogelijk stadium van de planvorming rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen en wel voordat men aanvangt met de globale invulling van een plangebied. Het stappenplan gaat uit van een brede inventarisatie van wat er bekend is over de archeologische waarden. Op basis daarvan wordt zeer gericht ingezoomd op voor het plan(gebied) relevante archeologische informatie. Na iedere stap wordt beredeneerd gekozen voor meer diepgaand onderzoek op specifieke plekken, zodat uiteindelijk voldoende bekend is over aanwezige vindplaatsen om gemotiveerde afweging in het ruimtelijke-ordeningsproces te kunnen maken. I. Bureauonderzoek Het doel van bureauonderzoek is het verwerven van informatie - aan de hand van bestaande bronnen - over bekende of verwachte archeologische waarden binnen of relevant voor het plangebied. Daarnaast moet het bureauonderzoek inzicht bieden in eventueel benodigd inventariserend onderzoek (stap II, zie onder). Een bureauonderzoek bestaat uit een archiefen literatuuronderzoek van archeologische en bodemkundige gegevens die bij RCE, provincie, gemeente en/of andere instanties (b.v.

universiteiten, musea) bekend zijn over het betreffende gebied. Het Bureauonderzoek dient de volgende aspecten te behandelen: * aangeven wat de aanleiding is voor het bureauonderzoek en om welk gebied het gaat. Dit in verband met het bepalen van het onderzoekskader; * beschrijven van het huidige gebruik van de locatie op basis van beschikbare relevante gegevens; * beschrijven van het historische grondgebruik of de historische ontwikkeling van het gebied op basis van geofysische, fysische en historisch geografische gegevens o een korte impressie over de onstaansgeschiedenis van het landschap o een impressie van de bewoningsgeschiedenis; * beschrijven bekende archeologische waarden o archeologisch waardevolle terreinen zoals deze zijn opgenomen in het Centraal Monumenten Archief (CMA) van de RCE. Dezelfde terreinen zijn tevens opgenomen op de Archeologische Monumentenkaarten (AMK) van de provincies. Archeologisch waardevolle terreinen genieten wettelijke bescherming (ex artikel 3 en 6 van de Monumentenwet) of dienen een planologische escherming te krijgen binnen het bestemmingsplan; o archeologische vindplaatsen zoals deze in het Centraal Archeologisch Archief (CAA) van de RCE aanwezig zijn.

Clustering van vindplaatsen kan wijzen op de aanwezigheid van bewonings-sporen uit het verleden; * beschrijven van de archeologische verwachtingen en opstellen van een gespecificeerd en onderbouwd verwachtingsmodel van de verwachte archeologische waarden: o aan de hand van de door de RCE ontwikkelde Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden. Gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde of trefkans komen in ieder geval voor een nader archeologisch

28

onderzoek in aanmerking; o aan de hand van een meer gedetailleerde provinciale c.q. gemeentelijke verwachtingskaart; * rapportage met daarin advisering ten behoeve van het vervolgtraject gerelateerd aan de verschillende stadia van het planvormingsproces. II. Inventariserend veldonderzoek (IVO) Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het zeer gericht aanvullen en toetsen van de uitkomsten van het bureauonderzoek. Stapsgewijs wordt bekeken óf er archeologische waarden aanwezig zijn en zo ja, wat dan de aard, karakter, omvang, datering, gaafheid, conservering en relatieve kwaliteit is. Ten behoeve van een IVO dient een Programma van Eisen (PvE) opgesteld te worden. In principe wordt het IVO uitgevoerd op basis van een Plan van Aanpak (PvA). Het onderzoek kan bestaan uit de volgende methoden: * non-destructieve methoden: geofysische methoden ; * weinig destructieve methoden: oppervlaktekartering, booronderzoek, sondering (putjes van maximaal een vierkante meter); * destructieve methoden: proefsleuven. Welke methoden (kunnen) worden ingezet hangt af van de locatie en vraagstelling. De onderbouwing voor de in te zetten methoden is in het bureauonderzoek gegeven. Een inventariserend veldonderzoek moet leiden tot een waardering en een archeologisch inhoudelijk selectieadvies.

Nadere toelichting onderzoeksmethoden: 1 en 2: Bij non-destructieve methoden moet men denken aan elektrische, magnetische en elektromagnetische methoden, eventueel in combinatie met remote sensing technieken. Bij weinig destructieve methoden gaat het om oppervlaktekartering en booronderzoek. Dit houdt in dat het plangebied wordt gekarteerd door middel van het “belopen” van akkers en weilanden, waarbij gezocht wordt naar aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Daarnaast wordt door middel van boringen onderzocht hoe het staat met de bodemopbouw, en of er archeologische lagen of indicatoren te onderscheiden zijn. De aangetroffen vindplaatsen kunnen vervolgens nader bekeken worden met een meer diepgaand booronderzoek . Dit levert nadere informatie over de omvang en waardering op. Soms is het nodig om in dit stadium proefputjes te graven. Een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd indien uit de minder destructieve onderzoeksmethoden is gebleken dat er in een plangebied waardevolle archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Door middel van het graven van een aantal proefsleuven kunnen de exacte begrenzing, de datering en de graad van conservering van een vindplaats worden onderzocht. Uit het proefsleuvenonderzoek moet blijken of een vindplaats behoudenswaardig of zelfs beschermenswaardig is.

Is dit het geval, dan zal bekeken moeten worden of de vindplaats ingepast kan worden in het plan. Het rijks- en ook het provinciaal archeologiebeleid gaat in eerste instantie uit van behoud van het bodemarchief in situ (ter plekke in de bodem).

29

Eventueel: III. Opgraven ofwel archeologisch vervolgonderzoek Indien het niet mogelijk is een ‘behoudenswaardige of beschermenswaardige’ vindplaats in situ te bewaren, zal het hier aanwezige bodemarchief voor het nageslacht bewaard dienen te worden door middel van een vlakdekkend onderzoek. Alleen dan is deze stap (stap III) noodzakelijk. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)

30

31

Bijlage 3: Boorstaten

32

33

34

35

36

37

G&G‐advies QS2017‐76

Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau

Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp Toetsing in het kader van de natuurwetgeving

R. de Beer

2017

Opdrachtgever Gemeente Hollands Kroon

G&G‐advies QS2017‐76

Versie Concept Eindrapport

Datum 19 juni 2017

De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdracht‐ gever. Bij wijziging van plannen, werkperiodes, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn.

Bovendijk 35‐G

Hazenkoog 35‐A

2295 RV Kwintsheul

1822 BS Alkmaar

www.vandergoesengroot.nl

Dorpsstraat 38 in Oude Niedorp

3

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

5

1.1

Aanleiding voor het onderzoek ............................................................................... 5

1.2

Doel van het onderzoek........................................................................................... 5

1.3

Het plangebied......................................................................................................... 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=a797eae7-9983-442c-9bb6-ff80b6ee027a