3 toelichting.pdf
Tekst van het document
Uitsnede Risicokaart
Legenda
Bron: Risicokaart.nl
In de nabijheid van het plangebied bevinden zich geen risicovolle bedrijven of transport routes van gevaarlijke stoffen. Evenmin maakt dit bestemmingsplan de vestiging van een risicovolle functie mogelijk. Conclusie: Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voorliggende bouwplan.
7.7 Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening streeft naar het bevorderen van een duurzame ruimtelijke kwaliteit in een dynamische samenleving. Een goede ruimtelijke ordening houdt ook in het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie ten opzichte van woningen krijgen en dat nieuwe woningen of uitbreiding van bestaande woningen op een verantwoorde afstand bedrijven gesitueerd worden. De publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de VNG geeft richtafstanden waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken. De richtafstanden hangen samen met gebiedskenmerken. Het is mogelijk om door middel van maatregelen overlast te beperken en daardoor af te wijken van de afstanden. In dat geval zal aangetoond moeten worden welke maatregelen worden genomen om de overlast te beperken. Aan de hand hiervan kan dan gemotiveerd worden afgeweken van de standaard adviesafstanden. Bij het planologisch mogelijk maken van deze ontwikkeling is nagegaan of in de directe omgeving bedrijven zijn gelegen en actief zijn die vanwege de ontwikkeling mogelijk worden beperkt in hun bedrijfsvoering. Daarnaast is nagegaan of realisatie van het plan mogelijk is gelet op omliggende functies.
26
In het plangebied wijzigt de milieusituatie. Een nieuwe milieugevoelige functie wordt toegevoegd. De toevoeging van een nieuwe woning kan een effect hebben op de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven. De nieuwe woning heeft in de praktijk geen effect naar de omgeving. In de omgeving van het plangebied komen allemaal gemengde bestemmingen voor. Het gebied kan daarom gekenmerkt worden als een gemengd gebied. De zwaarste invulling die het bestemmingsplan mogelijk maakt zijn bedrijven t/m milieucategorie 2. In een gemengd gebied geldt hiervoor een richtafstand van 10 meter. De enige locatie die dichter dan 10 meter bij de te bouwen woning is gelegen is het perceel Dorpsstraat 36 (afstand 5 meter). Op dit perceel bevindt zich geen bedrijf maar een woonhuis, van een belemmering van de bedrijfsvoeringen van omliggende bedrijven is daarom geen sprake. Omgekeerd zijn er ook geen bedrijven in de omgeving aanwezig die tot gevolg hebben dat er geen goed woon- en leefklimaat voor de te realiseren woning is. Conclusie: Vanuit het oogpunt van milieu zijn er daarom geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het plan.
7.8 Verkeer en parkeren 7.8.1 Verkeer en parkeren In het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing moet inzichtelijke worden gemaakt of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten heeft op de bestaande verkeersafwikkeling in de omgeving van het plangebied. Als gevolg van de realisatie van dit plan verdwijnt er een schoollocatie en komt er één woning voor in de plaats. Een woning heeft een veel lagere verkeersaantrekkende werking en een lagere parkeerbehoefte (2,3 per woning) dan een basisschool (0,75 per leslokaal). De biljartvereniging wordt verplaatst op hetzelfde terrein waardoor dit geen effect heeft op de verkeerssituatie. Als gemeente willen we dat er voldoende parkeerplaatsen in de omgeving aanwezig zijn. Wij zullen daarom meer parkeerplaatsen aanleggen dan volgens de norm vereist is. Voor de nieuw op te richten woning is ruimte om op het eigen terrein te parkeren. Daarnaast wordt er voor alle functies 7 parkeerplaatsen in het plangebied aangelegd. Het perceel is reeds doormiddel van een uitrit ontsloten op de openbare weg. Deze uitrit zal blijven bestaan, maar mogelijk worden aangepast. Hier bestaan geen ruimtelijke bezwaren tegen. Conclusie: Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit
bestemmingsplan.
7.9 M.e.r./ m.e.r. (vormvrije) beoordeling/strategische milieubeoordeling Op 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd. Het aantal situaties waarvoor een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht moet worden uitgevoerd is verminderd. Er zijn nu meer situaties waar eerst beoordeeld kan worden of een m.e.r. moet worden uitgevoerd. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst van het Besluit die beneden de drempelwaarden vallen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen zijn. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Uit de toelichting van dit bestemmingsplan volgt dat de activiteiten geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben (afstand tot gevoelige gebieden, de locatie en de omgeving hebben geen bijzondere kenmerken waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige effecten, de activiteit leidt niet tot grote emissies, de ruimtelijke consequenties van het plan zijn beperkt e.d.). Naar alle Europese criteria voor de afweging hieromtrent is gekeken.
27
Voorliggend bestemmingsplan heeft bovendien betrekking op een beperkte ruimtelijke ontwikkeling. De bouw van één nieuwe woning en het opnieuw bestemmen van de biljartvereniging en het dorpshuis zijn geen stedelijke ontwikkelinsgprojecten. Voor woningbouw (de aanleg wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject) wordt de drempelwaarde bereikt wanneer het plangebied een oppervlakte van 100 ha of meer omvat, het een aaneengesloten gebied betreft voor 2.000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2. Het bevoegde gezag heeft daarom geoordeeld dat het opstellen van een m.e.r. niet nodig is. Conclusie: Het opstellen van een m.e.r. is niet nodig
7.10 Kabels en leidingen Vanuit de openbare ruimte lopen diverse kabels richting het plangebied (zie onderstaande afbeelding). Hoe deze op het eigen terrein lopen is niet bekend. Geadviseerd wordt om bij graven voorzichtig te werk te gaan. Op voorhand levert dit geen belemmering op voor de realisatie van dit bestemmingsplan.
Conclusie: De aanwezigheid van kabels en leidingen vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
28
8. Economische uitvoerbaarheid Als gevolg van artikel 3.1.6, lid 1, ad e en f, van het Besluit ruimtelijke ordening dient er in het kader van het bestemmingsplan een onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vast moet stellen voor gronden waarop een bij de algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Hiervan kan worden afgezien als in het verhaal van kosten op een andere wijze is voorzien. Bijvoorbeeld door het sluiten van een anterieure overeenkomst. Een kostenpost die bij elk plan aan de orde is is het verhalen van mogelijke planschade. De grond wordt door de gemeente uitgegeven. De door de gemeente te maken kosten zijn in de grondprijs verrekenend. Behoudens planschade. Hiervoor wordt een overeenkomst met de koper van het kavel gesloten.
29
9. Inspraak en vooroverleg (maatschappelijke uitvoerbaarheid) 9.11.1 Overleg direct omwonenden Voordat dit bestemmingsplan in procedure is gebracht hebben er verschillende gesprekken met de omwonenden en de in het plangebied gelegen instanties/gebruikers plaatsgevonden. Het plan is op basis van de tijdens deze gesprekken verkregen input vorm gegeven en aangepast. Op basis van deze gesprekken kunnen stukjes restgrond aan de eigenaren van de omliggende woningen worden overgedragen en kan de beoogde terrein indeling op voldoende draagvlak rekenen.
9.11.2 Vooroverleg Dit bestemmingsplan is wordt vooroverleg toegezonden aan de provincie Noord-Holland en het HHNK. De resultaten van het vooroverleg worden hieronder opgenomen.
30
11. Juridische aspecten 11.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van initiatief juridisch is vertaald. Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van deze gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. In dit hoofdstuk zal worden ingegaan op de systematiek en leeswijzer bij de verbeelding en regels en de handhaafbaarheid.
11.2 Verbeelding De verbeelding geeft de bestemmingen van de gronden aan. Tevens wordt met functieaanduidingen de gebruiksmogelijkheden nader gespecificeerd. In de planregels staat per bestemming en aanduiding vastgelegd wat de beperkingen en mogelijkheden van de gronden met de bestemming, zoals aangegeven op de verbeelding, zijn.
11.3 Planregels In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: ▪ Gemengd ▪ Maatschappelijk ▪ Wonen Binnen de regels is sprake van positieve bestemmingen. Een positieve bestemming geeft een directe bouwtitel. De omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt verleend indien deze voldoet aan het gestelde in de Wabo. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit zijn de inleidende bepalingen van de regels. Artikel 1: Begrippen geeft de betekenis aan een aantal in de regels voorkomende begrippen. Hierdoor wordt de interpretatie van de begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot; Artikel 2: Wijze van meten geeft aan hoe bepaalde maten dienen te worden berekend. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Deze artikelen bevatten de regels welke direct verband houden met de op de verbeelding aangegeven bestemmingen. Per bestemming en per artikel geldt in de meeste gevallen het volgende stramien: a) een beschrijving van de bestemming; b) de bouwregels: regels omtrent hoogte, bebouwingsdichtheid enz.
De bouwregels geven c) aan welke bouwwerken mogen worden opgericht. d) (eventueel) een ontheffingsbevoegdheid van burgemeester en wethouders met betrekking tot bouwregels;
31
e) f)
(eventueel) een omschrijving van de specifieke gebruiksregels; (eventueel) een ontheffingsbevoegdheid van burgemeester en wethouders met betrekking tot gebruiksregels;
De aanduidingen zijn op de verbeelding met een lettercode aangegeven, die in de regels terug zijn te vinden. Beschrijving van de bestemmingen: Artikel 3: Maatschappelijk De gronden aangeduid met de bestemming ’Maatschappelijk’ zijn bestemd om gebruikt te kunnen worden als locatie van de biljartvereniging Bicon en voor Dorpshuis De Mafkikker. Binnen deze bestemming is het ook mogelijk om de benodigde ontsluitingsweg en parkeerplaatsen aan te leggen. De gronden hebben momenteel ook al deze bestemming. Artikel 4: Wonen De gronden aangeduid met de bestemming ‘Wonen’ zijn bestemd voor het op richten van een nieuw woonhuis om in te wonen, met een bijhorende tuin. De woning kan gebouw worden in het op de verbeelding aangegeven bouwvlak. Voor de bestemming ‘Wonen’ is gekozen in plaats van ‘Gemengd’ omdat een gebruik ten behoeve van wonen uitsluitend gewenst is. Deze bestemming zal in de toekomst ook gegeven worden aan gronden welke momenteel nog verschillende bestemmingsplannen de bestemming ‘Gemengd’ hebben, maar in de praktijk uitsluitend voor wonen gebruikt worden. Artikel 5: Waarde - archeologie De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ is opgenomen ter bescherming van mogelijk in de bodem aanwezige archeologische waarden.
Hier geldt een verplichting tot het uitvoeren van archeologisch onderzoek indien ter plaatse van de nieuw te bouwen woning dieper dan 80 centimeter in de bodem wordt geroerd. Artikel 6: Anti-dubbeltelbepaling Op grond van de antidubbeltelbepaling is bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft (artikel 3.2.4 Bro). Deze bepaling voorkomt dat er meer kan worden gebouwd dan er wenselijk is indien een kavel wordt gesplitst en op grond daarvan een nieuw bouwperceel ontstaat. Elk bouwperceel heeft immers in principe recht op een bepaalde hoeveelheid bebouwing. Artikel 7: Algemene gebruiksregels Dit artikel regelt de algemene gebruiksregel (rechtstreeks afkomstig uit de Wet ruimtelijke ordening). Het komt er op neer dat de bestemmingen alleen gebruikt mogen worden voor de doeleinden die aan de bestemming zijn gegeven. De specifieke gebruiksregels zijn zo nodig in de diverse bestemmingen opgenomen. Verder is in dit artikel een koppeling gemaakt met het gemeentelijk parkeerbeleid en de mogelijkheid om daar vanaf te wijken.
Artikel 8: Algemene afwijkingsregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken ten aanzien van het bouwen van kleine niet voor bewoning dienende gebouwtjes, het overschrijden van bepalingen inzake goothoogte, hoogte, oppervlakte en inhoud van bouwwerken. Artikel 9: Overgangsrecht Het overgangsrecht is tweeledig en heeft betrekking op bouwwerken en gebruik. Bepaald wordt dat bouwwerken welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering zijn, dan wel gebouwd kunnen worden krachtens een bouwvergunning, en afwijken van het plan, mogen, mits deze afwijking naar aard en omvang niet worden vergroot gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, alsmede na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gedaan. Tevens is bepaald dat burgemeester en wethouders eenmalig ontheffing kunnen verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10%. De overgangsbepaling is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Voor gebruik
32
is de bepaling opgenomen dat het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Hierbij is bepaald dat het verboden is om het met het bestemmingsplan strijdige gebruik te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Ten derde is bepaald dat indien het gebruik na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, het verboden is om dit gebruik hierna te hervatten of te laten hervatten. Deze overgangsbepaling is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Artikel 10: Slotregel Dit artikel geeft de naam en datum van het bestemmingsplan aan.
11.4 Handhaafbaarheid Een van de uitgangspunten bij de ontwikkeling van een bestemmingsplan, dus ook bij de ontwikkeling van het bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 38 Oude Niedorp’, is dat de in het plan opgenomen regels handhaafbaar dienen te zijn. Handhaving van het ruimtelijk beleid verdient meer aandacht omdat het een voorwaarde is voor het behoud en de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. Bij de totstandkoming van het bestemmingsplan ‘Dorpsstraat 38 Oude Niedorp’ is aandacht besteed aan de handhaafbaarheid van de in het plan opgenomen regels. Ten behoeve van een goede handhaving van de regels zijn de volgende factoren van belang: ▪ Voldoende kenbaarheid geven aan het plan; ▪ Voldoende draagvlak voor het beleid en de regelgeving in het plan; ▪ Inzichtelijke en realistische regeling; ▪ Handhavingsbeleid.
33