3. Parallelweg 10a - Hippolytushoef_TOELICHTING.pdf
Tekst van het document
De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkte kwetsbare objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour. Het groepsrisico is gedefinieerd als de cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Het groepsrisico wordt niet in contouren vertaald, maar wordt weergegeven in een grafiek. In de grafiek wordt de groepsgrootte van aantallen slachtoffers (x-as) uitgezet tegen de cumulatieve kans dat een dergelijke groep slachtoffer wordt van een ongeval (y-as). Voor het groepsrisico geldt geen grenswaarde, maar een zogenaamde oriëntatiewaarde. Daarnaast geldt voor het groepsrisico een verantwoordingsplicht.
Het bevoegd gezag moet aangeven welke mogelijkheden er zijn om het groepsrisico in de nabije toekomst te beperken, het moet aangeven op welke manier hulpverlening, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid zijn ingevuld. Het bevoegd gezag moet tevens aangeven waarom de risico's verantwoord zijn, en de veiligheidsregio moet in de gelegenheid zijn gesteld een brandweeradvies te geven. Hierbij geldt hoe hoger het groepsrisico, hoe groter het belang van een goede groepsrisicoverantwoording.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
29
Risicovolle (Bevi-)inrichtingen Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden. Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven. Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen Met betrekking tot het beleid en de regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Structuurvisie buisleidingen van belang. Deze structuurvisie bevat een lange termijnvisie op het buisleidingentransport van gevaarlijke stoffen. Het Bevb en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden.
Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risicoverhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht te nemen en het groepsrisico te verantwoorden. Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Als onderdeel van het Bevt is op 1 april 2015 tevens het basisnet in werking getreden. Het basisnet verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van rijksinfrastructuur (auto-, spooren vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In de regeling ligt vast wat de maximale risico's voor omwonenden mogen zijn. Die begrenzing was er tot nu toe niet. Bovendien zorgt het basisnet ervoor dat gevaarlijke stoffen tussen de belangrijkste industriële locaties in Nederland en het buitenland vervoerd kunnen blijven worden.
Indien een bestemmingsplan betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 m van een (basisnet)transportroute voor gevaarlijke stoffen, moet in de toelichting ingegaan worden op de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld. Hierbij moet rekening worden gehouden met de personen die a) in dat gebied reeds aanwezig zijn, b) in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan redelijkerwijs te verwachten zijn en c) de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan betrekking heeft. 4.8.2
Beoordeling
Een woning betreft een kwetsbaar object, waardoor de gewenste ontwikkeling getoetst dient te worden aan de wetgeving omtrent externe veiligheid. Voor de beoordeling of in de omgeving van het plangebied risicovolle inrichtingen en/of transportroutes gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, is de risicokaart geraadpleegd. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van deze kaart.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
30
Uitsnede risicokaart met aanduiding plangebied (bron: www.risicokaart.nl) Inrichtingen In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen EV-relevante inrichtingen gevestigd, zodat er geen sprake is van een belemmering. Op circa 1.000 meter afstand ligt het zwembad de Venne, wat wordt aangemerkt als risicobron. Bij het zwembad worden vloeistoffen opgeslagen die giftige gassen kunnen vormen (chloor). Binnen de aangegeven terreingrens is het bedrijf verantwoordelijk voor de veiligheid. De risicoafstand van de PR 10-6 contour bedraagt 50 meter. De planlocatie ligt niet binnen deze zone. Anderzijds is de voorgenomen planontwikkeling geen risicovolle inrichting in het kader van de BEVI, waardoor de ontwikkeling geen gevaar vormt voor de omgeving. Transport gevaarlijke stoffen Er bevindt zich in of nabij het plangebied geen buistransportleiding met een PR 10-6 contour. Ten zuiden van het plangebied is een transportroute voor gevaarlijke stoffen gelegen. Dit betreft de N99 (Rijksstraatweg) welke deel uit maakt van het Basisnet. Over de N99 worden gevaarlijke stoffen getransporteerd, namelijk brandbaar gas (stofklasse GF3) en giftige stoffen (LT2). Voor de categorie GF3 geldt een maximale effectafstand van 200 meter voor het beschouwd scenario 'koude BLEVE'; voor de categorie LT2 geldt een maximale effects Er is geen sprake van een plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar.
Het plangebied ligt binnen 200 meter van deze weg. Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de N99 is het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing (Bevt). Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling binnen 200 meter van een transportroute gelegen is, dient ook aandacht te worden geschonken aan de volgende aspecten: dichtheid van personen en de verwachte veranderingen; hoogte van het groepsrisico; maatregelen ter beperking van het groepsrisico (waaronder stedenbouwkundige opzet, bouwkundige voorzieningen en voorzieningen met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte); mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan. Er is echter sprake van een uitzondering wanneer: het groepsrisico niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde; het groepsrisico niet meer dan tien procent toeneemt en de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
31
Beoordeling externe veiligheid Personendichtheid De woning wordt geschikt voor starters. De personendichtheid wordt geschat op 2 personen. Plaatsgebonden risico Uit de Regeling Basisnet blijkt dat er voor de N99 geen sprake is van een plasbrandaandachtsgebied en er is geen veiligheidszone voor het plaatsgebonden risico (10-6 per jaar) ingesteld. Hierdoor wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico. Groepsrisico De hoogte van het groepsrisico zal ten gevolge van de ontwikkeling van de woning beperkt toenemen, waardoor het voldoende aannemelijk is dat dit niet leidt tot een toename van meer dan 10% van meer dan 10% van de oriëntatiewaarde, of dat het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde ligt en de toename van het groepsrisico meer dan 10% bedraagt. Dat wil zeggen dat een verantwoording van het groepsrisico niet aan de orde is. Voor de Rijksweg N99 kan worden volstaan met een beperkte verantwoording. Bij een beperkte verantwoording wordt gekeken naar de aspecten van bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Beperkte verantwoording Gezien de afstand tot de woning bestaat gevaar voor hittestraling, waarbij mensen die buiten zijn brandwonden kunnen oplopen. Lekkage van een giftige stof tijdens een transport kan binnen de zone van 940 meter tot dodelijke slachtoffers leiden.
Omdat de afstand tot de woning betrekkelijk klein is, is de kans op dodelijke slachtoffers voor degenenen die buiten zijn, zeer groot. Het plan voorziet in de realisatie van een woning. De woning biedt schuilgelegenheid aan personen buiten de de woning, waardoor er voldoende mogelijkheid is om voor het gevaar te schuilen of het gevaar te ontvluchten door naar binnen te gaan. Bestrijdbaarheid Bestrijdbaarheid is de mate waarin een calamiteit door de brandweer te bestrijden is. Dit hangt af van de opkomsttijd, beschikbare blusmiddelen en de bereikbaarheid van het plangebied. Bij de inrichting van het parkeererf op de planlocatie is rekening gehouden met de hulpdiensten en het is mogelijk om bij de woning te komen en desgewenst door te rijden tot de voordeur. De brandweerkazerne van Hippolytushoef is dicht bij de planlocatie gelegen, waardoor het mogelijk is om in korte tijd de planlocatie te bereiken. In de nabije omgeving van de planlocatie is geen open water aanwezig, maar zijn er wel voldoende bluswatervoorzieningen in de nabijheid van de planlocatie gelegen. Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de brandweer. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin mensen zichzelf in geval van een calamiteit in veiligheid kunnen brengen. Belangrijk bij een calamiteit is gerichte communicatie met de bewoners.
Door de bewoners te wijzen op het mogelijkheden van NL-Alert kan dit bijdragen aan een versnelde alarmering van het plangebied. Het betreft hier bewoners in een kwetsbare groep en het is van groot belang dat zij snel worden geïnformeerd. Op het terrein is een WAS-sirene (waarschuwings- en alarmeringssysteem, luchtalarm) aanwezig. De positie van de woning is dusdanig dat het voor bewoners mogelijk is om zonder obstakels richting de omringende percelen te vluchten. De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Binnen het plangebied zullen geen en/of minder zelfredzame personen aanwezig. Minder zelfredzame personen kunnen vluchten onder begeleiding. Door de grote afstand zal de invloed van hittestraling vanaf de N99 zeer beperkt zijn. Een giftige wolk vanaf de N99 kan mensen op de planlocatie bedreigen. Bij langdurige rookverspreiding of een giftige stof kan er gevaar optreden. Dit is op te lossen door de ventilatie afschakel- en afsluitbaar te maken.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
32
Advies Veiligheidsregio Noord-Holland Noord Op 7 januari 2022 is de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord in de gelegenheid gesteld tot het uitbrengen van advies over ramp- en crisisbestrijding en zelfredzaamheid ten behoeve van het initiatief. Het plan is gelegen op circa 110 m afstand van de N99. De maatgevende scenario’s zijn op deze afstand door een ongeval op de N99: het vrijkomen van een giftige wolk door een transportongeval, die tot in het plan gevaar veroorzaakt en een ‘koude BLEVE’ met een LPG-tankwagen. Het risico op het ontstaan van een van de genoemde scenario’s is uiterst klein. Van positieve invloed daarop is o.a. de weginrichting met de snelheid remmende aanwezigheid van de rotonde. Bestrijdbaarheid De Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is voorbereid op de genoemde scenario’s en kan de gevolgen van die scenario’s bestrijden.De Veiligheidsregio Noord-Holland Noord activeert NL-Alert en de WAS-palen zodra zij een bedreiging voor de bevolking signaleert. Nadere informatie wordt verstrekt via de eigentijdse media over het gevaar en het handelingsperspectief. Zelfredzaamheid Schuilen is voor het scenario giftige wolk het handelingsperspectief.Personen binnen zijn beschermd, mits zij mechanische ventilatie uitschakelen en rooster, ramen en deuren sluiten.
Een ‘koude BLEVE’ ontstaat als een flitsramp, waarbij de tijd tussen impact en handelen kort (tot enkele seconden) is. Een schuilplaats tijdig kunnen bereiken is niet realistisch. Personen binnen zijn waarschijnlijk beschermd tegen de ontstane hittestraling tijdens het ongeval. Wij verwachten dat objecten binnen een afstand tot 200 m van het ongeval in brand gaan. Vluchten is dan noodzaak. Bovenstaande toelichting is voldoende voor de beperkte verantwoording van het groepsrisico op grond van het advies van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord. 4.8.3
Conclusie
Er bestaat vanuit het thema externe veiligheid geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.9
Kabels en leidingen
Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgasleidingen afhankelijk van druk; defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. Uit de toelichting en verbeelding van bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Hippolytushoef' is op te maken dat er geen planologisch relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn. Voor de verdere realisatie van het plan zal indien nodig een KLIC-melding gedaan worden om te achterhalen of er relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
33
4.10
Water
4.10.1
Inleiding
Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Op Europees en nationaal niveau heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de verplichte 'watertoets'. Een watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Zo'n waterparagraaf moet sinds 1 januari 2003 worden opgenomen in de toelichting bij ruimtelijke plannen. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken. Een watertoets is verplicht als het gaat om een functieverandering en/of bestemmingswijziging. Op basis van informatie en randvoorwaarden vanuit waterbeheerder, het waterbeleid en relevante bodemgegevens worden de verschillende wateraspecten uitgewerkt in een waterparagraaf. De waterparagraaf beschrijft het huidige watersysteem alsmede de mogelijkheden en randvoorwaarden voor het toekomstig watersysteem. De waterparagraaf wordt afgestemd met de waterbeheerder. 4.10.2
Beleidskader
Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding. Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor onderhavige ontwikkeling relevante nota's. Europa Met ingang van december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden. In het kader van de Kaderrichtlijn worden kwaliteitseisen gesteld, gericht op het beschermen en verbeteren van de aquatische ecosystemen (verplichting per stroomgebied). Deze richtlijn stelt als norm dat oppervlaktewateren binnen 15 jaar na inwerkingtreding moeten voldoen aan een 'goede ecologische' toestand (GET). Voor kunstmatige wateren, zoals de meeste stadswateren, geldt dat de oppervlaktewateren minimaal moeten voldoen aan een 'goed ecologisch potentieel' (GEP). Inmiddels zijn de GEP-normen per stroomgebied uitgewerkt.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
34
Rijk De Waterwet, die in werking is getreden in 2009, regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Op grond van deze wet moeten de provincies één of meer regionale waterplannen vaststellen die wat betreft de ruimtelijke aspecten de status van provinciale structuurvisie hebben. De Waterwet schrijft eveneens voor dat elke zes jaar een nieuw Nationaal Waterplan uitgebracht wordt. Op 10 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2 (NWP2) vastgesteld. Het NWP2 is opgesteld vanuit het perspectief om een nationale Omgevingsvisie te ontwikkelen richting 2018 conform de Omgevingswet in wording. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Het beleid en de maatregelen in het nieuwe Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. 4.10.3
Watertoets
Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. Op 8 november 2021 is door Kubiek Ruimtelijke Plannen de digitale watertoets uitgevoerd (bijlage 4 en 5). De beoogde ontwikkeling heeft een beperkte invloed op het watersysteem en/of afvalketen welke ondervangen kan worden met standaard maatregelen. Omdat er per saldo geen sprake is van een toename van verhard oppervlak doordat de nieuwbouwwoning dezelfde afmetingen heeft als de bestaande schuur, hoeven er geen compenserende maatregelen getroffen te worden. Het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft als basisdoelstelling het hemelwater zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Er wordt om die reden geadviseerd het hemelwater op eigen terrein te verwerken in de bodem of rechtstreeks te lozen op het aanwezige oppervlaktewater.
Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. Door hemelwater op eigen terrein te verwerken in de bodem door middel van infiltratiekratten, wordt er tegemoet gekomen aan het advies van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Omdat er geen sprake is van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat er vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt, kan het hemelwater als schoon worden beschouwd. Om die reden is het niet doelmatig het hemelwater af te voeren naar een rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI). Door het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier wordt geadviseerd een gescheiden stelsel aan te leggen. 4.10.4
Conclusie
Vanuit het aspect water zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. Het hoogheemraadschap adviseert positief over het voornemen.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
35
4.11
Gezondheid
4.11.1
Algemeen
Uit onderzoek is gebleken dat mensen die op 1,5 tot 2 kilometer afstand van een geitenhouderij wonen, een grotere kans hebben om longontsteking op te lopen. Het verband tussen geitenhouderijen en longontsteking blijkt uit verschillende Nederlandse studies binnen het onderzoek Veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO). Het is echter nog niet duidelijk wat de oorzaak is van de relatie tussen geitenhouderijen en de verhoogde kans op longontsteking, waarvoor nog extra onderzoek gedaan moet worden. 4.11.2
Beoordeling
De locatie aan de Parallelweg 10a te Hippolytushoef is gelegen op circa 1,5 kilometer afstand van de melkgeitenhouderij aan de Stoeërdijk 5 te Hippolytushoef. Dit betekent dat het plangebied binnen het invloedsgebied van de geitenhouderij valt. Omdat er nog onderzoek loopt naar de oorzaak van de relatie tussen de geitenhouderijen en de verhoogde kans op longontsteking, gelden hier geen wettelijke voorschriften of richtafstanden. Daarnaast voorziet de beoogde ontwikkeling in de toevoeging van slechts één extra woning, waardoor het totaal aantal personen wat zich binnen het invloedsgebied van de geitenhouderij bevindt marginaal toeneemt. 4.11.3
Conclusie
Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen. 4.12
Duurzaamheid
4.12.1
Duurzame leefomgeving
Een duurzame leefomgeving is belangrijk voor het goed functioneren van de natuur en mens. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang te werken aan instandhouding en/of verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en moet schade en overlast voorkomen worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met toekomstige veranderingen, verwachtingen en onzekerheden; denk daarbij aan klimaatveranderingen. Goede stedenbouwkundige plannen en bouwplannen geven hieraan een passende invulling. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in klimaatbestendigheid en energie transitie. 4.12.2
Klimaatbestendigheid
Klimaatverandering is merkbaar en heeft steeds meer een effect op ons dagelijks leven. De zomers worden heter, langer en droger, en áls er regen valt dan komt die vaak in grote hoeveelheden. De winters worden warmer en natter. Dit heeft effect op het woon- en leefklimaat door hittestress, periodes van droogte en een verandering van de biodiversiteit. Door met het stedenbouwkundig plan en bouwplan rekening te houden met het veranderende klimaat, kan overlast worden voorkomen en is er sprake van een klimaatbestendige ontwikkeling. 4.12.3
Energietransitie
Nederland heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn en om de uitstoot van CO2 drastisch te verminderen. Om dit te kunnen realiseren zijn grote en kleine veranderingen nodig: de energietransitie. De omschakeling van het gebruik van fossiele brandstoffen naar meer duurzame vormen van energie is de grootste omslag, maar we zullen er ook bewust van moeten zijn dat we anders moeten gaan kijken naar ons energieverbruik. De energietransitie heeft ook een ruimtelijke inslag: het bestaand stedelijk gebied en buitengebied moeten (steden)bouwkundig worden aangepast en nieuwe ontwikkelingen worden toekomstbestendig ontwikkeld. Dit kan bijvoorbeeld op de volgende wijzen: de woningen zullen voldoen aan het Bouwbesluit ten aanzien van de energieprestatie; de woningen worden 'aardgasvrij' gebouwd.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
36
4.12.4
Conclusie
Met het aspect duurzaamheid is rekening gehouden bij de beoogde ontwikkeling. De schuurwoning wordt volledig gasloos aangelegd en er zullen zonnepanelen op het dak worden gelegd die (deels) voorzien in elektriciteit voor de nieuwe woning. 4.13
M.e.r.-beoordeling
4.13.1
Wettelijk kader
In de Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat op basis van selectiecriteria vastgesteld dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben of niet. Onderdeel D van de bijlage bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r.-beoordeling verplicht is. Voor elke activiteit die genoemd wordt in kolom 1 van onderdeel D van het Besluit m.e.r. moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) nadelige milieugevolgen. Voor activiteiten die onder de drempelwaarde zoals genoemd in kolom 2 van onderdeel D vallen, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze motivering dient qua inhoud aan te sluiten bij de m.e.r.-beoordeling, maar heeft geen vormvereisten. Voorliggend initiatief kan gezien worden als 'stedelijk ontwikkelingsproject' (D 11.2). De gewenste ontwikkeling blijft ruim onder de drempelwaarde van 2.000 woningen, waardoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat. In een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient aandacht te worden besteed aan drie criteria die zijn opgenomen in Bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. Dit zijn achtereenvolgens de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect. 4.13.2
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Kenmerken van het project In de gewenste situatie wordt de bestaande schuur geheel gesaneerd en wordt er een schuurwoning teruggebouwd op de exacte locatie van de bestaande schuur. Plaats van het project Het plangebied is gelegen aan de Parallelweg 10a te Hippolytushoef aan de rand van het stedelijke gebied. Het plangebied ligt op circa 1.600 meter afstand van het Natura-2000 gebied 'Waddenzee'. Het plangebied is geen onderdeel van Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde onderdeel ligt op circa 450 meter afstand. Kenmerken van het potentiële effect Met het initiatief treden geen overtredingen op in het kader van de flora en faunawetgeving. Het voornemen leidt niet tot een onevenredige toename van verkeer en omliggende woningen, leidt niet tot luchtvervuiling, geluidsoverlast en bedrijven worden in milieutechnische zin niet extra belemmerd. In het bestemmingsplan worden de diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten. Het plan is niet gelegen in kwetsbaar of waardevol gebied en het heeft geen nadelige milieugevolgen voor de omgeving. Voor de bestemmingsplanprocedure is het dan ook niet noodzakelijk een formele m.e.r.-procedure te doorlopen. 4.13.3
Conclusie
De kenmerken, plaats en potentiële effecten van de ontwikkeling geven op basis van het voorgaande geen aanleiding ernstige milieugevolgen te verwachten die het nodig maken om een m.e.r-procedure te doorlopen.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
37
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Inleiding
In een bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een bepaald gebied opgenomen. Het onderhavige bestemmingsplan regelt de inrichting van het gebied op hoofdlijnen door de gronden te beleggen met een bestemming. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding (kaart) in samenhang met de regels. In dit hoofdstuk wordt het juridische deel van het bestemmingsplan nader toegelicht. De regels en verbeelding zijn opgesteld conform de RO-standaarden 2012, waarbij in het bijzonder het IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de SVBP 2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) van belang zijn. Voor de regels is aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Hippolytushoef'. Het bestemmingsplan 'Parallelweg 10a - Hippolytushoef' bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding krijgen alle gronden binnen het plangebied een bestemming. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. De juridische betekenis van deze bestemmingen en aanduidingen zijn terug te vinden in de regels.
Een gedeelte van de informatie op de verbeelding heeft geen juridisch betekenis, maar is slechts opgenomen om de leesbaarheid van en oriëntatie op de verbeelding te vergroten, zoals een kadastrale/BGT ondergrond. Alle letters, aanduidingen en lijnen worden verklaard in de legenda op de verbeelding. De regels bepalen de gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied en geven tevens de bouw- en gebruiksmogelijkheden met betrekking tot bouwwerken aan. De regels van het bestemmingsplan 'Parallelweg 10a - Hippolytushoef' zijn opgebouwd conform de door de SVBP 2012 voorgeschreven systematiek en omvatten inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels de overgangs- en slotregels. 5.2
Inleidende regels
De inleidende regels bestaan uit de volgende artikelen. 5.2.1
Begrippen
In de begripsregels worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsregels worden opgenomen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. 5.2.2
Wijze van meten
Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen, wordt in de 'wijze van meten' uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte e.d. van gronden en bouwwerken wordt gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Ook voor de 'wijze van meten' worden in de SVBP 2012 richtlijnen gegeven.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
38
5.3
Bestemmingsregels
5.3.1
Opbouw bestemmingen
De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat het gebruik van de gronden voor de verschillende bestemmingen direct mogelijk is. Bovendien betekent het dat oprichting van gebouwen direct mogelijk is nadat burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning hebben verleend, welke dient te voldoen aan onder meer de regels van het bestemmingsplan, het Bouwbesluit en de Bouwverordening. De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels. 5.3.2
Bestemmingen
De volgende bestemming is in het plan opgenomen: Wonen Deze bestemming regelt dat de bouw van woningen planologisch wordt toegestaan. Voor alle woningen geldt een bouwvlak, dat minimaal overeenkomt met de situering van de woning. De maximale goot- en bouwhoogte van de hoofdgebouwen bedragen de goot- en bouwhoogte die op de plankaart zijn aangegeven. Voor aan- en uitbouwen en vrijstaande bijgebouwen en voor bedrijven en beroepen aan huis is de regeling uit het 'thematisch bestemmingsplan erfbebouwing/werken aan huis' grotendeels overgenomen. Binnen de bestemming zijn bedrijven aan huis toegestaan. Bij ontheffing kunnen Burgemeester en Wethouders verder onder voorwaarden bed & breakfast-activiteiten (maximaal vier slaapplaatsen) toestaan. 5.4
Algemene regels
5.4.1
Anti-dubbeltelregel
Een anti-dubbeltelregel wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein ook nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De opgenomen anti-dubbeltelregel is gelijkluidend aan de in het Besluit ruimtelijke ordening voorgeschreven formulering. 5.4.2
Overige algemene regels
Voor het hele plangebied geldt een aantal algemene regels. Het gaat hier om algemene gebruiksregels en mogelijkheden om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. 5.5
Overgangs- en slotregels
5.5.1
Overgangsregel
In deze regels wordt het overgangsrecht, zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening en de Wabo, overgenomen.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
39
5.5.2
Slotregel
Als laatste wordt de slotregel opgenomen, ook zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Deze regel geeft aan hoe het plan kan worden aangehaald.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
40
Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1
Economische uitvoerbaarheid
De planontwikkeling komt geheel voor rekening en risico van de initiatiefnemer. De ontwikkeling zal geschieden conform hetgeen bepaald is in de Wet Ruimtelijke ordening. De verwezenlijking van het plan is dan ook niet afhankelijk van gemeentelijke investeringen. De kosten voor de ambtelijke afhandeling van de procedure worden verrekend op basis van de daarvoor geldende leges. Voor wat betreft planschade zal de gemeente met initiatiefnemer een planschadeverhaalsovereenkomst afsluiten. Het plan wordt dan ook economisch haalbaar geacht. 6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Voor onderhavig bestemmingsplan wordt de uniforme voorbereidingsprocedure gevolgd als bedoeld in hoofdstuk 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, in samenhang met het gestelde in de Wet ruimtelijke ordening. 6.2.1
Overleg met omwonenden
Voordat er een principeverzoek is ingediend door de initiatiefnemer is ook contact geweest met de buurtbewoners om de plannen voor te leggen. Buurtgenoten hebben aangegeven positief te staan tegenover de plannen, doordat de vervallen schuur verdwijnt en er een moderne schuurwoning wordt toegevoegd. Ook zijn er geen bezwaren ten aanzien van de massa van de nieuwe schuurwoning, doordat er wordt aangesloten bij de huidige afmetingen van de vervallen schuur. 6.2.2
Overleg met overheidsinstanties
Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties worden in kennis gesteld en krijgen de mogelijkheid om te reageren.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
41
Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu