3. Parallelweg 10a - Hippolytushoef_TOELICHTING.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Parallelweg 10a - Hippolytushoef Gemeente Hollands Kroon TOELICHTING
Bestemmingsplan Parallelweg 10a - Hippolytushoef Gemeente Hollands Kroon TOELICHTING
GEGEVENS VAN DE AANVRAGER De heer K. Beukema Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu
PLANGEGEVENS: IDN: Projectnummer: Titel:
NL.IMRO.1911.XXXX-on01 K21396 Parallelweg 10a - Hippolytushoef
Status Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
Datum 6 december 2021 n.v.t. 19 januari 2022
Projectleider: Auteur:
S.W.J. Drost R. Hoekstra MA & S.W.J. Drost
Inhoudsopgave
TOELICHTING
6
Hoofdstuk1
Inleiding
6
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerende planologische situatie Opzet bestemmingsplan en toelichting
6 6 7 8
Beschrijving van de situatie
10
Huidige situatie Toekomstige situatie
10 11
Beleidskader
13
Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking Provinciaal beleid Provinciale Omgevingsvisie NH2050 Provinciale Omgevingsverordening NH2020 Omgevingsverordening NH2022 (ontwerp) Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Hollands Kroon Woonvisie Hollands Kroon 2020 Welstandsnota Hollands Kroon 2013
13 13 13 14 15 15 15 17 17 17 18 18
Uitvoeringsaspecten
20
Flora en fauna Wettelijk kader Gebiedsbescherming Soortenbescherming Conclusie Bodemkwaliteit Wettelijk kader Resultaten onderzoek Conclusie Cultuurhistorie en archeologie Wettelijk kader Cultuurhistorie Archeologie Conclusie
20 20 21 22 23 23 23 23 24 24 24 24 24 24
1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk2 2.1 2.2 Hoofdstuk3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 Hoofdstuk4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
3
4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.6 4.6.1 4.6.2 4.6.3 4.7 4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.8 4.8.1 4.8.2 4.8.3 4.9 4.10 4.10.1 4.10.2 4.10.3 4.10.4 4.11 4.11.1 4.11.2 4.11.3 4.12 4.12.1 4.12.2 4.12.3 4.12.4 4.13 4.13.1 4.13.2 4.13.3 Hoofdstuk5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3 5.3.1
Luchtkwaliteit Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Parkeren en verkeer Parkeren Verkeer Conclusie Geluidhinder Wettelijk kader Onderzoek Conclusie Bedrijven en milieuzonering Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Externe veiligheid Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Kabels en leidingen Water Inleiding Beleidskader Watertoets Conclusie Gezondheid Algemeen Beoordeling Conclusie Duurzaamheid Duurzame leefomgeving Klimaatbestendigheid Energietransitie Conclusie M.e.r.-beoordeling Wettelijk kader Vormvrije m.e.r.-beoordeling Conclusie
24 24 25 25 25 26 26 26 26 26 27 27 27 27 28 29 29 29 30 33 33 34 34 34 35 35 36 36 36 36 36 36 36 36 37 37 37 37 37
Juridische planbeschrijving
38
Inleiding Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Opbouw bestemmingen
38 38 38 38 39 39
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
4
5.3.2 5.4 5.4.1 5.4.2 5.5 5.5.1 5.5.2 Hoofdstuk6 6.1 6.2 6.2.1 6.2.2
Bestemmingen Algemene regels Anti-dubbeltelregel Overige algemene regels Overgangs- en slotregels Overgangsregel Slotregel
39 39 39 39 39 39 40
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
41
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg met omwonenden Overleg met overheidsinstanties
41 41 41 41
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
5
TOELICHTING Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Initiatiefnemers zijn voornemens om een schuurwoning te realiseren op van het perceel aan de Parallelweg 10a in Hippolytushoef. Momenteel bevindt er zich een vervallen schuur op dit perceel. Omdat de schuur in slechte staat verkeert, wordt deze schuur gesaneerd. De schuurwoning zal gerealiseerd worden binnen het bestaande bouwvlak waar de huidige vervallen schuur zich bevindt en zal worden gerealiseerd op de huidige fundering. Wat betreft inhoud en afmetingen van de schuurwoning wordt er aansluiting gezocht op de inhoud en afmetingen van de huidige schuur en de woningen in de omgeving van het plangebied. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, omdat er binnen de geldende bedrijfsbestemming geen woningen zijn toegestaan. Om de bouw van de schuurwoning planologisch-juridisch mogelijk te maken, wordt een procedure tot vaststelling van een nieuw bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) gevolgd. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het plan voorzien van een ruimtelijk juridisch kader. In deze toelichting wordt de beoogde ontwikkeling beschreven en wordt aangetoond dat voldaan kan worden aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. 1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Parallelweg 10a in Hippolytushoef. De locatie ligt in het oostelijke deel van de bebouwde kom van Hippolytushoef en wordt omgeven door woningen. Het plangebied is gelegen op het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Wieringen, sectie F, perceel 1677. Het perceel heeft een totale oppervlakte van 500 m2. In de onderstaande figuren is de ligging van het plangebied weergegeven.
Luchtfoto met aanduiding plangebied (bron: Google Maps)
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
6
Uitsnede kadastrale kaart (bron: perceelloep.nl) 1.3
Vigerende planologische situatie
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Hippolytushoef'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de raad van de gemeente Wieringen op 10 november 2011. Nadien is dit bestemmingsplan op een aantal onderdelen gewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad van Hollands Kroon op 4 februari 2014; het bestemmingsplan 'Hippolytushoef 2013'. De wijziging betrof een reparatie naar aanleiding van een uitspraak op een viertal zienswijzen door de Raad van State. Ook is een nieuwe regeling voor bijgebouwen, bed & breakfast, mantelzorg en beroepen of bedrijven aan huis aan het plan toegevoegd. Daarnaast is er een lijst met standaard begrippen voor bestemmingsplannen in dit bestemmingsplan toegevoegd. Verder is het plangebied gelegen binnen de begrenzing van het paraplubestemmingsplan 'Gedeeltelijke herziening bijgebouwenregeling in diverse bestemmingsplannen van Hollands Kroon', welke is vastgesteld door de gemeenteraad van Hollands Kroon op 5 maart 2015. Ook is het plangebied gelegen in het paraplubestemmingsplan 'Parkeren en Wonen', welke op 27 september 2018 is vastgesteld door de gemeenteraad van Hollands Kroon. In het bestemmingsplan 'Hippolytushoef' kent het plangebied de enkelbestemming 'Bedrijf'. Binnen het bestemmingsvlak is een bouwvlak gelegen met de functieaanduiding 'opslag' en de maatvoering 'bouwklasse: u'.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
7
Uitsnede bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Hippolytushoef' met aanduiding plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijfsgebouwen ten behoeve van: 1. een opslagbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding “opslag”; met de daarbij behorende: b. tuinen, erven en terreinen; c. groenvoorzieningen; d. openbare nutsvoorzieningen; e. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; f. water; g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In de bestemming is niet begrepen: detailhandel, anders dan productiegebonden detailhandel, volumineuze detailhandel en perifere detailhandel op de gronden ter plaatse van de aanduidingen “detailhandel volumineus” en “detailhandel perifeer”.
Conclusie Onderhavig initiatief is in strijd met het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Hippolytushoef', omdat ter plaatse van de geldende bestemming 'Bedrijf' geen woningen zijn toegestaan. 1.4
Opzet bestemmingsplan en toelichting
Het bestemmingsplan 'Parallelweg 10a - Hippolytushoef' bestaat uit de volgende stukken: toelichting; verbeelding; planregels. De toelichting is niet juridisch bindend, maar vormt een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot heeft de toelichting als doel om het bestemmingsplan te begrijpen en de regels op een correcte manier na te leven. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
8
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied; in Hoofdstuk 3 is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van de verschillende overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in Hoofdstuk 4 beschreven; in Hoofdstuk 5 worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; Hoofdstuk 6 behandelt ten slotte de economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
9
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van de situatie
Huidige situatie
In de huidige situatie is op het perceel aan de Parallelweg 10a te Hippolytushoef een vervallen schuur gesitueerd. Het perceel is voor het overige deel onbebouwd. Het plangebied is gelegen aan de rand van Hippolytushoef en is ingesloten tussen de Rijksstraatweg (N99) en de nieuwbouwwijk aan de Swarte Liester. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich in hoofdzaak reguliere burgerwoningen.
Figuur: Weergave huidige schuur gezien vanaf De Weel (bron: opdrachtgever)
Figuur: Weergave binnenkant huidige schuur (bron: opdrachtgever)
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
10
2.2
Toekomstige situatie
In de toekomstige situatie wordt de vervallen schuur in zijn geheel gesaneerd. Er ontstaat daarmee ruimte voor het realiseren van een schuurwoning op exact dezelfde locatie als de vervallen schuur. De schuurwoning kent een breedtemaat van circa 9,4 meter en een lengtemaat van circa 20,1 meter. Hiermee wordt aangesloten op de afmetingen van de huidige schuur. Ook wat betreft goot- en bouwhoogte wordt er aansluiting gezocht op de afmetingen van de huidige schuur. De goothoogte van de schuurwoning bedraagt circa 3 meter, terwijl de bouwhoogte circa 9 meter bedraagt. Deze goot- en nokhoogt is daarbij vergelijkbaar met de goot- en nokhoogte van woningen in de directe omgeving van het plangebied. Ten behoeve van het parkeren zal bij de schuurwoning op eigen terrein worden voorzien in minimaal twee parkeerplaatsen. De ontsluiting van de nieuwe schuurwoning vindt plaats op de Parallelweg, via een recht van overpad. Op onderstaande figuren zijn de situatietekening evenals gevelaanzichten weergegeven.
Figuur: Weergave locatie schuurwoning (rood) op het perceel (blauw) aan de Parallelweg 10a te Hippolytushoef
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
11
Figuur: Gevelaanzichten schuurwoning (bron: opdrachtgever)
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
12
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Conclusie Onderhavig initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen. De ontwikkeling is passend binnen de NOVI. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Gemeenten moeten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit het nationale beleid te verwezenlijken. In het Barro worden een aantal projecten opgesomd die een groot Rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit het nationale beleid. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen;
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
13
Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Conclusie Het initiatief valt niet onder een van de projecten uit het Barro. Door de gewenste ontwikkeling zal geen nationaal belang worden geschaad. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Het nationale beleid vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro verwijst naar het Bro; geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' Om dit te onderbouwen dienen de volgende stappen te worden doorlopen: 1. er dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte; 2.
indien er een vraag is aangetoond, dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering benodigd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Stedelijke ontwikkeling Om aan deze verplichting uit het Bro te kunnen voldoen dient allereerst te worden nagegaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is het begrip stedelijke ontwikkeling als volgt vastgelegd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie blijkt dat er in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vanaf de realisatie van 12 woningen. Onderhavig initiatief betreft de bouw van 1 woning en de sanering van overtollige bebouwing, waardoor het doorlopen van de laddertoets niet noodzakelijk is. Conclusie Op basis van jurisprudentie blijkt dat het doorlopen van de laddertoets voor voorliggend initiatief niet noodzakelijk is.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
14
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Provinciale Omgevingsvisie NH2050
De omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland is vastgesteld door Provinciale Staten op 19 november 2018. De hoofdambitie van de provincie is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. De provincie staat voor een gezonde en veilige leefomgeving, goed voor mens, plan en dier en daarmee ook goed voor het economisch vestigingsklimaat binnen de provincie. Dit evenwicht staat ten dienste van duurzame ontwikkeling: toekomstige generaties moeten ook profiteren van de keuzes die nu worden gemaakt. In de omgevingsvisie worden acht thema's geformuleerd met ontwikkelingen in de leefomgeving. Deze thema's zijn klimaat, bodem water en luchtkwaliteit, biodiversiteit, economische transitie, energietransitie, mobiliteit, verstedelijking en landschap. Het thema met de meeste relevantie voor de beoogde ontwikkeling is 'verstedelijking'. De woningbehoefte voor Noord- Holland Zuid en Noord-Holland Noord neemt in de toekomst nog steeds toe. Ook de gemeentelijke woonvisie, die in paragraaf 3.3.2 wordt besproken, laat dit zien. De prognoses laten ook in lage scenario’s nog groei zien in de Metropoolregio Amsterdam.
Ook in Noord-Holland Noord is er een groei vergelijkbaar met het Nederlands gemiddelde, waarbij een deel van Noord-Holland Noord langzamerhand meer in beeld komt bij woningzoekenden in het zuidelijk deel van de provincie. Migratie, vooral van expats, is van toenemende mate van invloed op de woningbehoefte. Tegelijkertijd is er steeds meer structureel leegstaand vastgoed en kunnen er leefbaarheidsproblemen in verouderde nieuwbouwwijken ontstaan. De woningbehoefte op de korte termijn is groot, op de lange termijn neemt deze volgens de huidige inzichten af. De ambitie van de provincie Noord-Holland is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeften en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. Conclusie De beoogde ontwikkeling voorziet in de bouw van één schuurwoning en de sanering van de bestaande vervallen schuur. Daardoor krijgt een bedrijfsperceel wat al jaren geen actieve gebruiksfunctie meer heeft, een nieuwe invulling die tegemoet komt aan de ambities van de provincie Noord-Holland. De woning wordt geheel gasloos aangelegd en voldoet aan de BENG-normen.
Daarnaast worden er zonnepanelen op het dak gelegd, zodat de initiatiefnemer (deels) in zijn eigen energiebehoefte kan voorzien. Ook wordt de woning aansluitend op het bestaande verstedelijkt gebied gerealiseerd en zal de woning levensloopbestendig zijn. 3.2.2
Provinciale OmgevingsverordeningNH2020
De omgevingsverordening van de provincie Noord-Holland is vastgesteld door Provinciale Staten op 22 oktober 2020. In de omgevingsverordening zijn verschillende verordeningen samengevoegd om een duidelijk overzicht te geven van de geldende regels op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De omgevingsverordening bevat regels die gelden voor de gehele provincie. Regels die relevant zijn voor de planlocatie zijn 'Bijzonder provinciaal landschap' en 'Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijk ontwikkeling in het landelijk gebied'.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
15
Bijzonder provinciaal landschap Het plangebied is gelegen in bijzonder provinciaal landschap, namelijk het landschap 'Wieringen'. Dit bijzonder provinciaal landschap kent de volgende kernkwaliteiten: Aardkundige en landschappelijke karakteristiek 1. Glooiend stuwwallandschap; 2. Verkaveling eiland Wieringen en Polder Waard-Nieuwland; 3. Aardkundige waarden; Openheid en ruimtebeleving 1. Afwisseling openheid en beslotenheid; 2. Zichtlijnen vanaf de keileembulten; 3. Habitat voor weidevogels; 4. Eendenkooien; Ruimtelijke dragers 1. Kronkelige historische wegen; 2. Wierdijk; 3. Dijk Polder Waard-Nieuwland; 4. Bebouwingslinten in stuwwallandschap en het middenlint van Polder Waard-Nieuwland; 5. Stolpenstructuur; stolpenzwerm. Overeenkomstig artikel 6.46 moeten bovengenoemde kernkwaliteiten in acht worden genomen bij het vaststellen van het bestemmingsplan. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen dit bijzonder provinciaal landschap zijn niet mogelijk. In paragraaf 3.1.3 is reeds aangetoond dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Verder zijn overige ontwikkelingen enkel toegestaan wanneer de kernkwaliteiten van het bijzonder provinciaal landschap niet worden aangetast. Er is geen sprake van een aantasting van de aardkundige en landschappelijke karakteristiek.
De ontwikkeling heeft geen zichtbare ophoging of afvlakking van het reliëf tot gevolg en ook is er geen sprake van een vermindering van de zichtbaarheid van het reliëf. Daarnaast is er geen sprake van een aantasting van de kavelstructuur op het eiland en in de jonge polder. Tenslotte mag de leesbaarheid van de aardkundige kwaliteit niet worden aangetast. Bij een beroering tot een diepte van 1 meter beneden maaiveld is in beginsel geen sprake van een aantasting van deze kernkwaliteit. Bij de realisatie van de schuurwoning zal er gebruik worden gemaakt van de bestaande fundering. Wel zal deze fundering versterkt worden ten behoeve van de schuurwoning. Eventuele ontgravingen gaan niet dieper dan 1 meter beneden maaiveld, waardoor er geen sprake is van een aantasting van de aardkundige waarden. De ontwikkeling heeft geen aantasting van de openheid en ruimtebeleving tot gevolg. De beoogde ontwikkeling vindt namelijk niet plaats in open landschap maar in een bestaand bebouwingslint. Doordat er op de planlocatie een bouwwerk van dezelfde afmetingen en omvang wordt teruggebouwd, leidt de ontwikkeling niet tot extra verdichting en worden er geen zichtlijnen of vergezichten verstoord. Ook is er geen sprake van een verstoring van een habitat voor weidevogels en heeft de ontwikkeling geen gevolgen voor eendenkooien. Er is geen sprake van aantasting van ruimtelijke dragers.
De beoogde ontwikkeling heeft geen wijziging van de loop van de weg tot gevolg, waardoor de kronkelige wegen herkenbaar blijven. Verder is het plangebied op grote afstand van de Wierdijk gesitueerd, waardoor er geen aantasting plaatsvindt. Dit geldt ook voor de Dijk Polder Waard-Nieuwland. Verder is er geen sprake van aantasting van bestaande doorzichten, doordat er een bestaande schuur wordt vervangen door een schuurwoning met dezelde afmetingen. Ten slotte heeft de beoogde ontwikkeling geen invloed op de stolpenstructuur. De beoogde ontwikkeling doet geen afbreuk aan de kernkwaliteiten van het Bijzonder Provinciaal Landschap Wieringen. Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling Op grond van artikel 6.59 geldt er een ruimtelijke kwaliteitseis, die doorwerkt in andere artikelen van de omgevingsverordening, waaronder het bijzonder provinciaal landschap. Omdat de ruimtelijke kwaliteitseis in verschillende artikelen doorwerkt, is hierboven per relevant thema reeds op ingegaan.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
16
Conclusie Er is geen sprake van strijd met de omgevingsverordening NH2020. 3.2.3
OmgevingsverordeningNH2022 (ontwerp)
Het ontwerp van de Provinciale Omgevingsverordening dateert van 26 april 2021 en is de opvolger van de Omgevingsverordening NH2020. Ook in de Omgevingsverordening NH2022 zoekt de provincie naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid, zoals omschreven in de visie voor de ontwikkeling van Noord-Holland; de Omgevingsvisie NH2050. De regels en wetten die terugkomen in de Omgevingsverordening NH2022 komen grotendeels overeen met de Omgevingsverordening NH2020, maar zijn dan omgezet naar de nieuwe eisen die de Omgevingswet stelt. Dit betekent dat de regels juridisch technisch omgezet moeten worden en dat er een inhoudelijke beoordeling van de regels plaatsvindt. De drie meest in het oog springende wijzigingen gaan over milieu, natuur en de Regionale Energiestrategieën. Deze wijzigingen zijn niet relevant voor de beoogde ontwikkeling. Conclusie Er is geen sprake van strijd met de ontwerp Omgevingsverordening NH2022. 3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Hollands Kroon
De Omgevingsvisie Hollands Kroon is op 28 mei 2020 vastgesteld door de gemeenteraad van Hollands Kroon. De omgevingsvisie is het thematisch ruimtelijk beleidsdocument waarin doelstellingen op de middellange termijn worden vormgegeven. Hierin geeft de gemeente aan te streven naar het nemen van initiatieven en welwillend is om te kijken hoe deze initiatieven gerealiseerd kunnen worden. Het uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is 'ontwikkelen met behoud van identiteit en kwaliteit'. Er dient bewust omgegaan te worden met de karakteristieke eigenschappen van de verschillende landschappen en de dorpen. Identiteit en kwaliteiten zijn het vertrekpunt van ruimtelijke plannen. De gemeente Hollands Kroon vindt het van belang dat een initiatief een bijdrage levert aan de identiteit en kwaliteit van de specifieke plek. Hiervoor verwijst de gemeente onder andere naar de gemeentelijke welstandsnota welke behandeld wordt in paragraaf 3.3.3. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met de landschappelijke inpassing zoals typische kenmerken van de streek, de ontwikkelingsgeschiedenis, schaal, maat, functionaliteit, ruimtelijke opbouw, samenhang en verschijningsvorm van de directe omgeving en met de inpassing in de wijdere omgeving. Duurzaamheid is leidend en een verbindend principe. Hollands Kroon wil uitgroeien tot de duurzaamste gemeente van Nedeland.
De ontwikkelingen binnen Hollands Kroon moeten duurzaam plaatsvinden waarbij de huidige generatie zoveel als mogelijk voorziet in zijn eigen behoeften, zonder de toekomstige generaties te beperken of af te wentelen op mensen die ergens anders leven. Voor iedere bewoner moet het mogelijk zijn om in een prettige leefomgeving te wonen. De gemeente Hollands Kroon streeft dan ook naar het behouden van een gezonde woningvoorraad. Hierbij wordt per doelgroep bekeken wat de behoefte is. Hollands Kroon richt zich daarbij actief op jongeren, starters en ouderen. Conclusie De beoogde ontwikkeling voorziet in een schuurwoning bedoeld voor zowel starters als ouderen op de woningmarkt. Zo wordt de schuurwoning levensloopbestendig uitgevoerd waarbij alle voorzieningen op de begane grond worden ingepast. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de duurzaamheidsambities van de gemeente, door onder andere zonnepanelen in het ontwerp op te nemen. De beoogde ontwikkeling is daarmee in lijn met de omgevingsvisie van de gemeente Hollands Kroon.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
17
3.3.2
Woonvisie Hollands Kroon 2020
In de Woonvisie 2020 van de gemeente Hollands Kroon zijn de ambities van de gemeente op het gebied van wonen vastgelegd. Deze visie zet in op een groeiende en bloeiende gemeente. Doordat de druk op de volkshuisvesting blijft toenemen, is het belangrijk dat de woningvoorraad aansluit op de stijgende vraag. Mede door het programma 'De Kop Werkt!' stimuleren de gemeenten de bedrijvigheid in de kop van Noord-Holland. Als gevolg van deze stimulans kan de woningbehoefte nog hoger uitvallen dan ingeschat wordt. De gemeente Hollands Kroon gaat voor een snellere toevoeging van woningen aan de woningvoorraad om in de behoefte te voorzien. Nieuwbouw moet de leefbaarheid en het voorzieningenniveau versterken in onze kernen. Een groot deel van de nieuwbouwplannen moet gerealiseerd worden in één van de vier hoofdkernen van de gemeente: Anna Paulowna, Nieuwe Niedorp/Winkel, Hippolytushoef en Wieringerwerf. In het Woningmarktonderzoek 2019 ziet de gemeente een toenemende behoefte aan betaalbare woningen. Niet alleen voor koop- maar ook voor huurwoningen. Met name starters en ouderen hebben behoefte aan een betaalbare woning. Bij woningbouwplannen vanaf 40 woningen, dient er een procentuele verdeling te komen in het aandeel sociale huur, middeldure huur en sociale koop, betaalbare koop en middeldure- en dure koop.
Het voorgenomen plan voorziet in de realisatie van één woning en is daarmee vrijgesteld van deze belemmering. Op die manier poogt de gemeente dat er geen belemmering kan ontstaan voor het bouwtempo. Duurzaamheid speelt een grote rol bij woningbouw en bij de bestaande woningvoorraad. Slechts 28% van de woningen in Hollands Kroon beschikt over een geldig energielabel. Voor nieuwbouw geldt het BENG-principe (Bijna Energieneutraal Bouwen). Woningbouw met ontwerpprincipes als energieneutraal en circulair bouwen hebben een minimale CO2-afdruk en past in de gemeente Hollands Kroon. Woningbouwplannen moeten klimaatadaptief ontworpen zijn. Denk hierbij aan ontwerpprincipes die leiden tot minder wateroverlast en hittestress, minder nadelige gevolgen van langdurige droogte en bodemdaling of het efficiënter gebruik van grondstoffen, materialen en brandstoffen. De gemeente Hollands Kroon zet zich in voor voldoende betaalbare en passende woningen voor de jongeren en starters in de gemeente om hen de kans te geven of te verleiden zich hier te vestigen. Dit moet voorkomen dat zij naar een andere gemeente verhuizen en draagt bij aan de ambitie van de gemeente om te groeien. Iedere inwoner die toetreedt tot de woningmarkt en geen woning achterlaat wordt door de gemeente gezien als starter. Conclusie De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de woonvisie van de gemeente Hollands Kroon.
De schuurwoning is bedoeld voor zowel starters en jongeren als ouderen en wordt levensloopbestendig uitgevoerd. Ook wordt er ingespeeld op de duurzaamheidsambitites van de gemeente. De nieuwe schuurwoning voldoet aan het BENG-principe, mede dankzij de zonnepanelen die op het dak worden gerealiseerd. 3.3.3
Welstandsnota Hollands Kroon 2013
Met het welstandsbeleid zoals uiteengezet in de Welstandsnota Hollands Kroon 2013, is bedoeld de balans tussen ruimtelijke kwaliteit en de doelstelling van minder regels goed onderbouwd te waarborgen. De gemeente is onder andere voornemens de welstandsvrije locaties en -initiatieven uit te breiden, zodat er ruimte is voor creativiteit. Er wordt gewerkt met drie soorten welstandsgebieden, respectievelijk welstandsvrij, -luw en -intensief. Het plangebied is gelegen in welstandsvrij gebied. Dit betekent dat er geen preventief welstandstoezicht aan de orde is. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor de uiterlijke verschijningsvorm van het bouw- of verbouwplan. Het bouw- of verbouwplan moet wel voldoen aan de planologische toetsing en de bouwtechnische toetsing.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
18
Conclusie Onderhavig initiatief is niet onderworpen aan preventief welstandstoezicht. Het plan voldoet aan de planologisch en bouwtechnische toetsing. Er voldoet daarmee aan de welstandsnota van de gemeente Hollands Kroon.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
19
Hoofdstuk 4
Uitvoeringsaspecten
In dit hoofdstuk zullen de relevante uitvoeringsaspecten bij het plan worden besproken. Hierin is aandacht voor de verschillende milieuaspecten zoals flora en fauna en luchtkwaliteit, en is er aandacht voor milieuzonering, verkeer en parkeren en externe veiligheid. 4.1
Flora en fauna
4.1.1
Wettelijk kader
Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Het doel is om met één wet en minder regels de wet makkelijker te kunnen toepassen. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied. Ook zorgen de provincies vanaf deze datum voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren, zoals het IJsselmeer. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. Ter bescherming van deze Natura 2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura 2000-gebied kunnen aantasten. Voorts voorziet de Wet natuurbescherming in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen.
Voor onder andere reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen geldt een vrijstelling voor beschermde soorten op voorwaarde dat gehandeld wordt volgens een goedgekeurde gedragscode. Verder worden vrijstellingsregelingen op de nationaal beschermde soorten per provincie vastgesteld. Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de plantenen diersoorten die in het plangebied voorkomen. Zorgplicht Voorts geldt bij uitvoering van werkzaamheden ten allen tijde een de algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming). Deze schrijft voor dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel als mogelijk voorkomen moeten worden. Dit betekent dat wanneer tijdens uitvoering van de werkzaamheden een algemeen beschermde soort als konijn, veldmuis of gewone pad wordt aangetroffen zij de ruimte en tijd moet krijgen om een veilig heenkomen te zoeken. Indien nodig kunnen aangetroffen exemplaren verplaatst worden naar een naastgelegen ruimte waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden.
Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het NNN liggen onder andere bestaande natuurgebieden en alle Natura 2000gebieden. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt en middels ruimtelijke nota's en verordeningen voorzien van juridische doorwerking. In sommige provincies bestaan er naast het NNN ook nog andere groene zones die een zekere mate van bescherming genieten.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
20
4.1.2
Gebiedsbescherming
Het plangebied ligt op circa 1.600 meter afstand van het Natura-2000 gebied 'Waddenzee'. Het plangebied is geen onderdeel van Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde onderdeel ligt op circa 450 meter afstand. Stikstofdepositie Sinds 2015 was het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS) van kracht. Het programma bevatte een integrale beoordeling van de bron- en gebiedsgerichte maatregelen voor de aanpak van de stikstofproblematiek. Deze maatregelen werden getroffen in en nabij de Natura 2000-gebieden die onderdeel zijn van het PAS. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603) geldt het PAS voor geen enkel Natura 2000-gebied meer. Dit betekent ook dat de collectieve passende beoordeling via het PAS door de uitspraak is komen te vervallen. Met de AERIUS Calculator kunnen de effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op Natura 2000-gebieden worden bepaald. Door de uitspraak is in het kader van dit bestemmingsplan ook gekeken naar de mogelijk te verwachten effecten. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied betreft 'Waddenzee' op een afstand van circa 1.600 meter. Van belang is dat de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) op 1 juli 2021 in werking is getreden.
In de Wsn is een partiële vrijstelling van de natuurvergunningplicht opgenomen voor bouwactiviteiten in de bouw-, aanleg- en sloopfase, waarin emissies tijdelijk en beperkt zijn. Daarmee hoeft de stikstofdepositie voor de bouw-, aanleg- en sloopfase niet meer te worden berekend en verschuift de nadruk naar de structurele uitstoot die een project in de gebruiksfase veroorzaakt. De gemeente Hollands Kroon heeft wat betreft stikstof een gebiedsgerichte aanpak opgesteld. De gemeente is opgedeeld in groene, oranje en paarse gebieden. Het plangebied ligt in een groen gebied (zie onderstaand figuur). Dit houdt in dat onder de volgende voorwaarden voor bouwactiviteiten, waar de legaliseren en uitbreiding van de schuur onder valt, geen stikstofdepositieberekening benodigd is: Het betreft een bouwactiviteit voor particulieren; Het betreft een initiatief van maximaal 11 woningen; Bij het realiseren van het voorgenomen plan wordt samengewerkt met een aannemer die werkt met STAGE-IV of nieuwer materieel. Ten behoeve van het voorgenomen plan wordt voldaan aan bovenstaande drie voorwaarden. Dit betekent dat een stikstofdepositieberekening niet noodzakelijk is. Er is daarom geen AERIUS-berekening uitgevoerd.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
21
Figuur: kaart AERIUS-gebieden Hollands Kroon met aanduiding plangebied (bron: gemeente Hollands Kroon) 4.1.3
Soortenbescherming
Om de effecten van de voorgenomen wijziging op de aanwezige flora en fauna te bepalen is een verkennend ecologisch onderzoek uitgevoerd door Groot Eco Advies (bijlage 1). Dit verkennend onderzoek zoomt in op de (mogelijke) schadelijke effecten door de activiteiten en op welke wijze in het kader van de wet gehandeld kan worden. Flora Op de locatie zijn geen beschermde plantensoorten of muurplanten waargenomen. Voor beschermde plantensoorten en muurplanten zijn geen geschikte groeiplaatsen aangetroffen.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
22
Vogels In de vervallen loods zijn geen verblijfplaatsen voor de jaarrond beschermde Huismus, Gierzwaluw en uilen. Het dak ontbreekt en de wanden zijn ongeschikt als verblijfplaats. In de loods zijn geen braakballen aangetroffen. In de twee bomen op het perceel zijn geen nesten aangetroffen. De bomen zijn niet geschikt voor spechten en roofvogels als de Buizerd. Effecten van verbouwing op deze soorten zijn niet aanwezig. Amfibieën, reptielen en vissen Rond het kavel zijn geen sloten aanwezig. Effecten op amfibieën, reptielen en vissen zijn daarmee uitgesloten. Zoogdieren In de vervallen loods zijn geen potenties voor vleermuizen aanwezig. Er zijn geen mogelijkheden voor vleermuizen om weg te kruipen. Daarnaast is het microklimaat (tocht, vocht, regen en grote temperatuurswisselingen) totaal ongeschikt. Ook voor kleine marters is de vervallen loods totaal ongeschikt. Op de kale, betonnen vloer zijn geen schuilmogelijkheden aanwezig. ook rond de loods ontbreekt noemenswaardige vegetatie. Ongewervelden Voor ongewervelden als beschermde vlinders en libellen ontbreekt geschikt leefgebied. 4.1.4
Conclusie
Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er vanuit de flora- en faunaregelgeving geen beperkingen worden opgelegd aan onderhavig initiatief. De vervallen schuur heeft geen potenties voor beschermde soorten, waardoor nader onderzoek naar deze soorten niet benodigd is. Initiatiefnemer is bekend met de algemene zorgplicht zoals benoemd in artikel 1.11 Wet natuurbescherming. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden wordt eveneens de uitvoerder hiervan op de hoogte gebracht, zodat deze zorgvuldig kan handelen in het kader van de zorgplicht. 4.2
Bodemkwaliteit
4.2.1
Wettelijk kader
De Wet Bodembescherming schrijft voor dat in het kader van een ruimtelijk planologische procedure moet worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het gewenste nieuwe gebruik. De bodemkwaliteit kan (negatief) van invloed zijn op de gewenste nieuwe ontwikkeling. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Door middel van een dergelijk onderzoek kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. 4.2.2
Resultaten onderzoek
Voorliggend initiatief voorziet in een bestemmingswijziging van 'Bedrijf' naar 'Wonen'. Ten aanzien van het initiatief zullen er graafwerkzaamheden worden uitgevoerd. Op de locatie zijn geen bodemverontreinigingen bekend of bekende locaties van ernstige bodemverontreiniging die met spoed moeten worden gesaneerd. Uit het bodemloket blijkt dat er een verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd door B&W Milieutechniek, in de tijd dat de vervallen schuur geen actieve gebruiksfunctie meer had. Na het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek hebben er ook geen activiteiten meer plaatsgevonden op het perceel. In bijlage 2 is de documentatie afkomstig van het bodemloket bijgevoegd.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
23
Uit het door B&W Milieutechniek uitgevoerde verkennend bodemonderzoek blijkt dat er geen sprake is verontreinigingen. Daarnaast is het perceel voldoende onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming en is er sprake van een onverdachte locatie. 4.2.3
Conclusie
Er zullen geen risico's voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig zijn met betrekking tot de voorgenomen activiteit op het onderhavige perceel op basis van de informatie uit het bodemloket en het in het verleden uitgevoerde verkennend bodemonderzoek. 4.3
Cultuurhistorie en archeologie
4.3.1
Wettelijk kader
Vanaf 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Doelstelling van de wet is de bescherming en het behoud van archeologische en cultuurhistorische waarden. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met het erfgoed van nationaal belang wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarin heeft en hoe het toezicht wordt geregeld. Als gevolg van deze wet wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het erfgoed meegewogen zoals alle andere aspecten die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. 4.3.2
Cultuurhistorie
Het pand kent geen aanduiding als rijks- of gemeentelijk monument en is niet aangemerkt als beeldbepalend of karakteristiek in het geldende bestemmingsplan. Ook worden de omgeving en het landschap niet aangeduid als cultuurhistorisch waardevol. Geconcludeerd kan worden dat met de gewenste ontwikkeling geen schade wordt toegebracht aan bestaande cultuurhistorische panden of structuren. 4.3.3
Archeologie
Gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. Voorts geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. Het plangebied heeft volgens het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Hippolytushoef' geen dubbelbesteming met betrekking tot archeologie. Nader onderzoek in het kader van archeologie is dan ook niet noodzakelijk. 4.3.4
Conclusie
Met de gewenste ontwikkeling worden cultuurhistorische panden of structuren niet aangetast. Voorts vindt de ontwikkeling niet plaats in beschermd archeologisch gebied. Er zijn dan ook geen belemmeringen vanuit cultuurhistorie en archeologie voor onderhavig initiatief. 4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1
Wettelijk kader
De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het niet in betekende mate (NIBM) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een toename van de NO2 en/of PM10 jaarconcentratie met maximaal 3% van de grenswaarden (of wel een toename van maximaal 1,2 ìg/m3 NO2 en/of PM10). NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Grotere projecten daarentegen kunnen worden opgenomen in het NSLprogramma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door maatregelen.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
24
4.4.2
Beoordeling
Effect van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit De ontwikkeling kan, gezien de beperkte omvang, aangemerkt worden als een project dat niet in betekenende mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Toetsing van het aspect luchtkwaliteit is daardoor, op grond van artikel 4 van de Regeling NIBM niet noodzakelijk. Er behoeft dus niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Luchtkwaliteit ter plaatse Vanuit de wet milieubeheer gelden grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5). Daarnaast hanteert de World Health Organization (WHO) advieswaarden voor stikstofdioxide, fijn stof en zeer fijn stof. In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de waarden ter plekke van het plangebied, de grenswaarden en de advieswaarden. De kaarten met concentratie luchtverontreinigende stoffen in de lucht op de onderhavig planlocatie zijn gebaseerd op de luchtkwaliteitskaarten van het Rijksinstituut voor Volgsgezondheid en Milieu die beschikbaar zijn gesteld via atlasleefomgeving.nl. Stof
Jaar 2019
Grenswaarde
Advieswaarde
NO2
11 µg/m3
40 µg/m3
10 µg/m3
PM 10
14 µg/m3
40 µg/m3
15 µg/m3
PM 2,5
7 µg/m3
20 µg/m3
5 µg/m3
Waarden in het plangebied, grenswaarden en advieswaarden luchtkwaliteit Op de planlocatie wordt ruimschoots voldaan aan de wettelijke grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5. De advieswaarden van de WHO liggen ver beneden de wettelijke grenswaarden. In het jaar 2019 lagen de concentraties ver beneden de wettelijke grenswaarden en in het geval van PM10 zelfs onder deze advieswaarde. Voor wat betreft NO2 en PM2,5 geldt dat er net niet wordt voldaan aan de advieswaarde. Het is de verwachting dat de jaargemiddelde concentraties in de toekomst verder zullen afnemen. Er wordt daarom verwacht dat de huidige waarden acceptabel zijn voor een goed woon- en leefklimaat op de planlocatie. 4.4.3
Conclusie
Het project kan worden beschouwd als een NIBM-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan dan ook achterwege blijven. Daarnaast is luchtkwaliteit ter plaatse goed genoeg voor een goed woon- en leefklimaat op de planlocatie. 4.5
Parkeren en verkeer
De gemeente Hollands Kroon heeft in 2018 het facet bestemmingsplan 'Parkeren en Wonen' opgesteld. Hieruit blijk dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voldaan moet worden aan de normen zoals deze zijn vastgelegd in de 'Parkeerregels Hollands Kroon 2018'. De 'Parkeerregels Hollands Kroon' is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon op 27 februari 2018. In de parkeerregels van de gemeente Hollands Kroon wordt benoemd dat de gemeente bij het bepalen van de parkeerbehoefte, de richtlijnen van het CROW hanteert. Daarom wordt voor het berekenen van de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' gebruikt. Deze publicatie bevat de landelijke normen die gelden voor het berekenen van de verkeersgeneratie en parkeernomen. Volgens het CBS (2021) kan de gemeente Hollands Kroon wat betreft stedelijkheidsgraad worden aangemerkt als 'niet stedelijk gebied'. Wat betreft de ligging in Hippolytushoef kan de planlocatie wat betreft stedelijke zone worden bestempeld als 'rest bebouwde kom'.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
25
4.5.1
Parkeren
Op basis van de eerder genoemde CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' uit 2018 kan inzicht worden verkregen in de parkeerbehoefte. Om de parkeerbehoefte in de huidige situatie te bepalen is gekeken naar de kencijfers voor een vrijstaande koopwoning. Voor een vrijstaande koopwoning geldt een parkeernorm van minimaal 1,9 tot maximaal 2,7 parkeerplaatsen per woning. Van deze 1,9 tot 2,7 parkeerplaatsen is 0,3 parkeerplaats bestemd als parkeerplaats voor bezoekers van de woning. Daarmee zijn in de gewenste situatie minimaal 2 parkeerplaatsen benodigd waarvan 1 parkeerplaats toegankelijk dient te zijn voor bezoekers. Op eigen terrein is voldoende ruimte aanwezig om deze twee parkeerplaatsen te realiseren. 4.5.2
Verkeer
Het plangebied wordt ontsloten via een recht van overpad richting de Parallelweg. De verkeersgeneratie kan eveneens berekend worden aan de hand van de kencijfers van de publicatie 'CROW 381 Toekomstbestendig parkeren'. In de huidige situatie bevindt zich op het perceel een vervallen schuur. Er is al jaren geen sprake van een actieve gebruiksfunctie, waardoor wordt uitgegaan van een verkeersaantrekking werking van 0,0 mvt/etmaal. In de gewenste situatie is de verkeersaantrekkende werking aan de hand van de kencijfers van de publicatie CROW 381 'Toekomstbestedig parkeren' te bepalen. Voor een vrijstaande koopwoning is de verwachte verkeersgeneratie 7,8 tot 8,6 mvt/etmaal per woning. Dit komt in totaal neer op een verkeersaantrekkende werking van 7,8 tot 8,6 mvt/etmaal. De verkeersgeneratie neemt met onderhavig initiatief toe met maximaal 8,6 mvt/etmaal. Dit is een zeer beperkte toename, wat een gering en verantwoord effect zal hebben op de omliggende ontsluitingswegen. 4.5.3
Conclusie
Voorgenomen initiatief zal niet leiden tot verkeerskundige en/of parkeertechnische problemen. Parkeren wordt op eigen terrein opgelost en de verkeersgeneratie neemt slechts zeer beperkt toe. 4.6
Geluidhinder
4.6.1
Wettelijk kader
Wegverkeer en railverkeer Langs alle (spoor)wegen – met uitzondering van 30 km/h-wegen en woonerven – bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones waarbinnen de geluidshinder vanwege de (spoor)weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken/spoorstaven en van binnen- of buitenstedelijke ligging. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij 30 km/h-wegen de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting te worden onderbouwd. Industrielawaai Gezoneerde industrieterreinen hebben een vaste geluidzone die wordt vastgelegd door middel van een bestemmingsplan. Buiten de geluidszone wordt de voorkeurswaarde van 50 dB(A) niet overschreden. De maximale ontheffingswaarde binnen de geluidszone bedraagt 55 dB(A) etmaalwaarde voor nieuwe situaties. In tegenstelling tot weg- en railverkeer wordt voor industrielawaai niet getoetst aan de Lden waarde maar aan de etmaalwaarde. De dosismaat Lden is voor wegverkeerslawaai en spoorweglawaai met ingang van 1 januari 2007 in de gewijzigde Wgh vastgelegd. Voor industrielawaai wordt Lden in het kader van de Wgh voorlopig niet ingevoerd.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
26
4.6.2
Onderzoek
Het plangebied is niet gelegen binnen de geluidzone van een industrieterrein. Wel ligt het plangebied binnen de geluidzone van wegverkeer, namelijk van de Rijksstraatweg (rijksweg N99). Ook is de Elft, welke een 30 km/uur-weg betreft nader beschouwd. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai naar de geluidbelasting is uitgevoerd door BuroDB. De rapportage van het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is bijgevoegd als bijlage 3. De planlocatie is gelegen nabij de Elft en de rijksweg N99 (Rijksstraatweg). De woning is volgens de Wet geluidhinder een geluidsgevoelige bestemming. De rijksweg N99 is een voor de Wet geluidhinder gezoneerde weg en de geluidsbelasting van deze weg is daarom worden getoetst. De Elft is een 30 km/uur-weg. De geluidsbelasting van deze weg is bepaald en beoordeeld aan de voorwaarden voor een akoestisch acceptabel woon- en leefklimaat. Uit het onderzoek naar de te verwachten geluidsbelasting van het wegverkeer op de gevels van de nieuwe woning, volgt dat de geluidsbelasting ten gevolge van de rijksweg N99 de norm overschrijdt. De maximale geluidsbelasting is 50 dB. De te verwachten geluidsbelasting van het verkeer op de Elft (de 30 km/uur-wegen), is maximaal 45 dB en voldoet daarmee aan de 'grenswaarde' van 55 dB voor een akoestisch acceptabel woon- en leefklimaat.
Omdat het toepassen van bron- en overdrachtsmaatregelen niet realistisch of doelmatig is, dient, om het plan te kunnen realiseren, ontheffing voor een hogere grenswaarde te worden aangevraagd voor het geluid vanaf de rijksweg N99. Dit is mogelijk omdat de geldende maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden. De aan te vragen ontheffing is 50 dB. Het toepassen van een dove gevel aan de zuidzijde van de woning is een mogelijkheid om het plan zonder ontheffing van een hogere grenswaarde te kunnen realiseren. De aanwezigheid van een dove gevel beperkt de woning echter in woongenot en gebruik. De totale geluidsbelasting van het wegverkeer, zonder toepassing van correctie(s), is maximaal 53 dB. Het nader onderzoeken van de benodigde geluidwering van de gevels van de woning is daarmee niet nodig. Met een karakteristieke geluidwering van minimaal 20 dB (conform de eis van het Bouwbesluit 2012) wordt automatisch voldaan aan het maximale binnenniveau. Ter plaatse van de nieuwe woning is sprake van een akoestisch acceptabel woon- en leefklimaat. Met ontheffing van een hogere grenswaarde of de toepassing van een dove zuidgevel, kan de woning van het plan, vanuit het oogpunt van geluid, worden gerealiseerd. 4.6.3
Conclusie
Vanuit akoestisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief, mits er hogere waarden worden vastgesteld door de gemeente Hollands Kroon. 4.7
Bedrijven en milieuzonering
4.7.1
Wettelijk kader
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
27
Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is.
Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de onderstaande richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk' dan wel 'gemengd gebied'. Milieucategorie
Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied
Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied
1
10 m
0m
2
30 m
10 m
3.1
50 m
30 m
3.2
100 m
50 m
4.1
200 m
100 m
4.2
300 m
200 m
5.1
500 m
300 m
5.2
700 m
500 m
5.3
1.000 m
700 m
6
1.500 m
1.000 m
Richtafstanden en omgevingstype Hiernaast gelden ten aanzien van bedrijven die onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer vallen, deze Wet en haar uitvoeringsbesluiten als toetsingskader voor de toegestane bedrijfshinder. 4.7.2
Beoordeling
Voor onderhavig project dient te worden getoetst of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen veroorzaakt voor bestaande functies in de omgeving en of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen ondervindt als gevolg van de milieuhinder van naburige bedrijven en/of bedrijvigheid. De omgeving van het plangebied kan gekarakteriseerd worden als rustige woonwijk, gelet op de afwisseling van de functies 'Wonen', 'Tuin' en 'Groen'. Ten zuidoosten van de planlocatie is een perceel gesitueerd met een bedrijfsbestemming (nabij Parallelweg 14). Dit perceel kent tevens de aanduiding 'opslag'. Volgens het vigerende bestemmingsplan mag op deze locatie een opslagbedrijf zich vestigen. Volgens de Staat van bedrijven (bijlage 2 van het vigerende bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Hippolytushoef' vallen opslaggebouwen tot milieucategorie 2. In een rustige woonwijk geldt een richtafstand van 30 meter. Er zit circa 50 meter tussen de grens van de bestemming 'Bedrijf' en de dichtstbijzijnde gevel van de nieuwbouwwoning.
Parallelweg 10a - Hippolytushoef
28
Daarmee wordt voldaan aan de richtafstand. Andersom geldt dat het omzetten van de bestemming 'Bedrijf' naar de bestemming 'Wonen' niet leidt tot overlast op omliggende functies. De nabij gelegen opslag wordt niet belemmerd met de komst van de woning, omdat deze niet binnen de richtafstand valt. 4.7.3
Conclusie
Gelet op het voorgaande vormen de milieubelastende functies vanuit het oogpunt van milieuzonering geen belemmering voor de in dit plan besloten ruimtelijke ontwikkeling. Andersom leidt ontwikkeling van de woning niet tot milieutechnische problemen voor de omliggende milieugevoelige functies. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is te achten met een goede ruimtelijke ordening. 4.8
Externe veiligheid
4.8.1
Wettelijk kader
Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving. Door voldoende afstand tot de risicovolle activiteiten aan te houden kan voldaan worden aan de normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars en het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op de volgende risico's: risicovolle (Bevi-)inrichtingen; vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, kinderopvang- en dagverblijven en grote kantoorgebouwen (>1.500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen.