CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Toelichting Hippolytushoeverkruisweg 7

Raad 19 september 2024, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Bestemmingsplan Hippolytushoeverkruisweg 7 Hippolytushoef11.862 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

29

Provinciaal beleid Noord-Holland is onderverdeeld in 20 gebieden, de zogenaamde ensembles, en 10 provinciale structuren, zoals de Westfriese Omringdijk, de Stelling van Amsterdam en (agrarische) erven. Elk ensemble en elke structuur biedt een beschrijving van de ontstaansgeschiedenis, van de dynamiek en van de belangrijkste drie kernwaarden: landschappelijke karakteristiek, openheid en ruimtebeleving, en ruimtelijke dragers. Bij het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied moet rekening worden gehouden met de ambities en ontwikkelprincipes die staan beschreven bij de afzonderlijke ensembles en structuren. Het gebruik van de Leidraad is verankerd in artikel 15 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). Hierin is de wijze van doorwerking geregeld. Plan gerelateerd: Het kaartbeeld ter plaatse van het plangebied is weergegeven in figuur 4.1. Het plangebied ligt in een ‘erf aan de weg’.

Figuur 4.1: Kaartbeeld uit de Leidraad Cultuurhistorie.

Het plangebied ligt in de Wieringen, een voormalig eiland, met een reliëfrijk, cultuurhistorisch en kleinschalig landschap. Het heeft historische wegstructuren en verkavelingen en bebouwing aan linten en in kernen. Het initiatief heeft geen nadelige effecten op de doorzichten naar het achterliggende landschap. Het karakter van de Wieringen wordt niet negatief aangetast, dit plan versterkt juist het landschap. Gemeentelijk beleid Hollands Kroon bezit een rijkdom aan karakteristieke bebouwing. Enerzijds heeft dat te maken met het grote oppervlak van de gemeente en anderzijds met de grote variatie in landschappen. Hierdoor is er in de loop van de eeuwen veel interessante bebouwing ontstaan, die in een aantal gevallen al gewaardeerd wordt met een status van rijks-, provinciaal- of gemeentelijkmonument. Het landschap is te zien als een compositie. Alle specifieke onderdelen samen geven een gebied een eigen karakter en identiteit.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

30

Het opleggen van extra regels (bijvoorbeeld door het aanwijzen van nieuwe monumenten) zorgt alleen maar voor kostenverhogingen, beperkingen en vertragingen. Wij gaan er vanuit dat de eigenaren van deze panden hier zelf ook trots op zijn en dit in stand willen houden. Om onze karaktervolle panden, gebieden en elementen te behouden kiezen wij ervoor om te inspireren! Hetzelfde geldt voor onze waardevolle landschappelijke elementen. Plangerelateerd: Figuur 4.2 geeft de Monumentenkaart weer. Daaruit blijkt dat binnen het plangebied geen elementen aanwezig zijn met een cultuurhistorische waarde.

Figuur 4.2: Monumentenkaart van de gemeente Hollands Kroon.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

31

4.2

Kabels en leidingen

In het kader van het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen. Plan gerelateerd: Ten aanzien van het bouwplan wordt voor aanvang van de graaf- en bouwwerkzaamheden een klic-melding uitgevoerd. Op deze manier kan rekening gehouden worden met de eventuele aanwezigheid van kabels en leidingen, zodat deze niet geschaad worden.

4.3

Bedrijven en milieuzonering

Goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkómen van hinder en gevaar. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) kan dit gerealiseerd worden. Hiervoor worden de afstanden uit de VNG publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ als maatgevend beschouwd. In deze publicatie zijn voor verschillende activiteiten richtafstanden opgenomen voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastend activiteit en daarmee ook voor de uiteindelijke (indicatieve) richtafstand. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkómen van hinder en gevaar. Dit geldt ook voor de nieuwe initiatieven, zoals de uitbreiding van het agrarisch bedrijf in dit geval. VNG De activiteit van initiatiefnemer past het best bij de omschrijving ‘Het fokken en houden van dieren (niet intensief)’ conform de Handreiking van de VNG. De afstanden die gehanteerd worden zijn: 100 meter voor geur, 30 meter voor stof en geluid en 0 meter voor veiligheid.

Plangerelateerd: In figuur 4.3 is de afstand van het plangebied ten opzichte van woningen en overige functies weergegeven. Hieruit blijkt dat de kortste afstand tot een gevoelig object (beide agrarische percelen) circa 600 meter bedraagt. Hiermee kan geconcludeerd worden dat ruimschoots aan de minimale afstand, zowel vanuit het VNG als het Activiteitenbesluit, wordt voldaan.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

32

ca. 600 m

ca. 600 m

Figuur 4.3: Afstand plangebied tot gevoelige objecten.

4.3.1 Bodem Bodem is voor dit plan als milieutoets niet relevant. 4.3.2 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op locaties waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, waardoor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit zouden kunnen komen te overlijden. Bij een ruimtelijke besluit voor het toelaten van (beperkt) kwetsbare objecten moet worden getoetst aan risiconormen en veiligheidsafstanden. Dit is met name relevant op korte afstand van risicobronnen. Indien een (beperkt) kwetsbaar object wordt toegelaten binnen het invloedsgebied van een belangrijke risicobron, moet ook het groepsrisico worden verantwoord. Bovendien is het van belang om af te wegen in hoeverre nieuwe risicobronnen binnen een plangebied worden toegestaan. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet voor externe veiligheid worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van specifieke risicovolle inrichtingen, relevante transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of relevante buisleidingen. Toetsingskaders zijn het "Besluit externe veiligheid inrichtingen” (Bevi), het "Besluit externe veiligheid transportroutes" (Bevt) en het "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb).

Daarnaast zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting, moeten worden aangehouden. Tenslotte zijn in de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente ambities opgenomen over het al dan niet toelaten van risicovolle activiteiten. Risicovolle activiteiten binnen het plangebied Het bestemmingsplan voorziet niet in de komst van een nieuwe risicovolle activiteit. Het bedrijf zelf vormt geen inrichting waarvan het plaatsgebonden risico hoger is dan 10 -6 per jaar, zoals opgenomen in het Bevi en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Daarmee vormt het plangebied zelf geen risicovolle inrichting.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

33

Planspecifiek Uit de risicokaart blijkt dat het plangebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting of de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen.

Figuur 4.4: Risicokaart omgeving plangebied Hippolytushoeverkruisweg 7, Hippolytushoef.

Buisleidingen Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen het invloedsgebied van relevante buisleidingen voor aardgas en vloeibare brandstoffen. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig vanwege buisleidingen. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het plan.

4.4

Geur

In het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn voorschriften opgenomen ter voorkoming of beperking van geurhinder vanwege het houden van landbouwhuisdieren. Hierbij zijn de bepalingen uit de Wet geurhinder en veehouderij als uitgangspunt genomen, zodat voor inrichtingen die onder de werking van het activiteitenbesluit vallen in principe dezelfde regels gelden als voor omgevingsvergunning-plichtige inrichtingen. In de afwijking op het bestemmingsplan betreft het de aanvraag voor realisatie van een berging (voor machines en werktuigen), een opslag voor bloembollen en fust en de realisatie van twee nieuwe sleufsilo’s voor de opslag van ruwvoer. In de opslag en berging is geen sprake van een geur emitterende activiteit. De opslag van ruwvoer valt onder de opslag van agrarische bedrijfsstoffen zoals is bedoeld in artikel 3.45 van het Activiteitenbesluit. Daarin is bepaald dat ten minste een afstand van 50 meter in acht genomen moet worden. Zoals te zien in figuur 4.3 wordt ruim aan die afstand voldaan. Plan gerelateerd: Het plangebied en omliggende geurgevoelige objecten zijn gelegen buiten de bebouwde kom. Derhalve dient de afstand van de opslag van agrarische bedrijfsstoffen minimaal 50 meter tot de gevel van een geurgevoelig object te bedragen.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

34

Uit figuur 4.3 blijkt dat ruimschoots aan de voorwaarden wordt voldaan.

4.5

Geluid

Het aspect geluid is onderdeel van het behoud van de omgevingskwaliteit en wordt op verschillende manieren vastgelegd in wetten. De belangrijkste toetsing van geluidhinder door inrichtingen is via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In de Wet milieubeheer zijn voor een groot aantal type inrichtingen algemene regels opgenomen. De handreiking industrielawaai en vergunningverlening is het wettelijk kader voor de vergunningverlening voor het stellen van geluidsniveaus vanuit de inrichting, om geluidshinder te voorkomen en te beperken. Daarnaast worden geluidsgevoelige objecten beschreven met voorschriften die bescherming bieden. Een ander spoor dat kaders geeft voor geluidsproductie is de Wet geluidhinder (Wgh). Deze richt zich met name op de ruimtelijke inpassing van geluidsgevoelige bestemmingen in relatie tot belangrijke geluidsbronnen. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt.

Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidsgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Plan gerelateerd: Het dichtstbijzijnde geluidgevoelige objecten zijn 2 agrarische bedrijven aan de Hippolytushoeverkruisweg en Oosterklief, welke beide op meer dan 600 meter afstand van het plangebied zijn gesitueerd. De afstand tot de geluidgevoelige objecten is dermate groot dat de activiteiten geen overlast zullen veroorzaken. Daarnaast maakt de nieuwe situatie ook geen nieuwe geluidsbron mogelijk. Een akoestisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Het aspect geluid is geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

4.6

Luchtkwaliteit

Onderhavig plan moet voldoen aan hoofdstuk 5 titel 2 van de Wet milieubeheer. Dit wordt ook wel de Wet luchtkwaliteit genoemd. Hierin staat beschreven dat initiatieven die ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd mogen worden. Voor kleinere ruimtelijke plannen en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft VROM in samenwerking met InfoMil de nibm-tool (juni 2011) ontwikkeld. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Met behulp van deze rekentool is de toename van de stoffen NO 2 en PM10 bepaald op basis van de toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de nieuwe ontwikkeling. Verkeersaantrekkende werking De emissie van PM10 door transportbewegingen van- en naar de inrichting is berekend a.d.h.v. rekeninstrument NIBM-tool. Door het gebruik van deze tool is aannemelijk te maken dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een geringe toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling ligt in de lijn der verwachting. Er zijn voor agrarische bedrijven geen kengetallen met betrekking tot verkeersbewegingen beschikbaar.

Omdat het exacte aantal verkeersbewegingen onbekend is, is in de berekening met de nibm-tool een worstcase berekening gemaakt.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

35

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie

2022

Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) Aandeel vrachtverkeer

10,0%

NO2 in μg/m3

0,02

PM10 in μg/m3

0,00

Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3

10

1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig Figuur 4.5 Worst case-scenario nibm-tool, planlocatie i.r.t. verkeersbewegingen

In figuur 4.9 is de berekening met de NIBM-tool weergegeven. Uit bovenstaande motivatie blijkt dat de PM10 en NO2 emissie, afkomstig van de huidige verkeersbewegingen van- en naar de inrichting, in een worst case situatie met een maximale bijdrage van 0,02 g/m3 stikstofdioxide en 0,00 g/m3 fijnstof niet in betekende mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Plan gerelateerd: Uit de nibm-tool blijkt dat de geringe toename van verkeersbewegingen van het agrarisch bedrijf niet in betekende mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Er is geen toename van fijnstofdeeltjes. De NO2 en fijnstofdeeltjes staan los van elkaar. Derhalve is de wijziging van het gehele bedrijf NIBM. Het plan voldoet derhalve aan de Wet luchtkwaliteitseisen en de luchtkwaliteitsaspecten vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkelingen. Gebieden – Wet Natuurbescherming In 1992 is door de lidstaten van de Europese Unie (EU) een netwerk van beschermde natuurgebieden opgezet. Dit is het ‘Natura 2000 netwerk’. Het netwerk is bedoeld om zowel de vitaliteit als de biodiversiteit op Europees grondgebied te beschermen en te behouden. Hiervoor vormen de Europese Vogelrichtlijn uit 1979 en de habitatrichtlijn uit 1992 de basis. De gebiedsbescherming is opgenomen in hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming.

In artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming is opgenomen dat het verboden is om zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Op 1 juli 2021 is de Wet natuurbescherming laatstelijk gewijzigd. Met de wijziging van de Wet wordt voorzien in de wettelijke verankering van de door het kabinet aangekondigde structurele aanpak van de stikstofproblematiek. Het voorziet in het bij algemene maatregel van bestuur (amvb) vaststellen van een omgevingswaarde voor stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden en de mogelijkheid om een omgevingswaarde van stikstofemissie door de bouw vast te stellen, gekoppeld aan een gedeeltelijke vrijstelling voor bouwactiviteiten van de vergunningplicht. Tevens voorziet het in de verplichting om een programma stikstof en natuurverbetering op te stellen.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

36

Plan gerelateerd: Het plangebied ligt op een afstand van ten minste 2 km van het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied Waddenzee, zie daarvoor ook figuur 3.1. Het aspect Wet Natuurbescherming is geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

4.7

Gebieden – Natuurnetwerk Nederland

De (voormalig) ecologische hoofdstructuur vormt een netwerk van natuurgebieden op nationaal en internationaal (lees: Natura 2000-) niveau. Het concept is vastgelegd in het Natuurbeleidsplan en nader ingevuld in de Nota ruimte. De begrenzing van de ecologische hoofdstructuur is door de verschillende provincies bepaald en vastgelegd. Ruimtelijke ontwikkelingen in of nabij de ecologische hoofdstructuur zijn mogelijk als het de werking van deze niet bedreigd. Bij de ecologische hoofdstructuur is de saldo benadering van toepassing. Een eventuele aantasting hoeft niet te leiden tot een verbod als de werking van de ecologische infrastructuur op een andere wijze gegarandeerd wordt. Plan gerelateerd: In figuur 4.5 is de ligging van het plangebied ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) weergegeven. Hieruit blijkt dat in de nabijheid van het plangebied geen NNNnatuurverbinding is gelegen. In artikel 6.43 onder 4 is bepaald dat een ruimtelijk plan geen nieuwe activiteiten mogelijk maakt die per saldo leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de natuurverbindingen. Het initiatief leidt niet tot versnippering van de NNNnatuurverbinding. Ook is de afstand tussen de NNN-natuurverbinding en het initiatief dermate groot dat het niet leidt tot een significante aantasting van de natuurverbindingen.

De inrichting aan de Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef heeft geen nadelige effecten op deze gebieden. Het aspect Natuurnetwerk Nederland is geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

Figuur 4.3: Plangebied ten opzichte van NNN.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

37

4.7.1 Soorten – flora en fauna Ten behoeve van de voorgenomen planvorming worden ingrepen, als het bouwen van een vrijloopstal. Het voorgenomen plan heeft derhalve mogelijk invloed op soorten. Een QuickScan ecologie zal worden opgesteld en nageleverd als Bijlage 4.

4.8

Verkeer en parkeren

Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt. Verkeer Verkeer is in hoofdstuk 4.6 meegenomen op het gebied van luchtkwaliteit, hieruit is geconcludeerd dat de geringe toename aan (auto) verkeer in niet-betekende-mate invloed heeft op de luchtkwaliteit. De nevenactiviteiten zijn veelal gericht op toeristen en lokale bezoekers, welke al fietsend of wandelend het bedrijf bezoeken. Dit geeft geen extra hinder voor de omgeving. Daarnaast heeft het bedrijf de wens een extra inrit te realiseren aan de Zuidkoogweg om de veiligheid op het erf voor de bezoekers te verbeteren en de ‘verkeers-intensiteit’ aan de Hippolytushoeverkruisweg te verminderen. Parkeren Wat betreft het parkeren wordt dit volledig gesitueerd op het bouwvlak en behoeft niet geparkeerd te worden op de openbare weg. De boerderij zal vooral een aantrekkende werking hebben op fietsers en wandelaars, wat weinig invloed zal hebben op het omliggende gebied. Op eigen terrein zullen circa 30 parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Dit aantal parkeerplekken is tot stand gekomen door een aantal berekeningen in de CROW parkeercalculator. Hierbij is uitgegaan van een worst-case scenario. Het maatgevende moment voor de beoogde situatie was zaterdagmiddag.

De berekeningen zijn gedaan met twee functietypes welke overeenkomen met de voorgenomen activiteiten in de nieuwe stal. Deze drie functietypes waren: restaurant en full service supermarkt (middelhoog en hoog prijsniveau). Dit is uitgerekend voor de ligging in het centrum. De ligging ‘buitengebied’ was niet mogelijk in deze parkeercalculator. Nogmaals, de berekeningen zijn dan ook gebruikt als een indicatie van een worst-case scenario. Het aantal parkeerplaatsen voor deze twee soorten functies bedraagt totaal 30 parkeerplaatsen (in het centrum). De realisatie van 30 parkeerplaatsen zal dan ook volstaan voor de voorgenomen activiteiten. Als eerder benoemd zullen deze gerealiseerd worden op eigen terrein. Hiermee levert dit plan zowel vanuit verkeerskundig oogpunt als vanuit parkeerkundig oogpunt geen bezwaren op voor het voorgenomen initiatief. Voorgenomen locatie van het parkeren en onderbouwing bevinden zich in het Erfplan, als Bijlage 3. 4.8.1 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het toetsingskader voor het aspect geurhinder van dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv is 1 januari 2007 in werking getreden. Met minimumafstanden en maximale waarden voor geurbelasting krijgen geurgevoelige objecten bescherming tegen overmatige geurhinder. Deze waarden voor geurbelasting worden weergegeven in odour units per kubieke meter lucht.

Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen geurgevoelige objecten binnen en buiten de bebouwde kom en binnen en buiten een concentratiegebied. Het aantal dieren vermenigvuldigd met de geuremissiefactor levert een waarde voor de geuremissie op, waarna via het verspreidingsmodel V-stacks vergunning de geurbelasting kan worden bepaald. De geuremissiefactoren zijn in een ministeriele regeling vastgelegd. Voor dieren waarvoor geen geuremissiefactoren zijn bepaald, gelden wettelijk vastgestelde afstanden die ten minste moeten worden aangehouden tot geurgevoelige objecten.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

38

Gemeenten mogen bij verordening van de normen van de Wgv afwijken, binnen bepaalde grenzen. Dit is vastgelegd in artikel 6 van de wet. Plan gerelateerd: In de nieuwe situatie worden er minder dieren gehouden. In de nieuwe situatie is er geen sprake van toenemende geur emitterende activiteit. Het aspect geur vormt geen belemmering voor uitvoering van dit plan.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

39

4.9

Waterhuishouding

Per 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets toe te passen. Deze verplichting is wettelijk geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In deze watertoets moet inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. Plan gerelateerd: De Watertoets is uitgevoerd en aangeboden aan het bevoegd gezag. Zie ook de toetsing in H3.3 van dit rapport. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de ecologische hoofdstructuur of het Natuurnetwerk Nederland en is niet gelegen in een hydrologische beschermingszone voor natte natuur. Daarnaast zal het perceel worden voorzien van een nieuwe oprit aan de Zuiderkoogweg. Deze oprit wordt 10 meter breed. Waterdoorgang middels de plaatsing van een duiker zal worden voorzien. Advies is hierover ingewonnen bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

40

5

JURIDISCHE REGELING

In dit hoofdstuk wordt de juridische plansystematiek uiteengezet.

5.1

Juridische achtergrond

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Het juridisch bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding en de regels van het bestemmingsplan sluiten inhoudelijk aan op het bestemmingsplan ‘Buitengebied Wieringen 2002’. De regels zijn aangepast aan de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012) en de nieuwe wet- en regelgeving.

5.2

Toelichting verbeelding

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. Op de verbeelding zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: Enkelbestemming o Agrarisch Bouwvlak Ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan vinden de volgende veranderingen plaats: Vormverandering bouwvlak.

5.3

Toelichting regels

De regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan bestaan uit inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De regels hebben betrekking op de in de verbeelding opgenomen bestemmingen.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

41

6

ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

6.1

Economische uitvoerbaarheid

De voorgestane ontwikkeling aan de Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef betreft een bedrijfsmatig initiatief. De kosten voor deze ruimtelijke onderbouwing komen voor rekening van de initiatiefnemer alsook de opname in het bestemmingsplan. Met de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst afgesloten betreffende verhaal van exploitatiekosten en eventuele planschade wordt afgewend op de initiatiefnemer. Het plan is hiermee economisch uitvoerbaar. Het opstellen van een exploitatieplan is daarom niet nodig. Het plan heeft verder geen consequenties voor de gemeentelijke kas. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking. Het bestemmingsplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

42

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4.

Principebesluit Landschapsplan Erfplan ‘De Wieringer’ QuickScan Flora en Fauna

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=fa1c05d6-91c3-4378-9721-09017940e8e4