CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Toelichting Hippolytushoeverkruisweg 7

Raad 19 september 2024, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Bestemmingsplan Hippolytushoeverkruisweg 7 Hippolytushoef11.862 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

Gemeente Hollands Kroon

HDD Advies Voorstraat 8 4033 AD Lienden T. 085 – 023 90 59 www.hddadvies.nl info@hddadvies.nl

Bevoegd gezag:

Gemeente Hollands Kroon

Plangebied:

Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

Opdrachtgever:

Firma Mostert Hippolytushoeverkruisweg 7 1777JC Hippolytushoef

Opgesteld door:

dhr. J. van Ruitenbeek/ mevr. I.G. Zaaijer

Projectleider:

dhr. J.H.A. Verweij

Datum:

28 september 2023 (V2.0)

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

2

INHOUDSOPGAVE 1

Inleiding ............................................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

2

Plangebied en planontwikkeling ....................................................................... 8 2.1 2.2 2.3 2.4

3

Aanleiding en doelstelling ..................................................................................... 5 Plangebied .............................................................................................................. 6 Vigerend bestemmingsplan ................................................................................... 7 Afwijken van het bestemmingsplan ...................................................................... 7 Leeswijzer ............................................................................................................... 7 Ontstaansgeschiedenis ......................................................................................... 8 Omschrijving huidige situatie...............................................................................10 Beoogde situatie....................................................................................................13 Wijziging van het geldende bestemmingsplan ....................................................14

Beleidskader ..................................................................................................... 15 3.1 Europees- en Rijksbeleid ......................................................................................15 3.1.1 Vogel- en habitatrichtlijn ....................................................................................15 3.1.2 Nationale Omgevingsvisie .................................................................................16 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ....................................................17 3.1.4 Soorten .............................................................................................................17 3.2 Provinciaal beleid ..................................................................................................17 3.2.1 Artikel 6.33 ........................................................................................................18 3.3 Bijzonder Provinciaal Beleid.................................................................................22 3.3.1 Wieringen ..............................................................................................................22 3.3.2 Landschappelijk karakteristiek...............................................................................23 3.3.3 Openheid en ruimtebeleving

.................................................................................24 3.3.4 Ruimtelijke dragers ...............................................................................................25 3.4 Beleid KRW ............................................................................................................26 3.4.1 KRW .................................................................................................................26 3.5 Gemeentelijk beleid ...............................................................................................26 3.5.1 Omgevingsvisie Hollands Kroon........................................................................26 3.5.2 Welstandsnota Hollands Kroon .........................................................................28

4

Milieu- en omgevingsaspecten ........................................................................ 29 4.1 Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................29 4.1.1 Archeologie .......................................................................................................29 4.1.2 Cultuurhistorie ...................................................................................................29 4.2 Kabels en leidingen ...............................................................................................32 4.3 Bedrijven en milieuzonering .................................................................................32 4.3.1 Bodem ..............................................................................................................33 4.3.2 Externe veiligheid ..............................................................................................33 4.4 Geur ........................................................................................................................34 4.5 Geluid .....................................................................................................................35 4.6 Luchtkwaliteit.........................................................................................................35 Gebieden – Wet Natuurbescherming

.............................................................................36 4.7 Gebieden – Natuurnetwerk Nederland .................................................................37 4.7.1 Soorten – flora en fauna ....................................................................................38 4.8 Verkeer en parkeren ..............................................................................................38 4.8.1 Geur ..................................................................................................................38

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

3

4.9

5

Juridische regeling ........................................................................................... 41 5.1 5.2 5.3

6

Waterhuishouding .................................................................................................40 Juridische achtergrond .........................................................................................41 Toelichting verbeelding ........................................................................................41 Toelichting regels ..................................................................................................41

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid..................................... 42 6.1 6.2

Economische uitvoerbaarheid ..............................................................................42 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .......................................................................42

Bijlagen.................................................................................................................... 43 BIJLAGEN 1. 2. 3. 4.

Principebesluit Landschapsplan Erfplan ‘De Wieringer’ QuickScan Flora en Fauna

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

4

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doelstelling

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing is opgesteld wegens de voorgenomen ontwikkeling aan de Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef. De volgende generatie heeft zich aangediend op het bedrijf van de dhr. Mostert om het bedrijf voort te zetten. Zij willen het melkveebedrijf met een eigen visie inrichten en openstellen voor geïnteresseerde bezoekers. Een deel van de veestapel wordt nu nog uitbesteed en verzorgt op een andere locatie. De bedoeling is om alle dieren op het erf aan de Hippoytushoeverkruisweg te huisvesten, en in het totaal aantal dieren te krimpen. Er zijn nu 100 melkkoeien aanwezig, in het beoogde plan worden dit er 70 met bijbehorend jongvee. De nevenactiviteiten waar de nieuwe agrarische ondernemers zich op willen richten, zijn gefocust op kleinschalige recreatie met ijsbereiding en -verkoop en boerderij educatie. De wens is om met een bouwvlakvergroting alle activiteiten binnen het perceel te laten plaatsvinden. Ook biedt dit de mogelijkheid tot het oprichten van een zichtstal, in de vorm van een V-stal. Overigens kan ook de ruwvoeropslag binnen het perceel worden gerealiseerd. Het erf wordt in de huidige situatie landschappelijk ingepast met een groene struweel strook, dit is ook in de beoogde situatie het plan. Figuur 1.1 laat de nieuwe situatieschets zien van het plan. Figuur 1.2 laat een verbeelding zien van de nieuwe vrijloopstal (V-stal).

Figuur 1.1: Plattegrond van het perceel in de beoogde situatie.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

5

Figuur 1.2: Voorbeeld van de zichtstal in de beoogde situatie.

1.2

Plangebied

Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Hollands Kroon. Het perceel ligt in agrarisch gebied aan de Hippolytushoeverkruisweg 7. De omliggende percelen zijn veelal in gebruik als grasland, behalve de bosstrook ten noorden van het plangebied richting het dorp Hippolytushoef. Zie figuur 1.3 voor een weergave van de wijdere omgeving van het plangebied.

Plangebied

Figuur 1.3: Wijdere omgeving plangebied Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

6

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Wieringen’ vastgesteld op in 2002. Het plangebied heeft de volgende bestemmingen: Enkelbestemming o Agrarisch Bouwvlak Omliggende gronden zijn bestemd als: ‘Agrarisch’. Figuur 1.4 geeft het vigerend bestemmingsplan van het perceel weer.

Figuur 1.4: Plangebied conform vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied Wieringen 2002'.

1.4

Afwijken van het bestemmingsplan

Ten behoeve van de gewenste situatie wordt met een Omgevingsvergunning afgeweken van het bestemmingsplan. De bestemming en de gebiedsaanduiding wijzigen niet in de nieuwe situatie. Het bouwvlak wordt vergroot tot 1,5 hectare.

1.5

Leeswijzer

In voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt na dit inleidende hoofdstuk in hoofdstuk 2 ingegaan op het plangebied en het initiatief. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het beleid van de verschillende overheden omschreven. In hoofdstuk 4 wordt het initiatief getoetst aan de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Ten slotte worden in hoofdstuk 5 en 6 de juridische aspecten en de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid omschreven.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

7

2

PLANGEBIED EN PLANONTWIKKELING

2.1

Ontstaansgeschiedenis

In de voorlaatste ijstijd zorgde een ijspakket voor opstuwing van de ondergrond en het ontstaan van een laag keileem bij Wieringen. Hierdoor ontstond een hoogte in een relatief laaggelegen gebied. In dit lage gebied kwam veen tot ontwikkeling. Tot in de vroege middeleeuwen lag de keileembult van Wieringen in dit uitgestrekte veengebied dat grote delen van de westelijke Waddenzee, en de voormalige Zuiderzee besloeg. Vanaf de 8e eeuw werd het veengebied ontgonnen. Door de ontwatering van het veen daalde het maaiveld en werd het veen vatbaar voor overstromingen. Grote delen van het veengebied werden weggeslagen. Hierdoor verdween het vasteland rondom Wieringen. Rond de 13 e eeuw was de omgeving van het eiland volledig verzwolgen door de zee. Het eiland dat toen overbleef, bestond uit keileemheuvels met daartussen lagere gebieden: de kogen. Dijken beschermden deze kogen tegen de opdringende zee. Bewoners van het eiland legden aan de zuidzijde een dijk aan, opgebouwd uit gestapeld zeegras; de Wierdijk. Langs de twee doorgaande wegen, de Gemeenelandseweg en de Koningsweg, zijn de grotere dorpen Den Oever en Hippolytushoef ontstaan. In de 17e eeuw werd de polder Waard-Nieuwland voor het eerst bedijkt. In 1683 ging deze echter weer verloren. In 1846 werd polder opnieuw ingedijkt en verkaveld. Vanaf de middenas in de polder zijn de ontginningsblokken zo regelmatig mogelijk uitgezet.

Haaks op de middenas liggen de Burgerweg en de Akkerweg. Loodrecht op deze assen zijn ook kavels aangelegd. Wat nu de Wieringermeerpolder is, bleef nog lang onderdeel van de Zuiderzee. Pas in 1930 werd Wieringermeerpolder met behulp van het gemaal Lely bij Medemblik en het gemaal Leemans bij den Oever drooggelegd. Door deze drooglegging was Wieringen niet langer een eiland. Sinds 1932 sluit de Afsluitdijk het IJsselmeer af van de Waddenzee. Onderdelen van de dijk zijn rijksmonument. Zowel het oude eiland Wieringen als Polder Waard-Nieuwland zijn nog steeds voornamelijk in agrarisch gebruik. Langzaam komt het gebied recreatief meer in beeld bij o.a. wandelaar, fietsers en vogelspotters, vanwege het bijzondere landschap op Wieringen en het natuurschoon van de aangrenzende Waddenzee. Tot bijna 100 jaar terug was de Zuiderzee nog gelegen ter hoogte van het plangebied. In 1929 werden er plannen gemaakt om de Zuiderzee hier in te polderen. Zie figuur 2.1.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

8

Figuur 2.1: Plan voor de verkaveling van de Wieringermeer, 1929 (bron: Collectie regionaal archief Alkmaar).

De boerderij aan de Hippolytushoeverkruisweg 7 is relatief nieuw. Op kaartmateriaal uit 1996 is de boerderij voor het eerst zichtbaar. Figuur 2.2 geeft een reis door de tijd voor de locatie. Op het kaartmateriaal is te zien dat de verkaveling van de omgeving sinds de ontpoldering nagenoeg hetzelfde is gebleven.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

9

1950

1975

1996

2020

Figuur 2.2: Reis door de tijd voor de Hippolytushoeverkruisweg 7 (bron: topotijdreis.nl).

2.2

Omschrijving huidige situatie

Op het perceel ligt het melkveehouderijbedrijf van de firma Mostert: De Wieringer. Er worden 100 melkkoeien gehouden in een traditionele loopstal en het bijbehorend jongvee wordt verzorgd op een andere locatie. De melkveehouder houdt zich ook bezig met natuurbeheer in de vorm van weidevogelbeheer. Zo krijgen weidevogels, als de grutto, tureluur en kievit, de mogelijkheid rustig te broeden. Een aantal greppels in het weiland worden voorzien van pompjes, die op zonnepanelen werken. De greppels worden vernat in het voorjaar, zodat eerst grutto's en later kieviten en tureluurs er hun voedsel vinden. Een volgende generatie wilt graag de agrarische onderneming voortzetten en hierbij een verbreding in activiteiten realiseren. Daarbij willen ze krimpen naar 70 melkkoeien en het jongvee weer op de locatie zelf gaan huisvesten. De boerderij zal meer worden ingericht als belevenisboerderij, met daarin geïntegreerd educatie, ijsbereiding en kleinschalige recreatie. Het jongvee krijgt de ruimte in de aanwezige loopstal en voor de melkkoeien wordt een zichtstal gebouwd, dat bijdraagt aan de beleving van de bezoekers. Figuur 2.3 tot en met figuur 2.6 geven de huidige situatie van het plangebied weer.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

10

Figuur 2.3: Huidige situatie Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef.

Figuur 2.4. Situatie gezien vanaf het kruispunt Zuiderkoogweg-Hippolytushoeverkruisweg.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

11

Figuur 2.5 Situatie vanaf de oprit, met rechts de bedrijfswoning, melkveestal in het midden en de loods links.

Figuur 2.6: Huidige situatie van plangebied, vanaf de Zuiderkoogweg.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

12

Figuur 2.7: huidige situatie van het plangebied met zicht op de ruwvoeropslag.

2.3

Beoogde situatie

In de beoogde situatie wordt het bouwvlak vergroot van 1 naar 1,5 hectare, om de nieuwe plannen te realiseren en de bestaande ruwvoeropslag binnen het bouwvlak te situeren. Het bouwvlak en de natuurlijk groene grens zal even groot worden als de overliggende bos met eendenkooi, waardoor het een mooier geheel wordt en ook geen ruwvoer meer zichtbaar is buiten het bouwvlak. In het plan worden de veestapel kleiner en wordt het jongvee op dezelfde locatie gehouden, nu worden deze verzorgd op een andere boerderij. Voor de melkkoeien wordt een zichtstal gebouwd in de vorm van een vrijloopstal (zie figuur 3), wat de landschapskwaliteit versterkt en tot de verbeelding spreekt ten behoeve van de beleving van de boerderij bezoekers. Om de routing op het erf efficiënter en veiliger te laten verlopen voor bezoekers, wordt er een nieuwe inrit aan de Zuiderkoogweg opgenomen in het plan. Voor de agrarische activiteiten heeft dit tevens de voorkeur, met het oog op een vuile en schone weg op het erf. De opvolging is reeds klein begonnen met ijsbereiding van de, op het erf, geproduceerde zuivel en wilt dit graag uitbreiden naar een professionelere ruimte in de nieuwe melkveestal. Daarnaast willen de initiatiefnemers met de zichtstal meer beleving creëren voor de bezoekers en zal het bijdragen aan de educatie over de melkveehouderij, die ze graag willen overbrengen.

Het melkveebedrijf springt in op de trend van toenemende recreatie, op het ‘voormalige eiland’ De Wieringen. En heeft met de overliggende eendenkooi een mooie trekpleister voor fietsers, wandelaars en vogelspotters.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

13

2.4

Wijziging van het geldende bestemmingsplan

De geldende juridisch-planologische situatie van het plangebied is vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Wieringen 2002’. Voor de uitvoering van de beoogde situatie dient het bestemmingsplan van het perceel herzien te worden. In het bestemmingsplan heeft het perceel ter plekke de bestemming ‘Agrarische doeleinden met bebouwing’. Om het plan mogelijk te maken dient de bestemming gewijzigd te worden en het bouwvlak vergroot van 1ha naar 1,5 ha. Op grond van artikel 37, lid 3 van het bestemmingsplan Buitengebied Wieringen 2002 had het college van B&W de mogelijkheid om een bestemmingsvlak "agrarische doeleinden met bebouwing" te vergroten tot maximaal 1,5 ha, indien de omvang en de aard van de agrarische bedrijfsactiviteiten noodzaken tot een grotere oppervlakte dan 1 ha voor het agrarisch bouwperceel en mits deze grotere oppervlakte de aanwezige waarden niet in onevenredige zal of zal kunnen aantasten. In de nieuwe situatie heeft het perceel de volgende bestemmingen en aanduidingen: Enkelbestemming o Agrarisch Bouwvlak vergroten tot een grootte van 1,5ha

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

14

3

BELEIDSKADER

Door Europa, het rijk, de provincie en de gemeente zijn diverse beleidsnota’s vastgesteld die voor de ontwikkelingsmogelijkheid van het perceel Hippolytushoeverkruisweg 7 van belang kunnen zijn. In dit hoofdstuk wordt het beleid beschreven dat van toepassing is op het plangebied.

3.1

Europees- en Rijksbeleid

3.1.1 Vogel- en habitatrichtlijn De Vogelrichtlijn biedt bescherming aan alle in het wild levende vogels, hun eieren, nesten en leefgebieden in de Europese Unie. De Vogelrichtlijn kent een regime voor soortbescherming en gebiedsbescherming. Het soortenbeschermingsregime is gericht op de bescherming van individuele exemplaren met onder meer een verbod op het opzettelijk doden en vangen van vogels, het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten en het verbod om eieren te rapen. De soortenbescherming is sedert 1 januari 2017 opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming. De gebiedsbescherming verplicht de lidstaten alle nodige maatregelen te nemen om voor alle in de Europese Unie in het wild levende vogelsoorten een voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en van een voldoende omvang te beschermen, in stand te houden en te herstellen. De gebiedsbescherming is sinds 1 januari 2017 opgenomen in hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming. De Habitatrichtlijn heeft tot doel bij te dragen aan het waarborgen van de biologische diversiteit in de Lidstaten. Aanleiding is de continue achteruitgang van de natuurlijke habitats en de bedreiging voor het voortbestaan van bepaalde wilde soorten. De richtlijn stelt een Europees ecologisch netwerk vast van speciale beschermingszones. Dit wordt "Natura 2000" genoemd.

Ook de door de Lidstaten aangewezen beschermingszones op grond van de Vogelrichtlijn maken deel uit van dit netwerk. Tevens kent de Habitatrichtlijn een soortenbescherming die enigszins vergeleken kan worden met die van de Vogelrichtlijn. Deze richtlijn biedt echter, in tegenstelling tot die van de Vogelrichtlijn, een mogelijkheid om vanwege dringende redenen van sociale en/of economische aard een uitzondering op het opgelegde soortenbeschermingsregime te maken. Elke lidstaat moet op haar grondgebied de gebieden die het belangrijkst zijn voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten identificeren en vervolgens aanwijzen als speciale beschermingszone. Evenals bij de Vogelrichtlijn is de soortenbescherming in Nederland opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming en wordt de gebiedsbescherming geregeld in hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming. Het dichtstbijzijnde vogel- en habitatrichtlijngebied vanaf de planlocatie betreft het gebied Waddenzee, zie figuur 3.1. De afstand van de planlocatie tot Waddenzee bedraagt circa 2,1 km. Het Natura 2000gebied IJsselmeer ligt het dichtstbij het plangebied (6 km) en is alleen als Vogelrichtlijngebied aangewezen.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

15

IJsselmeer Waddenzee

6 km

2,1 km

Figuur 3.1 Uitsnede situering Natura 2000-gebieden (bron: Aerius)

3.1.2 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 door de minister vastgesteld. Met de NOVI geeft het kabinet aan hoe zij om wil gaan met een aantal urgente maatschappelijke opgaven. Het gaat daarbij om complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Met de NOVI wordt beoogd een perspectief te geven om grotere opgaven aan te pakken om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en (historische) steden. Met een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de volgende prioriteiten: • • • •

Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Met onderhavige ontwikkeling wordt bijgedragen aan een toekomst bestendig landelijk gebied. Het bedrijf zal door de aanvullende activiteiten zorgen voor een meer leefbaar en vitale regio. De intitiatiefnemers willen energieneutraal werken, en hebben om dit te bereiken al 117 zonnepanelen geïnstalleerd. Bovendien werkt het bedrijf volledig gasloos en zal in de toekomst worden gewerkt aan het uitbreiden van de eigen energieopwekking. Daarnaast is er het voornemen om water te hergebruiken in het ijsproductieproces, om machines te koelen/verwarmen. Ook op het gebied van duurzaamheid wordt er in de vorm van hergebruik van de glazen verpakkingen ruimte en capaciteit gemaakt voor het schoonmaken hiervan. Door de geplaatste zonnepanelen op de eigen daken, draagt het plan tevens bij aan de klimaatadaptie en energietransitie. Het initiatief draagt bij aan het realiseren van prioriteiten uit de NOVI.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

16

3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Dit plan raakt geen rijksbelangen uit het Barro. 3.1.4 Soorten Met ingang van 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet regelt de bescherming van de soorten, gebieden en houtopstanden. Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming vormt het wettelijk kader voor de bescherming van een groot aantal inheemse bedreigde dier- en plantensoorten. In de Wet natuurbescherming is opgenomen dat het verboden is om beschermde vogels en dieren te doden, vangen of verontrusten en om plantensoorten te plukken, verzamelen, af te snijden, ontwortelen of te vernielen. Bij nieuwe ruimtelijke ingrepen en activiteiten dient te worden nagegaan of deze ingrepen en/of activiteiten eventueel negatieve gevolgen hebben voor aanwezige dier- en plantensoorten in de omgeving. Als gevolg van de wijziging van de bestemming op het perceel, worden ingrepen en/of activiteiten uitgevoerd die mogelijke negatieve gevolgen hebben voor al dan niet aanwezige dier- en plantensoorten in de omgeving.

Derhalve is onderzoek naar de aanwezigheid van de bedoelde soorten noodzakelijk. De Flora- en faunascan wordt nageleverd als Bijlage 4.

3.2

Provinciaal beleid

De Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) is op 17 november 2020 vervallen met het ingaan van de opvolger; de Omgevingsverordening NH2020, welke inmiddels is vervangen door NH2022. In de PRV stonden alle regels waaraan ruimtelijke plannen in Noord-Holland moesten voldoen. Naast de PRV bestonden nog andere verordeningen, waaronder de Provinciale Milieuverordening, Wegenverordening en Waterverordening. Vanaf 17 november zijn de 21 verordeningen die zijn samengevoegd in de omgevingsverordening ingetrokken en opgegaan in de Omgevingsverordening NH2020. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in NoordHolland. We zoeken naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Er is een digitale kaart waarmee per locatie direct de bijbehorende regels in beeld worden gebracht. Hierdoor ontstaat een beter beeld van wat er mag, worden plannen beter aangepast op de omgeving en kunnen projecten sneller starten.

Uit de digitale kaart blijkt dat het plangebied is aangewezen conform het volgende: Agrarische bedrijven – Agrarische bedrijven Bodemsanering – Bodemsanering Landelijk gebied – Landelijk gebied Grondgebied PNH - Grondgebied Terreinen binnen de vastgestelde kritische afstand van Natura2000 – Natura2000 Peilbesluit – Peilbesluit Bijzonder Provinciaal Landschap – Bijzonder provinciaal landschap (totaal) Wieringen – Kernkwaliteiten Bijzonder Provinciaal Landschap

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

17

Agrarische bedrijven: Er zijn regels opgenomen voor het agrarisch bedrijf in Noord-Holland in artikel 6.33 van de Omgevingsverordening. In hoofdstuk 3.2.1 wordt getoetst aan de regels van artikel 6.33. Bodemsanering: Er zijn specifieke regels opgenomen voor het geval er een bodemsanering plaatsvindt. In dit plan is bodemsanering niet van toepassing. Landelijk gebied: Er zijn regels opgenomen ten aanzien van het ontwikkelingen van woningen in het landelijk gebied (afdeling 6.1), duurzame energie (afdeling 6.2) en ruimtelijke inpassing in landelijke gebied (afdeling 6.5). Het ontwikkelen van woningen in landelijk gebied is niet van toepassing, daarmee is afdeling 6.1 niet relevant. Afdeling 6.2 gaat enkel om Windturbines en Zonnepanelen. Daarmee is afdeling 6.2 niet relevant voor de planvorming. Afdeling 6.5 is van toepassing indien het plangebied ook is gelegen in een gebied met een grote cultuurhistorische waarde. Het plangebied is niet gelegen in een gebied met een grote cultuurhistorische waarde. Daarmee is ook afdeling 6.5 niet relevant. Peilbesluit: De regels ten aanzien van het peilbesluit zijn vastgelegd in afdeling 6.10 van de verordening. Deze regels zijn relevant voor oppervlaktewaterlichamen en dus niet van toepassing in dit plan. 3.2.1 Artikel 6.33 Onderstaand is getoetst op artikel 6.33 van de Omgevingsverordening NH2020. Artikel 6.33 Agrarische bedrijven 1.

Een ruimtelijk plan kan ter plaatse van het werkingsgebied agrarische bedrijven voorzien in agrarische bedrijven, waarbij geldt dat: a. bebouwing wordt geconcentreerd in een bouwperceel, waarbij de omvang van het bouwperceel ten hoogste 2 hectare bedraagt. De omvang van het bouwvlak is niet groter dan 2 hectare. Het gewenst bouwvlak is 1,5 hectare. b. bij het toestaan van een nieuw bouwperceel wordt gemotiveerd waarom niet op bestaande bouwpercelen in de behoefte kan worden voorzien, waarbij ingegaan wordt op de mogelijkheden tot hergebruik van bouwpercelen die niet meer voor de agrarische functie worden benut en op het combineren van functies op bestaande bouwpercelen. Een nieuw bouwperceel is niet van toepassing. c. in afwijking op onderdeel a is een omvang van het bouwperceel van meer dan 2 hectare toegestaan, indien de uitbreiding noodzakelijk is voor het agrarisch productieproces en het geen glastuinbouwbedrijf betreft. Een bouwperceel van meer dan 2 hectare is niet van toepassing. d. in afwijking op onderdeel a geldt dat de omvang van een bouwperceel voor een glastuinbouwbedrijf meer kan bedragen dan 2 hectare, indien het bedrijf grenst aan bestaand stedelijk gebied, niet grenst aan andere glastuinbouwbedrijven, sprake is van grondgebonden teelt en sprake is van aantoonbare duurzame synergie met aangrenzende stedelijke functies.

Een bouwperceel van meer dan 2 hectare is niet van toepassing. e. per volwaardig agrarisch bedrijf kan ten hoogste één bedrijfswoning worden toegestaan. Het aantal bedrijfswoningen blijft gelijk. f. in afwijking van onderdeel e geldt dat een extra bedrijfswoning kan worden toegestaan, indien dit noodzakelijk is voor het toezicht op de bedrijfsvoering.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

18

2.

3.

4.

Het aantal bedrijfswoningen blijft gelijk. g. ten behoeve van de bedrijfsvoering kan worden voorzien in de huisvesting van tijdelijke werknemers, indien: i. de huisvesting wordt voorzien binnen het bouwperceel, en; ii. het een ondergeschikte functie ten behoeve van een volwaardig agrarisch bedrijf betreft. Het plan voorziet niet in tijdelijke huisvesting. h. indien het agrarisch bedrijf is gelegen in veenpolderlandschap, bevat het ruimtelijk plan een verbod op het scheuren van grasland, tenzij wordt aangetoond dat dit bijdraagt aan meer biodiversiteit in het grasland en daarbij bodemerosie en extra CO2 uitstoot wordt vermeden. Het scheuren van grasland is niet van toepassing. Niet-agrarische bedrijfsfuncties zijn als onderdeel van een agrarisch bedrijf toegestaan, waarbij geldt dat: a. uitsluitend kleinschalige vormen van bijzondere huisvesting, werken, recreatie, gebruiksgerichte paardenhouderij, detailhandel en zorgfuncties zijn toegestaan; en Niet-agrarische bedrijfsfuncties zijn van toepassing in het plan in de vorm van recreatie. b. de omvang past binnen de op basis van het eerste lid bepaalde omvang van het bouwperceel. Niet-agrarische bedrijfsfuncties zijn van toepassing in het plan en passen in het beoogde bouwperceel. Agrarisch aanverwante bedrijven zijn als zelfstandig bedrijf toegestaan, indien: a.

het een uitbreiding van een bestaand agrarisch aanverwant bedrijf betreft; Een agrarisch aanverwant bedrijf is niet van toepassing. b. het agrarisch aanverwant bedrijf zich vestigt op een bestaand agrarisch bouwperceel; of Een agrarisch aanverwant bedrijf is niet van toepassing. c. het een verplaatsing van een bestaand agrarisch aanverwant bedrijf betreft en gemotiveerd wordt waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in de regio in de verplaatsing kan worden voorzien en waarom hergebruik van percelen die niet meer voor de agrarische functie worden benut niet mogelijk is; en Een agrarisch aanverwant bedrijf is niet van toepassing. d. de omvang een bouwperceel na toepassing van onderdeel a, b of c ten hoogste 2 hectare bedraagt. Een agrarisch aanverwant bedrijf is niet van toepassing. Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen over de aard en omvang van de in het tweede lid genoemde niet-agrarische bedrijfsfuncties. Niet-agrarische bedrijfsfuncties zijn niet van toepassing in het plan.

Conclusie Geconcludeerd kan gesteld worden dat het initiatief voldoet aan de regels in artikel 6.33 van de Omgevingsverordening NH2020.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

19

3.2.2

Art. 6.59 Ruimtelijke kwaliteitseis in geval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied Daarnaast is artikel 6.59 van toepassing op onderhavig initiatief. Dit artikel stelt een ruimtelijke kwaliteitseis in geval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied. Het Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018, welke is vastgesteld door de Gedeputeerde Staten, dient als een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap. Het betreft 20 verschillende ensembles in 10 provinciale structuren. De planlocatie bevindt zich in het ensemble ‘Wieringen – Wieringermeer. Bij dit ensemble liggen de Waddenzee en het Ijsselmeer liggen aan de noord- en oostzijde van het ensemble. De Westfriese Omringdijk vormt aan de zuidzijde de aansluiting met het oude zeekleilandschap. Het Waardkanaal is de westgrens en verbindt dit deel van de provincie via water wat meer zuidelijk gelegen delen van de provincie. De snelweg A7 verbindt het ensemble met de Amsterdamse regio en via de Afsluitdijk met de provincie Friesland. Via de N99 is Den Helder bereikbaar. De planlocatie bevindt zich in het keileemlandschap met reliëf en is weergegeven met een rode cirkel in figuur 3.2.

Het ensemble Wieringen – Wieringermeer staat beschreven aan de hand van drie provinciale Figuur 3.2 - Overzichtskaart van het ensemble kernwaarden; de landschappelijke karakteristiek, de Wieringen - Wieringermeer. openheid en ruimtebeleving en de ruimtelijke dragers. Landschappelijk karakteristiek Wieringen wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van onregelmatige en kleinschalige wegen en kavels. De bebouwing is divers en bevindt zich in kleinschalige linten of kernen. Identiteitsbepalende elementen zijn de hagen langs de wegen, de wallen, de singels, de stolpboerderijen van het Wieringer type, de Wierschuur en de bosjes met eendenkooien in de kogen. De Wierdijk ligt als historische waterkering aan de zuidzijde van het voormalige eiland. Openheid en ruimtebeleving Wieringen heeft een vrij gesloten en kleinschalig karakter. Vanaf de hogere delen zijn de zichtlijnen vaak wel lang en verassend, bijvoorbeeld over het Wad richting Den Helder of over de Wieringermeerpolder. De kogen zijn relatief open gebieden. De ligging aan de Waddenzee, het Amstelmeer en het Ijsselmeer zorgt voor grote openheid rond het voormalig eiland. Het plangebied bevindt zich in een vrij besloten en kleinschalig karakter in een koog gebied. Vanaf de planlocatie, weergegeven met de cirkel, bevinden zich geen lange Figuur 3.3 - Kaart van zichtlijnen en openheid van het ensemble.

zichtlijnen van een hoog gedeelte.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

20

Ruimtelijke dragers Op Wieringen zijn de dragers de kronkelige kleinschalige linten over het glooiend reliëf, vaak met lintbebouwing of haagbeplanting. Hier ligt de nadruk op ontwikkeling van recreatie en toerisme, natuurontwikkeling en landbouw. Ook is er sprake van schaalvergroting in de landbouw en is een zorgvuldige inpassing in het cultuurhistorisch waardevolle landschap essentieel. Voor (agrarische-) erven zijn aparte ambities en ontwikkelprincipes opgesteld in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018. Essentieel voor de kwaliteit van het Noord-Hollandse landschap is het behoud, en het liefst versterking, van de erfkwaliteit. De ruimtelijke kwaliteit van agrarische erven is gebaat bij het inpassen en uitbreiden van erven volgens het gebiedseigen karakter. Het is hierbij van belang dat de inpassing van de nieuwe bebouwing aansluit bij de vorm en oriëntatie die kenmerkend zijn voor erven en kavels in het gebied. Een kenmerkend element van de erfbeplanting in de nabije omgeving van de planlocatie is erfrandbeplanting. Dit element is ook meegenomen in het opgestelde landschapsplan (Bijlage 2) met gebiedseigen beplanting. Hiermee vormt de planlocatie een traditioneel ‘Beemster erf’, wat een vierkante vorm heeft. Daarnaast zal aan de voorzijde, Figuur 3.4 - Voorbeeld van een gezien vanaf de Zuiderkoogweg, een geschoren haag worden Veehouderserf, zoals weergeven geplaatst.

Dit is een kenmerkend elementen voor het ‘Veehouderserf’, in het Leidraad. zoals weergegeven in figuur 3.4. Voorgenomen initiatief zal het erf verbinden met de omgeving. Dit is één van de ontwikkelprincipes zoals beschreven in het Leidraad. Het aanbieden van de mogelijkheid om een blik in de stal te werpen, producten te kopen of natuur op en rond het erf te zien wordt beschreven als één van de ambities binnen het Leidraad. Onderhavig initiatief zal zeker voorzien in deze ambitie met de voorgenomen activiteiten. De landschappelijke inpassing van zowel het voorhuis, als het (achter-)erf met gebiedseigen beplanting zullen het bezoek van de passanten verrijken. Een ander ontwikkelprincipe is het hebben van een heldere indeling van de voor- en achterkant met bijpassende uitstraling. De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij een voorzijde van het erf wat zich toont met een mooi voorhuis en een siertuin. Daarnaast mag de voorkant ook zijn bijzonder aard van kennis en producten laten zien. Aan de achterzijde van het erf wordt gewerkt; hier bevinden zich de schuren, opslag en logistiek. Deze opstelling zal worden behouden met voorgenomen initiatief. Met het landschapsplan zal worden voorzien dat de voorzijde een laag geschoren beukenhaag krijgt. Dit zorgt ervoor dat het huis met eigen tuin en de nevenactiviteiten duidelijk gezien worden vanaf het straat aanzicht.

Het ‘werk’-gedeelte wordt omringd door hoge erfrandbeplanting, welke het minder toegankelijk en zichtbaar maakt. De geschoren haag zal ook voorzien in een duidelijk afscheiding van het bedrijf en het privé-gedeelte (huis en privétuin). Door middel van een nieuwe inrit zal het bedrijfsgedeelte toegankelijk zijn voor voorbijgangers. Verdere toelichting is te vinden in het landschapsplan Figuur 3.5 – Aanduiding van vooren achterkant van het bijgevoegd Bijlage 2, en in het Erfplan (Bijlage 3). voorgenomen initiatief.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

21

3.3

Bijzonder Provinciaal Beleid

Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) is het regime voor bescherming en waar mogelijk versterking en ontwikkeling van gebieden in Noord-Holland die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn. Het BPL is beschreven in kernkwaliteiten per deelgebied. De voormalige beschermingsregimes Bufferzones, Aardkundig Monument en Weidevogelleefgebied zijn geborgd in de kernkwaliteiten. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, gericht op de wezenlijke kenmerken en waarden van natuur en landschap) en Provinciale Monumenten hebben een eigen regime en vallen daarom buiten het BPL-regime. In het BPL zijn ruimtelijke ontwikkelingen, met uitzondering van nieuwe stedelijke ontwikkelingen, toegestaan wanneer de beschreven kernkwaliteiten niet worden aangetast. Per locatie kan aan de hand van de kernkwaliteiten een zorgvuldige afweging worden gemaakt welke ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk en welke niet wenselijk zijn. Hierdoor is er ruimte voor maatwerk en gebiedsgerichte differentiatie. In de ruimtelijke onderbouwing van een bestemmingsplan dat een ontwikkeling in het BPL mogelijk maakt, moet worden gemotiveerd dat de ter plaatse geldende kernkwaliteiten niet worden aangetast. In lijn met de provinciale Leidraad Landschap en Cultuurhistorie zijn de kernkwaliteiten beschreven aan de hand van drie provinciale kernwaarden: 1.

Landschappelijke karakteristiek: de landschapstypen en de belangrijkste kenmerken van deze landschappen. 2. Openheid en ruimtebeleving: de beleving van de ruimte, de horizon en de oriëntatiepunten. 3. Ruimtelijke dragers: de driedimensionale structuren en lijnen die in het (vlakke) landschap het beeld bepalen en begrenzen. Onderhavig initiatief bevindt zich in het Bijzonder Provinciaal Landschap Wieringen. Hierdoor dient het te voldoen aan artikel 6.46 van de Omgevingsverordening NH2020. Dit artikel stelt dat de kernkwaliteiten van het BPL waarin de planlocatie zich bevindt, niet mogen worden aangetast. Het BPL waar de planlocatie zich in bevindt wordt hieronder verder toegelicht, evenals onderbouwing van het behoud van de geldende kernkwaliteiten. 3.3.1 Bijzonder Provinciaal Landschap Wieringen Wieringen is een voormalig (wadden)eiland met eraan vast de aandijking Polder Waard-Nieuwland. Het eiland is ontstaan door de opstuwing van de ondergrond en heeft een kern van keileem. Pas in 1930 was Wieringen, met de drooglegging van de Wieringermeerpolder, geen eiland meer. Wieringen kent een gevarieerd landschap. Het bestaat uit het glooiende hoger gelegen, besloten stuwwallandschap en meer vlakke, lager gelegen delen. Polder Waard-Nieuwland heeft een rationeel agrarisch landschap. Het BPL Wieringen ligt in het noordoosten van Noord-Holland.

Het gebied wordt aan de noord- en oostzijde begrensd door de Waddenzee en aan de zuidzijde door het Amstelmeerkanaal dat de grenst vormt tussen Wieringen en de ingedijkte polder Wieringermeer. Aan de westzijde van Wieringen ligt het Amstelmeer. Aan de oostzijde grenst dit BPL aan een stukje IJsselmeer (Zuiderhaven) en het Robbenoordbos. De Afsluitdijk, die de grens vormt tussen de Waddenzee en het IJsselmeer, sluit ter hoogte van Den Oever aan op Wieringen. Wieringen is een voormalig eiland dat als een keileembult in een uitgestrekt veengebied lag. Na het wegslaan van dit veen, kwam Wieringen in de Waddenzee te liggen. Polder Waard-Nieuwland is een aandijking aan het oude eiland en hoort eveneens bij het BPL Wieringen. Aan de zuidzijde van het oude eiland (deels grenzend aan Polder Waard-Nieuwland) ligt de Wierdijk. Dit is een provinciaal monument. Verspreid over het eiland en langs de dijken liggen verschillende NNN-gebieden. Midden over het eiland loopt de N99, overgaand in de A7/Afsluitdijk. (Het BPL Wieringen maakt deel uit van het ensemble Wieringen-Wieringermeer in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie, beschreven in paragraaf 3.2.2.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

22

3.3.2 Landschappelijk karakteristiek Het historische reliëfrijke en kleinschalige landschap is typerend voor Wieringen. Het stuwwallandschap op het voormalige eiland heeft afwisselend hogere keileembulten en lagere kogen (vlakke en open hooilanden) en polders. Door de aanwezigheid van het open Amstelmeer zijn de keileembulten met name vanuit het westen goed zichtbaar. Het open vlakke landschap van de aandijking Polder WaardNieuwland staat hiermee in contrast. Het verkavelingspatroon op Wieringen is karakteristiek vanwege de onregelmatigheid die samenhangt met het reliëf. Deze verkaveling is samen met de kronkelige linten één van de belangrijkste kenmerken van het eiland. De geometrische opzet en het rationele verkavelingspatroon van Polder WaardNieuwland staat in contrast met die van het voormalige eiland. De opzet en verkaveling heeft zijn eigen unieke waarde en geeft de ontginningsgeschiedenis van de aandijkingspolder weer. Het verschil in maat en kavelvorm op het eiland en in de nieuwe polder reflecteert de ontstaansgeschiedenis. Ruimtelijke ontwikkelingen die het verschil in op het eiland en in de jonge polder in hoge mate nivelleren zijn een aantasting van de kernkwaliteit. De planlocatie bevindt zich niet op een dusdanige locatie waar reliëfrijk landschap aanwezig is. Het plangebied bevindt zich in het verkavelingsgedeelte.

Voorgenomen uitbreiding zal aansluitend plaatsvinden op het bouwvlak. De bouwvlakuitbreiding zal niet gepaard gaan met het nivelleren van het bestaand landschap. Er zullen geen ophogingen of afvlakkingen veranderd of zichtbaar worden. Onderhavig initiatief vormt daarmee geen aantasting van de kernkwaliteit. De nieuwe maat en kavelvorm van het initiatief wordt landschappelijk ingepast. Deze inpassing is verwerkt in het landschapsplan bijgevoegd als Bijlage 2. Zie figuur 3.2 voor de plaats van het plangebied binnen de BPL kaart.

Figuur 3.2 Aardkundige en landschappelijke karakteristiek (BPL kaart).

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

23

3.3.3 Openheid en ruimtebeleving Wieringen kenmerkt zich door een afwisseling tussen openheid en beslotenheid. Het grootste gedeelte van Wieringen heeft een besloten en kleinschalig karakter. Dit komt hoofdzakelijk door het reliëf en de beplanting. In de kogen is openheid en ook Polder Waard-Nieuwland is aan weerszijden van de middenas open. Deze afwisseling tussen openheid en beslotenheid zorgt voor een hoge ruimtelijke kwaliteit in dit BPL. Grote delen van het oude eiland Wieringen zijn een geschikt habitat voor weidevogels. Het betreft vooral de open graslanden in de kogen en polders. Naast de aanwezige hoogteverschillen als gevolg van de hooggelegen stuwwal en laaggelegen kogen, hebben de gebieden ook (meer kleinschalige) verschillen in reliëf binnen de kavels. In combinatie met een mozaïek van verschillende vormen van graslandbeheer biedt dit variatie in vegetatiegroei en daarmee een hoge geschiktheid voor weidevogels. Ook de afwisseling tussen brakke en zilte graslanden langs de zeedijk, deels binnen- en deels buitendijks, en de meer landinwaarts gelegen graslanden in de polders is van belang. Het meest westelijke deel van Polder Waard-Nieuwland is eveneens geschikt habitat voor weidevogels. Het noordelijke en zuidelijke deel van Wieringen heeft bovendien stilte als kwaliteit. Deze stilte maakt het gebied ook aantrekkelijk voor weidevogels.

De initiatiefnemer neemt ook deel aan weidevogelbeheer door onder ander de grutto, tureluur en kievit, mogelijkheden te bieden rustig te broeden. In het BPL Wieringen worden ook eendenkooien genoemd vanwege de landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarde. Tegenover het plangebied ligt een eendenkooi met daardoor heen een fietspad. Door de recreatieve plannen op het agrarische bedrijf zal de eendenkooi door fietsers, wandelaars en vogelspotters meer waardering krijgen en ook wordt ook de educatieve beleving versterkt. De uitbreiding van het initiatief is aaneengesloten aan het bestaande perceel. De landschappelijke inpassing voorziet dat het aanzicht dan ook een geheel blijft. Dit is voorzien door middel van erfrandbeplanting en geschoren hagen. De bestaande zichtlijn vanaf de keileembult blijft behouden, en zal niet versnipperd worden doordat het perceel een geheel blijft. De nabije eendenkooi wordt op geen enkele manier aangetast. Zo blijft beslotenheid van de eendenkooi behouden. Tegelijkertijd bevinden zich buiten de erfrandbeplanting enkel agrarische percelen. Hierdoor blijft de openheid rond de eendenkooi behouden. Door middel van de landschappelijke inpassing, welke is afgestemd op de bestaande eendenkooi, zal deze kernkwaliteit geenszins worden aangetast.

Figuur 3.2 Openheid en ruimtebeleving (BPL kaart)

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

24

3.3.4 Ruimtelijke dragers Het BPL Wieringen kent verschillende ruimtelijke dragers, waaronder de historische wegen, dijken en linten. Er zijn een groot aantal stolpboerderijen, die samen een zogenaamde ‘stolpenzwerm’ vormen.

Figuur 3.3 Ruimtelijke dragers (BPL kaart)

Onderhavig plan ligt met betrekking tot de ruimtelijke dragers in het BPL Wieringen, dichtbij de ‘Stolpen zwerm’ zoals in figuur 3.3 met rode puntjes is aangegeven. Er vindt door het plan geen verstoring plaats van de onderlinge visuele samenhang binnen de stolpenstructuur en de relatie met het landschap. Ook heeft het plan geen invloed op de zichtbaarheid van de kronkelige, oorspronkelijke routes. Deze kernkwaliteit wordt dus niet aangetast door onderhavig initiatief. Conclusie Bijzonder Provinciaal Landschap – Wieringen Uit bovenstaande onderbouwing kan worden geconcludeerd dat geen enkele kernkwaliteit van het BPL Wieringen wordt aangetast door onderhavig initiatief. Het landschapsplan voorziet dat de nieuwe maat en kavelvorm wordt ingepast met erfrandbeplanting en geschoren hagen. Hiermee behoudt de planlocatie een kenmerkend element van de omgeving, namelijk het ‘Veehouderserf’. Nabije openheid van de eendenkooi wordt niet aangetast door het initiatief, dan wel door de landschappelijke inpassing. Het landschapsplan is bijgevoegd als Bijlage 2.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

25

3.4

Beleid KRW

3.4.1 KRW In 2000 hebben de EU-lidstaten de Kaderrichtlijn Water (KRW) vastgesteld. De belangrijkste doelen van de KRW zijn de algemene bescherming en verbetering van de kwaliteit van grond- en oppervlaktewateren, van de grondwaterkwantiteit, de specifieke bescherming en verbetering van beschermde gebieden, met als drijfveer het duurzaam gebruik van water. Om deze doelen te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. Het maatregelenprogramma bestaat in Nederland uit de optelsom van alle maatregelen voor de uitvoering van de KRW die zijn opgenomen in de waterplannen op grond van de Waterwet: het Nationale Waterplan, het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren, de regionale waterplannen en de beheerplannen voor de regionale wateren. Het Rijk voert de regie op hoofdlijnen en is verantwoordelijk voor het vastleggen van doelen en maatregelen voor de rijkswateren. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling heeft betrekking op de verandering van een bestaand erf, de functie van het erf wijzigt niet. Het plan heeft geen effect op oppervlaktewater en grondwater. Het voornemen leidt daarmee niet tot strijdigheid met de EU kaderrichtlijn Water.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1 Omgevingsvisie Hollands Kroon De Omgevingsvisie van de gemeente Hollands Kroon is laatstelijk gewijzigd vastgesteld op 18 februari 2021. De omgevingsvisie is een integrale visie en een helder fundament voor het beleid van Hollands kroon en de uitvoering ervan voor de periode tot 2030. Het betreft naast ruimtelijke ordening ook onderwerpen als veiligheid, economische en technologische ontwikkelingen, natuur, milieu en bereikbaarheid. Dit moet meer samenhang brengen in het beleid voor de fysieke leefomgeving om flexibeler in te kunnen spelen op de veranderingen in de maatschappij. Energie De agrarische sector kan een belangrijke bron van duurzame energie worden. Voorbeelden: biogas uit mestvergisting (melkvee- en varkenshouderij), elektriciteit uit mestverbranding (pluimveehouderij), brandstoffen uit geteelde biomassa (akkerbouw). De gemeente Hollands Kroon draagt actief bij aan het verbinden van de agrarische bedrijven en bedrijven met innovatieve technologieën op het gebied van energie. Plangerelateerd: Initiatiefnemer heeft reeds zonnepanelen geïnstalleerd op bestaande gebouwen. En heeft het voornemen de opwekking van duurzame energie te verhogen. Duurzaamheid Duurzaamheid kent vele gezichten en interpretaties. Waar het om gaat is dat de basishouding er één is van 'denken en doen aan duurzaamheid'.

Of het nu gaat om duurzame landbouw / visserij, duurzame energieopwekking of duurzaam inkopen. Duurzaamheid vormt een integraal uitgangspunt bij opzet en uitvoering van het gemeentelijk beleid en bedrijfsvoering. Er ligt een opgave gezien de ambities van de rijksoverheid om van 5% duurzame energie in 2013 te groeien naar 14% in 2020. Hollands Kroon is een gemeente bij uitstek om deze duurzame ambities te realiseren.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

26

De ontwikkelingen binnen Hollands Kroon moeten duurzaam plaatsvinden waarbij de huidige generatie zoveel als mogelijk voorziet in zijn eigen behoeften, zonder de toekomstige generaties te beperken of af te wentelen op mensen die ergens anders leven. Plangerelateerd: Met de vergroting van het bouwvlak kan er ruimte worden gemaakt voor een V-stal waarin de melkkoeien in een potstal zullen worden gehuisvest met weidegang. Het bedrijf zal in dieraantallen verkleinen en de huidige melkveestal zal plaats bieden aan het jongvee, dat nu wordt uitbesteed op een andere locatie. Naast minder NH³-uitstoot door het totaal aantal dieren te verkleinen, zal er door het plaatsen van de alle dieren op de locatie efficiënter worden omgegaan met transportbewegingen van o.a. voer, diertransport etc. Overigens zal de potstal-mest op het land worden gebracht en verrijkt dit het actieve bodemleven ten opzichte van drijfmest. Bovenstaande is ook een vorm van duurzaamheid. Agrarische sector Hollands Kroon heeft de meeste landbouwbedrijven en het grootste agrarische grondgebruik in de provincie Noord-Holland. Vrijwel alle landbouwsectoren zijn in onze gemeente te vinden: van bloembollen tot tuinbouw, van akkerbouw tot (intensieve) veehouderij en glastuinbouw.

Dit vanwege de uitstekende fysieke condities (de bodemgeschiktheid, de grootschalige ruimte, het licht en de bereikbaarheid) en de aanwezigheid van de verschillende ketenpartners (opslag, verpakking, vervoer, distributie, etcetera.). Ook zijn wij de Noordwest-flank van de Greenport Noord-Holland Noord. In de agrarische sector vindt veel research & development plaats, zodat ook arbeidsplaatsen voor hoger opgeleide jongeren ontstaan. In de Wieringermeer ligt de proeftuin Zwaagdijk, een van de belangrijkste agrarische praktijkgerichte onderzoekscentra van Nederland. Dit alles maakt Hollands Kroon in agrarisch opzicht tot een unieke plek! Gemeente Hollands Kroon staat voor ruimte om te ondernemen in de agrarische sector. Waarbij er uniforme regels gelden in de gehele gemeente en veel ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen. De agrarische sector is de primaire functie in ons buitengebied en deze is aan vele ontwikkelingen onderhevig. Aan de ene kant neemt door schaalvergroting de bedrijfsomvang toe, aan de andere kant richt een deel van de bedrijven zich op specialisatie of verbreding. Daarnaast zoeken bedrijven meer aansluiting bij maatschappelijke ontwikkelingen zoals biologische landbouw, zorg, recreatie etcetera. Voor deze ontwikkelingen is een economisch duurzaam bedrijf van belang.

Ruimte om te ondernemen is cruciaal en een bouwperceel van voldoende omvang is daarbij noodzakelijk. Iedereen heeft dezelfde bouwrechten, tenzij we te maken hebben met een specifiek gebied. Hierbij gaan wij uit van bouwblokken van twee hectare voor bestaande agrarische bouwblokken in onze nieuwe ruimtelijke plannen. Grotere bouwblokken zijn ook mogelijk, als het bedrijf meer ruimte nodig heeft, maar deze ontwikkelingen zijn altijd maatwerk. Het is ook belangrijk om een goed woon- en leefklimaat voor de omgeving te borgen. Wij vinden aanvullend dat er sprake moet zijn van circulaire economie, waarbij reststoffen of grondstoffen lokaal gebruikt of hergebruikt kunnen worden. Plangerelateerd: Het nieuwe bouwblok heeft een oppervlakte van 1,5 hectare, dit past binnen het beleid.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

27

3.5.2 Welstandsnota Hollands Kroon Gemeente Hollands Kroon heeft op 19 december 2013 de Welstandsnota Hollands Kroon vastgesteld. Onderdeel van de welstandsnota is een kaart; deze maakt inzichtelijk waar welke welstandsregels van toepassing zijn. Er zijn drie typen gebieden te onderscheiden: 1. 2. 3.

welstandsvrij; welstandsluw; welstandsintensief.

Figuur 3.5: Ligging plangebied binnen Welstandskaart behorend bij Welstandsnota Hollands Kroon.

Het plangebied is gelegen in een welstandsluw gebied. In dit gebied is een licht preventief welstandstoezicht van toepassing en moet een plan voldoen aan globale welstandsregels. Deze welstandsregels zijn onderstaand weergegeven en onderhavig initiatief is getoetst aan deze regels. Geen grove ontkenning of vernietiging van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een initiatief; Geen grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is; Geen materiaalgebruik wat in de omgeving ongebruikelijk is; Geen toepassing van felle of contrasterende kleuren; Geen toepassing van opdringerige reclames. Binnen onderhavig initiatief wordt het bouwvlak vergroot. Er wordt rekening gehouden met de materiaalkeuze om de impact zo veel mogelijk te verkleinen, zoals de zichtstal. Het initiatief doet absoluut geen afbreuk aan het landschap, vanwege de uit te breiden groene strook rond het erf en daarmee ook het uit het oog nemen van de ruwvoeropslag. Hiermee wordt voldaan aan de welstandsregels uit de Welstandsnota.

Ruimtelijke onderbouwing voor Hippolytushoeverkruisweg 7 te Hippolytushoef

28

4

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

4.1

Archeologie en cultuurhistorie

4.1.1 Archeologie Voorafgaand aan de realisatie van de beoogde bedrijfsopzet dient onderzocht te worden of er sprake is van aantasting van archeologische, aardkundige en cultuurhistorische waarden. Uitgangspunt inzake archeologie is het archeologische erfgoed te beschermen op Europees niveau. Ten behoeve hiervan is door het Rijk het Verdrag van Malta ondertekend en zijn de verplichtingen aangegaan. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dienen bij archeologische waardevolle terreinen en gebieden met een (middel-) hoge verwachtingswaarde de archeologische waarden door middel van een vooronderzoek in kaart te worden gebracht. Hollands Kroon wordt gekenmerkt door een rijk bodemarchief, waarvan de bewaarcondities over het algemeen gunstig zijn. Er zijn tevens drie archeologische gebieden van provinciaal belang binnen de gemeentegrenzen. Dit houdt in dat archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden en als blijkt dat er sprake van aantasting is dit goed gemotiveerd moet worden. Hoewel de gemeente het belangrijk vindt om ruimte te bieden aan onze inwoners en ondernemers zodat zij hun wensen en dromen kunnen realiseren, vindt de gemeente dat het archeologisch erfgoed enige bescherming verdient. Plan gerelateerd: Het plangebied ligt niet binnen een gebied met archeologische waarde. Er behoeft voor dit plan geen archeologisch (voor)onderzoek verricht te worden.

4.1.2 Cultuurhistorie Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingsplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1998 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011, zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen.

Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren worden gehaald. In de toelichting van een bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen over hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om beter te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafwegingen. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=fa1c05d6-91c3-4378-9721-09017940e8e4