CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Toelichting BP Muggenburgerweg 4 Haringhuizen.pdf

Raad 15 september 2022, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Bestemmingsplan Muggenburgerweg 4 Haringhuizen13.229 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bij de bezoeken naar overige broedvogels werden er roepende juveniele Winterkoningen waargenomen op de bebouwing van het plangebied, dit een vogelsoort met een niet-jaarrond beschermd nest. Op het terrein broedt waarschijnlijk Spreeuw alsmede Witte Kwikstaart, Kauw en verschillende algemene bos- en struweelvogels. Tevens is er onderzoek gedaan naar de Wezel, Hermelijn en Bunzing, hiervoor hebben drie veldonderzoeken plaatsgevonden. Tijdens deze bezoeken werden geen kleine marters (wezel, hermelijn, bunzing) of andere beschermde, niet vrijgestelde grondgebonden zoogdiersoorten waargenomen in het plangebied. In het plangebied zijn drie soorten vleermuizen vastgesteld hiervoor zijn vijf veldbezoeken geweest in de periode juni tot en met september. Tijdens deze bezoeken werden er langsvliegende, foeragerende exemplaren en baltsende vleermuizen waargenomen. Verblijfplaatsen in bomen of gebouwen zijn hierbij niet vastgelegd. De oostgevel grenst zeer dicht tegen bosschage en bevatte geen kieren of scheuren, de zuidgevel werd na schemering continue beschenen met een bouwlamp. Gedrag van de aanwezige vleermuizen die rondvlogen is geobserveerd, deze kwamen enkel in de voortuin langs om te foerageren. Het ging hierbij om een mannelijke gewone dwergvleermuis, deze laat tijdens de vlucht zijn baltsroep horen en verdedigt een territorium.

Het plangebied valt daarmee binnen het territorium van de mannelijke gewone dwergvleermuis. De gevolgde vliegroute is gevolgd, hierbij valt een belangrijk deel van de foerageervlucht ook buiten het plangebied. Doordat er op straat en rond de huizen veel verlichting is en de planlocatie een beschutte ligging heeft trekt dit nachtinsecten aan. Echter is de voortuin een te klein foerageergebied voor de dwergvleermuizen en is er tijdens de onderzoeksperiode geen binding met dit gebouw vastgesteld. In het plangebied komen jaarrond beschermde nesten van de huismus voor, hiervoor is ontheffing verleend. Hierin zijn passende mitigerende en compenserende maatregelen beschreven. Ten behoeve van de broedvogels met een niet-jaarrond beschermd nest dienen de werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Conclusie Voor de sloop is een ontheffing voor huismussen verleend in augustus 2021. Het aspect flora en fauna staat de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan niet in de weg.

4.7

Gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Op omliggende agrarische percelen kan gebruik gemaakt worden van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Voor het waarborgen van een effectief en veilig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen gelden tal van (wettelijke) regels, deze zijn voornamelijk gericht op het beschermen van (oppervlakte)water, consumenten, agrariërs en hun werknemers. Beleidsmatig is er ook steeds meer aandacht voor omwonenden en (nietberoepsmatige) passanten. Deze groepen worden echter (nog) niet expliciet beschermd via de wetgeving. Het garanderen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat begint bij de vraag of er mogelijk gezondheidsrisico’s zijn. Het is in algemene zin niet bekend hoe groot de risico’s zijn voor omwonenden van agrarische percelen. Ook is niet bekend of er sprake is van (kans op) concrete gezondheidseffecten die toegeschreven kunnen worden aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Betekenis voor het project Gevoelige functies zijn plaatsen waar regelmatig en voor een groot gedeelte van de dag mensen verblijven of samenkomen. Een woning met tuin wordt als zodanig aangemerkt. Het telen van bollen kent vanuit de VNG-publicatie geen specifieke richtafstanden voor milieuzonering. Wel bestaat jurisprudentie waarin qua richtafstand wordt aangesloten op de richtafstand voor het telen van fruit. De 50 meter afstand is een afstand die in jurisprudentie niet onredelijk geacht wordt.

2 Dit neemt niet weg dat de raad een kortere afstand in een bepaalde situatie toereikend kan achten om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen. Er is onderzoek gedaan naar de drift van gewasbeschermingsmiddelen in de omgeving (bijlage 9). Daaruit volgend is een milieuzone opgenomen om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen planologisch te beperken. Dit is door de eigenaren van de omliggende percelen akkoord bevonden en opgenomen in een verklaring (bijlage 10). Conclusie Het aspect gewasbeschermingsmiddelen en biociden staat de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan niet in de weg.

4.8

Stikstof

De gemeente Hollands Kroon heeft vuistregels met betrekking tot de berekening van stikstof vastgelegd. Ook wel de gebiedsgerichte aanpak genoemd. Hierbij wordt in een kaart (Figuur 14) weergegeven voor welke gebieden in principe geen stikstofberekening noodzakelijk is indien er maximaal 11 woningen gebouwd wonen, voor particulieren, uitgevoerd door een aannemer die werkt met STAGE-IV of nieuwer materieel.

2 Onder andere de uitspraak van 27 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1698

Figuur 14 | Uitsnede gebiedsgerichte aanpak stikstof Hollands kroon met de locatie (blauwe cirkel)

Per 1 juli 2021 is de Wet en Besluit stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden, deze bevat een gedeeltelijke vrijstelling van de natuurvergunningsplicht voor de bouwsector. De vrijstelling geldt voor bouwactiviteiten in de bouw- en sloopfase, waarin emissies tijdelijk en beperkt zijn. Conclusie Voor de publicatie van de gebiedsgerichte aanpak Hollands Kroon en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering is een AERIUS berekening uitgevoerd voor de gebruiks- en aanlegfase. Uit de berekeningen van bijlage 8 blijkt dat de geschatte totale emissie 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Het aspect stikstof staat de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan niet in de weg.

4.9 Verkeer en parkeren Als gevolg van de ontwikkeling treedt er een wijziging op in de verkeersgeneratie van en naar het plangebied. Bij een bestemmingswijziging zal aangetoond moeten worden dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening wat betreft de toekomstige verkeersafwikkeling. Betekenis voor het project Volgens de CROW-publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ wordt voor vrijstaande woningen op deze locatie een verkeer aantrekkende werking van circa 8 motorvoertuigen per dag per woning aangehouden. Voor de te realiseren extra 4 woningen betekent dit circa 32 motorvoertuigen per dag. Gelet op de capaciteit en huidige intensiteit van omliggende wegen leidt dit niet tot problemen in de verkeersafwikkeling. Op grond van de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie (publicatie 317, oktober 2012) van de CROW, kan worden uitgegaan van een parkeerbehoefte van 2,3 (gemiddelde van 1,9 en 2,7) parkeerplaatsen per woning met een bezoekersaandeel van 0,3. Hierbij is rekening gehouden met het gebiedstype ‘niet stedelijk gebied’ en ‘rest bebouwde kom’. Hiermee komt het totaal aantal parkeerplaatsen op 16,1 parkeerplaatsen, waarvan 2,1 parkeerplaatsen voor bezoekers moeten zijn. Op de individuele kavels wordt voldoende ruimte gecreëerd voor 2 parkeerplaatsen per kavel. Voor de openbare 2 parkeerplaatsen wordt ruimte gecreëerd langs

de weg aan de voorzijde van de meest oostelijke kavel op de terp (Figuur 15). Hierdoor is deze openbaar toegankelijk voor iedereen.

Figuur 15 | Plankaart met aangewezen parkeerplaatsen

Conclusie De verwachting is dat de capaciteit van de Muggenburgerweg voor het verwerken van de verkeersbewegingen voldoet en aan de gemeentelijke parkeernorm kan worden voldaan. Het bestemmingsplan is uitvoerbaar is op het aspect verkeer en parkeren.

4.10 Akoestiek Op grond van de Wet geluidhinder dient de geluidbelasting afkomstig van geluidgezoneerde wegen op de nieuwe woningen (geluidgevoelige bestemmingen) te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden. Wegen met een maximumsnelheid van 30km/h kennen geen geluidzone maar in het kader van een goede ruimtelijke ordening dient de geluidbelasting wel te worden beschouwd. Betekenis voor het project Aanlegfase Tijdens de aanlegfase draagt de aannemer zorg voor het binnen de perken blijven van geluidsoverlast. De aannemer houdt zich aan de richtlijnen volgens het Bouwbesluit Gebruiksfase Het plangebied grenst aan een tweetal wegen, de Hogebierenweg en de Muggenburgerweg. De ligging van de geplande bebouwing grenzend aan de Hogebierenweg en de Muggenburgerweg bevindt zich binnen de bebouwde kom en kent een snelheidsregime van 30 km/uur. Hieruit volgt dat geen geluidstoets nodig is voor de Muggenburgerweg. Deze weg genereerd 50-55db,

dit vlakt af tot 45-50db bij de gevels van de woningen (Figuur 16). Deze geluidsgeneratie is in lijn met de richtlijnen vanuit de wet geluidhinder, die een voorkeurswaarde stelt van 50db.

Figuur 16 | Uitsnede geluidskaart (bron: www.atlasleefomgeving.nl)

Conclusie Het aspect akoestiek staat de uitvoerbaarheid van het project niet in de weg.

4.11 Luchtkwaliteit De Wet Luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Onder kleine projecten worden projecten verstaan die de luchtkwaliteit ‘niet in betekende mate’ verslechteren. Deze projecten worden niet meer beoordeeld op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Draagt een klein project niet of nauwelijks bij aan luchtverontreiniging, dan is er geen belemmering voor. Het voormalige ministerie VROM heeft de definitie van 'in betekenende mate' vastgelegd in het Besluit NIBM. Projecten die de concentratie CO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling. Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in de regeling NIBM omgezet in getalsmatige grenzen, bijvoorbeeld: ▪ woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen; ▪ kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen. De 3%-grens geldt sinds 1 augustus 2009: de datum waarop het Kabinetsbesluit Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van kracht is geworden.

Betekenis voor het project Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat sprake is van een ‘klein project’ dat niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging. In combinatie met de lage achtergrondwaarden in het gebied is luchtkwaliteit geen belemmering voor het voorgenomen plan. Conclusie Het plan is uitvoerbaar ten aanzien van het omgevingsaspect luchtkwaliteit.

4.12 Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. De doelen van milieuzonering zijn: ▪ het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; ▪ het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Betekenis voor het project De locatie bevindt zich tegenover woonbebouwing. Er zijn geen bedrijven in de omgeving aanwezig die voor hinder kunnen zorgen in het plangebied. Tevens worden bedrijven in de omgeving niet in de bedrijfsvoering beperkt als gevolg van het bouwplan. Echter is het plangebied omringd door agrarische gronden, in het kader van spuitzones heeft de gemeente besloten dat er een onderzoek moet plaatsvinden wanneer er sprake is van een spuitzone, de resultaten hiervan worden besproken in paragraaf 4.7. Conclusie Het plan is uitvoerbaar ten aanzien van het omgevingsaspect bedrijven en milieuzonering.

4.13 Externe veiligheid Binnen het beleidskader externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Het plaatsgebonden risico vormt een wettelijke norm voor bestaande en nieuwe situaties. Dit is met een risicocontour ruimtelijk weer te geven. Het groepsrisico is niet in ruimtelijke contouren te vertalen, maar wordt weergegeven in een grafiek. Hierin is weergegeven hoe groot de kans is dat een groep, met een bepaalde grootte, het slachtoffer kan worden van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Betekenis voor het project De Risicokaart Noord-Holland geeft in de directe omgeving van het plangebied geen inrichtingen aan die van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Ook buisleidingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen zijn niet aanwezig in de omgeving van het plangebied. Echter ligt er ten westen van het plangebied een hoogspanningskabel, het plangebied valt net buiten de magneetveldzone en zal dus geen belemmering vormen voor de gevoelige functies (Figuur 17). Er zijn voor het plan dan ook geen belemmeringen aanwezig op het gebied van externe veiligheid.

Figuur 17 | Uitsnede signaleringskaart

Wanneer er gekeken wordt naar de brandveiligheid zijn er twee brandkranen en een opstelplaats voor openwater in de nabijheid van het plangebied (Figuur 18). Dit voldoet voor het beoogde planvoornemen, ook de bereikbaarheid is afdoende.

Figuur 18 | Aanwezigheid van brandkranen en opstelplaatsen voor openwater

Voor de opkomsttijden van de brandweer voor woningen geldt een tijd van 8 minuten volgens het Besluit Veiligheidsregio’s. Tijdens de avond-, nacht- en weekendsituatie bedraagt de opkomsttijd van het eerste blusvoertuig 9,46 minuten. Voor de dag situatie is de 10,14 minuten, hiermee wordt niet voldaan aan de beoogde opkomsttijd. Betekenis voor het project Voor de overschrijding van de opkomsttijd kunnen er een aantal (vrijblijvende) risico beheersende maatregelen worden genomen. Ten behoeve van de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid wordt er geadviseerd om het brandveiligheidsniveau in de woningen te verhogen. Dit kan gedaan worden door woningsprinklers of waterleidingsprinklers aan te leggen in de woning, hiermee worden aanwezige personen vroegtijdig gealarmeerd door gekoppelde rookmelders en gaan de sprinklers bij het bereiken van een bepaald temperatuur direct werken. Hierdoor blijft de omvang van de brand beperkt en wordt er meer vluchttijd gecreëerd. Ook kunnen er gekoppelde rookmelders geïnstalleerd worden zodat iedereen vroegtijdig gewaarschuwd wordt. Het installeren van een woning- of waterleidingsprinkler wordt als gelijkwaardig gezien als het niet aanbrengen van brandwerende gevels in verband met de eisen betreft de spiegelsymmetrie ten opzichte van de perceelgrens Conclusie Het aspect externe veiligheid staat de uitvoerbaarheid van het project niet in de weg.

4.14

Kabels en leidingen

Bij de aanleg van de nieuwe woning vindt er grondzetting door graven plaats. Om inzicht te krijgen in de kabels en leidingen welke door de grond lopen is er een oriënterende KLIC-melding (KLIC= Kabels en Leidingen Informatie Centrum) gemaakt bij het Kadaster. Betekenis voor het project Uit de oriënterende KLIC-melding (Figuur 19) zijn geen beperkingen naar voren gekomen. De bestaande kabels en leidingen zullen deels verlegd moeten worden. Ook zal er aansluiting gezocht moeten worden op de elektra, leidingen en rioleringen. Er is aangetoond dat er voldoende capaciteit beschikbaar is op het bestaande riool om hierop aan te sluiten. Voor aansluiting op de bestaande kabels en leidingen draagt initiatiefnemer zorg waarbij voldaan dient te worden aan de voorwaarden van het HIOR en Moederbestek van de gemeente Hollands Kroon.

Figuur 19 | Uitsnede KLIC-melding

Conclusie Het aspect kabels en leidingen staat de uitvoerbaarheid van het project niet in de weg.

4.15

Duurzaamheid

Klimaatverandering heeft grote impact op onze leefomgeving en het aantal weersextremen neemt met de jaren steeds meer toe. Het wordt warmer en natter, ook zijn er vaker lange periodes van droogte en neemt de kans op overstromingen toe. Inspelen op de gevolgen van klimaatverandering wordt klimaatadaptatie genoemd. Klimaatverandering heeft ook een grote impact op de bebouwde omgeving. Om schade en overlast door weersextremen te beperken, moet de manier waarop steden worden gebouwd en ingericht worden aangepast. Tot 2040 worden in Noord-Holland ongeveer 230.000 woningen gebouwd. Het is belangrijk om deze nieuwbouw duurzaam en dus klimaat adaptief te ontwikkelen om extra investeringen door schade hiervan in de toekomst te voorkomen. Klimaat adaptief bouwen moet leiden tot:

▪ ▪ ▪ ▪

Minder wateroverlast Minder hittestress Minder nadelige gevolgen van langdurige droogte en bodemdaling, Meer biodiversiteit

Betekenis voor het project Bij het opstellen van het bestemmingsplan is wat betreft de klimaat adaptie rekening gehouden met wateroverlast. Dit wordt gedaan door een gescheiden rioolstelsel aan te leggen, hierbij wordt het hemelwater afgekoppeld van de riolering waardoor het riool minder belast wordt. Conclusie Het aspect duurzaamheid staat de uitvoerbarheid van het project niet in de weg.

5.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke ontwikkeling juridisch is vertaald. Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van deze gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en geeft uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. In dit hoofdstuk zal worden ingegaan op de systematiek en leeswijzer bij de verbeelding en regels en de handhaafbaarheid.

5.2 Plansystematiek In dit bestemmingsplan is gekozen voor een gedetailleerde plansystematiek waarbij de locatie van de woningen per woning vastgelegd is met een bouwvlak en gevellijn. Op deze wijze ontstaat een grote mate aan rechtszekerheid voor de omgeving.

5.3 Verbeelding De verbeelding geeft de bestemmingen van de gronden aan. In de planregels staat per bestemming en aanduiding vastgelegd wat de beperkingen en mogelijkheden van de gronden met de bestemming, zoals aangegeven op de verbeelding, zijn.

5.4 Toelichting op de regels In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: ▪ Wonen ▪ Agrarisch met waarden ▪ Water ▪ Leiding – Hoogspanningsverbinding ▪ Waarde - archeologie 1

▪ ▪

Waarde - archeologie 2 Waarde - archeologie 3

De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Dit zijn de inleidende bepalingen van de regels Artikel 1: Begrippen geeft de betekenis aan een aantal in de regels voorkomende begrippen. Hierdoor wordt de interpretatie van de begrippen vastgelegd waarmee de duidelijkheid wordt vergroot. Artikel 2: Wijze van meten geeft aan hoe bepaalde maten dienen te worden berekend. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Deze artikelen bevatten de regels welke direct verband houden met de op de verbeelding aangegeven bestemmingen. Per bestemming en per artikel geldt in de meeste gevallen het volgende stramien: a) een beschrijving van de bestemming; b) de bouwregels: regels omtrent hoogte, bebouwingsdichtheid enz. De bouwregels geven aan welke bouwwerken mogen worden opgericht. c) (eventueel) een mogelijkheid voor afwijken van de bouwregels; d) (eventueel) een omschrijving van de specifieke gebruiksregels; e) (eventueel) een mogelijkheid voor afwijken van de gebruiksregels; De aanduidingen zijn op de verbeelding met een lettercode aangegeven, die in de regels terug zijn te vinden.

Artikel 3: Wonen De gronden van het plangebied zijn bestemd voor ‘Wonen’ waarbij naast het gebruik voor wonen conform de voorwaarden binnen de woonbestemming ook aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven zijn toegestaan. Parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein. Op de verbeelding zijn zeven bouwvlakken opgenomen voor de nieuw te realiseren woningen. De woningen dienen conform de regels binnen het bouwvlak te worden gebouwd. De maximale goot- en bouwhoogte zijn aangeduid op de verbeelding en mogen niet meer bedragen dan de aangegeven hoogte. De minimale dakhelling bedraagt 15 graden. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken is aangesloten bij gemeentelijke bijgebouwenregeling. Artikel 4: Agrarisch met waarden De gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ zijn voornamelijk bestemd voor uitoefening van akkerbouw- en tuinbouwbedrijven met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering en hobbymatig agrarisch gebruik, alsmede het behoud en versterking van aanwezige cultuurhistorische waarden. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Artikel 5: Water De gronden met de bestemming ‘Water’ zijn voornamelijk bestemd voor sloten, oevers en waterpartijen.

Artikel 6: Artikel 6 Leiding – Hoogspanningsverbinding De voor ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bovengrondse hoogspanningsleidingen, met een belemmeringenstrook van 27,5 m aan weerszijden van de hartlijn ter plaatse van de aanduiding “hartlijn leiding – hoogspanningsverbinding”. Artikel 7: Waarde - archeologie 1 De gronden met de bestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ zijn mede bestemd voor het behoud en bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden. Aan deze bestemming zijn regels verbonden als het gaat om grondbewerking. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij een planomvang van meer dan 50 m2 en een grondbewerking dieper dan 40cm. Artikel 8: Waarde - archeologie 2 De gronden met de bestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ zijn mede bestemd voor het behoud en bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden. Aan deze bestemming zijn tevens regels verbonden als het gaat om grondbewerking. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij een planomvang van meer dan 500 m2 en een grondbewerking dieper dan 40cm. Artikel 9: Waarde - archeologie 3 De gronden met de bestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ zijn mede bestemd voor het behoud en bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden.

Aan deze bestemming zijn tevens regels verbonden als het gaat om grondbewerking. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij een planomvang van meer dan 500 m2 en een grondbewerking dieper dan 70cm. Hoofdstuk 3 Algemene regels Deze artikelen bevatten algemene regels die op de bestemmingen van toepassing zijn. De diverse artikelen zullen hieronder kort worden toegelicht. Artikel 10: Antidubbeltelregel Op grond van de antidubbeltelregel is bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft (artikel 3.2.4 Bro). Deze bepaling voorkomt dat er meer kan worden gebouwd dan wenselijk is indien een kavel wordt gesplitst en op grond daarvan een nieuw bouwperceel ontstaat. Elk bouwperceel heeft immers in principe recht op een bepaalde hoeveelheid bebouwing. Artikel 12: Algemene aanduidingsregels Dit artikel bevat een milieuzone die dient ter bescherming van het woon- en leefmilieu in de aangrenzende gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies. Artikel 13: Algemene bouwregels Dit artikel geeft een algemene regel weer voor bouwen binnen het bestemmingsplangebied in het kader van parkeergelegenheden.

Artikel 14: Algemene gebruiksregels Dit artikel geeft een aantal gebruiksvormen die per definitie als strijdig gebruik van de gronden in het bestemmingsplangebied worden beschouwd.

Artikel 15: Algemene afwijkingsregels Dit artikel geeft aan dat middels een omgevingsvergunning kan worden afgeweken. Mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt, van maten of gebruiksvorm die per definitie als strijdig gebruik van de gronden in het bestemmingsplangebied worden beschouwd. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat de laatste bepalingen van de bestemmingsregels. Hieronder worden de verschillende artikelen toegelicht. Artikel 16: Overgangsrecht bouwen In dit artikel staan de overgangsregels voor bestaande bouwwerken die afwijken van het bestemmingsplan. Artikel 17: Overgangsrecht gebruik Het overgangsrecht van gebruik heeft betrekking op bestaande gebruiksactiviteiten die afwijken van het bestemmingsplan. Artikel 18: Slotregel Dit artikel geeft de naam en datum van het bestemmingsplan aan.

5.5

Handhaafbaarheid

Een van de uitgangspunten bij de ontwikkeling van een bestemmingsplan, dus ook bij de ontwikkeling van het bestemmingsplan Muggenburgerweg, Haringhuizen, is dat de in het plan opgenomen regels handhaafbaar dienen te zijn. Handhaving van het ruimtelijk beleid verdient meer aandacht omdat het een voorwaarde is voor het behoud en de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. Bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan is aandacht besteed aan de handhaafbaarheid van de in het plan opgenomen regels. Ten behoeve van een goede handhaving van de regels zijn de volgende factoren van belang: ▪ Voldoende kenbaarheid geven aan het plan; ▪ Voldoende draagvlak voor het beleid en de regelgeving in het plan; ▪ Inzichtelijke en realistische regeling; ▪ Handhavingsbeleid.

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in het kader van het bestemmingsplan een onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van het plan en de maatschappelijke aspecten.

6.1 Economische uitvoerbaarheid In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is de definitie van bouwplan gegeven, waarbij de bouw van één of meerdere woningen als bouwplan wordt gedefinieerd. Met het tweede lid van artikel 6.12 Wro kan worden afgeweken van de plicht een exploitatieplan vast te stellen, mits het verhaal van kosten anderszins is verzekerd. De kosten voor het bouwplan alsmede de plankosten worden gedragen door de initiatiefnemer. Hetzelfde geldt voor eventuele kosten als gevolg van planschade. Er zal een anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemers en de gemeente worden gesloten waarin onder andere afspraken worden gemaakt over planschade en parkeergelegenheid. De ambtelijke kosten voor de realisatie van het plan zijn voor de gemeente anderszins verzekerd via de legesverordening. Om deze reden is een exploitatieplan niet nodig. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is voldoende gewaarborgd.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6. 2. 1

O ver l eg

Ingevolge artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), dienen burgemeester en wethouders overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In verband hiermee wordt het ontwerp bestemmingsplan voorgelegd aan verschillende instanties. Het bestemmingsplan is voorgelegd aan het hoogheemraadschap, de veiligheidsregio en de omgevingsdienst NHN. Uit de reactie van de overige partijen en na verwerking van de opmerkingen volgen geen belemmeringen voor de uitvoering van dit bestemmingsplan. Tevens zijn er in juli 2016 twee inloopavonden georganiseerd voor de direct omwonende van de Muggenburgerweg. Naar aanleiding van de voorlichting over de ontwikkeling van zeven vrijstaande woningen is een brief gestuurd vanuit de omwonende naar het college met twee wensen:

1.

Voorafgaand aan de bouw dienen de opstallen aan de Muggenburgerweg 2 en 4 gesloopt te zijn, waarbij de locatie aan nummer 2 de woonbestemming verliest. 2. De stolpboerderij moet een ééngezinsfunctie krijgen waarbij deze niet verder opgesplitst gaat worden. In de verdere uitwerking van het bestemmingsplan zijn de twee wensen vanuit de omwonende meegenomen. Echter zal de sloop van Muggenburgerweg 2 de verantwoordelijkheid zijn van de gemeente in verband met de “Uitkoopregeling voor woningen onder een Hoogspanningslijn.” Dit is nader toegelicht in een brief die in november 2020 voor de terinzagelegging van het bestemmingsplan is verstuurd aan omwonenden. Deze brief licht daarnaast de meest recente plannen toe en biedt de mogelijkheid om informeel, voor de start van de wettelijke procedure, contact op te nemen met de betrokken partijen. Een inloop-/bewonersavond was toentertijd niet mogelijk in verband met de COVID-19 situatie. Hieruit zijn twee wensen ontstaan vanuit omwonenden waaraan voldaan is: 1. De 2 openbare parkeerplaatsen die voor de meest westelijke kavel op de terp waren gelegen zijn verplaatst naar de meest oostelijke kavel op de terp vanwege het zicht hierop van de bewoners aan de overzijde; 2. In verband met de zichtlijnen van de bewoners tegenover de meest westelijke kavel op de terp is het bouwvlak hiervan in de lengte richting geplaatst.

Het bestemmingsplan Muggenburgerweg, Haringhuizen doorloopt, net als ieder bestemmingsplan, een uitgebreide procedure. Het voorontwerpbestemmingsplan is vrijgegeven voor het wettelijk vooroverleg ex art. 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) met verschillende (semi)overheden en belangenorganisaties. Vervolgens geven burgemeester en wethouders het ontwerpbestemmingsplan vrij voor ter visie legging conform art 3.8 (nieuwe) Wro. Na publicatie, wordt het ontwerp dan gedurende 6 weken ter inzage gelegd. In die tijd kunnen door eenieder zowel mondelinge als schriftelijke zienswijzen worden ingediend bij de gemeenteraad. Na verwerking van de zienswijzen en mogelijke ambtelijke aanpassingen besluit de gemeenteraad - binnen 12 weken na afloop van de zienswijzentermijn - over de vaststelling van het bestemmingsplan. Het ontwerp bestemmingsplan heeft van 22 februari 2022 tot en met 5 april 2022 als ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen voor het indienen van zienswijzen. In deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend. Wel is er een ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Naar aanleiding van het advies van de adviseur van Archeologie Wets-Friesland is paragraaf 4.2 aangepast. Naar aanleiding van recente uitspraken van de Raad van State op het gebied van spuitzonering zijn er nadere onderzoeken uitgevoerd.

De uitkomsten van het driftonderzoek zijn opgenomen in paragraaf 4.7 en verwerkt in paragraaf 4.12. Tevens is er een milieuzone opgenomen die dient ter bescherming van het woon- en leefmilieu in de aangrenzende gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies. Derhalve zijn de plangrenzen verruimd met de milieuzone van 50 meter en zijn de bestemmingsregels van het ter plaatse vigerende plan met bijbehorende bestemmingen, voor zover van toepassing, overgenomen. Na aanpassing van het bestemmingsplan met inachtneming van de door de raad aangebrachte wijzigingen wordt het vastgestelde bestemmingsplan wederom 6 weken ter inzage gelegd (aanvang beroepstermijn). Belanghebbenden die tijdig een zienswijze bij de gemeenteraad hebben ingediend kunnen beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarnaast kunnen belanghebbenden beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen wijzigingen die de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan heeft aangebracht.

AERIUS-berekening

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=5d9d4923-528a-4cf0-aa8e-14d01ebc94ca