CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Toelichting Beleidskaart_HollandsKroon.pdf

Raad 14 juli 2022, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Beleidskaart Archeologie Hollands Kroon21.515 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelich�ng Beleidskaart Archeologie gemeente Hollands Kroon

Toelichting Beleidskaart Archeologie gemeente Hollands Kroon

F.C. Schinning & C.M. Soonius Redactie: M.H. Bartels

Hoorn 2022

Colofon Titel Opdrachtgever Auteurs Redactie Coördinatie Opmaak Datum

Toelichting Beleidskaart Archeologie gemeente Hollands Kroon Gemeente Hollands Kroon F.C. Schinning (KNA archeoloog, Archeologie West-Friesland) C.M. Soonius (senior KNA archeoloog, Archeologie West-Friesland) M.H. Bartels (senior KNA archeoloog, Archeologie West-Friesland) A. Zwaag (Adviseur Erfgoed, gemeente Hollands Kroon) F.C. Schinning 1 juni 2022

Afb. 1. De Vikingschat van Westerklief op Wieringen, gevonden in 1996 (foto: Rijksmuseum van Oudheden). © Archeologie West-Friesland 2022 Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, film, fotokopie, digitaal of geautomatiseerd systeem zonder voorafgaande toestemming van de copyrighthouders en de auteur, met uitzondering van de genoemde copyrighthouders. De uitgever heeft de inhoud met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Ondanks deze zorgvuldigheid kunnen gegevens zijn veranderd of onjuist zijn weergegeven.

Inhoudsopgave Samenvatting

7

1. Inleiding

8

2. Beleid 2.1 Het rijksbeleid 2.2 Het provinciaal beleid 2.3 Het gemeentelijk beleid

12 12 14 19

3. Actualisering beleidskaart archeologie 3.1 Inleiding 3.2 Verantwoording bronnen 3.3 Geraadpleegde bronnen 3.4 Bekende waarden 3.5 Te verwachten waarden (verwachtingen) 3.6 Dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie in bestemmingsplannen

23 23 23 24 31 32 33

4. Toepassing van de beleidskaart

34

5. Vooruitblik

36

Literatuur

37

Lijst met bijlagen, tabellen & afbeeldingen

39

Bijlage 1 – AMZ-cyclus 41 Bijlage 2 – Algemene en bijzondere bepalingen 43 Bijlage 3 – Archeologie-vriendelijk bouwen 45 Bijlage 4 – Archeologische monumenten (AMK-terreinen) in de gemeente Hollands Kroon 46 Bijlage 5 – Bronnen 50 Bijlage 6 – Erfgoedregister gemeente Hollands Kroon 76 Kaartbijlage 1 – Beleidskaart Archeologie Hollands Kroon

5

Afb. 2. Het werkgebied van het gemeentelijke samenwerkingsverband Archeologie West-Friesland.

6

Samenvatting Voor u ligt de toelichting op de Beleidskaart Archeologie van de gemeente Hollands Kroon. De gemeente en haar bewoners mogen trots zijn op haar rijke bodemarchief en cultuurlandschap. Een rijk bodemarchief geeft automatisch een grote verantwoordelijkheid hoe om te gaan met het archeologisch erfgoed. Sinds de invoering van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in 2007 (vanaf 2016 overgegaan in de Erfgoedwet en per 1 januari 2023 in de Omgevingswet) ligt deze verantwoordelijkheid bij de gemeenten. De archeologische beleidskaart heeft tot doel het archeologisch erfgoed van de gemeente Hollands Kroon waar nodig te beschermen. De beleidskaart archeologie geeft inzicht in de aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Met behulp van de kaart wordt de advisering voor ruimtelijke ontwikkelingen vereenvoudigd, versoepeld en gepreciseerd. Kort gezegd zal dit leiden tot: • • • • • • •

Duidelijkheid voor burgers, bedrijven en overheden; Een meer precieze advisering bij bodemingrepen; Meer vrijstellingen voor archeologie; Het voorkómen van zinloos onderzoek; Meer behoud van archeologisch resten in situ (in de bodem, op de plaats zelf); Een snellere doorlooptijd van de advisering; De maatschappelijke last alleen tot het strikt noodzakelijke te beperken.

Indien de plaatsen waar archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn niet kunnen worden ontzien, is het veiligstellen van de resten gewenst. Dit kan door middel van veranderingen in het plan, archeologie-vriendelijk bouwen of in het uiterste geval een archeologisch onderzoek. Net zoals nu liggen daarvoor ook in de gemeente Hollands Kroon conform de Rijks regelgeving en het Verdrag van Malta de kosten bij de initiatiefnemer van de bouwingreep. De archeologische beleidskaart van de gemeente Hollands Kroon 2022 is een product van Archeologie West-Friesland, het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel. Sinds 2010 specialiseert de organisatie zich in de regionale archeologie. De primaire functie is het adviseren van de gemeenten bij archeologische vraagstukken. Een andere belangrijke taak is het opstellen of verbeteren van de archeologische beleidskaarten van de gemeenten.

7

1. Inleiding De gemeente Hollands Kroon heeft een rijk bodemarchief en cultuurlandschap, die de aandacht verdient. Het beleid heeft tot doel het archeologisch erfgoed waar nodig te beschermen als bron van het gemeenschappelijk geheugen, als middel voor geschiedkundige en wetenschappelijke studies en als inspiratie voor (bouw)projecten en educatie. De gemeente Hollands Kroon kent verschillende periodes in de archeologie. •

Laat Paleolithicum – Mesolithicum (35.000 – 5300 voor Christus) - Binnen de gemeente Hollands Kroon ligt het Pleistocene landschap bij Wieringen aan de oppervlakte. In deze omgeving worden dan ook de oudste archeologische vondsten gedaan. In dit gebied zijn enkele midden-Paleolithische afslagen aangetroffen, die hoogstwaarschijnlijk zijn meegevoerd met het opgestuwde materiaal uit het Saalien. Op de dekzandafzettingen die zijn afgezet in de laatste ijstijd (het Weichselien) kunnen vondsten uit het Laat Paleolithicum en Mesolithicum aangetroffen worden. Uit deze periodes zijn vuurstenen artefacten en afslagen gevonden bij karteringen over de akkers op Wieringen. Het betreffen losse vondsten, waardoor nog weinig bekend is over de bewoning uit deze periodes in de gemeente Hollands Kroon.

Afb. 3. Reconstructie van de boomstamkano gevonden in Dijkgatsweide (tekening: R. van Eerden).

•

Neolithicum (Nieuwe Steentijd: 5300-2000 voor Christus) – Het Neolithicum wordt gekenmerkt door het voorkomen van landbouw en veeteelt en het gebruik van aardewerk. De vroegste vondsten uit het Neolithicum binnen de gemeente Hollands Kroon dateren rond 3400 voor Chr., het Midden-Neolithicum. Het gaat hierbij om kleine nederzettingen in de Wieringermeer, die in de nabijheid van grotere getijdengeulen hebben gelegen. Op 8

basis van het aardewerk rekenen we deze bewoning tot de zogenaamde Trechterbekercultuur; een cultuur die we hoofdzakelijk kennen van de hunebedden uit Drenthe. De vondsten in de Wieringermeer geven aan dat, ondanks de landschappelijke dynamiek in het kustgebied, een neolithische levenswijze mogelijk was. Een tot de verbeelding sprekende vondst is de midden-neolithische kano die in het noordoosten van de Wieringermeer is opgegraven (afb. 3). In de loop van het Neolithicum vonden er grote verschuivingen plaats in de ligging van de getijdengeulen. Aan het einde van het laat Neolithicum (rond 2500 voor Chr.) zijn in de Groetpolder en de zuidelijke rand van de Wieringermeer veel vindplaatsen bekend. De opgravingen in Kolhorn en Zeewijk zijn in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw uitgevoerd. Een deel van deze opgravingen is nog niet uitgewerkt.1 •

Bronstijd (circa 2000 – 800 voor Christus) – Gedurende de Bronstijd lag de gemeente Hollands Kroon in een relatief dun bevolkt gebied, vergeleken met het oostelijk Afb. 4. Vuurstenen bijl uit het deel van West-Friesland. Dit wordt mede veroorzaakt Neolithicum (bron: Van der Heide door het nog functioneren van het voormalige zeegat 1956, foto: Huis van Hilde). van Bergen in het zuidoosten. Het grootste deel van het gemeentelijk grondgebied was bedekt met veen. Bewoning uit de Bronstijd concentreerde zich voornamelijk op hogere delen in het landschap, maar ook op de opgeslibde kwelders.2 Op Wieringen is uit deze periode een bronzen kokerbijl gevonden.

•

IJzertijd/Romeinse Tijd (circa 800 voor Christus – 450 na Christus) – Door de grootschalige veengroei in deze periode was het gebied deels onbewoonbaar in de IJzertijd en Romeinse Tijd. In het westelijk deel van West-Friesland was het mogelijk om op het veen te wonen. Het veen is in de loop van de Middeleeuwen mede door ontginningen weer verdwenen. Van de sporen uit de IJzertijd en Romeinse Tijd zijn daardoor alleen de diepere sporen terug te vinden. Deze bevinden zich onder het middeleeuwse kleidek. Bewoningssporen uit deze periode zijn o.a. aangetroffen in Haringhuizen, op Wieringen, in de Kaagpolder en in de Wieringerwaard.

•

Middeleeuwen (450 – 1500 na Christus) – Voornamelijk op Wieringen zijn meerdere vindplaatsen bekend uit de Vroege Middeleeuwen, zoals de Vikingschatten uit de 9de eeuw (afb. 1). In de Late Middeleeuwen, vanaf de 11de eeuw, ontginnen en verkavelen kolonisten het woeste veengebied. De huidige verkavelingsstructuur en de karakteristieke

1 2

Van Heeringen & Theunissen 2001: vindplaats 8. Roessingh & Lohof 2011. 9

dorpslinten stammen in aanvang uit de Late Middeleeuwen. In de gemeente Hollands Kroon zijn drie middeleeuwse terpen aangewezen als archeologische rijksmonumenten. In de late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd (tot 1930) was Wieringen een eiland. Door de ontwatering van het veen oxideerde dit en klonk het veenpakket in, met een geleidelijke maaivelddaling als gevolg. Het land werd hierdoor kwetsbaar voor inbreuken van de zee en overstromingen. Dit gevaar werd verkleind door dijken aan te leggen. Verschillende losse dijken werden met elkaar verbonden, waardoor West-Friesland vanaf circa 1250 werd beschermd door één lange dijk: de West-Friese Omringdijk. De loop van de dijk is in de eeuwen erna sterk gewijzigd, mede door overstromingen. De Westfriese Omringdijk en de Wierdijk op Wieringen zijn provinciale monumenten.

Afb. 5. Tijdens archeologisch onderzoek naar de rijke middeleeuwse geschiedenis van de Wieringermeer werd tussen al het scherfmateriaal nog een vrijwel complete kan teruggevonden.

De Wieringermeerpolder stond tussen de Late Middeleeuwen tot aan de drooglegging in 1927-1930 onder water en was onderdeel van de Zuiderzee. Uit deze periode kunnen onder andere scheepswrakken gevonden worden. Na de drooglegging en tijdens de ontginningen van het gebied zijn namelijk 18 scheepswrakken aangetroffen.3 Het grootste deel hiervan is tijdens de ontginningswerkzaamheden geruimd. •

3 4

Nieuwe Tijd (1500 – heden) – In de Nieuwe Tijd breiden de middeleeuwse linten zich uit. Gedurende de Gouden Eeuw kende het gebied een toename in welvaart De meeste houten huizen werden in deze periode vervangen door baksteen, de karakteristieke stolpboerderij raakt overal in gebruik en is nog steeds markant in het landschap aanwezig. In de gemeente Hollands Kroon staan nog 542 stolpen. Hiervan zijn 4 stolpen voor 1660 gebouwd. Het bouwjaar van 39 stolpen ligt tussen 1660 en 1832. De resterende 499 stolpen zijn tussen 1832 en 1965 gebouwd.4

Van der Heide 1974, 419; Waldus 2021. Stolpenwaarderingskaart MOOI Noord-Holland. 10

Een rijk bodemarchief geeft automatisch een grote verantwoordelijkheid hoe om te gaan met het archeologisch erfgoed. Sinds de invoering van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in 2007 (vanaf 2016 overgegaan in de Erfgoedwet en per 1 januari 2023 in de Omgevingswet) ligt deze verantwoordelijkheid bij de gemeenten. De gemeenten dienen zelf keuzes te maken hoe met de archeologische waarden in de gemeente wordt omgegaan en op welke wijze dit wordt ingepast in het ruimtelijk beleid.

Afb. 6. Een grafdeksel van geelzandsteen gevonden tussen de Pishoek en het Lotmeer. De geometrische motieven en de Christelijke kromstaven verraden dat dit exemplaar rond ca. 1100 dateert. Op ca. 1 km ten noorden van Aartswoud nabij het verdronken dorp Gawijzend werden nog zes deksels gevonden, alleen dan 100 jaar jonger.

11

2. Beleid 2.1 Het rijksbeleid5 De Monumentenwet 1988 is op 1 juli 2016 overgegaan in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet vormt samen met de Omgevingswet het wettelijke fundament voor de cultuurhistorie in Nederland. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die in 2023 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016-2023. Het betreft dan: 1. Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten6 2. Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie 3. Bescherming van stads- en dorpsgezichten Zaken zoals het certificeringsstelsel en de aanwijzing van archeologische rijksmonumenten blijven in de Erfgoedwet. 2.1.1 Erfgoedwet en omgevingswet De Erfgoedwet vormt samen met de Omgevingswet het wettelijke fundament voor de archeologie in Nederland.

Onderdelen van de huidige Monumentenwet over archeologie worden over enige tijd overgeheveld naar de Omgevingswet. Voorbeelden daarvan zijn de verplichting om rekening te houden met archeologie bij het opstellen van bestemmingsplannen (straks omgevingsplannen) en de vergunningverlening voor het verstoren van archeologische rijksmonumenten. De vuistregel voor de verdeling tussen beide wetten is: het certificeringsstelsel en de aanwijzing van archeologische rijksmonumenten blijft in de Erfgoedwet en de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet. Erfgoedwet In juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht geworden. Deze wet vervangt zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed: 1. Monumentenwet 1988 2. Wet verzelfstandiging rijksmuseale diensten 5 6

In bijlage 1 wordt een overzicht gegeven van het rijksbeleid vóór de invoering van de Erfgoedwet. De gemeente Hollands Kroon heeft 128 rijksmonumenten, bovengronds en ondergronds. Zie bijlage 6. 12

3. 4. 5. 6.

Wet tot behoud van cultuurbezit Wet tot teruggave cultuurgoederen uit bezet gebied Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 Regeling materieel beheer museale voorwerpen

Voor de archeologie geldt dat alleen de bescherming van rijksmonumenten en de regels archeologische monumentenzorg in de Erfgoedwet terecht zijn gekomen. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geeft aan dat de duiding van erfgoed in de Erfgoedwet is opgenomen, terwijl de omgang met erfgoed in fysieke leefomgeving in de Omgevingswet wordt geregeld. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het Verdrag van Valletta. De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het archeologische stelstel. Zij maken meestal de afweging of archeologische waarden in situ behouden moeten blijven of kunnen worden opgegraven. De huidige opgravingsvergunning van de Minister van OCW is vervangen door het certificaat BRL 4000 Archeologie. Omgevingswet Op 1 juli 2015 heeft een ruime meerderheid van de Tweede Kamer ingestemd met de Omgevingswet. Begin 2016 stemde de eerste kamer over het wetsvoorstel. De wet treedt in 2023 in werking. Dit wetsvoorstel vervangt grote delen van de Monumentenwet 1988 en heeft vooral betrekking op de ruimtelijke component die archeologie heeft en de plaats die het heeft in de ruimtelijke ordening.

Met de nieuwe Omgevingswet wil het kabinet: • De verschillende plannen voor ruimtelijke ordening, milieu en natuur beter op elkaar afstemmen; • Duurzame projecten (zoals windmolenparken) stimuleren; • Gemeenten, provincies en waterschappen meer ruimte geven om hun omgevingsbeleid af te stemmen op hun eigen behoeften en doelstellingen. Een voorloper op de wijze van werken is de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo) die vanaf 1 oktober 2010 in werking is getreden. Door samenvoeging van verschillende vergunningen in één omgevingsvergunning zijn 25 vergunningen en meer dan 1600 verschillende formulieren ondergebracht in één omgevingsvergunning en één formulier. De Wamz en Momo zullen opgaan in de Omgevingswet. De Omgevingswet vereenvoudigt en bundelt omgevingsrecht. Op de website van de Rijksoverheid staat: Het omgevingsrecht bestaat uit tientallen wetten en honderden regelingen voor ruimte. Wonen, infrastructuur, milieu en water. Zijn hebben allemaal hun eigen uitgangspunten, werkwijzen en eisen. De wetgeving is daardoor te ingewikkeld voor de mensen die ermee werken. Daardoor duurt het bijvoorbeeld langer voordat een project kan starten.

13

2.1.2 KNA/NOaA/WF-OA Belangrijk om te vermelden zijn ook de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA)7, waarin de vaktechnische normen en werkprocessen beschreven staan, en de Nationale Onderzoeksagenda Archeologie (NOaA)8, waarmee samenhang in het archeologisch onderzoek in Nederland wordt bewerkstelligd. Archeologie West-Friesland zal in de nabije toekomst een regionale onderzoeksagenda voor West-Friesland gaan opstellen.

Afb. 7. Archeologen aan het werk aan de Stroeërdijk ten zuiden van Hippolytushoef, 20 april 2022.

2.2 Het provinciaal beleid 2.2.1 Archeologisch en cultuurhistorisch beleid Op het gebied van archeologie bezit de provincie Noord-Holland een aantal wettelijke taken. De eerste taak is de depotfunctie vanuit de Erfgoedwet, die bestaat uit het beheren van archeologische vondsten en documentatie. Dat geldt ook voor de archeologische vondsten uit de gemeente Hollands Kroon. De Provincie Noord-Holland is daarmee namens het Rijk eigenaar van de vondsten en gegevens uit Hollands Kroon. Daarnaast heeft de provincie de bevoegdheid om gemeentelijke depots aan te wijzen. De gemeente Hollands Kroon heeft geen eigen Depot voor Bodemvondsten. De tweede taak van de provincie is de zorg voor de ruimtelijke kwaliteit vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op de tweede taak wordt in deze paragraaf wat dieper ingegaan.

7 8

SIKB.nl. NOaA.nl. 14

In het ‘Beleidskader Landschap en Cultuurhistorie Noord-Holland’9 is het archeologisch beleid van de provincie Noord-Holland omschreven: • Behoud en bescherming van archeologische waarden, en waar behoud in situ niet mogelijk is, aansturen op een goede documentatie van die waarden; • Behoud, versterken en ontwikkelen van de landschappelijke en cultuurhistorische verscheidenheid door landschap en cultuurhistorie als volwaardige aspecten in een integrale planvorming mee te nemen. De provincie heeft Barsingerhorn als beschermd dorpsgezicht aangewezen. Daarnaast heeft de gemeente Hollands Kroon 36 provinciale monumenten. De dijken die een provinciale bescherming genieten zijn opgenomen in de beleidskaart archeologie. 2.2.2 Ruimtelijke ordening Structuurvisie 2040 Noord-Holland Het ruimtelijk beleid van de Provincie Noord-Holland is vastgelegd in de ‘Structuurvisie NoordHolland 2040 – Kwaliteit door veelzijdigheid’.10 Archeologie is daarin aangewezen als één van de kernkwaliteiten van het landschap. Daarnaast gaat de Provincie Noord-Holland uit van een ontwikkelingsgerichte benadering, omdat ook tegenwoordige ruimtelijke ontwikkelingen het landschap vormen, zodat zorgvuldig wordt omgegaan met de bestaande (historische) kenmerken van het landschap.

In de bijbehorende Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie heeft de provincie regels geformuleerd omtrent de inhoud van en de toelichting in bestemmingsplannen als er sprake is van provinciaal belang. In een bestemmingsplan moet bijvoorbeeld duidelijk omschreven worden hoe er omgegaan wordt met de cultuurhistorische objecten (waaronder archeologische waarden). De provincie speelt een belangrijke rol op het gebied van ruimtelijke ordening. Door haar ruimtelijk beleid bepaalt de provincie in belangrijke mate hoe de ruimte in Noord-Holland wordt ingericht. In het licht van de WRO spitst de provinciale rol vanuit cultuur en cultuurhistorie in de ruimtelijke inrichting zich toe op drie terreinen, daar waar de provincie: • Haar cultuurhistorische provinciaal belang heeft gedefinieerd in de Structuurvisie; • Het wettelijk bevoegd gezag is bij ingrepen die een relatie hebben met cultuurhistorie, bijvoorbeeld bij ontgrondingen of de aanleg van provinciale wegen; • Initiatiefnemer is bij projecten van het Rijk een (beschermende) taak hebben verkregen, zoals bij de nationale landschappen en Unesco-gebieden. Beleidskader en Leidraad Landschap en Cultuurhistorie De visie op de gewenste ruimtelijke kwaliteit is vastgelegd in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie.

Deze vernieuwde leidraad is een uitwerking van het in 2006 vastgestelde Beleidskader Landschap en Cultuurhistorie, dat werd gebruikt als leidraad voor ruimtelijke plannen als bestemmingsplannen, beeldkwaliteitsplannen en structuurplannen. Daarnaast bood het handreikingen aan gemeenten om landschap en cultuurhistorie als uitgangspunt te gebruiken bij planvorming. In 2018 heeft de provincie Noord-Holland een nieuwe Leidraad Landschap en Cultuurhistorie vastgesteld.11 9 10 11

Provincie Noord-Holland 2006. Provincie Noord-Holland 2010. Provincie Noord-Holland 2018. 15

De provincie Noord-Holland heeft 10 archeologische gebieden van provinciaal belang gedefinieerd. Binnen de gemeente Hollands Kroon liggen drie van dergelijke gebieden: • Wieringen – Wieringermeer Dit gebied bestaat uit het historisch, reliëfrijk keileemlandschap van Wieringen, het open aandijkingenlandschap van Polder Waard-Nieuwland en Groetpolder, de nieuwe grootschalige droogmakerij van de Wieringermeerpolder en het Amstelmeer met zeer open landschap. •

West-Friesland West Het deel binnen de gemeente Hollands Kroon bestaat uit een oud zeekleilandschap met hoger gelegen kreekruggen en laaggelegen kommen. Hier is een meer historische onregelmatige verkaveling herkenbaar met terpenlandschap, lange linten en lintdorpen. Ook hier heeft ruilverkaveling plaatsgevonden, maar dit heeft het landschap weinig ingrijpend veranderd.

•

Koegras – Anna Paulownapolder Het deel binnen de gemeente Hollands Kroon bestaat uit de aandijking van de Anna Paulownapolder met voormalige kreekstructuren die contrasteren met een rechthoekige indelen en de aandijking van de Wieringerwaard en Waardpolder met strokenverkaveling aan geknikte lanen en linten.

Structuren die binnen deze gebieden van belang zijn: de Westfriese Omringdijk, stolpenstructuren en de Wadden- en IJsselmeerkust. Als in gebieden van provinciaal belang het maatschappelijk belang dusdanig groot is dat waardevolle archeologische vindplaatsen aangetast moeten worden, vraagt de provincie aan te geven op welke wijze archeologische waarden door compenserende maatregelen in het plan zijn ondergebracht. Omgevingsverordening NH2020 In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water.12 De verordening geldt vanaf 17 november 2020 en vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals bijvoorbeeld de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) en Provinciale Milieuverordening (PMV). Archeologie valt onder de cultuurhistorische waarden. Deze worden beschreven in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (zie paragraaf 2.2.3). Om de meest waardevolle landschappen in Noord-Holland te beschermen, is een beschermingsregime opgesteld binnen de Omgevingsverordening NH2020: het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL, zie paragraaf 2.2.3).

12

Provincie Noord-Holland 2020a. 16

2.2.3 Aardkundig erfgoed Aardkundige waarden De provincie Noord-Holland beschermt aardkundig interessante gebieden. Bijzondere kwaliteiten van het oorspronkelijke natuurlijk landschap worden aangeduid als aardkundige waarden of aardkundig erfgoed. Deze waarden hebben te maken met de geologische opbouw, de geomorfologie en de bodem van een gebied. Noord-Holland heeft 80 waardevolle gebieden. Van deze gebieden heeft de provincie een keuze gemaakt om de meest bijzondere de status van aardkundige waarde te geven. Tot de komst van de Omgevingsverordening NH2020 in november 2020 werden deze gebieden aangeduid als aardkundige monumenten. In de provincie Noord-Holland zijn 16 beschermde aardkundige waarden. Binnen de gemeente Hollands Kroon zijn dit: • 8: Eiland Wieringen • 14: Oude Veer Anna Paulowna polder • 15: Buitendijkse zandplaten (Breehorn en deels Balgzand) Aardkundige monumenten werden tot 17 november 2020 beschermd via de Provinciale Milieuverordening (PMV). Met het van kracht worden van de Omgevingsverordening NH2020 worden de aardkundige waarden beschermd via de regels voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL). De aardkundige waarden en waardevolle gebieden zijn niet integraal opgenomen in de beleidskaart archeologie, maar zijn wel geraadpleegd.

Afb. 8. De Stroeërdijk ten zuiden van Hippolytushoef.

Bijzonder Provinciaal Landschap In Noord-Holland zijn 32 gebieden aangewezen als ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’.13 Deze natuurgebieden worden beschermd. Alle regels omtrent deze gebieden zijn samengebracht onder het BPL waardoor binnen de 32 gebieden dezelfde regels gelden. Per landschap is aangegeven welke ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische of aardkundige waarden aanwezig zijn: de kernkwaliteiten van het landschap. 13

Provincie Noord-Holland 2020b. 17

Binnen de gemeente Hollands Kroon vallen 3 gebieden die zijn aangewezen als BPL: • Gebied 15: Oude Veer Tot het Bijzonder Provinciaal Landschap Oude Veer behoren naast het Lage en Hoge Oude Veer nog twee voormalige getijdenkreken met omliggend landerijen: het Boersmanzwin is een aftakking van het Hoge Oude Veer in zuidwestelijke richting en het Razend Zwin is een aftakking van het Lage Oude Veer in oostelijke richting (tot de Veersloot). Het Lage Oude Veer zelf is de belangrijkste drager in dit gebied. Het Oude Veer is de kern van een voormalig getijdengebied. De centrale getijdengeul met uitlopers en verschillende kreken zijn nog grotendeels intact en herinneren aan de tijd voor de Aardkundige en landschappelijke aandijking, toen het gebied nog onder invloed van het getij stond. Het BPL Oude Veer maakt deel uit van het ensemble Koegras-Anna Paulownapolder in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie. •

Gebied 16: Schagen Rond de stad Schagen ligt het Bijzonder Provinciaal Landschap Schagen. De belangrijkste ruimtelijke dragers voor het BPL Schagen zijn de bebouwingsstructuren en de vaarten en dijken. Het BPL Schagen is een oud zeekleilandschap met deels een historische, kleinschalige en onregelmatige blokverkaveling. Het landschap heeft daarbij ook de karakteristiek behouden van de oorspronkelijke veenontginning. Voormalige getijdegeulen zijn in het landschap herkenbaar als relatief hooggelegen kreekruggen. Historische bewoningsconcentraties zijn als lange linten of hoger gelegen terpen zichtbaar in het landschap. Het BPL Schagen maakt deel uit van het ensemble West-Friesland West in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie.

•

Gebied 27: Wieringen Het Bijzonder Provinciaal Landschap Wieringen is een voormalig (wadden)eiland met eraan vast de aandijking Polder Waard-Nieuwland. Het eiland is ontstaan door de opstuwing van de ondergrond en heeft een kern van keileem. Pas in 1930 was Wieringen, met de drooglegging van de Wieringermeerpolder, geen eiland meer. Het historische reliëfrijke en kleinschalige landschap is typerend voor Wieringen. Het stuwwallandschap op het voormalige eiland heeft afwisselend hogere keileembulten en lagere kogen (vlakke en open hooilanden) en polders. Door de aanwezigheid van het open Amstelmeer zijn de keileembulten met name vanuit het westen goed zichtbaar. Het open vlakke landschap van de aandijking Polder Waard-Nieuwland staat hiermee in contrast. Het BPL Wieringen kent verschillende ruimtelijke dragers, waaronder de historische wegen, dijken en linten. Er zijn een groot aantal stolpboerderijen, die samen een zogenaamde ‘stolpenzwerm’ vormen. Het BPL Wieringen maakt deel uit van het ensemble Wieringen-Wieringermeer in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie.

Ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk in een BPL, zolang ze de kernkwaliteiten niet aantasten. Voorbeelden van ontwikkelingen zijn fietspaden, energievoorzieningen, kleinschalige woningbouw (tot 11 woningen) of bouwwerken met een oppervlak van minder dan 500 m2. 18

Plannen voor ontwikkelingen die hier buiten vallen, tasten het bijzondere landschap aan. Uitvoering van die plannen kan alleen als het van groot openbaar belang is en als er kan worden aangetoond dat er geen andere mogelijkheden zijn. De schade aan het landschap moet dan worden gecompenseerd.

Afb. 9. Tijdens het onderzoek bij Geddingmore in 1983 door de AWN en provincie Noord-Holland zijn op een laatmiddeleeuwse dodenakker resten gevonden van duizenden mensen.

2.3 Het gemeentelijk beleid 2.3.1 Voormalige beleidskaart archeologie 2013 In 2013 is door de Cultuurcompagnie een beleidsnota opgesteld voor de gemeente Hollands Kroon, met een bijbehorende beleidskaart archeologie.14 De kaart vormde een samenvoeging van de reeds bestaande beleidskaart van de voormalige gemeenten Niedorp, Wieringen, Wieringermeer en Anna Paulowna. De beleidskaart 2013 is niet vastgesteld door de gemeenteraad. In tabel 1 staan de archeologieregimes die in de beleidskaart uit 2013 zijn toegepast. Categorie 1 2 3 3a 4 4a 5 geen regime geen regime

Rekening houden met archeologie bij: Alle bodemroering Bodemverstoring binnen een activiteit groter dan 50 m2 en dieper reikt dan 40 cm Bodemverstoring binnen een activiteit groter dan 500 m2 en dieper dan 40 cm Bodemverstoring binnen een activiteit groter dan 500 m2 en dieper dan 70 cm Bodemverstoring binnen een activiteit groter dan 2500 m2 en dieper dan 40 cm Bodemverstoring binnen een activiteit groter dan 2500 m2 en dieper dan 70 cm Bodemverstoring binnen een activiteit groter dan 10.000 m2 en dieper dan 40 cm Vrijgesteld van archeologisch onderzoek (wel meldingsplicht) Vergunning van een andere overheid verplicht

Tabel 1. De regimes die zijn toegepast in de beleidskaart archeologie uit 2013. 14

Cultuurcompagnie Noord-Holland 2013. 19

De gemeente Hollands Kroon heeft momenteel in een deel van de bestemmingsplannen de omgang met aanwezige of te verwachten archeologische waarden verankerd door middel van een dubbelbestemming Waarde-Archeologie. Deze dubbelbestemmingen zijn deels gebaseerd op de beleidskaart uit 2013 of op voorgangers van deze kaart. 2.3.2 Geactualiseerde beleidskaart archeologie 2022 In 2021 is Archeologie West-Friesland gestart met het actualiseren van de beleidskaart en heeft dit in 2022 afgerond. De archeologische beleidskaart voor de gemeente Hollands Kroon vormt de nadere onderbouwing van de in de gemeente aanwezige en te verwachten archeologische waarden en geeft hier een vlakdekkend inzicht in. Door de archeologische beleidskaart vast te stellen ontstaat een beter instrument ten behoeve van de afweging van eventueel aanwezige archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Ook kan hiermee in alle bestemmingsplannen de archeologische resten worden beschermd door middel van een dubbelbestemming Waarde – Archeologie. Met het vaststellen van de beleidskaart archeologie zal een nadere afweging gemaakt worden van de aanwezige en te verwachten archeologische waarden, met het rijks- en provinciaal archeologie beleid als uitgangspunt. Hierbij maakt de gemeente gebruik van het recht om af te wijken van de algemene vrijstellingsgrens van 100 m2.

De huidige vrijstellingsgrenzen voor archeologisch onderzoek in de bestemmingsplannen worden vervangen door de nieuwe vrijstellingsgrenzen. Uitgangspunten van het archeologisch beleid: • Archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren en alleen opgraven als behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is; • De relatie tussen archeologie en RO versterken zodat behoud, beheer en onderzoek naar het bodemarchief onderdeel worden van het planologische besluitvormingsproces (onder andere door archeologie-vriendelijk bouwen); • Bodemverstoorders betalen conform de Wamz het archeologisch onderzoek (de verstoorder betaalt); • Verbetering informatievoorziening over cultureel erfgoed om de inwoners in de lokale geschiedenis te interesseren en onderwijzen en zo het draagvlak voor archeologie te vergroten. 2.3.3 Uitvoering beleid Sinds de invoering van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in 2007 ligt de verantwoordelijkheid voor het archeologisch erfgoed bij de gemeenten. De gemeenten dienen zelf te bepalen hoe met de archeologische waarden om te gaan en op welke wijze dit in het ruimtelijke beleid wordt ingepast. De lichte Gemeenschappelijke Regeling Archeologie West-Friese Gemeenten is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Koggenland, Hoorn, Medemblik, Opmeer en Stede Broec.

In 2018 zijn de gemeente Schagen en Texel toegetreden tot de lichte Gemeenschappelijke Regeling. In 2021 is een dienstverleningsovereenkomst (DVO) archeologie aangegaan met de gemeente Hollands Kroon. Hierbij ondersteunt Archeologie West-Friesland de gemeente Hollands Kroon ambtelijk in de archeologische taken. 20

Het actualiseren van de beleidskaart archeologie is hier onderdeel van. De kaart sluit geheel aan bij de orde van de gemeenten binnen de Gemeenschappelijke Regeling; archeologische waarden veranderen niet bij de gemeentegrens. Wat betreft de te verwachten waarden zijn er verschillen in vrijstellingsgrenzen met de aangrenzende gemeenten. Archeologie West-Friesland is de intergemeentelijke organisatie voor archeologie binnen deze gemeenten. De primaire taak is het geven van archeologisch advies. Archeologie WestFriesland richt zich op het adviseren van de gemeenten bij archeologische vraagstukken. Dit gebeurt in de eerste plaats door middel van archeologische quickscans waarbij op niveau van een plangebied de ruimtelijke ontwikkelingen worden afgezet tegen de aanwezige of te verwachten archeologische waarden en waarbij wordt geadviseerd hoe daar mee om te gaan. De quickscans worden vervaardigd door gecertificeerde archeologen met aantoonbare kennis en ervaring in het samenwerkingsgebied. De volgende belangrijke taak van de organisatie is het opstellen en/of verbeteren van de archeologische beleidskaarten van de gemeenten.

Afb. 10. Wieringers op bezoek tijdens de open dag van de opgraving van de Stroeërdijk ten zuiden van Hippolytushoef, 20 april 2022.

21

Tabel 2. Overzicht van de verschillende categorieën bekende en onbekende waarden (verwachtingen) en hoe deze zijn vertaald naar beleidsmatige vrijstellingsgrenzen.

22

Categorie 7

Geen archeologische waarden

Categorie 5

Categorie 6

Middelhoge archeologische verwachting

Lage archeologische verwachting

2500 m2

10.000 m2

Gemeente Hollands Kroon

vrijgegeven

Categorie 4

Hoge archeologische verwachting

500 m2

Hoge archeologische waarde

Categorie 2

1000 m2

Categorie 3b

Hoge archeologische verwachting: waterbodem

100 m2

Zeer hoge archeologische waarde

Categorie 1c

500 m2

Categorie 3a

Zeer hoge archeologische verwachting

0 m2

Provinciaal Monument

Categorie 1b

Onbekende archeologische waarden (verwachtingen)

Rijksmonument

Beleid

vrijstellingsgrenzen

Categorie 1a

Bekende archeologische waarden

3. Actualisering beleidskaart archeologie 3.1 Inleiding De beleidskaart archeologie uit 2013 is opgesteld door de Cultuurcompagnie. De kaart is een opeenstapeling van diverse lagen informatie. Eventueel onderzochte (dus vrijgegeven) terreinen zijn destijds niet opgenomen in de kaart. Voor de eerste en tweede categorie (hierna: de bekende waarden) geldt dat deze niet voldoen aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan digitaal op te nemen gegevens in een omgevingsplan. Voor de beleidskaart archeologie 2022 zijn de bekende waarden (op de landbodem) geheel vernieuwd. Alle gebieden waar geen archeologische waarden meer te verwachten vallen, zijn bijgewerkt tot en met april 2022. De grenzen van de verwachtingsgebieden, die voor de beleidskaart uit 2013 gebaseerd zijn op de Afb. 11. Een bijzondere kan van hoogversierd Indicatieve Kaart Archeologische Waarden aardewerk uit de regio tussen het Zeeuwse (IKAW), zijn grotendeels overgenomen. Aardenburg en Vlaamse Kortrijk. Hoewel het De verwachtingsgebieden hebben echter baksel zelden in de Kop van Noord Holland wordt teruggevonden, komt de grootste regionale ruimere vrijstellingsoppervlakten gekregen archeologische collectie hoogversierd aardewerk door archeologische heroverwegingen van maar liefst vijf exemplaren uit een vindplaats onder andere naar aanleiding van een even ten zuidoosten van het dorp Kreileroord.

overleg met LTO op 25 april 2022. De vrijstellingsoppervlakten voor de waarden en te verwachten waarden zijn gebaseerd op verschillende factoren, zoals uitgestrektheid van de archeologische vindplaats en latere verstoringen. De archeologische rapportages die binnen de gemeente Hollands Kroon vallen staan in bijlage 5 aangegeven.

3.2 Verantwoording bronnen De archeologische beleidskaart is een eindproduct van een multidisciplinair onderzoek naar de aanwezige en te verwachten archeologische waarden binnen een gebied. In de beleidskaart zijn de meest recente gegevens zo accuraat mogelijk opgenomen (tabel 3). In bijlage 5 staan alle geraadpleegde bronnen weergegeven. Aangezien archeologische waarden in hogere rangorde staan dan de te verwachten waarden (“verwachtingen”), wordt bij overlap het beleid altijd afgesteld op de aanwezige waarden. Het resultaat van deze samenvoeging van de waardenkaart en de verwachtingenkaart is de archeologische beleidskaart, waarbij direct een beleidsadvies (vrijstellingsgrens) wordt geïncorporeerd (tabel 2). 23

Monumentenregister

Archis, incl. AMK

Literatuur

Historisch kaartmateriaal

Bodemkaart en Dinolo- AHN ket

1a - Rijksmonumenten

x

x

x

x

1b - Provinciale monumenten

x

x

x

x

1c - Zeer hoge archeologische waarde

x

x

x

2 – Hoge waarde (100 m2)

x

x

x

x

x

3a - Zeer hoge verwachting (500 m2)

x

x

x

optioneel

x

4 - Hoge verwachting (1.000 m2)

x

x

optioneel

5 - Middelhoge verwachting (2.500 m2)

x

x

optioneel

Categorie:

x

3b – Hoge verwachting waterbodem (500 m2)

6 - Lage verwachting alle perioden (10.000 m2)

x

7 - Vrijgegeven terreinen

x

x

optioneel

x

x x

Tabel 3. Overzicht gebruikte bronnen per categorie.

3.3 Geraadpleegde bronnen 3.3.1 Archeologische bronnen Het rijke bodemarchief van de gemeente Hollands Kroon trekt al decennialang de aandacht van de archeologische wereld. Dit heeft een rijkdom aan archeologische gegevens opgeleverd, die samen het fundament van de beleidskaart vormen. Monumenten (AMK-terreinen) Een AMK-terrein is een gebied van archeologische waarde aangegeven op de Archeologische Monumentenkaart (AMK). In totaal zijn in de gemeente Hollands Kroon 99 AMK-terreinen aanwezig (bijlage 4). Hieronder bevinden zich 3 archeologische rijksmonumenten (tabel 4, bijlage 6): Plaats

Naam

Rijksmonumentnr.

Hogebierenweg; 45100 Hogebieren ‘t Hoogland; HooglandsBarsingerhorn 45101 polder; Koningsweg Hooglandspolder; Barsingerhorn 45102 Koningsweg Haringhuizen

AMK monumentnr. 1412 1413 1414

Periode Middeleeuwen Middeleeuwen Middeleeuwen

Tabel 4. Archeologische rijksmonumenten binnen de gemeente Hollands Kroon.

24

Typering Terp Terp Terp

Dorpskernen Vrijwel alle oude dorpskernen zijn in 2001 toegevoegd aan de Archeologische Monumentenkaart. De begrenzing van deze historische kern is destijds bepaald op grond van de historische kaart uit 1849-1859, schaal 1:25.000. De archeologische waarde van historische kernen bestaat uit de reeds aangetroffen of te verwachten aanwezigheid, boven of onder de grond, van bouwhistorische resten en archeologische sporen en voorwerpen. Samen bevatten zij een veelheid aan historische informatie over ouderdom en ruimtelijke ontwikkeling van de kern. In het kader van de update van de beleidskaart archeologie zijn de dorpskernen nader begrensd op basis van de kadastrale minuutplans (schaal 1:2.500) en de huidige topografie. Tevens zijn andere bronnen gebruikt, zoals aanvullende historische kaarten en het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4). Dit betekent dat vrijwel alle historische dorpskernen een andere begrenzing hebben dan die de Rijksdienst ter beschikking stelt. Aangezien de Rijksdienst de Archeologische Monumentenkaart niet meer bijhoudt is ervoor gekozen om de historische kernen her te begrenzen. Argumentatie wordt voor elke kern aangegeven. Veelal is de begrenzing uit 2001 te globaal en daardoor niet geschikt voor een goede onderbouwing. Het monumentnummer staat wel vermeld, aangezien dit ook een bron is.

Het betreft de volgende historische dorpskernen (in alfabetische volgorde, met monumentnummer): • Barsingerhorn (1759) • Den Oever (14952) • Haringhuizen (1751) • Hippolytushoef (14950) • Kleine Sluis (14947) • Kolhorn (14852) • Lutjewinkel (14853) • Nieuwe Niedorp (14858) • Oosterland (14951) • Oude Niedorp (14860) • Stroe (14953) • ’t Veld (14791) • Westerland (14949) • Wieringerwaard (14948) • Winkel (14859) • Zijdewind (14789) Overige AMK-terreinen en provinciale monumenten De Westfriese Omringdijk (monumentnummers 10601 & 10643) en de Westerlanderdijk tot en met Horndijk (1787) zijn begrensd op basis van het Provinciaal Monument. Deze AMKterreinen zijn daarom vervallen of aangepast. Daarnaast zijn enkele AMK-terreinen aangepast, omdat een deel van een terrein is onderzocht, of omdat het terrein bijvoorbeeld is opgenomen in een middeleeuws terpenlint langs een dijk. 25

Afb. 12. Een zeer belangrijke bron voor de Westfriese situatie in de 17de eeuw is de topografische kaart van Johannes Dou (1651-1654, collectie Westfries Archief). Op de afbeelding is een uitsnede van de kaart te zien.

Uitgevoerd archeologisch onderzoek Een belangrijke bron voor vindplaatsen en archeologische waarnemingen is Archis. Dit is een landelijk Archeologisch Informatiesysteem dat door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) wordt onderhouden, waarin diverse gegevens over archeologische onderzoeken, waarnemingen, vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen. Sinds de intrede van de WAMZ in 2007 is het verplicht archeologische onderzoeken aan te melden. In totaal staan ruim 300 onderzoeken geregistreerd binnen de gemeente Hollands Kroon (afb. 13). De Archis-onderzoekenlaag is vrij onoverzichtelijk. Daarom zijn de onderzoeksmeldingen 26

uit Archis geëxporteerd naar een regionale database, waardoor de koppeling met andere kaartlagen mogelijk wordt. Hierbij zijn enkele onderzoeken die dateren van voor 2007 op de juiste locatie gezet. In Archis was slechts een administratieve onderzoeksmelding aanwezig, die tevens vaak verkeerd stond aangegeven. In de database staan nu ook archeologische onderzoeken die niet geregistreerd zijn in Archis. De onderzoeksgegevens leveren in de eerste plaats informatie op over de aan- of afwezigheid van archeologische vindplaatsen. Op basis hiervan konden de archeologische waarden worden bevestigd of bijgesteld. In de tweede plaats leveren de omtrekken van de onderzoekslocaties, waarbij alle archeologische resten tot op de natuurlijke bodem zijn onderzocht, de begrenzingen van vrijgegeven gebieden. Deze plekken bevatten geen archeologische waarden meer.

Afb. 13. Aantal geregistreerde archeologische onderzoeken per jaar.

Naast onderzochte terreinen, zijn ook terreinen vrijgegeven waar geen archeologische waarden meer verwacht worden door diepe bodemverstoringen, zoals subrecente kanalen en diepe waterpartijen, recente bebouwing en infrastructuur (provinciale en rijkswegen, leidingtracés). 3.3.2 Historische bronnen De lokalisatie van archeologische vindplaatsen kan op meerdere wijzen worden bereikt. Naast archeologische gegevens zijn historische documenten en kaarten de belangrijkste bron voor informatie over vindplaatsen. De vroegste vermeldingen van plaatsnamen geven vaak een goede indicatie voor de ouderdom van een stad of dorp. Op basis van diverse historische kaarten kunnen uitspraken over de aanwezigheid van archeologische resten op bepaalde locaties worden gedaan. De historische kaarten zijn vooral waardevol voor informatie uit de Nieuwe Tijd. 27

17de-eeuwse kaarten Een zeer belangrijke bron voor de Westfriese situatie in de 17de eeuw is de topografische kaart van Johannes Dou (1651-1654, afb. 12). Deze kaart werd gemaakt in het kader van het ‘Groot Proces’ naar aanleiding van een slepend meningsverschil over de verdeling van de kosten voor het onderhoud van de Westfriese Omringdijk. Tussen 1651 en 1654 werden de landmetingen verricht. Deze gegevens werden bij elkaar gebracht in een gedetailleerde kaart van heel WestFriesland. Voor die tijd zijn de karteringen uiterst nauwkeurig en de informatiewaarde is zeer hoog. Naast zeedijken, binnenkades en waterwegen zijn ook de huizen, kerken en andere bebouwing nauwgezet weergegeven.

Afb. 14. Zeer fraai uitgevoerde kaart van de Wieringerwaard (1675, Regionaal Archief Alkmaar). 28

Voor de Wieringerwaard is gebruik gemaakt van de kaart van Adriaan Anthonisz (1611-1744), waarop in detailniveau de kavelindeling van de polder is weergegeven. Ook de kaart van de Wieringerwaard uit 1675 is bruikbaar, de vervaardiger hiervan is onbekend (afb. 14). Deze kaart is minder nauwkeurig maar geeft daarentegen nuttige informatie over bijvoorbeeld de type bebouwing. Op deze kaarten zijn ook de dorpen die ten zuiden van de Wieringerwaard liggen te zien, zoals Kolhorn, De Kreijl en Barsingerhorn. Kadastrale Minuutplan (1819 tot en met 1826) Een tweede belangrijke bron vormen de uiterst nauwkeurige kadastrale minuutplans uit 1819 en 1826. Deze kaarten zijn zo nauwkeurig dat zelfs op perceelsniveau kan worden aangegeven of er in het begin van de 19de eeuw bebouwing aanwezig was en om wat voor gebouwen het gaat. Bijvoorbeeld langhuizen, stolpboerderijen en sluizen kunnen worden onderscheiden.15 Bovendien is op de kadastrale minuutkaart de oude percelering zichtbaar, die soms te herleiden is op oudere historische kaarten en/of middeleeuwse bewoningsstructuren. Archeologie West-Friesland heeft het de kadastrale minuutkaarten als onderliggende kaart aan de beleidskaart toegevoegd.

Door terug te gaan naar deze nauwkeurige kaarten kon op een veel gedetailleerder schaalniveau de begrenzing van de linten worden aangepast.16 Daarnaast zijn de locaties van losse huisplaatsen, mogelijke huisplaatsen, kerkterreinen en kerkhoven en molenplaatsen met behulp van de kaart van Johannes Dou en de kadastrale minuut bepaald. In veel gevallen waren de genoemde historische locaties weergegeven op de – minder nauwkeurige – kaart van Johannes Dou en kon de exacte locatie bepaald worden door de aanwezigheid op de kadastrale minuut of aan de hand van de aanwezigheid van een afwijkende percelering ter hoogte van de locatie. 3.3.3 Paleogeografische, geo(morfo)logische en bodemkundige bronnen Voor de gemeente Hollands Kroon is een vlakdekkende bodemkaart en geomorfologische kaart (schaal 1:50.000) digitaal beschikbaar. Voor de Wieringermeerpolder is een bodemkundige bouwvoorkaart (schaal 1:25.000) te gebruiken.17 Ten behoeve van de ruilverkaveling van de Schagerkogge is een bodemkaart vervaardigd (schaal 1:15.000).18 Deze is goed bruikbaar voor een deel van de gemeente. Deze kaarten zijn gedigitaliseerd en kunnen als bron worden gebruikt bij het vervaardigen van een archeologische quickscan. Paleogeografische kaarten (schaal 1:100.000) tonen de complexiteit van het landschap binnen de gemeente Hollands Kroon (afb. 15).

Deze grove kaarten geven een globaal beeld van mogelijkheden voor bewoning in het verleden. Omdat grote delen van het landschap in de Middeleeuwen zijn afgedekt of geërodeerd dient bij een ruimtelijke ontwikkeling altijd maatwerk te worden geleverd. Het raadplegen van bovengenoemde kaarten, maar ook het Dinoloket kan inzicht verlenen in de diepteligging van de archeologische resten.

15 16 17 18

Dit is niet direct relevant voor de beleidskaart. De kadastrale kaart is wel een van de onderliggende kaarten en kan worden geraadpleegd bij een archeologische quickscan wanneer voor een plangebied aanvullende informatie moet worden verkregen. De kaarten van de historische atlas zijn op schaal 1:25:000, de kadastrale minuut is doorgaans op schaal 1:2500. Zuur 1936. Kleinsman e.a. 1975. 29

Actueel Hoogtebestand Nederland Met behulp van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) kan een zeer gedetailleerd beeld worden verkregen van de maaiveldhoogte van de gemeente Hollands Kroon. Met behulp van deze beelden kunnen dorpskernen op basis van de ophogingen aan het lint nader begrensd worden.

Afb. 15. Een paleogeografische kaart met de situatie in 2750 voor Christus (Vos 2018).

Bodemverstoringen In de gemeente liggen gebieden waar de bodem verstoord is. Deze gebieden zijn door Alterra in kaart gebracht. Het gaat met name om agrarische percelen die door de ruilverkaveling geëgaliseerd of vergraven zijn. In die gebieden is in ieder geval tot tenminste 40 cm onder maaiveld geen archeologie meer te verwachten.19 Daaronder kunnen wel intacte bodems met archeologische resten liggen. Lang werd gedacht dat alle archeologische vindplaatsen door de bodemverstoringen zouden zijn verstoord of vernietigd. Het soort en de intensiteit van de bodemwerkzaamheden verschilt echter per ruilverkaveling. De impact van deze werkzaamheden op de bodem en eventueel aanwezige archeologische waarden daarmee ook.

19

Verstoringsbronnenkaart. 30

3.4 Bekende waarden Aan de hand van de hierboven genoemde bronnen zijn voor de beleidskaart verschillende categorieën bepaald. De categorieën kunnen worden onderverdeeld in twee hoofdgroepen: bekende archeologische waarden en te verwachten archeologische waarden.20 Hieronder staan de categorieën van de bekende waarden, een korte omschrijving daarvan en wanneer er rekening moet worden gehouden met archeologie. •

Categorie 1a: Rijksmonumenten – alle bodemroering Het gaat hier om wettelijk beschermde archeologisch rijksmonumenten (zie tabel 4). Voor bodemroerende ingrepen is een vergunning vereist van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).21 De begrenzing van de monumenten is overgenomen uit het Monumentenregister van de RCE.

•

Categorie 1b: Provinciale Monumenten – alle bodemroering Het betreft de Westfriese Omringdijk en de Westerlanderdijk tot en met Horndijk op Wieringen, beide provinciale monumenten. Voor bodemroerende ingrepen is een vergunning vereist van de Provincie Noord-Holland.22 De begrenzingen van de provinciale monumenten zijn overgenomen van de provincie. Ten aanzien van de Westfriese Omringdijk zijn nadere regels gesteld door de provincie.23

•

Categorie 1c: Zeer hoge archeologische waarde – alle bodemroering Het gaat hier om niet-rijksbeschermde AMK-terreinen van zeer hoge archeologische waarde, waaronder middeleeuwse en jongere kerkterreinen en terreinen met sporen uit de prehistorie. Hier is een aantal terreinen aan toegevoegd, zoals het klopjesklooster in ’t Veld en oude kerkterreinen die niet op de AMK stonden.

•

Categorie 2: Hoge archeologische waarde – 100 m2 Het betreft hier historische dorpskernen en -linten (veelal anders begrensd dan op de AMK aangegeven), molenplaatsen, overige dijken, terpen, kleine groepen huizen, buitenplaatsen en losse bebouwing op historisch kaartmateriaal. De middeleeuwse vindplaatsen die door Braat zijn aangewezen hebben ook een hoge archeologische waarde.24 Overige AMKterreinen van hoge archeologische waarde en archeologische waarde vallen eveneens in deze categorie.

20 21 22 23 24

Zie ook tabel 2. Monumentenregister. Omgevingsverordening NH2020, 112. Beeldkwaliteitsplan Westfriese Omringdijk 2009. Braat 1932; Leek 2016. 31

•

Categorie 7: Geen archeologische waarden – Vrijgesteld van archeologisch onderzoek Dit betreft opgegraven en adequaat onderzochte terreinen, subrecente kanalen en diepe waterpartijen, recente bebouwing en infrastructuur (provinciale en rijkswegen, leidingtracés).

3.5 Te verwachten waarden (verwachtingen) Hieronder staan de categorieën van de te verwachten waarden, een korte omschrijving daarvan en wanneer er rekening moet worden gehouden met archeologie. Voor de beleidskaart archeologie 2022 is niet (opnieuw) gekeken naar de begrenzingen van de verwachtingszones in het buitengebied in de gemeente Hollands Kroon. De vrijstellingsgrenzen zijn echter wel aangepast en in de meeste gevallen verruimd, mede naar aanleiding van het overleg met de LTO op 25 april 2022. •

Categorie 3a: Zeer hoge archeologische verwachting – 500 m2 Terreinen met een zeer hoge verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen, waaronder verdwenen eendenkooien, de resten van de Schans van Wieringen bij Den Oever en een aantal vroegmiddeleeuwse terreinen op Wieringen. 25

•

Categorie 3b: Hoge archeologische verwachting: waterbodem – 500 m2 Binnen deze categorie valt de gehele waterbodem van de gemeente Hollands Kroon. Binnen dit gebied wordt geen onderscheid gemaakt, omdat er (nog) geen duidelijk beeld is van de aanwezige waarden.

•

Categorie 4: Hoge archeologische verwachting – 1.000 m2 Gebieden met een hoge verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen. De grenzen van deze gebieden zijn overgenomen van de beleidskaart uit 2013, welke zijn gebaseerd op de IKAW. Het vervaardigen van een gedetailleerder verwachtingsmodel is op basis van geo(morfo)logische, bodemkundige en archeologische gegevens nog niet goed mogelijk. Bij beoogde ingrepen zal in eerste instantie een quickscan vervaardigd worden waarbij de archeologische verwachting nader wordt gespecificeerd voor een specifiek plangebied.

•

Categorie 5: Middelhoge archeologische verwachting – 2.500 m2 Gebieden met een middelhoge verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen. De grenzen van deze gebieden zijn overgenomen van de beleidskaart uit 2013, welke zijn gebaseerd op de IKAW. Het vervaardigen van een gedetailleerder verwachtingsmodel is op basis van geo(morfo)logische, bodemkundige en archeologische gegevens nog niet goed mogelijk. Bij beoogde ingrepen zal in eerste instantie een quickscan vervaardigd worden

25

Een deel van deze terreinen had op de kaart uit 2013 een vrijstellingsgrens van 50 m2. 32

waarbij de archeologische verwachting nader wordt gespecificeerd voor een specifiek plangebied. •

Categorie 6: Lage of onbekende archeologische verwachting – 10.000 m2 Gebieden met een lage verwachting of onbekende voor het aantreffen van vindplaatsen. De grenzen van deze gebieden zijn overgenomen van de beleidskaart uit 2013, welke zijn gebaseerd op de IKAW. Het vervaardigen van een gedetailleerder verwachtingsmodel is op basis van geo(morfo)logische, bodemkundige en archeologische gegevens niet goed mogelijk. Bij beoogde ingrepen zal in eerste instantie een quickscan vervaardigd worden waarbij de archeologische verwachting nader wordt gespecificeerd voor een specifiek plangebied.

3.6 Dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie in bestemmingsplannen In vigerende bestemmingsplannen is voor delen van de gemeente een dubbelbestemming Waarde-Archeologie opgenomen om duurzaam behoud van eventueel aanwezige archeologische waarden te borgen. In een aantal bestemmingsplannen binnen de gemeente Hollands Kroon is echter een verkeerde regel opgenomen, waarin uitzonderingen zijn gemaakt die een duurzaam behoud van archeologische waarden niet borgen. Bij deze update van de beleidskaart is tevens een voorstel gedaan voor de vertaling (incl. de bestemmingsregels) van de beleidskaart archeologie.

33

4. Toepassing van de beleidskaart De beleidskaart archeologie Hollands Kroon 2022 is een hulpmiddel bij de afweging voor archeologisch onderzoek bij ruimtelijke ontwikkelingen. Doordat deze digitaal beschikbaar wordt in de gemeentelijke digitale omgeving kan in een zeer vroeg stadium het aspect archeologie worden afgewogen/meegewogen. Na vaststelling van de beleidskaart wordt deze via officiële bekendmakingen gepubliceerd. Indien er sprake is van afwijken van een bestemmingsplan moet er worden getoetst aan het vastgestelde archeologische beleid. Normaal agrarisch onderhoud wordt vrij-gesteld van archeologisch onderzoek. Hieronder vallen reguliere grondbewerkingen, waaronder (sleufloos) draineren en kilveren. Het verdient de aanbeveling om bij ontwikkelingen in een archeologisch waardevol (verwachtings)gebied van te voren een quickscan te laten uitvoeren door Archeologie West-Friesland. De ruimtelijke ontwikkelingen worden dan afgezet tegen de aanwezige en te verwachten waarden. Vooral voor de afgedekte landschappen is een nadere duiding van diepteligging noodzakelijk. Indien op basis van de quickscan een gespecificeerde archeologische verwachting kan worden geformuleerd, is het niet noodzakelijk de gehele cyclus van de AMZ te doorlopen.26 Op basis van de bevindingen in de quickscan kan indien mogelijk voor een archeologie-vriendelijke planaanpassing worden gekozen.

Op deze wijze blijven de archeologische waarden in de bodem bewaard en is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk.

26

Afb. 16. Een trechterbeker uit het Neolithicum, gevonden in Slootdorp. De beker hoort bij de cultuur van de hunebedbouwers.

Zie bijlage 1. 34

Stappenplan Gemeentelijke Overheid Archeologie en ruimtelijke ontwikkelingen

Principeverzoek ruimtelijke ontwikkeling

Principeverzoek: licht aanvrager in over mogelijke archeologie indien vrijstellingsgrens wordt overschreden door geplande bodemingreep

Vergunningaanvraag ruimtelijke ontwikkeling

Vergunningaanvraag: vergunning verlenen indien vrijstellingsgrens door gehele bodemingreep niet wordt overschreden

Gemeentelijke toetsing archeologische beleidskaart / bestemmingsplan

Archeologisch advies / archeologische quickscan aanvragen indien vrijstellingsgrens wordt overschreden door geplande bodemingreep

Vervolg: - Fase 1-3: nader archeologisch onderzoek - Fase 4: vrijgave ontwikkeling, indien archeologische waarden zo min mogelijk worden aangetast - Fase 5: behoud in situ, indien een bouwplan als archeologie-vriendelijk kan worden beschouwd

Bovenstaande werkzaamheden vallen binnen de adviesuren van de gemeenschappelijke regeling.

Nadere fases in het kader van de Archeologische Monumentenzorg * Fase

Document(en)

1

Bureauonderzoek en IVO (in de vorm van een verkennend booronderzoek)

Plan van Aanpak (PvA): laten beoordelen door AWF

Uitvoeren en rapporteren. Vervolgens: - Vervolgonderzoek (fase 2 of 3) - Of vrijgeven (fase 4) - Of planaanpassing (fase 5)

2

Inventariserend veldonderzoek (in de vorm van proefsleuven)

Programma van Eisen (PvE): laten beoordelen door AWF en BG

Uitvoeren en rapporteren. Vervolgens: - Vervolgonderzoek (fase 2 of 3) - Of vrijgeven (fase 4) - Of planaanpassing (fase 5)

3

Opgraving

PvE (en indien nodig PvA): laten beoordelen door veroorzaker, BG en archeoadviseur op tijd, geld en kwaliteit

4

Vrijgeven ontwikkeling

Vrijgavedocument

-

5

Planaanpassing

Toetsingsdocument

- Monitoren

Gevolg

Uitvoeren en rapporteren. Handhaving PvA en PvE door directievoerder en BG. Vervolgens: - Vrijgeven (fase 4)

Onbeperkt bouwen Of onder voorwaarde bouw uitvoeren

* Kosten zijn voor de initiatiefnemer volgens de Erfgoedwet 2016. Archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd door een gecertificeerd(e) bedrijf of instelling.

Archeologie West-Friesland, versie 3, 18 mei 2022.

AWF = Archeologie West-Friesland BG = Bevoegd Gezag IVO = Inventariserend Veldonderzoek

Tabel 5. Stappenplan voor de gemeentelijke overheid voor archeologie bij ruimtelijke ontwikkelingen en vergunningaanvragen. 35

5. Vooruitblik De beleidskaart archeologie van de gemeente Hollands Kroon 2022 vormt een uitgangspunt voor het toekomstig archeologisch beleid van de gemeente Hollands Kroon. De waterbodem van de gemeente Hollands Kroon blijft hier buiten beschouwing. Voor de waterbodem worden de rijksregels gevolgd totdat de gemeente een eigen gespecificeerd beleid heeft opgesteld. Naast deze kaart zijn voor de gemeente nog andere doelen die kunnen worden nagestreefd om het archeologische beleid verder te specificeren. Als richtlijn voor archeologisch onderzoek in Nederland bestaat de Nationale Onderzoeksagenda. In deze agenda staan specifieke onderzoeksvragen aangegeven per periode. Het archeologisch onderzoek binnen de regio West-Friesland zou kwalitatief kunnen verbeteren door een Regionale Onderzoeksagenda West-Friesland op te stellen. In deze Regionale Onderzoeksagenda kunnen regio-specifieke vraagstukken worden opgesteld, waar in archeologisch onderzoek op toegespitst of juist achterwege gelaten kan worden. Op dit moment is Archeologie WestFriesland bezig met het opstellen van een Regionale Onderzoeksagenda. Een van de resultaten van een Regionale Onderzoeksagenda zou een integrale cultuurhistorische kaart kunnen zijn, die het (pre)historische verhaal van de gemeente of zelfs heel WestFriesland vertelt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=ce6f1c9b-6694-4398-8b12-5e6f747ee5d5