2. ontwerpbestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna toelichting en regels
Tekst van het document
het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen; het gebruik van gronden voor het stallen van onderkomens.
59
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
60
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Artikel 5 5.1
Natuur
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden van de gronden, waaronder het aanwezige kenmerken van het krekenpatroon; water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen;
met daaraan ondergeschikt: d. e. f.
extensieve dagrecreatie; openbare nutsvoorzieningen; fiets- en voetpaden.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 5.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: het behoud, herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden van de gronden; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het landschaps- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; nadere eisen stellen aan de plaats van bebouwing. 5.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. b. 5.5 a.
het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen; het gebruik van gronden voor het stallen van onderkomens. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden Het is verboden ter plaatse van de gronden als bedoeld in lid 5.1 de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders: 1. het graven, dempen en vergroten van sloten en andere watergangen; 2. het vergroten of verkleinen van het doorstromingsprofiel; 3. het aanbrengen of verwijderen van dammen, stuwen en naar de aard hiermee vergelijkbare kunstwerken; 4. het verhogen of verlagen van de waterstand; 5. het vellen of rooien van houtopstanden of het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadiging van de houtopstanden tot gevolg kunnen hebben; 6. de aanleg van verharde wandel-, fiets- en kavelpaden;
61
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
b.
c.
d.
7. het dempen of (ver)graven van kreken; 8. het aanbrengen van wal- en oeverbeschoeiingen; De sub a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: 1. normale onderhoudswerkzaamheden inhouden; 2. uit oogpunt van de te beschermen belangen van ondergeschikte betekenis zijn; 3. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 4. mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende omgevingsvergunning; De sub a bedoelde omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend indien door de uit te voeren werkzaamheden geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de landschappelijke of cultuurhistorische waarde dan wel de waterstaatkundige belangen van de gronden. Burgemeester en wethouders winnen ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in sub a onder 1 tot en met 4 advies in bij de waterbeheerder.
62
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Artikel 6 6.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
tuinen en erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; paden; parkeren; water; openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, de waterbeheersing en de waterafvoer en -berging.
6.2
Bouwregels
6.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a.
in of op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van 1 uitbouw voor de voorgevel van een aaneengebouwd hoofdgebouw als bedoeld in lid 9.2.2, met inachtneming van de volgende regels: 1. de diepte van de uitbouw mag ten hoogste 1,5 m bedragen; 2. de breedte van de uitbouw mag ten hoogste 60% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw bedragen; 3. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw waaraan wordt aangebouwd.
6.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. 6.3
de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevels van gebouwen mag niet meer bedragen dan 1 m; de bouwhoogte van overige erf- en perceelsafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 1 m. Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a.
het stallen of laten stallen van vlieg-, vaar- en voertuigen, anders dan ten behoeve van het woongenot.
63
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
64
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Artikel 7 7.1
Verkeer - Verblijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
woonstraten; voet- en fietspaden; sport- en speelvoorzieningen; de ontsluiting van de calamiteitenroute, ter plaatse van de bestemming 'ontsluiting';
met de daarbij behorende: e. f. g. h. i.
parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, de waterbeheersing en de waterafvoer en -berging; water; bruggen, duikers en andere kunstwerken ten behoeve van het kruisen van water.
7.2
Bouwregels
7.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a.
het bouwen van gebouwen is niet toegestaan, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van wegen en openbare nutsvoorzieningen, met dien verstande dat: 1. de inhoud per gebouw niet meer mag bedragen dan 50 m³; 2. de bouwhoogte van een gebouw niet meer mag bedragen dan 3 m.
7.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: a.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag niet meer bedragen dan 5 m.
65
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
66
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Artikel 8 8.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
water met een functie voor de waterhuishouding en de waterrecreatie,
met de daarbij behorende: b. c.
oeverstroken en kaden; bruggen, dammen en duikers.
8.2
Bouwregels
8.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 8.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: a. 8.3
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 m. Specifieke gebruiksregels
Onder met deze bestemming strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. b. c.
het gebruik van de gronden als ligplaats voor woonschepen; het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen; het gebruik van gronden voor het storten van puin en afvalstoffen.
67
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
68
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Artikel 9 9.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
wonen in woongebouwen, al dan niet in combinatie met: 1. aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven, mits: niet meer dan 1/3 deel van het totale oppervlak van de woning, inclusief bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 75 m², voor de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep of bedrijf wordt gebruikt; alleen activiteiten worden uitgevoerd die niet meldingsplichtig zijn in het kader van de milieuwetgeving en die genoemd zijn in Bijlage 1 Lijst aan huis verbonden beroepen en bedrijven bij deze regels, dan wel naar aard en invloed daarmee gelijk te stellen zijn; geen overwegende hinder wordt of kan worden toegebracht aan het woon- en leefmilieu; geen onevenredige hinder wordt of kan worden toegebracht aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het niet zodanige verkeersaantrekkende activiteiten betreft die verkeersoverlast veroorzaken of die verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeervoorzieningen, noodzakelijk maken; er geen reclame-uitingen groter dan 0,5 m² bij of aan de woning worden geplaatst, met een maximum aantal van 1, onder de voorwaarde dat deze niet verlicht mag zijn; degene die het aan-huis-verbonden beroep of bedrijf uitoefent, tevens de bewoner van de woning is; er geen activiteiten ten aanzien van een horecabedrijf of een seksinrichting worden uitgeoefend; er geen detailhandel plaatsvindt, anders dan onderschikte detailhandel; er geen
buitenopslag ten behoeve van het aan-huis-verbonden beroep of bedrijf plaatsvindt; 2. het hobbymatig gebruik voor bed & breakfast voor maximaal 4 personen, met dien verstande dat: deze functie uitsluitend in de woning en/of de bijbehorende bouwwerken mag worden uitgeoefend; er geen eigen kookgelegenheid is toegestaan; permanente bewoning niet is toegestaan; geen overwegende hinder wordt of kan worden toegebracht aan het woon- en leefmilieu; geen onevenredige hinder wordt of kan worden toegebracht aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het niet zodanige verkeersaantrekkende activiteiten betreft die verkeersoverlast veroorzaken of die verkeersmaatregelen noodzakelijk maken; het parkeren op eigen erf plaatsvindt,
met de daarbij behorende: b. c. d. e. f. g. h.
tuinen, erven en terreinen; parkeervoorzieningen; wegen en paden; groenvoorzieningen; openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen waterbeheersing en de waterafvoer en -berging; verkeers- en verblijfsvoorzieningen; water.
69
ten behoeve
van
de
waterhuishouding, de
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
9.2
Bouwregels
9.2.1
Algemeen
Ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingsvrije zone' geldt dat gebouwen en bouwwerken niet zijn toegelaten en die gronden niet dienen te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, dan wel zoals het artikel luidt indien sprake is van een wetswijziging betreffende vergunningsvrij bouwen op het erf na vaststelling van dit bestemmingsplan. 9.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen van woningen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
als hoofdgebouwen mogen uitsluitend woningen worden gebouwd; een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat de naar de weg gekeerde gevel(s) in de naar de weg gekeerde bouwgrens dienen te worden gebouwd; het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan 1 per bouwvlak, dan wel niet meer dan het aangegeven aantal ter plaatse van de aanduiding "maximum aantal wooneenheden"; de afstand van de niet aangebouwde zijde van een hoofdgebouw tot de zijdelingse bouwperceelgrens mag niet minder bedragen dan 3 m; ter plaatse van de aanduiding "aaneengebouwd" worden hoofdgebouwen aaneengebouwd; ter plaatse van de aanduiding "vrijstaand" worden hoofdgebouwen vrijstaand gebouwd, met dien verstande dat de nokrichting haaks op de voorgevel van het hoofdgebouw staat; het hoofdgebouw wordt gebouwd met het aantal bouwlagen dat is aangeduid ter plaatse van 'aantal bouwlagen'; de maximale goot- en bouwhoogte bedraagt niet meer dan is aangeduid ter plaatse van 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; ter plaatse van de aanduidig 'specifieke bouwaanduiding - langskap' wordt het hoofdgebouw afgedekt met een langskap; ter plaatse van de aanduidig 'specifieke bouwaanduiding - zadeldak' wordt het hoofdgebouw afgedekt met een zadeldak; de dakhelling bedraagt niet minder respectievelijk meer dan is aangeduid ter plaatse van de aanduiding
'minimum dakhelling, maximum dakhelling'.
9.2.3
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b.
c. d.
e.
f.
bijbehorende bouwwerken dienen op ten minste 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan de maximale oppervlakte van het hoofdgebouw (9.2.2 sub a), vermeerderd met: 1. 70 m² bij rijenwoningen, niet zijnde halfvrijstaande woningen; 2. 70 m² bij vrijstaande en halfvrijstaande woningen op bouwpercelen kleiner dan 500 m²; het bebouwingspercentage op een bouwperceel mag ten hoogste 50% van de oppervlakte van het bouwperceel bedragen; voor bijbehorende bouwwerken behorende bij woningen ter plaatse van de aanduiding "aaneengebouwd" geldt dat: 1. de goothoogte niet meer bedraagt dan 3,5 m; 2. de dakhelling minimaal 15 graden en maximaal 50 graden bedraagt; voor bijbehorende bouwwerken behorende bij woningen ter plaatse van de aanduiding "vrijstaand", waarbij de woning is gebouwd met 1 bouwlaag, geldt dat: 1. de goothoogte niet meer bedraagt dan 3,5 m; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 6 m; 3. de dakhelling minimaal 0 graden en maximaal 60 graden bedraagt; voor bijbehorende bouwwerken behorende bij woningen ter plaatse van de aanduiding "vrijstaand", waarbij de woning is gebouwd met 2 bouwlagen, geldt dat: 1. de goothoogte niet meer bedraagt dan 3, 5 m;
70
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
g. h.
2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 6 m; 3. de dakhelling minimaal 0 graden en maximaal 40 graden bedraagt; een dakoverstek mag ten hoogste 0,5 m bedragen; ondergronds bouwen is niet toegestaan.
9.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. 9.3 a.
b.
9.4
de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevels van gebouwen mag niet meer bedragen dan 1 m; de bouwhoogte van overige erf- en perceelsafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 6 m. Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2.3, sub d, e en f en toestaan dat de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken ten hoogste 8 m mag bedragen, waarbij de bouwhoogte in ieder geval 1 m lager is dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, mits: 1. de verhoging van de bouwhoogte niet leidt tot een onevenredige verslechtering van de bezonningssituatie van omliggende percelen; 2. de verhoging van de bouwhoogte niet zorgt voor een onevenredige inbreuk op de privacy bij omliggende percelen; 3. er vooraf een planschadeovereenkomst wordt ondertekend. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning zoals genoemd in sub a, mag er geen onevenredige aantasting plaatsvinden van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; het uitzicht van woningen van derden; de verkeersveiligheid; de woonsituatie. Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. b. c. d. e.
het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen; het gebruik van gronden voor het stallen van onderkomens voor een periode langer dan 8 achtereenvolgende dagen; het gebruik van bebouwing voor recreatieve bewoning; het gebruik van een bijbehorend vrijstaand bouwwerk voor zelfstandige bewoning; het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 9.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, zonder de aanleg en instandhouding van minimaal 4 vestigingsmogelijkheden per woning voor tenminste 2 verschillende vliegende (dier)soorten, zoals benoemd in Bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan.
71
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
72
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Artikel 10 10.1
Waarde - Archeologie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden. 10.2
Bouwregels
In afwijking van het bepaalde in de aangegeven andere bestemmingen mogen in of op deze gronden geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. b.
c. d.
10.3
bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van de bouwwerken met niet meer dan 10.000 m² wordt uitgebreid; bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van de bouwwerken met meer dan 10.000 m² wordt uitgebreid, maar waarbij geen grondroerende werkzaamheden plaatsvinden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld; bouwwerken met een oppervlakte van 10.000 m² of minder; bouwwerken met een oppervlakte van meer dan 10.000 m² maar waarbij geen grondroerende werkzaamheden plaatsvinden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld. Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.2, mits: a. b. c.
d.
is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, dan wel; is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad, dan wel; de volgende voorwaarden in acht worden genomen, indien is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten onevenredig kunnen worden verstoord; 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. een verplichting tot het doen van opgravingen; 3. een verplichting het bouwen te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen te beslissen, vragen Burgemeester en wethouders advies aan een ter zake kundig bureau. Bij een negatief advies wordt de vergunning niet verleend, dan nadat van Gedeputeerde Staten een verklaring van geen bezwaar is ontvangen.
10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden a.
Het is verboden op of in de in lid 10.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren indien de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden betrekking hebben op een gebied met een oppervlakte groter dan 10.000 m² en een aanleg dieper dan 50 cm: 1. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe ook worden gerekend ontgronden, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen, mengen; 2. het aanbrengen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; 3. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, (tele)- communicatie, en/of andere leidingen en drainage en de daarmee verband houdende constructies; 4. het aanleggen, verbreden, verruimen van sloten, vijvers en overige waterpartijen; 5. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen
73
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
b.
c.
d.
10.5
6. het indrijven van voorwerpen in de bodem. Het verbod als bedoeld in sub a is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: 1. die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen, waaronder begrepen het vervangen van drainagewerken; 2. die reeds in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan; 3. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Een vergunning als bedoeld sub a, wordt slechts verleend, mits: 1. is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, dan wel; 2. is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, dan wel; 3. de volgende voorwaarden in acht worden genomen, indien is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden onevenredig kunnen worden verstoord: een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; een verplichting tot het doen van opgravingen; een verplichting het bouwen te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden te beslissen, vragen Burgemeester en wethouders advies aan een ter zake kundig bureau. Bij een negatief advies wordt de vergunning niet verleend, dan nadat van Gedeputeerde Staten een verklaring van geen bezwaar is ontvangen. Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin dat aan de gronden de bestemming 'Waarde - Archeologie' wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
74
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Hoofdstuk 3 Artikel 11
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
75
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
76
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Artikel 12 12.1
Algemene bouwregels
Parkeervoorzieningen
Een omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk wordt slechts verleend indien in, op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van de parkeernormen in de 'Parkeerregels Hollands Kroon 2018', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze regeling gedurende de planperiode, welke door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld. 12.2
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.1 indien: a. b. c.
het voldoen aan deze regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit of; op andere geschikte wijze in de nodige parkeergelegenheid wordt voorzien; strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid, die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd;
onder de voorwaarde dat dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse en met inachtneming van de hardheidsclausule in de 'Parkeerregels Hollands Kroon 2018', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze regeling gedurende de planperiode.
77
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
78
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Artikel 13 13.1
Algemene gebruiksregels
Algemeen
Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijvingen, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. b. c. d. 13.2
het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van recreatief nachtverblijf; het gebruik van gronden en bouwwerken waarbij de parkeergelegenheid die is vereist en aangelegd op grond van lid 12.1 en/of lid 13.3 niet in stand wordt gelaten; het gebruiken dan wel laten gebruiken van gronden of bouwwerken voor tijdelijke huisvesting; het gebruik van gronden en gebouwen ten behoeve van seksinrichtingen. Afwijkingsbevoegdheid tijdelijke huisvesting
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 2.1 voor het huisvesten van tijdelijke medewerkers indien voldaan wordt aan de voorwaarden zoals gesteld in de 'beleidsregels logiesfuncties tijdelijke medewerkers Hollands Kroon', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze regeling gedurende de planperiode, welke door de gemeenteraad is vastgesteld. 13.3
Parkeervoorzieningen
Een omgevingsvergunning voor het uitbreiden of wijzigen van de functie van een bouwwerk wordt slechts verleend indien in, op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van de parkeernormen 'Parkeerregels Hollands Kroon 2018', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze regeling gedurende de planperiode, welke door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld. 13.4
Afwijkingsbevoegdheid parkeren
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 13.3 indien: a. b. c.
het voldoen aan deze regel door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of op andere geschikte wijze in de nodige parkeergelegenheid wordt voorzien; strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid, die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd;
onder de voorwaarde dat dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse en met inachtneming van de hardheidsclausule in de 'Parkeerregels Hollands Kroon 2018', met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze regeling gedurende de planperiode.
79
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
80
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Artikel 14
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en bebouwingsbeeld; de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid; de woonsituatie; de milieusituatie, waaronder de akoestische aspecten; de waterhuishouding; het woon- en leefklimaat in de omgeving, bij omgevingsvergunning afwijken van: a. b.
c.
d.
de in het plan gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, uitsluitend indien dat om constructieve redenen noodzakelijk is; het bepaalde in het plan en toestaan dat het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geeft; het bepaalde in het plan en toestaan de bouwhoogte van andere bouwwerken ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 m; het bepaalde in het plan en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits: 1. de inhoud per gebouwtje niet meer dan 100 m³ bedraagt; 2. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 15 m bedraagt.
81
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
82
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Artikel 15
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en bebouwingsbeeld; de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid; de woonsituatie; de milieusituatie, waaronder de akoestische aspecten; de waterhuishouding; het woon- en leefklimaat in de omgeving, het plan wijzigen ten behoeve van een transformatorstation, gasdrukmeet- en regelstation, rioolgemaal en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen en andere bouwwerken van openbaar nut tot een maximum inhoud van 400 m³ en een maximum bouwhoogte van 4 m.
83
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
84
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Hoofdstuk 4 Artikel 16 16.1 a.
b. c.
16.2 a. b.
c. d.
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop de omgevingsvergunning voor het bouwen is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
85
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
86
bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna
Artikel 17
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: ''Regels van het Bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna''
87