CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

2. ontwerpbestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna toelichting en regels

Raad 11 juli 2024, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna22.154 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Daarbij zal ook de huidige en/of toekomstige bestemming en het gebruik van de locatie een rol spelen uit welke saneringsvarianten kan worden gekozen. Onderzoek Verkennend bodem- en nader asbestonderzoek Om te bepalen of de bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor het beoogde gebruik is een verkennend en bodem- en nader asbestonderzoek uitgevoerd. In Bijlage 8 is de volledige rapportage opgenomen. Dit onderzoek is tweeledig. Enerzijds is een verkenning gedaan van de milieuhygiënische bodemkwaliteit in het plangebied. Anderzijds heeft een nader onderzoek plaatsgevonden naar een asbestweg in het plangebied. Bekend is dat deze asbestweg ten zuiden van het plangebied is gesaneerd maar nog wel

28

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

aanwezig is in het plangebied. Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat in de grond en het grondwater lichte verhogingen zijn aangetoond aan kobalt, molybdeen en enkele bestrijdingsmiddelen. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft echter in voldoende mate de milieuhygiënische situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie weer. Er is derhalve geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend onderzoek. Uit het nader asbestonderzoek blijkt dat deels in de bovengrond asbest is aangetroffen die de hergebruiksnorm van 100 mg/kg ds. overschrijdt. De oppervlakte van de asbestverontreiniging bedraagt circa 200 m2, met een diepte van maximaal 0,4 m-mv. Gebaseerd op deze informatie wordt verwacht dat er 80 m3 gesaneerd dient te worden, dit is circa 160 ton. Het asbesthoudende pad en de benodigde sanering dient gemeld te worden bij ILT (Inspectie Leefomgeving en Transport). De grond is aanvullend onderzocht op PFAS. Hieruit blijkt dat de boven- en ondergrond indicatief toepasbaar is als Achtergrondwaarde op landbodem en toepasbaar is in rijks- en ander water in oppervlaktewater. Evaluatierapport sanering Naar aanleiding van de aangetroffen asbestverontreiniging in het puinpad heeft een sanering plaatsgevonden van dit pad. Na uitvoering van de sanering is een evaluatierapport opgesteld, zie Bijlage 9.

Uit dit evaluatierapport blijkt het volgende: Met de uitvoering van de sanering is in totaal 288,08 ton (ca. 160 m³) met asbest verontreinigd puin afgevoerd naar de erkende verwerker. Het met asbest verontreinigde puin is in zijn geheel verwijderd. Om na te gaan of er ook geen asbest meer aanwezig is in de bodem zijn controlemonsters van de putbodem en putwanden genomen. In de putbodem en putwanden is geen asbest boven de interventiewaarde gemeten. Het doel van de sanering, om binnen de projectlocatie het met asbest verontreinigde puin te verwijderen, is gehaald. Eindbrief ILT Op 7 december 2022 is een afsluitende brief verschenen van Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (Bijlage 10) betreffende het puinpad. Uit deze brief blijkt dat er is gesaneerd tot onder de wettelijke norm zoals is gesteld in het Besluit asbestwegen milieubeheer. Daarmee is de overtreding tot het voorhanden hebben van een asbesthoudende weg beëindigd. Conclusie De aangetoonde asbestverontreiniging is gesaneerd. Het planvoornemen wordt niet in uitvoerbaarheid door onvoldoende milieuhygiënische bodemkwaliteit belemmerd.

4.5

Externe veiligheid

De overheid heeft de afgelopen jaren veiligheidsnormen vastgelegd die in acht moeten worden genomen en waarmee zowel op het gebied van milieu als op het gebied van de ruimtelijke ordening rekening moet worden gehouden. Onderdeel van het veiligheidsbeleid is dat de afwegingen, ten aanzien van risico’s op ongevallen die doden en gewonden tot gevolg kunnen hebben, duidelijk zichtbaar moeten worden gemaakt en niet langer onbewust of impliciet plaatsvinden. Landelijk is de zogenoemde professionele risicokaart ontwikkeld. Hierop is onder andere informatie over risico’s van ongevallen met gevaarlijke stoffen opgenomen. Onderzoek Om na te gaan of bij het planvoornemen ook aandachtspunten op het vlak van externe veiligheid aanwezig zijn, is de EV-signaleringskaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat in de directe omgeving geen risicobronnen aanwezig zijn en geen transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt die van invloed kunnen zijn op het

29

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

planvoornemen, zie figuur 5.

Figuur 5. Uitsnede ev-signaleringskaart.nl Met het planvoornemen worden daarnaast geen nieuwe risicobronnen gerealiseerd die kunnen leiden tot eventuele risico's voor nabijgelegen (beperkt) kwetsbare objecten. Calamiteitenroute Het planvoornemen heeft één toegangsweg. Door de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is aangeraden een (alternatieve) calamiteitenroute te implementeren. Deze calamiteitenroute is bepaald en loopt over openbare gronden ten zuiden van het plangebied (Molenvaart 12-15). Omdat deze gronden zijn gelegen buiten het plangebied, is de calamiteitenroute opgenomen in de anterieure overeenkomst. De locatie waar de route zich nog wel in het plangebied bevindt is opgenomen op de verbeelding. Conclusie Het planvoornemen is wat betreft het aspect externe veiligheid uitvoerbaar.

4.6

Water

Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen waarin is aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate er gevolgen zijn voor de waterhuishouding. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Het doel hiervan is het waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Door middel van de watertoets wordt in een vroegtijdig stadium aandacht besteed aan het wateraspect. Het gaat hierbij om de thema's waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, wegen, afvalwaterketen en beheer & onderhoud van nieuw en bestaand oppervlaktewater. WATERWET

30

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

De Waterwet, die per 22-12-2009 van kracht is geworden, heeft gezorgd voor een ingrijpende bundeling van wetgeving. Daarnaast heeft het Nationaal Waterplan (NWP), waarvan de eerste versie tegelijk met de Waterwet is verschenen, een formele rol in de ruimtelijke ordening. Het eerste Nationaal Waterplan is tevens een structuurvisie op basis van de Waterwet en de Wro. Inmiddels is het derde Nationaal Waterplan - inmiddels Nationaal Waterprogramma - van kracht. Het plan beschrijft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de periode 2022-2027. HOOGHEEMRAADSCHAP HOLLANDS NOORDERKWARTIER De waterbeheerder in en in de directe omgeving van het plangebied is het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Op 15 december 2021 is door het HHNK nieuw beleid vastgesteld in de vorm van het Waterplan. Hierin zijn de beleidsdoelen en uitgangspunten voor de periode van 2022-2027 beschreven. Dit is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, gericht op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Daarnaast beschikt het HHNK over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en –keringen. Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking.

Een van de gevolgen van deze wet is dat de huidige Keur en Wegenverordening worden vervangen door een Waterschapsverordening. Voorlopig wateradvies Op 21 juli 2023 is via de digitale watertoets het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier geïnformeerd over het planvoornemen, zie Bijlage 11. Uit het ontvangen advies blijkt dat voor het voornemen de normale procedure gevolgd kan worden. Dat betekent dat het planvoornemen van invloed is op de waterhuishoudkundige situatie. WATERCOMPENSATIE EN RUIMTELIJKE ADAPTATIE Uit het voorlopig advies blijkt dat het planvoornemen een substantiële toename van verharding en bebouwing tot gevolg heeft. Binnen het plangebied vindt een verhardingstoename plaats van meer dan 2.000 m2 . Door deze toename aan verharding zal de neerslag versneld worden afgevoerd van het terrein, ervan uit gaande dat het hemelwater rechtstreeks of via een hemelwaterriolering zal worden geloosd op het oppervlaktewater. Zonder compenserende maatregelen zal de waterhuishoudkundige situatie hierdoor verslechteren. WATERKWALITEIT EN RIOLERING Samen met de gemeenten heeft het hoogheemraadschap de basisdoelstelling het hemelwater zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Het is is daarom om de mogelijkheden te onderzoeken het hemelwater op eigen terrein te verwerken in de bodem of rechtstreeks te lozen op het aanwezige oppervlaktewater.

Voorwaarde hierbij is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. Uit het planvoornemen blijkt dat binnen het plangebied geen sprake is van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewaterafstroomt. Het hemelwater kan dan ook als schoon worden beschouwd. Geadviseerd wordt op een gescheiden rioolstelsel aan te leggen. In het planvoornemen is op verschillende manieren rekening gehouden met het verwerken van hemelwater op het eigen terrein door middel van wadi's, afwateringssloten en halfverharding toe te passen. ADVIES GRONDWATER Het onttrekken van grondwater korter dan zes maanden met een hoeveelheid van minder dan 15.000 m3/per maand in "niet kwetsbaar gebied" en 8.000 m3/per maand in "kwetsbaar gebied" valt onder de algemene regels van de Keur Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2016. Een watervergunningaanvraag is benodigd. Voor lozingen op het oppervlaktewater dient een melding te worden gedaan bij het hoogheemraadschap. Voor de eventuele lozing van het bemalingswater op het riool moeten

31

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

afspraken gemaakt te worden met de rioolbeheerder, de gemeente. Aanvullend wateradvies In aanvulling op het voorlopig advies is op 2 november 2023 een nader advies door het Hoogheemraadschap uitgebracht, zie Bijlage 12. Na het eerste advies in juli zijn de stedenbouwkundige plannen iets gewijzigd. In dit aanvullend advies is rekening gehouden met de gewijzigde plannen. VERHARDINGSTOENAME Binnen het werkgebied van het hoogheemraadschap is de afgelopen decennia door verstedelijking het areaal aan open water afgenomen. Om dit verschijnsel tegen te gaan is in 2003 de watertoets geïntroduceerd die ervoor moet zorgen dat de waterbelangen beter in ruimtelijke plannen worden meegenomen en dat ontwikkelingen 'waterneutraal' worden gerealiseerd. Een van de onderdelen van de watertoets is het beoordelen van de verhardingstoename. De voorgenomen plannen zorgen voor een substantiële toename van de oppervlakteverharding en extra bebouwing. Door deze toename aan verharding zal neerslag versneld worden afgevoerd naar het oppervlaktewater, al dan niet via het rioolstelsel. Dit leidt tijdens extreme situaties tot pieken in de waterstand met wateroverlast als gevolg.

Om ervoor te zorgen dat de waterhuishoudkundige situatie niet verslechtert ten gevolge van de verhardingstoename zullen er in het desbetreffende peilgebied compenserende maatregelen getroffen moeten worden in de vorm van extra wateroppervlak. Overigens wordt er onder verhardingstoename verstaan, zowel de toename aan bebouwing als de toename aan verharding door bestrating waarbij sprake is van versnelde afvoer. Om de gevolgen van verhardingstoename te compenseren berekent het hoogheemraadschap hoeveel extra waterberging er in het betreffende peilgebied gerealiseerd moet worden. Hierbij is uitgegaan voor deze locatie van een peilstijging van 0.27 meter, die statistisch eens in de 25 jaar kan voorkomen; een gemaalcapaciteit van 14,4 millimeter per dag; een gemiddelde drooglegging van 1,2 meter; het gebruik van een gescheiden rioolstelsel en als grondsoort klei. Voor dit peilgebied bedraagt de benodigde watercompensatie 13% van het extra oppervlak aan verharding dat versneld tot afvoer in het oppervlaktewater komt. De compensatie dient gerealiseerd te worden nabij het project maar in ieder geval in hetzelfde peilgebied. Voor dit project is de compensatie gevonden in het verbreden van de aan de zuid-, oost- en westzijde gelegen waterlopen.

Deze worden verbreed tot minimaal 4 meter breed op de waterlijn (waterloop aan de westzijde van de toegangsdam) en 7 meter breed op de waterlijn (waterloop aan de oostzijde van de toegangsdam). Hiervoor is het noodzakelijk dat er onderhoud aan het water uitgevoerd kan worden vanaf de kant (bij de waterbreedte van 4 meter) waarvoor een schouwstrook/onderhoudspad vrij van obstakels gereserveerd moet worden van minimaal 4,50 meter breed. Voor het deel van de waterloop welke wordt verbreed naar 7 meter op de waterlijn zal deze varend worden onderhouden. Hiervoor zijn afspraken gemaakt met WSAP omtrent dimensionering. Er kan voldaan worden aan de volledige watercompensatie opgave. Hierover heeft afstemming plaatsgevonden tussen WSAP en het Hoogheemraadschap. ADVIES ONDERHOUD TALUD In een aantal dwarsdoorsnedes van het toegevoegde beeldkwaliteitsplan is langs de waterloop van 4 meter breed, een natuurvriendelijke oever ingetekend. Daarlangs loopt vervolgens het onderhoudspad wat ook vaak in combinatie met de rijbaan is. Om het water goed te kunnen onderhouden kan het in praktijk zijn dat het onderhoudsmaterieel zich in de zone van de natuurvriendelijke oever zal moeten opstellen om de overzijde van de waterloop te kunnen raken.

Om de natuurvriendelijke oever onaangeraakt te laten betekent dit dat het materieel vanaf het onderhoudspad/de openbare weg, een afstand van zo'n 9 meter moet kunnen overbruggen. Over het onderhoud zijn afspraken gemaakt tussen gemeente en WSAP.

32

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

ADVIES VERANDERING WATEROPPERVLAKTEPEIL Het plangebied bevindt zich in het peilgebied van het Kruiszwin met een zomer- en winterpeil van respectievelijk NAP -3/-3,30m. Het bevindt zich aan de noordzijde direct aan de hoofdwaterloop welke via het nabijgelegen gemaal Wijdenes Spaans loost op de Amstelmeerboezem. Aan de zuid-, oost- en westzijde grenst het plangebied aan een waterloop welke op een peil van ongeveer NAP -2,60m wordt gehouden. Dit sluit aan aan een deel van de bestaande bebouwing langs de Molenvaart. Middels een stuw en duiker watert deze waterloop af op het lager gelegen peil van het Kruiszwin. Een tijdelijke of permanente waterpeilverandering heeft effect op de omgeving van het plan. Het hoogheemraadschap stelt nadere eisen als de effecten een negatieve uitwerking veroorzaken. Voor het betreffende planvoornemen heeft het hoogheemraadschap het oppervlaktewaterpeil bepaald. Ten tijde van het advies was nog onduidelijkheid over dit peil. Inmiddels is duidelijk dat dit hetzelfde blijft ten opzichte van het bestaande peil. VERGUNNINGEN EN ONTHEFFINGEN Voor werkzaamheden in, langs, op, bij of aan open water, alsmede voor het doen van lozingen op het oppervlaktewater en het realiseren van verhardingstoenames groter dan 800 m2 is een watervergunning nodig. Conclusie Het planvoornemen is wat betreft het aspect water uitvoerbaar.

4.7

Hinder van bedrijven

Wet- en regelgeving Bedrijven of andere milieubelastende bedrijvigheid in de directe omgeving van woningen of andere milieugevoelige gebieden kunnen daar (milieu)hinder vanwege geur, stof, geluid, gevaar en dergelijke veroorzaken. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, zoals dat uitgangspunt is van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), is het waarborgen van voldoende afstand tussen bedrijven en woningen noodzakelijk. Er dient te worden aangetoond dat het planvoornemen geen belemmering vormt voor nabijgelegen functies. Om te bepalen of aan dat criterium kan worden voldaan heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) uitgegeven. Daarin zijn richtafstanden opgenomen per bedrijfscategorie. Wanneer de afstand tussen een bedrijf en een gevoelig object groter of gelijk is aan de richtafstand die bij de betreffende bedrijfscategorie hoort, is dat een goede aanwijzing dat er geen sprake is van onevenredige bedrijfshinder. De publicatie van de VNG is niet bindend maar is enkel een hulpmiddel. De genoemde maten zijn richtinggevend, maar met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken.

Per bedrijfstype zijn voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar de minimale afstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en woningen om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Toetsing Met het planvoornemen wordt geen nieuwe bedrijvigheid mogelijk gemaakt. De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 41 grondgebonden woningen. Een woning is aan te merken als een hindergevoelig object en is daarmee gevoelig voor hinder vanwege nabijgelegen bedrijvigheid. Ten zuiden van het plangebied, aan de Molenvaart, bevindt zich diverse detailhandel. Deze detailhandel is mogelijk binnen de enkelbestemming 'Centrum - 1' waarbinnen naast detailhandel ook dienstverlenende bedrijven, horecabedrijven categorie 1 en 2, maatschappelijke voorzieningen en bedrijvigheid in de categorie 1 en 2 zijn toegestaan. Het betreft een diversiteit aan mogelijke bedrijvigheid die te classificeren valt als lichte bedrijvigheid. Voor dergelijke bedrijvigheid kan een richtafstand van maximaal 30 m aan worden gehouden. De afstand van de bedrijvigheid tot de gevel van de nieuwe woningen bedraagt ruim 130 m. Aan de te

33

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

hanteren richtafstand kan dan ook worden voldaan. Verwacht mag worden dat de bedrijvigheid niet leidt tot eventuele hinder voor de nieuwe woningen. Daarnaast hebben de nieuwe woningen geen beperkende invloed op de ontwikkelingsmogelijkheden van de bedrijvigheid. Spuitzone bestrijdingsmiddelen Het perceel (kadastraal perceel 2372) aan de noordzijde van het plangebied is bestemd voor natuurdoeleinden. Spuitzones zijn daarmee niet aan de orde. Het perceel ten noordoosten van het plangebied (kadastraal perceel 4825) is bestemd als agrarisch. Planologisch-juridisch is hier het gebruik van bestrijdingsmiddelen mogelijk. Er kan daardoor sprake zijn van hinder. De gronden zijn echter al geruime tijd in gebruik als bos (bos van de poldertuin). Om eventuele hinder door gewijzigd gebruik in de toekomst te voorkomen is met voorliggend plan de bestemming van dit perceel herzien. De gronden zijn bestemd als Bos. Hiermee is hinder door bestrijdingsmiddelen niet langer aan de orde. Het planvoornemen wordt niet gehinderd door spuitzones voor bestrijdingsmiddelen. Voor het overige zijn in de directe omgeving geen bedrijven aanwezig. Conclusie Het planvoornemen is wat betreft het aspect hinder vanwege bedrijvigheid uitvoerbaar.

4.8

Verkeer en parkeren

VERKEER Voor een ruimtelijk plan geldt dat verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen moeten worden onderbouwd. Hiertoe kan gebruik worden gemaakt van de vuistregels en kengetallen die in de publicatie nr. 381 'Toekomstbestendig parkeren' (2018) van het CROW (het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte) zijn aangereikt. De cijfers zijn algemeen van aard en gelden als hulpmiddel om de bandbreedte van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie bij ruimtelijke ontwikkelingen te kunnen bepalen. Voor een meer specifieke oplossing dient rekening gehouden te worden met: bereikbaarheidskenmerken van een locatie; specifieke eigenschappen van een functie; mobiliteitskenmerken van gebruikers/bezoekers van een functie; het gemeentelijk parkeer- of mobiliteitsbeleid. Het CROW beveelt hierover aan de vrijheid te nemen om af te wijken van de kencijfers als er uit ervaring bij specifieke functies reden is om dit te doen. Er is vanuit gegaan dat Anna Paulowna in een 'weinig stedelijk' gebied ligt en het plangebied tot de zone 'rest bebouwde kom' behoort. De beoogde woningen vallen in de categorie 'huur, huis, sociale huur' en 'koop, huis, vrijstaand'. Voor de eerste categorie geldt een verkeersgeneratie van minimaal 5,3 en maximaal 6,0 motorvoertuigen per woning per gemiddelde weekdag.

Voor de 10 vrijstaande woningen (koop, huis, vrijstaand) geldt een verkeersgeneratie van minimaal 7,8 en maximaal 8,6 motorvoertuigen per woning per gemiddelde weekdag. In totaal leidt dit tot een minimale verkeersgeneratie van 242,3 motorvoertuigen per gemiddelde weekdag en een maximale verkeersgeneratie van 272 motorvoertuigen per gemiddelde weekdag in het plangebied. De Molenvaart is een doorgaande weg. Het plangebied vindt ontsluiting op deze weg door middel van een uitritconstructie. Belangrijk hierbij is dat het zicht van verkeersdeelnemers vanaf de woningen op verkeersdeelnemers op de Molenvaart, goed is. Als gevolg van de verschillende ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven rondom de Molenvaart vraagt de verkeerskundige beoordeling van het plan een bredere aanpak en is een integrale ruimtelijke ontwerpopgave ontstaan. Door de verschillende inpassingsvraagstukken integraal te benaderen kunnen diverse parkeer- en verkeersveiligheidsvraagstukken in het gebied worden opgelost. Waaronder dus een verkeersveilige ontsluiting van het Polderpark.

34

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

In dat kader is een verkeerskundige analyse uitgevoerd door het bureau Ruimte voor iedereen (in samenwerking met TCW Verkeersonderzoek & - advies). De rapportage hiervan is als Bijlage 13 bij de toelichting gevoegd. De volgende aanbevelingen worden gedaan ten aanzien van het voorliggende plan: De ontsluiting van het nieuwbouwplan Molenvaart 12 – 14 vorm te geven als erftoegangsweg conform de richtlijnen van het CROW; De nieuwe aansluiting op het nieuwbouwplan Molenvaart 12 – 14 en het daarachter gelegen gebied met grondgebonden woningbouwprogramma vorm te geven als inritconstructie. De aanbevelingen uit het verkeersonderzoek zijn in het voorliggende plan opgenomen. De in- en uitritconstructie zijn reeds bij de ontwikkeling van Molenvaart 12-14 uitgevoerd. Rekening houdende met de aanbevelingen is het planvoornemen wat betreft verkeer uitvoerbaar. PARKEREN De gemeente Hollands Kroon heeft haar eigen parkeerbeleid vastgelegd in het Facetbestemmingsplan Parkeren en Wonen (vastgesteld 4 oktober 2018). Het Facetbestemmingsplan verwijst naar de 'Parkeerregels Hollands Kroon zoals vastgesteld op 9 maart 2018. Deze parkeerregels gaan uit van gemiddelden en verwijst naar de publicatie 317 van het CROW. De te realiseren woningen komen overeen met de categorie 'huur, huis, sociale huur' en 'koop, huis, vrijstaand''.

Hiervoor is een gemiddelde parkeernorm van 1,6 en respectievelijk 2,3 per woning opgenomen. In deze norm is het bezoekersparkeren ook betrokken. Hiervoor wordt een norm van circa 0,3 gehanteerd. Voor in totaal 41 woningen komt dit neer op een totale parkeerbehoefte van 72,6 afgerond 73 parkeerplaatsen. In het plangebied worden 79 parkeerplaatsen gerealiseerd. De parkeerplaatsen voor de sociale huurwoningen bevinden zich in de openbare ruimte. Bij de vrije kavels wordt op het eigen terrein ruimte geboden voor twee parkeerplaatsen. In de openbare ruimte is hier nog eens rekening gehouden met tien parkeerplaatsen. Het planvoornemen voorziet daarmee in voldoende parkeergelegenheid. Conclusie Het planvoornemen is wat betreft verkeer en parkeren uitvoerbaar.

4.9

Luchtkwaliteit

Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven op grond van de Wet milieubeheer (Wm) niet te worden getoetst aan de geldende grenswaarden. Een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 ìg/m3 NO2 of PM10) wordt als nibm beschouwd. PM10 en PM2,5 hangen sterk samen. De fractie PM2,5 is onderdeel van het PM10. Wanneer de luchtkwaliteit aan de PM10 normen voldoet wordt ook aan de PM2,5 normen voldaan. Van een dergelijke verslechtering van de luchtkwaliteit is sprake wanneer een ruimtelijk plan tot een toename van meer dan 1.369 voertuigbewegingen van auto's dan wel 132 voertuigbewegingen van vrachtauto's per weekdagetmaal leidt (grenswaarden 2019). Met het planvoornemen is sprake van een maximale toename in het aantal verkeersbewegingen van 272 per weekdagetmaal. De grenswaarden zoals hiervoor aangegeven worden dan ook niet overschreden. Met het planvoornemen is dan ook geen sprake van een verslechtering van de luchtkwaliteit. Conclusie Het bestemmingsplan mag wat betreft het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar worden geacht.

35

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

4.10

Overig

4.10.1

Duurzaamheid

Duurzaamheid van een gebied of in relatie tot een ruimtelijke ontwikkeling kan tot uitdrukking komen in de thema’s: kwaliteit van de leefomgeving, water, energie, mobiliteit, natuur/ecologie en milieu. Onder deze laatste kan onder meer het volgende worden verstaan: gezondheid, externe veiligheid, materiaalkeuze en hergebruik van materialen, duurzaam slopen, geluid, lucht en beheer/onderhoud van een gebied of gebouw. Er bestaat geen wettelijke verplichting om het thema duurzaamheid in bestemmingsplannen vast te leggen. Wel vormt het een belangrijk onderwerp in het sociaal-maatschappelijke debat en daarmee een belangrijk aandachtspunt in het overheidsbeleid. Gemeenten streven in dat kader naar een duurzame (gebouwde) omgeving. Bestemmingsplannen kunnen echter beperkt worden gehanteerd om duurzame energieaspecten te regelen. Voor eventuele ambitieuze duurzame energiedoelstellingen dienen dan ook extra instrumenten, zoals privaatrechtelijke overeenkomsten, ingezet te worden. Voor vragen op het gebied van duurzaam (ver)bouwen, energiebesparing of energie opwekken kunnen inwoners en ondernemers van Noord-Holland tegenwoordig bij het Duurzaam Bouwloket terecht. De gemeente Hollands Kroon participeert hier in. PLANVOORNEMEN Het is de ambitie om in de nieuwe wijk mogelijkheden te scheppen voor een blijvend duurzame wijk.

Duurzaamheid zal op verschillende aspecten ruimschoots aandacht krijgen. Duurzame voorzieningen die getroffen worden op stedenbouwkundig niveau bestaan onder andere uit de aanleg van een wadi en toepassing van waterdoorlatende verharding bij de openbare parkeerplaatsen en toepassing van een groot oppervlak aan openbaar groen. Duurzame mogelijkheden op het niveau van de woningen; Maatregelen uit het Natuurinclusief programma voor Polderpark (opgesteld door Faunest) meenemen in het ontwerp van de woningen; De daken van de woningen lenen zich voor het plaatsen van PV panelen, deze worden op het dak geplaatst in rechthoekige, aaneengesloten vlakken, waarbij de panelen alle dezelfde richting hebben; Op schuine daken volgen de PV panelen de hellingshoek van het dakvlak; Het toepassen van nieuwe duurzame (gevel) materialen in het ontwerp van de woningen wordt toegejuicht; Het toepassen van groene begroeide gevels is toegestaan; In het planvoornemen is volop ruimte gemaakt voor de opvang, berging en infiltratie van regenwater.

4.11

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

De bij elk ruimtelijk plan uit te voeren m.e.r.-beoordeling houdt in dat nagegaan moet worden of er activiteiten plaatsvinden die tot negatieve milieueffecten kunnen leiden. De grondslag hiervoor is enerzijds het Besluit m.e.r. (Besluit milieueffectrapportage). De activiteiten die in het plangebied worden beoogd, overschrijden geen drempelwaarden in de D-lijst van het Besluit m.e.r. maar komen wel voor in de D-lijst. Voor het bestemmingsplan is daarom de vormvrije m.e.r.-beoordeling van toepassing. Bij wetswijziging van het Besluit m.e.r. per 7 juli 2017 moet (met terugwerkende kracht vanaf 16 mei 2017) een particulier of ondernemer een vormvrije m.e.r.-beoordeling middels een aanmeldnotitie bij het bevoegd gezag aanvragen. Aan de hand hiervan wordt beoordeeld of een voorgenomen activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen zal hebben. Door het bevoegd gezag, in deze de gemeente, zal op grond van de aanmeldnotitie binnen 6 weken na indiening worden beslist of een milieueffectrapportage voor een planvoornemen moet worden opgesteld.

36

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

In het kader van het planvoornemen van voorliggend bestemmingsplan is namens initiatiefnemer een aanmeldnotitie bij de gemeente ingediend.

37

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

38

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Algemeen

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevat de regeling voor de opzet en de inhoud van een bestemmingsplan. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is deze regeling verder uitgewerkt. Het bestemmingsplan bestaat uit: een verbeelding van het bestemmingsplangebied waarin alle bestemmingen van de gronden worden aangewezen; de regels waarin de bestemmingen worden beschreven en waarbij per bestemming het doel wordt of de doeleinden worden genoemd. Bij het bestemmingsplan hoort een toelichting. Ook zijn de regels van de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) toegepast. Met deze standaard worden de regels en de verbeelding zodanig opgebouwd en ingericht dat bestemmingsplannen goed met elkaar kunnen worden vergeleken. Het bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting wordt langs elektronische weg vastgelegd. Vanaf 1 januari 2010 wordt het bestemmingsplan ook in die vorm vastgesteld, tegelijk met een analoge verbeelding van het bestemmingsplan op papier. Als de digitale en analoge verbeelding tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale verbeelding beslissend.

5.2

Bestemmingsplanregels

In het navolgende wordt de algemeen gehanteerde opbouw van de regels toegelicht. Deze ziet er als volgt uit: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. De tekst hieronder bespreekt deze hoofdstukken puntsgewijs. 5.2.1

Inleidende regels

In hoofdstuk 1 is een uitleg van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen opgenomen. De standaard begripsomschrijvingen van de gemeente zijn aangevuld met die begrippen, die specifiek in dit bestemmingsplan voorkomen en waarbij sprake is van een (mogelijk) afwijkende betekenis in het algemeen spraakgebruik en/of technische begrippen. Om de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken te kunnen bepalen, is daarnaast aangegeven hoe deze worden gemeten. 5.2.2

Bestemmingsregels

In de bestemmingsregels zijn de bestemmingen Bos, Groen, Tuin, Verkeer - Verblijf en Wonen opgenomen. Daarnaast geldt de dubbelbestemming Waarde - Archeologie. Deze worden navolgend toegelicht. Bos De voor ‘Bos’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bos en bebossing en het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de landschappelijke en/of natuurwetenschappelijke waarden van de gronden. Het bouwen van gebouwen is verboden. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan onder voorwaarden. De

39

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

gronden mogen niet worden gebruikt voor kampeermiddelen. Het verwijderen van bomen, heesters en/of struiken is slechts toegestaan bij binnenplanse omgevingsvergunning. Deze wordt enkel verleend mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en natuurlijke en/of natuurwetenschappelijke waarden. Groen De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor groenvoorzieningen en speelvoorzieningen. Het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is verboden. Er zijn een aantal gebruiksregels opgenomen, waaronder een verbod op het stallen van onderkomens. Natuur De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden van de gronden, waaronder het aanwezige krekenpatroon. Zie hiervoor paragraaf 4.1.2 Cultuurhistorie. Het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is verboden. Er zijn een aantal gebruiksregels opgenomen, waaronder een verbod op het stallen van onderkomens. Er zijn een aantal werken en werkzaamheden vergunningplichtig, waaronder het vergraven van kreken. Tuin De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor tuinen en erven. Het bouwen van gebouwen is verboden. Hierop is een uitzondering gemaakt voor de rijwoningen. Deze mogen voor de voorgevel een aanbouw bouwen.

Voor het bouwen van deze aanbouwen voor de voorgevel zijn nadere bouwregels in de tuinbestemming opgenomen. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan onder voorwaarden. Verkeer - Verblijf De voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor woonstraten en paden. Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van wegen en openbare nutsvoorzieningen. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan onder voorwaarden. Er zijn twee aanduidingen 'ontsluiting' opgenomen op de verbeelding. Dit is de locatie waar de twee calamiteitenroutes beginnen. Zie hiervoor paragraaf 4.5 Externe veiligheid. Water De voor 'Water' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor water. Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan onder voorwaarden. Wonen De woonbestemmig is opgenomen voor de te bouwen woonpercelen. De woningen worden gebouwd in de bouwvlakken. De voorzijde van de woning wordt in de voorste, naar de weg gekeerde bouwgrens van het bouwvlak gebouwd, zodat de woning richting de weg staan gepositioneerd. Rijwoningen Voor de rijwoningen is de aanduiding "aaneengebouwd" opgenomen. De dakhelling van deze woningen bedraagt minimaal 35 en maximaal 50 graden. De goot- en bouwhoogte is ten hoogste 3,5 respectievelijk 9 meter.

De rijwoningen bestaan uit één bouwlaag, met daarboven een kap. De rijwoningen worden afgedekt met een langskap. Vrijstaande woningen Voor de vrije kavels is de aanduiding "vrijstaand" opgenomen. Deze woningen worden vrijstaand gebouwd. De vrijstaande hoofdgebouwen worden afgedekt met een zadeldak en de nokrichting staat haaks op de

40

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

voorgevel van het hoofdgebouw. In totaal zijn tien vrijstaande woningen toegestaan. Vijf hiervan worden gebouwd met één bouwlaag en vijf hiervan worden gebouwd met twee bouwlagen. Voor de woningen met één bouwlaag en met twee bouwlagen geldt een andere dakhelling en goot- en bouwhoogte. Deze zijn hieronder in de tabel samengevat. Vrijstaande woning met één bouwlaag

Vrijstaande woning met twee bouwlagen

Min. dakhelling

40 graden

20 graden

Max. dakhelling

60 graden

40 graden

Max. bouwhoogte

3,5 meter

6 meter

Max. goothoogte

9 meter

10 meter

Natuurinclusieve maatregelen Voor het betreffende planvoornemen is een beeldkwaliteitsplan en natuurinclusief programma opgesteld, zie Bijlage 1 en Bijlage 2. Beide zijn ook nader toegelicht in paragraaf 2.2. Hierin zijn kansen voor de ontwikkeling van het Polderpark opgenomen. Één onderdeel is het realiseren van natuurinclusieve maatregelen bij iedere woning. In de planregels is dit onderdeel middels voorwaardelijke verplichting doorvertaald. Er is opgenomen dat iedere woning (iedere vrijstaande woning en iedere rijwoning) minimaal 4 vestigingsmogelijkheden voor tenminste 2 verschillende vliegende (dier)soorten realiseert. Bebouwingsvrije zone Aan de achterzijde van de woningen wordt het niet wenselijk bevonden om hier bebouwing te bouwen. De achterzijde van deze percelen wordt aangeduid als 'bebouwingsvrije zone'. Ter plaatse van deze aanduiding zijn geen gebouwen en bouwwerken toegelaten. Deze gronden worden niet beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, dan wel zoals het artikel luidt indien sprake is van een wetswijzging betreffende verguningsvrij bouwen op het erf na vaststelling van dit bestemmingsplan. Daarmee wordt ook het vergunningsvrij bouwen uitgesloten. Zie voor een toelichting op deze inperking paragraaf 2.2.

Bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan onder voorwaarden. Een paar regels voor de bijbehorende bouwwerken zijn gedifferentiëerd voor de rijwoningen en vrijstaande woningen. Ondergronds bouwen is niet toegestaan. De hoofdregel is dat de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken nooit meer mag bedragen dan de maximale oppervlakte van het hoofdgebouw die op grond van het bestemmingsplan is toegestaan, vermeerderd met: a. b.

70 m² bij rijenwoningen, niet zijnde halfvrijstaande woningen; 70 m² bij vrijstaande en halfvrijstaande woningen op bouwpercelen kleiner dan 500 m²;

Hierbij geldt altijd dat het bebouwingspercentage op een bouwperceel nooit meer dan 50% mag bedragen. In navolgende is een voorbeeldberekening opgenomen.

41

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

Figuur 5.1: Rekenvoorbeeld In het voorbeeld is sprake van: een bestemming ‘Tuin’ tot 1 meter achter de voorgevel; een bestemming ‘Wonen’; een bouwvlak ten behoeve van het hoofdgebouw. Het bouwperceel komt hier overeen met de bestemmingen ‘Tuin’ en ‘Wonen’. Gegevens: oppervlakte bouwperceel: 600 m² oppervlakte bouwvlak: 200 m² oppervlakte hoofdgebouw (bestaande situatie): 160 m² oppervlakte bijbehorende bouwwerken (bestaande situatie): 70 m² totale oppervlakte (hoofdgebouw + bijbehorende bouwwerken): 230 m² type woning: vrijstaand Toetsing: De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan de binnen het bestemmingsplan toegelaten maximale oppervlakte van het hoofdgebouw (200 m²), vermeerderd met: - 100 m² bij vrijstaande en halfvrijstaande woningen op bouwpercelen groter dan 500 m². Het bebouwingspercentage op een bouwperceel mag ten hoogste 50% (=300 m²) van de oppervlakte van het bouwperceel (600 m²) bedragen. Bij elkaar opgeteld is het maximale oppervlakte van het hoofdgebouw (200 m2) en het oppervlakte van de bestaande bijbehorende bouwwerken (70 m2) 230 m2. Dit mag worden vermeerderd met de 100 m2, maar er geldt wel een maximum van 300 m2. Volgens bovenstaande regel is er planologisch ruimte voor 70 m² aan nieuwe bijbehorende bouwwerken.

Gebruiksregels Er zijn een aantal gebruiksregels opgenomen, waaronder een verbod op het gebruik van een bijbehorend bouwwerk voor zelfstandige bewoning. Beroep en bedrijf aan huis Onder voorwaarden is een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, evenals een bed & breakfast. Maximaal 1/3 van de totale oppervlakte van de woningen en de bijbehorende bouwwerken mag ten behoeve van aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven worden gebruikt, met een maximum van 75 m². Het gaat om ‘lichte’ activiteiten die geen onevenredige hinder aan het woon- en leefmilieu mogen toebrengen.

42

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

Detailhandel, anders dan ondergeschikte detailhandel, is niet toegestaan. De aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven die zijn toegestaan, zijn vermeld in Bijlage 1 Lijst aan huis verbonden beroepen en bedrijven bij de regels. Het betreft hier een niet-limitatieve lijst. Beroepen of bedrijven die naar de aard daarmee vergelijkbaar zijn, zijn eveneens toegestaan. Bed & breakfast Daarnaast mogen woningen en bijbehorende bouwwerken voor een hobbymatige bed & breakfast voor maximaal 4 personen worden gebruikt. Een eigen kookgelegenheid is daarbij niet toegestaan. Waarde - Archeologie De voor 'Waarde – Archeologie' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden. Het bouwen van bouwwerken en uitvoeren van werken en werkzaamheden is vergunningplichtig. Er geldt een vrijstellingsgrens van een omvang van maximum 10.000 m2 en een diepte van niet meer dan 0,50 meter. 5.2.3

Algemene regels

Onder algemene regels zijn opgenomen de anti-dubbeltelregel, de algemene bouwregels, de algemene gebruiksregels, de algemene afwijkingsregels en de algemene wijzigingsregels. Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens het bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels De regel is dat een gebouw pas mag worden gebouwd, wanneer wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is opgenomen welk gebruik van gronden en/of bouwwerken in ieder geval verboden is, waaronder tijdelijke huisvesting (van migranten). Ook mag een functie pas worden uitgebreid of gewijzigd wanneer wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen. Voor de beide genoemde regels is een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen. Algemene afwijkingsregels In de algemene afwijkingsregels is onder andere opgenomen dat er kan worden afgeweken van de in het plan opgenomen maten en afmetingen tot 10% vanwege constructieve noodzaak. Voor de algemene afwijkingsregels is een toetsingskader geformuleerd.

Algemene wijzigingsregels In de algemene wijzigingsregels is de bevoegdheid opgenomen een wijzigingsplan op te stellen voor een grotere nutsvoorziening. 5.2.4

Overgangs- en slotregels

In dit hoofdstuk zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Voor de redactie van het overgangsrecht geldt het Bro. Dit besluit schrijft dwingend voor hoe het overgangsrecht moet luiden. Bebouwing die niet voldoet aan de regels van is onder het overgangsrecht gebracht. Een geringe uitbreiding van de bebouwing met tien procent wordt mogelijk gemaakt.

43

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

Het gebruik van gronden en bebouwing dat in strijd is met dit nieuwe bestemmingsplan op het tijdstip van inwerkingtreding, mag in beginsel worden voortgezet. Wijziging van dit strijdige gebruik is verboden, indien de afwijking van het plan wordt vergroot. Indien het strijdige gebruik, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Tot slot bevat hoofdstuk 4 de slotregel waarin is aangegeven hoe het bestemmingsplan kan worden aangehaald.

44

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld naar aanleiding van een verzoek van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer draagt de uit het plan voortkomende kosten. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is een planschadeovereenkomst en een anterieure overeenkomst afgesloten. Op basis van deze overweging is het voorliggende bestemmingsplan economisch uitvoerbaar. De uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan wordt niet door onvoldoende economische uitvoerbaarheid belemmerd.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg ex. art. 3.1.1. Bro In het kader van bestuurlijk overleg ex. artikel 3.1.1. Bro wordt het bestemmingsplan aan verschillende maatschappelijke instanties aangeboden die daarmee in de gelegenheid zijn gesteld om een overlegreactie op het plan in te dienen. De ingekomen reacties worden in het bestemmingsplan verwerkt. Overlegreactie Veiligheidsregio Noord-Holland Noord. De Veiligheidsregio heeft in het voortraject geadviseerd over het planvoornemen. Zij geeft de volgende adviezen mee: Bereikbaarheid Er dient een tweede ingang tot de wijk te worden aangebracht. Dit kan eventueel een route zijn die normaal voor langzaam verkeer (bijv. fietsroute) is met een paal in het midden die weggehaald kan worden indien nodig. Deze route moet dan wel geschikt zijn voor de eisen van een hulpdienst. Bluswater Er dient binnen een afstand van 100 meter vanaf elke voordeur van een woning een brandkraan te worden aangebracht met een capaciteit van minimaal 30m³/uur of er dient een opstelplaats voor openwater te worden aangebracht die voldoet aan de volgende uitgangpunten. Voor meer informatie zie ook de handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid VRNHN 2021. Battery packs Mochten er in deze wijk buurtbatterijen aanwezig zijn, moet men op de hoogte zijn dat er voor deze batterijen langdurig water nodig zal zijn.

Het is wenselijk om deze batterijen in de buurt van de waterwinning te plaatsen. Beide adviezen zijn betrokken in de verdere uitwerking van het planvoornemen. In paragraaf 4.5 is hier nader op ingegaan. Informeren omwonenden Op 6 april 2023 zijn de omwonenden uitgenodigd voor een presentatie van het conceptplan. Het merendeel van de omwonenden was aanwezig op deze presentatie. Tot 14 dagen na de presentatie was het mogelijk om vragen en op- en aanmerking aan Woningstichting Anna Paulowna door te geven. Alle vragen en op- en aanmerking zijn voorzien van een antwoord door de woningstichting en via email aan de omwonenden ter kennis gesteld, zie Bijlage 14. De ingekomen vragen hebben niet geleid tot aanpassingen van het plan. Het natuurgebied het Kruiszwin ten Noorden van het plangebied wordt beheerd door Stichting Landschap Noord Holland. Zij zijn als 'buurman" vanaf het begin geïnformeerd over de plannen en hun opmerkingen zijn meegenomen in het ontwerp en het natuurinclusief plan. Overleg ex. art. 3.8 Wro Het ontwerpbestemmingsplan wordt op grond van artikel 3.8 Wro gedurende zes weken ter inzage gelegd.

45

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

In deze periode kan iedereen een schriftelijke zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan geven.

46

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

Regels

47

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

48

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

het plan:

Het Bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna van de gemeente Hollands Kroon; 1.2

het bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1911.BPBG2006hz48-on01 met de bijbehorende regels en bijlage; 1.3

aanbouw:

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6

aan-huis-verbonden beroep of bedrijf:

een in Bijlage 1 Lijst aan huis verbonden beroepen en bedrijven genoemd dienstverlenend beroep of bedrijf, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.7

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.8

bed & breakfast:

een voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt, als aan de woonfunctie ondergeschikte toeristisch recreatieve activiteit. Onder bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid; 1.9

bestaand:

het legale gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, krachtens een bouwvergunning/omgevingsvergunning voor het bouwen dan wel een vrijstelling op grond van de WRO, een afwijking op grond van de Wro of een afwijkingsprocedure op basis van de Wabo; 1.10

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak;

49

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

1.11

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.12

bijbehorend bouwwerk:

aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen; 1.13

bijgebouw:

een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.14

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.15

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.16

bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren is begrensd zulks met inbegrip van de begane grond (eerste bouwlaag) en met uitzondering van onderbouw en zolder; 1.17

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.18

bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel; 1.19

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.20

bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.21

dak:

iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.22

dakkapel:

een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst: a. b. c. d. e.

dakkapellen mogen uitsluitend worden uitgevoerd met gesloten zijwanden; dakkapellen hebben een maximale hoogte van 1,75 m; de afstand tussen de onderkant van de dakkapel en de dakvoet ligt tussen de 0,5 en 1 m; de afstand tussen de bovenkant van de dakkapel en de daknok is 0,5 m of meer; de afstand tussen de zijkanten van de dakkapel en de zijranden van het dak is 0,5 m of meer;

50

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

f. 1.23

de breedte van de dakkapel beslaat ten hoogste 2/3 van de breedte van het dakvlak; dakoverstek:

een dak over een ruimte bij een gebouw, welke ruimte niet zodanig door wanden is omgeven, dat deze ruimte als deel uitmakend van het gebouw is aan te merken; 1.24

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.25

druiplijn:

de horizontale snijlijn van het oplopende dakvlak met het daaronder gelegen buitenwerkse gevelvlak; dit betekent dat in voorkomende gevallen de druiplijn wordt bepaald overeenkomstig het hieronder staande:

1.26

erf:

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en het bestemmingsplan die inrichting niet verbiedt; 1.27

extensieve dagrecreatie:

vormen van recreatief (mede)gebruik in een gebied, waarbij de recreatie geen specifiek beslag leg op de ruimte, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen, zwemmen en natuurobservatie; 1.28

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.29

hoofdgebouw:

gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of de toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkste is; 1.30

huisvesting tijdelijke medewerkers:

het tijdelijk huisvesten van economische actieve migranten die tot doel hebben op eigen initiatief en vrijwillig arbeid en inkomen te verwerven;

51

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

1.31

kampeermiddel:

een mobiel en/of demontabel kampeermiddel en/of vast kampeermiddel waaronder niet worden begrepen enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.32

langskap:

een kap evenwijdig aan de voorgevel (naar de straat gekeerde kap); 1.33

logies:

het bedrijfsmatig bieden van nachtverblijf, met uitzondering van tijdelijke huisvesting; 1.34

mobiel kampeermiddel:

een tent, tentwagen, kampeerauto, toercaravan of enig ander onderkomen met de bedoeling deze tijdelijk te plaatsen op een kampeerterrein; 1.35

onderkomens:

voor verblijf geschikte - al dan niet aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken - voertuigen, vaartuigen, arken, toercaravans, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken, alsook tenten; 1.36

ondergeschikte detailhandel:

detailhandelsactiviteiten die aan te merken zijn als rechtstreeks voortvloeiend uit de bedrijfsactiviteiten van een niet-detailhandelsbedrijf en daaraan in bedrijfseconomisch en ruimtelijk opzicht ondergeschikt zijn; 1.37

overkapping:

elk bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand; 1.38 a. b. c.

1.39

peil: voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij aanvang van de bouw; indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil); permanente bewoning:

bewoning van een verblijf als hoofdverblijf; 1.40

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

1.41

recreatieve bewoning:

bewoning die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie, waarbij hoofdverblijf elders wordt gehouden;

52

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

1.42

seksinrichting:

de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.43

trekkershut:

een houten gebouw, dat naar de aard en inrichting bestemd is voor recreatief verblijf en waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben; 1.44

tijdelijke huisvesting:

huisvesten van personen voor de duur van ten minste 2 weken; 1.45

uitbouw:

een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.46

vast kampeermiddel:

een stacaravan, trekkershut of ander recreatief verblijf op een kampeerterrein, welke naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven en al dan niet direct steun vindt in of op de grond (plaatsgebonden) en daardoor als bouwwerk is aan te merken; 1.47

voorgevel:

de naar de weg gekeerde gevel(s) van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.48

wonen:

bewonen van een woning door één afzonderlijke huishouding; 1.49

woning:

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming, al dan niet noodzakelijk is; 1.50

zadeldak:

een zadeldak is een kapvorm waarbij beide schuine dakvlakken in één lijn bij elkaar komen.

53

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

54

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van dakkapellen. Indien bouwwerken van een platte afdekking worden voorzien, geldt de maximale goothoogte als maximale bouwhoogte. De goothoogte van een lessenaarsdak wordt bepaald door de hoogte van de goot aan de lage zijde van het dak, de bouwhoogte wordt bepaald door de hoogte van de hoge zijde van het dak; 2.3

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidsmuren en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6

de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens:

tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.7

meten:

tot of vanuit het hart van een lijn op de (digitale) verbeelding. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, kozijnen, ventilatiekanalen, liftschachten, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,5 m bedraagt.

55

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

56

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Bos

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Bos’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

bos en bebossing; het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de landschappelijke en/of natuurwetenschappelijke waarden van de gronden,

met de daarbij behorende: c. d. e. f.

erven en terreinen; wegen en paden; verkeers- en verblijfsvoorzieningen; water.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: a. 3.3

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 6 m. Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. b.

het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen; het gebruik van gronden voor het stallen van onderkomens.

3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.

b.

c.

Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het verwijderen van bomen, heesters en/of struiken. De in sub a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: 1. het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; 3. mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden. De in sub a genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en natuurlijke en/of natuurwetenschappelijke waarden.

57

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

58

bestemmingsplan Polderpark Anna Paulowna

Artikel 4 4.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

groenvoorzieningen; sport- en speelvoorzieningen;

met de daarbij behorende: c. d. e. f.

paden; openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, de waterbeheersing en de waterafvoer en -berging; verblijfsvoorzieningen; water.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 4.3

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=4d7bfa81-73c4-4175-9162-02a1615bfc5d