1a TAM-omgevingsplan Torenstraat Middenmeer 20251001
Tekst van het document
Voor dit bedrijf geldt geen richtafstand in gemengd gebied. Aan de Kerkring is een kerk aanwezig. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. Aan deze richtafstand wordt voldaan. De aanwezige functies en planologische gebruiksmogelijkheden in de omgeving van het plangebied staan een goed woon- en leefklimaat niet in de weg. Tevens leidt de voorgenomen ontwikkeling niet tot beperkingen voor omliggende functies.
4.7
Verkeer en parkeren
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect verkeer en parkeren Betekenis voor het project Verkeer Als gevolg van de ontwikkeling treedt er een wijziging op in de verkeersgeneratie van en naar het plangebied. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie als gevolg van het plan zijn de kencijfers van de CROW (2024) gehanteerd. De locatie valt in de categorie ‘niet stedelijk – rest bebouwde kom’. De CROW gaat uit van een verkeersgeneratie van 4,8 motorvoertuigen per etmaal voor sociale huurwoningen. Voor sociale huurappartementen met een BVO van 75 tot 100 m² wordt een verkeersgeneratie van 3,4 motorvoertuigen per etmaal gehanteerd. In totaal leidt dit tot een verkeersgeneratie van ca. 406 motorvoertuigen per etmaal. Wanneer de verkeersgeneratie van de te slopen woningen (41 x 4,8 = 197 verkeersbewegingen) hier van wordt afgetrokken, kan geconcludeerd worden dat het plan leidt tot circa 209 extra verkeersbewegingen. De woningen worden via de Torenstraat en Havenstraat ontsloten richting de Brugstraat – Zuiderzeeweg en vervolgens naar de N248 en N242. De wegen hebben voldoende capaciteit om het extra verkeer te verwerken. Parkeren In maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders de ‘Parkeerregels Hollands Kroon 2018 vastgesteld. De parkeerregels gaan uit van de gemiddelde parkeerkencijfers van
DNS Planvorming BV
23/48
het kenniscentrum CROW. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van deze regeling en de normen die daarin zijn opgenomen. De parkeerbehoefte is weergegeven in onderstaande tabel.
Huur, huis, sociale huur Huur, appartement, sociale huur, <75 m² Bezoekers parkeren Totaal
Aantal woningen 52 46 98 98
Norm 1,1 0,8 0,2
Parkeerbehoefte 57,2 36,8 19,6 113,6
Het parkeren is op drie plaatsen in het plangebied geclusterd. Zie afbeelding 2.2 op bladzijde 8. Op deze afbeelding zijn 139 parkeerplaatsen ingetekend en dat wordt als overmaat beschouwd. Er wordt gestreefd naar minimaal 114 en maximaal 120 parkeerplaatsen. In overleg met de gemeentelijke diensten wordt bepaald hoe de parkeerplaatsen over het plangebied worden verdeeld.
4.8
Luchtkwaliteit
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Betekenis voor het project De ontwikkeling van het plangebied bevat de realisatie van minder dan 1.500 woningen. Op basis van deze gegevens kan worden geconcludeerd dat onderzoek naar luchtkwaliteit voor de ontwikkeling die met het voorliggende bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt niet nodig is en dat de ontwikkeling niet bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Uit de informatie die beschikbaar is via de Monitoringstool NSL blijkt dat de jaargemiddelde concentraties fijn stof en stikstofdioxide in 2017, 2020 en 2025 langs wegen in de nabijheid van het plangebied onder de 35 µg/m³ liggen.
Ter plaatse van het gehele plangebied zal dan ook worden voldaan aan de grenswaarden omdat de concentraties luchtverontreinigende stoffen afnemen naarmate een locatie verder van de weg ligt. Met betrekking tot luchtkwaliteit is in het plangebied sprake van een goed woon- en leefklimaat.
4.9
Omgevingsveiligheid
De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de externe veiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor);
DNS Planvorming BV
24/48
Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.
Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het plan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Betekenis voor het project Het plan is gelegen op circa 210 m afstand van het LPG tankstation aan de Zuiderzeeweg en op circa 350 m afstand van de N248. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van het LPG-station. Over de N248 worden gevaarlijke stoffen (voornamelijk brandstoffen) vervoerd. Omdat het plangebied buiten 200 meter van de weg is gelegen, heeft deze geen invloed meer op de hoogte van het groepsrisico. Daarom kan worden volstaan met een zogenaamde beperkte verantwoording van het groepsrisico. In onderstaande tekst is hier invulling aan gegeven.
Bestrijdbaarheid Door een externe beschadiging van een tankwagen met GF3-stoffen (zoals propaan of LPG) kan de tank openscheuren waardoor de gehele inhoud aan brandbaar gas direct vrijkomt. Als dit direct ontsteekt ontstaat er een vuurbal en een drukgolf (zogenaamde koude BLEVE). Als dit gas later ontsteekt ontstaat er een gaswolkexplosie of wolkbrand. Als een tankwagen met GF3 stoffen betrokken raakt bij een brand kan na enige tijd de tank bezwijken waardoor de gehele inhoud aan brandbaar gas direct vrijkomt en ontsteekt (zogenaamde warme BLEVE). Het optreden van een koude BLEVE is een snel scenario dat direct plaatsvindt. Voor dit scenario zijn er vanuit bestrijdbaarheidsperspectief geen mogelijkheden om dit scenario te voorkomen. Bij de dreiging van een warme BLEVE door brand rondom/nabij een tankwagen met brandbare gassen bestaat er voor de brandweer gedurende enige tijd de mogelijkheid om de tankwagen te koelen met water om een warme BLEVE te voorkomen. Hiertoe dienen voldoende bluswatervoorzieningen nabij de risicobron aanwezig te zijn. Na het optreden van een koude of warme BLEVE kunnen in het plangebied branden ontstaan die door de brandweer kunnen worden geblust. Hierbij is het van belang dat het plangebied goed bereikbaar is voor hulpdiensten via de doorgaande route Zuiderzeeweg-Brugstraat. Het plangebied is tevens via de Havenstraat te bereiken.
Het plangebied is hiermee voldoende bereikbaar. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. De planvorming betreft de realisatie van woningen, waaronder appartementen. Uitgangspunt is dat de personen in de woningen zelfredzaam zullen zijn, met uitzondering van bewoners van de zorgwoningen. Hier is echter 24-uurs zorgverlening aanwezig. Het optreden van een koude BLEVE is een snel scenario waarbij er geen tijd beschikbaar is om te kunnen vluchten. Bij het optreden van een warme BLEVE is voorafgaand in beginsel voldoende tijd aanwezig om de gebouwen te ontruimen. Indien bij een dreigende BLEVE door de hulpdiensten wordt besloten het gebied te ontruimen, is het van belang dat personen, van de bron af kunnen vluchten. Het plan biedt voldoende mogelijkheden om van de bron af te vluchten.
DNS Planvorming BV
25/48
Een ongeval met het vervoer van LPG (de stof met het ongeval scenario met substantiële effecten in combinatie met de grootste afstand) vereist naar verwachting de omvangrijkste inzet van hulpdiensten. Op de afstand van ruim 300 m kan een giftige stof nog gevolgen hebben tot in het plangebied. De vigerende bouwregelgeving borgt dat woongebouwen op deze afstand voldoende bescherming bieden tegen een eventuele giftige wolk. Personen kunnen op deze afstand binnen veilig verblijven gedurende minimaal 4 uren. Het is gewenst dat in voorkomende situaties bewoners de aanwijzingen van de overheid via NLAlert/media opvolgen.
4.10
M.e.r.-beoordeling
Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning. Of er voor het besluit een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een mer-plicht. Anders geldt een mer-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan. Betekenis voor het project Het plan voorziet in de ontwikkeling van 98 woningen op een locatie in het bestaand stedelijk gebied van Middenmeer. Uit de voorgaande paragrafen en de opgestelde aanmeldnotitie m.e.r.6 blijkt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.
4.11
Duurzaamheid
Duurzaam bouwen betreft een wijze van plannen, bestemmen, ontwerpen, bouwen, inrichten en beheren (inclusief slopen en hergebruik) van de te realiseren woningen. Duurzaamheidsaspecten waar bij de bouw van de woningen aan moet worden gedacht zijn: energiehuishouding, materiaalgebruik, watergebruik, gezondheid, comfort, toekomstbestendigheid, etc. Betekenis voor het project Duurzaamheid krijgt op verschillende aspecten aandacht in het plan op stedenbouwkundig niveau en door de realisatie van energiezuinige woningen en duurzaam bouwen. Duurzame voorzieningen die worden gerealiseerd op stedenbouwkundig niveau bestaan onder andere uit het zoveel mogelijk behouden en toevoegen van groen in het plangebied waarmee wordt bijgedragen aan de klimaatadaptatie. Aardgasvrij bouwen is inmiddels de wettelijke norm. Vanaf 1 januari 2021 moeten woningen voldoen aan de eisen voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). Er wordt voldaan aan de wettelijke vereisten.
4.12
Gezondheid
Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. 6
Aanmeldnotitie m.e.r. Torenstraat Middenmeer, DNS Planvorming BV, 8 september 2025
DNS Planvorming BV
26/48
Betekenis voor het project De gemeente Hollands Kroon heeft nog geen specifiek beleid vastgesteld met betrekking tot gezondheid. Gelet op de conclusies met betrekking tot de hiervoor benoemde aspecten omtrent de effecten of de fysieke leefomgeving, kan met betrekking tot gezondheid worden geconcludeerd dat er als gevolg van het project geen sprake is van negatieve effecten.
4.13
Conclusie effecten fysieke leefomgeving
Gelet op de conclusies uit de voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de effecten op de fysieke leefomgeving als gevolg van het plan aanvaardbaar zijn.
DNS Planvorming BV
27/48
5
Uitvoerbaarheid
5.1
Financiële uitvoerbaarheid
Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Dat zijn: aangewezen bouwactiviteiten; aangewezen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen. Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal. De plankosten worden gedragen door de initiatiefnemer Wooncompagnie. Hetzelfde geldt voor eventuele kosten als gevolg van nadeelcompensatie. Hiervoor zal een overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente worden gesloten. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is voldoende gewaarborgd.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1 Participatie Omwonenden en andere belanghebbenden zijn op 5 juni 2023 tijdens een informatieavond geinformeerd over het plan. Met de direct aanwonende particuliere woningeigenaren heeft nadien persoonlijk overleg plaatsgevonden. Huidige bewoners zijn al eerder persoonlijk over het plan geïnformeerd. Hier is door Wooncompagnie een sociaal plan voor opgesteld. 5.2.2 Procedure Om tot vaststelling van een wijziging van het omgevingsplan te komen, wordt de uitgebreide voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb gevolgd. Op het ontwerpbesluit kunnen door een ieder zienswijzen worden ingebracht. Deze worden afgewogen en meegenomen in het definitieve besluit. Beroep staat vervolgens open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van de State. In de uitgebreide voorbereidingsprocedure die gevolgd wordt bij het aanvragen van een wijziging van het omgevingsplan, is het maken van bezwaar niet mogelijk. Hiervoor in de plaats bestaat namelijk de mogelijkheid om zienswijzen tegen het ontwerpbesluit in te dienen. Deze worden afgewogen en meegenomen in het definitieve besluit. Vervolgens staat rechtstreeks beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van de State.
DNS Planvorming BV
28/48
6
Belangenafweging en conclusie
6.1
Is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties?
Een wijziging van het omgevingsplan kan alleen worden toegestaan wanneer er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De vraag is daarom of het initiatief leidt tot een situatie waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Anders gezegd: is er na een zorgvuldige belangenafweging met het toestaan van de activiteit nog steeds, of weer, sprake van een evenwichtige toedeling? Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (en voor zover betrekking hebbend op het initiatief) nader onderzocht en afgewogen.
6.2
Conclusie
Gelet op de conclusies uit de voorgaande hoofdstukken met betrekking tot het beleidskader, de effecten op de fysieke leefomgeving en de betrokken belangen wordt geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Alles overwegende is de ontwikkeling aanvaardbaar
DNS Planvorming BV
29/48
7
Juridische planbeschrijving
7.1
Algemeen
Door de komst van de Omgevingswet stellen alle gemeenten een omgevingsplan vast. Hierin komt een grote hoeveelheid regels over de fysieke leefomgeving bij elkaar. Denk aan regels over bouwen, gebruik van gebouwen, monumenten, water en milieubelastende activiteiten. Vanaf de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024, heet de gemeente Hollands Kroon automatisch een tijdelijk omgevingsplan ‘van rechtswege’ gekregen. Daarin staan de huidige bestemmingsplannen nog gewoon zoals ze waren. Samen met specifieke regels over bouwen en milieu die van het Rijk naar de gemeenten zijn gaan. Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om een nieuw, samenhangend omgevingsplan te maken.
7.2
Verhouding tijdelijk omgevingsplan – TAM-omgevingsplan
Het tijdelijk omgevingsplan is gepubliceerd met een nieuwe digitale standaard (STOP-TP), waardoor het nog niet mogelijk is daarin wijzigingen van het omgevingsplan te publiceren. Daarom is er de tijdelijke alternatieve maatregel (TAM), waarmee wijzigingen van het omgevingsplan tijdelijk worden gepubliceerd via de oude digitale standaard (IMRO). Een TAM-omgevingsplan is juridisch gezien een wijziging van het omgevingsplan, maar digitaal gezien een zelfstandig plan. Een TAM-omgevingsplan wordt toegevoegd aan het omgevingsplan als hoofdstuk 22A, 22B enz. Het TAM-omgevingsplan sluit aan op de systematiek van de basisregeling. Voor voorliggend TAM-omgevingsplan betekent dit dat voor de Algemene bepalingen (begripsbepalingen) wordt aangesloten op de begripsbepalingen uit hoofdstuk 1 uit de basisregeling en waar nodig is aangevuld met voor dit TAM-omgevingsplan specifiek van toepassing zijnde begripsbepalingen. De overige regels van voorliggend TAM-omgevingsplan gelden deels in aanvulling en deels ter vervanging van de regels van het tijdelijk Omgevingsplan. De regels van voorliggend TAM-omgevingsplan gelden uitsluitend binnen het besluitgebied van dit TAM-Omgevingsplan.
7.3
Toelichting op de regels
De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn de begrippen opgenomen die relevant zijn voor voorliggend TAM-omgevingsplan. De begrippen werken aanvullend op artikel 1.1 uit het Omgevingsplan gemeente Hollands Kroon.
DNS Planvorming BV
30/48
In Artikel 2 zijn meet- en rekenbepalingen opgenomen waaruit blijkt hoe bijvoorbeeld de bouwhoogte of de goothoogte moet worden bepaald. Hoofdstuk 2 Verantwoording van de regels Binnen dit hoofdstuk zijn de toegelaten functies opgenomen. Groen (artikel 3) De toekomstige hoofdgroenstructuur heeft de functie ‘Groen’ in dit omgevingsplan. Met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag op deze gronden niet worden gebouwd. Verkeer (artikel 4) De gronden waar parkeerplaatsen worden aangelegd hebben de functie ‘Verkeer’. Met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag op deze gronden niet worden gebouwd. Wonen (artikel 5) Met de functie ‘Wonen’ worden maximaal 98 woningen mogelijk gemaakt. Binnen de functie ‘Wonen’ wordt een aantal randvoorwaarden meegegeven zoals de maximaal toegestane gooten bouwhoogte. Met de aanduiding ‘gevellijn’ is bepaald waar de voorgevel van de hoofdgebouwen moet komen, waarbij een marge van 3 meter wordt gehanteerd. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘maatschappelijk’ is een maatschappelijke voorziening in de vorm van een ontmoetingsruimte voor bewoners en omwonenden en een ruimte voor zorgverleners toegestaan. Hoofdstuk 3 Algemene regels In artikel 6 is aangegeven hoe het voorliggende TAM-omgevingsplan moet worden gelezen en hoe het zich verhoudt tot het Omgevingsplan gemeente Hollands Kroon.
Op grond van de antidubbeltelregel (artikel 7) is bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft. Deze bepaling voorkomt dat er meer kan worden gebouwd dan er wenselijk is indien een kavel wordt gesplitst en op grond daarvan een nieuw bouwperceel ontstaat. Elk bouwperceel heeft immers in principe recht op een bepaalde hoeveelheid bebouwing. Artikel 8 maakt duidelijk dat alleen de bouw- en gebruiksactiviteiten zijn toegestaan die zijn opgenomen in de regels. Artikel 9 geeft algemene gebruiksactiviteiten aan die gelden binnen het gehele plan. Artikel 10 geeft aan voor welke gevallen en onder welke voorwaarden het bevoegd gezag een binnenplanse omgevingsvergunning mag verlenen. In artikel 11 zijn meerdere dynamische beleidsverwijzingen opgenomen waaronder die voor parkeren. Bij verlening van een omgevingsvergunning dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hoofdstuk 4 Overgangsregels In dit hoofdstuk is opgenomen dat de legale bebouwing en legaal gebruik binnen het plangebied dat in strijd is met het TAM-omgevingsplan, mag worden voortgezet.
DNS Planvorming BV
31/48
REGELS
DNS Planvorming BV
32/48
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1
Begrippen
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op deze regels, tenzij in artikel 1 daarvan is afgeweken met onderstaande 'van toepassing verklaren aanvullende begrippen'. Voor de toepassing van deze regels gelden de volgende begrippen: 1.1 omgevingsplan: het omgevingsplan van de gemeente Hollands Kroon. 1.2 wijzigingsbesluit: het besluit vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1911.TAMTorenstrMiddm-on01. 1.3 aan-huis-gebonden beroep een in bijlage 1 genoemd dienstverlenend beroep of bedrijf, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4 aanbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat qua vorm, ligging en omvang ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
1.5 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7
afhankelijke woonruimte
een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is. 1.8 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.9
bedrijf
een onderneming waarin doorgaans met economisch oogmerk goederen worden vervaardigd, bewerkt, verwerkt, verhandeld en opgeslagen, danwel diensten worden verleend.
DNS Planvorming BV
33/48
1.10
beroeps- c.q. bedrijfsoppervlakte
de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.11 bestaand het legale gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, krachtens een bouw- of omgevingsvergunning dan wel vergunningsvrij was; 1.12 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw. of ander bouwwerk, met een dak; 1.13
bijgebouw
een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een op zichzelf staand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en door ligging, constructie en/of afmetingen daaraan ondergeschikt is; 1.14 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.15
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond. 1.16 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.17 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel. 1.18 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.19 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.20 bruto vloeroppervlak (BVO) het totale gebouwde vloeroppervlak van de ruimte die wordt gebruikt voor de in het plan aangegeven doeleinden, inclusief opslag- en administratieruimten, dienstruimten, bergingen en dergelijke. 1.21 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.22 dakoverstek een dak over een ruimte bij een gebouw, welke ruimte niet zodanig door wanden is omgeven, dat deze ruimte als deel uitmaken van het gebouw is aan te merken;
DNS Planvorming BV
34/48
1.23 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.24
druiplijn
de horizontale snijlijn van het oplopende dakvlak met het daaronder gelegen buitenwerkse gevelvlak; dit betekent dat in voorkomende gevallen de druiplijn wordt bepaald overeenkomstig het hieronder staande:
1.25
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.26 hoofdgebouw een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een bouwperceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.27 horecabedrijf een bedrijf waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie; 1.28 huisvesting tijdelijke werknemers de tijdelijke huisvesting van economisch actieve migranten die tot doel hebben op eigen initiatief en vrijwillig inkomen uit arbeid te verwerven en die voor een ander werken en daarvoor betaald worden; 1.29 ondergeschikte detailhandel detailhandelsactiviteiten die aan te merken zijn als rechtstreeks voortvloeiend uit de bedrijfsactiviteiten van een niet-detailhandelsbedrijf en daaraan in bedrijfseconomisch en ruimtelijk opzicht ondergeschikt zijn; 1.30 overkapping elk bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand;. 1.31 peil 1. voor voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2.
voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij aanvang van de bouw; 3. indien op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil);
DNS Planvorming BV
35/48
1.32 permanente bewoning bewoning van een verblijf als hoofdverblijf; 1.33 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.34 uitbouw een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.35 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw, of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.36 wonen het bewonen van een woning door één afzonderlijke huishouden. 1.37 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.38
woongebouw
een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden. 1.39
zorgwoning
verzamelnaam voor woningen die aangepast zijn voor bewoners met een lichamelijke en/of geestelijke handicap en waar zorg geleverd wordt of de levering van zorg (in de toekomst) mogelijk is.
DNS Planvorming BV
36/48
Artikel 2
Meet- en rekenbepalingen
De bepalingen in dit artikel zijn een aanvulling op en gaan bij strijdigheid vóór op de meet- en rekenbepalingen zoals bedoeld in artikel 22.24 van dit omgevingsplan. Er wordt als onderstaand aangegeven gemeten. 1. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2. de goothoogte van een bouwwerk: Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c. q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 3. de inhoud van een bouwwerk: Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 4. de bouwhoogte van een bouwwerk: Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, valbeveiligingen voor dakterrassen en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 5. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Uitzondering Bij de toepassing van het bepaalde wordt buiten beschouwing gelaten: ondergeschikte bouwdelen als goot- en dakoverstekken, plinten, pilasters, kozijnen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel en kroonlijsten buiten beschouwing gelaten, mits de afwijking van de plaatsingseisen niet meer dan 1 m bedraagt. .
DNS Planvorming BV
37/48
Hoofdstuk 2 Regels voor instructies van activiteiten
Artikel 3 3.1
Groen Toepassingbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie die is aangewezen als ‘Groen’ 3.2 Functieomschrijving De voor ‘Groen’ aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. voet- en fietspaden d. speelvoorzieningen; e. openbare nutsvoorzieningen; f. water. 3.3 Bouwactiviteiten Het is toegestaan om bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen, met een bouwhoogte van maximaal 3 m.
DNS Planvorming BV
38/48
Artikel 4 4.1
Verkeer Toepassingbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie die is aangewezen als ‘Verkeer’ 4.2 Functieomschrijving De voor ‘Verkeer’ aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. woonstraten; b. voet- en fietspaden. met de daarbij behorende: c. groenvoorzieningen; d. speelvoorzieningen; e. openbare nutsvoorzieningen; f. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; g. water; h. bruggen en andere kunstwerken ten behoeve van het kruisen van water. 4.3 Bouwactiviteiten a. Het is toegestaan om gebouwen ten behoeve van wegen en openbare nutsvoorzieningen te bouwen, waarbij: 1. de inhoud per gebouw mag niet meer bedragen dan 50 m³; 2. de bouwhoogte van een gebouw niet meer mag bedragen dan 3 m. b. Het is toegestaan om bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen, met een bouwhoogte van maximaal 3 m.
DNS Planvorming BV
39/48
Artikel 5
Wonen
5.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Wonen. 5.2 Functieomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. wonen, al dan niet in combinatie met aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven conform de regels in artikel 8.1; b. ter plaatse van de aanduiding ‘maatschappelijk’ een ontmoetingsruimte voor bewoners en omwonenden en een ruimte voor zorgverleners. met de daarbij behorende: a. tuinen, erven en terreinen; b. wegen en paden; c. groenvoorzieningen; d. openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; e. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; f. speelvoorzieningen; g. ondergrondse vuilcontainers; h. water. 5.3
Bouwactiviteiten
5.3.1 Hoofdgebouwen Het is toegestaan om een hoofdgebouw te bouwen, waarbij: a. hoofdgebouwen uitsluitend als woongebouwen en woningen worden gebouwd; b. in afwijking op lid a. ter plaatse van de aanduiding ‘maatschappelijk’ een ontmoetingsruimte voor bewoners en omwonenden mag worden gebouwd;. c. het aantal woningen niet meer mag bedragen dan 98; d. de goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding “maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)” aangegeven goot- en bouwhoogte; e. hoofdgebouwen dienen met de voorgevel in of richting de figuur ‘gevellijn’ te worden gesitueerd, waarbij de afstand tot de figuur ‘gevellijn’ niet meer mag bedragen van 3m. . 5.3.2 Bijbehorende bouwwerken Het is toegestaan om bijbehorende bouwwerken te bouwen, waarbij: a. bijbehorende bouwwerken op ten minste 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw dienen te worden gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde onder 1, mag 1 uitbouw vóór de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd, met inachtneming van de volgende regels: 1. de diepte van de uitbouw mag ten hoogste 1,5 m bedragen; 2. de breedte van de uitbouw mag ten hoogste 60% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw bedragen; 3.
de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw waaraan wordt gebouwd; c. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en hoofdgebouwen niet meer mag bedragen dan 70 m² bij rijwoningen; d. het bebouwingspercentage op een bouwperceel ten hoogste 50% van de oppervlakte van het bouwperceel mag bedragen; e. de goothoogte van aan- en uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen en aangebouwde overkappingen ten hoogste 3 m mag bedragen dan wel de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw waaraan wordt gebouwd, voor zover het aan- en uitbouwen betreft, dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte van aan- en uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen en aangebouwde overkappingen indien deze meer bedraagt;
DNS Planvorming BV
40/48
f.
de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen en vrijstaande overkappingen ten hoogste 3 m mag bedragen; g. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken niet meer dan 6 m mag bedragen, waarbij de bouwhoogte in ieder geval 1 m lager is dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; h. een dakoverstek ten hoogste 0,5 m mag bedragen; i. ondergronds bouwen niet is toegestaan. 5.3.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Het is toegestaan om bouwwerken geen gebouwen zijnde te bouwen, waarbij: a. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel(s) van gebouwen niet meer dan 1 m mag bedragen; b. de bouwhoogte van overige terrein- en erfafscheidingen niet meer dan 2 m mag bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 6 m mag bedragen.
DNS Planvorming BV
41/48
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 6
Relatie met Omgevingsplan Hollands Kroon
6.1 Relatie met Omgevingsplan Hollands Kroon Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van de gebiedsontwikkeling op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Torenstraat Middenmeer en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22a) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Hollands Kroon. Het is met de landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. 6.2 Leeswijzer TAM-regels en Omgevingsplan Hollands Kroon De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan van de gemeente Hollands Kroon. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22a. gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage 22a. gelezen worden.
DNS Planvorming BV
42/48
Artikel 7
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
DNS Planvorming BV
43/48
Artikel 8
Toepassingsbereik Bouw- en gebruiksactiviteiten
Op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Torenstraat Middenmeer zijn uitsluitend de bouw- en gebruiksactiviteiten toegestaan zoals die zijn opgenomen in deze regels. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het daarom verboden om zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.
DNS Planvorming BV
44/48
Artikel 9
Algemene gebruiksactiviteiten
9.1 Aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven Aan-huis verbonden beroepen en bedrijven zijn in overeenstemming met de woonfunctie, mits: a. niet meer dan 1/3 deel van het totale oppervlak van de woning, inclusief aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, met een maximum van 120 m², voor de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep of bedrijf wordt gebruikt; b. alleen activiteiten mogen worden uitgevoerd die niet meldingsplichtig zijn in het kader van de milieuwetgeving en die genoemd worden in de bijlage bij deze beleidsregels, dan wel naar aard en invloed daarmee gelijk te stellen zijn; c. geen onevenredige hinder wordt of kan worden toegebracht aan het woon- en leefmilieu; d. geen onevenredige hinder wordt of kan worden toegebracht aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; e. het niet zodanige verkeersaantrekkende activiteiten betreft die verkeersoverlast veroorzaken of die verkeersmaatregelen noodzakelijk maken; f. het parkeren op het eigen erf plaatsvindt; g. er geen reclame-uitingen groter dan 0,5 m² bij of aan de woning worden geplaatst met een maximum aantal van één, onder de voorwaarde dat deze niet verlicht mogen zijn; h. degene die het aan-huis-verbonden beroep of de bedrijfsactiviteit uitoefent, tevens de bewoner van de woning is; i. er geen activiteiten ten aanzien van een horecabedrijf of een seksinrichting worden uitgeoefend; j.
er geen detailhandel plaatsvindt, anders dan ondergeschikte detailhandel.
DNS Planvorming BV
45/48
Artikel 10
Algemene binnenplanse omgevingplanactiviteiten
10.1 Binnenplanse omgevingsplanactiviteiten Met een omgevingsvergunning staat het bevoegd gezag toe dat: a. de in deze regels gegeven maten, afmetingen en percentages worden verruimd tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, teneinde deze bij de definitieve uitmeting van het plan in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie; b. het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. het bouwen van antennes en openbare lichtmasten is toegestaan tot een bouwhoogte van maximaal 15 meter; d. maten op de locaties in hoofdstuk 2 van deze regels worden overschreden met ten hoogste 30 cm, indien sprake is van een overschrijding die het gevolg is van het aanbrengen van isolatie bij hoofdgebouwen, mits is voldaan aan de beoordelingsregels in lid 9.2 Beoordelingsregels. 10.2 Beoordelingsregels De in lid 10.1 bedoelde omgevingsvergunningen mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en/of bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de sociale veiligheid.
DNS Planvorming BV
46/48
Artikel 11
Dynamische beleidsverwijzingen
11.1 Parkeervoorzieningen Een omgevingsvergunning voor het uitbreiden of wijzigen van de functie van een bouwwerk wordt slechts verleend indien in, op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in de Parkeerregels Hollands Kroon 2018. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de gewijzigde regels. 11.2 Binnenplanse omgevingsplanactiviteit Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.1 indien: a. het voldoen aan deze regel door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. op andere geschikte wijze in de nodige parkeergelegenheid wordt voorzien; c. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid, die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd; d. onder de voorwaarde dat dit mogelijk is indien de structuur van de omgeving daartoe aanleiding geeft en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en de verkeerssituatie ter plaatse.
11.3 Strijdig gebruik Tot een gebruik in strijd met het omgevingsplan wordt begrepen het gebruiken dan wel laten gebruiken van gronden of bouwwerken waarbij de parkeergelegenheid die is vereist en aangelegd op grond van artikel 11.1 niet in stand wordt gelaten.
DNS Planvorming BV
47/48
Hoofdstuk 4 Overgangsregels
Artikel 12
Overgangsrecht
12.1 Overgangsrecht bouwwerken en bouwactiviteiten a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2 Overgangsrecht functies en gebruiksactiviteiten a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het wijzigingsbesluit strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende tijdelijke omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
DNS Planvorming BV
48/48