CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

16.5 Bijlage 4 - Deel I-II-II - Omgevingsvisie_Actualisatie_5.docx

Raad 18 februari 2021, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Aanpassen omgevingsvisie Hollands Kroon16.896 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1

Omgevingsvisie 22-11-2016

Omgevingsvisie

Colofon Titel

: Omgevingsvisie Hollands Kroon “Ruimte voor Elkaar”

Opdrachtgever

: De Raad van Hollands Kroon

Ambtelijk opdrachtgever

: Arthur Cremers

Projectomschrijving

: De omgevingsvisie Hollands Kroon

2

Inhoudsopgave Omgevingsvisie Deel I: Inleiding 1.1 De omgevingsvisie

4

Waarom? “meer samenhang en flexibiliteit”

4

Hoe (in het kort)?

4

Status

5

1.2 Wat is de missie van deze omgevingsvisie?

5

1.3 Hoe is de omgevingsvisie opgebouwd?

6

1.4 Navigatie

6

Deel II: Werkwijze 2.1 De (uit)werking van omgevingsvisie

7

2.2 De dynamiek van omgevingsvisie

7

2.3 Periodieke toetsing en aanpassing

7

2.4 Het model

8

Deel III: Onderwerpen Onderwerp: Ruimtelijke kwaliteit

9

Onderwerp: Landschappelijke inpassing & ontwikkeling

10

Onderwerp: Bereikbaarheid

11

Onderwerp: Leegstand

13

Onderwerp: Milieu

14

Onderwerp: Duurzaamheid

15

Onderwerp: Energie

16

Onderwerp: Agrarische sector

18

Onderwerp: Agriport A7

19

Onderwerp: Bedrijven(terreinen)

21

Onderwerp: Visserij

24

Onderwerp: Wonen

25

Onderwerp: Voorzieningen

29

Onderwerp: Beheer & Onderhoud - Riolering

31

Onderwerp: Beheer & Onderhoud - Afvalinzameling

33

Onderwerp: Verkeersveiligheid

34

Onderwerp: Water en Klimaat

35

Onderwerp: Beheer & Onderhoud - Bruggen

37

Onderwerp: Beheer & Onderhoud - Baggeren

37

Onderwerp: Vrijetijdsbusiness

38

Onderwerp Cultuurhistorie

42

Onderwerp: Archeologie

43

Onderwerp: Natuur en Natuurnetwerk Nederland (NNN)

44

Onderwerp: Beheer & Onderhoud - Openbare ruimte

46

3

Hollands Kroon ruimte voor elkaar! U kunt de Samenvatting hier vinden.

Deel I: Inleiding 1.1 De omgevingsvisie Waarom? “meer samenhang en flexibiliteit”

De omgevingsvisie is een integrale visie en een helder fundament voor het beleid van Hollands kroon en de uitvoering ervan voor de periode tot 2030. Het betreft naast ruimtelijke ordening ook onderwerpen als veiligheid, economische en technologische ontwikkelingen, natuur, milieu en bereikbaarheid. Dit moet meer samenhang brengen in het beleid voor de fysieke leefomgeving om flexibeler in te kunnen spelen op de veranderingen in de maatschappij. Vooral op strategisch niveau is deze samenhang van belang. Daarom worden in deze omgevingsvisie zoveel mogelijk onderwerpen binnen verschillende thema’s zoals Algemeen, Leven, Ondernemen, Groen, Toerisme & Recreatie en Water inhoudelijk met elkaar verbonden.

Algemeen

Leven

Ondernemen

Groen

Toerisme & Recreatie

Water

U kunt alle onderwerpen hier vinden.

Hoe (in het kort)?

Het vertrekpunt voor de inhoud is de strategische visie ‘ Ruimte voor Rust én Dynamiek’ – 26 september 2013. U kunt de strategische visie hier vinden. Daarnaast is de omgevingsvisie mede tot stand komt door intensieve (inwoner)participatie. U kunt het participatieproces hier vinden. Ook bestaand beleid heeft bijgedragen aan de richting van de omgevingsvisie. U kunt het overzicht van bestaand beleid hier vinden. Als laatste is er gekeken naar trends en ontwikkelingen om zo het totaalbeeld te vervolmaken van waar we staan en waar we naar toe gaan. U kunt de voor nu beschreven trends en ontwikkelingen hier vinden.

4

Een aanvulling op de vertrekpunten betreft natuurlijk, weten waar je nu staat. Dit is beschreven en er is een gebiedsanalyse uitgevoerd. U kunt de beschrijving hier vinden. U kunt de gebiedsanalyse hier vinden.

Status

Een omgevingsvisie is een visie instrument die opgenomen is in de Omgevingswet. De planning is dat deze wet in 2018 in werking zal treden. Omdat deze omgevingsvisie eerder wordt vastgesteld dan de Omgevingswet, zal deze bij vaststelling juridisch nog gelden als structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in plaats van omgevingsvisie. Hiermee krijgt de visie de gewenste formele status en zal deze bij het in werking treden van de Omgevingswet automatisch als omgevingsvisie worden aangemerkt. De omgevingsvisie voldoet aan de inhoudelijke eisen en vormvereisten die de Wro stelt aan een structuurvisie. Onderdeel hiervan is dat er een compacte uitvoeringsparagraaf aan toegevoegd is. Deze visie is opgesteld voor het gehele grondgebied van Hollands Kroon. U kunt de compacte uitvoeringsparagraaf hier vinden. Wij hebben een aantal visies en nota’s van uitgangspunten, waarvan de werking beïnvloed wordt door het vaststellen van de omgevingsvisie. De volgende visies komen te vervallen:          

Dorpsvisie 2010 Middenmeer Structuurvisie Niedorp 2015 Structuurvisie windplan Wieringermeer Structuurvisie Wieringermeer Structuurvisie Landschapsontwikkeling Anna Paulowna Buitengebied Structuurvisie Bedrijventerreinen Anna Paulowna Landschapsvisie Noordelijk Zandgebied & Kustzone Toekomstvisie Anna Paulowna 'Leefbare ruimte' Nota Visie en Uitgangspunten gemeente Niedorp Nota van Uitgangspunten Ruimtelijk Plan Buitengebied Wieringen

De strategische visie blijft onverminderd van kracht voor de aspecten die de fysieke leefomgeving niet direct (kunnen) beïnvloeden of voor onderwerpen die niet besproken worden in deze omgevingsvisie. De lokale woonvisie blijft onverminderd van kracht, maar de kwantitatieve uitspraken en het selectiemodel zijn niet meer van toepassing door het later vastgestelde regionale kader ‘kwalitatief woningbouwprogramma voor de Kop’ (KwK). Voor de fysieke leefomgeving geldt ook veel beleid en wetgeving. Wij hebben niet de bevoegdheid om de hogere wetgeving en het beleid te veranderen of hier zonder toestemming van af te wijken. De Omgevingswet maakt het wel mogelijk om maatwerk te leveren. Normen kunnen te rigide zijn en je kunt als gemeente uitzonderingen willen maken. De mogelijkheid tot maatwerk die de Omgevingswet gaat bieden omarmen en benutten wij volledig.

1.2 Wat is de missie van deze omgevingsvisie?

5

Wij willen als regisseur fungeren zonder in detail te bepalen hoe iets eruit moet zien. De verantwoordelijkheid laag leggen, inwoners zelfredzaam maken, ruimte geven aan initiatieven en ervoor zorgen dat bureaucratie wordt verminderd. Wij zeggen: ‘’ja, tenzij’’. Dit blijkt uit de omgevingsvisie. ‘Tenzij’ gaat op indien juridische regels in de weg staan of nadelige gevolgen onacceptabel zijn en niet voldoende worden gecompenseerd. Hierdoor willen we flexibeler in kunnen spelen op de veranderingen in de maatschappij. De omgevingsvisie krijgt vooral een uitnodigend, inspirerend en faciliterend karakter waarbij ontwikkelingen door andere partijen opgestart en uitgevoerd kunnen worden binnen vooraf gegeven kaders, zodat ontwikkelingen van onderaf tot stand kunnen komen. Waar mogelijk willen wij bij het realiseren van de kaders en ambities tegelijkertijd het aantal regels verminderen en (eventuele)

tegenstrijdigheden in regels wegnemen. In ons omgevingsplan zal dit moeten leiden tot uitnodigingsplanologie. Dat wil zeggen ruimere kaders op hoofdlijnen. In deze visie wordt daartoe een aanzet gegeven. Deze omgevingsvisie is de aanzet om de nieuwe weg in te slaan. Niet de regels staan centraal maar het initiatief!

Zelfregie, eigen kracht, zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid

Wij doelen met deze begrippen in de eerste plaats op emancipatie en participatie en aanvullend is het van toepassing op de beperking van de toegankelijkheid van professionele ondersteuning. Onze kijk op de samenleving en op de rol van de overheid en burgers is aan het veranderen. De kosten van de verzorgingsstaat zijn sterk gestegen en er is onvoldoende ruimte voor oplossingen en initiatieven van burgers zelf. Daarom veranderen we richting een participatiesamenleving: de rol van de overheid wordt kleiner en burgers gaan meer voor zichzelf en voor elkaar zorgen. In de participatiesamenleving krijgt de burger meer ruimte om zelf initiatieven te nemen. Wij doen expliciet een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Deze eigen verantwoordelijkheid houdt in dat zij zelf aangeven op welke wijze zij er duurzaam voor zorgen dat recht wordt gedaan aan belangrijke uitgangspunten als het behoud van de omgevingskwaliteit en het garanderen van de leefbaarheid. Aan deze eigen verantwoordelijkheid kan door initiatiefnemers invulling worden gegeven, door bij hun voorstellen of plannen zelf al in te gaan op de bijdrage die zij daarmee leveren aan het behoud of versterken van de ruimtelijke kwaliteit en/of leefbaarheid en de mogelijkheden om door het treffen van compenserende maatregelen, negatieve effecten te voorkomen of op te vangen.

1.3 Hoe is de omgevingsvisie opgebouwd? De omgevingsvisie is opgebouwd uit twee hoofdonderdelen; beschreven richtingen en kaarten. Een richting kan een kader, ambitie, proeftuin of een uitwerking betreffen. De kaarten zijn een bundeling van themakaarten en vormen de ruimtelijke weergave van de richtingen.    

Een kader voldoet aan hogere kaders of nog niet helemaal maar wij gaan hier wel naar handelen. Een ambitie hoeft niet te voldoen aan hogere kaders en / of ligt verder in de toekomst. Een proeftuin loopt vooruit op een uitwerking en betreft gecontroleerd uitproberen. Een uitwerking is nu nog niet concreet te maken.

1.4 Navigatie De onderwerpen worden individueel aangeboden, maar er is altijd een integrale benadering. De cursieve tekst is illustratief. Het uitgangspunt is altijd een positieve benadering van wat de toekomst ons gaat brengen. De onderwerpen zijn opgebouwd uit een inleidend deel voor geïnteresseerden (figuur: Algemeen) en een vervolg voor diegenen die gedetailleerder (figuur: Gedetailleerd) willen weten waar wij voor staan.

6

Figuur: Algemeen

Figuur: Gedetailleerd

Er zijn overkoepelende onderwerpen en onderwerpen die meer sectoraal zijn, en dus een enkel of geen onderwerp raken. De richting die we noemen bij een overkoepelend onderwerp, wordt niet nogmaals in de overige onderwerpen benoemd. Deze zijn namelijk door de integraliteit automatisch van toepassing. De onderwerpen worden conform de volgorde in de volgende figuur aangeboden.

Deel II: Werkwijze 2.1 De (uit)werking van omgevingsvisie De wens om ons verder te ontwikkelen tot regisseur staat centraal in de sturingsfilosofie van de omgevingsvisie. Regisseren is het activeren en faciliteren van burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven om hen te laten doen waar ze goed in zijn. Als regisseur geven wij richting aan ontwikkelingen waar we vaak slechts beperkt invloed op hebben. Soms door te reageren, soms door te anticiperen en soms door mee te bewegen. Indien van toegevoegde waarde willen wij samenwerking, die gericht is op het realiseren van de beleidsdoelen, vast leggen in prestatieafspraken. De rol van regisseur vraagt om een heldere omgevingsvisie als vertrekpunt voor een adequate rolinvulling.

7

Wij gaan, binnen kaders, meer ontwikkel - gebruiksruimte en flexibiliteit bieden aan de burgers en ondernemers, om op eigen kracht te investeren in de ruimtelijke- en leefkwaliteit van de fysieke

leefomgeving die tevens duurzaam is. Het bieden van meer ontwikkelruimte en het stellen van minder regels doet nadrukkelijk ook een beroep op de partijen die daar gebruik van willen maken.

2.2 De dynamiek van omgevingsvisie De omgevingsvisie is een 'dynamisch' document. Uiteraard is de visie formeel vastgesteld, maar in de toekomst zal en moet er voldoende ruimte zijn voor verdere politiek bestuurlijke en publieke discussie. De omgevingsvisie wordt periodiek getoetst aan nieuwe ontwikkelingen en uiteraard uitgewerkt in programma’s, plannen en projecten.

2.3 Periodieke toetsing en aanpassing Iedere vier jaar zal er een toetsing op actualiteit plaatsvinden. Hieruit kunnen aanpassingen volgen.

2.4 Het model De omgevingsvisie stelt kaders voor het opstellen van programma’s, plannen en projecten. Wij blijven regisseren en faciliteren. Dit betreft geen eenrichtingsverkeer aangezien de praktijk de richting beïnvloed. Door kaders te stellen is het duidelijk wanneer maatwerk geleverd moet worden. Bij het leveren van maatwerk kan gewerkt worden met ateliers en gelden de volgende spelregels. U kunt de spelregels en beschrijving van ateliers hier vinden.

U kunt de animatie van het model hier vinden.

8

Deel III: Onderwerpen Onderwerp: Ruimtelijke kwaliteit

Het uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is “ontwikkelen met behoud van identiteit en kwaliteit”. Dat betekent dat wij ons bewust moeten zijn van de karakteristieke eigenschappen van de verschillende landschappen en de dorpen. En dat identiteit en kwaliteiten het vertrekpunt van ruimtelijke plannen is. Dit zet ontwikkelingen niet op slot. Ruimtelijke kwaliteit vraagt voortdurend aandacht. De focus op kwaliteit moet in de werkwijze van gebiedsontwikkeling verankerd zijn. De volgende kerngedachten liggen aan deze werkwijze ten grondslag.  Ruimtelijke kwaliteit is overal en voor iedereen anders,  Ruimtelijke kwaliteit groeit in een cyclisch planproces,  Gebruikers staan centraal,  Rekening houden met de historische context. Wij willen de ruimtelijke kwaliteit en diversiteit van ons landschap en de dorpen onderbouwd ontwikkelen, verbeteren en indien nodig transformeren. AMBITIE:

Wij vinden het van belang dat een initiatief een bijdrage levert aan de identiteit en kwaliteit van de specifieke plek.

KADER:

Wij willen de ruimtelijke kwaliteit en diversiteit van ons landschap en de dorpen onderbouwd ontwikkelen, verbeteren en indien nodig transformeren. Algemeen geaccepteerd is de omschrijving van de bouwstenen van ruimtelijke kwaliteit: Ruimtelijke kwaliteit = gebruikswaarde + belevingswaarde + toekomstwaarde. In onze welstandsnota geven we aan welke welstandsregels gelden. Wat is welstand? Dit betekent letterlijk 'het welstaan van initiatieven in hun omgeving. Vrijheid van voorkomen. Goed uiterlijk.’

KADER:

De huidige welstandnota is geëvalueerd in 2018 en blijft onveranderd van toepassing.

AMBITIE:

Om bij maatwerk optimaal in te kunnen spelen op initiatieven en de ruimtelijke kwaliteit van deze initiatieven te borgen en mogelijk te optimaliseren wordt in deze omgevingsvisie de werking en toepassing van ateliers beschreven. Vergunningverlening & Handhaving maken onderdeel uit van de reguleringsketen: ontwikkeling regelgeving – normstelling – vergunningverlening - uitvoering – handhaving. Het bereiken en in stand houden of verbeteren van een aantrekkelijk woon-, werk- en leefklimaat voor inwoners en ondernemers waarbij oog is voor:  vertrouwen in burger en bedrijf;  de eigen verantwoordelijkheid van de burger en bedrijf;  gezondheid en veiligheid.

KADER:

De reikwijdte gaat om de fysieke en een deel van de sociale leefomgeving. Het gaat hierbij om de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, de Wabo en bijzondere wetten. Binnen het bereik van de Wabo vallen ook de verordeningen zoals de Algemene plaatselijke verordening, bestemmingsplannen en het beleid Nodeloze alarmeringen (brandweerzorg).

KADER:

Doelen integrale vergunningverlening en handhaving:  wij opereren eenduidig. Er is sprake van één benadering, één beoordelingslijn en eventueel één handhavingsactie;  de inzet van capaciteit is doelmatig;

9

KADER:

 

de inzet van capaciteit vindt efficiënt plaats; toezicht en voorlichting maakt zo veel mogelijk gebruik van moderne communicatiemiddelen.

Relevante informatie:

leidraad_L&C_21_juni_2010.pdf - wordt op korte termijn geactualiseerd

Onderwerp: Landschappelijke inpassing & ontwikkeling

Tot de industriële revolutie dicteerde de natuur de mogelijkheden van de mens en hadden landschappen een vanzelfsprekende logica: Boerderijen lagen op droge plekken, op een logische plek ten opzichte van hun landerijen en wegen volgden het reliëf. De natuurlijke ondergrond in combinatie met traditionele bouwtechnieken gaf het landschap iets eigens, een natuurlijke schoonheid en een vanzelfsprekende identiteit. Door moderne funderingstechniek kan bijna overal worden gebouwd. In principe is elk materiaal beschikbaar voor een architect, er bestaan geen beperkingen meer door dure aanvoer van streekvreemde materialen. Alles kan overal en dat gebeurt ook. Daarmee verdwijnen verschillen en contrasten tussen gebieden. Het wordt steeds meer hetzelfde. Wij gaan ervan uit dat inwoners en ondernemers binnen de gestelde kaders in ruimtelijke plannen zelf zorg dragen voor de landschappelijke inpassing. Bij maatwerk houden wij rekening met de landschappelijke ontwikkeling. De vraag welke ruimtelijke functies op welke plek wenselijk zijn, is niet los te koppelen van de manier hoe deze functies worden vormgegeven. Je zult ook kunnen stellen dat de draagkracht van het landschap groter wordt naarmate nieuwe ontwikkelingen met meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit landschappelijk worden ingepast.

Dus aanvullend op “welke functie waar” is het noodzakelijk om ook uitspraken te doen over het “hoe wordt een functie ingepast”. KADER:

Wij houden rekening met de landschappelijke inpassing zoals typische kenmerken van de streek, de ontwikkelingsgeschiedenis, schaal, maat, functionaliteit, ruimtelijke opbouw, samenhang en verschijningsvorm van de directe omgeving en met de inpassing in de wijdere omgeving.

UITWERKING: Bij maatwerk voor grootschalige projecten (bijvoorbeeld groter dan 2 hectare) kijken we samen met de betreffende ondernemer hoe een ruimtelijk initiatief landschappelijk ingepast kan worden. Hierbij is het gebruik van ateliers een mogelijkheid. KADER:

In ieder geval gelden deze uitgangspunten:  Hollands Kroon is en blijft een agrarische gemeente wat betekent dat voor het buitengebied het agrarisch belang zwaarwegend is.  Een aantrekkelijk en afwisselend gebied voor recreanten en toeristen.  Landschappelijke verschillen en overgangen worden behouden en waar mogelijk versterkt, cultuurhistorische waarden worden gekoesterd.  Bij maatwerk voor grootschalige projecten (groter dan 2 hectare) kunnen, indien dit voor landschappelijke inpassing wenselijk is, voorschriften worden opgelegd met betrekking tot de erfbeplanting.

10

Hollands Kroon heeft een oppervlakte van 66.220 hectare, waarvan 35.809 hectare land is. Dit oppervlak is opgebouwd uit onderling sterk verschillende landschapstypen:  Het kleinschalige, glooiende landschap van Wieringen met hoge hagen langs de landbouwweggetjes en het micro reliëf.  Het gebied rond Anna Paulowna, waarbij de oude kwelderstructuur nog te zien is in de loop van de wegen.  De Wieringerwaard met zijn renaissance opzet en lanen aan weerskanten van de vaart.  De weidse en strak ontworpen Wieringermeer.

 KADER:

Het Westfriese landschap rond Niedorp met zijn karakteristiek lintbebouwing.

Voor ieder perceel gelden dezelfde regels, tenzij het een gebied met andere en/of aanvullende regels betreft. Hiervoor introduceren wij een meetlat.

Relevante informatie:

meetlat Kaart gebieden waarvoor andere en/of aanvullende regels gelden

Onderwerp: Bereikbaarheid

Bereikbaarheid via de weg en via het water zijn twee van de sterkste kanten van Hollands Kroon. Onze gemeente is met de auto uitstekend bereikbaar voor de rest van Nederland. Ook binnen de gemeentegrenzen is alles goed bereikbaar als je van Noord naar Zuid gaat. De Oost-West verbindingen kunnen wel beter. Wij blijven garant staan voor de goede bereikbaarheid van de verschillende dorpen, de bedrijventerreinen en het buitengebied. Daarnaast zetten we ons actiever in om meer mensen gebruik van de fiets te laten maken. Het openbaar vervoer bestaat uit een trein- en busvervoer. De verbindende buslijnen tussen de hoofdkernen en steden vormen het stroomlijnennet. Reizen op dit stroomlijnennet is relatief goed gefaciliteerd, daarbuiten is het lastiger om met het openbaar vervoer te reizen. Wij voorzien in de nabije toekomst een ontwikkeling naar innovatieve vervoersvormen. De komende 15 jaar is er op het gebied van fysieke bereikbaarheid veel verandering te verwachten, waarop wij zo goed mogelijk proberen in te spelen. Ook zien wij het belang van de bereikbaarheid door snel internet. Onze dorpen zijn over de weg goed bereikbaar en al onze bedrijventerreinen liggen aan gebiedsontsluitingswegen zodat deze goed bereikbaar zijn. Bereikbaarheid wordt echter niet alleen door de kwaliteit van het autosysteem bepaald maar ook door andere vervoerswijzen zoals het openbaar vervoer en de fiets.

Wij beschikken over een uitgebreid fietspadennetwerk dat niet alleen door de bewoners maar ook door steeds meer recreanten en toeristen wordt gebruikt. Door middel van het knooppuntennetwerk kan men goed de weg vinden. De kwaliteit van de fietspaden is over het algemeen goed maar ze zijn niet overal even aantrekkelijk. De fietspaden zullen in de toekomst intensief of misschien nog wel intensiever gebruikt gaan worden. Denk hierbij aan senioren op elektrische fietsen of scootmobielen en jongeren die de grote afstand naar school op een elektrische fiets afleggen. KADER:

Wij zijn verantwoordelijk voor de bereikbaarheid en verkeersveiligheid. We zijn continue bezig om door allerlei aanpassingen aan de wegen en fietspaden de bereikbaarheid en verkeersveiligheid te verbeteren.

KADER:

Wij staan garant voor de goede bereikbaarheid van de verschillende dorpen, bedrijventerreinen, havens en het agrarische buitengebied.

AMBITIE:

Toekomstbestendige bedrijventerreinen zijn terreinen die goed en veilig bereikbaar zijn via verschillende innovatieve, bijvoorbeeld ICT gestuurde, vervoersvormen, zonder dat er sprake is van overlast voor de omgeving.

UITWERKING: Samen met de provincie en de aangrenzende gemeenten blijven wij ons inzetten voor het verder verbeteren van de verbindingen met de rest van het land. Een voorbeeld is het verkeersveilig maken van de N241.

11

Hollands Kroon is en blijft een agrarische gemeente. Dit betekent dat het buitengebied goed ontsloten moet blijven voor landbouwverkeer. De bestaande landbouwwegen blijven we goed onderhouden. We ontkomen er echter niet aan dat steeds zwaarder wordend landbouwverkeer zo nu en dan overlast

veroorzaakt op de doorgaande wegen en in de woonkernen. Ook op de landbouwwegen zal passerend verkeer soms hinder van elkaar hebben. KADER:

Vanwege de lage verkeersintensiteit is dit voor ons (nog) geen reden om de wegen hierop aan te passen.

UITWERKING: Deze ontwikkelingen maken het wel noodzakelijk dat wij de inrichting en het onderhoud van onze wegen blijven afstemmen op veranderingen in de gebruiksintensiteit. AMBITIE:

Wij onderzoeken of en zo ja hoe wij zwaar verkeer en kwetsbare verkeersdeelnemers als fietsers kunnen scheiden, maar ook hoe zwaar verkeer afkomstig van of op weg naar een bedrijventerrein zo min mogelijk door de dorpskernen gaat.

UITWERKING: Wij heffen de weg op of dragen het over aan de gebruiker wanneer door verdergaande agrarische schaalvergroting de openbare functie van een landbouwweg komt te vervallen. Door het verbeteren van het fietsklimaat in Hollands Kroon kunnen meerdere doelstellingen worden bereikt. De fiets is een milieuvriendelijk vervoermiddel (produceert geen schadelijke stoffen, stank of lawaai) en fietsen draagt bij aan een goede volksgezondheid. UITWERKING: Het verbeteren van het fietsklimaat pakken we de komende jaren op verschillende manieren aan:  Het verbeteren van de overstapmogelijkheden van fiets naar openbaar vervoer en andersom.  Het verbeteren van de fietspaden binnen de verschillende woonkernen.  Het verbeteren van een aantrekkelijk (recreatief) fiets- en wandelpadennetwerk tussen de verschillende woonkernen en naar recreatiegebieden binnen én buiten de gemeentegrenzen.  Aanpassingen op het gebied van veiligheid en uitbreiding van het aantal laadpunten door toename van het gebruik van elektrische fietsen. Hollands Kroon is een uitgestrekte en relatief dunbevolkte gemeente. Hierdoor is de gebruiksintensiteit van het openbaar vervoer relatief laag. Anna Paulowna is de enige plaats in Hollands Kroon met een treinstation. Het beschikt over een groot parkeerterrein waar gratis geparkeerd kan worden.

De hoofdkernen zijn daarnaast per bus redelijk bereikbaar, maar de situatie is niet ideaal voor de kleine kernen. Het huidige aanbod van de provincie voorziet onvoldoende in de vervoersvraag. Daarom heeft de provincie de Visie OV 2020 opgesteld om ervoor te zorgen dat het aanbod van openbaar vervoer de komende jaren beter aansluit op de veranderende vervoersbehoefte. KADER:

Wij laten zoveel mogelijk over aan bewoners, scholen en andere organisaties. Uitgangspunt is wel dat voor iedereen een vorm van openbaar of collectief georganiseerd vervoer aanwezig is.

AMBITIE:

Het (energiegebruik van het) openbaar vervoer in Hollands Kroon is helemaal ‘groen’.

UITWERKING: Hollands Kroon heeft samen met de gemeente Schagen een subsidieaanvraag bij de Provincie ingediend voor een Vervoersstudie personenvervoer. Met deze studie onderzoeken we niet alleen hoe het openbaar vervoer in en rond Hollands Kroon beter afgestemd kan worden op de veranderende vraag, ook kijken we door middel van een doelgroepenonderzoek op welke manier we het openbaar vervoer aantrekkelijker kunnen maken. Van en naar het stroomlijnennet faciliteren en stimuleren wij overige vervoersinitiatieven die goed tegemoet komen aan de vervoersbehoeften. Hierdoor ontstaat een aanbod dat aantrekkelijk is voor zoveel mogelijk reizigers Slimme mobiliteit is de toekomst! De mogelijkheden die ICT biedt op het gebied van mobiliteit zijn groot en zullen snel groter en werkelijkheid worden.

12

UITWERKING: Wij onderzoeken de mogelijkheden die dit met zich mee brengt. Op deze manier kunnen we veel meer gebieden van Hollands Kroon gemakkelijk bereikbaar maken en leggen we een betere verbinding met de A7.

Daarbij kan worden aangehaakt op een snelbusnetwerk en geëxperimenteerd met een ICT gestuurde vorm van mobiliteit op een tracé langs de A7 waarover frequent een trein heen en weer rijdt, die stopt bij Agriport, Medemblik en Hoorn. AMBITIE:

Wij hebben in 2020 bewerkstelligd dat langs de A7 een aanvullende verbinding tot stand is gebracht tussen Den Oever en Purmerend / Amsterdam.

AMBITIE:

Daarnaast willen wij een frequentere treinverbinding tussen Alkmaar en Schagen, waar op elk kwartier een trein vertrekt richting de Randstad. Naast deze fysieke bereikbaarheid is de snelheid en beschikbaarheid van het data verkeer van belang, of anders gezegd goed bereikbaar en snel internet (breedband of een opvolger daarvan).

Onderwerp: Leegstand

Leegstaande panden, geen onbekend fenomeen in Hollands Kroon. Deze leegstand wordt geleidelijk aan steeds zichtbaarder. Het voorkomen van ‘te veel’ leegstand is noodzakelijk omdat het verschijnsel vervelende neveneffecten kan opleveren voor de leefbaarheid en kwaliteit van het gebied. Hoe om te gaan met het overschot aan waardevolle en minder waardevolle bebouwing in de toekomst, is een strategisch vraagstuk. Iets een andere functie geven (herbestemmen) is één van de opties om leegstand aan te pakken. Dit is echter niet de enige oplossing. Er moeten keuzes gemaakt worden, aangezien het op termijn onmogelijk zal zijn ieder pand een nieuwe bestemming te geven. Het taboewoord “sloop” en de bekostiging hiervan, zijn cruciale elementen in het nadenken over de toekomst hiervan. Leegstand wordt beïnvloed door vele trends en ontwikkelingen, dit maakt dat het vraagt om een dynamische aanpak. Leegstand van gebouwen is de uitdaging voor de (zeer nabije) toekomst. Wij zetten om deze reden een leegstandsteam in, dat proactief inspeelt op het dynamische onderwerp leegstand. Een structurele aanpak van de bebouwingsoverschotten is noodzakelijk om tot een verantwoorde oplossing te komen voor de toekomst. Voorsorteren is noodzakelijk. Passend daarbij is dat wij een positief einddoel voor ogen hebben.

Bij de aanpak van het leegstandprobleem moet voorop staan dat dit ten goede komt aan de kwaliteit van wonen en werken in Hollands Kroon. KADER:

Wij vinden een integrale benadering noodzakelijk. Het ruimtelijk kader is daarbij richtinggevend. Door processen beter te stroomlijnen, regels aan te passen, maatwerk te leveren en afstemming en communicatie te optimaliseren, is een verbeterslag mogelijk.

UITWERKING: Er komt een integraal leegstandsteam. Zij zullen de verschillende mogelijke instrumenten beschrijven, uitwerken en uitvoeren. Hierbij werken zij samen met de regio. Het (primair) ambtelijk team zal bestaan uit mensen die nu ook regelmatig met het probleem leegstand worden geconfronteerd. Het bundelen van krachten voorkomt tijdverspilling en bevordert de efficiëntie in het werk. Ook zal het bijdragen aan een transparante uitvoering die gekoppeld is aan een heldere en initiatiefrijke visie. Uiteindelijk moet deze aanpak leiden tot de financiële haalbaarheid van het oplossen van de problematiek leegstand. KADER:

In de kernen staan wij voor leegstaande detailhandel panden, een herbestemming naar wonen of gemengd eventueel met een aanpassing van de gevel toe.

KADER:

Om de kans op leegstand te verminderen bieden wij flexibiliteit in ruimtelijke plannen voor de kernen om eenvoudig van functie te wisselen. Ook binnen hetzelfde pand kunnen meerdere functies zitten.

13

Het leegstandsteam zorgt er bovendien voor dat verantwoordelijkheden goed verdeeld worden. Zowel binnen als buiten de gemeentelijke organisatie. Wij doen en kunnen dit niet alleen. Er kan een overheidsbelang zijn om een nieuwe bestemming te zoeken voor een pand, maar de eigenaar van het

leegstaande pand is altijd verantwoordelijk voor de leegstand. Daarnaast kunnen andere partijen er belang bij hebben mee te helpen bij het zoeken naar en/of mogelijk maken van een nieuwe bestemming. KADER:

Wij zetten ons in om belanghebbende partijen bij elkaar te brengen en verantwoordelijkheden op de juiste plek te leggen. Een leegstandsverordening kan ons hier mogelijk bij helpen. Deze verordening is bedoeld om met de eigenaar van een pand dat lang leegstaat in gesprek te komen om alle gebruiks- en herbestemmingsmogelijkheden van het pand te onderzoeken. In deze zoektocht behoort ook de noodzaak om over tijdelijke oplossingen na te denken. Dit worden soms vanzelf definitieve bestemmingen als de markt daarom vraagt. De verordening kan gezien worden als een soort ‘stok achter de deur’ of een extra mogelijkheid om effectief met leegstand om te gaan.

UITWERKING: Bij de aankoop van grond en het afgeven van een omgevingsvergunning maakt het leegstandsteam afspraken over het onderhoud door de eigenaar als de grond niet bebouwd wordt of het pand verlaten is. Ook maken we bij langdurige leegstand (tijdsindicatie is maatwerk) afspraken over herbestemming of sloop. Hierbij kan een (nog op te stellen) leegstandverordening mogelijk bijdragen. AMBITIE:

Omdat dit onderwerp beïnvloed wordt door vele trends en ontwikkelingen, zullen wij door alerte monitoring en evaluatie van praktijkvoorbeelden de kaders blijven bijstellen.

Onderwerp: Milieu

Goede kwaliteit van water, bodem en lucht is essentieel voor de kwaliteit van leven en de gezondheid van mens en dier en een voorwaarde voor ecologische vitaliteit en diversiteit. Daarnaast vinden wij economische ontwikkelingen belangrijk. Ons doel is ruimte bieden aan ontwikkelingen in een gezonde en schone leefomgeving in Hollands Kroon. Daartoe proberen we milieuhinder tegen te gaan op plekken waar het moet en ruimte aan economische ontwikkelingen te geven waar het kan.

In Hollands Kroon zijn weinig milieuknelpunten. Dat willen we ook zo houden. Omdat milieubelastende activiteiten en gebieden verschillen kunnen we per gebied specifiek milieubeleid ontwikkelen. Dit betekent dat binnen de kaders van de Omgevingswet van landelijke milieunormen gemotiveerd afgeweken kan worden. UITWERKING: Wij gaan hierom de verschillende gebieden identificeren en bekijken per deelgebied of het gewenst is om de landelijke normen te blijven hanteren, hogere normen of lagere normen vast te stellen. Zolang dit niet uitgewerkt is gelden de landelijke normen. KADER:

Omgevingskwaliteit op het terrein van geluid (onder andere industrielawaai, verkeerslawaai en evenementenlawaai) en geur is in Hollands Kroon over het algemeen als goed te kwalificeren. Dit willen we ook zo houden en nieuwe initiatieven moeten hieraan bijdragen. In het buitengebied kan enige vorm van geuroverlast zijn in het buitengebied als gevolg van agrarische activiteiten. Dit vinden wij acceptabel.

KADER:

Hollands Kroon heeft een laag externe veiligheid-risicoprofiel en de opgave is om ook in de toekomst veilig te blijven. Wij zetten in op het behouden van het bestaande lage risicoprofiel. Met betrekking tot luchtemissies van fijnstof is geen toename te verwachten, eerder een afname. Er zijn dan ook geen specifieke opgaven voor verdere verbetering van de luchtkwaliteit. De lucht in Hollands Kroon is en blijft schoon!

14

KADER:

Dit is een kwaliteit die voor Hollands Kroon van grote waarde is, niet alleen voor haar bewoners maar ook voor de belangrijke verblijfsrecreatieve functies en de vele bezoekers. De bodem in Hollands Kroon is overwegend schoon en van een goede kwaliteit. Dit betekent eigenlijk dat alle functies mogelijk zijn. Opgave voor ons is deze kwaliteit van de bodem te behouden. Dit vraagt om duurzaam bodemgebruik, waarbij op een zorgvuldige manier wordt omgegaan met ingrepen in en het gebruik van de ondergrond, om zo te voorkomen dat er functies van de bodem verloren gaan. Duurzaam bodemgebruik is erop gericht om de multifunctionaliteit van de bodem te behouden en waar mogelijk te verbeteren. KADER:

Wij gaan op een zorgvuldige manier om met ingrepen in en het gebruik van de ondergrond, om te voorkomen dat de kwaliteit en functies van de bodem verloren gaan.

Onderwerp: Duurzaamheid

Duurzaamheid kent vele gezichten en interpretaties. Waar het om gaat is dat de basishouding er één is van 'denken en doen aan duurzaamheid'. Of het nu gaat om duurzame landbouw / visserij, duurzame energieopwekking of duurzaam inkopen. Duurzaamheid vormt een integraal uitgangspunt bij opzet en uitvoering van het gemeentelijk beleid en bedrijfsvoering.

Duurzaamheid is leidend en een verbindend principe! Er ligt een opgave gezien de ambities van de rijksoverheid om van 5% duurzame energie in 2013 te groeien naar 14% in 2020. Hollands Kroon is een gemeente bij uitstek om deze duurzame ambities te realiseren. AMBITIE:

De ontwikkelingen binnen Hollands Kroon moeten duurzaam plaatsvinden waarbij de huidige generatie zoveel als mogelijk voorziet in zijn eigen behoeften, zonder de toekomstige generaties te beperken of af te wentelen op mensen die ergens anders leven.

KADER:

Onze basishouding is er één van 'denken en doen aan duurzaamheid'. Of het nu gaat om onder andere duurzame economie, duurzaam ondernemen, duurzame stedenbouw, duurzaam beheer, duurzaam bouwen (levensloopbestendig), duurzame visserij, duurzame energieopwekking of duurzaam inkopen et cetera.

KADER:

Vanaf 2030 koopt de gemeente Hollands Kroon circulair in en geven in onze bedrijfsvoering het voorbeeld.

KADER:

Wij beschrijven in de toelichting van onze ruimtelijke plannen nadrukkelijk zaken rondom duurzaamheid en duurzaam bouwen. Noord Nederland heeft een economische structuur die geschikt is voor een duurzame ontwikkeling. Sectoren die relatief sterk vertegenwoordigd zijn, zoals agrarische sector, agroverwerking, chemie en energievoorziening, kunnen met gerichte innovaties bijdragen aan een versterking van de regionale economie, terwijl tegelijkertijd grote ecologische voordelen mogelijk zijn. Wij omarmen nieuwe innovatieve duurzame (biotechnologische) technieken.

AMBITIE:

Wij willen uitgroeien tot de duurzaamste gemeente van Nederland.

AMBITIE:

In 50% van onze kernen is een energiecoöperatie actief.

AMBITIE:

Hollands Kroon is in 2050 volledig circulair.

15

AMBITIE:

AMBITIE:

50% van de gemeentelijke gebouwen is energieneutraal.

KADER:

Het wagenpark van de gemeente Hollands Kroon rijdt uiterlijk 2030 niet meer op fossiele brandstoffen.

KADER:

We gaan over naar een duurzame warmtevoorziening.

KADER:

Hollands Kroon draagt bij aan een afname van 50% gebruik van primaire grondstoffen in 2030.

KADER:

De warmtetransitie verloopt voor iedereen haalbaar en betaalbaar.

KADER:

We wekken de door de regionale energiestrategie (RES) bepaalde energie op.

UITWERKING: De bedrijfsvoering van de gemeente Hollands Kroon draagt bij aan CO2-reducti. UITWERKING: We werken conform het programma duurzaamheid 2020-2022. UITWERKING: We stellen uiterlijk in 2021 een transitievisie warmte op die gebaseerd is op de leidraad van het RVO. Participatie staat daarbij voorop.

Relevante informatie:

rapport nederland 100procent duurzaam 2030

Onderwerp: Energie

De energiemarkt ontwikkelt zich en wij staan er letterlijk middenin. Windenergie, getijdenenergie, zonne-energie en energie vanuit de agrarische sector, maar de mogelijkheden zijn oneindig. In de Wieringermeer wordt druk gewerkt aan de realisatie van het windplan Wieringermeer door middel van het windpark Wieringermeer. Naast de windturbines die onderdeel uitmaken van het windplan staan in Hollands Kroon ook nog veel andere solitaire en windturbines in lijnopstelling. Getijdenenergie is energie die wordt gewonnen door gebruik te maken van het verschil in waterhoogte tussen eb en vloed. Met de overgang tussen IJsselmeer en Waddenzee beschikken wij daadwerkelijk over ruimte om dit soort initiatieven te faciliteren. Wij zien de voordelen van zonneenergie en dat er vraag naar is vanuit de markt. De agrarische sector kan een belangrijke bron van duurzame energie worden. Voorbeelden: biogas uit mestvergisting (melkvee- en varkenshouderij), elektriciteit uit mestverbranding (pluimveehouderij), brandstoffen uit geteelde biomassa (akkerbouw). Ook heeft Warmte Koude Opslag en het toepassen van aardwarmte onze aandacht. Slimme energie is de toekomst! AMBITIE:

KADER:

Wij willen uitgroeien van ontwikkel- naar centrumgemeente voor duurzame energie. Dit kunnen we bereiken door kennisclustering en optimalisatie van vestigingslocaties. Windenergie Na de realisatie van Windpark Wieringermeer is er op land alleen nog ruimte voor opschaling van de windparken Waardpolder en Groetpolder. Alle andere turbines kunnen slechts door een qua afmetingen gelijke of kleinere turbine vervangen worden. Verplaatsing van windturbines is mogelijk. Dit is echter maatwerk waarbij de ruimtelijke- en leefkwaliteit dienen te verbeteren. Belangrijk daarbij is dat er voldoende maatschappelijk draagvlak is. De overlast voor omwonenden wordt tot een minimum beperkt, zodat er evenwicht is tussen de lusten en de lasten. Windenergie blijft zich door ontwikkelen. Een voorbeeld hiervan: in plaats van ronddraaiende wieken gebruiken de turbines de wervelingen die gecreëerd worden door de wind die langs de structuur blaast. Deze ontwikkelingen kunnen leiden tot aanpassing van het genoemde kader.

16

AMBITIE:

Figuur: Toekomst van windenergie

Getijdenenergie De verwachting is dat getijdenenergie in de toekomst wereldwijd een cruciale rol zal spelen bij de overgang naar hernieuwbare energie en in Nederland goede kansen biedt voor de export en werkgelegenheid. Voor grootschalige toepassing zijn de productiekosten per kWh ten opzichte van de Nederlandse energieprijzen te hoog. Wel is het een interessant exportproduct voor de Nederlandse industrie, in het bijzonder voor Tocardo in Den Oever; een internationaal opererend bedrijf. KADER:

Wij bieden ruimte voor innovatie en initiatieven op het gebied van de opwekking van getijdenenergieen golfenergie. Samen met Tocardo zijn en worden democentrales gebouwd. Het bedrijf exporteert naar landen met deltagebieden, waar energieopwekking lastig en kostbaar is. De turbines worden gebouwd in Wieringerwerf. Daarnaast werkt Tocardo samen met andere bedrijven in duurzame energie, die gevestigd zijn rond de A7 in Noord-Holland Noord. Dit initiatief heet 130 Renewables. Het werkt onder meer aan een off grid testcenter op de Afsluitdijk, waar duurzame energie wordt opgewekt én opgeslagen.

UITWERKING: De markt voor duurzame energie groeit. Wij zorgen er voor dat de spelers in de gemeente, zoals Tocardo, WMC en ECW worden gefaciliteerd in hun initiatieven en behoefte aan vestigingslocaties. Zonneakkers Er is veel vraag naar locaties om zonne-energie in te zetten, wij faciliteren dit zoveel mogelijk en zien in eerste instantie een rol voor daken. De aanleg van zonne-energie op agrarische gronden is niet mogelijk. Voor andere locaties geldt dat wij hier zoveel mogelijk aan meewerken voor zover het ziet op dubbelgebruik of benutting van restgronden of locaties waar een bijzondere meerwaarde kan worden bereikt met de aanleg van zonnepanelen. Denk bijvoorbeeld aan geluidschermen, taluds, overdekte parkeerplaatsen, vuilstortplaatsen, (tijdelijke) braakliggende bedrijventerreinen of slootkanten die vanaf de openbare weg niet of nauwelijks zichtbaar zijn. AMBITIE:

Hollands Kroon is in 2050 klimaatneutraal.

KADER:

Hollands Kroon staat geen zonne-energie toe op agrarische gronden en ziet in eerste instantie een rol voor daken. Voor overige gevallen geldt een positieve grondhouding om via maatwerk zoveel mogelijk zonne-energie mogelijk te maken. Energie- en agrarische sector De agrarische sector kan een belangrijke bron van duurzame energie worden. Voorbeelden: biogas uit mestvergisting (melkvee- en varkenshouderij), elektriciteit uit mestverbranding (pluimveehouderij), brandstoffen uit geteelde biomassa (akkerbouw).

AMBITIE:

Wij dragen actief bij aan het verbinden van de agrarische bedrijven en bedrijven met innovatieve technologieën op het gebied van energie.

17

Aardwarmte en Warmte Koude Opslag (WKO) Dit is gebaseerd op het gebruik maken van aardwarmte en opslag van warmte en kou in de aarde. Warmte wordt door een open- of gesloten bronsysteem uit de aarde gehaald. Dit water heeft de

temperatuur van de omliggende grond. De installatie onttrekt warmte of kou aan dit water en geeft dit af aan de verwarmings- of/en koelingsinstallatie, waarna het respectievelijke koele of warme water weer naar de juiste bron wordt teruggepompt in de aarde. Hier wordt het verzameld voor toekomstig hergebruik. KADER:

Wij staan Warmte Koude Opslag (WKO) en het toepassen van aardwarmte in de hele gemeente toe.

Relevante informatie:

Tocardo Themakaart geschikte locaties voor zonneakkers.

Onderwerp: Agrarische sector

Hollands Kroon heeft de meeste landbouwbedrijven en het grootste agrarische grondgebruik in de provincie Noord-Holland. Vrijwel alle landbouwsectoren zijn in onze gemeente te vinden: van bloembollen tot tuinbouw, van akkerbouw tot (intensieve) veehouderij en glastuinbouw. Dit vanwege de uitstekende fysieke condities (de bodemgeschiktheid, de grootschalige ruimte, het licht en de bereikbaarheid) en de aanwezigheid van de verschillende ketenpartners (opslag, verpakking, vervoer, distributie, etcetera.). Ook zijn wij de Noordwest-flank van de Greenport Noord-Holland Noord. In de agrarische sector vindt veel research & development plaats, zodat ook arbeidsplaatsen voor hoger opgeleide jongeren ontstaan. In de Wieringermeer ligt de proeftuin Zwaagdijk, een van de belangrijkste agrarische praktijkgerichte onderzoekscentra van Nederland. Dit alles maakt Hollands Kroon in agrarisch opzicht tot een unieke plek! Wij staan voor ruimte om te ondernemen in de agrarische sector. Waarbij er uniforme regels gelden in de gehele gemeente en veel ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen. KADER:

Ons grondgebied is van oudsher gericht op land- , tuinbouw en visserij. Dit vinden wij belangrijk en hierom blijven wij dit faciliteren met inachtneming van de veranderde structuur zoals tijdens landinrichtingsprojecten is ontstaan.

KADER:

Hollands Kroon is de ideale plek voor nieuwe agrarische initiatieven en ontwikkelingen (bijvoorbeeld ketenintegratie), zoals onder andere de projectlocatie Agriport A7 en het project Achteroever. Wij blijven dit faciliteren. De agrarische sector is de primaire functie in ons buitengebied en deze is aan vele ontwikkelingen onderhevig. Aan de ene kant neemt door schaalvergroting de bedrijfsomvang toe, aan de andere kant richt een deel van de bedrijven zich op specialisatie of verbreding. Daarnaast zoeken bedrijven meer aansluiting bij maatschappelijke ontwikkelingen zoals biologische landbouw, zorg, recreatie et cetera. Voor deze ontwikkelingen is een economisch duurzaam bedrijf van belang. Ruimte om te ondernemen is cruciaal en een bouwperceel van voldoende omvang is daarbij noodzakelijk.

KADER:

Iedereen heeft dezelfde bouwrechten, tenzij we te maken hebben met een specifiek gebied. Hierbij gaan wij uit van bouwblokken van twee hectare voor bestaande agrarische bouwblokken in onze nieuwe ruimtelijke plannen. Grotere bouwblokken zijn ook mogelijk, als het bedrijf meer ruimte nodig heeft, maar deze ontwikkelingen zijn altijd maatwerk. Het is ook belangrijk om een goed woon- en leefklimaat voor de omgeving te borgen. Wij vinden aanvullend dat er sprake moet zijn van circulaire economie, waarbij reststoffen of grondstoffen lokaal gebruikt of hergebruikt kunnen worden.

KADER:

Wij verlenen waar mogelijk medewerking aan het realiseren van nieuwe agrarische bouwblokken. Bij het realiseren van nieuwe bouwblokken, hanteren wij een ja, tenzij- houding. In de beoordeling zijn inpassing in en de effecten op de omgeving de belangrijkste criteria.

18

UITWERKING: Waar mogelijk stimuleren wij nieuwe vormen van teelt, bijvoorbeeld op water, al dan niet via een proeftuin.

KADER:

Wij verlenen waar mogelijk medewerking aan het mogelijk maken van verbredingsactiviteiten. Voorbeelden van deze activiteiten zijn onder andere: verkoop-aan-huis, zorglandbouw, educatie of agrotoerisme.

UITWERKING: Wij verlenen waar mogelijk medewerking aan nieuwe aanvragen voor het omzetten van een agrarische bestemming in een bedrijfsbestemming, onder bijvoorbeeld de volgende voorwaarden:  Er mogen geen nieuwe opstallen opgericht worden ten behoeve van de bedrijfsbestemming.  Alleen milieucategorie één en twee (volgens de VNG) zijn toegestaan.  Er mag geen sprake zijn van onevenredige afbreuk aan de verkeerssituatie, zoals grote toename van het aantal verkeersbewegingen. UITWERKING: Uitbreiding van bestaande intensieve veehouderijen is in Hollands Kroon mogelijk. Wel vraagt dit om een goede dialoog met de omgeving. Dit is een onderwerp dat zich leent voor een projectatelier, waarbij maatwerk kan worden geleverd. UITWERKING: De belasting van wegen door zwaar landbouwverkeer dient zoveel mogelijk te worden beperkt. We gaan afspraken maken met onder andere agrarische bedrijven om schade aan wegen te beperken. Dwarsrelaties met cultuurhistorie, recreatie & toerisme (vrijetijdsbusiness), natuur, landschap, onderwijs en milieuthema’s als energie, klimaat, water en logistiek zorgen voor verdere ontwikkelingen en innovatie in de agrarische sector. AMBITIE:

Dwarsrelaties zijn ontwikkelingen die de concurrentiekracht verbeteren en passen in de veelzijdige agri-regio Greenport Noord-Holland Noord en waarvoor wij ruimte willen bieden. Een andere ontwikkeling is ‘produceren, verwerken en consumeren in dezelfde regio’. Iedere regio in de wereld wil zelfvoorzienend zijn op het gebied van energie, voedsel, etc. Noord-Holland Noord richt zich op de metropoolregio Amsterdam en de Randstad. Daarnaast zullen de hier ontwikkelde technieken en kennis wereldwijd verkocht gaan worden.

UITWERKING: Bij de toekomstige ontwikkeling van de agrarische sector binnen Hollands Kroon is het ook belangrijk om buiten de gemeentegrenzen te blijven kijken en samenwerking op te zoeken. AMBITIE:

Het blijven investeren in kennis en innovatie is voor de toekomst van de agrarische sector van groot belang: stilstand is achteruitgang. Dit zullen wij waar mogelijk faciliteren en stimuleren.

Relevante informatie: Greenport

Onderwerp: Agriport A7

19

Agriport A7 is een uniek innovatief greenhouse park & businesspark. Dit is een goed praktijkvoorbeeld van de aangegeven richting bij het onderwerp de agrarische sector. Agriport bestaat uit een moderne projectlocatie voor grootschalige glastuinbouw en landbouw. Het greenhouse park beslaat nu 850 hectare, waarvan circa 600 ha in productie is. Op circa 100 hectare zijn eenentwintig bedrijven gevestigd. Een belangrijk kenmerk van Agriport A7 is samenwerking. Samenwerking binnen de keten, ketenintegratie en dwarsrelaties tussen verschillende ketens waarbij goede mogelijkheden ontstaan voor gebruik van reststromen (warmte, proceswater, CO2) van bedrijven in de omgeving. Dit zien we onder andere terug in de samenwerking van de glastuinbouwers en bedrijven op het gebied van een duurzame water- en energietoevoer.

Ontwikkelingen hier gaan ontzettend snel. Om Agriport A7 ook in de toekomst succesvol te laten blijven zijn coördinatie, visie, slagkracht en flexibiliteit sleutelbegrippen. Dit vraagt om bereidheid deze ontwikkelingen te volgen en hiernaar te handelen. De dialoog met regionale partners verliezen we hierbij niet uit het oog.

Figuur: Agriport A7.

UITWERKING: Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft opgenomen in het concept uitvoeringsbesluit van de Crisis- en herstelwet dat wij voor het gebied Agriport A7 een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte (omgevingsplan) mogen opstellen. Deze mogelijkheid benutten wij optimaal.

Figuur: Plangebied pilot omgevingsplan Agriport A7.

De voortgaande globalisering en vergaande samenwerking en internationalisering van de ketens in de land- en tuinbouw hebben effect op Agriport A7. De behoefte aan grootschalige hoogwaardige glastuinbouw wordt hierdoor groter. UITWERKING: Als er voldoende aantoonbare behoefte is aan nieuwe bedrijfsgrond of glastuinbouw grond, ligt uitbreiding in de richting van onderstaande locaties voor de hand.

Figuur: Uitbreidingsgebieden Agriport A7.

20

De opzet van het businesspark is gebaseerd op het verminderen van versnippering en transport in de logistieke keten. Hiermee wordt winst behaald op het gebied van milieueffecten, kosten, kennis en het sluiten van kringlopen. Er wordt gestreefd naar een zo volledig mogelijk zelfvoorzienend cluster. Hierbij vormt onder andere het afval van het ene bedrijf de grondstof van het andere bedrijf. Dit logistieke concept kan nog beter worden door een regionale samenwerking en clustering van activiteiten die moet leiden tot een zo efficiënt mogelijk logistiek proces rondom de (agrarische) productie in Noord-Holland Noord.

Energie Combinatie Wieringermeer (ECW), gevestigd op Agriport A7, is van plan om warmte af te nemen van het datacenter en deze onder andere in te zetten voor de glastuinbouw. Op deze wijze wordt een belangrijke stap gezet in de verduurzaming van datacenter en glastuinbouw. Door gebruik te maken van deze (relatief goedkope) restwarmte wordt tevens de concurrentiekracht van de glastuinbouw vergroot. KADER:

Wij faciliteren en ondersteunen deze ontwikkeling, die past binnen de circulaire economie. Waar nodig kan er uitgebreid worden. Op Agriport A7 is daarom ook plek voor meer datacenters.

KADER:

De huidige bedrijven zijn actief binnen de volgende sectoren: agrarische, energie, logistieke en datacenter. Het is mogelijk dat in de toekomst ook andere sectoren worden toegevoegd. Deze functies moeten wel een toegevoegde waarde hebben in versterking van het logistieke concept van Agriport A7.

KADER:

Naast bedrijven die een toegevoegde waarde hebben in de keten, zijn ook activiteiten in de vrijetijdsbusiness, zoals excursies en het bezoekerscentrum, en ondersteunde diensten en functies voor de bedrijven op het businesspark welkom op Agriport A7.

UITWERKING: De verbinding van Agriport A7 met de regionale bedrijventerreinen, specifiek met Robbenplaat, kan beter. We zetten in op integratie van alle bedrijventerreinen en onderzoeken hoe dit beter kan.

Relevante informatie: Agriport A7 Bezoek Agriport

Onderwerp: Bedrijven(terreinen)

Onze economie kenmerkt zich voor het grootste deel uit traditionele, relatief kleine, zelfstandige en op de lokale economie gerichte bedrijven. Dat maakt dat het innovatieve karakter van de bedrijvigheid van Hollands Kroon niet algemeen bekend is. Hollands Kroon beschikt over een uitgebreid aantal bedrijventerreinen. Hiervoor geldt dat er behoefte is aan sturen in tijd van robuuste veranderingen. Aan nieuwe bedrijventerreinen bestaat op dit moment nauwelijks behoefte. Uitzonderingen hierop vormen bedrijventerreinen met een bijzondere kwaliteit of ligging. De focus verschuift van nieuwe bedrijventerreinen naar revitalisering en herontwikkeling van bestaande terreinen. Wij juichen ondernemerschap toe! We omarmen lokale bedrijvigheid en hier willen we zo min mogelijk beperkende regels voor opnemen. Dus flexibel waar het kan en streng waar het moet. Op het gebied van bedrijventerreinen trekken wij samen op met onze regiopartners en de provincie.

Hollands Kroon heeft diverse bedrijventerreinen, variërend van klein en lokaal tot groot en regionaal. Maar niet alle bedrijven bevinden zich op een bedrijventerrein. Hierbij kan gedacht worden aan het buitengebied, bij woningen en in dorpskernen. De aard van deze bedrijven varieert van dienstverlening, handel, bouw en de productindustrie. Ook ZZP-ers zijn sterk vertegenwoordigd.

21

Figuur : Bedrijventerreinen

KADER:

Wij respecteren de bestaande locatie van bedrijvigheid, maar kiezen in het kader van leefbaarheid wel voor sturing op welke plekken deze functies mogen komen of blijven. Daarbij geldt het motto ‘flexibel waar het kan en streng waar het moet’.

AMBITIE:

Om de stap naar het ondernemerschap te vereenvoudigen, maken wij het in ruimtelijke plannen mogelijk om in of bij woningen een bedrijf te starten waarbij ondergeschikt kleinschalige detailhandel mogelijk is. Wij stellen hierbij wel voorwaarden (zoals):  Het moet gaan om bedrijvigheid passend in een woonomgeving,  Als door bijvoorbeeld groei de bedrijvigheid niet meer passend is in een woonomgeving, dienen deze activiteiten zich te verplaatsen naar een andere locatie waar deze wel passend zijn (bijvoorbeeld bedrijventerrein, bedrijfsbestemmingen of leegstaande agrarische bedrijfsbebouwing).

KADER:

Voor horeca is vooral ruimte in de centra van de vier hoofdkernen en bij toeristische knooppunten. Het bieden van meer ruimte voor terrassen, gaan wij indien daaraan behoefte bestaat toestaan. Binnen het centrumgebied sturen wij niet op concentratie. Dit is iets wat de markt reguleert. In het buitengebied zijn kleinschalige horecapunten bij woningen, (agrarische) bedrijven mogelijk. Denk hierbij aan een theetuin of ijsverkooppunt. Voor bedrijventerreinen geldt dat de komende jaren de focus ligt op enerzijds het afronden van de uitgifte van onze bestaande terreinen. Anderzijds heeft het revitaliseren van deze terreinen prioriteit. Dat kan door terreinen op te knappen, functieveranderingen toe te laten of te saneren. Onderdeel van saneren kan ook zijn om in plaats van bedrijfspanden zonneakkers aan te leggen. De kosten voor herstructurering zijn een aandachtspunt.

KADER:

Om overaanbod van bedrijventerreinen te voorkomen is regionaal en met de provincie afgestemd (Regionaal Convenant Werklocaties Kop van Noord-Holland 8 juli 2016) welke bedrijventerreinen eerst in ontwikkeling worden genomen, welke op termijn (in overleg) en welke niet verder ontwikkeld worden.

22

UITWERKING: De uitgifte wordt regionaal gecoördineerd via het regionaal coördinatiepunt Bedrijventerreinen Kop van Noord-Holland.

KADER:

Wij sturen niet meer op thematische bedrijventerreinen. Dat wil niet zeggen dat alles kan, maar wel dat er meer vrijheid en keuzemogelijkheden aan ondernemers wordt geboden. Als de formule van een bedrijventerrein goed is, ontstaat vanuit de markt een zekere thematiek.

KADER:

Op bedrijventerreinen zijn andere functies mogelijk. Randvoorwaarden zijn wel dat de veiligheid niet in het geding komt en dat er geen sprake is van het toevoegen van milieugevoelige functies. Goede voorbeelden zijn bedrijfsondersteunende horeca, sportscholen en cateringbedrijven. Kinderopvangcentra zijn over het algemeen niet mogelijk.

KADER:

Wij vinden dat op bedrijventerreinen ook vormen van detailhandel mogelijk zijn. We onderscheiden hierbij de volgende vormen van verkoop:  Volumineuze goederen. Hierbij geldt dat wij hier wel actief op sturen en dit regionaal af moeten stemmen.  Producten die ter plaatse worden gemaakt.  Goederen die op het bedrijventerrein worden geproduceerd. Mits dit ondergeschikt (onder andere qua oppervlak) is aan de productie van die goederen.  Geen detailhandel die in de dorpscentra zelf gevestigd is. Zoals supermarkten, kledingwinkels, witgoedwinkels, opticiens, et cetera. Een uitzondering hierop vormt het recreatietransferium in Den Oever.

KADER:

Om bedrijventerreinen zo optimaal mogelijk te houden voor het doel waarvoor ze zijn aangelegd (het bieden van ruimte voor bedrijfsmatige activiteiten die niet goed in een woonwijk passen) laten wij hier geen nieuwe woon- en/of logiesfuncties (inclusief bedrijfs- en/of dienstwoningen) toe, met uitzondering van huisvesting voor arbeidsmigranten.

PROEFTUIN:

Het wooncluster Wagenweijt is op dit moment nog lang niet gevuld. Om dit gebied te ontwikkelen gaan wij de mogelijkheid bieden om een hier een bedrijfswoning te bouwen voor bedrijven gevestigd op Agriport A7.

Figuur: Wooncluster Wagenweijt.

AMBITIE:

Op beter bereikbare bedrijventerreinen is vooral ruimte voor grote regionale bedrijven terwijl op de andere bedrijventerreinen vooral ruimte is voor het midden- en kleinbedrijf.

KADER:

Als op enig moment uitbreiding van een bedrijventerrein aan de orde komt, gebeurt dat bij een van de regionale bedrijventerreinen (Regionaal Haven gebonden bedrijventerrein, Agriport A7 en Robbenplaat).

23

Figuur: Uitbreidingsmogelijkheden regionale terreinen.

AMBITIE:

Wij vinden dat het beheer van bedrijventerreinen niet meer bij de gemeente thuishoort maar bij een vereniging van eigenaren (Parkmanagement).

Relevante informatie:

Regionaal programma Bedrijventerreinen Kop van Noord-Holland 2012-2020

Onderwerp: Visserij

Ook de visserij is een belangrijke sector in Hollands Kroon en concentreert zich voornamelijk in het dorp Den Oever. Met steun van onder andere de provincie wordt zowel publiek als privaat fors geïnvesteerd in verbeterde kades en havenfaciliteiten, een vernieuwde visafslag, een recreatietransferium en een multifunctioneel dijklichaam, dat eindigt bij een waddenbelevingspunt aan de noordkant van het dorp. Naast de vissersvloot zijn op het haventerrein in Den Oever ook verschillende aan de visserij gerelateerde bedrijven te vinden: Van visafslag tot scheepmotoren, van visrestaurants tot winkels voor scheepsbenodigdheden. KADER:

Ruimte om te ondernemen, dit geldt ook voor de visserij. Wij zullen nieuwe innovatieve ontwikkelingen waar mogelijk faciliteren.

KADER:

In Den Oever bieden we voldoende ruimte voor visserij gerelateerde bedrijven, maar ook voor recreatie en toerisme. De ontwikkeling van Den Oever valt of staat met de vitaliteit van de visserijvloot en het in standhouden van de vismarkt met het grote sortiment aan vissoorten.

KADER:

Wij spannen ons in om de kritische massa onder de visafslag in stand te houden dan wel verder te versterken. Datzelfde geldt voor de exploitatie van het havengebied. Door grote investeringen wordt het voorzieningenniveau verhoogd.

KADER:

Dat zullen wij ondersteunen met passende pachtcontracten.

AMBITIE:

Wij staan voor de ontwikkeling van Den Oever tot regionaal centrum voor visserij met verwerkende industrie en regionale afslag. Verder is het van belang dat de toeristische kwaliteit van Den Oever ook aansluit op de visserij. Dit betekent dat wij samen met de coöperatieve visafslag willen onderzoeken of binnen het complex een publiekzone kan worden vrijgehouden, die toeristen in staat stelt de verwerking van garnalen te zien en ze via een veilsysteem zelf te kopen.

KADER:

Om de sportvisserij te stimuleren zullen wij waar mogelijk meewerken aan het faciliteren van nieuwe boothellingen.

24

AMBITIE:

Onderwerp: Wonen Hollands Kroon heeft 22 kernen en deze hebben allemaal een eigen identiteit. Van uitgestrekte polders tot historische dorpskernen of de haven in Den Oever met de daarbij behorende bedrijvigheid. Veel ruimte, rust en water zijn kenmerkend. Het wonen in een landelijke omgeving met een veelheid aan kernen brengt ook uitdagingen met zich mee. Voor iedereen die woont in deze gemeente is het behouden en verbeteren van een prettige leefomgeving belangrijk. Hier zijn richtinggevende keuzes voor nodig want dan zorgen we voor een goede kwaliteit van wonen en blijft het wonen in onze gemeente aantrekkelijk voor onze inwoners, nu en in de toekomst. We staan voor een gezonde woningvoorraad. We sturen op doelgroepen en richten ons actief op jongeren, starters en ouderen. De Woonvisie Hollands Kroon vervangt het Koersdocument Wonen Hollands Kroon, die in 2013 is vastgesteld door de raad. Met deze nieuwe woonvisie herzien en actualiseren we het woonbeleid in onze gemeente om beter aan te sluiten op de huidige en toekomstige woningmarkt. De Woonvisie krijgt een plaats in de nieuwe Omgevingsvisie en wordt meegenomen in de beleidscyclus. Daardoor kunnen we op tijd inspelen op nieuwe ontwikkelingen en is het mogelijk om bij te sturen op de uitgangspunten en kaders; dit is dus geen statische visie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=b8f3671a-033e-4c59-b94e-f23775d22658