CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Uitvoerings- & Handhavingsstrategie 2024-2028

Raad 11 juli 2024, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Uitvoerings- & Handhavingsstrategie 2024-202823.830 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Prioriteiten & Doelen

Evaluatie

Strategie

Programma & Organisatie

Werkwijze

Monitoren

Uitvoering

26

Bijlage 1. Toetsingsmatrix Bbl In wet- en regelgeving is bepaald voor welke activiteiten inwoners en bedrijven een vergunning moeten aanvragen om ze te mogen uitvoeren of ondernemen en welke activiteiten gemeld moeten worden. Het is echter niet nodig om elke aanvraag die wordt ingediend even diepgaand te toetsen aan de regels. Immers niet iedere activiteit die vergunningplicht is of moet worden gemeld heeft hetzelfde toetsingskader. Het toetsen van een omgevingsvergunning voor de activiteit BBL gebeurt op verschillende niveaus: a) b) c) d)

Snelle toets (S) Visuele toets (V) Representatieve toets (R) Integrale toets (I)

Ad a) bij een snelle beoordeling wordt er niet zo zeer gekeken naar de inhoud van de bij een bouwaanvraag behorende technische bescheiden, maar wordt er meer gelet op de aanwezigheid van de vereiste informatie. Ad b) bij het visueel beoordelen wordt er aandacht besteed aan de uitgangspunten van de ingediende bescheiden zonder deze inhoudelijk te controleren. Ad c) bij het representatief toetsen wordt niet alles gecontroleerd maar worden er per te toetsen object enkele representatieve onderdelen gepakt. Deze belangrijke onderdelen worden dan geheel getoetst. Ad d) bij het integraal toetsen is het de bedoeling dat vrijwel alles van het desbetreffende onderdeel gecontroleerd en nagerekend wordt. Als blijkt dat iets niet juist is wordt een toetsingsniveau dieper getoetst. In principe is dat het eerstvolgende toetsingsniveau. Blijkt bijvoorbeeld uit de visuele beoordeling dat er zaken niet lijken te kloppen, dan wordt het bouwplan alsnog representatief getoetst.

In bovenstaande tabel is geen onderscheid gemaakt naar gebieden, zoals bijvoorbeeld buitengebied, woonwijken, bedrijventerreinen en het centrum. Het gaat in principe om de aard van het bouwwerk. Dit laat onverlet dat in specifieke gevallen van het schema kan worden afgeweken in gevallen dat de omgeving er wel toe doet. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de veiligheid voor de omgeving door de aard van het gebruik van het bouwwerk. 27

Bijlage 2. Vergunningenstrategie Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de vergunningenstrategie. De vergunningenstrategie is opgedeeld in twee onderdelen: • • •

werkwijze Omgevingswet werkwijze Wet kwaliteitsborging voor het bouwen strategie voor de VFL (openbare orde bevoegdheden) en bijzondere wetten waaruit een vergunningsverplichting voortvloeit.

Per onderdeel wordt een algemeen inzicht gegeven in de werkwijze die vergunningverleners hanteren bij het uitvoeren van hun werkzaamheden. Daarna worden de beoordelingscriteria voor het vergunningen gebied (Ow, VFL en bijzondere wetten) en de bijbehorende vergunningen en meldingen weergegeven. Vergunningverlening onder de Omgevingswet De vergunningplichten voor de fysieke leefomgeving komen voort uit Hoofdstuk 5 van de Omgevingswet. In totaal zijn er 14 verschillende type activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is. De wet gaat uit het van het subsidiariteitsbeginsel (decentraal, tenzij). Dit betekent dat de taken en bevoegdheden in principe worden uitgevoerd door gemeenten. Daarbij staan gemeenten dus aan de basis voor de algemene zorg voor de fysieke leefomgeving. In deze paragraaf worden de werkzaamheden beschreven die veranderen door de invoering Omgevingswet. Binnenkomst Vergunningaanvragen en meldingen met betrekking tot de Omgevingswet worden ontvangen vanuit het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het VTH-systeem wordt bij de invoering van de Omgevingswet gekoppeld aan het DSO. Via de samenwerkingsmodule kan worden samengewerkt met andere overheden bij aanvragen voor omgevingsvergunningen. We maken regionale afspraken over deze samenwerkingsruimte in het DSO. Initiatiefnemers kunnen verschillende soorten verzoeken indienen via het DSO.

Er zijn verschillende soorten verzoeken vastgesteld in het DSO: • • • • • • •

aanvraag vergunning melding informatie informatie ongewoon voorval aanvraag maatwerkvoorschrift melding gelijkwaardige maatregel aanvraag toestemming gelijkwaardige maatregel

28

Voor zover niet wettelijk voorgeschreven kunnen vragenbomen en aanvraagformulieren door de gemeente zelf worden gemaakt middels toepasbare regels in het DSO. Zo is het mogelijk om de suggestie van het vooroverleg/omgevingsoverleg eerder in het proces onder de aandacht te brengen zodat vaker voor deze optie wordt gekozen. Na het inboeken van de aanvraag in het VTH-systeem vindt de intake en werkverdeling plaats door een coördinator. Tijdens deze beleidsperiode stellen we een nieuw bedrijfsvoeringsmodel op waarin we de kengetallen, zaakverantwoordelijkheid en servicenormen opnieuw vaststellen. Voortraject Naast een vergunningaanvraag kan ook een vooroverleg en omgevingsoverleg worden aangevraagd. De aanvraag wordt hiermee voorbereid. We stimuleren het voortraject met name via de legesverordening. De leges die een aanvrager verschuldigd is voor het voortraject worden in mindering gebracht op de leges voor het behandelen van de vergunningaanvraag. Daarnaast formuleren we helder welke processtappen genomen worden in het voortraject, wat we van de aanvrager verwachten en wat het eindresultaat is van elke fase uit het voortraject. Een binnengekomen aanvraag die niet past in het omgevingsplan, wordt beoordeeld of het wenselijk is hieraan mee te werken. Dit wordt besproken op de intaketafel.

Bij een klein initiatief wordt de wenselijkheid en, waar nodig, haalbaarheid beoordeeld bij het bouwplanoverleg. Daarnaast richten we een proces in om de haalbaarheid van een grotere initiatieven te onderzoeken. In dit proces worden omgevingstafels georganiseerd waar met interne en externe adviseurs het plan beoordeeld wordt. Het eindresultaat van dit proces is dat het plan klaar is om een omgevingsvergunning aan te vragen. De aanvraag omgevingsvergunning kan dan binnen de wettelijke termijn van 8 weken behandeld wordt.

Behandeling aanvraag omgevingsvergunning Procedures Reguliere procedure De reguliere procedure verandert niet onder de Omgevingswet. Een belangrijk verschil is dat na het verstrijken van de wettelijke termijn geen vergunning van rechtswege ontstaat. Indien de gemeente geen besluit neemt kan de aanvrager de gemeente in gebreke stellen. De aanvrager kan meerdere activiteiten in één keer (meervoudige aanvraag) indienen, maar is niet verplicht de benodigde activiteiten voor een project gelijktijdig aan te vragen. Het verplicht gelijktijdig aanvragen van onlosmakelijke activiteiten vervalt onder de Omgevingswet. In principe is dan voor alle aanvragen de standaardprocedure van 8 weken van toepassing (tenzij in de gevallen hieronder genoemd). 29

Uitgebreide procedure In sommige gevallen kan een uitgebreide procedure van 6 maanden van toepassing zijn. Hiervoor zijn drie mogelijke redenen: Er zijn een aantal gevallen waarvoor altijd de uitgebreide procedure van toepassing is (zoals activiteiten waarvoor een MER verplicht is, bij een rijksmonumentenactiviteit of bij een Natura 2000activiteit). De gevallen daarvoor zijn opgenomen in artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit; De colleges van B&W kunnen een uitgebreide procedure van toepassing verklaren bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit als daarvoor gegronde redenen zijn (art. 16.65 Ow, lid 4). In dit artikel wordt toegelicht dat het bevoegd gezag dit kan bepalen als: • •

het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving; en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben.

Het college stelt in dat geval, voorafgaand aan het nemen van het besluit, de aanvrager in de gelegenheid zijn zienswijze daarover naar voren te brengen. De aanvrager kan zelf verzoeken of instemmen met de uitgebreide procedure. Verplichte participatie De gemeenteraad kan gevallen van activiteiten aanwijzen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden ingediend. Hierover wordt een besluit genomen door de gemeenteraad. Advies van gemeenteraad aan college De gemeenteraad is adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op de (door de gemeenteraad) aangewezen gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is> De gemeenteraad heeft besloten wanneer er gebruik gemaakt wordt van het bindend advies aan het college. Een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarbij advies van de raad nodig is moet ook binnen een proceduretermijn van 8 weken beoordeeld worden. De proceduretermijn kan met 6 weken verlengd worden. De procedure om advies aan de raad te vragen heeft over het algemeen een langere doorlooptijd.

Door dit proces aan het einde van het voortraject (zie paragraaf 2.1.2) op te starten (zodra zicht is op het indienen van een aanvraag) wordt de behandeling van een aanvraag omgevingsvergunning binnen de wettelijke termijn mogelijk. We gaan er wel van uit dat het verlengen van de besluitdatum met 6 weken noodzakelijk is. Daarnaast gaan we er vanuit dat een initiatiefnemer vooroverleg pleegt. Als zonder overleg een aanvraag wordt ingediend is het halen van deze termijn een uitdaging. 30

Beoordelingscriteria Omgevingswet vergunningen AMvB’s Hieronder staan de belangrijkste beoordelingskaders van de Omgevingswet voor het verlenen van vergunningen. Het betreft de volgende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s): Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Besluit kwaliteiten leefomgeving (Bkl) Daarnaast zijn de Omgevingsregeling, het invoeringsbesluit met daarin de bruidsschat, het gemeentelijke omgevingsplan (tijdelijk of nieuwe stijl) en de lokale verordeningen en beleid in het kader van de fysieke leefomgeving toegelicht, welke van belang zijn in het vergunningverlening proces. In deze bronnen zijn de beoordelingscriteria per vergunning te vinden. Toepassingsbereik Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevat samen met het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), de algemene regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Het besluit kwaliteit leefomgeving is meer gericht op de regels waar de overheid zich aan dient te houden om een veilige en gezonde leefomgeving te kunnen garanderen. Het Omgevingsbesluit bevat regels voor alle partijen die actief zijn in de fysieke leefomgeving. Dus burgers, bedrijven en overheid. Het gaat om regels over het bevoegd gezag voor vergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering.

Het Omgevingsbesluit bevat dus geen beoordelingscriteria voor vergunningverlening.

De 4 AMvB's van de Omgevingswet. In de onderstaande paragrafen wordt de uitwerking van de AMvB's met betrekking tot de vergunningverlening toegelicht. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Met de invoering van de Omgevingswet is het Bouwbesluit 2012 vervallen en zijn de technische bouwvoorschriften opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving, kortweg het Bbl. Het Bbl bevat regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid bij het (ver)bouwen van een bouwwerk, de staat van het bouwwerk, het gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. 31

Daarnaast bevat het Bbl ook regels over asbestverwijdering en mobiel puinbreken. In het Bbl staat aangegeven of voor de bouwactiviteit een vergunningplicht of meldingsplicht noodzakelijk is of dat deze vergunningvrij is. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is onderdeel van het Bbl. Hiermee wordt dit deel van de bouwtechnische beoordeling ondergebracht bij private kwaliteitsborgers. De regels in het Bbl zijn in hoofdstukken geclusterd rondom een bepaalde activiteit die te maken heeft met het bouwwerk. De hoofdstukken geven eisen betreffende: • • • • • •

algemene bepalingen; bestaande bouw; nieuwbouw; verbouw, verplaatsing en functiewijziging; gebruik; en bouw- en sloopwerkzaamheden

Binnen deze hoofdstukken zijn de onderwerpen veiligheid, gezondheid, duurzaamheid, bruikbaarheid, toegankelijkheid en bouwwerkinstallaties, voor zover van toepassing, terug te vinden. Onder de Omgevingswet en de WKB vervalt de bouwtechnische toets van veel kleine bouwwerken. Enerzijds omdat de bouwactiviteit onder een vergunningvrije categorie valt, anderzijds omdat de bouwtechnische toets door een private kwaliteitsborger uitgevoerd zal worden. De bouwwerken die door de gemeente preventief getoetst worden aan het Bouwbesluit zijn over het algemeen grotere of bijzondere bouwwerken (bijvoorbeeld monumenten). Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Met de invoering van de Omgevingswet is het activiteitenbesluit vervallen en zijn de milieuvoorschriften opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving, kortweg het Bal. Deze AMvB bevat algemene rijksregels voor milieubelastende activiteiten in de leefomgeving.

Naast de inhoudelijke algemene regels voor milieubelastende activiteiten, lozingsactiviteiten, wateronttrekkingsactiviteiten, mijnbouwactiviteiten, beperkingengebied activiteiten, het gelegenheid bieden tot zwemmen en baden, en activiteiten die cultureel erfgoed betreffen, zijn bijzondere aandachtspunten: de reikwijdte van de rijksregels, de specifieke zorgplichten, de inzet op maat van doel- en middelvoorschriften en de inzet van maatwerk en gelijkwaardigheid als instrumenten voor flexibiliteit. Vergunningsplichten waarvoor de gemeente bevoegd gezag is en die voorvloeien uit het Bal zijn onderverdeeld in de volgende categorieën. • • • •

Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen Complexe bedrijven Dienstverlening, onderwijs en zorg Transport, logistiek en ondersteuning daarvan 32

• • • • •

Nutssector en industrie Afvalbeheer Agrarische sector Sport en recreatie Defensie en mijnbouw

De Omgevingsdienst is adviseur voor de milieubelastende activiteiten (MBA's). Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels voor het Rijk en voor decentrale overheden. De regels gaan over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en monitoring. In het Bkl staan omgevingswaarden. Die zorgen voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Ook helpen ze bij het zorgen voor een goede omgevingskwaliteit. De omgevingswaarden volgen vooral uit Europese of andere internationale verplichtingen. Instructieregels gaan over het uitvoeren van taken en het gebruiken van instrumenten. Decentrale overheden moeten deze instructieregels van het Rijk volgen. Per instrument is er een hoofdstuk met instructieregels, zoals voor het instrument omgevingsplan. Die instructieregels gaan dan onder meer over normen en regels voor externe veiligheid, geluid en geur van activiteiten en erfgoed. In het Bkl zit een hoofdstuk met beoordelingsregels voor omgevingsvergunningen. Het gaat om activiteiten waarvoor het Rijk een vergunningplicht heeft geregeld, zoals voor omgevingsplanactiviteiten, bouwactiviteiten, milieubelastende activiteiten en rijksmonumenten activiteiten. De beoordelingsregels geven aan wanneer het bevoegd gezag de vergunning kan verlenen of weigeren.

Bij het beoordelen van een aanvraag moet het bevoegd gezag deze beoordelingsregels dan ook volgen. De beoordelingsregels staan geordend per activiteit. Invoeringsbesluit/Bruidsschat Het Invoeringsbesluit zorgt voor het overgangsrecht en voor het intrekken of wijzigen van andere besluiten. Het overgangsrecht regelt de overgang van de oude regelgeving naar het nieuwe stelsel van de Omgevingswet, bijvoorbeeld wat de status is van besluiten onder het oude recht. Ook regelt het overgangsrecht hoe procedures die onder het oude recht zijn gestart, worden afgehandeld onder de Omgevingswet. Een bijzonder onderdeel van het overgangsrecht is de bruidsschat. Dit is een set regels die het Rijk over heeft gedragen naar decentrale overheden bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze regels zijn onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan (omgevingsplan van rechtswege). De gemeente kan deze regels op elk moment aanpassen of schrappen. Wanneer het omgevingsplan (nieuwe stijl) formeel is vastgesteld komt de bruidsschat te vervallen. De gemeente heeft in principe tot 2032 om een omgevingsplan op te stellen en alle keuzes met betrekking tot de bruidsschat te maken. Bij het omzetten van het tijdelijk deel van het omgevingsplan naar het definitieve omgevingsplan 33

worden de bruidsschatregels beoordeeld. Het uitgangspunt is om het omgevingsplan gebiedsgericht te vullen en de bruidsschat beleidsneutraal over te nemen. Specifiek met betrekking tot vergunningen en ontheffingen uit de oude regelgeving is er overgangsrecht. • •

Als een vergunning voor een activiteit onder het nieuwe systeem verplicht blijft, wordt dit een binnenplanse omgevingsplanactiviteit op grond van de Omgevingswet. Als er geen vergunningplicht meer is, worden de oude vergunningvoorschriften maatwerkvoorschriften.

Het overgangsrecht geldt zowel voor vergunningplichten uit rijksregelgeving als uit decentrale regelgeving. Het overgangsrecht voor vergunningen staat in artikel 4.13 en 4.14 van de Invoeringswet. Omgevingsplan In het tijdelijke omgevingsplan zijn onder andere de bestaande omgevingsplannen, beheers verordeningen en wijzigings- en uitwerkingsplannen opgenomen (voor een volledig overzicht zie artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet). De gemeente heeft na inwerkingtreding van de wet tot 2032 de tijd om één gebiedsdekkend omgevingsplan vast te stellen (zie Figuur 4). De gemeente bepaalt deels zelf welke algemene regels, informatie- melding- of vergunningsplichten zij opneemt in het omgevingsplan (OP). De gemeente Hollands Kroon gaat in eerste instantie beleidsneutraal over. Wanneer regels in het OP worden aangepast of geschrapt in afwijking van de huidige situatie, heeft dit uiteraard een effect op de VTHtaken. Het Invoeringsbesluit regelt welke regels er van rijk aan gemeente worden overgedragen. Verder bepaalt de gemeente zelf welke (onderdelen van) verordeningen met betrekking tot de fysieke leefomgeving worden meegenomen in het omgevingsplan.

34

Omgevingsregeling In de Omgevingsregeling staat welke informatie een aanvrager van een omgevingsvergunning moet aanleveren bij zijn aanvraag. Dit zijn de aanvraagvereisten. Het hoofdstuk met aanvraagvereisten bestaat uit een algemeen deel dat geldt voor iedere aanvraag en een specifiek deel met specifieke regels per activiteit. Voorbeelden van aanvraagvereisten zijn: • • •

de locatie waar de activiteit plaatsvindt; de hoeveelheid te lozen koelwater van een stookinstallatie; een beschrijving van het soort gas in een opslagtank.

In de Omgevingsregeling zit een praktische uitwerking van een aantal regels uit Bal en het Bbl, bijvoorbeeld met betrekking tot emissies van dierenverblijven of duurzaamheid van gebouwen. Ook staan in de Omgevingsregeling meet- en rekenmethoden. Voor gemeenten betreft het de methoden die moeten worden gebruikt om besluiten te motiveren met betrekking tot het omgevingsplan, vergunningaanvragen en projectbesluiten. Bijvoorbeeld of een aanvraag voor omgevingsvergunning aan de luchtkwaliteitsnorm voldoet. Ook voor de aanvrager van vergunningen zijn methoden genoemd voor activiteiten die decentraal (via het omgevingsplan) worden gereguleerd. Bijvoorbeeld hoe men kan bepalen of men aan een geurnorm uit het omgevingsplan voldoet. Participatie In de omgevingsregeling is opgenomen dat participatie een motiveringsverplichting is bij een aanvraag omgevingsvergunning. Bij een aanvraag omgevingsvergunning moet aangegeven zijn of, en zo ja op welke wijze, invulling is gegeven aan participatie. Participatie kan inzicht in de belangen van omwonenden en belanghebbenden geven en kan daarmee als onderdeel van de benodigde informatie worden beschouwd door de gemeente. Participatie is in de meeste gevallen echter niet verplicht voor de aanvrager. De gemeenteraad wijst voor het in werking treden van de Omgevingswet gevallen aan waarvoor participatie verplicht is.

Daarnaast moet goed beargumenteerd worden waarom er meer dan de aanvraagvereisten uit de omgevingsregeling nodig zijn, bijvoorbeeld wanneer ambtshalve de uitgebreide procedure van toepassing wordt verklaard omdat de belangen niet goed in beeld zijn. De gemeente Hollands Kroon heeft een handreiking voor participatie opgesteld. Deze handreiking geeft informatie over de communicatie en de verschillende manieren van het houden van een omgevingsdialoog die bij diverse ruimtelijke ontwikkelingen wenselijk is. Hoe de initiatiefnemer van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling hieraan invulling geeft is afhankelijk van de grootte en/of gevoeligheid van het project in de omgeving. Lokaal beleid en verordeningen Tot 2032 of eerder als het definitieve Omgevingsplan is vastgesteld beoordelen wij aanvragen aan de bruidsschat, bestemmingsplannen en lokale verordeningen welke een ruimtelijke component bevatten (tijdelijk deel omgevingsplan). Concrete voorbeelden van lokale verordeningen is de 35

Verordening Fysieke leefomgeving (VFL) Bekendmaking en publicatie Zodra het besluit over de aanvraag omgevingsvergunning genomen is wordt dit bekend gemaakt aan de aanvrager door het versturen van het besluit. De besluiten worden digitaal gepubliceerd in het gemeenteblad. Omwonenden en andere belanghebbenden kunnen via de website www.overheid.nl een abonnement nemen om geïnformeerd te worden over nieuwe publicaties die aan bepaalde zoektermen voldoen. Activiteiten omgevingsvergunningen Op grond van de Omgevingswet (via artikel 5.1) is de activiteit bouwen gescheiden in een technisch en een ruimtelijk deel. Dat levert twee activiteiten op waarvoor een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden; de omgevingsplanactiviteit en de bouwactiviteit. Deze paragraaf licht de verschillende activiteiten uit omgevingsvergunningen toe. Omgevingsvergunning voor de (technische) bouwactiviteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving en of het bouwwerk behoort tot gevolgklasse 2 of 3 dan wordt de bouwtechniek van het bouwwerk, op basis van het Bbl, beoordeelt door de gemeente. Vergunningvrij bouwwerken zijn omschreven in het Bbl.

Omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit Het ruimtelijke bouwen en in stand houden en gebruiken van een bouwwerk is in het omgevingsplan geregeld. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de locatie van het bouwwerk, de bebouwingsoppervlakte of het uiterlijk. De volgende paragrafen gaan in op de verschillende omgevingsplanactiviteiten. Binnenplanse en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Er wordt een onderscheid gemaakt tussen binnenplanse en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Binnenplanse omgevingsplanactiviteiten zijn die activiteiten die passen binnen de beoordelingsregels van het omgevingsplan en waarvoor in het omgevingsplan een vergunningplicht is opgenomen. Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten wijken hier (op onderdelen) vanaf. Voor dit type is het dan nodig om een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aan te vragen. Vergunningen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit betreft aanvragen die niet passen binnen het omgevingsplan (van rechtswege of nieuwe stijl). Ook voor deze aanvragen geldt in principe de standaardprocedure van 8 weken. In sommige gevallen kan de uitgebreide procedure van toepassing worden verklaard. Verleende vergunningen moeten binnen 5 jaar in het omgevingsplan verwerkt zijn, tenzij het om een tijdelijke vergunning gaat.

De alternatieve route voor het meewerken aan een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is het wijzigen van het omgevingsplan.

36

Omgevingsplanactiviteit voor het bouwen van een bouwwerk Een beoordeling van een aanvraag omgevingsplanactiviteit die bestaat uit bouwen ziet toe op de planologische aspecten van een bouwwerk, ofwel de beoordeling aan het omgevingsplan. Vergunningvrije omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot het bouwen van een bouwwerk zijn omschreven in de bruidsschat (artikel 22.26). De gemeente bepaalt (deels) zelf in welke mate ze ook de omgevingsplanactiviteiten die bestaan uit bouwen vergunningsvrij, melding plichtig of vergunning plichtig maakt. Omgevingsplanactiviteit voor het slopen van een bouwwerk De sloopactiviteit heeft vaak een relatie met andere activiteiten: Een sloopactiviteit gaat in veel gevallen samen met een bouwactiviteit; Is het bouwwerk dat wordt gesloopt een rijksmonument? Dan gelden voor het slopen de regels voor de rijksmonumentenactiviteit; De gemeente kan in het omgevingsplan extra regels stellen. Bijvoorbeeld ter bescherming van een stads- of dorpsgezicht of om te voorkomen dat open ruimten in bebouwing ontstaan.

Omgevingsplanactiviteit voor monumenten, beschermd stads-of dorpsgezichten, overig cultureel erfgoed en werelderfgoed Bij de beoordeling van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het in ieder opzichte wijzigen van monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten wordt beoordeeld of er geen onomkeerbare schade wordt toegebracht aan gemeentelijk cultuurhistorisch erfgoed. Daarnaast bevat de bruidsschat aanvraagvereisten met betrekking tot het ontsieren, slopen of veranderen van monumenten. Het betreft gemeentelijke, archeologische en provincie beschermde monumenten of beschermde stads-en dorpsgezichten. Overige omgevingsplanactiviteiten (bruidsschat) De bruidsschat bevat aanvraagvereisten en beoordelingsregels met betrekking tot onder andere de volgende vergunning plichtige activiteiten. Deze kunnen gekoppeld zijn aan lokale verordeningen en regelingen. • • • • •

• •

Omgevingsplanactiviteit: Uitvoeren van werken of werkzaamheden Omgevingsplanactiviteit: Beperkingengebied leidingen Omgevingsplanactiviteit: Gebruiken van locaties of bouwwerken in strijd met omgevingsplan Omgevingsplanactiviteit: Slopen van een bouwwerk Omgevingsplanactiviteit: Gemeentelijk monument slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijziging of herstellen, gebruiken of laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht Omgevingsplanactiviteit: Plaatsen van voorwerpen op/aan de weg Omgevingsplanactiviteit: Aanleggen of veranderen weg 37

• • • • • •

Omgevingsplanactiviteit: Slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk stads- en dorpsgezicht Omgevingsplanactiviteit: Uitweg/uitrit Omgevingsplanactiviteit: Alarminstallatie Omgevingsplanactiviteit: Kappen van bomen of vellen van houtopstanden Omgevingsplanactiviteit: Reclame Omgevingsplanactiviteit: Opslaan roerende zaken

Rijksmonumentenactiviteit Een rijksmonumentenactiviteit is een aanvulling op de omgevingsplanactiviteit voor monumenten en betreft een activiteit ‘inhoudende het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een rijksmonument of een voorbeschermd rijksmonument of het herstellen of gebruiken daarvan waardoor het wordt ontsierd of ingevaar gebracht’. Rijksmonumenten zijn monumenten en archeologische monumenten die volgens de Erfgoedwet in het rijksmonumentenregister staan ingeschreven. De regels over de rijksmonumentenactiviteit en over cultureel erfgoed staan in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit (Ob), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de Omgevingsregeling, het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet en het omgevingsplan van rechtswege (via de bruidsschat). Voorbeschermde rijksmonumenten zijn monumenten of archeologische monumenten die nog niet in het rijksmonumentenregister staan ingeschreven. Maar waarvoor de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) het ontwerpbesluit tot aanwijzing als rijksmonument al naar de eigenaar heeft gestuurd. Het Bal bevat de specifieke zorgplicht (artikel 13.7) om beschadiging en vernieling aan een rijksmonument te voorkomen.

Een bouwactiviteit die van invloed is of een rijksmonument betreft is in dat geval ook een rijksmonumentenactiviteit. De rijksmonumentenactiviteit is vergunningplichtig op grond van de Omgevingswet. De gemeentelijke adviescommissie heeft de taak om te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit, met betrekking tot een monument. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is adviseur met instemming bij een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument. Milieubelastende activiteiten Een milieubelastende activiteit is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, bijvoorbeeld bij het uitbaten van een SEVESO of IPPC-installatie maar ook voor de opslag van mest, grond, baggerspecie of koolstofdioxide in de bodem, lozing van afvalwater op oppervlaktewater, geluid of de opslag van gevaarlijke stoffen. Hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wijst de milieubelastende activiteiten aan waarvoor algemene regels gelden en in welke gevallen en daarnaast een vergunningplicht geldt. In totaal gaat het om zo’n 100 verschillende gevallen.

38

Ook bevat de bruidsschat een aantal vergunningsplichtige milieubelastende activiteiten die vanzelf landen in het tijdelijke omgevingsplan. Het gaat onder andere om de volgende activiteiten: • • • • • • • • • • •

verwerken polyesterhars; installeren gesloten bodemenergiesysteem; het kweken maden van vliegende insecten; opslaan propaan of propeen; tanken met LPG; antihagelkanonnen; biologische agens; genetisch gemodificeerde organismen; opslaan dierlijke meststoffen; lozen in de bodem (vangnetvergunning); lozen in schoonwaterriool (vangnetvergunning).

Maatwerkvoorschriften Het Bal en Bbl bieden mogelijkheid tot maatwerkvoorschriften. Er zijn twee typen maatwerkvoorschriften: • •

gekoppeld aan vergunning, dan betreft een maatwerkvoorschrift een vergunningvoorschrift; een separaat maatwerkbesluit (los van een vergunning).

Met een maatwerkvoorschrift kan de gemeente afwijken van algemene regels. De gemeente kan met maatwerkvoorschriften bijvoorbeeld: • • •

algemene regels nader invullen of aanvullen eisen opstellen die strenger of minder streng zijn dan de algemene regels afwijken van een verbod in algemene regels

Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift bijvoorbeeld gebruiken voor onvoorziene situatie, bijzondere gevallen, lokale omstandigheden of het bereiken van ambities voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het maatwerkvoorschrift kan ambtshalve worden opgesteld of op verzoek. Er zijn algemene uitgangspunten (paragraaf 4.3.2 Omgevingswet) die zaken als veiligheid en het beschermen van de gezondheid in het kader van maatwerkvoorschriften waarborgen. Verder zijn er ook meer specifieke uitgangspunten, zoals toegankelijkheid van bouwwerken voor mensen met een functiebeperking en het toepassen van de beste beschikbare technieken. Maatwerkvoorschriften zijn niet onbeperkt mogelijk. Beoordelingsregels voor vergunningen en de eisen aan vergunningvoorschriften gelden vaak ook voor maatwerkvoorschriften. Mogelijkheden zijn aangeduid in het Bal en Bbl. Gelijkwaardige maatregel Op grond van artikel 4.7, eerste lid, van de Omgevingswet kan in plaats van een in een algemene regel voorgeschreven maatregel (zoals een technische bouw eis in het Bbl) toestemming worden 39

verleend om in plaats daarvan een gelijkwaardige maatregel te treffen. We bedoelen hier met regels waaruit een vergunningplicht voortvloeit. Met de gelijkwaardige maatregel moet ten minste hetzelfde resultaat worden bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd. Maatregelen op het gebied van omgevingsveiligheid hebben als doel om mensen in gebouwen te beschermen tegen de effecten van een van buiten komende brand of explosie. Een voorbeeld is een opvanggeul voor uitstromende brandbare vloeistoffen die soms gelijkwaardig of beter beschermen dan een brandwerende gevel (welke de technische eis betreft). De gemeente Hollands Kroon beoordeelt gelijkwaardige oplossing in eerste instantie zelf samen met zijn interne adviseurs zoals bijv. De ODNHN en VRNHN. Waar nodig vragen we advies aan een (extern) adviseur Overige werkzaamheden in het kader van vergunningverlening De volgende werkzaamheden zijn overige werkzaamheden die mogelijk zijn in het kader van vergunningverlening. Indien zij in grote mate voorkomen dan kunnen zij van invloed zijn op de capaciteit. • • • • • • •

Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Wijzigen omgevingsvergunning Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Intrekken omgevingsvergunning Niet genoemd besluit op aanvraag Zienswijzen, bezwaar en beroep Adviesverzoek ander bevoegd gezag

Adviesverzoek ander bevoegd gezag bij magneetactiviteiten Bij meervoudige aanvragen kan sprake zijn van magneetactiviteiten. Deze activiteiten hebben als het ware een magnetische werking en zijn bepalend voor welke bestuursorgaan bevoegd gezag is. Het gaat om de situatie waarbij één van die activiteiten niet bij de gemeente kan worden neergelegd. De andere activiteiten in de vergunningaanvraag gaan dan mee dat het andere bevoegde gezag (de provincie of het Rijk). Bij activiteiten waarvoor de provincie of het rijk bevoegd gezag is, zal het college van B&W om advies gevraagd worden over activiteiten waarvan zij ‘oorspronkelijk’ bevoegd gezag zouden zijn geweest. Deze adviesverzoeken komen binnen in de VTH-applicatie en worden naar relevante college gestuurd. Bij meervoudige aanvragen wordt het college van B&W dus om advies (art. 4.20 lid 1 Omgevingsbesluit) gevraagd. Het college krijgt hiervoor een voorgenomen beslissing toegestuurd en moet daarover binnen 4 weken een advies geven. In bepaalde gevallen is advies met instemming van het college van B&W noodzakelijk (artikel 4.20 lid 2). Het gaat om sommige buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en milieubelastende activiteiten. 40

Als de buitenplanse omgevingsplanactiviteit valt binnen een categorie die is aangewezen door de raad is ook advies van de raad noodzakelijk. Bij enkelvoudige aanvragen geldt voorgaande niet, omdat dan het bevoegd gezag (gemeente) beslist op de enkelvoudige aanvraag. Dat sluit afstemming en samenwerking met andere bestuursorganen natuurlijk niet uit. Behandeling meldingen De grondslag voor meldingen van voormalige vergunningplichten is te vinden in het Bal en Bbl. Anders dan bij vergunningaanvragen vindt bij de meldingen alleen een beoordeling op volledigheid plaats. Wanneer de melding niet volledig is, wordt deze niet beschouwd als melding. De gemeente informeert hierover de melder. Hieronder zijn een aantal belangrijk meldingsplichten toegelicht. Melding milieu In hoofdstuk 4 van het Bal staat per milieubelastende activiteit of er een meldingsplicht geldt. Iedere melding bestaat in ieder geval uit een aantal algemene gegevens. Dat regelt artikel 2.17 van het Bal. Gegevens die de melder altijd moet aanleveren zijn: • • • •

de aanduiding van de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 4; de naam en het adres van degene die de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 3, verricht; het adres waarop de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 3, wordt verricht; de dagtekening.

Melding sloop Met betrekking tot meldingsplichtige sloopwerkzaamheden uit het Bbl is het verplicht om minimaal 4 weken (bij uitzondering 1 week) voor het begin van de sloopwerkzaamheden de sloopactiviteit te melden bij het bevoegd gezag (artikel 7.10 van het Bbl). Vervolgens moet uiterlijk 2 werkdagen voor aanvang en 1 dag na afronding van de feitelijke sloopwerkzaamheden het bevoegd gezag daarover geïnformeerd worden (artikel 7.12 van het Bbl). De melding sloop met asbest wordt net als normale sloop afgehandeld door de gemeente Hollands Kroon. Het toezicht op sloopwerkzaamheden met asbest is bij de ODIJ belegd. Tijdens de sloopwerkzaamheden moet volgens artikel 7.13 van het Bbl de volgende informatie aanwezig zijn: • • •

•

de sloopmelding en bijbehorende informatie; gegevens over hoe de veiligheid en gezondheid in de directe omgeving wordt geborgd; indien van toepassing maatwerkvoorschriften, het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom en het asbestinventarisatierapport of de eindbeoordeling asbestverwijdering; en andere voor het slopen van belang zijnde informatie zoals bijvoorbeeld de inzet van een mobiele puinbreker (op grond van afdeling 7.2 van het Bbl staat hier ook een meldingsplicht op).

41

Melding brandveilig gebruik Onder de Omgevingswet is de omgevingsvergunning brandveilig gebruik vervallen, maar geldt voor bepaalde gebouwen nog wel een meldingsplicht. In artikel 6.6 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is een tabel opgenomen waarin per gebruiksfunctie is aangegeven vanaf welk aantal mogelijk aanwezige personen sprake is van een meldingsplicht voor brandveilig gebruik van het bouwwerk. Op grond van artikel 6.7 Bbl moet de gebruiksmelding 4 weken voor het begin van het gebruik worden gedaan. Er moeten een aantal gegevens en bescheiden worden ingediend. Deze zijn genoemd in artikel 6.8 va het Bbl. Met de VRNHN zijn afspraken gemaakt over welke meldingen voor advies worden voorgelegd aan de brandweer. Als de gemeente advies nodig heeft, is de afspraak dat dit aan de VRNHN wordt gevraagd.

Wettelijke procedure Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Inleiding De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) brengt grote veranderingen met zich mee. Het college blijft weliswaar verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en bouw- en sloopveiligheid, maar een aanzienlijke hoeveelheid toezichts- en toetsingstaken worden overgedragen aan een nieuwe speler in het veld: de private kwaliteitsborger. Deze toetst aan de hand van het nieuwe figuur van “instrumenten” of een bouwplan aan de technische regels voldoet. Het bevoegd gezag treedt - in beginsel - alleen nog op, op aangeven van de kwaliteitsborger. Fasen en rollen Voor de volledigheid wordt hieronder het proces onder de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging weergegeven.

42

Aanvraag Omgevingsplanactiviteit (OPA), minimaal 8 weken voor aanvang bouw: • • •

Toetsen aan o.a. welstand, omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan); Beoordeling bijzondere lokale omstandigheden en risico’s en het kenbaar maken van lokale aandachtspunten; Eventueel/indien nodig informatie verstrekken over bijvoorbeeld omgevingsveiligheid, rooilijnen, bijzondere lokale omstandigheden in het kader van de Wkb en regels ten aanzien van o.a. geluid en fijnstof;

Voorbereiding op toezicht en handhaving. • •

Melding bouwactiviteit, minimaal 4 weken voor aanvang bouw: Beoordeling volledigheid bouwmelding op risicobeoordeling, borgingsplan, toegelaten instrument en kwaliteitsborger; 43

• •

Opvragen specifieke informatie en planning; Voldoet de melding niet aan de voorwaarden dan moet het bevoegd gezag dat kenbaar maken aan de melder, daarmee is de melding juridisch niet gedaan.

Start bouw, informatieverstrekking minimaal 2 werkdagen voor start bouw aan het bevoegd gezag. De Omgevingsveiligheid is en blijft een taak/verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. Uitvoering / kwaliteitsborging: • •

Uitvoering borgingsplan door kwaliteitsborger; Al dan niet toepassen van informatie- en controlemomenten.

Gereedmelding: aanleveren dossier bevoegd gezag, minimaal 2 weken voor ingebruikname van het bouwwerk. Het dossier bevoegd gezag bevat o.a. de verklaring van de kwaliteitsborger en gegevens en bescheiden waaruit blijkt dat het bouwwerk voldoet aan de technische voorschriften (Besluit bouwwerken leefomgeving). Beoordeling dossier bevoegd gezag. Informatieverstrekking einde bouwwerkzaamheden. Ingebruikname.

Voor de bouw Formeel neemt het bevoegd gezag de onderstaande stappen, maar in de praktijk treedt de ODIJ namens het bevoegd gezag op. In plaats van “bevoegd gezag” kan dus ODIJ worden gelezen. Bouwmelding aan bevoegd gezag Uiterlijk vier weken voor de start van de bouw moet een bouwmelding worden gedaan bij het bevoegd gezag via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het bevoegd gezag beoordeelt of de bouwmelding volledig is. Als dat zo is, dan mag de bouw zoals gepland na de termijn van vier weken starten. Is de bouwmelding onvolledig? Dan moet de bouwmelding worden aangevuld. Er geldt dan een nieuwe termijn van vier weken voordat de bouw kan starten. Controle op volledigheid bouwmelding In de bouwmelding staat wie de kwaliteitsborger is en welk instrument wordt toegepast. Ook moet een borgingsplan met risicoanalyse worden aangeleverd. De vergunningverlener toetst of de kwaliteitsborger aan de eisen voldoet en gecertificeerd instrument wordt gebruikt. De vergunningverlener maakt en deelzaak aan voor de toezichthouder, zodat de toezichthouder kan adviseren over algemene en locatie gebonden risico’s. Op algemene en locatie gebonden risico’s wordt dieper ingegaan in hoofdstuk 7. 44

Prioriteiten Bij de beoordeling van de melding en het borgingsplan, het opleggen van informatiemomenten en het houden van toezicht en handhaving zijn de volgende prioriteiten van belang: •

brandveiligheid;

•

constructieve veiligheid

•

artikel 3.86 lid 1 Bkl.

Checklist Om de beoordeling van de melding effectief te laten verlopen stellen wij checklist op met de volgende punten:2 •

Is de kwaliteitsborger gecertificeerd;

•

Is het juiste instrument toegepast;

•

Is een noodzakelijke omgevingsplanvergunning aangevraagd;

•

Worden de punten uit de Algemene Risicoparagraaf van dit document geborgd.

Ook controleert het bevoegd gezag of alle specifieke risico’s voor dat bouwwerk in de risicobeoordeling in kaart zijn gebracht en in het borgingsplan zijn vastgelegd.

Met name rondom de risicobeoordeling is aan te bevelen dat het bevoegd gezag vroegtijdig met een bouwer en de kwaliteitsborger overlegt. Bij een dergelijk overleg kunnen tevens eventuele specifieke lokale omstandigheden – die verplicht moeten worden meegenomen in de risicobeoordeling – worden besproken en toegelicht. De Wkb biedt de mogelijkheid om in aanvulling op de Awb specifieke informatie op te vragen, inclusief de planning, op basis van 2.20 Bbl. Dat kan tijdens de bouw of vlak voor de bouw. Het opleggen hiervan is gekoppeld aan specifieke signalen of aan bijzondere lokale omstandigheden. Tijdens de bouw Informatiemomenten Het bevoegd gezag kan afhankelijk van de (lokale) omstandigheden of bij specifieke signalen informatiemomenten in lassen. Dit vindt meestal plaats nadat de melding is gedaan. Deze informatiemomenten kunnen worden opgelegd n.a.v. signalen van onvolkomenheden tijdens de bouw. De opgevraagde informatie kan gaan over: 45

• •

bouwwerkzaamheden in situaties waar bepaalde risico’s spelen die van invloed kunnen zijn op het voldoen van het bouwwerk aan de bouwtechnische regels (zie hiervoor onder Algemene risico’s); De momenten waarop specifieke bouwwerkzaamheden plaatsvinden.

Tijdens de bouw ziet de kwaliteitsborger toe op het naleven van het borgingsplan correcte uitvoering van het bouwplan. Bij strijdigheden informeert de kwaliteitsborger de aannemer en de opdrachtgever. Ontstaan problemen die niet meer worden opgelost? Dan moet de kwaliteitsborger ook het bevoegd gezag informeren. Dit is het moment waarop de toezichthouder pas naar buiten gaat. De toezichthouder vraagt informatie op, eventueel inclusief planning als er specifieke signalen zijn of sprake is van bijzondere lokale omstandigheden. Als de toezichthouder zodanige overtredingen ziet dat verder bouwen onwenselijk is, kan hij handhavend optreden en indien noodzakelijk de bouw stilleggen.

Na de bouw De gereedmelding Bij de gereedmelding van de bouw dient de indiener van de bouwmelding twee documenten in bij het bevoegd gezag: -

De verklaring

-

Het dossier bevoegd gezag.

De verklaring In de verklaring meldt de kwaliteitsborger dat is gebouwd in overeenstemming met de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). De inhoud van de verklaring bestaat uit de volgende onderdelen: • • •

opgave welk instrument is toegepast en de verklaring dat de kwaliteitsborger dat instrument ook mag gebruiken; verklaring dat de kwaliteitsborging zijn werkzaamheden heeft uitgevoerd volgens de in het instrument gestelde eisen; verklaring dat de kwaliteitsborger vindt dat het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische voorschriften zoals bedoeld in hoofdstuk 4 en 5 van het Bbl.

In de verklaring wordt ook ingegaan op de maatregelen die zijn getroffen om de risico's die in het borgingsplan staan te beheersen. Het dossier bevoegd gezag Het dossier bevoegd gezag omvat alle fasen van het bouwproject en heeft betrekking op o.a. de veiligheid (constructieve- en brandveiligheid o.a.). Hierbij gaat om het aantonen dat het bouwwerk voldoet aan alle (kwaliteit)eisen van het Bbl. 46

Beoordeling door bevoegd gezag na gereedmelding De beoordeling van de stukken gebeurt op hoofdlijnen, dus er vindt geen inhoudelijke toets van de documenten plaats. Het bevoegd gezag beoordeelt de verklaring van de kwaliteitsborger en het dossier bevoegd gezag. Bij een onvolledige gereedmelding informeert het bevoegd gezag de indiener hierover binnen 10 werkdagen na indiening. Na indiening van de aanvullende gegevens gaat opnieuw een periode van 10 werkdagen in om te toetsen of de gereedmelding volledig is Zijn er strijdigheden tijdens of na afronding van de bouw? Dan kan de gemeente overgaan tot herstelsancties of de ingebruikname van het bouwwerk verbieden. Wanneer is voldaan aan de voorschriften die zijn gesteld aan de verklaring van de kwaliteitsborger en aan de overige gegevens en stukken (art. 2,15 Bbl en op basis van het Ontwerpbesluit kwaliteitsborging voor het bouwen) kan het pand in gebruik worden genomen.

Algemene Risico’s gemeente Hollands Kroon Bouwen nabij monument of oude panden Bouwt of sloopt u naast een oud pand of gebouw dat slecht gefundeerd is, neem dan extra maatregelen die het risico op het ontstaan van schade als gevolg van trillingen verkleinen. Dit kan door bij voorkeur te kiezen voor een trillingsvrij heisysteem. Indien u toch gaat heien, inclusief een inwendig geheide stalen buispaal, dient een monitoringsrapport te worden opgesteld waarin volgens SBR richtlijn A standaard uitgegaan wordt van een categorie 2 gevoelig. Een lagere categorie mag alleen worden toegepast indien u dit aantoont door gebruik te maken van het stappenplan in de SBR richtlijn A. Bij de melding sloop- en omgevingsveiligheid dient het monitoringsrapport te worden ingediend. Voor het opstellen van een monitoringsrapport kunt u een hierin gespecialiseerd bedrijf inhuren. Bouwen of slopen in een dijklichaam (primaire en secundaire waterkeringen) Bouwt of sloopt u in een dijklichaam dan dient de dijk stabiel gehouden te worden tijdens uitvoering door altijd een bouwput te realiseren met grond- en waterkerende voorzieningen. Bij de melding sloop- en omgevingsveiligheid dient een bouwputadvies en eventueel bemalingsplan te worden ingediend. Voor meer informatie over dijklichamen kunt u terecht bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Geluid, gevel geluidwerendheid In het omgevingsplan kunnen regels zijn opgenomen voor geluidsbelasting op gevels. De geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige objecten mag bij (vervangende) nieuwbouw niet hoger zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde.

47

Bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid hulpdiensten Grondgebonden woningen mogen in gebruik worden genomen wanneer is voldaan aan de regels voor bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid hulpdiensten. Deze regels zijn opgenomen in het omgevingsplan. Bij grondgebonden woningen geldt een maximale afstand van 40 meter tot de bluswatervoorziening. Brandweer Nederland heeft een handreiking gemaakt met alternatieve mogelijkheden voor toereikende bluswatervoorzieningen. Bovengenoemde risico’s moeten in de risicoanalyse bij het borgingsplan worden opgenomen door de kwaliteitsborger. Toezicht en handhaving in het kort (zie voor een nadere uitwerking bijlage 4) Relevante momenten voor bevoegd gezag Welke momenten zijn relevant voor Toezicht en Handhaving? 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Start van de bouw, zonder noodzakelijke bouwmelding. Start van de bouw, zonder noodzakelijke omgevingsplanvergunning. Er wordt niet voldaan aan eventueel opgelegde informatiemomenten. Tijdens de bouw meldt de kwaliteitsborger onvolkomenheden bij bevoegd gezag. Ambtshalve of door melding van derden worden onvolkomenheden geconstateerd. Aan het eind van de bouw blijkt niet conform Bbl te zijn gebouwd. Er wordt gereed gemeld zonder dat er vooraf een startmelding (incl. borgingsplan) is ingediend.

De OD zal daarom in eerste aanleg alleen toezicht houden: 1. 2. 3. 4.

Op de vergunning voor omgevingsplanactiviteit; Indien de kwaliteitsborger hier om vraagt; Toezicht i.v.m. handhavingsactie Controlemoment(en) specifieke risico’s (uitzonderlijke situaties, hiervoor zijn vooraf geen voorbeelden te noemen). 5. Informatiemomenten

48

Bijlage 3. Risicoanalyse toezicht en handhaving Het aspect ‘risicoanalyse’ is alleen uitgewerkt voor toezicht en handhaving, omdat voor vergunningen vooral de behandeltijd en vergunning kwaliteit van toepassing zijn. Daardoor konden geen noemenswaardige problemen benoemd konden worden. Voor het maken de risicoanalyse is gebruik gemaakt van een landelijk geaccepteerd risicomodel van het voormalige ministerie van Justitie. Deze methodiek is een gangbare landelijke risicobeoordelingsmethode die door meerdere overheidsorganen wordt toegepast en is gebaseerd op de methode ‘Programmatisch handhaven – Gids voor gemeenten, waterschappen en provincies’ van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Hierbij wordt voor het bepalen van het risico gebruik gemaakt van de formule: Risico = negatief effect x kans op niet-naleving Hierbij worden de volgende vragen gesteld: •

Hoe groot is de kans dat een regel of voorschrift niet wordt nageleefd?

•

Hoe groot zijn de effecten op de leefomgeving bij niet-naleving?

Aan de antwoorden op bovenstaande vragen wordt een aantal punten toegekend op een schaal van vijf punten (1 heel klein, 2 klein, 3 gemiddeld, 4 groot en 5 heel groot). De resultaten hiervan leiden uiteindelijk tot een overzicht van het risico per activiteit. •

• • • • • •

Op basis van de hierboven beschreven methodiek, is in de gemeente Hollands Kroon een risicoanalyse uitgevoerd. Hieruit zijn de volgende prioriteiten naar voren gekomen:Omgevingsvergunning activiteit bouwen voor o woningbouw, appartementen, kamerverhuur o logiesgebouw, restaurant, café, horeca, bedrijf, kantoor, winkel o maatschappelijke gebouwen (kinder)dagverblijven, scholen, sport, zorg o slopen (monument en/of in beschermd dorps- en stadsgezicht) o wijzigen rijks- of gemeentelijk monument melding slopen met asbest omgevingsvergunning activiteit brandveilig gebruik in gebruik hebben van een gebouw in strijd met de brandveiligheidseisen – logies/horeca/kantoor/winkel/(kinder)dagverblijf, scholen, zorg, sportcomplex in gebruik hebben van een gebouw in strijd met de constructieve eisen – logies/horeca/kantoor/winkel/(kinder)dagverblijf, scholen, zorg, sportcomplex slopen met asbest zonder vergunning ondermijning: o sluiten van panden i.r.t. vervaardigen van drugs/drugshandel (art. 13 Opiumwet) o toezicht en handhaving op ernstige openbare zaken (o.a. ondermijningszaken, woonfraude, arbeidsuitbuiting, handel in wapens, illegaal gokken, witwassen, motorclubs, mensenhandel).

Gezien de aanwezige capaciteit bij zowel toezicht als handhaving is het niet mogelijk om ons te richten op alle prioriteiten. Er is daarom gekozen om een verdere prioritering in de inventarisatie te maken, waarbij de voor 2024 hebben besloten ons te richten op prioriteiten die betrekking hebben op constructieve- en

49

brandveiligheid (1 b en 1c, 3, 4, en 5) en ondermijning (7). Hierbij wordt gebruik gemaakt van de multidisciplinaire inzetbaarheid van de toezichthouders.

Bijlage 4. Nalevingsstrategie Bestuursorganen die zijn belast met de handhavingsstaak stellen een handhavingsstrategie vast in een of meer documenten waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen worden gesteld voor de handhaving en welke werkzaamheden met het oog op die doelen worden verricht. De handhavingsstrategie is onderdeel van de nalevingsstrategie. De nalevingsstrategie van de gemeente Hollands Kroon bestaat uit drie onderdelen. •

Preventiestrategie;

•

Toezichtstrategie;

•

Handhavingsstrategie.

Doel Nalevingsstrategie Het doel van de nalevingsstrategie is om de naleving van wet- en regelgeving bevorderen. Reikwijdte Nalevingsstrategie Deze strategie geldt voor de taken binnen het omgevingsrecht en de Verordening fysieke leefomgeving van de bestuursorganen van de gemeente Hollands Kroon. Deze strategie geldt niet voor de werkzaamheden die vallen onder het basistakenpakket van de omgevingsdienst zoals bedoeld in artikel 13.12 van het Omgevingsbesluit. Voor deze taken geldt een aparte handhavingsstrategie.

Preventiestrategie Naleving bevorderen De verantwoordelijkheid voor het naleven van wet- en regelgeving ligt in eerste instantie bij (rechts)personen zelf. Hiervoor is van belang dat de regels voldoende bekend zijn en dat de inhoud voldoende duidelijk is. Om de bekendheid en de begrijpelijkheid van de regels te bevorderen, wordt nieuwe regelgeving vanuit een bestuursorgaan van de gemeente zo veel als mogelijk in begrijpelijke taal (taalniveau B1) geschreven. Buurtbemiddeling Waar mogelijk, wordt geprobeerd om juridische handhavingsprocedures te voorkomen door het inzetten van buurtbemiddeling. Buurtbemiddeling kan helpen om partijen dichter bij elkaar te brengen en tot een oplossing te komen zonder dat juridische handhavingsprocedures noodzakelijk zijn. Preventieve werking handhavend optreden Handhavend optreden tegen overtredingen kan een afschrikkende werking hebben tegenover anderen. Dit kan leiden tot een betere naleving van de regels.

50

Bijlage 5. Toezichtstrategie We maken onderscheid tussen vier toezichtvormen: Toezicht op de verleende (bouw) vergunningen Wij houden integraal toezicht waarbij het opheffen van de overtredingen het uitgangspunt is. Hierbij kiezen we voor de informele aanpak daar waar mogelijk. Door in gesprek te gaan met de overtreder proberen we de inwoners en ondernemers uit te leggen wat gewenst is en te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid. Op deze wijze proberen we een handhavingstraject te voorkomen. Deze wijze van werken doen we vooral bij grootschalige woningbouw en instellingen waar niet of verminderd zelfredzame volwassenen of kinderen wonen of verblijven. Toezicht naar aanleiding van klachten en meldingen Meldingen komen zowel telefonisch als digitaal binnen. In het 4de kwartaal van 2022 is gewerkt aan de digitale uniforme registratie van de taken binnen het VTH-domein. Openwave, Kis en Sharepoint zijn het uitgangspunt. Meldingen en klachten zijn nog onvoldoende hierin meegenomen, afgesproken is om vanaf 2023 ook dit te gaan registeren en hiertoe een goed digitaal proces voor af te gaan stemmen. Binnen Hollandskroon is geprioriteerd in meldingen en klachten. Anoniem wordt in beginsel niet opgepakt tenzij er een gegrond vermoeden van gevaar in het geding is.

Voor handhaving geldt dat een verzoek om handhaving schriftelijk of via het contactformulier van de gemeente dient te worden gedaan en voorzien dient te zijn van een naam, adresgegevens, een handtekening en het daadwerkelijke verzoek. Het overgrote deel van de klachten heeft betrekking op bouwwerkzaamheden in de onmiddellijke omgeving van de melder/klager. Het merendeel gaat over de vraag of er wel een vergunning aan de vermeende overtreder is afgegeven. In deze gevallen neemt een toezichthouder contact op met de melder/klager. Als de situatie niet telefonisch opgelost kan worden, dan wordt de situatie ter plaatse beoordeeld. De toezichthouders nemen contact op met de melder en beoordelen de situatie ter plaatse. Indien er sprake is van een overtreding wordt hiertegen opgetreden. In sommige gevallen kan dit via overleg worden opgelost. Indien overleg niet toereikend blijkt te zijn, wordt er op verzoek van de toezichthouder een handhavingstraject gestart. De toezichthouder geeft aan de melder aan dat er een officieel verzoek tot handhaving ingediend moet worden. Zo is er het beginselplicht tot handhaving. Dit kan tot intensieve trajecten leiden waarbij er juridische capaciteit moet worden ingezet. Omdat de ervaring leert dat we in veel gevallen we te maken krijgen met (langlopende) conflicten tussen de omwonenden is de eerste stap: buurtbemiddeling.

Beide partijen moeten hiertoe bereid zijn. Wanneer de zaken niet juridisch op te lossen zijn is de laatste mogelijkheid nog team GKB in te schakelen. Zij kunnen dan ook nog kijken om te bemiddelen. Gebiedsgericht toezicht Gebieds-/wijkgerichte aanpak is waar we naartoe willen en dan middels een samenwerking met de Boa’s en wijkbeheer. Een integrale aanpak is hierbij het uitgangspunt, met als doel: vaststelling van het probleem en de regierol en een gerichte inzet van toezichthouders en handhavers.

51

Themagericht toezicht Themagericht toezicht houdt in het toezicht naar aanleiding van projecten die voortkomen uit actuele landelijke/Provinciale thema’s of uit bestuurlijke prioriteiten. Enkele voorbeelden hiervan zijn de controles: • • •

Brandveiligheid in gebouwen waar niet of verminderd zelfredzame volwassenen of kinderen wonen of verblijven worden jaarlijks gecontroleerd op brandveiligheid. Arbeidsmigranten: Zowel bij meldingen en verzoeken tot handhaving treden we op. Brandveiligheid en overlast zijn hierbij het uitgangspunt. Daar waar mogelijk vergunnen of gedogen we. Er wordt altijd een onderzoek naar legalisatie gedaan. -Huisvesting Oekraïners: Regionaal is een quotum van huisvesting bepaald voor de vestiging van de Oekraïners per gemeente bepaald. Dit quotum is reeds halverwege 2022 overschreden. Voor de huisvesting is primair gekeken naar brandveiligheid en zijn tijdelijke gedoogbeschikkingen aan de hand van hiertoe vastgesteld gedoogbeleid verstrekt. Voor 2023 verwachten we slechts een beperkte hoeveelheid aan nieuwe vestigingen.

Handhavingsstrategie Handhaving is altijd maatwerk. Dat betekent dat elke situatie op zich wordt bekeken en beoordeeld. Hollands Kroon werkt, voor zover niet anders aangegeven in dit beleid, conform de landelijke handhavingsstrategie. In deze landelijke handhavingsstrategie wordt beschreven wanneer en hoe wordt opgetreden bij overtredingen. Voor handhaving in het omgevingsrecht is specifiek de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht opgesteld. De Landelijke Handhavingsstrategie en de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht zijn bijgevoegd. Het doel hiervan is de effectieve en doelmatige handhaving te waarborgen en bij te dragen aan passen en eenduidig optreden. Prioritering Voor bestuursorganen geldt een beginselplicht tot handhaven wanneer zij een overtreding vaststellen. In het kader van een doelmatige handhaving is het toegestaan om een prioritering te maken in de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de handhavingstaak. Binnen de gemeente Hollands Kroon wordt prioriteit gegeven aan het behandelen van verzoeken om handhaving en overtredingen waarbij sprake kan zijn van een veiligheidsrisico. Bij dit laatste kan worden gedacht aan brandgevaar, Opiumwetovertredingen of andere overtredingen waarbij de veiligheid van één of meer (rechts)personen in het geding is. Deze overtredingen krijgen daarom de prioriteit hoog.

Anders overtredingen krijgen de prioriteit middel of geen prioriteit. De kwalificatie wordt bepaald aan de hand van de ernst van de overtreding, de impact op de omgeving, gevolgen voor derden, etc. Dit betekent niet dat zaken met een lagere prioritering niet worden opgepakt maar handhavend optreden wordt in die gevallen uitgesteld tot een later moment, tenzij actief sprake is van een gedoogsituatie.

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Met de komst van de Wet kwaliteitsborging voor bouwen zijn bouwactiviteiten die vallen onder gevolgklasse 1 vergunningsvrij. Wanneer een bouwactiviteit onder gevolgklasse 1 valt is opgenomen in

52

artikel 2.17 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Voor deze bouwactiviteiten geldt dat voorafgaand aan de bouwactiviteit een bouwmelding moet worden gedaan die voldoet aan de vereisten uit Afdeling 2.2a van het Besluit bouwwerken leefomgeving. De gemeente blijft het bevoegd gezag voor het bouwdomein maar het toezicht wordt hoofdzakelijk uitgevoerd door een kwaliteitsborger. De kwaliteitsborger controleert of de bouwactiviteit voldoet aan de regels van het Besluit bouwen leefomgeving. Mocht handhavend optreden toch nodig zijn, dan is dit aan de gemeente. Binnen handhaving kunnen een aantal situaties voor komen. Voor deze situaties geldt dezelfde prioritering als voor andere overtredingen. Bouwen zonder (complete) bouwmelding Op basis van een eigen constatering of een verzoek om handhaving kan blijken dat wordt gebouwd zonder (complete) bouwmelding. In die gevallen wordt de initiatiefnemer schriftelijk medegedeeld dat bouwen zonder complete bouwmelding niet is toegestaan. Wanneer niet alsnog een complete bouwmelding wordt ingediend, kan een bouwstop of een herstelsanctie worden opgelegd. In artikel 2.19 van het Bbl staat wat allemaal in de bouwmelding moet zijn opgenomen. Geen (complete) gereedmelding bouwactiviteit Ten minste twee weken voordat een bouwwerk in gebruik wordt genomen, moet een (complete) gereedmelding bouwactiviteit worden ingediend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=a8b78ac6-605e-4f71-a20e-0330c4712885