CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Toelichting Valbrugweg 8 't Veld

Raad 13 juli 2023, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Bestemmingsplan Valbrugweg 8 't Veld17.011 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan

’t Veld, Valbrugweg 8

Maart 2023

Status: Ontwerp

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp

Bestemmingsplan “’t Veld, Valbrugweg 8”

Bestemmingsplan: IDN: Status: Datum:

’t Veld, Valbrugweg 8 NL.IMRO.1911.hzBPkomtVeld02-on01 Ontwerp Maart 2023

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 5 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7

HOOFDSTUK 2 DE HUIDIGE SITUATIE ..................................................................... 9 HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 11 3.1 3.2

GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 11 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 12

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 13 4.1 4.2 4.3 4.4

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 13 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 15 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 19 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 19

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 23 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10

GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 23 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 24 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 25 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 27 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 29 GEUR ...................................................................................................................................................... 31 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 32 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 33 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ..............................................................................................................

34 GEZONDHEID ............................................................................................................................................ 36

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN ........................................................................ 39 6.1 6.2

VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 39 WATERPARAGRAAF ................................................................................................................................... 40

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 42 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 42 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 42 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 43

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 45 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG EN INSPRAAK ......................................................... 46 9.1 9.2 9.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 46 INSPRAAK EN OMGEVINGSCOMMUNICATIE ...................................................................................................... 46 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 46

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 47 BIJLAGE 1:

BEELDKWALITEITSPLAN ....................................................................................................................... 47 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp BIJLAGE 2: BIJLAGE 3: BIJLAGE 4:

VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 48 QUICKSCAN ECOLOGIE ........................................................................................................................ 50 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 51

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel aan de Valbrugweg 8 in ’t Veld, gelegen aan de rand van de kern ’t Veld. Op het perceel bevindt zich een karakteristieke woonstolp met enkele verouderde voormalige agrarische bijgebouwen. De initiatiefnemers zijn voornemens de verouderde voormalige bijgebouwen en erfverharding te saneren in ruil voor de bouw van een vrijstaande woning. In totaal wordt er circa 650 m2 aan voormalige agrarische bebouwing gesloopt. Het voornemen is niet in overeenstemming met het ter plaatse geldende bestemmingsplan “’t Veld, Oude Niedorp en Zijdewind – De Weel”, aangezien slechts het bestaande aantal woningen is toegestaan en hoofdgebouwen binnen het bouwvlak dienen te worden gebouwd. Kortom binnen het geldende bestemmingsplan ontbreken de bouw- en gebruiksregels voor de beoogde ontwikkeling. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kaders om de ontwikkeling mogelijk te maken. Hierbij wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de Valbrugweg 8 ten noorden van de kern ‘t Veld. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven ten opzichte van de kern ‘t Veld (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving (rode kader).

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving en de kern ‘t Veld (Bron: ArcGIS)

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “’t Veld, Valbrugweg 8” bestaat uit de volgende stukken: • • •

Toelichting; verbeelding (tek. Nr. NL.IMRO.1911.hzBPkomtVeld02-on01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan opgenomen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidig planologisch regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de bestemmingsplannen “'t Veld, Oude Niedorp en Zijdewind – De Weel” (vastgesteld 27 juni 2013), het bestemmingsplan “Parkeren en Wonen” (vastgesteld 27 september 2018) en het bestemmingsplan “Gedeeltelijke herziening bijgebouwenregeling in diverse bestemmingsplannen van Hollands Kroon” (vastgesteld 5 maart 2015). In voorliggend geval is ten aanzien van het planologisch regime hoofdzakelijk het bestemmingsplan “'t Veld, Oude Niedorp en Zijdewind – De Weel” van belang. Het bestemmingsplan ‘Parkeren en Wonen’ dient ter verankering van het parkeerbeleid en zaken omtrent wonen van de gemeente Hollands Kroon in bestemmingsplannen. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorend bij het “Bestemmingsplan ’t Veld, Oude Niedorp en Zijdewind – De Weel” opgenomen. Met rode omlijning is de begrenzing van het plangebied indicatief aangegeven.

Afbeelding 1.2

Uitsnede vigerende bestemmingsplan (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp 1.4.2

Beschrijving bestemmingen

Op basis van het geldend bestemmingsplan zijn de gronden binnen het plangebied voorzien van de enkelbestemming ‘Wonen’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Binnen de bestemming ‘Wonen’ is een bouwvlak opgenomen. Binnen het bouwvlak geldt de ‘specifieke bouwaanduiding – stolp’. Enkelbestemming ‘Wonen’ De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen al dan niet in combinatie met aan-huisverbonden beroepen en bedrijven, hobbymatig gebruik van bestaande gebouwen voor bed & breakfast en hobbymatig houden van vee (waaronder paarden). Ter plaatse van de ‘specifieke bouwaanduiding - stolp’ het behoud en/of versterking van de cultuurhistorische waarde van de bebouwing. Daarnaast zijn tevens de daar bijhorende groenvoorzieningen, openbare nutsvoorziening, speelvoorziening, verkeers- en verblijfsvoorziening, voorzieningen ten behoeve van waterhuishouding en waterlopen en waterpartijen. Voor het bouwen van het hoofdgebouw gelden de regels dat deze uitsluitend binnen het bouwvlak mag worden gebouwd, waarbij het aantal woningen niet meer mag bedragen dan het bestaande aantal. Ook de goot-, bouwhoogte, dakhelling en dakvorm geldt dat enkel de bestaande hoofdvorm gehandhaafd dient te blijven. Bijbehorende bouwwerken dienen op ten minste 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd.

De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken is 150 m 2 bij bouwpercelen groter dan 1.000 m2. Daarbij geldt dat de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing niet meer mag bedragen dan 50% van het bouwperceel. De goothoogte van bijgebouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan 3 meter. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 meter, waarbij de bouwhoogte in ieder geval 1 meter lager is dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw. Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ De voor ‘Waarde – Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere voor die gronden aangewezen bestemming(en), mede bestemd voor het herstel en behoud van archeologische waarden. De verplichting tot het uitvoeren van een archeologisch onderzoek geldt niet voor bouwplannen die betrekking hebben op een oppervlakte van niet meer dan 2.500 m2 en ondieper dan 40 cm. 1.4.3

Strijdigheid

Op basis van het geldende bestemmingsplan is ter plaatse van het bouwvlak dat binnen het plangebied ligt, toegestaan om één vrijstaande woning te realiseren. Op basis van de geldende bouwregels zou ter plaatse van het plangebied één vrijstaande stolpwoning kunnen worden gerealiseerd. De voorgenomen bouw van een tweede vrijstaande woning in het plangebied is dan ook niet in overeenstemming met het bestemmingsplan. Dit doordat het ontbreekt aan de bouw- en gebruiksmogelijkheden en zodoende het maximum aantal woningen in het plangebied wordt overschreden met één woning. Daarnaast voldoet het bouwplan tevens op een aantal ondergeschikte punten niet aan de geldende maatvoering eisen. Een herziening van het bestemmingsplan is benodigd. Voor het nieuwe erf (plangebied) wordt een passend planologisch regime opgenomen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridischeplanologische kaders om het plan mogelijk te maken.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en omliggend gebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van het gewenste plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid van het Rijk, de provincie Noord-Holland, regio Kop van Noord Holland en de gemeente Hollands Kroon beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op de vooroverleg en inspraak.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp

HOOFDSTUK 2

DE HUIDIGE SITUATIE

Het plangebied ligt ten noorden van de kern ’t Veld in de gemeente Hollands Kroon. Het plangebied bestaat uit een voormalig agrarisch erf met een karakteristieke stolpboerderij. Daarnaast zijn er enkele verouderde voormalige agrarische opstallen aanwezig. Rondom de bebouwing is erfverharding aanwezig. Het zuidelijk deel van het plangebied is ingericht als grasland. Ten noordwesten van het plangebied liggen in de huidige situatie agrarische cultuurgronden. Deze gronden hebben tevens een nog uit te werken woonbestemming. Ten oosten van het plangebied is de Valbrugweg gelegen en ten zuiden liggen de woonpercelen van de kern ’t Veld. Zoals reeds beschreven liggen ten noordwesten van het plangebied een uitbreidingswijk van ’t Veld. Ter plaatse van deze gronden worden circa 365 woningen gerealiseerd. Hiermee komt het plangebied aan de Valbrugweg 8 in de toekomst in de kern ’t Veld te liggen. De ligging en begrenzing van het plangebied worden weergeven op de luchtfoto in afbeelding 2.1 middels een rode omlijning. In afbeelding 2.2 is de bestaande situatie van het plangebied middels een straatbeeldfoto weergegeven (plangebied ligt aan de rechterkant van de weg).

Afbeelding 2.1

Luchtfoto ligging plangebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp

Afbeelding 2.2

Straatbeeld ligging plangebied (Bron: Google Maps)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp

HOOFDSTUK 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Gewenste ontwikkeling

Het voornemen van de initiatiefnemer is om binnen het plangebied een extra vrijstaande woning te realiseren in ruil voor de sloop van 650 m2 bestaande verouderde bijgebouwen en het verwijderen van de erfverharding. Daarnaast wordt het nieuwe perceel landschappelijk ingepast. Het heringerichte perceel bestaat uit een nieuwe bouwkavel voor een vrijstaande woning en het bestaande perceel met de stolpwoning. Middels voorliggende ontwikkeling wordt landschappelijke winst behaald. Er ontstaat een sterke afname van het bebouwde en verharde oppervlak. De nieuwe woning vormt een markering van het gebied ten noorden van ‘t Veld. Vanwege de positie langs twee wegen, is het wenselijk dat de nieuwe woning een tweezijdige oriëntatie krijgt. De stolpwoning blijft behouden en komt beter tot zijn recht door de naast en aan de voorzijde gelegen opstallen te slopen. De positie van de nieuwe woning, zorgt ervoor dat de stolpwoning zowel vanaf de Valbrugweg als vanaf de Pastoor Cleerbesemlaan goed zichtbaar is. De kavels worden omlijst met een transparante bomenrij of knotwilgen langs de wegen. Tussen de bomen door blijven er doorzichten naar de omgeving toe. Aan twee zijden is reeds een bestaande sloot. Aan de andere twee zijden worden langs de buitenzijde van het perceel ook sloten aangelegd, volgens het nieuwe bestemmingsplan van ‘t Veld Noord. Hiermee worden de kavels mooi omkaderd.

In afbeelding 3.1 is een erfinrichtingstekening van de nieuwe situatie opgenomen. Voor het geheel is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit plan is opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting.

Afbeelding 3.1

Tekening nieuwe situatie plangebied (Bron: Studio Groenburg)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Algemeen

Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat. De gemeente Hollands Kroon beschikt over eigen parkeerregels (Parkeerregels Hollands Kroon 2018). In deze parkeerregels wordt gebruikt gemaakt van de kencijfers zoals opgenomen in de publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 317 (oktober 2012)' van het CROW (inmiddels vervangen door publicatie 381, december 2018). De richtlijnen van het CROW gaan uit van een bandbreedte van minimale en maximale parkeerkerncijfers. Het aanhouden van een bandbreedte kan leiden tot allerlei discussies over de verschillende invloed factoren. Bij het opstellen van de parkeerregels is er voor gekozen om uit te gaan van het gemiddelde van de minimale en maximale parkeerkencijfers (afgerond naar boven). Samengevat worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:   

Functie woning: koop, huis, vrijstaand Verstedelijkingsgraad: niet stedelijk (Bron: CBS Statline) Stedelijke zone: rest bebouwde kom;

Op basis van voorgenoemde uitgangspunten wordt in de volgende twee sub paragrafen op de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie ingegaan. 3.2.2

Parkeren

Uitgaande van de hierboven genoemde uitgangspunten geldt voor een vrijstaande woning een parkeernorm van gemiddeld 2,3 parkeerplaatsen per woning. In voorliggend geval is daardoor sprake van een parkeerbehoefte van 4,6 (afgerond 5) parkeerplaatsen. In afbeelding 2.3 is te zien dat deze parkeerplaatsen niet ingetekend zijn. Echter is er per kavel voldoende ruimte beschikbaar om de parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Hiermee wordt de parkeerbehoefte in voldoende mate ingevuld. 3.2.3

Verkeer

Op basis van de genoemde uitgangspunten geldt voor een vrijstaande woning een gemiddelde verkeersgeneratie van 8,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Hiermee is er sprake van een toename van 8,2 verkeersbewegingen per etmaal door voorliggend initiatief. Dit komt in totaal neer op 16,4 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De wegen rondom het plangebied kunnen deze lichte toename van verkeersgeneratie eenvoudig en veilig afwikkelen. 3.2.4

Conclusie

Het aspect ‘verkeer en parkeren’ vormt geen belemmering voor de in deze bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.

2.

Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.

3.

Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.

4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.

4.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.1.5 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. De Barro bevat onder andere regels voor grote rivieren, hoofdwegen en landelijke spoorwegen, buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, Natuurnetwerk Nederland, IJsselmeergebied en erfgoederen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp 4.1.2

Toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid

Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconstateerd is dat de woonfunctie passend is voor deze locatie. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling. Met betrekking tot het realiseren van woningen is onder meer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraken blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In dit geval wordt één woning toegevoegd. Geconcludeerd kan worden dat een verdere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is. Het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau staat de ontwikkeling niet in de weg. 4.1.3

Conclusie toetsing aan het Rijksbeleid

Voorliggend initiatief is in overeenstemming met het rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. 4.2.1

Omgevingsvisie NH 2050

4.2.1.1. Algemeen De provincie Noord-Holland heeft een eigen omgevingsvisie. De omgevingsvisie wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zo kan voor toekomstige generaties het welvaarts- en welzijnsniveau in Noord-Holland op een hoog niveau gehouden worden. Dit betekent dat in Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd; de ruimte voor economische ontwikkeling wordt altijd in samenhang met dit uitgangspunt beschouwd. Duurzame economische ontwikkeling is nodig voor de werkgelegenheid en daarmee voor de bestaanszekerheid van de inwoners; de provincie Noord-Holland wil ook in de toekomst een provincie zijn voor iedereen om de provincie sociaal-inclusief te houden. Maar ook om de grote investeringen op te brengen die nodig zijn voor onder meer de transitie naar een duurzameenergiehuishouding, de overgang naar een circulaire economie en het behoud van het karakteristieke landschap. In de visie zijn vijf samenhangende bewegingen opgenomen. Dit zijn bewegingen die laten zien hoe om wordt gegaan met de opgaven die op de samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. Dit gebeurd aan de hand van een aantal ontwikkelprincipes en randvoorwaarden. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: 1.

2.

3.

4.

Dynamisch schiereiland – hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. Metropool in ontwikkeling – hierin beschrijven we hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem vergroten we de agglomeratiekracht. Sterke kernen, sterke regio’s – deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. Nieuwe energie – in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp 5.

Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving – deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector.

Deze vijf bewegingen zijn gebaseerd op de hoofdambitie: balans tussen economische groei en leefbaarheid. In dit geval zijn met name de bewegingen: dynamisch schiereiland’ en ‘sterke kernen, sterke regio’s’ van belang. Hierna wordt daar op ingegaan. Dynamische schiereiland Hierbij gaat het om het benutten van de unieke ligging. Waar mogelijk moeten de ecologische waarden worden vergroot. Ook moeten economische kansen van de unieke ligging voor energietransactie en recreatie en toerisme met een goede balans tussen rust en reuring benut worden. De beweging Dynamisch schiereiland richt zich op het veilig houden van onze kusten en het benutten van de kansen die de unieke ligging als schiereiland biedt. Sterken kernen, sterke regio’s De beweging ‘Sterke kernen, sterke regio’s’ beoogt handvatten te geven om de werkgelegenheid, het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid op peil te houden. En om dorpen, steden en regio’s de krachtige identiteit die ze zo kenmerkt te laten behouden of te ontwikkelen. Belangrijk hierbij is onder andere het behoud en de ontwikkeling van krachtige identiteiten en de mogelijkheid om te bouwen voegen naar de vraag van dat moment. De beweging Sterke kernen sterke regio’s heeft tot doel het netwerk van steden en kernen qua voorzieningenniveau, economische ontwikkeling en woningbouwontwikkeling sterker te maken.

En om de verschillende kernen en regio’s de krachtige identiteit die ze zo kenmerkt te laten behouden en te ontwikkelen.

4.2.1.2 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Met de bouw van een vrijstaande woning wordt het karakter van de kern ‘t Veld versterkt. Dit sluit aan bij de ambitie om de unieke ligging van het ‘dynamisch schiereiland’ te benutten, het versterken van de identiteit en de kwaliteit van de omgeving. De gronden behoren reeds tot bestaand stedelijk gebied van ’t Veld. Gelet op de reeds aanwezige omliggende woonfuncties is het toevoegen van een extra vrijstaande woning op deze locatie passend. Door de sloop van de bestaande bebouwing is er per saldo geen toename van bebouwd volume. Concluderend wordt gesteld dat het plan in overeenstemming is met de provinciale omgevingsvisie. 4.2.2

Omgevingsverordening NH 2020

4.2.2.1 Algemeen Aanvullend op de reeds vastgestelde Omgevingsvisie NH2050, zijn belangrijke onderwerpen uit de Omgevingsvisie verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. De Omgevingsverordening is op 22 oktober 2020 vastgesteld. De omgevingsverordening is van toepassing op bestemmingsplannen, beheersverordeningen, wijzigings- en uitwerkingsplannen en omgevingsvergunningen waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 onderdeel a onder 3 of lid 2 van de Wabo. In de omgevingsverordening zijn de provinciale belangen uit de Omgevingsvisie NH 2050 uitgewerkt in algemene regels. Verschillende regels zijn opgenomen over onderwerpen, in zowel het landelijk als het bestaand stedelijk gebied van Noord-Holland, waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Afhankelijk van de ligging van een plangebied zijn de regels uit de verordening al dan niet van toepassing. In voorliggend geval zijn er geen relevante artikelen die betrekking hebben op het voorgenomen initiatief.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp 4.2.3

Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025

4.2.3.1 Algemeen De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland voor de komende vijf jaar. De Woonagenda volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord ‘Duurzaam doorpakken’. Vanuit het provinciaal én regionaal belang dat de woningmarkt goed functioneert en het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van Noord-Holland, maakt deze agenda de inzet en bijdrage van de provincie daaraan concreet. De Woonagenda bestaat uit drie delen die samen, binnen de kaders van de Omgevingsvisie, onze uitvoeringsagenda voor de komende vijf jaar bevat: 1 Actieagenda 2020-2025 2 De ambitie, doelstelling, rol en ruimtelijke uitgangspunten 3 Speerpunten provincie en richtinggevende principes voor het woonbeleid 4.2.3.2 Actieagenda 2020-2025 In de actieagenda staat concrete actiepunten en kaders voor de uitvoering van de Woonagenda. Dit deel wordt jaarlijks geactualiseerd, waarbij de actiepunten kunnen worden toegevoegd of afgevoerd. De actiepunten uit de actieagenda 2020-2025 zijn; • • • • • • • •

Maatwerkafspraken in regionale woonakkoorden; Bieden van kennis, meedenkkracht en hulp; Versnellen woningbouwproductie; Samenwerken stimuleren; Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen; Meer flexibiliteit in de woningmarkt; Stimuleren circulair bouwen; Leveren van informatie en monitoring.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp 4.2.3.3 Ambitie, doelstelling, rol en ruimtelijke uitgangspunten 2020-2025 Ambitie De vraag naar passende en betaalbare woningen in de provincie is groot en neemt onder alle doelgroepen toe. De provincie vindt het belangrijk om in de woonbehoefte te voorzien en daartoe de woningbouwproductie aan te jagen. Tegelijk wil de provincie de transitie maken naar een volledig klimaatneutrale, circulaire en klimaatadaptieve bouw én de bestaande woningvoorraad verduurzamen. Een goede ruimtelijke inpassing van woningbouwprojecten, rekening houdend met andere randvoorwaarden voor verstedelijking en beleidsdoelen uit de Omgevingsvisie, is daarvoor essentieel. In de Omgevingsvisie NH2050 is onze ambitie ten aanzien van het wonen als volgt geformuleerd: De ambitie van de provincie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn of komen. De woningbouw wordt vooral in of aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, overeenkomend met de kwalitatieve behoefte en demografische trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. Doelstelling De provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Dit kan de provincie niet alleen.

De provincie wil, samen met de partners in het wonen, de kwantitatieve én kwalitatieve woningbehoefte van inwoners faciliteren. Dat doet de provincie door de woningbouwproductie aan te jagen en daarbij in te zetten op toekomstbestendige kwaliteit en door verduurzaming van het wonen te stimuleren. De provincie wil mogelijk maken dat inwoners van Noord-Holland in alle regio’s kunnen wonen in een woning die bij hen past qua inkomen, levensfase en samenstelling van het huishouden. Dat vraagt om realisatie van woningen die goed bij de woonbehoefte en financiële mogelijkheden van onze huidige en toekomstige inwoners passen. Zowel in de nieuwbouw als de bestaande woningvoorraad streven we naar woningen die zoveel als mogelijk klimaatneutraal, klimaatadaptief, natuurinclusief en circulair zijn en tevens geschikt voor de toekomstige woon- en zorgbehoefte. Een goede afstemming tussen vraag en aanbod en mogelijkheden in de bestaande voorraad is daarbij essentieel. 4.2.3.3 Speerpunten en richtinggevende principes voor het woonbeleid De speerpunten voor het woonbeleid 2020-2025 van de provincie Noord-Holland zijn:

•

o Een woning voor iedereen: Adaptief en vraaggestuurd programmeren. o Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie. o Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie.

4.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 In 4.3.1 zal worden aangetoond dat sprake is van een ontwikkeling die in kwantitatief en kwalitatief opzicht past binnen de provinciale woningbouwbehoefte. Door het toevoegen van een vrijstaande woning zal er sprake zijn van een doorstroming in de woningmarkt waardoor nieuwe koopwoningen of huurwoningen beschikbaar komen. Daarnaast voorziet voorliggend initiatief in het slopen van een grote hoeveelheid landschapsontsierende bebouwing nabij de woonkern ’t Veld. Daarnaast wordt de woning voor lokale behoefte worden gerealiseerd. Familie van de initiatiefnemers zullen in de nieuwe woning gaan wonen. Het aspect duurzaamheid speelt in voorliggend geval een belangrijke rol. Zo worden de woningen onder andere niet voorzien van een gasaansluiting en duurzaam gebouwd conform de eisen van het Bouwbesluit. Ook zal onderzoek worden gedaan naar verdere duurzaamheidsmaatregelen. Op dit moment is dit nog niet concreet uitgewerkt. Wel wordt op deze plaats gesteld dat er ten opzichte van de huidige situatie qua duurzaamheid sprake is van een forse verbetering.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp Hiermee wordt bijgedragen aan een verbetering van de duurzaamheid van het woningaanbod. Het plan is hiermee in overeenstemming met de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 4.2.4

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Voorliggend initiatief is in overeenstemming met het provinciaal beleid zoals verwoord in de Structuurvisie Noord Holland en verankerd in de Provinciale ruimtelijke verordening Noord Holland.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 2030

Convenant regionaal Kwalitatief Woningbouwprogramma voor de Kop van Noord Holland 2020-

4.3.1

Algemeen

De gemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen en Texel en provincie Noord-Holland hebben eind 2020 overeenstemming bereikt over het actuele Regionaal Kwalitatief Woningbouwprogramma (KWK). Hierin staat het overzicht van woningbouwplannen voor de periode tot 2030. Uitgangspunt van het nieuwe Kwalitatief woningbouwprogramma van de Kop (KwK) is adaptief programmeren. Dit wil zeggen dat er aan de hand van monitoring continu wordt gewerkt aan de juiste balans tussen vraag en aanbod van nieuwbouwwoningen en ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties. Daarnaast vindt er afstemming plaats over de bestaande woningvoorraad. Met deze werkwijze kunnen de regiogemeenten flexibel inspelen op actuele ontwikkelingen, waardoor er steeds wordt gewerkt aan de juiste hoeveelheid woningbouwplannen in de Kop. Tegelijkertijd worden de langetermijnambities in het oog gehouden. De Kop heeft als ambitie om tot 2030 minimaal 5.000 extra woningen te realiseren. 4.3.2

Conclusie toetsing aan het regionale beleid

De extra woning die in voorliggend plan mogelijk worden gemaakt zijn passend binnen het Convenant Regionaal Kwalitatief Woningbouwprogramma voor de Kop van Noord Holland 2020-2030.

4.4

Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. Met betrekking tot het voorliggende bestemmingsplan zijn de hieronder genoemde beleidsstukken het belangrijkst. 4.4.1

Omgevingsvisie gemeente Hollands Kroon

4.4.1.1 Algemeen In de Omgevingsvisie, vastgesteld op 29 november 2016, is een integrale visie voor het beleid van Hollands Kroon en de uitvoering ervan voor de periode tot 2030 opgenomen. Het betreft naast ruimtelijke ordening ook onderwerpen als veiligheid, economische en technologische ontwikkelingen, natuur, milieu en bereikbaarheid. Dit moet meer samenhang brengen in het beleid voor de fysieke leefomgeving om flexibeler in te kunnen spelen op de veranderingen in de maatschappij. In voorliggend geval is het onderwerp ‘ruimtelijke kwaliteit’ en ‘wonen’ van belang. Hierna wordt op beide onderwerpen ingegaan. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp 4.4.1.2 Ruimtelijke kwaliteit Het uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is “ontwikkelen met behoud van identiteit en kwaliteit”. Dat betekent dat de gemeente Hollands Kroon ons bewust moeten zijn van de karakteristieke eigenschappen van de verschillende landschappen en de dorpen. En dat identiteit en kwaliteiten het vertrekpunt van ruimtelijke plannen is. Dit zet ontwikkelingen niet op slot. Ruimtelijke kwaliteit vraagt voortdurend aandacht. De focus op kwaliteit moet in de werkwijze van gebiedsontwikkeling verankerd zijn. De volgende kerngedachten liggen aan deze werkwijze ten grondslag. • • • •

Ruimtelijke kwaliteit is overal en voor iedereen anders, Ruimtelijke kwaliteit groeit in een cyclisch planproces, Gebruikers staan centraal, Rekening houden met de historische context.

De gemeente Hollands Kroon wil de ruimtelijke kwaliteit en diversiteit van het landschap en de dorpen onderbouwd ontwikkelen, verbeteren en indien nodig transformeren. 4.4.1.3 Wonen Voor woningbouw geldt in het bijzonder dat er behoefte is aan sturen in tijd van robuuste veranderingen. Om deze reden stelt de gemeente Hollands Kroon kaders die moeten zorgen voor heldere keuzes en tegelijkertijd flexibiliteit, zodat bijsturen waar nodig mogelijk is. Kaders die zijn gestoeld op realisme. Het bijgestelde woningbouwprogramma getuigt daar van. Andere tijden vragen niet alleen om een andere rol van de overheid, maar ook om meer burgerkracht. Hierdoor ontstaat er ook een andere woningbehoefte in het bijzonder in relatie tot zorg. Hollands Kroon staat voor een gezonde woningvoorraad, waarbij de focus wordt verlegd op kwaliteit in plaats van kwantiteit. 4.4.1.4 Toetsing aan Omgevingsvisie Gemeente Hollands Kroon Middels voorliggend plan wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse van het plangebied versterkt. De verouderde voormalige agrarische bebouwing wordt gesloopt en overtollige erfverharding wordt gesaneerd. Ter plaatse van het plangebied wordt een nieuwe vrijstaande woning toegevoegd. Hiermee vindt er een toekomstgerichte ontwikkeling plaats wat een positief effect heeft op het leefklimaat ter plaatse van het plangebied.

De nieuw te realiseren woning is overeenstemming met zowel het provinciale, regionale en gemeentelijke woonbeleid, verwezen wordt naar paragraaf 4.2.3, 4.3.1 en 4.4.2. Hier wordt geconcludeerd dat de omgevingsvisie het initiatief niet in de weg staat. 4.4.2

Woonvisie Hollands Kroon

4.4.2.1 Algemeen De gemeenteraad heeft op 17 december 2020 de Woonvisie Hollands Kroon vastgesteld. Een woonvisie is een document waarin de gemeenteraad de ambities op het gebied van wonen vastlegt. Hollands Kroon heeft 22 kernen en deze hebben allemaal een eigen identiteit. Van uitgestrekte polders tot historische dorpskernen of de haven in Den Oever met de daarbij behorende bedrijvigheid. Veel ruimte, rust en water zijn kenmerkend. Het wonen in een landelijke omgeving met een veelheid aan kernen brengt ook uitdagingen met zich mee. Voor iedereen die woont in deze gemeente is het behouden en verbeteren van een prettige leefomgeving belangrijk. Hier zijn richtinggevende keuzes voor nodig want dan zorgen we voor een goede kwaliteit van wonen en blijft het wonen in onze gemeente aantrekkelijk voor onze inwoners, nu en in de toekomst. 4.4.2.2 Focus op bouwen Woonopgaven BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp Tot 2040 wordt er een toename van circa 1.200 huishoudens voorspeld volgens de provinciale bevolkingsprognose in de gemeente Hollands Kroon. Dat is een toename van 6% ten opzichte van de 20.500 huishoudens in 2019. De provincie hanteert een afzonderlijke prognose voor de groei van de woningvoorraad. Voor de periode 2020 tot 2030 wordt een extra behoefte verwacht van 1.030 extra woningen. Daarvoor is een toevoeging van meer dan 100 woningen per jaar aan onze voorraad nodig. De afgelopen vijf jaar is de woningvoorraad per jaar vergroot met gemiddeld 68 woningen. Om in onze woningbehoefte te voorzien hebben we een extra marge in de plannen nodig. De ervaring leert dat er altijd plannen zijn die niet doorgaan of vertragen. In de Kop van Noord-Holland stimuleren de gemeenten de bedrijvigheid met het programma ‘De Kop Werkt!’. De gemeente gaat voor en snellere toevoeging van woningen aan de woningvoorraad om in de behoefte te voorzien. Nieuwbouw moet de leefbaarheid en het voorzieningsniveau versterken in de kernen. Planvoorraad Er zijn genoeg woningbouwplannen in de gemeente, maar de ontwikkeling daarvan gaat nog te langzaam waardoor er te weinig gebouwd wordt. Vanaf juli 2020 hebben we in Hollands Kroon een harde planvoorraad van bijna 800 woningen.

Harde plannen zijn bestemmingsplannen of omgevingsvergunningen die onherroepelijk of vastgesteld/verleend zijn. Voor een deel zijn dit globale plannen die uitgewerkt moeten worden (een uitwerkingsplan is nog nodig). Het aantal woningen kan nog toe- of afnemen. De ambitie is om voor minimaal circa 900 woningen aan zachte plannen te ontwikkelen, zodat de totale planvoorraad voldoende is om in de woonbehoefte te voorzien. Een zacht plan is initiatief waarvoor een principeverzoek is ingediend. In het woningmarktonderzoek 2019 is melding gemaakt van een totale plancapaciteit van circa 2.350 woningen. Dit is hoger dan de beoogde prognose omdat er altijd plannen zijn die niet uitgevoerd worden. Daarom is er een marge voor planuitval. Bouwen in de kernen Sterke kernen dragen bij aan een sterke regio. Een groot deel van de nieuwbouwplannen moet gerealiseerd worden in onze vier hoofdkernen. Ook in en nabij de overige kernen waar behoefte is, maken we woningbouw mogelijk. Veel van onze kleinere kernen zijn levendige dorpen met voorzieningen. Het uitgangspunt is het behouden van de identiteit van de kern en het op peil houden van het voorzieningenniveau in deze kernen. 4.4.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Hollands Kroon Op basis van de woonafspraken kunnen er in de periode 2020-2030 circa 1.030 woningen worden gebouwd.

De voorgenomen ontwikkeling is kwantitatief passend binnen deze aantallen. De gemeente initieert nieuwbouw plannen in de kernen. Voorliggend initiatief sluit hierop aan. Door het toevoegen van een nieuwe vrijstaande woning wordt het voorzieningsniveau in de kern ’t Veld op peil gehouden. Geconcludeerd wordt dat voorliggend initiatief aansluit bij de woningbouwplannen van de gemeente Hollands Kroon. Het initiatief draagt bij aan de toevoeging van zachte plancapaciteit in de gemeente. De voorgenomen ontwikkeling voorziet hierin. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de ‘Woonvisie Hollands Kroon’. 4.4.4

Deltaplan Biodiversiteit 2020-2022

4.4.4.1 Algemeen Op 3 maart 2020 heeft de raad van de gemeente Hollands Kroon het programma Duurzaamheid vastgesteld. Het programma Duurzaamheid werkt aan de 4 maatschappelijke opgaves: Energietransitie, Klimaatadaptatie, Circulaire economie en Biodiversiteit. Hiermee gaan verdere klimaatverandering tegen en werkt de gemeente aan de gevolgen van klimaatverandering. Verder worden er stappen gezet in de transitie van een lineaire naar een circulaire economie. Een wordt er bijgedragen aan het verbeteren van de biodiversiteit. Na vaststelling door de raad wordt het deltaplan uiteindelijk een integraal onderdeel van dit programma.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp 4.4.4.2 Ambitie, Visie en Strategie Hollands Kroon gaat voor Natuurpositief. De gemeente gaat voor herstel van biodiversiteit op het platteland, in de kernen, in de natuurgebieden en in de grote wateren. Hollands Kroon gaat voor een groene leefomgeving met een rijke biodiversiteit aan onder andere bodem- en waterleven, planten, insecten en weide- en watervogels. De inwoners leven, werken en recreëren graag in deze groene leefomgeving. Deze groene omgeving is herkenbaar en de inwoners zijn er trots op. Een groene leefomgeving draagt bij aan een prettig en gezond woon- en leefklimaat. Het zorgt voor vermindering van fijnstof, CO2, wateroverlast en hittestress. Het speelt tevens een belangrijke rol als ontmoetingsplek en verbetert daarmee de sociale cohesie. Een gevarieerde groene omgeving kan bijdragen aan de verbetering van de biodiversiteit. Ook draagt een groene leefomgeving bij aan de economische waarde van een gebied doordat huizen en bedrijven in waarde stijgen, het een gunstiger vestigingsklimaat voor inwoners en bedrijven is en het recreanten aantrekt. Landbouw, openbare ruimte en natuur zijn de drie belangrijkste vormen van grondgebruik in Hollands Kroon. Juist hier kunnen goede resultaten geboekt worden. Maar er zijn ook kansen bij woningeigenaren, huurders en ondernemers.

Uitgangspunten in de aanpak zijn verbinden, betrokkenheid, integraliteit en gebiedsgericht. 4.4.4.3 Toetsing van het initiatief aan het Deltaplan Biodiversiteit 2020-2022 In voorliggend geval wordt een nieuwe woning toegevoegd op het perceel aan de Valbrugweg 8. Ter compensatie worden de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen gesloopt. Deze sloop heeft geen negatieve gevolgen voor de flora en fauna ter plaatse van het plangebied (zie paragraaf 5.7). Daarnaast wordt het nieuwe perceel landschappelijk ingepast met behulp van streekeigen beplanting. In het landschapsplan is rekening gehouden met verschillende streekeigen beplanting wat de biodiversiteit ter plaatse van het plangebied versterkt. Voor het overige wordt zoveel als mogelijk rekening gehouden met de biodiversiteit en wordt waar mogelijk deze versterkt. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het Deltaplan Biodiversiteit 2020-2022. 4.4.5

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, het Besluit milieueffectrapportage en Volksgezondheid.

5.1

Geluid (Wet geluidhinder)

5.1.1

Wettelijk kader

5.1.1.1 Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

In dit geval is sprake van nieuwbouw van geluidsgevoelig object, namelijk de nieuwe woning. 5.1.2.1 Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen ten aanzien van de geluidsbelasting van geluidsgevoelige functies. Woningen worden aangemerkt als een geluidsgevoelig object. Op basis van artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden ingesteld. Het akoestisch onderzoek bepaalt de geluidsbelasting aan de gevel van de geluidsgevoelige bestemming die vanwege de weg wordt ondervonden. Het onderzoek is alleen noodzakelijk als de geluidsgevoelige bestemming binnen de wettelijke geluidszone van de weg gelegen is. In artikel 74.1 van de Wgh is aangegeven dat een weg een zone heeft die zich uitstrekt vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg:

De hiervoor geldende zones gelden niet voor: • •

wegen die zijn aangeduid als woonerf (art. 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (artikel 74.2).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp Het plangebied ligt in “stedelijk gebied” binnen de wettelijk vastgestelde geluidszone (200 m), als bedoeld in art. 74 van de Wet geluidhinder, Pastoor Cleerbeesemlaan en Valbrugweg. Ten aanzien van de bestaande woning geldt dat in artikel 76 van de Wet geluidhinder is bepaald dat de geluidbelasting van bestaande woningen niet bij planologische wijzigingen opnieuw hoeft te worden getoetst. Dit geldt voor de bestaande woning aan de Valbrugweg 8. Er wordt dan ook uitsluitend ingegaan op de nieuw te realiseren woning. Voor de nieuw te realiseren woning is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Hierna wordt ingegaan op de resultaten van het onderzoek wegverkeerslawaai. Voor de volledige onderzoeksresultaten wordt verwezen naar bijlage 2 van deze toelichting. Het projectgebied ligt binnen de wettelijke geluidzone van twee wegen namelijk: • Pastoor Cleerbeesemlaan • Valbrugweg Voor geen van deze wegen is de geluidbelasting inclusief, aftrek art. 110g Wgh, hoger dan 48 dB. Voor deze woning hoeft dan ook geen hogere waarde te worden verleend. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt hoogstens 54 dB. Met het nemen van gevelmaatregelen met een geluidwering van 21 dB kan een binnenniveau van 33 dB worden gerealiseerd.

Gelet op vorenstaande is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woning, aangaande het aspect wegverkeerslawaai. 5.1.2.2 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op ruime afstand van het plangebied is gelegen. 5.1.2.3 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woning wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering). 5.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor dit plan.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 5.2.2

Situatie plangebied

Verkennend bodemonderzoek NEN5740

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Bestemmingsplan ’t Veld, Valbrugweg 8 Ontwerp Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn boringen en inspectiegaten uitgevoerd ten behoeve van een bodemonderzoek conform de NEN5740 en NEN5707. Hierna wordt ingegaan op de resultaten van het onderzoek, voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 3 van deze toelichting. In het bovengrondmengmonster BM1 zijn lichte verhogingen kwik en PAK 10 VROM aangetroffen. In het bovengrondmengmonster BM2 zijn lichte verhogingen kwik en lood aangetroffen. In het bovengrondmengmonster BM3 vml weg is een lichte verhoging kwik aangetroffen. In het bovengrondmengmonster BM4 vml sloten zijn lichte verhogingen kwik, lood en PAK 10 VROM aangetroffen. In het grondwatermonster PB1 WM1 zijn lichte verhogingen zink, molybdeen en barium aangetroffen. In het mengmonster BM1 is tevens een matige verhoging lood aangetroffen. Naar aanleiding vandeze matige verhoging zijn de separate deelmonsters van BM1 geanalyseerd op lood. In de separaat geanalyseerde deelmonsters zijn enkel verhogingen lood aangetroffen ten opzichte van de streefwaarde. Op basis van onderhavig onderzoek wordt voor dit onderdeel een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik.

Verkennend bodemonderzoek NEN5707 "asbest in bodem" Tijdens de maaiveld- inspectie zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. Ter plaatse van de locatie zijn meerdere inspectiegaten gegraven, bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. Het monster 5A is licht asbesthoudend; het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. In de mengmonsters MM1 en MM2 is analytisch geen asbest aangetroffen. Op basis van onderhavig onderzoek wordt voor dit onderdeel een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Druppelzone Ter plaatse van de druppelzone zijn twee inspectiesleuven gegraven en is er een mengmonster samengesteld. Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In het mengmonster van DZ1 is analytisch geen asbest aangetroffen. Op basis van onderhavig onderzoek wordt voor dit onderdeel een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik. 5.2.3

Conclusie

Het aspect ‘bodem’ vormt, met inachtneming van een goede afronding van het bodemonderzoek en het ontbreken van hieruit volgende milieuhygiënische bezwaren, geen belemmering voor het planvoornemen.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Algemeen

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Op grond van de Wet milieubeheer, gelet op artikel 5.16 lid 4 Wet Milieubeheer geldende de volgende regelingen:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=b221aee3-3989-41d1-b7a7-20c98bea7b20