1. Toelichting.pdf
Tekst van het document
Net als in de Wet geurhinder en veehouderij wordt onderscheid gemaakt tussen dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij een geuremissiefactor is vastgesteld en dieren waarvoor dat niet het geval is. Voor deze laatste groep moet, om geurhinder te voorkomen, een bepaalde afstand tot een gevoelig object worden aangehouden. Als binnen een inrichting zowel dieren met een geuremissiefactor als dieren waarvoor een vaste afstand geldt worden gehouden, worden beide categorieën afzonderlijk beoordeeld. Voor onderhavig initiatief gelden de regels uit het Activiteitenbesluit milieubeheer die per 1 januari 2013 van toepassing is geworden voor meldingsplichtige bedrijven.
Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard
30
Gemeenten mogen bij verordening van de normen van de Wgv en uit het Activiteitenbesluit afwijken, binnen bepaalde grenzen. Dit is vastgelegd in artikel 3.118 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. De gemeenteraad van de Gemeente Hollands Kroon heeft geen geurverordening vastgesteld. Alvorens de toetsing kan plaatsvinden op het Activiteitenbesluit dienen de uitgangspunten bekend te zijn. Het betreft de volgende uitgangspunten: Op de planlocatie zijn dieren aanwezig zonder een geuremissiefactor, te weten melk- en kalfkoeien en vrouwelijk jongvee; Op de planlocatie zijn geen dieren aanwezig met een geuremissiefactor; De planlocatie is gelegen buiten de bebouwde kom; Het omliggende geurgevoelige objecten zijn gelegen buiten de bebouwde kom; De planlocatie en directe omgeving liggen buiten een concentratiegebied; In de stallen is sprake van natuurlijke ventilatie. Voor dieren waarvoor geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld, gelden wettelijk vastgestelde afstanden die ten minste moeten worden aangehouden tot geurgevoelige objecten. Hiervoor zijn in artikel 3.117 van het Activiteitenbesluit milieubeheer afstanden opgenomen. De afstand van het emissiepunt van de stal tot de gevel van het geurgevoelig object dient binnen de bebouwde kom minimaal 100 meter te zijn en buiten de bebouwde kom minimaal 50 meter.
Conform artikel 3.119 van het Activiteitenbesluit milieubeheer dient de afstand van de gevel van de stal tot de gevel van het geurgevoelig object ten minste 50 meter te zijn binnen de bebouwde kom en 25 meter buiten de bebouwde kom. Deze laatstgenoemde afstanden gelden zowel voor dierenverblijven van dieren mét geuremissiefactor als zonder geuremissiefactor. De planlocatie en omliggende geurgevoelige objecten zijn gelegen buiten de bebouwde kom. Derhalve dient de afstand van het emissiepunt van een dierenverblijf tot de gevel van een geurgevoelig object minimaal 50 meter te bedragen. De afstand van de gevel van de stal tot de gevel van een geurgevoelig object dient tevens minimaal 25 meter te bedragen. De afstand van de ligboxenstal tot het dichtstbijzijnde geurgevoelige object, de woning aan de Wieringerwaardweg 1 te Wieringerwaard, bedraagt circa 70 meter. Hieruit blijkt dat de bedrijfsvoering voldoet aan de vaste afstanden. Conclusie Het voorgenomen initiatief voldoet aan de gestelde wet- en regelgeving met betrekking tot het aspect geur. Derhalve vormt het aspect geur geen belemmering voor de beoogde ontwikkelingen. 4.3.6 Luchtkwaliteit Onderhavig plan moet voldoen aan hoofdstuk 5 titel 2 van de Wet milieubeheer. Dit wordt ook wel de Wet luchtkwaliteit genoemd.
Hierin staat beschreven dat initiatieven die ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd mogen worden. Voor kleinere ruimtelijke plannen en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft VROM in samenwerking met InfoMil de nibm-tool (juni 2011) ontwikkeld. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Met behulp van deze rekentool is de toename van de stoffen NO 2 en PM10 bepaald op basis van de toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de nieuwe ontwikkeling.
Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard
31
Verkeersaantrekkende werking De emissie van PM10 door transportbewegingen van- en naar de inrichting is berekend a.d.h.v. rekeninstrument NIBM-tool. Door het gebruik van deze tool is aannemelijk te maken dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling ligt niet in de lijn der verwachting. Ook zijn er voor agrarische bedrijven geen kengetallen met betrekking tot verkeersbewegingen beschikbaar. Omdat het exacte aantal verkeersbewegingen onbekend is, is in de berekening met de nibm-tool een worstcase berekening gemaakt.
Figuur 4.4 Worst case-scenario nibm-tool, planlocatie i.r.t. verkeersbewegingen In figuur 4.4 is de berekening met de NIBM-tool weergegeven. Uit bovenstaande motivatie blijkt dat de PM10 en NO2 emissie, afkomstig van de huidige verkeersbewegingen van- en naar de inrichting, in de aangevraagde situatie met een maximale bijdrage van 1,17 g/m3 stikstofdioxide en 0,15 g/m3 fijnstof niet in betekende mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Fijnstof uit de inrichting Naast de toename van verkeer wordt de fijnstofemissie ook getoetst aan de uitbreiding in dieraantallen. Op de planlocatie worden in de huidige situatie 180 melk- en kalfkoeien, 80 stuks vrouwelijk jongvee en 2 fokstieren gehouden. Hiervoor is op 5 juli 2016 een melding Activiteitenbesluit ingediend. In de beoogde situatie worden de dieraantallen niet gewijzigd. De fijnstofemissie van het agrarisch bedrijf bedraagt 24.620 gram per jaar. In de ‘Handreiking fijnstof en veehouderijen’ (VROM, mei 2010) is een vuistregel opgenomen waarmee bepaald kan worden of bij een uitbreiding van een veehouderij sprake is van NIBM (zie onderstaande tabel, gebaseerd op de 3% NIBM grens). Tabel 4.4 Afstand toetsing NIBM Afstand tot de toetsen plaats Totale emissie in g/jr van uitbreiding/ oprichting
70 m
80 m
90 m
100 m
120 m
140 m
160 m
324000
387000
473.000
581.000
817.000
1.075.000
1.376.000
Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard
32
In de tabel kan bij de betreffende afstand de hoeveelheid emissie worden afgelezen waarmee een veehouderij nog kan uitbreiden om niet in betekende mate bij te dragen. De getallen in de tabel zijn worstcase genomen inclusief een veiligheidsmarge. Indien bij een bepaalde afstand niet méér wordt geëmitteerd dan is opgenomen in de tabel dan is de oprichting/uitbreiding zeker NIBM. Met behulp van de emissiefactorenlijst, uitgegeven door het ministerie van I&M, kan uitgerekend worden of de totale toename in emissie onder de NIBM-grens blijft. In de beoogde situatie nemen de dieraantallen niet toe. Derhalve vindt er geen toename plaats van fijnstofemissie en kan er geen sprake zijn van een IBM - toename. Bovendien blijkt uit de tabel dat bij de kortste afstand van 70 meter een toename van 324.000 gram per jaar IBM is. De totale fijnstofemissie van het agrarische bedrijf bedraagt slechts 24.620 gram per jaar. Conclusie luchtkwaliteit Uit de nibm-tool blijkt dat de geringe toename van verkeersbewegingen van het agrarisch bedrijf niet in betekende mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Er is geen toename van fijnstofdeeltjes, daar er geen wijziging is van dieraantallen. De NO2 en fijnstofdeeltjes staan los van elkaar. Derhalve is de wijziging van het gehele bedrijf NIBM.
Het plan voldoet derhalve aan de Wet luchtkwaliteitseisen en de luchtkwaliteitsaspecten vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkelingen. 4.3.7 Natuur De uitbreiding wordt getoetst op de Wet natuurbescherming, het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de WAV-gebieden. Wet natuurbescherming In 1992 is door de lidstaten van de Europese Unie (EU) een netwerk van beschermde natuurgebieden opgezet. Dit is het ‘Natura 2000 netwerk’. Het netwerk is bedoeld om zowel de vitaliteit als de biodiversiteit op Europees grondgebied te beschermen en te behouden. Hiervoor vormen de Europese Vogelrichtlijn uit 1979 en de habitatrichtlijn uit 1992 de basis. In hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming worden gebieden beschermd. In artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming is opgenomen dat het verboden is om zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Regels voor een vergunningaanvraag voor een activiteit met stikstofdepositie zijn opgenomen in het Besluit natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming.
Hierin zijn regels opgenomen voor het programma aanpak stikstof. De hoogste bestuursrechter (de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) heeft op 29 mei 2019 (zie: AbRS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603 en ECLI:NL:RVS:2019:1604) beslist dat het Programma Aanpak Stikstof (hierna: ‘PAS’) niet gebruikt mag worden als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden. Deze beslissing heeft consequenties voor ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw, de aanleg van infrastructuur (o.a. vaar-, spoor-, en autowegen), de bouw van nieuwe bedrijven en agrarische activiteiten die kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft het gebied Waddenzee. Dit gebied ligt op een afstand van circa 6,5 km van het plangebied.
Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard
33
De voorgenomen ontwikkeling betreft echter geen ontwikkeling waarbij stikstof vrijkomt. Er worden niet meer dieren gehouden dan in de huidige situatie en de agrarische bedrijfsbebouwing is reeds gerealiseerd. Tevens is er een Aeriusberekening bijgevoegd waaruit blijkt dat de N Stikstofdepositie nihil is. Het plan betreft enkel een planologische maatregel om alle bedrijfsbebouwing binnen het bouwvlak te leggen. Hierdoor heeft de uitspraak van RvS d.d. 29 mei 2019 geen relevantie met de gewenste situatie aan het perceel Wieringerwaardweg 2. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande gebieden en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Voorheen werd dit de ecologische hoofdstructuur genoemd. Het concept is vastgelegd in het Natuurbeleidsplan en nader ingevuld in de Nota ruimte. De begrenzing van het NNN is door de verschillende provincies bepaald en vastgelegd. Ruimtelijke ontwikkelingen in of nabij het NNN zijn mogelijk als het de werking van deze niet bedreigd. Bij het NNN is de saldo benadering van toepassing. Een eventuele aantasting hoeft niet te leiden tot een verbod als de werking van het NNN op een andere wijze gegarandeerd wordt. In figuur 4.3 is de ligging van het plangebied ten opzichte van het NNN weergegeven. Het dichtstbijzijnde gebied is gelegen op een afstand van 160 meter vanaf het agrarisch bedrijf.
De afstand tot het agrarisch bedrijf blijft gelijk in de nieuwe situatie. Het NNN-gebied zal niet versnipperd dan wel verkleind worden als gevolg van onderhavige ontwikkelingen. Tevens heeft het voorgenomen initiatief geen negatief effect ten aanzien van het foerageergebied en nestplaatsen aangezien dit in het plangebied en de directe omgeving in voldoende mate aanwezig blijft. Kortom, de aard van het initiatief in relatie tot de thans aanwezige bebouwing heeft geen directe samenhang dan wel ruimtelijke impact op de aan de nabij gelegen NNN. Concluderend kan worden gesteld dat de voorgenomen ontwikkelingen geen negatieve effecten hebben op het nabij gelegen NNN omdat het gebied niet wordt verkleind dan wel versnipperd en omdat bovendien de flora en fauna niet wordt geschaad.
Figuur 4.5 Ligging planlocatie ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland
Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard
34
WAV-gebieden De Wet ammoniak en veehouderij (Wav) is het toetsingskader voor de emissie van ammoniak. Bij de beslissing inzake de omgevingsvergunning onderdeel Milieu, voor het oprichten of veranderen van een veehouderij, betrekt het bevoegd gezag de gevolgen van de ammoniakemissie uitsluitend op de wijze die is aangegeven in de Wav. Slechts de nadelige gevolgen van de ammoniakdepositie op zogenaamde kwetsbare gebieden binnen 250 meter wordt beoordeeld. Het dichtstbijzijnde gebied is gelegen op een afstand van ruim 11 kilometer van de planlocatie. De voorgenomen ontwikkelingen aan de Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard hebben geen nadelige effecten op deze gebieden. Conclusie Het project kent geen belemmeringen vanuit het oogpunt van natuur.
4.4
Verkeer en parkeren
Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen door de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt. Als gevolg van de voorgenomen planontwikkeling is geen sprake van een toename van het aantal voertuigbewegingen ten behoeve van het melkveebedrijf. Er vindt wel een kleine toename plaats van voertuigbewegingen richting de landwinkel en de kapperszaak. Dit kan de Wieringerwaardweg goed aan. Het parkeren zal volledig op eigen terrein plaats vinden. Conclusie Onderhavig initiatief heeft geen negatieve effecten op het aspect verkeer en parkeren.
4.5
Waterhuishouding
Per 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets toe te passen. Deze verplichting is wettelijk geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In deze watertoets moet inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. Beschrijving huidige situatie In de bestaande waterhuishoudkundige situatie wordt het bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard van het agrarisch bedrijf aan de Wieringerwaardweg 2 en het huishoudelijk afvalwater van de woning geloosd op het gemeentelijk riool. Voor het overige wordt uit de inrichting enkel niet-verontreinigd hemelwater geloosd. Dit hemelwater is afkomstig van regenwater dat op de daken en erfverharding valt. Het hemelwater wordt door middel van afschot van daken en erfverharding geloosd op omliggende perceelssloten. In figuur 4.6 is te zien dat nabij het plangebied enkele secundaire waterlopen zijn gelegen.
Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard
35
Figuur 4.6 Uitsnede Legger Wateren, waterschap HHNK Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het NNN en is niet gelegen in een hydrologische beschermingszone voor natte natuur. Beschrijving gewenste situatie Het initiatief betreft de uitbreiding van een agrarisch bouwperceel opdat de bestaande bebouwing binnen het bouwperceel komt te liggen. Er wordt geen nieuwe, significante bebouwing gerealiseerd. Het verhard oppervlak op het perceel neemt hierdoor nauwelijks toe. Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) is de beheerder van de kwaliteit en kwantiteit van het grond- en oppervlaktewater binnen het plangebied. In de Keur van HHNK van 2009 staan de regels welke worden gehanteerd bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. De regels in de Keur zijn onderverdeeld in gebodsbepalingen, verbodsbepalingen en gedoogplichten. Bij de aanleg van nieuw verhard oppervlak van meer dan 800 m2 moeten compenserende voorzieningen worden aangelegd die ten doel hebben de versnelde afvoer van neerslag tegen te gaan. Er geldt een vrijstelling van de compensatieplicht voor toename van verhard oppervlak van 800 m 2. Derhalve hoeven geen compenserende voorzieningen te worden aangelegd. Er wordt enkel schoon hemelwater afgevoerd op het omliggende oppervlaktewater.
Verontreiniging van hemelwater afkomstig van daken dient primair te worden voorkomen door toepassing van nietuitlogende materialen (zoals bijvoorbeeld lood, koper en zink). Het agrarisch bedrijf dient te voldoen aan het Activiteitenbesluit en daarmee is het vervuilingsrisico voor grond- en oppervlaktewater voldoende verzekerd. Vervuiling van grondwater is derhalve niet aan de orde.
Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard
36
Al het huishoudelijk afvalwater dat door de te realiseren woning zal worden geproduceerd, zal worden afgevoerd via een DWA-riool. Conclusie De beoogde ontwikkelingen kennen geen belemmeringen vanuit het oogpunt water.
4.6
M.e.r. beoordeling
Ingevolge de MER-richtlijn1 moet voor bepaalde activiteiten een milieueffectrapportage (MER) uitgevoerd worden. Het doel van een milieueffectrapportage is om het milieubelang, naast andere belangen, een volwaardige plaats te geven in het besluitvormingsproces. Naast de milieueffectrapportage bestaat ook het milieueffectrapport (MER). Het MER is een onderdeel van de m.e.r.-procedure. Het MER wordt gekoppeld aan een besluit op een aanvraag omgevingsvergunning, activiteit milieu. De m.e.r. is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage 2. Een m.e.r.-procedure is noodzakelijk als een besluit wordt genomen over een activiteit waarbij belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De vraag of door voorgenomen activiteiten belangrijke nadelige milieugevolgen veroorzaakt kunnen worden staat dan ook centraal bij het beoordelen of een MER moet worden uitgevoerd. De Europese Unie heeft in de richtlijn m.e.r. reeds aangegeven bij welke activiteiten er zeer waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten zijn door de Nederlandse regering overgenomen en verwerkt in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Voor deze activiteiten geldt direct een m.e.r.-plicht. Ook zijn in het Besluit m.e.r. activiteiten aangewezen waarvoor het niet zeker is of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden.
Deze zijn beschreven in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Om te bepalen of er bij deze activiteiten uit onderdeel D sprake kan zijn van belangrijke nadelige milieugevolgen dient hiervoor per geval een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Met de Implementatiewet ‘herziening m.e.r.-richtlijn’ zijn de procedurevereisten van de m.e.r.beoordeling en de vormvrije m.e.r.-beoordeling gelijk getrokken. De artikelen 7.16 tot en met 7.20 Wm zijn voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Het maakt daarvoor niet uit of het een activiteit onder of boven de D-drempel betreft. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r. beoordeling van toepassing is moet een aanmeldnotitie worden opgesteld en een m.e.r.-beoordelingsbesluit worden genomen. Binnen het voorgenomen initiatief wordt het bouwvlak van een agrarisch bedrijf aan de Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard vergroot. De dieraantallen en huisvestingssystemen worden niet gewijzigd ten opzichte van de huidige, vergunde situatie. Het vergroten van een agrarisch bouwvlak, waarbij de dieraantallen en huisvestingssystemen gelijk blijven, en het realiseren van een woning, komt niet voor in onderdeel C en D van het Besluit m.e.r. Een m.e.r.-beoordeling is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect m.e.r.-beoordeling vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkelingen.
4.7
Volksgezondheid
Gezondheidsrisico’s zijn een optelsom van blootstelling, gevaar en impact. Bij blootstelling wordt er gekeken hoeveel ziekteverwekkers een persoon binnen moet krijgen om geïnfecteerd te raken of ziek te worden. Gevaren zijn er in diverse vormen, zoals biologisch (bijv. ziekteverwekkende bacteriën), chemisch (bijv. diergeneesmiddelen of bestrijdingsmiddelen) of fysisch (zoals elektriciteit of ter plaatse gewond raken). Impact staat voor de grootte van het effect dat veroorzaakt wordt. Richtlijn 97/11/EEG van de Raad van 3 maart 1997 tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten. 2 Inwerkingtredingsdatum 1 september 1994, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2011, 102. 1
Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard
37
Voordat een melding Activiteitenbesluit geaccepteerd wordt, wordt het beoogde initiatief van de veehouderij getoetst worden aan diverse milieuaspecten, zoals ammoniakuitstoot, geur, fijnstof, aanwezigheid en gebruik van gevaarlijke stoffen, aan- en afvoer van meststoffen, geluid, brandveiligheid, etc. Door diverse wetten is voorgeschreven wat de maximale grenswaarden zijn waaraan een veehouderij moet voldoen. Indien een veehouderij niet voldoet, zal een vergunning dus niet verleend worden. Er mag vanuit worden gegaan dat de grenswaarden die in de wet zijn opgenomen de volksgezondheid in voldoende mate beschermen. Bij naleving van de milieuwetgeving, het volledig benutten van de technische mogelijkheden en het management van de hygiënebarrière worden de volksgezondheidsrisico’s bij het initiatief tot een minimum beperkt. Vooralsnog wordt er derhalve getoetst aan de wettelijke grenswaarden voor diverse stoffen, zoals geur en fijnstof. Daar deze grenswaarden nationaal zijn vastgesteld en de beoogde bedrijfsopzet hieraan voldoet, mag er vanuit worden gegaan dat deze waarden de volksgezondheid afdoende beschermen.
4.8
Duurzaamheid
De Nederlandse melkveesector werkt aan de ontwikkeling van een duurzame melkveehouderij in 2020. Duurzaam wil zeggen economisch rendabel, veilig voor de consument, diervriendelijk en met een zo’n laag mogelijke belasting van natuur en milieu. De melkveehouderijsector produceert steeds groener en schoner door: Emissies te reduceren; Het vastleggen van CO2; Het werken aan gesloten kringlopen; Energieproductie en –besparing. De Nederlandse melkveehouderij beheert een groot areaal grasland dat benut kan worden om CO 2 te binden en vast te houden. Een kringloop laat zien waar de sterke en zwakke punten in het bedrijf zitten als het gaat om mineralenbenutting. Efficiënt mineralengebruik leidt tot hogere gewasopbrengsten of minder verliezen van mineralen. Hierdoor kan een melkveehouder dus zijn bedrijfsvoering verbeteren en kosten besparen. Bovendien is het ook goed voor het milieu. De melkveehouderij kan een grote bijdrage leveren aan de winning van duurzame energie. De ontwikkelingen op het gebied van energieopwekking uit mest, zonlicht en wind maken samen met energiebesparing een energieneutrale zuivelketen in de toekomst mogelijk. Melkveebedrijven zijn hierdoor op den duur minder afhankelijk van de aankoop van energie of werken zelfs regionaal als energieleverancier. Initiatiefnemers hebben, naast het melkveebedrijf, tevens een windmolenpark.
In deze context wordt duurzame energie opgewekt en geleverd.
Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard
38
5
JURIDISCHE REGELING
In dit hoofdstuk wordt de juridische regeling plansystematiek uiteengezet.
5.1
Juridische achtergrond
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Het juridisch bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding en de regels van het bestemmingsplan ‘Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard’ sluiten inhoudelijk aan op het bestemmingsplan ‘Buitengebied Anna Paulowna 4’ van de gemeente Hollands Kroon.
5.2
Toelichting verbeelding
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. Op de verbeelding zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: Enkelbestemming o Agrarisch Dubbelbestemmingen o Waarde – Archeologie Bouwvlak Functieaanduiding o Specifieke vorm van agrarisch – ondergeschikte niet-agrarische nevenactiviteit Ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan vinden de volgende veranderingen plaats: Vergroten bouwvlak. Toevoegen specifieke functieaanduiding.
5.3
Toelichting regels
De regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan bestaan uit inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De regels hebben betrekking op de in de verbeelding opgenomen bestemmingen.
Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard
39
6
ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
6.1
Economische uitvoerbaarheid
De economische uitvoerbaarheid wordt voornamelijk bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid). Ook heft de Gemeente leges voor de behandeling van de zelfstandige bestemmingsplanprocedure.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. Vooroverleg In het kader van artikel 3.1.1 Bro wordt overleg gevoerd met de gebruikelijke vooroverlegpartners, provincie Noord-Holland en Waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Aangezien de bewoners van het naastgelegen woonhuis aan de Wieringerwaardweg 1 onze opdrachtgevers zijn, zijn deze in deze context voldoende geïnformeerd. Zienswijzen en beroep De vaststellingsprocedure van de partiele herziening van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Op de voorbereiding van het bestemmingsplan is de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Het bestemmingsplan wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. Met inachtneming van de zienswijzen wordt het bestemmingsplan door het college vastgesteld en voor de tweede maal zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen.
Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard
40
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4.
Ecologisch onderzoek Stikstofberekening aanlegfase Landschappelijk inpassingsplan Watertoets
Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard
41