CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Toelichting.pdf

Raad 16 september 2021, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Bestemmingsplan Wieringerwaardweg 2 Wieringerwaard12.056 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTE HOLLANDS KROON Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

HDD Advies Voorstraat 8 4033 AD Lienden T. 085 – 023 90 59 www.hddadvies.nl info@hddadvies.nl

IMRO-code:

BPBG2006hz036-on01.

Gemeente:

Hollands Kroon

Locatie:

Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

Opdrachtgever:

Maatschap Kater Wieringerwaardweg 2 1766 EA Wieringerwaard

Datum:

25 maart 2021

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

2

INHOUDSOPGAVE 1

Inleiding ............................................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4

2

Aanleiding en doelstelling ..................................................................................... 5 Plangebied .............................................................................................................. 6 Bestemmingsplan................................................................................................... 6 Leeswijzer ............................................................................................................... 7

Plangebied en planontwikkeling ....................................................................... 8 2.1 Ontstaansgeschiedenis ......................................................................................... 8 2.2 Ruimtelijke en functionele structuur ..................................................................... 9 2.3 Beschrijving planontwikkeling .............................................................................11 2.3.1 Vergroting bouwvlak ..........................................................................................11 2.3.2 Ontwikkeling van nevenactiviteiten ....................................................................11 2.3.3 Stedenbouwkundige onderbouwing situering nevenactiviteiten .........................11 2.3.4 Landschappelijke inpassing ..............................................................................14 2.4 Wijzigen van het geldende bestemmingsplan .....................................................14

3

Beleidskader ..................................................................................................... 16 3.1 Rijkbeleid ...............................................................................................................16 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte .............................................................16 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ....................................................16 3.1.3 Soorten .............................................................................................................16 3.2 Provinciaal beleid ..................................................................................................17 3.2.1 Omgevingsverordening NH2020 .......................................................................17 3.3 Gemeentelijk beleid ...............................................................................................18 3.3.1 Omgevingsvisie .................................................................................................18 3.3.2 Welstandsnota Hollands Kroon .........................................................................19 3.3.3 Bestemmingsplan..............................................................................................19

4

Milieu- en omgevingsaspecten ........................................................................ 23 4.1 Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................23 4.1.1 Archeologie .......................................................................................................23 4.1.2 Cultuurhistorie ...................................................................................................23 4.2 Leidingen ...............................................................................................................25 4.3 Milieu ......................................................................................................................25 4.3.1 Bedrijven en milieuzonering ..............................................................................25 4.3.2 Bodem ..............................................................................................................27 4.3.3 Externe veiligheid ..............................................................................................27 4.3.4 Geluid ...............................................................................................................29 4.3.5 Geur ..................................................................................................................30 4.3.6 Luchtkwaliteit

....................................................................................................31 4.3.7 Natuur ...............................................................................................................33 4.4 Verkeer en parkeren ..............................................................................................35 4.5 Waterhuishouding .................................................................................................35 4.6 M.e.r. beoordeling ..................................................................................................37 4.7 Volksgezondheid ...................................................................................................37 4.8 Duurzaamheid ........................................................................................................38

5

Juridische regeling ........................................................................................... 39

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

3

5.1 5.2 5.3

6

Juridische achtergrond .........................................................................................39 Toelichting verbeelding ........................................................................................39 Toelichting regels ..................................................................................................39

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid..................................... 40 6.1 6.2

Economische uitvoerbaarheid ..............................................................................40 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .......................................................................40

Bijlagen 1. 2. 3. 4.

Ecologisch onderzoek Stikstofberekening aanlegfase Landschappelijk inpassingsplan Watertoets

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

4

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doelstelling

Voorliggende plantoelichting is opgesteld ten behoeve van de gewenste ontwikkeling op het perceel Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard. Maatschap Kater (verder te noemen als initiatiefnemer) exploiteert aan de Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard een grondgebonden melkvee- en akkerbouwbedrijf. Aan de overzijde van de weg staat een woning, perceel Wieringerwaardweg 1 te Wieringerwaard. Deze woning wordt bewoond door de heer en mevrouw Kater sr., twee van de drie maten in de maatschap. De bedrijfswoning aan de Wieringerwaardweg 2 wordt bewoond door de heer Kater jr., één van de drie maten in de maatschap. De heer Kater jr. woont hier met zijn jonge gezin. In figuur 1.1 is een luchtfoto weergegeven met hierop de twee bedoelde adressen.

Wieringerwaardweg 1

Wieringerwaardweg 2

Figuur 1.1 Luchtfoto planlocatie Wieringerwaardweg 1 en 2 te Wieringerwaard. Eén van de bedrijfsgebouwen op het perceel Wieringerwaardweg 2 is gelegen buiten het bouwvlak. Door het bouwvlak te vergroten met 5.625 m2 tot ca. 1,5 hectare komt alle bebouwing binnen het bouwvlak te liggen. Ook is initiatiefnemer voornemens een ondergeschikte nevenactiviteit te realiseren op het bedrijf. Daarmee wordt een kleine kapperszaak gerealiseerd alsook een landwinkel waar producten kunnen worden verkocht die op het eigen bedrijf worden geproduceerd. De kapperszaak / landwinkel heeft een oppervlakte van ca. 40 m2 en wordt voor de bestaande loods gerealiseerd. In figuur 1.2 is de huidige situatie en de beoogde situatie weergegeven.

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

5

Figuur 1.2 Situatieschets huidige situatie (links) en beoogde situatie (rechts)

1.2

Plangebied

Het plangebied aan de Wieringerwaardweg 1 en 2 te Wieringerwaard is gelegen in de polder van Wieringerwaard in de gemeente Hollands Kroon. Het is kadastraal bekend als gemeente Anna Paulowna, sectie O, nummers 2400, 2401 en 1938. Het plangebied is gelegen tussen de Provinciale wegen N249, N248 en N240. De omliggende gronden zijn voornamelijk in gebruik als gras- en bouwland. In onderstaande figuur is de wijdere omgeving van de planlocatie weergegeven. De planlocatie is rood omcirkeld.

Figuur 1.3 Wijdere omgeving plangebied.

1.3

Bestemmingsplan

Het bestemmingsplan ‘Wieringerwaarweg 2 te Wieringerwaard' bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Van deze drie onderdelen vormen de digitale verbeelding met planIDN NL.IMRO.1911.BPWrngrwrdwg2-ON01 en de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

6

Op de verbeelding zijn de bestemmingen gevisualiseerd. De regels geven weer wat de gebruiksmogelijkheden van de gronden en de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en op te richten bebouwing is. De toelichting heeft hierbij weliswaar geen bindende werking, maar bevat wel de ruimtelijke onderbouwing van het bestemmingsplan. Het is daarmee de onderbouwing van de keuzes die zijn gemaakt voor de verbeelding en de regels.

1.4

Leeswijzer

In voorliggende Plantoelichting wordt na dit inleidende hoofdstuk in hoofdstuk 2 ingegaan op het plangebied en het initiatief. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het beleid van de verschillende overheden omschreven. In hoofdstuk 4 wordt het initiatief getoetst aan de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Ten slotte worden in hoofdstuk 5 en 6 de juridische aspecten en de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid omschreven.

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

7

2

PLANGEBIED EN PLANONTWIKKELING

2.1

Ontstaansgeschiedenis

De gemeente Anna Paulowna ligt centraal in de kop van Noord-Holland. Net als de gehele Noordkop, heeft de omgeving van Anna Paulowna lange tijd onder invloed gestaan van de zee. Belangrijk bij de ontwikkeling van het gebied zijn de zogenaamde transgessies, periodes waarin de zeespiegel rees (transgessie) en stabiliseerde (regressie). Tijdens de laatste transgessie is een uitgebreid geulenstelsel tot ontwikkeling gekomen. De hoofdgeul van dat stelsel was het Oude Veer. Belangrijke zijtakken waren het Kleimeer, het Kruiswin, Razend zwin en Boermanszwin. Buiten het ‘Oude Veerstelsel’ waren er nog twee belangrijke geulen: de Kreek (de huidige Middenvliet volgt grotendeels de loop van deze geul) en het Lotmeer. Het kreken-, of zwinnenstelsel heeft voor een groot deel het grillige patroon van de jongere zavel- en kleiafzettingen van de Wieringerwaardpolder en het oostelijk deel van de Anna Poulownapolder veroorzaakt. Het typerende bodemreliëf van de Oostpolder berust op de aanwezigheid van de voormalige kreken. Korte tijd na de grootste uitbreiding van de getijdengeulen, zijn de zavelige- en kleiige afzettingen in het westen en noorden bedekt met een pakket martieme zanden. Deze zandafzettingen heeft de zandbodem van het westelijke deel van de Anna Paulownapolder veroorzaakt. De jongste afzettingen in gemeente liggen westelijk van de Schorweg (buiten het plangebied).

De kleiige afzettingen in en rondom het Koegrasgebied zijn ontstaan rond 1610. Vermoedelijk vestigden zich in de Romeinse tijd (1e en 3e eeuw na Chr.) en de vroege Middeleeuwen (7e - 9e eeuw na Chr.) de eerste bewoners. Het gaat daarbij om oppervlaktenederzettingen, hetgeen er op duidt dat de invloed van de zee zo gering was dat men zonder speciale voorzieningen kon wonen (regressiefase). Na deze periode ging de zeespiegel weer rijzen. De bewoners konden zich slechts handhaven door het ophogen van bewoningsplaatsen op de hoogst gelegen gronden. Deze kleine middeleeuwse terpjes dateren van voor de inpoldering van het gebied en zijn voornamelijk vanaf de 10e tot de 13e eeuw aangelegd. Deze terpjes bieden in het algemeen slechts plaats aan 1 boerderij en worden om die reden huisterpjes genoemd. In de Wieringerwaardpolder zijn veel van deze terpjes nog als zodanig te herkennen. Ook zijn in de ondergrond van het schiereiland aan het Oude Veer restanten aangetroffen die wijzen op een veenterp. Aan de ontwikkeling van terpen kwam een einde nadat een begin werd gemaakt met de aanleg van zeewerende dijken. De mogelijkheid om dijken aan te leggen luidde een lange periode in waarin in de kop van Noord-Holland steeds meer gebieden werden bedijkt en drooggelegd. De Wieringerwaardpolder is in 1611 drooggelegd en feitelijk het oudste gebied binnen de gemeentegrenzen.

De Waardpolder is in 1834 drooggemaakt, de Anna Paulownapolder in 1846. De grotere betrouwbaarheid van de dijken had tot gevolg dat een ander bewoningspatroon ontstond dan in het verleden, minder afhankelijk van de natuurlijke gegevenheden. In verband met overstromingsgevaar werd daarvoor de bebouwing geconcentreerd bij de hoger gelegen delen. In de polders werd de situering van de bebouwing, bestaande uit boerderijen, bepaald door de wijze van verkavelen. Dit had als gevolg dat verspreide bebouwing ontstond. De Waardpolder vormt visueel-landschappelijk een eenheid met de Wieringerwaard. De Waard- en de Wieringerwaardpolder hebben vanwege de zavel- en kleiafzettingen een vruchtbare bodem. De Wieringerwaardpolder is vanaf de drooglegging in 1611 in agrarisch gebruik. Van origine is de landbouw hier gemengd van karakter.

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

8

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur

De Wieringerwaardpolder kent een ontsluitingspatroon met de karakteristiek van de renaissance (dat wil zeggen een oriëntatie op het systeem van volslagen vierkanten). In het midden zijn de blokken binnen de wegen ongeveer 1800 bij 1800 meter. Opdeling van deze blokken heeft echter ook plaatsgevonden. De oorspronkelijke perceelsbreedte is 50 tot 80 m, de oorspronkelijke perceelsdiepte 300 tot 900 m. De hoofdtochten in het gebied (die door het dorp Wieringerwaard en de Barsingertocht in het oosten) hebben het karakteristieke profiel, waarbij aan beide zijden van de tocht een ontsluitingsweg loopt. De andere wegen hebben wegsloten aan beide zijden en een hoofdtocht op de halve afstand tussen de wegen. Wegsloten zijn plaatselijk gedempt nu een zeer intensief slotensysteem door een betere bemaling niet meer nodig is. Door het dempen van sloten varieert de kavelmaat van klein tot groot. Hierdoor vertonen de percelen steeds meer overeenkomsten met de aangrenzende polders. Bebouwing en beplanting bevinden zich alleen langs de wegen, waarbij sprake is van een verspreide bebouwing. Bebouwing en beplanting zorgen samen voor een transparante geleding in het gebied. Het plangebied ligt in een landelijk, zeer open gebied. Het omliggende grondgebied bestaan hoofdzakelijk uit agrarisch gebied.

De bebouwing is schaars en bestaat slechts uit enkele agrarische bedrijfspanden met bijbehorende woningen en enkele vrijstaande woningen. In onderstaande figuur is de directe omgeving van het plangebied weergegeven.

Figuur 2.1 Directe omgeving planlocatie (bron: google.nl/maps) Het plangebied bestaat uit een agrarisch bedrijf met bedrijfskavel met erfverharding, een ligboxenstal, een loods, een aardappelopslagloods, een bedrijfswoning en ruwvoeropslagen. Het plangebied is omsloten met graslanden met ertussen de Wieringerwaardweg. Landschappelijke beplanting op het erf van het agrarisch bedrijf aan de Wieringerwaardweg 2 bestaat uit bomen aan de oostzijde van het perceel.

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

9

Tegenover het agrarisch bedrijf is een woning gelegen. Deze is in het bestemmingsplan bestemd als een burgerwoning, echter wordt deze woning bewoond door twee van de drie bedrijfseigenaren. Onderstaande figuren geven een impressie van het plangebied weer.

Figuur 2.2 Aanzicht plangebied vanaf oostzijde

Figuur 2.3 Aanzicht plangebied vanaf westzijde

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

10

Figuur 2.4 Aanzicht woning Wieringerwaardweg 1 te Wieringerwaard. In gebruik als bedrijfswoning, bestemd als burgerwoning.

2.3

Beschrijving planontwikkeling

De planlocatie bestaat uit een agrarisch bedrijf gelegen aan de Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard. Tegenover het agrarisch bedrijf, aan de Wieringerwaardweg 1, is een woning gelegen. De bedrijfswoning bij het agrarisch bedrijf wordt bewoond door een lid van de maatschap. De woning aan de overzijde wordt tevens bewoond door twee leden van de maatschap. Het agrarisch bedrijf en de woning aan Wieringerwaardweg 1 zijn niet verbonden met elkaar. 2.3.1 Vergroting bouwvlak Het agrarisch bedrijf betreft een melkvee- en akkerbouwbedrijf welke bestaat uit een bedrijfswoning, een ligboxenstal, een loods, een aardappelopslag, en ruwvoeropslagen. De ligboxenstal is gedeeltelijk buiten het bouwvlak gelegen. Derhalve zijn initiatiefnemers voornemens het bouwvlak uit te breiden waardoor de bebouwing binnen het bouwvlak komt te liggen. 2.3.2 Ontwikkeling van nevenactiviteiten Tevens zijn initiatiefnemers voornemens nevenactiviteiten te ontwikkelen binnen het bestaande, agrarische bedrijf. Dit bestaat uit een kapperszaak alsook een landwinkel waar producten verkocht worden die op het eigen bedrijf worden geproduceerd. Ten behoeve van de nevenactiviteiten wordt ook een parkeervoorziening gecreëerd op het eigen erf, zo hoeft er niet op de openbare weg geparkeerd te worden.

2.3.3 Stedenbouwkundige onderbouwing situering nevenactiviteiten De kapperszaak en de landwinkel worden in een nog nieuw te bouwen gebouw gerealiseerd. De situering van dit nieuwe gebouw, alsook de parkeervoorziening, bevindt zich vóór de bewaarloodsen en de voorgevelrooilijn. Dit is in strijd met het geldend bestemmingsplan. Hierna zal worden ingegaan op de stedenbouwkundige en kwalitatief-ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan. Bestaande situatie Op de plaats waar de nevenactiviteiten met parkeergelegenheid is voorzien, is nog geen bebouwing aanwezig. Het is thans ingericht met erfverharding. Aan de oostzijde bevindt zich een bomenrij, aan de westzijde de oprit van het bedrijf. Het is direct aan de Wieringerwaardweg gelegen. Zie ook figuur 2.5 en figuur 2.6.

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

11

Voorziene plaats nevenactiviteiten

Figuur 2.5: Bestaande situatie voorziene locatie nevenactiviteiten.

P

Figuur 2.6: Weergave gewenste planontwikkeling

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

12

Beschrijving van het plan Het plan voorzien in het realiseren van nevenactiviteiten op het bedrijf. Dit houdt in: een landwinkel en een kleine kapperszaak. De afmetingen van de kapperszaak inclusief landwinkel is 5 m * 8 m, dat maakt het tot een oppervlakte van 40 m2. Er worden 3 parkeerplaatsen gerealiseerd. In de landwinkel worden de volgende producten verkocht: zonnebloemen, pompoenen, melk, eieren, aardappels en gedroogde mest. Dit zijn producten die op het eigen bedrijf geproduceerd worden. Het gebouw wordt voor de bewaarloods, en daarmee ook voor de voorgevelrooilijn, gesitueerd. Dit is in strijd met het geldend bestemmingsplan. Echter is er in deze situatie geen alternatief voorhanden die een andere situering van de nevenactiviteiten mogelijk maakt. Een onderzocht alternatief is een situering elders op het erf, er zijn twee alternatieven mogelijk. Alternatief 1 is het realiseren van een gebouw op het erf, schuin naast de woning. Alternatief 2 is het realiseren van de nevenactiviteiten in de bewaarloods. Zie ook het figuur onderstaand.

Alternatief 2 Alternatief 1

P

P

Figuur 2.7: Alternatieve situeringen voor de nevenactiviteiten.

Alternatief 1: Bij het realiseren van het gebouw in alternatief 1, wordt een nieuw gebouw met parkeervoorzieningen in de tuin van de bewoners gerealiseerd. Dit is gezien de privacy van het gezin absoluut niet wenselijk. Ook blokkeert deze situering de doorzichten naar het erf. Dit is landschappelijk niet wenselijk. Tevens kunnen klanten en bezoekers de bedrijfsmatige vervoersbewegingen frustreren. Het mengen van klanten en kleine voertuigen is niet veilig in combinatie met de grote landbouwvoertuigen die zich op het bedrijf manoeuvreren. Alternatief 2: Een alternatief is de realisatie van de nevenactiviteiten in de bewaarloods. In de bewaarloods worden alle geoogste akkerbouwproducten opgeslagen, daarvoor is speciale koelingsapparatuur aanwezig. Het klimaat in een dergelijke schuur is erg belangrijk voor de bewaring van de akkerbouwproducten. De bewegingen van klanten en bezoekers in en uit de loods kunnen het bewaarproces van de akkerbouwproducten negatief beïnvloeden. Bovendien kunnen er in de loods transportbewegingen van grote machines plaatsvinden. Dit is erg onveilig voor klanten en bezoekers. Ongelukken moeten ten alle tijden voorkomen worden.

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

13

Het gebouw voor de nevenactiviteiten blijft met een oppervlakte van maximaal 40 m2 klein. De hoogtes (goot en nok) van het gebouw zijn in overeenstemming met de oppervlakte. Vanuit het grotere, stedenbouwkundige bezien blijft de massaliteit van het gebouw te verwaarlozen. Door de initiatiefnemers wordt gezorgd voor een fraaie en welkome uitstraling van het gebouw. Er wordt gezorgd voor rustige materialen die goed passen in de omgeving. Mede door het ingetogen volume en oppervlakte is de ruimtelijke impact op de omgeving in zijn geheel minimaal. Tevens wordt de bebouwing als het ware ingekleed door de reeds bestaande bomenrij aan de oostzijde. Daarom is het plan stedenbouwkundig aanvaardbaar. 2.3.4 Landschappelijke inpassing Het plan wordt landschappelijk ingepast. Het Landschappelijk Inpassingsplan is als bijlage toegevoegd.

2.4

Wijzigen van het geldende bestemmingsplan

De geldende juridisch-planologische situatie van het plangebied is vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Anna Paulowna 4’ van de gemeente Hollands Kroon. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 19 januari 2009. Het perceel heeft de enkelbestemming ‘Agrarische doeleinden I’. Tevens rust op het gehele plangebied de dubbelbestemming ‘Archeologisch waardevol gebied III’. In figuur 2.6 is de plankaart van het geldend bestemmingsplan weergegeven.

Figuur 2.8: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Buitengebied Anna Paulowna 4'.

In het vigerende bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het bouwvlak te vergroten tot 1,5 hectare. Deze wijzigingsbevoegdheid wordt gevolgd. Voor het plaatsen van het gebouw met als functie: de landwinkel / kapperszaak en het oprichten van de ondergeschikte nevenactiviteit is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Het vigerende bestemmingsplan bevat derhalve geen flexibiliteitsbepalingen op grond waarvan medewerking kan worden verleend aan dit verzoek.

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

14

Het planvoornemen voorziet aldus in: 1. Vergroting van het agrarisch bouwperceel; 2. Opnemen van de nevenactiviteiten, inclusief de parkeervakken op het erf; 3. Opnemen van het gebouw voor de nevenactiviteiten.

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

15

3

BELEIDSKADER

Door het rijk, de provincie en de gemeente zijn diverse beleidsnota’s vastgesteld die voor de ontwikkelingen van het perceel Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard van belang kunnen zijn. In dit hoofdstuk wordt het beleid beschreven dat van toepassing is op het plangebied.

3.1

Rijkbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 door de minister vastgesteld. Met de Structuusvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. In de SVIR geeft het kabinet een schets hoe Nederland er in 2040 uit moet zien. Het beleid in de SVIR is op de navolgende drie doelen gericht: Het vergroten van de concurrentiekracht middels het versterken door de ruimtelijkeconomische structuur; Het verbeteren van de bereikbaarheid; Zorgdragen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Om de verantwoordelijkheden te leggen waar deze het beste passen, brengt het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsruimte voor het faciliteren van ontwikkelingen. Onderhavige ontwikkeling is niet gelegen in of nabij een gebied waarin het rijk een nationaal belang heeft aangewezen, derhalve heeft de SVIR geen consequenties voor voorliggend plan. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de 13 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR).

Dit plan raakt geen rijksbelangen uit het Barro. 3.1.3 Soorten Met ingang van 1 januari is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet regelt de bescherming van de soorten, gebieden en houtopstanden en vervangt daarmee de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Onder de nieuwe wet blijft de bescherming van een groot aantal dier- en plantensoorten ongewijzigd, maar er zijn ook een aantal wijzigingen aangebracht in de bescherming die dier- en plantensoorten genieten. Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming vormt het wettelijk kader voor de bescherming van een groot aantal inheemse bedreigde dier- en plantensoorten. In de Wet natuurbescherming is opgenomen dat het verboden is om beschermde vogels en dieren te doden, vangen of verontrusten en om plantensoorten te plukken, verzamelen, af te snijden, ontwortelen of te vernielen. Bij nieuwe ruimtelijke ingrepen en activiteiten dient te worden nagegaan of deze ingrepen en/of activiteiten eventueel negatieve gevolgen hebben voor aanwezige dier- en plantensoorten in de omgeving. Binnen onderhavig initiatief wordt het bouwvlak aan de Wieringerwaardweg 2 vergroot opdat de bestaande bebouwing binnen het bouwvlak komt te liggen. Ook kunnen de nevenactiviteiten hier binnen gerealiseerd worden. Op het perceel worden kleine ruimtelijke ingrepen uitgevoerd.

De bouw van de bewaarloodsen en de melkveestal is reeds uitgevoerd en gereed. Ten behoeve van de kapperszaak en landwinkel wordt een nieuw gebouw met een oppervlakte van 40 m2 gerealiseerd. Ook wordt een nieuwe sleufsilo geplaatst achterop het perceel. Hiervoor is een ecologisch onderzoek uitgevoerd die de gevolgen op aanwezige dier- en plantensoorten in kaart brengt.

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

16

Het ecologisch onderzoek is bijgevoegd in de bijlage.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsverordening NH2020 De Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) is op 17 november 2020 vervallen met het ingaan van de opvolger; de Omgevingsverordening NH2020. In de PRV stonden alle regels waaraan ruimtelijke plannen in Noord-Holland moesten voldoen. Naast de PRV bestonden nog andere verordeningen, waaronder de Provinciale Milieuverordening, Wegenverordening en Waterverordening. Vanaf 17 november zijn de 21 verordeningen die zijn samengevoegd in de omgevingsverordening ingetrokken en opgegaan in de Omgevingsverordening NH2020. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in NoordHolland. We zoeken naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Er is een digitale kaart waarmee per locatie direct de bijbehorende regels in beeld worden gebracht. Hierdoor ontstaat een beter beeld van wat er mag, worden plannen beter aangepast op de omgeving en kunnen projecten sneller starten. Uit de digitale kaart blijkt dat het plangebied is aangewezen conform het volgende: • • • • •

Agrarische bedrijven – Agrarische bedrijven Bodemsanering – Bodemsanering Landelijk gebied – Landelijk gebied Noord-Holland Noord – Landelijk gebied – Landelijk gebied Peilbesluit – Peilbesluit

Agrarische bedrijven: Er zijn regels opgenomen voor de uitbreiding van het agrarisch bedrijf in artikel 6.33 van de Omgevingsverordening. Het agrarisch bedrijf wordt in planologisch opzicht uitgebreid, in dit geval dient getoetst te worden aan lid 1a van voornoemd artikel. Hierin staat dat, bij een vergroting van een bouwvlak, de bebouwing geconcentreerd moet worden in het bouwperceel en maximaal een oppervlakte tot 2 hectare mag bedragen. Het plan voldoet hieraan. Niet-agrarische bedrijfsfuncties, waaronder de landwinkel en kapperszaak, zijn toegestaan (art. 6.33.2 onder a). Dit kan worden gezien als respectievelijk detailhandel en werk. De omvang van de nietagrarische bedrijfsfuncties past binnen het nieuwe bouwperceel. Het plan voldoet. Bodemsanering: Er zijn specifieke regels opgenomen voor het geval er een bodemsanering plaatsvindt. In dit plan is bodemsanering niet van toepassing. Landelijk gebied: Er zijn regels opgenomen ten aanzien van het ontwikkelingen van woningen in het landelijk gebied (afdeling 6.1), duurzame energie (afdeling 6.2) en ruimtelijke inpassing in landelijke gebied (afdeling 6.5). Afdeling 6.5 is slechts van toepassing indien het plangebied ook is gelegen in een gebied met een grote cultuurhistorische waarde.

Het plangebied is gelegen binnen het ensemble ‘Koegras – Anna Paulownapolder’, de toetsing is opgenomen in hoofdstuk 4.1 van deze Plantoelichting. Afdelingen 6.1 en 6.2 zijn niet van toepassing. Peilbesluit: De regels ten aanzien van het peilbesluit zijn vastgelegd in afdeling 6.10 van de verordening. Deze regels zijn relevant voor oppervlaktewaterlichamen en dus niet van toepassing in dit plan.

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

17

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Omgevingsvisie De omgevingsvisie door en voor Hollands Kroon is vastgesteld 24 mei 2018. De omgevingsvisie is een integrale visie en een helder fundament voor het beleid van Hollands Kroon en de uitvoering ervan voor de periode tot 2030. Gemeente Hollands Kroon wil als regisseur fungeren zonder in detail te bepalen hoe iets eruit moet zien. De verantwoordelijkheid laag leggen, inwoners zelfredzaam maken, ruimte geven aan initiatieven en ervoor zorgen dat bureaucratie wordt verminderd. Gemeente Hollands Kroon zegt: “ja, tenzij”. In de omgevingsvisie worden onder andere de volgende van toepassing zijnde onderwerpen besproken: Ruimtelijke kwaliteit; Landschappelijke inpassing en ontwikkeling; Wonen; Agrarische sector; Cultuurhistorie. Ruimtelijke kwaliteit Het uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is “ontwikkelen met behoud van identiteit en kwaliteit”. Gemeente Hollands Kroon wilt de ruimtelijke kwaliteit en diversiteit van het landschap en de dorpen onderbouwd ontwikkelen, verbeteren en indien nodig transformeren. In de welstandsnota wordt aangegeven welke welstandsregels gelden, zie paragraaf 3.3.2 van onderhavige toelichting. Landschappelijke inpassing en ontwikkeling Bij maatwerk voor grootschalige projecten, zoals een bouwvlak groter dan twee hectare, wordt een ruimtelijk initiatief landschappelijk ingepast.

Hollands Kroon is en blijft een agrarische gemeente wat betekent dat voor het buitengebied het agrarisch belang zwaarwegend is. Wonen Voor woningbouw in de gemeente Hollands Kroon geldt in het bijzonder dat er behoefte is aan sturen in tijd van robuuste veranderingen. Om deze reden stelt gemeente Hollands Kroon kaders die moeten zorgen voor heldere keuzes en tegelijkertijd flexibiliteit, zodat bijsturen waar nodig mogelijk is. Kaders die zijn gestoeld op realisme. Eén van deze kaders is dat ruimte voor kwalitatief hoogwaardig wonen en leven een speerpunt is. Om deze reden creëert Hollands Kroon condities voor goede, gedifferentieerde woon- en leefmilieus. Agrarische sector Hollands Kroon heeft de meeste landbouwbedrijven en het grootste agrarische grondgebruik in de provincie Noord-Holland. Vrijwel alle landbouwsectoren zijn in de gemeente te vinden: van bloembollen tot tuinbouw, van akkerbouw tot (intensieve) veehouderij en glastuinbouw. Dit vanwege de uitstekende fysieke condities en de aanwezigheid van de verschillende ketenpartners. Gemeente Hollands Kroon staat voor ruimte om te ondernemen in de agrarische sector. Hierbij gelden uniforme regels in de gehele gemeente en er is veel ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. In nieuwe ruimtelijke plannen gaat gemeente Hollands Kroon uit van bouwvlakken van twee hectare.

Als een bedrijf meer ruimte nodig heeft zijn grotere bouwvlakken mogelijk, deze ontwikkelingen zijn maatwerk.

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

18

Cultuurhistorie Hollands Kroon bezit een rijkdom aan karakteristieke bebouwing. Enerzijds heeft dat te maken met grote oppervlak van de gemeente en anderzijds met de grote variatie in landschappen. Hierdoor is er in de loop van de eeuwen veel interessante bebouwing ontstaan, die in een aantal gevallen al gewaardeerd wordt met een status van rijks-, provinciaal- of gemeentelijkmonument. Het landschap is te zien als een compositie. Alle specifieke onderdelen samen geven een gebied een eigen karakter en identiteit. De culturele historie in de verschillende kernen die Hollands Kroon rijk is, vormt de aantrekkingskracht van deze regio. Belangrijke gebouwen, monumenten, molens of bijzondere aangezichten en landschappen willen wij behouden. De planlocatie heeft geen bijzondere status, dit is te zien op de monumentenkaart. Conclusie Uit de omgevingsvisie blijkt dat gemeente Hollands Kroon het belangrijk vindt om ruimte te bieden aan de inwoners en ondernemers van de gemeente zodat zij hun wensen kunnen realiseren. Hiertoe zijn kaders opgesteld in de omgevingsvisie. Het voorgenomen plan voorziet in een uitbreiding van een agrarisch bouwvlak aan de Wieringerwaardweg 2 naar 1,5 hectare zodat alle bestaande bebouwing binnen het bouwvlak komt te liggen. Tevens realisatie van nevenactiviteiten binnen het agrarisch bedrijf. Het agrarisch bouwvlak is reeds landschappelijk ingepast.

Hierdoor wordt de ruimtelijke kwaliteit niet aangetast en wordt de uitbreiding gedaan met respect voor de cultuurhistorische waarden. 3.3.2 Welstandsnota Hollands Kroon Gemeente Hollands Kroon heeft op 19 december 2013 de Welstandsnota Hollands Kroon vastgesteld. Onderdeel van de welstandsnota is een kaart; deze maakt inzichtelijk waar welke welstandsregels van toepassing zijn. Er zijn drie typen gebieden te onderscheiden: 1. 2. 3.

welstandsvrij; welstandsluw; welstandsintensief.

Het plangebied is gelegen in een welstandsluw gebied. In dit gebied is een licht preventief welstandstoezicht van toepassing en moet een plan voldoen aan globale welstandsregels. Deze welstandsregels zijn onderstaand weergegeven en onderhavig initiatief is getoetst aan deze regels. Geen grove ontkenning of vernietiging van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een initiatief; Geen grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is; Geen materiaalgebruik wat in de omgeving ongebruikelijk is; Geen toepassing van felle of contrasterende kleuren; Geen toepassing van opdringerige reclames. Binnen onderhavig initiatief wordt het bouwvlak aan de Wieringerwaardweg 2 vergroot opdat de bestaande bebouwing binnen het bouwvlak komt te liggen. Er wordt wel nieuwe bebouwing gerealiseerd ten behoeve van de nevenactiviteiten, dit wordt gerealiseerd in dekkende kleuren. Hiermee wordt voldaan aan de welstandsregels uit de Welstandsnota. 3.3.3 Bestemmingsplan Gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak. In de huidige situatie ligt een gedeelte van de ligboxenstal buiten het bouwvlak, dit is geïllustreerd in onderstaande figuur waar de luchtfoto van de planlocatie over de plankaart is gelegen.

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

19

Figuur 3.1 Luchtfoto planlocatie over plankaart Omdat een gedeelte van de ligboxenstal buiten het bouwvlak is gelegen wordt het bouwvlak vergroot. In artikel 3, lid 9, sub a van de regels van het bestemmingsplan is opgenomen dat Burgemeester en wethouders het plan in die zin kunnen wijzigen dat de oppervlakte van het bouwvlak wordt vergroot tot ten hoogste 2 hectare. Aan deze wijzigingsbevoegdheid zijn enkele voorwaarden verbonden. Onderstaand wordt het uitbreiden van het agrarisch bouwvlak getoetst aan deze voorwaarden. 1. De breedte van het bouwvlak mag niet meer dan 125 meter bedragen; In de beoogde situatie is het bouwvlak niet meer dan 125 meter breed. Derhalve wordt voldaan aan deze voorwaarde. 2. De vergroting van het bouwvlak is noodzakelijk in verband met een doelmatige bedrijfsvoering; Het bedrijf van initiatiefnemer betreft een volwaardig grondgebonden agrarisch bedrijf in de vorm van een melkveebedrijf met als neventak akkerbouw. De huidige ligboxenstal wordt gebruikt voor het huisvesten van 180 melk- en kalfkoeien. Het huidige bouwvlak biedt onvoldoende ruimte voor de bestaande bebouwing. Hieruit blijkt dat de vergroting van het bouwvlak noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering. 3.

Vóór toepassing van de wijzigingsbevoegdheid dient ecologisch onderzoek in de vorm van een Flora- en faunawettoets en een Natuurbeschermingswettoets te zijn uitgevoerd; Binnen onderhavig initiatief wordt het bouwvlak vergroot zodat de bestaande bebouwing binnen het bouwvlak komt te liggen. Er is een Flora- en faunawettoets (Ecologisch onderzoek) uitgevoerd, de resultaten zijn bijgevoegd in de bijlage. In het kader van de aanlegfase van het project is tevens een Natuurbeschermingswettoets uitgevoerd in de vorm van een berekening met Aerius Calculator. De resultaten hiervan zijn eveneens bijgevoegd in de bijlage.

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

20

In paragraaf 4.3.7 van onderhavige toelichting is het initiatief nader getoetst aan Wet natuurbescherming, zowel voor de gebieden als de soorten. 4. Voor toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is nagegaan of er sprake is van een archeologische verwachtingswaarde en, voor zover deze aanwezig, een archeologisch onderzoek dient te zijn uitgevoerd; Binnen onderhavig initiatief wordt het bouwvlak vergroot zodat de bestaande bebouwing binnen het bouwvlak komt te liggen. Er worden ter plaatse van geen werkzaamheden uitgevoerd. Er wordt nieuwe bebouwing voor de ondergeschikte nevenactiviteit gerealiseerd. Dit is echter klein (max. 40 m2) en er wordt niet geroerd in de bodem. Derhalve heeft het initiatief geen invloed op de archeologische waarde en hoeft geen archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden ter plaatse van het agrarisch bouwvlak aan de Wieringerwaardweg 2. 5. Voor toepassing van de wijzigingsbevoegdheid dient overleg met de waterbeherende instantie te zijn gepleegd. Hoewel er sprake is van een nieuw bestemmingsplan, wordt in paragraaf 4.5 wordt ingegaan op de waterhuishoudkundige aspecten. Dit aspect staat het toepassen van het nieuwe bestemmingsplan niet in de weg. Een besluit tot wijziging kan uitsluitend worden toegepast, indien er geen sprake is van een onevenredige aantasting van: 1. 2. 3. 4. 5.

De gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; Het landschaps- en bebouwingsbeeld; De milieusituatie; Het uitzicht van woningen; De verkeersveiligheid.

In hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting zijn de milieu- en omgevingsaspecten beoordeeld. Hieruit blijkt dat door de gewenste ontwikkeling geen onevenredige aantasting plaats vindt aan voornoemde aspecten. Uit bovenstaande toetsing blijkt dat het vergroten van het agrarisch bouwvlak aan de Wieringerwaardweg 2 voldoet aan de voorwaarden uit het bestemmingsplan. Ondergeschikte nevenactiviteiten Initiatiefnemers zijn voornemens onderschikte nevenactiviteiten te gaan exploiteren. Dit bestaat uit een kapperszaak en een landwinkel in nieuwe bebouwing. De oppervlakte hiervan is met 40 m2 niet groter dan 50 m2. Er wordt eveneens voorzien in een parkeervoorziening op het eigen erf. De bestemmingsomschrijving van de enkelbestemming ‘Agrarische doeleinden I’ luidt als volgt: “de uitoefening van agrarische bedrijven met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering met een ondergeschikte tak van niet grondgebonden agrarische bedrijfsvoering met een maximale oppervlakte van 250 m2”. Hieruit zou geconcludeerd kunnen worden dat een ondergeschikte nevenactiviteit is toegestaan tot 250 m2 en dat verdere toetsing niet noodzakelijk is. Artikel 5 (gebruiksvoorschriften), lid b onder 8 omschrijft het echter anders. De landwinkel (detailhandel) is niet toegestaan, anders dan de productiegebonden detailhandel met een verkoopvloeroppervlakte van minder dan 50 m2.

De detailhandel is in deze situatie productiegebonden, want het betreft eigen geproduceerde producten die verkocht zullen worden. De maximale verkoopvloeroppervlakte van 50 m2 wordt in deze gerespecteerd.

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

21

Ook de kapperszaak is in strijd met de gebruiksvoorschriften van het bestemmingsplan. Daarvoor is geen vrijstelling opgenomen. Het gebruik van de kapperszaak is als niet-agrarische nevenactiviteit specifiek opgenomen op de Plankaart en in de Planregels.

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

22

4

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

4.1

Archeologie en cultuurhistorie

4.1.1 Archeologie Voorafgaand aan de realisatie van de beoogde bedrijfsopzet dient onderzocht te worden of er sprake is van aantasting van archeologische, aardkundige en cultuurhistorische waarden. Uitgangspunt inzake archeologie is het archeologische erfgoed te beschermen op Europees niveau. Ten behoeve hiervan is door het Rijk het Verdrag van Malta ondertekend en zijn de verplichtingen aangegaan. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dienen bij archeologische waardevolle terreinen en gebieden met een (middel-) hoge verwachtingswaarde de archeologische waarden door middel van een vooronderzoek in kaart te worden gebracht. Het plangebied ligt binnen een gebied met de dubbelbestemming ‘Archeologisch waardevol gebied III’. Op gronden met deze bestemming mogen geen bouwwerken worden gebouwd met een oppervlakte van meer dan 2.500 m2 en dieper dan 0,4 m onder maaiveld. Binnen onderhavig plan wordt het agrarisch bouwvlak aan de Wieringerwaardweg 2 vergroot. Er wordt een klein gebouw gerealiseerd ten behoeve van de ondergeschikte nevenactiviteiten. Daarvoor behoeft niet in de grond geroerd te worden. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plan. 4.1.2 Cultuurhistorie Om vast te stellen welke cultuurhistorische waarden een rol spelen in het plangebied, is de informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland geraadpleegd.

Het gebied valt binnen het ‘aandijkingenlandschap’. Het plangebied heeft geen bijzondere cultuurhistorische waarde. In het plangebied komen geen monumenten of karakteristieke gebouwen voor en evenmin is sprake van aardkundige waarden. In artikel 6.59 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe landschappelijke ontwikkeling in het landelijk gebied, indien gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: a. Rekening wordt gehouden met: • De ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble, en; • De ambities en ontwikkelprincipes van de toepasselijke provinciale structuren, en; b. Hierbij worden betrokken: • De kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; • De beschrijving van de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble, en; • De beschrijving van de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van de toepasselijke provinciale structuren. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven of infrastructuur. De Leidraad geeft gebiedsgerichte én ontwikkelingsgerichte beschrijven en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving.

De Leidraad beschrijft de bestaande waarden en de ontwikkelkansen in de verschillende gebieden in Noord-Holland. De kaart van de provincie is daartoe onderverdeelt in twintig landschappelijke eenheden, zogenaamde ensembles, en tien provinciale structuren. Het plangebied is gelegen binnen het ensemble ‘Koegras – Anna Paulownapolder’. Zie onderstaand.

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

23

Figuur 4.1: Uitsnede kaart Leidraad Landschap en Cultuurhistorie.

In de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie zijn ambities en ontwikkelprincipes opgenomen: 1. Hier komen twee kusten samen, met elk een eigen identiteit en karakter. De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: • Het behouden van de scherpe grens tussen het Noordzeeduin en het aandijkingenlandschap; • Het vormgeven van het Den Helderse kustlandschap als de kaap van Noord-Holland; • Het beter beleefbaar maken van het Waddenlandschap als ‘uitzichtlandschap’, achter dijken en havencomplex. 2. De subtiele verschillen en grote mate van openheid in het aandijkingenlandschap zijn vertrekpunt. De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: • Het herkenbaar houden/maken van de verschillen tussen aandijkingen. 3. De (voormalige) Waddenkreek- en waterstructuren worden beter herkenbaar in het landschap. De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: • Het versterken van het onderscheid tussen de kronkelige lijnen (voormalige wadkreken) en het rechte grid in de Anna Paulownapolder; • Het zichtbaar en herkenbaar houden/maken van het Oude Veer en het Waardkanaal. Benut deze als identiteitsdragers; • Het ontwikkelen van ‘Waterspin’. 4. Overige ontwikkelprincipes.

De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: • Het behouden en het zichtbaar/beleefbaar blijven van de huidige verkavelingsstructuur (inclusief sloten) bij (semi-)tijdelijke functies en opstellingen in het landschap, zoals voor zonne-energie; • Het behouden van de vrije ruimte rond historische windmolens, in verband met de windvang en de zichtbaarheid van de molens in het landschap.

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

24

In de Wieringerwaard is sprake van een grote mate van openheid met een grootschalige verkavelingsstructuur. In de Wieringerwaard dient de grote openheid en de lange zichtlijnen tussen de linten behouden blijven. De verkavelingsstructuur wordt niet aangepast als gevolg van de wijzigingen. Het agrarisch bouwperceel is reeds landschappelijk ingepast middels een bomenrij aan de oostzijde van het perceel. Hierdoor wordt het agrarisch bedrijf gedeeltelijk aan het oog onttrokken. De uitbreiding heeft geen invloed op de overige ambities en ontwikkelprincipes. In de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie zijn tevens ambities en ontwikkelprincipes opgenomen voor de structuur ‘agrarische erven’: 1. De opzet en inpassing van het erf zijn afgestemd op het omringende (historische) landschap; • Het inpassen en uitbreiden van erven volgens het gebiedseigen karakter; • Het verbinden van het erf met de omgeving. 2. Het erf heeft een heldere indeling met een representatieve voorzijde en een functionele achterzijde; • Een heldere indeling van voor- en achtererf met bijpassende uitstraling; • Het situeren van bebouwing evenwijdig aan de verkavelingsrichting; • Behoud of herstel van de zichtlijn vanaf de weg naar het landschap, over het erf(pad). 3.

Het erf heeft robuuste randen en gebiedseigen beplantingssoorten; • Het behouden en/of versterken van typerende erfranden; • Het gebruik maken en behouden van gebiedseigen beplanting(selementen). De uitbreiding van het agrarische bouwperceel sluit aan op de bestaande structuur. Het bouwperceel wordt zowel naar de zuid-, noord- als de westzijde uitgebreid. De bestaande structuur blijft behouden. Het erf heeft een duidelijke indeling met een representatieve voorzijde en een functionele achterzijde. Het perceel is landschappelijk ingepast middels een bomenrij aan de oostzijde van het perceel. Binnen onderhavig initiatief wordt een agrarisch bouwperceel uitgebreid zodat alle bestaande bebouwing binnen het bouwvlak komt te liggen. De uitbreiding van het bouwperceel is passend binnen de verkaveling van de omgeving. De openheid blijft behouden, ook met een nieuw, klein gebouw voor de ondergeschikte nevenactiviteiten. Tevens blijven de bestaande zichtlijnen behouden. Hieruit blijkt dat rekening wordt gehouden met de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en de toepasselijke structuren. Derhalve wordt voldaan aan artikel 6.59 van de Omgevingsverordening.

4.2

Leidingen

In het kader van het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen. Er wordt echter niet geroerd in de bodem. Dit maakt het beschadigen van ondergrondse kabels en leidingen niet aannemelijk.

4.3

Milieu

4.3.1 Bedrijven en milieuzonering Goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkómen van hinder en gevaar. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) kan dit gerealiseerd worden. Tevens dienen woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd te worden. Het waar nodig ruimtelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen:

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

25

1. Het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar van woningen; 2. Het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Hiervoor worden de afstanden uit de VNG publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ als maatgevend beschouwd. In deze publicatie zijn voor verschillende milieubelastende activiteiten richtafstanden opgenomen ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit en daarmee ook voor de uiteindelijke (indicatieve) richtafstand. Onderzoek agrarisch bedrijf Voor de uitbreiding van het agrarisch bouwperceel is de activiteit ‘Fokken en houden van rundvee’ van toepassing. De grootste afstand welke aangehouden dient te worden voor de activiteit het fokken en houden van rundvee, bedraagt 100 meter. Dit betreft de afstand voor geur. Echter, voor geur bij agrarische bedrijven gelden voor onderhavig bedrijf de regels uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Volgens artikel 3.117 van het Activiteitenbesluit milieubeheer dient de afstand van een veehouderij tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom minimaal 50 meter te zijn.

De dichtstbijzijnde gevoelige functie betreft de woning aan de Wieringerwaardweg 1. De afstand vanaf het agrarisch bouwperceel tot deze woning bedraagt in de huidige situatie 32 meter. De woning wordt echter bewoond door de bedrijfseigenaren. Hinder vanuit het eigen bedrijf is niet mogelijk. Een goed woon- en leefklimaat is mogelijk doordat de woning feitelijk in gebruik is als bedrijfswoning. De woning mag niet verkocht worden aan derden en/of bewoond worden door personen die geen (juridische) binding heeft met het bedrijf, dit is zo notarieel vastgelegd. Onderzoek landwinkel / kapperszaak Ten aanzien van het ontwikkelen van een landwinkel en kapperszaak dienen ook de milieugevolgen in acht genomen te worden. De afstanden die voor geur, stof, geluid en gevaar gelden, zijn voor beiden respectievelijk 0, 0, 10 en 0 meter. De grootste afstand welke aangehouden dient te worden voor deze activiteiten bedraagt aldus 10 meter. Dit betreft de afstand voor geluid. De afstand van de voorgenomen activiteiten tot de dichtstbij gelegen woning, Wieringerwaardweg 1, bedraagt 25 meter. Hieruit blijkt dat wordt voldaan aan de afstanden vanuit de VNG-publicatie.

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

26

25 meter

Figuur 4.2: Afstand milieuzonering ten behoeve van de landwinkel en kapperszaak.

Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plan. 4.3.2 Bodem Bij de opstelling van een bestemmingsplan dient een motivering over de bodemkwaliteit in relatie tot de beoogde bestemming omschreven te worden. De (milieuhygiënische) bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de gewenste bestemming. Er gelden daarbij andere eisen voor de bestemming wonen dan voor bijvoorbeeld de bestemming bedrijven. Op het agrarisch bouwperceel vinden geen wijzigingen plaats waarvoor een bodemonderzoek uitgevoerd hoeft te worden. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plan. 4.3.3 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer over weg, water en spoor en door buisleidingen van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie. De Besluiten externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en externe veiligheid buisleidingen (Bevb) moeten individuele en groepen personen een basisbeschermingsniveau garanderen tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen.

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

27

Personen moeten voldoende beschermd zijn tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het basisbeschermingsniveau is een basisnorm die de kans uitdrukt dat een persoon, die een jaar lang permanent en onbeschermd op een bepaalde plaats aanwezig is, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeluk met gevaarlijke stoffen. Het is uitgedrukt in een getal: het plaatsgebonden risico (PR). Voor het PR geldt dat er binnen de risicocontour van 10-6/jaar geen kwetsbare objecten kunnen worden gerealiseerd. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt een grenswaarde van 10 -5/jaar, naast de richtwaarde van 10-6/jaar. Daarnaast leggen het Bevi en het Bevb een verantwoordingsplicht op voor het groepsrisico (GR). Het groepsrisico geeft de kans aan dat een groep personen door een ongeval bij een inrichting of buisleiding overlijdt. De gemeente moet een verantwoording afleggen bij veranderingen van het groepsrisico in het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen kunnen voordoen: het invloedsgebied. In figuur 4.3 is een uitsnede van de risicokaart weergegeven. Het agrarisch bouwperceel is groen omcirkeld. Uit de risicokaart blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen sprake is van activiteiten zoals bedoeld in het Bevi. De rode stip betreft een bovengrondse propaantank. Deze tank is gelegen op een afstand van 1.050 meter van de planlocatie.

Binnen het plangebied is geen propaantank aanwezig die mogelijk ontploffingsgevaar levert.

Figuur 4.3 Uitsnede risicokaart, plangebied is weergegeven in groene cirkel. Het agrarisch bedrijf zelf vormt geen inrichting waarvan het plaatsgebonden risico hoger is dan 10 -6 per jaar, zoals opgenomen in het Bevi en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Daarmee vormt het melkveehouderijbedrijf zelf geen risicovolle inrichting. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling biedt geen risico voor omwonenden. Ook zijn er rondom het plangebied geen gevaren voor externe veiligheid. Het aspect externe veiligheid vormt derhalve geen belemmering voor het plan.

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

28

4.3.4 Geluid Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient er, op basis van de Wet geluidhinder (Wgv), onderzocht te worden of er sprake is van geluidsoverlast, in het bijzonder in verband met verkeer, spoor of bedrijven. De Wgh bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidsgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Vervoersbewegingen binnen de inrichting De vervoersbewegingen binnen de inrichting nemen vanuit het agrarisch bedrijf niet toe ten opzichte van de bestaande situatie. Op dit moment worden op de planlocatie reeds melkkoeien en jongvee gehouden, het aantal dieren blijft hetzelfde. Hiertoe vinden derhalve reeds vervoersbewegingen plaats. Vervoersbewegingen binnen de inrichting moeten inzichtelijk worden gemaakt tijdens de representatieve bedrijfssituatie (RBS).

Met de RBS wordt de bedrijfssituatie bedoeld die maximaal op een dag kan voorkomen. Geluidbelasting die voorkomt tijdens RBS zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 4.1 Geluidrelevante activiteiten vanuit agrarische bedrijfsvoering. Bedrijfsduur activiteit (uren) Bronvermogen in Activiteit en plaats 7.00 en 19.00 19.00 en dB (A) uur 23.00 uur Voer laden 103 1 1 Tractor rijden/laden/lossen 103 2 1 Verladen vee 95 1 0,5 Verladen mest met tractor 105 2 1 Vullen silo 108 0,5 0,25 RMO melk 101 0,25 0,25 Zware motorvoertuigen 10 km/uur 102 1 1

23.00 en 7.00 uur 0 1 0,5 1 0,25 0,25 1

Activiteiten welke minder dan 12 keer per jaar voorkomen vallen onder uitzonderingssituaties en worden gezien als incidentele bedrijfssituaties (IBS). Activiteiten welke vallen onder IBS betreffen gras kuilen, maïs kuilen en mest rijden. Deze activiteiten komen voor in de dag- en avondperiode. Vervoersbewegingen van en naar de inrichting Daarnaast dienen de vervoersbewegingen van en naar de inrichting inzichtelijk gemaakt te worden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in licht, middelzwaar en zwaar vervoer. In onderstaande tabel worden de vervoersbewegingen behorende bij de melkveehouderij weergegeven. Op dit moment worden op de planlocatie reeds melkkoeien en jongvee gehouden. Er vinden derhalve reeds vervoersbewegingen plaats van- en naar de inrichting. Er vindt geen toename plaats van de te houden dieraantallen, derhalve zal de frequentie van deze vervoersbewegingen niet toenemen. In onderstaande tabel worden de vervoersbewegingen behorende bij de melkveehouderij weergegeven.

Plantoelichting voor Wieringerwaardweg 2 te Wieringerwaard

29

Tabel 4.2: Verkeersbewegingen van- en naar de inrichting ten behoeve van het agrarisch bedrijf. Maximaal aantal per: Aantal aan- en afvoerbewegingen tussen: Dag Week 7.00 en 19.00 19.00 en 23.00 en uur 23.00 uur 7.00 uur Licht (auto’s) 10 20 6 2 2 Middelzwaar (kleine 2 6 2 0 0 vrachtwagens) Zwaar (vrachtwagens) 12 24 8 2 2

Ten aanzien van de nevenactiviteiten vinden er ook vervoersbewegingen van en naar de inrichting plaats. Dit betreft een toename die gering is. De kapperszaak annex landwinkel is niet de hele week geopend. Deze is vier dagen per week open gedurende zes uren per dag. Er wordt uitgegaan van 30 klanten per week voor de kapperszaak en niet meer dan 10 klanten in de landwinkel per dag. Klanten komen per fiets of per auto (licht verkeer). Tabel 4.3: Verkeersbewegingen van en naar de inrichting ten behoeve van de nevenactiviteiten. Maximaal aantal per: Dag Week Landwinkel (licht verkeer) Kapperszaak (licht verkeer)

10 8

40 30

Aantal aan- en afvoerbewegingen tussen: 7.00 en 19.00 19.00 en 23.00 en uur 23.00 uur 7.00 uur 10 0 0 2 0 0

Handreiking Bedrijven en Milieuzonering In de handreiking Bedrijven en Milieuzonering valt het fokken en houden van rundvee in categorie 3.2, dit betekent dat voor het aspect geluid een minimale afstand van 30 meter in acht genomen moet worden. Het dichtstbijzijnde geluidgevoelige object betreft de woning aan de Wieringerwaardweg 1. De afstand vanaf het agrarische bouwperceel tot deze woning bedraagt in de huidige situatie 32 meter. Het voldoet hiermee aan de handreiking. Wieringerwaardweg 1 betreft een burgerwoning die wordt bewoond door de mede-eigenaren van het bedrijf. De woning mag niet verkocht worden aan derden en/of bewoond worden door personen die geen (juridische) binding heeft met het bedrijf, dit is zo notarieel vastgelegd. Het aspect geluid vormt derhalve geen belemmering voor het plan. 4.3.5 Geur In het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn voorschriften opgenomen ter voorkoming of beperking van geurhinder vanwege het houden van landbouwhuisdieren. Hierbij zijn de bepalingen uit de Wet geurhinder en veehouderij als uitgangspunt genomen, zodat voor inrichtingen die onder de werking van het activiteitenbesluit vallen in principe dezelfde regels gelden als voor omgevingsvergunningplichtige inrichtingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=a2f4f8c3-de98-4434-8fc2-17bb71fcd4ea