CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Toelichting ontwerpbestemmingsplan.pdf

Raad 9 juni 2022, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Facetbestemmingsplan Ondergrondse hoogspanningsverbinding Cultuurweg Middenmeer13.069 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Als de watergang en zijn oevers ongemoeid worden gelaten bij de aanleg van de 150kV kabel is een nader onderzoek naar waterspitsmuis niet aan de orde. Voor alle andere onderzochte soorten geldt dat volgens de quickscan geen nader onderzoek nodig is en dat een ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet Natuurbescherming niet aan de orde is. Conclusie Het aspect ecologie staat het onderhavige plan niet in de weg. Voor de volledigheid wordt wel melding gemaakt van het feit dat tijdens de uitvoering van eventuele werkzaamheden in de toekomst, uitvoering moeten worden gegeven aan de algemene Zorgplicht uit de Wnb. Dit betekent dat ingrepen op zodanige wijze dienen plaats te vinden, dat de schade aan soorten beperkt wordt. Bij de uitvoering moet rekening gehouden worden met kwetsbare perioden van soorten (voortplantingstijd, overwintering). Daarbij dienen alle soorten die tijdens de ingreep aangetroffen worden, verplaatst of beschermd te worden, zodat zij behouden kunnen blijven. 4.8

Archeologie

Beleid en regelgeving Als gevolg van het Verdrag van Malta (Valetta) zijn overheden verplicht om in het ruimtelijke beleid zorgvuldig om te gaan met het archeologische erfgoed. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient, voordat er bodemingrepen plaatsvinden, een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd.

28 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

De zorgplicht voor het archeologisch erfgoed is vastgelegd in de Wet op de Archeologische MonumentenZorg (WAMZ) uit 2007, welke is geïmplementeerd in de Monumentenwet uit 1988. De wet regelt: • Bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem; • Inpassen van archeologisch erfgoed in de ruimtelijke ordening; • Financiering onderzoek: de veroorzaker betaalt. Op 1 juli 2016 is de nieuwe Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt onder meer de Monumentenwet 1988. In artikel 9.1 van de Erfgoedwet is echter bepaald dat tot het tijdstip waarop de nieuwe Omgevingswet in werking is getreden de bepalingen uit de Monumentenwet 1988 met betrekking tot archeologie van toepassing blijven. De nieuwe Omgevingswet treedt naar verwachting niet eerder in werking dan 2021. Relatie tot het plangebied Ten behoeve van de aanleg van het kabeltracé is archeologisch onderzoek gedaan door ArcheoPro6. Het integrale rapport is als bijlage achter deze toelichting opgenomen. De belangrijkste conclusies en het selectieadvies van het onderzoek luiden als volgt: Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor wat betreft de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode laat-paleolithicum tot mesolithicum. Eventuele resten uit deze periode liggen echter (veel) te diep om te worden bedreigd door de geplande kabelaanleg.

De afzettingen in de bovenste meters bestaan uit getijafzettingen van het Laagpakket van Wormer die bewoonbaar kunnen zijn geweest in het Neolithicum. Archeologische overblijfselen uit deze tijd zullen bestaan uit houtskool, vuursteen, aardewerk en verbrand en onverbrand bot en schelp. Dergelijke resten kunnen voorkomen als vondststrooiing vanaf het maaiveld maar kunnen ook onderdeel uitmaken van een afgedekte vondstlaag. Uit de middeleeuwen en de Nieuwe tijd kunnen eventueel resten van scheeps- of vliegtuigwrakken aanwezig zijn. Het deel van het plangebied ten oosten van het plangebied is al volledig onderzocht door middel van boringen, oppervlaktekarteringen en (deels), archeologische begeleidingen. Het deel van het plangebied ten westen van de A7, ligt pal ten westen van de eerder gezette boringen 167 tot en met 177. Hierin zijn geen verschijnselen aangetroffen die aanleiding gaven tot het adviseren van archeologisch vervolgonderzoek. Selectieadvies: Omdat in elk geval het oostelijke deel van het plangebied afdoende is onderzocht, bestaat geen aanleiding om hier nog archeologisch veldonderzoek te adviseren. In de directe nabijheid van het ten westen van de A7 gelegen deel van het plangebied verricht booronderzoek geeft evenmin aanleiding tot het adviseren van vervolgonderzoek voor dit deel van het plangebied. Strikt genomen is hier echter nog geen veldonderzoek uitgevoerd.

De eerder verrichte boringen liggen ongeveer vijftig tot tachtig meter ten oosten van het 6

ArcheoPro, Archeologisch rapport, Tussenweg 11, Middenmeer, Gemeente Hollands Kroon, Inventariserend veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek, juni 2021.

29 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

onderhavige plangebied. Eventueel kan hier alsnog een verkennend booronderzoek worden uitgevoerd waarbij elke vijftig meter een gutsboring wordt gezet. Het is aan het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Middenmeer, om te bepalen of zij dit inderdaad noodzakelijk acht. In alle gevallen blijft onverminderd van kracht geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, deze direct gemeld dienen te worden bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11. Conclusie Voor het plan zijn er geen belemmeringen vanuit het aspect archeologie. 4.9

Cultuurhistorie

Beleid en regelgeving Goede ruimtelijke ordening betekent dat er onder meer bij het opstellen van bestemmingsplannen, een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Het bestemmingsplan is daarbij een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden in een gebied te beschermen. Door wijziging per 1 januari 2012 van het Besluit ruimtelijke ordening (art. 3.1.6) dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Relatie tot het plangebied Er bevinden zich geen waardevolle cultuur historische objecten in het gebied. Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect cultuurhistorie voor het plan. 4.10 Electro magnetische velden Voor de blootstelling - kortdurend of langdurend - aan magnetische velden zijn in Nederland geen wettelijke grenswaarden vastgesteld. Voor onder andere onderstations heeft de EU een richtwaarde voor maximale blootstelling van 100 microtesla geadviseerd. Nederland heeft deze richtwaarde overgenomen. Burgers mogen in de openbare ruimte niet blootgesteld worden aan magneetvelden ten gevolge van de elektriciteitsvoorziening van meer dan 100 microtesla. In nieuwe situaties dient bovendien zoveel mogelijk te worden voorkomen dat er gevoelige bestemmingen worden gerealiseerd binnen de 0,4 microTesla zone.

Gezien het feit dat er geen gevoelige bestemmingen in de nabijheid van de toekomstige verbinding liggen is er in deze fase geoordeeld dat het uitvoeren van een EM-studie niet van toegevoegde waarde is. 4.11 Niet gesprongen explosieven Beleid en regelgeving In de bodem kunnen niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog aanwezig zijn die een risico vormen voor de veiligheid van werknemers die (grondroerende) werkzaamheden uitvoeren. Daarnaast kan de openbare veiligheid in het geding komen. De aanwezigheid van NGE is

30 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

geen ruimtelijk relevant criterium voor het bestemmingsplan, maar het is voor de uitvoerbaarheid van het plan wel van belang. Ook is het verkrijgen van meer inzicht van belang om de veiligheid voor werknemers en de omgeving tijdens de realisatiefase te (kunnen) garanderen. Relatie tot plangebied Ten behoeve van de aanleg van het kabeltracé is een vooronderzoek gedaan naar niet gesprongen explosieven door ECG7. Het integrale onderzoek is als bijlage achter deze toelichting opgenomen. De belangrijkste conclusies en aanbevelingen luiden als volgt: Middels het literatuur- en archiefonderzoek en de luchtfoto-interpretatie zijn er binnen het onderzoeksgebied geen indicaties achterhaald voor de aanwezigheid van conventionele explosieven. Het onderzoeksgebied is derhalve onverdacht op het aantreffen van conventionele explosieven. Op basis van het contra-indicatieonderzoek is vastgesteld dat er in de naoorlogse periode perceelindelingen zijn veranderd, dat er op enkele plaatsen bebouwing / tuinbouw is bijgekomen en dat de Rijksweg A7 is aangelegd. Er is echter geen sprake van een verdacht gebied dat middels deze bevindingen als onverdacht kan worden aangemerkt. Er is geen sprake van een feitelijk verdacht gebied. Het bepalen van de (sub)soort, hoeveelheid en verschijningsvorm is derhalve voor deze bureaustudie niet van toepassing.

Het advies luidt om de voorgenomen werkzaamheden op reguliere wijze uit te voeren en het opsporingsproces niet verder voort te zetten. Conclusie Voor het plan zijn er geen belemmeringen vanuit het aspect niet gesprongen explosieven. 4.12 Vormvrije mer Beleid en regelgeving Milieueffectrapportage is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. De Wm is een kaderwet waarin de uitgangspunten van het milieubeleid staan beschreven. In het Besluit m.e.r. staat wanneer een m.e.r. moet worden toegepast. Het besluit bevat bijlagen waaronder de C- en D-lijst. Door middel van deze lijsten kan bij het opstellen van een ruimtelijk plan worden beoordeeld of het plan een ontwikkeling omvat die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kent. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit de C- en D-lijst geldt een m.e.r.-plicht. Bij sommige ontwikkeling met activiteiten uit de D-lijst is een vormvrije m.e.r.-plicht mogelijk. Als een voorgenomen ontwikkeling activiteiten bevat zoals opgenomen in de D-lijst van het besluit m.e.r. (kolom 1), maar ligt beneden de drempelwaarden in deze lijst (kolom 2) dan is er een vormvrije m.e.r. mogelijk. Er dient bij elke m.e.r.-vorm een aanmeldnotitie te worden opgesteld. In overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit wordt 7

ECG, Vooronderzoek naar het risico o het aantreffen van conventionele explosieven in het onderzoeksgebied ‘Kabelverbinding Middenmeer – Cultuurweg’, 2 mei 2019.

31 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

beoordeeld of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Overigens moet daarnaast worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling aanzienlijke milieueffecten kan hebben, waarbij naast de drempelwaarden ook de omstandigheden ter plaatse worden betrokken. Dit in verband met het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 15 oktober 2009 (C-225/08). Bij een m.e.r.-plicht dient een milieueffectrapportage gemaakt te worden en bij een m.e.r.-beoordelingsplicht dient een afweging te worden gemaakt door het bevoegd gezag of een m.e.r. opgestart zal worden. Relatie met het plangebied Ten behoeve van de aanleg van het ondergrondse kabeltracé is een m.e.r.beoordeling uitgevoerd door Stanec in paragraaf 5.6 van het bemalingsadvies8. Het integrale rapport is als bijlage achter deze toelichting opgenomen. Het overzicht van effecten volgens het rapport zijn hierna weergegeven.

Conclusie Volgens het rapport kan op basis van de hiervoor opgenomen samenvatting van de effectstudies worden geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten op de beschouwde milieuaspecten. Op basis van de uitkomsten van de mer-aanmeldingsnotitie heeft het college van B&W besloten om geen milieueffectrapport te laten maken bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor het vaststellen van het bestemmingsplan ‘Facetbestemmingsplan ondergrondse hoogspanningsverbinding MDM-Datacenter’.

8

Stanec, Geohydrologisch rapport Kavel- en leidingtracé ter plaatse van de Tussenweg te Middenmeer, proj.nr. M21B0081 Middenmeer 01, 19 april 2021.

32 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

5 5.1

JURIDISCHE ASPECTEN Inleiding

Algemeen Dit hoofdstuk geeft inzicht hoe het beleid voor het plangebied is vertaald in juridisch bindende regels, met hieraan gekoppeld een verbeelding. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor de gebruiksmogelijkheden en bouwmogelijkheden. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van deze regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Het belangrijkste onderdeel van een bestemmingsplan is de bestemming. Aan alle in het plan begrepen gronden worden ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening bestemmingen toegewezen. Zo nodig worden aan deze bestemmingen regels gekoppeld omtrent het gebruik van de in het plan begrepen gronden en van de zich daarop bevindende opstallen. Naast de bestemmingen komen ook dubbelbestemmingen voor. Deze overlappen de 'gewone' bestemmingen en geven eigen regels, waarbij er sprake is van een rangorde tussen de bestemmingen en de dubbelbestemmingen. Bij bestemmingen komen aanduidingen voor met als doel bepaalde zaken nader of specifieker te regelen. Aanduidingen zijn terug te vinden op de (analoge) verbeelding en hebben een juridische betekenis in het bestemmingsplan.

Alle overige op de (analoge) verbeelding voorkomende zaken worden verklaringen genoemd. Verklaringen hebben geen juridische betekenis, maar zijn op de (analoge) verbeelding opgenomen om deze beter leesbaar te maken (bijvoorbeeld topografische ondergrond). Verklaringen worden in de digitale verbeelding niet uitgewisseld, waardoor die informatie de burger via de digitale weg niet zal bereiken. Digitaliseringsvereisten Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn ook digitaliseringsverplichtingen aan een bestemmingsplan gesteld. De regels en de verbeelding dienen daarom te zijn opgesteld volgens IMRO en SVBP, onderdeel van de zogenaamde RO Standaarden. IMRO staat voor Informatie Model Ruimtelijke Ordening en heeft betrekking op de inrichting van de ruimtelijke instrumenten van de Wro. Het is het informatiemodel voor het opstellen en het uitwisselen van visies, plannen, besluiten, verordeningen en algemene regels op alle bestuurlijke niveaus. Het model is geschikt voor uitwisseling van informatie tussen de organisaties op het gebied van de ruimtelijke ordening en aanverwante werkterreinen. SVBP staat voor Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen. Doel van deze standaard is het op vergelijkbare wijze inrichten, vormgeven en verbeelden van bestemmingsplannen en de daarbij behorende uitwerkings- en wijzigingsbesluiten.

Vanaf 1 juli 2013 zijn de RO Standaarden 2012 verplicht. Concreet betekent dit dat nieuwe bestemmingsplannen vanaf die datum volgens deze nieuwe standaard opgesteld en gepubliceerd moeten worden. Het voorliggende

33 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

bestemmingsplan is overeenkomstig deze nieuwe vereisten opgesteld en is hiermee gereed om digitaal beschikbaar te stellen voor een ieder. 5.2

Opbouw regels en verbeelding

Regels De planregels zijn opgesteld volgens het SVBP2012 en voldoen tevens aan de eisen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) die op 1 oktober 2010 in werking is getreden. Daarbij is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met Inleidende regels (begrippen en wijze van meten), vervolgens met de bestemmingsregels, de algemene regels (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de overgangs- en slotregels. Daarbij staan de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. Ook de regels van een bestemming kennen een standaardopbouw en worden als volgt benoemd: - Bestemmingsomschrijving; - Bouwregels; - Nadere eisen; - Afwijken van de bouwregels; - Specifieke gebruiksregels; - Afwijken van de gebruiksregels; - Omgevingsvergunning voor de uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden; - Wijzigingsbevoegdheid. Opgemerkt wordt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten, dit verschilt per bestemming. Analoge verbeelding (plankaart) Uit de SVBP2012 volgen diverse verplichtingen voor wat betreft de verbeelding, zoals de kleur van de ondergrond (grijs) en minimaal weer te geven aspecten op de ondergrond. Ook de diverse kleuren van de bestemmingen, evenals de verhouding van de op de verbeelding voorkomende lijndiktes, zijn verplicht voorgeschreven.

Voor wat betreft de ondergrond van de verbeelding is gebruik gemaakt van de Basiskaart Grootschalige Topografie (BGT), waar nodig aangevuld met de Digitale Kadastrale Kaart (DKK). Straatnamen en huisnummers zijn op de kaart weergegeven. De kaart is op een schaal van 1:2000 geplot. In de legenda van de verbeelding is de versie van het bestemmingsplan vermeld (voorontwerp/ontwerp/vastgesteld). Verder staat de noordpijl in de legenda aangegeven. 5.3

Bestemmingen

Onder een bestemming wordt de bestemming verstaan die ingevolge artikel 3.1 Wro aan gronden wordt toegekend. Met een bestemming wordt tot uitdrukking gebracht welke gebruiksdoelen of functies (en bouwmogelijkheden), met het oog op een goede ruimtelijke ordening, aan de in het plan begrepen gronden zijn toegekend.

34 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

5.4

Artikelgewijze toelichting

In deze paragraaf wordt waar dat noodzakelijk en nuttig wordt geacht een nadere toelichting gegeven op specifieke onderdelen van de planregels. Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1 en 2: Voor de begripsomschrijvingen en wijze van meten is aangesloten bij het SVBP2012. Deze begrippen zijn aangevuld met voor het plan relevante begrippen. Artikel 3 Het onderhavige bestemmingsplan is een facetbestemmingsplan. Het vult de onderliggende enkel-bestemmingen in een aantal bestemmingsplannen aan met een dubbelbestemming ‘leiding-Hoogspanning’ en de daarbij behorende ‘wetgevingszone-wijzigingsgebied’. In de regels van dit bestemmingsplan is dat vastgelegd in een zogenaamde schakelbepaling. Daar is precies beschreven welke bestemmingsplannen worden aangevuld met een dubbelbestemming en wijzigingsgebied. Zie voor de uitleg van deze regeling ook paragraaf 1.3 van deze toelichting. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Artikel 4 Leiding-Hoogspanning De bestemming ‘Leiding – Hoogspanning’ is gegeven aan de gronden waar het tracé van de dubbele ondergrondse hoogspanningsverbinding met bijbehorende beschermingszone (belemmeringenstrook) is gepland. Gronden met deze bestemming zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een dubbele ondergrondse 150kV-hoogspanningsverbinding.

De regeling voor de dubbele ondergrondse hoogspanningsverbinding is een zogenaamd facetbestemmingsplan. Dat betekent dat de onderliggende bestemmingen van de vigerende bestemmingsplannen blijven gelden voor deze gronden. Er wordt als het ware alleen een dubbelbestemming overheen gelegd. Met de zinsnede ‘behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen’, worden dan ook niet alleen de bestemmingen uit het voorliggende bestemmingsplan bedoeld, maar ook de bestemmingen uit de vigerende bestemmingsplannen. Binnen de dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanning’ mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten behoeve van deze bestemming. Indien een bouwwerk geen onevenredige afbreuk doet aan een doelmatig en veilig functioneren van de dubbele hoogspanningsverbinding, kan middels een afwijking bij omgevingsvergunning ook andere bebouwing ten behoeve van een andere voorkomende bestemming worden toegestaan. Bij het verlenen van een dergelijke vergunning heeft de leidingbeheerder een adviesrol. Voor het uitvoeren van diverse werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden binnen de bestemming ‘Leiding – Hoogspanning’ is een omgevingsvergunningenstelsel in de regels opgenomen. Een vergunning voor het uitvoeren van deze werken en werkzaamheden kan alleen worden

35 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

verleend indien door die werken en werkzaamheden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de dubbele hoogspanningsverbinding. Ook hier heeft de leidingbeheerder een adviesrol bij de vergunningverlening. Het vergunningenstelsel is opgenomen om de dubbele hoogspanningsverbinding na aanleg te beschermen. Het vergunningenstelsel geldt daarom voor werken en werkzaamheden die van invloed kunnen zijn op de ongestoorde ligging van de leiding, zoals de aanleg van beplanting, het uitvoeren van grondbewerkingen (dieper dan 0,80 meter beneden maaiveld) en het aanleggen van drainage (dieper dan 1,00 meter beneden maaiveld). Voor de aanleg van de hoogspanningsverbindingen zelf is geen vergunning nodig. Voor het normale beheer en onderhoud van de verbinding of van de functies die ter plaatse voorkomen vanwege andere voorkomende bestemmingen is eveneens geen vergunning nodig. Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel In het nieuwe Besluit op de ruimtelijke ordening is hiervoor een standaard bepaling opgenomen. Het besluit verplicht om deze bepaling in het bestemmingsplan op te nemen. Artikel 6 Algemene wijzigingsregels In dit artikel zijn algemene wijzigingsregels opgenomen.

Naast een wijzigingsbevoegdheid die het mogelijk maakt om bestemmingsgrenzen te overschrijden, betreft dit een wijzigingsbevoegdheid die een verschuiving van de dubbele ondergrondse 150kV-hoogspanningsverbinding, de dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanning’, mogelijk maakt. Voor deze laatste bevoegdheid is rond het tracé van de verbinding op de verbeelding een strook opgenomen met de aanduiding ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied’. De breedte van deze strook bedraagt 50 meter, 25 meter aan weerszijden van het midden van de verbindingen. Richting uitvoering kan er aanleiding ontstaan om de ligging van het tracé enigszins te wijzigen. Met de wijzigingsbevoegdheid wordt daarom de verschuiving van het tracé mogelijk gemaakt. Deze verschuiving is beperkt tot het gebied binnen de aanduiding ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied’. De dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanning’ kan met de wijzigingsbevoegdheid niet worden verbreed. Er is dus uitsluitend een verschuiving van de dubbelbestemming mogelijk. Voor de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid geldt een aantal voorwaarden, waaronder dat er geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en de belangen van derden niet onevenredig mogen worden geschaad. Binnen de zone van de wijzigingsbevoegdheid is rekening gehouden met aanwezige bebouwing en functies op de gronden.

Daar waar binnen de zone van 50 meter de feitelijke situatie geen mogelijkheid toelaat om het tracé te verschuiven (vanwege de aanwezigheid van bouwvlakken) is de grens van de wijzigingsbevoegdheid ingesnoerd.

36 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 7 Overgangsregels Deze overgangsregels zijn overgenomen uit het nieuwe Besluit op de Ruimtelijke Ordening. De grootste verandering ten opzichte van de tot voor kort gebruikelijke overgangsregels is dat de peildatum voor bouwen en gebruik, gelijk is getrokken. Ook voor het bouwen is nu de datum van inwerkingtreding van het bestemmingsplan beslissend. Dat was voorheen de datum van de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan. De wetgever heeft met die gelijkschakeling beoogd eenduidigheid te scheppen. Wel legt het College de regel in artikel 7.1, onder b zo uit dat de afwijking alleen wordt toegestaan als dit om constructieve redenen noodzakelijk is. De bepaling leest dan als volgt: Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%, uitsluitend indien dit om constructieve redenen noodzakelijk is. Bij het tenietgaan van bouwwerken die onder het overgangsrecht vallen bestaat de mogelijkheid om terug te bouwen. Onder een calamiteit wordt hier verstaan: een verwoesting door een onvermijdelijk, eenmalig, buiten schuld van de indiener van de bouwaanvraag veroorzaakt onheil. Artikel 8 Slotregel Hier is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.

37 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

6 6.1

UITVOERBAARHEID Kostenverhaal

Grondexploitatie De Wet ruimtelijke ordening stelt verplicht dat de gemeenteraad tegelijk met de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan vaststelt voor kostenverhaal in het geval het bestemmingsplan nieuwe, bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) aangewezen bouwplannen mogelijk maakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de bouw van één of meer woningen, de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen of de uitbreiding of verbouwing van gebouwen. In de wet is aangegeven welke kosten verhaald kunnen worden. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is, bijvoorbeeld door gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. Aangewezen bouwplannen De aanleg van een ondergrondse kabelverbinding is geen bouwplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wro, waarvoor het kostenverhaal met een exploitatieplan of anderszins moet zijn verzekerd. Uitvoering van het plan komt voor rekening en risico van TenneT. Het garanderen van leveringszekerheid is een wettelijke taak van TenneT op grond van de Elektriciteitswet. Nut en noodzaak van het plan zijn aangetoond met dit bestemmingsplan, zie paragraaf 1.1. Hierdoor kan TenneT de investeringskosten doorberekenen in de tarieven voor transport van elektriciteit.

Belemmeringenwet privaatrecht TenneT tracht op minnelijke wijze met grondeigenaren, overige zakelijk gerechtigden en gebruikers overeenstemming te bereiken over het gebruik van een strook grond (de zakelijk rechtstrook) ter plaatse van de dubbele hoogspanningsverbinding, inclusief beschermingszone, door middel van het vestigen van een zakelijk recht. In het geval op minnelijke wijze geen overeenstemming kan worden bereikt, kan voor aanleg en instandhouding van de verbinding een beroep worden gedaan op de Belemmeringenwet Privaatrecht. Middels deze wet kan door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat aan de rechthebbenden op de grond een zogenaamde gedoogplicht worden opgelegd. In artikel 20 van de Elektriciteitswet is onder meer de toegang tot de Belemmeringenwet Privaatrecht vastgelegd voor de aanleg van elektriciteitsnetten zoals als hier aan de orde zijn. Zakelijk recht strook Voor de aanleg en instandhouding van de dubbele hoogspanningsverbindingen moet TenneT gebruik kunnen (blijven) maken van een strook grond ter plaatse van de dubbele hoogspanningsverbinding. Deze strook (de zakelijk rechtstrook) wordt vastgesteld op basis van het benodigde ruimtebeslag voor aanleg en instandhouding. Daarbij is rekening gehouden met veiligheidseisen.

Om gebruik te kunnen (blijven) maken van de grond in deze strook sluit TenneT een zakelijk rechtovereenkomst (inclusief gebruiksovereenkomst) af met de eigenaar, de eventuele overige zakelijk gerechtigden (erfpachters, opstalhouders, et cetera) en de eventuele persoonlijk gerechtigden (huurder, pachters, et cetera). In deze

38 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

overeenkomsten worden de afspraken vastgelegd over het gebruik van de grond en welke vergoeding en welke rechten op toekomstige vergoedingen de rechthebbende van TenneT zal ontvangen. Het zakelijk recht betreft een opstalrecht en is een zelfstandig recht dat een inbreuk vormt op het exclusieve gebruiksrecht van de eigenaar en de overige zakelijk gerechtigden. TenneT hanteert bij de vestiging van een zakelijk recht het principe van schadeloosstelling (volledige schadevergoeding) zoals de Belemmeringenwet Privaatrecht die kent. Schadeloosstelling betekent dat de rechthebbenden vóór en ná de vestiging van het zakelijk recht in een gelijkwaardige vermogens- en inkomenspositie dienen te verkeren. Schadeloosstelling geschiedt in beginsel ongeacht het moment waarop schade zich voordoet. De schade dient wel een rechtstreeks en noodzakelijk gevolg te zijn van de vestiging van het zakelijk recht. 6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Voorbereidingsfase

Wettelijk vooroverleg In het kader van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zal overleg gevoerd worden over het voorontwerp bestemmingsplan met de gebruikelijke overlegpartners in het kader van de ruimtelijke ordening, waaronder het de rijksoverheid, de provincie en het waterschap. Participatie In het kader van participatie wordt geconstateerd dat er geen directe omwonenden rond het plangebied aanwezig zijn. De gronden zijn in het bezit van het Rijk en van Microsoft. Met de betreffende grondeigenaren is dan ook contact opgenomen. Zij hebben toestemming gegeven om de verbinding over hun gronden aan te leggen. Deze toestemming wordt nu geformaliseerd in een zakelijk recht overeenkomst. Ontwerpfase De formele bestemmingsplanprocedure start met de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan. Volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening is op de voorbereiding van een bestemmingsplan het bepaalde in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dit betekent dat het college van burgemeester en wethouders het ontwerp van het te nemen besluit, met de daarop betrekking hebbende stukken, voor een periode van 6 weken ter inzage dient te leggen. Gedurende deze periode kan eenieder zienswijzen naar voren brengen. Zodra eventuele zienswijzen bekend zijn, zal een nota van zienswijze worden opgesteld en beantwoord.

Deze nota van zienswijze zal inzichtelijk worden gemaakt. Vaststellingsfase Na de formele ter inzage legging neemt de gemeenteraad een besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan en neemt daarbij ook een standpunt in met betrekking tot eventueel ingediende zienswijzen. Vervolgens wordt het

39 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

vaststellingsbesluit en het bestemmingsplan voor zes weken ter inzage gelegd.

40 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

BIJLAGEN BIJ TOELICHTING

Gemeente Hollands Kroon Bestemmingsplan Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp

1. STANTEC, VERKENNEND BODEMONDERZOEK

Gemeente Hollands Kroon Bestemmingsplan Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp

2. STANTEC GEOHYDROLOGISCH RAPPORT KAVEL- EN LEIDINGTRACÉ

Gemeente Hollands Kroon Bestemmingsplan Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp

3. BUREAU AANDACHT NATUUR, QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING

Gemeente Hollands Kroon Bestemmingsplan Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp

4. ARCHEOPRO, ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK

Gemeente Hollands Kroon Bestemmingsplan Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp

5. NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN

Gemeente Hollands Kroon Bestemmingsplan Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp

Gemeente Hollands Kroon Bestemmingsplan Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=851cc096-855b-4abd-ac12-4eef5c12eede