CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Toelichting ontwerpbestemmingsplan.pdf

Raad 9 juni 2022, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Facetbestemmingsplan Ondergrondse hoogspanningsverbinding Cultuurweg Middenmeer13.069 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TOELICHTING VAN HET ONTWERP

FACETBESTEMMINGSPLAN ONDERGRONDSE 150KV MDM – CULTUURWEG GEMEENTE HOLLANDS KROON

Opdrachtnummer

: 99.484

IDnr.

: NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01

Datum

: 10 februari 2022

Versie

:8

Auteurs

: mRO b.v.

Vastgesteld d.d.

: d.d.

mRO b.v. • Leeuwenveldseweg 16 H • 1382 LX • Weesp • 033 461 43 42 • info@mro.nl • www.mro.nl

INHOUDSOPGAVE van de TOELICHTING

1

INLEIDING .............................................................................. 3 1.1 1.2 1.3

2

AANLEIDING EN DOEL VOOR EEN NIEUW BESTEMMINGSPLAN ..........................3 LIGGING EN SITUERING PLANGEBIED .....................................................3 DE GELDENDE BESTEMMINGSPLANNEN ...................................................5 PLANBESCHRIJVING ............................................................... 9

2.1 2.2 2.3 3

BESTAANDE SITUATIE .......................................................................9 TOEKOMSTIGE SITUATIE .................................................................. 10 VERTALING NAAR HET BESTEMMINGSPLAN ............................................. 12 BELEIDSKADER ..................................................................... 14

3.1 3.2 3.3 3.4 4

INLEIDING .................................................................................. 14 RIJKSBELEID ............................................................................... 14 PROVINCIAAL BELEID ..................................................................... 16 GEMEENTELIJK BELEID .................................................................... 18 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ...................................... 20

4.1 INLEIDING .................................................................................. 20 4.2 GELUID ..................................................................................... 20 4.3 LUCHTKWALITEIT .......................................................................... 20 4.4 EXTERNE VEILIGHEID ..................................................................... 21 4.5 BODEM ..................................................................................... 22 4.6 WATER...................................................................................... 23 4.7 ECOLOGIE .................................................................................. 25 4.8 ARCHEOLOGIE ............................................................................. 28 4.9 CULTUURHISTORIE ........................................................................ 30 4.10 ELECTRO MAGNETISCHE VELDEN ........................................................ 30 4.11 NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN ....................................................... 30 4.12 VORMVRIJE MER ........................................................................... 31 5

JURIDISCHE ASPECTEN ........................................................ 33 5.1 5.2 5.3 5.4

6

INLEIDING .................................................................................. 33 OPBOUW REGELS EN VERBEELDING ..................................................... 34 BESTEMMINGEN ........................................................................... 34 ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING .......................................................... 35 UITVOERBAARHEID .............................................................. 38

6.1 6.2

KOSTENVERHAAL .......................................................................... 38 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ................................................ 39

mRO b.v. • Leeuwenveldseweg 16 H • 1382 LX • Weesp • 033 461 43 42 • info@mro.nl • www.mro.nl

Bijlagen bij toelichting: 1. Stantec, Verkennend bodemonderzoek Kabel- en leidinngtracé ter plaatse van 150kV-Verbinding (Tussenweg-Cultuurweg) te Middenmeer, proj.nr. M19B0118, 7 mei 2019. 2. Stantec, Geohydrologisch rapport Kavel- en leidingtracé ter plaatse van de Tussenweg te Middenmeer, proj.nr. M21B0081 Middenmeer 01, 19 april 2021 (inclusief vormvrije mer-aanmeldnotitie). 3. Bureau Aandacht Natuur, Quickscan Wet Natuurbescherming, aanleg 150kV kabel OS Middenmeer – Datacenter Cultuurweg, 28 mei 2019. 4. ArcheoPro, Archeologisch rapport, Tussenweg 11, Middenmeer, Gemeente Hollands Kroon, Inventariserend veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek, juni 2021. 5. ECG, Vooronderzoek naar het risico op het aantreffen van conventionele explosieven in het onderzoeksgebied ‘Kabelverbinding Middenmeer – Cultuurweg’, 2 mei 2019.

2 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

1 1.1

INLEIDING Aanleiding en doel voor een nieuw bestemmingsplan

In de nabijheid van het transformatorstation Middenmeer aan de Tussenweg is beoogd een nieuw datacenter te vestigen. Ten behoeve van de voeding van het datacenter wordt door TenneT een dubbele 150kV ondergrondse hoogspanningsverbinding aangelegd van 150/20kV-station Middenmeer naar de Cultuurweg 11, alwaar een klantaansluiting wordt gerealiseerd. In de geldende bestemmingen ter plaatse van het beoogde kabeltracé is voor deze nieuwe dubbele ondergrondse hoogspanningsverbinding nog geen beschermingszone opgenomen. Daartoe moeten deze geldende bestemmingen worden aangevuld met een dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanning’, die het beheer van de nieuwe dubbele ondergrondse hoogspanningsverbinding mogelijk maakt. Met het onderhavige facetbestemmingsplan is dan ook beoogd om de geldende bestemmingen aan te vullen met een dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanning’. Omdat bij de uitvoering kan blijken dat het kabeltracé voor een goede inpassing toch nog wat moet worden verschoven, is ook een ‘wetgevingszonewijzigingsgebied’ opgenomen waarmee het tracé nog enigszins kan worden aangepast. 1.2

Ligging en situering plangebied

Het plangebied is gelegen langs de A7 in de gemeente Hollands Kroon even ten zuiden van de afslag (12) Middenmeer. Het tracé loopt vanaf de zuidkant van het transformatorstation Middenmeer aan de Tussenweg 11 ten oosten van de A7, langs de perceelsgrens van het transformatorstation richting de A7, gaat daar met een gestuurde boring onder de A7 door en buigt aan de westzijde van de A7 scherp naar het zuiden, waar het evenwijdig aan de A7 doorloopt tot de Cultuurweg 11, en vandaar naar het perceel van het nieuwe datacenter.

3 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

Figuur 1 - Situering in Middenmeer

De begrenzing van het plangebied is op de luchtfoto hierna weergegeven.

Figuur 2 - Begrenzing plangebied

4 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

1.3

De geldende bestemmingsplannen

Het beoogde kabeltracé doorsnijdt een groot aantal bestemmings- en inpassingsplangebieden: • ‘Bestemmingsplan Parkeren en Wonen’ (vastgesteld 4 oktober 2018) met IDN: NL.IMRO.1911.BPfacetpw-va01. • Inpassingsplan ‘Netuitbreiding Kop van Noord-Holland herstelbesluit II’ (vastgesteld 20 juli 2017) met IDN: NL.IMRO.9927.IPnetuitbreidkopnh-HB02. • Inpassingsplan ‘Netuitbreiding Kop van Noord-Holland herstelbesluit I’ (vastgesteld 7 maart 2017) met IDN: NL.IMRO.9927.IPnetuitbreidkopnh-HBS1 • Inpassingsplan ‘Netuitbreiding Kop van Noord-Holland’ (vastgesteld 4 april 2016) met IDN: NL.IMRO.9927.IPnetuitbreidkopnh-VA01. • ‘Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7 Grootschalige Glastuinbouw’ (vastgesteld 28 januari 2010) met IDN: NL.IMRO.0463.Agriport-0401. • Bestemmingsplan ‘Buitengebied Wieringermeer 2009, eerste partiële herziening’ (vastgesteld 6 november 2014) met IDN: NL.IMRO.1911.BPLG2009hez01-VA01. • Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’ van de voormalige gemeente Wieringermeer (vastgesteld 17 oktober 2011) met IDN: NL.IMRO.0463.BPLG2009-va01. • ‘Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1’ (vastgesteld 29 juni 2021) met IDN: NL.IMRO.1911.BPAgriportB1-va01, voor zover dat niet wordt geraakt door de Reactieve aanwijzing BP Uitbreiding Agriport A7 van de Provincie Noord-Holland, vastgesteld 13 juli 2021 met IDN: NL.IMRO.9927.RAAgriportB10713-VA01.

Zie de schermafdruk hierna met het gebied dat wordt geraakt door de reactieve aanwijzing.

5 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

• Op de schermafdruk hierna van www.ruimtelijkeplannen.nl met de optie alle bestemmingsplannen aan, is goed te zien welke onderliggende bestemmingsplannen werken.

6 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

Figuur 3 – Uitsnede www.ruimtelijkeplannen.nl met de geldende bestemmingsplannen.

Met het onderhavige facetbestemmingsplan wordt enkel een dubbelbestemming ‘Leiding-Hoogspanning’ in combinatie met een ‘wetgevingszonewijzigingsgebied’ toegevoegd aan de onderliggende enkel-bestemmingen. Dat betekent dat alleen de geldende enkel-bestemmingen ter plaatse van het beoogde kabeltracé relevant zijn. Die worden namelijk aangevuld met een dubbelbestemming en wetgevingszone. De overige aanduidingen en dubbelbestemmingen ter plaatse van het kabeltracé blijven ongewijzigd van kracht. Het onderhavige facetbestemmingsplan vult derhalve alleen de onderstaande enkelbestemmingen en bestemmingsplannen ter plaatse van het kabeltracé aan met een dubbelbestemming en wijzigingsgebied: 1. de enkel-bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ voor de gronden ten oosten van de A7, uit het bestemmingsplan bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7 Grootschalige Glastuinbouw’ van de voormalige gemeente Wieringermeer (NL.IMRO.0463.Agriport-040). 2. de enkel-bestemming ‘Verkeer’ voor de A7 zelf uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’ van de voormalige gemeente Wieringermeer (NL.IMRO.0463.BPLG2009-va01) en partieel herzien in het bestemminsplan ‘Buitengebied Wieringermeer 2009, eerste partiële herziening’ van de gemeente Hollands Kroon (NL.IMRO.1911.BPLG2009hez01-VA01). 3.

de enkel-bestemming ‘Agrarisch’ voor de gronden ten westen van de A7, uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2009’ van de voormalige gemeente Wieringermeer (NL.IMRO.0463.BPLG2009-va01) en partieel herzien in het bestemminsplan ‘Buitengebied Wieringermeer 2009, eerste partiële herziening’ van de gemeente Hollands Kroon (NL.IMRO.1911.BPLG2009hez01-VA01).

7 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

4. De enkel-bestemming ‘Bedrijventerrein’ voor het perceel Cultuurweg 11 Middenmeer, uit het ‘Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1’ (NL.IMRO.1911.BPAgriportB1-va01) dat niet wordt geraakt door de reactieve aanwijzing van de Provincie (NL.IMRO.9927.RAAgriportB10713-VA01). Als gevolg van de reactieve aanwijzing van Gedeputeerde Staten is een gedeelte van het bestemmingsplan B1 niet in werking getreden. Tegen het besluit van Gedeputeerde Staten is beroep ingesteld. Hierop is nog geen uitspraak gedaan. Alle overige aanduidingen en dubbelbestemmingen die ook over deze enkelbestemmingen liggen, blijven ongewijzigd van kracht. Zo blijft bijvoorbeeld de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – afwijkende bedrijfsomvang toegestaan’ gewoon gelden voor de bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’. Het zelfde geldt voor de dubbel-bestemming ‘Waarde-Archeologie’ op de bestemming ‘Bedrijventerrein’. Die blijft ongewijzigd van kracht.

8 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

2

PLANBESCHRIJVING

2.1

Bestaande situatie

Huidige situatie plangebied Het plangebied ligt in een polderlandschap dat hoofdzakelijk in gebruik is voor agrarische doeleinden in de vorm van melkveehouderijen, akkerbouw en glastuinbouw. Bij deze agrarische bedrijven zijn bedrijfswoningen aanwezig op ruime afstand van het ondergrondse kabeltracé. Het tracé is 1,5 kilometer lang en ligt in de Wieringermeerpolder, deels aan de oost- en westzijde van de A7 ten zuiden van Middenmeer. Vanaf het onderstation Middenmeer zal de kabel worden aangelegd achter het kassencomplex aan de Tussenweg. Dit betreft een voormalig akkerbouwperceel, waar momenteel werkzaamheden plaatsvinden en het beoogde kabeltracé reeds een onbegroeid en vergraven perceel betreft. Hiervandaan zal een gestuurde boring onder de A7 worden gerealiseerd die uitkomt in een akkerbouwperceel aan de westzijde van de A7. Het perceel bevatte ten tijde van het veldbezoek geen gewas. Het tracé volgt de grens van het perceel naar het zuiden naar het einde van de Cultuurweg. Langs het terrein loopt een brede watergang met een brede rietkraag. De sloot wordt hier gekruist met een boring. Vanaf daar loopt het tracé langs de watergang naar het westen en buigt na 150 meter weer naar het zuiden en komt uit bij het datacentergebouw aan de Cultuurweg. Op het akkerland staat een korte rij populieren (aan de zijde van de A7 en een bosschages bestaande uit iepen).

Verder bestaat het akkerland uit een licht glooiend terrein met stroken en hoeken begroeid met ruigtekruiden.

Figuur 4 - Luchtfoto van plangebied en directe omgeving. Rode lijn is het beoogde kabeltracé.

9 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

2.2

Toekomstige situatie

Beschrijving voorgenomen activiteit Ten behoeve van de voeding van het beoogde nieuwe datacenter wordt door TenneT een dubbele 150kV ondergrondse hoogspanningsverbinding aangelegd van 150/20kV station Middenmeer naar de Cultuurweg 11, alwaar een klantaansluiting wordt gerealiseerd. Tracékeuze Bij de tracékeuze is er voor gekozen om de bestaande lijnen in het landschap te volgen en via het kortste traject van transformatorstation naar de klantaansluiting te komen. Zo volgt het tracé eerst de perceelgrens van het transformatorstation en het aangrenzende glastuinbouwbedrijf en loop het aan de westzijde van de A7 evenwijdig aan de bestaande infrastructuur naar het perceel van de nieuwe klantaansluiting. Ook daar gaat het onder de watergang door en loopt het vervolgens evenwijdig aan de bestaande infrastructuur richting het klantperceel. Op deze wijze is de belasting voor de omgeving en de ondergrondse ruimteclaim zo beperkt mogelijk. Daar het om een ondergronds kabeltracé gaat is de belasting voor het landschap en de omgeving nihil.

Figuur 5 – Voorbeeld aanleg kabelverbinding langs de perceelsgrens van het aangrenzende glastuinbouwbedrijf.

Aanleg: De ondergrondse hoogspanningsverbinding bestaat uit twee kabelverbindingen elk bestaand uit twee circuits1. In totaal gaat het om vier circuits welke twee aan twee naast elkaar liggen. De kabels worden aangelegd door middel van open ontgraving in combinatie met sleufloze technieken. 1

Eén circuit bestaat uit 3 kabels. (Dus in totaal 4 circuits en 12 kabels).

10 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

Voor zover het kabeltracé in het open veld kan worden aangelegd zal dat gebeuren in een open ontgraving. Per twee circuits wordt een sleuf gegraven. Het geulprofiel zoals hieronder weergegeven wordt dus in twee fasen open gegraven. De onderkant van de kabel ligt op 1,80m-mv. De geul wordt uitgraven tot ca. 2,0m diepte. De breedte van de sleuf per fase zal ca 3m onderin de sleuf zijn en 4,5m boven in de sleuf.

Figuur 6 – Geulprofiel

Voor zover het kabeltracé de A7 en de watergang daarlangs moet kruisen vindt de aanleg plaats met een gestuurde boring onder de weg en de watergang door. Voor de watergang langs de Westlanderweg wordt nog bezien of dat met een gestuurde boring gaat of met een open ontgraving.

Figuur 7: Kruising van A7 en watergang.

Beheer: Het totale ruimtebeslag op maaiveld tijdens de beheerfase (na aanleg) bedraagt voor het gedeelte in het open veld circa 12 meter. Op de gronden ter plaatse van de beschermingszone wordt in principe door de netbeheerder een zakelijk recht overeenkomst afgesloten met de

11 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

eigenaren/gebruikers (hierna te noemen: ‘ZRO’). Het huidige gebruik van deze gronden blijft na aanleg in de meeste gevallen mogelijk. TenneT hanteert bij de vestiging van een zakelijk recht het principe van schadeloosstelling (volledige schadevergoeding) zoals neergelegd in de Belemmeringenwet Privaatrecht. Het ruimtebeslag op maaiveld in de gedeelten die met een gestuurde boring zijn aangebracht, bedraagt inclusief de belemmeringenstrook circa 25 meter. 2.3

Vertaling naar het bestemmingsplan

Voor de aanleg en het beheer van de dubbele ondergrondse hoogspanningsverbinding wordt voor de gronden van het kabeltracé een dubbelbestemming toegevoegd aan de geldende enkel-bestemmingen (‘Agrarisch – Glastuinbouw’, ‘Agrarisch’, ‘Verkeer’ en ‘Bedrijventerrein’), met behulp van een zogenaamd facetbestemmingsplan.

Figuur 8 – Facetbestemmingsplan Ondergrondse 150kV MDM - Cultuurweg

Ter plaatse van de aanleg in het open veld heeft de dubbelbestemming een breedte van circa 12 meter. Ter plaatse van de gestuurde boringen onder de A7 door en onder de watergang door heeft de dubbelbestemming een breedte van circa 25 meter. Binnen deze dubbelbestemming mogen zonder toestemming van de leidingbeheerder geen werken of werkzaamheden worden uitgevoerd die de

12 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

dubbele ondergrondse hoogspanningsverbinding kunnen schaden (artikel 4.4.1 van de regels van het bestemmingsplan). Daarbij is wel bepaald dat deze beperkingen alleen gelden in de zakelijk recht-strook waarvoor een zakelijk recht overeenkomst met de grondeigenaar is afgesloten (artikel 4.4.2. van de regels van het bestemmingsplan). Wanneer bij de uitvoering in het veld blijkt dat toch nog een verschuiving van het tracé nodig is om de dubbele ondergrondse hoogspanningsverbinding in te passen, dan kan daartoe gebruik worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 6.1 van de regels. Op de verbeelding is daartoe met een ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied’ aangegeven binnen welke uiterste grenzen dit mogelijk is.

13 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

3 3.1

BELEIDSKADER Inleiding

Op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau is veel beleid geformuleerd dat voor het opstellen van nieuwe bestemmingsplannen van belang is. De meest relevante beleidsaspecten die betrekking hebben op het plangebied worden in dit hoofdstuk uiteengezet. Onderscheid is aangebracht in rijksbeleid (paragraaf 3.1), provinciaal beleid (paragraaf 3.2), regionaal beleid (paragraaf 3.3), en gemeentelijk beleid (paragraaf 3.4). 3.2

Rijksbeleid

Nationale omgevingsvisie De kaders van het rijksbeleid op het gebied van de fysieke leefomgeving zijn opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De NOVI is op 11 september 2020 vastgesteld en is vanaf 12 februari 2021 bindend voor het Rijk als geldende visie onder Wet ruimtelijke ordening. De NOVI vervangt daarmee de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, 2012). Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat immers voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het zijn grote en complexe opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. De toenemende druk op de fysieke leefomgeving vraagt daarbij om een actiever Rijksoverheid. De NOVI stelt een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisatie, en met meer regie vanuit het Rijk. Regie vanuit het Rijk betekent echter niet het centraliseren van taken en verantwoordelijkheden; wel het geven van richting op grote opgaven en regie op goed samenspel, zowel publiek als publiek/privaat.

In de NOVI zijn de genoemde opgaven samengevat in vier prioriteiten:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  een duurzaam en economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio's;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om dit te bereiken worden 21 nationale belangen benoemt in de NOVI waarop de nationale overheid zich richt. Deze hebben onder andere betrekking op het zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften, het waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem, het beperken van klimaatverandering, het waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen, het behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang en het verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. Deze 21 nationale belangen hebben ook een relatie met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), zie ook paragraaf 3.2.2.

14 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

Relatie met het plangebied Het streven van de gemeente is dat nieuwe bebouwing in de omgeving minimaal CO2-neutraal, gasloos en energieneutraal wordt met een intelligent elektriciteitsnet. Door de dubbele ondergrondse hoogspanningsverbinding zo doelmatig mogelijk, rekening houdend met landschap en omgeving, naar de nabij gesitueerde klantaansluiting te brengen, wordt nauw aangesloten bij het nationale belang ‘Een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur’. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Ten behoeve van de bescherming en de verwezenlijking van de nationale belangen, worden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) algemene regels voorgeschreven die bindend zijn voor de lagere overheden als provincie en gemeente. Hoewel in het Barro de kaderstellende uitspraken uit de voorheen geldende SVIR werden bevestigd, blijven deze ook onder de NOVI gelden. Het gaat hierbij onder meer om de volgende onderwerpen:  Rijksvaarwegen;  Hoofdwegen en hoofdspoorwegen;  Elektriciteitsvoorziening;  Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen;  Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische hoofdstructuur);  Primaire waterkeringen buiten het kustfundament;  IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte).

Relatie met het plangebied Transformatorstation en klant zijn dicht bij elkaar gesitueerd, zodat de lengte van het transport beperkt is en relatief eenvoudig kan worden gerealiseerd. Op deze wijze is een goede elektriciteitsvoorziening en ruimtelijke ordening gewaarborgd. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro zijn regels opgenomen die eisen stellen aan de inhoud van een toelichting op een bestemmingsplan. Verder dienen bestemmingsplannen die voorzien in nieuwe stedelijke ontwikkelingen een verantwoording te bevatten aan de hand van de zogenoemde 'Ladder voor duurzame verstedelijking' (hierna: de Ladder), die is vastgelegd in artikel 3.1.6, tweede lid Bro. Dit afwegingskader verplicht overheden tot het maken van een zorgvuldige ruimtelijke afweging bij het mogelijk maken van nieuwe stedelijke ontwikkelingen in een bestemmingsplan. Het doel is om te komen tot zorgvuldig ruimtegebruik. De Ladder is daarmee een belangrijk instrument voor een goede ruimtelijke ordening. De Ladder ziet erop toe dat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting vervolgens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Alvorens te toetsen aan de Ladder dient te worden vastgesteld of sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Dit begrip is in artikel 1.1.1 Bro gedefinieerd als een "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke

15 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

voorzieningen". Uit de tot dusver gevormde jurisprudentie ten aanzien van dit begrip blijkt dat de omvang van de ontwikkeling een rol speelt. Zo wordt een project vanaf 12 woningen of meer aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. Relatie met het plangebied Doordat de klant dicht bij het transformatorstation is gesitueerd is de lengte van het kabeltracé beperkt en blijft ook het gebruik van schaarse ondergrondse ruime beperkt. Overig wettelijk kader Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is diverse (milieu)wetgeving van toepassing, waaronder de Wet luchtkwaliteitseisen, Besluit externe veiligheid, Wet geluidhinder, Natuurbeschermingswet, Erfgoedwet, etc. Op deze aspecten zal in hoofdstuk 4 nader worden ingegaan. 3.3

Provinciaal beleid Omgevingsvisie NH2050

De Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 (2018) is het integrale provinciale beleidsplan voor de gehele provincie Noord-Holland. In deze visie staat beschreven hoe de provincie de ambities wil realiseren voor de belangrijkste ontwikkelingen die op ons afkomen: • Klimaatverandering; • Overgang naar duurzame energie; • Verdere verstedelijking; • Bereikbaarheid; • Gezonde leefomgeving; • Economische transitie; • Natuur en biodiversiteit. De hoofdambitie van de provincie is het vinden van een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Met de sturingsfilosofie ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’ heeft de provincie de regionale ruimtelijke consequenties van deze ontwikkelingen grotendeels juridisch verankerd in de Omgevingsverordening NH2020 (zie §3.2.2).

Gelet op het voornemen van dit bestemmingsplan is in voorliggend geval uitsluitend het hoofdbelang ‘Overgang naar duurzame energie’ beschreven: • Ambitie is een klimaatneutrale provincie in 2050 en benutting van de economische potentie van de energietransitie en de circulaire economie; • Adaptieve strategie voor het ontwikkelen van een duurzame energiemix op land • Grootschalige energieopwekking op zee; • Ruimte voor energie-infrastructuur in Noord-Holland met Noordzeekanaalgebied en Den Helder als schakels in een nationaal netwerk;

16 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

•

Ruimte voor circulaire economie, met name in Noordzeekanaalgebied, Westas en Boekelermeer met ruimte voor experiment.

Om invulling te geven aan een klimaatneutrale provincie en gebaseerd op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie, wordt ruimte geboden aan de noodzakelijke energietransitie en daarvoor benodigde infrastructuur. Rekening houdend met de ambities voor verstedelijking en landschap. Relatie met plangebied: De nieuwe dubbele ondergrondse hoogspanningsverbinding loopt via het kortste tracé van het bestaande transformatorstation Middenmeer naar het beoogde nieuwe datacenter aan de Cultuurweg 11. Door de afstand tot deze belangrijke gebruiker van energie kort te houden wordt goed aangesloten bij de provinciale beleidsdoelstellingen voor duurzaam ruimtegebruik. De impact van de ondergrondse 150kVkabelverbindingen op ruimtelijk relevante aspecten uit het provinciale beleid is nihil. Omgevingsverordening NH2020 De Omgevingsverordening NH2020, is in oktober 2020 vastgesteld en in werking getreden op 17 november 2020. Deze verordening is het aangewezen instrument als het gaat om algemene regels omtrent de inhoud van gemeentelijke bestemmingsplannen. Wel zal hierin duidelijk het provinciaal belang naar voren moeten komen. Het uitgangspunt daarbij is dat de bevoegdheden ter doorwerking van het ruimtelijk beleid zoveel mogelijk proactief worden ingezet en het provinciale beleid daarbij zoveel mogelijk eenduidig wordt geregeld.

De Omgevingsverordening NH2020 is gebaseerd op de huidige wet- en regelgeving, maar is door het samenvoegen en integreren van verschillende verordeningen op het gebied van de fysieke leefomgeving (zoals natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water) al wel voorbereid en opgezet in de geest van de toekomstige Omgevingswet. Relatie met het plangebied De Omgevingsvisie en Verordening bevatten geen concreet beleid voor het onderhavige ondergrondse kabeltracé. De beoogde dubbele ondergrondse hoogspanningsverbinding doet geen afbreuk aan de beleidsdoelstellingen en uitgangspunten van het provinciale beleid. Beleidsagenda Energietransitie 2016-2020 De Beleidsagenda Energietransitie (2016) is opgesteld met als uitgangspunt een bijdrage te leveren aan het behalen van de doelstellingen van het Rijk bij de Klimaattop in Parijs. Uiteindelijk is het doel voor de provincie een volledig duurzame energievoorziening in 2050. De beleidsagenda kent drie beleidslijnen: 1. Energie besparen 2. Duurzame energie opwekken 3. Warmte en koude Daarbij zijn er twee doorsnijdende thema’s die in elk van de beleidslijnen een belangrijke rol spelen, namelijk: op weg naar een nieuw energiesysteem en

17 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

innovatie. Tot slot geldt een aantal randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden om met het beleid successen te boeken. Dit zijn: Ruimtelijke impact, participatie en communicatie, financiering en monitoring. Relatie met het plangebied Met het bestemmingsplan wordt ruimte geboden aan de voeding van een datacenter op het AgriPort A7 bedrijvencluster waarmee hergebruik van restwarmte kan worden ingezet. Het garanderen van leveringszekerheid is een wettelijke taak van TenneT op grond van de Elektriciteitswet. Reactieve aanwijzing BP Uitbreiding Agriport A7 De Provincie Noord-Holland is het niet eens met het bestemmingsplan voor de uitbreiding van Agriport A7, deelgebied B1, zoals de gemeente Hollands Kroon dat heeft vastgesteld. Voor de vaststelling van het bestemmingsplan heeft de provincie een zienswijze ingediend. Naar de mening van de Provincie is de gemeente onvoldoende tegemoet gekomen aan die zienswijze en zijn er provinciale belangen in het geding. In grote lijnen is de provincie het niet eens met de afwegingen die voor het verkeer zijn gemaakt. Daarop heeft de Provincie Noord-Holland een reactieve aanwijzing gegeven voor een onderdeel van het plangebied, met uitzondering van de locatie voor het bestaande bedrijventerrein Het Venster-West, waarop een datacenter gevestigd kan worden. .

Het gevolg van deze reactieve aanwijzing is dat het vaststellingsbesluit van de gemeente voor deze plangedeelten is komen te vervallen. Dat betekent dat de ‘oude situatie’ als het ware weer herleeft, en de bestemmingsplannen ‘Buitengebied 2009’ en ‘Buitengebied Wieringermeer 2009, eerste partiële herziening’ weer van toepassing zijn ter plaatse van de reactieve aanwijzing. De locatie van het beoogde datacenter aan de Cultuurweg 11 Middenmeer wordt niet geraakt door de reactieve aanwijzing zodat het ‘Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1’ hier in werking is getreden. Tegen de reactieve aanwijzing is beroep ingesteld. Hierop is nog geen uitspraak gedaan. Als gevolg van de uitspraak kan het zijn dat het bestemmingsplan "Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1" weer volledig herleeft. In dat geval zal bij de verdere procedure van dit bestemmingsplan het toepassingsgebied worden gewijzigd.

3.4

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Hollands Kroon In de Omgevingsvisie van gemeente Hollands Kroon wordt voor AgriPort A7 geconstateerd dat datacenters kunnen bijdragen aan de concurrentiekracht en verduurzaming van het Agri-bedrijvencluster. Zo zijn er bijvoorbeeld goede mogelijkheden voor gebruik van reststromen (warmte, proceswater, CO2) van bedrijven in de omgeving. Ten aanzien van bereikbaarheid wordt in de Omgevingsvisie benadrukt dat er de komende 15 jaar op het gebied van fysieke bereikbaarheid veel verandering is te verwachten. Naast de fysieke bereikbaarheid is de snelheid

18 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

en beschikbaarheid van het data verkeer van belang, of anders gezegd goed bereikbaar en snel internet (breedband of een opvolger daarvan). Voor de bescherming van het landschap worden in de Omgevingsvisie een aantal algemene uitgangspunten genoemd: • Hollands Kroon is en blijft een agrarische gemeente wat betekent dat voor het buitengebied het agrarisch belang zwaarwegend is. • Een aantrekkelijk en afwisselend gebied voor recreanten en toeristen. • Landschappelijke verschillen en overgangen worden behouden en waar mogelijk versterkt, cultuurhistorische waarden worden gekoesterd. Ten aanzien van duurzame energie wordt overwogen dat de markt voor duurzame energie groeit. Volgens de Omgevingsvisie worden de spelers op deze markt gefaciliteerd in hun initiatieven en behoefte aan vestigingslocaties. Relatie met het plangebied Met het onderhavige bestemmingsplan wordt voorzien in een korte dubbele ondergrondse hoogspanningsverbinding tussen het transformatorstation Middenmeer en het beoogde nieuwe datacenter aan de Cultuurweg 11. Daarmee kan bijgedragen worden aan de concurrentiekracht van AgriPort A7 zonder dat de omgeving en het landschap daardoor te veel worden belast. De dubbele hoogspanningsverbinding wordt ondergronds aangelegd, waarbij is aangesloten bij de bestaande landschappelijke structuren.

Het kabeltracé loopt langs de perceelgrenzen richting A7 en loopt vervolgens evenwijdig langs de A7 naar het zuiden. Na de aanleg is de belasting van omgeving en landschap nihil. Het kabeltracé is niet voorzien in een gebied waar vanwege aardkundige waarden bijzondere bescherming geldt. Verder is het kabeltracé ook niet voorzien in een gebied met beschermde monumenten of monumentale structuren. Het kabeltracé is niet voorzien in een beschermd natuurgebied en/of ecologische verbindingszones. Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1 Het grootste gedeelte van het ‘Bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1’ is buiten werking gesteld door een reactieve aanwijzing van de Provincie Noord-Holland. Het plandeel ter plaatse van het perceel Cultuurweg 11 Middenweg valt echter buiten het gebied waarvoor de reactieve aanwijzing van toepassing is. Dat betekent dat het bestemmingsplan Uitbreiding Agriport A7, deelgebied B1, voor dit plandeel wel in werking is getreden. Het onderhavige facetplan vult de enkelbestemming ‘Bedrijventerrein’ voor dit perceel aan met de dubbelbestemming ‘Leiding-Hoogspanningsverbinding’. Voor het perceel Cultuurweg 11 Middenmeer is inmiddels ook toestemming verleend voor het oprichten van een datacenter. Om dat goed te kunnen faciliteren is ook een goede en passende elektriciteitsvoorziening noodzakelijk.

Het onderhavige facetbestemmingsplan voorziet in de bescherming van deze ondergrondse hoogspanningsverbinding.

19 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

4 4.1

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN Inleiding

In dit hoofdstuk komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan de orde voor de aanleg en het beheer van de dubbele ondergrondse hoogspanningsverbinding van het transformatorstation Middenmeer naar het beoogde nieuwe datacenter aan de Cultuurweg 11. 4.2

Geluid

Beleid en regelgeving Het wettelijk kader voor geluid is grotendeels geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Hierin is een normering opgenomen voor wegverkeers-, railverkeersen industrielawaai. Relatie met het plangebied De dubbele ondergrondse hoogspanningsverbinding is geen geluidgevoelige bestemmingen en veroorzaakt zelf ook geen geluid. De aspecten wegverkeerslawaai en industrielawaai zijn daarom niet relevant voor het onderhavige bestemmingsplan. Geluid in de aanlegfase De aanleg van een dubbele ondergrondse hoogspanningsverbinding heeft tijdelijk geluidseffecten. Tijdens de aanlegfase produceren verschillende bronnen geluid. De ene activiteit duurt langer dan de andere activiteit en iedere activiteit heeft een andere geluidssterkte. Het gaat hierbij om tijdelijk geluid veroorzaakt door vrachtverkeer, graven en boren. De Wet geluidhinder bevat geen regels voor dergelijke tijdelijke situaties. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de beoogde planontwikkeling. 4.3

Luchtkwaliteit

Beleid en regelgeving De hoofdlijnen van de regelgeving voor luchtkwaliteit zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer, ook wel de Wet luchtkwaliteit genoemd. De regelgeving is uitgewerkt in onderliggende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en Ministeriële Regelingen. In de Wet Luchtkwaliteit zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen in de vorm van grenswaarden en richtwaarden voor een aantal luchtverontreinigende stoffen. De belangrijkste zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) omdat deze in Nederland soms worden overschreden. De grenswaarden van de overige stoffen worden, op enkele uitzonderingen na, in de regel niet overschreden. De grenswaarde van PM10 of NO2 bedraagt 40 µg/³. De grenswaarde van PM2,5 ligt op 25 µg/³.

20 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

Besluit Niet In Betekenende Mate (NIBM) In dit besluit is bepaald in welke gevallen een ruimtelijke ontwikkeling vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet hoeft te worden getoetst aan de grenswaarden. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de zogenaamde 3% grens niet wordt overschreden. De 3% grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof of stikstofdioxide. Deze grenswaarde is gesteld op 40 µg/m3. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden is het project NIBM, en hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. In de Regeling NIBM is de bovengenoemde 3%-grens uitgewerkt in concrete getallen. Zo ligt voor woningbouwplannen de grens van 3% bij 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg. Relatie tot het plangebied De dubbele ondergrondse hoogspanningsverbinding veroorzaakt geen emissies. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde planontwikkeling. 4.4

Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt, transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd en ondergrondse buisleidingen. De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Wettelijk kader Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is het wettelijke kader vastgelegd in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Regeling Basisnet. De regelgeving voor ondergrondse buisleidingen is vastgelegd in het Besluit Externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij de beoordeling van de externe veiligheidssituatie zijn twee begrippen van belang: • Het plaatsgebonden risico (PR) richt zich als maat voor het risico vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen vooral op de basisveiligheid voor personen in de omgeving van die activiteiten. Aan het PR is een wettelijke grenswaarde verbonden die niet mag worden overschreden.

Het PR wordt “vertaald” als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijv. woningen) mogen liggen. • Het groepsrisico (GR) is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd,

21 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbare aantal doden, de z.g. oriënterende waarde (OW). Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd, kan afwijken. Deze verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR, ook als de OW niet wordt overschreden. Relatie tot het plangebied Het bestemmingsplan maakt de aanleg van een dubbele ondergrondse 150kVhoogspanningsverbinding mogelijk. Een 150kV-kabelverbinding is geen (beperkt) kwetsbaar object zoals bedoeld in de wetgeving rondom externe veiligheid. De verbindingen betreffen ook geen transportroutes voor gevaarlijke stoffen. De verbindingen vallen daarom niet onder de werkingssfeer van de wetgeving inzake externe veiligheid. Er is daarom geen onderzoek nodig voor het aspect externe veiligheid bij de aanleg van een dubbele ondergrondse hoogspanningsverbindingen. Wel is de rijksweg A7 voor het transport voor gevaarlijke stoffen aanwezig nabij de kabelverbindingen. De 150kV-verbindingen vormen geen risico’s voor de veiligheid van personen of groepen van personen. Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect externe veiligheid voor het plan. 4.5

Bodem

Beleid en regelgeving In het kader van een ruimtelijk plan moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. Dit is geregeld in de Wet Bodembescherming. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Middels dit onderzoek (conform NEN 5740) kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. Wet bodembescherming (Wbb) Als er sprake is van ernstige bodemverontreiniging dan gelden de regels van de Wbb. In de Wbb is een saneringsdoelstelling bepaald (het saneren naar de functie) en een saneringscriterium (wanneer moet er gesaneerd worden (bij zogenaamde ‘spoed- of risicolocaties’). Relatie tot het plangebied Ten behoeve van de onderhavige dubbele ondergrondse hoogspanningsverbinding is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Stanec2. Het integrale rapport is als bijlage achter deze toelichting opgenomen. De belangrijkste conclusies en aanbevelingen luiden als volgt. Op basis van de resultaten kan vanuit de Wet bodembescherming worden geconcludeerd dat geen sprake is van een geval van ernstige 2

Stanec, Verkennend bodemonderzoek Kabel- en leidinngtracé ter plaatse van 150kV-Verbinding (Tussenweg-Cultuurweg) te Middenmeer, proj.nr. M19B0118, 7 mei 2019.

22 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

bodemverontreiniging. Voor de werkzaamheden is derhalve geen melding in het kader van de Wet bodembescherming noodzakelijk. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek wordt het volgende aanbevolen: • Er zijn veiligheidsmaatregelen conform Basishygiëne noodzakelijk. • Er is op basis van de veiligheidsklasse geen veiligheidsplan noodzakelijk. • Geadviseerd wordt om tijdens de werkzaamheden te blijven letten op het voorkomen van onvoorziene verontreinigingen in de bodem. • Uitgenomen grond moet worden teruggeplaatst op diepte van herkomst. Wanneer niet alle grond kan worden teruggebracht dan mag de vrijkomende grond niet zonder meer worden hergebruikt. Conclusie Voor het plan zijn er geen belemmeringen voor het aspect bodem. 4.6

Water

Waterbeheer en watertoets Het is sinds 2003 verplicht om bij ruimtelijke plannen en besluiten een beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. De watertoets is een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium afspraken maken over de toepassing en uitvoering van het waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid. Het waterschap is het eerste aanspreekpunt in het watertoets proces, waarbij het waterschap rekening houdt met het provinciale grondwaterbeleid. In het Besluit ruimtelijke ordening is de 'watertoets' wettelijk verankerd. Deze heeft tot doel om ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen aan het vigerende waterbeleid en de wateraspecten volwaardig mee te laten wegen bij de besluitvorming omtrent een goede ruimtelijke ordening. Dit proces komt in samenwerking tussen de gemeente en waterbeheerder tot stand. In de gemeente Hollands Kroon is het Hoogheemraadschap Holland Noorderkwartier (HHNK) verantwoordelijk voor het waterbeheer. Beleidskader Eind jaren negentig vond er een omslag plaats in denken en beleid over de omgang met water.

In plaats van voort te borduren op het vertrouwde denken in waterbeheersing door technische ingrepen gericht op het veilig en snel afvoeren van water, kwam de nadruk te liggen op het aansluiten op de natuurlijke potenties van het landschap en het watersysteem. Bij dit nieuwe waterdenken staat duurzaamheid voorop. Daarmee wordt bedoeld dat er zo min mogelijk inspanningen van buitenaf nodig zijn om het watersysteem in stand te houden en overlast te voorkomen. In de praktijk betekent dit dat natuurlijke processen zoals infiltratie en kwel, het zelfreinigende vermogen van waterlopen etc. worden hersteld. Externe negatieve effecten, zoals toename van verharding en riooloverstorten met afvalwater, worden voorkomen of gecompenseerd. Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren dan ook beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de relevante nota's.

23 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

Europa • Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal • Nationaal Waterplan 2016-2021 (NW); • Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21); • Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); • Deltaprogramma; • Waterwet. Provinciaal • Watervisie 2021 Noord-Holland; • Uitvoeringsprogramma Watervisie 2016-2021 Regionaal / lokaal • Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022 – 2027 (ontwerp). Relatie tot het plangebied In het kader van het project zal overleg plaatsvinden met de waterbeheerder, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). De waterbeheerder is zodoende betrokken bij het planvormingsproces. In de watertoets is aandacht besteed aan de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding en de beschrijving van de maatregelen die worden getroffen. Concreet is het kabeltracé getoetst op de waterveiligheid, voldoende water en grondwater. De waterparagraaf wordt ter beoordeling aan het HHNK voorgelegd. Het kabeltracé doorkruist geen kering, dijksloot of boezemwater zodat er geen risico’s zijn voor keringen of kades. Wel moet ook voor kabels en leidingen in oppervlaktewaterlichamen langs wegen in beheer van en in onderhoud bij het hoogheemraadschap, een ontheffing van de wegenverordening Noord-Holland worden aangevraagd.

Het verwijderen, aanbrengen en (be)houden van leidingen betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk in, onder en langs het oppervlaktewaterlichaam. De werkzaamheden nabij een oppervlaktewaterlichaam zijn niet vergunningplichtig en vallen onder de algemene regels van HHNK. De algemene regels zijn vooral gericht op de wijze van het leggen van kabels en leidingen. De regels moeten voorkomen dat het oppervlaktewaterlichaam wordt verondiept waarbij de doorvaart en/of de doorstroming wordt beïnvloed. Ook is aangegeven dat de kabel of leiding bij kruisen van het oppervlaktewaterlichaam minimaal 1 meter onder de vaste bodem moet worden gelegd. Hierbij wordt er van uitgegaan dat dit een diepte is die bij normaal onderhoud geen hinder of schade veroorzaakt. Leidingen en kabels moeten bij kunstwerken zodanig worden gelegd dat hierdoor de vernieuwing of vervanging van de kunstwerken niet wordt gehinderd of belemmerd. Degene die het werk uitvoert moet uiterlijk 10 werkdagen voordat met de uitvoering van het werk wordt gestart met een medewerker van het

24 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

hoogheemraadschap contact opnemen om samen de juiste plaats te bepalen. De contactgegevens van deze medewerker worden verstrekt. De werkzaamheden voor de kruisingen met de watergangen vallen onder het kopje ‘Aanleggen van kabels of leidingen’ uit de aanvraag watervergunning van HHNK. In een later stadium wordt voor deze activiteiten een aanvraag watervergunning gedaan. Voldoende Water Toename van verhard oppervlak dient in beginsel te worden gecompenseerd in de vorm van een toename van het waterbergend vermogen. Het kabeltracé tussen station Middenmeer en Cultuurweg 11 over een lengte van circa 1.500 meter leidt niet tot een toename van verhard oppervlak, waardoor geen compensatie vereist is. Voor de aanleg van het kabeltracé worden geen sloten of vaarten gedempt en ook wordt er geen extra water gegraven. De bestaande sloten en vaarten worden gekruist door middel van een horizontaal gestuurde boring. Het bestaande watersysteem ondervindt daardoor geen hinder van het kabeltracé. De werkzaamheden voor de kruising tussen de kabel en de watergang vallen onder het kopje ‘Aanleggen van kabels of leidingen’ uit de aanvraag watervergunning van HHNK. In een later stadium wordt voor deze kruisingen, in combinatie met de onttrekking van grondwater, een aparte watervergunning aangevraagd.

Grondwater Bij het onttrekken en lozen van grondwater dienen nadelige gevolgen voor de omgeving zoveel mogelijk voorkomen te worden. Voor het onttrekken van grondwater wordt een aanvraag voor een watervergunning gedaan bij HHNK. Het vrijkomende grondwater wordt in principe geloosd op het oppervlaktewater. Lozingen dienen gemeld te worden in het kader van de BLBI (besluit lozen buiten inrichting). Ten behoeve van de aanleg is een bemalingsadvies opgesteld door Stantec3. Het advies is als bijlage achter deze toelichting opgenomen en zal met het HHNK worden besproken. Conclusie Het plan heeft naar verwachting geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding in het plangebied en omgeving. Het plan zal daartoe nog met het HHNK worden doorgenomen. 4.7

Ecologie

Beleid en regelgeving Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is het noodzakelijk te onderzoeken of en zo ja, in hoeverre de plannen ten koste gaan van de (aanwezige) flora en

3

Stantec, Geohydrologisch rapport Kavel- en leidingtracé ter plaatse van de Tussenweg te Middenmeer, proj.nr. M21B0081 Middenmeer 01, 19 april 2021.

25 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

fauna. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de ‘gebiedsbescherming’ en de ‘soortenbescherming’. Gebiedsbescherming Wet Natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wnb richt zich op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Activiteiten en ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden zijn in beginsel niet toegestaan, tenzij hiervoor een vergunning op grond van de Wnb is verkregen. Nationaal Natuurnetwerk Naast de bescherming van de Wet natuurbescherming kunnen waardevolle gebieden ook beleidsmatig beschermd zijn doordat zij behoren tot Nationaal Natuur Netwerk (NNN) (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Hoewel de naam van het netwerk aan natuur in Nederland is veranderd, gelden dezelfde regels als voorheen voor de EHS. De EHS is in 1990 in het leven geroepen om de achteruitgang van natuur in Nederland een halt toe te roepen. Het is een netwerk van gebieden in Nederland dat moet voorkomen dat dieren en planten geïsoleerd raken en uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het Rijk en de provincies hebben spelregels afgesproken met betrekking tot de planologische en kwalitatieve bescherming van dit netwerk aan natuur, deze zijn verwerkt in de 'Spelregels EHS' (LNV, 2007).

Hierin zijn de voorwaarden voor economische ontwikkelingen uitgewerkt. In de EHS geldt het 'nee, tenzij'-principe. Dit houdt in dat ingrepen waarbij de oppervlakte of de 'wezenlijke kenmerken en waarden' van de EHS significant worden aangetast niet zijn toegestaan, tenzij aangetoond wordt dat sprake is van groot openbaar belang, geen reële alternatieven aanwezig zijn en effecten worden voorkomen. Resteffecten moeten worden gecompenseerd. Soortenbescherming De soortenbescherming is eveneens geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Het doel van de Wnb is het in stand houden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Wnb kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het ‘nee, tenzij’-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kunnen vrijstellingen en ontheffingen (door het bevoegd gezag) worden verleend van de verbodsbepalingen. De Wnb kent een apart beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten (alle vogels), Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten. Voor Vogelen Habitatrichtlijnsoorten geldt een strikte bescherming.

Voor de nationaal beschermde soorten hebben provincies de bevoegdheid om in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden een vrijstelling te verlenen van de verbodsbepalingen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden nagegaan, c.q. onderbouwd worden, of zich in het betreffende gebied beschermde soorten bevinden.

26 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

Relatie tot het plangebied Ten behoeve van de aanleg van het kabeltracé is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd door Bureau Aandacht Natuur 4. Het integrale rapport is als bijlage achter deze toelichting opgenomen. De belangrijkste conclusies luiden als volgt. Gebiedsbescherming De plantracé is niet gelegen in of direct aan de rand van een Natura 2000 gebied. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000 gebied betreft de ‘Waddenzee’. De afstand vanaf het projecttracé tot aan de rand van het Natura 2000 gebied bedraagt ten minste 14,1 kilometer. Het plantracé ligt lang de A7 en loopt grotendeels door akkerbouwpercelen in intensief agrarische gebruik en bevatten derhalve geen elementen die de specifieke waarden van het Natura 2000 gebied versterken en hebben geen functie voor de daarin aanwezige kwalificerende habitattypen of -soorten. Tevens is het plantracé niet aangewezen als (onderdeel van) het Natuurnetwerk Nederland (NNN), weidevogelleefgebied of een natuurverbinding. Met de werkzaamheden kan er dan ook van worden uitgegaan dat er geen effecten zijn op de instandhoudingdoelstellingen van Natura 2000 gebieden, de NNN en andere aangewezen natuurverbindingen en – terreinen. Uit advies van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (NHN)5 wordt geadviseerd een stikstofberekening uit te voeren.

Per 1 juli 2021 is de “Stikstofwet” (Wet en besluit stikstofreductie en natuurverbetering) van kracht. Eén van de veranderingen is dat voor de bouwsector een gedeeltelijke vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht geldt. Deze vrijstelling geldt voor het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft. De vrijstelling omvat ook de vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden, zoals aan- en afvoer van bouwmaterialen en bouw- en sloopafval, transport van werknemers en werktuigen van en naar de bouwplaats en de emissies van werktuigen op de bouwplaats (aggregaten, bouwmachines, baggervoertuigen et cetera). De afgelopen jaren is vaak discussie geweest over de juridische haalbaarheid van een (partiële) vrijstelling of het inbouwen van een drempelwaarde met betrekking tot de Natura 2000-vergunningplicht. Bij het uit te werken bestemmingsplan moet (op hoofdlijnen) de haalbaarheid worden aangetoond. In het kader van deze haalbaarheidstoets wordt geadviseerd een volledige stikstofberekening uit te laten voeren. Hierbij gaat het om de realisatiefase en de toekomstige gebruiksfase. Vanwege de juridische haalbaarheid van dit plan wordt dus geadviseerd om ook de realisatiefase bij de besluitvorming te betrekken. Dit advies wordt opgevolgd.

Er zal dan ook een stikstof berekening van de realisatiefase en toekomstige gebruiksfase worden uitgevoerd. De verwachting is, gezien de ligging ten opzichte van het dichtstbijzijnde 4

Bureau Aandacht Natuur, Quickscan Wet Natuurbescherming, aanleg 150kV kabel OS Middenmeer – Datacenter Cultuurweg, 28 mei 2019. 5 Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, Cultuurweg te Middenmeer Advies bestemmingsplan t.b.v. kabeltracé hoogspanningsverbinding, 9 september 2021.

27 Gemeente Hollands Kroon Facetbestemmingsplan ondergrondse 150kV MDM – Cultuurweg mRO bv / TOE / 99.484 – v8 / 10 februari 2022

NL.IMRO.1911.BP10165-0001-on01 ontwerp Vastgesteld d.d.

stikstofgevoelige Natura 2000 gebied en de geplande werkzaamheden, dat het aspect stikstof het onderhavige plan niet in de weg zal staan. Soortenbescherming Aan de hand van de (huidige) literatuurgegevens en habitatvoorkeuren, kan het voorkomen van beschermde (grondgebonden) zoogdiersoorten in het open akkergebied worden uitgesloten. Echter vormt met name het akkerland (op het moment dat moment ingezet als crossbaan) geschikt leefgebied voor kleine marterachtigen. Ook de watergang langs de Cultuurweg en het akkerland is vanwege de aanwezigheid van brede rietkragen geschikt leefgebied voor waterspitsmuis. Met de werkzaamheden (open ontgraving) op het akkerland is het mogelijk dat verblijfplaatsen van kleine marterachtigen worden verstoord of verwijderd en een deel van het plangebied ongeschikt wordt gemaakt als leefgebied. Indien met de werkzaamheden bomen, struiken en ruigtekruiden vegetaties worden verwijderd, is een nader onderzoek naar het voorkomen van kleine marterachtigen noodzakelijk. Afhankelijk van de uitvoering van de werkzaamheden is tevens onderzoek nader naar het voorkomen van waterspitsmuis langs de aanliggende watergang noodzakelijk. Indien met de realisatie van de kabelverbinding een deel van de watergang tijdelijk wordt gedempt en de oevers worden vergraven, is het mogelijk dat het leefgebied van, of exemplaren van waterspitsmuis worden verstoord of gedood.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=851cc096-855b-4abd-ac12-4eef5c12eede