CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Toelichting Hoek Havenweg Gesterweg.pdf

Raad 17 februari 2022, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Bestemmingsplan Havenweg/ Gesterweg, Den Oever14.153 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Conclusie: Pfas vormt geen belemmering op voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.4

LUCHTKWALITEIT

Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet Milieubeheer. Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die in dit programma passen, behoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Het NSL is op 6 december 2016 voor een tweede maal verlengd tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet (in naar verwachting 2021). Ook voor projecten die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) van invloed zijn op de luchtkwaliteit is toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit niet meer noodzakelijk, omdat het NSL voldoende verbetermaatregelen bevat om effecten van deze projecten te compenseren. De criteria om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van NIBM, zijn vastgelegd in de AMvB-NIBM. 33 Projectnummer 2020-11 Bestemmingsplan Hoek Havenweg Gesterweg te Den Oever

Woningbouwlocaties die netto niet meer dan 500 woningen omvatten (bij één ontsluitingsweg), vallen binnen de criteria met betrekking tot NIBM. Voor het onderhavige bestemmingsplan Hoek Havenweg Gesterweg, wordt deze grenswaarde niet gehaald. Het project valt onder de regeling NIBM. In de omgeving van het plangebied is geen indicatie dat grenswaarden van het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer worden overschreden. Het plan voldoet aan het gestelde in het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer. Conclusie: De grenswaarde wordt niet behaald. Er is op dit punt geen strijd met de Wet milieubeheer.

34 Projectnummer 2020-11 Bestemmingsplan Hoek Havenweg Gesterweg te Den Oever

4.5

EXTERNE VEILIGHEID

Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beheersen van risico's bij industriële activiteiten en het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving. Het betreft risico's die verbonden zijn met onder meer de productie, de opslag, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen, voor zover deze stoffen als gevolg van een voorval vrij kunnen komen. De nadruk van het veiligheidsbeleid ligt op een kwalitatieve benadering en heeft tot doel om het risico van (grote) ongevallen met gevaarlijke stoffen bij bedrijven zo klein mogelijk te maken. Enerzijds door de kans dat dergelijke ongevallen plaatsvinden te verkleinen (preventie), anderzijds door de gevolgen van een eventueel ongeval te verkleinen (repressie). In het beleid voor externe veiligheid wordt onderscheidt gemaakt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar, dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval met gevaarlijk stoffen. Voor kwetsbare objecten geldt een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico bij een kans van 1 op 1 miljoen per jaar. Het gebied waarbinnen deze norm wordt overschreden wordt begrensd door de 10-6 contour. Voor beperkt kwetsbare objecten is dit een richtwaarde.

Het groepsrisico (GR) is een maat om de kans weer te geven dat een incident met dodelijke slachtoffers voorkomt. Tevens wordt het groepsrisico beschouwd als maat voor de maatschappelijke ontwrichting welke kan ontstaan ten gevolge van een incident. Het gebied waarbinnen het groepsrisico dient te worden beschouwd is het invloedsgebied. Het groepsrisico is niet ruimtelijk (met contouren) weer te geven. Ruimtelijke besluiten worden met betrekking tot inrichtingen, transportroutes voor gevaarlijke stoffen en buisleidingen getoetst aan de besluiten externe veiligheid; • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); • Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).

Bron: risicokaart.nl

35 Projectnummer 2020-11 Bestemmingsplan Hoek Havenweg Gesterweg te Den Oever

Op de risicokaart is onder andere informatie over risico’s van ongevallen met gevaarlijke stoffen opgenomen. Het plangebied betreffende fragment van de Risicokaart is weergegeven. Hieruit blijkt dat er vier risico’s zijn. 1. Het tankstation met LPG bij De Zingende Wielen aan de N99 ligt op ongeveer 600 meter afstand, terwijl de plaatsgebonden contour 35 meter is. 2. De N99 is een provinciale autoweg, deze weg heeft geen PR = 10-6 risicocontour die zich naast de weg bevindt. 3. Het wegvak N79 van de N99 heeft een PR plafond van 0 meter, een GR plafond van 47 meter, het is geen plasbrand aandachtsgebied en er zijn bijzonderheden aangegeven. Het ontwikkelgebied ligt op meer dan de genoemde afstandsnorm. 4. Het Avia benzinestation ligt qua LPG vulpunt op ongeveer 60 meter van het plangebied, terwijl de PR = 10-6 risicocontour voor het vulpunt 35 meter is en die van het reservoir 25 meter is. Op de bijgaande kaart uit de rapportage “Locatie Gesterweg Den Oever, stedenbouwkundige uitgangspunten” van de gemeente Hollands Kroon, is deze grens met een onderbroken rode lijn aangegeven.

Deze stedenbouwkundige uitgangspunten voldoen aan de circulaire effectafstanden LPG-tankstations. Volgens deze circulaire mogen in beginsel geen kwetsbare objecten binnen 60 m van het vulpunt worden gerealiseerd. Bovendien is het dichtstbijzijnde object een bedrijfswoning en dat is een beperkt kwetsbaar object. De andere woningen (wel kwetsbare objecten) liggen op grotere afstand. 1. Risicovolle activiteiten in het plangebied. De aanvraag voorziet niet in de komst van risicovolle activiteiten in het plangebied. 36 Projectnummer 2020-11 Bestemmingsplan Hoek Havenweg Gesterweg te Den Oever

2. Risicovolle activiteiten in de omgeving van het plangebied. a. binnen inrichtingen. Het plangebied bevindt zich niet in de nabijheid van risicovolle activiteiten binnen inrichtingen. b. transport van gevaarlijke stoffen over wegen. Het plangebied bevindt zich in de nabijheid van twee transportroute voor gevaarlijke stoffen over wegen. Het betreft de N99 en de A7. De A7 heeft een invloedsgebied van 880 meter. Maar omdat het plangebied zich op een grotere afstand bevindt dan 200 meter van de A7, heeft dit geen invloed op de hoogte van het groepsrisico. De N99 heeft geen PR = 10-6 risicocontour die zich naast de weg bevindt. Het plan wordt niet gehinderd door de aanwezigheid van een plaatsgebonden risicocontour. Vanwege de ligging van het plangebied binnen de toetsingsafstand van de transportroute van gevaarlijke stoffen over de weg (200 meter) is een risicoanalyse ten aanzien van de hoogte van het groepsrisico verplicht. Dit onderzoek is uitgevoerd door Sound Force One. In de rapportage staat: 1.2 Groepsrisico Het plangebied is gelegen binnen 200 meter afstand van de weg. In dat geval dient, conform art. 8 lid 1 Bevt, in te worden ingegaan op de hoogte van het groepsrisico en op de bijdrage van het plan aan het groepsrisico. Het groepsrisico is vastgesteld middels de vuistregels van de Handleiding risicoanalyse transport (HART).

Het betreft een routetype autosnelweg waarover volgens tellingen van Rijkswaterstaat geen transport plaatsvindt van de categorieën LT3, GT4 en GT5. In dat geval kunnen de vuistregels worden toegepast om te bepalen of de drempelwaarde van 10% van de oriëntatiewaarde wordt overschreden. Hiervoor is tabel 1-6 van bijlage 1 HART toegepast voor een weg buiten bebouwde kom met eenzijdige bebouwing. De dichtstbijzijnde bebouwing is op 30 m afstand gevestigd (een tankstation en een brandweerkazerne). Het plangebied ligt op circa 70 m afstand van het hart van de weg. De afstand van bestaande aaneengesloten bebouwing (woonwijk) betreft minimaal 160 m. Uitgaande van een vervoershoeveelheid van 500 GF3 en een afstand van 30 m tot de bebouwing wordt bij een dichtheid van tussen de 100 en 200 personen per hectare de drempelwaarde van 10% van de oriëntatiewaarde overschreden. Binnen het invloedsgebied van de weg betreft de dichtheid van personen gemiddeld genomen ongeveer 25 personen per hectare (dichtheid rustige woonwijk) inclusief het nieuwe bestemmingsplan. De drempelwaarde van 10% van de oriëntatiewaarde wordt daarmee niet overschreden. In dit geval kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico.

Bij een beperkte verantwoording groepsrisico hoeft in de toelichting van het bestemmingsplan en in de ruimtelijke onderbouwing van de omgevingsvergunning enkel in te worden gaan op: a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en b. de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp voordoet. Hiervoor dient de Veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld advies te geven.

De risicoanalyse Groepsrisico is opgenomen in de bijlage: (zie bijlage 4 van deel 4: bijlagenboek). Het plangebied bevindt zich binnen het invloedgebied van een transportroute voor het transport van gevaarlijke stoffen. 37 Projectnummer 2020-11 Bestemmingsplan Hoek Havenweg Gesterweg te Den Oever

Overeenkomstig artikelen 7 en 9 van het Besluit externe veiligheid transportroutes moet Veiligheidsregio Noord-Holland Noord in de gelegenheid worden gesteld advies uit te brengen ten aanzien van het aspect hulpverlening. c. transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Het plangebied bevindt zich niet in de nabijheid van ondergronds transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Deze ontwikkeling is niet in strijd met het externe veiligheidsbeleid van de provincie Noord-Holland ten aanzien van het clusteren van risicovolle activiteiten. Een ramp kan beperkt worden door aandacht te schenken aan de zelfredzaamheid van bewoners. In het onderhavige plangebied worden drie woon-werk objecten gebouwd, waarbij de buitenschil van de woningen in onbrandbaar materiaal uitgevoerd zal worden De woningen en andere opstallen staan op een ruime kavels met een open, landelijke structuur. Vluchtwegen zijn er voldoende. De brandweer kan onmiddellijk ter plaatse zijn (afstand tot kazerne is ongeveer 200 meter). Er wordt vanuit gegaan dat de toekomstige bewoners van deze woningen een doorsnede zullen zijn van onze samenleving, en over voldoende zelfredzaamheid zullen beschikken.

In de rapportage van Sound Force One (bijlage 4) staat: De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen is door middel van vluchten van de risicobron af of door zich in gebouwen op te houden totdat het gevaar geweken is. Hierbij dienen ramen en deuren gesloten te worden en eventuele mechanische installatie uitgeschakeld te kunnen worden. Personen in het invloedsgebied dienen gewaarschuwd te worden middels NL-Alert, het WAS (waarschuwings- en alarmeringssysteem) en waar nodig door hulpverleningsdiensten met behulp van versterkt geluid. De bereikbaarheid van de bouwwerken is goed voor hulpdiensten en de bluswatervoorzieningen rondom de bouwwerken zijn op orde. Draag zorg voor een goede informatievoorziening aan de aanwezige personen, opdat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit.

De Veiligheidsregio Noord-Holland-Noord heeft op 6 mei 2021 een advies uitgebracht over dit project. Kort weergegeven adviseren zij om goed overleg te hebben over de bouwkundige uitvoering, over de keuze van constructie, materialen en locatie van raam- en deuropeningen. De initiatiefnemer zal ter zake met de Veiligheidsregio contact opnemen zodra er bouwplannen ontwikkeld zijn. Het advies is opgenomen in het bijlagenboek (zie bijlage 9 van deel 4: bijlagenboek). Conclusie: De conclusie is dan ook gerechtvaardigd om het aspect externe veiligheid als uitvoerbaar te beoordelen.

38 Projectnummer 2020-11 Bestemmingsplan Hoek Havenweg Gesterweg te Den Oever

4.6

WATER

In de nota Anders omgaan met water van het Rijk is bepaald dat de gevolgen van ontwikkelingen voor de waterhuishouding moeten worden overwogen. In het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat bij ruimtelijke plannen de waterhuishouding in beeld moet worden gebracht. Hiervoor moet de zogenoemde watertoets worden uitgevoerd. De waterbeheerder is het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Verschillende vergunningenstelsels zijn met de invoering van de Waterwet gebundeld tot een watervergunning voor alle handelingen in het watersysteem. Hierin zijn de vergunningenstelsels uit de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de Wet verontreiniging zeewater, de Wet op de waterhuishouding, de Grondwaterwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken en de verordeningen (de Keur) van de waterschappen samengevoegd. Veel handelingen in het watersysteem vallen onder algemene regels en dan is er geen watervergunning nodig. Een melding is vaak wel noodzakelijk. Vergunningplichtige handelingen volgen uit de Waterwet en uit de Keur van het Waterschap. Deze paragraaf moet worden gezien als de verplichte waterparagraaf als bedoeld in het besluit ruimtelijke ordening. Het realiseren van de woon-werkobjecten is een ruimtelijke ontwikkeling waarvoor een watertoets verplicht is. Deze watertoets is digitaal uitgevoerd en daarmee is voldaan aan de informatieplicht.

De uitkomst van deze watertoets is dat de normale procedure kan worden gevolgd. Het Hoogheemraadschap heeft vooraf overleg gevoerd over dit bestemmingsplan om te bespreken welke waterhuishoudkundige belangen er zijn. Ook is aandacht gevraagd voor de persleiding. De watertoets en de samenvatting is opgenomen in de bijlagen: (zie bijlagen 5 en 6 van deel 4: bijlagenboek). Waterkwantiteit. Het realiseren van de woon-werkobjecten betekent een toename van de verharding met 720 m2. Alleen voor ontwikkelingen waarin de toename van het verhard oppervlak meer dan 800 m2 is, is volgens het beleid van het HHNK compensatie van extra oppervlaktewater vereist. Waterkwaliteit In relatie tot het watersysteem is de in het plangebied aanwezige riolering van belang. Belangrijk uitgangspunt in het rioleringsbeleid van het Hoogheemraadschap is dat een gescheiden rioolstelsel wordt aangelegd. De opstallen zullen op het bestaande riool worden aangesloten, waarbij het hemelwater zal worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Persleiding Het plangebied bevindt zich binnen de signaleringszone van een rioolpersleiding van het Hoogheemraadschap. Dit houdt in dat beperkingen kunnen gelden ten aanzien van eventuele (bouw)werkzaamheden. Het is binnen deze zone niet zonder overleg 39 Projectnummer 2020-11 Bestemmingsplan Hoek Havenweg Gesterweg te Den Oever

toegestaan om objecten te plaatsen of werkzaamheden uit te voeren die een risico vormen voor het functioneren van de rioolpersleiding, zoals: - het planten van bomen en/of diep wortelende beplanting; - het uitvoeren van zware transporten; - het opstellen van materieel op het tracé van de leiding; - de opslag van (zwaar) materiaal; - het werken aan- en/of realiseren van werken boven het tracé van de leiding; - het graven of heien nabij de leiding. Indien er wel sprake is van dergelijke werkzaamheden, of wanneer er andere activiteiten worden uitgevoerd die op enige wijze schade zouden kunnen toebrengen aan de rioolpersleiding, wordt vroegtijdig contact opgenomen met het Hoogheemraadschap. Meerlaagse veiligheid. Van belang is het overstromingsrisico. Dit risico wordt bepaald door het economische risico en het slachtofferrisico. Voor dijkkring 12, waar Den Oever in ligt, zal het slachtofferrisico nauwelijks wijzigen, de toename van het aantal personen op de woon-werklocaties is te verwaarlozen. Het economisch risico zal slechts in zeer geringe mate toenemen. De zeer geringe toename van het overstromingsrisico zal binnen dit gedeelte van de dijkkring aanvaardbaar zijn.

Conclusie: Het aspect water vormt geen belemmering voor de planuitvoering.

Afvoer hemelwater op het oppervlaktewater

40 Projectnummer 2020-11 Bestemmingsplan Hoek Havenweg Gesterweg te Den Oever

4.7

ECOLOGIE

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Op grond van deze wet zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. Daarnaast regelt de Wet natuurbescherming ook de bescherming van planten- en dierensoorten. In deze wet zijn de EU-richtlijnen voor de bescherming van soorten opgenomen (Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn). Nationaal beschermde soorten vallen ook onder deze wet. De doelstelling is de bescherming en behoud van in het wild levende planten en dieren. Het uitgangspunt van de wet is 'nee, tenzij'. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten zonder ontheffing verboden zijn. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen vooraf de effecten op Natura 2000-gebieden onderzocht te worden. Ook dient vooraf onderzocht te worden of en welke beschermde dier- en plantensoorten voorkomen, wat hun beschermingsstatus is en wat de effecten zijn van de ingreep op het voortbestaan van de gevonden soorten. Hierover wordt ten aanzien van het plangebied het volgende gemeld. Zorgplicht. Centraal hierbij staat de zorgplicht, wat inhoudt dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving. De wet erkent hierbij de intrinsieke waarde van de in het wild voorkomende dier- en plantensoorten. Alle soorten hebben een eigen rol in het ecosysteem en dragen bij aan de biodiversiteit.

Dat betekent dat voor de wet alle dieren en planten van onvervangbare waarde zijn en dat daar dus zorgvuldig mee omgegaan moet worden. Het gevolg is onder andere, dat iedereen die redelijkerwijs weet of kan vermoeden dat door zijn/haar handelen of nalaten nadelige gevolgen voor beschermde dier- of plantensoorten worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten, dan wel naar redelijkheid alle maatregelen te nemen om die gevolgen te voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Gebiedsbescherming Met betrekking tot de gebiedsbescherming gaat het om de bescherming van gebieden die zijn aangewezen als Natura 2000-gebied. De planlocatie ligt in binnendorpse bebouwing van Den Oever. Alle Natura 2000gebieden in de directe omgeving zoals het IJsselmeer en de Waddenzee zijn grotendeels niet gevoelig voor stikstofdepositie. De gebieden die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN) vallen eveneens onder de werking van het Natura 2000 regiem, hoewel ze niet op dezelfde wijze zijn beschermd. De Natura 2000-gebieden hebben een externe werking en het NNN heeft een ‘indirecte’ externe werking. Via de Natura 2000 zijn gebieden beschermd van internationaal belang. Voor deze gebieden zijn doelstellingen geformuleerd voor het behoud van habitats en planten en dieren.

Deze Natura 2000-gebieden zijn ook beschermd tegen invloeden van buiten, zoals stikstofdepositie en grondwaterstromen. Voor een functie waardoor de depositie van stikstofverbindingen toeneemt, is een berekening noodzakelijk van de effecten. In het onderhavige geval is sprake van nieuwbouw, een toevoeging van een woning. Vanwege de omvang is een toename van de emissie niet waarschijnlijk. Vanwege de afstand tussen het Natura 2000-gebied en de planlocatie en de aard van de werkzaamheden kan een effect van andere oorzaken, zoals geluid, licht of grondwaterstromen, op voorhand worden uitgesloten. 41 Projectnummer 2020-11 Bestemmingsplan Hoek Havenweg Gesterweg te Den Oever

Soortenbescherming Beschermde planten en dieren (en hun verblijfsplaatsen) mogen als gevolg van een ruimtelijk plan niet verstoord worden. Voor soorten die vermeld staan op bijlage IV van de Habitatrichtlijn, zoals vleermuizen, en een aantal Rode-Lijst soorten is een zware bescherming opgenomen. Houtopstanden Houtopstanden, die vallen onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming, zijn niet aanwezig binnen de projectlocatie. Een nadere toetsing, uitwerking of kapmelding ten aanzien van houtopstanden is dan ook niet aan de orde. Om de ecologische effecten in beeld te brengen is een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Dit is gedaan in de vorm van een ecologische quickscan door Bureau Aandacht Natuur, d.d. 20 oktober 2020. De conclusie uit dit rapport is dat voor het uitvoeren van de geplande werkzaamheden geen aanvullend onderzoek of een ontheffing op basis van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Het onderzoek Wet natuurbescherming ( ecologische quickscan) is opgenomen in de bijlagen: (zie bijlage 7 van deel 4: bijlagenboek). Stikstof Ten gevolge van de uitspraken van het Europese Hof, gevolgd door een uitspraak Raad van State is het gebruik van het Pas (programmatische aanpak stikstof) onverbindend verklaard.

Voor activiteiten die significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden is het zaak om te onderzoeken of er sprake is van stikstof emissie met gevolgen voor deze gebieden. Dit kan worden onderzocht met behulp van de herziene Aerius calculator. Afhankelijk van de uitkomsten dient voor het project of een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming ( art 2.7) worden aangevraagd of er kan een omgevingsvergunning worden aangevraagd voor een activiteit “die van invloed is zijn op de fysieke leefomgeving” In dat laatste geval is er sprake van aanhaking. Er moet dan een verklaring van geen bedenking worden aangevraagd bij de provincie. Bij de realisatie van het project is er sprake van een aanlegfase en een gebruiksfase, waardoor extra stikstofemissie ontstaat. Er is daarom onderzocht of deze emissie leidt tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden die voor stikstof gevoelige habitattypen kennen en reeds overbelast zijn. Dit onderzoek is uitgevoerd door Bureau aandacht Natuur en is opgenomen in de rapportage Natuurbescherming. Zie eveneens bijlage 7 van het bijlagenboek. Daarin zijn de berekeningen die gemaakt zijn met de Aerius calculator opgenomen. Uit de berekening blijkt dat de kritieke overschrijding van stikstofdepositie van 0.00 mol/ha/j niet wordt overschreden.

Stikstof vormt daarom geen belemmering voor het betreffende project en er is geen ontheffing nodig in het kader van de Wet natuurbescherming.

Conclusie: Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de planuitvoering.

42 Projectnummer 2020-11 Bestemmingsplan Hoek Havenweg Gesterweg te Den Oever

4.8

ARCHEOLOGIE

In het bestemmingsplan Den Oever zijn sommige gronden aangeduid met de dubbelbestemming “archeologisch waardevol gebied”. De locatie Hoek Havenweg Gesterweg valt daar niet onder. In de Omgevingsvisie van Hollands Kroon staat dat er bewust voor wordt gekozen om minimale regels te hanteren. In de Omgevingsvisie van Hollands Kroon is de monumentenkaart opgenomen in het hoofdstuk Cultuurhistorie. Daar op is duidelijk te zien dat de locatie Hoek Havenweg Gesterweg niet is aangeduid als aardkundig monument.

Monumentenkaart.

Bron: Omgevingsvisie Hollands Kroon

. Conclusie: Nader archeologisch onderzoek op deze locatie is niet noodzakelijk. Natuurlijk is de algemene zorgplicht zoals die is neergelegd in de Wet op de archeologische monumentenzorg, van toepassing. Eventuele vondsten worden gemeld aan de gemeente Hollands Kroon.

43 Projectnummer 2020-11 Bestemmingsplan Hoek Havenweg Gesterweg te Den Oever

4.9

VERKEER

Door de realisatie van het project zullen de verkeersbewegingen toenemen uitgaande van de gemiddeld kencijfers van CROW-publicatie 381. Voor de woningen is uitgegaan van 8,6 verkeersbewegingen per etmaal per woningen voor het bedrijf is uitgegaan van 5,7 verkeersbewegingen per 100 m2. De totale toename aan verkeersbewegingen is dan afgerond 50 De parkeerdruk zal toenemen met ongeveer 2 parkeerplaatsen per woning en 3 of 4 parkeerplaatsen voor het bedrijf. Dit kan ruimschoots gebeuren op eigen erf, zowel de woonerven als het bedrijfserf. De ontsluiting en toegankelijkheid van de locatie is eveneens geen probleem. De nabijheid van N99 en vandaar op het landelijke wegennet A7 is een garantie voor een goede verkeersafwerking. Voor de ontsluiting van de kavel op de openbare ruimte zal een melding voor een uitweg worden ingediend bij de gemeente Hollands Kroon. Het openbaar vervoer is nabij, het busstation op de Havenweg is een knooppunt voor aansluitingen naar Hoorn, Alkmaar, Den Helder en Leeuwarden. De regels van het bestemmingsplan Parkeren en Wonen zijn opgenomen in dit bestemmingsplan. Conclusie: Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor de planuitvoering.

4.10 CIVIELE WERKEN Riolering. Er zal gebruik gemaakt worden van het bestaande rioleringsstelsel. In het kader van de grondtransactie zal de gemeente Hollands Kroon aandacht schenken aan de aanleg van de ondergrondse infrastructuur. De capaciteit van het riool ter plaatse is voldoende. De hemelwaterafvoer zal, zoals gebruikelijk ter plaatse worden afgekoppeld van de rioolwaterafvoer. Zie ook het advies van het Hoogheemraadschap in het kader van de Watertoets. Kabels en leidingen. Er hoeven geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden worden gewijzigd. Conclusie: Civiel technische aspecten vormen geen belemmering voor de planuitvoering.

44 Projectnummer 2020-11 Bestemmingsplan Hoek Havenweg Gesterweg te Den Oever

4.11 PRIVAATRECHT Er zijn geen privaatrechtelijke belemmeringen voor de uitvoering van het project bekend. Er zijn geen zakelijke rechten van derden op het perceel, er zijn geen privaatrechtelijke gebruiksrechten als bijvoorbeeld een recht van overpad. Er zijn geen beperkingen als genoemd in de Wet kenbaar gemaakte publiekrechtelijke beperkingen op het betreffende project van toepassing. Van een monumentenstatus is geen sprake, de Wet voorkeursrecht is niet van toepassing, en er zijn geen aanschrijvingen van kracht. Conclusie: geen belemmeringen

4.12 DUURZAAMHEID De Omgevingsvisie van Hollands Kroon vermeldt het volgende: Duurzaamheid kent vele gezichten en interpretaties. Waar het om gaat is dat de basishouding er één is van 'denken en doen aan duurzaamheid'. Of het nu gaat om duurzame landbouw / visserij, duurzame energieopwekking of duurzaam inkopen. Duurzaamheid vormt een integraal uitgangspunt bij opzet en uitvoering van het gemeentelijk beleid en bedrijfsvoering. Duurzaamheid is leidend en een verbindend principe! De rijksoverheid omschrijft het als volgt: Duurzame woningen zijn beter voor het milieu dan traditionele bouw. Duurzaam bouwen bespaart grondstoffen. Duurzame gebouwen zijn energiezuiniger in het gebruik. En vaak zijn ze gezonder voor bewoners en gebruikers. Duurzaam bouwen is meer dan energiebesparing. Bij de ontwikkeling van gebouwen staat het respect voor mens en milieu voorop. Bij duurzaam bouwen gaat niet alleen over een laag energieverbruik. Maar ook over: • gebruik van duurzame materialen die rekening houden met het milieu en de gezondheid van bewoners en gebruikers; • een gezond binnenmilieu, bijvoorbeeld door goede ventilatie.

Dit voorkomt vocht, schimmel en ophoping van schadelijke stoffen; • prettige en leefbare huizen, gebouwen, wijken en steden; • duurzaam slopen, om zo materialen die vrijkomen bij de sloop opnieuw te gebruiken (hergebruik); • verantwoord watergebruik; voorkomen dat grondstoffen voor bouwmaterialen op raken. In het Bouwbesluit 2012 staan de minimale bouwtechnische voorschriften waaraan gebouwen moeten voldoen. Dit zijn voorschriften op het gebied van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. Per 1 juli 2018 is de Wet Voortgang Energietransitie (VET) van kracht geworden. Het is vanaf 1 juli 2018 wettelijk niet meer toegestaan om nieuwbouw met aardgasaansluiting te realiseren. Dit betekent dat de woningen die gerealiseerd gaan worden aardgasvrij worden gebouwd. Zonnepanelen op het dak zijn een zeer belangrijke manier om zelf 45 Projectnummer 2020-11 Bestemmingsplan Hoek Havenweg Gesterweg te Den Oever

elektriciteit op te wekken. Met de vorm/uitvoering van het dak is hiermee rekening gehouden. Het is met de huidige technieken goed mogelijk om een woning energieneutraal te bouwen, waarmee de bewoner over het jaar gemiddeld geen CO 2 uitstoot. Een nieuwbouwwoning moet al bijna-energieneutraal zijn of beter gebouwd worden met als doelstelling: nul-op-de-meter. De verkavelingsrichting is zongericht. De locatie is te kenmerken als duurzaam ruimtegebruik. Het gaat hier om de realisatie van een voor de mens gezonde en duurzame leefomgeving. Concreet worden de volgende duurzaamheidsmaatregelen getroffen: Isolatiepakket woning: Vloer RC 4.5 / gevels RC 6.0 / dak RC 6.2 HR++ glas toegepast U waarde 1.1. Verwarming: Laag temperatuur verwarming, max 40 graden door middel van warmtepomp of aardwarmte. Boiler verwarming voor het douchewater, afgestemd op het gezin. Luchtdicht: Luchtdicht gebouwde huizen doormiddel van afplakken spouwlatten, vloeren en aansluitingen met EPDM stroken. Zonnepanelen: Zonnepanelen toepassen op het dak, minimaal 12 stuks per woning = 4560 kilowatt uur per jaar. Ventilatie: Eventueel een WTW installatie toepassen, anders een gestuurde MV installatie. Materialen: Het gebruik van duurzame materialen voor het bouwen van de woning.

4.13 SPUITZONE BESTRIJDINGSMIDDELEN Aan de overzijde van de planlocatie is een perceel agrarisch weiland gelegen. Omdat dit land gebruikt wordt voor het weiden van deze schapen, ligt het gebruik van gewasbestrijdingsmiddelen niet voor de hand. Bovendien komen de nieuwe woon – werkwoningen op een afstand van ongeveer 20 meter te liggen, wat in dit specifieke geval acceptabel wordt geacht. De eigenaar van deze gronden die hobbymatig schapen houdt, zal niet overstappen op akkerbouw, ten eerste is de grond daar niet geschikt voor en ten tweede komt hij dan in de problemen met zijn eigen woning, die direct grenst aan het schapenlandje. 46 Projectnummer 2020-11 Bestemmingsplan Hoek Havenweg Gesterweg te Den Oever

4.14 M.E.R. Het inwerkingtredingbesluit wijziging Besluit m.e.r. is 7 juli 2017 in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.beoordeling. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is moet: • Door de initiatiefnemer een aanmeldnotitie worden opgesteld. • Het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. • De initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Het maakt daarvoor niet uit of het een activiteit onder of boven de D-drempel betreft. Door deze maatregelen bij het oordeel te betrekken kan het bevoegd gezag besluiten dat het niet nodig is een MER op te stellen. Het bevoegd gezag houdt daarbij rekening met eerder uitgevoerde beoordelingen. In de m.e.r.-beoordelingsbeslissing worden de kenmerken van de activiteit of de geplande maatregelen aangegeven. Als uit de aangeleverde gegevens niet is uit te sluiten dat zich waarschijnlijk belangrijke nadelige gevolgen kunnen voordoen, zal het bevoegd gezag moeten oordelen dat er voor de activiteit een MER moet worden gemaakt.

Een vormvrije m.e.r. Activiteit D11.2 van het Besluit m.e.r. geeft voor stedelijke ontwikkelingsprojecten, zoals de realisatie van woningen, aan dat voor bestemmingsplannen een m.e.r.beoordelingsprocedure moet worden doorlopen als het gaat om 2.000 woningen of meer. Dit bestemmingsplan valt ruim onder deze drempelwaarde en daarom kan volstaan worden met het uitvoeren van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit kan in de vorm van een aanmeldnotitie. Deze is opgenomen in de bijlage: (zie bijlage 8 van deel 4: bijlagenboek).

Conclusie: Gelet op de aanmeldnotitie m.e.r. is er geen aanleiding om een Milieueffectrapportage MER op te stellen. De aanmeldnotitie voldoet aan de onderzoeksplicht als genoemd in het Besluit ruimtelijke ordening en kan worden opgevat als vormvrije m.e.r.-beoordeling.

47 Projectnummer 2020-11 Bestemmingsplan Hoek Havenweg Gesterweg te Den Oever

HOOFDSTUK 5 5.1

JURIDISCHE TOELICHTING

VEREISTEN VOOR EEN BESTEMMINGSPLAN

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsbepalingen van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Het Bro bepaalt dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. Deze toelichting heeft geen juridische status, maar is wel belangrijk als het gaat om de onderbouwing en uitleg van hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld.

5.2

TOELICHTING OP DE REGELS

Bij het opstellen van de planregels is aansluiting gevonden bij het Bestemmingsplan Parkeren en Wonen en bij de Regeling bijbehorende bouwwerken bij woningen, van 18 december 2012 en dan met name hoofdstuk 4 van deze regeling. Het bestemmingsplan Den Oever kent nog voorschriften, want dit plan is van voor de herziening van de wet ruimtelijke ordening. Daarom zijn regels geformuleerd die momenteel gehanteerd worden in de gemeente Hollands Kroon. De planregels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1. Inleidende regels: In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de Regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de Regels te waarborgen. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de Regels bepaald (artikel 2). 2. Bestemmingsregels: In dit hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. In dit geval de bestemmingen Bedrijf, Tuin en Wonen. Voor deze bestemmingen is bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels gelden. In deze artikelen worden de woon- werkobjecten mogelijk gemaakt, zoals is aangeduid is in hoofdstuk 2 van deze toelichting, mede gebaseerd op de rapportage “Locatie Gesterweg Den Oever, stedenbouwkundige uitgangspunten” van de gemeente Hollands Kroon, d.d. 16 december 2015. 3.

Algemene regels: In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter die gelden voor het hele plan. 4. Overgangs- en slotregels: In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan genoemd wordt (de slotregel). 48 Projectnummer 2020-11 Bestemmingsplan Hoek Havenweg Gesterweg te Den Oever

5.3 TOELICHTING OP DE VERBEELDING Het bestemmingsplan is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten die is vervat in een GML- bestand met bijbehorende regels en bijlagen. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. De in het plan voorkomende bestemming bestaat uit een bestemmingsvlak. Dit bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik is toegestaan. Aangezien het primaat ligt bij het digitale plan, staan in de regels geen verwijzingen meer naar de verbeelding. De analoge verbeelding is getekend op schaal 1:1000. De imrocodering is: NL.IMRO.1911.BPDenOeverhz003-on01

49 Projectnummer 2020-11 Bestemmingsplan Hoek Havenweg Gesterweg te Den Oever

HOOFDSTUK 6. 6.1

UITVOERBAARHEID

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Het bestemmingsplan past binnen het gemeentelijke ruimtelijke beleid en er zijn geen strijdigheden met het beleid van andere overheden. Ook worden er geen planologische belangen geschaad. Er zijn geen belangen van derden in het geding. Er zijn geen aspecten die de financiële haalbaarheid in gevaar zouden kunnen brengen, zoals: • bodemverontreiniging met daarmee samenhangende saneringsoperaties; • te verwachten reële planschadeclaims; • door externen -verplicht- te verrichten onderzoeken; • kosten in stand houden dan wel waarborgen archeologische monumenten; • kosten verwervingen, c.q. verplaatsingen. Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Tussen initiatiefnemer en de gemeente Hollands Kroon is een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten. Ook is een koopovereenkomst en een anterieure overeenkomst afgesloten. Een planschadeverhaalsovereenkomst is een overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer, daarin wordt vastgelegd dat eventueel toegekende planschade als gevolg van het bestemmingsplan, verhaald wordt op initiatiefnemer. Planschade wordt genoemd in artikel 6.1 van de Wet op de ruimtelijke ordening.

Als men schade lijdt ten gevolge van een ruimtelijke ingreep in de omgeving, bijvoorbeeld als gevolg van het vaststellen van een bestemmingsplan of een projectprocedure, kan het college van burgemeester en wethouders worden verzocht om een tegemoetkoming in de schade als bedoeld in artikel 6.1 Wro. Overigens is vaste jurisprudentie dat inbreiding van woningen in een bestaande woonkern een normaal maatschappelijke ontwikkeling is. Ten aanzien van schadeveroorzakende ontwikkelingen op een naburig perceel is dit in de jurisprudentie uitgewerkt in die zin dat een verslechtering pas wordt aangenomen indien de schadeveroorzakende bestemming gelet op de structuur van de omgeving niet in de lijn van de verwachting lag. In dit licht bezien is eveneens uitgewerkt dat er geen blijvende rechten kunnen worden ontleend aan vrij uitzicht. Daarnaast is een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer gesloten. Een anterieure overeenkomst regelt het kostenverhaal en bevat overige afspraken, zoals het soort inrichting van de openbare ruimte. Dit houdt tevens in dat het onderhavige plan geen plan is waarvoor op grond van artikel 6.12 Wro een exploitatieplan opgesteld zou moeten worden. Alle kosten voor het opstellen van het plan en het voeren van de procedure zijn voor de rekening van de initiatiefnemer.

Planschade is afgedekt en andere financiële consequenties voor de gemeente zijn er niet. Conclusie: het plan is voor de gemeente Hollands Kroon economisch uitvoerbaar. 50 Projectnummer 2020-11 Bestemmingsplan Hoek Havenweg Gesterweg te Den Oever

6.2

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

Het bestemmingsplan doorloopt de wettelijk vastgelegde procedure, waarmee de maatschappelijke uitvoerbaarheid aangetoond kan worden. Gelet op de bestuurlijke zorgvuldigheid kan het bestuursorgaan overleg voeren met elke instantie die enig belang behartigt dat naar redelijke en geobjectiveerde maatstaven in het geding zijn bij de betreffende ruimtelijke procedure. Betrokken partijen dienen ervoor te zorgen dat dit overleg in verhouding staat tot de aard en de omvang van de ruimtelijke planvorming. Door de bouwontwikkelaar zijn de omwonenden in een vroeg stadium ingelicht over de plannen. De naaste buren zijn persoonlijk benaderd en de andere bewoners Gesterweg zijn per brief geïnformeerd. In een klein dorp als Den Oever weten de mensen veel van elkaar, zo is in de buurt al lang bekend dat op de locatie Hoek Havenweg Gesterweg woon- werkobjecten zullen worden gerealiseerd. In de pers is er aandacht aan besteed en bovendien staat er een aanbiedingsbord van de makelaar op het terrein. Zoals gesteld zijn alle omwonenden per brief geïnformeerd over de plannen. Wij hebben verzocht bij vragen of opmerkingen voor of tijdens het bouwproces met Bouwbedrijf Hollands Kroon contact op te nemen. In verband met de coronaperiode en de noodzaak tot geboden voorzichtigheid is ervoor gekozen dit per brief te doen. Er zijn geen bezwaren tegen. De behoefte aan nieuwe woningen op Wieringen is groot.

De wettelijke procedure op grond van artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening (Wro) zal worden doorlopen voor dit bestemmingsplan. Het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan zal in mijnoverheid.nl, de Staatscourant en het digitale gemeenteblad worden aangekondigd. Dit ontwerpbestemmingsplan zal vervolgens 6 weken ter inzage worden gelegd. Iedereen kan een zienswijze in dienen. Na de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad zal het bestemmingsplan opnieuw zes weken ter inzage worden gelegd. Na deze beroepstermijn is het bestemmingsplan onherroepelijk.

Conclusie: het plan is maatschappelijk gezien uitvoerbaar.

51 Projectnummer 2020-11 Bestemmingsplan Hoek Havenweg Gesterweg te Den Oever

6.3

VOOROVERLEG

De gemeente Hollands Kroon heeft overleg gevoerd met de provincie Noord-Holland, dit blijkt uit opneming van het plan in de monitor Woningbouw van de provincie. Zie paragraaf 3.2. Via de Watertoets, normale procedure, is overleg gevoerd met het Hoogheemraadschap Noorderkwartier. Zie paragraaf 4.6. Dit betreft niet het wettelijke vooroverleg. Informatie hierover zal nog in het plan worden opgenomen.

52 Projectnummer 2020-11 Bestemmingsplan Hoek Havenweg Gesterweg te Den Oever

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=18d70eff-7052-4af8-9100-0aad5db5b39f