1 toelichting en regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp
22/30
Omgevingsaspecten
4.12
Besluit milieueffectrapportage
Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 zijn er twee vormen van m.e.r.-beoordelingen: 1.) projecten die vallen onder bijlage D van het Besluit m.e.r. en 2.) de vormvrije m.e.r.-beoordeling ook wel vergewisplicht genoemd. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling gelden twee voorwaarden: • het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. • de omvang van al die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde (kolom 2 van de D-lijst). De wijziging of uitbreiding van een transformatorstation is geen activiteit die is genoemd in de C of D-lijsten van het Besluit m.e.r.. Er is geen (vormvrije) m.e.r.-beoordeling voor het plan nodig.
Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp
23/30
Toelichting op de regels
5
Toelichting op de regels
5.1
Algemeen
De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. De regels geven duidelijkheid over de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels.
5.2
Nadere toelichting op de regels
De bij dit plan behorende planregels zijn, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012), onderverdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels 2. Bestemmingsregels 3. Algemene regels 4. Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 1 worden in de planregels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. In hoofdstuk 2 is de op de verbeelding aangegeven bestemming omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Daarbij worden de bebouwingsmogelijkheden vermeld. In hoofdstuk 3 is een aantal algemene regels opgenomen. In hoofdstuk 4 is omschreven welke gebouwen en gebruik vallen onder het overgangsrecht en bevat tot slot de citeertitel van het plan. 5.2.1 Inleidende regels Begrippen (artikel 1) In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik.
Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp
24/30
Toelichting op de regels
Wijze van meten (artikel 2) Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden en gemeten moeten worden. 5.2.2 Bestemmingsregels Bedrijf – Nutsvoorziening (artikel 3) Voor het transformatorstation en één enkelbestemming, te weten ‘Bedrijf - Nutsvoorziening’. In de bestemming is geregeld dat hier een transformatorstation (elektriciteitsdistributiebedrijf) is toegestaan tot maximaal milieucategorie 4.2. Daarmee is er voor gezorgd dat de maximaal toegestane milieucategorie overeenkomt met de toets uit paragraaf 4.7. Voor de twee bestaande gebouwen zijn bouwvlakken opgenomen. Gebouwen zijn alleen toegestaan in een bouwvlak. Per bouwvlak is een maximum bouwhoogte opgenomen, welke overeenkomt met de bestaande hoogte. Een transformatorruimte is aan de bovenkant open en is zodoende geen gebouw, maar een bouwwerk, geen gebouw zijnde. Transformatoren mogen uitsluitend worden geplaatst ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – transformator’. Voor de maximum toegestane hoogte voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is onderscheid gemaakt voor de gronden van Liander en de gronden van TenneT.
Dit onderscheid is juridisch geregeld door twee aanduidingen op te nemen, te weten ‘specifieke bouwaanduiding - 1’ (voor het terrein van Liander) en ‘specifieke bouwaanduiding - 2’ (voor de gronden van TenneT met de schakeltuin en de afspanningsportalen). • Binnen ‘specifieke bouwaanduiding - 1’ is een maximum bouwhoogte opgenomen van 7 m voor transformatorruimten en een maximum bouwhoogte van 15 m voor de bliksemspitsen die op de wanden komen van de transformatorruimte (dit is gemeten vanaf maaiveld). • Binnen ‘specifieke bouwaanduiding - 2’ is een maximum bouwhoogte opgenomen van 9 m voor de constructies in de schakeltuin, een maximum bouwhoogte van 19 m voor de afspanportalen en een maximum bouwhoogte van 26 m voor bliksemspitsen op de diverse constructies (dit is gemeten vanaf maaiveld). Voor erfafscheidingen is een hoogte van 3 meter opgenomen. Voor overige bouwwerken geldt een maximum bouwhoogte van 5 meter. In artikel 3.4.2. is met een voorwaardelijke verplichting nogmaals geborgd dat de elementen van de landschappelijke inpassing in stand gehouden dienen te blijven. Groen (artikel 4) Voor de gronden rondom het transformatorstation en langs de toegangsweg is de bestemming ‘Groen’ opgenomen. Verkeer – Verblijf (artikel 5) Voor de toegangsweg is de bestemming ‘Verkeer – Verblijf’ opgenomen.
Leiding – Hoogspanning (artikel 6) Voor de bestaande hoogspanningsverbindingen is deze dubbelbestemming opgenomen. De dubbelbestemming regelt dat hier geen nieuwe bouwwerken kunnen komen anders dan ten dienste van de hoogspanningsverbinding. Van dit verbod kan worden afgeweken onder de voorwaarde dat een nieuw bouwwerk niet leidt tot aantasting van het functioneren van de bovengrondse hoogspanningsleiding en de veiligheid niet in gevaar wordt gebracht. Ook dient advies ingewonnen te worden van de leidingbeheerder.
Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp
25/30
Toelichting op de regels
5.2.3 Algemene regels In dit onderdeel van de regels komen de algemene bepalingen aan de orde. Het gaat om: Anti-dubbeltelregel (artikel 7) In dit artikel is opgenomen dat grond, welke eenmaal in aanmerking is of moest worden genomen bij het verlenen van een bouwvergunning, waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van een andere aanvraag buiten beschouwing dient te blijven. Algemene bouwregels (artikel 8) Dit artikel bevat een algemene bouwregel die overgenomen is uit het Paraplubestemmingsplan ‘Parkeren en Wonen’: Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk wordt slechts verleend als er in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of daarvan sprake is, wordt bepaald aan de hand van de gemeentelijke parkeerregels. Het artikel bevat tevens een afwijkingsbevoegdheid, zodat in het geval van bijzondere omstandigheden of als op een andere geschikte wijze in voldoende parkeerplaatsen wordt voorzien, zodat van artikel 7.1 kan worden afgeweken, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse. Algemene gebruiksregels (artikel 9) In art. 9.1. is nader aangegeven wat onder strijdig gebruik wordt gezien, mocht dit niet al duidelijk volgen uit de bestemmingen in hoofdstuk 2. Artikel 9.2.
bevat een gebruiksregel overgenomen is uit het Paraplubestemmingsplan ‘Parkeren en Wonen’ waarin is geregeld dat een omgevingsvergunning voor het uitbreiden of wijzigen van een functie slechts wordt verleend als er in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of daarvan sprake is, wordt bepaald aan de hand van de gemeentelijk parkeerregels. Het artikel bevat tevens een afwijkingsbevoegdheid, zodat in geval van bijzondere omstandigheden of als op een andere geschikte wijze in voldoende parkeerplaatsen wordt voorzien, van artikel 8.1 kan worden afgeweken, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie ter plaatse. Algemene afwijkingsregels (artikel 10) In dit artikel zijn regels opgenomen voor afwijkingen van de in het plan gegeven maten en afmetingen of voor het overschrijden van bouw- of bestemmingsgrenzen of bouw. Dit kan alleen om beperkte afwijkingen en overschrijdingen gaan. 5.2.4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht (artikel 11) Met betrekking tot bouwwerken en het gebruik van grond en bouwwerken wordt in dit artikel ingegaan op het daarop toepasselijke overgangsrecht. Slotregel (artikel 12) Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het bestemmingsplan.
Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp
26/30
Financieel-economische uitvoerbaarheid
6
Financieel-economische uitvoerbaarheid
6.1
Algemeen
Bij een bestemmingsplan dient op grond van artikel 6.12 Wro in de plantoelichting inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wro de verplichting ontstaan dat bepaalde plankosten op de initiatiefnemer kunnen worden verhaald. Het gaat hierbij om de plankosten en de kosten van ontwikkelingen die gemeente redelijkerwijs moet maken, zoals de aanleg van voorzieningen van openbaar nut. De Wro stelt verplicht dat de gemeenteraad tegelijk met de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan vaststelt voor kostenverhaal in het geval het bestemmingsplan nieuwe, bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplannen mogelijk maakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de bouw van één of meer woningen, de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen of de uitbreiding of verbouwing van gebouwen. In de wet is aangegeven welke kosten verhaald kunnen worden. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is, bijvoorbeeld door gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. Dit bestemmingsplan maakt geen bij algemene maatregel van bestuur (artikel 6.2.1 Bro) aangewezen bouwplannen mogelijk. Het opstellen van een exploitatieplan is dan ook niet noodzakelijk. De uitvoering van het plan komt voor rekening en risico van Liander en TenneT.
Het garanderen van leveringszekerheid is een wettelijke taak van Liander en TenneT op grond van de Elektriciteitswet. Nut en noodzaak van het plan is aangetoond met dit bestemmingsplan. Hierdoor kunnen Liander en TenneT de investeringskosten doorberekenen in de tarieven voor transport van elektriciteit.
6.2
Planschade
Planschade wordt in beginsel toegekend door het besluitvormend orgaan aan degenen die waardevermindering van onroerend goed ondervinden ten gevolge van het besluit tot afwijken van het bestemmingsplan. De grondslag voor deze planschaderegeling wordt gegeven in artikel 6.1 Wro. In artikel 6.4 onder a Wro is bepaald dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met de initiatiefnemer een overeenkomst te sluiten ten aanzien van planschade. In een tussen de gemeente en de initiatiefnemer gesloten overeenkomst is opgenomen dat het planschaderisico voor rekening van de initiatiefnemer komt. Daarmee is het risico op planschade afgedekt voor de gemeente.
6.3
Brede welvaart
De gemeente Hollands Kroon werkt volgens het principe van brede welvaart. Naast materiële welvaart gaat het ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid. De capaciteitsuitbreiding die het bestemmingsplan mogelijk maakt, is nodig om te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving en de ambities om te komen tot een
Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp
27/30
Financieel-economische uitvoerbaarheid
klimaatneutrale gemeente. Dit is van essentieel belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. Een stabiel en goed functionerend elektriciteitsnet draagt bij aan de brede welvaart in de gemeente.
6.4
Conclusie
Gezien de tussen de gemeente en de initiatiefnemer gesloten overeenkomst ten aanzien van planschade en het ontbreken van verhaalbare kosten voor de gemeente, wordt het project financieel uitvoerbaar geacht.
Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp
28/30
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1
Participatie
De initiatiefnemers van het plan, Liander en TenneT, houden via bewonersbrieven de direct omwonenden op de hoogte van de voorgenomen uitbreiding van het transformatorstation. In de voorbereidingen op het bestemmingsplan is al een bewonersbrief gestuurd en zijn de uitgevoerde onderzoeken gedeeld. Er is een inloopbijeenkomst georganiseerd door de initiatiefnemers op 22 november 2022 (zie het verslag in bijlage 8). Bij de bijeenkomst zijn van Liander en TenneT de omgevingsmanagers aanwezig geweest, als ook de nodige specialisten op het gebied van geluid en elektromagnetische velden. Dertien omwonenden hebben de bijeenkomst bezocht en diverse vragen gesteld.
7.2
Vooroverleg artikel 3.1.1. Bro
7.2.1 Inleiding Ten behoeve van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is het ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de overlegpartners. Er zijn inhoudelijke reacties ontvangen van de Provincie Noord-Holland en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. TenneT heeft gereageerd en laten weten geen opmerkingen op het bestemmingsplan te hebben. Hieronder is ingegaan op de reacties van de provincie en het hoogheemraadschap. Bij de reacties is een gemeentelijke beantwoording gegeven en is toegelicht op welke wijze er in het ontwerp bestemmingsplan rekening mee is gehouden. 7.2.2 Provincie Noord Holland Reactie De ontwikkeling betreft een kleinschalige ontwikkeling in het provinciale werkingsgebied landelijk gebied. De provincie verzoekt hier in de toelichting uitgebreider op in te gaan. Een toets aan artikel 6.4 en 6.59 van de Omgevingsverordening NH2020 ontbreekt nog. Ook wordt verzocht om in de toelichting in te gaan op de ontsluiting op de provinciale weg N241 en te verduidelijken waarom er geen sprake is van intensivering van het gebruik van de uitweg (zie artikel 4.81 Omgevingsverordening NH2020). Gemeentelijke beantwoording Paragraaf 3.3 van de toelichting is aangevuld met een beschouwing van de genoemde artikelen 6.4 en 6.59 van de Omgevingsverordening.
In dat kader is het relevant om te weten dat het transformatorstation eerder met een uitgebreide omgevingsvergunning mogelijk is gemaakt, en dat een landschapsplan onderdeel was van de destijds verleende omgevingsvergunning. De hierin beschreven landschappelijke inpassing, bestaande uit onder andere een aarden wal en beplanting rondom het station is al gerealiseerd en wordt verder niet aangepast. De omgevingsvergunning wordt nu vastgelegd in een bestemmingsplan. Binnen het inrichting van het terrein is nog ruimte om het bestaande transformatorstation uit te breiden met een extra transformator en extra schakelvelden (in het oorspronkelijke plan was al voorzien in toekomstige uitbreidingen). Deze uitbreiding heeft daarom nagenoeg geen effect op het omliggende landschap. Met het nieuwe bestemmingsplan wordt de instandhouding van de landschappelijke
Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp
29/30
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
inpassing opnieuw vastgelegd in de regels. En de gronden waar de landschappelijke inpassing op is gerealiseerd, hebben de bestemming ‘Groen’ gekregen, zodat ook naar de toekomst toe duidelijk is dat deze gronden bedoeld zijn voor de groenstructuur. Ten aanzien van de verkeerssituatie wordt de tekst in paragraaf 4.6 van de toelichting aangepast. Het perceel is namelijk niet rechtstreeks op de provinciale weg aangesloten. De ontsluiting loopt via de gemeentelijke parallelweg, zoals ook in het kader van de omgevingsvergunning voor het transformatorstation met de provincie is afgestemd en akkoord is bevonden.
7.2.3 Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Reactie Na beoordeling van het bestemmingsplan kan worden gesteld dat de belangen van het hoogheemraadschap voldoende zijn meegenomen en meegewogen. Vanwege de nabijheid van een persleiding van het hoogheemraadschap, zoals genoemd in de toelichting, wordt verzocht tot afstemming bij werkzaamheden die tot mogelijk overlast kunnen zorgen voor de leiding (bijvoorbeeld heiwerkzaamheden). Het hoogheemraadschap vraagt om aandacht voor het functioneren van het transformatorstation bij eventuele wateroverlast en overstromingen. Dit transformatorstation wordt gezien als vitale infrastructuur. Hiervan is het uiteraard van wezenlijk belang dat dit zo lang mogelijk in stand kan blijven op het moment van een wateroverlast situatie. De locatie bevindt zich binnen 250m afstand van de Vereenigde Raakmaats- en Niedorperkogge (VRNK) boezem (vrij korte afstand), waar een ontzettend groot oppervlak aan watersysteem onderdeel van uitmaakt. Ondanks het zorgvuldige onderhoud kan een situatie zich voordoen dat de waterkering bezwijkt. Gevraagd wordt in hoeverre het transformatorstation beschermd is tegen een dergelijke situatie en of deze zijn functie zo lang mogelijk kan blijven behouden. Gevraagd wordt of het in dat kader bijvoorbeeld mogelijk is om de aarden wal gesloten te krijgen.
Gemeentelijke beantwoording Met de nabijheid van de persleiding wordt rekening gehouden bij de werkzaamheden en wanneer nodig wordt vooraf afgestemd met het hoogheemraadschap. Paragraaf 4.4.2 van de toelichting is aangevuld met informatie over de overstromingsrisico’s en de gevolgen voor het functioneren van het transformatorstation. Het is echter niet mogelijk om de aarden wal te sluiten. De aarden wal is onderbroken bij het afspanportaal omdat TenneT bij onderhoud veilig onder de hoogspanningslijnen moet kunnen werken. Vanaf een aarden wal lukt dat niet. De kleine openingen in de wal zijn nodig als een vluchtweg (dit is een veiligheidsvereiste) en zijn nodig zodat er materieel doorheen kan, bijvoorbeeld voor onderhoud van bomen op de grondwal.
7.3
Zienswijzen
Het ontwerp bestemmingsplan wordt voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen voor een ieder om te reageren. Te zijner tijd worden hier de reacties behandeld.
Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp
30/30
Bestemmingsplan Bijlagen bij de toelichting
Transformatorstation De Weel Ontwerp
DNS Planvorming BV Amsterdam, 3 april 2023 NL.IMRO.1911.BPDeWeel-ON01
Transformatorstation De Weel
"Transformatorstation De Weel" (ontwerp)
2
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1
Bodemonderzoek
4
Bijlage 2
Watertoets
111
Bijlage 3
Quickscan Flora en fauna gronden Liander
121
Bijlage 4
Quickscan Flora en fauna gronden TenneT
162
Bijlage 5
Stikstofdepositie onderzoek
203
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek
213
Bijlage 7
Rapportage Magneetvelden
296
Bijlage 8
Verslag inloopbijeenkomst 22 november 2022
328
"Transformatorstation De Weel" (ontwerp)
3
Bijlagen bij de toelichting
"Transformatorstation De Weel" (ontwerp)
4
Bijlage 1 Bodemonderzoek
"Transformatorstation De Weel" (ontwerp)
Priggeweg 4, ’t Veld Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend milieukundig bodemonderzoek
Kenmerk Datum
: :
A2833-06/KHA/rap1 17 november 2022
Opdrachtgever
: : : :
DNS Planvorming B.V. Dhr. R. Nijdam Klaprozenweg 75 C 1033 NN Amsterdam
Goedkeuring
Functie
Datum
Mevr. K. de Haan (Adviseur milieu)
Opsteller, auteur
17-11-2022
Mevr. P. Mulder (Projectleider)
2e lezerschap en vrijgave
17-11-2022
Handtekening
BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING ........................................................................................................................................... 4
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK ......................................................................................... 6 2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................................. 6
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED .......................................................................................... 7
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING........................................................ 8
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST .................................................................................................... 9
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................................... 10
2.6
BEÏNVLOEDING ............................................................................................................................ 10
2.7
BODEMVERONTREINIGING ........................................................................................................ 11
2.8
TERREINVERKENNING ............................................................................................................... 12
2.9
BEOORDELING ............................................................................................................................ 12
2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING.................................................................................... 13 3.
4.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................................................. 14 3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 14
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 14
3.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 16
3.4
TOETSINGSKADER ....................................................................................................................... 17
3.5
INTERPRETATIE .......................................................................................................................... 18
3.6
TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................. 19
3.7
CONCLUSIES ............................................................................................................................... 20
3.8
AANBEVELINGEN ........................................................................................................................ 20
BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 21
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Priggeweg 4, ‘t Veld Kenmerk rapportage: A2833-06/KHA/rap1
Pagina 2 van 21
BIJLAGEN
1. 1.1 1.2 1.3
Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening met aandachtspunten milieuhygiënisch vooronderzoek Situatietekening verkennend bodemonderzoek deellocaties 1 en 2
2. 2.1 2.2
Vooronderzoek Rapportage Omgevingsdienst Noord-Holland Noord Fotoreportage
3. 3.1 3.2
Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda
4. 4.1 4.2
Laboratoriumonderzoek Certificaten grond Certificaten grondwater
5. 5.1 5.2
Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Priggeweg 4, ‘t Veld Kenmerk rapportage: A2833-06/KHA/rap1
Pagina 3 van 21
1.
INLEIDING
In opdracht van DNS Planvorming B.V. is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Priggeweg 4 te ‘t Veld (afbeelding 1).
Afbeelding 1: Onderzoeksgebied milieuhygiënisch vooronderzoek (zwart) en onderzoeksgebieden deellocaties 1 en 2 verkennend bodemonderzoek (rood en oranje) (bron: OpenTopo)
Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de herontwikkeling van de locatie en de daaruit (voortvloeiende) aanvraag van een Omgevingsvergunning (activiteit bouwen). In dit kader wordt inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem gewenst. Het milieuhygiënisch vooronderzoek conform de NEN 5725 heeft betrekking op het gehele terrein van het elektriciteitsstation. Het verkennend bodemonderzoek is onderverdeeld in deellocaties 1 en 2 welke betrekking hebben op de specifieke locaties waar respectievelijk een extra transformator wordt gebouwd en de schakeltuin wordt uitgebreid. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Verklaring onafhankelijkheid IDDS verklaart hierbij onafhankelijk te zijn van de opdrachtgever en geen belang te hebben bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de onderzoeknorm NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Priggeweg 4, ‘t Veld Kenmerk rapportage: A2833-06/KHA/rap1
Pagina 4 van 21
Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond.
Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoekaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoekresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 4 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Priggeweg 4, ‘t Veld Kenmerk rapportage: A2833-06/KHA/rap1
Pagina 5 van 21
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK
2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725;2017 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Priggeweg 4, ‘t Veld Kenmerk rapportage: A2833-06/KHA/rap1
Pagina 6 van 21
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
TABEL 2.2.1: Afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking
Bronnen
Situering
Globale ligging: zie overzichtskaart 1.1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoeklocaties: zie situatietekeningen 1.2 en 1.3 in bijlage 1.
Adres
Priggeweg 4
Postcode / plaats
1735 ET ‘t Veld
Gemeente
Hollands Kroon
Provincie
Noord-Holland
RD-coördinaten
Omschrijving
Globaal middelpunt
X
118.734
Y
527.321
Hoogte maaiveld
Z
Circa 1,6 m -NAP
Kadastraal
Gemeente
Niedorp
Gemeentecode
NDP02
Sectie
E
Nummers
1904 en 1906
Totaal
Gehele onderzoeksgebied: ca. 26.410 m2 Extra transformator (deellocatie 1): ca. 148 m2 Uitbreiding schakeltuin (deellocatie 2): ca. 4.860 m2
Bebouwd
Ca. 680 m2
Verharding
Klinkers: 4.320 m2
Alle richtingen
Rondom de locatie is voornamelijk agrarisch gebied bestaande uit weiland/akkerland met sloten gesitueerd. Sporadisch is sprake van bebouwing bestaande uit het elektriciteitsstation en woningen. Ten westen is de provinciale weg gelegen.
Oppervlaktes (m²)
Belendingen
#1 / #2 / #3
Afbeelding 2: Onderzoekslocatie en belendingen (bron: IDDS Projectenkaart) Afbakening VO
25 meter buiten de onderzoekslocatie
-
Conclusie Afbakening voldoende #1: Perceelloep.nl #2: IDDS Projectenkaart #3: AHN.nl
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Priggeweg 4, ‘t Veld Kenmerk rapportage: A2833-06/KHA/rap1
Pagina 7 van 21
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.3.1: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking Voormalig gebruik
Bronnen Uit de beschikbare historische informatie is bekend dat de locatie van oudsher een agrarische bestemming heeft gehad. Hierbij waren meerdere watergangen in het gebied aanwezig. Begin jaren ’80 zijn deze sloten gedempt. In het verkennend en aanvullend onderzoek door AGEL adviseurs (kenmerk: 20110185, d.d. 1 augustus 2011) is één watergang gedempt met puin en sterk puinhoudende grond waarbij sprake was van een geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK en minerale olie. De verontreiniging is gesaneerd waarbij een evaluatie is uitgebracht d.d. 17 september 2018. De voornoemde met puin gedempte watergang, is gelegen ten noorden van onderhavige onderzoekslocatie op een afstand circa 100 meter.
#1 / #2
Behoudens voornoemde zijn geen andere watergangen aangetroffen die zijn gedempt met puin en/of puinhoudende grond. Vermoedelijk zijn de overige watergangen gedempt met gebiedseigen grond. Potentiële bronnen
Demping met puin(houdende) grond wordt als potentiële bron aangemerkt.
Huidig gebruik
De locatie is bouwrijp gemaakt in de jaren ’10 van de huidige eeuw, ten behoeve van de aanleg van het elektriciteitsstation. De eerste en huidige bebouwing op de locatie betreft is gebouwd in 2014. In de huidige situatie is de locatie in gebruik als hoogspanningsstation.
Potentiële bronnen
In de huidige situatie zijn geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend.
Toekomstig gebruik
Er vindt herontwikkeling plaats op de locatie waarbij een extra transformatorhuis wordt gebouwd en de schakeltuin wordt uitgebreid.
-
Conclusie Een potentiële bron van bodemverontreiniging betreft de gedempte sloot met puin(houdende) grond. De overige gedempte watergangen zijn vermoedelijk gedempt met gebiedseigen grond. #1: Topotijdreis.nl #2: Omgevingsdienst Noord-Holland Noord; Bodemrapportage (opgenomen in bijlage 2.1)
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Priggeweg 4, ‘t Veld Kenmerk rapportage: A2833-06/KHA/rap1
Pagina 8 van 21
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST
TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Uitwerking Asbest
Bronnen Er is geen informatie beschikbaar omtrent een eventuele verdenking op de aanwezigheid van asbest in de bodem.
#1
In het eerder verkennend en aanvullend onderzoek ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen asbestverdachte materialen op of in de bodem aangetroffen. Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Bodemkwaliteit
Bodemfunctieklasse
Landbouw/natuur
Bodemkwaliteitszone
Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv): B5. Overige woongebieden / recentere bebouwing en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen)
#2
Ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv): O2. Overige woongebieden en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) Ontgravingskaart boven- en ondergrond
Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv): Landbouw/natuur Ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv): Landbouw/natuur
Conclusie Informatie omtrent het voorkomen van asbest in de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie is onbekend. Vooralsnog wordt de locatie als niet asbestverdacht beschouwd. Op basis van de beschikbare bodemkwaliteitskaart van gemeentes Den Helder, Hollands Kroon en Schagen worden hooguit lichte verontreinigingen verwacht. #1: Omgevingsdienst Noord-Holland Noord; Bodemrapportage (opgenomen in bijlage 2.1) #2: Besluit bodemkwaliteit gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen, d.d. 11 april 2017
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Priggeweg 4, ‘t Veld Kenmerk rapportage: A2833-06/KHA/rap1
Pagina 9 van 21
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
TABEL 2.5.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Uitwerking
Bronnen
Bodemopbouw (lokaal) Grondwater (lokaal)
0,0 - 1,5 m-mv
Klei en/of zand
1,5 - 3,5 m-mv
Zand
Grondwaterstand freatisch
Circa 1,2 m-mv
#1 / #2 / #3
Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend. De stromingsrichting zal lokaal worden beïnvloed door objecten in de ondergrond. Geohydrologie
Bodemvreemde lagen
0,0 - 15,0 m-mv
Deklaag
15,0 - 62,0 m-mv
1e watervoerend pakket
62,0 - 79,0 m-mv
1e scheidende laag
Niet ter hoogte van onderhavig te onderzoeken deellocaties.
Conclusie Ter plaatse van beide deellocaties bevinden zich enkele gedempte watergangen. Op basis van voorgaand uitgevoerd onderzoek, wordt verwacht dat deze zijn gedempt met gebiedseigen grond. De met puin(houdende) grond gedempte sloot bevindt zich buiten de deellocaties. #1: DINOloket.nl #2: Bodematlas provincie Zuid-Holland / Archief IDDS #3: WKOtool.nl
2.6
BEÏNVLOEDING
TABEL 2.6.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding
Bronnen Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht.
#1 / #2
Conclusie Er is voor zover bekend geen sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit en/of de kwaliteit van het grondwater. #1: Omgevingsdienst Noord-Holland Noord; Bodemrapportage (opgenomen in bijlage 2.1) #2: Topotijdreis.nl
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Priggeweg 4, ‘t Veld Kenmerk rapportage: A2833-06/KHA/rap1
Pagina 10 van 21
2.7
BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.7.1a: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking
Bronnen
Onderzoek ter plaatse van de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Ter plaatse van de onderzoekslocatie is in 2011 een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd door AGEL adviseurs (kenmerk: 20110185, d.d. 01-08-2011). Op het grootste deel van het terrein is hooguit een lichte verontreiniging met cadmium in de boven- en ondergrond en een lichte verontreiniging met barium in het grondwater aangetroffen. Plaatselijk was in de ondergrond een sterk verhoogd gehalte aan PAK en minerale olie aangetoond. Op basis hiervan is een aanvullend onderzoek gedaan waaruit bleek dat sprake was van een gedempte watergang waarbij het dempingsmateriaal bestond uit puin en sterk puinhoudend grond (zie bijlage 1.2). Het bodemvolume verontreinigde grond met gehalten boven de interventiewaarde bedroeg circa 195 m3. Daarnaast was het grondwater ter plaatse licht verhoogd met individuele PAK’s en sterk verhoogd met de somparameter PAK. De verontreinigingen in de grond zijn op perceelsniveau afgeperkt. Derhalve is in verband met een perceelsscheiding de bodem van de percelen ten noorden, westen en oosten niet onderzocht.
#1
In 2016 is een BUS-melding Immobiel ingediend waarna de sanering door middel van ontgraving heeft plaatsgevonden. In 2018 is de BUS-evaluatie Immobiel opgesteld waaruit bleek dat over een oppervlakte van 1.300 m2 tot een maximale ontgravingsdiepte van 1,80 m-mv in totaal 1.700 m3 met PAK en minerale olie verontreinigde grond is ontgraven en afgevoerd (zie bijlage 1.2 voor gesaneerde gebied). De ontgravingsput is aangevoerd met 400 m3 grond met kwaliteitsklasse <AW2000 en 864 m3 hergebruikte grond van de locatie. Geconcludeerd kan worden dat de bodemsanering in voldoende mate is uitgevoerd en geen restverontreiniging is achtergebleven. Onderzoek nabij de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Nabij de onderzoekslocatie zijn enkele bodemonderzoeken uitgevoerd. De beschikbare onderzoeken zijn aangegeven in het bodemrapport van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, zie bijlage 2.1. Hieruit blijkt het volgende:
#1
Ter plaatse van de Provincialeweg N241 (deel N248-N242) is in 2011 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Unihorn B.V. waarbij zintuiglijk zwakke tot matige bijmengingen met puin waren aangetroffen. De bovengrond bleek sterk verontreinigd met PAK en licht verontreinigd met zware metalen en minerale olie. De ondergrond was licht verontreinigd met zware metalen en PAK. Het grondwater was licht verontreinigd met zware metalen, naftaleen en xylenen. Naar aanleiding van de aangetroffen sterke verontreiniging met PAK in de bovengrond is een nader onderzoek uitgevoerd door Grondslag. Hieruit is gebleken dat de verontreiniging zich beperkt tot de bovengrond 0,5 m. Er was sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Er is een BUSmelding ingediend waarna in 2016 een sanering door middel van ontgraving is uitgevoerd. over een oppervlakte van 850 m2 is, tot een diepte van 0,5 m-mv, circa 320 m3 met PAK verontreinigde grond ontgraven en afgevoerd. Er is gesaneerd tot de maximale waarden voor de klasse Industrie. Er heeft geen aanvulling plaatsgevonden. Daarnaast is ook, naar aanleiding van het zeer plaatselijk aantreffen van asbest, tot een diepte van 0,25 m, met asbest verontreinigde grond ontgraven en afgevoerd.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Priggeweg 4, ‘t Veld Kenmerk rapportage: A2833-06/KHA/rap1
Pagina 11 van 21
TABEL 2.7.1b: Bodemverontreiniging (vervolg) Conclusie Op basis van het voorgaande onderzoek is een geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK en minerale olie vastgesteld in de ondergrond ter plaatse van de met puin gedempte sloot op het gehele terrein (onderzoeksgebied milieuhygiënisch vooronderzoek). De aangetroffen verontreiniging is gesaneerd door middel van ontgraving en aangevuld met hooguit licht verontreinigde grond. Op de locaties voor de extra transformator en de uitbreiding van de schakeltuin (deellocaties verkennend bodemonderzoek) wordt echter geen geval van ernstige bodemverontreiniging verwacht. #1: Omgevingsdienst Noord-Holland Noord; Bodemrapportage (opgenomen in bijlage 2.1)
2.8
TERREINVERKENNING
De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 23 augustus 2022 uitgevoerd van de onderzoekslocatie voor het verkennend bodemonderzoek. Op basis van de terreinverkenning blijkt geen sprake te zijn van aanvullende bijzonderheden en hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens. Ter illustratie is in bijlage 2 een fotoreportage opgenomen.
2.9
BEOORDELING
Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.9.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.9.1: Beoordeling Onderzoeksvraag Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Beantwoording Omschrijving
Reden afwijking
Afwijking
Geen
-
Gevolgen betrouwbaarheid
-
-
Beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen
-
-
Conclusie De milieuhygiënische bodemkwaliteit is niet afdoende bekend. Er is geen (actuele) informatie beschikbaar omtrent de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Priggeweg 4, ‘t Veld Kenmerk rapportage: A2833-06/KHA/rap1
Pagina 12 van 21
2.10
CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij eventueel bodemonderzoek dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar. TABEL 2.10.1: Conclusie en hypothese Hypothese Algemeen Locatie
Gehele terrein behoudens ondergenoemde deellocaties
Conclusie
Op basis van het voorgaande onderzoek is op de locatie een geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK en minerale olie vastgesteld in de ondergrond ter plaatse van een gedempte sloot op het gehele onderzoeksgebied. De aangetroffen verontreiniging is gesaneerd door middel van ontgraving. Vermoedelijk zijn de overige gedempte sloten gedempt met gebiedseigen grond. Op basis van de bodemkwaliteitskaart worden hooguit lichte verontreinigingen verwacht.
Hypothese
Verdacht
Locatie
Deellocatie 1 (extra transformator)
Conclusie
Op basis van het voorgaande onderzoek worden geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie. Op basis van de bodemkwaliteitskaart worden hooguit lichte verontreinigingen verwacht.
Hypothese
Onverdacht
Locatie
Deellocatie 2 (uitbreiding schakeltuin)
Conclusie
Op basis van het voorgaande onderzoek worden geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie. Op basis van de bodemkwaliteitskaart worden hooguit lichte verontreinigingen verwacht.
Hypothese
Onverdacht
Opmerking
Op voorhand wordt er niet van uitgegaan dat in de grond sprake is van puinbijmengingen. Ingeval echter wel sprake blijkt te zijn van een puinbijmenging dient de locatie, ongeacht de gradatie aan bijmengingen, formeel als verdacht op asbest te worden aangemerkt.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Priggeweg 4, ‘t Veld Kenmerk rapportage: A2833-06/KHA/rap1
Pagina 13 van 21
3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE
De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1.1. TABEL 3.1.1: Onderzoeksstrategie Locatie Onderzoeksstrategie Extra transformator en uitbreiding schakeltuin (deellocaties 1 en 2)
NEN 5740;2009+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL).
Opmerking
Om een representatiever beeld van de milieuhygiënische bodemkwaliteit van deellocatie 1 te verkrijgen worden alle boringen uitgevoerd tot een diepte van minimaal 1,0 m-mv. Gezien de veldresultaten na de uitvoering van deellocatie 1 geen specifieke aandachtspunten had, zijn de boringen bij deellocatie 2 niet doorgezet. Ter plaatse van de gedempte sloten op beide deellocaties zijn enkele diepere boringen gezet om na te gaan in hoeverre de demping visueel nog is terug te vinden (afwijkend dempingsmateriaal, slib- en rietresten).
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.2 die in bijlage 1 is opgenomen. TABEL 3.2.1: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode 23-08-2022 en 27-10-2022 (2001) 31-08-2022 en 03-11-2022 (2002) Uitvoerende partij
IDDS Milieu
BRL SIKB / protocol
BRL SIKB 2000 Protocol 2001, 2002
Onderzoekaspect
Meetpunten
Deellocatie 1 (transformator)
Deellocatie 2 (schakeltuin)
Codering
Bijzonderheden
2
02, 04
-
1 1
03 01
0,5
11
2,0 3,0
3 1
002, 004 t/m 009, 011, 012, 014, 015 001, 003, 013 010
Type
Diepte [m-mv]
Aantal
Boring
1,0
Peilbuis
2,0 3,4
Boring
Peilbuis
-
Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Priggeweg 4, ‘t Veld Kenmerk rapportage: A2833-06/KHA/rap1
Pagina 14 van 21
Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, wordt als volgt omschreven: Deellocatie 1: - De bovengrond bestaat overwegend uit klei. Zeer plaatselijk is sprake van zand (boring 01; 0,2-0,6 cm-mv). De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van 1,0 à 1,5 m-mv uit klei en tot de geboorde dieptes van maximaal 3,4 m-mv uit zand. Deellocatie 2: - De grond bestaat tot ca. 1,0 m-mv uit zand. Hieronder is een kleilaag aanwezig van ca. 40 cm. De grond bestaat van ca. 1,5 m-mv tot de geboorde dieptes van 3,0 m-mv uit zand. Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven.
Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: Deellocatie 1: In de grond is plaatselijk sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft met name sporen baksteen in de bovengrond; Er is ter plaatse van de waarschijnlijke locatie van de gedempte sloot geen slib- en rietresten aangetroffen dan wel een duidelijk afwijkende bodemopbouw. Hoogstwaarschijnlijk is de sloot gedempt met gebiedseigen grond. Deellocatie 2: In de grond is geen sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen; Er zijn ter plaatse van de waarschijnlijke locaties van de gedempte sloten geen slib- en rietresten aangetroffen dan wel een duidelijk afwijkende bodemopbouw. Hoogstwaarschijnlijk zijn de sloten gedempt met gebiedseigen grond. Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Indien asbestverdacht materiaal is aangetroffen is dit, per boorpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3.
Op basis van de visuele inspectie op asbest blijkt het navolgende: -
In de opgeboorde grond is visueel geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Priggeweg 4, ‘t Veld Kenmerk rapportage: A2833-06/KHA/rap1
Pagina 15 van 21
Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In de navolgende tabel zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen. TABEL 3.2.2: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis
Filterstelling
Grondwaterstand
pH
EC
Troebelheid
Monstername
Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden
[m-mv]
[m-mv]
[–]
[S/cm]
[NTU]
d.d.
01
2,40 - 3,40
1,42
6,8
1.703
9,88
31-08-2022
Geen bijzonderheden
010
2,00 - 3,00
0,93
6,7
532
6,21
3-11-2022
Geen bijzonderheden
Op basis van de veldwaarnemingen en metingen blijkt het navolgende: -
3.3
Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad, het elektrisch geleidingsvermogen en de troebelheid duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater.
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK
Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 4 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimtedekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.4.1 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. Samenstelling analysepakketten In het standaardpakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Minerale olie (GC). PCB (PolyChloorBifenylen).
Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Priggeweg 4, ‘t Veld Kenmerk rapportage: A2833-06/KHA/rap1
Pagina 16 van 21
In het standaardpakket voor grondwater zijn de volgende analyses opgenomen: -
3.4
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Minerale olie.
TOETSINGSKADER
De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 4 zijn opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (HandhavingUitvoeringsMethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk.
In tabel 3.4.1 zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen. <AW / <S niet verontreinigd: het gehalte / de concentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater), dan wel de rapportagegrens; >AW / >S licht verontreinigd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en is lager dan of gelijk aan de tussenwaarde, zijnde licht verontreinigd; >T matig verontreinigd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; >I sterk verontreinigd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Priggeweg 4, ‘t Veld Kenmerk rapportage: A2833-06/KHA/rap1
Pagina 17 van 21
TABEL 3.4.1: Overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Monstercodes, deelmonsters en bodemlagen (bodemlagen in cm-mv)
Matrix en eventuele bijzonderheden
Analyse
Toetsingsresultaten
Wbb (index) > AW / > S (licht verhoogd)
>T (matig verhoogd)
>I (sterk verhoogd)
Deellocatie 1 Bovengrond MM01 01 (0-20) 03 (0-40) 04 (0-50)
Klei, sporen baksteen
#1
-
-
-
Zand, geen bijzonderheden
#1
-
-
-
Grondwater
#2
-
-
-
MM03 001 (10-60) 003 (10-60) 004 (10-60) 005 (10-40) 008 (10-60)
Zand, geen bijzonderheden
#1
-
-
-
MM04 007 (10-60) 011 (10-60) 012 (10-60) 013 (10-60) 015 (10-40)
Zand, geen bijzonderheden
#1
MM05 001 (110-160) 003 (110-140) 010 (90-130) 013 (100-140)
Klei, geen bijzonderheden
#1
-
-
-
MM06 001 (160-200) 003 (140-190) 010 (130-160) 013 (140-160)
Zand, geen bijzonderheden
#1
-
-
-
#2
-
-
-
Ondergrond MM02 01 (160-210) 03 (160-200) Grondwater Peilbuis 01 (240-340) Deellocatie 2 Bovengrond
Ondergrond
Grondwater Peilbuis 010 (200-300) Grondwater Blanco : Niet geanalyseerd / onderzocht / getoetst #1 : Standaardpakket grond #2 : Standaardpakket grondwater > AW : > Achtergrondwaarde >I : > Interventiewaarde Index : (GSSD - AW) / (I - AW)
3.5
INTERPRETATIE
Deelgebied 1 Grond De bovengrond bestaat overwegend uit klei. Zeer plaatselijk is sprake van zand (boring 01; 0,20,6 cm-mv). De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van 1,0 à 1,5 m-mv uit klei en tot de geboorde dieptes van maximaal 3,4 m-mv uit zand. In de grond is plaatselijk sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreft met name sporen baksteen in de bovengrond bestaande uit klei. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Er is ter plaatse van de waarschijnlijke locatie van de gedempte sloot geen slib- en rietresten aangetroffen dan wel een duidelijk afwijkende bodemopbouw. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt de boven- en ondergrond (MM01 en MM02) niet verontreinigd te zijn met de onderzochte parameters. Grondwater Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. In het grondwater overschrijden geen van de concentraties van de onderzochte parameters de desbetreffende streefwaarden. Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Priggeweg 4, ‘t Veld Kenmerk rapportage: A2833-06/KHA/rap1
Pagina 18 van 21
Deelgebied 2 Grond De grond bestaat tot ca. 1,0 m-mv uit zand. Hieronder is een kleilaag aanwezig van ca. 40 cm. De grond bestaat van ca. 1,5 m-mv tot de geboorde dieptes van 3,0 m-mv uit zand. In de grond is geen sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Er zijn ter plaatse van de waarschijnlijke locaties van de gedempte sloten geen slib- en rietresten aangetroffen dan wel een duidelijk afwijkende bodemopbouw. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt de boven- en ondergrond (MM03 en MM04) niet verontreinigd te zijn met de onderzochte parameters. Grondwater Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. De gemeten waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. In het grondwater overschrijden geen van de concentraties van de onderzochte parameters de desbetreffende streefwaarden. Resumé Middels onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater afdoende mate vastgelegd. De grond en het grondwater zijn niet verontreinigd met de onderzochte parameters. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek.
3.6
TOETSING HYPOTHESE
De op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek vastgestelde onderzoekshypothese is getoetst aan de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. De toetsing van de hypothese is in onderstaande tabel opgenomen. Indien van toepassing is, bij een (gedeeltelijk) onjuiste hypothese de invloed op representativiteit van het onderzoek in relatie met de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven. TABEL 3.6.1: Hypothese en onderzoeksstrategie deellocatie 1 en 2 Algemeen Hypothese
Onverdacht
Toetsing
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese voor beide deellocaties: Aangenomen Reden: de grond en het grondwater zijn niet verontreinigd met de onderzochte parameters.