CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

1 toelichting en regels

Raad 13 juli 2023, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel23.253 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Transformatorstation De Weel Bestemmingsplan

Gemeente Identificatienummer Versie Datum Opsteller Projectnummer

Hollands Kroon NL.IMRO.1911.BPTrafostationDeWeel-ON01 Ontwerp 3 april 2023 R. Nijdam 1249

DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3

Inleiding ......................................................................................................................... 1 Aanleiding ..................................................................................................................... 1 Leeswijzer ..................................................................................................................... 2 Begrippenlijst................................................................................................................. 2

2 2.1 2.2

Het plangebied .............................................................................................................. 4 Bestaande situatie ........................................................................................................ 4 Toekomstig gebruik en bestemming ............................................................................. 5

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Beleidskader ................................................................................................................. 7 Inleiding ......................................................................................................................... 7 Rijksbeleid ..................................................................................................................... 7 Provinciaal beleid .......................................................................................................... 8 Gemeentelijk beleid ...................................................................................................... 9 Conclusie beleidskader ............................................................................................... 10

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

Omgevingsaspecten ................................................................................................... 11 Inleiding ....................................................................................................................... 11 Archeologie en cultuurhistorie..................................................................................... 11 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 12 Water........................................................................................................................... 13 Natuur ......................................................................................................................... 16 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 17 Bedrijven en Milieuzonering ........................................................................................ 17 Geluid .......................................................................................................................... 19 Magneetvelden ........................................................................................................... 20 Luchtkwaliteit...............................................................................................................

21 Externe veiligheid ........................................................................................................ 22 Besluit milieueffectrapportage..................................................................................... 23

5 5.1 5.2

Toelichting op de regels .............................................................................................. 24 Algemeen .................................................................................................................... 24 Nadere toelichting op de regels .................................................................................. 24

6 6.1 6.2 6.3 6.4

Financieel-economische uitvoerbaarheid ................................................................... 27 Algemeen .................................................................................................................... 27 Planschade ................................................................................................................. 27 Brede welvaart ............................................................................................................ 27 Conclusie .................................................................................................................... 28

7 7.1 7.2 7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 29 Participatie .................................................................................................................. 29 Vooroverleg artikel 3.1.1. Bro ..................................................................................... 29 Zienswijzen ................................................................................................................. 30

Bijlagen bij de toelichting (separaat) 1 Bodemonderzoek 2 Watertoets 3 Quickscan Flora en fauna gronden Liander 4 Quickscan Flora en fauna gronden TenneT 5 Stikstofdepositie onderzoek 6 Akoestisch onderzoek 7 Rapportage EM-velden 8 Verslag inloopbijeenkomst 22 november 2022

Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Om te voldoen aan de toenemende vermogensvraag in de regio is het voornemen van Liander en TenneT om op het terrein van het transformatorstation De Weel aan de Priggeweg 4 in ’t Veld een extra transformator en extra schakelvelden te plaatsen. Voor de locatie geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied voormalige gemeente Niedorp’ (vastgesteld 2013). De bestemming is ‘Agrarisch met waarden’. Er is in 2015 een omgevingsvergunning strijdig gebruik verleend voor de realisatie van het transformatorstation met twee 80 MVA transformatoren. De benodigde transformator en de uitbreiding van de velden is niet toegestaan in de huidige bestemming en ook niet binnen de verleende omgevingsvergunning. Zodoende is een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het nieuwe bestemmingsplan regelt zowel de bestaande vergunde situatie als de uitbreiding.

afbeelding 1: ligging plangebied (rode stippellijn)

Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp

1/30

Inleiding

afbeelding 2: het plangebied op ruimtelijkeplannen.nl

1.2

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 worden de locaties beschreven, waarbij eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie en vervolgens op de toekomstige situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 gaat in op de milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt toegelicht hoe de planuitgangspunten zijn vertaald naar de bestemmingsregels. De economische uitvoerbaarheid van het plan is beschreven in hoofdstuk 6 en de maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 7.

1.3

Begrippenlijst

In het bestemmingsplan worden verschillende begrippen gebruikt, welke vrij technisch en specialistisch van aard zijn. Daarom is hieronder een begrippenlijst opgenomen waarin de meest belangrijke termen zijn toegelicht. Transformatorstation Op een transformatorstation, ook wel elektriciteitsstation of elektriciteitsdistributiebedrijf genoemd, wordt de spanning van elektriciteit omgezet van de ene spanning naar een andere spanning (omhoog of omlaag). De elektriciteit wordt vanaf het station vervolgens getransporteerd naar de verschillende wijken of gebieden in een dorp of stad (distributie). Transformator Een transformator zet elektriciteit om van de ene spanning naar een andere spanning. Transformatorruimten De transformator komt in een bouwwerk te staan, bestaande uit drie dichte wanden. De bovenzijde is open.

Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp

2/30

Inleiding

Transformatorvermogen Het vermogen ofwel capaciteit van de transformator, uitgedrukt in MVA. MVA Aanduiding van het vermogen ofwel capaciteit van de transformator om elektriciteit te kunnen transporteren en transformeren. De capaciteit wordt uitgedrukt in VoltAmpère (VA). 1 MVA (MegaVoltAmpère) is 1.000.000 VA. kV De hoogte van de spanning wordt uitgedrukt in Volt, 10kV is 10.000 Volt. Hoogspanning Hoogspanning is de verzamelnaam voor de hoogste spanningsniveaus in het elektriciteitsnet. Alle spanningsniveaus van hoger dan 25kV vallen hieronder. Middenspanning Middenspanning is de verzamelnaam voor de spanningen tussen de hoogste en laagste spanningsniveaus in het elektriciteitsnet. Alle spanningsniveaus van hoger dan 1kV en lager dan 25kV vallen hieronder. Laagspanning Laagspanning is de verzamelnaam voor de lage spanningen in het elektriciteitsnet en betekent spanning onder de 1kV (1.000 Volt). Middenspanningsinstallatie De middenspanningsinstallatie zorgt ervoor dat de elektriciteit gedistribueerd wordt over verschillende kabels naar de transformatorhuisjes in de wijk of naar bedrijven. De middenspanningsinstallatie is de “groepenkast” van een (regel)station.

Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp

3/30

Het plangebied

2

Het plangebied

2.1

Bestaande situatie

Voor het plangebied is in 2015 een omgevingsvergunning verleend voor de realisatie van transformatorstation De Weel aan de Priggeweg 4 in ’t Veld. Het transformatorstation is sindsdien gerealiseerd en bestaat uit een deel van Liander en een deel van TenneT. Op het deel van Liander staat een bedieningsgebouw en zijn twee transformatorruimten met elk een transformator van 80 MVA er in. Op het deel van TenneT is een schakeltuin aanwezig, bestaande uit zeven 150 kV-schakelvelden. Ook is er een Centraal Dienstengebouw en zijn er voorzieningen voor de aansluiting van de hoogspanningsverbindingen op het station (de afspanportalen).

afbeelding 3: luchtfoto huidige situatie 2020 (bron luchtfoto: pdok.nl)

Het bestaande bedieningsgebouw is ongeveer 5,5 m hoog en de transformatorruimten zijn ongeveer 7 m hoog. Het Centrale dienstengebouw van TenneT is ongeveer 4 m hoog. De staalconstructies van de schakelvelden zijn ongeveer 8 tot 9 m hoog. De afspanportalen aan de noord- en zuidzijde van het terrein zijn ongeveer 18 tot 19 m hoog. Op de schakelvelden en transformatorruimten zijn voorzieningen voor bliksemafleiding aangebracht, de zogenoemde

Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp

4/30

Het plangebied

bliksemspitsen. De bliksemspitsen op de schakelvelden zijn 24 tot 26 m hoog en de bliksemspitsen op de transformatorruimten zijn 14 tot 15 m hoog (gemeten vanaf het maaiveld, niet vanaf de bovenkant van de transformatorruimte). Het terrein wordt ontsloten door een toegangsweg, welke zich bevindt aan de zuidwestzijde van het plangebied. Rondom het transformatorstation zijn aarden wallen aangelegd en is beplanting aangebracht als onderdeel van de landschappelijke inpassing van het station. Ook is bij de aanleg van het station nieuw water aangelegd ter compensatie van de verhardingstoename. Rond de gronden van Liander en TenneT zijn hekwerken aanwezig ter beveiliging.

afbeelding 4: aanzicht toegang met links het bedieningsgebouw van Liander, in het midden grijswit zijn de transformatorruimten en daar achter en rechts de schakelvelden en afspanportalen (bron: google streetview)

2.2

Toekomstig gebruik en bestemming

Vanwege de groeiende vermogensvraag in de regio is het nodig om het transformatorvermogen uit te breiden. Er is een nieuwe transformatorruimte met daarin een transformator van 80 MVA nodig. Deze zal komen net ten noorden van het bedieningsgebouw van Liander (zie afbeelding 5). Ook is het nodig om extra schakelvelden aan te leggen ten noorden van de bestaande transformatorvelden. In onderstaande afbeelding zijn de uitbreidingen met rood aangeduid. Vooralsnog wordt een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van een nieuwe transformatorruimte en een uitbreiding van de schakeltuin met drie schakelvelden. Het bestemmingsplan biedt ruimte aan de uitbreiding van de schakeltuin voor het hele vlak zoals is aangeduid in afbeelding 5. De onderzoeken voor het bestemmingsplan zijn ook uitgegaan van deze uitbreiding.

Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp

5/30

Het plangebied

afbeelding 5: uitbreidingen aangeduid op luchtfoto van het transformatorstation (bron luchtfoto: pdok.nl)

De nieuwe transformatorruimte wordt even groot als de al aanwezige transformatorruimten, de wanden worden 7 m hoog en hierop komen voorzieningen voor bliksemafleiding die, gemeten vanaf de grond, tot 15 m hoog worden. In de transformatorruimte komt een transformator met een vermogen van 80 MVA. Daarmee zal het station een totaal opgesteld vermogen hebben van 3x80 = 240 MVA. Hiermee is sprake van milieucategorie 4.2. De gronden waar de transformatorruimte komt, zijn onverhard. De bouw betekent een uitbreiding aan verharding van 115 m2. De nieuwe schakelvelden zijn vergelijkbaar met de bestaande schakelvelden. De constructies worden tot 9 m hoog en de bliksemspitsen die hierop komen worden tot 26 m hoog (gemeten vanaf de grond). Op de gronden waar de nieuwe schakelvelden zijn voorzien, ligt al grind (halfverhard). Dit betekent dat er geen toename aan verharding is vanwege de extra schakelvelden. Ten behoeve van de uitbreiding zullen er extra kabelverbindingen worden gelegd op het terrein van het transformatorstation. Er worden geen wijzigingen aangebracht buiten de gronden van het transformatorstation. De aangelegde aarden wallen en de beplanting worden niet aangepast. Ook blijft de bestaande toegangsweg gebruikt worden. Deze toegangsweg sluit aan op de parallelweg langs de Priggeweg.

Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp

6/30

Beleidskader

3

Beleidskader

3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk schaalniveau.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Het Rijk heeft op 11 september 2020 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met betrekking tot ‘sterke en gezonde steden en regio’s’ is in de NOVI aangegeven dat vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig zijn voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven.

Tegelijk streeft men naar een verbetering naar de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Nederland zet in op een duurzame en circulaire economie. Het doel is om met behoud van de welvaart tegelijkertijd bij te dragen aan een stabiel klimaat, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en afhankelijkheid van eindige fossiele grondstoffen. Het rijk stelt als doel om in 2050 vrijwel geheel klimaatneutraal te zijn. Betekenis voor het plan De capaciteitsuitbreiding van transformatorstation De Weel sluit aan op het nationale belang ‘realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur’ uit de NOVI. De capaciteitsuitbreiding is nodig om te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van essentieel belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk.

Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp

7/30

Beleidskader

3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening Sinds 1 juli 2017 is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' aangepast in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6. lid 2 Bro). Het artikel luidt nu als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Het artikel heeft tot doel om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en overprogrammering te voorkomen. Eerst moet worden beoordeeld of sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Een stedelijke ontwikkeling is gedefinieerd in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro. Deze luidt: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Volgend uit jurisprudentie wordt een nieuw transformatorstation of de uitbreiding hiervan niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd (zie uitspraak van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1123 (Hollands Kroon)). Betekenis voor het plan Gelet op de jurisprudentie is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing aan de ladder niet nodig.

Daar komt bij dat de gewenste ontwikkeling nodig is om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. De ontwikkeling is bij het bestaande transformatorstation voorzien om zo met een relatief eenvoudige aanpassing het elektriciteitsnetwerk toekomstbestendig te maken.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2020 3.3.1.1 Kader Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De provincie wil dat de kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod van werk- en woonlocaties met elkaar in overeenstemming zijn en streeft naar behoud en versterking van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. Het beleid van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Omgevingsverordening NH2020 zoals vastgesteld op 22 oktober 2020.

3.3.1.2 Betekenis voor het plan Een goed functionerend elektriciteitsnetwerk is een vereiste voor de duurzame economische ontwikkeling van de provincie en meer specifiek deze regio. De capaciteitsuitbreiding van het bestaande transformatorstation is daar voor nodig. De gewenste ontwikkeling draagt op die manier bij aan het kunnen verwezenlijken van de doelen van de provinciale omgevingsvisie. De locatie ligt in het werkingsgebied landelijk gebied. De ontwikkeling is getoetst aan de artikelen 6.3, 6.4 en 6.59. Hieronder is op deze artikelen en de toets ingegaan.

Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp

8/30

Beleidskader

Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen Artikel 6.3 bepaalt dat een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Volgend uit jurisprudentie wordt een transformatorhuis niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd (zie uitspraak van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1123 (Hollands Kroon)). Zodoende is geen toets aan dit artikel nodig. Artikel 6.4 Kleinschalige ontwikkelingen Ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied kan een ruimtelijk plan uitsluitend voorzien in een kleinschalige ontwikkeling, niet zijnde een kleinschalige woningbouwontwikkeling indien: a. op de ontwikkeling plaatsvindt op een locatie waar een stedelijke functie is toegestaan; b. het toegestane bebouwd oppervlak niet wordt vergroot; en c. het aantal burgerwoningen niet toeneemt. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen het terrein van het huidige transformatorstation. Er komt geen nieuwe bebouwing bij, enkel verharding en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Ook komen er geen burgerwoningen bij. Zodoende wordt aan artikel 6.4 voldaan.

Artikel 6.59 Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied Artikel 6.59 van de Omgevingsverordening NH2020 stelt ruimtelijke kwaliteitseisen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied. De ruimtelijke kwaliteitseisen zijn opgenomen in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie). Gedeputeerde staten kunnen de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling om advies vragen inzake de locatieafweging of de ruimtelijke inpassing. Met de kaders voor ruimtelijke kwaliteit uit artikel 6.59 borgt de provincie dat nieuwe ruimtelijke plannen rekening houden met de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap, de bebouwingskarakteristiek en inpassing in de wijdere omgeving. In het kader van de vergunningverlening van Transformatorstation De Weel is een landschapsplan opgesteld en ook tot uitvoering gebracht. Zie hiervoor het als bijlage 1 bij de regels opgenomen landschapsplan. In het destijds opgestelde landschapsplan was al rekening gehouden met enige uitbreiding binnen de grenzen van het station. De nieuwe transformatorruimte en de uitbreiding van de schakelvelden blijven binnen het terrein van het transformatorstation en hebben dan ook geen gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving.

In het voorliggende nieuwe bestemmingsplan is met een voorwaardelijke verplichting nogmaals geborgd dat de elementen van de landschappelijke inpassing in stand gehouden dienen te blijven. Er wordt aan artikel 6.59 voldaan.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie gemeente Hollands Kroon In de Omgevingsvisie, vastgesteld op 29 november 2016, is een integrale visie voor het beleid van Hollands Kroon en de uitvoering ervan voor de periode tot 2030 opgenomen. Het betreft naast ruimtelijke ordening ook onderwerpen als veiligheid, economische en technologische ontwikkelingen, natuur, milieu en bereikbaarheid. Dit moet meer samenhang brengen in het beleid voor de fysieke leefomgeving om flexibeler in te kunnen spelen op de veranderingen in de maatschappij. Het uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is “ontwikkelen met behoud van identiteit en kwaliteit”. Dat betekent dat er voldoende rekening moet worden gehouden met de karakteristieke eigenschappen van de verschillende landschappen en de dorpen. Identiteit en Kwaliteit vormen het vertrekpunt van ruimtelijke plannen. Dit zet ontwikkelingen niet op slot. De gemeente vindt het van belang dat een initiatief een bijdrage levert aan de identiteit en kwaliteit van de specifieke plek.

Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp

9/30

Beleidskader

Betekenis voor het plan In de Omgevingsvisie is de ambitie opgenomen om uit te groeien naar centrumgemeente voor duurzame energie door kennisclustering en optimalisatie van vestigingslocaties. In 2050 is de gemeente klimaatneutraal. Hiervoor zal meer duurzame energie opwekking nodig zijn, o.a. door groei van de opwekking van zonne-energie op daken. De capaciteitsuitbreiding is nodig om te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving en de ambities om te komen tot een klimaatneutrale gemeente. Dit is van essentieel belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. De ontwikkeling is bij het bestaande transformatorstation voorzien om zo met een relatief eenvoudige aanpassing het elektriciteitsnetwerk toekomstbestendig te maken.

3.5

Conclusie beleidskader

Op basis van voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat het voorliggende bestemmingsplan passend is binnen de beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau.

Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp

10/30

Omgevingsaspecten

4

Omgevingsaspecten

4.1

Inleiding

In dit hoofdstuk is de uitvoering van het project verantwoord aan de hand van de relevante omgevingsaspecten.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

4.2.1 Algemeen In de Erfgoedwet (2016) is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Door de wijziging van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Onder cultuurhistorische waarden worden verstaan alle structuren, elementen en gebieden die inzicht geven over de ontstaansgeschiedenis. 4.2.2 Betekenis voor het plan In de omgevingsvisie Hollands Kroon staat dat Hollands Kroon wordt gekenmerkt door een rijk bodemarchief, waarvan de bewaarcondities over het algemeen gunstig zijn. Op 14 juli 2022 is de beleidskaart Archeologie van de gemeente Hollands Kroon vastgesteld. De kaart met toelichting geeft een overzicht van de bekende archeologische waarden en de verwachte archeologische waarden. Daarnaast geeft de kaart voor elke locatie in onze gemeente aan hoe om te gaan met archeologie bij ruimtelijke ingrepen.

Dit schept duidelijkheid en hiermee wordt onnodig archeologisch onderzoek of vernietiging van waardevolle archeologische resten voorkomen. Betekenis voor het plan In het geldende bestemmingsplan is geen archeologische beschermingsregeling voor het projectgebied van kracht. De beleidskaart Archeologie van de gemeente Hollands Kroon geeft aan dat een deel is vrijgesteld van onderzoek en voor het overige gebied van het plangebied er bij ingrepen van meer dan 2.500 m2 en een diepte van 40 cm een archeologisch onderzoek aan de orde is (zie afbeelding 6). Van een dergelijk grootschalige ingreep is echter lang geen sprake. Het station is al gerealiseerd. De met de uitbreiding gepaard gaande bodemingrepen bestaan uit de realisatie van een transformatorruimte van 115 m2 en de aanleg van enkele ondergrondse kabels. De uitbreiding van de schakeltuin vindt plaats op de bestaande grindverharding en dit gebied is vrijgesteld van verder archeologisch onderzoek (grijze vlak in afbeelding 6). Op grond hiervan kan worden gesteld dat de uitvoerbaarheid van het planvoornemen niet door archeologische verwachtingswaarden wordt beperkt. In het plangebied zijn geen monumenten aanwezig of cultuurhistorische waarden. Vanuit het aspect cultuurhistorie is er geen belemmering ten aanzien van de voorgenomen herbestemmingen in het plangebied.

Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp

11/30

Omgevingsaspecten

afbeelding 6: uitsnede Beleidskaart Archeologie Hollands Kroon, het plangebied is met rode stippellijn aangeduid

4.3

Bodemkwaliteit

4.3.1 Algemeen In het kader van goede ruimtelijke ordening dient aandacht te worden besteed aan de bodemkwaliteit en de betekenis voor de haalbaarheid van het plan. In dit geval is sprake van twee ontwikkelingen op het terrein van het bestaande transformatorstation De Weel, te weten de bouw van een transformatorruimte op de gronden van Liander en de uitbreiding van de schakeltuin op de gronden van TenneT. Dit betreffen beiden geen gevoelige bestemming. Voor het bestemmingsplan volstaat het om een beeld te hebben van de kwaliteit van de bodem middels een historisch vooronderzoek. Voor de omgevingsvergunning bouwen is een verkennend bodemonderzoek een indieningsvereiste. 4.3.2 Bodemonderzoek Er is een historisch vooronderzoek uitgevoerd voor het hele plangebied en er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor twee plekken, te weten de plek van de nieuwe transformatorruimte op de gronden van Liander en de plek van de uitbreiding van de schakelvelden op de gronden van TenneT (IDDS, 17 november 2022). Het rapport is opgenomen als bijlage 1 bij de toelichting. Hieronder zijn de bevindingen beschreven. Op basis van het historisch vooronderzoek worden geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht in het onderzoeksgebied. Op basis van de bodemkwaliteitskaart worden hooguit lichte verontreinigingen verwacht.

Voor het bestemmingsplan is daarmee voldoende inzicht in de kwaliteit van de bodem. Het onderzoeksgebied maakt onderdeel uit van het transformatorstation en het toekomstig gebruik is hetzelfde. In milieuhygiënisch opzicht wordt het terrein geschikt geacht voor de huidige en toekomstige bestemming.

Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp

12/30

Omgevingsaspecten

Uit het verkennend bodemonderzoek volgt voor de twee plekken (transformatorruimte en uitbreiding schakelvelden) dat er geen verontreinigingen zijn in de grond of het grondwater. Er zijn geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. Voor een geplaatste peilbuis was in het laboratorium een verontreiniging met minerale olie waargenomen. Aan de hand hiervan is een kwaliteitscontrole uitgevoerd met als resultaat dat het monster betrokken is geweest bij een monsterverwisseling bij de minerale olie analyse in het laboratorium. Een nieuwe toetsing is uitgevoerd. Hieruit blijkt dat geen minerale olie in het grondwater is gemeten. 4.3.3 Betekenis voor het plan Er is een historisch vooronderzoek uitgevoerd voor het hele plangebied. De locatie wordt in milieuhygiënisch opzicht geschikt geacht voor de huidige en toekomstige bestemming. Voor de locatie van de transformatorruimte en voor de uitbreiding van de schakelvelden is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Er zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect bodemkwaliteit geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

4.4

Water

4.4.1 Beleid en regelgeving Op verschillende bestuursniveaus zijn beleidsnota’s verschenen die zich richten op een (zowel kwalitatief als kwantitatief) duurzaam waterbeheer. Op het hoogste niveau zijn de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Nationaal Waterplan (NW) richtinggevend. Op een lager schaalniveau is voor dit planvoornemen met name het beleid van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier relevant. Dit beleid is in lijn met, en in aanvulling op, de plannen die Rijk en provincies hebben op het gebied van waterbeheer. Aangezien het bestemmingsplan een functiewijziging betreft en geen nieuwe bouwmogelijkheden toevoegt, is niet verder ingegaan op de verschillende beleidskaders. 4.4.2 Situatie plangebied 4.4.2.1 Hemelwater Er worden op de gevels van de nieuwe bouwwerken geen uitlogende bouwmaterialen toegepast. De nieuwe transformatorruimte is aan de bovenzijde open. Hemelwater dat in contact kan komen met een transformator kan verontreinigd raken met olie. Dit hemelwater mag niet direct op het oppervlaktewater worden afgevoerd of in de bodem komen. De transformatorruimte zal daarom met een bundguardpomp (olie/waterscheider) en inspectieput aangesloten worden op de bestaande riolering van het station. De bestaande riolering komt uit op de sloot. Door de toepassing van de olie/waterscheider zal er geen vervuild hemelwater worden afgevoerd op het oppervlaktewater.

4.4.2.2 Watercompensatie In paragraaf 2.2 is de toekomstige situatie beschreven. Er komt ongeveer 115 m2 aan verharding bij door de voorgenomen uitbreiding. Er worden geen aanpassingen aan het bestaande water uitgevoerd. Er is geen compensatieopgave. 4.4.2.3 Grondwater Er is geen sprake van een permanente grondwateronttrekking in het plan. Wel zal voor de realisatie tijdelijke bemaling nodig zijn. De totale bemalingsperiode zal korter zijn dan 6 maanden en het gemiddelde onttrekkingsdebiet zal minder zijn dan 20 m³/uur. Ook is de locatie niet gelegen binnen een waterkering en of een bijbehorende beschermingszones. In deze gevallen is geen vergunning voor de onttrekking benodigd. Wel dient voorafgaand aan de voor de bouw benodigde grondwateronttrekking een melding te worden gedaan bij het hoogheemraadschap. 4.4.2.4 Persleiding Het plangebied bevindt zich binnen de signaleringszone van een rioolpersleiding van het hoogheemraadschap. Dit houdt in dat beperkingen kunnen gelden ten aanzien van eventuele

Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp

13/30

Omgevingsaspecten

(bouw)werkzaamheden. Het is binnen de signaleringszone niet zonder overleg toegestaan om objecten te plaatsen of werkzaamheden uit te voeren die een risico vormen voor het functioneren van de rioolpersleiding, zoals: • het planten van bomen en/of diepwortelende beplanting • het uitvoeren van zware transporten; • het opstellen van materieel op het tracé van de leiding; • de opslag van (zwaar) materiaal; • het werken aan- en/of realiseren van werken boven het tracé van de leiding; • het graven of heien nabij de leiding. De initiatiefnemer Liander stemt de werkzaamheden tijdig af met het hoogheemraadschap en zal voorkomen dat door de werkzaamheden schade ontstaat aan de rioolpersleiding. 4.4.2.5 Waterveiligheid en overstromingsrisico’s Het is niet toegestaan om zonder watervergunning te bouwen binnen een beschermingszone of waterkering volgens de Keur artikel 3.2. Het plangebied ligt niet in de beschermingszone van een waterkering, grondwaterbeschermingsgebied of andere beschermingszone. Een transformatorstation heeft een grote infrastructurele waarde. Dit betekent dat het belangrijk is dat de installaties op voldoende hoogte liggen mocht er sprake zijn van een eventuele overstroming. De Klimaateffectatlas is geraadpleegd om na te gaan wat de kansen zijn op overstromingen. Het plangebied bevindt zich in overstroombaar gebied.

De overstromingsdiepte bij een overstroming met een middelgrote kans' (eens in de 100 jaar) is voor het station minder dan 50 cm (getoond in afbeelding 7). De plaatsgebonden overstromingskans (>50 cm) is voor de noordwestzijde en zuidwestzijde van het station middelhoog (1/30 tot 1/300). rondom het plangebied een grote kans (T=303, zie afbeelding 8). Bij de installaties wordt rekening gehouden met de mogelijke overstromingsrisico’s.

afbeelding 7: overstromingsdiepte, middelgrote kans (plangebied is met een gele stippellijn aangeduid (bron: Klimaateffectatlas)

Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp

14/30

Omgevingsaspecten

afbeelding 8: Plaatsgebonden overstromingskans (>50 cm) (plangebied is met een gele stippellijn aangeduid) (bron: Klimaateffectatlas)

Het hoogheemraadschap vraagt om aandacht voor de klimaatbestendigheid van de locatie. Op dit moment is de drooglegging conform de hoogtegegevens ten opzichte van het gevoerde waterpeil, ongeveer 1,10 meter. Het advies van HHNK is om met de hoogteplaatsing van kwetsbare installaties rekening te houden met mogelijk grote waterstandstijging rondom de locatie in tijden van hevige regenval. De initiatiefnemer Liander houdt hier rekening mee. De onderkant dorpel komt te liggen op ongeveer 15 cm boven het huidige maaiveld. Daarnaast wordt het straatwerk op afschot aangelegd. Er worden zodoende geen knelpunten verwacht voor de kwetsbare installaties bij hevige regenval. 4.4.3 Resultaat Watertoets De Digitale Watertoets is op 21 september doorlopen. Het resultaat is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Op basis van de uitgevoerde watertoets zijn er waterbelangen en dient de normale procedure te worden doorlopen. Het bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan het hoogheemraadschap. Het hoogheemraadschap heeft het bestemmingsplan beoordeeld en aangegeven dat haar belangen voldoende zijn meegenomen en meegewogen zie paragraaf 7.2.3). Op basis van de gemaakte opmerkingen is de waterparagraaf aangevuld met informatie over de overstromingsrisico’s ter plaatse.

De belangen betreffen uitvoeringsgerelateerde aandachtspunten, te weten de melding van de tijdelijke bemaling en rekening houden in de uitvoering met de nabijheid van rioolpersleiding. 4.4.4 Conclusie Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid voor de bouw van een extra transformatorruimte en de uitbreiding van de schakeltuin. Uit de digitale watertoets komt naar voren dat er waterbelangen zijn waar bij de uitvoering rekening mee moet worden gehouden. Het hoogheemraadschap heeft het bestemmingsplan beoordeeld en aangegeven dat haar belangen voldoende zijn meegenomen en meegewogen. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect water geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp

15/30

Omgevingsaspecten

4.5

Natuur

4.5.1 Wettelijk kader In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat hoe de ontwikkelingen die hierin mogelijk worden gemaakt zich verhouden met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Dit betekent, dat bij de voorbereiding van het plan moet worden onderzocht of deze wet- en regelgeving de uitvoering van de ontwikkeling al dan niet in de weg staat. De gebiedsbescherming en de soortenbescherming zijn geregeld in de Wet natuurbescherming. 4.5.2 Betekenis voor het plan 4.5.2.1 Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in een beschermd natuurgebied zoals Natuurnetwerk Nederland (NNN) of Natura-2000. Er is geen sprake van directe negatieve effecten op beschermde natuurgebieden. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied de Schoorlse Duinen ligt op meer dan 11 km. Gezien de grote afstand, afscherming en de aard van de uit te voeren werkzaamheden, worden op voorhand geen directe of indirecte negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing uitgevoerd te worden. Stikstofdepositie Een transformatorstation stoot geen stikstof uit en wordt niet met gas verwarmd. Er zijn ook geen mensen op de locatie aan het werk. Af en toe komt er een monteur voor controle en onderhoud. Ten opzichte van de huidige situatie blijft het aantal verkeersbewegingen gelijk.

Zodoende zal de beoogde ontwikkeling in de gebruiksfase niet resulteren in een toename van stikstofemissie. Hierdoor wordt op voorhand uitgesloten dat er in de gebruiksfase sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden. Een berekening middels de AERIUS Calculator kan derhalve achterwege blijven. Gedurende de bouwfase kan er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en bijbehorende verkeersbewegingen. Hiervoor is een stikstofdepositie berekening uitgevoerd (Qirion, 16 februari 2023). De rapportage is opgenomen als bijlage 5. Uit de berekening volgt dat er geen natuurgebieden zijn met een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Voor het aspect stikstofdepositie is geen vergunning of VVGB voor de Wnb gebiedenbescherming benodigd. Er kan worden geconcludeerd dat de gebiedsbescherming geen belemmering oplevert voor de uitvoering van het plan. 4.5.2.2 Soortenbescherming Voor het bestemmingsplan zijn twee quickscans uitgevoerd, een quickscan voor de locatie van de nieuwe transformatorruimte en een quickscan voor de gronden waar de uitbreiding van het schakelveld plaats zal vinden. Deze quickscans zijn respectievelijk opgenomen als bijlage 3 en bijlage 4 bij de toelichting.

Uit beide quickscans is naar voren gekomen dat er geen vervolgonderzoek nodig is naar de aanwezigheid van beschermde planten- of dieren. Wel gelden er vanuit de zorgplicht aandachtspunten voor de uitvoering van de werkzaamheden. Algemene broedvogels In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient te worden voorkomen dat er verstoring plaatsvindt van broednesten. Dit kan door te werken buiten het broedseizoen. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode half maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Indien binnen het broedseizoen gewerkt wordt, dient voorafgaan aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitgevoerd te worden door een ter zake kundige.

Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp

16/30

Omgevingsaspecten

4.5.3 Conclusie De planontwikkeling heeft geen directe of indirecte negatieve effecten op beschermde gebieden. Ook is uit het ecologisch onderzoek gebleken dat er geen negatieve effecten zijn op beschermde soorten. Bij de sloopactiviteiten dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht uit de Wet natuurbescherming. Dit geldt los van het bestemmingsplan. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect ecologie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

4.6

Verkeer en parkeren

De uitbreiding van het transformatorstation heeft geen gevolgen voor de verkeerssituatie. Een transformatorstation is niet permanent bemand en er vindt alleen af en toe controle en onderhoud plaats. Op het terrein is ruim voldoende ruimte voor het parkeren bij onderhoudswerkzaamheden. Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande toegangsweg die aansluit op de parallelweg langs de Priggeweg. Het plan leidt niet tot een wijziging in de verkeersaantrekkende werking of in de parkeerbehoefte. Er is geen onderzoek nodig. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.7

Bedrijven en Milieuzonering

4.7.1 Inleiding De ruimtelijke ordening stelt zich tot doel een goede kwaliteit van leefomgeving te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van voldoende afstand tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden gebruikt de gemeente de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering'. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie. Onderstaande tabel geeft de relatie weer tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk en gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.

Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot een omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Milieucategorie 1

Richtafstand rustige woonwijk 10 m

Richtafstand gemengd gebied 0m

2 3.1

30 m 50 m

10 m 30 m

3.2 4.1

100 m 200 m

50 m 100 m

4.2 300 m 200 m Tabel 1: Bedrijven en milieuzonering (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering, 2009)

In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering is een stappenplan omschreven voor de toetsing van het aspect geluid. Hieronder zijn de stappen beschreven.

Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp

17/30

Omgevingsaspecten

Stap 1 Indien de richtafstand voor de gewenste bedrijfscategorie voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven en is het plan inpasbaar geacht. Stap 2 Indien 'stap 1' niet toereikend is, is het nodig om de geluidbelasting te berekenen. Hiervoor gelden de volgende grenswaarden: • Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype 'rustige woonwijk' van maximaal: o 45 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde). o 65 dB(A) maximaal (piekgeluiden, etmaalwaarde). o 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). • Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype 'gemengd gebied' van maximaal: o 50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde). o 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden, etmaalwaarde). o 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). Stap 3 en 4 Indien 'stap 2' niet toereikend is, is in de VNG-uitgave nog een stap 3 en zelfs een stap 4 beschreven. Daar is in dit bestemmingsplan niet verder op ingegaan. 4.7.2 Betekenis voor het plan Het opgestelde elektrische vermogen bedraagt in de huidige situatie 160 MVA waarmee voor het station milieucategorie 3.2 van toepassing is (100 – 200 MVA).

Het transformatorstation wordt uitgebreid met een extra transformator van 80 MVA. Het totale opgestelde vermogen komt hiermee op 3 x 80 = 240 MVA. De milieucategorie van het station verandert hiermee van 3.2 naar 4.2 (200 – 1.000 MVA, zie Tabel 2). Binnen het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ is sprake van een richtafstand van 300 meter. Binnen deze afstand zijn meerdere woningen gelegen.

Tabel 2: milieucategorie van een elektriciteitsdistributiebedrijf (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering, 2009)

Er is daarom getoetst aan het stappenplan uit de VNG-richtlijn 'Bedrijven en milieuzonering' beschreven stappenplan om te onderzoeken of de uitbreiding ruimtelijk inpasbaar is. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Peutz, 30 maart 2023). Het onderzoek is opgenomen als bijlage 6 bij de toelichting. Aan stap 1 (richtafstand) wordt niet voldaan. Daarom is stap 2 uitgevoerd. In stap 2 worden de optredende geluidniveaus op de gevel van de woningen getoetst aan de grenswaarden die van toepassing zijn voor een 'rustige woonwijk', te weten 45 dB(A) etmaalwaarde voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en 65 dB(A) etmaalwaarde voor de maximale geluidniveaus. Ook is in beeld gebracht wat de geluidbelasting is in de nabijgelegen tuinen van de omliggende woningen. Uit de rekenresultaten is gebleken dat de geluidbelasting bij woningen in de omgeving beperkt zal blijven tot maximaal 43 dB(A) etmaalwaarde, inclusief toeslag voor het tonale karakter van

Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp

18/30

Omgevingsaspecten

het geluid, voor de N-1 situatie1. De maximale geluidniveaus in de 'representatieve bedrijfssituatie' blijven beperkt tot 65 dB(A) in de dagperiode. In de meest nabij gelegen tuinen worden langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus van ten hoogste 35 dB(A) berekend (alleen relevant voor dag- en avondperiode), inclusief toeslag voor het tonale karakter van het geluid. In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden bij dergelijke geluidniveaus geen problemen voorzien, er zal sprake blijven van een aanvaardbaar verblijfsklimaat. Dit betekent dat aan de voorwaarden uit 'stap 2' wordt voldaan. Er is sprake van een uit akoestisch oogpunt planologisch inpasbare situatie. Vanuit het aspect milieuzonering is geen belemmering ten aanzien van het bestemmingsplan. Laagfrequent geluid In het akoestisch onderzoek is ook ingegaan op laagfrequent geluid. Uit de resultaten van de berekeningen is gebleken dat aan de gevel van de hoogst belaste woning nabij het onderstation in de maatgevende nachtperiode een LAr,LT van 28 dB(A) (exclusief toeslag) wordt berekend. Als er worstcase vanuit zou worden gegaan dat de volledige geluidenergie wordt veroorzaakt door de laagfrequente 100 Hz tertsband, zou het geluidniveau in deze tertsband maximaal 47 dB bedragen. Dit is normaliter niet het geval, maar voor nu zo beschouwd.

Op basis van het genoemde VROM-onderzoek kan worden vastgesteld dat de geluidwering van woningen (i.e. het verschil tussen het gemeten of berekende geluidniveau buiten aan de gevel van de woning en het geluidniveau in het betreffende woon- of slaapvertrek) in de tertsband van 100 Hz gemiddeld 14 à 19 dB bedraagt. Uitgaande van het aan de buitengevel berekende geluidniveau van maximaal 47 dB, kan worden vastgesteld dat het geluidniveau binnen in de hoogst belaste woning naar verwachting niet hoger zal zijn dan 28 à 33 dB. Deze waarden zijn ruimschoots lager dan de strengste grenswaarde in het VROM-onderzoek voor de tertsband van 100 Hz, te weten 39 dB.

4.8

Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid en bevat een stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door onder meer wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie. In de toekomstige situatie blijft het gelijktijdig te schakelen vermogen lager dan 200 MVA. Dit betekent dat het station nog steeds als type A of B inrichting is aan te merken en de geluidvoorschriften uit het Activiteitenbesluit van toepassing blijven. De inpasbaarheid vanuit goede ruimtelijke ordening is beoordeeld in paragraaf 4.7. Het bestemmingsplan maakt geen ‘grote lawaaimaker’ 2 mogelijk en hoeft dan ook geen geluidzone te bevatten. Dit is pas het geval als er sprake is van een transformatorstation met een gelijktijdig in te schakelen vermogen vanaf 200 MVA in de buitenlucht. Vanuit de Wet geluidhinder is geen onderzoek naar wegverkeerslawaai of industrielawaai nodig en volstaat de milieuzonering die in paragraaf 4.7 is beschreven.

1

Het uitgangspunt voor dit geluidsonderzoek is de enkelvoudige storingsreserve van het netontwerp zoals genoemd in de Netcode elektriciteit. De transformatoren van 150 kV naar 20 kV vallen onder de regelgeving van het 150 kV-net. Een enkelvoudige storingsreserve van deze transformatoren wil zeggen dat een reserve transformator aanwezig dient te zijn voor het geval dat één van de actieve transformatoren een storing krijgt. Voor het geluidsonderzoek wordt daarom uitgegaan van één reserve transformator, waarbij de overige twee transformatoren in het volledige vermogen van het station voorzien. Dit wordt een 'N-1 bedrijfsvoering' genoemd. 2 Inrichtingen zoals genoemd in onderdeel D van bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht.

Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp

19/30

Omgevingsaspecten

4.9

Magneetvelden

4.9.1 Achtergrond Voor de blootstelling, kortdurend of langdurend, aan magnetische velden zijn in Nederland geen wettelijke grenswaarden vastgesteld. Voor onder andere transformatorstations heeft de Europese Unie (EU) een richtwaarde voor maximale blootstelling van 100 microtesla geadviseerd voor 50 Hz magnetische velden3. Nederland heeft deze richtwaarde overgenomen. De richtwaarde houdt in dat burgers in de openbare ruimte niet blootgesteld mogen worden aan magneetvelden ten gevolge van de elektriciteitsvoorziening van meer dan 100 microtesla. De 100 microtesla magneetveldcontour van een transformatorstation blijft zeer nauw beperkt rondom de componenten op dat station, en strekt vrijwel nooit buiten de erfgrens van het station. Daarnaast hanteert de rijksoverheid een voorzorgsbeleid rondom magneetvelden van bovengrondse hoogspanningsverbindingen4. Bij de aanleg van de Randstad 380 kV verbinding is door de betreffende ministeries besloten om aan te sluiten bij het vigerende voorzorgsbeleid rondom bovengrondse hoogspanningsverbindingen.

Hierover zijn samen met TenneT en enkele adviesbureaus afspraken gemaakt over de te volgen rekenmethodiek voor de specifieke situatie van de Randstad 380 kV verbinding, die verwoord zijn in de notitie 'Afspraken over de berekening van de “magneetveldzone” bij ondergrondse kabels en hoogspanningsstations behorende tot de Randstad 380 kV verbinding', RIVM, 3 november 20115. De belangrijkste boodschap van het voorzorgsbeleid is ‘om zoveel als redelijkerwijs mogelijk te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in magnetische velden sterker dan 0,4 microtesla’. Hierin is de 0,4 microtesla grenswaarde dus geen harde grens of norm, hier mag dan ook van worden afgeweken. Tevens is dit niet van toepassing op bestaande situaties. 4.9.2 Betekenis voor het plan Voor het station is in het verleden een berekening gemaakt van de 100 microtesla magneetveldzone en de jaargemiddelde 0,4 microtesla magneetveldzone (Liandon 2017). De rapportage is opgenomen als bijlage 7 bij de toelichting. De specificaties die in 2017 zijn toegepast, zijn gecontroleerd en de uitkomsten van het onderzoek zijn nog steeds bruikbaar voor het voorliggende bestemmingsplan. In de nieuwe situatie die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zal een 3e transformator geplaatst worden. De magneetveldberekeningen uit 2017 zijn gemaakt op basis van 4 transformatoren.

De magneetveldzone zal met 3 transformatoren kleiner uitvallen dan de in het onderzoek van 2017 berekende magneetveldzone. Een actualisatie is daarmee overbodig. Het onderzoek is destijds verricht door het onderdeel EC Magneetveldberekeningen van Liandon, nu Qirion EC Magneetveldberekeningen. Dit onderdeel van de organisatie is geaccrediteerd door het RIVM en volgt nauwgezet de van toepassing zijnde richtlijnen van het RIVM. Uit het onderzoek blijkt dat de 100 microteslacontour ruimschoots binnen de erfgrens van het transformatorstation blijft. Op voor burgers toegankelijke locaties is dus geen sprake van overschrijding van deze waarde. De berekende jaargemiddelde 0,4 microtesla magneetveldzone van onderstation De Weel strekt zich langs een groot deel van de oostelijke en zuidoostelijke zijde van het onderstation uit tot buiten de erfgrens van het station. Ook aan de westelijke zijde van het stationsterrein treedt de jaargemiddelde 0,4 microtesla magneetveldzone licht buiten de erfgrens.

EU publicatie 1999/519/EG, ‘AANBEVELING VAN DE RAAD van 12 juli 1999 betreffende de beperking van blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden van 0 Hz — 300 GHz’, 12 juli 1999. 4 G. Kelfkens en M. Pruppers, „Handreiking voor het berekenen van de specifieke magneetveldzone bij bovengrondse hoogspanningslijnen,” RIVM, versie 4.1, 26 oktober 2015. [Online]. Available: http://www.rivm.nl/hoogspanningslijnen 5 RIVM, „Notitie 'Afspraken over de rekenmethodiek voor de “magneetveldzone” bij ondergrondse kabels en hoogspanningsstations behorende tot de Randstad 380 kV verbinding,” Op te vragen bij het RIVM via hoogspanningslijnen@rivm.nl, 3 november 2011 3

Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp

20/30

Omgevingsaspecten

In afbeelding 9 is de jaargemiddelde 0,4 microtesla magneetveldzone van het transformatorstation De Weel geprojecteerd op een kaart van de directe omgeving. Op deze kaart is het erf van het transformatorstation aangegeven door middel van een lichtgeel vlak. De omvang van de jaargemiddelde 0,4 microtesla magneetveldzone is aangegeven met de lichtblauwe contour.

afbeelding 9: Projectie jaargemiddelde 0,4 microtesla magneetveldzone van onderstation de Weel (bron: onderzoek Liandon 2017)

De grote uitlopers naar het noorden en zuiden komen voort uit het feit dat de bovengrondse lijnverbindingen in het model opgenomen zijn tot aan de eerste mast buiten de erfgrens van het station, conform de RIVM notitie. Deze uitlopers liggen onder de bestaande bovengrondse hoogspanningslijn. Het bestemmingsplan wijzigt niks aan de bestaande hoogspanningslijnen en hieronder zijn geen functies aanwezig waar kinderen langdurig verblijven (school kinderopvang, woningen). 4.9.3 Conclusie Er wordt voldaan aan de richtwaarden voor de 100 microteslacontour. Deze blijft binnen het stationsterrein. De 0,4 microteslacontour strekt zich op enkele plekken buiten het stationsterrein. Hierbinnen zijn geen functies gelegen waar kinderen langdurig verblijven. Gesteld kan worden dat derhalve sprake is van een inpasbare situatie. Er is geen belemmering ten aanzien van het bestemmingsplan.

4.10

Luchtkwaliteit

4.10.1 Wettelijk kader In de Wet milieubeheer (verder: Wm) zijn eisen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Hierbij is onderscheid gemaakt in grenswaarden waaraan nu moet worden voldaan en grenswaarden waaraan in de toekomst moet worden voldaan. De meest kritieke stoffen zijn stikstofdioxide en fijn stof. Voor de andere in de Wm genoemde stoffen, wordt in Nederland, behoudens bijzondere situaties, overal voldaan aan de vereisten.

Bestemmingsplan Transformatorstation De Weel, Ontwerp

21/30

Omgevingsaspecten

In de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn categorieën van gevallen aangewezen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Een bijdrage is “niet in betekenende mate” als de toename maximaal drie procent van de jaargemiddelde grenswaarde van fijn stof of stikstofdioxide bedraagt. Wanneer een ontwikkeling valt onder één van die categorieën is het niet nodig een onderzoek naar de luchtkwaliteit uit te voeren. Zo zijn bijvoorbeeld woningbouwlocaties met 1.500 woningen en één ontsluitingsweg ofwel niet meer dan 3.000 woningen en twee ontsluitingswegen vallen onder deze categorieën. 4.10.2 Betekenis voor het plan Het bestemmingsplan leidt niet tot een toename aan verkeersbewegingen. Het project draagt zodoende “niet in betekenende mate” bij en er is geen luchtkwaliteitsonderzoek nodig. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.11

Externe veiligheid

4.11.1 Inleiding Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria, zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (verder: Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico van zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Het beleid voor externe veiligheid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij de besluitvorming rondom ruimtelijke plannen de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt in het externe veiligheidsbeleid het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt. Binnen deze plaatsgebonden risicocontour mogen geen kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt.

Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico, mede bepaald door het aantal personen (dichtheid) binnen het te beschouwen gebied. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. 4.11.2 Betekenis voor het plan Voor het bestemmingsplan is de risicokaart geraadpleegd (www.risicokaart.nl). De N241 is een route voor transport van gevaarlijke stoffen. Het plangebied ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour. Vanwege de voorgenomen uitbreiding van het transformatorstation neemt het aantal personen op het station niet toe (onbemand, enkel voor onderhoud en controle is personeel aanwezig). Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect externe veiligheid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=232b1621-2627-45f3-b030-d0557bb1a246