1. TAM-omgevingsplan Camping Terra Incognito
Tekst van het document
4.5
Bedrijven en milieuzonering
De Omgevingswet stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. De doelen van milieuzonering zijn: Het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij gevoelige functies en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Betekenis voor het project De VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ geeft indicatieve afstanden tussen gevoelige functies en bedrijven met betrekking tot de aanvaardbaarheid van een plan vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Met betrekking tot milieuzonering is enerzijds de mogelijke hinder vanaf het kampeerterrein relevant en anderzijds eventuele hinder van bedrijven in de omgeving van het kampeerterrein.
DNS Planvorming BV
22/46
Kampeerterrein De VNG-brochure geeft voor kampeerterreinen een richtafstand van 50 meter aan ten opzichte van woningen in een rustig woongebied. Het maatgevende milieuaspect voor deze afstand is geluid. Ook spelen de aspecten geur en gevaar een rol. Er wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand ten opzichte van woningen van derden. Spuitzones In de directe omgeving van het plangebied zijn gronden met een agrarische bestemming aanwezig waarop een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering is toegestaan. Op deze gronden kunnen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de drift van gewasbeschermingsmiddelen van belang. Het neerkomen van een deel van de gewasbeschermingsmiddelen door wind heeft namelijk mogelijk effect op de gezondheid van omwonenden. Het uitgangspunt dat volgt uit jurisprudentie is dat een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt niet onredelijk is. Gevoelige functies zijn plaatsen waar regelmatig en voor een groot gedeelte van de dag, mensen verblijven of samenkomen. Bij de afstand van 50 meter wordt ervan uitgegaan dat enerzijds de bedrijfsvoering van de agrariër niet wordt belemmerd en dat er anderzijds geen nadelige effecten optreden voor de gezondheid van omwonenden danwel mensen die op de locatie verblijven.
Deze afstand is echter indicatief. Daarnaast moet hierbij de kanttekening gemaakt worden dat deze zone van 50 meter uitgaat van de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen zonder enige vorm van driftreductie. Op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving geldt dat er verplicht ten minste 75% driftreducerend gespoten moet worden. Uit jurisprudentie volgt dat er zich omstandigheden kunnen voordoen waar van deze aan te houden afstand gemotiveerd kan worden afgeweken. In dit geval is bovendien van belang dat ter plaatse al een gevoelige functie is toegestaan, namelijk het plaatsen van ten hoogste 15 kampeermiddelen. Gevoelige functie Het kampeerterrein biedt uitsluitend kortdurend verblijf aan. Gasten verblijven één of meerdere dagdelen op het kampeerterrein, waardoor in bepaalde mate sprake is van spuitgevoeligheid. Voor de verblijfsrecreatieve functie kan echter uitgegaan worden van een mindere mate van blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen, omdat hier niet permanent wordt verbleven. Bovendien is het kampeerterrein uitsluitend van maart tot oktober geopend. In vergelijking tot permanente bewoning is in deze situatie dus sprake van een functie waarbij aanwezigen slechts beperkte tijd zouden kunnen worden blootgesteld aan drift van gewasbeschermingsmiddelen.
Maximale planologische mogelijkheden Agrarisch bestemde gronden bevinden zich aan de zuidoostzijde van het plangebied (bestemming: Agrarische doeleinden zonder bebouwing met landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarde). Deze bestemming legt beperkingen op aan het qua gebruik van de gronden. Permanente bollenteelt is bijvoorbeeld uitgesloten. In het bestemmingsplan is voor deze agrarische gronden een zogenaamd aanlegvergunningenstelsel opgenomen waarbij staat aangegeven dat de aanlegvergunning wordt geweigerd indien door de uitvoering van de werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen de landschaps-, natuur en bodemkundige waarden in onevenredige mate worden of kunnen worden aangetast. Ook het scheuren van grasland is maar zeer beperkt mogelijk. Het betreffen relatief kleine stroken agrarische grond en is in particuliere eigendom. Ook hier zijn de gronden in ieder geval sinds 2008 in gebruik als grasland. Er zijn geen vergunningen afgegeven voor deze gronden om grasland te scheuren. De gronden vallen ook binnen de status ‘Beschermd landschap’ (BL). Teelt van opgaande gewassen is in strijd met de kernkwaliteiten van het BL.
DNS Planvorming BV
23/46
Gelet op de strenge regels uit het bestemmingsplan, de geringe grootte van de agrarisch bestemde percelen in particuliere eigendom, het jarenlange gebruik en de status van BL is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op deze gronden niet realistisch. De maximale planologische mogelijkheden qua gebruik zorgen er voor dat dat op de gronden alleen neerwaarts gespoten mag worden. Mocht er dan alsnog gespoten worden, dan is gelet op deze spuittechniek, in combinatie met de regels voor driftreductie uit het Activiteitenbesluit, een (veel) korter richtafstand aanvaardbaar dan de 50 meter die geaccepteerd wordt bij alle soortig agrarisch gebruik waarbij verschillende spuittechnieken gebruikt worden. Gelet op het voorgaande wordt de afstand van 30 meter van agrarische gronden tot het plangebied aanvaardbaar geacht. Groenbuffer en windrichting Aan de buitenzijde van het kampeerterrein is sprake van een dijklichaam en grondwal dat een buffer vormt tot de agrarische gronden. Tevens is van belang dat de overheersende windrichting in dit gebied zuidwest is. Conclusie Op grond van de specifieke kenmerken van het project en de locatie wordt geconcludeerd dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de aangrenzende agrarische gronden een goed verblijfsklimaat niet in de weg staat.
Tevens worden agrariërs niet in de bedrijfsvoering beperkt als gevolg van het plan omdat ter plaatse al kamperen is toegestaan.
4.6
Geluid
Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Het Bkl bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor individuele bedrijven die geluid voortbrengen. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van spoorwegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron. Betekenis voor het project Een kampeerterrein is een niet-geluidgevoelige functie volgens de Wet geluidhinder. Een toets aan de wettelijke grenswaarden is daarom niet noodzakelijk. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is wel van belang dat er een aanvaardbaar verblijfsklimaat aanwezig is binnen het plangebied. Uit de geluidkaart van de website www.atlasleefomgeving.nl volgt dat de maximale grenswaarde voor geluidgevoelige functies niet wordt overschreden. Langs de zuidgrens van het terrein wordt parallel aan de Rijksstraatweg een geluidswal van 3 meter hoog aangelegd.
Hiermee wordt de geluidbelasting beperkt en een aanvaardbaar verblijfsklimaat gecreëerd.
4.7
Verkeer en parkeren
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect verkeer en parkeren Betekenis voor het project Verkeer Volgens de kencijfers van de CROW (2024) wordt voor een kampeerterrein een verkeersaantrekkende werking van 0,4 motorvoertuigen per dag per staanplaats aangehouden. Met een volledige bezetting van de 55 plaatsen betekent dit 22 verkeersbewegingen per dag. Dit is exclusief 10% voor bezoekers van gasten. Afhankelijk van het seizoen betreft dit ongeveer een ver-
DNS Planvorming BV
24/46
dubbeling van de huidige situatie. Omdat de verkeersbewegingen verspreid over de dag plaatsvinden, worden geen knelpunten in de verkeersafwikkeling in de omgeving van het plangebied. De toegangsweg is relatief smal maar leidt ook in de huidige situatie niet tot knelpunten.
Parkeren In maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders de ‘Parkeerregels Hollands Kroon 2018 vastgesteld. De parkeerregels gaan uit van de gemiddelde parkeerkencijfers van het kenniscentrum CROW. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van deze regeling en de normen die daarin zijn opgenomen. Er moet rekening worden gehouden met 1,2 parkeerplaatsen per sta-plaats en 2,1 parkeerplaats per accommodatie. Met 40 sta-plaatsen en 15 accommodaties bedraagt de parkeerbehoefte 80 parkeerplekken. Elke kampeerplek is ruim genoeg voor een kampeermiddel inclusief auto. Kampeerders parkeren op hun eigen kampeerplek. Voor de accommodaties worden in totaal 23 parkeerplekken gerealiseerd. Aan de oprit worden nog eens 18 parkeerplekken gerealiseerd. Op afbeelding 2.1 in paragraaf 2.2 is dit gevisualiseerd. Het totaal aantal parkeerplaatsen bedraagt in totaal 81. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernormering.
4.8
Luchtkwaliteit
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Betekenis voor het project Gelet op de beperkte omvang van het project is geen sprake van een significante bijdrage aan de luchtverontreiniging. In combinatie met de lage achtergrondwaarden in het gebied is luchtkwaliteit geen belemmering voor het voorgenomen plan.
4.9
Omgevingsveiligheid
De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de externe veiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van
DNS Planvorming BV
25/46
rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het plan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Betekenis voor het project Uit raadpleging van de gegevens van de digitale risicokaart op www.atlasleefomgeving.nl blijkt dat het plangebied binnen het aandachtsgebied van de N99 in verband met het vervoer van gevaarlijke stoffen. Om die reden zal de gemeente advies vragen aan de Veiligheidsregio waarna een verantwoording van het groepsrisico wordt opgesteld.
4.10
M.e.r.-beoordeling
Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning. Of er voor het besluit een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een mer-plicht. Anders geldt een mer-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan. Betekenis voor het project Het plan voorziet in de uitbreiding van een camping. Uit de voorgaande paragrafen en de opgestelde aanmeldnotitie m.e.r. blijkt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.
4.11
Duurzaamheid
Duurzaam bouwen betreft een wijze van plannen, bestemmen, ontwerpen, bouwen, inrichten en beheren (inclusief slopen en hergebruik) van de te realiseren woningen. Duurzaamheidsaspecten waar bij de bouw van de woningen aan moet worden gedacht zijn: energiehuishouding, materiaalgebruik, watergebruik, gezondheid, comfort, toekomstbestendigheid, etc. Betekenis voor het project Bij de inrichting van het terrein is duurzaamheid een belangrijk thema. De te realiseren geluidswal zal aangeplant worden met inheems struweel/heesters, waarbij de soorten geselecteerd zijn op hun toegevoegde waarden voor bijen en als voedsel en nestlocaties voor vogels. Op het kampeerterrein zelf zal natuurlijk kruidenrijk gras gaan groeien. Verder zullen op het terrein diverse hoogstam fruitbomen, notenbomen, en grote heesters solitair worden aangeplant tussen de kampeerplekken. Uitgangspunt is om de verblijfsaccommodaties zoveel mogelijk circulair te realiseren met duurzame materialen.
4.12
Gezondheid
Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen.
DNS Planvorming BV
26/46
Betekenis voor het project De gemeente Hollands Kroon heeft nog geen specifiek beleid vastgesteld met betrekking tot gezondheid. Gelet op de conclusies met betrekking tot de hiervoor benoemde aspecten omtrent de effecten of de fysieke leefomgeving, kan met betrekking tot gezondheid worden geconcludeerd dat er als gevolg van het project geen sprake is van negatieve effecten. Wieringen is vanwege het bijzondere landschap en het natuurschoon van de aangrenzende Waddenzee populair bij recreanten die komen wandelen en fietsen. De uitbreiding van de camping draagt bij aan deze gezonde activiteiten.
4.13
Conclusie effecten fysieke leefomgeving
Gelet op de conclusies uit de voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de effecten op de fysieke leefomgeving als gevolg van het plan aanvaardbaar zijn.
DNS Planvorming BV
27/46
5
Uitvoerbaarheid
5.1
Financiële uitvoerbaarheid
De planontwikkeling komt geheel voor rekening en risico van de initiatiefnemer. De ontwikkeling zal geschieden conform hetgeen bepaald is in de Omgevingswet. De verwezenlijking van het plan is dan ook niet afhankelijk van gemeentelijke investeringen. De kosten voor de ambtelijke afhandeling van de procedure worden verrekend op basis van de daarvoor geldende leges. Voor wat betreft nadeelcompensatie zal de gemeente indien nodig met initiatiefnemer een (anterieure) overeenkomst afsluiten. Het plan wordt dan ook economisch haalbaar geacht.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1 Participatie Eigenaren van omliggende campings, eigenaren van woningen in de omgeving en Stichting Landschapszorg Wieringen zijn persoonlijk over de voorgenomen uitbreiding geïnformeerd en hebben aangegeven geen bezwaren te hebben. Het participatieverslag is opgenomen als bijlage6. 5.2.2 Procedure Het ontwerpbestemmingsplan is op grond van artikel 16.30, lid 1, van de Omgevingswet met ingang van 23 december 2025 gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbij door een ieder zienswijzen bij de gemeenteraad kunnen worden ingediend. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Naar aanleiding van het advies van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) van de provincie Noord-Holland wordt de grondwal die was voorzien aan de zuidzijde van het terrein geschrapt. De toelichting en het beeldkwaliteitsplan zijn hierop aangepast. Deze aanpassing heeft geen invloed op de planregels en verbeelding.
6
Participatieverslag Dam 7 Westerland, juni 2025
DNS Planvorming BV
28/46
6
Belangenafweging en conclusie
6.1
Is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties?
Een wijziging van het omgevingsplan kan alleen worden toegestaan wanneer er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De vraag is daarom of het initiatief leidt tot een situatie waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Anders gezegd: is er na een zorgvuldige belangenafweging met het toestaan van de activiteit nog steeds, of weer, sprake van een evenwichtige toedeling? Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (en voor zover betrekking hebbend op het initiatief) nader onderzocht en afgewogen.
6.2
Conclusie
Gelet op de conclusies uit de voorgaande hoofdstukken met betrekking tot het beleidskader, de effecten op de fysieke leefomgeving en de betrokken belangen wordt geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Alles overwegende is de ontwikkeling aanvaardbaar.
DNS Planvorming BV
29/46
7
Juridische planbeschrijving
7.1
Algemeen
Door de komst van de Omgevingswet stellen alle gemeenten een omgevingsplan vast. Hierin komt een grote hoeveelheid regels over de fysieke leefomgeving bij elkaar. Denk aan regels over bouwen, gebruik van gebouwen, monumenten, water en milieubelastende activiteiten. Vanaf de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024, heet de gemeente Hollands Kroon automatisch een tijdelijk omgevingsplan ‘van rechtswege’ gekregen. Daarin staan de huidige bestemmingsplannen nog gewoon zoals ze waren. Samen met specifieke regels over bouwen en milieu die van het Rijk naar de gemeenten zijn gaan. Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om een nieuw, samenhangend omgevingsplan te maken.
7.2
Verhouding tijdelijk omgevingsplan – TAM-omgevingsplan
Het tijdelijk omgevingsplan is gepubliceerd met een nieuwe digitale standaard (STOP-TPOD), waardoor het nog niet mogelijk is daarin wijzigingen van het omgevingsplan te publiceren. Daarom is er de tijdelijke alternatieve maatregel (TAM), waarmee wijzigingen van het omgevingsplan tijdelijk worden gepubliceerd via de oude digitale standaard (IMRO). Een TAM-omgevingsplan is juridisch gezien een wijziging van het omgevingsplan, maar digitaal gezien een zelfstandig plan. Een TAM-omgevingsplan wordt toegevoegd aan het omgevingsplan als hoofdstuk 22A, 22B enz. Het TAM-omgevingsplan sluit aan op de systematiek van de basisregeling. Voor voorliggend TAM-omgevingsplan betekent dit dat voor de Algemene bepalingen (begripsbepalingen) wordt aangesloten op de begripsbepalingen uit hoofdstuk 1 uit de basisregeling en waar nodig is aangevuld met voor dit TAM-omgevingsplan specifiek van toepassing zijnde begripsbepalingen. De overige regels van voorliggend TAM-omgevingsplan gelden deels in aanvulling en deels ter vervanging van de regels van het tijdelijk Omgevingsplan. De regels van voorliggend TAM-omgevingsplan gelden uitsluitend binnen het besluitgebied van dit TAM-Omgevingsplan.
7.3
Toelichting op de regels
De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn de begrippen opgenomen die relevant zijn voor voorliggend TAM-omgevingsplan. De begrippen werken aanvullend op artikel 1.1 uit het Omgevingsplan gemeente Hollands Kroon.
DNS Planvorming BV
30/46
In Artikel 2 zijn meet- en rekenbepalingen opgenomen waaruit blijkt hoe bijvoorbeeld de bouwhoogte of de goothoogte moet worden bepaald. Hoofdstuk 2 Verantwoording van de regels Binnen dit hoofdstuk zijn de toegelaten functies opgenomen. Recreatie - Verblijfsrecreatie (artikel 3) Voor het gehele plangebied geldt de functie ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’. Op deze gronden is verblijfsrecreatie toegestaan in de vorm van maximaal 40 standplaatsen voor mobiele kampeermiddelen en 15 recreatieverblijven. In de bestemmingsomschrijving is verder vastgelegd dat beheervoorzieningen en sanitaire voorzieningen, als ook aan de verblijfsrecreatie ondergeschikte horeca en ondergeschikte detailhandel mogelijk is. De recreatieve functie staat ten behoeve van de bestemming ook sport- en speelvoorzieningen, groenvoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, verkeers- en verblijfsvoorzieningen en water. Bouwen is niet toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van waterstaat – kernzone waterkering’. Daarnaast geldt dat de nieuwe bebouwing in totaal niet meer mag bedragen dan 500 m2.
Waarde – Archeologie 3 (artikel 4) De voor deze functie aangewezen gronden zijn, naast de daarvoor aangewezen functies bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden in de ondergrond. Deze functie is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende enkelfuncties. Waterstaat - Waterkering (artikel 5) De voor deze functie aangewezen gronden zijn, naast de daarvoor aangewezen functies bestemd voor de bescherming, het onderhoud en de verbetering van de waterkering. Deze functie is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende enkelfuncties. Hoofdstuk 3 Algemene regels In artikel 6 is aangegeven hoe het voorliggende TAM-omgevingsplan moet worden gelezen en hoe het zich verhoudt tot het Omgevingsplan gemeente Hollands Kroon. Op grond van de antidubbeltelregel (artikel 7) is bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft. Deze bepaling voorkomt dat er meer kan worden gebouwd dan er wenselijk is indien een kavel wordt gesplitst en op grond daarvan een nieuw bouwperceel ontstaat. Elk bouwperceel heeft immers in principe recht op een bepaalde hoeveelheid bebouwing.
Artikel 8 maakt duidelijk dat alleen de bouw- en gebruiksactiviteiten zijn toegestaan die zijn opgenomen in de regels. Artikel 9 geeft aan voor welke gevallen en onder welke voorwaarden het bevoegd gezag een binnenplanse omgevingsvergunning mag verlenen. In artikel 10 zijn meerdere dynamische beleidsverwijzingen opgenomen waaronder die voor parkeren. Bij verlening van een omgevingsvergunning dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hoofdstuk 4 Overgangsregels In dit hoofdstuk is opgenomen dat de legale bebouwing en legaal gebruik binnen het plangebied dat in strijd is met het TAM-omgevingsplan, mag worden voortgezet.
DNS Planvorming BV
31/46
REGELS
DNS Planvorming BV
32/46
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1
Begrippen
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op deze regels, tenzij in artikel 1 daarvan is afgeweken met onderstaande 'van toepassing verklaren aanvullende begrippen'. Voor de toepassing van deze regels gelden de volgende begrippen: 1.1 omgevingsplan: het omgevingsplan van de gemeente Hollands Kroon. 1.2 wijzigingsbesluit: het besluit vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1911.TAMDam7Wstrlnd-va01 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.6
bedrijf
een onderneming waarin doorgaans met economisch oogmerk goederen worden vervaardigd, bewerkt, verwerkt, verhandeld en opgeslagen, danwel diensten worden verleend. 1.7
bedrijfsmatige exploitatie
Het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig beheer/exploitatie, dat in de verblijfsrecreatieven daadwerkelijk recreatief verblijf plaatsvindt, doordat daar permanent wisselende recreatieve (overnachtings)verblijfsmogelijkheden geboden worden. 1.8 bestaand het legale gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, krachtens een bouw- of omgevingsvergunning dan wel vergunningsvrij was;
DNS Planvorming BV
33/46
1.9 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.10
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond. 1.11 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.12 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel. 1.13 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.14
dagrecreatief medegebruik
een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan, met uitzondering van verblijfsrecreatieve voorzieningen; 1.15 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.16 dakoverstek een dak over een ruimte bij een gebouw, welke ruimte niet zodanig door wanden is omgeven, dat deze ruimte als deel uitmaken van het gebouw is aan te merken; 1.17 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.18
druiplijn
de horizontale snijlijn van het oplopende dakvlak met het daaronder gelegen buitenwerkse gevelvlak; dit betekent dat in voorkomende gevallen de druiplijn wordt bepaald overeenkomstig het hieronder staande:
1.19
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
DNS Planvorming BV
34/46
1.20
kampeermiddel
mobiel kampeermiddel, waaronder wordt verstaan een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan en elk ander kampeermiddel dat verplaatsbaar is; 1.21 ondergeschikte detailhandel detailhandelsactiviteiten die aan te merken zijn als rechtstreeks voortvloeiend uit de bedrijfsactiviteiten van een niet-detailhandelsbedrijf en daaraan in bedrijfseconomisch en ruimtelijk opzicht ondergeschikt zijn; 1.22 peil 1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij aanvang van de bouw; 3. indien op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil); 1.23 permanente bewoning bewoning van een verblijf als hoofdverblijf; 1.24
recreatief verblijf
verblijf dat plaatsvindt in het kader van de verblijfsrecreatie; 1.25
recreatieverblijf
een gebouw of deel van een gebouw dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief verblijf en waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben; 1.26
verblijfsrecreatie
het recreatief doorbrengen van één of meer nachten buiten de vaste woonplaats, uitgezonderd sociale bezoeken aan familie, vrienden, kennissen en zakenbezoeken;.
DNS Planvorming BV
35/46
Artikel 2
Meet- en rekenbepalingen
De bepalingen in dit artikel zijn een aanvulling op en gaan bij strijdigheid vóór op de meet- en rekenbepalingen zoals bedoeld in artikel 22.24 van dit omgevingsplan. Er wordt als onderstaand aangegeven gemeten. 1. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2. de goothoogte van een bouwwerk: Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c. q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 3. de inhoud van een bouwwerk: Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 4. de bouwhoogte van een bouwwerk: Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, valbeveiligingen voor dakterrassen en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 5. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Uitzondering Bij de toepassing van het bepaalde worden buiten beschouwing gelaten: ondergeschikte bouwdelen als goot- en dakoverstekken, plinten, pilasters, kozijnen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel en kroonlijsten, mits de afwijking van de plaatsingseisen niet meer dan 1 m bedraagt.
DNS Planvorming BV
36/46
Hoofdstuk 2 Regels voor instructies van activiteiten
Artikel 3
Recreatie - Verblijfsrecreatie
3.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Recreatie Verblijfsrecreatie. 3.2 Functieomschrijving De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. verblijfsrecreatie in de vorm van een bedrijfsmatig geëxploiteerde camping waarbij: 1. ten hoogste 40 standplaatsen voor mobiele kampeermiddelen zijn toegestaan; 2. ten hoogste 15 recreatieverblijven zijn toegestaan; b. dagrecreatie; c. ondergeschikte horeca en ondergeschikte detailhandel; d. beheers- en sanitaire voorzieningen; met de daarbij behorende: e. sport- en speelvoorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. openbare nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; h. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; i. water. 3.3 Bouwactiviteiten Bouwen is toegestaan, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van waterstaat – kernzone waterkering’. 3.3.1 Recreatieverblijven en beheers- en sanitaire voorzieningen Het is toegestaan om recreatieverblijven en beheers- en sanitaire voorzieningen te bouwen, waarbij: a. de totale oppervlakte aan nieuwe bebouwing niet meer bedraagt dan 500 m²; b. het aantal recreatieverblijven maximaal 15 bedraagt; c. de maximale oppervlakte per gebouw70 m² bedraagt; d. de maximale bouwhoogte van recreatieverblijven 6 m bedraagt; e.
de maximale goothoogte van beheers- en sanitaire voorzieningen 3 m bedraagt; f. de maximale bouwhoogte van beheers- en sanitaire voorzieningen 6 m bedraagt. 3.3.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Het is toegestaan om bouwwerken geen gebouwen zijnde te bouwen, waarbij: a. de bouwhoogte van overige terrein- en erfafscheidingen niet meer dan 2 m mag bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 6 m mag bedragen.
DNS Planvorming BV
37/46
Artikel 4
Waarde - Archeologie 3
4.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Waarde – Archeologie 3’. In geval van strijdigheid van regels, gaan de regels van dit artikel vóór de overige regels die ingevolge andere artikelen opgenomen in deze regels van toepassing zijn. 4.2 Functieomschrijving De voor ‘Waarde – Archeologie 3' aangewezen locatie heeft, naast de andere voor die gronden aangewezen gebruiksactiviteiten, tevens de functie voor het herstel en behoud van archeologische waarden. 4.3 Bouwactiviteiten Aanvullend op de voor de locaties toegestane bouwactiviteiten gelden óók de bouwregels van dit lid. 4.3.1 Toegestaan Het is toegestaan om zonder archeologisch onderzoek een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten te verlenen, mits het bouwplannen betreft: a. die betrekking hebben op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. b. waarbij de som van het oppervlakte van de te funderen bouwvlakken plus alle overige bodemroerende werkzaamheden (incl. heien) niet groter is dan 2.500 m² en waarvoor niet dieper wordt ontgraven dan 40 cm -Mv; c. die plaatsvinden ter plaatse van een bestaande spoorweg die zich boven het oorspronkelijke maaiveld bevindt.
Hier geldt dat de verplichting in lid 4.3.2 sub a pas van toepassing is bij werkzaamheden die het oorspronkelijk maaiveld verstoren, waarbij ook de regels zoals opgenomen in lid 4.3.3 van toepassing zijn. 4.3.2 Vergunningplicht a. Een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten wordt verleend mits archeologisch onderzoek is uitgevoerd waarbij is voldaan aan de beoordelingsregels in lid 4.3.3 Beoordelingsregels b. Indien de aanvraag betrekking heeft op een terrein waarvoor reeds eerder een omgevingsvergunning is afgegeven, zoals bedoeld in sub a, waaraan voorschriften zijn verbonden als bedoeld is lid 4.3.3 sub b, is lid 4.3.1 niet van toepassing. Burgemeester en wethouders kunnen in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een nieuw rapport moet overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld. Lid 4.3.3 blijft overeenkomstig van toepassing. 4.3.3 Beoordelingsregels a. Een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten wordt verleend indien een archeologisch onderzoek wordt overgelegd op grond waarvan kan worden vastgesteld of en zo ja, in hoeverre archeologische waarden worden verstoord. Het archeologisch onderzoek dient te zijn opgesteld door een ter zake kundig bureau op het terrein van archeologische monumentenzorg. b.
Indien uit het in sub a genoemde archeologische onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor bouwen kunnen worden verstoord, verbindt het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen in de zin van artikel 1.1 onder "opgraving" jo. artikel 5.1 van de Erfgoedwet.
DNS Planvorming BV
38/46
c.
Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in sub b wordt een deskundige om advies gevraagd. Bij een negatief advies wordt de omgevingsvergunning niet verleend.
4.4
Uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
4.4.1 Toegestaan Het is toegestaan om werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren die: a. reeds in uitvoering zijn ten tijde van het in werking treden van dit wijzigingsbesluit; b. het normale onderhoud betreffen; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; d. op archeologisch onderzoek gericht zijn. 4.4.2 Vergunningplicht Met een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag is het toegestaan de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen en ontginnen van gronden met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft die dieper gaan dan 40 cm beneden het bestaande maaiveld en waarbij de som van de totale bodemingrepen groter is dan 10.000 m2; b. het verlagen van het waterpeil of het bemalen van gronden; mits is voldaan aan de beoordelingsregels in lid 4.4.3 Beoordelingsregels 4.4.3 Beoordelingsregels a. Een omgevingsvergunning voor de in lid 4.4.2 opgenomen werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden wordt verleend indien een archeologisch onderzoek wordt overgelegd op grond waarvan kan worden vastgesteld of en zo ja, in hoeverre archeologische waarden worden verstoord. Het archeologisch onderzoek dient te zijn opgesteld door een ter zake kundig bureau op het terrein van archeologische monumentenzorg. b.
Indien uit het in sub a genoemde archeologische onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning kunnen worden verstoord, verbindt het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen in de zin van artikel 1.1 onder "opgraving" jo. artikel 5.1 van de Erfgoedwet. c. Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in sub b wordt een deskundige om advies gevraagd. Bij een negatief advies wordt de omgevingsvergunning niet verleend.
DNS Planvorming BV
39/46
Artikel 5
Waterstaat – Waterkering
5.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Waterstaat – Waterkering’. In geval van strijdigheid van regels, gaan de regels van dit artikel vóór de overige regels die ingevolge andere artikelen opgenomen in deze regels van toepassing zijn. 5.2 Functieomschrijving De voor ‘Waterstaat - Waterkering' aangewezen locatie heeft, naast de andere voor die gronden aangewezen gebruiksactiviteiten, tevens de functie voor de bescherming, het onderhoud en de verbetering van de waterkering. 5.3 Bouwactiviteiten Aanvullend op de voor de locaties toegestane bouwactiviteiten gelden óók de bouwregels van dit lid. 5.3.1 Toegestaan Het is toegestaan om op de gronden ten behoeve van de onder 5.2 genoemde functie bouwactiviteiten uit te voeren, mits het bouwplannen betreft: a. die betrekking hebben op bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. die betrekking hebben op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 5.3.2 Binnenplanse omgevingsplanactiviteit Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.3.1 voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende functies, mits: a. de belangen van de waterkering niet worden geschaad; b.
vooraf advies is gevraagd aan de beheerder van de waterkering. 5.4
Uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
5.4.1 Toegestaan Het is toegestaan om werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren die: a. reeds in uitvoering zijn ten tijde van het in werking treden van dit wijzigingsbesluit; b. het normale onderhoud betreffen; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning. 5.4.2 Vergunningplicht Met een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag is het toegestaan de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het afgraven of ophogen van gronden; b. het aanbrengen van beplanting; mits is voldaan aan de beoordelingsregels in lid 5.4.3 Beoordelingsregels 5.4.3 Beoordelingsregels a. Een omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend als door de uitvoering van de in 5.4.2 bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de waterkerende functie in onevenredige mate kan worden aangetast. b. Voorafgaand aan het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in 5.4.2 wordt advies gevraagd aan de beheerder van de waterkering.
DNS Planvorming BV
40/46
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 6
Relatie met Omgevingsplan Hollands Kroon
6.1 Relatie met Omgevingsplan Hollands Kroon Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van de gebiedsontwikkeling op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Camping Terra Incognito en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22e) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Hollands Kroon. Het is met de landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. 6.2 Leeswijzer TAM-regels en Omgevingsplan Hollands Kroon De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22e van het omgevingsplan van de gemeente Hollands Kroon. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22e gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage 22e gelezen worden.
DNS Planvorming BV
41/46
Artikel 7
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
DNS Planvorming BV
42/46
Artikel 8
Toepassingsbereik bouw- en gebruiksactiviteiten
Op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Camping Terra Incognito zijn uitsluitend de bouw- en gebruiksactiviteiten toegestaan zoals die zijn opgenomen in deze regels. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het daarom verboden om zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.
DNS Planvorming BV
43/46
Artikel 9
Algemene binnenplanse omgevingplanactiviteiten
9.1 Binnenplanse omgevingsplanactiviteiten Met een omgevingsvergunning staat het bevoegd gezag toe dat: a. de in deze regels gegeven maten, afmetingen en percentages worden verruimd tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, teneinde deze bij de definitieve uitmeting van het plan in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie; b. het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. het bouwen van antennes en openbare lichtmasten is toegestaan tot een bouwhoogte van maximaal 15 meter; d. maten op de locaties in hoofdstuk 2 van deze regels worden overschreden met ten hoogste 30 cm, indien sprake is van een overschrijding die het gevolg is van het aanbrengen van isolatie bij hoofdgebouwen, mits is voldaan aan de beoordelingsregels in lid 9.2 Beoordelingsregels. 9.2 Beoordelingsregels De in lid 9.1 bedoelde omgevingsvergunningen mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en/of bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de sociale veiligheid.
DNS Planvorming BV
44/46
Artikel 10
Dynamische beleidsverwijzingen
10.1 Parkeervoorzieningen Een omgevingsvergunning voor het uitbreiden of wijzigen van de functie van een bouwwerk wordt slechts verleend indien in, op of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk behoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in de Parkeerregels Hollands Kroon 2018. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de gewijzigde regels. 10.2 Binnenplanse omgevingsplanactiviteit Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.1 indien: a. het voldoen aan deze regel door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. op andere geschikte wijze in de nodige parkeergelegenheid wordt voorzien; c. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid, die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd; d. onder de voorwaarde dat dit mogelijk is indien de structuur van de omgeving daartoe aanleiding geeft en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en de verkeerssituatie ter plaatse.
10.3 Strijdig gebruik Tot een gebruik in strijd met het omgevingsplan wordt begrepen het gebruiken dan wel laten gebruiken van gronden of bouwwerken waarbij de parkeergelegenheid die is vereist en aangelegd op grond van artikel 10.1 niet in stand wordt gelaten.
DNS Planvorming BV
45/46
Hoofdstuk 4 Overgangsregels
Artikel 11
Overgangsrecht
11.1 Overgangsrecht bouwwerken en bouwactiviteiten a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2 Overgangsrecht functies en gebruiksactiviteiten a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het wijzigingsbesluit strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende tijdelijke omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
DNS Planvorming BV
46/46