CConstaterende datHollandsKroon
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Ontwerp bestemmingsplan Kruiswijk III, fase 2 ontwerp (23-10-2023)

Raad 19 september 2024, gemeente HollandsKroonBij agendapunt: Bestemmingsplan Kruiswijk III, fase 2 Anna Paulowna19.463 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Toetsing De gronden ten westen van het plangebied hebben in het bestemmingsplan "Buitengebied Anna Paulowna 3" een agrarische bestemming. In het bestemmingsplan is aangegeven dat agrarische gronden mogen worden gebruikt ten behoeve van agrarische bedrijven met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. Permanente teelt van bloembollen en sierteelt, fruitteelt, bosbouw, houtteelt is hierdoor binnen het bestemmingsplan toegestaan. De afgelopen jaren heeft op deze gronden onder andere sierteelt plaatsgevonden. Toepassing van gewasbeschermingsmiddelen kan hierdoor van toepassing zijn.

35

In de bestaande situatie is reeds een watergang tussen het nieuwe bedrijfsperceel en de agrarische gronden aanwezig. Deze watergang heeft een breedte van circa 5 meter. Conform de Kaderrichtlijn Water dient een afstand van de teelt tot de watergang aangehouden te worden. Binnen een zone van 14 meter tot de insteek van de watergang is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aan voorschriften verbonden. Dit is voornamelijk van belang om een dreigende lozing op het oppervlaktewater te voorkomen. Doorgaans is er buiten deze afstand geen dreigende lozing aan de orde. Het agrarisch bedrijf dient ten alle tijden te voorkomen dat vervuiling van het oppervlaktewater plaatsvindt. Hiermee wordt ook het achterliggende gebied, wat met dit bestemmingsplan wordt bestemd, beschermd tegen gewasbeschermingsmiddelen. De agrarische gronden grenzen aan het achtererf gebied van de nieuw te vestigen bedrijven. Deze terreinen worden hoofdzakelijk gebruikt voor opslag. Er zijn zeer beperkt mensen aanwezig. De activiteiten van de bedrijven vinden namelijk hoofdzakelijk intern plaats. Voor het aspect spuitzones bestaan geen belemmeringen voor het plan.

36

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Systematiek

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, digitaal en analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.

5.2

Regels

De regels die deel uitmaken van het bestemmingsplan 'Anna Paulowna - Kruiswijk III' van de gemeente Hollands Kroon, zoals vervat in de bestandenset met planidentificatie NL.IMRO.1911.20220426-0001 met de bijbehorende regels (en bijlagen), zijn onverkort van toepassing na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan. De ligging van de bouwpercelen met bouwvlakken zijn op de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan opgenomen, zodat de beoogde bedrijfsvoering met de daarbij behorende bebouwing mogelijk gemaakt wordt. Binnen het plangebied zijn bedrijven uit milieucategorie 1, 2, 3.1 en 3.2. toegestaan. De milieucategorieën van het gedeelte van het bedrijventerrein Kruiswijk III in dit bestemmingsplan is afgestemd op de ligging van deze woningen en milieucategorieën op het reeds gerealiseerde gedeelte van het bedrijventerrein Kruiswijk III. In het noordelijke en zuidelijke gedeelte zijn bedrijven tot en met milieucategorie 2 toegestaan. Hiervoor is de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2' opgenomen. De milieucategorieën 3.1 en 3.2 zijn ook toegestaan in het plangebied. Deze sluiten aan op de gebieden met de reeds aanwezige milieucategorieën in Kruiswijk III. Deze zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1' en 'bedrijf tot en met categorie 3.2' Binnen het plangebied ligt een hemelwaterafvoer.

De bouwvlakken van de bedrijfspercelen zijn hierop afgestemd. Voor de uitbreiding van het bedrijventerrein is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Deze wordt vastgesteld als onderdeel van de welstandsnota. Hiermee wordt geborgd dat de gebouwde delen conform het beeldkwaliteitsplan worden uitgevoerd. Om ook te borgen dat het terrein wordt ingericht conform het beeldkwaliteitsplan, is door middel van een voorwaardelijke verplichting vastgelegd dat de groene afscherming en de groene inrichting wordt gehandhaafd.

37

5.3

Verbeelding

Bij het bestemmingsplan hoort een verbeelding. Op deze verbeelding is het plangebied met de toekomstige bestemming weergegeven. Het gaat om de bestemming ''Bedrijventerrein'.

38

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt naar maatschappelijke- en economische uitvoerbaarheid.

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg In artikel 3.1.1 Bro is bepaald dat overleg gepleegd moet worden met besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Inspraak Volgende de gemeentelijke Participatieverordening worden verschillende niveaus gedefinieerd, van het minst intensief naar het intensiefst geordend: meeweten – meedenken – meedoen - meebeslissen. Het plan valt in Groep 2 Uitdagende Plannen volgens De Participatieverordening van de gemeente. Het bestemmingsplan blijkt op basis van uitgevoerde stakeholderanalyse een (zeer) beperkte en daarom acceptabele invloed te hebben op de belangen van de diverse stakeholders. Daarnaast wordt er in het bestemmingsplan via zowel de milieucategorie als het beeldkwaliteitsplan, rekening gehouden met de belangen. Tot slot is deze ontwikkeling altijd bekend geweest bij de actoren omdat het oorspronkelijk in het bestemmingsplan voor fase 1 was opgenomen, waar destijds participatie over heeft plaatsgevonden. Er is daarom voor gekozen voor de vorm van participatie: meeweten. Stakeholders zijn per brief geïnformeerd over de plannen en het in procedure gaan van het bestemmingsplan, de kanalen via waar over het plan gecommuniceerd zal worden en de formele inspraakmogelijkheden.

Er bestaat vertrouwen dat er op deze manier recht wordt gedaan aan de belangen van de partijen die worden geraakt door de ontwikkeling van Kruiswijk III fase 2. De stakeholders zijn inmiddels per brief op de hoogte gebracht van het plan en de bijbehorende procedure. Er zijn geen reacties ontvangen op de toegestuurde brieven. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 17 oktober 2023 besloten het ontwerpplan voor zienswijzen ter inzage te leggen. Het collegebesluit is al bijlage 8 bij deze toelichting toegevoegd. Zienswijze Het bestemmingsplan wordt als ontwerp gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze zes weken wordt eenieder in de gelegenheid gesteld zijn/haar zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan kenbaar te maken.

39

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van dit plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van de plannen (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Dit bestemmingsplan heeft betrekking op een particulier initiatief waarmee de gemeente geen directe financiële bemoeienis heeft. De uitvoeringskosten worden gedragen door de initiatiefnemer. Een gedeelte van de gronden zijn al verkocht. Hiermee is de economische haalbaarheid voldoende gewaarborgd en uitvoerbaar geacht. Grondexploitatie Bij bestemmingsplannen die bouwplannen mogelijk maken, is de grondexploitatieregeling uit de Wet ruimtelijke ordening van toepassing. De vaststelling van een exploitatieplan bij dit bestemmingsplan is in principe verplicht. Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden.

Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Het voornemen betreft een particulier initiatief. Met onderhavige wijziging in de planologische situatie, inclusief de kosten die samenhangen met de procedure komen voor rekening van de initiatiefnemer. Voor de beoogde ontwikkeling is een anterieure overeenkomst opgesteld. Hierin wordt onder andere ook planschade geregeld. Op basis van deze gegevens kan geconcludeerd worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.

40

BIJLAGEN TOELICHTING

42

Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan

BEDRIJVENTERREIN KRUISWIJK III FASE 2 ANNA PAUWLOWNA BEELDKWALITEITSKADER SEPTEMBER 2023

11

DATUM: 5 september 2023 PROJECT: Beeldkwaliteitskader Kruiswijk III fase 2, Anna Paulowna OPDRACHTGEVER: Heijmans Vastgoed BV PROJECTNUMMER: 20220426

RHO ADVISEURS - Leeuwarden / Rotterdam Druifstreek 72 verdieping 2 en 3 8911 LH Leeuwarden

Weena 505 (Delftse Poort) verdieping 36 3013 AL Rotterdam info@rho.nl 058 2562525 2

BEELDKWALITEITSKADER KRUISWIJK III FASE 2

INHOUD 1. INLEIDING 5 2. PLAN VOOR KRUISWIJK III 6 3. LIGGING PLANGEBIED 8 4. BEELDKWALITEITSKADER 11 4.1 ALGEMEEN 11 4.2 DE KAVELS 12 4.3 DE GEVELS 20 4.4 DE DAKEN 24

33

Situatie

4

BEELDKWALITEITSKADER KRUISWIJK III FASE 2

1. INLEIDING De gemeente Anna Paulowna heeft het bedrijventerrein Kruiswijk II uitgebreid richting het zuiden. Het plan voor de uitbreiding hiervan, Kruiswijk III, is opgesteld door BügelHajema. De Verbeelding voor deze uitbreiding Kruiswijk III is te zien op de afbeelding hiernaast. Ten noordwesten van het nieuwe bedrijventerrein ligt een smalle strook van ongeveer 350 bij 50 meter, waar in de toekomst ook uitbreiding gewenst is (rood omrand terrein). Deze rand grenst aan het buitengebied van Anna Pauwlowna. Voor deze nieuwe ontwikkeling is in deze memo een beeldkwaliteitskader opgesteld. Dit kader biedt sturing aan de ontwikkelende partijen op de plots in deze strook. Het is een aanvulling op de landschappelijke inpassing die voorgesteld was in fase 1 en bouwt hier dus op voort. De exacte inpassing zoals in dat document voorgesteld is, is door wijziging niet meer haalbaar waardoor getracht wordt met dit beeldkwaliteitsdocument richtlijnen te geven aan de inpassing van deze strook van Kruiswijk III.

55

2. PLAN VOOR KRUISWIJK III Het dorp Anna Paulowna is gelegen in het noorden van de provincie Noord-Holland, enkele kilometers ten zuidoosten van Den Helder. Het gebied rond het dorp wordt gekenmerkt door het slagenlandschap. Het bedrijventerrein Kruiswijk is gelegen ten westen van de spoorlijn die het dorp aan de westkant van de kern doorkruist. De gemeente Anna Paulowna had rond 2011 de ambitie om het bedrijventerrein Kruiswijk II uit te breiden naar het zuiden (Kruiswijk III).

onderbouwen was. Het was echter de ambitie om ook dit deel later aan te laten sluiten op het bedrijventerrein Kruiswijk III. Vanwege de ligging van het plangebied in en aangrenzend aan het landelijk gebied, werd de rand van het plangebied gereserveerd voor landschappelijke inpassing. De toevoeging van de strook bij het bedrijventerrein Kruiswijk III leidt ertoe dat deze landschappelijke inpassing geïntegreerd dient te worden in de rand van het bedrijventerrein.

Het plangebied is ingedeeld in grofweg drie gebieden; de gewone bedrijfspercelen, bedrijfspercelen met bijzondere uitstraling en bedrijfspercelen voor wonen en werken. Van de oorspronkelijke 6 hectare netto oppervlak was ten minste 3,5 hectare bedoeld voor bedrijven in de basisclusters industrie en bouw, consumentendiensten, transport/logistiek/groothandel en dienstverlening. De overige 1,5 hectare was als vervangende plaats bedoeld voor bestaande bedrijven op bedrijventerrein Spoorsingel, schuifruimte voor de herontwikkeling, agribusiness, detailhandel en zelfstandige kantoren. Volgens beleid was dit bedrijventerrein Kruiswijk III bedoeld voor lokale bedrijven.

De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (2018) van de provincie Noord-Holland geeft hierbij richting aan de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving. In dit document worden voor dit aansluitende deel van Kruiswijk III de beeldkwaliteitseisen opgesteld om zo voor een geleidelijke overgang van landelijk gebied naar bedrijventerrein te zorgen.

In de afbeelding op de volgende pagina is de mogelijke inrichting zoals deze is opgesteld weergeven. Het rode deel viel buiten het plangebied: in dit gebied had handhaving van de agrarische functie de voorkeur omdat destijds de behoefte aan bedrijven hier niet te

6

BEELDKWALITEITSKADER KRUISWIJK III FASE 2

Het plan ging destijds uit van een achttal woon-werk kavels die ontsloten werden aan de zuidoostzijde (Middenring). Inmiddels zijn deze plannen gewijzigd en is hier plaats voor bedrijfskavels. De overgang met het buitengebied werd gevormd door een robuuste beplantingsstrook. Nadat in eerste instatie besloten werd de bedrijfskavels niet te ontwikkelen is voor de afscherming van het bedrijventerrein voorzien in een groene afscherming. Nu de bedrijfskavels wel ontwikkeld worden, wordt, om tot een goede landschappelijke inpassing te komen, in deze notitie onderzocht op welke manier de rand groen ingericht kan worden.

77

P

P P P

P de

P

(b≤3.2) groen

nri

P

ng

18

P

P

P

P

P

P

P

P

ng

P

P

P P

P

P

P

P P

P

P

P

P PP

P

P

P

P

P P

P

P

P P

P

P

P P

P

P P

P 85

P P

P

P

87

P

P

P

P P

89

P

ng

P

P P P

P

P

P P

P P

P P

P

PVD

IDN

NL.IMRO.1911.INVULLEN

P

P

95

P

P

P

P

97

P

P

P

P P Ch P

101

arl

ott

ari

ng

P

P

GETEKEND

P

P P

P

P

P

P

P

10

P P

1/1

99

P

P

BEELDKWALITEITSKADER KRUISWIJK III FASE 2

1:1000

KAART

P

P

P

P

8

A2

SCHAAL

91

P

ari

20220426

FORMAAT P

93

99

P

ott

PROJECT

P

P

P

P P

P

P

P

P P

P

97

P

P

arl

89

101

P

P

P

P

P P

Ch

P

P

P

P

P

P

Bestemmingsplan

95

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

25

P P

P

P

P

P

10

P

P P

P

P

P P

P P P

24 P

P

P

P

P

P P

P

P

P P

85

87

93

P P

P

P

P

P

P Anna Paulowna - Kruiswijk III

P

91

P

P P

P

P

25

83

P

P

P P P (b≤2) P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P

P

P

P P P

P

(b≤3.1)

P

P

P

P

24

P

P

P

P

(b≤2)

P

P

P

P

P P

P

P P

83

P

P

ng

P

nri

P

P P

P

P

P P

P P

P

de

80

P

22

P

P

P

P

Mid

P

P P

P

P

P

P

P

P

ng

P

nri

P

de

P

P

P

P

P

P

P

P

P P

Mid

P

P

P

22

2

P

(b≤3.1)

P

P

P P

P

P

P

P

P

(g)

80

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

2

P

P P

P

P

P

P

P

P

P

(b≤3.2)

P

P

P

P

P P

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

(b≤3.2)

BT

P

P

P

P P P

P

28

P

P

P

P

de

P

BT

P

P

Mid

P

P

nri

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

de

P

28

Mid

P

P

nri

ng

P

P

P

P

P

P

18

P

P

P

P

P

P

P

P

bouwvlak

P

P

P

P

P

P

P

bouwvlak

P

P

P

de

(b≤3.1)

(b≤3.1)

bedrijf tot en met categorie 3.2

Bouwvlakken Bouwvlakken

P

Mid

P

P

(b≤3.1) tot en bedrijf met categorie 3.2 categorie 3.1 bedrijf tot en met

P

ng

P

(b≤2) tot en bedrijf tot en met bedrijf met categorie 3.1 categorie 2

(b≤3.2) (g)

nri

P

(b≤3.1) P

P P

Mid

P

P

(b≤2)

P

P

PP

Bedrijventerrein

Functieaanduidingen bedrijf tot en met categorie 2

(b≤2)

P

P

P

P

BT

P

P

P

P

P

(b≤2)

P

Enkelbestemmingen Bedrijventerrein

Functieaanduidingen

P

P

P P

P

P

BT

P

(g)

P

Anna Paulowna - Kruiswijk III

Enkelbestemmingen P

P

J

P

P

P

Anna Paulowna - Kruiswijk III

P

P

24

Plangebied Plangebied

P

P

P

I

J

P

P

4F

24

P

24 P

P

E2

PP

P

P

D2 4

P

P P

2

24

24 4A G 4C 2 2 24 4H 4B G -24 C 24 24 I H

P

P

4F

24

P

P

P

E2

B-2

P

P

P

D2 4

P

24

P

P

P

P

A

24

P

24

P

P P

P P

P

P

P

P P

P

24

P

P

A

P

22

P

A

P

P

P P

P

P

P P

P

22

P

P

P

P

P

P

P

P

3. LIGGING PLANGEBIED

Anna Paulowna - Kruiswijk III

Vastgesteld

Bestemmingsplan

Ontwerp Voorontwerp

15-08-2023

Concept

08-08-2022

PROJECT

20220426

FORMAAT

A2

info@rho.nl www.rho.nl

SCHAAL

1:1000

Vastgesteld

KAART

1/1

Ontwerp

GETEKEND

PVD

Voorontwerp

20-06-2023

IDN

NL.IMRO.1911.INVULLEN

Concept

08-08-2022 info@rho.nl www.rho.nl

Het plangebied is gelegen aan de westzijde van Kruiswijk III is een strook met een breedte van 54 meter en een lengte van ca. 325 meter. De ontsluitingswegen Middenring en Charlottaring zijn gelegen respectievelijk aan de oostzijde en zuidzijde van de strook. Deze twee ringen zijn gescheiden door een brede watergang.

99

10

Beeld vanaf de Kruiswijk

Beeld vanaf de Grasweg

Beeld vanaf de Middenweg

Beeld vanaf de Grasweg

BEELDKWALITEITSKADER KRUISWIJK III FASE 2

4. BEELDKWALITEITSKADER 4.1 Algemeen

bouwkavels; bebouwd gedeelte

Het plangebied waarvoor de beeldkwaliteitseisen worden vastgesteld bestaat uit een smalle strook. De zijde die grenst aan bedrijventerrein Kruiswijk III, en dus direct aan bestaande ontwikkelingen, zal automatisch aansluiting vinden op dit bestaande bedrijventerrein. De andere lange zijde grenst aan agrarisch gebied; een open landschap van grote open kavels die gescheiden worden door sloten. Dit is het kenmerkende Nederlandse cultuurlandschap. Vanuit het omringende landschap is zicht op deze zijde van het bedrijventerrein. Het is van belang om deze rand goed in het landschap in te passen en een goede overgang tussen landschap en bedrijventerrein te maken. Met dit beeldkwaliteitskader wordt getracht de grens tussen dit landschap en het bedrijventerrein te verzachten. Door beeldkwaliteitseisen vast te stellen zal worden gezorgd dat alle randen van de strook een goede aansluiting hebben op omgeving en dat daarnaast ruimtelijke kwaliteit binnen het plangebied geborgd wordt. De nadruk zal hierbij liggen op de rand die aan het buitengebied/ het landschap grenst.

zijde bedrijventerrein/ voorzije kavel

landschapszijde/ zijde buitengebied/ achterzijde kavel

bouwkavels; onbebouwd gedeelte

zijde bedrijventerrein/ voorzijde kavel

landschapszijde/ zijde buitengebied/ achterzijde kavel

Door middel van schematische tekeningen wordt inzicht gegeven in de ruimtelijke eisen die gesteld worden aan zowel de kavels als de openbare ruimte. 11 11

max. 60%

4.2 De kavels BOUWOPPERVLAK Voor de bouwkavels worden de volgende regels opgesteld om voor kwalitatieve ruimte te zorgen aangrenzend aan de openbare ruimte: • Maximaal 60% van de eigen kavel mag bebouwd worden, de rest dient onbebouwd te blijven en open te worden ingericht met ruimte voor groen, parkeren, opslag en in- en uitritten. • Aan de achterzijde van de kavels, grenzend aan het open landschap, worden de kavels overwegend groen ingericht. Deze groenzone is biodivers en biedt ruimte aan inheemse beplantingssoorten. Erfafscheidingen aan deze polderzijde zijn volledig groen. Hekwerken (max 2 m) zijn hier dus volledig ‘weggewerkt’ in het groen. • De zijkanten van de kavels bieden ruimte voor parkeren en opslag. Deze opslag mag niet hoger zijn dan 2 meter. Aan de voor-/wegzijde is opslag niet toegestaan. • De bouwmassa ligt midden op de kavel waardoor ruimte gehouden wordt aan elke zijde voor groene en functionele ruimte. 12

BEELDKWALITEITSKADER KRUISWIJK III FASE 2

functioneel

groen

De kavels worden groen ingericht met name aan de achterkant, bijdragend aan de lokale biodiversiteit dit verkleint de barriere met het landschap Een groene inpassing binnen de kavel biedt ruimte voor flora en fauna

13 13

> 5 meter

ROOILIJN, PARKEREN EN RECLAME

14

Om kwaliteit te borgen in de onbebouwde ruimte op de kavel worden enkele regels vastgesteld met betrekking tot de randen van de kavels: • Aan de achterzijde dient minimaal 5 meter ruimte gehouden te worden vanaf de kavelgrens tot de bouwmassa. Dit om voldoende ruimte te reserveren voor groen. • Er dient voldoende ruimte te zijn tussen de bouwmassa’s om wandvorming te voorkomen. Gebouwen dienen minimaal 3 meter van de zijdelingse erfgrens gebouwd te worden, maar bij voorkeur meer. • Parkeren dient groen ingericht te worden. Dit houd in dat bestrating waterdoorlatend is en voldoende ruimte bied voor groen. Dit kan door grasbetontegels te implementeren en ruimte voor groen (in de vorm van hagen en bomen) tussen de parkeerplekken te reserveren. Zie volgende pagina. • Reclame-uitingen zijn uitsluitend toegestaan wanneer deze bevestigd zijn aan de voorgevel en zijn niet toegestaan aan de gevel die gericht is op het open landschap. • Verlichting aan landschapszijde wordt geminimaliseerd om hinder voor diersoorten en lichtvervuiling te voorkomen. BEELDKWALITEITSKADER KRUISWIJK III FASE 2

minimaal 3 meter minimaal 3 meter

groen parkeren

Ruimte voor groen tussen parkeerplekken

Grasbetontegels geven ruimte voor begroeiing rondom autos. Aan achterzijde lage haag als afscherming

Grasbetontegels vergroten de doorlaatbaarheid en verlagen kans op wateroverlast

15 15

BEPLANTING EN WATER Om voor voldoende biodiversiteit en een groen afscherming van het bedrijventerrein te zorgen worden er enkele eisen gesteld aan de toepassing van beplanting. Ook dient rekening te worden gehouden met waterberging in verband met wateroverlast: • Er wordt aan de landschaps-/buitengebiedzijde minimaal één boom per 20 strekkende meter geplant. De bomen komen minimaal 8 meter uit elkaar te staan. • Deze boom (van de 1e of 2e grootte) is een inheemse soort, passend in het landschap van en rond Anna Paulowna (bijvoorbeeld soorten als de Wilg (niet knotten!), Iep, Els en eventueel Zomereik). • De bomen dienen bij aanplanten een aanzienlijke maat te hebben (stamomtrek minimaal 16-18 cm). • De parkeerterreinen worden omzoomd door een lage haag van veldesdoorn of meidoorn. • Er dient rekening te worden gehouden met voldoende waterberging op eigen terrein (op dak en/of op terrein zelf).

16

BEELDKWALITEITSKADER KRUISWIJK III FASE 2

max. 20 meter

De meidoorn is een ideale soort om als (lage) haag te gebruiken

Een inheemse soort zoals de iep past in het landschap

Een bomenrij maakt de overgang van bedrijventerrein naar landschap zachter

17 17

max 9 meter

BOUWHOOGTE Om geen grote verschillen bouwhoogte binnen het plangebied te krijgen en tegelijk aan te sluiten bij bestaande bebouwing van Kruiswijk I t/m III worden enkele regels opgesteld met betrekking tot de hoogte van de bouwwerken. Hiervoor wordt ook naar het bestemmingsplan gekeken. We sluiten hierbij aan bij de strook ten zuiden van deze locatie. Hiervoor geldt de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - 2‘. Het bestemingsplan voor Kruiswijk III biedt ruimte voor bedrijfsbebouwing met platte daken. Deze worden ook hier toegestaan, maar een schuin dak heeft de voorkeur, omdat schuine daken vriendelijker ogen en voor een zachtere overgang naar het landschap zorgen. Ook een laag gebouw, met een lage goothoogte zorgt hiervoor. Dit leidt tot de volgende regels: • De hoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer dan 9 meter bedragen. • De goothoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer dan 7 meter bedragen • De voorkeur gaat hierbij uit naar een zo laag mogelijke (goot)hoogte. 18

BEELDKWALITEITSKADER KRUISWIJK III FASE 2

max 7 meter

Goothoogte 5-6 meter

19 19

4.3 De gevels AANZICHT VANUIT POLDER De volgende regels worden opgesteld om te zorgen voor een uniform beeld vanuit de polder. Dit moet ervoor zorgen dat de grens tussen polder en bedrijventerrein niet te hard is en dat de bouwmassas aansluiten op de massas in de omgeving: • De overgang tussen het buitengebied en het bedrijventerrein dient ‘zacht’ te zijn. • De kaprichting ligt haaks op de rand van het plangebied, refererend aan de schuren op de erven in het aangrenzend agrarisch gebied die haaks op ontsluitingswegen staan. Ook plat afgedekte daken zijn mogelijk. • Er dient voldoende ruimte te zijn tussen de bouwmassa’s om wandvorming te voorkomen. Hier wordt een richtlijn van minimaal 6 meter aangenomen. • De bouwmassa moet zoveel mogelijk aansluiten op de bouwmassas in de omgeving.

20

BEELDKWALITEITSKADER KRUISWIJK III FASE 2

Nieuwbouw schuur van hout, refererend aan de omgeving

Een kenmerkende schuur gelegen aan de Grasweg Nieuwbouw schuur van hout, refererend aan de omgeving

Een kenmerkende schuur gelegen aan de Middenweg

21 21

GEVEL MATERIALISATIE EN KLEURGEBRUIK Voor de gevel worden enkele eisen gesteld aan het materiaal en de begroeiing. Dit om te zorgen dat het gevelbeeld niet uit de toon van de omgeving valt en daarnaast past in de duurzaamheidsambities van de gemeente: • De achtergevel bestaat bij voorkeur uit hout. • De gevel bevat GEEN opvallende kleuren die het contrast met de omgeving versterken. • 25% van de achtergevel wordt groen ingericht met begroeiing van (klimmende of hangende) planten. Deze planten zijn inheems en dragen zo bij aan de lokale biodiversiteit en verkoeling op warme zomerdagen. Daarnaast verzacht het de overgang van bedrijventerrein naar landschap.

22

BEELDKWALITEITSKADER KRUISWIJK III FASE 2

Houten materialisatie

Een begroeide gevel zorgt voor verkoeling en vergroot de biodiversiteit

Houten materialisatie

Groene gevel

23 23

Houten materialisatie

30o hoek

4.4 De daken DAKHELLING EN -RICHTING Om geen grote verschillen in dakhelling en richting binnen het plangebied te krijgen worden er richtlijnen vastgesteld met betrekking tot dit element van de bouwmassa’s. In het bestemmingsplan staat dat in gebieden met de aanduiding -2 dat bij gebouwen met een kap de dakhelling niet meer dan 30o mag bedragen. • De dakhelling bij een gebouw met kap dient zo optimaal mogelijk gebruikt te kunnen worden, zowel voor een groen dak als voor zonnepanelen. • Een te flauwe dakhelling is ruimtelijk gezien niet wenselijk. • Indien sprake is van een kap, ligt de kaprichting haaks op de rand van het plangebied, refererend aan de schuren op de erven in het aangrenzend agrarisch gebied die haaks op ontsluitingswegen staan.

24

BEELDKWALITEITSKADER KRUISWIJK III FASE 2

Dakhelling 30-40o

Dakhelling 30-40o

Dakhelling 30-40o

25 25

DAK MATERIALISATIE EN KLEURGEBRUIK De daken zullen een groot oppervlak beslaan en zullen daarom moeten bijdragen aan de duurzaamheidsambities van de gemeente. Daarnaast bieden daken kansen voor de energietransitie. Een groene inrichting met sedumplanten draagt bij aan de waterbuffering bij piekbuien en zorgt voor verkoeling in de zomer. Een groen dak kan een fraai groen beeld vanuit de omgeving opleveren. Zonnepanelen op daken voorzien bedrijven van energie. Hiervoor zijn de volgende regels opgesteld: • Het dak wordt functioneel ingericht met óf een groene inrichting óf zonnepanelen óf een combinatie hiervan. • Bij het toepassen van zonnepanelen rekening houden met met zicht en glinstering aan de landschapszijde.

26

BEELDKWALITEITSKADER KRUISWIJK III FASE 2

Begroeid dak verkoelt op warme dagen de omgeving

Zonnepanelen zorgen voor groene energie

De juiste balans tussen dakbegroeiing en zonnepanelen

Een groen dak draagt bij aan de waterhuishouding van het plangebied 27 27

LEEUWARDEN - ROTTERDAM - DEVENTER - MIDDELBURG - EINDHOVEN

Bijlage 2 Ladderonderbouwing

KRUISWIJK III Ladderonderbouwing 7 juni 2022

1/14

DATUM KENMERK PROJECT PROJECTLEIDER

7 juni 2022 ing. C. Tasma

OPDRACHTGEVER Heijmans Vastgoed B.V. PROJECTNUMMER 20220426 AUTEUR STATUS

2/14

Joost Jansen Definitief

INHOUD 1.

2.

3.

3/14

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3

4 4 5

Aanleiding Waarom toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking Leeswijzer

Beschrijving behoefte

6

2.1 2.2 2.3 2.4

6 7 13 13

Verzorgingsgebied Lokale behoefte en regionale afstemming Gegadigden Conclusie behoefte

Motivering locatiekeuze (waarom niet binnenstedelijk)

14

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

Vanwege een toenemende behoefte aan bedrijfspercelen in Anna Paulowna is uitbreiding van bedrijventerrein Kruiswijk III in Anna Paulowna noodzakelijk. Het gaat om ondernemers die hun bedrijf relatief dicht bij huis willen hebben en zich daarom niet op andere bedrijventerreinen willen vestigen. Bij de vaststelling van het Bestemmingsplan Kruiswijk III in Anna Paulowna in 2011 is er voor gekozen om een deel van de gronden nog geen bedrijfsbestemming te geven, omdat er toen onvoldoende behoefte was. Nu is er aanleiding om ontwikkeling van een strook met een oppervlakte van circa 1,6 ha aan de noordwestkant van het terrein mogelijk te maken. Met de uitgifte van dit terrein wordt ruimte geboden voor lokale bedrijven en wordt het totale bedrijventerrein Kruiswijk III in ruimtelijk opzicht afgerond. Deze gronden grenzen aan bedrijventerrein Kruiswijk III en hebben nu een agrarische bestemming.

Figuur 1.1 Bestemmingsplan Buitengebied Anna Paulowna 3 (2009) Bestemmingsplan Kruiswijk III in Anna Paulowna (2011)

1.2

Waarom toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking

Uitbreiding of nieuwe functies zijn niet zonder meer mogelijk, omdat sprake moet zijn van ‘zorgvuldig ruimtegebruik’. Ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, moeten daarom worden getoetst aan Artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet de behoefte worden beschreven. Bij een stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied, moet worden gemotiveerd waarom deze niet binnenstedelijk gerealiseerd kan worden. Wel of geen stedelijke ontwikkeling De vraag bij de ladder voor duurzame verstedelijking is of de ruimtelijke ontwikkeling moet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in art. 3.1.6 lid 2 Bro. Uit jurisprudentie blijkt dat gewoonlijk ontwikkelingen groter dan 500 m2 bvo worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. De uitbreiding is veel groter dan 500 m2, dus er is sprake van een stedelijke ontwikkeling.

4/14

Wel of geen nieuwe stedelijke ontwikkeling Of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, is afhankelijk van de huidige planologische mogelijkheden. Wanneer er met een nieuw bestemmingsplan geen nieuw planologisch ruimtebeslag wordt mogelijk gemaakt, maar alleen een planologische functiewijziging, voorziet een bestemmingsplan in beginsel niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening. Van dit uitgangspunt wordt afgeweken als de planologische functiewijziging een zodanige aard en omvang heeft dat toch sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierbij komt betekenis toe aan de ruimtelijke uitstraling van de in het nieuwe plan voorziene functies en die onder het vorige plan mogelijk was.

De gronden hebben een agrarische bestemming. Het betreft daarom een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wel of niet binnen bestaand stedelijk gebied Uit jurisprudentie blijkt dat gronden met een agrarische bestemming, die ook als zodanig in gebruik zijn, geen onderdeel zijn van het bestaand stedelijk gebied. Conclusie Gelet op het bovenstaande is een beschrijving van de behoefte noodzakelijk en moet ook worden aangetoond waarom niet binnenstedelijk in de behoefte kan worden voorzien. Daar gaat deze notitie op in.

1.3

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 gaat in de op de behoefte aan lokaal bedrijventerrein binnen de relevante regio. Hoofdstuk 3 bevat de motivering waarom niet binnenstedelijk in de behoefte kan worden voorzien.

5/14

2. BESCHRIJVING BEHOEFTE Dit hoofdstuk gaat in op het verzorgingsgebied, de regionale afstemming en strategie, het kwantitatieve en kwalitatieve aanbod aan bedrijventerrein en concrete gegadigden voor Kruiswijk III.

2.1

Verzorgingsgebied

Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de functie die wordt mogelijk gemaakt, bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. Het plangebied ligt in Anna Paulowna, in de regio Kop van Noord-Holland. Het betreft de uitbreiding van een regulier bedrijventerrein. Er wordt 1,6 hectare omgezet van een zacht naar een hard plan. De regio hanteert de term ‘bedrijventerrein met lokaal marktbereik’ voor een bedrijventerrein met overwegend kavels die kleiner zijn dan 5.000 m² en enkele kavels tot circa 2 hectare. Bouwhoogtes tot maximaal 12 of 15 meter zijn courant voor (de meeste) lokale bedrijventerreinen. De maximaal toegestane milieucategorie is 3.2. Deze bedrijventerreinen huisvesten bedrijven van alle segmenten. Een bedrijventerrein met lokaal marktbereik huisvest dus vooral kleinschalige bedrijven.

Oostoever Heldair/Den Helder Airport Kooypunt Kooyhaven

Kruiswijk III

Kolksluis

Figuur 2.1 Zoekgebied lokale bedrijven Anna Paulowna (binnen ca 10 minuten reisafstand / binnen 10 km afstand). Bron ondergrond: Bedrijventerreinen Noord-Holland geoportaal

6/14

Kruiswijk III is een bedrijventerrein gericht op de lokale markt en vooral geschikt voor de sector bouw, handel en industrie. Bedrijven uit de omgeving konden tot voor kort hier terecht voor nieuwe bedrijfshuisvesting. Het gaat om ondernemers die hun bedrijf relatief dicht bij huis willen hebben en zich daarom niet op andere bedrijventerreinen willen vestigen. Het terrein is geschikt voor bedrijven tot en met milieucategorie 3.2. Er waren ook mogelijkheden voor kleinere kavels en mogelijkheden om wonen en werken te combineren. De lokale vraag in landelijke gemeenten betreft kleine kavels op kleinschalige bedrijventerreinen op korte afstand van de eigen kern. De verhuisbereidheid van lokale MKB-bedrijven is circa 10 minuten rijafstand en circa 10 km afstand. Lokale bedrijven zoeken uitbreidingsruimte bij de huidige locatie en als dat niet mogelijk is, op kleinschalige bedrijventerreinen binnen het genoemde zoekgebied. Binnen het zoekgebied voor lokale bedrijven in Anna Paulowna liggen naast Kruiswijk de volgende bedrijventerreinen:  Kolksluis (volledig uitgegeven)  Oostoever (volledig uitgegeven)  Heldair/Den Helder Airport (volledig uitgegeven)  Kooypunt (regionaal bedrijventerrein)  Kooyhaven (watergebonden bedrijventerrein)

2.2

Lokale behoefte en regionale afstemming

De behoefte aan lokaal bedrijventerrein blijkt uit diverse bronnen, die hierna worden behandeld. De provincie Noord-Holland heeft in januari 2021 de behoefteraming bedrijventerreinen Noord-Holland Noord vastgesteld. Naar aanleiding daarvan heeft de provincie aan de regio’s gevraagd nadere afspraken te maken met betrekking tot werklocaties. De drie regio's in Noord-Holland Noord hebben de bestaande regionale afspraken aangepast aan de vastgestelde behoefteraming, een nieuwe regionale werklocatiestrategie en actuele ontwikkelingen ten aanzien van uitgifte van bedrijventerreinen. In de Kop van Noord-Holland zijn er voldoende locaties voor bedrijven om zich te vestigen: Er is meer aanbod dan vraag naar werklocaties. Toch blijkt in de praktijk dat het aanbod kwalitatief niet altijd aansluit op de vraag en dat er delen van de regio zijn waar onvoldoende ruimte is. Met de hernieuwde werklocatiestrategie en het Convenant Werklocaties Kop van Noord-Holland maken de gemeenten Texel, Den Helder, Schagen en Hollands Kroon regionale afspraken over verschillende thema’s over het vestigingsklimaat voor bedrijven in de regio. Het doel: Bedrijven behouden en versterken. Een van de afspraken is het bieden van ruimte aan lokale (MKB-) bedrijvigheid. Regionale afspraken dragen bij aan een economisch vitale Kop van Noord-Holland met de daarbij passende hoeveelheid kwalitatieve bedrijventerreinen.

De afspraken zijn ook nodig om te voldoen aan de voorwaarden voor ruimtelijke plannen zoals gesteld door de provincie. De laatste inventarisatie door de provincie van begin 2021 laat zien dat er in de Kop van Noord-Holland als geheel kwantitatief voldoende aanbod aan werklocaties is. De Kop van Noord-Holland is een veelzijdige economische regio met voor een klein deel grootschalige bedrijvigheid, maar voornamelijk werklocaties die kleinere bedrijven huisvesten. Het gaat vooral om agribusiness, maritieme bedrijvigheid en de energiesector. Deze kernsectoren moeten terugkomen in de gezamenlijke propositie/werklocatiestrategie. Het feit dat er kwantitatief voldoende aanbod aan ruimte is om deze sectoren te huisvesten zegt echter ook dat er bedrijventerreinen met nog uitgeefbaar aanbod zijn. Hierbij wordt opgemerkt dat de kwantiteit geografisch gezien en wat betreft de kwalitatieve vraag niet zal voorzien in alle vraag. De samenwerkende gemeenten willen daarom inzetten op het in balans brengen van vraag en aanbod. Enerzijds over de hele regio: Er moet meer vraag komen. Anderzijds blijkt ook dat er delen van de regio zijn waar men om ruimte verlegen zit. Er moet dus ook daar nieuwe ruimte worden geboden in (lokale) marktgebieden waar kwantitatief geen aanbod meer voor handen is.

Bedrijven die willen uitbreiden willen dat meestal naast het eigen bedrijf doen of dichtbij en dat kan niet altijd. Maatwerk blijft hierbij belangrijk.

7/14

In de propositie/werklocatiestrategie is ook ruimte voor verschillen tussen gemeenten: Op Texel wil de gemeente vooral bedrijven die al op het eiland gevestigd zijn ruimte bieden. Hollands Kroon heeft ruimte voor grootschalige nieuwkomers. In Schagen is vanuit het lokale bedrijfsleven veel behoefte aan uitbreiding. Den Helder wil ruimte kunnen bieden aan bedrijven uit de maritieme sector. Daarnaast moet er over de hele breedte geïnvesteerd worden in de bestaande bedrijventerreinen. De regio Kop van Noord-Holland heeft nu de regionale afspraken aangepast ten aanzien van de ontwikkeling, transformatie en herstructurering en daarvoor een convenant opgesteld. Eventuele nieuwe bedrijventerreinen moeten voldoen aan de vereisten van de Omgevingsverordening, zoals een goede Ladderonderbouwing. De regio heeft de provincie gevraagd om het convenant mede te ondertekenen. Met de mede ondertekening van het convenant in 2022 spreekt de provincie haar commitment uit ten aanzien van de uitgezette lijn in de regio. Dit convenant geldt als de regionale afspraken voor werklocaties in de Kop van Noord-Holland. Hiermee voldoet de regio aan de afspraken zoals bedoeld in artikel 6.3 van de Omgevingsverordening NH2020 en uitgewerkt in de Omgevingsregeling NH2021. Regionale afstemming over de nieuwbouwprogrammering vanaf een omvang van 1 hectare is vereist.

Een beperkte uitbreiding van lokaal bedrijventerrein Kruiswijk III is in de gemeente Hollands Kroon aan de orde. Op de Kaart werklocaties Noord-Holland Noord is Kruiswijk III aangemerkt als bedrijventerrein met beperkt beschikbare ruimte en als terrein waar uitbreiding is gewenst.

Figuur 2.2 Kaart werklocaties Noord-Holland Noord (Bron: convenant werklocaties Kop van Noord-Holland De onderbouwing voor deze plannen moet t.z.t. in regionaal verband worden gedeeld en worden besproken in het regionaal portefeuillehoudersoverleg. Monitor Werklocaties Noord-Holland 2020-2021 (september 2021) Uit de Monitor Werklocaties Noord-Holland 2020-2021 blijkt dat er in de Kop van Noord-Holland hard planaanbod is voor 125 ha, waarvan 69 hectare terstond uitgeefbaar. Uit het dashboard werklocaties bedrijventerreinen blijkt dat er ruimte is voor 59 ha gemengd terrein (waarvan 36,6 ha in Hollands Kroon), 48 ha datacenter (Nimble, Hollands Kroon) en 18 ha haventerrein (Kooyhaven en Waterpark Wieringermeer, Hollands Kroon).

8/14

Figuur 2.3 Aanbod bedrijventerreinen (hard en zacht planaanbod) (ha) per 1 januari 2021 (Bron: monitor werklocaties) Behoefteraming werklocaties Noord-Holland Noord (januari 2021) Voor regio De Kop van Noord-Holland bedraagt de ruimtevraag naar bedrijventerreinen 26 tot 53 hectare netto tot 2030. In de jaren daarna, 2030 tot 2040, groeit de ruimtevraag nog licht door in het hoge scenario (+18 hectare). Er is beperkt sprake van vervangingsvraag in deze regio (8 hectare). Zuiver kwantitatief is in De Kop van Noord-Holland meer aanbod aan bedrijventerreinen dan uitbreidings- en vervangingsvraag tot 2030 (en 2040). In de Kop van Noord-Holland zijn in het verleden echter additionele ruimtevragers (specifiek datacenters) geland, deels ook op bedrijventerreinen. Dit soort vestigers kan een grote invloed hebben op de vraag-aanbodconfrontatie, omdat het regelmatig grootschalige ruimtevragers betreft. Tegelijkertijd is het lastig een raming te maken van deze additionele vraag. Er is dus in het aanbod rekening mee houden. Wat wel kan, is als regio definiëren met welke ontwikkelingen wel, en met welke ontwikkelingen geen rekening gehouden wordt. Enkele voorbeelden: wil de regio ruimte bieden aan (zeer) grootschalige logistieke ontwikkelingen ‘van buiten’? Wil de regio inspelen op de ontwikkelingen in opwek en opslag van nieuwe vormen van energie, zoals waterstof? Et cetera.

Door met elkaar beter af te pellen aan welke ontwikkelingen (zeker) wel, welke (zeker) niet en aan welke ontwikkelingen alleen onder voorwaarden (en welke voorwaarden dan) medewerking wordt verleend, ontstaat meer grip op met welke additionele vraag de regio rekening houdt. Kwalitatief heeft vrijwel iedere gemeente nog aanbod dat geschikt is voor alle doelgroepen (met uitzondering van Texel, waar helemaal geen aanbod meer is). Verder zijn er in deze regio soms bedrijven die sterk gemeente- of zelfs kerngebonden zijn en daar uitbreidingswensen hebben. In de behoefteraming wordt geadviseerd om als gemeenten duidelijke afspraken met elkaar te maken hoe daar mee om wordt gegaan en wat dit betekent voor de regionale programmering.

9/14

Figuur 2.4 Regionale structuur en indeling Noord-Holland Noord In de regio Kop van Noord-Holland is met de uitbreidingsvraag en de verwachte vervangingsvraag in WLO Hoog een balans tussen vraag en aanbod. Het watergebonden bedrijventerrein Kooyhaven heeft een groot aandeel in het harde planaanbod. Dit terrein is vooral geschikt (en bedoeld) voor watergebonden bedrijven, het terrein zal dus niet gelden als aanbod voor het gros van de bedrijven in de regio met uitbreidings- of vervangingsvraag. Voor bedrijventerrein Westoever en een solitaire locatie in Schagen zijn concrete plannen voor transformatie, die leidt dus tot vervangingsvraag. Daarnaast is sprake van transformatie van een solitair bedrijf in gemeente Schagen. Uiteraard kunnen nieuwe transformaties (van solitaire bedrijven) tot meer vervangingsvraag leiden in de toekomst.

Figuur 2.5 Confrontatie uitbreidings-/vervangingsvraag en hard planaanbod Kop van Noord-Holland

10/14

10 De behoefte 2020-2040 is berekend als vraag – aanbod. In dit voorbeeld voor WLO Laag: (26-20+8) – 66 = -52. En voor WLO hoog: (53+18+8) – 66 = 13

Figuur 2.6 Kwantitatieve confrontatie Kop van Noord-Holland (peildatum 1-1-2020)

Figuur 2.7 Uitbreidingsvraag Kop van Noord-Holland – 2020 tot 2030 – in netto hectare In de sector bouw, handel en industrie is in het hoge scenario behoefte aan circa 6 hectare. Met de uitbreiding van Kruiswijk wordt hier mede invulling aan gegeven. Strategie werklocaties Kop van Noord-Holland (maart 2022) De laatste behoefteramingen zoals begin 2021 vastgesteld door de provincie Noord-Holland laten zien dat de regio op totaalniveau over ruimer aanbod van werklocaties beschikt dan waar verwachte vraag naar is, ondanks veel dynamiek in 2021. De terreinen waar nog hectares uitgeefbaar zijn, sluiten kwalitatief niet altijd aan bij de vraag, tegelijkertijd zijn er delen van de regio waar weinig aanbod is maar wel (lokaal gebonden) uitbreidingsvraag. De regio wil deze vraag kunnen faciliteren, het liefst op de locatie waar een bedrijf nu gevestigd is. De strategie is in negen thema’s opgesplitst, voor elke thema zijn leidende principes uitgewerkt. De concrete afspraken voortvloeiend uit de leidende principes vormen het convenant. De uitbreiding en afronding van Kruiswijk geeft invulling aan pijler 2 en 3: 2 Ruimte bieden aan lokale (MKB-)bedrijvigheid: “Lokaal gewortelde bedrijven zijn belangrijk voor gemeenten en willen we zoveel mogelijk faciliteren. Maar ze kunnen niet altijd op hun huidige locatie uitbreiden.

De regio maakt keuzes welke werklocaties vooral lokale vraag en welke regionale vraag bedienen.” 3. Evenwichtige verhouding vraag en aanbod werklocaties: “Balans in vraag en aanbod is cruciaal voor een goed werkende bedrijventerreinenmarkt. De regio is streng in het toestaan van kleinschalige bedrijfsverzamelgebouwen, garageboxen en opslagunits op nieuwe werklocaties. Eventueel nieuw te ontwikkelen aanbod sluit goed aan bij de kwantitatieve en kwalitatieve vraag. Keuzes worden gemaakt wat voor lokale of bovenregionale bedrijvigheid is bedoeld.” De regio onderkent dat een gevarieerd aanbod aan werklocaties in de regio nodig is om onderscheidend aanbod te kunnen bieden. Niet iedere gemeente hoeft ieder type bedrijvigheid te kunnen huisvesten, maar alle gemeenten willen wel voldoende aanbod hebben voor lokale bedrijvigheid. Er kunnen verschillende (kleinschalige) uitbreidingswensen per gemeente spelen. Veelal gaat het om het kunnen faciliteren van de lokale uitbreidingsbehoefte op het

11/14

bedrijventerrein zelf en het ‘logisch’ afhechten van de bestaande werklocaties. Als dit om lokale uitbreidingen gaat kan dit onder de lokale afwegingsruimte vallen. Dit is altijd maatwerk per ontwikkeling. Bovendien is dit soort (kleinschalige) uitbreidingswensen altijd ‘in beweging’. Het beschikbare aanbod en de geschiktheid voor de verschillende sectoren is geïnventariseerd. Hieruit blijkt dat er in Den Helder, Hollands Kroon en Schagen op 1 januari 2021 nog ruimte was en dat er ook voldoende ruimte was voor de sector Bouw, handel en industrie.

Figuur 2.8 Kwalitatieve confrontatie Kop van Noord-Holland (peildatum 1-1-2021) (Bron: Strategie werklocaties Kop van Noord-Holland, 2022)

Figuur 2.9 Hard (plan)aanbod Kop van Noord-Holland per 1-1-2021 (Bron: Strategie werklocaties Kop van Noord-Holland, 2022) Op 1 januari 2021 was er op Kruiswijk nog 3,5 ha beschikbaar. In december 2021 was er nog slechts 0,2 hectare uitgeefbaar. Inmiddels is alle grond uitgegeven.

12/14

Figuur 2.10 Actueel aanbod werklocaties de Kop (Bron: Strategie werklocaties Kop van Noord-Holland, 2022)

2.3

Gegadigden

De behoefte aan kavels op dit terrein blijkt uit de verkoop. In de beoogde uitbreiding is al een deel van de gronden verkocht. Het gaat om het faciliteren van de concrete uitbreidingsbehoefte van bedrijven die al op het bedrijventerrein zijn gevestigd en andere belangstellenden binnen een straal van ca. 10 kilometer / 10 minuten reisafstand met de auto. Deze gronden worden geleverd nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is. Twee bedrijven met een lokale markt zitten al op het bedrijventerrein en hebben uitbreidingsruimte nodig. Veel gebruikers van het bedrijventerrein zijn inwoners van Anna Paulowna, die dicht bij huis willen werken. Op het huidige terrein is geen ruimte meer beschikbaar. In de beoogde uitbreiding van 1,6 ha is nog circa 0,8 ha beschikbaar. Hiervoor zijn al gegadigden.

2.4

Conclusie behoefte

Uitgaande van het hoge scenario is er in de Kop van Noord-Holland behoefte aan 79 ha bedrijventerrein en harde direct uitgeefbare plancapaciteit voor 50,1 ha per 1-1-2022. In de uitbreiding van Kruiswijk III wordt daar slechts voor een fractie van de behoefte, namelijk 1,6 hectare, voorzien. De bestaande locatie is goed ontsloten, heeft goede voorzieningen voor bedrijven en heeft momenteel nog voldoende energiecapaciteit om de beoogde nieuwe en uitbreidende bedrijven te kunnen aansluiten. In regionaal verband is mede daarom een beperkte uitbreiding van bedrijventerrein Kruiswijk III afgestemd. Een van de afspraken uit de regionale strategie in het convenant Werklocaties Kop van Noord-Holland 2022 is het bieden van ruimte voor lokale (MKB-)bedrijvigheid. Met de afronding van Kruiswijk III wordt hier invulling aan gegeven. Deze locatie biedt namelijk vooral ruimte aan lokale bedrijven. Het gaat om ondernemers die hun bedrijf relatief dicht bij huis willen hebben en zich daarom niet op andere bedrijventerreinen willen vestigen. Op Kruiswijk III is op dit moment geen ruimte meer beschikbaar en een deel van de kavels op de beoogde uitbreiding is al verkocht. Op dit moment is het daarom niet mogelijk om te kunnen voorzien in de lokale behoefte.

13/14

3. MOTIVERING LOCATIEKEUZE (WAAROM NIET BINNENSTEDELIJK) Het gaat in dit geval om een uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein met 1,6 hectare. Deze uitbreiding sluit aan bij de eerdere fase van bedrijventerrein Kruiswijk III. In regionaal verband is afgestemd dat een beperkte uitbreiding van dit terrein noodzakelijk is, om invulling te geven aan de lokale behoefte. Gezien de ruimtevraag is het niet mogelijk om alle behoefte aan bedrijventerrein binnenstedelijk op te vangen. Binnen het zoekgebied is geen geschikte ruimte meer voor lokale bedrijven in Anna Paulowna. Bedrijventerrein Kruiswijk is inmiddels volledig uitgegeven. Bedrijventerrein Kolksluis, Heldair/Den Helder Airport en Oostoever zijn volledig uitgegeven. Kooypunt is een regionaal bedrijventerrein en Kooyhaven is specifiek bedoeld voor watergebonden bedrijven. Uitbreiding aansluitend aan bestaand bedrijventerrein is dan een logische keuze die voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Met de uitgifte van dit terrein wordt het totale bedrijventerrein Kruiswijk III in ruimtelijk opzicht afgerond en wordt ruimte geboden voor de lokale behoefte. Een deel van de kavels is zelfs al verkocht en wordt geleverd als het bestemmingsplan onherroepelijk is.

14/14

Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek

Verkennend Bodemonderzoek Kruiswijk III Locatie: Grasweg, Anna Paulowna

Colofon Auteur

R.J.A. Hulsen

Verificatie

H.J.A. Langens

Autorisatie

J.A.H. van Poppel

Kenmerk

rohu.18.0006

Projectnummer:

G.006628.2.4135.02.2001

Datum

16 februari 2018

Versie

1

Status

Definitief

Heijmans Wegen B.V., Bodemspecialismen • Graafsebaan 3, 5248 JR Rosmalen • Postbus 335, 5240 AH Rosmalen • Nederland Telefoon +31 (0)73 543 59 00 • E-mail bodemspecialismen@heijmans.nl • www.heijmans.nl Niets van dit rapport en/of ontwerp mag worden vermenigvuldigd, openbaar gemaakt en/of overhandigd aan derden, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.

Datum

16 februari 2018

Kenmerk

rohu.18.0006

Pagina

2 van 35

Inhoudsopgave 1

Inleiding

4

2 2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.4 2.4.1 2.4.2 2.4.3 2.5 2.6 2.6.1 2.6.2 2.6.3 2.6.4 2.6.5 2.7 2.8

Vooronderzoek Bronnen voor het vooronderzoek Basisgegevens Voormalig gebruik Bodemgebruik in het verleden Gemeentelijk archief Wet milieubeheer Asbest Archeologische waarden Niet gesprongen explosieven Huidig bodemgebruik Huidig bodemgebruik op locatie en in directe omgeving Locatiebezoek Kabels en leidingen Toekomstig gebruik Bodemopbouw en geohydrologie geohydrologische gegevens Geologie Bodemkwaliteitskaart/functieklassekaart Uitgevoerde bodemonderzoeken Uitgevoerde bodemsaneringen Financieel-juridische aspecten Conclusies vooronderzoek

5 5 5 5 5 6 6 6 7 7 7 7 8 8 8 8 8 9 9 9 10 10

3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3

Onderzoeksstrategie Strategie verkennend bodemonderzoek Strategie verkennend asbestonderzoek Algemeen Veldwerk asbestonderzoek Analyses asbestonderzoek

11 11 11 11 12 13

4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.1.6 4.1.7 4.1.8 4.2 4.2.1 4.2.2

Uitvoering onderzoek Veldwerkzaamheden Arbeidsomstandigheden tijdens het onderzoek Visuele inspectie asbestonderzoek Uitvoering inspectie bodem asbestonderzoek Uitvoering grondboringen en plaatsen peilbuizen Bodemopbouw Zintuiglijke waarnemingen Monsterneming grond/asbest Monsterneming grondwater Chemische analyses Analyses grond Analyses grondwater

14 14 14 14 14 14 16 16 17 18 19 19 21

Heijmans Wegen B.V., Bodemspecialismen Verkennend Bodemonderzoek

Datum

16 februari 2018

Kenmerk

rohu.18.0006

Pagina

3 van 35

5 5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.2.6 5.2.7 5.2.8 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4 5.3.5 5.3.6 5.4 5.4.1 5.4.2 5.4.3 5.4.4 5.4.5 5.4.6 5.4.7 5.4.8

Bespreking onderzoeksresultaten Referentiekader Terminologie Grond Grondwater Bespreking analyseresultaten grond Algemene grondkwaliteit onderzoekslocatie Deellocatie A Deellocatie B Deellocatie C Deellocatie D Deellocatie E Deellocatie F Overzicht analyseresultaten grond Bespreking analyseresultaten asbest Algemene bevindingen asbestinspectie Deellocatie A Deellocatie B Deellocatie C Overige deellocaties (D t/m F) Overzicht analyseresultaten asbest Bespreking analyseresultaten grondwater Algemene grondwaterkwaliteit onderzoekslocatie Deellocatie A Deellocatie B Deellocatie C Deellocatie D Deellocatie E Deellocatie F Overzicht analyseresultaten grondwater

23 23 23 23 24 24 24 25 25 25 26 26 27 27 29 29 29 29 29 29 29 30 30 30 30 30 30 30 31 31

6 6.1 6.2

Conclusie en aanbevelingen Conclusie Aanbevelingen

32 32 33

Colofon en onderzoeksbetrouwbaarheid Bijlagen Bijlage 1: Regionaal overzicht Bijlage 2: Kadastrale gegevens en -tekening Bijlage 3: Projecttekeningen Bijlage 4: Foto’s van de onderzoekslocatie Bijlage 5: Bodemopbouw Bijlage 6: Analysecertificaten grond Bijlage 7: Analysecertificaten grondwater Bijlage 8: Analysecertificaten asbest Bijlage 9: Getoetste analyseresultaten grond incl. gecorrigeerde waarden Bijlage 10: Getoetste analyseresultaten grondwater incl. waarden Bijlage 11: Bronvermelding

Heijmans Wegen B.V., Bodemspecialismen Verkennend Bodemonderzoek

34 35

Datum

16 februari 2018

Kenmerk

rohu.18.0006

Pagina

4 van 35

1

Inleiding

Op 20 december 2017 is door Heijmans Vastgoed B.V. schriftelijk opdracht gegeven aan Heijmans Bodemspecialismen voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek voor de locatie Grasweg te Anna Paulowna. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd op basis van de norm NEN 5740 Bodem, onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek. Ten aanzien van een mogelijke bodemverontreiniging met asbest is bij de uitvoering van het verkennend onderzoek eveneens rekening gehouden met de vereisten uit de NEN 5707. Aanleiding De aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek is de mogelijke eigendomsoverdracht van de onderzoekslocatie. En de mogelijke toekomstige herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Voor de herontwikkeling zal een bouwvergunning volgens de Omgevingswet worden aangevraagd en in dit kader is een verkennend bodemonderzoek verplicht. Doel Het doel van het verkennend bodemonderzoek is vast te stellen of op de onderzoekslocatie sprake is van een bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. Kader De veldwerkzaamheden voor het verkennend bodemonderzoek zijn uitgevoerd door firma Grondslag B.V. volgens het procescertificaat BRL SIKB 2000 (certificaatnummer K23204), waarbij de onderliggende protocollen 2001, 2002, en 2018 zijn gehanteerd. Heijmans Bodemspecialismen is als zelfstandig onderdeel binnen Heijmans Wegen B.V.

onafhankelijk en stelt zich ten opzichte van alle betrokken partijen, zoals opdrachtgever en bevoegd gezag als zodanig op. Er is voor Heijmans Bodemspecialismen sprake van een management-, een financiële en een bestuurlijke scheiding. Het onderzoek is door Heijmans Bodemspecialismen op objectieve wijze uitgevoerd. Opgemerkt wordt dat Heijmans Wegen B.V. geen eigenaar is van de onderzoekslocatie en in die zin geen belang heeft bij de uitkomst van het bodemonderzoek. Opbouw rapport In hoofdstuk 2 wordt het vooronderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de onderzoeksstrategie, waarna in hoofdstuk 4 de bevindingen tijdens het veldonderzoek worden beschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op de verkregen analyseresultaten. In hoofdstuk 6 worden conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan.

Heijmans Wegen B.V., Bodemspecialismen Verkennend Bodemonderzoek

Datum

16 februari 2018

Kenmerk

rohu.18.0006

Pagina

5 van 35

2

Vooronderzoek

2.1

Bronnen voor het vooronderzoek

In 2007 is door Heijmans Infra Techniek B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (kenmerk: jala2/46649, d.d. 25 juni 2007). Dit onderzoek bevat een vooronderzoek conform NEN 5725. Met deze gegevens kan, met aanvullende gegevens over de tussenliggende periode, worden voldaan aan het verplicht gestelde vooronderzoek conform NEN 5725. Een overzicht van de geraadpleegde bronnen is opgenomen in bijlage 11.

2.2

Basisgegevens

In de onderstaande tabel zijn de basisgegevens van de locatie weergegeven. Tabel 2.1: Basisgegevens Algemene gegevens

Details

Adres

Grasweg (diversen), Anna Paulowna

Gemeente

Anna Paulowna

Oppervlakte locatie

4,5 hectare

Kadastrale aanduiding

Gemeente: Anna Paulowna Sectie: L Nummer: 6687

Coördinaten*

X = 114.884 Y = 542.278

*

: De coördinaten betreffen het middelpunt van de onderzoekslocatie.

Een regionaal overzicht is opgenomen als bijlage 1. De kadastrale registratie en kadastrale tekening(en) zijn opgenomen als bijlage 2. Een luchtfoto is opgenomen in bijlage 4. De onderzoekslocatie is gelegen in de Anna Paulownapolder en wordt aan de zuidwest zijde begrensd door de Grasweg. Aan de oostzijde ligt de spoorbaan Alkmaar-Den Helder. Aan de noord en westzijde wordt de onderzoekslocatie begrensd door kavelsloten.

2.3

Voormalig gebruik

2.3.1

Bodemgebruik in het verleden

De onderzoekslocatie is gelegen in de Anna Paulownapolder. Deze polder dankt haar naam aan Anna Paulowna de gemalin van Koning Willem II. Zij heeft haar naam gegeven aan de polder, ruim 5.000 hectare groot, die tijdens het bewind van haar man in 1845 in 1846 ingedijkt en drooggemalen is op de waardgronden tegenover het toenmalige eiland Wieringen. De Anna Paulownapolder is nog betrekkelijk jong. De gemeente Anna Paulowna werd pas op 1 augustus 1870 ingesteld. Daarvoor behoorde zij tot de gemeente Zijpe.

Heijmans Wegen B.V., Bodemspecialismen Verkennend Bodemonderzoek

Datum

16 februari 2018

Kenmerk

rohu.18.0006

Pagina

6 van 35

De zandrond van de polder bleek in 1912 uitermate geschikt voor bloembollenteelt. Sindsdien is een groot deel van de Anna Paulownapolder in gebruik als bloembollenteelt. Uit de gemeentelijke archieven blijkt dat voor de huidige onderzoekslocatie in het verleden geen hinderwetvergunning of Wm-vergunningen zijn verstrekt. Op 20 oktober 1994 is wel een AMvB melding gedaan in het kader van de Wet Milieubeheer. 2.3.2

Gemeentelijk archief Wet milieubeheer

Uit de gemeentelijke archieven (thans beheerd door de regionale milieudienst) blijkt onder meer dat op het voormalige woonperceel L5643 en L5644 een ondergrondse HBO tank heeft gelegen. Voor de bedrijfsvoering werd tevens gebruik gemaakt van een bovengrondse dieseltank (inhoud 1.100 liter). Beide zijn inmiddels gesaneerd. Op perceel L6664 staat een paardenbak en -wei geregistreerd die onderdeel uit maakt van onderhavig onderzoekslocatie. Perceel L6688 heeft lange tijd een agrarische bestemming (bloembollenteelt) gekend. Vanaf 2007 zijn de volgende grondroerende activiteiten bekend op de onderzoekslocatie: • Sinds 2007 zijn enkele percelen (L6322, L6471, L6524, L6651, L6581, L6582) herontwikkeld en/of verkocht en maken derhalve geen onderdeel uit van dit bodemonderzoek; • In 2012 is vermoedelijk schone grond opgeslagen op deellocatie B ter voorbereiding van bouwwerkzaamheden op aanliggende deellocaties. Deze grond is onder andere aangebracht op percelen L6322, L6524, L6687; • Op perceel L6322 (grenzend aan deellocatie F) is in 2014 een bedrijfspand gerealiseerd; • Op perceel L6524 (grenzend aan deellocatie F) is in 2017 een bedrijfspand gerealiseerd; • Op perceel L6471 (grenzend aan deellocatie C) is in 2016 een bedrijfspand gerealiseerd; • Op perceel L6582 (grenzend aan deellocatie C) is in 2017 een bedrijfspand gerealiseerd. 2.3.3

Asbest

Om de aanwezigheid van een verontreiniging met asbest in de bodem te kunnen inschatten is gebruik gemaakt van de topografische historische kaarten van Topotijdreis. Hieruit blijkt dat sinds 1900 geen panden met asbestverdacht materiaal hebben gestaan. Op het aangrenzend perceel Grasweg 13 heeft wel een pand met mogelijk asbestverdacht materiaal gestaan vanaf 1972. Voor zover bekend is op de onderzoekslocatie geen grond met asbestverdachte bijmengingen toegepast. De kans op het voorkomen van asbestverdachte materialen wordt als laag ingeschat. 2.3.4

Archeologische waarden

De indicatieve kaart archeologische waarde is geraadpleegd. Hieruit blijkt dat de onderzoekslocatie is gelegen in een gebied dat met lage trefkans voor aanwezigheid van archeologische waarden.

Heijmans Wegen B.V., Bodemspecialismen Verkennend Bodemonderzoek

Datum

16 februari 2018

Kenmerk

rohu.18.0006

Pagina

7 van 35

2.3.5

Niet gesprongen explosieven

De indicatieve kaart militair erfgoed is geraadpleegd. Hieruit blijkt dat de onderzoekslocatie is gelegen in een gebied waar geen verwachting is op het aantreffen van niet gesprongen explosieven.

2.4

Huidig bodemgebruik

2.4.1

Huidig bodemgebruik op locatie en in directe omgeving

De locatie maakt deel uit van het bedrijventerrein Kruiswijk III en is huidig als zodanig in gebruik door enkele bedrijven eventueel met woonruimte. De bedrijven zijn recentelijk (2014-2017) gevestigd en het gebied is nog sterk in ontwikkeling. De verwachting is dat er meerdere bedrijven zullen gaan vestigen. Braakliggende percelen binnen de locatie zijn overwegend bouwrijp gemaakt. 2.4.2

Locatiebezoek

Op 16 januari 2018 heeft Grondslag B.v. in opdracht van Heijmans Bodemspecialismen een locatiebezoek uitgevoerd. De terreindelen zijn gelegen in industrieterrein Kruiswijk III te Anna Paulowna. Deellocatie A, is een onverhard en volledig braakliggend terrein zonder begroeiing. Ten Noorden van het terrein ligt een watergang. Op het aangrenzend percelen ten Zuiden is een woonhuis met enkele opstallen en diverse bedrijfspanden gevestigd. Deellocatie B, is een onverhard en volledig braakliggend terrein zonder begroeiing. Aan de Noorden Oostkant van het perceel ligt een watergang. Op het terrein is een tijdelijke bouwkeet gevestigd. Deellocatie C, is een overwegend onverhard braakliggend terrein met lichte grasbegroeiing. Het terrein is aan de Zuidkant deels verhard met stelconplaten. Op de verharding is ligt een tijdelijk gronddepot. Het terrein is omringd door een geasfalteerde weg. Op aangrenzende percelen zijn enkele bedrijfspanden gevestigd. Deellocatie D, is een overwegend onverhard braakliggend terrein met lichte grasbegroeiing. Ten Noorden van het terrein staat een bedrijfspand in aanbouw en een tijdelijk gronddepot. Ten Westen ligt een watergang. Het terrein ligt aan een geasfalteerde weg. Deellocatie E, is een onverhard, volledig braakliggend terrein met lichte grasbegroeiing. Ten Zuiden van het terrein is een sloot en grond depot gelegen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=HollandsKroon&id=ff5d131d-2be5-44f8-8fcf-0b5b3e91bec5